Zoeken

formele klachtenbrief

Beste, Naar aanleiding van ons telefoongesprek laatstleden, waarbij U aandrong op een formele klachtenbrief, dit summiere schrijven omtrent de aard van mijn grieven. Het moet me van het hart; Ik ben niet graag in de hemel. Het lijkt hier wel een bejaardenhuis. De meesten zijn van zeer hoge leeftijd al, sommigen zitten hier al van voor Christus!  Eerlijk gezegd heb ik mijn bedenkingen hoe de zaken hier lopen. Het is schrijnend om te zien soms. Ze zitten hier allen met rijstpap besmeurde hemden. Men heeft hier blijkbaar nog niet gehoord van wasmachines. Dit tot daaraan toe nog, maar het geroep hier. Een gekrakeel van jewelste! Er zijn hier ook geen technici om de hoorapparaten te herstellen. Laat staan winkeltjes voor verse batterijen. En God heeft voor God gespeeld en aan de hoorapparaten zitten prutsen… Zouden de heren aandeelhouders eens uit hun glazen bureaus willen komen en met eigen ogen komen zien hoe het hier aan toe gaat! Laatst heeft een prehistorische bewoner een truckchauffeur opgegeten die vol rijstpap zat. Hij is hoogstwaarschijnlijk dement en mist een groot deel van zijn ingewanden. Onverzadigbaar is hij, maar niettemin kan dit geen excuus zijn! Tot op heden is daar nog geen gevolg aan gegeven. Van enige laksheid is hier wel sprake! De weinige jongeren die hier zitten zijn meestal slachtoffers van ongevallen, waaronder ook ik ten gevolge van een schrijfongeluk, kunnen niet meer dan wat veelbetekenende blikken wisselen. Een conversatie over het weer aangaan zit er bij deze constante kakafonie gewoon niet in. Er is hier trouwens ook gewoon geen weer om over te praten. Zou daar iets kunnen aan gedaan worden? Ik zit ook met de gedachte te spelen om een ideeënbus te installeren. Wij hebben hier allemaal onze vaste plaats aan tafel. Ik had liever een andere plaats gekregen. Ik zit recht tegenover een man die nooit iets zegt, maar me wel heel de dag met een holle blik zit aan te kijken. Ik word daar nerveus van en krijg het op mijn heupen bij wijze van spreken. Bovendien krijg ik ook letterlijk last van mijn heupen, want de zitting van mijn stoel is versleten. Ik heb wel een nieuwe gouden lepel gekregen. Liever had ik een nieuwe stoel gekregen. In ieder geval zitten deze jongeren, tot de leeftijd van pakweg vijfhonderd jaar, hier gewoon niet op hun plaats. In de hel zouden ze tenminste nog wat lol kunnen trappen.  Bij deze wil ik met aandrang vragen om mijn zaak eens te willen overwegen om alsnog naar de aarde te kunnen terug keren of op zijn minst een nieuwe stoel te krijgen. Alvast bedankt, met de meeste hoogachting,

