Zoeken

Liebes Kind 2.0

Hij had zijn handen vluchtig nat gemaakt en wreef met zijn linkerhand over de citroenvormige zeep met een houder vastgemaakt aan de muur. Terwijl hij zijn handen waste, spoelde hij ze al af onder de dunne straal van de nog lopende kraan. Het water kletterde in de stalen spoelbak. De zijkant van de schudbol belandde met een plof op zijn kruin, net daar waar de haarlijn al begon te wijken. Het glas barstte, eerst op een lange lijn die als een hoofdslagader verder vertakte in allemaal kleine zijaders. De druk werd tenslotte zo groot dat het water als in een explosie alle kanten uitspatte. Vermengd met het bloed uit de gapende wonde, gulpte het langs de gehele rechterzijde van zijn lichaam. De imitatiesneeuw zorgde voor een korrelige laag die aan scrub deed denken. Hij zakte door zijn benen, raakte met de linkerzijde van zijn hoofd de scherpe rand van het marmeren aanrecht en zeeg neer. De stilte die volgde, was oorverdovend. Het leek alsof ze de adrenaline door haar lijf hoorde stromen. De schudbol had geleken op een trofee, de eerste prijs op een handbaltoernooi. Het was een doorzichtige globe op een zware, antraciete voet. Binnenin golden de eigen wetten van de fysica. Het was een ecosysteem dat een onderwaterwereld verzoende met een eeuwig sneeuwlandschap. Wars van alle seizoenen bevatte de sneeuwbol een utopische wereld, een welgekomen ontsnapping aan de realiteit. Die ligt nu aan diggelen.   Ze loopt naar de deur. Haar hele lijf trilt. Half luidop telt ze tot drie en komt enigszins tot bedaren. Ze snokt de klink naar beneden terwijl ze met haar schouder inbeukt op de stalen veiligheidsdeur. Die geeft niet mee.  Haar ademhaling stokt. Ze kijkt om zich heen. De sleutel hangt aan een nylon zeilkoord om zijn nek. Traag maar vastberaden stapt ze op hem toe en geeft hem een lichte trap in zijn zij om er zeker van te zijn dat hij niet meer beweegt. Zijn arm valt als bij een lappenpop naast zijn lichaam neer. Ze zet een stap dichterbij en beroert met de tip van haar witte gymp de rand van de uitdijende plas bloed. Terwijl ze door haar knieën gaat, hoort ze zijn reutelende ademhaling. Hij leeft nog. In hurkzit zoekt ze schuifelend met haar voeten haar evenwicht en haalt met een vloeiende beweging de geïmproviseerde halsketting van zijn nek en vanonder zijn hoofd. Het witte nylon kleurt bordeauxrood. Ze knijpt zo hard dat ze het mengsel van bloed en water uit het zeilkoord perst. Terwijl de eerste druppel valt, voelt ze hoe een hand haar enkel vastgrijpt.  "Lena," hoort ze hem schrapen, terwijl ze zich met alle geweld losrukt. Zijn armen steekt hij naar haar uit als een hulpeloze baby die gepakt wil worden. "Waarom doe je dit?" brengt hij hortend en stotend uit, maar ze hoort hem al niet meer. Ze is in de weer met de sleutelbos. Haar handen trillen zo erg waardoor het onmogelijk is zelfs de juiste sleutel te doen passen. Uiteindelijk lukt het haar toch. Ze draait de deur uit het slot. De metalen klik van de veiligheidspinnen klinkt als de bijl van een guillotine die valt. Als ze de deur opent, zuigt de koelte haar naar buiten.  Ze zet het op een lopen. De verlichting gaat aan naarmate ze vordert. Elke vijf voetstappen op het grind gaan gepaard met het doffe geluid van een lamp die aanspringt. Het felle licht verblindt haar en ze probeert zich te focussen op het duister voor zich. Na een flauwe bocht naar rechts is het einde van de tunnel in zicht: een hoefijzer dat groter wordt naarmate ze dichterbij komt. De holte wordt gekleurd door regendruppels die het licht van twee enorme stadionlampen weerkaatsen. Ze voelt de striemende regen al op haar huid en nog voor haar zintuigen werkelijk iets registreren, staat ze buiten.  Het terrein baadt in een oranje gloed en is bezaaid met gebouwen waarvan geen enkel hetzelfde is. Het heeft nog het meest weg van een legerkazerne. Alles lijkt verlaten. Het domein is omheind door draadhekken met geplooide bovenkanten afgezoomd met scheermesprikkeldraad. De afsluiting rechts is het dichtstbij en wordt afgeschermd van de rest door wat vroeger latrines moeten geweest zijn. Naast het bouwval ziet ze een stapel leistenen, ze kiest er een grote uit en begint haastig te graven. De geïmproviseerde schop breekt en ze gaat met haar handen verder. Het modderige zand hoopt zich op onder haar nagels tot ze een voor een breken. Als de vlechtdraad verlost is uit de aarde duwt ze hem naar achteren. Op haar rug, voeten eerst, murwt ze zich in de uitgegraven holte. De scherpe uiteinden krassen door haar doorweekte japon en zorgen voor kleine rode vlekjes op de witkatoenen stof.  Een schot doet haar opschrikken en omkijken. Ze valt voorover en weet het laserlicht te ontwijken voor ze het bos in vlucht. Braamstruiken krassen genadeloos haar onderbenen open. Een van haar witte gymps geraakt verstrikt in de wirwar van doorntakken. Dorre sparrennaalden prikken in haar voetzool als ze tussen de laaghangende takken laveert, steeds dieper het bos in. De rode straal van het wapenlicht achtervolgt haar, maar mist haar telkens op enkele meters na. Haar tweede gymp blijft steken achter een boomwortel en volledig blootsvoets loopt ze verder op het zompige bed van naalden. De laserstraal speelt een spel op leven en dood. Het lijkt op een stopdans: een lichtspel dat samengaat met de steunende geluiden van een gewonde belager afgewisseld met een strakke rode lijn die de stilte lijkt af te dwingen. Deze dans weigert ze. Ze loopt van boom tot boom en zoekt hijgend steun bij elke stam. Op een helling verliest ze haar evenwicht en rolt naar beneden. Gedesoriënteerd staat ze recht. De regen heeft haar japon lichtrood gewassen. Haar wimpers doorweekt, haar zicht een waas. Het geronk van een accelererende motor doet haar roekeloos de weg oplopen. Beschenen door de koplampen van een aankomende auto en onder luid geknars van een vergeefse coup de frein, raakt de bumper haar heupen. Haar lichaam plooit terwijl haar bovenlijf met een smak op de motorkap belandt. De bestuurder zit met beide handen op het stuur roerloos voor zich uit te staren als een schot hem doet opschrikken. Hij schakelt en terwijl hij achteruit rijdt, glijdt het levenloze lichaam in een bloedbaan van de motorkap. Vanop een meter of twintig afstand ziet hij hoe een man met een pistool en onder het bloed uit het bos komt gelopen. Hij knielt neer bij de vrouw, zet de loop tegen zijn verhemelte en haalt de trekker over.

