Zoeken

Callcenters

Ella had het gehele weekend getobd over de succesvolle sollicitatie die ze tegen beter weten in,(sterker dan zichzelf) zo goed als ze kon had doorstaan en getwijfeld of ze er daadwerkelijk mee door zou gaan. Los van de noodzaak aan inkomen , walgde ze van het idee te werken voor HET bedrijf dat prestige aureerde bij andere callcenters, maar professionele zelfmoord inhield als het een te lange periode op prominente plek in nam op iemands cv.Niet dat ze hoop koesterde op veel betere functies.. Maar een onbereikbare droom niet nagaan, is iets anders dan de mogelijkheid aan gruzzelen slaan nog voor je eraan begint. Het was een medaille met twee keerzijden. Als een medaille die je verstopt voor vrienden en waar je enkel tegen een partner over begint nadat je hem laat beloven er nooit over te spreken..  Zoals tweede plaats majoretten in de caranavalstoet van Berchemse bradderij. Of die van winnaar hotdogeten op de benefiet ten voordele van de mentaal gehandicapten van st Alosianus. Het was een prestatie binnen een niche die an sich niets voorstelde. Maar gaf vooral ook blijk van een commitment dat niet op zen plaats was en nog minder moet worden toegejuicht. Wat callcenters zo vreselijk maakt is niet zozeer dat ze allemaal hetzelfde zijn, maar wel de reden waarom dat zo is. Callcenters zijn in veel opzichten vergelijkbaar met gevangenissen. Vooral door hoe de werknemers ervan onderling roteerden zoals veroordeelden dat ook doen. Er bestaat zo’n immens verloop onder het steeds wisselende personeel, dat een ontslag even zeker was als een contract. Na zes maanden kon men zich steeds opnieuw aanmelden omdat dan toch iedereen was ingewisseld, en tijdens die periode kon men altijd bij andere callcenters terecht, waar iedereen die bekend was met de job  steeds andere bekenden tegenkwam. Dat resulteerde dan in gesprekken die onmogelijk veel kunnen verschillen van twee gedetineerden, die bij hun weerzien bij elkaar polsen over vroegere cipiers en andere nog steeds ingezetenen en hun verdere overplaatsingen. Anekdotes die als broodje aap, van mond tot mond gaan alsof elke spreker erbij was, met details die even verzonnen waren als de personages die iedereen, maar eigenlijk niemand kende.  Een echte subcultuur, die enkel is voorbestemd voor het selecte groepje ongeschoolde figuren dat net niet de diploma’s had die de meeste tewerkstellingen minimum vereisten maar te verbaal was om aan de band te werken. Een soort van cult waarvan de leden, net zoals die van rivaliserende bendes , trouw zijn aan eigen soort, zolang het loont, maar wel allemaal eenzelfde eigen taal spreken. Net zoals de Cribbs en the bloods zich gingen verwoorden als zakenlui, ging ook het telefonsicheverkoopplebs plots gebruik maken van “vakjargon”. Een taalsoort even aanstekelijk als afschuwelijk, die daardoor aan succes won en schaamteloos mee verhuisde met elke afgedankte en elders aangenomen bel-seller. Wie zich wil specialiseren in psychologie en graag allerlei verschillende soorten mensen bij elkaar zou willen zien, hoeft niet lang te zoeken naar casestudy. Het eerste beste callcenter binnenlopen is voldoende.  Het maakt niet uit welk nutteloos product of enerverende dienst er telefonisch door de strot wordt geduwd, je vindt er telkens weer hetzelfde bont allegaartje stereotypes bij elkaar. De corpulente en thuis-onderdrukte-vrouwslaafjes die op het werk elke richtlijn bewaken alsof zij zelf eindverantwoordelijke zijn.  