Zoeken

De Boodschap I

De man neemt een slok van het glas water dat voor hem staat. Naast hem ligt een grote zak vol cadeaus, ingepakt in felgekleurd papier. Hij kijkt naar de klok die aan de groen geverfde muur hangt. De deur gaat open. Een jongen van bijna vijf jaar komt binnen, gevolgd door zijn grootmoeder. De man staat op en de vrouw geeft hem een zoen op de wang. Ze praten op zachte toon tegen elkaar. Ondertussen schuifelt de jongen naar de tafel en blijft naast zijn stoel staan. Hij kijkt naar de grond. De man knielt neer voor het kind. Ze kijken elkaar een paar tellen aan. De man grijpt de jongen vast. Hij klemt zijn armen om hem heen. De jongen hangt roerloos tegen het lichaam aan.   Terwijl de man de jongen op de stoel zet, neemt de vrouw plaats aan de overkant van de tafel en bladert door een tijdschrift. Haar ogen schieten af en toe naar haar kleinzoon en zijn vader, waarbij haar mondhoeken omhoog krullen, maar haar ooghoeken niet. De man heeft de jongen op de stoel gezet. Hij geeft het eerste cadeau. Het kind opent het aarzelend, met een voorzichtige glimlach op zijn gezicht. Het is een vuurrode treinlocomotief. Ze spelen samen met de trein. De trein rijdt onder de tafelpoten door, langs de muur, tussen de benen van de man.   ‘Waar is mama?’ ‘Mama is wacht thuis op jou.’ ‘Waarom?’ ‘Mama wil even niet met papa praten.’ ‘Waarom?’ ‘Omdat ik stout ben geweest, lieverd.’ ‘Wat heb jij dan gedaan?’ Het rechteroog van de man trekt samen. ‘Dat zal ik je later wel eens uitleggen.’ Hij kijkt naar de vrouw. De vrouw kijkt naar het tijdschrift. Hij staat op en neemt een tweede cadeau uit de zak.   ‘Ik heb ook iets voor jou. Dit is van mama’ zegt het jongetje. De man neemt het briefje met bevende handen aan. Het kind pakt intussen het tweede cadeau uit. Er zitten vijf knalgele knikkers in. De man leest het briefje. Zijn ogen worden groter terwijl zijn gezicht wit weg trekt. Het kind rolt de knikkers over de vloer. De man staart voor zich uit.   ‘Wist jij hier al van?’ Hij geeft het briefje aan de vrouw. Ze leest het en haar gezicht betrekt. Voor ze kan antwoorden komt een man in uniform de kamer in. De vader neemt de jongen in zijn armen. Hij slikt luid terwijl hij iets in het oor van het kind fluistert. De bewaker trekt de man omhoog. Ze verlaten de kamer. De jongen en de vrouw lopen met de bewaker naar links, de man loopt met een andere bewaker naar recht. Hij ademt zwaar in en uit, al zijn spieren gespannen. Net voor hij door de poort loopt, draait hij zich om. Hij kijkt naar zijn kind, voor het laatst in een waarschijnlijk lange tijd. In zijn cel slaat hij zijn handen kapot op de muur. Meer kan hij niet doen. De waarheid blijft onveranderd, hard als staal.   Het was april maar ijskoud. Er waren weinig mensen op straat. Hij zat in zijn auto, onder de schaduw van een eik verscholen, langs de kant van de weg. Hij veegde bruusk de zweetdruppels van zijn bovenlip. Dit was niet de eerste keer, en toch begon zijn rechterbeen weer te wiebelen. Hij legde zijn armen gekruist over het stuur en leunde er met zijn hoofd tegenaan. Zo bleef hij een paar tellen roerloos zitten. Hij schoot recht, trok handschoenen aan en opende het portier. Hij haalde een metalen kist uit de kofferbak. Hij liep naar het huis waarvan de deur verstopt lag achter een grote vlinderstruik. Een kennis had hem over dit huis getipt. Er woonde een plastisch chirurg met zijn weelderige vrouw. Er zouden zeker waardevolle spullen te vinden zijn. Hij had het huis gedurende twee weken begluurd. Telkens tussen 16 uur en 18 uur was het huis verlaten geweest. De vrouw vertrok met haar zwarte poedel aan de hand.   Het was half vijf, er was geen ziel te bespeuren. Binnen komen was geen probleem meer. Hij sloot de deur en begaf zich naar de slaapkamer. Al snel vond hij de gouden juwelen van de vrouw, bezet met verschillende dure stenen. Hoewel hij haastig te werk ging, probeerde hij zo weinig mogelijk rommel te maken. Hij vond nog een I-phone en een I-pad, maar aan de juwelen had hij al een mooie buit. Tijd om te gaan. Nog geen tien minuten was hij binnen geweest. Hij stak alles in de kist. De koevoet paste er niet meer in. Die nam hij in de hand. Hij keek door het raam. Niemand. Hij opende de voordeur. Pal voor hem stond een man die net de bel in wilde duwen. Oog in oog met de inbreker bevroor zijn hand ter hoogte van de bel en hij bleef versteend staan. De hand van de inbreker vloog samen met de koevoet de lucht in. De koevoet kwam op het hoofd van de man terecht. Hij zakte ineen.   Zonder aarzelen stormde hij naar zijn auto. Daarbij liep hij bijna tegen een meisje, dat hem met grote ogen aankeek. Hij sprong zijn auto in en schoot weg. Zijn handen trilden. Hij klemde zijn vingers rond het stuur waardoor zijn knokels wit werden. Hij duwde het gaspedaal volledig in. Zijn tanden knarsten en hij zag zwarte vlekken voor zijn ogen dansen. Hij moest stoppen. Hij reed een parking op. Hij parkeerde tussen twee lege auto’s in. Terwijl hij met zijn vuisten op het stuur sloeg, brulde hij zijn longen leeg.   Zijn proces was een catastrofe geweest. Even daarvoor had hij de brief gekregen met de melding dat zijn slachtoffer na een lange strijd het leven had gelaten. De slag had een hersenbloeding veroorzaakt, en de man met een zwakke gezondheid had weinig kans op herstel. De rechter had de inbreker vijftien jaar gegeven voor slagen en verwondingen met de dood tot gevolg en inbraak. Hij zal de kinderjaren van zijn zoon missen. Hij zal hem niet kunnen opvoeden. Nog twaalf jaar te gaan. Dan zal zijn zoon zeventien zijn. Hij zal hem niet meer herkennen.   Hij staart naar de bloedvlekjes die zijn knokels op de muur hebben achtergelaten. Hij moet zich op een strafvermindering concentreren, zich goed gedragen. Hij brult de hele gang bijeen. Een cipier komt naar zijn cel. Hij snauwt de cipier af. Hij gooit zijn eten door de cel waardoor hij een laatste waarschuwing krijgt. Als hij zich nu niet herpakt, steken ze hem in het cachot. Dat zou in zijn dossier terechtkomen. Hij staat met zijn rug tegen de muur.   De dag wordt nacht. Zijn schreeuwen en slagen nemen af in kracht. Hij neemt pen en papier en begint te schrijven. Vroeger schreef hij al naar haar. Hij is er nooit mee gestopt. Schrijven werkt beter dan de weinige therapieën die hij krijgt. Hij steekt het briefje bij de andere, die verstopt zitten onder een losse tegel. Hij stuurt ze niet op. Elke avond neemt hij ze mee naar bed. Hij leest ze niet, dat is niet meer nodig.

Anneke
0 0

Gaatje

“Ja, je hebt een gaatje.” Ik hoor het haar nog zeggen. Alsof de hemel naar beneden stortte. Daar zat ik dan met mijn mond vol tanden. Dertig jaar en mijn eerste gaatje. Het moest er eens van komen, toch? Tegen de tand des tijds is niets bestand. Neen, echt?! Dat kon niet! Ik deed exact wat moest. Geen frisdrank, snoepjes of “verzuurde boodschappen”. Twee keer per dag zo twee minuten de borstel over mijn tanden laten walsen. Ja hoor, plichtsgetrouw, àlle 32 – 4 (want die “verstandsstenen” ben ik ergens onderweg verloren). Was dat niet perfect volgens het boekje?   Belachelijk misschien, maar ik voelde me gegeneerd, betrapt, gekrenkt, teleurgesteld. Met dat gaatje was ik “de eerste” onder mijn broer en zussen – die bovendien al meer jaren telden. En ja, ik moet bekennen. Ik durf ‘s nachts wel eens wat melk drinken of iets gaan knabbelen zonder mijn tanden nadien op een laagje dentifrice te trakteren. Verdorie toch! Was dat gaatje er echt? Had ze dat wel goed gezien? Bij mij toch niet?! Toch wel? Tot daar mijn voornemen om mijn mond “vullingvrij” te houden. Tot daar de illusie. Het leek alsof ik in een gat zou vallen…   … tot PRIK, de verdoving wat redding bracht. Mijn mondgrootte verdubbelde in omvang, waardoor mijn grote mond niet anders kon dan zijn vertrouwelijke activiteiten staken. Maar goed ook. Een tandarts met een boor onderbreek je best niet. En met haar vingers op mijn mond zou dat trouwens niet zijn gelukt.   Zo lag ik stil, de mond gesnoerd, de ogen toe. De strijd gestreden, een beetje moe. Zucht. Perfectie? Het bestaat niet. ‘t Leven loopt zoals het loopt. Loopt het mis, dan spoel je door. Want mis loopt het; hoeveel boekjes je ook volgt: geen enkel boek kan alle gaatjes vullen.   God-zij-dank dus dat er tandartsen bestaan. Merci aan de mijne voor die extra in-vulling die dag. ‘t Werd er zo toch een zin-volle.  

