Zoeken

Het mythologisch verbond tegen het ongecontroleerd zot worden

Ringg, ringg...   'Goeiemorgen! Met het mythologisch verbond tegen het ongecontroleerd zot worden!' 'Ik word zot, ik zie het niet meer zitten!' 'Rustig aan meneer! Eerst en vooral voor de goede orde, moet U mij herhalen, anders mogen wij U niet helpen van het syndicaat!' 'Zeg mij na; Ik word zot, ik herhaal en corrigeer; Ik word ongecontroleerd zot!' 'Ik word zot, ik herhaal en corrigeer; Ik word ongecontroleerd zot!' 'Goed, goed, goed...zeg het eens, wat kan ik voor U betekenen?' 'Wel, ik schrijf me hier zot, hoe meer ik schrijf hoe zotter ik wordt en...' 'Ja, ik hoor het al, een geval van individu hysterie, bij gebrek aan massa!' 'Zeg eens A meneer!' 'A..Aan..hangsel!' 'Ja, ja overduidelijk, zeg eens B!' 'B..Bes..chrijvend!' 'Hmm, ik ben bijna zeker! Zeg eens N!' 'N..NO..Noteren!' 'Juist, juist, meneer schrijft al met twee handen tegelijk zeker!' 'Eh, beh, ja, hoe weet U dat? 'Wij kennen onze pappenheimers meneer!' 'Het is hier een geval van tekort aan dopamines, tekort aan adrenaline als gevolg van een gebrek aan succes!' 'U kunt zichzelf al helpen door één arm af te binden!" 'Denkt U?' ' Vrijwel en geheel zeker, ja! Hebt U al een verzekering tegen gecontroleerd zot worden? Nee, dan kunnen wij U d'r wel één aan de hand doen.' 'Wel, euhh..' 'Kijk, wij hebben een mooie oplossing voor U. U gaat naar een voetbalwedstrijd, liefst zo grootschalig mogelijk, een internationale wedstrijd als het even mogelijk is! U neemt uw schrijfmateriaal mee en zorgt dat uw verhaal af is als er een doelpunt gemaakt wordt. Vergewis U ervan dat de bal inderdaad het doel ingaat, bij het net missen zijn de gevolgen niet te overzien. In zo'n geval dekt de verzekering de schade niet!' 'Ok, ok en wat dan?' 'Wel, zorgt U ervoor, dat U vrije toegang hebt tot het spelersveld, dat uw verhaal af is voor de commotie uitbreekt. Als het doel gemaakt wordt, rent U met uw afgewerkt verhaal het spelersveld op. Zorgt u ervoor dat U uw verhaal hoog in de lucht steekt en U maakt juichende gesticuleringen.' 'Succes verzekerd!' ' Het hooliganisme zal uitbreken, men zal U hoog in de lucht gooien, alsook uw armen breken. Een tweede neveneffect waar we op uit zijn!' 'Hoezo?' 'Wel, men moet van zijn successen genieten, van zijn roem genieten zolang die duurt, maar wij weten hoe moeilijk dat is voor beginnende schrijvers, dus zorgen wij er liever voor dat de schrijver een wijl schrijfonbekwaam is!' 'Hmm, denkt U, misschien het overwegen waard?' 'Ons verbond biedt garantie en kwaliteit meneer!' 'Vergeet U niet uw bijdrage te storten! Houdt U wel in gedachte dat U enkel verzekerd bent in geval van gecontroleerd zot zijn!' 'In geval van twijfel kunt U Thor raadplegen, bedenkt U wel dat Thor bijzonder klopgraag is!' 'Dag meneer en veel succes!'  

Manuel Van den Fonteyne
19 1

Verbondenheid in de ziekenhuiskamer

De vrouw naast mij op de kamer was 71 jaar oud. Ze was bang en had pijn. De dokters bevestigden twintig nietjes in haar onderrug. En wanneer ze pijn had, deed het deugd om te praten. Ze vroeg of ze met mij kon praten. Ik had daar absoluut geen probleem mee. Want ik kon ook best wel wat afleiding gebruiken.   We waren allebei geopereerd door dezelfde dokter. Alleen kon ik al na een nacht terug uit bed en zij niet. De eerste nacht was voor beiden de moeilijkste. Ik hoorde haar soms huilen in haar bed. Ze schaamde zich en ik vertelde haar dat het niet hoefde.   Het gordijn tussen onze beide kamerdelen was gesloten voor de nachtrust. Dat had de verpleegster gedaan. Toen het ochtend was, vroeg ze me of ik al wakker was. "Ik moet je iets vertellen" zei ze. "En je zal waarschijnlijk lachen maar dat geeft niet." Ik schoof het gordijn opzij en beloofde plechtig om niet te lachen.   "Ik kan niet slapen als ik niet heb gebeden. Ik heb gisterenavond voor iedereen die het nodig heeft gebeden. Ook voor u zodat je snel terug voor je kinderen kan zorgen." Haar gebaar ontroerde me. Ik vertelde haar dat ik nooit met zoiets zou lachen want dat ik die avond ook had gebeden. En ook voor haar, dat ze niet teveel pijn zou hebben die nacht. Het was mooi om in die kamer te liggen met haar. Geloof komt in de media en het dagelijks leven vaak voor als iets wat ons uiteen drijft. Maar daar, die negende februari in die ziekenhuiskamer, zorgde het voor verbondenheid tussen ons. Tussen jong en oud, twee tot voor kort onbekenden. Iets wat me, ondanks de pijn, heel dankbaar stemde.

Alice Bremt
0 0

Het kapsalon

Al jaren kom ik in dit kapsalon. Hier blijft alles hetzelfde, behalve de hoofden van mensen. Dat klinkt gewichtig maar er vindt geen wezenlijk verschil plaats. Het meubilair staat sinds eeuwig. Je ziet het als je de zonnebloemen op de sofa echt bekijkt. Twee van hen verbleekt, net iets meer dan de anderen. Een ironische speling van de zon die elke dag rond een uur of twee langs het raam binnen breekt. Ik wil die sofa verschuiven. Het voelt oneerlijk ten opzichte van die bloempjes. ‘Kappen want ik ga je knippen’ zou ze zeggen. Dus ik laat het. Wens ik thee of koffie. Ach, wat ik apprecieer ik haar consistentie. Het werd nooit koffie en ik breng mijn eigen builtje mee. Ik heb erover gedacht, dat wel. Enkel om die kersenrode lippen van haar een welgevormd o’tje van verbazing te zien maken. Maar ze weet wat cafeïne met me doet. Ik maak het haar niet wijs. ‘Mijn nek wordt het wel eens beu om dit hoofd recht te houden’. Woorden ontglippen mijn lippen en ze kijkt me aan, hoofdschuddend alsof zij weet hoe dat dan voelt. Ik mag het daar in laten vallen, gebaren die kleine handen van haar. Het uitspreken zou misschien te zwaar wegen, voor haar en voor mij. Je hoofd is vrij van zorgen terwijl iemand het voor je wast. Je zou het kunnen proberen, je druk maken terwijl het gebeurt. Maar dat lukt je niet. Er is alleen warm water, de geur van een goddelijke zeep die jij zelf nergens kan vinden en vingers die de liefde bedrijven met je schedel. Als je erin slaagt je ergens druk om te maken, dan dien je een nieuwe kapper te vinden. Ik beeld me in dat een hond zich net zo voelt wanneer hij uit het water komt, heerlijk vermoeid van zijn zwempartij. Hij absorbeert de liefde van zijn baasje die hem in een grote handdoek omarmt, terwijl hij trots de stok tussen zijn tanden klemt. Toch is dit anders, zij bezit me niet. Ik hou niet van het deel waarbij ik naar mezelf staar in de spiegel. Gisteren heb ik erom gebeden. Dat ze het dit keer niet zou vragen. Oh, ik had grootse ideeën over gebeden maar er sneuvelden er teveel tussen een ver verleden en vandaag. Dus. ‘Ja Shirley, hetzelfde als altijd.’  Ik zag haar niet eerder twijfelen met die schaar, al zou ik zweren dat er nu meer haar staat dan de vorige keer. Ik denk dat ze weet wie mij bezit. Ik kan nu enkel maar wachten. Hier in dit spiegelbeeld waar zij mijn blik ontwijkt. Tot ze zal doen wat ze allen doen. Trachten te verzachten. Vreemd genoeg lijken ze het allemaal te weten. Je zou denken dat ze geheime vergaderingen bijwoonden waarop ik niet uitgenodigd werd. Het moet daar zijn dat ze het leerden. Dat het prima is om los te laten. Dat mijn arme lijf zo’n moedige strijd leverde. En over de rust die ik wel verdien, nu. Het is een kwestie van seconden tot die woorden uit haar strot omhoog kruipen en zich nog een keer doorheen mijn vermoeide lijf tot recht in mijn ziel krassen. Misschien moet iemand het een keer opnemen voor de stervenden onder ons. Niet iedereen wil roesten. We willen het gevecht niet staken. Bedenk het alternatief! Maar ik wil niet stoppen. Ik moet dit gewaad dat de dood me heeft opgedrongen van mijn vel scheuren. Weglopen wil ik, zoals ik van zoveel dingen eerder deed maar. De dood zet door in mijn lijf. Er is niets wat ik nog kan doen dan gebaren dat ik er vrede mee heb. Dus wij, de stervenden, wij houden onze monden dicht. Om de gemoedsrust van de levenden niet te verstoren. Het is een ongeschreven regel, dat wij kalm blijven om geen angst te zaaien in de hoofden van hen wiens beurt nog moet komen. Voor de allerlaatste keer kijk ik toe hoe mijn plukjes dons op de vloer van Shirley’s kapsalon neerdwarrelen. Ze is niet zo’n prater. Ik hoop dat ze die kwaliteit mag behouden. Het zijn haar ogen die het dan toch fluisteren. Terwijl ze mijn lichaam observeren lezen ze welverdiende rust. Kappen, Shirley. Hier wordt alleen geknipt.  