Manuel Van den Fonteyne
11 0

Brooddronken, deel 2, hoofdstuk 2

2   “Ringo, op 24 december 2001 heeft u dienst 21 uitgevoert. Nadat u op ronde bent vertrokken, werdt vastgestelt dat u het boekje 607 niet heeft meegenomen. Het is nogthans verplicht dat u u boekje 607 meeneemt op ronde. Waarom heeft u u boekje niet meegenomen? Om uitleg!” Deze woorden, opgesteld in gebrekkige taal, bevinden zich op het model 9 van Ringo Vanderbeken, vervanger op dienst 21, dat hij voor zich houdt. ‘Mag ik lezen wat er op staat?’ vraagt Jimmy. Ringo geeft Jimmy het model 9. ‘Doe maar,’ zegt hij, ‘het zal niet lang duren eer ge er ook één zult hebben.’ ‘Hoezo?’ ‘Sommige mensen schrijven nu eenmaal graag,’ zegt Ringo terwijl hij een handgreep brieven uit de rode bak haalt die aan zijn werkpost staat, ‘dan hebben ze nog iets te doen terwijl wij buiten aan het zwoegen zijn.’ ‘Als ze nu nog eens konden schrijven,’ zegt Jimmy. Ringo gooit de brieven terug in de bak en komt naast Jimmy staan, het model 9 meelezend. ‘Wel, kijk hier: “uitgevoert”, dat moet met een “d” zijn. Da’s een voltooid deelwoord, het merendeel daarvan is met een “d”. En hier: “werdt vastgestelt”. En “nogthans”, en “u” als bezittelijk voornaamwoord. Twee keer zelfs!’ zegt Jimmy. ‘Da’s iets dat ge nog wel zult leren. Om hogerop te geraken, moet ge vooral niet te veel kunnen. Het is wie dat ge kent dat belangrijk is. Er was ooit een keer een examen voor ik weet niet wat en Gilbert van dienst zes deed mee. Hij was er door, maar één of andere jonge springer heeft zijn plaats ingenomen – en die was zelfs niet geslaagd voor ’t examen,’ zegt Ringo. ‘Hoezo?’ ‘Wel ja, ’t hangt er van af hoe goed ge u kunt verkopen,’ zegt Ringo, ‘en welke sport dat ge doet. Ik ben ’t nog aan ’t bekijken, maar ik heb al gezien dat als ge koerst, ge een stapke voor hebt bij bepaalde mensen.’ ‘Dus eigenlijk moogt ge nog zo dom zijn als ’t gat van een koe, zolang ge in een koerstenueke past, kunt ge carrière maken?’ Ringo knikt. ‘Waarom denkt ge dat uwe pa nooit hogerop is geraakt? ’t Is niet omdat hij drinkt, zulle. Want de frigo bij de inspecteur staat vol met kortendrank.’ ‘Hoe weet gij dat?’ vraagt Jimmy. ‘Is ’t u nooit opgevallen dat de dagen dat uwe pa steendronken thuiskomt, dat hij dikwijls een model 9 krijgt voor zaken die niets met dronkenschap te maken hebben? De inspecteur is ne maat van uwe pa, moest ge ’t nog niet weten. Uwe pa krijgt ne model 9 en dan gaat hij er over klappen met de inspecteur en dan drinken ze een fles kortendrank leeg.’ Bruno maant Ringo aan om op zijn taal te letten – krijgt hij van de inspecteur geen veeg uit de pan, dan krijgt hij wel van Reginald een vijg tegen zijn oor. Jimmy neemt ook nog een handgreep brieven uit de bak en tracht er het beste van te maken. ‘Al hetgeen dat ge niet vindt, moet ge maar op een hopelke leggen op uw schof. Ik ga dan wel kijken hoe of wat,’ zegt Bruno. ‘Wat is dat eigenlijk, dat boekske 607?’ vraagt Jimmy. Terwijl Bruno de aangetekende zendingen op volgorde steekt – het zijn er niet zo veel, omdat de bedrijven stil liggen met de feestdagen – dient hij Jimmy van antwoord. ‘Het boekske 607, da’s iets wat ge eigenlijk niet nodig hebt, behalve wanneer dat ge ’t nodig hebt.’ ‘Leg uit?’ ‘Sommige mensen betalen hun elektriek, of hun gas, water of pacht van hun huis per overschrijving. Die kunnen dikwijls niet naar de bank. Dan kunnen zij dat storten bij ons, tegen betaling uiteraard.’ ‘Hoe werkt dat dan?’ ‘Eigenlijk feitelijk is ’t het beste dat ge daar al niet te veel mee te maken hebt, zeker in uw beginperiode.’ ‘Hoezo?’ ‘Ik leg u dat straks wel eens uit, of morgen of zo. Vandaag is ’t best dat we ons bezig houden met de ronde alleen.’ ‘Oké,’ zegt Jimmy en werkt zwijgend het uitsmijten van de dienst verder af. Het stapeltje brieven die hij niet kan vinden is opvallend klein, vindt Bruno, behalve dan de brieven zonder adres maar die worden zonder pardon teruggestuurd. ‘Heb je al een stempel?’ vraagt Bruno. ‘Ja,’ antwoordt Jimmy, ‘ze hebben mij dat vanochtend gegeven.’ Hij haalt een klein buisje tevoorschijn dat open- en dichtgedaan kan worden zoals een vulpen. ‘Welk nummer heb je?’ vraagt Ringo die naast hem staat. ‘110.’ Bruno neemt de nummerstempel van Jimmy over. ‘Dan zijt ge nu facteur 110. In alles wat ge doet, zij het doorsturen of terugsturen van post, moet ge een stempel zetten. Ik ga u dat direct eens tonen, als we de brieven terugsturen.’

Miguel
10 1

Stoppen met roken op het Westers front

De sigaretten in de asbak zien eruit als lijkjes. Opgezwollen in het regenwater, bleek en week. Net als die soldaten in de loopgraven in die film over de eerste wereldoorlog. Bleke hompjes vlees die alle uitdrukking van leven op hun gezicht verloren zijn. Sporen van bloed en modder de enige overgebleven tekenen dat ze ooit rondliepen, dat ze ooit riepen, dat ze ooit lachten. Nu liggen ze opgeblazen met dood. Van alle liefde leeggelopen. De lijkjes mij aan. Zwevend in het regenwater, sporen van tabak als modderig bloed rond hen drijvend. Heb ik ze doodgemaakt? Of maak ik mezelf gewoon dood? Zal ik ook eindigen met mijn gezicht naar beneden, roepend van de pijn om de liefde die op een vergeelde foto in mijn binnenzak steekt? Is de pijn die ik nu op diezelfde plek voel om mijn Braziliaanse liefde minder dan dat? Ik zou denken van wel. Ik hoor geen kogels om mijn horen vliegen, ik zie geen vrienden voor mijn ogen sterven met ledematen die meters verderop liggen, ik zie geen ratten aan mijn tenen peuzelen. Toch stromen de tranen over mijn wangen terwijl ik al mijn ledematen nog heb. Tranen die mij al even hard doen opzwellen als die dode sigaretten in het modderwater. Ik voel me als een slachtoffer van liefde en van afstand en van pijn, pijn, pijn, en lig ik in een bommenkrater in de modder te wachten tot het water me komt verslinden en me langzaamaan gaat opblazen en doen verrotten. Er is zoveel pijn in de wereld. In onze botten, in onze grond. Ik blaas de laatste rook uit en gooi nog een lijkje op de stapel. Op de schoorsteen zie ik twee zwarte vogels zitten. Misschien kraaien. Ze lijken wel te zoenen, zo met hun snaveltjes dicht bij elkaar. Als zwarte kraaien hun liefde kunnen botvieren, waarom ik dan niet? Waarom blijft deze oorlog en deze pijn voortduren, als kraaien al kunnen dansen.