Aline
0 0

de tuin

19:00 MAGALI Nonchalant plet Magali de aardappeltjes in de pan, terwijl ze met een halve blik de broccoli op het vuur ernaast in de gaten houdt. Na het eten heeft ze afgesproken met Sofie. Ze bellen bijna elke twee dagen uitgebreid, maar het praat toch gezelliger met een drankje en elkaars gezichtsuitdrukkingen erbij. Bij Jan kan ze haar ei niet echt kwijt, hij houdt niet van “geklets”. Hun relatie lijkt zich vacuüm te trekken. Magali hapt naar lucht. Ze ziet zichzelf de aardappels steeds fijner pletten en realiseert zich dat Jan daar ab-so-luut niet van houdt. Tja, hij zal het er mee moeten doen. Ze zet beide kookvuren uit, giet de broccoli af en gooit de koude kip van gisteren in de magnetron. Ze laat haar blik over de ruimte glijden en perst goedkeurend haar lippen samen. Alles ziet er netjes uit. Ze veegt haar handen af aan haar broek, ziet dan dat ze haar uniform nog aanheeft en snelt naar de slaapkamer om zich om te kleden.     19:30 JAN ‘Hoe was het in het ziekenhuis, schat?’ Iedere avond vraagt Jan hetzelfde, zelden luistert hij naar het antwoord. Hij weet dat het Magali de illusie geeft dat hij interesse heeft in haar en dat het hem vijftien minuten schenkt waarin hij ongehinderd naar haar kan kijken. Dat ze de mooiste vrouw is die hij ooit heeft gekend, is telkens weer zijn conclusie. Dat het jammer is dat ze zoveel praat en dat ze bovendien wil dat hij net zoveel terugpraat, is het andere. Toch houdt hij van haar. Alleen weet hij niet in welke vorm. Hij wil haar zien, ruiken, voelen en beminnen, maar het geringste woord van haar doet hem in die gedachte bevriezen. Jo heeft het tegenovergestelde effect op hem. Binnen twee uur ziet hij haar weer.     20:00 SOFIE ‘Hoe lang is het nu al geleden?’ ‘Pff. Ik ben de tel inmiddels kwijt. Drie maanden of zo?’ ‘Jeezes.’ ‘Tja. Regelmatig komen we wel eens in de buurt. Hij kan soms intens naar me zitten te kijken. Als ik hem dan een zoen geef en hem dicht tegen me aandruk voel ik dat hij hard is. Fysiek is er dus zeker geen probleem.’ ‘Waar gaat het dan mis?’ ‘Ik wou dat ik het wist. Er is altijd een moment waarop het helemaal kantelt, en dan lijkt het zelfs of hij afkeer voor me voelt. Hij draait zich dan snel van me weg en kijkt verder naar de sportzender.’ ‘Wat vreselijk. En ondertussen heeft hij jou natuurlijk helemaal opgegeild.’ ‘Inderdaad.’ ‘Je masturbeert dan wel even, veronderstel ik?’ ‘Hm. Eigenlijk niet. Dat is toch niet hetzelfde.’ ‘Natuurlijk niet, maar het is niet gezond om je verlangens op te potten.’ Sofie weet dat Magali haar als een soort promiscue vlinder ziet die langs de mannen en door het leven fladdert. Ze laat haar in de waan. ‘Misschien heeft hij wel gewoon een ander.’ ‘Misschien moet jij een ander nemen.’ ‘Ik heb hem eeuwige trouw beloofd.’ Sofie draait met haar ogen en giet het glas wijn in één teug naar binnen. Ze kijkt op de klok die links van haar aan de natuurstenen muur hangt. Ze moet het gesprek afronden, Thomas verwacht haar binnen een kwartier. ‘Wat versta je onder trouw? Zoenen, neuken, intimiteit? Want wat je met mij deelt is ook behoorlijk intiem. Misschien bedrieg je Jan wel een beetje met mij, het is maar hoe je het bekijkt.’     20:30 JAN Hij is te vroeg. Hij heeft nochtans traag proberen te stappen, maar het verlangen gaf hem vleugels. Normaal ziet hij haar minstens één keer per week, nu hebben ze elkaar door omstandigheden bijna een maand niet gezien. Hij steekt een sigaret op en leunt met zijn rug tegen de lantaarnpaal op het plein waar ze steevast afspreken. In deze buurt zijn er een hoop pensions, ze proberen af te wisselen zodat ze nergens worden herkend als vast stel. Hij ontmoette haar op zijn kantoor, nu zo´n half jaar geleden. Ze is pakjesbezorger voor hun bedrijf. Bij toeval liep hij een keer langs de receptie toen ze daar stond te wachten op een handtekening. De receptie was leeg. Jan vond haar meteen intrigerend, hoewel erg jong. Ze was excentriek gekleed, punk vermoedde hij. Kort rokje, lange zwarte laarzen, kapotte panty´s, knalrood haar, piercings. Jammer van die piercings, dacht hij nog, anders wel een lekker ding. Hij keek even of hij de receptionist kon vinden maar zag hem niet meteen. Ze stelde zich voor als Jo, hij besloot bij haar te wachten. Vreemd genoeg kan hij zich niet meer precies herinneren wie van hen met het voorstel was gekomen om af te spreken. Wel ziet hij helder voor zich hoe ze hadden staan flirten…     21:00 LARA Lara maakt zich klaar voor een avond uit. Ze is niet zeker wat de gepaste kledij is voor de gelegenheid. Uiteindelijk kiest ze voor een zwart jurkje, eenvoudig maar sexy. Jo gaat niet mee vanavond. Lara heeft niks van haar plannen verteld. Jo is niet thuis, vast weer op avontuur met één of andere scharrel. Ze hebben een open relatie, maar die wordt vooral door Jo geconsumeerd. Lara houdt niet van onenightstands en al zeker niet met mannen. Hoe ze op vrouwen moet toestappen weet ze niet. Ze is best verlegen en is er vast van overtuigd dat ze op niemands gaydar verschijnt. Soms voelt ze echter wel een zeker verlangen in haar borrelen. Haar stille fantasie is om een keer met een stel te vrijen. Ze besloot dat het tijd was voor actie, maar in plaats van een idiote advertentie te plaatsen, koos ze voor de “veilige” omgeving van Club Eden.     21:30 MAGALI Magali ligt uitgestrekt op de bank naar één of andere romcom te kijken met een glas wijn in de hand. Ze zapt regelmatig door om te zien of er niets beters is, want het rom-gedeelte begint haar flink tegen te steken. National Geographic misschien. ‘Het paargedrag van vrouwelijke kevers laat mannetjes koud…’ Zucht. Dan maar uit. Toen ze thuis was gekomen had ze het huis verlaten gevonden. Ze wilde vooral niet piekeren over waar Jan zou kunnen uithangen dus liep ze naar de koelkast, schonk zich een glas witte wijn, dronk het in een paar slokken leeg en vulde het meteen weer tot de rand. Ze gaf zichzelf een schouderklopje en duffelde zich in onder het deken op de bank. Maar nu overheerst plots weer de stilte en voelt ze de onmiddellijke aandrang om in ieder geval nog één glas te drinken. Kan je overspel plegen met een boezemvriendin? En is dergelijke ontrouw verkeerd? Is het wel overspel als de ander niet van je houdt? Magali is ervan overtuigd dat Sofie haar een beetje saai vindt. Na het vierde glas kruipt ze in bed. Ze weet nu wel zeker dat Jan een affaire heeft. Hij dacht vast dat ze de hele avond op stap zou zijn met Sofie, wat normaal ook zo zou zijn geweest, alleen had Sofie nog andere plannen voor vanavond, geen idee wat eigenlijk. Ze zou moeten masturberen, inderdaad. Straks misschien.         22:00 SOFIE Sofie kan de afdruk van zijn lippen op de hare nog voelen. Thomas zoent haar altijd op de mond, eender waar of met wie ze zijn. Ze vindt het tegelijk leuk en een beetje irritant. Alsof hij haar wil bezitten of zo, afschermen van andere potentiële kapers op de kust. Terwijl ze helemaal niet van hem is, integendeel. Thomas is behoorlijk gay of bi of whatever. In zíjn woorden: “vrij-seksueel”. Sofie geniet ervan met hem te vrijen omdat de intimiteit tussen hen als beste vrienden haar een veilig gevoel geeft. De anderen zijn altijd toevallige en niet zo succesvolle ontmoetingen, die boordevol onhandigheden zitten en weinig voldoening bieden. Jammer eigenlijk dat Thomas en zij niet verliefd zijn, ze passen op veel vlakken goed bij elkaar. Het contact met hem heeft haar wel veranderd. Enerzijds heeft ze ontdekt dat ze best seksueel is, haar lustgevoelens lijken te vergroten na elke vrijpartij. Anderzijds is het duidelijk dat ze die seksualiteit wil beleven met een echt maatje, een partner, “die ene”. Vanavond gaat ze iets doen met Thomas waar ze allebei stiekem over fantaseerden en wat ze vanuit de vertrouwensband met elkaar nu aandurven: ze gaan naar een seksclub. Sofie kijkt van onder haar wimpers naar Thomas die op het bankje tegenover haar uit het raam van de trein zit te staren. Hij bijt op zijn nagels. Ze reikt over het halfslachtige tafeltje en pakt zijn handen in de hare. Ze beeft een beetje.     22:30 JO Jo steekt twee sigaretten tegelijk aan en geeft er een aan Jan. Zoals gewoonlijk nemen ze tussendoor even pauze, op vraag van Jan. Ze vindt hem wel vermakelijk. Niet heel aantrekkelijk, maar dat heeft weinig belang. Dat hij een man is, is eigenlijk meer dan voldoende. En dat hij niet wil leuteren over zijn werk, zijn vriendin, wat dan ook. In die zin is Jan meer dan geschikt. Presteert behoorlijk, houdt zijn bek, zelfs tijdens de rookpauze. Wanneer ze ziet dat hij nog een sigaret aansteekt besluit ze niet langer te wachten. Als een adder glipt ze onder de lakens en laat haar tong trillen tegen zijn lid, net zolang tot het weer wakker schiet.     23:00 THOMAS Van zodra ze binnen zijn in Club Eden, heeft Thomas al spijt. De schaars verlichte ruimtes met hun donkerfluwelen bekleding verhullen niet dat de meeste gasten boven de vijftig zijn. Gelukkig komt de entree met vrije consumptie van alcohol. Hij bestelt een whiskycola, voor Sofie een gintonic. Terwijl hij bedachtzaam aan het rietje slurpt observeert hij Sofie, die met een brede glimlach de ruimte rondkijkt. Hij meent in die glimlach een spoortje van paniek te ontdekken. Gelukkig.             Na een paar drankjes zijn ze uitgelaten genoeg om nog eens een rondje langs de kamers te lopen. Ze beloven elkaar een open geest te houden. De alcohol doet de mensen er plots aantrekkelijker en jonger uitzien – of is het nu nóg donkerder dan in het begin? Door kijkgaten in de muur kunnen ze gluren naar een stel dat ligt te vrijen. Thomas merkt dat hij vooral naar de man kijkt, maar weet niet of hij zichzelf ermee vergelijkt of dat het hem gewoon esthetisch aantrekt. Sofie grapt altijd dat hij uit de kast moet komen. Maar hij zit niet in de kast, er ís geen kast! Of beter nog, iederéén zit in de kast, allemaal op een hoop, wat veel mogelijkheden biedt…     23:30 JAN Jan komt thuis met een onbevredigd gevoel, ondanks de twee orgasmen van vanavond. Het huis is in duisternis gehuld. Zachtjes sluipt hij naar de slaapkamer, waar hij beweging ontwaart onder het dekbed. Wanneer hij zich realiseert dat het Magali is die ligt te masturberen blijft hij in de deuropening staan kijken en luisteren. Hij ritst zijn broek open.     Magali merkt niks, ze heeft vast de ogen gesloten en gaat helemaal op in haar eigen fantasie. Juist dát doet de passie in hem helemaal oplaaien. Alsof ze hem helemaal niet nodig heeft. Ze wil op dit moment niks van hem en net daarom wil hij haar alles geven. Geruisloos kruipt hij onder de dekens tegen haar aan en fluistert in haar oor: ‘Ik hou van je, Magali. Zal ik dat even van je overnemen, schat?’     00:00 JO Jo is nog wakker. Ze loopt rondjes in huis. Ze verlangt naar Lara. Vraagt zich af waar die eigenlijk uithangt. Lara is er niet het type naar om laat weg te blijven. Ze gaat zelfs nauwelijks op stap. Lara is haar kleine, altijd studerende, lieve huisvrouwtje. Kicken. Dat ze er nu niet is maakt Jo nerveus. Ze beseft dat de aanwezigheid van Lara in dit huis haar enige constante is. Haar bron van rust, die de stemmen in haar hoofd werkelijk tot bedaren brengt. Al het andere is spel, onschuldige afleiding. Waar blijft ze toch?     00:30 LARA Lara voelt zich warm vanbinnen. Aan de alcoholvrije cocktail waar ze af en toe aan nipt zal het niet liggen. Ze voelt zich een beetje Alice in Wonderland, hier tussen al die onbekende, fascinerende mensen. Sommigen dragen leer en kettingen, anderen lopen halfnaakt rond. Ze merkt dat ze best veel aandacht krijgt van iedereen. Ze geniet. Drie koppels spraken haar al aan, maar ze voelde zich te onzeker om er op in te gaan. Ze besloot een beetje rond te lopen. Op de eerste verdieping zag ze een deur die ze impulsief opentrok. Een man en een vrouw lagen naakt op het bed dat de piepkleine ruimte volledig vulde. ‘Oh, sorry, excuseer. Ik wilde niet… Ik wist niet…’ Ze sloeg de ogen neer en wilde de deur weer dichttrekken, wanneer de vrouw zich in één beweging naar haar toe boog en haar hand nam. ‘Kom…’ Ze wist niet meer zeker of ze Lara of Alice was, of wie van beiden haar werkelijke zelf was. Sofie en Thomas waren lief voor haar, zeiden dat ze mooi was, stelden haar op haar gemak. En plots was ze niet meer onzeker, maar gaf zich volledig over.     01:00 THOMAS Thomas laat de meiden achter in de club. Hij voelt zich onbehaaglijk maar weet niet precies waarom. De vrijpartij met hun drietjes was prachtig. En toch… Hij stapt stevig door, de weg naar huis is nog lang. Thomas vindt zichzelf een ruimdenkend mens, hij gelooft niet in vakjes. Toch voelt hij dat er één vakje is dat steeds meer aan hem trekt. Hij vloekt. Maar Sofie dan… en Lara? Na nog een kwartier wandelen besluit hij iets radicaals: als hij morgen tijdens de repetitie met de jongens zoals altijd de elektriciteit in de lucht voelt, alsof zijn gitaar onder spanning staat, dan… Dan weet hij dat het niet aan de gitaar ligt.     01:30 SOFIE Sofie belt een taxi. Nu Thomas weg is, is de lol er voor haar af. Ze belt even naar Magali, laat een voicemail achter. Deze avond heeft haar gevoelens bevestigd: dit soort avontuurtjes vindt ze spannend. Alleen zou ze echt iemand willen vinden waarmee ze dit alles en meer kan delen, waarmee ze zichzelf kan delen. Iemand die niet gay is, iemand die de hare is.     02:00 MAGALI Ze had de sigaret geroken op zijn lichaam en het had haar opgewonden. Ze had in zijn ogen zijn lust en zijn liefde voor háár gelezen. Ze zit in het donker op de bank, Jan slaapt al. Ze voelt zich fantastisch en wil eigenlijk een sms naar Sofie sturen wanneer ze ziet dat ze een voicemailbericht heeft.   Hoi Mag, ik bel je maar even, zomaar. Kom net terug van een club. Had ik je niet over verteld,…  ach, het doet er niet toe. Ik wou je even melden dat ik een man ga zoeken. Een echte man! Zo eentje als die van jou... Beloof me dat je er zorg voor draagt? Hij houdt van je, net zoals ik. Dat weet je toch hè, dat ik van je hou? Oké… goed, ik ga ophangen. Spreek je later!

