Zoeken

HET WEZEN

Inleiding Het wezen kwam uit een ander zonnestelsel, clandestien, een stofje tussen het vele gruis op de meteoriet. Zich nergens van bewust, levenloos, verstoken van elk greintje van intelligentie hing de spore aan de grote meteoriet en liet zich meevoeren. Tijd was van geen belang. In het ondoordringbaar harnas, beschermd tegen de ruimtekoude en de verzengende hitte van zonnevlammen kon het miljarden jaren meegaan. Het kende geen verleden en geen heden. Misschien kwam het nooit tot ontwikkeling…. De meteoriet raasde periodiek, onderworpen aan de wetten van de fysica, telkens dichter in een elliptische baan langs een aantrekkelijke blauwe planeet met een levenloze maan als satelliet. De aantrekkingskracht van de natuurlijke satelliet wijzigde om de 150 jaar de baan van de meteoriet. De aarde zong als een sirene om het grove ruimteschip met zijn passagier op de klippen te laten lopen. Terwijl de maan zich gedroeg als een jaloerse minnaar, om de klappen op te vangen als een boxer, flirtte de aarde met het koude hart van de ruimtesteen.   De wijze weet zonder te reizen, heeft inzicht zonder te kijken, bereikt iets zonder te handelen. Lao-Tse Chinees filosoof Leefde van: +/- 600 v.C.   In het jaar 2017 drong een verhitte meteoor door het dunne maagdenvlies van onze planeet en stortte uitgeput neer op de grond van de Vlaamse Ardennen. De comfortabele reis kwam voor de spore abrupt tot een einde in de klamme grond, waar het bleef branden als een kooltje. Langzaam werd de hitte afgegeven aan de koele aarde. Een sappige regen vormde een plasje rond de krater. De spore liet spontaan los om zich in de modder te wentelen. De regen doorweekte het harnas dat de spore zo lang in de ruimte had beschermd. Er verschenen scheuren in de doorweekte mantel. Binnenin de spore worstelde het wezen met het beschermend harnas. Nog onbewust van zijn leven reageerde het automatisch op de aanwezigheid van water. Het zoog zich vol met de van bacteriën vergeven water en voedingsstoffen uit de natte aarde. Er verscheen een zwart pluizig bolletje met een piepklein zuigmondje dat gulzig van het water dronk tot het drie keer zijn omvang kreeg. Toen bleef het hijgend in het water liggen als een levend pomponnetje. Doodmoe sloot het mondje zich af en dobberde slaperig op het kleine plasje. De wolken maakten plaats voor de vurige ster die wij de zon noemen. Het plasje droogde op en het wezen werd terug het zwart pluizig bolletje. Een zachte wind stuwde het op weg. Nu rolde het onwetend over de grond tot het zachtjes tegen een mierenhoop stuitte en tot stilstand kwam. Enkele mieren kwamen onmiddellijk het vreemde voorwerp inspecteren. Met hun antennes bepotelden ze hun vondst en gaven hun bevindingen door aan andere mieren. Er klonk een schril opgewonden geluid onder de insecten. Het lokte de werksters, soldaten en mieren van de kraamafdeling. Schijnbaar verrukt krioelden ze over en onder elkaar om hun vondst aan te raken. Plots hielden ze ermee op. Een onhoorbaar bevel bracht hen tot staan en de insecten ruimden plaats voor werkmieren. Omzichtig brachten enkele werkmieren het zwarte bolletje tot aan de ingang en rolden het voort door de gangen. De koningin vulde de hele kamer. Het enorme achterlijf duwde regelmatig eitjes naar buiten om door werkmieren voorzichtig naar de kraamkader te worden gebracht. Het pluizig bolletje werd tot aan de koningin gebracht. Eerbiedig trokken de werkmieren zich terug om de koningin alle plaats te geven. Aarzelend keek de koningin het vreemde voorwerp aan. Het rook verrukkelijk. Vol proteïnen en voedingsstoffen die haar kroost kon sterker maken. Met haar antennes streelde ze het alsof ze een luis zou melken, de kaken verwachtingsvol geopend om het zoete vocht te ontvangen. De druppel bleef achterwege. De koningin probeerde het nog eens met langzame weloverwogen bewegingen. Haar ogen bestudeerde het voorwerp in vele facetten, alert op enige beweging. Het zwarte bolletje bleef inert liggen. De koningin verloor haar geduld en trok het met haar voorpoten naar zich toe. Ze bekeek en betaste het voor de laatste keer en zette er plots haar kaken omheen. Het bolletje had een hard omhulsel ondanks het pluizig uiterlijk. Ze riep een soldaat die er mierenzuur op spuwde en wachtte nieuwsgierig af. De reactie kwam onmiddellijk. Als een opgekrulde rups ontrolde het zich. Het zuigmondje kwam tevoorschijn en verbrede zich tot een spleet vol spitsige tanden. Het wipte voorwaarts en beet in één hap de koningen haar hoofd eraf en werkte zich al etend naar het achterlijf waar de eitjes smakelijk werden verorbert. In de mierenkolonie ontstond ontreddering. Als kippen zonder kop krioelden ze over elkaar zonder besef. Zonder koningin om leiding te geven vielen ze terug op zichzelf met slechts één gedachte. Ze werden berooft van hun koningin en haar nakomelingen door iets vijandigs. Het zwarte ding moest weg, dood! De soldaten vielen aan met mierenzuur en trachtte met hun sterke kaken de vijand aan stukken te scheuren. Niets hielp en het ding viel prompt in slaap in de kamer van de koningin. Kleine klauwtjes waren vanuit het pomponnetje gegroeid en hadden zich vastgehaakt in de bodem. Ondanks het trekken, kauwen en spuwen van de mieren bleef het ongedeerd en… groeide. Groeide, duwde de wanden van de mierenhoop uit elkaar en viel elke mier aan. Na een half uur was het nest totaal uitgeroeid. Het wezen barste uit de ondergrondse gangen en ontpopte zienderogen tot een kleine versie van de uiteindelijke vorm. Het pluizige verdween, maakte plaats voor een schubbig wezen ter grootte van een kitten. De kleine klauwtjes, met duim, werden volwaardige poten, de spleetvormige mond kreeg schubachtige lippen waarachter een dubbele rij haaientanden schuil gingen en een lobbige mensentong. In het hoofd maakten een aantal schubben plaats voor twee ogen, blauw van kleur met een grote iris. Het wezen knipperde met zijn juist verworven ogen, keek om zich heen. Een grote vlammende schijf stond boven hem in een azuurblauwe hemel. Verwonderd keek het naar de zon tot het vlekken voor de ogen zag. Het wende het hoofd weg van het licht, keek naar de grond waar het op stond. Het voelde het zand warm tussen zijn klauwen schuren. Zette enkele passen.  ‘Dit voelt prettig aan.’ Eén enkele mier kroop verloren rond op de resten van het vroegere nest. Aandachtig volgde het wezen elke beweging van de mier. De antennes van de mier draaiden rusteloos in de richting van het wezen. Het wezen hield zijn kop scheef, luisterde naar de innerlijke stem van het groeiend bewustzijn.  ‘Je hebt zijn nest kapot gemaakt…’ Het wezen klauwde in het nest en zag voor het eerst het ingewikkelde gangenstelsel, de vernietigde kraamkamer en ervoer een schok.  ‘Ik heb zijn soortgenoten en nageslacht opgegeten!’ Voorzichtig plukte het wezen de mier van de grond en hield het voor de  hemelsblauwe ogen. De mier dook angstig in elkaar, bevroor ter plaatse. Het wezen liet het hoofd hangen, zette de mier op het vernielde nest. In de blauwe ogen schitterde intelligentie … begrip.  ‘Ik had honger, ik wist het toen nog niet… het spijt me.’ De mier hield op met rond krabbelen, luisterde naar een onhoorbare stem, toen kroop het in een van de holtes en verdween uit het zicht. Het wezen bleef verslagen kijken naar de verwoestingen, dekte vervolgens alles toe met wat zand. De honger knaagde… Op zoek naar voedsel stond het recht op de achterpoten. Waar het zand ophield, kleurde de grond anders. Heel veel anders in verschillende tinten strekte zich in alle richtingen uit, het reikte op vreemde, kromme vormen naar de hemel.  ‘Is het voedsel? Voedsel in overvloed!’ Het liep naar het anders, voelde eraan, rook eraan met de tong, nam een handvol en bracht het naar de mond. Het kauwde er op, voelde sappen in de mond komen. Als water met een andere smaak. Niet onprettig… het slikte, voelde het door de keel zakken tot in de maag. Het wezen werd onwel. Het gras werd terug naar de keel gestuwd en kwam met kracht uit de sterke kaken.  ‘Geen voedsel voor mij!’ besloot het. Het braakte moeizaam nog wat maagsappen uit, voelde zich slap, slecht.  ‘Geen prettig gevoel… werd niet ziek van kleine wezens.’ Het herinnerde zich de smaak, de structuur van de vorige maaltijd: de harde, knapperige wezens die hem hadden aangevallen en de zachtaardige, bleke, malse wezens waarop hij niet eens moest kauwen. Die waren het lekkerst, het meeste voedzaam. Het kende de naam niet van de stof waaruit ze bestonden, wezens die deze eigenschappen hadden waren voedsel voor hem. De wezens die hij had opgegeten hadden weinig intelligentie maar toch had hij de woede en het verdriet van de wezens waargenomen.  ‘Doden om te eten!’ Het schudde onwillig het hoofd, in dilemma. Honger nam terug de overhand.  ‘Dode wezens eten, niet doden.’ Het ging op zoek naar kadavers.