Charlie Claes
0 0

Burenruzie

Goeiemorgen, Katrien.Goeiemorgen, Hugo. Stuurs bleven ze voor zich uit kijken. Hij stapte in zijn auto, zij reed weg op haar fiets.Vroeger was hun goeiemorgen hartelijk geweest. Ze hadden de tijd genomen om eenbabbeltje met elkaar te doen. Zelfs wanneer ze maar vijf minuten hadden, bleven ze minstens een kwartier met elkaar kletsen. Beter een goede buur dan een verre vriend, maar nog beter is het wanneer je beste vriend naast je woont, zeiden ze vaak lachend.  Dat was vroeger, vóór de fietsostrade. Toen de provincie aankondigde dat ze een fietsostrade door hun straat zouden trekken, had Hugo meteen een actiegroep opgericht. Natuurlijk had hij eerst bij zijn lieve buur Katrien aangebeld. Groot was zijn verbazing toen ze enthousiast bleek over de geplande fietsostrade. 'Hugo, je snapt dat toch, ik zou elke dag tien minuten vroeger op mijn werk zijn.' 'Maar Katrien, mijn tuintje ...' Hugo zijn volkstuintje zou er inderdaad aan moeten geloven, daar had ze wel al aan gedacht.    Het werd een verhitte discussie. Zij had hem NIMBY genoemd. Hij had haar apathisch en asociaal genoemd. Ze hadden meteen spijt van hun woorden, maar waren allebei te koppig om zich te excuseren. Hoe meer jaren er verstreken, hoe moeilijker het werd om hun fout toe te geven. Elke keer hij haar zag vertrekken op haar fiets verweet hij haar dat ze niet met hem op de barricaden had gestaan. Zij verweet hem dat hij hun vriendschap op het spel had gezet voor een fietsostrade waar hij toch niets tegen kon beginnen. Wat ze elkaar en zichzelf nog het meeste verweten was de verloren vriendschap. Ze miste hem, haar lieve buurman die elke week langskwam met een emmer verse soep van de groenten uit zijn tuin. Hij miste haar, zijn lieve buurvrouw, die honderduit kon vertellen over wat ze beleefde op haar werk en die altijd goede boekentips had. Die avond kwamen ze op hetzelfde moment terug thuis.  Ze zag hem uit zijn auto stappen en vroeg zich af: 'zou ik het hem zeggen, dat er een volkstuintje vrij is op 500 meter hiervandaan?'  Maar ze zei het niet.  Hij zag van haar fiets afstappen en dacht: 'zou ik het haar vertellen, dat ik van werk verander binnenkort, en nu ook elke dag over de fietsostrade zal fietsen? Misschien kunnen we zelfs samen fietsen.'  Maar hij zei het niet.   Stuurs wandelden ze elk naar hun eigen voordeur zonder elkaar aan te kijken. Goeienavond, Hugo.Goeienavond, Katrien.

Sofie Strubbe
35 1

Rhythm 0

(Bij Rhythm 0 van Marina Abramovic) Hier sta ik. Ze kijken me aan. Verbaasd. Lachend. Onverschillig. Eentje komt dichterbij. Hij ademt in mijn gezicht. Verschraalde koffie en een sigaret. Zo rook de adem van mijn moeder ook. Het is een stank die me nostalgisch maakt. Mijn moeder. Hoe komt het dat ik nu aan mijn moeder moet denken? Ze zei dat ik gek was. Ze had misschien gelijk, maar niet gekker dan zij was. Hij raakt me niet aan. Staat daar alleen maar in mijn gezicht te ademen. De anderen kijken. Onwennig. Hij buigt voorover en kust me, pal op mijn lippen, met die vreselijke adem van hem. Ik voel dingen. Nostalgie is een gevoel. Afkeer van deze man is een gevoel. Mijn blijdschap over het voelen zelf is een gevoel. Ik voel meer dan ik het afgelopen jaar gevoeld heb. Sinds het ongeval heb ik niets gevoeld en niets gedacht. Daarom sta ik hier. En om een punt te maken. De mens is een wreed wezen. Je zal zien hoe wreed de mens is, het zal niet lang duren. Haat is een gevoel.   Hij loopt naar de tafel, monstert de voorwerpen die erop liggen en kiest de veer uit. Hij komt terug en steekt de veer in mijn haar. Onschuldig, nu nog. Een andere man komt dichterbij. Hij tilt mijn armen op en slaat ze met kracht tegen mijn lijf. Het begint al. Sneller dan ik dacht. Hij neemt de veer uit mijn haar en streelt mijn hals, mijn schouders, mijn borsten. De veer valt. Hij grijpt mijn borsten met beide handen vast en knijpt er zachtjes in. Dan loopt hij terug naar de anderen. Ik sta hier tien minuten en ze zijn al vergeten dat ik een mens ben. De mens is een wreed wezen. Nu komen ze met meer. Twee vrouwen en één man blijven bij de tafel staan. Ze bekijken de voorwerpen die erop liggen. De man neemt een roos en reikt me die aan. Ik blijf bewegingsloos staan. Hij neemt mijn hand vast en vouwt mijn vingers behoedzaam om de steel van de roos heen. Hij kijkt naar me, knippert met zijn ogen en klemt daarna mijn hand met de roos vast met zijn beide handen. De doornen prikken. Pijn is een gevoel.   Bruut trekt hij de roos tussen mijn vingers vandaan. Hij gooit ze op de grond, trapt erop en slaat vervolgens met vlakke hand in mijn gezicht. De mens is een wreed wezen. De mens is een wezen dat een kind doodrijdt en niet achterom kijkt. De twee vrouwen beginnen mijn kleren van mijn lijf te rukken. Ach, ze mogen het hebben, mijn lijf, mijn kleren, alles. Zouden ze moeders zijn? Hij was zo schoon, mijn kind. Een engeltje, met zijn dikke billen, blonde krullen en grote blauwe ogen. Te schoon voor deze wereld misschien. Nog een andere vrouw raapt de roos van de grond op en begint de doornen in mijn armen te prikken. Kleine, rode druppels wellen uit mijn armen op. De geur van het bloed doet hen nu ook vergeten dat zij mensen zijn. Plots gaat het snel. Terwijl een man met scheermesjes een tekening maakt op mijn rug, hoor ik het laden van het pistool. Eén van de vrouwen komt naast me staan, zet het pistool tegen mijn hoofd en legt mijn eigen vinger op de trekker. Ik ben niet bang. Doe het dan, denk ik. Dood willen is een gevoel.   Een man duwt de arm met het pistool weg en begint te schreeuwen. Hij trekt het pistool uit de hand van de vrouw en gooit het door het open raam naar buiten. Teleurstelling. Dat is ook een gevoel.