LL Rigby
0 0

Een gezegende kerst

 EEN GEZEGENDE KERST                                                    Pauline staart verbijsterd naar de twee lege sokkels.  De engelenbeelden die Maria flankeren, staan er niet. “Potvermercietjes, wat is dat nu ? Misschien zijn ze weg voor restauratie.  Hoewel, er mankeerde niets aan,”  spreekt ze luidop tegen niemand, zoals oudere mensen wel vaker doen.  Ze trekt  haar schouders op .  “Waarschijnlijk zullen ze schoongemaakt worden.”   Ze denkt er niet verder over na en steekt, naar jaarlijkse gewoonte op de dag voor kerst, kaarsjes aan in de kleine kapel van de kathedraal.  Binnensmonds prevelt ze een gebedje en sloft naar buiten, licht gebogen en bevend op haar wandelstok, maar verder nog gezond voor haar 82 jaar. De sneeuw rolt zich als een laagje glazuur uit over de stad en knispert onder haar voeten.  Uiterst voorzichtig  stapt ze naar huis.  Enkele meters verder ligt een bananeschil midden op het voetpad.  Pauline, met haar gedachten in haar eigen wereldje, merkt het niet.  Wanneer zij haar rechtervoet bijna op de schil zet, schuift deze vanzelf een klein beetje opzij, net ver genoeg zodat ze er niet op trapt.  Een oud heertje aan de overkant van de straat blijft verbaasd staan. “ Was dat nu…. ?  Potverdikke, voor mij geen borreltje meer straks. “ De klok in het belfort luidt drie maal  en speelt een kerstmelodie.   Het stadscentrum is ondergedompeld in een feëerieke kerstsfeer.  De koetsen, die de toeristen rond de bezienswaardigheden voeren, zijn versierd met kleine lichtjes en zelfs de paarden dragen een  rode muts boven hun oren. Op het marktplein verdringen de mensen elkaar tussen de kraampjes van de kerstmarkt.  De geur van aangebrande hamburgers vermengt zich met het zoetige aroma van de gluhwijn.  Een bejaard dametje  warmt  haar pijnlijke, verkleumde handen aan een koolvuurtje. Tussen de eet- en drinkstandjes prijkt de kerststal  omringd met balen stro.   Een groepje luidruchtige  tieners lacht met het kindje Jezus in de kribbe.  Eén van hen gooit zijn sigarettepeuk nonchalant een eindje weg, midden in een baal stro die onmiddellijk begint te smeulen.   Maar, nog voor het vuur zich kan voortzetten, dooft het als vanzelf uit.  Niemand merkt er iets van. Een eindje verderop, in de winkelstraat, speelt “White Christmas”  voor de zoveelste keer door de luidsprekers.  De etalages zijn prachtig versierd en schreeuwen om aandacht maar het is te druk om ervan te  kunnen genieten.  Ellebogen stompen in je rug of duwen je opzij, want het voetpad is niet breed genoeg voor de krioelende massa . Kleine Jonas loopt braafjes naast zijn mama, smullend van een  geurende, warme suikerwafel.  Een streng uitziende mevrouw passeert ruziënd met haar partner, ziet hem niet en loopt hem omver.  Ze merkt het niet en loopt gewoon door.  Jonas valt op de straat vlak voor de zware wielen van de aanrijdende stadsbus.  Onmiddellijk begint de motor van het gevaarte te sputteren en valt stil.  “JONAS !!!!”  Met een gezicht, wit als de sneeuw,  sleurt zijn moeder  hem overeind en overlaadt hem met kussen.  De motor van de bus start weer op nog voor de chauffeur de sleutel in het contact heeft omgedraaid.  De man begrijpt er  niets van,  maar zet vlug zijn rit verder.  Tijd om na te denken heeft hij niet want veel oponthoud kan hij zich vandaag niet veroorloven. En zo gaat het de hele dag en avond door.  Ieder onheil wordt ongemerkt voorkomen.  Klokslag middernacht staat engel  Ariel weer mopperend op haar sokkel . “T’is altijd hetzelfde liedje op kerstavond.  Die drukte is om gek van te worden.  Moet ik nu werkelijk ieder jaar de bewaarder zijn van deze drukke stad ? Kan God niet met een beurtrol werken ?”  Jaloers kijkt ze naar de engel Muriel die ondertussen ook weer  naast Maria staat.  “Zij heeft het makkelijk.  De hele nacht waken over een piepklein dorpje waar niets gebeurt.  Ik ben bekaf.  En bekijk mijn vleugels  nu eens.  Allemaal zwarte roetvlekken.”  Zo hard ze kan, wrijft ze over de vuile vegen.  Zonder resultaat.  “Ja, dan zal het zo moeten.  Ik kan het ook niet helpen.” Haar tijd voor dit jaar zit erop.  Heel,  heel langzaam, wordt ze steeds harder en harder tot ze weer helemaal versteend is. De volgende morgen doet de koster zijn ronde in de kathedraal.  Wanneer hij bij engel Ariel komt, blijft hij verbaasd staan.  Zijn verwondering slaat om in boosheid wanneer hij het vuile beeld ziet. “Wel, heb je ooit.  Hoe komen al die zwarte vegen op de vleugels ? Weer van een bende kwajongens zeker.  Potverdju, dat zal een heel karwei zijn om het af te kuisen.  Het kan wachten tot morgen.  Het is voor mij ook Kerstmis vandaag.”