Fanny Vercammen
0 0

Présence is alles

  ‘Josh een thee citroen en een Bud Weiser.’   Nathan haalt enkele dollarbiljetten uit zijn binnenzak en schuift deze naar voor op de bar. Gillian grimast, dat doet hij altijd, meteen betalen bij het bestellen. Dat staat niet, vindt ze, je betaalt als je je bestelling hebt gekregen. Nathan wuift haar argument elke keer weg. ‘De laatste keer dat Josh zijn prijzen heeft aangepast, dateert van voor de geboorte van Keiran, Gillian lief.’ Hun jongste zoon is vijftien, dat weet Gillian ook.   ‘En geef de vriendelijk man daar ook iets van me.’   Ook dat doet hij keer op keer. Die vriendelijke man daar is hun boekhouder, Frank. Hij zit hier bijna elke avond rond hetzelfde uur. Net als wij, zucht Gillian in zichzelf. Toch blijft Nathan Frank ‘die vriendelijk man’ noemen. Gillian vindt Frank een norse goedkope sigarettenlurker. Maar ze zijn in gezelschap en dan moet je iedereen vriendelijk vinden. ‘Présence is alles Gillian liefje.’ Ze vindt présence een dure uitspraak. Schone schijn gaat meer op voor haar. Want dat is hetgeen waar Nathan en zij voor leven. Voor zijn schone schijn die hij wil dat zij ophoudt. ‘Maar voor de rest geen probleem hé Gillian liefje.’ Meer dan glimlachen kan ze niet telkens ze dat te horen krijgt.   ‘Heb je nog iets van je neef gehoord, Josh?’   Josh zet hun drankjes voor hen neer. Hij krabt in zijn haren, plaatst zijn witte mutsje weer op zijn hoofd en zucht. Daar gaan we weer, denkt Gillian. Josh’ neef is marinepiloot en ingezet na de aanval op Pearl Harbor. De berichten over de mans welzijn komen maar sporadisch en dat baart Josh’ familie zorgen. Gillian vindt dat ook erg en als het gesprek alleen daarover zou gaan, zou het ok zijn. Het gaat telkens veel verder dan dat, naar politiek en vooral gezeik op Roosevelt. Hoe dit alles zijn schuld is, beweren Nathan en Josh. Gillian is daar niet akkoord mee, Roosevelt is een briljant strateeg voor haar. Maar ze zwijgt. ‘Jij moet je niet met politiek inlaten Gillian liefje,’ zegt Nathan dan.   Dus hier zit ze dan, mooi te wezen. Vrouw aan zijn zij spelen. Zo nu en dan nipt ze van haar enige thee. ‘Het is crisis Gillian liefje,’ zegt Nathan als hij zijn vierde Bud Weiser bestelt. Straks, rond drie uur, gaan ze naar huis. Nathan straalbezopen, Gillian hem rechthoudend. Vriendelijk lachen, en vooral er voor zorgen dat hij niet de hele buurt wakker houdt met zijn gelal.   ‘Présence is alles Gillian liefje.’    

't Achterlicht
0 0

Ik roep graag

Ik roep graag, het zal iets zijn dat zo eigen is aan mijn roots. Wat wortelen betekent in het Engels. Onbewust wel hoor, ik kan er met momenten niets aandoen dat ik mijn stem meermaals per dag verhef. Niet dat ik in het middelpunt der belangstelling wil staan... Ach kom, ik sta er al in. De wereld draait rond de essentiële Bart van Vlaanderen en niet andersom. Statement.   Laat ik er verdomse maar mijn best voor doen om te blijven roepen. Ik zou liegen mocht ik het moeilijk hebben om niet te roepen. Het zijn de gillende tienermeisjes die wild staan van Justin Bieber, de generatie nu die los gaat als Boef eens komt optreden tijdens de “Schuimfuif” in Asse-Ter-Heide. Ik zou ook roepen hoer, euhm hoor. Roepen van het lachen. Mensen zijn altijd zo snel vermaakt geweest door iets dat zo een momentopname is. Zo roep ik heel vaak tegen vrouwelijke machines. Zeer raar... Niet het roepen tegen een emmer, dweil, wasmachine, droogkast, ... Maar ik heb precies een nostalgische tijd geweten waarin die vrouwelijke machines pur sang gwn hun ding deden. De emmer haar taak bestond er in zich te laten vol lopen met warm water, om er vervolgens zelf zeepsop in te doen. De dweil die me rustig en beheerst kwam wakker maken omdat ik vroeger wel eens een ochtendhumeur had ipv erectie, kuiste beheerst mijn penthouse hier in Oelegem. Verwend.   Zeker! Ik zou graag bijvoorbeeld snoepen van spruiten als liefde zich kwam moeien in mijn leven. Jammer dat ik vroeger zo verwend ben geweest door ouderlief om mij op culinair niveau steeds mijn zin te geven. Comfortzone.   Maar ik ben er wel uitgekropen, langzaam. Maar toch. Hier ben ik dan. Ik mag nog steeds geen spruitjes. Maar tijd heeft me geleerd dat er geen plaats is om achteruit te kijken. Ook niet als ik eens geprobeerd heb om ananas te laten smaken naar spruiten. Feiten.   Mijn x-ray ogen zijn een geschenk van weet ik wie... Maar ik heb ze gekregen, en benut. Ik kijk door mensen heen. Maar ook door mezelf. Als ik mij een score mocht geven op zelfkennis gaf ik mij een 11 op 10 ... Want 12 op 10 is overdreven. Ooh wacht, dan geef ik me wel snel 13 op 10. Besef.   Ik besef alles maar al te goed, wat de vooroordelen van mezelf naar mensen zijn en wederzijds naar mezelf toe. Als ik mensen zou horen zeggen van... “Daar, kijk dan? Kijk dan zeg ik u! Het is hem! Hij, Bart De Zot die het woord zot nog verkeerd zou schrijven om zijn statement duidelijk te maken!” Dan zou ik er nog een schepje bovenop doen... Ik zou de nar van het volk willen zijn op dat moment, maar kom ik hoef niet meer te roepen tegen dove mensen. Mijn zwart kantje hoeft niet meer tegen mij te fluisteren dat het graag zou hebben dat ik vertrek wnr het licht aangaat in de slaapkamer. Roepen.   Ik roep liever “Het is best oké Bartje!!! Alles zal altijd beter kunnen!!! Maar hey?!?!? Het is oké!!! Echt...”