Sofie Strubbe
102 0

n°7

De Stormhamer dobberde over de golf waar hij niet volledig doorheen kon beuken. Een witte spat steeg op rond de boeg, die zich in een plotse heuvel boorde en werd opgetild. Het water verliet het geval via de spuigaten. Water had zich het dek toegeëigend. Als een halfduikboot.   Hij had zijn maag voor het laatst gezien bij de vlakke zee. Hij had ze achtergelaten bij de eerste golf van drie meter. Sommige van hen waren in hun bed gekropen in hun opgeroerde hut uit pure ellende. Alleen hij stond daar voor zijn helmwiel, voeten op de grond genageld onderaan zijn weide geknikte benen. Blik geblokkeerd op de afwezigheid van de horizon, steeds gekluisterd aan de volgende siddering. Hij stuurde de boot kundig tussen die grillen van haar.Hij mikte zijn hoofd met regelmaat zo nauwkeurig mogelijk boven de ijzeren emmer. De inhoud stopte niet met klotsen nadat die zijn opstandige buik had verlaten. Ze was vertoornd, hij wist niet waarom, alleen dat ze zijn mannen niet zou nemen. Zijn baard was diepgrijs, met een lichte pluk onder elke mondhoek op zijn stevige kin. Onder de baard lag de wolkleurige kol van een dikke trui. Er zaten druppels in zijn baard, hij negeerde de zuurte achter in zijn keel. Naast zijn indringende ogen lagen diepgroevige kraaienpotjes. Zijn wenkbrauwen zagen er zwaar uit, hoe ze breed over zijn oogleden schaduwden.De kapitein gromde luid. Bij een volgende opwelling viel zijn muts net voorbij de emmer.Een volgend gevaar rolde verraderlijk gemoedelijk over het diepe blauw. Rolf kuste een hanger stevig in zijn hand. Zijn peppillen verdrongen de donkere iris bijna volledig. Het was geen water waar hij tegen opkeek, het was de structuur van de dood zelf. Deze was tien meter hoog, de Stromhamer werd opgetild maar daalde niet meer. Hij dreef in de lucht verder waar de golf eindigde. Een wolk voer voorbij. Bakboord. Rolf ontspande, zijn voeten braken vrij. Zijn schouders ontspanden. Volledig kalm draaide hij zich om, knipperde langzaam. Hij klom de smalle ladder af achterin de stuurhut en werd zacht op het bed neergelegd. Hij zonk langzaam weg.

Erte
0 0

DE TEN-BEL WACHTTOREN

Redelijk vroeg ’s morgen, toen we vanuit de Costa del Silencio langs het verlaten Ten-Bel  richting Las Galletas wandelden, zagen we ze staan. Zo’n 15 à 20 muffe getuigen van Jehova stonden in een kringetje rond de hoofdsekteleider. Het leek wel alsof ze van plan waren het spelletje “zakdoekje leggen” te gaan spelen. “Bijbeltje leggen, niemand zeggen, ‘k heb de hele dag gewerkt…” Van welk land ze ook kwamen,  zelfs zonder folderstaandertje zagen ze er allemaal vrij identiek uit. Of ze nu in de volle zon of in de schaduw stonden, de mannen waren altijd netjes conventioneel in een tweedelig pak gestoken, blinkende schoenen, of in een net wit soms lichtblauw hemd en altijd en overal een das. De vrouwen met platte schoenen, een halve tot lange rok, een tuttige bloes met lange mouwen,  zedig tot onder de kin toe geknoopt, en vooral geen sexy of erotische uitstraling. Dat had hun god hen verboden. En steeds met die idiote glimlachende devote blik, alsof ze juist Jehova himself gezien hadden. Moeder Theresa zou er jaloers op kunnen zijn. Deze invasie bleek Frans te zijn. Wie was er op het idee gekomen dat er op Tenerife nog hordes niet geïndoctrineerde toeristen rondliepen? Beval Dieu, le créateur hen zelf om vakantie te nemen, een vliegtuigreis te boeken en elk 10 kg aan Bijbelshit in hun koffer mee te nemen? Al bij al waren het geen ‘ding dong’ getuigen van Jehova. Al de residenties en de appartementjes in de vakantiedorpen waren hier volledig met hoge hekken omringd tegen inbrekers, vandalen en krakers. Soms had je een sleutel nodig om op het domein te komen of soms stond er een soort van buitenwipper die de huurders controleerde.  Dus hier was het werkelijk niet mogelijk om overal zo maar bellekentrek te gaan doen. Dat was dan voor hun zieltjeswerving een nadeel, maar ze konden dan ook al geen voordeur tegen hun façade gegooid krijgen en dat was dan weeral een voordeel. Dus nu werden op het Ten-Bel plein de staanplaatsen aangeduid en de orders gegeven. Zat hier een logica of een puntensysteem achter? Hoe meer bekeerlingen hoe dichter je in het hiernamaals rond Jehova mocht zweven? Eventjes later zag je ze twee aan twee elk langs een kant van een staandertje vol met gedrukte rotzooi staan. Vijftig stappen verder stonden er nog zo’n twee sjarels als twee boekensteunen wat wezenloos rond te draaien. Weer 100 passen verder alweer zo’n komisch duo voor het geraamte van het vroegere Ten-Bel hotel. Achter hen was op een muur een gigantisch grote penis geschilderd en dat was volgens mij totaal niet bevorderlijk om de Schepping en de Bijbel te promoten.  Zeker 6 Franse Bijbelstaandertjes met telkens een tweetal inwisselbare getuigen stonden er verspreid op de voormalige Ten-Bel plaats. Weer wat verder “ Библия рассказывает о творении” twee Russische predikkers. Deze laatste getuigen hadden nog steeds niet door dat de hier aanwezige Russen alleen geïnteresseerd waren in de Tenerife goedkope drank en zeker niet in het bij elkaar gefantaseerde hiernamaals. Wat verder twee Italianen met “La storia della vera creazione”. Jehova zond zijn zonen en dochters uit! Eén ding was zeker, ze vielen niemand lastig, ze stonden er maar bij als een paar zoutpilaren. Elke dag opnieuw stonden ze daar onbeweeglijk als standbeelden, uren aan een stuk, zonder dat wij ze ook maar één keer met iemand aan de praat zagen. Hadden die mensen nu werkelijk niets zinnigers met hun leven te doen? Wie betaalde hun indoctrinatiereisje naar Tenerife? Was de reis goedkoper met Bijbelgroepstarief? Kreeg Jehova een winstpercentage op elke getuigenvliegreis? Terwijl de toeristen zich richting dijkje en de terrasjes haastten, droop de verveling van de zendelingen af. Op deze stoïcijnse, onverstoorbare oncommunicatieve manier zouden ze op het eind van hun christenfundamentalistische opgave zeker niemand bekeerd hebben, maar zonder twijfel met een paar aderspatten op de benen van het lange stilstaan naar hun nirwana mogen gaan.  Ik kan me hun conversatie ’s avonds aan de eettafel al voorstellen. “Wij hebben zeker 4 mensen naar ons Bijbelstaandertje zien kijken!” “Bij ons heeft een koppel de wenkbrauwen opgetrokken en smalend naar de foldertjes gekeken.””Een man riep luidkeels : contes de fées!” Wij werden zelfs door iemand aangesproken, maar dat bleek bij nader inzien de plaatselijke dronken dakloze te zijn, die riep dat de ruïne van Ten-Bel alleen van hem was en dat we met onze religieuze rommel maar ergens anders moesten gaan staan zwijgen”! Nadat wij op een terrasje, in het zonnetje, lekkere chopitos, calamares en een doradevisje gegeten hadden, kwamen wij na zo’n drie uur terug aan het Ten-Bel plein. Daar stonden ze nog steeds, nu een beetje wanhopig naar de voorbij slenterende toeristen te loeren. Ze hadden hun ‘joie de vivre’ ergens onderweg hun zendelingentijdsduur verloren! Hadden die sekteleden een plasadresje? Hadden die een lunchdoosje bij? Waren ze misschien ondertussen afgelost? Ik vond hen soms zo zielig dat ik weleens de neiging kreeg om naar hen toe te gaan en hun te vragen of ze me misschien het sprookje van ‘Sneeuwwitje en de twaalf apostelen’ of ‘Roodjezuske en de wolf’ zouden kunnen vertellen. Maar daar stonden ze misschien op te wachten, tot er iemand, wie dan ook, hun eindelijk aansprak, zodat ze toch wat Bijbelbrochures mochten uitdelen. Waar blijft zo’n sekte, keer op keer, zulke nieuwe naïevelingen vinden alleen met het beloven van een mogelijk paradijs? Drie dagen hielden ze het vol... De vierde dag waren ze plotsklaps verdwenen. Geen getuigen meer op het Ten-Belplein en geen drukwerk, in welke taal ook,  over de schepping meer te zien. Vakantie gedaan? Genoeg nieuwe geïndoctrineerde zieltjes gevonden? Naar een ander Canarisch eiland versast? Teruggeroepen door Jehova? Weg, allemaal weg.   Sim, Costa del Silencio 9 februari 2019          