Creyf Nancy
0 0

Een gezegende kerst

 EEN GEZEGENDE KERST                                                    Pauline staart verbijsterd naar de twee lege sokkels.  De engelenbeelden die Maria flankeren, staan er niet. “Potvermercietjes, wat is dat nu ? Misschien zijn ze weg voor restauratie.  Hoewel, er mankeerde niets aan,”  spreekt ze luidop tegen niemand, zoals oudere mensen wel vaker doen.  Ze trekt  haar schouders op .  “Waarschijnlijk zullen ze schoongemaakt worden.”   Ze denkt er niet verder over na en steekt, naar jaarlijkse gewoonte op de dag voor kerst, kaarsjes aan in de kleine kapel van de kathedraal.  Binnensmonds prevelt ze een gebedje en sloft naar buiten, licht gebogen en bevend op haar wandelstok, maar verder nog gezond voor haar 82 jaar. De sneeuw rolt zich als een laagje glazuur uit over de stad en knispert onder haar voeten.  Uiterst voorzichtig  stapt ze naar huis.  Enkele meters verder ligt een bananeschil midden op het voetpad.  Pauline, met haar gedachten in haar eigen wereldje, merkt het niet.  Wanneer zij haar rechtervoet bijna op de schil zet, schuift deze vanzelf een klein beetje opzij, net ver genoeg zodat ze er niet op trapt.  Een oud heertje aan de overkant van de straat blijft verbaasd staan. “ Was dat nu…. ?  Potverdikke, voor mij geen borreltje meer straks. “ De klok in het belfort luidt drie maal  en speelt een kerstmelodie.   Het stadscentrum is ondergedompeld in een feëerieke kerstsfeer.  De koetsen, die de toeristen rond de bezienswaardigheden voeren, zijn versierd met kleine lichtjes en zelfs de paarden dragen een  rode muts boven hun oren. Op het marktplein verdringen de mensen elkaar tussen de kraampjes van de kerstmarkt.  De geur van aangebrande hamburgers vermengt zich met het zoetige aroma van de gluhwijn.  Een bejaard dametje  warmt  haar pijnlijke, verkleumde handen aan een koolvuurtje. Tussen de eet- en drinkstandjes prijkt de kerststal  omringd met balen stro.   Een groepje luidruchtige  tieners lacht met het kindje Jezus in de kribbe.  Eén van hen gooit zijn sigarettepeuk nonchalant een eindje weg, midden in een baal stro die onmiddellijk begint te smeulen.   Maar, nog voor het vuur zich kan voortzetten, dooft het als vanzelf uit.  Niemand merkt er iets van. Een eindje verderop, in de winkelstraat, speelt “White Christmas”  voor de zoveelste keer door de luidsprekers.  De etalages zijn prachtig versierd en schreeuwen om aandacht maar het is te druk om ervan te  kunnen genieten.  Ellebogen stompen in je rug of duwen je opzij, want het voetpad is niet breed genoeg voor de krioelende massa . Kleine Jonas loopt braafjes naast zijn mama, smullend van een  geurende, warme suikerwafel.  Een streng uitziende mevrouw passeert ruziënd met haar partner, ziet hem niet en loopt hem omver.  Ze merkt het niet en loopt gewoon door.  Jonas valt op de straat vlak voor de zware wielen van de aanrijdende stadsbus.  Onmiddellijk begint de motor van het gevaarte te sputteren en valt stil.  “JONAS !!!!”  Met een gezicht, wit als de sneeuw,  sleurt zijn moeder  hem overeind en overlaadt hem met kussen.  De motor van de bus start weer op nog voor de chauffeur de sleutel in het contact heeft omgedraaid.  De man begrijpt er  niets van,  maar zet vlug zijn rit verder.  Tijd om na te denken heeft hij niet want veel oponthoud kan hij zich vandaag niet veroorloven. En zo gaat het de hele dag en avond door.  Ieder onheil wordt ongemerkt voorkomen.  Klokslag middernacht staat engel  Ariel weer mopperend op haar sokkel . “T’is altijd hetzelfde liedje op kerstavond.  Die drukte is om gek van te worden.  Moet ik nu werkelijk ieder jaar de bewaarder zijn van deze drukke stad ? Kan God niet met een beurtrol werken ?”  Jaloers kijkt ze naar de engel Muriel die ondertussen ook weer  naast Maria staat.  “Zij heeft het makkelijk.  De hele nacht waken over een piepklein dorpje waar niets gebeurt.  Ik ben bekaf.  En bekijk mijn vleugels  nu eens.  Allemaal zwarte roetvlekken.”  Zo hard ze kan, wrijft ze over de vuile vegen.  Zonder resultaat.  “Ja, dan zal het zo moeten.  Ik kan het ook niet helpen.” Haar tijd voor dit jaar zit erop.  Heel,  heel langzaam, wordt ze steeds harder en harder tot ze weer helemaal versteend is. De volgende morgen doet de koster zijn ronde in de kathedraal.  Wanneer hij bij engel Ariel komt, blijft hij verbaasd staan.  Zijn verwondering slaat om in boosheid wanneer hij het vuile beeld ziet. “Wel, heb je ooit.  Hoe komen al die zwarte vegen op de vleugels ? Weer van een bende kwajongens zeker.  Potverdju, dat zal een heel karwei zijn om het af te kuisen.  Het kan wachten tot morgen.  Het is voor mij ook Kerstmis vandaag.”

Creyf Nancy
0 0

Een gezegende kerst

 EEN GEZEGENDE KERST                                                    Pauline staart verbijsterd naar de twee lege sokkels.  De engelenbeelden die Maria flankeren, staan er niet. “Potvermercietjes, wat is dat nu ? Misschien zijn ze weg voor restauratie.  Hoewel, er mankeerde niets aan,”  spreekt ze luidop tegen niemand, zoals oudere mensen wel vaker doen.  Ze trekt  haar schouders op .  “Waarschijnlijk zullen ze schoongemaakt worden.”   Ze denkt er niet verder over na en steekt, naar jaarlijkse gewoonte op de dag voor kerst, kaarsjes aan in de kleine kapel van de kathedraal.  Binnensmonds prevelt ze een gebedje en sloft naar buiten, licht gebogen en bevend op haar wandelstok, maar verder nog gezond voor haar 82 jaar. De sneeuw rolt zich als een laagje glazuur uit over de stad en knispert onder haar voeten.  Uiterst voorzichtig  stapt ze naar huis.  Enkele meters verder ligt een bananeschil midden op het voetpad.  Pauline, met haar gedachten in haar eigen wereldje, merkt het niet.  Wanneer zij haar rechtervoet bijna op de schil zet, schuift deze vanzelf een klein beetje opzij, net ver genoeg zodat ze er niet op trapt.  Een oud heertje aan de overkant van de straat blijft verbaasd staan. “ Was dat nu…. ?  Potverdikke, voor mij geen borreltje meer straks. “ De klok in het belfort luidt drie maal  en speelt een kerstmelodie.   Het stadscentrum is ondergedompeld in een feëerieke kerstsfeer.  De koetsen, die de toeristen rond de bezienswaardigheden voeren, zijn versierd met kleine lichtjes en zelfs de paarden dragen een  rode muts boven hun oren. Op het marktplein verdringen de mensen elkaar tussen de kraampjes van de kerstmarkt.  De geur van aangebrande hamburgers vermengt zich met het zoetige aroma van de gluhwijn.  Een bejaard dametje  warmt  haar pijnlijke, verkleumde handen aan een koolvuurtje. Tussen de eet- en drinkstandjes prijkt de kerststal  omringd met balen stro.   Een groepje luidruchtige  tieners lacht met het kindje Jezus in de kribbe.  Eén van hen gooit zijn sigarettepeuk nonchalant een eindje weg, midden in een baal stro die onmiddellijk begint te smeulen.   Maar, nog voor het vuur zich kan voortzetten, dooft het als vanzelf uit.  Niemand merkt er iets van. Een eindje verderop, in de winkelstraat, speelt “White Christmas”  voor de zoveelste keer door de luidsprekers.  De etalages zijn prachtig versierd en schreeuwen om aandacht maar het is te druk om ervan te  kunnen genieten.  Ellebogen stompen in je rug of duwen je opzij, want het voetpad is niet breed genoeg voor de krioelende massa . Kleine Jonas loopt braafjes naast zijn mama, smullend van een  geurende, warme suikerwafel.  Een streng uitziende mevrouw passeert ruziënd met haar partner, ziet hem niet en loopt hem omver.  Ze merkt het niet en loopt gewoon door.  Jonas valt op de straat vlak voor de zware wielen van de aanrijdende stadsbus.  Onmiddellijk begint de motor van het gevaarte te sputteren en valt stil.  “JONAS !!!!”  Met een gezicht, wit als de sneeuw,  sleurt zijn moeder  hem overeind en overlaadt hem met kussen.  De motor van de bus start weer op nog voor de chauffeur de sleutel in het contact heeft omgedraaid.  De man begrijpt er  niets van,  maar zet vlug zijn rit verder.  Tijd om na te denken heeft hij niet want veel oponthoud kan hij zich vandaag niet veroorloven. En zo gaat het de hele dag en avond door.  Ieder onheil wordt ongemerkt voorkomen.  Klokslag middernacht staat engel  Ariel weer mopperend op haar sokkel . “T’is altijd hetzelfde liedje op kerstavond.  Die drukte is om gek van te worden.  Moet ik nu werkelijk ieder jaar de bewaarder zijn van deze drukke stad ? Kan God niet met een beurtrol werken ?”  Jaloers kijkt ze naar de engel Muriel die ondertussen ook weer  naast Maria staat.  “Zij heeft het makkelijk.  De hele nacht waken over een piepklein dorpje waar niets gebeurt.  Ik ben bekaf.  En bekijk mijn vleugels  nu eens.  Allemaal zwarte roetvlekken.”  Zo hard ze kan, wrijft ze over de vuile vegen.  Zonder resultaat.  “Ja, dan zal het zo moeten.  Ik kan het ook niet helpen.” Haar tijd voor dit jaar zit erop.  Heel,  heel langzaam, wordt ze steeds harder en harder tot ze weer helemaal versteend is. De volgende morgen doet de koster zijn ronde in de kathedraal.  Wanneer hij bij engel Ariel komt, blijft hij verbaasd staan.  Zijn verwondering slaat om in boosheid wanneer hij het vuile beeld ziet. “Wel, heb je ooit.  Hoe komen al die zwarte vegen op de vleugels ? Weer van een bende kwajongens zeker.  Potverdju, dat zal een heel karwei zijn om het af te kuisen.  Het kan wachten tot morgen.  Het is voor mij ook Kerstmis vandaag.”

