Zoeken

Hotel

Uitgeput en bezweet laat hij me achter op het grote bed van de hotelkamer. Het liefst wil ik nog even langer in zijn armen liggen, maar de hitte is ondraaglijk en hij had nood aan verfrissing. Met ogen vol vuur kijk ik hem na terwijl hij zich naar de badkamer begeeft. Hoe onwaarschijnlijk ook na onze marathon sessie van zoeven, heb ik bij dat aanzicht meteen terug zin. De grote raampartijen geven me een mooi zicht op de stad die baadt in het licht van de ondergaande zon. Het gaat zo meteen stormen, dat proef je in de lucht, maar momenteel is er enkel de verzengende hitte als voorbode van wat komen zal. Een zweetdruppel rolt als een parel van mijn gebruinde huid, en zoekt zijn weg van mijn sleutelbeen tot aan mijn navel. Voldaan krul ik op mijn rechterzijde en verdwijn ik even volledig in de zachte aanraking van de zijden lakens. Ik zou kunnen spinnen als een kat. Een briesje doet de witte ondergordijnen dansen en bezorgt mij een welkom moment van verkoeling. De olie waarmee hij me inwreef maakt dat de zweetdruppels mooi op hun plaats blijven en een bijna buitenaards landschap vormen op mijn  huid. De korte haartjes op mijn bovenbeen komen even recht te staan, door de aanraking van de lucht, of door de herinnering aan zijn handen die hun weg zochten over mijn lichaam. Alles is nog hypergevoelig en mijn hele lichaam tintelt nog na van de verrukking die me zonet had overspoeld. Ondanks de hitte heb ik heel eventjes kippenvel, wat een prachtig schouwspel creëert in combinatie met de zweetparels en rechtstaande haartjes op mijn geoliede huid. Het gebeurt niet vaak, maar op dat moment geniet ik met volle teugen van het aanzicht van mijn eigen lichaam. Een spontane glimlach verschijnt op mijn aangezicht en ik rol van foetus houding naar mijn rug terwijl ik mijn lichaam volledig strek. Als een sneeuwengel staar ik tevreden naar het plafond. De reflectie van de zon in het raam gecombineerd met het dansende ondergordijn creëert een spel van licht en schaduw op het plafond dat me doet denken aan onze verleidingsdans een paar uur voorheen. De deur was amper toe toen hij me vastnam en brutaal naar zich toe trok. De eerste aanraking van zijn lippen op de mijne veroorzaakte een schokgolf. Eindelijk. Zijn lippen. Eerst zacht en zoekend, dan hard en passioneel. Onze ademhaling versnelde. Handen die verkenden en een manier zochten om elkaars kleren zo snel als mogelijk van het lijf te trekken. Een bonzend hart. Ik voelde dat hij klaar voor me was en ik wou neerdalen om hem te plezieren, maar hij hield me tegen en trok me bij mijn polsen terug naar omhoog. “Straks,”  fluisterde hij zacht maar bevelend, en duwde me op het bed, waarna hij beheerst zijn broek open maakte. Traag, knoopje per knoopje, terwijl hij me uitdagend aankeek. Na wat een eeuwigheid leek, ging hij op me zitten, maar liet me niet toe hem aan te raken. Vervolgens nam hij mijn handen en bond ze vast met zijn broeksriem. Terwijl hij met één hand mijn handen boven mijn hoofd in de matras duwde, trok hij met het andere hand mijn hemd open en ging op verkenning. Eenmaal voldaan, duwde hij mijn hoofd zijlings, diep in de lakens, en kuste me ruw in mijn nek.  Onderdanig liet ik mijn handen liggen terwijl hij al kussend afzakte naar beneden, tot tussen mijn benen. Mijn initiële schrik voor zijn dominante houding en hardhandige aanpak veranderde op dat moment in totale overgave. Hij nam bezit van me en mijn hele lichaam rilde van plezier. Ik deed vanaf dat moment alles dat hij me gebood te doen. Ik was van hem. Starend naar het schouwspel op het plafond bedenk ik me dat waarschijnlijk niet iedereen zoveel geluk heeft. Hoe lang had ik hier al niet over gefantaseerd? Hoe lang had ik niet getwijfeld? Eindelijk was het werkelijkheid geworden, en die realiteit was zo prachtig dat ik wist dat ik ze opnieuw zou proberen beleven. Ik bedank hem als hij uit de badkamer komt en enigszins ongemakkelijk aanvaardt hij; onwetend wat ik er werkelijk mee bedoel. Hoe kon hij ook weten wat hij had teweeg gebracht? Dat hij mijn wereld had veranderd met slechts één passionele nacht. Hoe kon hij weten dat het mijn eerste keer was? Zoveel jaren verspild, maar dankzij hem kon ik mijn twijfels loslaten en eindelijk toegeven wat ik wou, wie ik was. Ik heb hem na die nacht nooit meer gezien, maar ik heb daarna ook nooit meer met een vrouw gevreeën.

Iljavdb
6 2

Maude

Er bestaat geen grotere kwelling dan wachten. Zenuwachtig pulkte ik aan een houten splinter in het bankje waar ik op zat en reflecteerde op mijn leven. Hoe kwam het dat ik, een jongeman met nog een heel leven voor zich, hier beland was? Ik heb altijd goede cijfers gehaald op school, was niet de populairste, maar werd ook niet gepest. Mijn brede schouders, donkere ogen en uitstekende kaakbeenderen maken dat ik een zelfzeker voorkomen heb, ook al was dat in werkelijkheid niet steeds het geval. Ik ben introvert en onzeker, maar als ik iets probeer te bereiken, dan lukt me dat meestal wel, zowel in mijn privé leven, op school als in mijn latere carrière. Wat was er dan in godsnaam gebeurd waardoor ik nu zo in de nesten zat? Over het algemeen weet ik heel goed waar ik naartoe wil. Als ik een doel voor ogen heb, dan kan niemand me doen afwijken. Niemand, behalve Maude dan. Zij was de enige die me tot roekeloos gedrag kon brengen. Ze had een twinkeling in haar oog die nooit iets goeds voorspelde, maar me tegelijk ook kon doen veranderen als was in haar handen. Ik deed alles voor haar, zelfs met gevaar voor eigen leven. Een enkele keer heb ik er zelfs bijna letterlijk mijn eigen leven bij ingeschoten. Maude was mijn buurmeisje toen ik opgroeide. Ik ken haar al zo lang ik me kan herinneren. We waren in de tuin aan het spelen, een jaar of 13 oud denk ik, toen ze op een bepaald moment zei “ik heb een idee,” en me gebood haar te volgen. Ik wist toen al dat dit niets goeds betekende, maar kon het niet laten haar te volgen. Die verdomde twinkeling. We namen onze fiets en reden een kleine kilometer de stad uit. Het was midden zomer en de zon brandde onze hoofden. Mijn zwarte haren en vale huid maakten me geen al te beste vriend met de zon, maar ik verkoos ze toch boven de regen. Maude leek er minder last van te hebben. Bij het minste sprankeltje zon op haar huid kreeg ze een prachtige bruine teint die bleef tot in de winter. Ook haar krullend bruin haar was zeker en vast een genetische restant van een zuiders verleden, terwijl haar groenblauwe ogen dan weer neigden naar een meer noordse invloed in haar bloedlijn. Hoe ze was samengesteld was niet duidelijk, maar het resultaat was leuk om zien. Het was pas op latere leeftijd dat ik echt inzag hoe prachtig ze wel was. Heel de weg lang vroeg ik haar waar we naartoe gingen, maar ze wou niets lossen. “Je zal wel zien,” zei ze steeds. ”Je gaat het leuk vinden. Stop nu toch eens met zeuren.” Ik volgde haar via een grindweg tot aan een oud gebouw. Vervallen en verlaten. “Ik denk dat mijn opa hier nog heeft gewerkt,” zei ik. “Ze deden iets met textiel geloof ik.” “Ja, kan zijn,” zei Maude ongeïnteresseerd en sprong van haar fiets, die ze respectloos langs de kant van de grindweg liet vallen. Ik stapte ook van mijn fiets en plaatste hem naast die van haar, netjes op zijn pikkel. Ze rende lachend naar de grote poort van het gebouw, en ik rende haar achterna. “Die poort ziet er gesloten uit,” opperde ik. “Er is geen enkele poort die mij kan tegen houden. Kom.” Ze wenkte me om haar te volgen langsheen de omheiningsdraad die wel 2 meter boven ons uit torende. “Hier geraken we nooit over,” probeerde ik opnieuw. “Waarom er over, als je er door kan?,” zei ze gniffelend. Ze kroop achter een grote struik die vergroeid was met de omheining. Opnieuw volgde ik haar zonder vragen te stellen. Eenmaal door het dichte bladerdek gesparteld, onthulde zich een soort tunnel tussen de takken door. Het had bijna iets sprookjesachtig, ware het niet dat het leidde naar een misdrijf. Mogelijks kwam het door de claustrofobische omgeving, maar het besef van wat ik aan het doen was, kwam plotsklaps bij me binnen, en angst maakte zich meester over me. Alsof ze het aanvoelde draaide Maude zich om en zei: “Ik ben hier vorige week met mijn broer en zijn vrienden geweest. Er staat geen stroom op de draad, en er is geen alarm. Je moet je geen zorgen maken.” Zelfzeker kroop ze door het gat in de draad. Helemaal niet gerustgesteld, maar juist gewezen op bijkomende gevaren waar ik zelfs nog niet aan gedacht had, zette ik tegen beter weten in door. Ik wou geen gezichtsverlies lijden. Zeker niet bij Maude. Als twee gedetineerden die probeerden ontsnappen uit een gevangenis maar de verkeerder richting uit liepen, renden we gehurkt over het binnenplein richting het gebouw. Het terrein was verlaten en we waren een heel eind verwijderd van de openbare weg, maar toch voelde het alsof er elke moment een schijnwerper op ons zou schijnen en een alarm zou afgaan. De adrenaline joeg door mijn lijf als we een grote stalen deur bereikten aan de zijkant van het gebouw. Naast de deur bevond zich een poort aan een grote lager gelegen inrit. Dit was zeker waar de vrachtwagens destijds kwamen laden en lossen. De stalen deur stond gelukkig op een kier en met veel moeite sloegen we er met verenigde krachten in het gevaarte verder open te wrikken, net genoeg om ons tussen de smalle opening te wringen. In de geborgenheid van de fabriek maakte mijn angst plaats voor enthousiasme. De onbekende ogen die me daarnet gade sloegen, konden niet binnen kijken. We hadden het gehaald. De desolate fabriek had de muffe geur van oud en nat papier. Overal lagen plassen regenwater van de regen die door het kapotte dak was binnen gesijpeld. Eigenaardig genoeg had het pand in al zijn mistroostigheid iets magisch. De lichtbundels die die zon als pijlen door de resterende propere plaatsen op de lichtstraten naar binnen schoot, creëerden een bijna feeëriek sfeertje. We voelden ons veilig en begonnen als kleine kinderen rond te rennen. Maude imiteerde een vliegtuig en ik deed mee. Zo vlogen we heel het gelijkvloers rond. We giechelden en speelden met de knopjes van de achtergebleven machines, deden alsof we de directeur van de fabriek waren, en haalden allerlei ongein uit. Ik had de tijd van mijn leven. Plots zei Maude: “Kom, we gaan eens boven zien. “ Maar er is geen verdieping meer,” merkte ik op. ”Neen, maar wel een dak,” zei ze grijnzend. Weer die twinkeling. Weer volgde ik tegen beter weten in. Een oude metalen trap leidde ons naar een passerelle, vanwaar, vermoedden we, de directeur of opzichter de werknemers gade sloeg. Te midden van de passerelle bevond zich een ladder in een koker bestaande uit metalen traliewerk. Alhoewel oud, zag het ding er best nog stevig uit. Maude ging, zoals steeds, voorop. “Kom, daarboven is een luik!,” riep ze uit, en op enkele seconden was ze bovenaan de trap geklommen. Aarzelend volgde ik. “Kom me helpen, ik krijg het luik niet in beweging.” Ik kroop in de smalle koker tot naast haar. Haar heup drukt tegen de mijne en ik voelde haar ademhaling. Haar krullend bruin haar kriebelde aan mijn gezicht. Ik keek haar aan en slikte. “Wel, ga je nog helpen duwen?,” vroeg ze geïrriteerd, en duidelijk geheel onbewust van wat deze onverwacht intieme situatie met me deed. Ik plaatste mijn schouder tegen het luik en besefte dat dit het moment was waarop ik mijn mannelijkheid moest bewijzen. Alsof mijn leven er van af hing duwde ik tegen het luik, dat piepend open sloeg. Door de beweging verloor ik heel even mijn steun en gleed met een van mijn voeten van de trede van de ladder. Ik schaafde mijn ellenboog lelijk aan de zijkant van de koker, maar kon mijn val opvangen door mijn oksel aan de bovenste trede te haken. Mijn ene been bengelde enkele meters boven de passerelle. “Goed gedaan, superheld van me,” Zei ze lachend. “Kom je mee?” Ik glimlachte omwille van haar opmerking, maar was vooral trots dat ik het luik had open gekregen. Ze reikte me de hand en trok me terug naast haar. Ik had daar nog wel even kunnen blijven zo dicht bij haar, en had reeds een grappige commentaar klaar, maar nog voor ik iets kon terug zeggen, kroop ze door het mangat op het dak. Opnieuw volgde ik gedwee. Eenmaal buiten moest ik even wennen aan de verandering van omgeving, en in het bijzonder aan de lichtsterkte. Het donkere fabriek met slechts enkele lichtbundels werd plotsklaps ingeruild voor een zonovergoten zwart dak. De zon prikte in mijn ogen terwijl ik op het warme asfalt kroop. Maude was al meters verwijderd. “Wacht op me,” riep ik haar na. “Kom dan, superheld.” Ik veerde recht en liep haar achterna, nog steeds half verblind door de zon. Bij de vierde stap wist ik meteen dat er iets mis was. Ik voelde het dak van onder mijn voet wegvallen en slaakte een luide gil. Nog maar net kon ik mijn armen vasthaken aan de ijzeren constructie waarop de ruiten van de lichtstraat rustten. Ik hoorde het glas onder me in duizend stukjes uit elkaar spatten. Mijn benen bengelden op zeker 6 meter van de begane grond. Angstig riep ik Maude. Ik probeerde mijn rechterbeen terug op het dak te krijgen, maar een in het kader overgebleven glasscherf sneed daarbij in mijn zij , waardoor ik mijn grip verloor en mij maar ternauwernood kon vasthouden. Ik voelde het bloed langs mijn middel naar beneden lopen en schreeuwde het uit van de pijn. Ik proefde het zout van mijn tranen op mijn lippen. “Maude,” riep ik terug, “Help!” Maude kwam aangerend, maar hield op ongeveer een meter verwijderd halt. “Wat doe je?,” vroeg ik angstig. “Sorry, maar ik kan niet helpen.” “Wat? Waarom niet?” zei ik verbaasd. “Je bent er pas doorgezakt op het tweede raam. Ik kan niet bij je geraken zonder zelf op een raam te gaan staan, en dan zak ik er misschien ook door.” Ze keek me staalhard aan, zei “sorry,” en liep weg. “Maude? Maude?,” schreeuwde ik vanuit het diepste van mijn zijn.  Maar ze antwoordde niet. Ze was weg! Ze was gewoonweg doorgegaan. Had mij aan mijn lot over gelaten. Ik begon nog harder te huilen, slaakte een oerkreet en probeerde uit alle macht mezelf omhoog te trekken. Tevergeefs. Ik vervloekte mijn dunne armpjes, ik vervloekte die stomme spelcomputer die me alleen maar sterke vingers gaf. Ik vervloekte de turnleerkracht die gelijk kreeg toen hij gezegd had dat sporten mijn leven zou veranderen. Ik vervloekte Maude, die me aan mijn lot overliet. Nogmaals probeerde ik, nogmaals tevergeefs. Ik schreeuwde zo luid ik kon om hulp, maar wist dat er geen ziel in de wijde omgeving te bespeuren viel en het niet baten zou. Even nam ik mijn overlevingskansen in overweging als ik zou los laten. In het beste geval zou ik mijn twee benen breken en kon ik misschien op mijn armen tot aan de openbare weg kruipen. Zoals het er naar uitzag was dat momenteel mijn beste optie, maar het was geen optie waar ik aan wou denken. Opnieuw schreeuwde ik de longen uit mijn lijf en probeerde ik mezelf omhoog te trekken. Niemand hoorde me, en mijn dunne armpjes stelden opnieuw teleur. Het werd steeds moeilijker om mijn eigen gewicht te dragen, en mijn armen begonnen te trillen van uitputting. Zweet vermengde zich met mijn tranen terwijl de zon onverbiddelijk op mijn hoofd scheen. Ik zou het niet lang meer volhouden. Net toen ik dacht los te laten verscheen ineens een silhouet in het licht van de verzengend zon. Het was Maude. Ze was terug gekomen!   “Hier!” Ze smeet een dik jute touw naar me toe, dat ze aan de andere zijde rond een nabije schouwpijp draaide. Ik pakte het touw met één hand vast, terwijl ik met de andere het raamkader stevig vasthield. Als ik er aan terugdenk weet ik nog steeds niet hoe ik dat toen gedaan, of zelfs gedurfd, heb. Ik denk dat mijn overlevingsinstinct wist dat dit mijn enige kans was. Maude plaatste zich met haar rug naar me en draaide het touw stevig rond haar pols. Ze gebruikte de buis als een soort katrol. Dit gaf haar de mogelijkheid om met haar voet kracht te zetten tegen de buis terwijl ze trok. “Ben je klaar?,” riep ze. “Drie, twee, één.” Met alle kracht die ik nog in me had, trok ik me met één hand omhoog, terwijl Maude aan de andere arm trok. Haar katrol systeem werkte wonderwel en ik sloeg er in mijn been op de kader te krijgen en uit het helse gat te kruipen. Voorzichtig en uiterst geconcentreerd kroop uit langsheen de dunne metalen rand over het aansluitende raam naar het dak. Het glas kraakte en de metalen kader piepte bij elke beweging die ik maakte, maar hielden gelukkig stand. Uitgeput en licht euforisch rolde ik op mijn rug op het dak. Het hete asfalt met half versmolten kiezels die in mijn rug prikten voelde heerlijk. Mijn armen gonsden van de pijn. Ik veegde het zweet en de tranen van mijn gezicht en voelde ineens terug de stekende pijn aan mijn zij. De glasscherf. Maude had intussen naast me plaats genomen en tilde mijn t-shirt voorzichtig omhoog. “Ik denk niet dat er glas in zit, maar dit moet dringend verzorgd worden,” zei ze bemoederend. Om zelf de schade op te meten tilde ik al liggend mijn hoofd tot tegen mijn borstkas, maar verloor bijna het bewustzijn bij het aanzicht van de gapende wonde en het vele bloed. Mijn t-shirt was doordrenkt en het bovenste deel van mijn broek hing vol bloed. “Kom, we moeten snel hulp zoeken,” zei Maude. Ze ondersteunde me zo veel als mogelijk en we begaven ons zo snel als ik het toeliet naar onze fietsen. Eenmaal toegekomen hing het bloed tot aan mijn schoenen en voelde ik me licht in het hoofd. Maude zette me neer langs de kant van het grindpad. “Ik kan niet meer, ga snel hulp halen,” stamelde ik. “Wacht,” zei ze, en weer liet ze me achter zonder uitleg. Geen idee hoe lang ze weg bleef, maar het leek een eeuwigheid. Ze kwam trots terug met een lege fles in de hand, die ze prompt kapot sloeg tegen een steen. Met het bovenstuk van de kapot geslagen fles kwam ze dreigend op me af. Dat was de eerste, maar zeker niet de laatste keer, dat ik dacht dat ze écht gek was, en niet alleen prettig gestoord. “We moeten ons verhaal op één lijn krijgen,” zei ze, terwijl ze de fles tegen mijn t-shirt aanwreef. “Wat? Wat bedoel je?” “We moeten hetzelfde zeggen. We kunnen niet zeggen dat we in het fabriek zijn geweest, dan krijgen we een boete of gaan we misschien de gevangenis in. We zeggen dat je gevallen bent met de fiets en op een kapotte fles langs de kant van de weg bent beland, ok?” Intussen had ze de fles en mijn fiets gepositioneerd op een manier die voor haar aannemelijk leek. “Ga nu alsjeblieft iemand halen,” smeekte ik bedwelmd door mijn bloedverlies. “Ok, superheld, hulp komt er aan!,” schreeuwde ze iets te vrolijk voor de situatie en sprong op haar fiets. Iets daarna moet ik het bewustzijn verloren hebben, want het volgende dat ik me herinner is de sirene van de ambulance, en dan gehuil van mijn moeder. Eenmaal dicht genaaid en enigszins bij positieven, vertelde ik het afgesproken verhaal. Maude werd een lokale held die me had weten redden. Ik bleef dezelfde sukkel, die er in geslaagd was te vallen en op de verkeerde plek te landen, gewoon omdat ik een meisje wou volgen. Tot op de dag van vandaag weet ik nog steeds niet of Maude werkelijk hulp ging zoeken, of ze me wou achter laten en haar onderweg bedacht. Misschien kreeg ze wroeging, of zag ze het touw en dacht ze dat dit een betere optie was dan doen alsof ze niets wist van mijn dood. Ik besloot dan en daar om niet langer Maude’s schoothondje te zijn, maar besefte maar al te goed dat zolang haar ogen twinkelden, ik geen schijn van kans maakte. Nu, twintig jaar en minstens evenveel twinkelingen later, zit ik hier, op een bankje, te wachten op mijn uitspraak.

