Zoeken

Quotidien

Alsof ik een versnelling lager geschakeld ben,  op alle mogelijke manieren.  Mijn gedachten vliegen niet meer uit de bocht,  door de vangrail.  Ik loop mezelf niet meer voorbij.    En hoewel vrije tijd er helemaal anders uit ziet,  en niet meer samenvalt  met die van de mensen om me heen,  voelt ze vollediger.  Mijn thuis is enkel dat, een thuis, en het is geen sport om snel te proberen loskoppelen op de treinrit ernaartoe.   Want het werk blijft tussen die vier muren, het vele hout en glas.  Het voelt als een tweede veilige haven, zonder dubbele bodem en schone schijn. En tussen de pagina’s van de zoveelste sprinter  stopt mijn eigen hardloopwedstrijd,  tegen de tijd,  tegen het beleid,  tegen de armoede en eenzaamheid in Brussel.    De eindstreep voorbij,  geen nieuwe wedstrijd in het verschiet,  ik val stil en voel voor het eerst in maanden  hoe uitgeput ik ben.  Ik haal mezelf even uit de (pre)selecties  en de aanloop naar een volgende startblok. Nu snelwandel ik dan wel tijdens de uren,  maar daarbuiten slenter (of dartel)  ik door mijn (eigen) stad.  Ik neem elke dag een nieuwe weg naar huis,  ontdek nieuwe adresjes en bezigheden,  heb niet langer hoofdpijn van de stress  (maar wel van de recent opgelopen koffieverslaving).  Wie had ooit gedacht dat ik rust zou vinden  in een van de zwaarst werkende  (onderbetaalde en ondergewaardeerde) sectoren?   Maar deze maand was mijn persoonlijke  Eureka/Heureka/Horeca beleving,  en de sociale sector voelde in geen jaren zo open  als mijn contacten van de laatste dagen.    Een asociaal beleid zet sociaal werkers vast  en gezinnen in de kou.  Maar warmte stijgt,  dus daar hebben ze in die ivoren toren  nog geen last van uiteraard. Ik zet een stap terug,  stap van de ladder  waarvan jullie schijnen te denken dat ik hem  in sneltempo wou blijven beklimmen, af, (ik gebruik de ladder nu alleen  om aan de bovenste broden te kunnen)  en huppel even op de begane Gentse grond verder.  Dat gaat stukken beter dan op zo’n smalle, eenzame, sport.  Hoge bomen vangen veel wind,  daarom ben ik vanaf nu te vinden   tussen de struiken.   

annakdotes
4 0

De adem van november

Er is een stilte die alleen de herfst kent. Geen afwezigheid van geluid, maar een trage inademing van de aarde zelf — alsof ze nadenkt voor ze de winter toelaat. Ik fiets erdoorheen, het park als een open long waarin ik opga. De banden snijden door een tapijt van bladeren dat kraakt als vergeelde gedachten. De geur is zwaar: vocht, mos, iets bitters van hout dat zichzelf vergeet. Hij blijft hangen achter mijn ogen, als een herinnering die weigert te vervagen. Het licht is scherp in zijn zachtheid, een bleke gloed die niets verbergt. De vijver weerspiegelt geen lucht, alleen beweging — een trage siddering van tijd. Ik trap verder, maar het voelt eerder als drijven dan bewegen. Alsof iets ouds me meeneemt. Een kraai breekt de stilte. Een eekhoorn haast zich, zijn poten ritselen als haastige gedachten. Mijn fietsbel klingelt — een nerveus geluid dat nergens thuishoort. Er is schoonheid in dit verval, maar geen verzoenende. Het is een schoonheid die iets loswrikt, alsof de bomen, met hun uitgeklede armen, eerlijkheid eisen. Ik denk aan wat ik dit jaar achterliet — woorden, gewoonten, gezichten die langzaam uit mijn dagen vervlogen. Langs het pad ligt een verloren handschoen, nat en slap. Even wil ik hem oprapen, maar ik laat hem liggen. Niet alles hoeft gered. Wanneer ik het park verlaat, hangt de lucht laag, stroperig van kou. November ademt traag. En ik adem mee — niet om warmte te vinden, maar om te herinneren dat adem genoeg is. Mephis (aka) Evelyn Mérida

Mephis
17 1