Creyf Nancy
0 0

Dialogica

Dialogica   Niemand leest nog en wij, geachte lezer, weten waarom: niemand heeft er de tijd voor want iedereen schrijft. Welaan, voor de woordworstelaars onder ons die beter willen, is er in Antwerpen de SchrijversAcademie en daar krijg je bijvoorbeeld deze opdracht:   [Twee broers, 32 en 23 jaar, komen elkaar tegen op de speelgoedafdeling. De vrouw van de oudste kan elk moment bevallen. De oudste broer verdenkt de jongste dat die het met zijn bevallige vrouw heeft gedaan. Die verdenking blijft onuitgesproken. Hoe gaat hun dialoog?]   Branded content De schrijver richt een camera aan het plafond van de speelgoedafdeling ener Walmart op het personage David. David is 23 jaar en heeft een typische Justin Bieberkop. Vanuit het vogelvlucht-perspectief kan de lezer goed zien dat David een pop uit het schap pakt, een levensechte baby-pop met opengetuit mondje waar precies de speen inpast van het melkflesje dat naast de pop zit geklemd in de geheel transparante plastic verpakking.[1] ‘Je kunt hem er zo instoppen,’ klinkt van opzij een lijzige stem, de stem van Davids broer Max. Deze Max is een soort van ouwelijke, diepdoorgroefde Bieberbroer, ongeschoren bovendien, en de schrijver heeft hem weggeplukt vanbij het kraambed zijner vrouw Liza. Daartoe zijn de weeën enige uren uitgesteld, eerst moet pa-in-spe een appeltje schillen met oom-in-spe, of omgekeerd, opdat de lezer zich niet vervele. David houdt geschrokken de pop tegen zich aangeklemd. Dan vraagt hij: ‘Hem?’ Max klemt zijn ongeschoren kaken op elkaar. David vraagt opnieuw: ‘Hem? En waarin gestopt?’ Max ontklemt zijn kaken. ‘Je pink bijvoorbeeld,’ zegt hij terwijl hij een non-verbale, maar door de lezer niet mis te verstane, Elvis-the-pelvis beweging maakt. ‘Ooh, lekker,’ steunt gladgekaakte David. ‘Net als toen…’ Nu maakt Max een Lucky Luke-achtige beweging, sneller dan zijn schaduw, waarbij hij onder meer een sinds Trump vrij verkrijgbare knaldemper gebruikt. Er verschijnen enkele ketchup[2]-achtige vlekken op Davids shirt. Hij kreunt en zakt traag en theatraal in elkaar. Max probeert de beketchupte babypop+fles-verpakking onder zijn stervende broer vandaan te trekken. Dat lukt niet. Dan zegt hij, opkijkend naar de camera: ‘Het kind heeft hoe dan ook de genen van onze ouders. God bless her. Ik zal van haar houden.’ Maar helaas, David is al dood[3], zodat hij zijn laatste woorden niet meer kan uitspreken: ‘Nee joh, het was een pakketje van de DHL-man[4].’ Onuitgesproken – tja, dat is het nadeel van dit vogelvluchtperspectief.   Paul Braamberg   [1] Made in China, door kinderhandjes. Tezamen met een kortingsbon voor roze babypopkleertjes. [2] Momenteel in de aanbieding bij Walmart, de enige echte, van Heinz. [3] Die Trump is ook zo’n verdomd effectieve president. [4] DHL is immers een global market player en bezorgt ook bij jou thuis, lezer, waar je ook woont.   [Hum, dat was nogal wraakgericht, dat was vooral veel te rechttoe-rechtaan. Maar drama ontstaat niet door eenduidige emoties. Herschrijf de tekst vanuit een andere onderliggende emotie. Laat je personages denken, laat een omwenteling plaatsvinden, een inzicht…]   Zo dan ‘Gaap,’ zegt de lezer. ‘Bedoel je?’ vraagt de schrijver. De schrijver denkt even na, dan zegt hij: ‘Geef me een paar minuten voor ik een trialoogje met vieze Lieze[5] klaarheb.’ De schrijver zegt tegen zijn personages Max en David: ‘Kom jongens, ruim die kliederketchup op, dan haal ik Liza.’ Max en David gaan in de weer met Vanish Oxi Action vlekverwijderaar en de schrijver licht Liza van het kraambed[6]. De schrijver appt: ‘We zijn zover.’ De lezer neemt de roltrap naar de literatuur-afdeling van de Walmart. Het is er stil. Smakelijk liggen de kookboeken uitgestald[7] en daarnaast schittert de literaire-non-fictie-top-20. De lezer bladert in deze, de lezer bladert in gene, de lezer legt het boek telkens hoofdschuddend terug. Het mobieltje van de lezer twinkeliert. Dus snel terug naar de kinderafdeling. Daar houden rood-witte linten de toegestroomde belangstellenden op afstand. ‘Lieve lezer,’ zegt de schrijver. ‘Je bent de mooiste/stoerste[8] lezer die ik ooit gehad heb. Voor jou doe ik alles.’ De lezer schudt het hoofd en denkt: dat las ik net in elke flaptekst. ‘Maar ik méén het,’ zegt de schrijver wanhopig. ‘Kijk maar.’ Op een waterbed[9] ligt het stapeltje personages, naakt. Onderop Max, de mogelijke vader, daarop Liza, als het ware om haar hoogzwangere buik gedrapeerd, die van voren genomen wordt door Max en van achter door David, de mogelijke oom dus. De lezer schudt het hoofd. ‘De weeën!’ krijt Liza. Haar rug en billen beginnen ritmisch te contracteren. ‘Ik kom,’ gilt David in de maat. ‘Ik voel het komen,’ gromt Max eveneens in de maat. De lezer schudt het hoofd. ‘Gaap.’ ‘Hoepel dan maar op,’ zegt de schrijver en smijt zijn pen door de rood-witte linten. Maar de lezer en het overige publiek blijft staan kijken. ‘Iets fris graag. Iets taboeërigs.’ De schrijver denkt even na en kolft dan met enige moeite een plastic glaasje melk uit een der wippende borsten van Liza. ‘Hier, ’t is nog warm.’ De lezer schudt het moeie hoofd. De schrijver wordt boos. ‘Zo dan,’ brult hij en rukt zich de kleren van het lijf. Hij heeft zo’n enorme erectie dat die bijna zijn kinnebaardhaartjes raakt. ‘#WeToo[10],’ kraait de lezer[11] en stroopt de broek af, resp. rok op[12] en trekt de billen van elkaar zodat de anus frank en vrij en hongerig vol in beeld komt.   ==== Einde 1, over-de-top: ’s Schrijvers eikel nadert ’s lezers sterretje en ’s schrijvers stem schort: ‘Je bent een kind.’ ‘Jaah.’ ‘Je bent míjn kind.’ ‘Jááh.’ ‘Je bent dood want ik heb je net laten stikken.’ ‘Jááh, en hé, noem me Pauw[13].’ Veren in de kont, denkt de schrijver opgewekt. Buiten beeld, in de tuin-afdeling op het dakterras van de Walmart, plukt een jongen een madeliefje voor een meisje.   [14]Paul Braamberg.   [5] Dat is haar bijnaam in de stad. [6] De weeën wederom even uitstellend. [7] Alleen deze week 2-voor-1. [8] Doorhalen en/of omcirkelen wat van toepassing is. [9] Topstuk van de Walmart-collectie, ook op afbetaling verkrijgbaar. [10] Dit is geen enkele kritiek op het aan de (al of niet ongeschoren) kaak stellen van seksueel misbruik. Wel op het publicitair misbruik daar weer van. [11] Goddank, eindelijk! [12] Doorhalen en/of omcirkelen. [13] Is ook als podcast te downloaden. [14] Dit is niet geschreven door:   ==== Einde 2, overder-de-toppest: ’s Schrijvers eikel nadert ’s lezers sterretje en ’s schrijvers stem schort: ‘Full consent?’ ‘Vol erin,’ smeek en gebied je, vooroverbuigend en achteromkijkend. Welaan, vol gaat ie erin tot ie welhaast in je keel kriebelt en je niet meer achterom kunt kijken. ‘Vooruit,’ hoor ik je steunen. ‘Meer diepgang.’ ‘Je bent een kind,’ zeg ik ritmisch. ‘Jaah, pedofilie!’ stoot je uit. ‘Je bent míjn kind,’ zeg ik ritmisch. ‘Jááh, incest!’ stoot je uit. ‘Je bent dood want ik heb je net laten stikken op de literatuurafdeling.’ ‘Jáhá, necrofilie!’ hoest je. ‘Re-te-span-nend. En hé, noem me Pauw[15].’ Veren in je kont, denkt ik, steeds meer en steeds dieper. Buiten beeld, in de tuin-afdeling op het dakterras van de Walmart, roffelt regen op parasols en palm- en vingerplantgebladerte. Een jongen, druppeltje aan z’n neus, plukt een madeliefje voor een roodkonig meisje.   [16]Paul Braamberg[17].   [15] Is ook als podcast te downloaden, wel eerst 18+ aanvinken. [16] Dit is niet geschreven door: [17] , dan zou deze tekst minstens twee pagina’s langer zijn.  

