VERZIN: “Neem een potlood en schrijf!”

In de zomereditie van ons magazine VERZIN vind je een interview met meesterverteller Walter van den Broeck. Zijn advies is duidelijk: “Neem een potlood en schrijf!”. Gie Bogaert analyseert het schrijfproces van zijn nieuwste roman Roosevelt en Jill Marchant, de winnares van Naft voor Woord, beantwoordt ons snelvuur aan vragen. Vitalski geeft opnieuw feedback op twee boeiende teksten van op Azertyfactor.

In het dossier ontdek je alles over de Nederlandstalige column en vind je tips ‘n tricks voor cursiefjes. Altijd al moeite gehad met settingbeschrijvingen? Kaat Vrancken zet je op weg.  Verder onderzocht VERZIN of schrijven veel geld in ‘t laatje brengt en aan welke etiquetteregels schrijvende koffiebarbezoekers zich best houden.

VERZIN valt eind juni in je brievenbus. Abonneer je nu. Voor € 15 ontvang je 4 nummer per jaar.

 

Settingbeschrijvingen: een noodzakelijk kwaad?

Elke editie stelt VERZIN één artikel ter beschikking van Folio, de koepel van culturele magazines. Deze keer vind je in de Folio-nieuwsbrief de workshop over settingbeschrijvingen van Kaat Vrancken. Lees hier het artikel (PDF).

 

Enkele van onze redactieleden selecteerden zelf een aantal van hun favoriete settingbeschrijvingen.

Hoofdredacteur Michiel Leen kiest een passage uit Brideshead Revisited van Evelyn Waugh. “Als je ooit wil vatten hoe rozig nostalgie de herinneringen aan je studententijd kleurt, heb je hier een onovertroffen ijkpunt. Het mooie is dat de magistrale tv-serie die van het boek werd afgeleid, die sfeer perfect in beelden weet te vatten vanaf het eerste establishing shot van de plechtige universiteitsstad Oxford. A la recherche du temps perdu, maar dan op zijn Brits.”

“Oxford, in those days, was still a city of aquatint. In her spacious and quiet streets men walked and spoke as they had done in Newman’s day; her autumnal mists, her grey springtime, and the rare glory of her summer days – such as that day – when the chestnut was in flower and the bells rang out high and clear over her gables and cupolas, exhaled the soft airs of centuries of youth. It was this cloistral hush which gave our laughter its resonance, and carried it still, joyously, over the intervening clamour.”

 

Redacteur Sofie Rycken denkt meteen aan de settingbeschrijvingen in Al wat schittert van Eleanor Catton, en in Het puttertje van Donna Tartt.

 

Onze columnist Dimitri Bontenakel koos voor een passage uit Een ware heldeen novelle van de Nederlandse auteur Martin Michael Driessen. “Ik werd erdoor omvergeblazen. In 57 pagina’s vertelt hij een verhaal waarvoor een andere auteur 300 pagina’s nodig heeft. Omdat hij welbepaalde keuzes maakt. Dankzij zijn mooi en zorgvuldig taalgebruik, ook in zijn landschapsbeschrijvingen. Geen grote metaforen, wel een precieze woordkeuze.”

“Het vliegtuig werd plotseling en in één keer zichtbaar, verrassend groot en schommelend op de wind. Het was een witte dubbeldekker en even zagen ze de hoofden van piloot en passagier, vermomd met kappen en brillen; toen al was het al boven hen, vlak na zijn schaduw, de motor haperend, het geraas afnemend toen de piloot gas terugnam. Ze hoorden het fluiten van de wind in vleugels en staaldraden en zagen de onderkant van het vervaarlijk schommelende toestel vlak over hen heen scheren, zo laag dat ze de schroeven in het plaatwerk konden onderscheiden. De rood-wit-groene cirkels van de luchtmacht doemden als vreemde zonnen boven hen op.”

Je ziet het vliegtuig zo vliegen.

 

Redacteur Julie Putseys is dan weer fan van de settings die Gabriel García Márquez schetst. Ze kiest een beschrijving uit Liefde in tijden van cholera.

“Aan de andere kant van de baai, in de chique wijk La Manga, stond het huis van dokter Juvenal Urbino in een andere tijd. Het was groot en koel, met maar één verdieping en met een gaanderij met Dorische zuilen op het buitenterras, vanwaar men een overzicht had over de poel van stanken en resten van schipbreuken die de baai is. De vloer was bedekt met tegels, als een schaakbord, witte en zwarte, vanaf de straatdeur tot en met de keuken, en dit werd meer dan eens toegeschreven aan de overheersende hartstocht van dokter Urbino, waarbij men vergat dat het een algemene zwakheid was van de Catalaanse bouwmeesters die aan het begin van deze eeuw die buurt voor nieuwe rijken hadden gebouwd. …”