Bart Van de Peer
24 0

Debby Rohypnol

Namen, ik heb er al een heel verhaal voor klaar staan. Ik beschik over een speciale gave... Eerst en vooral, snel een boom in huis halen. Want je kan u al zeker gaan vasthouden aan de takken van de bomen. Ik kan namelijk iemand zijn levensverhaal beknopt samenvatten door nog maar gwn de naam te weten van de persoon in kwestie. David Copperfield heb ik zo eens liggen gehad door te zeggen dat hij graag vlinders gaat tellen in het park op woensdag. Dat hij aambeien heeft gehad op zijn 13de is een bijzaak, voor mij. Jammer dat die tovenaar geen zicht ter plaatse kon toveren want hij had het niet zien aankomen. Stevie Wonder wist ik ook eens omver te blazen door te vermoeden dat hij kleurenblind was.   Zo wist iemand mij eens te vertellen dat er een zekere “Yves” bestaat. Nu op zich is daar niets mis met. Maar ik kreeg het gevoel dat mensen stonden te popelen om beroep te doen op mijn gave. Ik vroeg nog even naar de leeftijd van onze Yves. Het bleek te gaan om een 17jarige. Nu dat geeft het verhaal wel een compleet andere twist! Wilt dus zeggen dat er blijkbaar ouders zijn geweest die hun kind in het jaar 2000 de naam “Yves” hebben geschonken. “Moord! Verbrand de heks! We gaan met zen allen klagen in Jeruzalem!”... Ik hoor het jullie al wel zeggen. Kan ook moeilijk anders, als het jaar 2000 is en je beslist om uw kind “Yves” te noemen dan scheelt er iets. Dan ben je volgens Van Dale de definitie van een egoïst. Dan hecht je weinig tot geen waarde aan wat een naam allemaal te weeg kan brengen. En al zeker niet als ik me even kom moeien. Yves bleek zo een typisch bekakt ventje te zijn van Schilde, zijn vader is rijk geworden door het concept van zijn handige meeneembox voor bananen te verkopen aan Chinese zakenlui die dachten een gat in de markt gevonden te hebben.   Vroeger, toen ik nog meedeed voor de prijzen bij het ponykamp in Hulshout. Waren er ook zo van die namen waarvan ik wist dat er alleen maar problemen van gingen komen. Sharon De Luchtballon en haar moeder Debby Roodhoofd. Toen ik op het ponykamp dus die namen hoorden vallen uit de boom waar de mensen zich aan vast klampten, nam ik even de tijd om ze te ontleden. Sharon De Luchtballon was volgens mij een vrouw van 23jaar die haar onzekerheid verstopte door een wild en vuil seksleven te leiden. Ze genoot ervan dat je scheten in haar gezicht vuurde. Ze had ook een voetfetisj, tijdens de seks zou ze haar comfy socks uitdoen en de jongen in kwestie verplichten er aan te ruiken om vervolgens de mannelijke lading te ontvangen op haar opgezwollen voetjes. Haar moeder Debby had een kapsalon, zij was zo iemand van 51jaar die zich nog altijd kleed alsof ze 20jaar jong is. Debby is tevens de beste vriendin van Sharon, elke 3de zaterdag van de maand staat in teken van quality-time door samen te gaan eten in de Lunch Garden... En later eens lekker scheef te gaan op biertjes voor zwangere vrouwen zoals Mazout en Spavla in de discotheek “Millenium” te Herselt.   Ik ben zo eens verzeild geraakt in de kroeg “Den dove Emiel”. Cois Busquero had sinds de dood van zijn vader Emiel het café overgenomen. Pinten kosten daar 3 Hulshoutse Kronen. Na de dressuur waar ik trouwens uitblonk in het behalen van de zuipbeker ging ik mijn overwinning vieren bij Coiske. Sociaal aangelegd als ik ben begon ik te praten met de zoon van dove Emiel. Toeval of niet, ik beschouw het eerder als het lot dat een overval pleegde op mij... Enkele staminees waren uitgebreid aan het roddelen over de avonturen van Debby Roodhoofd en Sharon De Luchtballon. Het viel me op dat mijn gave resulteerde in de gevreesde waarheid. Geruchten die Sharon zelf rond bazuinde werden steevast de grond ingeboord door die zatlappen daar. Zo zou ze eens gezegd hebben dat ze goed met kinderen overweg kon toen ze arme Norbert aan het versieren was... De iets wat introverte jongeman stond er samen met zijn zoon alleen voor toen zijn vrouw hem had verlaten voor geen reden. Sharon De Luchtballon haalde als referentie aan dat ze nog als jobstudent had gewerkt in de binnenspeeltuin “De Kikker” ... Norbert was verbitterd en tevens op zijn hoede, zijn antwoord mocht er zeker zijn. “Als wat dan? Als springkasteel voor die bengels?! Als ge liever hebt dat ik ineens scheten in uw gezicht blaas moet je dat gwn zeggen Sharon. Ik bijt niet, ik hijg enkel in uw oren als ik mijn ogen sluit en aan mijn ex denk. Ik heb hier geen intentie om u te versieren met een bon van €60 voor de Primark zoals Ronald dat vorige week deed.”   Coiske moeide zich ook in het geroddel, hij wist me te vertellen dat Debby Roodhoofd zichzelf nog steeds bejubelde na het behalen van de 4de plaats in “Komen eten” 5jaar geleden... Debby dacht met haar zelfgedraaide garnaalkroketten indruk te maken op Frans Bauer, Sam Gooris, en Lindsay De Bolle. Niet dus. De foto’s van haar “5 minutes of fame” zorgen voor een vicieuze cirkel van gezever als mensen daar hun haar laten doen. Dat Debby wel eens overwinningen van Sharon wist te ontfutselen is geen geheim meer. Bij café “Den dove Emiel” heeft iedereen wel eens op moeder en/of dochter aan het touteren geweest. Zelfs Coiske... “Debby Roodhoofd zegt mij niks? Maar Debby Rohypnol? Geeft ze 3mazouten en ge zit in haare nol! Wel...”   Het is wat het is. Een naam zegt meestal meer dan het verhaal dat er aan vast hangt.   “Wordt het eens geen tijd dat je een podium gaat betreden Bartje?”

Bart Van de Peer
51 0

"Van de Pertotal, autoverzekeringen. Aangenaam."

De autostrade, ooit een weg voor auto’s die beschikten over primitieve en oerdegelijke chauffeurs. Zo primitief en oerdegelijk dat ze zelfs het gaspedaal beheerst durfden plat trappen om 120km per uur te halen. Dezer dagen is het anders, mensen kunnen met hun gepersonaliseerde rolstoel niet meer zo uit de voeten als de nostalgische tijd van weleer... Ik? ... Ik ben een geestelijke agressor in het verkeer. Ik ben omringd door debielen als ik me nog maar op de baan begeef. Het gedrag van mensen in het dagelijkse leven valt af te lezen in het verkeer. Ik kan niet alleen van namen al weten wat de personen in kwestie hun lievelingseten is, als ik op de baan ben dan is het hel. En al die stresserende mensen rondom zijn de obstakels om mijn eindbestemming te bereiken. Janneke en Kutmieke die het nodig achten om op de autostrade 90 te rijden op het linkervak zijn in het dagelijkse leven al even bekrompen en bekakt door hoogstwaarschijnlijk te kijken naar VTM ipv ÉÉN. Te luisteren naar Clouseau ipv Tourist LeMC. Glutenvrij meergranen brood van tante Sonja Kimpen naar binnen te proppen ipv ontbijt over te slaan zoals ik het doe. Fuck off, bende gepamperde zeikers. Al een geluk kan jullie TV niet spreken naar welke rotzooi jullie kijken. Hemel en regenboog zouden weleens plots op jullie hoofd kunnen vallen. Stel u voor.   Als het al niet erg genoeg kon zijn reed ik zo eens naar huis, voor mij op de autostrade reed natuurlijk zo een kwakzalver die niets van de wereld kent. Kan ook moeilijk anders als hij geen ramen heeft in de kelder waar hij rauw patatten elke dag ligt te eten. Meneer de kwakzalver was dus verblind door het licht waar hij met te maken had onderweg. Kwakkie de zalver moest uitwijken voor een brokstuk. Ik had natuurlijk de ongewilde eer om eendracht vooruit over het bewuste brokstuk te rijden. Geen ramp, er zijn erger dingen. Zoals een motivatieboekje met foto’s van bootvluchtelingen. Ben zowel ik, als de jongens in de bootjes enkele 1000den kilometers verder niets met... Maar toch. Momentopnames. Ik kak in mijn broek als ik er nog maar aan durf denken. Shit. Te laat.   Enkele dagen later volgde het verdict in de garage. Een nieuwe beschermplaat moest worden besteld mijn bolide. €159,74 is geen geld voor een garage. Voor mij wel... Maar dat is bijzaak. Ik werd er ingeluisd door te denken dat ik een gouden zaak had gedaan om €159,74 te besteden aan een beschermplaat. “Aaah doe me maar snel twee van die platen toppertje.” Het had een leuk sarcastisch antwoord kunnen zijn, maar ik kan het beter houden om het hier neer te pennen.   Alsof het niet nog erger kon zijn, bestaat er geen verzekering voor debielen op de baan die mij schade berokkenen door gwn nog maar te bestaan. Triest is het. Ook in het leven zoals het is bestaat er geen verzekering die mij int zak kan zetten, ik moet mij er zelf zien uit te redden. Janneke en Kutmieke.   Deze culthelden van een nog groter boerengat als Oelegem hadden de eer opgemerkt te worden door mij toen ik deze morgend de Gazet Van Antwerpen las bij mijn ouders. Of het woord “geboortebeperking” als een West-Vlaams dialect beschouwd kan worden door hen? Dan is hun verhaal nog triester als die €159,74 die ik moest ophoesten.   Hun zoon Senne, besloot om op 7jarige leeftijd een meisje te willen zijn. Over transgenders en heel het relaas wil ik mijn ei niet kwijt. Wel over de ouders. Janneke en Kutmieke vonden het zozeer nodig om de ironische wereld van hun zoon als realiteit te laten uitkomen. Want geef toe? Op 7jarige leeftijd wist ik ook al wel wat ik met mijn leven ging doen hoor. 7jarigen zijn de fundamenten van de samenleving die als zeepbel wordt uitgedrukt bij die bende marginalen. In ieder geval, Senne wilt Sanne worden. Over de naam viel dan weer niet te discussiëren omdat Janneke en Kutmieke reeds een tattoo hadden op hun arm met de naam Senne. En om deze nog te kunnen laten omtoveren naar Ariëtte.... “Dat had moeilijk geweest, Sanne.”   Wel Senne, ik had graag een vrouw willen zijn om u eens deftig een paar kinderkletsen te verkopen voor €159,74. Of je nu een jongen of een meisje wilt zijn, geef gwn toe dat je een klein dik rotverwend eikeltje bent die alles krijgt in het leven wat je maar wilt. Behalve die nieuwe CD van Jebroer voor kerstmis omdat het budget net is opgegaan naar die tattoo van uw mama en papa. Essentieel.   “Voor uw kind? Daar doe je toch alles voor...”   Ik heb een verzekeringskantoor.   “Van de Pertotal, autoverzekeringen. Voor uw glimlach? Daar ga ik voor.”