Tom Keysers
6 0

Neen, die augurk is geen implantaat

  Ik passeer daar sowieso regelmatig. Rouwcentrum 'Het Nieuw Begin' is op de hoek van de Martelaerenlaan met de Steenweg op Vloethem. Als ik richting Alfreds frituur trek, dan sla ik daar rechtsaf. Moet ik naar de cursus Nederlands, dan is het gewoon rechtdoor en kom je vanzelf aan dat kleine gesticht met zijn dubbele medeklinkers en summiere herinneringen aan naamvallen zoals die in degelijke talen gebruikt worden. Het is belangrijk dat we samen de tekst doornemen. Begrafenisondernemer Meneer Meeganck ziet graag doodzantjes zonder taalfouten. Met die opdracht ben ik hier: de opmaak van zo’n kaartje, met meestal op de voorkant een foto van de overledene. Op de achterzijde boven in het midden een kruisje. Daaronder de naam van de dode. Nog wat lager een opsomming van noemenswaardige lidmaatschappen van verenigingen. Dan worden nog de geboorte- en sterfdatum vermeld, ook de plaats van die geboorte, de plek van heengaan, alsook de plaats en het tijdstip van de eredienst. Doorgaans wordt dat afgesloten met een gedicht als er nog plaats overblijft. Desnoods iets van Toon Hermans. Een flard uit het Testament kiest men niet zo vaak meer. Namen van echtgenotes, minnaresen en kinderen worden op zo'n doodsprentje van een vader doorgaans niet vermeld. Nu goed, gelukkig heeft hij niet veel kinderen verwerkt, zou hier een randopmerking kunnen zijn. Laten we misschien toch iets korts daaronder zetten, zegt Meneer Meeganck. Heeft U een voorkeur? "Ja, zet maar: Ouders zijn in de eerste plaats wezens die trauma’s veroorzaken en daarvoor nooit gestrafd worden." Is dat niet te algemeen? Ouders in het meervoud? Dat vraagt hij, terwijl zijn stem me zalft met gelatenheid. "Neen. Zo is het perfect. Meestal is de ene dader en de ander pleegt schuldig verzuim." Oké dan, en heeft U een fotootje meegebracht? "Het memorykaartje is helaas een implantaat dat zich niet in verbinding kan stellen met externe toestellen." Dat zeg ik natuurlijk niet en schudt gewoon ontkennend het hoofd. Dan zet ik daar gewoon een boom zonder bladeren. "Uitstekend! Doe maar een pijnboom. Die pitten zijn trouwens niet zo goedkoop. Dat voegt op die manier wat waarde toe aan het geheel." Opnieuw een zin die ik niet uitspreek ik knik gewoon om in te stemmen. Dat ging dus best vlot. De buitenlucht wordt snel weer ook van mij. De plaats, de datum van die eredienst vergeet ik al na enkel stappen en een trein raast voorbij. Links van me gebeurt dat, bovenop een berm. Opschrijven zal ik ze straks wel, die enkele zinnetjes. In Alfreds frietkot hangt sinds kort een ideeënbus. Het doel ervan is duister, want aan het concept van zijn etablissement moet en zal niets veranderd worden. Het menu is er rustgevend goed en ik houd gewoon van de onschuld die daar leeft. De augurken in hun pot verdragen het zuur door de toevoeging van wat suiker bij het inleggen en de stoverijsaus is donker genoeg.     uit de reeks 'Alfred frietkabouter'

Bernd Vanderbilt
14 1

De leeuw

Verdrietig tuurt de oude man over de brede, droge rivierbedding. De barsten in de bruine kleigrond op de bodem kijken hem spottend aan. De bruisende havenstad, die ooit het leven in de delta bepaalde, was met het water mee verdampt. Een groen bemost, verrot staketsel probeert wanhopig rechtop te blijven staan, als een trotse overblijver van de verloren stad. Weemoedig denkt de man aan de schepen die er aanmeerden, stuk voor stuk volgeladen met mysterieuze specerijen en fantastische wezens die tot dan toe enkel in verhalen bestonden. Plots spat een druppel uit elkaar, midden op de hand van de man. Hij schrikt, want hoe verdrietig hij ook is, huilen doet hij niet. Hij kijkt op en ziet een leeuw die ongemerkt naast hem is komen zitten. De leeuw legt een zware poot op zijn arm. Hij voelt de verrassend zachte vacht over zijn huid strelen. Het grote beest huilt. Dikke tranen rollen over zijn snuit.  Medelijden overspoelt de man. Hij begrijpt perfect hoe de leeuw zich voelt. Liefdevol streelt hij de fluwelen poot van het gevoelige dier. ‘Niets is voor altijd,’ zegt hij troostend.  De leeuw kijkt hem aan en legt zijn enorme kop voorzichtig op zijn schouder. ‘Nee,’ antwoordt hij, ‘soms is even al genoeg.’ De man legt zijn hoofd te rusten in de lange, rode manen van de leeuw. Zo blijven ze zitten. Vele eeuwen lang, tot ze verharden tot een massief, albasten beeld dat honderden jaren later door een projectontwikkelaar gevonden wordt. Samen, voor altijd.   Geschreven tijdens een bezoek aan de tentoonstelling "Albast" in museum M te Leuven bij het beeldje "Heilige Hiëronymus en de leeuw uit 1495 Meer lezen? Welkom op INSTAGRAM

Amanda Bos
55 3

Ulciscor (ALLEE IDEE! #2)