De oude topverkoper die niets meer verkoopt en “vrijwillig” een stap terug heeft gedaan uit de wereld van de harde sales, zogezegd om de jeugd een kans te geven. De kantoorslet die met valse tieten , valse wimpers, 5cm make up, luipaard motiefjes, doorkijkblouses en zwarte uitgroei zichzelf en iedereen anders wijsmaakt zich lekker zichzelf te voelen. De snotneus die twee Armani hemden bezit, net de fitness heeft ontdekt en geloofd vrouwen uit te kunnen kleden met een blik die in werkelijkheid enkel walging of medelijden opwekt. En tot slot een supervisor die er eigenlijk geen is, maar enkel als buffer werkt tussen de kudde en de baas. Dan heb je nog een select groepje die-harders die “de vasten” worden genoemd. In theorie werd iedereen na één jaar vast aangenomen, maar het vereiste een speciaal soort afgestomptheid om niet na één maand te vertrekken.  Zij die het een jaar volhouden, zouden niet meer weggaan, nooit. Voor zij die begonnen was er een duidelijk vast systeem dat op alle centers werd gehanteerd. De nieuwste nieuwelingen noemden men groen voer. Groen voer dat bleef plakken noemden ze mos. Vanaf twee maanden kreeg je een persoonlijke bijnaam die vaak op zich al reden gaf tot vertrek. Vertrok je niet, begaf je je op  een waar slagveld. Vergeet targets en cijfers, belminuten, orders, manuele afboekingen en leverdata, planningen en administratie. De ware strijd werd tussen de lijnen door gevoerd. Enkel zij die langer dan zes maanden onder de radar bleven zowel als schietschijf als met cijfers had de tijd om dit onzichtbaar geweven spelletje van pesterijen, tegenwerk, manipulaties, hiërarchisch geslijm, gifzure collegialiteit en eeuwige concurrentie te volgen.Als een partijtje schaak dat onder de tafel werd gespeeld, met enkel pionnen, die even plotseling verschenen of verdwenen als bij mens erger je niet.  Dit was op alle callcenters het geval.  Maar Sellpoint daarentegen stond  alom bekend voor zijn geheel eigen verzameling aan inzetbare figuren, truuken, vreemde voorwaarden en werkmethodiek. Ella voelde op een vreemde manier evenveel aantrekking als weerzin tegenover haar nieuwe job, en hield zichzelf voor dat kapitein eenoog in het land der blinden, meer gemeen had met de kapitein in het land der zienden, dan met de volgzame twee-ogigen die daar leefden. Ze hield zichzelf voor dat de overeenkomsten die ze deelden met de anciens, niet opwogen tegen de verschillen. Het zou haar heus niet hetzelfde vergaan. Dit kon perfect iets tijdelijks zijn. Een noodzakelijke stap naar iets beters… dat zich bevond op een andere trap. Sellpoint.   Een callcenter zoals elk ander maar door zijn immense grootte ingedeeld in verschillende floors, met op elke floor , floor medewerkers en een floormanager aan het hoofd.  In dit geval werd deze broedhaard van uilskuikens geleid door Raoul, de Florerende schreewlelijk. Een floor, of vloer, was een hal die zodanig was ingedeeld dat deze optimaal benut kon worden. Vergelijkbaar met een honingraam, waren de eilanden in bogen gesteld om per eiland zoveel mogelijk werkhokjes kwijt te kunnen. Deze hokjes werden cubicles genoemd. Een soort van omschermd kantoortje dat net genoeg ruimte gaf om de taken die je diende uit te voeren mogelijk te maken, zonder dat je zou kunnen worden afgeleid door collega’s die rondom rond de3mm dikke scheidingswand naast en voor jou hetzelfde deden.  Ella bevond zich op “Inquiry one”.  