Iljavdb
1 1

Het perron

Verbaasd kijk ik je aan. Haast was ik je voorbijgelopen. Mijn hoofd draait zich om en kijkt je na. Nooit gedacht dat ik jou nog zou tegenkomen.         Je staat op het perron de krant te lezen. Ik stap de trein uit en onze blikken kruisen. Je glimlacht. Er gaat een schok door me heen. “Nina!” roep je en mijn hoofd draait met je voetstappen mee. Je omhelst haar. . Ik loop naast Marie en Amber, slechts een paar meters van je verwijderd. Mijn gedachten wijken steeds verder af, maar belanden telkens terug bij jou. Die kriebels in mijn buik. Het is al zo lang geleden dat ik die nog gevoeld heb. Mijn ogen prikken in je rug. Jij hebt niets door. Wanneer ik per ongeluk je arm raak, verplicht ik mezelf om je niet aan te kijken. In plaats daarvan vlucht ik de klas in. De volgende ochtend ben je er weer. Op hetzelfde perron. Ik herken je van in de verte. Speciaal voor jou ben ik deze ochtend vroeger opgestaan. Ik loop de trappen af en pak de metro. Al lezend neem ik de roltrap. Ik kom steeds dichter en dichterbij. Je kijkt me aan en glimlacht. Ik sta naast je. Samen lezen we de krant. Ieder voor zich, maar af en toe wijkt mijn blik stiekem af. Dan draai ik mijn hoofd en kijk ik je onderzoekend aan. Tot jij ook maar de kleinste beweging maakt. Snel wend ik mijn blik af. Je mag niets doorhebben. Ik wil dit moment niet verpesten. Je zou eens moeten weten. Helemaal overrompeld draai ik me nog één keer om. Onze blikken kruisen. Dan weet ik het. Ik heb me nooit iets ingebeeld. Als ik toen initiatief genomen had, wie weet. Je loopt hand in hand. Ik zie het gezicht van je vriendin niet goed, maar jij ziet er gelukkig uit. Zo te zien verbeeldde ik me niets. Blijkbaar val je ook op meisjes. Achter me is iemand serieus aan het werk met een drilboor. Ik trek mijn wenkbrauwen op, maar zeg niets. Zwijgend kijk ik de mensen om me heen aan. Mijn blik is gericht op de roltrap, hopend dat jij zo dadelijk in mijn gezichtsbeeld komt. Ik begin de hoop al bijna op te geven. Dan verschijn je, appel in de ene hand, krant in de andere. Je ziet me, maar gaat niet op je vaste plekje staan. Je komt zo dicht bij me staan, dat er slechts een millimeter tussen ons overblijft. Ik hoor je zachtjes ademen en kijk hoe je wolkjes blaast in de koude lucht. Iets zeggen doe ik niet. Ik sluit mijn ogen en geniet van je nabijheid. Onze schouders raken elkaar net niet aan. Ik kan je bijna voelen. Jij zegt niets. In stilte zoek ik naar de juiste woorden. In mijn gedachten gaat alles goed. De realiteit is, ik vind de moed niet om je aan te spreken. Dat je zo dicht bij me staat, is toeval. De trein komt aan. We gaan elk onze eigen weg. Jij met Nina. Ik met Amber en Marie. De laatste schooldag. Een grote kans dat ik je vandaag voor het laatst zie. Nog één keer hef ik mijn hoofd omhoog en draai ik me om, klaar om jouw blik op te vangen. Je ziet me niet. Ik kijk hoe je in de mensenmassa verdwijnt. Somber zet ik een stap achteruit wanneer de trein over het perron raast en zachtjes tot stilstand komt. Zonder om te kijken stap ik de trein op en vind een plekje in de achterste wagon. Viel jij ook op mij? Ik weet het nog steeds niet. Ik hoef het niet te weten. Alleen, die ene dag. Toen was je zo dichtbij. Met een glimlach stap ik de trein op.

Anna De Kinder
1 1

Zoah

En God sprak tot Zoah, een simpel schaapje: ‘Verzamel van alle mensen twee van elke soort en bouw een park.’Zoah schrok zich een bult. De os en de ezel keken hem met grote ogen aan.‘Welk park?’ fluisterde Zoah.‘Dat is om het even. Als iedereen er maar gelukkig is en vreedzaam met elkaar kan leven,’ zei God met een zachte, bijna vrouwelijke stem.Zoah kon zijn verbazing moeilijk verbergen. De mensen voor de kerststal hielden hun ogen op kindje Jezus gericht. Of op hun frietjes. Zoah tikte zijn vrouw aan. ‘Truus, God heeft me gevraagd een park te bouwen.’‘Wie?’‘God.’‘Hij weer?’Zoah knikte.‘En dat heeft Hij aan jou gevraagd? Een park? Je kunt niet eens een behoorlijke kerststal in elkaar timmeren.’‘En toch moet ik een park bouwen.’‘Nu?’‘Ja, nu.’‘Ik moet je niet vertellen dat er een vierling op komst is. Ik heb je hier nodig, Zoah.’‘Ik weet het, maar God …’‘Waag het niet om me te verlaten.’Zoah keek naar de drie wijzen die deden alsof ze hem niet hoorden.‘Het heeft toch niets met Paëlla te maken?’ vroeg Truus.‘Prunella. Het is Prunella. En nee, het heeft niets met haar te maken.’‘Doe niets achter mijn rug om of het zal je beste dag niet zijn.’‘Ik heb niets met Prunella. Voor de zoveelste keer, ze is lesbisch.’‘En ik ben de Kerstman.’Zoah boog zijn hoofd.‘Of is het omdat ze zwart is? Het is haar vacht, hé? Glanzend en een beetje vettig, dat heb jij graag, toch?’ vroeg ze. Plots vloog een kledder mayonaise in zijn oog. Een dikke man met een cowboyhoed en de jas half open gooide er nog een paar frieten achterna. Zijn irritante lach galmde door het gammele stalletje. De vrouw naast de cowboy keek beschaamd toe. Zoah kroop weg in een hoekje. Bij het vallen van de avond trok hij zich terug uit de stal en struinde door sombere straten. De winkels sloten hun deuren, de kerstverlichting fonkelde in de donkerte. Vanuit een steegje kwam er engelengezang aangewaaid. Een troepje mensen luisterde ingetogen naar dromerige muziek. Zoah bleef op een afstand. Ging liggen. De grond was bevroren. Zonder reden begon hij de mensen te tellen en gleed weg in een diepe slaap. Hij droomde over een weiland, groot genoeg voor een park. Er verscheen een herder. Zoah legde hem de opdracht van God voor. De herder vertelde, met een verrassend meisjesachtige stem, hoe hij het beloofde park kon bereiken aan de hand van de sterren en aan de hand van de zon.Die nacht sliep Zoah acht uur aan één stuk door. Hij ontwaakte door een klapje op zijn wang. Prunella streek het haar uit zijn ogen. Verweesd keek hij om zich heen, hoestte de krakende kou uit zijn longen en kwam wiebelend overeind. In gedachten verzonken slenterde hij opnieuw richting stal. ‘Ken jij iets van mensen?’ vroeg Zoah aan zijn vrouw.‘Ik moet er niets van hebben,’ zei ze grimmig. ‘Veel geblaat en weinig wol. Waarom?’‘God heeft me ook gevraagd om van alle mensen twee van elke soort te verzamelen.’‘Loop je nog altijd met dat stomme idee rond? Ik besta ook nog.’‘Ik moet dit doen. Ik kan niet anders. God is … God.’‘Als God iets vraagt dan spring je. En ik moet alles driemaal vragen zonder dat je een poot verzet. Trouwens, waar was je vannacht? Trouwringen gaan kopen?’De drie wijzen hielden hun adem in. Prunella volgde alles nauwgezet van achter de stal.‘Alstublieft, help me, welke soorten mensen zijn er?’‘Begin maar met de mannen, die zijn allemaal hetzelfde.’Zoah wist dat aandringen geen zin had.Truus liep onrustig heen en weer, ging liggen, stond weer op en ging voor de zoveelste keer plassen.Prunella stapte schoorvoetend de stal binnen. ‘Neem twee gelovigen en twee ongelovigen,’ zei ze. ‘Dat zijn ook twee soorten.’Zoah vond het een aanlokkelijk voorstel. Het zou hem weinig moeite kosten om zo’n viertal te vinden. Hij keek naar de omstanders en zag twee oude, verfrommelde mensen met een innemende glimlach.‘Gaan jullie mee naar mijn park?’ vroeg Zoah. ‘Je vindt er eeuwige rust.’ Ze keken elkaar even aan en knikten goedkeurend.Een koppel met tassen beladen en zichtbaar dronken kon het niet laten de draak te steken met kindje Jezus. Zoah herkende de man die de dag voordien mayonaise naar hem wierp.Met lichte tegenzin vroeg hij: ‘Gaan jullie mee naar mijn park? Je vindt er oneindig veel rijkdom.’ ‘Tegen een schaap zeg ik niet nee,’ lalde de man met de cowboyhoed. Zijn vrouw fronste haar wenkbrauwen.‘Dat is dan geregeld,’ zei Zoah.‘Ik ga niet hier van de vierling bevallen,’ zei Truus die ongemerkt binnengeslopen was. Haar uier was al groot en bol en had een lichtrode kleur. ‘Er is geen plaats in deze stal,’ zei ze. ‘We gaan een herberg moeten zoeken.’Zoah stopte haar wat geld toe. ‘Hier, voor de herberg. En verwen jezelf eens. Ga naar de kapper, nieuwe krulletjes of zo.’Met de tranen in haar ogen nam ze het geld aan.Hij vertrok. Prunella waggelde erachteraan.Truus rekte haar nek uit, krulde haar lip en stak haar tong uit. Zoah nam het viertal mee naar wat de herder in zijn dromen het beloofde park had genoemd. De eerste kilometers maalden ze met een aandoenlijke gretigheid af. Ze trotseerden kou en regen, veel regen. Zoah vroeg zich af of hij niet beter een ark had gebouwd. Na drie uur stappen klaagde het oudere koppel over pijnlijke knieën, het andere koppel over een morrende maag.‘Is het nog ver?’ vroeg het kreupele mannetje.‘Wanneer kunnen we eten?’ vroeg de cowboy.Zoah keek naar de hemel en riep met gesmoorde stem: ‘Mijn God, mijn God, waarom hebt ge mij geschapen?’In de asgrauwe lucht zweefden enkele buizerds.‘Ik heb vreselijke honger,’ zei de cowboy.‘Achter die berg, daar ligt het beloofde park,’ zei Zoah om de gemoederen te bedaren.Hij wees naar een lichte uitstulping op de horizon die met het blote oog nauwelijks zichtbaar was.‘Zeker weten?’ vroeg de cowboy.‘Zeker weten,’ zei Zoah.Zijn geloof wankelde als een tol op zijn laatste krachten.De vrouw van de cowboy zag zijn onzekerheid en nam hem apart. ‘Sorry voor die mayonaise in de kerststal,’ zei ze. ‘Soms doet hij dingen waar hij later spijt van heeft. Maar ja, wie niet?’Zoah kreeg kippenvel. Voor het eerst dacht hij aan terugkeren. Naar zijn vrouw, zijn zwangere vrouw. Deze ingeving schoof hij vlug opzij en zette ietwat gelaten zijn tocht voort. ’s Nachts volgde hij de sterren, overdag de schaarse zon, net zoals de herder het opgedragen had. Na negen ijskoude dagen doemde de berg tevoorschijn. Op de top pronkte een gigantische boom. Zoah kreeg het knap lastig om zijn logge lijf naar boven te zeulen. Hoewel het bitterkoud was, sijpelde het zweet van zijn neus. Zwaar hijgend bereikte hij de top. Hij leunde tegen de boom en tuurde naar het dal achter de berg. Hij zag geen park, geen bomen, geen spatje water. Alleen een grote leegte. Hij wierp een blik over zijn schouder. De mensen waren niet gevolgd. Een verscheurende weidsheid gaapte hem aan. De onmenselijke stilte deed pijn aan zijn oren. Hij zakte door zijn poten.‘Dit is het,’ hoorde Zoah zeggen. De stem kwam van achter de boom.‘Prunella?’Haar vacht glansde, ze straalde.‘Wat doe jij hier?’ vroeg hij.Ze vlijde zich tegen hem neer.‘Ik ben zo blij dat je er bent,’ zei ze.Gulzig en vol gloed besnuffelde ze hem.‘Dit is het beloofde park,’ zei ze. ‘Hoe ver je ook kijkt, hier heb je eeuwige rust en oneindig veel rijkdom,’ zei ze.‘Ik zie niets,’ zei hij.‘Er is grond om alles te bouwen wat je wilt en tegelijkertijd is er niets om oorlog voor te voeren. Geluk en vrede gegarandeerd, dat was toch de opdracht? We zullen hier zo gelukkig zijn.’Ze likte zijn vacht.‘Nee, Prunella, niet doen,’ zei Zoah. ‘Ik weet dat je dit wilt,’ zei ze.Hij voelde zijn hart in zijn keel bonzen. ‘Ik hoor hier niet te zijn.’‘Ik ken je door en door,’ zei ze.Dat wist hij. Als hij al eens een zwak moment had, dan kon hij altijd bij haar uithuilen. Hij ontkende ook niet dat er een fysieke aantrekking tussen hen was, een aantrekking die nooit tot volle wasdom is gekomen. Bij elke aanraking, hoe klein ook, voelde hij een siddering tot achter zijn oren.‘Het staat in de sterren geschreven,’ zei ze.‘Wat dan?’‘Dat we bij elkaar horen. We hebben samen nog zoveel te doen.’‘Ik ben moe,’ zei hij.‘Wil je gaan slapen?’ vroeg ze. Haar stem had iets frivools.‘Ik hou van Truus,’ zei hij. ‘Ik kan haar dit niet aandoen.’‘Ze hoeft het niet te weten.’‘Het kan niet en het mag niet.’ Hij stond op, drentelde wat rond en ging uiteindelijk onder een struik liggen. De wind nam in kracht toe. Hij sloot zijn ogen en deed alsof hij sliep. Heel aandachtig nam hij elk geluid in zich op. Niets wees erop dat Prunella dichterbij kwam. Zijn aandacht verslapte langzaamaan tot hij in een diepe slaap wegzonk. Het was al negen uur toen Zoah door een paar voorzichtige zonnestralen gewekt werd. Hij voelde hoe Prunella haar warme lijf dicht tegen hem aandrukte.Met een kop vol spijt keek hij om zich heen.De cowboy lag languit te snurken. Zijn vrouw had zich afgezonderd in haar eigen cocon. Haar gezicht was bleek, haar wangen nat van de tranen. Van het oudere koppel geen spoor.Prunella kwam nog dichter bij hem liggen.‘Prunella, wakker worden,’ fluisterde hij.Ze verroerde geen millimeter.Voorzichtig duwde hij haar weg.Zoah ging naast de vrouw van de cowboy staan.‘Heb je nooit eens zin gehad om hem te verlaten?’ vroeg Zoah.‘We zijn verbonden met onzichtbare draden. En die zijn niet gemakkelijk te verbreken. Als ik het al zou willen.’Zoah keek achterom naar Prunella die nog steeds lag te slapen.‘Heb je spijt?’ vroeg de vrouw.‘Er is niets gebeurd,’ zei Zoah.‘Heb je spijt dat er niets gebeurd is?’‘Nee, zeker niet.’‘Wat doe je dan hier?’‘God heeft het me gevraagd.’‘Om in een godvergeten gat het geluk te zoeken?’‘Ja. Om een park te bouwen vol geluk en vrede. Voor iedereen. Voor altijd.’‘Je zoekt het veel te ver.’‘Het is mijn roeping. Ik voel het.’‘Je neemt wel veel hooi op je vork.’‘Vind je?’‘Als je geen ster aan de hemel kunt zijn, wees dan een lichtje in huis.’Haar woorden raakten Zoah tot in het diepste van zijn ziel.‘Waarom ben je met me meegegaan?’ vroeg hij.‘Ik heb iets met schapen. En met queesten.’‘Wat is een queeste?’‘Een reis naar jezelf. Terugkeren naar de essentie.’‘En dat is?’‘Dat is voor iedereen anders. Zo’n tocht door de natuur is een proces van afscheid nemen, sterven en opnieuw geboren worden.’‘Sterven?’‘Loslaten wie je denkt te moeten zijn.’Zoah staarde naar de horizon. Hij had een opdracht van God gekregen, daar kon hij toch niet onderuit? De laatste woordenwisseling met zijn vrouw doemden in zijn gedachten op. Het geld dat hij haar toestopte. Het verdriet in haar ogen. Een gevoel van schaamte overviel hem.‘Kom eens hier,’ zei de vrouw.Ze aaide Zoah over zijn kop.Prunella kwam net wakker en strekte haar poten uit. Ze zag hoe de vrouw Zoah een kus gaf. Prunella kreeg een nijdige trek rond haar mond. Haar ogen waren streng en hard.Langzaam kwam ze dichterbij.‘Ik wist niet dat je op mensen viel,’ zei ze.Zoah schudde zijn hoofd.‘Het is ook een beetje laat om nu nog uit de stal te komen,’ zei ze.‘Het is niet wat je denkt,’ zei Zoah. ‘Ik had … ik had wat steun nodig.’‘Steun? En ik dan? Denk je dat ik geen steun kan gebruiken?’‘Ik kan jou niet geven wat je wilt, Prunella.’‘Wie zegt er dat? Die vrouw? Wat heeft zij dat ik niet heb?’Prunella’s ogen werden vochtig. Haar poten trilden. Ze keek van hem weg. Donkere wolken schoven voor de fletse zon. ‘Ik ben ergens anders nodig,’ zei Zoah.Hij bedankte de vrouw, strompelde onbesuisd van de berg en zette het op een lopen. Met de ogen strak op de grond gericht en de lippen verbeten doorploeterde hij zompige moerassen, stormde over grove grindpaden en overwon bijtende hagelbuien.Hoe dichter hij bij zijn doel kwam, hoe meer hij de omgeving in zich opnam. Een frisgroene grasvlakte strekte zich voor hem uit. Struise bomen wachtten hem op. Schilderachtige reien rond de stad, zijn eigen stad, doken uit het avondrood op. Zoah zag een levensgroot park. Met in het hart de kerststal waar hij twee weken geleden vertrok. De laatste meters huppelde hij als een gek.Zijn vrouw lag languit in vers ruikend hooi, vergezeld van vier kleine Zoah’tjes.‘Je bent te laat,’ zei ze. Zoah kon met moeite zijn tranen bedwingen.‘De zon is net ondergegaan,’ zei ze.De drie wijzen keken de andere kant uit.‘Dan is het tijd voor de sterren,’ zei hij.Ze beet op haar lip.‘Hoe staan de sterren vanavond?’ vroeg ze.‘In een cirkel,’ zei hij en nam teder haar linkerpootje vast.Ze gromde licht.‘Wil je met me trouwen?’ vroeg hij.Ze aarzelde.‘Vraag het me morgen nog een keer.’  