De ijzeren ketens wegen zwaar rond mijn polsen maar geven me een zeker gevoel. Want ik ben straks niet de persoon die ze zal dragen.Voor me ijsbeert Inaya heen en weer door de kerker. Met haar vingers trekt ze het bovenste laagje vel van haar lippen tot ze bloeden. In een hoek van de kerker zit Arihn gebogen over de Grimoire. Hun ogen zijn rood en er onder lopen donkere wallen. Toch staart die met een enthousiaste fascinatie naar de pagina’s die hen slapeloze nachten hebben bezorgd. Ik weeg af wie ik beter niet zou onderbreken. Ik neem een diepe hap adem. ‘Inaya…’‘Wat als ze je ontdekken!’ barst ze uit.Mijn ogen sperren zich kort voor ik me herpak. ‘Dat gaat niet gebeuren.’Arihn kijkt geen seconde op van hun boek. ‘Zeg nooit "nooit".’Ik werp een moordende blik naar de Heksenmeester die het nooit zal niet. ‘Dat gebeurt niet.’Inaya stopt abrupt met ijsberen en kijkt me met krankzinnige ogen aan. ‘Maar wat als…’‘Dan hebben jullie Eadwyn. Dat is het plan.’ Mijn polsen zitten al vast in de ketens en weerhouden me van haar te knuffelen en haar gerust te stellen. Ze draaft naar me toe en laat zich op haar knieën voor me vallen. ‘En jij dan?’ Haar groene ogen boren in de mijne. Ze doen me denken aan onze Velden voor ze in rook en assen opgingen.Mijn ogen beginnen te prikken bij de herinnering dus ik wend mijn blik naar een donkere hoek in de cel. ‘Eadwyn is ons doel. Ik red me wel.’Met een luide klap sluit Arihn de Grimoire en springt die van het strobed. ‘Kyra geeft enkel om wraak, zus.’ Arihn kijkt op me neer met een blik die zowel teleurstelling als begrip spreekt. ‘Zelfs als ze haar eigen ermee in gevaar brengt.’Uit mijn ooghoek zie ik tranen opwellen in Inaya’s ogen. We hebben deze discussie al gehad en mijn besluit staat vast. Maar het vreselijke gevoel in mijn borst ebt niet weg wetende dat ik haar hier pijn mee doe. Woorden zullen haar niet meer geruststellen dus richt ik me naar de Heksenmeester.‘Als er iets met mij gebeurt…’Inaya slaat een paniekerige kreet.‘ALS…’ benadruk ik met meer kracht in mijn stem. ‘Breekt het de spreuk?’Arihn schudt hun hoofd. ‘De enige manier om terug te wisselen is als Eadwyn en jij in contact komen met elkaar en jullie beide instemmen. Dus als één van jullie sterft…’Ik voel Inaya naast me verstarren maar ze protesteert niet meer.‘Dan blijft de ander voor eeuwig vast in het lichaam.’Dat is het plan. Ik knik naar Arihn. Het is tijd. Eadwyn zal boeten voor haar daden. Voor alle mensen die door haar beleid zijn gestorven, alle levens die zij bereid was om op te offeren zonder zelf nog maar een hand op te steken. In een ogenblik zal de Hogepriesteres van Efrea alles verliezen haar onderdanen, haar bondgenoten en het belangrijkste van al: haar magie. Eadwyn’s heerschappij zal eindigen.Zonder er nog een woord aan vuil te maken bukt Arihn zich neer en begint de magische symbolen op de vloer te tekenen. Het schrapen van krijt op steen vult de ruimte. Ik wissel een blik met Inaya.‘Ik weet dat je niet naar me gaat luisteren maar wees voorzichtig, alsjeblieft.'Haar warme hand glijdt in de mijne. Ik geef een geruststellend kneepje. Het is niet zozeer een belofte maar dankbaarheid. ‘Ik ben hier dankzij jullie, nu ga ik het recht zetten.’Arihn mompelt iets onverstaanbaars vanop de grond en klopt het krijt van hun handen. ‘We zouden niet in de deze situatie zitten als Eadwyn ons niet had verraden.’Ik bal mijn vuisten en voel een ader op mijn voorhoofd bonzen. Eadwyn’s machtslust en zoektocht naar magie was groter dan haar loyaliteit aan haar vrienden. Dus wanneer wij ervoor zorgden dat de troon van Hogepriesteres leeg kwam te staan vulde ze die plek maar al te graag op. We hadden het kwaad kunnen verslaan als zij niet voor de verkeerde kant had gekozen. Een zware druk beklemt mijn borstkas. Ik mis Isidore. Kon ze me nu maar zien, ik zal haar trots maken.Ik knijp harder in Inaya’s hand en zet al mijn opgeborrelde woede over in mijn stem. ‘Laat haar ervoor boeten.’Inaya is te onschuldig voor wat ik vraag maar ik weet dat zij ook dierbaren heeft verloren. Eadwyn zal niet hartelijk ontvangen worden. En er is nog altijd Arihn, lieve geschifte Arihn. Ik heb bijna spijt dat ik er niet bij zal zijn.Inaya en Arihn slenteren buiten de cirkel krijt. De Heksenmeester kerft gloeiende symbolen in de lucht terwijl die een rij oeroude spreuken herhaalt uit de Draconische taal. Inaya houdt mijn blik vast tot de laatste seconde.Arihn spreekt de laatste woorden uit en ik voel een wervelwind waaien rond mijn lichaam. Een grote kracht trekt aan mijn geest en lijkt het uit mijn lichaam te willen scheuren. Ik wil schreeuwen maar mijn stembanden weigeren het bevel. Mijn lichaam verweerd me en gooit me in het diepe duister. Zal ik nog Kyra zijn hierna?Mijn zicht vervaagt en het begint de vriezen in de kerker. Arihn’s stem bereikt me door de donkere wolken rond me als een echo.’Doe niets achterlijks, Kyra de ongelooflijke!’Voor even is alles stil. Inaya’s gesnik en Arihn’s gemompel is niets meer dan gefluister.Dan komt alles in één knal: het gelach van feestvierders, gejuich en gejoel, muziek en geklingel. Wanneer ik mijn ogen open knijp ik ze al snel terug dicht om het felle licht van de feestzaal te verweren. In de troonzaal hangen allerlei decoraties, sommige zelfs historische artefacten, gestolen veronderstel ik. Slingers met lampjes, kandelaars en kroonluchters zetten de kamer in vuur en vlam. Eadwyn draagt een weelderig donkergroen gewaad. Haar hakken boren in haar of nu mijn enkels. Mijn linkerhand klemt om iets, een zwaard besef ik. Ik staar naar het publiek om me heen. Ze grinniken en fluisteren mooie woorden over me, over haar. De Hogepriesteres kijkt met prachtige blauwe ogen naar hen terug. Sommigen blozen zelfs. Mijn blik glijdt over de kamer tot het valt op de persoon gebukt voor me.De man kucht om mijn aandacht weer op te wekken en ik vang de blik op van de man die me mijn verloofde heeft afgenomen.Heer Maddox knielt voor me, zijn rechterhand op zijn borst. Om zijn torso hangt een paarse sjaal met het teken van de Ridders. De achterbakse slang!Ik kijk nog een laatste keer door de zaal om de situatie te vergaren en mijn bloed begint te koken. Maddox wordt vandaag geridderd door Eadwyn.Isidore’s bloed is aan zijn handen en Eadwyn zou hem daarvoor belonen.‘Uwe Altesse?’Ik houd een stalen gezicht en kijk neer op de moordenaar van mijn zielsverwant. Mijn grip op het heft verstrakt.Zijn ogen vangen de beweging op en hij kijkt naar me op met iets dat lijkt op herkenning of verwarring.Mijn stem is de hare wanneer ik spreek en het volume vult heel de zaal. ‘Wat een eervolle man.’Maddox blijft trots zitten. Niemand in deze ruimte heeft me door.‘Dit heb je meer dan verdiend, oude vriend.’Vreugde vult me en ik beeld me Eadwyn in: verslagen en in ketens. Wraak proefde nog nooit zo zoet.Ik hef het zwaard op en hak.

