Winnaars Six Word Story-wedstrijd Boekenbeurs

Op de Boekenbeurs, op onze stand, deelde een boom zijn verhaal. De boom was ook benieuwd naar jouw verhaal.  En die uitnodiging zette heel wat pennen in beweging. Maar liefst 3000 inzendingen ontvingen we. Elke dag koos een auteur of een specialist uit het boekenvak zijn favoriete Six Word Story als ‘tip van de dag’. De winnaars ontvingen een duoticket voor de prijsuitreiking op 12 november 2017 op de Boekenbeurs. Vitalski fietste tijdens dit mooie slotmoment ook door alle Six Word Stories en schreef er dit over: de favoriete Six Word Stories van don Vitalski.

Op de Schrijfdag, op 2 juni 2018 in Gent, is de boom voldoende tot rust gekomen en krijgen de winnaars een exclusief plaat-aantje met zijn/haar tekst.

Op zoek naar meer stories? Check dwarsboom.be

 

Winnaars Six Word Story-wedstrijd

 

  • 11 november: Moniek Spaans met ‘De herfst kleedt zich langzaam uit.’Niels Boutsen: “Je ziet de bladeren vallen, je voelt de kou ‘s nachts toeslaan. De zin is een prachtig beeld dat meer dan de tijd van het jaar beschrijft. De schrijfster observeert ook onze samenleving. De blaadjes vallen, maar wat komt er daarna? Niemand die het weet.”

Moniek Spaans

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  • 10 november: Tim Roose met ‘Oma denkt dat ik doof ben’

Schrijfster Heleen Debruyne: “Veel mensen gaan de poëtische toer op, met die zes woorden. Daar komt af en toe wel een mooi beeld uit, maar roept niet vaak een wereld op. Dat doen deze zes woorden wel. Je ziet meteen twee mensen voor je, een grootmoeder en haar kleinkind, die een verknipte relatie hebben. Hoe dat zo gekomen is, en aan wie de verteller dat opbiecht, dat mag je als lezer dan helemaal zelf bedenken.”

Tim Roose

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  • 9 november: Robin Leemans met ‘Soms vergat hij dat hij sliep.’

Poëet Peter Holvoet-Hanssen: “Mijn nummer 1 is echter meer dan een mooie, grappige of diepzinnige zin-versregel-gedachte. Robin Leemans postte: ‘Soms vergat hij dat hij sliep.’ – dàt opent een wereld van een verhaal. ‘A dream itself is but a shadow,’ verzuchtte Hamlet. Edgar Allan Poe dichtte: ‘All that we see or seem / Is but a dream within a dream.’ Onze hersenen moeten niet alleen werken, zij moeten vooreerst WAKKER worden. Beseffen dat we leven als ‘slapenden’ in de mallemolen van het leven, het vervlakkende gejaag en verdovende geraas. Want dan is er dat moment waarop je denkt: ‘hey, wat ís dit?’ Je beleeft het leven weer intenser, de zes zintuigen weer op scherp. Of neemt deze  verteller zelf de touwtjes van de droom in handen? Benieuwd hoe dit afloopt… Wellicht worden wij op het einde terug gevangen in een droom, vergeten we dat we éven wakker waren. Een goed verhaal kruipt zoals een goed gedicht onder je huid. We leven echter in een consumptietijd van ‘inkijk’: we willen weten hoe het huis van Bart Peeters achter de voordeur oogt, welke trauma’s een auteur persoonlijk heeft beleefd. Is dit het dan, de ‘werkelijkheid’, als de nieuwste versie van een smartphone? Robin Leemans schudt echter aan de in beton gerasterde designboom en brengt ons A WAKE UP CALL. Hij krijgt mijn jongste ‘Gedichten voor de kleine reus’, gesigneerd ligt die klaar bij Creatief Schrijven.”

Robin Leemans

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  • 8 november: Bert van den Helder ‘Zelfs zijn hond herkent hem niet.’

Schrijver Atilla Erdem: “Ik vind het een mysterieus verhaal.  Leest vlot. Grappig én pijnlijk tegelijk. Zeer geschikt voor In de gloria.”

Bert van den Helder

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  • 7 november:  Inge Hulsker met ‘Wie ben je? vroeg mijn spiegelbeeld.’

