Beeld Express 2016

Centrum voor Beeldexpressie en Creatief Schrijven vzw dagen schrijvers uit om een gedicht bij een foto te schrijven. Het geselecteerde gedicht verschijnt in het tijdschrift Beeld Express, op een oplage van 5000 exemplaren en op de website van Creatief Schrijven vzw.

 

Dit zijn de geselecteerden in 2016.

Minerva Cerridwen schreef de winnende tekst bij de foto van Yann Bouckaert.

Eindelijk, hoor ik mezelf denken
Geïsoleerd door witte wat
Een gasbrander en warme sokken
Geïnspireerd diep in de nacht.

De wanden van de caravan
Een veilige cocon
Geritsel slechts verbeelding –
Sst! Nog even deze zin

Dan pas de echte wereld
Vol afleiding – gegrom?
Een klauw doorheen het plastic
Mijn pen valt op de grond

Een ongehoorde schreeuw
Dan zwart –
Ochtendrood besmeurt de sneeuw
Als uitgelopen inkt.

Meer teksten van Minerva lees je op:

http://paranatellonta.tumblr.com/

Julia Beirinckx schreef het winnende gedicht bij de foto van Marie-Claire Dylst.

 

OP AFSTAND BLAAST HIJ STOOM

De mazen van het raster tekenen
verstrengelde vierhoeken op zijn buik.
Ruiten als van een maliënkolder
schermen mij veilig en hem grijs.

En grijs in het gelid staan gedoken koppen
waaronder de kern, de essentie,
gloeit die met sacrale professie
door lilliputters wordt gehoed.

 

Truus Roeygens schreef het winnende gedicht bij de foto van Jackie Denis.

BE3_Jackie Denis

Nieuwe afbeelding

 

 

Isabelle Bambust schreef de winnende tekst bij de foto van Cecile Degryse.

BE2_Degryse Cecile-pipelines2(origineel beeld)

bevlekt

die misdruk van niet-natuur
verbouwereert de vroedvrouw
slechts honderd jaar geleden
is zij door dit schap gegaan

een kind op dat land gezet
’t werd onbevlekt ontvangen
langsheen een éénmanspaadje
waarop een toverspreuk ligt

de beide stemmen galmen
die van de moeder het luidst
en kennen het buisvoorrecht
elders gehoord te worden

 

Elfi Vandenabeele (Tommot) schreef het winnende gedicht bij de foto van Jacques Vanspeybrouck.

BE1_VanspeybrouckJacques

Sparpartner

Er was een tijd,
toen het gras nog groen was
en de sparren jong,

de hemel vol belofte.
Staalblauw
kwamen de monsters,

met metalen kammen
als hoge hanen.
Hun poten

– roestige krammen –
woelden onze wortels bloot.
Zij waren te groot

voor onze groene wereld
en wij te klein
om hun sparpartner te zijn.