Gino Dekeyzer
3 2

Katoennatie

De tweede job die haar werd aangeboden was die van orderpicker.Ella had hier nog nooit eerder van gehoord, maar de jongen van het uitzendkantoor had het erg leuk omschreven.“Als je graag actief bezig bent, de handen uit de mouwen kan steken en te vinden bent voor een beetje competitiegevoel, zal je t reuze naar je zin hebben” had ie gezegd.Met het gevriesdroogde gelatineverhaal nog glibberig koud navoelend in haar achterhoofd en nek, verheugde ze zich enorm.Om kwart na vijf s morgens moest ze aan het interimkantoor staan waar een speciaal busje voor mensen zonder vervoer haar en de anderen voor de ochtendshift op zou pikken. Van zes tot 14 zou ze dan in de hallen van katoennatie worden voorgesteld aan de wondere wereld van de orderpickingbussiness. De jongen had niet gelogen.. Actief was het zeker. Al leek hij er een heel andere smaak op na te houden wat betreft situaties die het je naar de zin moeten maken. Je hebt een hal van 200 op 300 meter, ingedeeld in gangen. Elke gang was voorzien van een gangnummer, binnen die gang had je rijen, 300 meter lange rijen, met vier op elkaar bevestigde rekken. Op elk rek was plaats voor drie dozen. Elk afzonderlijke plaats voor zo’n doos had een locatienaam, die bestond uit: het gangnummer, de rijnummer, de hoogte letter, en tot slot de romeins geformuleerde doosplaats.Bijvoorbeeld : 19-34-A-III Tot dusver de uitleg over wat een locatie is.Vervolgens kreeg je een sticker en een scanner in de handen geduwd en een kartonnen doos. Ella herinderde zich die eerste sticker nog goed, met een enthousiaste nieuwgierigheid, ging ze de gangen in , vond de juiste doos, haalde er het correct aantal op de sticker vermelde , platsicverpakt items uit. Scande de locatie, vervolgens de sticker. Stopte de items in de doos en liep trots terug naar de instructeur. “Heel goed” zei die. Hij gaf Ella een kar met daarop 8 lege dozen, draaide zich vervolgens om en gaf haar een bundel van 250 stickers. Hij wees naar een groot digitaal uithangbord waarop allerlei rode en groene nummers stonden te verspringen. Jou scannummer is 078. Zorg dat je groen blijft staan.Volle dozen zet je af aan de pakplaats, de stickers van de gescande items leg je er bovenin, nieuwe dozen haal je aan gang 1.Om de grap compleet te maken voegde hij daaraan toe, als je niet te veel tijd wilt verliezen met nieuwe stickers ophalen kan je best telkens een nieuw stapeltje meenemen als je voorbij het kantoortje komt…Ella had de man misbegrepen, wat haar als grapje overkwam bleek bittere ernst. Van zodra het ijna zes uur was, stond de ruimte tussen de gangen en de paktafels vol met orderpickers en hun karren, die vergelijkbaar met eens trijdvaardigheid van woeste vikingen, voorbereidingen stonden te treffen voor de aanval. In de voorlinie zag je de ervaren lieden rllen ductape over hun polsen wringen om deze steeds voorradig te hebben,aan de ijzeren bars werden kartonnen ophangingen geimproviseerd om scanners of pennen in kwijt te kunnen. En van hen vouwd zijn stikers zo dat deze in zigzagbeweging plaat konden houden in een gleuf van de kartonnen plaat die aand e voorzijde van zijn kar was gemonteerd met behulp van spanbandjes. Een vrouw van midveertig had een touw rond haar nek met daaraan een pen, alcoholstift en een cuttermes. Scanners werden overal voor gebruik ingesteld wat een druk gebliep-bliep door de hallen liet klinken. Wat Ella vrijwel onmiddellijk opviel was dat de duidelijk voelbare opbouowende spanning niet naar de gangen werd gericht , maar naar elkaar. Het werd haar duidelijk dat ze iets mistte. De enorme luidspreker maakte een hoorngeluid. Als ratten die op de vlucht sloegen voor een tsunami vlogend e karren de gangen in. Het digitale bord, dat dezelfde grootte had van schermen die vertrek- en aankomsttijden aangeven in vliegvelden, gaf een vijftigtal nummers weer.. Hoewel er nog geen minuut gewerkt was, stonden er toch al een stuk of tien nummers in het rood. Ella zou later leren dat de gemiddelde snelheid als noemer werd gebruikt, aardoor trager werken, voor een veel realistischer tempozou hebben gezorgd. Hoe sneller iedereen werkte, hoe hoger alsud het tempo dat moest worden behaald en behouden. Al gauw werd Ella duidelijk waar al die voorbereiding toe diende. Het zou fantastisch zijn geweest moesten de orders zo gerangschikt zijn dat ze op de weg van de gangen waren afgestemd, maar dat was niet het geval. Vermelde de eerste sticker 34-19a-II moest je voor het tweede order naar locatie 1-15b-III en terug naar 29-46a-II. Een tweede factor, die eigen haar uittrekkende frustratie veroorzaakte, was de totale onmogelijkheid om mekaar te kunnen kruisen.. De gangen waren namelijk net twaalf centimeter smaller dan twee karren naast elkaar, waardoor er dus telkens achetr- of vooruit moet worden gemanouevreerd door één van de twee karren, in gangen waar standaard vijf karren tegelijk in en uit reden. Het wasd niet anders te beschrijven of mee te vergelijken, apocalyptische chaos , waar de gangen en dozen werden aangevallen als waren het waterkonvooienin een gebied dat maandenlange extreme droogte had gekend;  EDlla sloeg alles gade met een ongeloof dat haar deed vergeten haar mond te sluiten, waardoor ze al gapendmet verstomming geslagen aan de kant sto nd me haar lege kar. Een man die er werkelijk uitzag alsof hij in maanden geen water had gezien, vloog met zijn kar Ella's neus voorbij, miste de afslag voorde gang die hij in moest, en belande door het te zware gewicht van zijn al volgeladen kar tegen te willen houden met zijn gezicht een van de betonnen constructie palen die het dak van de enorme hal ondersteunden. Rchtstrompelend met eenzelfde overschot aan resultaatmissende bewegigen als die van een op hol geslagen kat die van richting wil verwisselen op een zonet geboende vloer , kwam het individu recht, met een verwilderde blik die deed denken aan zombiefilms. In één vloeiende beweging snoot hij het bloed uit zijn neus op de grond, dij hij afveegde met zijn mouw terwijl hij met zijn andere hand een kokertje losdraaide dat hij voor het andere neusgat hield. De inhoud ervan osnuivend met eenzelfde dramatische hulpeloosheid als die van een atmapatient die net op tijd zijn terugvindt, herstelde de man van de paniek die hem eerder had bevangen en even plotseling als de man was gecraht , was hij terug uit Ella's gezichtsveld , op weg naar diens volgende order. De schim die zonet voorrang hadf gegeven aan het ophalen van zeventien decathlon riemen , boven het verzorgen van zijn gebroken neus, heete Danny. Maar zijn gedrag had hem de alliterernde bijnaam Danny Dyson opgeleverd. Ella dacht aanvankelijk dat dit lag aan de slecht geette tattoos in zijn gezicht, als verwijzing naar Mike Tyson, de bokser maar na een week legde de vrouw met het handige nekkoord haar uit dat het verwees naar Dyson, de stofzuiger die niets aan zuigkracht verliest. Een andere collega coegde daar nog aan toe " vaccumvolk... hooveren alles op in hun snuit" waarna voor Ella pas duidelijk wrd wat er in dat kokertje had gezeten. Hoe kon ze dat nu niet eerder gesnapt hebben. Het ge bruik van speed was helemaal niet zo ongewoon, zou later blijken. Wat aanvankelijk leek op een tot leven gekomen scene uit een film, verloor al snel die het eerst op Ella had gehad, na het om de iedere gang herhaald te zien. Niemand werd orderpicker uit overtuiging, of omdat dat deel uitmaakte van een oude kinderwens.  Het door consulent Hanz uitegelegde " competitiegevoel" dreef vele oudere pickers ot hun grenzen, maar de kokertjes sped hielpen hen er enkele meters over heen. Wat complete waanzin leek op Ellas eerste dag, bleek uiteindelijk kwestie van gewenning. Na drie weken lukte het haar om geen o ngewenste aandacht op de hals te halen door rood te staanen vloog ook zij als een hondsdole rat met groene score door de hallen me zeven katonnen dozen. Een vriendelijke jongen uit een andere hal had haar geholpen met de gouden tip om één van de onderste dozen te vullen met stenen. het gewicht ervan liet dan toe om op de kar te gaan staan en waardoorze, zichzelf afduwend zoals bij een step, al rijdens langere afstanden kon afleggen. Ze lerde ook dat als je een uur vroeger kwam, je het enorme voordeel had om je orders per gang te kunnen sorteren en ook zij liep nu met een schrijf- en snijdgereihangkoord rond haar nek. Wanneer je scannummer in een van de vijf bivenste van het scorebord verscheen, moest je gaan roken. Stiekem weliswaar maar de al langer werkendn hadden begrepen hoe het tempo werd bepaald voor de dag erop, en dit was de belangrijkste van vele tegenmaatregelen die door de werknemers het leven werden ingeroepen. Met een zelfde elegantie als die van ee n gemidddelde dokwerker , hoorde Ella zichzelfdoor de gangen " 75 Op rop" roepen, als melding aan orderpicker 75 , voor diens top 5 weergave tot ergens uit die gangen iemand "OWKEEEEJ3 TERUGBRULDE; Wat op het eerste gezicht een geniale zet leek , had in werkelijkheid een tegenovergesteld effect . nieuwelingen die nog niet gebrieft waren over de achterliggende reden , interpreteerden dit fenomeen als het bestaan van een wedtsridj die gretig werd aangegaan door de nietsvermoedende idioten, die het horen scanderen van hun scannummer als doel stelden en zich niet zomaar van hun troon wilde laten stoten; De enige twee die zich niet lieten opjagen en met het grootste plezier kwamen werken waren karim en Mamhud, de twee marokkaanse broertjes die zoals het ware zakenlui betaamt, opportuniteiten zien waar anderen problemen opmerken, en intussen een heel erg uitgebreid klantenbestand hadden opgeblouwd vopr hun handeltje in filmkokertjes vol speed.  Vooral hun briljante zet om om enkele van de aalverantwoordelijken tot hun "intieme vriendnkring  te rekenene, die logischerwijs aan vriendeprijs werden verder geholpen , maakte dat geen van beide zich moesten druk maken in scanscores. Beide hadden iedere dag opnieuw de pech een toestel te krijgen waarvan de resultaten niet op he bord verschenen. Its waar het duo, dat steevats samen ergens tegnaan leunend stond te lachen, vaak over graptentegen de al zwetend voorbijvliegende pickers. "Komaan ze Danny! zotten belg, ge sta bijna eerst" of " Als mijne scanner het nu eens zou doen he , ik ou u zo voorbijsteken" Waarop de andere dan antwoorde: " Nee Karim, ge moet den Danny niet onderschatten, dat is de slimste hier, he Danny? "  Hilariteit die iederen ontging , simpleweg omdat niemand de ijd had om met iets anders bezig te zijn dan met locaties , scanningen, items , replenish, items, tellen, sluiproutes bedenken, en bovenal score halen. Mdt elk mogelijk op te noemen, maffiafilm als voorbeeld en de inhoudelijke dialogen overnemend en uitstrooiend als bijbelse preken, was het de twee Am capones geluklt om al die opgedane hollywood wijsheden in de praktijk te den slagen;  Ze regeerden hun microwereldje als ware godfathers van de katoennatie. Als letterlijke verdelers en heersres , waren ze net zoals de untouchables, ongenaakbaar .Niets bracht hen van hun stuk . Althans Totaan matteo..