Bart Van de Peer
0 0

Het logboek van Joeri Primakov, kosmonaut aan boord van het ruimtestation MIR (deel 12)

Zaterdag, 17 maart 2012               Feest aan boord van de Doerak, dus geen verslag vandaag!   Moge God mij genadig zijn.   Joeri Primakov, kosmonaut     Zondag, 18 maart 2012   Gisteren was ik ladderzat, en ben ik (bekleed met het Enterprise-kostuum en de Spock-oren) per ongeluk in het bubbelbad gesukkeld. Ik weet niet meer precies wat ik alle-maal uitgestoken heb, maar die CD van Laura Flynn valt best wel te pruimen als je ferm gezopen hebt! Volgens de gegevens op mijn boordcomputer loste ik enkele schoten met mijn laser-kanon en blijkbaar heb ik iets organisch geraakt, want er kleven kleine bloedklonters aan mijn koplampen. Gebruik makend van de mechanische grijparm nam ik er een staaltje van, dat ik voor verdere analyse aan het automatische lab van de Doerak gegeven heb; de resultaten volgen eerstdaags.   Uiteraard is het niet mijn bedoeling hier ter plaatse te blijven treuzelen en denk ik er sterk aan om binnenkort koers te zetten naar Sirius. De aarde is jammer genoeg geen optie, want daar word ik toch maar door een horde advocaten opgewacht en ik heb absoluut geen zin in een publieke vernedering! Het is jammer voor mijn moeder, maar het zij zo.   Moge God mij genadig zijn.   Joeri Primakov, kosmonaut     Maandag, 19 maart 2012   Ik heb vanmorgen de onverstandige beslissing genomen om enkele van die drank-pralines als ontbijt te nuttigen, waardoor ik opnieuw strontzat ben! Telkens ik gedronken heb, ontstaat bij mij de onweerstaanbare drang om met mijn laserkanon te gaan schieten. Ik heb daarnet nog een paar nierstenen verpulverd, en ook het porseleinen zeeppompje (dat hier plots voorbijvloog) kende al beter tijden. Dit is natuurlijk niet gunstig met betrekking tot mijn overlevingskansen en ik zal me dringend moeten herpakken, als ik heelhuids in het Siriusstelsel wil geraken. Interstellaire ruimtereizen op automatische piloot lijken op het eerste zicht misschien makkelijk, maar er wordt wel degelijk een grote concentratie vereist bij het invoeren van de juiste coördinaten; ik wil immers niet in een zwart gat belanden!   Moge God mij genadig zijn.   Joeri Primakov, kosmonaut  

Vince
0 1

Het logboek van Joeri Primakov, kosmonaut aan boord van het ruimtestation MIR (deel 11)

Donderdag, 15 maart 2012   Vanmorgen heb ik iets heel merkwaardigs onder mijn stoel gevonden. Het ging om een metalen koffertje (waarschijnlijk achtergelaten door kosmonaut Flimout), waarin drie dingen zaten: een CD van een zekere Laura Flynn, een grote doos drankpralines (die de vorm van een plassend ventje hebben!) en een klein Chinees instructieboekje met be-trekking tot de Doerak. Dit houdt in dat deze capsule misschien wel tot meer in staat is, dan ik voor mogelijk hield. Gelukkig heb ik een zeer gedegen kennis van het Chinees, dat trouwens véél makkelijker is dan het Nederlands!   Moge God mij genadig zijn.   Joeri Primakov, kosmonaut     Vrijdag, 16 maart 2012   Dat Chinese boekje is erg leerrijk en doet me vermoeden dat de maker van deze Doerak een hele grote Star Trek-fan was. Het bevat namelijk een klein sleuteltje, dat toegang verschaft tot de verborgen vestiaire met het exclusieve Enterprise-kostuum. Bovendien zitten er twee valse Spock-oren als bladwijzers tussen de pagina's geklemd, wat ook kan tellen als hint! Volgens de info waar ik momenteel over beschik, kan deze mini-capsule de interstellaire ruimte razendsnel verkennen en ook planeetlandingen liggen binnen haar mogelijkheden. Vooral de automatische piloot op WARP-snelheid biedt heel wat perspectieven, schijnbaar komt er dan een heuse draaiende discobol vanuit het plafond naar beneden; van hoogtechnologie gesproken, zeg! De constructeur heeft zich bij de bekleding van deze mini-capsule werkelijk overtroffen. Niet alleen is er een controlepaneel aanwezig waarmee ik het laserkanon/de home cinema kan activeren, onder het vibrerende bed blijkt ook een heet bubbelbad te zitten, en achter het staatsportret van Poetin zou er zich zelfs een luxueuze champagnebar be-vinden! Te zien aan de inventaris van de aanwezige stock, hebben we het hier duidelijk niet over die goedkope brol van den Oldi!   Moge God mij genadig zijn.   Joeri Primakov, kosmonaut  