Val Reijden
0 0

De Strijkster

- Schilder jij ook? Ze had de vraag wel gehoord, ergens ver weg, galmend in de stille ruimte van het museum en van haar hoofd. Toch keek ze niet opzij. Ze kon niet opzij kijken. Ze moest haar ogen in het schilderij blijven boren, ze moest blijven zoeken naar wat het nu precies was wat er voor gezorgd had dat ze hier al twintig minuten naar De Strijkster van Rik Wouters stond te staren. Ze zag er gelukkig uit, die strijkster. Gelukzalig. Was het omdat Lente zich zelf absoluut niet gelukzalig voelde dat ze hierdoor zo werd aangetrokken? Waarom hadden de overdonderende Rubensen van een verdieping lager dit niet voor elkaar gekregen? Die enorme meesterwerken, waar zitbankjes voor geplaatst waren zodat bezoekers die elk detail in zich willen opnemen zich niet hoeven te vermoeien. De Aanbidding door de koningen. En zij stond hier een strijkster te aanbidden.  - Hmm hmm. Dus euh schilder jij ook? - Oh.  Nu kon ze niet meer anders dan even haar ogen van het doek te halen om de jongeman aan te kijken die blijkbaar echt met haar in gesprek wilde gaan. Waarom eigenlijk? Waarom zou deze jongen nu met haar willen praten? Ze zag er zo doodgewoon uit dat ze het zelf saai vond. De pastelblauwe linnen jurk die ze droeg, had ze ooit eens van een buurvrouw gekregen, die er na haar zwangerschap niet meer in paste maar het zonde vond om de jurk weg te gooien. Haar bruine, lederen schoudertas had betere tijden gekend. In Italië, waar hij gemaakt was, was het wellicht fijner geweest dan aan haar schouder, dacht ze. Eigenlijk was het voor de tas bergaf beginnen te gaan vanaf het moment dat haar moeder in de kleine pelleteria in Siena besloot om hem voor Lente te kopen.  - Nou, ik heb afgelopen winter een doos aquarelverf gekocht, zei ze aarzelend en met haar blik op een punt ergens achter de jongen gericht. - Ik wist het. - Wat wist je? - Ik wist dat je zelf ook schilderde. Daarom sta je hier zo te kijken, toch? Ik bedoel, Rik Wouters is geen Rubens. Voor een Rubens ga je niet eindeloos blijven staan kijken. Ik toch niet. Dat kan ik toch nooit. Maar zo’n Wouters. Ik bedoel, hoe moeilijk kan dit nou zijn? - Volgens mij lijkt dat alleen maar zo. Dat het niet moeilijk is, antwoordde ze lichtjes geërgerd.  Ze trok de schouderriem van haar tas wat beter over haar schouder en keek op haar museumplattegrond.  - Ik wilde eigenlijk net in de Rubenszaal gaan kijken.  Rustig wandelde ze weg van de jongen, die met een grijns een blik op de strijkster wierp, en achter Lente aan liep naar de trap. 