Een Inbound floor, waar in tegenstelling tot de outbound-vloeren, niet werd uitgebeld met het doel tot verkopen, maar werd binnengebeld met vragen.Klantendiensten van postorderbedrijven, inlichtingendiensten voor het opzoeken van bepaalde gegevens, antwoorddiensten voor bedrijven, advieslijnen voor  allerhande fast-moving-consumer-goods, (die meestal enkel gebeld werden door jongeren die na 3 joints plots een telefoonnummer opmerkten op de zak chips) antwoordlijnen voor kruiswoordpuzzelwedstrijden enzoverder. Inquiry one was zogezegd bedoeld om beginnelingen vertrouwd te maken, met de job. In werkelijkheid was het vooral het BSP- computerprogramma en het beltempo waaraan gewend moest worden gemaakt. Dit om er zeker van te zijn dat enthousiastelingen die het klaar speelden in  hun eerste week iets te verkopen, die verkoop niet zouden misslaan, door plots stemverlies omwille van het vele bellen. Een echt vakprobleem, waar elke doorwinterde callagent op was voorbereid. Net zoals marathonlopers nergens heen gaan zonder hun busje reflexspray en rehydrataiegels, vond je bij elke gemiddelde televerkoper steevast een doosje strepfen in de schuif. Dat en een flesje water, want enkel beginnelingen maken de fout om gebruik te maken van de koffie die steevast, als gemene grap, op alle telecenters gratis wordt aangeboden. Na drie tassen, is het niet meer mogelijk om voldoende speeksel aan te maken om een uur langer door te tateren, laat staan zes of zeven. Laat dat ook meteen de duidelijke reden zijn waarom de slechtste karakters die je op de floor terugvindt, iedereen die start op een eerste dag zo vriendelijk de weg naar het koffieapparaat wijzen. Nog erger dan een bon missen omwille van stemverlies is het onvoldoende kennen van het computersysteem. Dit wordt speciaal zo ontworpen opdat jazeggende correspondenten nadien niet in de mogelijkheid zouden verkeren om op later tijdstip terug te kunnen krabbelen. Vanzelfsprekend was dit het kleine stukje waar het bij bedrijven als sellpoint om ging, hierop werd hun winst gemaakt, en het hoeft geen verdere uitleg dat daar dus geen fouten op konden worden veroorloofd. Zo moest men na een ja, op de opnameknop klikken en een voorgekauwde tekst opzeggen die kort overliep wat er zonet was voorgesteld, en die zo geschreven was, dat de aanhoorder er bijna onvrijwillig niets anders dan ja op kon antwoorden. Kwam ook die tweede ja, diende je de opnameknop terug af te klikken, waardoor zo een audiobestand van het kortste verkoopsgesprek ooit ontstond: recordklik“ Wel meneer Peeters, ik dank u alvast voor uw interesse in wat ik u zonet heb voorgesteld. Ik overloop graag even kort opnieuw dat u bij het uitproberen van drie gratis edities van kruiswoordwinnaar, u geheel gratis 1 van de 50 parkerpennen ontvangt. Bent u nadien volledig overtuigd van onze puzzels, hoeft u helemaal niets te doen en geniet u een jaar lang van een eliteabonnement waarbij u aan 50 % korting iedere maand opnieuw de editie krijgt thuisbezorgd, met wedstrijden en tal van mooie prijzen die u daarmee kan winnen. Mag de pen met de post komen? “euh ja” Klik. Alles wat erna of ervoor kwam mocht klinkare onzin zijn, je mocht liegen wat je wou. Als je dat stukje maar in opname had, had je een sale. Niet zomaar één.. een ctP. je had drie soorten Ctp’s. de nieuwe klant, de oude teruggewonnen klant, of de tevreden klant. In die volgorde werden ook de waardering voor desbetreffende klant uitgedrukt. Nieuwe klanten waren nog vrij van slechte ervaringen nadien en dus een 1.0 waard. teruggewonnen klanten waren ooit al eerder weggelopen en dus kritischer: 0.5. tevreden klanten waren doorgaans oude klanten, aan oude voorwaarden die niet konden worden gewijzigd en dus waardeloos 0.25.  Bedoeling was wekelijks minimaal op 16.0 te komen. Maar dit was voor later. Net zoals Raoul, de schreeuwlelijk eerder al aangaf, was Sellpoint geen ordinair callcenter.  Eerdere ervaring elders was geen referentie die voor hen enige waarde inhield. Enkel sellpoint-opleidingen telden als voorbereiding op sellpointsales. Ongeacht diploma’s, cv, eerdere werkervaringen , of bewijs van behaalde resultaten, verkoop gerelateerd of anders.. iedereen die een job bij Sellpoint startte, begon die op inquiry one.