Sim
30 0

WIJ HEBBEN DE WIND IN DE ZEILEN

Soms verandert de Costa del Silencio overnacht ineens in de Costa del Viento en gieren de passaatwinden weer over de zuidkant van Tenerife. En heel eigenaardig, juist achter het hoekje, achter de berg richting Los Cristianos is het dan meestal windstil. De lucht is, met zulke rukwinden, echter wolkeloos en staalblauw. De zeilbootjes hebben de wind in de zeilen. De palmbomen zwiepen van links naar rechts. De kleine groene papegaaien waaieren angstig uit of zitten stokstijf met twee pootjes aan de palmbladeren vastgeklemd. Hun eieren rollen als knikkers in het nest over en weer. Anderen snateren naar hun juist uit het ei gekomen legsel, dat ze niet bang moeten zijn, dat ze gewoon hun bekjes en oogjes moeten sluiten en zich inbeelden dat ze op één of andere superattractie van de Efteling zitten. Wandelaars op de dijk ploeteren, met de pet in de hand, tegen de windrichting in of worden veel sneller dan normaal, met de kraag omhoog, de andere kant uitgedreven. De golven stuiven met witte kraagschuimkoppen richting land alsof iemand aan de overkant er een doos Dixan ingesmeten heeft. Als nu, een kluitje wel heel avontuurlijke, West Afrikanen zich in een rubberbootje zou durven laten zakken, dan zouden ze de oceaan met een hoovercraftsnelheid kunnen oversteken om vervolgens met een smak tegen de Tenerifse lavakustlijn te pletter te slagen. Twee juist aangekomen, marmerwitte seniorentoeristen beuken zich, tegen wind in, richting het verwarmde zwembad.  Door het gieren van de wind kunnen we niet horen in welke taal ze elkaar aanspreken. Een ding is zeker, ze hebben in hun verleden veel te veel frieten, kroketten uit de muur, borsjtsj,  macaroni, Sauerkraut mit würst, Wienersnitsel, palatschinken of spek met bonen in tomatensaus gegeten. De vrouw is de vrouwelijke editie van Kaimook en draagt een biljartgroen badpak waarvan je op het ganse eiland denkelijk niet één exemplaar in een zo’n grote maat kan vinden. Ze lijkt van hierboven, op ons terras ,een beetje op een sorteer- glasbol. De man draagt een knalrood, jaren 80 zwembroekje dat amper zijn salami en zijn twee bouletten bedekt. Zijn witte bierbuik blubbert onelegant over de elastiekrand en zijn borsten zijn minstens even groot als de tieten van Pamela Anderson, inclusief de silicone vullingen. Als hij zich voorover buigt om zijn badhanddoek en zijn slippers naast het zwembad te zetten lijkt hij op een sumoworstelaar. Heel voorzichtig laten ze zich langs het laddertje in het zwembad zakken. De strakke windrimpeling van het water verandert ineens in tsunami’s. Ze peddelen, zwemmen, giechelen en zwiepen water elkaars richting uit. Ze lachen uitbundig! Zoveel pret! Als de man zich op zijn rug laat drijven komt zij erachter aan gezwommen en kietelt aan zijn tenen. Wat een vakantieplezier. Zelfs ik hierboven kan het niet laten om mee te grinniken. Als ze zich na het zwemmen, sport na sport, langs het trapje terug optrekken, knijp ik een beetje verontrust de ogen toe, want ik verwacht dat alle minuten het laddertje uit de muur geramd gaat worden. Maar zonder problemen hijsen ze zich het water uit. Naast het zwembad vechten ze nog een tijdje met hun door de wind op zwiepende handdoeken. De man legt teder de badhanddoek rond zijn vrouw, geeft haar een zoen op haar grijze haren en tikt plagerig met zijn hand op haar natte achterste. Ze waggelen richting hun ligstoelen die naast het zwembad achter een muurtje in de luwte van de wind in de stralende zon staan. Ik kan de strandzetels bijna horen zuchten en kraken. Ze beginnen elkaar knuffelig met zonnecrème in te smeren. Klaarblijkelijk hebben ze liters van dat spul nodig. Als twee gigantisch tevreden barbe à papa’s zonnen ze daarna liefdevol hand in hand. Ondanks de bitsige wind, lijkt ons terras, achter het muurtje, op een oververhitte pizzaoven. De zon reflecteert heet tegen de witte achtergrond. Op de grondtegels kan je een ei bakken. Manlief is al in de schaduw gevlucht. Maar ik wil wat zonbruin pakken. Zelfs met een reuze grote zonneklep op moet ik regelmatig mijn neus invetten want anders eindig ik de dag als Rudolf de rednose rendier of zie ik bij het vervellen de neusflarden voor mijn gezichtsveld als wiegend koren heen en weer deinen. Ook mijn lippen moeten om de haverklap met Aloe Vera- balsem gestift worden anders vormen zich grote uitgedroogde cayonkraters  op mijn mond en wordt het straks onmogelijk met een rietje mijn sangria of mojito op te zuigen. Hoe we dit na het Europese rietjes- njet gaan doen, wie zal het weten? De passaatwind blijft nog de ganse namiddag en avond de zee en de palmbomen gijzelen. ’s Morgens is het ineens heel verdacht stil, windstil…al het hemelsblauw is verdwenen en boven ons pakken zich dikke wolken samen in vijftig tinten grijs. In het binnenland wordt het zelfs heel verdacht purper en er vallen zowaar drie dikke druppels regen. Ik overdrijf niet, want ik heb ze zelf geteld. Drie dikke druppels. En wat doet een mens met slecht weer? Ik schrijf een verhaaltje en manlief wil op de pc of smartphone de digitale krant lezen. Maar alhoewel we dit appartement huren met gratis wifi, is het internet zo tergend traag, dat als je een krantensite opent, je beter je stapschoenen aandoet en zo’n 3500 stappen richting het vissersdorpje Las Galletas loopt. Hier de hoofd- winkelstraat indraait en zo ergens halfweg, op de hoek de krantenwinkel induikt, daar een krant koopt, wacht tot het je beurt is om te betalen, wacht op je wisselgeld en dan de 3500 stappen terug naar je appartement stiefelt. Daar de stapschoenen terug uittrekt en net op het moment dat je de krant op de tafel openvouwt, dan misschien en ik zeg dan wel heel erg misschien opent de krantensite zich of krijg je de mededeling ‘dat er iets fout liep’ en dat je de internetconnectie moet nakijken! Wat een frustratie…Maar mijn vrienden en familie weten ondertussen dat Simmeke niet zal stilzitten voordat de wifi daadwerkelijk functioneert zoals hij moet werken. Draden worden ontkoppeld, terug in de gaatjes geduwd en tadaa!!! In de late namiddag breekt de zon terug door de wolken. Het zwembad ligt er weer rimpelloos en azuurblauw bij. In het binnenland echter heeft de Teide vulkaan een sneeuwwit jasje aan.   Sim, Costa del Silencio 27 januari 2019  en nu in volle zon!  