Esje Volter
16 1

Interimjob / patéfabriek

Het vinden van werk was een rotjob op zich. Misschien was dat niet voor iedereen zo.Toen Ella op haar 18 rotsvast overtuigd van eigen kunde, wilde bewijzen dat wat haar ontbrak aan getuigschriften of diploma’s gemakkelijk kon worden gecompenseerd met logisch inzicht , hard werk en intellect, kwam ze al snel tot de conclusie, dat ze niet de enige kandidaat was met dat profiel. Haar eerste tewerkstelling was een patéfabriek.Een grauw roodbruin complex van industriële gebouwen dat van kilometers ver te ruiken was.Een vreemd geconstrueerd pand met betonnen vloeren die schuin afliepen om alle “ongewenste” vleesvloeistoffen tweemaal daags weg te spoelen via een systeem van sproeiers die aan het plafond of de tegenovergestelde muur waren bevestigd. Hiervoor werd niet enkel water gebruikt maar ook een toegevoegde chemische extra stof die even penetrant geurde als de excreties die ze weg diende te spoelen.Werknemers liepen allemaal in dezelfde vormeloze papierachtige uniformen, met enkel dat verschil dat er drie kleuren waren om de verschillende soorten werknemers van elkaar te onderscheiden.De blauwen waren degene die het rauwe vlees behandelden. Dit was het meest bloederige werk.De gelen waren de kokers of mengers, die bovenaan ketels zo hoog dat er trappen omheen werden gebouwd, moesten instaan voor een correcte afweging en verhouding van enorme porties vlees en kruiden. de witten waren de afwerkers. Ella’s job bestond erin om aan  de band waar porseleinen met paté gevulde potjes voorzien werden van een anderhalve centimeter dikke laag gelatine, de bramen gemorste gelatine weg te vegen met een alcohol bevochtigde doek. Doordat de gelatine onmiddellijk gevriesdroogd werd, was deze niet meer lopend en kwam hij gemakkelijk los, maar het tempo van de lijn liet niet toe om alle bramen netjes in de vuilbak te werpen.Met zes andere wit geklede interimmers die aan een tempo bedoeld voor 8 personen stonden te vegen alsof hun leven ervan afhing, vlogen d bramen gelatine in het rond, tegen elkanders gezicht, in de kraag van niet volledig toegeknoopte vesten en in de boord van hun schoenen. Wanneer een van de zes de tijd nam één van die ongewenste verloren bramen te verwijderen, liep de gehele band vol met potjes.. die doordat ze niet onmiddellijk waren afgeveegd, bramen kregen die veel moeilijker te verwijderen waren, waardoor er niets anders opzat dan ze met je nagels af te krabben.  Na amper drie uur was ze gaan lopen, dit tot grote teleurstelling van het interimkantoor dat haar, ongeschoolde snotneus zonder enige andere werkervaring, de kans gegeven had ergens te beginnen waar ze nadien zelfs kans had op vaste indienstname.Na een fikse aanbrander dat dergelijke egoïstische beslissingen niet enkel weerslag hadden op Ella zelf maar ook op de samenwerking tussen het uitzendkantoor en de fabriek, werd haar aangeraden naar een ander interimkantoor te gaan.

Esje Volter
17 0

Callcenters

Ella had het gehele weekend getobd over de succesvolle sollicitatie die ze tegen beter weten in,(sterker dan zichzelf) zo goed als ze kon had doorstaan en getwijfeld of ze er daadwerkelijk mee door zou gaan. Los van de noodzaak aan inkomen , walgde ze van het idee te werken voor HET bedrijf dat prestige aureerde bij andere callcenters, maar professionele zelfmoord inhield als het een te lange periode op prominente plek in nam op iemands cv.Niet dat ze hoop koesterde op veel betere functies.. Maar een onbereikbare droom niet nagaan, is iets anders dan de mogelijkheid aan gruzzelen slaan nog voor je eraan begint. Het was een medaille met twee keerzijden. Als een medaille die je verstopt voor vrienden en waar je enkel tegen een partner over begint nadat je hem laat beloven er nooit over te spreken..  Zoals tweede plaats majoretten in de caranavalstoet van Berchemse bradderij. Of die van winnaar hotdogeten op de benefiet ten voordele van de mentaal gehandicapten van st Alosianus. Het was een prestatie binnen een niche die an sich niets voorstelde. Maar gaf vooral ook blijk van een commitment dat niet op zen plaats was en nog minder moet worden toegejuicht. Wat callcenters zo vreselijk maakt is niet zozeer dat ze allemaal hetzelfde zijn, maar wel de reden waarom dat zo is. Callcenters zijn in veel opzichten vergelijkbaar met gevangenissen. Vooral door hoe de werknemers ervan onderling roteerden zoals veroordeelden dat ook doen. Er bestaat zo’n immens verloop onder het steeds wisselende personeel, dat een ontslag even zeker was als een contract. Na zes maanden kon men zich steeds opnieuw aanmelden omdat dan toch iedereen was ingewisseld, en tijdens die periode kon men altijd bij andere callcenters terecht, waar iedereen die bekend was met de job  steeds andere bekenden tegenkwam. Dat resulteerde dan in gesprekken die onmogelijk veel kunnen verschillen van twee gedetineerden, die bij hun weerzien bij elkaar polsen over vroegere cipiers en andere nog steeds ingezetenen en hun verdere overplaatsingen. Anekdotes die als broodje aap, van mond tot mond gaan alsof elke spreker erbij was, met details die even verzonnen waren als de personages die iedereen, maar eigenlijk niemand kende.  Een echte subcultuur, die enkel is voorbestemd voor het selecte groepje ongeschoolde figuren dat net niet de diploma’s had die de meeste tewerkstellingen minimum vereisten maar te verbaal was om aan de band te werken. Een soort van cult waarvan de leden, net zoals die van rivaliserende bendes , trouw zijn aan eigen soort, zolang het loont, maar wel allemaal eenzelfde eigen taal spreken. Net zoals de Cribbs en the bloods zich gingen verwoorden als zakenlui, ging ook het telefonsicheverkoopplebs plots gebruik maken van “vakjargon”. Een taalsoort even aanstekelijk als afschuwelijk, die daardoor aan succes won en schaamteloos mee verhuisde met elke afgedankte en elders aangenomen bel-seller. Wie zich wil specialiseren in psychologie en graag allerlei verschillende soorten mensen bij elkaar zou willen zien, hoeft niet lang te zoeken naar casestudy. Het eerste beste callcenter binnenlopen is voldoende.  Het maakt niet uit welk nutteloos product of enerverende dienst er telefonisch door de strot wordt geduwd, je vindt er telkens weer hetzelfde bont allegaartje stereotypes bij elkaar. De corpulente en thuis-onderdrukte-vrouwslaafjes die op het werk elke richtlijn bewaken alsof zij zelf eindverantwoordelijke zijn.  De oude topverkoper die niets meer verkoopt en “vrijwillig” een stap terug heeft gedaan uit de wereld van de harde sales, zogezegd om de jeugd een kans te geven. De kantoorslet die met valse tieten , valse wimpers, 5cm make up, luipaard motiefjes, doorkijkblouses en zwarte uitgroei zichzelf en iedereen anders wijsmaakt zich lekker zichzelf te voelen. De snotneus die twee Armani hemden bezit, net de fitness heeft ontdekt en geloofd vrouwen uit te kunnen kleden met een blik die in werkelijkheid enkel walging of medelijden opwekt. En tot slot een supervisor die er eigenlijk geen is, maar enkel als buffer werkt tussen de kudde en de baas. Dan heb je nog een select groepje die-harders die “de vasten” worden genoemd. In theorie werd iedereen na één jaar vast aangenomen, maar het vereiste een speciaal soort afgestomptheid om niet na één maand te vertrekken.  Zij die het een jaar volhouden, zouden niet meer weggaan, nooit. Voor zij die begonnen was er een duidelijk vast systeem dat op alle centers werd gehanteerd. De nieuwste nieuwelingen noemden men groen voer. Groen voer dat bleef plakken noemden ze mos. Vanaf twee maanden kreeg je een persoonlijke bijnaam die vaak op zich al reden gaf tot vertrek. Vertrok je niet, begaf je je op  een waar slagveld. Vergeet targets en cijfers, belminuten, orders, manuele afboekingen en leverdata, planningen en administratie. De ware strijd werd tussen de lijnen door gevoerd. Enkel zij die langer dan zes maanden onder de radar bleven zowel als schietschijf als met cijfers had de tijd om dit onzichtbaar geweven spelletje van pesterijen, tegenwerk, manipulaties, hiërarchisch geslijm, gifzure collegialiteit en eeuwige concurrentie te volgen.Als een partijtje schaak dat onder de tafel werd gespeeld, met enkel pionnen, die even plotseling verschenen of verdwenen als bij mens erger je niet.  Dit was op alle callcenters het geval.  Maar Sellpoint daarentegen stond  alom bekend voor zijn geheel eigen verzameling aan inzetbare figuren, truuken, vreemde voorwaarden en werkmethodiek. Ella voelde op een vreemde manier evenveel aantrekking als weerzin tegenover haar nieuwe job, en hield zichzelf voor dat kapitein eenoog in het land der blinden, meer gemeen had met de kapitein in het land der zienden, dan met de volgzame twee-ogigen die daar leefden. Ze hield zichzelf voor dat de overeenkomsten die ze deelden met de anciens, niet opwogen tegen de verschillen. Het zou haar heus niet hetzelfde vergaan. Dit kon perfect iets tijdelijks zijn. Een noodzakelijke stap naar iets beters… dat zich bevond op een andere trap. Sellpoint.   Een callcenter zoals elk ander maar door zijn immense grootte ingedeeld in verschillende floors, met op elke floor , floor medewerkers en een floormanager aan het hoofd.  In dit geval werd deze broedhaard van uilskuikens geleid door Raoul, de Florerende schreewlelijk. Een floor, of vloer, was een hal die zodanig was ingedeeld dat deze optimaal benut kon worden. Vergelijkbaar met een honingraam, waren de eilanden in bogen gesteld om per eiland zoveel mogelijk werkhokjes kwijt te kunnen. Deze hokjes werden cubicles genoemd. Een soort van omschermd kantoortje dat net genoeg ruimte gaf om de taken die je diende uit te voeren mogelijk te maken, zonder dat je zou kunnen worden afgeleid door collega’s die rondom rond de3mm dikke scheidingswand naast en voor jou hetzelfde deden.  Ella bevond zich op “Inquiry one”.  Een Inbound floor, waar in tegenstelling tot de outbound-vloeren, niet werd uitgebeld met het doel tot verkopen, maar werd binnengebeld met vragen.Klantendiensten van postorderbedrijven, inlichtingendiensten voor het opzoeken van bepaalde gegevens, antwoorddiensten voor bedrijven, advieslijnen voor  allerhande fast-moving-consumer-goods, (die meestal enkel gebeld werden door jongeren die na 3 joints plots een telefoonnummer opmerkten op de zak chips) antwoordlijnen voor kruiswoordpuzzelwedstrijden enzoverder. Inquiry one was zogezegd bedoeld om beginnelingen vertrouwd te maken, met de job. In werkelijkheid was het vooral het BSP- computerprogramma en het beltempo waaraan gewend moest worden gemaakt. Dit om er zeker van te zijn dat enthousiastelingen die het klaar speelden in  hun eerste week iets te verkopen, die verkoop niet zouden misslaan, door plots stemverlies omwille van het vele bellen. Een echt vakprobleem, waar elke doorwinterde callagent op was voorbereid. Net zoals marathonlopers nergens heen gaan zonder hun busje reflexspray en rehydrataiegels, vond je bij elke gemiddelde televerkoper steevast een doosje strepfen in de schuif. Dat en een flesje water, want enkel beginnelingen maken de fout om gebruik te maken van de koffie die steevast, als gemene grap, op alle telecenters gratis wordt aangeboden. Na drie tassen, is het niet meer mogelijk om voldoende speeksel aan te maken om een uur langer door te tateren, laat staan zes of zeven. Laat dat ook meteen de duidelijke reden zijn waarom de slechtste karakters die je op de floor terugvindt, iedereen die start op een eerste dag zo vriendelijk de weg naar het koffieapparaat wijzen. Nog erger dan een bon missen omwille van stemverlies is het onvoldoende kennen van het computersysteem. Dit wordt speciaal zo ontworpen opdat jazeggende correspondenten nadien niet in de mogelijkheid zouden verkeren om op later tijdstip terug te kunnen krabbelen. Vanzelfsprekend was dit het kleine stukje waar het bij bedrijven als sellpoint om ging, hierop werd hun winst gemaakt, en het hoeft geen verdere uitleg dat daar dus geen fouten op konden worden veroorloofd. Zo moest men na een ja, op de opnameknop klikken en een voorgekauwde tekst opzeggen die kort overliep wat er zonet was voorgesteld, en die zo geschreven was, dat de aanhoorder er bijna onvrijwillig niets anders dan ja op kon antwoorden. Kwam ook die tweede ja, diende je de opnameknop terug af te klikken, waardoor zo een audiobestand van het kortste verkoopsgesprek ooit ontstond: recordklik“ Wel meneer Peeters, ik dank u alvast voor uw interesse in wat ik u zonet heb voorgesteld. Ik overloop graag even kort opnieuw dat u bij het uitproberen van drie gratis edities van kruiswoordwinnaar, u geheel gratis 1 van de 50 parkerpennen ontvangt. Bent u nadien volledig overtuigd van onze puzzels, hoeft u helemaal niets te doen en geniet u een jaar lang van een eliteabonnement waarbij u aan 50 % korting iedere maand opnieuw de editie krijgt thuisbezorgd, met wedstrijden en tal van mooie prijzen die u daarmee kan winnen. Mag de pen met de post komen? “euh ja” Klik. Alles wat erna of ervoor kwam mocht klinkare onzin zijn, je mocht liegen wat je wou. Als je dat stukje maar in opname had, had je een sale. Niet zomaar één.. een ctP. je had drie soorten Ctp’s. de nieuwe klant, de oude teruggewonnen klant, of de tevreden klant. In die volgorde werden ook de waardering voor desbetreffende klant uitgedrukt. Nieuwe klanten waren nog vrij van slechte ervaringen nadien en dus een 1.0 waard. teruggewonnen klanten waren ooit al eerder weggelopen en dus kritischer: 0.5. tevreden klanten waren doorgaans oude klanten, aan oude voorwaarden die niet konden worden gewijzigd en dus waardeloos 0.25.  Bedoeling was wekelijks minimaal op 16.0 te komen. Maar dit was voor later. Net zoals Raoul, de schreeuwlelijk eerder al aangaf, was Sellpoint geen ordinair callcenter.  Eerdere ervaring elders was geen referentie die voor hen enige waarde inhield. Enkel sellpoint-opleidingen telden als voorbereiding op sellpointsales. Ongeacht diploma’s, cv, eerdere werkervaringen , of bewijs van behaalde resultaten, verkoop gerelateerd of anders.. iedereen die een job bij Sellpoint startte, begon die op inquiry one.