Vince
0 0

Parijs

Ik weet hoe je stem klinkt. Een warm timbre, met een Oost-Vlaamse tongval gemaskeerd door je vele omzwervingen naar Noorwegen, Nederland, Antwerpen, Parijs. Geperfectioneerd door dictielessen, voordrachten en practica. Ik weet hoe je stem klinkt. Niet door de gesprekken die we hadden, neen, die voerden we enkel in mijn hoofd. Het enige wat ik ooit over mijn lippen kreeg was de vraag om een blaadje papier, toen ik eindelijk naast je durfde te zitten tijdens de les Communicatiewetenschap in de Universiteitsstraat. Je zit voor het eerst in weken alleen en ik zie mijn kans schoon. In een nagenoeg volle aula zou het niet opvallen hoe hartstochtelijk ik had uitgekeken naar dit moment. Ik recht mijn voorovergebogen schouders, wandel tien treden naar beneden, klap gezwind het houten stoeltje naar beneden en zet mijn okerkleurige tas erop, die ik nog zelf bestikte met knopen uit mijn moeders naaikoffer. Het stoeltje schiet terug naar boven en mijn tas blijft steken tussen de rugleuning en het zitgedeelte. Onhandig frunnik ik aan de tas. Jij glimlacht meewarrig en trekt het klapstoeltje naar beneden. “Dank je,” prevel ik. Het hoofd van onze vakgroep daalt over de trappen naar beneden en neemt plaats op het verhoogje vooraan. De prof met kort, blond gemècht haar draagt een knalgeel broekpak waar ze zelf om lacht. Haar stem klinkt strak, haar humor vals en ze trekt haar neus op wanneer ze je persoonlijk aanspreekt. Ik mag haar niet, maar ben dankbaar dat ze de les aanvat. Mijn zelfvertrouwen is samen met mijn olijfkleurige tas blijven steken tussen de klapstoel. Ik noteer naarstig wat de prof declameert. Verdwijn tussen mijn pen en notitieblok. Ik pen zo ijverig dat ik de laatste drie velletjes van mijn notablok volledig volkrabbel. Ik twijfel. Hoor niet meer wat ze reciteert. Wanneer het woord “examen” valt en heel de aula ritselt van pen en papier, staat mijn hoofd op ontploffen. Mijn laatste hoopje moed bijeenscharrelen en je aanspreken, of zo miniscuul mogelijk proberen schrijven in de marge van mijn overvolle blad. Jij ziet mijn pen boven mijn blad dansen en draait je hoofd een kwartslag. Kijkt me met je reebruine ogen ontwapenend aan. Die reebruine ogen waarin ik verdrink en die mijn tong zo droog als leer maken; mijn tenen doen tintelen. Het is nog erger dan in de boekjes. “Mag ik een blad van je lenen?”, fluister ik. Ik ben twintig, maar mijn stem klinkt als een vijftienjarig puberjongetje. Jij scheurt een bruinig ecovelletje van je notablok. Onze vingertoppen raken elkaar wanneer je me het blad overhandigt. Mijn maag krimpt, mijn hart ontploft, mijn longen barsten. De les loopt naar zijn einde en ik gris mijn spullen bij elkaar. Ik kan niet snel genoeg weglopen. De aula uit, de trappen af, mijn fiets op. Beukend op de pedalen jakker ik de Veldstraat in en knal ei zo na een shoppende voetganger omver. Zweet en tranen glimmen op mijn wangen. Ze proeven zout. Ik weet hoe je stem klinkt. Niet door de gesprekken die we hadden, neen, die voerden we enkel in mijn hoofd. Ik ken ze van de promofilmpjes voor je doctoraat en je filmbesprekingen voor Canvas, waarin je met zachte woorden passioneel je liefde voor film uiteenzet. Ik ken ze van je voordracht voor De Buren, waar je trots je zelfgeschreven tekst over Parijs en de jaarlijkse reis met je ouders over de Route de Soleil voorleest. Ik ken ze van je boekvoorstelling, waar ik, spiedend over de fluweelrode zetels, je lippen minutieus in de gaten hield. Ik weet hoe je stem klinkt. Maar jij, weet jij nog wie ik ben?

het stille meisje
0 0

Het logboek van Joeri Primakov, kosmonaut aan boord van het ruimtestation MIR (deel 10)

Maandag, 12 maart 2012   Vandaag sprak ik voor de laatste keer met de basis. Ze hebben me ontslagen en wat hen betreft mag ik hier wegrotten. In tijden van nood kent men zijn vrienden! Gelukkig heb ik recht op een uitkering en moet ik daar (dankzij die communistische trut) geen stempeltje meer voor gaan halen!   Moge God mij genadig zijn.   Joeri Primakov, kosmonaut     Dinsdag, 13 maart 2012   Niets noemenswaardigs te vermelden, buiten het feit dat ik (net voorbij de maan) geflitst ben.   Moge God mij genadig zijn.   Joeri Primakov, kosmonaut     Woensdag, 14 maart 2012   Ik heb opnieuw een érg saaie dag achter de rug, laat staan dat ik nog weet welke dag het precies is. Vanmorgen zag ik een handdoek met het KGB-logo rondvliegen en ook mijn GSM moet hier ergens in de buurt zijn, want daarnet hoorde ik mijn ringtone (een huilende Chewbacca) doorheen het heelal weerklinken. Bij de aankoop van die Nokia werd me verteld dat je de maximale geluidsstand tot ver buiten de aardse sferen zou kunnen horen, wat ik nu enkel maar bevestigen kan.   Misschien was het Mariska, of mijn moeder ... Het valt te betwijfelen, want de eerste ligt in de armen van mijn baas en de tweede draait altijd het verkeerde nummer als ze me wil telefoneren. Ik heb tot op één cijfer hetzelfde nummer als Madame Blavatski, en als die wordt opgebeld, ben je gegaran-deerd enkele uren, dagen of zelfs weken kwijt!   Mij lijkt de tijd bijna rijp om het hier af te trappen, want de Doerak wordt constant door zware zonnewinden bestookt. Niet echt onoverkomelijk, ware het niet dat die heel erg kunnen stinken! Dit rudimentaire toestel naar aromatischere oorden loodsen, wordt (gezien mijn beperkte technische kennis) hoogstwaarschijnlijk een helse karwei. Mijn enige hoop ligt erin een inactief ruimtestation tegen te komen, dat deze capsule kan herbergen; niet zo onrealistisch, aangezien we hier de laatste jaren toch immens veel schroot gedumpt hebben!   Moge God mij genadig zijn.   Joeri Primakov, kosmonaut  

Vince
0 0

Het logboek van Joeri Primakov, kosmonaut aan boord van het ruimtestation MIR (deel 9)

Zondag, 11 maart 2012   De laatste dagen ben ik door een heuse mentale hel gegaan, waardoor het voor mij onmogelijk was om verslagen te schrijven.   Ik bevind me nog altijd aan boord van de Doerak en ben op weg naar de asteroïden-gordel; een hachelijke onderneming, met een onvoorspelbaar resultaat! De basis heeft me de voorbije dagen enkele keren opgebeld, maar tot op heden is daar nog niets uit voortgekomen. Ik ben zelfs geschokt, vast te moeten stellen dat er nog geen enkele hulpactie opgezet is en het ziet er niet naar uit dat daar direct verandering in zal komen! Vooral omtrent de schuldvraag met betrekking tot het falen van deze missie, is een hartig woordje gesproken. De internationale pers heeft nu immers ook zijn tanden in deze zaak gezet, dus moet er een zondebok gevonden worden! Het lijkt er sterk op dat ik die twijfelachtige eer toebedeeld zal krijgen, aangezien gebleken is dat mijn perceptie van de feiten niet helemaal met de werkelijkheid overeenstemde ...   Die dreigende rode gaswolk boven Rusland, was eigenlijk niets meer dan een ongeluk-kig voorval tijdens de wedstrijd van Lokomotiv tegen Zoelte (die we trouwens zwaar verloren hebben). Het bagage-compartiment van de Belgische supportersbus (vooral met kranige oudjes gevuld) bevatte blijkbaar een immense hoeveelheid Bengaals vuur-werk en uiteindelijk is het hele boeltje de lucht in gevlogen! Naar het schijnt heeft het daarna nog dagen oude wijven geregend in Moskou!   De aanvaring met de satelliet is ook ter sprake gekomen en ik zal daar (binnen niet afzienbare tijd) schijnbaar drie dagvaardingen voor ontvangen; enerzijds van Proxirus, voor intentionele beschadiging van privé-eigendom (zijnde hun satelliet), anderzijds van de Russische staat, voor opzettelijke vernietiging van staatseigendom (zijnde de MIR) en tenslotte ook nog één van Poetin himself, voor het sluikstorten van een urinoir met zijn portret in de kosmos.   De pre-selecties van Eurosong zijn eveneens achter de rug, en uiteindelijk niet door Tattoe gewonnen. Bovendien bemannen die twee meiden nu mijn kamer in de militaire academie van Siberië, omdat ze het gewaagd hebben elkaar te tongzoenen op het po-dium (wat de jury kennelijk niet zinde).   De storing in de elektronische systemen van de MIR, waar alle ellende mee begon, werd eigenlijk veroorzaakt op de basis; een gegeven dat gegarandeerd in KGB-archieven zal verdwijnen! De nieuwe poetsvrouw (en tevens maîtresse van de baas) heeft per ongeluk enkel vitale kabels beschadigd met haar KGB-boenmachine. Het is echt betreurenswaardig dat ik door de stommiteit van een poetsvrouw zo goed als zeker ten dode ben opgeschreven, maar het werkelijke drama voltrok zich toen ik haar naam vernam: Mariska Poljakov.   Mijn Mariska!   Moge God mij genadig zijn.   Joeri Primakov, kosmonaut  