Sim
8 0

WIE HET SCHOENTJE PAST

Vanmorgen wandelden wij aan de Costa del Silencio, langs het pad dat evenwijdig met de Tenerifse zee uit de rotsen gehouwen is. Het begint aan het bekende Westhaven Bay complex richting de gele rots. Deels van de wandeling gaat over een ruwe sintelbodem, een paar betegelde stukken met wandeldijkallures om vervolgens tussen de lavablokken te eindigen.  Ergens halverwege deze wandeling zag ik ineens één schoen liggen. Hij lag een beetje op zijn zijde. Het schoeisel zag er redelijk nieuw uit met fluo groene en rode accenten, met van die velcro sluitingen en ik schatte zo’n maatje 43. Hoe komt zo’n rechterschoen, alleen aan zijn lot overgelaten, op een wandelpad langs de zee? Liep hier gisteren een man die zulke blarenpijn aan zijn rechtervoet had, dat hij zijn schoen uitschopte en blootsvoets verder stapte? Daar zou ik alle begrip voor kunnen opbrengen hoor! Eens de winter voorbij en we de laarzen, sokken en kousen uitlaten, wil het wel eens voorkomen dat bij het dragen van een paar nieuwe pumps of sandalen de voetjes knalrode met watergevulde blazen gaan vertonen.  Ook ik heb al een paar keer de laatste Edegemse straten van het traject supermarkt naar ons huis op blote voeten afgepikkeld. Maar nooit of te nimmer liet ik mijn schoenen, laat staan één er van, onbewaakt achter langs de kant van de weg!  Sindsdien heb ik steeds een doosje Compeed blarenpleisters in mijn handtas. Misschien lag de in de steek gelaten schoen wel aan de basis van een echtelijke ruzie? Bij meneer had zich langs de rechterkant een joekel van een blaar in de vorm van een vulkaankrater gevormd en legde hij de schuld van de pijn bij zijn echtgenote. Die had hem bijna gedwongen om die flashy groen fluo trendschoenen met het rode biesje te kopen, terwijl hij liever die zachte witte met beige aangekocht had. Maar je weet hoe dat gaat en voor alle ruzie te vermijden had hij voor de zoveelste keer zijn madame haar zin gedaan. De verwijten gingen over en weer en meneer zei heel demonstratief tegen zijn vrouw, dat hij het vertikte om die schoen nog verder te dragen, noch aan zijn voet, noch in zijn hand en als er iemand was die deze afgewezen stapschoen zou moeten meedragen, zij het wel zou zijn! Zij zei vervolgens dat hij de pot opkon met zijn moeilijke voeten en dat zij er helemaal niet aan dacht om ook maar met één vinger aan zijn zweetpateke te komen. Vervolgens stapte zij het pad verder af met gefronste wenkbrauwen en een boze,naar omlaag in een accolade getrokken, mond. De echtgenoot liet daarop heel koppig zijn schoen staan en hobbelde als een invalide met een geamputeerde rechtervoet het lavapad verder af. Er is natuurlijk ook een mogelijkheid dat een zware depressieveling,  met zelfmoordgedachten, die schoen op de wandelweg achterliet. Ik vermoed echter dat als je jezelf in de zee wil gooien je niet eerst één van de twee schoenen gaat dumpen. Ofwel zet je ze dan netjes naast elkaar, met de neuzen in de richting waar je het ruime sop zou kiezen ofwel hou je ze gewoon bij wijze van ballast aan je voeten. Andere mogelijkheid kan ook een schipper zijn, die zijn rechterschoeisel verloor! Als je ziet hoe de boeg van die vissersboten soms met 60 a 90 graden, tegen de golven omhoog beuken, om dan met een knal terug op het water te belanden, dan is het natuurlijk niet ondenkbaar dat zo’n visser bij een verkeerd manoeuvre zijn evenwicht en zijn schoen verloor.  Of nog een groter drama, mogelijkerwijs is dit een Afrikaanse schoen. Je weet maar nooit waar op de oceaan zo’n rubberbootje op weg naar het Europese vasteland, vol met zwarte asielzoekers met man en muis vergaan is… Nu, die twee laatste hypothesen lijken mij nogal onwaarschijnlijk. Als er zulke rampen gebeurd waren, dan zou die schoen beneden in het water tegen de rotsen blijven aankletsen en niet op zo’n 7 meter hoger een wandeldijkje terechtgekomen zijn. Tenzij wij, toevallig, overnacht een tsunami met 9 meter hoge golven eventjes gemist hadden, dan misschien toch... Manlief werd wat ongeduldig en trok aan mijn arm en vroeg waarom ik toch zo naar die stomme schoen loerde. Ik probeerde hem, in een versnelde versie, één voor één mijn giswerk uit te leggen. Hij lachte, haalde zijn schouders op en zei: “Ik zal je eens snel vertellen wat hier gebeurt is. Vannacht liep hier een Britse lallende zatte bende over het wandeldijkje. Een van die straalbezopen dronkaards sloeg met zijn façade tegen de vlakte en zijn vrijgezellenfeest- vriendjes hebben hem onder zijn oksels richting bed gesleurd en daarbij verloor hij één schoen. Als die comazuiper straks weer bijkomt, zal hij waarschijnlijk met een knoert van een kater hetzelfde traject gaan afleggen op zoek naar zijn verloren voorwerpenschoen.” Ik keek manlief aan. Ook mogelijk, simpel, mannenlogica. “Vergeet nu die schoen en wandel verder en kijk waar jij je voeten zet op deze bobbelondergrond anders verlies jij straks nog een sandaal!” We wandelden verder en toen we in de namiddag het pad in de andere richting terugnamen was de schoen inderdaad verdwenen. Ik kon het niet helpen, mijn hersens kraakten en gingen opnieuw in overdrive. De vraag was nu, wie was die schoen komen halen? Was het de comazuiper, de blarenman of de verontwaardigde echtgenote? Onderweg naar ons vakantieadresje loerde ik naar elke mannenvoet die voorbij slenterde. Geen groene met rode accenten schoen meer te bespeuren! Ik zou nooit weten wat er met die rechter achtergelaten wandelschoen gebeurd was. De ganse dag zou deze kwestie door mijn hoofd spoken. Het zou voor eeuwig een mysterie blijven…ik hoop dat ik straks de slaap zal kunnen vatten! Sim, Costa del Silencio, Rocas del Mar Tenerife  18 januari 2019  