Véronique Scheyvaerts
83 1
Tip

Als de wereld binnenkomt

Het drama was mijn lichaam binnengeslopen en was daarbij blijven hangen aan het haakje dat ik jaren geleden achteloos had aangebracht in de leegte vlak onder mijn middenrif. Dat leek mij toen de meest geschikte plek om al wat ik niet begreep, omdat het te groot was voor mijn kinderlijk besef, te stockeren. Ik zou er dan later wel komaf mee maken. Doorheen de jaren stapelden zich de onwelkome jassen en kledingstukken daar op. Sommigen nog nat van de storm waar ik zelf of de ander zojuist was doorgekropen. De haak zou het allemaal wel dragen. Ik zou het allemaal wel verdragen. En, zoals ik al zei, zou ik er later dan wel komaf mee maken.  Soms kan later opeens vandaag zijn, al besef je dat dan ook weer pas, later. Het gebeurde toen ik het beeld zag van de dode Israëli die achterop een scooter door een juichende mannenmassa gereden werd. Hij had een korte broek aan, die hij die ochtend waarschijnlijk zelf nog langs zijn benen omhoog gehesen had. Het was het type broek waar ik mijn vingers langs laat glijden wanneer ik ze tegenkom in speciaalzaken, omdat de stof van onscheurbare kwaliteit is en ik die degelijkheid alleen nog ken van de stofjas die de tweede huid vormde van mijn grootvader.  De dode lag met ontbloot bovenlijf achterop en hing, in de afstand tussen het beeld en mijn blik, zijn jas bij aan het haakje. Het gewicht was ondraaglijk. Het scheurde het haakje en mijn eigen leegte doormidden. Tranen aan jaren ongehuilde onmacht vulden de kamer. Mijn partner stond er middenin en pareerde met troost, die hij afvuurde in de hoop een tegenoffensief te bieden voor het kwaad dat was geschied.  “Ik huil voor de wereld” snikte ik. Maar het bleek verdriet om mijn eigen wereld, die die dag finaal een stukje onschuld verloor. 