Journaliste Heidi Lenaerts: “Omdat we elke ochtend in die spiegel kijken. Ik weet niet hoe het zit met anderen maar ik stel mezelf die vraag: wie ben je, of wie wil je zijn? En we zien onszelf ook in selfies tegenwoordig. Niet alleen in spiegels. Ik vind het een mooi zeswoordenverhaal. Dat tot de verbeelding spreekt en meteen een beeld oproept. En je doet nadenken. Over jezelf. En iedereen anders. Wie ze zijn. Wie ze willen zijn. Veel gedachten voor zes woorden!”

Inge Hulsker

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  • 6 november: Peter Helsen met ‘Word even onherroepelijk (wandel daarna door).’

Schrijver en poëet Stijn Vranken: “Het is een zin waar je snel over kan lezen (en die door de haakjes zelfs wat hinderlijk hapert in zijn warme ritme), maar die stiekem enkele fascinerende contrasten in zich draagt: even – onherroepelijk, roepen – doorwandelen. Er schemert een soort onmogelijk verlangen in door. Voor wie wil leest het zelfs als een bijzonder erotisch bevel. En het is perfect om onverwachts op een bordje tegen te komen, en daarna verder te moeten wandelen.”

Peter Helsen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  • 5 november: Lien Tallon met ‘God is een zeshoek, denk ik.’

Schrijfster Ruth Lasters: “Toen ik door de tekstjes begon te scrollen was ik eerst sceptisch. 6 woorden, dat is misschien wat te weinig om mij te bereiken, dacht ik. Maar ik zat er naast. De volgende 6 woorden kwamen meteen bij me binnen: ‘God is een zeshoek, denk ik.’ Deze regel intrigeert me zeer zeker, niet alleen door de eerste vier woorden, maar vooral ook door die ‘denk ik’ die erachter komt. Wie is de ‘ik’? En wat is zijn of haar relatie tot God? En waarom een zeshoek? Een zeshoek kan naar Frankrijk verwijzen, maar ook naar een honingraat. En volgens google hebben wiskundigen ooit vastgesteld dat ‘een zeshoek de beste geometrische vorm is voor het maximale gebruik van een bepaald gebied’. Een zeshoek verwijst eveneens naar de Davidster. In elk geval, deze zes woorden roepen zoveel vragen op dat er een heel verhaal achter lijkt te schuilen. Ik kijk zo dadelijk, na het versturen van dit bericht, naar de lucht, zoek zes sterren, trek er in gedachten een zeshoek rond en bedank Lien Tallon voor dit prachtige ultrakorte verhaal!”

Lien Tallon

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  • 4 november: lize Liesebeth met ‘De vermiste sok had een relatie.’

Debutante Lenny Peeters: “In zes woorden een heel verhaal. Het kan het begin zijn, maar evengoed het einde. Ik zie een slordige slaapkamer voor me, een klerenkast met opengetrokken laden, sokken en kousen overal verspreid op de grond en het bed, een haastig wegsluipende, nog even schuldig omkijkende sok. Grappig, speels, herkenbaar. Proficiat!”

Lize Liesebeth

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  • 3 november: Kurt Velghe met ‘Robot?, vroeg een jongetje aan een enge man.’

Daniel Billiet: “Enerzijds onschuldig schattig naïef, met anderzijds onderliggend een bepaalde dreiging. In het kader van de snelle robotisering klinkt deze Six Word Story ook nog eens heel eigentijds.”

Kurt

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  • 2 november: Hanneke met ‘In mijn boomhut word ik groot.’

Vertaler Willem Groenewegen: “Er staan in het wedstrijdreglement geen inhoudelijke criteria voor de six-word story, maar als je er eentje inlevert onder de noemer van ‘dwarsboom’, zal het voor mij toch iets met de gevelde boom aan de stand of de graphic poem van Vranken/Vercnocke van doen moeten hebben. Een boom stelt zich open op naar de wereld en geeft haar zuurstof. Zijn wortels breken zelfs het asfalt, dus iets weerspannigs/dwars mag het ook bevatten.