Sim
25 0

DONDERDAGHOBBY

En ja, natuurlijk hebben wij alle begrip voor de jeugd die zich voor een beter klimaat wil engageren. Ik begrijp ten volle de ongerustheid van onze schoolgaande jongelui, als je ziet hoe wij met onze aarde omgaan, hoe tegelijkertijd de populatie explosief toeneemt en we steeds meer en meer voor voedsel en energie moeten zorgen. Maar dat ze nu juist mits een spijbel- donderdagnamiddag deze bekommernis aan de regering moeten tonen, dat gaat volgens mij een ietsje te ver. Waarom roept die facebook-jeugd elkaar niet op om op hun vrije woensdagnamiddag Brussel onveilig te maken. Minister van leefmilieu Joke Schauvlieghe is dan toch ook op post! Maar eigen vrije uurtjes aan de klimaatopwarming opofferen is waarschijnlijk minder leuk en zal resulteren in een lagere opkomst manifestatie- meelopers die zich aan de stoet aansluiten! Hebben de organiserende meisjes misschien juist elke donderdag een zweetnamiddag lichamelijke opvoeding of een vervelend zwemuurtje? Hebben ze die bewuste namiddag in samenspraak met enkele leraars of leraressen gekozen? Die krijgen dan plots onverwachts een paar vrije uren om hun zware arbeid takenadministratie bij te werken? Al bij de allereerste donderdaghappening sloten zich al een aantal katholieke uniformleerlingen aan de betoging aan. Zij hadden waarschijnlijk juist via bisschop  Bonny vernomen dat ze vanaf nu elke donderdagnamiddag in de godsdienstles terug de bijbel moeten bestuderen. Geloof kan bergen verzetten, maar om nu ineens alleen op God te gaan vertrouwen om onze wereld te redden lijkt ook voor mij een waardeloze gedachte. Dus beseffen die met rooms katholieke religie opgesolferde tieners dat met bidden alleen de klimaatopwarming niet gestopt kan worden. Zij bezitten dan blijkbaar genoeg verantwoordelijkheidsgevoel om niet op de Heer te rekenen, maar dat ze beter resultaat zullen behalen door met een plakkaat “Red onze aarde” voor het Vlaams regering halfrond te gaan marcheren. Ik kan me glashelder voorstellen hoe zo’n godsdienstleraar anno 2019 in een klasje opnieuw het verhaaltje van de schepping moet gaan uitleggen. Eerst schiep god Adam. Dan nam hij, zonder enige vorm van narcose een rib uit Adam’s lijf en daar maakte hij Eva van…Wie kan je de dag van vandaag nog wijsmaken dat Eva, Adam met een appel verleidde? Ja zeker, voor een appel en een ei, schoof zij haar vijgenblad opzij. Adam en Eva kregen vervolgens twee zonen Kaïn en Abel, die elkaar zo snel mogelijk de hersens probeerden in te slagen. En nu gaan er in die godsdienstklas 25 bronstige hormonen- en testosteronvingers omhoog, omdat ze de leraar nu wel eens willen horen uitleggen hoe het dan eigenlijk verder ging.”Hoe kon de overgebleven zoon zich een stamboom bij elkaar vogelen?” Moest hij op een Oedipus-wijze zijn eigen moeder versieren? Of had Eva, zonder dat wij het weten, nog een dochter op de wereld gezet en moest Abel incestueus met zijn eigen zuster aan de slag?  25 hitsige tieners, die ’s avonds al op hun smartphones  naar porno liggen te loeren, kan je zulke onzin niet meer op de mouw spelden! En dan dat ander sprookjesverhaal over die man die van alle dieren een koppeltje op zijn ark meenam. Keek Noach heel gepast onderaan of er telkens twee, van elke sekse eentje, inscheepten en of er geen twee homofiele pinguïns bijzaten? Twee giraffen, twee olifanten, twee kamelen, een stier en een koe, een kat en kattin, twee muizen…grrr één muis, enz. Je kan de tieners van nu toch geen knollen voor citroenen meer verkopen? Wie gelooft die bijbel onzin nog?  Het is toch evident, dat die studentjes liever een kilometer of twee spijbelend door Brussel stappen in plaats van een verhaal aan te moeten horen over een vent die samen met een meute hersenloze naïevelingen, 40 jaar lang door het woestijnzand  ploeterde op zoek naar het beloofde land. In de 21e eeuw kan je zulke parabels toch niet meer vertellen zonder dat men de wenkbrauwen optrekt. Zo’n gps-loze machoman, die 4 decennia lang aan een stuk weigert te luisteren naar zijn vrouw die wel over een degelijk portie oriëntatie beschikte en die al na de eerste week zei dat hij bij de allereerste Sinaï- rotonde de eerste afslag moest nemen en niet telkens moest rondlopen tot de vierde uitrit. Het beloofde land had dus bijgevolg al 39 jaar, 11 maanden en 21 dagen  vroeger kunnen ontdekt zijn. Dus bij deze begrijp ik onze milieuspijbelaars wel een beetje, maar zijn diezelfde tieners ook ineens bereid om de nodige consequenties voor een beter klimaat vol te houden? Worden ze nog elke morgen door ma of pa met de auto aan de school afgezet of nemen ze de milieuvriendelijke fiets? Willen ze, om de CO2 uitstoot van de veestapel te verminderen, ook hun steak met pepersaus, gemarineerde varkenshaasjes en burger King hamburgers opgeven en worden ze nu allemaal vegetariërs? Om hun biologische voetafdruk te verminderen, weigeren ze dan nu boontjes uit Senegal en in januari Spaanse aardbeien te eten? Verplichten ze hun ouders om alleen Belgische bio -producten te kopen en houden ze dat later op kot ook nauwgezet zelf vol. Gaan ze, nu vaststaat dat huisdieren even veel uitstoot hebben dan dieselauto’s, hun honden en katten naar het asiel brengen en er zeker geen nieuwe voor in de plaats nemen? Dieselen ze, tijdens de kerstvakantie nog met ma en pa mee richting wintersporten?  Bedanken ze tijdens de zomervakantie voor het vliegtuigreisje richting Turkije of naar de Egyptische Rode Zee en verwerpen ze city tripjes naar Barcelona of New York? Gaat het donderdagnamiddag klimaatbetogen verder tijdens de krokus- en de paasvakantie of is het milieu dan ineens een stuk minder belangrijk? Ik ben alvast benieuwd! Wij zijn ondertussen een paar dagen op Tenerife. Wij wandelden vandaag in Los Cristianos en hebben lekker op verschillende terrasjes gezeten. Op een paar uur tijd hebben wij opnieuw onze jaarlijkse dosis Afrikaanse negerleurders, vol getatoeëerde Brexitgangers, gehandicapte rolstoelhooligans en tonnen lillend, trillend en hangend seniorenvlees in vijftig tinten bruin, zien passeren… wordt vervolgd.   Sim, Costa del Silencio, Tenerife  16 januari 2019 www.neswmonkey.be/sim

Sim
3 0

Pedalenspel

Putteke winter. Donker, grauwe, grijze, winter. Onder een dek van lage wolken vormt zich een natte sliert van rode lichtjes die zich als een fluoriserende rups langzaam voortbeweegt. Moe van het pedalenspel starend in de verte. Maffe wereld. Robots, één persoon per auto, doodmoe van een lange dag voor een digitaal scherm. Huiswaarts. Te moe om te koken. Baby van de crèche oppikken, een snelle hap uit de microgolf. Kinderoppas voor een uurtje gym. Lege ogen staren naar reclamespots over fitte lijven. Een snelle douche en naar huis. Rupsenlichtjes, regenvlagen tegen wilde ruitenwissers. Baby slaapt. Niks op tv. Dan nog maar wat werk. Klik het scherm verlicht de kamer blauwgrijs. Te moe. Dan maar  Netflix in bed.  Baby huilt terwijl de wind om het huis giert. Tranende ramen tegen een donkere achtergrond. Geen oog dichtgedaan. Alarm. Flikkerend licht door de donkere kamer. Koffie. Nee eerst de kleine checken. Ze slaapt nog. Koffie. Geen honger. Misselijk van wéér een slapeloze nacht. Een snelle douche. Huilende baby. Dichtslaand portiek. Regenvlagen en slierten rode lichtjes. De baby huilt aanhoudend. Maagpijn. Pijn in het hart. Dichtslaand portiek. Putteke winter. Donker grauwe, grijze winter. Onder een dek van lage wolken vormt zich een natte sliert van rode lichtjes die zich als een fluoriserende rups langzaam voortbeweegt. Moe van het pedalenspel starend in de verte. Maffe wereld. Robots, één persoon per auto, doodmoe van een lange dag voor een digitaal scherm. Huiswaarts. Te moe om te koken. Baby van de crèche oppikken, een snelle hap uit de microgolf. Baby slaapt. Thuis op tv. Daarna nog maar wat werk. Klik het scherm verlicht de kamer blauwgrijs. Te moe. Dan maar  Netflix in bed.  Baby huilt terwijl de wind om het huis giert. Tranende ramen tegen een donkere achtergrond. Geen oog dichtgedaan. Alarm. Flikkerend licht door de donkere kamer. Koffie. Nee eerst de kleine checken. Ze slaapt nog. Koffie. Geen honger. Misselijk van wéér een slapeloze nacht. Een snelle douche. Huilende baby. Dichtslaand portiek. Regenvlagen en slierten rode lichtjes. De baby huilt aanhoudend. Maagpijn. Pijn in het hart. Dichtslaand portiek. Putteke winter. Donker grauwe, grijze winter. Onder een dek van lage wolken vormt zich een natte sliert van rode lichtjes die zich als een fluoriserende rups langzaam voortbeweegt. Moe van het pedalenspel starend in de verte. Maffe wereld. Robots, één persoon per auto, doodmoe van een lange dag voor een digitaal scherm, huiswaarts. Te moe om te koken. Baby van de crèche oppikken, een snelle hap uit de microgolf. Kinderoppas voor het uurtje gym. Lege ogen staren naar reclamespots over fitte lijven. Een snelle douche en naar huis. Rupsenlichtjes, regenvlagen tegen wilde ruitenwissers. De baby slaapt. Niks op tv. Dan nog maar wat werk. Klik het scherm verlicht de kamer blauwgrijs. Te moe. Dan maar  Netflix in bed.  Baby huilt terwijl de wind om het huis giert. Tranende ramen tegen een donkere achtergrond. Geen oog dichtgedaan. Alarm. Flikkerend licht door de donkere kamer. Koffie. Nee eerst de kleine checken. Ze slaapt nog. Koffie. Geen honger. Misselijk van wéér een slapeloze nacht. Een snelle douche. Huilende baby. Dichtslaand portiek. Regenvlagen en slierten rode lichtjes. De baby huilt aanhoudend. Maagpijn. Pijn in het hart. Dichtslaand portiek.  