Paul Braamberg
0 0

Waarom Sinterklaas geen Zwarte Pieten met een rood jasje nog in dienst wil nemen.

Sinterklaas was er eerder dit jaar vroeg mee begonnen. Waarmee? Met het voorbereiden van de jaarlijkse festiviteiten rondom zijn naamfeest natuurlijk. De verschillende Pieten waren de afgelopen maanden druk in de weer geweest. Diegenen met het gele jasje hadden aan een heet geblakerde oven gestaan en hadden Sinterklaasspeculaas gebakken. De hete dampen die toen uit de schoorsteen kwamen hadden de Spaanse hemel verschroeid en zij hadden ervoor gezorgd, tezamen met een lichte bries, dat tijdens de zomeravonden de wolken boven de Vlaamse horizon roze hadden gekleurd.Andere Pieten, zij met het blauwe kostuum, hadden een dun laagje chocolade gegoten over een koekje met daarbovenop een licht gezoet eiwitschuimpje. Zo hadden ze weer een grote lading negerzoenen klaargestoomd gekregen. Wel had Sinterklaas, terwijl hij zich tegoed had gedaan aan een verse moorkop tijdens de koffiepauze, laten weten dat ze dit woord “negerzoen” niet meer mochten gebruiken. Vanaf dan zou dit lekkers schuimzoen of chocozoen moeten genoemd worden. Maar de blauwe Pieten wisten maar al te goed dat de Vlamingen dit koekje nog anders noemden en ze hadden toen eens goed in hun vuist gelachen.Naast de zoenenfabriek had Sinterklaas een groot gebouw neergepoot waar de Pieten met groene outfit aan het werk waren geweest. Zij hadden zich gespecialiseerd in het zure snoepgoed. Ze hadden zuurstokken aan een hoog tempo gefabriceerd en de dropveters waren kilometers lang over de band komen rollen.Maar in de grootste van de Sinterklaassnoepgoedenalleswatdaaroplijktfabrieken, kortweg de SSAWDLF, hadden de Pieten met het paarse pak letters van chocolade gesmolten en hadden zij munten van datzelfde, lekkere bruine goedje geslagen. Elke dag was Sinterklaas gaan inspecteren of alles er wel goed verlopen was.Zo was hij ook het kleine gebouwtje binnengelopen waar de Pieten met het rode jasje aan het werk hadden moeten zijn. Maar er was niet gewerkt geworden. De rode Pieten hadden gestaakt. “Deze aardappeltjes van marsepein ruiken wel naar venijn en we maken er geen andere, dat zal niet zijn” had de wat luie en altijd opstandige rode adjunct-Opperpiet geroepen. “Het is venijn, ’t zal niet zijn,” hadden de andere meegeheuld. “En wat gaan onze Vlaamse kindjes daarvan zeggen,” had Sinterklaas zich dan kwaad afgevraagd. De rode Piet had zijn hoofd zodanig hard geschud dat de pluim van zijn muts was gevallen, zomaar pardoes in het blubberende marsepeinfestijn. “Dan moeten jullie maar aan de Costa del Sol in de horeca gaan werken,” had de Sint zich geërgerd en hij had met een roe de rode garde naar buiten gedreven. Aan zijn Opperpiet Nicodemus had hij laten weten dat de aardappeloogst dit jaar mislukt was en dat de kindjes wat extra suikerbeestjes en smikkelbeertjes zouden krijgen. En een extra goede tandenborstel. Die Sint toch ! Altijd stond ie klaar voor een grapje.

Marc M. Aerts
3 1

MY famous blue raincoat

1975 : De vinylplaat Greatest Hits van Leonard Cohen wordt uitgebracht.  Op de  negende plaats van het  album prijkt zijn song ‘Famous bleu raincoat.’   1986 : Jeniffer Warnes  begeleid door saxofoon, piano en cello covert ‘Famous bleu raincoat’ van Cohen.   1989 : Joan Baez begeleid  door gitaar, cello en piano covert ‘Famous blue raincoat’ van Cohen.   1995 : Tori Amos begeleid door piano covert ‘Famous blue raincoat’ van Cohen.   Ook al is het origineel niet te evenaren, deze covers zijn, stuk voor stuk, pareltjes die vandaag gelukkig nog via You Tube of Spotify  kunnen beluisterd worden.   2017 : In November is het een jaar geleden dat Leonard Cohen is overleden.  Toevallig lees ik in DS Weekblad een column van Bernard De Wulf met de titel “Schaduw” en krijg deze flash back:   1953 : Mijn oudste broer is met zijn prille zeventien jaar ‘ingetreden’ bij de Luchtmacht van het Belgisch Leger. Hij zou piloot worden maar een viertal jaar later beslist het noodlot er anders over. Een valpartij met zijn brommer wordt hem haast fataal maar bij wonder overleeft hij.  Zijn pilotendroom moet hij opbergen maar zijn jongere zusjes en broertjes blijven naar hem opkijken in zijn indrukwekkende uniform.   1961 : Ik weet niet wat mij overkomt, maar mijn moeder zegt dat ik nu groot genoeg ben en geeft mij met  Kerstmis mijn eerste pakje sigaretten. Mijn Ma stamt uit de tijd dat al haar broers er vanaf hun dertiende al lustig op los paften.  Het is een geel pakje ‘Laurens filter’.   1963 : Mijn oudste broer is inmiddels getrouwd.  Bij het leger krijgt hij om de zoveel tijd een nieuw uniform. Bij die outfit hoort ook een donkerblauwe regenjas.  Hij heeft zijn oude regenjas niet moeten inleveren en laat hem thuis achter voor een van zijn jongere broers.  De jas is nog als nieuw en op mijn vijftiende voel ik mij de koning te rijk met het imposante kledingstuk.   Veel van de details zijn door de tand des tijds opgevreten maar ik herinner mij hoe ik ’s avonds met opgetrokken kraag in mijn blauwe regenjas het dorp introk.  Als ik dan onder een straatlantaarn liep zag ik voor mij mijn schaduw.  Dan stond ik even stil en stak een sigaret op. Met de rook om mijn hoofd waande mijn schaduw zich James Dean of een andere jeugdheld van het witte doek.   Dank zij mijn broers’ regenjas was het plots niet meer de onbehouwen slungel die in de winkelramen werd weerspiegeld. De jas werd een verlengstuk van mijn opgroeiende mezelf en gaf mij een gevoel van zekerheid en vertrouwen in de onzekere toekomst.   Nog beter werd het toen ik merkte dat bij sommige gelegenheden met neonverlichting er dames vanachter hun etalages opkeken en mij een zwoele blik of guitige knipoog toewierpen. Overwelmend bestaat niet volgens het groene boekje dus houd ik het bij 'overwhelming'.   Pas in 1988 schreef Cohen zijn: 'I am your man'.  Werd ik destijds niet zo door de meisjes overrompeld - ik had hen met die titel van antwoord kunnen dienen.   Onlangs werd in hetzelfde dorp de première opgevoerd van de musical: ‘Meisjes van Plezier’. Graag  had ik hem aan één van de bejubelde artiesten  willen uitlenen, maar helaas MIJN blauwe regenjas is niet meer.    

Vic de Bourg
14 1

Hoe is Sinterklaas een grote fan van Madonna geworden?

Er waren in Vlaanderen zeer veel brave meisjes en jongens. En vele van hen stonden in een lange rij in het Huis van de Sint te wachten tot zij met allerhande vragen de goedheiligman konden bestoken: wat hij nam als ontbijt, welke fiets hij had, hoe de naam was van zijn moeder en of hij ook een ezel had.   Toen die laatste vraag door Lars werd gesteld begon de Sint te bulderlachen, zodanig dat de jongeman bijna van schrik wegliep. Maar de jongen werd al vlug getroost toen Sinterklaas aan Nicodemus, zijn Opperpiet, vroeg om dichterbij te komen.‘Kijk,’ zei hij toen, ‘dat is mijn ezel, want hij draagt de allerzwaarste zakken en hij sleurt die over de berijmde en besneeuwde daken mee’.Mijn grote baas heeft toch een speciale zin voor humor, vond die brave helper, maar hij vergaf het hem want ze waren al eeuwenlang bevriend.‘Mag ik nog iets vragen beste Sint,’ vroeg het kleine baasje.‘Natuurlijk, ga je gang, Larsje,’ stelde de oude hem gerust.Of hij van moderne muziek hield, wilde de dreumes weten.‘Jazeker, ik ga met mijn tijd mee hoor. Honderdvijftig jaar geleden waren dat de walsdeuntjes en de operettes, maar nu zie ik Beyoncé en Katy Perry wel zitten hoor.’Lars kon zijn oren niet geloven. Hij hoorde de namen van de idolen van zijn oudere zus.‘Maar heb je ook een favoriet?’ wilde hij toch ook nog weten.‘Ja, ik heb een favoriete en dat is die al wat oudere maar toch wel getrouwe Madonna,’ bekende de oude snoeper.Van Madonna had het kleine jongetje nog nooit gehoord maar dat moest ie dan maar eens vragen aan zijn mama en vooral aan zijn papa had Sinterklaas vervolgens gezegd.‘Ik zal je verklappen waarom ik zo’n fan geworden ben van deze dame,’ wilde de muzikale kindervriend er nog aan toevoegen:‘Tijdens de afgelopen zomer, om precies te zijn op 15 augustus, was er een feestje in de hemel. Iedereen zou een nummertje opvoeren. En moeder Maria mocht beginnen. Zij steeg tot helemaal in de nok van de hemel en deed toen een imitatie van Madonna en ze zong “Like a virgin”. Heel de hemel stond op zijn kop. Sinte Pieter was van zijn wolk gevallen en was de sleutel van de hemelpoort bijna kwijtgespeeld. Het engelenkoor was helemaal buiten adem want de serafijntjes en de cherubijntjes waren enkel gewend om psalmen en madrigalen te zingen en geen stomende popmuziek. Sint Jozef deed alsof hij een ferm stuk in zijn voeten had en riep voortdurend: “Zie daar de onbevlekte gevangenis”. Gelukkig kon de zoon erom lachen. Hij had het feest georganiseerd en iedereen was na afloop dik tevreden. Met Kerstmis zou er opnieuw een fuif gehouden worden had hij ons verzekerd. Er zou dan tevens voor speciale verlichting gezorgd worden, iedereen zou pakjes krijgen en er zou voor één keer geen rijstpap met gouden lepeltjes worden gegeten, maar wel ganzenlever en everzwijnensteak. Er was maar één voorwaarde gesteld: iedereen moest een week later zorgen voor een mooie nieuwjaarsbrief. We hebben toen dadelijk Sint Sylvester en het heilig paterke van Hasselt ingeschakeld om ons daarbij te helpen. Ja, beste Lars, het is dus sinds deze zomer dat ik zo’n grote bewonderaar van deze zangeres ben geworden, maar natuurlijk kan niemand tippen aan Maria.’‘Maria, die ken ik niet en die heb ik nog nooit op Tv zien optreden,’ moest de verbaasde kleuter wel toegeven.‘Kijk maar eens af en toe op zondagvoormiddag,’ zei Sinterklaas, ‘maar vergis je niet van zender want dan zit je misschien met K3 opgezadeld en sorry hoor, die meisjes kunnen niet tippen aan Madonna, laat staan aan Maria.’