Esje Volter
21 1

Schrijversroes

Tussen de twee pijlers van al wat mij doet verlangen, en al wat mij doet walgen, is een wankele brug opgehangen met alles wat mij verscheurt. Maar zelfs met alle kennis in handen om een weloverwogen keuze te maken, ben ik nergens liever dan daar in het midden. Hopeloos inconsequent twijfelend tussen twee extreme uitersten. Daar ligt mijn thuis. Mijn plek, waar ik me in al mijn lelijkheid kan omwentelen in een zelf vergoelijkte vorm van medelijden en blinde hypocrisie. In het land der blinden is kapitein éénoog koning en zo ben ook ik heerser van mijn eigen hersenspinsels. Mijn troon bevindt zich in het midden van mijn eigen conflicterend kruispunt waar alle hersenkronkels zich verenigen en zich met elkaar verzoenen als ragdraden in de kern van een spinnenweb. En mijn zitvlak kan ik, net zoals de spin, nergens anders kwijt dan in het midden waar alle gesponnen tegenstrijdigheid niet plakt.  Gevangen in mijn eigen web van twijfels, perceptie, onwetendheid en overtuiging ben ik het slachtoffer van haaks op elkaar staande stellingen. Toch ben ik nergens liever dan daar. Hier trek ik me terug.Hier vind ik invalshoeken, behoud ik het strategische overzicht over al mijn personages en ontwikkel ik het verdere verloop van hun verhaal.Enkel daar vind ik voer voor mijn niets stillende honger naar doel voorbijstrevende gevechten die nooit worden beslecht, wilde taferelen die mijn schrijftafel nooit zullen verlaten en verhitte discussies die sniperscherp dialogerend in nederlaag eindigen en op mijn netvlies worden gebrand. Spektakels die ik in detail verwoord wil bewerkelijken in zinnen die nooit eerder zijn verzonnen. Het gaat hierbij niet zozeer om de overwinning, wel om de strijd. Men onthoudt ook nooit het orgasme maar wel de seks, en dus focus ook ik me niet op het boek, enkel op het schrijven. De slapeloze nachten waarin bloed, zweet en tranen de tijd doen verdrinken in inkt. De dansende letters op het blad die elk woord vormen behalve datgene ik zoek.. De helse poging om het innerlijke geschreeuw dat nooit gehoor krijgt vast te pennen, om dat roepend monster los te rukken uit mijn gedachten en het op te sluiten binnen de vier zijden van mijn blad papier. Maar zodra het krijsen gestopt is en ik achterblijf met de plotse oorverdovende stilte, word ik overvallen door angst, angst dat ik nu niets rijker, maar armer ben…  Ik kijk naar het blad voor me en besef plots wat het inhoudt.. Dat nare luide monstertje.. Nu stil, verstomd, naakt, hulpeloos, gevangen, letter per letter aards leven ingeblazen en zichtbaar voor iedereen die lezen kan.Om dan alles uit te willen gommen! Elke geschreven regel terug te willen nemen, om ze niet stuk voor stuk aan te voelen als een aanranding op het diepst van mijn ziel. Als een raam dat ik niet meer van binnenuit kan sluiten probeer ik alles letter per letter terug in mijn hoofd te steken, hopend op de terugkeer van het gekrijs dat ik eerst wou verstommen. Maar na het blad in vieren gescheurd te hebben stop ik, want ik sloop niet enkel de muren van deze denkbeeldige gevangenis, maar ook de inzittende.Van me afgeschreven.. heeft het zich van me afgekeerd. Ik heb een nieuw monster nodig…  Dus daal ik opnieuw af naar het midden van mijn wankele brug, waar hemelsmooie duivels me maar al te graag willen verleiden tot een partijtje schaak aan de rand van de afgrond. Waar lust en liefde zich in spiegelbeeld met elkaar vermengen. Een gelukzalige roes van vleselijk genot, onvergetelijke blikken, drugs- en drank overstijgende bedwelming, muziek die alle emoties inkleurt en omkadert en gesprekken die alle geloof bewijzen en tegelijk alle kennis op losse schroeven zet. Een ongekende ervaring, maar waar al gauw abrupt een einde aankomt wanneer die wordt verstoord door het nuchtere daglicht aan de andere kant. Het eerste ochtendlicht dat beginnende schrijvers wereldwijd het zwijgen oplegt. Het licht dat verlichte geesten tot de schaduw verdoemt, de gefantaseerde losbandigheid aan banden legt en hen pijnlijk herinnert aan bandwerk, bestellingen, deadlines en targets.Om dan als mensaap in de jungle van de stad, niet in juiste volgorde volgend, opgeslokt te worden door de stroom.  Als een slaaf van het licht vervoeg ik de horde ongeletterde zombies zonder ziel, die zich voortbewegen op roltrappen, met hun dode blik gefixeerd op hun gedigitaliseerde gadgets, en verstop ik me in een gelijkaardige houding tussen hen.  Maar in de kater van slaapschaarste en onafgewerkte teksten, dwaal ik in gedachten af naar de periode van Hemingway, Fitzgerald en Ts. Eliot, en mijn eigen geromantiseerd beeld van het 's nachts tot leven komend bestaan met koperen blaker, ganzenveren schrijfgerij, ellenlange perfect verwoordde brieven met in vettig rode gesmolten lak gedrukte zegelringen. Dromend in melancholie van tijden die ik nooit heb gekend en die wellicht nooit hebben plaatsgevonden en tegelijk walgend van de vernieuwing die automatisering heeft gebracht, beweeg ik me zo goed ik kan voort op deze goed geoliede machine, alsof ik hink-stap-spring van het ene tandwiel naar het andere, maar nooit op het juiste tempo. Verscheurd tussen wat ik wil en wat ik kan, blijf ik hangen in het verschil.  Fysiek aanwezig maar in gedachten vol heimwee naar mijn plekje op het midden van mijn brug. De met dromen en waan verweefde overspanning boven het ravijn, waar al het nodige voorhanden is, en ik al het overbodige overboord kan werpen. Waar woord en daad niet werkelijk samen hoeven komen, zolang het maar tot uitdrukking komt. Waar al het verzonnen zin krijgt, en dichterlijke vrijheid zijn grenzen verlegd, ver over alle taalbarrières heen, waar het ontsporen van de spreekwoordelijke train of thought vleugels geeft die verlangen vervangen met inzicht.  Ik wil geen geluk, ik wil geluk meten aan ongeluk, pijn om opluchting te voelen, verlies om te compenseren, verdriet om te verwerken, vrij zijn ruiten in te gooien, bruggen en schepen te verbranden, ladders af te dalen om dichter bij de bron te komen, ladders op te bouwen bij doodlopende dalen en een duik in het diepe te maken op stille eenzame toppen. Ik wil drama en tranen want enkel uit tristesse wordt troost geboren. Ver boven het plebs verheven, vlieg ik verder. Zonder het vermoeiende armzwierlijke opstijgen dat tergend traag op gang komt, vlieg ik zonder enige vereiste vorm van aandrijving hoger dan ik in mijn slapende dromen kan,en ik sla hen allen gade, de niet lezers, de bekrompen dagjesmensen, met hun zondagsmarkt, karakollen en nylonkousen, rechts-, links- en liberaal-denkende  beursvolgers met hun godgeklaag over belastingen, overuren en vijfde-hands opinies over de derde wereld, hun mond tot mond mening-overname, het riemgeroei op leven en dood om niet uit de boot te vallen. Maar ik zie ook mezelf, die ochtend, verrast door de tijd overijld beseffen dat er dagtaken wachten en nerveus als een betrapte heroïne junk, alle restanten van de wakkergebleven nacht opruim als bewijslast die dient te worden verborgen. Volgekribbelde stukjes geschrift die ik, ingehaald door de tijd, in haast beoordeel in twijfel over ze weg te gooien of bij te houden voor een volgende sessie.  Ik zie mezelf ontwaken uit mijn schrijversroes, en terwijl ik dagdroom over de acht mogelijke alternatieve manieren waarop ik dat beter had gekund, wordt mijn vlucht onderbroken en val ik figuurlijk te pletter door het geluid van duimdikke dossiers die door de kantoorverantwoordelijke op het desk van mijn cubicle worden gesmeten. "Als je klaar bent met het werk dat je vorige week in moest leveren, kan je misschien beginnen met deze hoop die gisteren binnen moest... Time is money!"Aan elf euro zeventig bruto per uur, bereken ik dat ze gelijk heeft. Ik ben op slag nuchter.

Esje Volter
17 2

Spankeltje Hoop / God's verdediging / Advocaat van God

Advocaat van GodWat is de hel?Is het werkelijk enkel een overdreven schrikbeeld van vlammen , verderf en miserie met vlammen en bokpotige heersers die met een drietand cipier spelen in Gods gevangenis voor de onvergeeflijken? Of is het veel doodser dan dat en veel reëler dan dat? Wat als deze wereld de hel was? een relatief jonge planeet , uitsluitend gecreëerd als dumpingplaats voor al die hopeloze reddeloze individuen?een plaats waar vaag iets gekend is over een opperwezen dat een paradijslijk leven voor ogen had voor zijn gecreëerde mens... maar waar bovenal complete wetteloosheid regeert als het aankomt op elementaire moraal.Waar liegen loont, de wet van de sterkste heerst en alles gedreven door de belofte aan beloning of de dreiging van straf, een volk zover heeft af doen drijven van zijn eigen aangeboren instinct van wat goed is en wat niet, dat het enkel nog handelt om beloond te worden, of straf te vermijden...Een plaats waar kanker, aids en oorlogen vrij spel krijgen , gerechtigheid een woordgrap is die niets met rechtvaardigheid te maken heeft, en waarvan het sarcasme zo ver gaat dat zelfs vrouwe justitie op alle beelden blind word weergegeven.Ik ben niet religieus aangelegd maar rekening houdend met opties die niet bewezen en dus ook niet weerlegd zijn, stel ik vast dat als er een Godachtig iets is... het deze plaats redden niet tot zijn bevoegdheid rekent.Dat is minder negatief dan het klinkt.. Als het leven op aarde niet meer is dan een quarantaine voor mensen die eerst tot inzicht moeten komen, betekent de dood niet meer dan een verlossing... Wat waarschijnlijk de enige reden is dat religie het hier op een of andere manier toch heeft overleefd.Zonder angst voor de duivel heeft niemand echt nood aan God, en ook zonder he kerkelijke stelsel kan men angst en hoop oproepen om mensen aan te zetten tot wreedheden of hen beletten er tegen in te gaan.. Het verlangen naar macht zal altijd veel groter zijn dan de angst voor de risico's die het nastreven ervan inhouden, met uitzondering dan van het enige risico dat onmogelijk valt te vermijden, en iedereen, ongeacht zijn keuzes te wachten staat. de dood.Het is een vreselijke gedachte dat er helemaal geen ontwerper en dus ook geen ontwerp of plan is achter het ontstaan van de mens.. een nog ergere gedachte is dat we inderdaad alleen zijn in de ruimte.. en er in al die oneindigheid .. echt niets anders is dan deze planeet.. waarvan de inwoners door de eeuwen heen inventiever werden in hun wreedheden, maar niet in het wreed zijn zelf.In dat opzicht zou al het leed dat Gods afwezigheid bewijst.. wel verklaren zonder zijn bestaan te moeten ontkennen..Kanker , aids, oorlog, zou dan gewoon een van vele collectief te incasseren straffen zijn die we op onszelf hebben afgeroepen door het dagelijks herhaalde pervers egocentrisch geleide gedrag waar we elkaar mee ruïneren.Zo mysterieus en ondoorgrondelijk zit dat niet ineen.. kom overeen of loop samen in jullie ongeluk. Sterker nog , misschien duurde ook dat te lang en zijn al die vreselijke ziektes net een versnellende maatregel om van dat aards volkje komaf te maken. Want ofschoon er nog steeds mensen heilig overtuigd blijven van god en diens goedheid.. wordt hij zo in geen enkele van de religies echt blijk gegeven van die superioriteit. Als er een iemand zo vaak genoemd en beschreven is voor zijn onwrikbare wraakzuchtigheid dan is het wel diezelfde god.het blijft allemaal zinloos speculeren, …en vragen stellen waar geen antwoord op komt zorgt dan ook voor het wegvallen van de bereidwilligheid om een probleem op te lossen. welke drijfveer zou ons die plotse ommekeer dan wel moeten laten maken?Het blijft een persoonlijke keuze om dat vraagteken in te vullen of niet.. maar bij mij staat daar als antwoord dat we gedoemd zijn om het te stellen met wat ons werd gelaten.. een compleet afgebakende plaats waar we zijn overgeleverd aan elkaar.. en dan is sterfelijkheid eigenlijk gewoon een vorm van genade.. en de dood een soort van checkpoint om te herstellen.. als een back-up om naar terug te keren en opnieuw op te starten .. reïncarnatie zou zo inderdaad een heel erg schrale blijk geven van Gods tevergeefs blijvende hoop op onze redding.Al doet dat beeld het hem niet echt eer aan als opperwezen , dat tot alles in staat is, maar geeft het eerder blijk van eenzelfde soort destructieve koppigheid in liefde (noem t zo) als die van zwaar mishandelde vrouwen die door een stockholmsyndroom niet in staat zijn weg te gaan van hun beul. Alsof ook God onbewust vatbaar is geworden voor het kapitalisme dat ons zo verziekt, en hij nog steeds het omslagpunt waarop hij zijn return on investment kan terugwinnen afwacht, voor hij de stekker uittrekt op iets dat hem maar liefst zes volledige dagen werk kostte om te creëren.Al is het qua tijdsspanne wellicht eerder de vier miljard jaar die erop volgde waar hij of zij lijdzaam gedwongen werd toe te moeten kijken naar hoe niets , maar dan ook echt niets ons van onze aard lijkt af te helpen, wat zijn oneindig licht vasthoudend vat deed overlopen....Als een sportteam dat je zelf hebt samengesteld , voorgesteld en naïef hebt gepromoot als een groot succes , om het dan vervolgens in een oneindig verlengd spel te moeten zien falen op alle vlakken zonder een punt te maken , ondanks de vele over het hoofd geziene spelfouten en extra kansen..wat een afgang.Zelfs voor hij die enig is in zijn soort en dus geen reputatie hoog te houden heeft voor andere partijen die hem op deze blunder kunnen beoordelen, moet de schaamte enorm zijn.. Mocht hij of zij bestaan vind ik dat medeleven op zijn plaats is, want ik heb zelf ook mijn eigen ervaring in het aangaan van , en veel te lang blijven behouden van relaties die enkel in mijn hoofd veelbelovend leken en anderen deed wegrennen.. IN Gods verdediging had hij niet dat klankbord, of die rode vlag signalen van zijn omgeving die hem op ander gedachten had moeten brengen.Bij mij was het een keuze die te ontkennen... God is ook maar een ...In plaats van hem te verwijten dat onze planeet niet veel weg heeft van dat vaag omschreven en door niemand ooit echt geziene paradijs, moeten we misschien eerst inzien wat onze relatie is met God.Want in mijn ogen is die niet meer dan die van een in impuls aangekochte asielhond, waar al gauw spijt van werd ondervonden, maar uit principieel "belofte maakt schuld" met de verdere minimale zorg werd doorgedaan.Het is dus niet zo dat we hem of haar niets kwalijk mogen nemen.. het is eerder dat het wellicht weinig tot niets kan schelen wat wij nu eigenlijk vinden van dat leven dat ons werd gedwongen te leven en waar we tenslotte niet om hebben gevraagd, geen verdere uitleg bij krijgen, ...Het is ook niet echt bewijs van ouderlijke capaciteiten of tot volwassen gekomen verantwoordelijkheidsgevoel om leven verder te brengen dat enkel gevraagd of geëist word om hem op onze knieën te aanbidden.. zonder iets van die vaderlijke affectie te mogen ontvangen of opmerken, als een vergeten schoolproject dat om het toch maar in te kunnen leveren als iets doordachts dat af is, de salespitch krijgt dat ons het grootste geschenk van de vrije wil werd gegeven.. en zo ook meteen de schuld van het resultaat niet bij de maker maar wel van diens eigenwillige producten legt..Het kan natuurlijk ook veel simpeler zijn. Misschien verveelde deze entiteit zich en zijn wij hier op aarde niet meer dan wat mieren voor ons waren in bokalen op te warme dagen waarop niets te doen was. Misschien is god een goddelijke vijfjarige die niet tot meer in staat is dan zijn mysterieus werken... dat laat ons even objectief zijn veel meer weg heeft van kinderachtig theatraal overdreven rancune. Of heelt tijd werkelijk alle wonden dat 2300 jaar na de feiten , het laten sterven van alle eerstgeboren kinderen per gezin plots een verstaanbaar kleintje is dat wel begrijpelijk is onder de omstandigheden?Misschien is het zelfs niet eens verstandelijke-leeftijd gerelateerd. Zijn wij immers niet naar zijn evenbeeld geschapen?Misschien moeten we het allemaal zo ernstig niet nemen, en net zoals bij andere sprookjes en vertellingen die verzonnen zijn afsluiten met een eind goed al goed uitgangspunt. Een waarin wij de spreekwoordelijke spiegel zijn die god wordt voorgehouden en hem wijst op zijn eigen tekortkomingen , door het slechte voorbeeld te geven , en waar wij blijk geven van meer inzicht dor af en toe te leren uit onze fouten en geen vier miljard jaar blijven ontkennen een fout gemaakt te hebben, tot op het punt dat zelfs Narcissus zelf zou stoppen met waarschuwen over hoe hem dat is afgegaan en zou adviseren aan God om ermee op te houden en er eigenhandig mee zou helpen hem of haar uit dat lijden te verlossen.Gods hoop op verandering houdt ons in leven , tot we sterven.Dat is niet veel maar het is iets, noem het een sprankeltje hoop.En ze leefden nog lang en gelukkig.