Vince
0 0

S/M FANS

  Ik ken de T-shirtman al lang. We waren allebei veertien toen ik hem voor het eerst ontmoette. In die tijd had je Dylan-fans en Andy Warhol-fans. De Dylan-fans troepten samen in de jeugdclub waar de studenten van het college de hoofdmoot vormden. Ze hadden de jeugdwerking schitterend uitgebouwd, voortkomend uit een jeugdbeweging die nogal Vlaams-nationaal geïnspireerd was. De jeugdclub werd het nieuwe avontuur. Destijds werden de jeugdsubsidies naar aloude Vlaamse traditie geïnvesteerd in beton, maar niet in ons stadje. Daar ging de subsidie voornamelijk naar optredens, gesprekken en feestjes. In die kleine ruimte, waar veertig man al een vol huis betekende, zag ik artiesten die in grote steden in enorme zalen stonden: van Filip Van Luchene en de piepjonge Johan Verminnen tot Alfred den Ouden. Op die plek werden de intellectuelen van ons stadje gevormd. Daarnaast was er nog een andere club, waar de Andy Warhol-adepten zich verzamelden. En daar liep hij: in glitter, op hoge plateauschoenen en met een schare bewonderaars om zich heen. Het was liefde op het eerste gezicht. Maar ik verhuisde. We gingen elk onze eigen weg, elk onze eigen demonen bestrijden. Enkele jaren later zagen we elkaar terug op de trein. In die oertijd van de rock-'n-roll was hij tot de conclusie gekomen dat de Engelse teksten begrijpelijk gemaakt moesten worden. Hij had de teksten vertaald, massaal gekopieerd en verkocht tijdens optredens – met enorm succes. Ik vond het geniaal. Maar opnieuw gingen onze wegen uiteen; we zagen elkaar slechts sporadisch. De vertaalde teksten werden posters. Na een tijdje werd hij lid van de groepjes jongeren die over het Europese vasteland naar de grote optredens in de steden trokken, in het kielzog van een troep marktkramers. Ik ging mee naar David Bowie in Ahoy Rotterdam, naar Genesis in Göteborg… Jarenlang zag ik hem daarna niet meer. Op een zeker moment verruilde hij zijn zwerversbestaan voor een winkeltje. Dat werden er twee, drie, en uiteindelijk een keten van supermarkten. Soms nam hij me mee op restaurant en dan betaalde hij mijn drankjes. Op een dag stond hij voor de deur van de galerie van Theo. Theo was 25 jaar lang mede-eigenaar geweest van een hotel waar zowel gekroonde als ongekroonde hoofden logeerden. Op een gegeven moment was hij al die luxe beu en wilde hij een buurtgalerie runnen. Ik werd zijn hulpje. Theo was een zeer boeiend man, maar ook bijzonder koppig. Toen mijn vroegere vriend me vroeg of zijn huidige vriendje een kans kon krijgen in de galerie, wist ik dat er onweer op komst was. "Ik zal zien wat ik kan doen," mompelde ik. Theo kon mij die gunst niet weigeren, omdat ik hem al die tijd belangeloos had geholpen. Zwaar tegen zijn zin ging hij akkoord. "Laten we alles bespreken op restaurant," zei mijn vroegere vriend. "Ik wil je wel op enkele moeilijkheden wijzen," zei ik hem. "De vriend van de galeriehouder heeft de laatste tijd de neiging om straalbezopen op recepties te verschijnen; hij gaat zelfs geregeld op de vuist. Ze hebben zware ruzies. Bovendien is er een probleem met de verlichting; de kans bestaat dat de stroom uitvalt."Hij keek me wanhopig aan. Zijn vriendje zou niet tevreden zijn. "Heb je dan geen oplossing? Maar zeg er niets over tegen hem.""Voor het eerste probleem heb ik een ex-Belgisch kampioen gevechtssporten," zei ik. "Hij ziet er frêle uit en probeert ieder conflict eerst met woorden op te lossen, maar wanneer woorden tekortschieten, kan hij elk probleem aan. Wat het tweede punt betreft: huur een generator, die kan iedere stroompanne aan.""Je doet maar," zei hij, "na het evenement neem je contact op. Ik zal alle onkosten terugbetalen. En bovendien: als je goesting hebt, open ik een galerie in Gent. Een appartementje met uitzicht op het water en zestig duizend 'frankskes' in de maand... als je wilt?"Het evenement werd niet verstoord door het zatte vriendje, noch viel de stroom uit. Iedereen tevreden.Trrrrrrrring…….."Kan ik mijn vroegere vriend spreken?" "Die is er niet. Kan ik u helpen?""Euh… nee, wanneer is hij er wel?""Volgende week misschien. Kan ik echt niets doen?""Tja, tot volgende week dan."Mijn hersenen draaiden razendsnel. Was hij het vergeten? Was dit een van zijn spelletjes? Nog een week wachten… Ik had de helft van mijn leefgeld in de kosten gestoken, maar ik mocht niets aan zijn vriendje vertellen. Het bleek de grote verdwijntruc. Pas maanden later zag ik hem heel even, daarna jarenlang niet meer.Op een dag zag ik hem terug op een begrafenis. Hij had inmiddels de hele wereld afgereisd. Een paar weken later schreef ik hem een brief waarin ik hem vroeg op te houden iedereen te vertellen dat hij me ooit had geholpen. Ik vertelde hem dat ik nog steeds van een leefloon moest rondkomen en dat ik – midden in de zwaarste depressie van mijn leven – iedere euro goed kon gebruiken.Ik kreeg een BRIEF terug:PLEEG ZELFMOORD."Roddelen over jou, Verf? Tegen je collega-clochards? Zijn die dan geïnteresseerd? Zuip je leefloon op en zet dat maar op je site. Je bent altijd een gemene adder geweest. Ciao!"Nou moe! Wat zullen zijn fans dáár van denken?    © verf.Lambermontplaats A'pen 2004 FOTO GALLERY VERF ED https://www.2dehands.be/q/verf+ed+/  

verf ed: Contemporary interdisciplinair ArtTIST, nen tjolder, nen dommekloot
21 0

Iedereen moet naar de dokter

    "Iedereen moet naar de dokter.""Wat?""Iedereen moet naar de dokter."Een ongemakkelijke stilte viel over de doorgaans zo rumoerige vergaderkamer boven de King Kong."Waarom dan?""Theo is bij de studentencontrole betrapt op syfilis. Uit voorzorg moet iedereen zich laten testen en krijgen we een les over geslachtsziekten."Enthousiast waren we niet, maar op de afgesproken dag waren we present. Solidariteit kent zijn prijs.En ja hoor: bingo. Acht van ons bleken besmet.Echt zwaar was het gelukkig niet; één stevige injectie en de ellende was voorbij. De vijand was vernietigd.Maar al die poespas eromheen... Wanneer houden we op geslachtsziekten als iets duivels te beschouwen? We werken ons te pletter met hoofd en hand, maar zodra het over seks gaat, lijken we wel aliens. We zijn vervreemd geraakt van ons eigen lichaam; het is een verboden zone geworden.De dokter die ons toen behandelde, zou later de drijvende kracht worden achter de wereldwijde strijd tegen aids. Ons geval had hem geïnspireerd         De dokter in dit verhaal is Peter Piot.Dit incident vond plaats in de jaren '70 in de kring rond het legendarische alternatieve kunstencentrum King Kong in de Leopoldstraat in Antwerpen. De tekst beschrijft een vormend moment in de carrière van Piot.Peter Piot werd later wereldberoemd als:Mede-ontdekker van het ebolavirus in 1976.Directeur van UNAIDS: Hij was van 1995 tot 2008 de drijvende kracht achter de wereldwijde coördinatie van de strijd tegen aids bij de Verenigde Naties.In zijn memoires en interviews refereert hij vaker aan zijn tijd in de Antwerpse underground, waar hij leerde dat de strijd tegen ziektes niet alleen een medische, maar vooral ook een sociale strijd tegen stigma en taboes is. _____________________________________________________________________________________ foto gallery VERF ED https://www.2dehands.be/q/verf+ed+/ https://www.2dehands.be/q/verf+ed+bloemenkleuren/ ______________________________________________________________________________________ Rond 1995 heb ik dat werk gemaakt. Ik noem het "altaar der culturen."Links ziet men een tv, onze gemeenschappelijke identiteit valt van het - silicium - glas - zand.De gemeenschappelijke informatiebronnen zijn verdwenen.De wijzen van vroeger opgevolgd door radio en uiteindelijk als laatste de tv die een ongeveer gemeenschappelijke boodschap uitdragen is niet meer.De informatie is versplinterd.Rechts ziet men een gietijzeren kandelaar daar in een mensenhoofd in papier. Stukken teksten. Krantenpapier "De encyclopedische mens".Gietijzer = nationalistenKandelaar = religieIn het midden staat de hedendaagse mens. Opgesloten. "de encyclopedische mens".Dit deel is gemaakt van een reclame voor lippenstift.Regeneratie KosmetikIn de dubbele wand gaan luchtbellen in het water de hoogte in.In die dubbel - transparantie - plexiglas zit diezelfde "encyclopedische mens".Het geheel staat op dunne platen, glas = chips = zand = silicium.Het geheel steunt op een gietijzeren pilaar = industriële cultuur.De gietijzeren plaat staat op de grond = landbouwcultuur.HET ALTAAR DER CULTUREN. Ik woonde toen in de Aalmoezenierstraat in Antwerpen. De jaren 90 tig.   http://www.anamorfose.be/verf/misc-images/verf-t-i-r-e http://www.anamorfose.be/verf/misc-images/verf-t-i-r-e

verf ed: Contemporary interdisciplinair ArtTIST, nen tjolder, nen dommekloot
13 0

PARANOIA.