Esje Volter
23 1

Schrijversroes

Tussen de twee pijlers van al wat mij doet verlangen, en al wat mij doet walgen, is een wankele brug opgehangen met alles wat mij verscheurt. Maar zelfs met alle kennis in handen om een weloverwogen keuze te maken, ben ik nergens liever dan daar in het midden. Hopeloos inconsequent twijfelend tussen twee extreme uitersten. Daar ligt mijn thuis. Mijn plek, waar ik me in al mijn lelijkheid kan omwentelen in een zelf vergoelijkte vorm van medelijden en blinde hypocrisie. In het land der blinden is kapitein éénoog koning en zo ben ook ik heerser van mijn eigen hersenspinsels. Mijn troon bevindt zich in het midden van mijn eigen conflicterend kruispunt waar alle hersenkronkels zich verenigen en zich met elkaar verzoenen als ragdraden in de kern van een spinnenweb. En mijn zitvlak kan ik, net zoals de spin, nergens anders kwijt dan in het midden waar alle gesponnen tegenstrijdigheid niet plakt.  Gevangen in mijn eigen web van twijfels, perceptie, onwetendheid en overtuiging ben ik het slachtoffer van haaks op elkaar staande stellingen. Toch ben ik nergens liever dan daar. Hier trek ik me terug.Hier vind ik invalshoeken, behoud ik het strategische overzicht over al mijn personages en ontwikkel ik het verdere verloop van hun verhaal.Enkel daar vind ik voer voor mijn niets stillende honger naar doel voorbijstrevende gevechten die nooit worden beslecht, wilde taferelen die mijn schrijftafel nooit zullen verlaten en verhitte discussies die sniperscherp dialogerend in nederlaag eindigen en op mijn netvlies worden gebrand. Spektakels die ik in detail verwoord wil bewerkelijken in zinnen die nooit eerder zijn verzonnen. Het gaat hierbij niet zozeer om de overwinning, wel om de strijd. Men onthoudt ook nooit het orgasme maar wel de seks, en dus focus ook ik me niet op het boek, enkel op het schrijven. De slapeloze nachten waarin bloed, zweet en tranen de tijd doen verdrinken in inkt. De dansende letters op het blad die elk woord vormen behalve datgene ik zoek.. De helse poging om het innerlijke geschreeuw dat nooit gehoor krijgt vast te pennen, om dat roepend monster los te rukken uit mijn gedachten en het op te sluiten binnen de vier zijden van mijn blad papier. Maar zodra het krijsen gestopt is en ik achterblijf met de plotse oorverdovende stilte, word ik overvallen door angst, angst dat ik nu niets rijker, maar armer ben…  Ik kijk naar het blad voor me en besef plots wat het inhoudt.. Dat nare luide monstertje.. Nu stil, verstomd, naakt, hulpeloos, gevangen, letter per letter aards leven ingeblazen en zichtbaar voor iedereen die lezen kan.Om dan alles uit te willen gommen! Elke geschreven regel terug te willen nemen, om ze niet stuk voor stuk aan te voelen als een aanranding op het diepst van mijn ziel. Als een raam dat ik niet meer van binnenuit kan sluiten probeer ik alles letter per letter terug in mijn hoofd te steken, hopend op de terugkeer van het gekrijs dat ik eerst wou verstommen. Maar na het blad in vieren gescheurd te hebben stop ik, want ik sloop niet enkel de muren van deze denkbeeldige gevangenis, maar ook de inzittende.Van me afgeschreven.. heeft het zich van me afgekeerd. Ik heb een nieuw monster nodig…  Dus daal ik opnieuw af naar het midden van mijn wankele brug, waar hemelsmooie duivels me maar al te graag willen verleiden tot een partijtje schaak aan de rand van de afgrond. Waar lust en liefde zich in spiegelbeeld met elkaar vermengen. Een gelukzalige roes van vleselijk genot, onvergetelijke blikken, drugs- en drank overstijgende bedwelming, muziek die alle emoties inkleurt en omkadert en gesprekken die alle geloof bewijzen en tegelijk alle kennis op losse schroeven zet. Een ongekende ervaring, maar waar al gauw abrupt een einde aankomt wanneer die wordt verstoord door het nuchtere daglicht aan de andere kant. Het eerste ochtendlicht dat beginnende schrijvers wereldwijd het zwijgen oplegt. Het licht dat verlichte geesten tot de schaduw verdoemt, de gefantaseerde losbandigheid aan banden legt en hen pijnlijk herinnert aan bandwerk, bestellingen, deadlines en targets.Om dan als mensaap in de jungle van de stad, niet in juiste volgorde volgend, opgeslokt te worden door de stroom.  