Kinder- en jeugdliteratuur

START 2 WRITE 4 KIDS

Hoe schrijf je een verhaal voor kinderen of jongeren? Waar worden je ideeën geboren? En hoe kan je ervoor zorgen dat je verhaal een kloppend hart krijgt? Hoe schep je iets nieuws, iets ontroerends, echts en levends? Kinderboekenschrijfster Begga Dom leert je in zeven stappen een paar knepen van het vak in deze onlineworkshop.

 

kinder- en jeugdboeken schrijven

Foto: www.flickr.com/sunsurfr

 

1. Kinderboekenwens

Droom je ervan om een boek voor kinderen of jongeren te schrijven? Begin er dan vandaag nog aan. Dat is de enige manier om deze droom te doen uitkomen. Laat je niet tegenhouden door twijfels, angst of tijdsgebrek. Neem pen en papier en Start 2 Write!

Heb je te weinig tijd? Tijd om te schrijven moet je altijd maken. Begin met kleine beetjes: plan enkele momenten in om de komende week aan je schrijfproject te werken.Vang je bedenksels door ze op te schrijven, schematisch of in volledige zinnen. Al schrijvend krijgt de inspiratie een bedding. Voorzie een schrift dat je altijd bij je houdt, want onderweg worden de beste ideeën geboren.

 

2. Hoe zal je heten?

Misschien heb je een grote affiniteit met kinderen of jongeren vanuit je werksituatie. Misschien ben je nog maar net volwassen en zijn de herinneringen uit je jeugd nog heel dichtbij. Misschien inspireren je kinderen je om verhalen te verzinnen. Misschien wil je iets vertellen over je eigen gezinssituatie of over iets wat je zelf hebt meegemaakt.

Wat er ook aan de oorsprong ligt van jouw kinderboekenwens, het is nodig om eerst wat ruimte te scheppen. Neem gerust de tijd om alle ideeën neer te schrijven die je had voor je begon, maar pin je er niet op vast. Vóór je een definitieve beslissing maakt over hoe je boek zal heten, voor welke leeftijdsgroep het bestemd is en waarover het precies zal gaan , ga je je blik verruimen. Door veel te lezen, door creatief te denken en door het (her)ontdekken van het kind in jezelf.

 

3. Lees!

Verruim je blik door veel kinder- en jeugdboeken te lezen. Ontdek welke thema’s je aanspreken. Voor welke boeken loop je warm en waarom? Wat maakt een boek zo spannend dat je het niet kan wegleggen? Wanneer haak je in een verhaal af? Welke titel, kaft of korte inhoud maken dat je een boek weer in het rek zet en op zoek gaat naar iets anders? En omgekeerd: welk boek begin je al stiekem te strelen in de boekhandel en moet je kopen, tegen wil en dank in, omdat je het niet kan loslaten?

Kijk verder dan de klassiekers die je zelf las in je kindertijd. Wie denkt om nu, als volwassene, niet meer te kunnen huilen, griezelen of lachen met een kinderboek, is nog niet klaar om er zelf één te schrijven.

 

4. Out of the box

Voorzie voldoende tijd om alternatieve ideeën uit te werken, voor je verdergaat met het op punt stellen van één verhaal. Over wat zou je nog kunnen schrijven? Welke thema’s spreken je aan bij het lezen van boeken?

Denk ‘Out of the Box’: wat is het meest waanzinnige waar iemand over zou kunnen schrijven? Waar zou jij nooit over willen schrijven? Heb je een idee, draai dat dan eens om of vergroot het uit. Je mag flink overdrijven. Wil je bijvoorbeeld schrijven over een rebelse tiener die in zijn dagboek vertelt hoe hij met zijn nette ouders overhoop ligt? Stel je dan eens een heel nette en plichtsbewuste tiener voor, die zich schaamt voor zijn rebelse ouders. Denk je aan een verhaal over een kind wiens oude oma eenzaam is? Zou het ook kunnen dat het kind eenzaam is, maar de meest hippe oma van het westelijk halfrond heeft? Wil je schrijven over een peuter die op het potje leert gaan? Wat als de peuter geen potje heeft, en er naar op zoek moet?

Schreef je reeds een stukje, daag jezelf dan uit om verder te denken dan je neus lang is. Bedenk eens verschillende settings waarin je verhaal zich zou kunnen afspelen, en herschrijf je stuk in een andere, verrassende, onmogelijke setting. Gaat Leentje met haar oma naar het park? Misschien kan zij ook naar een bos gaan, of naar de bergen, naar een circus? Misschien ook naar New York, of naar de maan.

Herschrijf het stuk naar een andere leeftijdsgroep, of gebruik eens een ander vertelperspectief. Ook als je denkt dat het helemaal goed zit, is het belangrijk om jezelf te dwingen om deze oefening te doen. Je krijgt verrassende resultaten. Waar je weerstanden voelt, zit soms ook je grootste kracht.