Magali
192 9

Hoe Het Voornamelijk Niet Te Doen In Het Leven I

I Eline & Alexander   Ik werd geboren in het jaar 1992 . Ik herinner me natuurlijk niet wat er dat jaar allemaal gebeurd is & heb momenteel zelfs niet de intentie noch de zin om Google even te raadplegen . Ik weet dat de kernramp van Tsjernobyl niet zoveel jaar ervoor is gebeurd . Geen idee hoeveel jaar ,  niet de intentie noch de zin om Google te raadplegen . Ik ben er zeker van dat die ramp niet ver van 92 verwijderd is omdat mijn inkijk in de geschiedenis van de mensheid nog niet zo slecht is , maar ben er honderd procent van overtuigd door het eerste vriendje van mijn eerste en tot nog toe enige partner in crime in het cohousen . Haar naam was Eline . Zijn naam was Alexander , en hij had een misvormd rechterhandje . Ik weet nog de eerste keer dat ik zijn hand schudde , dat ik toen al iets vreemd opmerkte . Hij deed ook fel zijn best onderweg naar het Marrokkaanse restaurant waar we gingen eten voor mijn huisgenote haar verjaardag , om zijn hand te verbergen . Hij stak ze letterlijk in zijn mouw , alsof hij het te koud had begin Juli. Het vreemde is , hij kon niet anders als weten dat ik wist dat er iets niet klopte , want ik had zijn hand al geschud . En toch . Toen ik tegenover hem zat op het terras van de zaak , leek het nog erger . Hij zat er eigenlijk zonder rechterhand . Ik heb er geen vragen over gesteld hij geneerde zich duidelijk al genoeg . Erg , dat je jezelf zo iets moet aanleren . Maar ik leef met een mentale psychische beperking die zie je niet . Ik heb geen recht van spreken . Ik weet niet welke blikken hij krijgt , of welke pesterijen hij als kind heeft meegemaakt . Ik ken de mijne wel , maar niet de zijne . De reden waarom ik van het weinige jaarverschil tussen de kernramp en mijn geboorte overtuigd ben , is omdat hij niet zoveel ouder was als mij & hij was een kleine 8 maand na de kernramp geboren . Ik weet niet meer exact hoeveel jaren we schelen of wat zijn leeftijd toen of nu is & heb geen zin , noch de intentie om Facebook te raadplegen om zijn leeftijd te ontrafelen . Zijn moeder grapte blijkbaar vaak over de hand door de misvorming aan de kernramp te wijten & specifiek de radioactieve wolk die toen over gans Europa zou zijn getrokken . Als je goed hebt opgelet , weet je dat ze toen zwanger was van hem . Door de radioactieve wolk zou er zelfs in delen van Europa roze sneeuw uit de lucht gevallen zijn als ik me niet vergis , ik denk in Polen of Wit-Rusland . Ik zeg wel liever Belarus . Belgische Wit-Russen horen dat ook liever . De hoofdstad is Minsk , buiten dat ik een liefde voor geschiedenis heb hield ik ook van Aardrijkskunde in het middelbaar , maar nét ietsje minder als van geschiedenis . Vandaar dat ik de hoofdstad nog ken . Ik ken denk ik nog steeds alle hoofdsteden van Europa door dat vak & het van buiten drammen in het middelbaar . Waar ik trouwens een bloedhekel aan had , van buiten leren . Stampvoetend rondjes rond de lompe eiken keukentafel doen in de Kruisboslaan te Baal , en terwijl de Franse basisvervoegingen liggen afratelen alsof je het alfabet opnieuw leert opzeggen .   Ons onderwijs slaagt na jaar en dag nog steeds op geen zak , toen niet , nu niet . Ik weet dat , desondanks ik geen kinderen heb & mezelf wijs maak dat ik er geen wil . Er is geen ruimte voor individualiteit of focus op je talenten , nooit geweest . & welke Vlaams kind leert er nu bijvoorbeeld graag fucking Frans? Maar mij ga je niet horen zeggen dat Steiner scholen , waar zelfgroei , zelfontplooiing en individualiteit voorop staan zoveel beter zijn . Want Steinerschool-kinderen zijn vaak opvallend onzeker . Weet ik uit ervaring , er zijn er al enkele mijn revue gepasseerd . Altijd vrijzinnige ouders en veel vrijheid , na verloop des tijds weten ze gewoon niet meer wat ze echt willen omdat zoveel kon , dan zwerven ze a la Van Gogh van hier naar daar & zoeken ze naar iemand die het wel weet , voor zich vervolgens in vergissingen te storten . Kortom de onzekerheid blijft . Maar wie ben ik eigenlijk als watervaleffect-kind ? ASO , TSO , BSO Ik was jaren onzeker . Want heb ‘maar’ een BSO-getuigschrift hotelschool . Stuff to think about politiek . Jammer wel natuurlijk , dat mijn favoriete vakken net aardrijkskunde en geschiedenis waren . Want volgens mijn vader heb je aan de hogere school studies in geschiedenis of aardrijkskunde geen halve reet . ‘Zit gennen toekomst in , want ons Sabine hare vent is maar ne manager van de Quick in Kraainem en dieje hee dat gedaan ‘ .        ⁃       Zei de man met het leercontractdiploma bakkerschool.  Ik weet niet meer exact welke studie mijn tante haar man studeerde & ik ben niet van de intentie om mijn tante waar mijn vader zijn familie al jaren niet meer mee praat , noch mijn vader waar ik nu alweer drie jaar of langer niet meer praat te contacteren op facebook , & heb al helemaal die zin niet eerlijkheidshalve. Sinds ik niet meer met mijn vader praat , ben ik trouwens ook opvallend minder onzeker . Ik weet dat van die roze sneeuw uit de radioactieve Tsjernobylwolk door een Wikipedia-pagina ooit gelezen te hebben , ik ben een wikipediafiel , zoals Nick Cave het zou noemen . Ik hou wel van halve waarheden en dergelijke . Behalve als ze uit de mond van mijn ex-vriendin kwamen . Ik zou kunnen zeggen in welke landen specifiek die sneeuw gevallen is , maar heb nu geen zin noch de intentie om die onvertrouwbare Wikipedia-pagina te gaan liggen opzoeken . Polen & Wit-Rusland grenzen aan elkaar , dus als het niet in een van de twee is , zal het wel in ze alle twee zijn geweest . & als het in andere landen was geweest , wel dat kan me voorlopig gestolen worden . Hij had eigenlijk maar drie vingers . Alexander . Zijn duim , wijs & middelvinger . Alexander de krab had nog wel een leuke bijnaam geweest voor hem te koeioneren in zijn pubertijd . Alexander de krab , misschien had hij wel een goeie premier geweest ? In Maffia 2 hebben ze het op een gegeven moment over ‘Mikey the crab’ die hetzelfde probleem had , maar Mikey zie je nooit in dat spelletje noch zijn krabbenhandje . Alexander speelde gitaar , dus natuurlijk ook met die slechte hand . Hij was linkshandig , en speelde zoals een linkshandige gitarist . Kurt Cobain bijvoorbeeld was rechtshandig maar speelde op een linkshandige gitaar . Alex sloeg de snaren aan met zijn linkerhand & bediende de snaren met het rechterkrabbenhandje . Zoals een echte linkshandige gitarist . Hij had ook geen keuze , hij moest wel van zijn normale hand zijn sterke hand maken . Merkwaardig eigenlijk , ik denk eenieder kind kiest bij het leren schrijven welke hand hem het beste past . Ik denk dat Alexander sowieso met zijn krabbenhandje ook had kunnen schrijven , maar dan toch koos hij als kind voor de de andere linkerhand als sterke hand om zijn krabbenhandje niet veel meer in de kijker te zetten . Hij was er dus op zijn 5 of 6 jaar al mee bezig . Anders zijn . Vreemd zijn . & dat vooral niet te willen laten zien . Dat had hij dan in ieder geval wel gelijk met Cobain , vreemd zijn . Hij verkleedde zich bijvoorbeeld graag als een meisje toen hij kind was & gedroeg zich bewust excentriek op jonge leeftijd voor aandacht te krijgen van zijn labiele moeder . Cobain wou zijn vreemdheid dan weer net wél laten zien , daar is dan weer een verschil tussen hem & Alexander . Verkleden als een meisje … Wat toch zeker toen vreemd was . De dag van vandaag kan alles , de gevolgen zien we later wel ! Waarschijnlijk geldt dit ‘alles kan’ wel niet voor waar mijn roots liggen anno 2023 . Misschien binnen 20 jaar wel , de kebab is er bijvoorbeeld nog hip . Cobain is in 67 geboren en in 94 gestorven . Hiervoor moet ik niet zijn Wikipedia-pagina raadplegen , heb in mijn edgy puberteit genoeg naar Nirvana geluisterd & vind hem nog steeds een icoon & 1 van mijn grootste persoonlijke helden dat ooit deze planeet heeft bewandeld . Iemand waar ik naar op kijk & nog steeds . Ik maakte ook ooit op Facebook de donkere grap de dag van mijn 28ste verjaardag ‘Fuck, ik heb het overleefd’ , omdat ik stiekem ergens wel bij de heuse 27 club wou horen , dat had nog wel bij mijn godgans leven vol klotezooi , onomkeerbare fouten en nest gepast . Maar daar zijn we dus voorbij . Ondertussen al vier jaar want ik zit hier als 31 -jarige op de iPad te tokkelen omdat ik vorige week mijn computerscherm richting club 27 heb geklopt . Cobain is geboren op 20 februari . Ik ook . 20 februari 1992 .