Als een slaaf van het licht vervoeg ik de horde ongeletterde zombies zonder ziel, die zich voortbewegen op roltrappen, met hun dode blik gefixeerd op hun gedigitaliseerde gadgets, en verstop ik me in een gelijkaardige houding tussen hen.  Maar in de kater van slaapschaarste en onafgewerkte teksten, dwaal ik in gedachten af naar de periode van Hemingway, Fitzgerald en Ts. Eliot, en mijn eigen geromantiseerd beeld van het 's nachts tot leven komend bestaan met koperen blaker, ganzenveren schrijfgerij, ellenlange perfect verwoordde brieven met in vettig rode gesmolten lak gedrukte zegelringen. Dromend in melancholie van tijden die ik nooit heb gekend en die wellicht nooit hebben plaatsgevonden en tegelijk walgend van de vernieuwing die automatisering heeft gebracht, beweeg ik me zo goed ik kan voort op deze goed geoliede machine, alsof ik hink-stap-spring van het ene tandwiel naar het andere, maar nooit op het juiste tempo. Verscheurd tussen wat ik wil en wat ik kan, blijf ik hangen in het verschil.  Fysiek aanwezig maar in gedachten vol heimwee naar mijn plekje op het midden van mijn brug. De met dromen en waan verweefde overspanning boven het ravijn, waar al het nodige voorhanden is, en ik al het overbodige overboord kan werpen. Waar woord en daad niet werkelijk samen hoeven komen, zolang het maar tot uitdrukking komt. Waar al het verzonnen zin krijgt, en dichterlijke vrijheid zijn grenzen verlegd, ver over alle taalbarrières heen, waar het ontsporen van de spreekwoordelijke train of thought vleugels geeft die verlangen vervangen met inzicht.  Ik wil geen geluk, ik wil geluk meten aan ongeluk, pijn om opluchting te voelen, verlies om te compenseren, verdriet om te verwerken, vrij zijn ruiten in te gooien, bruggen en schepen te verbranden, ladders af te dalen om dichter bij de bron te komen, ladders op te bouwen bij doodlopende dalen en een duik in het diepe te maken op stille eenzame toppen. Ik wil drama en tranen want enkel uit tristesse wordt troost geboren. Ver boven het plebs verheven, vlieg ik verder. Zonder het vermoeiende armzwierlijke opstijgen dat tergend traag op gang komt, vlieg ik zonder enige vereiste vorm van aandrijving hoger dan ik in mijn slapende dromen kan,en ik sla hen allen gade, de niet lezers, de bekrompen dagjesmensen, met hun zondagsmarkt, karakollen en nylonkousen, rechts-, links- en liberaal-denkende  beursvolgers met hun godgeklaag over belastingen, overuren en vijfde-hands opinies over de derde wereld, hun mond tot mond mening-overname, het riemgeroei op leven en dood om niet uit de boot te vallen. Maar ik zie ook mezelf, die ochtend, verrast door de tijd overijld beseffen dat er dagtaken wachten en nerveus als een betrapte heroïne junk, alle restanten van de wakkergebleven nacht opruim als bewijslast die dient te worden verborgen. Volgekribbelde stukjes geschrift die ik, ingehaald door de tijd, in haast beoordeel in twijfel over ze weg te gooien of bij te houden voor een volgende sessie.  Ik zie mezelf ontwaken uit mijn schrijversroes, en terwijl ik dagdroom over de acht mogelijke alternatieve manieren waarop ik dat beter had gekund, wordt mijn vlucht onderbroken en val ik figuurlijk te pletter door het geluid van duimdikke dossiers die door de kantoorverantwoordelijke op het desk van mijn cubicle worden gesmeten. "Als je klaar bent met het werk dat je vorige week in moest leveren, kan je misschien beginnen met deze hoop die gisteren binnen moest... Time is money!"Aan elf euro zeventig bruto per uur, bereken ik dat ze gelijk heeft. Ik ben op slag nuchter.