Esje Volter
37 1

Generationele grootheidswaanzin

Alarmfase donkerrood! De lust is zoek en de mens gaat dood! Als aanstaande vaderkandidaten de drang niet meer voelen om toekomstige moeders te bestijgen, om hen tegelijkertijd te doen zwijgen en hijgen, zullen ze nooit meer kinderkoters krijgen. Gedaan met de kakpampers en pisdoeken! Nooit meer die spetterende kotsbuien vervloeken! Weg met speelgoed en boekentas, zakgeld en poppenkast! Foetsie puisterige pubers en adolescenten zonder centen! Vaarwel volleerde afgestudeerden, verbouwde vrouwen en verwenste venten! Mensen gaan kinderloos door het leven en zullen hun gaven en genen aan niemand meer doorgeven. Het voltijdse vrijgezellenleven, zeven dagen op zeven. Maar dan, nipt op tijd om de bevolkingsteller op peil te houden, besliste vader te doen wat alle dwaze raadgevers al lange tijd wouden. In het holst van de nacht grabbelde hij in zijn zak en raapte hij zijn moed bij elkaar, en nog voor moeder “Onnozele drol, niet weer in mijn poepenhol!” kon krijsen, was het huzarenstukje reeds geklaard. Mooi, ‘t leven is mooi! Zolang de bok niet schiet in de aars van de geit. En zo was de conceptie een feit. De baarmoeder raakte tjokvol, haar hormonen sloegen op hol en de zakgrabbelaar werd stilaan hoorndol. Maar negen maanden, een kuub kots en een doorgescheurde scheur later, kregen ze dan eindelijk hun kili kili-kleintje. Een verfrommeld rozijntje met een schreiende snater. Het allermooiste mirakel, voorspeld door het heiligste orakel, veilig beschut door moeders omarmende tentakels. Héél de wereld ligt aan zijn babyvoetjes. Van Afrika tot in Amerika, vanop de Himalaya tot in de woestijn, zat men al jaren op uitgerekend dít kleine wonder te wachten. Alleszins, dat is toch wat de vertroetelende verwekkers van dat verwend wensje dachten.  “Wees welgekomen, onze allerbelangrijkste gast, op deze prachtige aardkorst! Waarschijnlijk heeft u na die lange reis vanuit Uterus City erg dorst. Geen paniek, we hangen u dadelijk wel aan een sappige melkborst. Wat een toeval zeg, dat u van álle mogelijke ballen en bollen in dit uitzichtloze en uitdijende universum net deze bobbelbal er heeft uitgekozen! Heeft u een voorspoedige reis gehad? Geen last van een jetlag? Hopelijk heeft u geen kougevat, zo in uw bloot gat. Kom hier, dat ik u even toedek. Wees gerust, u zal niks tekortkomen in het hotel van uw dromen! Over dromen gesproken, wat hoopt u zoal tijdens uw aards verblijf tegen te komen? Want hier gaat het leven áltijd over rozen! Rozengeur en maneschijn, mijn liefste vriend. Alles en iedereen is fijn en niks of niemand doet u pijn, want enkel dát heeft u verdiend! Ik ben er zeker van dat u het aangenaam vertoeven zal vinden in ons all inclusive, exclusief, halfgaar en ietwat raar resort. U zal smullen en genieten, al uw wensen vervullen en de hoofdvogel afschieten, tegen een oogverblindend mooi decor. Heeft u op dit moment al dringende vragen? Nee? Prima, kleine prins, dan zal ik nu uw bagage naar de bel-etage laten dragen. Aha, hier zijn ze dan, uw persoonlijke gastheer en -vrouw! Dankzij hen wordt u op uw wenken bediend en staat u nooit ofte nimmer in de kou. Als er iets of niets is, dat maakt in feite geen fluit uit, geef dan gerust een gil of een krijs, gebaar of wijs, en zij toveren het tevoorschijn. Wees gerust, ze zijn te vertrouwen. Er komen heus geen onverwachte apen uit hun ondergekwijlde mouwen. En ook voor liefde, drank en spijs moet u bij hen zijn. Het paar draait vaak afwisselende shiften en het enthousiasme druipt er misschien niet altijd van af, maar ze staan 24 op 24 voor u paraat, ook al zijn ze doodop en pompaf, om zich hen ervan te vergewissen dat het goed met u gaat. Maak u dus maar geen zorgen, want er wordt continu voor u gezorgd. Uw koningssuite is uitgerust met een op maat gemaakt park. De tralies werden aangebracht voor uw eigen veiligheid. Vanbuiten doet het misschien wat denken aan een gevangenis, maar eenmaal binnen wilt u dat geborgen gevoel nóóit meer kwijt. Ongetwijfeld heeft u uw nieuwe knuffelvrienden al opgemerkt: de honingbeer, de bananenaap en het langoorkonijn. Geen zorgen, ze zijn aangenaam tam gemaakt en zullen voor áltijd uw speelkameraadjes zijn!  Schoonste schepsel des Heeren, gelieve mij te excuseren, maar is alles nog steeds naar believen? Indien het u enigszins zou plezieren, kan ik u voor morgen een interessant adres bezorgen. Daar kan u op papieren leren over de manieren van mensen en andere dieren. U hoort er mooie sprookjes vertellen, leert er snottebellen tellen en zelfs de basis van woorden lezen en catechese zullen ze zachtjes tussen uw hersencellen knellen. Spelend leren over de wondere wereld waarin we leven. Als u moe geleerd bent, kan u wat rusten. Als u moe gerust bent, kan u weer wat leren. Vrees niet, de innerlijke mens wordt niet vergeten, want ook levende halfgoden moeten van tijd tot tijd drinken en eten. Daarom vindt u er een lopend buffet van brikpakjes chocomelk, gemolken uit de uiers van bruine chocokoeien die buiten in het groene gras staan te loeien, en fruitsap, vergezeld van koekjes en fruitpap, nic’jes en nac’jes, en gezonde groentedrab. Mocht u zich overdoen tijdens de noen en overwegen om een plasje of een kakje te plegen, wees dan niet verlegen. Mevrouw de juffrouw komt met alle plezier uw bescheten bolle billetjes afvegen. Maar wat zie ik nu, kostbaarste klomp uit de ’s werelds diepste goudmijn, wordt uw stoeltje te klein en voelt de bepampering minder fijn? Dan wordt het misschien de hoogste tijd om te verhuizen naar een groter speel- en leerdomein! Graag iets actiever zegt u? En minder voorgeknabbeld eten op het menu? Geen probleem hoor! Wij zoeken naar een oplossing, daar dienen wij nu eenmaal voor. Als uw gastvrouw u al wat meer durft los te laten, kan u vanaf morgen dagelijks autoloos en autonoom, met uw drie-min-één-wieler, op uw nieuwe bestemming geraken. Met een hippe en blitse boekentas over uw schouders en een overvolle boterhamdoos aan boord, zwaait u vanaf nu al fietsend iedere ochtend naar uw ouders en trapt u op eigen krachten tot aan een nieuwe schoolpoort. Dankzij die dagelijkse inspanningen in de gezonde buiten zal u kanjers van kuiten en gezonde longen krijgen. Uiteraard zullen ze u binnen deze muren nóg slimmer maken dan u al was. Met úw capaciteiten wordt u gegarandeerd de primus van de klas! Hier kan u nog meer leren over het mirakel des leven, over fauna en flora, fysica en logica. Over andere landen en streken, over de verzorging van onze tanden en hoe die gekke Fransen spreken. Boeken over lang en langer geleden, alles netjes gedocumenteerd met tekst en tekening, van toen tot op heden. Wist-je-datjes over spullen en prullen om uw harde schijf met enen en nullen op te vullen. De wijze onderwijzers zullen u het rechte pad wijzen en álle geheimen van deze wonderbaarlijke wereld onthullen! De tijd vliegt als u zich amuseert. Zeker als u ook nog eens wordt getrakteerd op pure verwennerij van eigen makelij. U heeft mogen genieten van tongstrelende culinaire creaties van uw persoonlijke chef-kok. U bent gereisd naar onvergetelijke exotische locaties, veilig vervoerd onder moeders rok. U likte aan waterijsjes en mooie meisjes, ging op dure schoolreisjes en stond bovenaan puberale verlanglijstjes. Dag in dag uit werd u beschermd voor de loerende gevaren van buitenaf. Nooit heeft u zich zorgen moeten maken, nooit kreeg u een onverdiende straf. Iedereen heeft altijd zijn uiterste best gedaan om u op uw wenken te bedienen, maar nu wordt het tijd om op uw eigen benen te staan... en uw kamersleutel in te dienen. Beste oppergast, er is een moment van komen en een moment van gaan. Dat tweede moment begint te naderen. U heeft van zowat alles genoten dat we te bieden hebben, er zijn geen brochures meer over om door te bladeren. Heeft u al eens nagedacht over hoe u uw verdere tijd, vanaf morgen tot altijd, zou willen doden? Het is voor een hele poos, maar de opties zijn ein-de-loos! Wat denkt u van achtbaantester, vrijheidsvechter of advocaat? Hoewel, dat klinkt ondermaats, neem toch maar oliemagnaat. Ik weet het! Restaurantrecensent, frontman in een rock’n’roll band of de hoofdrol in een kaskrakende Hollywoodprent! Of toch liever superatleet, vrouwenmagneet of de goeroe van een crashdieet? De gereïncarneerde Peter Pan, de leider van de Ku Klux Klan, de president van Iran of simpelweg een modale brave huisman? Want weet u, alles mag en alles kan! Raar maar waar, de toekomst is maakbaar, uw dromen zijn aaibaar. Álles wat onmogelijk lijkt, ligt in feite binnen handbereik. Als u er maar hard genoeg voor werkt en in gelooft, worden uw gebeden gehoord. Beloofd! Adieu, vaarwel, auf wiedersehen, goodbye! Veel succes, zwaai zwaai, doe het goed man, en tot in den draai!” Patat! De hoteldraaideur smakt keihard tegen zijn onvakkundig afgeveegd gat. De echte wereld staat klaar om verkend te worden, zonder beschermengelen die zich met zijn problemen mengelen, zonder ouderlijke handjes boven het hoofd die zijn veiligheid waarborgen. Ondertussen is hij een grote jongen, even verstandig als zelfstandig, en van een verkeerd wereldbeeld doordrongen. Naïef en bedorven, plots een vat vol zorgen en niet gewapend tegen de uitdagingen van morgen. Met heimwee zal hij terugdenken aan zijn onbezorgd vijfsterrenverblijf. Met weemoed zal hij ondervinden dat de echte wereld hem ziet als een inwisselbaar nummertje, want in werkelijkheid heeft hij weinig om het lijf. Toegegeven, er zijn meer onzekerheden dan waarheden in het leven, maar dát staat buiten kijf. Hotel Mama is permanent gesloten. Vanaf vandaag staat hij op zijn eigen manke poten en wordt hij door de harde realiteit onverbiddelijk teruggefloten. Hij mag werken, hopen en geloven hoe hard hij ook maar wil. Voor niets gaat de zon op en buitenshuis is het koud en kil. Fabeltjes worden ontkracht, de slaap wordt uit zijn oogjes geveegd. Papa en mama hadden de wijsheid helemaal niet in pacht en hebben gemakshalve schuldig verzuim gepleegd. Dat de Kerstman, Sinterklaas en de Paashaas niet bestaan, kwam indertijd – in zijn kindertijd – al keihard aan. Nu is het hoog tijd om te leren dat Fluffy, het schattig wit troetelkonijntje, nooit is verhuisd naar een mooie boerderij, maar dat hij het zelf al smikkend en smakkend heeft opgepeuzeld, met zwarte pruimen erbij. En moet ge nu eens iets níet weten? Mammie droeg haar grote zonnebrillen niet enkel tegen de stralende zon, maar ook om de tanende plekken te verbergen, aangezien jaloerse pappie weleens losse handjes krijgen kon. Eigenlijk boterde het al jaren niet meer tussen die twee uit elkaar gegroeide individuen, hoewel ze leugentjes om bestwil en de schone schijn nooit hebben lopen schuwen. Want o wee als zoonlief ooit door zou hebben gehad dat er iets niet pluis was, met zijn doorsnee kwab hersens zou beseffen dat hij niet het magnus opus van de Schepper was. Dat hij meer noch minder waard en gevraagd dan elk ander kind op aarde was. Dat hij eigenlijk niet eens gemist zou worden als hij er nooit geweest was... Grote jongens wenen niet, ook al hebben ze verdriet. Wie weet ligt er met een beetje geluk nog wat leuks in het verschiet. Nu is het tijd om zelf te zorgen voor vier muren en een dak boven zijn hoofd, die hem beschermen tegen de krachten van de natuur en het jatgedrag van zijn gebuur. Hij moet op zoek naar voedsel en zal dit op de koop toe zelf moeten koken en kanen, iedere dag en om de zoveel uur. Hij zal werk moeten zoeken en zwoegen voor zijn geld, smart en leed moeten trotseren. Niemand heeft hem dat ooit verteld, dus zal hij het op de harde manier moeten leren. De rozengeur en maneschijn moeten plaatsmaken voor dagelijkse sleur en hartpijn. De dieren zijn niet langer aangenaam tam, maar bijten. De kogels van échte speelgoedgeweren penetreren dodelijk onze weke lijven. Er lopen gewetenloze criminelen rond, zonder een greintje spijt van hun feiten, en rotzakken met hun broekzakken vol lekstokken, die met hun fikken niet van kinderen kunnen blijven. De fonkelende medaille heeft een minder fraaie keerzijde, en na jarenlange zonneschijn staat hij nu, zonder paraplu, in de regen, waar niemand hem op voorbereidde. Want alles gaat kapot en iedereen gaat dood. Alle schoonheid vervaagt en vergaat langzaamaan, op deze alsmaar doldraaiende aardkloot. Ondertussen heeft hij het wel door, werd hij met zijn snotneus plat op de feiten gedrukt. Natúúrlijk loopt evenaar noch nulmeridiaan door zijn stinkend gat. Was hij dan helemáál van de pot gerukt? Hij ís geen mirakel, het leven ís geen vermakelijk spektakel, en niemand kan de sloop van zijn zelfgebouwde luchtkastelen ook maar een sikkepit schelen. In zekere zin is hij bijzonder, zoals ze dat ook zeggen over andersvaliden of mensen met een IQ van 70 of daaronder, maar hij is allesbehalve een wereldwonder. Feitelijk is niemand echt onder de indruk van zo een onbeduidende opdonder. In de ogen van papa en mama was hij uiteraard het summum der menselijke makelij. Ze droegen hem op handen, beten vaak op hun tanden, beschermden hem met hand en tand, en hielden hem angstvallig blij. Goede bedoelingen op overschot, daar twijfelt niemand aan, maar als later het echte leven met hem spot, zal hij dan zijn mannetje kunnen staan? Want weet, de toekomst is niet maakbaar, dromen zijn niet aaibaar. Hopen, naar boven staren en om Gods hulp smeken is lui, en daarenboven sterk overroepen. Bidden is nutteloos, want niemand zal naar uw jammerklacht luisteren. Dat generaties gepamperde gastjes zich groots wanen, zult ge mij niet horen roepen. Ik zal het hooguit eens in hun oortjes fluisteren. Terwijl ik stiekem probeer hun kamersleutel af te snoepen.

