Zoeken

Automatisme

De nacht ligt als een zwaar deken op haar. De wind sluipt binnen langs de brievenbus, roffelt op de rolluiken van de buren. Op de wekker ziet ze dat het bij half drie is. Midden in de nacht, de uren waarin alles tot leven lijkt te komen: krakende traptreden, zacht getik op het raam, een flauw gekuch op zolder. Ze ligt roerloos onder het laken, met haar ogen op de rode cijfers van de wekker gericht. Er was een tijd waarin ze de schrik voor de nacht overwon door auto’s te tellen. Elke auto die toen aan haar ouderlijk huis voorbij reed was een bevestiging van het leven zelf. Ze vertelden dat er nog andere mensen waren. Mensen die zeker iets dringends te doen hadden, anders zouden ze de moeite niet nemen om midden in de nacht door het uitgestorven plattelandsdorp te rijden. Het zachte geronk van auto’s was een geruststelling, de belofte van een wereld die op z’n minst nog één keer een vervolg aan het bestaan zou toevoegen. Soms was het lang wachten. Dan sloeg de schrik haar om het hart. De stilte dijde uit, en zij woelde steeds heftiger in het kleine bed. Zou het leven dan toch zomaar eindigen, op een maandagavond? Ze hoopte dat het dan gewoon snel zou gaan. Van het éne op het andere moment veranderen in een stofzuil bijvoorbeeld. Of uit elkaar spatten als een zeepbel. Toen ze acht jaar oud was vond ze dat laatste een geruststellende gedachte. En toch was er altijd die éne wagen die haar in slaap wiegde. Die zacht suizend suste dat het allemaal goed was en dat ze de ogen kon sluiten.

Jolien Van de Velde
37 1

Een voorraad liefde

Is het mogelijk om liefde op te slaan? Die vraag stelde ik mezelf, toen ik deze avond nog even bij mijn dochter in bed lag, vijf minuten voordat het licht uit moest. Ze hield mijn hand vast en trok mijn arm over zich heen als een deken. Ze geurt nog naar kinderlijke onschuld, een geur die bij mijn zoon stilaan is aan het wegebben. Het zijn altijd vijf heerlijke minuten, want zowel zij als haar papa zijn knuffelaars. Tijdens deze verstrengeling luisteren we naar de melodietjes van de babyfoon, een aantal tot op het bot gestripte klassieke composities in glockenspielversie. Het zijn nog altijd dezelfde liedjes van acht jaar geleden en doen me soms terugdenken aan die tijd, toen mijn vrouw nog maar net officieel mijn vrouw was, toen ik de keukenlades elke namiddag weer mocht inladen wanneer mijn eenjarige zoon alles eruit had gehaald, toen ik enkel nog maar kon dromen van een dochter. Het is een bevreemdende sensatie een herinnering op te halen waarin het handje dat je vasthoudt nog niet bestond. Het is bijna tijd om het licht te doven, maar ik wil nog blijven liggen. Eeuwig als het kon. Ik moet denken aan al die mensen die tienerdochters hebben en me waarschuwen voor de jaren die komen. Je zal wel zien, het zal niet gemakkelijk zijn. Ze willen niets meer met je te maken hebben, laat staan knuffelen. Constant roepen en ruziemaken. Ik knijp mijn dochter nog enkele seconden dichter tegen me aan, in de hoop dat ik deze momenten kan bewaren voor later.

Lennart Vanstaen
4 0