In dat kader vind ik ‘In mijn boomhut word ik groot’ fraai, van ‘Hanneke’. Het gaat over opgroeien, en het laat open wat er verder gebeurt. De boomhut zou een metafoor voor de geest kunnen zijn en geeft als het ware een symbiotische relatie tussen de ‘ik’ en de boom weer. Zou de ‘ik’ ook zonder de boom groot kunnen worden? Daarnaast vind ik grafisch die dubbeling der o’s mooi. Boomgroot, kortom.”

Hanneke

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  • 1 november: Maria Stam met ‘De rolstoel lag er verlaten bij.’

Ivo Victoria: “Veel deelnemers maken van hun six word story een woordspeling al dan niet in combinatie met een levenswijsheid. Daar zitten er vaak mooie tussen maar het gaat om een verhaal, een story. En dat is natuurlijk ook het allermoeilijkste aan een six word story: om in zo weinig woorden meteen iets concreet neer te zetten, iets wat de verbeelding van de lezer prikkelt en de blik van de schrijver toont. Een lege rolstoel op de grond omschrijven als ‘verlaten’ vind ik een prikkelende manier om ernaar te kijken en roept vragen op die in het hoofd van de lezer al snel een verhaal gaan vormen: wie zat in die rolstoel, en hoe of waarom heeft deze persoon de rolstoel achtergelaten of beter nog ‘verlaten’, als een geliefde, of lijkt dit alleen maar zo? Een mooi beeld en een goeie, dubbelzinnige observatie en je hebt al snel een verhaal.”

Maria Stam

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  • 31 oktober: Sofie Van Dyck met ‘Tussen twee polen smelt men niet.’

Jonas Vanderschueren, hoofdredacteur van het literaire magazine Kluger Hans: “Er zijn verschillende redenen waarom ik hiervoor kies. Het eerste woord draagt al een zekere warmte in zich, die goed contrasteert met het beeld van de twee polen. Ik voel me meteen in een maffe contradictie opgesloten, alsof ik in een heerlijk warme ijskast zit. Tegelijkertijd heeft de humor van die contradictie een ietwat wrange nasmaak (ik denk niet dat iemand vrolijk wordt van alle prognoses rond klimaatopwarming).

De dubbele laag rond die polen vind ik trouwens ook erg goed gevonden, al is dat misschien ietwat een beroepsmisvorming omdat ikzelf nu tijdelijk in Warschau woon. De Poolse literaire traditie is een erg sterke en speciale – maar helaas erg onbekend in de Lage Landen. De parallel tussen de naar buiten toe ‘koude Polen’, die vaak erg warme en gastvrije mensen zijn, is zeker niet vergezocht. (En ik zou nog een heleboel kunnen schrijven over de Poolse taal, maar dat is misschien iets voor een andere plaats en een ander moment).”

Sofie Van Dyck

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  • 30 oktober: Gino Dekeyzer met ‘Nee, de verjaardagstaart moet niet gesneden.’

Carmien Michels: “Vandaag las ik een heleboel prettige Six Word Stories op de website van Dwarsboom. Sommige hielden een verhaal in dat meteen al eindigde als je zin de uit had. De schrijvers had kort een situatie geschetst en vervolgens afgesloten. Zinnen met een eerder open einde konden me meer bekoren, omdat ze mijn verbeelding prikkelden en vervolgens achterlieten met vragen. Daarom verkies ik ‘Nee, de verjaardagstaart hoeft niet gesneden’ van Gino Dekeyzer tot mijn favoriet. Het verhaal begint stellig, met een weigering, gaat verder met een normaal gezien vrolijke geven, een verjaardagstaart, waar iets mee aan de hand blijkt. Wie zegt deze zin tegen wie? Waarom hoeft de taart niet gesneden te worden? Wie is er jarig? Wat gaat er met de taart gebeuren? Het zet me aan tot mijmeren over verschillende tragikomischie situaties, waarbij ik het niet kan nalaten af en toe te grinniken.”

 Gino Dekeyzer

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  • 29 oktober: Korneel Dobbels met ‘Jij wordt mijn tranen van morgen.’

Roderik Six: “Jij wordt mijn tranen van morgen.’ van Korneel Dobbels omdat het niet leunt op een flauwe woordspeling en er in slaagt om op in een sprint liefde en dramatiek te combineren. Als openingszin kan het trouwens tellen – waarschijnlijk gebruik ik deze zelf wel eens.”

Korneel Dobbels