Junior
8 0

Een pakje geluk in retour

** DISCLAIMER **Elke overeenkomst met of gelijkenis op bestaande personen, gebeurtenissen, plaatsen en entiteiten berust op louter toeval. Alle personages, gebeurtenissen, plaatsen en entiteiten zijn fictief, ontsproten aan mijn fantasierijke brein. I. HASHTAG GROENE SMURRIE Zuchtend zette ze de kop matcha latte neer. Het smaakte haar niet. Waarom dronk ze die groene smurrie eigenlijk. Omdat de kleur zo goed paste bij de keramische mok van Atelier drinKop? Omdat de hashtag #mydailymorningmatcha keer op keer nieuwe volgers trok naar haar Parallel-account? Wie waren al die mensen trouwens, die zo geïnteresseerd waren in wat ze dronk en at, in haar leven, haar huis, haar kind? Die elke foto die ze online postte fanatiek becommentarieerden en die zo ijverig hartjes uitdeelden? Die haar vroegen waar ze die affiche had gekocht, waar ze dat topje vandaan haalde. Of erger, die haar citeerden bij een foto van hun pasgeboren kind dat ze inspiratieloos dezelfde naam hadden gegeven als haar dochter. Had Lennie dan toch gelijk? Ze zuchtte opnieuw en goot de koud geworden melkthee in de gootsteen. De mok spoelde ze meteen af onder het kokend water van de HotWater®-kraan. Als ze dit niet deed, zou de groene kleur een kring achterlaten en dat wilde ze liever niet, de kop had tenslotte 100 euro gekost. De prijs die je betaalde voor unieke, handgemaakte stukken. Unieke, handgemaakte stukken die blijkbaar ook in de kast stonden bij alle andere populaire Parallel-moms. Had ze het zelf gezocht? Ze dacht terug aan de woorden van haar boze dochter gisteravond. Dat ze het zelf gezocht had, had die kwaad geroepen voor ze naar haar kamer vluchtte. 11 jaar, en nu al een deur die met een harde klap voor haar neus werd toegesmeten. Ze begreep het niet. Ze had alles klaargezet voor de shoot in hun mooie hoekje, het hoekje met de hippe kamerplant, de authentieke rieten hebbedingetjes en het handgeknoopte regenboogtapijtje aan de muur, het hoekje waar ze altijd haar foto's nam. Ze had het nieuwste jumpsuit van TARARAboemKIDS toegestuurd gekregen via de supersnelle pakjesdienst DoH – Delivery of Happiness. Nog net voor de online launch. Dat mocht ze, of eigenlijk haar dochter, houden, in ruil voor één snel postje - of heel misschien twee- op Parallel. Maar het was niet gelukt. Leonoor was thuis gekomen van de dansles, had haar gevraagd of zij Uddy kende, maar ze was nog bezig met de laatste aanpassingen aan de opstelling en had haastig nee geschud. Een Ketnet-wrapper of zo, had even door haar gedachten geflitst, maar ze was vergeten te antwoorden. En toen wilde Lennie niet. Niet poseren, geen jumpsuit. 'Begrijp je het dan niet? Zie je het dan zelf niet?!' had ze gefrustreerd gevraagd toen zij begon aan te dringen. Maar ze begreep het niet, nee. Wat was er mis. Was er iets mis dan? ‘Toe, Lennie, ik wil geen ruzie. Ik wil gewoon een leuke foto.’ En toen dus die deur. Na een uurtje was ze opnieuw naar Lennies kamer gegaan om te horen wat er aan de hand was. Lennie had haar nog altijd met boze ogen aangekeken. Maar ze had wel gepraat. En veel. Bijna een monoloog. Ze had versteld gestaan, sinds wanneer was haar dochter zo vurig, waar had ze geleerd zo’n betoog te houden? Tegelijk boezemde alles wat ze had gezegd haar angst in. ‘Ik wil niet meer poseren voor jou en al zeker niet voor al je zogenaamde fans. Ik ben het beu dat je me gebruikt, ik ben geen product dat je kan verkopen in ruil voor hartjes en volgers! Het is allemaal zo fake, mama, zo nep. N.E.P. Jouw wereldje is nep. Vorige maand moest ik in de klas vertellen over wat mijn ouders doen. Moest ik uitleggen dat je een Parallel-mom bent en wat dat betekent. Wist je trouwens dat ze dat ook Para-mo noemen? Van ‘parano’, omdat je in een wereld gelooft die niet echt bestaat. En dat vind ik ook. Mijn klasgenootjes hebben ouders die dokter zijn, of grafisch vormgever, verpleger, leerkracht, boekhouder, pakjeskoerier. Allemaal echte beroepen. En ja, ik weet wel dat je jezelf iets anders noemt, maar, maar, maar … jij zit gewoon de hele dag op Parallel en bijna alle foto’s die je post zijn foto’s van mij. Ik wil dat niet meer! Ik doe NIET meer mee! Het is gewoon allemaal zo oneerlijk.’ En zo was ze weer bozer geworden, haar kaken rood van de opwinding. Eliza had er niets tegenin kunnen brengen, ondanks verschillende pogingen om het goed te maken. ‘Ik dacht juist dat je dat zo leuk vond?! Al die mooie kleren en dat toffe speelgoed, die gratis tripjes, daar was je toch blij mee, dat vond jij toch ook leuk?’ had ze geprobeerd tegen te werpen, tevergeefs. Lennie was vastberaden en ondertussen bijna woest. ‘Nee, dat vond jij leuk! En je moest het dan ook nog eens allemaal vastleggen op camera en delen met je stomme, parallelle wereld. Ik heb genoeg kleren, ik ben te oud voor speelgoed, en als ik op vakantie ga wil ik met mijn papa én mama samenzijn, niet doen alsof ik de tijd van mijn leven heb voor jouw lens.’ Eliza slikte. Meende ze dit echt? Was ze geen goede moeder geweest? Had ze haar dochter niet genoeg aandacht geschonken? ‘Okee, luister, ik heb een idee. Je bent inderdaad oud genoeg om je zegje te doen. Wat denk je ervan dat we in het vervolg samen beslissen welke spullen we aanvaarden en waarvoor je model wil staan? Lijkt dat je wat eerlijker dan?’ Het was de laatste, overbodige vraag en een totaal mislukte poging tot verzoening geweest. ‘Je begrijpt het dus echt niet! Het is oneerlijk omdat het niet echt is!’ had Lennie gebulderd. Opnieuw werd de deur met een knal toegegooid, vergezeld van een luid ‘Vergeet het! Ik neem ontslag! En laat me nu met rust.’ Gekwetst had Eliza het jumpsuit met een kapstokje aan de deurklink gehangen. Zij was stilletjes naar haar wekelijkse les “Drie uur lang Mindful aan Yoga denken” vertrokken en toen ze half en half ontspannen terug thuis kwam, sliep Lennie al. Ze had niet gemerkt dat de kapstok niet meer aan de deur hing. Voor ze zelf ging slapen, had ze zich nog afgevraagd of ze raad zou vragen aan haar Parallelfriends met dochters, maar ze was te moe. En diep in haar binnenste was er iets beginnen knagen, iets wat ze niet, of nog niet meteen, wilde delen.     II. DELIVERY OF HAPPINESS Ze vulde haar kop opnieuw, deze keer met gewone, ouderwets gezette koffie waar ze geen foto van trok. Was dit misschien het begin van de puberteit? Ze had ergens gelezen dat die steeds vroeger begon. Of had Lennie terecht kritiek, had ze ergens wel gelijk ... Eliza’s bestaan daverde op zijn grondvesten als ze die gedachten toeliet en verder exploreerde. Ja, natuurlijk was ze zich bewust van het feit dat duizenden onbekenden hààr dochter misschien beter kenden dan hun eigen kind. Maar er was toch nooit iets gebeurd? Ze kreeg alleen maar positieve reacties. Op die enkele tientallen van jaloerse Para-mo’s na. En ja, soms had ze al eens spullen aanvaard van merken met een dubieus verdienmodel of weinig aandacht voor duurzaamheid. Iets waar ze volgens haar bio nochtans zoveel belang aan hechtte. Maar dat ging geen kat checken, toch? En nog ja, ze wist wel dat haar feed geen uitbeelding van het echte leven was, maar dat was net haar missie: mensen doen dromen. Ze was er dag en nacht mee bezig, in tegenstelling tot wat veel mensen, nu ook haar eigen dochter, dachten. Contracten onderhandelen met merken die haar of Lennie wilden sponsoren, statistieken bijhouden over haar account, verslagen maken van wat acties opbrachten, foto’s nemen en bewerken, interessante captions bedenken … Het voelde als een fulltime job. Ze moest dringend een naam bedenken voor wat ze deed. Content Creator of zo, dan zou Lennie misschien weer naar haar opkijken. Of nee, beter nog, Dream Maker, dat paste meer bij de ongeschreven richtlijnen van de Parallel-community. Een betere wereld, een droomwereld. Parallel – where dreams become reality. Het geluid van de deurbel schudde haar wakker uit haar overpeinzingen. Ach nee, dat zal Elvis al zijn. Haar vaste DoH-koerier, haar persoonlijke geluksbezorger. Hij kwam ongetwijfeld het ongedragen jumpsuit weer ophalen, de afspraak was dat ze het zou retourneren als er binnen de 12 uur geen foto en filmpje op haar Parallel-account met 22.783 volgers was verschenen. En dat was dankzij Lennie dus niet gelukt. Tara, de bezielster en Relationship Marketeer van TARARAboemKIDS, had Elvis zonder aarzelen opgebeld en gestuurd, daar was ze zeker van. Jammer, Lennie had er anders prachtig mee gestaan, daar was ze van overtuigd. En het had haar zeker en vast nieuwe volgers opgeleverd. De kaap van 25.000 lag in het verschiet, nieuwe bronnen van inkomsten binnen handbereik. Maar dat waren zorgen voor morgen. Tot haar grote wanhoop was het jumpsuit vanmorgen verdwenen. Ze kon het nergens meer terugvinden en Lennie beweerde bij hoog en bij laag dat ze het niet had, al zou ze het wel graag verbrand of in duizend stukjes verknipt hebben, gewoon om haar te pesten, had ze er fijntjes aan toegevoegd. Elvis leek niet op dé echte Elvis en bezat ook geen greintje rock & roll. Hij heette zelfs niet echt zo, maar omdat zijn echte naam door niemand juist werd uitgesproken, hadden ze er bij DoH niet beter op gevonden dan hem Elvis te noemen. Ook op officiële documenten, zoals zijn dagcontracten en wekelijkse loonfiches of tijdelijke werkonderbrekingen wanneer er niet genoeg bestellingen binnenliepen. In de bedrijfsbingo, waar alle koeriers hun geleverde aantallen en opgehaalde retours om ter snelst moesten aanduiden, had hij wel zijn eigen nickname mogen kiezen, maar was hij gewoon Elvis gebleven. Hij moest de dingen niet nodeloos ingewikkeld maken. Zo moeilijk was zijn echte naam nochtans niet, vond hij zelf. Of zijn ouders, die nog in Bangladesh woonden. Udakendawala Siri Kerinkalabankara. Uddy voor de vrienden. Maar hier noemde iedereen hem Elvis. Echt leuk vond hij dat niet, als hij eerlijk was. Zijn vrouw en twee dochters zeiden dat hij zich niet mocht laten doen, dat hij voor zichzelf moest opkomen. Maar hij had een kostbare job waar tientallen anderen voor in de rij stonden, en die hij absoluut niet mocht verliezen. Het was vandaag op de dag exact zes maanden dat hij aan de slag was als leverancier van Happiketjes, kleine pakketjes Happiness, geluk in een doosje. Nog even en hij hoorde bij de anciens. Onder de koeriers van de afdeling Happiketjes was er veel concurrentie, maar de Chief Happiness Officer noemde dat gezonde competitiviteit. Zo zouden de geluksbezorgers hun Happy Targets sneller halen, beweerde hij, en wanneer ze die haalden kregen ze een Happy Bonuspunt.  Wanneer iemand 9.563 bonuspunten – de CHO hield niet van ronde getallen, Elvis had geen idee waarom – had verzameld, kon die doorstromen naar de afdeling Instant Happiness. Dat was next level, zoals de CHO het noemde. Volgens hem won DoH daar de race tegen de klok, iets waar hij erg trots op was en waarin ze zich onderscheidden van andere pakjesdiensten. De Instant Happiness Drivers kregen ’s morgens vroeg, om iets voor 5u, de barcode van hun Instantpakje samen met het adres van de Lucky One. Dan hadden ze welgeteld 199 minuten om de bestelling op te halen en af te leveren. Als ze binnen die tijd de handtekening van de bestemmeling hadden geregistreerd in hun HappyTargets-app, kregen ze 1 bonuspunt. Een pakje afleveren in een daarvoor voorziene grote brievenbus telde niet. Niemand wist hoeveel bonuspunten je moest halen om door te stromen naar de volgende afdeling. Niemand wist wat die afdeling was. Niemand had dat level ooit ‘unlocked’, had de CHO hen samenzweerderig toegefluisterd tijdens een van de maandelijkse HappyTogethers, een soort van verplichte borrel voor de medewerkers, goed voor de teamspirit, maar waar ze wel hun eigen drankje moesten betalen en die zonder uitzondering buiten de werkuren door ging. Ze moesten er ook hun uniform aanhouden, dat ze overigens elke avond in de wasmachine hoorden te steken, want een onberispelijk voorkomen was een van de vereisten om bij DoH aan de slag te mogen. Op een van die borrels had de CHO de bedrijfsbingo geïntroduceerd en dat bepaalde sindsdien het thema van elke bijeenkomst. Het was een spel dat ieder voor zich speelde, niemand begreep hoe het bijdroeg aan de teamspirit en niemand voerde een ernstig gesprek omdat daar geen tijd voor was. Ook al had Elvis de indruk dat er best wat sympathieke mensen onder zijn collega’s waren, toch miste hij op die momenten zijn vrouw en dochtertjes het hardst, meer nog dan wanneer hij alleen in zijn Pretcamionet zat op weg naar alweer een gelukzak die op dat moment vol spanning op zijn pakketje zat te wachten. Elvis vond het soms wel wat vreemd, al die pakjes Happiness die in enorme vrachtwagens in het magazijn geleverd werden en dan weer zo snel mogelijk de deur uit moesten. En altijd maar bij dezelfde mensen terechtkwamen. Mensen die er soms zoveel van hadden, dat ze pakjes terugstuurden. Of de Happiness was toch niet in de kleur die ze graag wilden, of de Happiness had een kreukje, een barstje, een hoekje af, of ze beseften dat ze al ergens eenzelfde pakje Happiness hadden staan. Toch stond hij erop de best mogelijke service te bieden, en zijn glimlach was daar het toppunt van. Die werkte bij elk van zijn toegewezen 57 Lucky People, zijn vaste adressen, behalve bij Eliza. Waar hij nu voor de deur stond.   III. ONGELUK(S)ZAK? De minimalistische aluminium voordeur ging langzaam open en inderdaad, daar stond Elvis voor haar op het net aangelegde tuinpad. Eliza probeerde te glimlachen, maar het lukte haar maar half. Elvis daarentegen lachte breed, maar leek zich ongemakkelijk te voelen. 'Mevrouw', stamelde hij,' please, ik voel me echt ashamed. Ik kan het kado niet aanvaarden. Ik geef het terug, please.' Hij wilde haar een plastic zak overhandigen. Ze was verbaasd. Ze kon niet volgen. Ze zei niets. ‘Welk cadeau heb ik hem in hemelsnaam gegeven’, probeerde ze in gedachten naarstig te achterhalen. Maar ze had hem geen cadeau gegeven, zelfs nog nooit een fooi, want dat moest niet bij DoH, op hun website stond uitdrukkelijk vermeld dat ze hun geluksbezorgers goed in de watten legden met een marktconform loon en extralegale voordelen, zoals privégebruik van de Pretcamionet aan een supervoordelig tarief en gegarandeerd verlof op maar liefst 2 feestdagen per jaar. Plots bekroop haar een naar gevoel, een gevoel van onrust. Hier klopte iets niet. ‘Hier, mevrouw Eliza’, zei Elvis nogmaals. ‘Neem dit terug, please.’ Houterig strekte ze haar arm uit om de plastic zak aan te nemen. Ze wist nog steeds niet wat dit was. Ze haalde er een verfrommeld bolletje uit en vouwde het open … Ze stond perplex. Het jumpsuit van TARARAboemKIDS. ‘Maar … hoe, hoe’, stotterde ze. ‘Ik dacht dat jij deze kwam ophalen?’ bracht ze moeizaam uit terwijl ze het kledingstuk tussen twee vingers in de lucht liet bengelen. Hoe kwam hij hieraan? Had hij ingebroken en berouw gekregen, was hij daarom teruggekomen? Was dit een stomme grap? Een of andere candid camera? Ze keek snel rond, maar er was buiten het bestelwagentje van Elvis geen auto te zien, geen mens te bespeuren op straat. Was dit iets van, haar adem stokte bij de mogelijkheid, was dit iets van Lennie? Een soort van wraakactie? ‘Ik vrees dat ik het niet begrijp, Elvis. Hoe kom jij hieraan? En moet je geen retourzending komen ophalen dan?’ ‘Ik nog geen melding gekregen, mevrouw. Ik kom dit alleen maar terugbrengen. Mijn dochter, Seri, krijgt dit van jouw Lennie. Maar wij mogen geen cadeaus aanvaarden van onze Lucky People. Ik mag mijn job niet verliezen, is te belangrijk voor mijn gezin.’ Eliza stond nog steeds stil in de deuropening. Ze begreep beetje bij beetje dat Lennie het jumpsuit aan Elvis’ dochter had gegeven, maar ze had geen idee hoe die twee elkaar kenden en waarom Lennie dat had gedaan, was het puur om haar te pesten? ‘Mevrouw’, begon Elvis opnieuw. Ook hij stond nog op dezelfde plaats. Hij merkte dat Eliza van niets wist.  ‘Mag ik maybe een klein minuutje binnenkomen?’ Hij wist dat het tegen de regels van DoH was, maar hij moest deze situatie rustig kunnen uitleggen en zijn job redden. Zijn CHO zou dit niet te weten komen, zolang hij het maar goed aanpakte. Dat ging niet op de stoep of het tuinpad. Hij moest kunnen zitten om te denken hoe hij zijn gedachten in Nederlandse zinnen kon verwoorden.     IV. 20.000 HARTJES VOOR @welcomeintherealworld Dit had ze niet zien aankomen. Elvis in haar keuken. Haar persoonlijke geluksbezorger. Ze besefte nu pas hoe hol dat klonk. Hoe ze het nooit in vraag had gesteld. Van gelukszoeker naar geluksbezorger. Maar zonder dat geluk zelf te krijgen. Een lijdend voorwerp van geluk. Ze schrok van haar plotse cynisme. Misschien was Elvis juist heel gelukkig. Dat zou ze hem zeker eens vragen, de volgende keer dat hij aanbelde. Nu bleef het bij ‘Wil je graag wat koffie?’, terwijl ze al een kop van het oude servies uit de kast haalde. ‘Ik heb nog staan, het is geen moeite hoor’, voegde ze snel toe. Hoewel ze niet de indruk wilde wekken dat ze géén moeite wilde doen, ze dacht gewoon dat hij niet zou willen dat ze moeite zou moeten doen. Zonder Elvis’ antwoord af te wachten, schonk ze een kop in en zette die voor zijn neus. Zelf nam ze een slok van haar koud geworden koffie. ‘Thank you, mevrouw Eliza’, zei Elvis. Een lange stilte volgde, maar ze durfde geen vragen meer stellen. Hij zag er gespannen uit, geconcentreerd ook. Misschien zat hier nog wel een goed verhaal in voor haar account, wie weet. ‘Nee’, sprak ze zichzelf streng en geluidloos toe, ‘nu even niet.’ ‘Mevrouw, ik weet niet of u weet dat uw dochter en mijn dochter, mijn Seri, goede friends zijn. Ze zitten samen in de klas bij juf Gemma. Uw Lennie heeft mijn Seri heel goed geholpen met Nederlands. Op dinsdag zij volgen samen een seminar na school, iets over people en maatschappij. Daar moeten ze een eindwerk voor maken. Zij willen graag kiezen mij als onderwerp. Mij en mijn job. Daarom mochten ze mij interviewen. Ik heb alles honestly verteld, ik ben trots op mijn werk, maar mijn werk is zwaar. Dat heb ik ook verteld. Uw dochter was boos, niet op mij, maar omdat ik zo hard moet werken voor zo weinig geld. Uw Lennie wil dit veranderen. Zij schreef een letter naar DoH. Wel slim, ze heeft niet mij genoemd omdat ze weet dat ik niet wil mijn job verliezen. Uw Lennie is een heel goede, slimme meid. Maar nu heb ik wel een ander problem.’ Eliza viel compleet uit de lucht. Waarom had Lennie haar niets verteld? Niets over Seri, niets over haar Nederlands, niets over het seminarie, terwijl ze op dinsdag na school naar de dansles ging! Dat dacht ze toch. Ook niets over het werkstuk, niets over haar interview met Elvis, de brief naar DoH. Helemaal niets. Ze hadden toch een goede band? Ze waren vriendinnen! Haar handen trilden, snel klemde ze haar kopje vast. Bij haar weten had Lennie Elvis nooit gesproken. Of was zij telkens te druk bezig geweest met unboxing video’s van de Happiketjes, terwijl Lennie nog aan de deur stond? Ze had het nooit gemerkt. Een misselijkmakend schuldgevoel bekroop haar. Ze rilde, ze schudde haar hoofd om de gedachten weg te jagen. Het lukte niet. Waar was ze al die tijd mee bezig geweest? Elvis dacht opnieuw diep na en ging dan moedig verder. Lennie was gisteravond laat naar hun huis gekomen, ze had aangebeld en hij had opengedaan. Hij was verbaasd om het late bezoek, maar voor hij iets had kunnen zeggen, was ze naar binnen gestormd, de trap op, Seri’s kamer in. Ze had een plastic zakje bij, hetzelfde zakje dat hij nu aan haar had gegeven. Even later was ze weer weg, zonder plastic zakje. Hij was naar Seri’s kamer gegaan om te vragen wat Lennie was komen doen, maar ze was nog huiswerk aan het maken en dan wilde hij haar niet storen. Toen hij ging slapen, was het licht in haar kamer uit en lag ze stil in bed. ’s Morgens was Seri al heel vroeg in hun kamer gekomen, met een kleine stem had ze gevraagd of ze even konden praten. Ze vertelde dat ze een cadeau had gekregen van Lennie, een prachtige jumpsuit. Lennie had haar gezegd dat het als dank was voor het interview. Seri was in de wolken. Ze had het aangetrokken en Lennie had enkele foto’s genomen. Toen ze weer weg was, had ze op internet gezocht naar de website van TARARAboemKIDS, misschien kon ze daar nog meer leuke dingen kopen om aan te doen. Ze had zo weinig leuke kleren, vooral afdankertjes van haar grote zus. Toen had ze ontdekt dat het jumpsuit 180 euro kostte. Ze was enorm geschrokken en had niet kunnen slapen. Elvis en zijn vrouw waren ook geschrokken. Elvis mocht onder geen enkel beding cadeaus aannemen van zijn Lucky People, zijn klanten. Hij moest dit zo snel mogelijk terugbrengen, ook al deed hij zijn dochter er erg veel verdriet mee. Hij had haar plechtig beloofd dat hij dubbel zo hard zou werken, dat hij binnenkort wel naar de Instant Happy-afdeling zou mogen, dat hij zou kunnen sparen om een even mooi cadeau voor haar te kopen. Seri bleef maar snikken, het brak zijn hart. ‘Er is nog iets’, had ze gefluisterd. ‘Lennie heeft een foto gemaakt van mij en die heeft ze op de Parallel-account van haar mama geplaatst. En ik zag net dat daar 17.856 hartjes op zijn gekomen.’ Ze begon nu echt te huilen. Elvis had een golf van paniek voelen opkomen. ‘Wat heeft Lennie gedaan? Mag ik die foto zien? Kan je die nu meteen laten zien?’ Hij was ondertussen rechtgestaan en beginnen ijsberen door de kleine kamer. Seri had haar oude telefoon gehaald en de Parallel-app geopend. De foto van haar in het nieuwe jumpsuit stond bovenaan. 19.978 hartjes al. Elvis ogen waren als knikkers in een flipperkast over het onderschrift gevlogen. “Ik, Lennie, krijg een jumpsuit van bijna 200 € in ruil voor een foto. Mijn kast hangt vol mooie, nieuwe kleren. Mijn vriendin Seri krijgt een exemplaar dat misschien 5 keer minder kost, maar waar haar papa een volledige dag voor moet werken. Ik maakte een werkstuk over Seri’s papa Uddy, onderbetaald en uitgebuit door een niet nader genoemde leverancier van instant en oplosbaar geluk. Uddy is een man van zesendertig. Hij woont sinds zeven jaar in België, samen met zijn vrouw en hun twee dochters, Seri en Elani, in een klein appartementje dat ze huren. Uddy doorliep na zijn aankomst in ons land een traject waarbij hij intensief Nederlands leerde. Hij kon daarna aan de slag als pakjesbezorger voor een van de grootste koeriers van Europa. Uddy werkt 6 dagen op 7, heeft nooit vakantie, behalve op 2 feestdagen per jaar die voor hem bepaald worden. Hij maakt erg lange uren en is de hele tijd onderweg. De werkdruk ligt hoog, hij moet steeds meer pakketjes op steeds minder tijd bezorgen. De baas van zijn bedrijf heeft een villa met zwembad in een groene, rustige omgeving, een huis in de heuvels op Ibiza, een Porsche en een Range Rover in de garage en een maandloon van een bedrag van 5 cijfers, zonder komma. Uddy niet. Uddy werkt na zes jaar nog steeds met flexibele dagcontracten, tijdelijke werkonderbrekingen zonder vergoeding en een schamel inkomen van 8 euro per uur. Uddy huurt zijn wagen van, jawel, zijn werkgever. Uddy heeft geen tijd om een account aan te maken op Parallel, Uddy heeft geen hippe ballonnenslingers in pastelkleuren wanneer zijn dochters verjaren, Uddy besteedt geen maandloon aan een weekendtrip, laat staan aan de nieuwste collectie van dat ene coole merk, en Uddy heeft nog nooit een pakje teruggestuurd. Uddy droomt van een betere wereld voor zijn dochters. En wij gaan hem daarbij helpen.  Morgen post ik het interview integraal op de account @welcomeintherealworld. Stay tuned.” Elvis had zijn lichaam zachtjes voelen ontspannen. Bij DoH wist niemand dat hij Uddy heette, wat een geluk. Lennie had niemand getagd. Hij had een diepe zucht geslaakt. Maar hij moest haar wel op tijd stoppen. Als ze meer bekend maakte, konden ze hem misschien wel opsporen en zou hij op staande voet ontslagen worden. Dus had hij samen met zijn kleren ook zijn stoutst mogelijke schoenen aangetrokken, had hij de gps tracker op zijn app uitgezet en was hij naar Lennies huis gereden. En nu zat hij hier aan de keukentafel, het hele verhaal te doen in zijn beste Nederlands. Eliza was in shock. Ze had sinds haar matcha latte vanmorgen nog niet gecheckt of ze nieuwe volgers of meer hartjes had in Parallel, ze was te veel bezig geweest met haar gedachten en Lennie. In trance stond ze recht en liep ze naar het aanrecht waar haar telefoon lag. Met een vingerafdruk deed ze het scherm oplichten. Het meldingenvenster flikkerde onophoudelijk. Ze duizelde. Met een bang hart opende ze Parallel. Daar stond de foto. Lennie had haar account gehackt. Ze moest weer gaan zitten. Keek opnieuw. 21.563 hartjes. Ze klikte door op @welcomeintherealworld. Daar stond dezelfde foto, meer niet. Geen hashtags, geen mentions, geen tags. En toch had het account al 38.400 fans, meer dan wat zij verzamelde op 9 jaar. Ze zag de 24 gemiste oproepen van Tara van TARARAboemKIDS. Negeerde ze. Het liefst van al wilde ze dat Elvis wegging, dat ze terug in bed kon kruipen, opnieuw wakker kon worden, dat dit alles niet gebeurd was. Ze wist dat dat niet kon. ‘Wat nu?’ bracht ze dan maar uit, met een knik in haar stem. Elvis aarzelde. Haalde adem. ‘Mevrouw, ik zou u durven vragen om de foto te deleten. Ik ben zo afraid om mijn job te verliezen, ik wil dat niet, ik moet misschien andere job zoeken, maar eerst moet ik geld verdienen voor my family.’ Van de zenuwen begon hij meer Engelse woorden te gebruiken. ‘Sorry, mijn Nederlands is not perfect.’ Eliza wuifde flauwtjes met haar hand. ‘Je Nederlands is echt heel, heel goed’, sputterde ze tegen. ‘En wil je maybe aan Lennie vragen dat ze alle mentions van mijn naam en van DoH weglaat uit het interview?’ ging hij nederig verder. ‘Ze is een smart girl, ze wordt beroemd en belangrijk. Ik vind het okay als zij ons interview laat lezen, maar ik mag, nee, ik moet … hoe zeg je dat, anoniem blijven?’ Eliza knikte robotachtig. ‘Please mevrouw Eliza, beloof mij dat u het echt gaat regelen. Ik zal u zo dankbaar zijn.’ Ze legde haar hand op de zijne en keek in zijn ogen. Die waren groenbruin met een spikkeltje goud in, dat had ze nooit gemerkt. Ze had nooit echt naar hem gekeken. ‘Sorry, Elvis’, zei ze, ‘ik bedoel, sorry, Uddy, het spijt me echt enorm. Ik ben niet vriendelijk geweest, niet goed voor jou. Ik wist niet dat je eigenlijk niet Elvis heet. Ik wist niet dat je een dochter hebt, dat ze bij Lennie in de klas zit, ik heb nooit gevraagd hoe het met je ging en of je misschien zin had in een kopje koffie. Ik dacht alleen aan mezelf. Dat ga ik niet meer doen. Ik ga dit voor je regelen, ok? Je kan mij en Lennie vertrouwen.’   V. TIJD OM NIEUWE BALLONNEN OP TE BLAZEN Elvis is weg. Uddy is weg. Eliza laat zich, telefoon in de hand, achterover zakken in de zachtroze sofa. Ze is doodmoe, maar haar hart gaat tekeer als een razende. Op minder dan 24 uur tijd is haar wereld, de wereld waar zij negen jaar lang in kon wegdromen, waarin ze haar vrienden had, waarin ze zich belangrijk voelde, waarin ze íemand was, op minder dan een etmaal is die wereld niet meer dan een leeggelopen, van kleur verschoten ballon. Haar imago is aan diggelen geslagen en ligt in duizend stukjes op de vloer. En dat allemaal door haar eigen, slimme, fantastische dochter. Haar dochter met het grootste hart, het hart dat zij zo lang minder aandacht schonk dan al die virtuele hartjes, hoe kon ze zo stom zijn? Lennie heeft gelijk, verdomme, ze heeft zo hard gelijk. Alles wat zo bekend en vertrouwd aanvoelde, is weg. En tegelijk is ze zo gelukkig, zo gelukkig dat ze niet kan stoppen met huilen. Terwijl de tranen over haar wangen rollen, opent ze Parallel, scrollt ze naar de foto in kwestie, negeert ze de tienduizenden hartjes. Ze klikt op het bewerkingsicoontje naast de foto. Ze klikt op ‘Verwijderen’. “Bent u zeker dat u deze foto wil verwijderen? Het is uw foto met de meeste hartjes ooit.” Eliza’s duim blijft even hangen boven het scherm. Zo'n mooie foto. Ze laat haar duim zakken. Ze tikt het scherm aan. Ze klikt op ‘Ja’.  Een seconde lang is het scherm zwart. Dan verschijnt de vorige foto. Haar laatste “dailymorningchai”. Ze lacht, even groen als de smurrie die ze ziet. Ze verwijdert haar account, zonder enig bericht aan haar volgers, gewoon zomaar, ze lacht, nu echt, ze gooit haar telefoon in de zetel en loopt met rechte rug de trap op en de gang door tot Lennies kamer. Deze keer zonder jumpsuit. Deze keer met haar hoofd in de echte wereld. De wereld die een betere plek moet worden voor iedereen. Voor alle Seri’s en Uddy’s om te beginnen. Voor Lennie. ***EINDE*** ©circusbulinski  