Cornelia Roka
14 1

ANTWERPEN DE JAREN 90tig samen met ANN, SISSSSEEEENN, THEO en de corrupte en racistische politie onder de burgemeester Bob Cools. a

Wil je met mij een galerie opstarten?Ik had al veel voorstellen gehoord aan vele tafels met veel pinten, maar deze man was iemand die zijn ideeën meestal ook realiseerde. Op dat ogenblik was hij nog mede-eigenaar van het exclusiefste hotel van de Lage Landen, HOTEL ROSIER, dat de wereld als dorp onder zijn dak had geïnstalleerd. Meer bepaald de wereld van gekroonde en ongekroonde hoofden: van Betty Ford en de Ford-dynastie (nazaten van Henry Ford van de Motor Company) tot de familie Mars en de toenmalige prins en huidige koning Filip.Ook uit de culturele wereld waren de bezoekers immens: Marlene Dietrich... Michael Jackson is er echter niet geweest, simpelweg omdat hij eiste dat de ingang van het hotel verbouwd zou worden zodat hij met zijn limo het hotel kon binnenrijden. Dat vonden de eigenaars van het hotel er wat over. Toen de man de vraag stelde, had hij de avond tevoren nog samen met Sting een gedicht geschreven. Het voorstel kwam zeer gelegen.Het enige dat mij weerhield: ik wist dat samenwerken met die man zou betekenen dat hij alles zelf zou willen organiseren. Mijn bijdrage zou zich beperken tot het ophangen van kadertjes en het sleuren met wijn voor de recepties.Dan was een ander voorstel mij meer genegen.Sissen had mij een voorstel gedaan: ik zou zijn café drie dagen per week mogen beheren. Het was een zaak in een van de belangrijkste uitgaansbuurten van Antwerpen. Bij navraag naar de eventuele winsten begreep ik de mogelijkheden. Ik kreeg een derde van de omzet, maar alleen als die meer dan tienduizend bedroeg. In de buurt werden omzetten van zeventigduizend gehaald. Reken zelf maar uit: 70.000 gedeeld door 3 is ruim 23.000, maal 4 weken is 92.000. Als ik iedere week één dag meer haalde dan de helft, had ik al het driedubbele van mijn uitkering. Dat voorstel sprak me meer aan.Sissen had slechte huurders gehad. Niet alleen hadden ze al maanden geen huur betaald en waren ze met de noorderzon verdwenen, ze hadden ook een mesthoop achtergelaten. Het plan was dat ik gedurende een week – wat al snel drie weken werd – het café zou helpen schoonmaken. Daarna zou ik een week meedraaien. Vanaf dan mocht ik de zondag, maandag en dinsdag organiseren. De dinsdag viel er al snel af...Op zondag hield ik ’s morgens een brunch en ’s avonds een Afrikaanse avond. Het idee was om een plaats te creëren waar de Afrikanen zich thuis voelden, waar de voertaal Afrikaans was en waar niet-Afrikanen zeer welkom waren als gast van een Afrikaanse familie. Het moest geen café zijn waar de klanten zich thuis voelden omdat een Afrikaan een Belgisch café beheerde; ik wilde een plek die de illusie gaf in Afrika te zijn. Met een fantastische diskjockey en andere attributen ben ik daar een paar weken in geslaagd. Voor de maandag had ik een homoavond gepland, inclusief een stripact. Iedere week kwam er meer volk.Totdat de eigenaar opeens zijn café terugvorderde. Hij gooide mij buiten met de woorden dat hij "geen jeanetten" moest hebben. Er was voor hem een belangrijke voetbalmatch: Marokko - België. Hij riep: "’t Is nog altijd mijn café!" En wat erger was: de laatste weken dat ik het café runde, was ik net niet aan die tienduizend geraakt. Negenduizend negenhonderdtachtig was de laatste omzet.Ik had dus geen inkomen tijdens die weken en mijn uitkering had ik stopgezet. Ik had er stiekem van gedroomd het maximum te halen; dan zou ik 30.000 oude Belgische franken per maand verdienen. Dat wilde ik niet op het spel zetten voor een illegale uitkering. Ik had mijn uitkering netjes stopgezet en was zelfstandige geworden. Dus: geen geld, geen eten. De gaarkeukens had ik toen nog niet ontdekt.Het ergste was dat ik die klootzak een paar jaar eerder zijn eerste werk in mijn café had bezorgd. Destijds was hij er op een dag met de inkomsten van een hele week vandoor gegaan, naar Griekenland. Hij was opeens verdwenen met de broodnodige inkomsten van mijn café C. Twee weken later had hij nog het lef om mij vanuit Griekenland op te bellen omdat zijn geld op was. Ik ben er niet achteraan gegaan; mijn geld was immers ook op. Ik heb het nooit teruggezien. Zijn vader kwam er toen aan te pas: hij had de keuze tussen onterfd worden of paracommando worden. Tot op de dag van vandaag vertelt hij vol trots aan iedereen dat hij een homoseksueel heeft bestolen.Een maand later. De zon scheen; het was een zwoele zomeravond in de stad. Het was een fantastische dag geweest. Ik kwam van een receptie in café 't Been en liep via de Kammenstraat richting de Groenplaats. Een goede vriend, een gay queer, kruiste mijn pad. Mijn dag kon niet meer stuk.Ach, die Sissen, dacht ik, waarom ruzie blijven maken? Dus inviteerde ik mijn vriend(in) voor een drankje bij