Marc M. Aerts
44 1

Voornaam

Dit jaar valt het nog mee.  Het was pas rond de dag van de Wapenstilstand herdenking dat er Sinten uit chocolade en speculaas in de winkels opdoken.  Verleden jaar was dat al rond Allerheiligen.    Alleen de concurrentie van de Kerstmannen valt tegen want die hebben hun versieringen al overal opgehangen.  Gisterenavond schrok ik mij een hoedje toen ik op de Leuvensesteenweg verblind werd door de overdadige en hoogst wansmakelijke Kerstverlichting van een villa of wat er moet voor doorgaan.   Wij zijn vandaag pas 1 december, dus nog  5 keer slapen voor de Sint komt.  Onze noorderburen moeten maar 4 keer meer slapen want zij houden reeds op 5 december hun pakjesavond.  De Nederlanders zijn altijd al wat ‘gedrevener’ geweest dan hun zuiderburen.  Ze zullen nooit toegeven dat ze op zeker willen spelen om als eersten de buit binnen te halen. Gelukkig weet de Sint beter en reserveert dan ook de betere chocolade, marsepein en speculaas voor de Belgskes.   Inmiddels weten wij dat de schimmel van de Sint ‘Slecht weer vandaag’ heet maar wie hoorde ooit het verhaal over de voornaam van Sinterklaas?   In de klaasperiode ziet men in haast alle groot- en kleinwarenhuizen, sportclubs, scholen, verenigingen, enz… de ‘helpers’ van de enige echte Sint opduiken.  Soms prachtig uitgedost, soms , zoals Toon Hermans zaliger reeds opmerkte, met het tafelkleed van de salontafel op de rug waarop de afdruk van de asbak te zien is.   Zo is Jefke met zijn mama naar één van de vele tronen van de Sint getrokken.  Bij thuiskomst toont hij aan zijn papa fier de puntzak met snoep die hij gekregen heeft en zegt: “Papa, ik weet een geheim.” “Zo, Jefke, laat horen”, zegt papa. “Ken jij de voornaam van Sinterklaas?” vraagt Jefke.  Papa kijkt verwonderd en schudt langzaam het hoofd van links naar rechts. “De voornaam van Sinterklaas is Oscar!” jubelt de kleine. “Hu?”, is alles wat de vader kan uitbrengen waarbij hij met een grimas naar de moeder kijkt. “Hoe weet jij dat zo zeker, Jefke?”, vraagt papa. “Toen ik op de schoot van de Sint zat, ging er een gordijntje opzij achter de troon en vroeg een dame aan hem : ‘Oscar, wil je een sjat koffie ?’ – en de Sint antwoordde: ‘Ja, graag Julia.’ “, antwoordt Jefke.   Voor onze noorderbuurtjes: een sjat is een leuk Vlaams woord voor een kopje.

Vic de Bourg
20 2

Waarom Sinterklaas zoveel mag drinken als hij wil

Gezeten op een grote fauteuil met vergulde poten en dito armleuningen en met boven zijn mijter een overdadig met brokaat versierd baldakijn, reikte Sinterklaas met zijn rechterhand naar het lege glas. Hij had aan de winkelverantwoordelijke uitgelegd dat zij best de fles ook maar op het tafeltje kon neerzetten. Dan moest hij haar niet telkens lastig vallen om zijn glas bij te vullen. Blijkbaar viel het niet in goede aarde bij de kwezelachtige bazin van de plaatselijke supermarkt. Het had haar sowieso al niet aangestaan toen de Sint een uurtje eerder een fles whisky vroeg in plaats van de voorziene anderhalve liter frisdrank in plastic uitvoering. Hij had de Schotse godendrank zelf mogen kiezen en dus stond de fles Auchentoshan Solera op het bijzettafeltje te pronken, weliswaar al half geledigd. Er gaat niks boven een lekkere single malt, dacht hij en hij goot het glas nog eens bijna vol. ‘Deze Solera is van een uitstekende kwaliteit jongedame. De naam doet mij aan de Spaanse zon denken,’ probeerde de goedheiligman het mens wat te sussen. Zij vroeg zich enkel af waarom de “classic” niet voldoende was geweest want die was driemaal goedkoper. ‘Mag mijn dochtertje u een vervelende vraag stellen Sinterklaas,’ vroeg een mooie mama waarvan de Sint vond dat ze op een Andalusische schone leek.‘Natuurlijk jongedame,’ antwoordde hij wat verlegen maar door zijn baard en snor zag Rosalie’s moeder niet dat hij tot achter zijn oren zat te blozen. Of was het de whisky die hem parten begon te spelen.‘Vertel eens meisje, wat wil jij weten?’ herpakte hij zich meteen.‘Ik had willen weten beste Sint of je wel zoveel mag drinken? Pintjes en zo, of whisky en …’Het arme kind werd onderbroken door de oude dronkaard:‘Eerst moet ik je zeggen dat je, zoals je mama dat net zo goed voordeed, mij moet aanspreken met “u” en niet met “je”. Dus vanaf nu mag jij mij u-wen en dan zal ik jou je-jen. OK?’‘Dat heb ik goed begrepen Sinterklaas. Ik zal u in het vervolg met u aanspreken maar hoe zit dat nu met die drank?’ herhaalde het meisje gevat.Eerst trok de Sint zijn beide dikke wenkbrauwen naar omhoog maar dan moest hij lachen.‘Jij bent mij toch een uitgekookt persoontje moet ik zeggen mijn beste Rosalie. Maar ik zal jou eens iets verklappen. Iets wat nog niet zo veel mensen weten en zeker geen kleine mensen zoals jij.’Sinterklaas deed teken aan het guitige wicht dat ze wat dichter moest komen en hij fluisterde in haar oor:‘Ik ben een sint, een heilige dus, en heilige mensen kunnen niet dronken worden. En weet je waarom?’Sinterklaas begon al bij voorbaat luidop te schateren: ‘Omdat wij ons altijd in hogere sferen bevinden. Snap je het?’De oude man vond zichzelf wel grappig.Rosalie begreep er niet zoveel van.‘Dag Sinterklaas. Ik zal het zo aan mijn papa vertellen’.Het verbouwereerde ukkie verliet aan haar mama’s arm de supermarkt.‘Mama, hogere sferen, wat zijn dat?’ vroeg het dochtertje wat confuus.‘Daar zal papa aanbeland zijn, als hij straks na het werk op café blijft hangen,’ antwoordde de zwoele Spaanse ad rem.‘Haha, nu begrijp ik het. Die Sint wordt toch echt wel oud hoor.’

Marc M. Aerts
0 1

Waarom Sinterklaas soms een slagzin uit “Van Vlees en Bloed” gebruikt.

Het is zaterdag. Baddag dus.Sinterklaas is bloot op zijn mijter na. Hij stapt in een ruime flamingoroze badkuip. Hij heeft vandaag geen zin om zijn haar te wassen. Zijn schedel jeukt nochtans en zijn baard schilfert wat. Maar ’t is toch zo’n gedoe, vindt hij. Hij gaat wachten tot hij terug in zijn Andalusische haciënda is. Daar heeft hij zijn verzameling shampoos die hij van over heel de wereld bijeengesprokkeld heeft. En daar heeft hij ook méér tijd en een flinke haardroger te zijner beschikking om zijn weelderige haardos en knevel te föhnen en in de juiste vorm te brengen.Jaja, Sinterklaas is best een fiere man.   Hij zet de kraan helemaal open. Geen druppel komt er uit.‘Nicodemus,’ roept hij. Zijn Opperpiet kan hem niet horen. Hij staat wat verderop in een gesloten douchecabine. Maar hij heeft hetzelfde droogteprobleem.De Sint stapt dan maar weer uit bad. Afdrogen hoeft niet, want hij is niet nat.Nicodemus komt aangelopen in adamskostuum en niet in zwarte-pieten-pak. Het is een gek zicht: een moorkop op een wit lijf.‘Ook geen water in de douche?’ vraagt de goedheiligman.‘Geen water en ook geen zeep. Geen handdoeken en ook geen washandjes,’ zegt Nico wat knullig.‘Spijtig voor de Gamma. Kom, dan proberen we eens in de Brico, hier om het hoekje,’ zegt Sinterklaas enigszins beteuterd en hij vervolgt:‘Euh Nicodemus, zodra je aangekleed bent ga jij dan eerst met Slecht-Weer-Vandaag naar de carwash? Doe maar alles erop en eraan voor mijn witte schimmel.’Sinterklaas heeft binnenpretjes en roept zijn hoofdpiet nog na:‘Ik ben toch nogal een kerel hé. Met mij kunt ge nog eens lachen’.