 

5. De grootste schat

Stel je nu open voor je belangrijkste inspiratiebron: jezelf. Ooit was je een peuter, een kind, een tiener. Die ervaring draag je diep in je binnenste met je mee. Wil dit zeggen dat je maar best over je eigen herinneringen gaat schrijven? Absoluut niet! Schrijven over jezelf is een evenwichtsoefening die kan uitmonden in saaie, belerende verhalen. De kunst is om deze schat van indrukken en gewaarwordingen, het diepe weten van hoe het is om een kind te zijn, aan te boren tijdens het schrijven van een nieuw, fictief verhaal. Als dit lukt, komt er een tekst met een kloppend hart.

Hoe bereik je die geweldige schat? Hoe open je de doos van herinneringen en kan je eruit putten tijdens het schrijven? Dat is heel eenvoudig. Laat je inspireren. Schakel al je ideeën over ‘hoe je moet schrijven voor kinderen’ even uit, leg je oude dagboeken en eerdere ideeën even ver weg, en vertrek van een blanco blad. Denk niet aan wat het resultaat zal zijn. Voorzie tijd om af te wijken van je doel.
Dit zijn eenvoudige creatieve oefeningen, die je op het spoor kunnen brengen van de inhoud van jouw schat:

  • Noteer gedurende één week alle mogelijke zinnen die je kan bedenken. Zinnen waar een kinder-/jeugdboek mee zou kunnen beginnen. Bekijk het resultaat na een week en kies er drie zinnen uit die jou het meest aanspreken. Schrijf bij elke beginzin een korte alinea die het einde zou kunnen zijn va een boek dat met deze zin begint.
  • Vul nog eens een ‘vriendenschriftje’ in: wat is je lievelingskleur?, welke kleur hebben je ogen?, was je al ooit verliefd?, wie is je beste vriend(in)?, wat is je grootse droom?, wat wil je later worden?, wat maakt je bang? Hoe zou je het schriftje ingevuld hebben toen je zes was, en acht, en twaalf? Bekijk het resultaat en haal er dingen uit die opvallen, die inspireren of verrassen. Draai ze eens om, of vul het schriftje eens in voor vijf fictieve personages.
  • Maak een lijstje van jouw lievelingskledij op een bepaalde leeftijd. Herinner je je de kledij van andere kinderen? Waar keek je naar op? Wat vond je maar niks?
  • Maak een lijstje van spelletjes die je als kind speelde. Kies er één uit en schrijf er een stukje over.

Ongetwijfeld kom je tijdens het maken van deze oefeningen op inspirerende ideeën die jouw verhaal kleur en richting zullen geven. Schrijf ze onmiddellijk op, zodat ze niet verloren gaan.

 

6 ‘Prentjes’?

Denk je aan een boek met illustraties? Bedenk dan goed welke leeftijdscategorie je voor ogen hebt. Gaat het om een prentenboek of om een verhaal met illustraties? Gaat het om een voorleesboek of een zelf-lees-boek? In beide gevallen mag de tekst niet overheersen. Teveel prentenboeken worden overladen met tekst. Tracht in twee of drie regels een duidelijke emotie te pakken te krijgen.

In een goed prentenboek vullen tekst en illustraties elkaar aan, maar staan beiden ook sterk op zichzelf.
Wil je een leesboek voor lagere schoolkinderen laten illustreren, hou dan genoeg ruimte voor de verbeelding. Staat er op de cover een frontale foto van het hoofdpersonage, dan vul je misschien meer in dan fantaserende kinderen lief is.

 

7. Groeien

Heb je de juiste toon gevonden voor je verhaal, dan moet je vooral blijven schrijven. Het denken staat het schrijven vaak in de weg. Een voorgekauwde, op voorhand uitgestippelde tekst, loopt het risico om levensloos en flets te zijn. Om tot een boek te komen moet je de discipline hebben om fasen van intuïtief schrijven af te wisselen met keihard werken aan structuur en plot. Stel jezelf een deadline en hou je eraan.

Heb je een afgewerkt verhaal, laat het dan lezen door kinderen. Sta open voor hun reacties. Wat vinden ze grappig? Welk personage vinden ze leuk? Wat vinden ze moeilijk om te begrijpen? Dit zal je helpen om je verhaal verder af te stemmen op je doelgroep, en om het echter en levendiger te maken.

Je verhaal zal een eigen leven gaan leiden. Het zal je slapeloze nachten bezorgen. Het zal koppig zijn en al je plannen in de war sturen. Het zal je confronteren met dingen waarvan je dacht dat je ze ver achter jou had gelaten. Het zal je veranderen.Ten slotte zal je het los moeten laten, zal je aanvaarden dat het nooit helemaal samenvalt met wat je had willen zeggen. Omdat woorden ontoereikend zijn. Omdat elk verhaal vraagt om de geboorte van een nieuw verhaal.

 

begga dom

Begga Dom is jeugdauteur, psychologe en schrijfdocent. Zij is auteur van de jeugdromans Blauwe Matrozen (10+) en Rood Weeskind (16+).

Foto lezende kinderen: door sunsurfr op Flickr onder creative commons.