Esje Volter
50 2

Spankeltje Hoop / God's verdediging / Advocaat van God

Advocaat van GodWat is de hel?Is het werkelijk enkel een overdreven schrikbeeld van vlammen , verderf en miserie met vlammen en bokpotige heersers die met een drietand cipier spelen in Gods gevangenis voor de onvergeeflijken? Of is het veel doodser dan dat en veel reëler dan dat? Wat als deze wereld de hel was? een relatief jonge planeet , uitsluitend gecreëerd als dumpingplaats voor al die hopeloze reddeloze individuen?een plaats waar vaag iets gekend is over een opperwezen dat een paradijslijk leven voor ogen had voor zijn gecreëerde mens... maar waar bovenal complete wetteloosheid regeert als het aankomt op elementaire moraal.Waar liegen loont, de wet van de sterkste heerst en alles gedreven door de belofte aan beloning of de dreiging van straf, een volk zover heeft af doen drijven van zijn eigen aangeboren instinct van wat goed is en wat niet, dat het enkel nog handelt om beloond te worden, of straf te vermijden...Een plaats waar kanker, aids en oorlogen vrij spel krijgen , gerechtigheid een woordgrap is die niets met rechtvaardigheid te maken heeft, en waarvan het sarcasme zo ver gaat dat zelfs vrouwe justitie op alle beelden blind word weergegeven.Ik ben niet religieus aangelegd maar rekening houdend met opties die niet bewezen en dus ook niet weerlegd zijn, stel ik vast dat als er een Godachtig iets is... het deze plaats redden niet tot zijn bevoegdheid rekent.Dat is minder negatief dan het klinkt.. Als het leven op aarde niet meer is dan een quarantaine voor mensen die eerst tot inzicht moeten komen, betekent de dood niet meer dan een verlossing... Wat waarschijnlijk de enige reden is dat religie het hier op een of andere manier toch heeft overleefd.Zonder angst voor de duivel heeft niemand echt nood aan God, en ook zonder he kerkelijke stelsel kan men angst en hoop oproepen om mensen aan te zetten tot wreedheden of hen beletten er tegen in te gaan.. Het verlangen naar macht zal altijd veel groter zijn dan de angst voor de risico's die het nastreven ervan inhouden, met uitzondering dan van het enige risico dat onmogelijk valt te vermijden, en iedereen, ongeacht zijn keuzes te wachten staat. de dood.Het is een vreselijke gedachte dat er helemaal geen ontwerper en dus ook geen ontwerp of plan is achter het ontstaan van de mens.. een nog ergere gedachte is dat we inderdaad alleen zijn in de ruimte.. en er in al die oneindigheid .. echt niets anders is dan deze planeet.. waarvan de inwoners door de eeuwen heen inventiever werden in hun wreedheden, maar niet in het wreed zijn zelf.In dat opzicht zou al het leed dat Gods afwezigheid bewijst.. wel verklaren zonder zijn bestaan te moeten ontkennen..Kanker , aids, oorlog, zou dan gewoon een van vele collectief te incasseren straffen zijn die we op onszelf hebben afgeroepen door het dagelijks herhaalde pervers egocentrisch geleide gedrag waar we elkaar mee ruïneren.Zo mysterieus en ondoorgrondelijk zit dat niet ineen.. kom overeen of loop samen in jullie ongeluk. Sterker nog , misschien duurde ook dat te lang en zijn al die vreselijke ziektes net een versnellende maatregel om van dat aards volkje komaf te maken. Want ofschoon er nog steeds mensen heilig overtuigd blijven van god en diens goedheid.. wordt hij zo in geen enkele van de religies echt blijk gegeven van die superioriteit. Als er een iemand zo vaak genoemd en beschreven is voor zijn onwrikbare wraakzuchtigheid dan is het wel diezelfde god.het blijft allemaal zinloos speculeren, …en vragen stellen waar geen antwoord op komt zorgt dan ook voor het wegvallen van de bereidwilligheid om een probleem op te lossen. welke drijfveer zou ons die plotse ommekeer dan wel moeten laten maken?Het blijft een persoonlijke keuze om dat vraagteken in te vullen of niet.. maar bij mij staat daar als antwoord dat we gedoemd zijn om het te stellen met wat ons werd gelaten.. een compleet afgebakende plaats waar we zijn overgeleverd aan elkaar.. en dan is sterfelijkheid eigenlijk gewoon een vorm van genade.. en de dood een soort van checkpoint om te herstellen.. als een back-up om naar terug te keren en opnieuw op te starten .. reïncarnatie zou zo inderdaad een heel erg schrale blijk geven van Gods tevergeefs blijvende hoop op onze redding.Al