Marc M. Aerts
73 1

Lois Lane met een wit giletke

Later, als ik groot ben dan… word ik bakker, leerkracht, Lois Lane. Of misschien word ik wel gewoon de liefste mama van een nest kinderen – net zoals de mijne. Dat laatste weet ik zo goed niet meer. Het hoeft alleszins niet nu. Maar al die andere dingen. Why not?    Ik herinner het me nog, de tijd van het onbezorgd dromen over later. Hoe fantastisch alles eruit zou zien als ik op een dag groot zou zijn. Wat ik zou doen, eten, zeggen, kopen. En wat ik zo zonder meer zou schrappen. Gedaan met elke dag mijn bed opdekken. Nooit meer strijden met die biefstuk op mijn bord. Weg met lastige oefeningen op de vierkantswortel. En vooral, adieu prikkelende souspull met dat wit giletke erbij. Ach, wat voor zorgen had ik toen.     Nu ik dan eindelijk groot ben –of toch groter. Nu wil ik al te vaak terug naar die tijd van toen. Vroeger.Toen stempelen met aardappelen een ernstige aangelegenheid was. Toen mijn to do-list bestond uit bellen blazen en bloemenkransen maken. Toen de pot pudding uitlikken nog een voorrecht was. En toen zaterdag gelijkstond met langer opblijven – met op topdagen een zakske chips erbij. Alles was zo simpel. Alles was kinderspel met een snuifje liefde.   Zo loop ik verloren tussen vroeger en later. Op zoek naar verbinding met het hier en nu. Wie ben ik? Waar ben ik? Waarom? Met wie? Ik, vroeger nog de primus van de klas, ik weet het soms zo goed niet meer.   De tijd van verstoppertje spelen is voorbij, maar we spelen het nog vaak. Ik speel verstoppertje met mezelf, met jou. Jij speelt mee met mij. We verstoppen wie we zijn en wat we willen. We zoeken wel, maar vinden niet. Maar dat spreken we nooit hardop uit. We schreeuwen veel liever dat we zijn wie we zijn. Dat doet toch iedereen? We schermen met het woord authentiek. Ook ik noem mijn schrijfsels puur. Maar, zijn ze ook zo puur als die dromen van toen? Terug naar toen, maar dan nu – het vroegere later.   Bakker zijn, dat lijkt me fijn. Of beter, bakkersvrouw. ‘s Ochtends werken, verwarmd door een zoet aroma. Onder de mensen komen. Er voor mensen zijn. Alle soorten, alle vormen. Nu eens lachend, dan bezorgd. Opgewekt of uitgeblust. Monter en half slapend. Veel zien en horen. Veel weten, maar slechts spreken als het broodnodig is. Jammer alleen dat mijn tong rare kronkels maakt zodra er een suikerkorrel op belandt – een akkefietje en cours de route. Zonder dat had ik nu mijn bakkersmuts op.   Leerkracht dan? Leren, blijven leren, aanleren. Vormen, omvormen. Tof! Maar… wordt het té belerend, té strak, té voorgevormd, dan dreig ik af te haken. Ja, ook dat is bij mij onderweg veranderd. Waar ik me vroeger nog als een vis in het water voelde binnen strakke collegemuren, ondersteun ik nu vooral de creativiteit die vrijkomt binnen laissez faire-structuren. Niet dat colleges alle creativiteit ontmoedigen. En ok, elk gemis aan discpline is wellicht ook niet wenselijk. Wellicht, want wie ben ik om opvoedkundige raad te spuien. Ik mag me gelukkig beperken tot mijn rol als trotse suikertante. Alleszins, als leerkracht zou ik dus nog niet meteen mijn plekje kennen. Maar dat weerhoudt me natuurlijk niet om mijn bescheiden kennen en kunnen te delen. Dat doe ik met plezier. En eerlijk, ik doe het niet voor niets. Wat ik geef, ontvang ik dubbel terug. Zo blijft mijn voorraad inspirerende prikkels en mijn collectie ervaringen altijd aangevuld.   Daarin zit het voor mij. In die prikkels en die ervaringen. In het delen en het in contact treden met. Met wie ook, waar ook, waarom ook. Ja, zelfs zonder een duidelijke waarom. In het ont-moeten en het ont-dekken, met nadruk op het niets moet-gehalte. Nieuwsgierig en gedreven zoals Lois Lane. Zou haar job dan die van mijn droom benaderen?   Aan mij om het uit te zoeken. Op mijn pure wijze: verscheurd tussen mijn perfectionistische natuur en mijn drang naar ruimte, vrijheid, flexibiliteit. Zo stap ik voorzichtig voort. Als een Lois Lane met mijn wit giletke. Voorzichtig ja, zo ben ik. Maar daardoor marcheer ik niet minder voluit. Misschien val ik, misschien niet. Ik ga en probeer. Vol vertrouwen op mijn talenten. Talenten die ik investeer. Ik maak mijn dromen waar. Ik leef.

Aline
0 0

Waarom Sinterklaas nooit bij S.K. Sint-Niklaas heeft gevoetbald?

Sinterklaas zat al de hele week op zijn troon in het Huis van de Sint. Al maar goed dat hij over een uitstekende gezondheid beschikte, zo niet zou hij het nooit zo’n lange tijd kunnen volhouden op dat koninklijk pluchen kussen. Het was woensdagnamiddag, dus was het extra druk in dat mooie huis in Sint-Niklaas. Vele kindjes vergezeld van hun ouders kwamen langs om de goedheiligman goeiedag te zeggen en hun verlanglijstje te presenteren.   Deze keer was het de beurt aan Lowie om op Sinterklaas’ schoot te komen zitten.‘En jongen, vertel eens, wat zou jij willen in jouw schoentje,’ vroeg de Sint aan de lang opgeschoten jongen.‘Een voetbal als dat kan,’ gaf de jonge snaak aarzelend antwoord.‘Maar natuurlijk kan dat, zo’n prachtige lederen bal met witte en zwarte vlakken. Daar zorg ik voor. Beloofd. Ben jij dan een echte voetballer?’ vroeg Sinterklaas geïnteresseerd.‘Ja, ik ben keeper bij de duiveltjes want ik ben de grootste van de ploeg,’ antwoordde Lowie fier en gevat.‘Weet je,’ zei de Sint, die alweer zin kreeg om te sporten na al dat lange zitten op zijn vergulden stoel, ‘dat ik bijna voor S.K. Sint-Niklaas heb mogen spelen?’‘Hoe kan dat nu? Je bent toch oud, eigenlijk stokoud, want je hebt een staf,’ merkte de grote kleine terecht op.‘Mil bombas y granadas,’ - Sinterklaas was een duidelijke fan van “el capitán Archibaldo Haddock” - ‘jij gelooft mij niet. En toch is het waar. Ik zal het je vertellen Lowie.’De oude maar nog kwieke (volgens eigen zeggen) man reikte uit naar het bijzettafeltje naast zijn troon waarop een glas stond om een slok whisky - naar het stichtende voorbeeld van zijn idool - achterover te slaan.‘Luister goed. Zes jaar geleden hoorde ik dat de plaatselijke voetbalclub in nauwe voetbalschoentjes zat. De ploeg was pas gepromoveerd naar tweede klasse, maar de spelers kregen méér doelpunten tegen als dat ze konden maken. SK Sint-Niklaas bengelde dus aan de staart. Ik ben dan eens gaan kijken naar een avondtraining net voordat ik met Zwarte Piet aan mijn dakenronde begon. Ik plantte mijn staf naast het veld en deed even mee met de jonge kerels die allemaal van zichzelf dachten dat ze Messi waren. Op een, twee, drie speelde ik de jeugd van het plein. Ik speelde een een-tweetje met mezelf en trapte een gat in het doelnet. De voorzitter van S.K. bood me dadelijk een contract aan tot het einde van het seizoen. Maar ja, dat kon ik niet doen want ik moest na 6 december met mijn Pieten weer terug naar Spanje vertrekken naar mijn haciënda in de buurt van Guadalcázar. Dat was het eerste en voornaamste probleem. Maar ik moest mij ook van bijna al mijn kleren ontdoen: ik moest mijn koormantel afleggen, mijn rode stola van mijn schouders nemen, mijn cingel moest van mijn middel, mijn albe moest ik uittrekken en tenslotte ook mijn tabbaard met al zijn knoopjes. Wat een gedoe. Mijn handschoenen mocht ik aanhouden indien het koud was. Maar mijn lange baard moest ik inkorten.’Sinterklaas leek nog altijd onder de indruk terwijl hij zijn verhaal deed.‘En dan moet je weten, sapperdepitjes,’ - de Sint vertelde verder en gebruikte een minder gedurfde krachtterm - ‘ik moest een gele shirt en sokken aantrekken en een blauwe korte broek. Dat zag ik helemaal niet zitten. Ik ben immers de hete zon van Spanje gewoon en hier in dit landje kleed ik mij altijd lekker dik aan.’Hij nam nog een teug van zijn whisky. Dat warmde hem wat op en hij vervolgde:‘Tenslotte het derde probleem: mijn leeftijd. Toen ik destijds verklapte dat ik enkele dagen later duizendzevenhonderdéénendertig jaar zou worden vielen de voorzitter en de clubdokter bijna flauw. Ze konden niet geloven dat ik zo balvaardig was op het plein en zo snel kon lopen en dribbelen. Begrepen zij dan niet dat ik elke nacht gezeten op mijn paard alle daken van Vlaanderen en omstreken bereed. Daartoe zou alleen toch maar een acrobaat en goed atleet in staat zijn. Of niet soms?’‘Ach beste Sint, nu zie je weer dat die grote mensen er allemaal niks van begrijpen. Wij twee, wij weten wel beter,’ kon het doelwachtertje haarfijn analyseren.‘SK speelt nu in tweede afdeling amateurs,’ voegde hij er triomfantelijk nog aan toe.‘Amateurs,’ brabbelde Sinterklaas wat binnensmonds en hij nam nog een teug.

Marc M. Aerts
0 1