Schrikkentist
21 0

Dingen die gebeuren

‘Onverantwoord? Heeft je mama dat gezegd?’  ‘Nee.’  ‘Sam? Het klinkt als iets dat je mama zou zeggen.’  Twee paar identieke, heel lichtblauwe ogen aan het tafeltje naast mij.   Ik roer in mijn koffie, benieuwd naar het antwoord van het jongetje. Het was zo’n  langgerekte nee waar je een j achter lijkt te horen. Hij heeft blonde krullen. Vijf, misschien zes is hij. Zo oud als Alexander, toen het gebeurde.  Het is onmiskenbaar zijn vader die van over de tafel aandringt. De ogen, de krullen. Knappe, jonge kerel met een licht nasale stem. ‘Je mama heeft dat gezegd, geef het maar toe.’ Zacht, ingehouden. De jongen schopt tegen de tafelpoot, heen en weer, heen en weer. Ik schuif wat in zijn richting, een onzichtbaar millimetertje. Hij slaat zijn ogen op naar pa, ook een snelle blik naar mij, weer naar de tafel, dan weer naar zijn vader. Donker nu. ‘Laat dat, je hoeft niet zo zenuwachtig te doen als ik gewoon iets vraag. Heeft je moeder dat gezegd?’  Het kind kijkt strak naar de tafel. ‘Ja dus. Ja toch? Sam?’  Wat een bully!  ‘Ik rij altijd voorzichtig als ik met jou ben, Sam, dat weet je toch? Hè? Jij weet dat toch?’ Opnieuw een schichtige blik naar mij. En weer naar pa. De jongen friemelt aan de papieren onderlegger. Pa pakt zijn hand. Ik kuch. Je bent hier niet alleen, joh! ‘Ik wil dat je eerlijk bent. Als je niet mee durft omdat je denkt dat mama het niet goed vindt, dan zeg je dat gewoon.’ ‘Is het heel ver? Peiriedinges, waar is dat ?’ ‘Pairi Daiza. Een uurtje rijden. Maar natuurlijk, als je van mama niet naast mij in de auto mag? Dan vergeten we het. Je moet het zelf beslissen, je hebt nog tijd om na te denken.  ’ ‘Laat maar, ik weet het al, we doen het.’  ‘Sam, ik vind dat je erover na moet denken. Je moet mij wel vertrouwen, hè.’   ‘Ik weet het al, zeg ik toch, we gáán gewoon!’ Hij steekt zijn handen tussen zijn knieën, een brede glimlach naar de fronsende man tegenover hem. ‘Oké.’ De vader gooit zijn armen in de lucht. ‘Oké, oké, maar je mag het gerust toegeven als mama slechte dingen over mij zegt. Ik zal er niet boos om zijn. We kunnen trouwens ook hier in Antwerpen naar de Zoo gaan, hoor, dan hebben we ook een leuke namiddag.’ Stilte. Ik zie het malen in dat kinderhoofd. Of denk ik dat maar? Zal ik nog een cappuccino nemen? Ik kan niet vertrekken. Hij kijkt naar mij. Het is geen verbeelding, hij zoekt steun.  Ik steek mijn hand op naar de serveerster, wijs, nog een koffietje. Doe alsof ik verdiept ben in mijn boek.  ‘Geef het maar toe. Onverantwoord? Poeh. Waar haal je zo’n woord? Zeg het nu gewoon! Je moeder vindt dat ik niet voorzichtig genoeg ben! Hè?’  Alexander legt zijn handen op de leuning van de stoel en knikt een bijna onhoorbaar ‘Ja’. De klap op de tafel doet het zoutvaatje op de grond belanden. Van achter mijn boek zie ik de knokkels van die kleine handen wit worden. Ik wil hem in mijn armen nemen en hem vasthouden. En die klootzak tegen zijn schenen schoppen.  Bully staat op. Hij beent met grote stappen naar binnen. De neergeslagen wimpers tegenover mij trillen. Zou ik wat tegen hem zeggen?  Te laat, de vader komt terug, met de krant. ‘We zullen ’t er verder niet over hebben. Ik heb twee croques besteld, lust je dat? De jongen knikt. Stilte en geritsel van de krant.  ‘Mag ik even op je iPhone spelen?’ Pa schuift hem zonder kijken over de tafel. De jongen glimlacht. De storm is afgewend.  Hij lijkt zo klein in die diepe terrasstoel. Mijn Alexander was ongeveer dezelfde leeftijd, toen. Zulke dingen gebeuren. Ze overkomen mensen. Alleen niet jou. Andere mensen.  Pa leest zijn stomme krant. Hij weet niet eens of zijn zoon een croque lust. Wist Mark dat soort dingen van onze zoon? Ja, vast wel.  Onze Alex was nogal moeilijk met eten. Hij at nooit twee dingen tegelijk op zijn brood. Croque was enkel kaas of enkel  hesp. Zou die kerel nu met dat kind naar Pairi Daiza gaan? Wat een eikel. Heb je je zoon een keer in het weekend, ga je ook nog schuldgevoelens induceren, de moeder zwart maken. En verder lekker krantje lezen, hou jij jezelf maar bezig, lastpak.  Ach, daar gaat hij ook nog telefoneren. Pakt de telefoon gewoon af en loopt weg. Laat dat kind hier zitten, helemaal alleen. Onverantwoord. Ha. Het is zo gebeurd. Zoiets doe je toch niet? Er kan zoveel gebeuren.  