Sissen. Hij had immers gezegd: "Als iemand een queer meeneemt naar mijn café, krijgt die een fles champagne." Mijn vriend(in) vond het een schitterend idee en we trokken goedgezind in de richting van het café. Sissen was er niet, maar zijn broer wel. Nee, die wist niets van champagne. Tja. We scharrelden wat kleingeld bij elkaar en hadden genoeg voor twee Duveltjes."Ha nee," zei de broer."Wat?" zei ik.Om een of andere duistere reden kregen we niets. Waarom? Intussen bereikte mijn bloed het kookpunt. Ik nam een barkruk en mikte. Iedereen die dat café kent, weet dat er voor de spiegel op de glazen schappen een grote voorraad dure malt whisky stond, wel honderd flessen. Ik mikte midden in de malt. Het geluid van brekend glas vulde de ruimte.De broer ging daar duidelijk niet mee akkoord en begon me fysiek aan te vallen. Ik had veel moeite gedaan om zeker geen mens te raken, en die klootzak begon op mij te slaan. Het antimaterialistische discours dat hij op de meest ongepaste plaatsen afstak, bleek opeens niets meer waard. Gelukkig waren zijn linkse vriendjes niet aanwezig, want de mate van kleinburgerlijkheid die hij op dat moment tentoonspreidde, had hem zeker voor jaren een 'un-cool' stempel gegeven. Hij heeft het trouwens goed verborgen kunnen houden, want laatst zag ik hem nog sleuren met lampen tijdens de opnames van de film Blowing with the Wind van Barman. Ik was daar als figurant.Het einde was nog niet in zicht. Voor mij en mijn vriend(in) was het wel genoeg geweest. We verlieten de puinhoop en gingen aan de overkant iets drinken. Maar... het broertje dat altijd op de 'flikken' afgaf, had nu wel de politie gebeld. Daar stonden ze voor mijn neus. Ik mocht een nachtje in de cel gaan slapen. Het voorstel van de galeriehouder leek me opeens weer interessant.Totdat ik op bezoek ging bij een vriendin. Niet zo'n vriendin waar ik alles van wist, maar eerder een cafévriendin. Ik wist wel dat ze voor iets ernstigs was opgenomen in het ziekenhuis, maar uit ziekenhuizen komen mensen meestal genezen terug, dus betrad ik met een enorme levenshonger haar kamer. Ze groette me hartelijk en was blijkbaar erg blij met mijn bezoek. Prompt werd ik meegetroond naar de cafetaria, waar ik mijn verhaal over Sissen in geuren en kleuren moest vertellen. Ik vroeg of alles goed ging met haar. Ik moest de volgende dag zeker terugkomen.Toen ik haar de dag erna terugzag, had ze een plannetje: ze vroeg of ik samen met haar meubeltjes wilde maken, meer bepaald paravents. Ze vertelde me dat de kerst- en nieuwjaarsperiode een goede tijd zou kunnen zijn. We hadden nog een paar maanden om ons voor te bereiden. Ik vroeg haar een dag bedenktijd om samen te werken met haar, de koningin van de mode. Ik stemde toe.Ze zei dat ik een kamer kon krijgen in haar appartement als ik het schoonmaakte. Samen met dokter Maniewski, de dokter en geadopteerde zoon van Willem Elsschot, organiseerden we dat ze met mijn hulp binnenkort uit het ziekenhuis kon en weer zelfstandig kon leven. Het idee was dat ze alleen kon gaan wonen als ze iemand vond die een oogje in het zeil hield. Ik trok in haar woning en poetste op een bijna dwangmatige manier. Ik had een speciale vernis gebruikt om de tegeltjes in haar gang een Engelse uitstraling te geven en verder was iedere vierkante millimeter proper. De dag dat ze zou komen kijken was een maandag. Tijdens het weekend zou ik bij mijn familie verblijven. Maandag zou ze voor de eerste keer het gekuiste en geboende...  Een week lang lag ze in coma. Men vond haar plotseling, dwars over haar bed. Een aantal vriendinnen besloot bij haar te waken. Toen mij midden in de nacht werd gemeld dat ze overleden was, lag ik in haar bed in het atelier — de enige plek waar ik mijn kuiswoede niet mocht botvieren. Onder de kamer die ik in haar appartement betrok, woonde namelijk een reggaefreak die vooral ’s nachts keiharde muziek draaide. Mijn enige uitvlucht was haar bed, en daar lag ik toen het nieuws van haar dood me bereikte.Als een soort wraak waarschuwde ik de tv-zenders. Zij hadden nooit ruimte gehad voor haar creativiteit, maar hadden haar kort daarvoor plotseling ‘herontdekt’. Een belangstelling die haar goed deed, maar die veel te laat kwam. Het conservatieve Vlaanderen had zijn vernietigende werk al verricht.Toen ze een paar jaar eerder als in een middeleeuws drama op straat werd gezet met haar kinderen en haar man, ontbrak alleen de schandkar nog om haar door de stad te rijden. Een van de grootste Vlaamse creatieve genieën werd op de straatstenen gekeild. In de conservatieve salons zal de champagne wel rijkelijk gevloeid hebben. Nog enkele jaren dwaalde ze door haar stad. Op een dag raapte ik haar letterlijk op uit de goot. Als een gekwetst vogeltje moest ik haar naar haar kamer ondersteunen, naar een vieze, oude matras.En toen stierf ze.Ik lag in haar bed en ik moest