Stel je eens voor: het is een hete zomer en je zit op een leuk terrasje aan de straatkant van een portootje te genieten. Stel je voor dat er plotseling een GTI van de Rijkswacht voorbij raast. Stel je voor dat die auto met gierende banden keert en met een angstaanjagende snelheid op jouw tafeltje afstormt. Een beambte stapt uit en vraagt wat je daar doet. Terwijl je lijkbleek wegtrekt, antwoord dat je een portootje drinkt. De ambtenaar snauwt je vervolgens op autoritaire toon toe: "Paspoort!!!" Vriendelijkheid of beleefdheid? Dat staat niet in hun woordenboek. Op de chique terrassen doen ze dat misschien wel, maar daar worden ze niet naartoe gestuurd; daar zitten hun officieren. Die agenten weten het wel: voor ons volstaat een kortaf "Paske!" Zolang je aan je portootje lurkt, is er niets aan de hand. Porto is in dit land immers beschermd. Het zou pas erg zijn als je drankje plotseling tot 'verboden drug' werd uitgeroepen. Want roesverwekkende middelen verbieden ze maar al te graag: de anti-drugsmaffia — ironisch genoeg betaald door de drugsmaffia zelf. Stel je dus voor dat jouw glas porto opeens illegaal is. Wat volgt er dan?De ambtenaren zullen je niet inlichten; ze lichten jóú op en zichzelf in. Ze besnuffelen je glas alsof het puur vergif is. Ze slaan je op het terras van je stamkroeg openlijk in de boeien, als was je een zware crimineel. Ze kijken je aan alsof jij persoonlijk verantwoordelijk bent voor alle doden die door porto zijn gevallen. Ze slepen je mee naar het bureau en ondervragen je over je relatie, je ouders, je lief en je vrienden. Iedereen die je noemt, krijgt bezoek van een gerechtelijk ambtenaar. Ook bij jou thuis vallen ze binnen om je woning en de privacy van de bewoners vakkundig te slopen. Vinden ze je voorraad porto uit een goed jaar? Dan beschuldigen ze je direct van handel en lidmaatschap van een maffiaorganisatie. Ze nemen je huis en al je bezittingen in beslag. Dat mógen ze, omdat bepaalde politici hun dat recht hebben gegeven. Deze ambtenaren hebben zelf ook zonen en dochters, maar die krijgen niet met dit soort taferelen te maken. Hun salaris en positie stellen hen in staat hun kroost uit de klauwen van Justitie te houden. Wat er met 'het kleine grut' gebeurt, zal hen een worst wezen. Orde moet er zijn! ...................................................................................................................................................................................... foto gallery VERF ED https://www.2dehands.be/q/verf+ed+/ *****************************************   ***************************************** Kunstwerk: "Altaar der Culturen"Rond 1995 heb ik dit werk gemaakt, dat ik "Altaar der Culturen" noem.Beschrijving en Symboliek:Links: Men ziet een televisie. Onze gemeenschappelijke identiteit valt van het scherm — gemaakt van silicium, glas en zand. De vroegere gemeenschappelijke informatiebronnen zijn verdwenen, opgevolgd door radio en uiteindelijk tv, die een min of meer gedeelde boodschap uitdroegen. Tegenwoordig is die gemeenschappelijkheid er niet meer; de informatie is volledig versplinterd.Rechts: Er staat een gietijzeren kandelaar met daarin een mensenhoofd van papier, beplakt met stukken krantenpapier met de tekst "De encyclopedische mens".Gietijzer staat voor nationalisten.Kandelaar staat voor religie.In het midden: Hierin bevindt zich de hedendaagse mens, opgesloten: "de encyclopedische mens".Dit deel is gemaakt van een reclame voor lippenstift: "Regeneratie Kosmetik".     http://www.anamorfose.be/verf/misc-images/verf-t-i-r-e ____________________________________________ foto gallery VERF ED https://www.2dehands.be/q/verf+ed+bloemenkleuren/

verf ed: Contemporary interdisciplinair ArtTIST, nen tjolder, nen dommekloot
103 0

Het logboek van Joeri Primakov, kosmonaut aan boord van het ruimtestation MIR (deel 6)

Dinsdag, 6 maart 2012   Ik ben tot het besluit gekomen om vanvond in die mini-capsule te kruipen, en het hier af te bollen. Deze drastische houding is het resultaat van de vele onaangenaamheden, waar ik de voorbije dagen mee te kampen had, en die me bijna mijn geestelijke gezond-heid hebben gekost.   Ziehier een kort overzicht ;   Het composttoilet (met afbeelding van Poetin) heeft zich, op werkelijk wonderbaarlijke wijze, van de andere badkamer-items losgerukt, en is (na een spectaculaire koerswijzi-ging!) tegen het raam van het ruimtestation gevlogen. Het is overbodig te vermelden dat de esthetische kwaliteiten van wat ik nu waarneem, lang niet kunnen tippen aan die van onze adembenemende aardbol. Uiteraard hebben alle raampjes meteen de volle laag gekregen én zijn er natuurlijk geen ruitenwissers, waardoor ik hier praktisch volledig in het donker(bruin) zit. Dit is duidelijk één van die zeldzame momenten, waarbij men zichzelf chronische constipatie-problemen toewenst, hetgeen niet evident is met die teringtabletten!   Daarnaast blijkt er, na intensief zoekwerk met het KGB-zaklampje, enkel nog Russische bloedworst met zuurkool in de provisiekast te liggen ... Een héél flauw grapje van kosmonaut Flimout wellicht, die ik als mens steeds minder begin te appreciëren. Positief is wel dat zijn (uitgebreide) collectie mini-flesjes met sterke drank hier nog staat; ongetwijfeld een vergetelheid, want die Belgen zijn net zo gierig als de Hollanders!   Alsof dat nog niet volstond, vond Proxirus het schijnbaar ook nodig om me per sms op de hoogte te stellen van het feit dat ik volgende maand geen telefoonnummer meer zal hebben, omdat mijn Pay in Space-kaart niet tijdig herladen werd! Het hoeft geen betoog, dat mijn mobieltje nu ook naar de asteroïdengordel op weg is.   Gezien het communicatie-toestel de laatste zes dagen geen enkel teken van leven gegeven heeft, de MIR door talloze vervaarlijke projectielen omsingeld wordt, en mijn laatste cola-blikje net gevuld is, lijkt een evacuatie me dan ook onafwendbaar. Ik besef maar al te goed, dat ik daardoor nooit meer voet zal kunnen zetten op mijn geboorte-grond, want die mini-capsule is wel zo handig ingesteld dat het zichzelf vermietigt bij een eventuele terugkeer naar aarde.    Ik mis Mariska en mijn moeder. De gedachte hen nooit meer te zien, omsluiert mijn hart met grote treurnis.   Moge God mij genadig zijn.   Joeri Primakov, kosmonaut  

Vince
0 0

Het logboek van Joeri Primakov, kosmonaut aan boord van het ruimtestation MIR (deel 4)