Eén ogenblik is genoeg. Zo snel kan het gaan. Kan je een kind van zes zomaar meenemen?  Ik duw het chocolaatje bij mijn koffie naar hem toe en glimlach. Hij lacht verlegen terug,  ‘Dank u wel, mevrouw.’ Peutert het rode cellofaantje eraf. Contact maken is de eerste stap. Connectie is vertrouwen.  Met Alexander was het anders. ‘Was uw zoontje terughoudend of eerder vlot?’ Tjee, Alex ging met om het even wie mee, daar was niets voor nodig. Een vriendelijke babbel, een snoepje of een grapje. Nou, nee, dat klopt niet helemaal, niet met mannen met een snor. Als er iemand met een snor in de buurt was, begon hij met zijn handen te wapperen en als die persoon te dichtbij kwam, oh jee, dan was het spel op de wagen. Hij krijste alles bij elkaar, rende rond en flapperde zo hard dat hij bijna opsteeg. Het heeft een tijd geduurd voor wij zelf zagen wat de aanleiding voor zijn geschreeuw was. Baarden deden hem niets, ook niet baard mét snor, alleen losstaande snorren. Gek hé. En waar die angst vandaan kwam? Dat hebben we nooit kunnen achterhalen. Of hij eroverheen gegroeid is? Wat zou ik dat graag weten. Onze Alexander met zijn grappige moves. Ze hebben hem nooit gevonden. Hij  zou nu veertien zijn. Hij ís nu veertien, zeker weten.  Dit jaar stond er enkel nog een klein berichtje in de krant.  Anja en Mark D., ouders van de vermiste Alexander D, hebben dit jaar voor de tiende keer samen de verjaardag herdacht van hun zoon, verdwenen op 13 mei 2013. Alexander zou nu veertien zijn. Ten tijde van zijn verdwijning verbleef hij voor een maand bij zijn vader in het Spaanse T. waar deze na de scheiding van het echtpaar een nieuw leven was begonnen. Alexander raakte vermist tijdens een bezoek aan een plaatselijke patio de recreo. De vader werd grondig aan de tand  gevoeld, maar uiteindelijk kon hem niets ten laste gelegd worden. Van de jongen, die kenmerken binnen het autisme spectrum vertoont, werd tot op heden geen spoor teruggevonden. Indien u informatie heeft, gelieve contact te nemen met het nummer... of het plaatselijke politiekantoor. Geen enkel spoor. Zo’n klein berichtje. Het is frappant hoe dit jongetje op mijn Alex lijkt.  ‘Pairi Daiza, here we come!’ Na de croque lijkt de vader in een jolige stemming. ‘Kom Sam, als we wat doorrijden, zijn we er in een uurtje.’ Hij woelt door de krullen van de jongen. ‘En nee, ik zal niet te snel rijden. Huppekee. Je moet voorin zitten.’  Ik volg het tweetal met mijn ogen. ‘Hebben ze er ook eendjes?’ Het hoge stemmetje gevolgd door  de schaterlach van de vader. ‘Dat denk ik wel, pandaberen, olifanten én eendjes.’   Ze stappen in een knalrode Audi TT. Sam mee voorin. Geen gordel, denk ik te zien. Ze scheuren weg. Niet hard rijden? Brr. Die kerel verdient dat kind niet. Het kan zo vlug gebeuren. Haastig roep ik de ober en reken af. Een knalrode Audi TT en Pairi Daiza.    Reuzegroot, die parking. De parkeerwachter toont waar ik aan moet sluiten. Aha, twee rijen naar voor staat de Audi TT. Natuurlijk is hij er al. Een uurtje, zei de vader. Voor wie laag vliegt, jawel. Ik heb er anderhalf uur over gedaan. Panda-grot is the place to be. Volgens het boekje LA CITÉ DES IMMORTELS. Hier staat de tijd even stil en onthult China zijn schatten. Alles is authentiek: de tempels, de paviljoenen, de paden van halfedelstenen, de tuin, de kleurrijk verniste dakpannen, de rotsen, de stenen, het brons. Ik volg de mensenstroom. Wat een prachtig dierenpark! Over de brugjes stappen statige, grote vogels, met een lange snavel. Een soort pelikanen. Ze laten zich strelen. Zo groot hier. Groots. Ik besef dat ik een beetje voorbarig was en het ietwat te rooskleurig heb ingeschat om hier ‘mijn’ jongetje terug te vinden.  De mannetjespanda ligt vadsig op zijn rug in het gras, bamboe te eten, tenminste, ik denk dat het bamboe is.  ‘Kijk, hij eet blaadjes, papa. Eten beren altijd blaadjes? Beren zijn toch gevaarlijk? Vallen ze mensen aan? Je mag ze niet aaien, hè? Heeft het kleintje geen pijn als de mama hem zo draagt? Hij lijkt wel dood. Oh, kijk, ze knuffelt hem. Ze sabbelt aan zijn oortjes.’  Mijn god, het heeft zo moeten zijn! Zulke dingen gebeuren. Het is ’m!  