Lady Bulinski
31 1

Courage

Langzaam valt de nacht. Iedere keer opnieuw. Dag na dag. Het uitzicht blijft gelijk. Windmolens, spoorwegen, silo’s en boten. Kranen bewegen zich dansant verder. Hun koppen, met verlichte ogen, als voorhistorische dieren. Traag maar statig spiedend naar prooi. Water klotst heen en weer in een door ruwe mannenhanden gehouwen kuip. In de met modder bedekte bedding zit troosteloos een visser op een krukje. Vislijn in het water, sigaret in de mond. Eindelijk rust, denkt de visser. Zelfs nu het donker is zit hij daar als een versteende pilaar, druppeltjes somberte parelen van zijn vissershoedje. Wanneer hij omkijkt dreigt de eeuwige stilstand. Het gevaar zit hem op de hielen. Ik kijk, zoals iedere avond, uit het raam. ‘Den Dries’ is stilgevallen. Geen verkeer onder de straatlantaarns. Hoogstens opwaaiend stof in de greppel. Een zwerfkat laat zichzelf uit. Daar schuift een boot door het gebeuren. Contouren van mensen bewegen zich vloeiend over het dek. Vuurrode aspuntjes lichten zo nu en dan op. Ze grijpen het leven waar iedereen machteloos toekijkt. Roken als daad van protest tegen de eenzame uren benedendeks. Verder zwaaien windmolens. Tientallen windmolens zwieren hun wieken flikflak heen en weer. Het lijkt een dans. Eenzame hyena’s die spoorslags verder wieken met het kapmes op vinkenslag. Zoevend gebrom. Dat gebrom lijkt een symfonie. De weeë geur van geronnen papier en verdorven gist vult de ruimte die er nu, meer dan ooit, uitziet als een zwart gat. Uiteindelijk blijft alleen het geluid nog over. Symfonie van geklak en geklok. Zo lang de nacht zijn deken spreidt deinen wij hier aan land ook mee op het ritme van onzekere wereldreizen van olietankers uit Panama en containers uit Canada. ‘Den Dries’, ik proef de woorden, ik proef de naam: ‘Mijn Dries’. Ik hou van deze plek. Ik hou van wie hier woont. We zijn paljassen, allemaal. We hebben niets. Wat fabrieken, meer niet. Daar werken we. In shiften. Allemaal. Sommigen hebben geprobeerd te ontsnappen. Sommigen zijn mislukt, maar we hebben ze allemaal in de armen gesloten. Keer op keer. Dat doen wij. Wij snappen de poging en respecteren die. Van vader op zoon, van moeder op dochter ook, je blijft hier. Er is geen ontsnappen aan. Uiteindelijk hebben we het allemaal minstens overwogen. Sommigen misschien maar een keer. We hebben allemaal gefantaseerd om het zeegat in te duiken en te kiezen voor eindeloos blauw en straatlengten eenzaamheid. Dat leek ons beter dan hier te blijven waar iedereen op je huid zit. Waar we als een soort koor ons leven in pertinente samenzang overleven.

Thomas De Mulder
56 1