Zondag, 4 maart 2012   Ik ben vandaag verschrikkelijk slecht geluimd, want gisterennacht haalde de loeiende sirene van het impact-alarm me abrupt uit mijn slaap! Dit werd veroorzaakt door de botsing van de MIR met een Proxirussatelliet, en bracht ernstige schade toe aan de sanitaire voorzieningsruimte. Anders gezegd, er is geen sanitaire voorzieningsruimte meer. Ondanks verwoede pogingen, kreeg ik het KGB-gereedschapskistje maar niet geopend. Ik heb nooit begrepen, waarom ze die kistjes door de fabrikant van die befaamde milieu-box hebben laten maken! Uiteindelijk zag ik me genoodzaakt de badkamermodule hermetisch af te sluiten, om zo een onwelgekomen ruimtewandeling te vermijden. Toen ik daarna door het raampje keek, zag ik enkele items die nu waarschijnlijk op weg zijn de asteroïdengordel te gaan vervoegen, zijnde :   1 badscherm met afbeelding van Poetin 1 bidet met afbeelding van Poetin 1 buissiffon met afbeelding van Poetin 1 composttoilet met afbeelding van Poetin 1 douchecabine met afbeelding van Poetin 1 douchescherm met afbeelding van Poetin 1 douchestang met afbeelding van Poetin 1 driewegkraan met afbeelding van Poetin 1 handdoekradiator met afbeelding van Poetin (+ 2 handdoeken met het KGB-logo) 1 dubbele lavabo met afbeelding van Poetin 1 hydrometer met afbeelding van Poetin 1 stoombad met afbeelding van Poetin 1 sunshower met afbeelding van Poetin 1 toiletkast met afbeelding van Poetin 1 urinoir met afbeelding van Poetin 1 wastrog met afbeelding van Poetin en 1 porseleinen zeeppompje met afbeelding van Poetin.   Dat wordt dus plassen in lege colablikjes.   Moge God mij genadig zijn.   Joeri Primakov, kosmonaut  

Vince
0 0

Het logboek van Joeri Primakov, kosmonaut aan boord van het ruimtestation MIR (deel 3)

Zaterdag, 3 maart 2012   Mijn kameraden thuis schitteren nog steeds in afwezigheid en eigenlijk zou dit me niet mogen verbazen, want zij hebben immers ook allemaal gespiekt aan de kosmonauten-school van Minsk!   Ik heb vanmorgen nog maar eens bloedworst gegeten en daarna -dankzij een welgekomen ochtendmisselijkheid- drie uur lang (!) met een klein vangnetje achter brokjes staan hengelen! Indien men zich van een zenuwslopende bezigheid wil besparen, is het aan te raden absoluut niet over te geven wanneer men zich in een toestand van gewichtsloosheid bevindt. Ook ben ik tot de vaststelling gekomen, dat ik door mijn voorraad KGB-toiletpapier heen zit. Geen prettig vooruitzicht, me dunkt. Straks ga ik die Doerak eens van naderbij bekijken en uitzoeken wat de mogelijkheden zijn, met of zonder handleiding!   De amateuristische houding van de basis roept bij mij toch grote vraagtekens op. Per slot van rekening is dit hele zootje minstens enkele miljoenen waard, mezelf niet inbegrepen dan. Drie volle dagen zonder teken van leven; het is schandalig, écht schandalig! Eenzaamheid is de grootste vijand van een kosmonaut, dus rekende ik eigenlijk een beetje op het dagelijkse contact met de collega's thuis, al was het maar om de sportuitslagen mee te delen. Ik hoop trouwens dat Lokomotiv, die Belgische amateurs van Zoelte-Varegem eens goed op hun kloten hebben gegeven in de Champions League!   Helaas slaagt het voetbal er op dit moment niet in om mijn sombere gedachten te onderdrukken. Enkel de herinnering aan Mariska geeft me ergens nog wat levens-kracht, al is die even snel terug verdwenen wanneer ik weer eens aan mijn fluit getrokken heb. Toch moet ik opletten mijn dromen niet voor werkelijkheid te nemen, want het is meer dan 15 jaar geleden dat ik haar nog zag en we waren al bij al nauwelijks enkele weken samen. Binnen de ruimere context van de onverbiddelijke voortplantingsstrijd, zal er ongetwijfeld wel een ander species van dat smerig mannelijk mensenras haar sensuele schoonheid opgemerkt hebben!   Soms stel ik me de vraag, of het überhaupt nog zin heeft terug te keren.   Moge God mij genadig zijn.   Joeri Primakov, kosmonaut  

Vince
0 0

Het logboek van Joeri Primakov, kosmonaut aan boord van het ruimtestation MIR (deel 2)

Vrijdag, 2 maart 2012   Het ruimtestation functioneert nog altijd niet naar behoren, en de basis blijft zich hardnekkig in stilzwijgen verhullen; niets nieuws onder de zon, dus. De goden hebben het kennelijk op mij gemunt, want nu blijkt ook de verlichting aan boord het volledig begeven te hebben. Het is verdomd moeilijk om het juiste astronautenvoedsel uit de provisiekast te halen als je geen steek voor ogen ziet, en die tabletten lijken allemaal zo op elkaar! Russische bloedworst met zuurkool is al niet mijn favoriete gerecht, zeker niet om zes uur 's morgens. Gelukkig baadt de MIR nog in het bevallige blauwe licht van onze planeet, zo wordt het zicht hier me toch niet helemaal ontnomen!   Daarnet zag ik trouwens een bloedrode wolk boven Rusland drijven. Hopelijk heeft die heetgebakerde Koreaan geen kernbommen op onze kop gegooid, of ik kan een terug-keer naar huis wel helemaal op mijn buikje schrijven. De handleiding van die Doerak is compleet nutteloos gebleken, want er is alleen een Nederlandse versie beschikbaar en laat dat nu net de enige taal zijn die ik niet beheers! Toen ik kosmonaut Flimout kwam vervangen, leerde hij me wel enkele woordjes zoals 'kontneuker' en 'hoerenpoeper', maar ik betwijfel of die kennis zal volstaan om die mini-capsule aan de praat te krijgen. Uiteindelijk komt de strenge discipline, die mij aan de militaire academie van Siberië opgelegd werd, me nog goed van pas. De huidige sfeer hier aan boord kan immers mak-kelijk met die van het opleidingskamp vergeleken worden; even koud, en we moesten er ook constant aan onze fluit trekken. Zonder mijn trouwe KGB-teddy was ik al lang ten onder gegaan aan deze mistroostigheid.   Ik vraag me af hoe mijn moeder het stelt. We hebben elkaar niet meer gesproken sinds mijn vertrek, ruim twee jaar geleden. Ze was heel trots dat ik voor deze missie gekozen werd en heeft ongetwijfeld de volledige lancering op televisie gevolgd, als het bejaardentehuis haar dat toeliet, tenminste. Haar in die instelling achterlaten was hartverscheurend, maar ik had geen andere keus. Ze scheet dan ook voortdurend in haar broek en ging op de koop toe iedereen die ook maar enigszins bij haar in de buurt kwam te lijf met het goedje. Zo weigerde de postbode, na een aantal 'mindere ervaringen', nog brieven te deponeren in onze bus. Naar het schijnt is de arme man daardoor méér dan drie maanden thuisge-bleven.   Ook de buren zijn als gevolg van haar gedrag verhuisd. Ze konden het niet meer aan om (minstens) tweemaal daags bekogeld te verworden en dit vanuit allerlei onverwachte hoeken (vanuit hun Buxus-eland bijvoorbeeld). Het dieptepunt van alle incidenten voltrok zich wellicht op die warme augustusdag, toen onze buren een pool party hielden ter gelegenheid van de vijfstige verjaardag van de vrouw van het koppel, én waartoe veel vooraanstaande gasten uitgenodigd waren. Ik meen enkele oliemagnaten en lokale politici gespot te hebben, allen met jong, aanstormend schoon aan de hand natuurlijk. Wat een leuk feestje had moeten zijn, eindigde helaas in een ware poel van verderf, waarbij mijn moeder iedereen viseerde die ze ook maar kon raken. Mensen begonnen te huilen en weg te lopen, al waren er ook héél wat die gewoon ter plekke moesten overgeven, zeker nadat het buffet in haar vizier gekomen was. Meer dan dertig gasten werden uiteindelijk met ernstige verwon-dingen opgenomen in het hospitaal en één iemand moest zelfs gereanimeerd worden nadat er paniek uitgebroken was in het zwembad. Het is me tot op heden nog altijd een raadsel hoe zij over zo'n 'uitgebreid (anaal) arsenaal' kon beschikken, maar dat ze gedu-rende geruime tijd opgespaard heeft, mag duidelijk heten. Het is nooit meer goedgeko-men tussen haar en de buren. Ze was dan misschien niet meer zo helder van geest, mikken kon ze blijkbaar nog als de beste.   Ik hoop uit het diepste van mijn hart nog een kans te krijgen om haar te bedanken voor het gezelschap en de genegenheid die ze me schonk. Het is vreemd dat een mens zovele kilometers van huis moet zijn, om dit naar waarde te schatten.   Moge God mij genadig zijn.   Joeri Primakov, kosmonaut  

Vince
0 0