Alexander. Sam. Aan één stuk door ratelt hij. Weg is de akelige spanning van daarstraks. Hij is opgewonden, dan gaat zijn stem altijd een toonaard hoger. Ach nee, het is mijn Alexander niet, ik weet het. Mijn zoon zou nu veertien zijn, ik zou hem ternauwernood herkennen. Maar dit jongetje herken ik. Oh ja. Hij likt aan een felgekleurde lolly, zijn lievelingskleur. Als hij kiezen kon, koos hij altijd voor blauw. ‘Kijk, papa,’ hij steekt zijn tong uit. Smurfenblauw.  De vader is alwéér met zijn smartphone in de weer, hij geeft geen antwoord. Ze staan links van mij, tegen de balustrade geleund. Nu steekt het kind zijn tong uit naar mij. Ik doe mijn duim omhoog en knipoog. Alexander. Wat is er mis mee om voor één dagje gelukkig te zijn, te doen alsof dit mijn jongetje is? Van op een afstand? Ik doe er niemand kwaad mee. Kan ik meteen een oogje in het zeil houden. Die man let niet genoeg op dat kind. En het is immers zo gebeurd. Knip. In een oogwenk is het gebeurd. ‘Ik ging naar het toilet,  mijn handen wassen,’ zei Mark, ‘twee minuten was ik er niet, twéé minuten heb ik ’m uit het oog verloren.’ Natuurlijk kunnen het tien minuten geweest zijn. Plasje doen, handen wassen. Ook nog even iets charmants zeggen tegen de toiletjuffrouw – zij herinnerde zich de knappe, blonde man met het slechte Spaans nog goed –  en ‘foetsie’,  mijn  lieve, blonde jongen. Er was een vijver, met eendjes. Ook veel mensen, in eerste instantie werd er niet aan de vijver gedacht. Maar na een uurtje hebben ze toch duikers gestuurd. Zonder resultaat. Wat is er met mijn jongen gebeurd?  Hij zit op de schouders van zijn vader. Het olifantenbad is fenomenaal. Aha, nu gaan ze eten. Zelf zou ik het Maison de thé verkiezen, maar ik volg hen naar de Orangerie waar ze burgers en frietjes serveren. Zonder mayo, natuurlijk, dat lust hij niet. ‘Zout, papa, mag ik zout gaan halen op de andere tafel?’ Ik woel door zijn haar als hij naar mij toe komt en stop hem het zoutvaatje in zijn handen. Zie je wel, hij herkent mij.  De vader bijt verstrooid in een dikke hamburger. ‘Zo, dit is leuk, hè? Vind je het leuk?’ Hij klapt zijn iPhone open- dicht, open -dicht. Welk belangrijk nieuws verwacht hij?  De jongen knikt enthousiast, zijn mond zit vol. ‘Hoe leuk vind je het dan? Vast wel leuker dan met mama naar de speeltuin?’ Alexander spert zijn ogen wijd open, blaast zijn wangen op en knikt. Hij veegt zijn mond af met zijn mouw. ‘Ja, dank u.’ Hij zakt een beetje naar beneden achter de tafel.  ‘Goed zo’, zegt bully, ‘Denk erom dat je háár niet vertelt dat we hier zijn geweest.’ Zijn telefoon biept. ‘Wacht,’ zegt hij, en na een blik op het scherm: ‘eet je frieten op, we moeten  er vandoor. Ik breng je terug naar mama.’  ‘Hee? Nu al? Waarom? Ik wil de show nog zien. En ik moet pipi doen!’ ‘Dadelijk, wacht hier. Ik ben zo terug!’ De man staat recht, loopt achter me om. ‘J’arrive, donnez-moi cinq minutes,’  blaft hij in zijn telefoon en verdwijnt, de mensenmassa in.  De jongen wriemelt op zijn kruk heen en weer.  Och arme, dat joch. ‘Zal ik met je mee naar het toilet gaan?’ Hij springt recht en grijpt mijn uitgestoken hand. Er staat een lange rij. Gedwee schuift hij aan bij de dames. ‘Ik kan het alleen’, zegt hij gedecideerd en doet de deur voor mijn neus dicht. Het duurt zeker tien minuten voor we terug zijn. Geen spoor van de vader. Rotkerel. Wéét hij dan niet wat er zoal kan gebeuren? Die man verdient verdomme dit kind niet. ‘Ik kom even bij je zitten,’ zeg ik. Een biepje:  ‘medicatie’ op mijn display.  ‘Wie is het? Mijn mama? Ze is vast ongerust. Ik mag van haar niet met papa meerijden in de Audi. Omdat ik nog te klein ben, zegt ze, ik moet in een kinderstoel.  Is het mijn mama?’ Ik duw de reminder weg. ‘Ja, het is je mama, ze is heel ongerust.’ ‘Is ze boos? Ik wou niet-’ ‘Nee hoor, ze is niet boos.’ Nog geen vader te bespeuren in het cafetaria. ‘Je mama vraagt of ik je naar huis kan brengen. Kom. Ik stuur haar een bericht dat we er binnen een uurtje zijn.’  ‘En papa dan?’  ‘Hem bellen we als we thuis zijn, kom vlug, je mama wacht.’  Een blik door het raam.  Bwah, als we hem tegenkomen, verzin ik wel een smoes. ... ‘Hier is mijn auto. Stap in. Ik maak je gordel vast. Ziezo.’ Opnieuw het biepje. Medicatie. Ik druk op ‘verwijderen’. Vandaag voel ik me niet depri. ‘En papa?’ Papa? Ach, zulke dingen gebeuren, nietwaar.