verhuizen. Ik moest haar laatste wil eerbiedigen. Ik moest haar dood melden aan de kant van de familie die gebroken had met haar man en kinderen. Daarna volgde de begrafenis. Twee drankjes. Ik meed ze: de familie, de vrienden. Ik stond weer op straat.Toen was de man er weer, met zijn inmiddels opgerichte galerie, samen met onder anderen de kleindochter van Willem Elsschot (Alfons De Ridder). De jaren daarna heb ik kadertjes opgehangen en met goedkope wijn gesleept voor de recepties.Op een dag kwam ik behoorlijk aangeschoten en in driedelig pak terug van een receptie in de galerie. De Antwerpse culturele fine fleur was aanwezig geweest. Het was middag toen ik de Groenplaats op liep. Kunt u het zich voorstellen? Als in een arena zat de Antwerpse kleinburgerlijkheid uit te kijken op het standbeeld van Rubens en alles wat zich daar omheen afspeelde. Daar verscheen ik: ladderzat en in driedelig pak. Op datzelfde plein woonde een van mijn beste vrienden uit die tijd, een punker in vol ornaat.We begonnen met elkaar te dollen, iets wat de 'inboorlingen' niet kenden. Een golf van afschuw trok door de kleinburgerlijke massa. Ik was me daar totaal niet van bewust. Wat ik wel zag, was dat de Groenplaats plotseling werd overspoeld door een enorme macht aan politieagenten.Een van de genieën van de Antwerpse kleinburgers had waarschijnlijk de politie gebeld. In de ogen van die blijkbaar blinde massa werd een van de hunnen aangevallen — iemand in een driedelig pak. Ik dus. Ze waren uitgerukt in gevechtskledij. Een vreedzaam tafereeltje werd plotseling uit elkaar geknuppeld. Ik bleef ongedeerd, maar een man — bijna nog een kind — met een ebbenhouten huidskleur werd door twee agenten afgetuigd.Toen ik, geschrokken maar nog steeds stomdronken, wilde tussenbeide komen, werd ik met een zwaai in een politiewagen gegooid. Pas bij het uitstappen op de politieparking zag ik wie ze werkelijk hadden afgeranseld. Met zijn handen en voeten in de boeien moest hij uit de combi springen. Meer zag ik niet; ik werd in een cel gegooid en achtergelaten om mijn roes uit te slapen. Toen ik enkele uren later hard op de celdeur bonsde en om water vroeg, kwamen drie 'dappere' agenten me nog even in elkaar slaan.De volgende dag werd ik vrijgelaten. Lambermontplaats Ap'en 2004 De krant De Morgen berichtte een tijd later over het voorval op deGroenplaats. Let op amokmakers ! Agent vrijuit na valse bekentenis Een Antwerpse rechter heeft een politieagent vrijgesproken die bekende een allochtoon te hebben neergeslagen. De man bleek het te hebben opgenomen voor de werkelijke dader een jongere collega. Die kon echter niet worden veroordeeld omdat hij niet was gedagvaard.Zodoende ging iedereen vrijuit en onttrokken de agenten zich aan het gerecht door een valse bekentenis af te leggen.Toch zal het misschien nog anders aflopen. De feiten : Op 6 juni 1997 mengde een allochtoon zich in een arrestatie van amokmakers op de Groenplaats door twee agenten. Die waren daar niet mee gediend. Een van hen sloeg de man neer met een matrak. Het slachtoffer werd met inwendige bloedingen naar het ziekenhuis gebracht. De man diende nadien klacht in bij het Comité P.Tijdens de verhoren van de agenten bekende agent Julien S. te hebben gemept. Voor de rechtbank verklaarde S. Dat het zijn jongere collega was die de klappen uitdeelde en dat hij het voor hem had opgenomen.Desondanks bleef S. zijn collega tot de laatste snik verdedigen."Hij heeft niet echt geslagen, enkel in de lucht gemept".  De rechtbank kon gezien de gevolgen bij het slachtoffer de uitleg maar matig appreciëren Toch volgde rechter G.D.P. de visie van openbaar aanklager E.C.Die had bij de behandeling van de zaak geen straf gevorderd en alleen gevraagd "naar wijsheid" te oordelen. De collega-agent voor wie S. het opnam, werd niet vervolgd en kon gisteren bijgevolg niet worden veroordeeld. Logisch, volgens strafrechtgeleerde K.V. :"De rechter kan zich niet uitspreken over personen die niet zijn gedagvaard". Dat laatste kan volgens haar alsnog gebeuren "door het slachtoffer". Dat moet gebeuren voor het verstrijken van de verjaringstermijn. Doordat de verjaring is gestuit door dit vonnis, hebben parket en slachtoffer nog drie jaar de tijd om de echte agent-dader voor de rechter te slepen (CN)   DE toenmalige burgemeester   Bob Cools stelde voor om de nieuwelingen onder te brengen in getto’s. De super socialist Bob Cools stuurde de rijkswacht en politie af op zijn linkse politieke tegenstanders. Bij radio centraal  een vreedzame alternatieve radiozender kunnen ze er van meespreken. https://m.facebook.com/destudio.kunstenhuis/videos/843453809796998/ De super socialist louis tobback deed dat ook hij noemde hen subversief. Foto gallery VERF ED https://www.2dehands.be/q/verf+ed+/  

verf ed: Contemporary interdisciplinair ArtTIST, nen tjolder, nen prutser.
107 0