Heidi Schoefs
0 1
Tip

Niets is wat het lijkt. Relaas van een bijzondere ontmoeting.

Ik woon dicht bij de Scheldevallei, aan de voet van de Vlaamse Ardennen, een regio die erg geliefd is bij fietsers en wandelaars. Met een paar locals verken ik af en toe de streek via wandelpaadjes langs poelen, vijvers, weilanden en bossen. Wandelen vind ik heerlijk: zowel om te genieten van de natuur als van het gezelschap. Zelfs wanneer we zwijgen, zegt de stilte vaak zoveel meer. Stilte vertraagt, zet de mallemolen tussen je oren even on hold en verscherpt je zintuigen.   Afgelopen zondag had ik er weer zin in. Ik vertrok onder een staalblauwe hemel met een stralende winterzon die haar best deed om de lente - veel te vroeg - te verleiden. Deze keer ging ik alleen op pad. Ik pijnigde mijn geheugen om mij de weg te herinneren naar een prachtige vijver, afgeboord met een rietkraag en wilgen. Het kostte mij wel wat moeite want het is een goed verborgen pareltje. Na een paar kilometer zag ik eindelijk de vijver tussen de bomen. Ik genoot van het heerlijke, winterse tafereel. Stil was het zeker niet want ik hoorde de vogels uitbundig fluiten. Ik wist dat er ergens aan de waterkant een kijkhut lag. Na een beetje zoeken, vond ik een kwakkel, houten brugje dat naar de hut leidde. De hut is vooral bedoeld voor vogelspotters. Ik ben absoluut géén vogelspotter. Ik kan met moeite een huismus van een koolmees onderscheiden en ik weet dat een vlieg geen trekvogel is. Tot zover reikt ongeveer mijn ornithologische kennis. Toch kan ik erg genieten van de schoonheid van die beestjes.   Door het natte weer van de afgelopen weken hing rond de zolen van mijn wandelschoenen al een even dikke laag modder en aangestapte aarde. Voorzichtigheidshalve hield ik mij links en rechts vast aan de reling van de brug en stapte voetje voor voetje naar de hut. Ik trok het gammele, piepende deurtje open. Ik dacht onmiddellijk aan het ‘Schurend scharniertje’ van Jos Ghysen, voor wie zich die tijd nog herinnert. Mijn gemijmer stokte al snel toen ik in de hut een oude man zag zitten. Hij keek niet op. Zijn ogen tuurden over het wateroppervlak. Ik twijfelde even of ik rechtsomkeer zou maken, wat ik overigens onbeleefd van mijzelf zou vinden, dan wel of ik zou blijven. Ik koos voor het laatste en schuifelde een beetje onwennig naar het midden van de hut voor een beter zicht op de natuurpracht. Met zijn ene gestrekte wijsvinger voor zijn mond, gebaarde de oude man met zijn andere hand om naast hem te komen zitten. Zijn gehavende handen verraadden noeste arbeid. Zwijgend nam ik naast hem plaats op het bankje. Ik leunde een beetje achteruit. Vanuit mijn ooghoeken sloeg ik hem gade. Hij deed mij denken aan de opa van ‘Heidi uit de bergen’: beetje nors voorkomen, een bruine, velourse broek, een zwarte rolkraagtrui waar een kolonie motten had huis gehouden, een kakigroene jas en een dikke, grijze haardos die om een kapper smeekte. Net zoals de opa van Heidi had hij een grijze baard, onverzorgd. De broodkruimels van deze ochtend kon ik nog spotten ... Voor de rest spotte ik helemaal niets ... Ik tuurde ook over het wateroppervlak. Ik zocht minutenlang tevergeefs naar wat de oude man zo fascineerde. Ik zag water, dode bladeren, riet, waterplanten, ...   Net toen ik voorzichtig weer wilde opstaan, nam hij mijn arm vast en wees hij naar de waterkant. Tussen het riet zat een koppel eenden. “Wilde eenden” fluisterde hij, alsof hij zijn woorden spaarde om geen geluidsoverlast te veroorzaken. “Cool!” dacht ik ironisch bij mezelf. “Het mannetje maakt het hof” fluisterde hij verder. Ik was niet bijster geïnteresseerd in het amoureuze gevogel, diep verscholen in het riet, maar ik bleef toch zitten. De oude man leerde me nog meer over de verliefde vliegbeesten, onder andere dat ik het mannetje, de woerd, kon herkennen aan zijn glanzende groene kop, een witte halsband en een kastanjebruine borst. De vrouwtjes zijn doorgaans donkerbruin. “De winter lijkt soms doods en stil, maar vergis je niet, alle voorbereidingen voor nieuw leven zijn ook onzichtbaar al aanwezig. In het donker ontkiemt immers het zaad” vertelde de oude man. “Wist je dat de Kelten feestten bij de eerste volle maan in november om het toekomstige nieuwe leven te vieren? Dat leven moet eerst kiemen, rijpen in de donkere aarde” ging hij verder. Ik humde eens om duidelijk te maken dat ik naar hem luisterde. Hij zweeg even, zuchtte diep en ging toen verder: “Zo gaat het ook met ons. Ons leven stopt niet bij onze dood, het kent net zoals in de natuur een cyclus.” Het gesprek kreeg plotseling een heel bijzondere wending. Voor het eerst keek ik hem recht aan in zijn glasheldere, blauwe ogen. Ik ken nog iemand met zo’n ogen ... Ik moest slikken bij de herinnering, de herkenning. Hij zweeg weer even maar bleef mij aankijken met een zachte maar toch doordringende blik. “We zijn hier om te leren, om een beter mens te worden, om te groeien, ons verder te ontwikkelen.” Ik was een beetje overdonderd en wist niet wat zeggen, maar ik begreep, ik voelde, wel wat hij bedoelde. Er hing een bijzondere, diepzinnige sfeer in de hut. De stilte was alleszeggend en oorverdovend. Ik hoorde zelfs de vogels niet meer. Ik vergat de woerd en zijn aanwinst. Ik dacht diep na over wat de oude man had gezegd ... Zijn woorden raakten mij.   Plotseling trok iemand de deur open. Ik schrok. De speciale stemming verdween, alsof ze wegvloog en opging in de natuur. Een nette dame van - ik ben slecht in leeftijden schatten - ongeveer 60 jaar stapte binnen. Ze was van kop tot teen uitgedost in een piekfijne wandeloutfit met een berenpoot. ‘Fashionable’ zou mijn oudste dochter zeggen. De dame bleef heel aanwezig in het hoekje van de hut staan. Ze keek me aan met een blik van ‘vertrek nu maar, IK wil nu op het bankje’. De oude man keek ondertussen weer strak en zwijgend voor zich uit. Ik hoopte zo dat de dame weer zou afdruipen. Helaas pindakaas ... Opeens rinkelde luid haar gsm. Het irritante lawaai stond in schril contrast met de natuurgeluiden. Ze nam op en begon met een schelle stem te tateren. De optie om terug naar buiten te gaan, overwoog ze duidelijk niet. En het leek er ook niet op dat het gesprek snel zou aflopen. Ik bedankte de oude man voor het bijzondere gesprek en verliet de hut.   De rest van mijn wandeling was ik verzonken in wat hij mij had verteld over de natuur, het leven en de dood. Waarom vertelde hij mij uitgerekend daarover? Het is toch geen koetjes-en-kalfjes-onderwerp voor vreemden die elkaar nog nooit eerder spraken. Of had ik hem al eerder ontmoet? Was onze ontmoeting geen toeval? Net voor ik de bebouwde kom weer naderde, kwam ik de dame uit de hut weer tegen. Ze leunde op één been tegen de koffer van haar mooie SUV en wisselde haar wandelschoenen voor een proper paar. Ik knikte en vroeg tijdens mijn passage wat ze van de hut vond. “Ik ben niet gebleven. Ik betrouwde die rare man voor geen haar.” Ik knikte nogmaals beleefd en stapte verder. “Je weet niet wat je hebt gemist” dacht ik bij mezelf. Niets is wat het lijkt ... Meestal toch.