Goedele Billen
16 0

INHAALVERDRIET

Bij het opruimen van de lades waarin mijn kroost potloden, slijpers, papier, schaartjes, gommen, invulboekjes, stiften en penselen bewaart, een activiteit die ik tegenwoordig wekelijks doe, stuitte ik op een prinsessenboekje van mijn dochter. Het is een soort vriendenboekje dat ze van een vriendje of vriendinnetje moet gekregen hebben, om de eenvoudige reden dat zij een meisje is en er een slotje aan het boekje hangt, want ze is nog veel te jong om haar geheimen aan het papier toe te vertrouwen, ze kan nog niet eens schrijven. Mocht dat slotje er niet aanhangen, had ze waarschijnlijk gevraagd of we dat boekje niet konden ruilen tegen eentje van Spiderman. Alles wat het slotje nu van de buitenwereld kan beschermen, is haar naam en haar lievelingskleur. Haar broer was op bosklassen en mama zou ook pas ‘s avonds laat thuiskomen. Ik had genoeg te doen en had haar na twee kaartspelletjes, een kussengevecht en een gezamenlijke tekensessie gezegd dat ik nu echt even moest werken en dat ze zich alleen diende te amuseren. Maar zij is niet haar broer. Zij verveelt zich na vijf minuten. Of is het de leeftijd? Is vijf jaar het kookpunt van de ennui? Aan haar eindeloze fantasie kan het alvast niet liggen. Ze vraagt of ik haar wil helpen dat boekje in te vullen. Ik weet nu dat het niet alleen hopeloze verliefden zijn die in ogen kunnen verdrinken. Ook vaders kunnen dat. Na enkele vulvragen zoals wat haar lievelingsdier is (panda) en haar lievelingshuisdier (eveneens panda), komen er tot mijn verbazing serieuzere, bijna diepzinnige vragen aan bod. Op de vraag: wie zorgt er voor jou? verwacht ik een volmondig ‘mama’ als antwoord, maar in de plaats zegt ze niets en wijst ze naar mij, door mij. Ik word overvallen door een gevoel dat ik niet meer dacht te kunnen oproepen, het gevoel papa te zijn voor de eerste keer. Toen ik bijna de weg naar het dak zocht van het UZA om het naar beneden te schreeuwen doorheen de Antwerpse mistbanken op een zaterdagnacht, zodat half Wilrijk en een deel van Edegem zou horen dat ik papa was geworden. Ik trok mijn traan in. Ook mijn vraag: besef je wel hoeveel ik van je hou? slikte ik in, omdat ik vervuld werd met een tomeloos verdriet. Een mooi verdriet. Ik hield halt bij dit porseleinen moment, dat bij elk woord, elke kuch of zucht zou vervliegen. Daarom zweeg ik zo stil mogelijk. En ik dacht in de plaats aan hoe het onmogelijk is voor een vijfjarig kind te beseffen hoeveel haar vader inderdaad van haar houdt. Dat kan ze nooit bevatten. Nooit, totdat ze zelf kinderen heeft. Ik vraag me af of mijn ouders ook naar mij op deze manier hebben gekeken, en ik vind het zo erg voor hen, dat ik toen niet bij machte was die gedachte te delen.

Lennart Vanstaen
34 2

Oudejaarsavond - Nieuwjaarsdag

Oudejaarsavond Wat doe jij met de jaarwisseling?  Dé vraag die vanaf begin november gemiddeld drie keer per week komt. Mijn 15 jaar jongere ik kreeg er FOMO van. Ik zocht tot ik iets vond dat door kon gaan als leuk genoeg voor de avond van 31 december. En nu… Eerlijk? Nu heb ik er lak aan. Dat iedereen maar doet wat hij wil. Dat iedereen maar hard gaat feesten en zich lazarus drinkt. Dat iedereen maar lekker een nachtje doordoet.  Ik nestel me na het avondeten van 18u30 onder een deken in de zetel. Met een boek of Netflixserie, een grote mok thee. Laat. Mij. Allemaal. Gerust.                                                     Om 22u kruip ik in mijn bed. Oordoppen in. Geen vuurpijl of uitgelaten vreugdekreet krijgt me wakker.    Nieuwjaarsdag Ik heb er niets mee. Die lamlendige, lege dag waarop het leven stil ligt, het land slaapt. Ik start het jaar, élk jaar, monter en fris om 5u45. Boterhammetje en koffie. Wandelingetje daarna. Het is een dag zoals een andere.  Na het douchen onderga ik de verplichte huisbezoeken.  Geforceerd glimlachen naar familieleden die vermoeid in de zetel hangen. Liever waren ze in bed gebleven want vaak nog half dronken, brak van een nacht zonder slaap.                     Luister naar zatte nonkels, roddelende tantes, conversaties over de prijs aan de pomp, vastgoed en geplande citytrips.                                                                                                                 Eten dat vreten om te vreten wordt. Het derde stuk taart dat m’n strot uit komt na die afgezaagde gourmet of kaasfondue.                                                                                          Een stroom van onverstaanbaar voorgelezen, zeemzoet rijmende nieuwjaarsbrieven aan meters en peters in ruil voor een briefje van 20 euro.  Liefste peter, hoe meer ge mij geeft, hoe beter. Maar geeft ge mij niets, dan zijt ge mijne peter niet. 

Melanie Huyghe
31 1

Kinderen zijn om van te houden

Ik word elf  Je bent jarig zegt moeder  Je gaat naar een pleeggezin  Morgen  Voor hoe lang vraag ik  Voor een tijdje zegt moeder  Een hele tijd  Beter zo  Je zal zien  Beter Maar morgen pas  Vandaag is het feest  We eten taart en ik hou van je  Omdat ik van je hou van je hou van je hou  Daarom  Ze houdt van me en ik word elf Groot meisje zegt hij Elf  Je krijgt al borstjes  Als je elf bent krijg je borstjesEn dan is er feest  Ik eet bananentaart met slagroom  Hij lust geen taart  Ik eet alleen kleine meisjes zegt hij  Mama zegt plaag dat kind niet  Ze is niet boos op papa  Ze is nooit boos op papa  Ze houdt van papa  Papa houdt van mij  Papa geeft graag kusjes  Zodat we mama niet missen  Als ze naar de dokter gaat  In het ziekenhuis  Mama werkt in het ziekenhuis  Elke avond Bijna elke avond  Kom hier liefje zegt hij  Mis je mama liefje  Ik zie dat je haar vreselijk mist  Ik zie het wel  Kom bij papa liefje  Kom bij papa  Papa houdt het meest van jou zie je wel  Papa is hier  Luister naar je ouders  Wij houden van je  Te veel taart  Ik geef over  Vanavond niet gaan werken mama asjeblieft mama asjeblieft  Ik ben elf Ik wil geen borstjes  AsjeblieftPapa houdt van zijn kleine meisje  Kijk hoeveel papa van je houdt  Kleinemuisjemeisjes zijn de liefsten  Doe je ogen dicht  Hier een kusje daar een kusje  Mijn hoofd zit vol  Nog een  Eén kusje maar  Daar  Ik mis mama niet  Ik mis haar niet  Ik mis haar nooit niet Nee papa ik mis haar nietOf anders zegt hij  Of anders  Kinderen zijn om van te houden Toch                                          Of anders Papa Nee papa Hij houdt van meHoe erg kan zo’n pleeggezin nu zijn Niks erg Niets Niemendal Morgen zegt mama  

Goedele Billen
8 0