Hilde Bours
48 1

Anates Ex Machina

Vergeet de Zapruder tape waarop de moord op Kennedy werd vastgelegd. Vergeet de iconisch geworden beelden van de Boeing 767 vliegtuigen die eerst de ene, dan de andere van de tweelingtorens doorboorden. Die opnames verdwijnen in het niets naast de beelden van de Aankomst.   Iedereen weet waar hij zich bevond en wat hij aan het doen was toen de eerste nieuwsberichten van de komst van de Ufo’s verspreid werden. De gigantische schotels verschenen op twaalf plaatsen tegelijkertijd in het luchtruim: Los Angeles, New York, Buenos Aires, Brasilia, Londen, Parijs, Berlijn, Moskou, Beijing, Seoul, Tokyo, Sidney.   Zien was geloven. Ik zag, maar geloofde niet. Ik wist wel beter. Ik had het idee geleverd voor de projectoren die deze illusies creëerden. Ik had de technologie gebouwd die dit bedrog mogelijk maakte. Ik was medeplichtig aan dit sterke staaltje van fake news.   Ik schreeuwde het uit op mijn website: “Levensechte hologrammen doen Moeder Aarde op haar grondvesten daveren.” Nog geen tien minuten later werd mijn site offline gehaald en was ik vogelvrij verklaard. Gelukkig had ik dit voorzien. Ik koos één van de vele valse identiteiten die ik speciaal voor deze noodsituatie had aangemaakt. Ik dook onder in een bos in een hutje waar de overheid niets van wist. Ik had er alles wat ik nodig had om het verdere verloop van de gebeurtenissen te volgen.   “Wij komen in vrede,” zeiden de aliens.“Wij komen orde op zaken stellen voor het helemaal verkeerd loopt met jullie planeet,”was hun boodschap.   Daar had de mensheid wel oren naar. De komst van de buitenaardsen was de oplossing voor al onze zorgen. Alle wapens zwegen op slag; gedaan met oorlog! Er was sprake van technologie die klimaatproblemen, honger en ander leed uit de wereld zou verhelpen! Geen religieuze twijfels meer: de aliens hadden God gezien; Hij sloeg zowaar een mea culpa voor de eeuwenlange verwaarlozing!   Deze beloftevolle aankondigingen waren zo overweldigend dat kritische vragen onverbiddelijk in de kiem gesmoord werden. Waarom vertoonden de aliens zich enkel aan de presidenten van China, Rusland en de Verenigde Staten? Waarom kozen ze net deze wereldleiders als hun spreekbuis?   Dag na dag arriveerden er nieuwe Ufo's boven de grootste wereldsteden.Activisten waarschuwden mensen op straat: “Als iets te mooi is om is om waar te zijn, is het dat ook.” Dissidenten riepen op onze ogen niet te geloven.Veel succes hadden deze enkelingen niet. Het fake news waardoor de massa alles voor waar aannam wat de leiders van China, Rusland en de VS beweerden, was veel geloofwaardiger dan de cynische werkelijkheid. Wie niet mee ging in de wereldwijde illusie werd opgepakt en afgeschilderd als een gek die geloofde in complottheorieën.Ik zag met lede ogen toe hoe online netwerken van verzet werden afgesneden van het internet. Ik weerstond de verleiding contact te zoeken met mogelijke medestanders. Het kwam er op aan uit de handen van de overheid te blijven en te wachten tot er Ufo’s in het buurt van mijn schuilplaats zouden verschijnen.   Ik wist dat die dag zou komen, en eindelijk kwam die dag. Ik zag mijn kans schoon. Vanuit mijn hutje in het Zoniënwoud kon ik met mijn telescoop vanop veilige afstand het toestel spotten dat een paar Ufo’s boven Brussel projecteerde. Ik wist perfect hoe die machines werkten; ik had er zelf de blauwdrukken voor getekend. Ik nam een GSM die bij geen enkele provider geregistreerd was en opende de app die ik voor dit doel geschreven had. Tot mijn grote vreugde bleek ik met het netwerk van de projector te kunnen connecteren.                                                               ***   Vergeet de Zapruder tape waarop de moord op Kennedy werd vastgelegd. Vergeet de iconisch geworden beelden van de Boeing 767 vliegtuigen die eerst de ene, dan de andere van de tweelingtorens doorboorden. Vergeet de filmpjes van het verschijnen van de Ufo’s bij de Aankomst. Die opnames verdwijnen allemaal in het niets vergeleken met wat de mensheid zag op de dag dat die imposante en machtige Ufo’s één voor één veranderden in reusachtige, maar onschuldige, zwevende, gele badeenden.  

Bruno Lowagie
32 0

Vorige levens

Nee daar ben ik niet van overtuigd, zei ik. Ze had me gevraagd naar mijn geloof in vorige levens. Ik was niet voor dat deel verleden naar haar gereden op een vrije dag, ik had een afspraak gemaakt om mijn familie op te stellen in de ruimte.  in de tijd. Vanuit mijn ervaringen, kennis, gedachten, en bijgevolg met alle beperkingen vandien. Maar het zou niet gaan over beperkingen, het zou gaan over mogelijkheden. Het bleek mogelijk om een deel van mijn bloedverwanten in haar kamer op te stellen. Toch was er ook plaats voor mijn levensgezel en voor een thema.  Zelfs twee.   Thema: veiligheid. Familie: vader.   Op een cirkelcormige mat van Ikea had ik mijn vader klaar gelegd.  Precies achter mij. Ik keek naar de grote Buddha, en zolang ik naar de houten figuur keek, kon ik mijn vader niet zien. Hij kon niet in mijn ogen kijken. Wij kenden geen verbondenheid.   De vrouw trad binnen in een vorig leven, leunde stoer tegen een muur, keek lichtjes arrogant op me neer. Zij werd man toen ze daar stond en wist zich geen identiteit te geven. Ik twijfelde amper aan zijn geloofwaardigheid. Hij had geleefd. Hij had een rol gespeeld in het leven van mijn vader, had op een gluiperige manier misbruik gemaakt van zijn kinderlijk vertrouwen. Mijn vaders openheid naar de wereld en zijn sluimerende seksualiteit werden bekeken met misprijzen. Mijn vader liet zijn hoofd hangen, de hals in een diepe plooi naar voren. Hij zocht gulzig en dorstig de schouder van zijn moeder, vond geen schoot waar hij geborgen en veilig mocht zijn. Boos werd hij. Boos! Maar hij strekte zijn hals en keek als een gluiperd rond, de belofte makend dat wraak ooit zoet zou smaken.   Ik keek in de ogen van de vrouw die in vorige levens geloofde, zag mijn vader en zijn spijt. Herinnerde mij hoe hij vaak onder mijn rokje keek. Ik zocht de Buddha, vond minder hout.  

Ingrid Strobbe
7 0