doet dat beeld het hem niet echt eer aan als opperwezen , dat tot alles in staat is, maar geeft het eerder blijk van eenzelfde soort destructieve koppigheid in liefde (noem t zo) als die van zwaar mishandelde vrouwen die door een stockholmsyndroom niet in staat zijn weg te gaan van hun beul. Alsof ook God onbewust vatbaar is geworden voor het kapitalisme dat ons zo verziekt, en hij nog steeds het omslagpunt waarop hij zijn return on investment kan terugwinnen afwacht, voor hij de stekker uittrekt op iets dat hem maar liefst zes volledige dagen werk kostte om te creëren.Al is het qua tijdsspanne wellicht eerder de vier miljard jaar die erop volgde waar hij of zij lijdzaam gedwongen werd toe te moeten kijken naar hoe niets , maar dan ook echt niets ons van onze aard lijkt af te helpen, wat zijn oneindig licht vasthoudend vat deed overlopen....Als een sportteam dat je zelf hebt samengesteld , voorgesteld en naïef hebt gepromoot als een groot succes , om het dan vervolgens in een oneindig verlengd spel te moeten zien falen op alle vlakken zonder een punt te maken , ondanks de vele over het hoofd geziene spelfouten en extra kansen..wat een afgang.Zelfs voor hij die enig is in zijn soort en dus geen reputatie hoog te houden heeft voor andere partijen die hem op deze blunder kunnen beoordelen, moet de schaamte enorm zijn.. Mocht hij of zij bestaan vind ik dat medeleven op zijn plaats is, want ik heb zelf ook mijn eigen ervaring in het aangaan van , en veel te lang blijven behouden van relaties die enkel in mijn hoofd veelbelovend leken en anderen deed wegrennen.. IN Gods verdediging had hij niet dat klankbord, of die rode vlag signalen van zijn omgeving die hem op ander gedachten had moeten brengen.Bij mij was het een keuze die te ontkennen... God is ook maar een ...In plaats van hem te verwijten dat onze planeet niet veel weg heeft van dat vaag omschreven en door niemand ooit echt geziene paradijs, moeten we misschien eerst inzien wat onze relatie is met God.Want in mijn ogen is die niet meer dan die van een in impuls aangekochte asielhond, waar al gauw spijt van werd ondervonden, maar uit principieel "belofte maakt schuld" met de verdere minimale zorg werd doorgedaan.Het is dus niet zo dat we hem of haar niets kwalijk mogen nemen.. het is eerder dat het wellicht weinig tot niets kan schelen wat wij nu eigenlijk vinden van dat leven dat ons werd gedwongen te leven en waar we tenslotte niet om hebben gevraagd, geen verdere uitleg bij krijgen, ...Het is ook niet echt bewijs van ouderlijke capaciteiten of tot volwassen gekomen verantwoordelijkheidsgevoel om leven verder te brengen dat enkel gevraagd of geëist word om hem op onze knieën te aanbidden.. zonder iets van die vaderlijke affectie te mogen ontvangen of opmerken, als een vergeten schoolproject dat om het toch maar in te kunnen leveren als iets doordachts dat af is, de salespitch krijgt dat ons het grootste geschenk van de vrije wil werd gegeven.. en zo ook meteen de schuld van het resultaat niet bij de maker maar wel van diens eigenwillige producten legt..Het kan natuurlijk ook veel simpeler zijn. Misschien verveelde deze entiteit zich en zijn wij hier op aarde niet meer dan wat mieren voor ons waren in bokalen op te warme dagen waarop niets te doen was. Misschien is god een goddelijke vijfjarige die niet tot meer in staat is dan zijn mysterieus werken... dat laat ons even objectief zijn veel meer weg heeft van kinderachtig theatraal overdreven rancune. Of heelt tijd werkelijk alle wonden dat 2300 jaar na de feiten , het laten sterven van alle eerstgeboren kinderen per gezin plots een verstaanbaar kleintje is dat wel begrijpelijk is onder de omstandigheden?Misschien is het zelfs niet eens verstandelijke-leeftijd gerelateerd. Zijn wij immers niet naar zijn evenbeeld geschapen?Misschien moeten we het allemaal zo ernstig niet nemen, en net zoals bij andere sprookjes en vertellingen die verzonnen zijn afsluiten met een eind goed al goed uitgangspunt. Een waarin wij de spreekwoordelijke spiegel zijn die god wordt voorgehouden en hem wijst op zijn eigen tekortkomingen , door het slechte voorbeeld te geven , en waar wij blijk geven van meer inzicht dor af en toe te leren uit onze fouten en geen vier miljard jaar blijven ontkennen een fout gemaakt te hebben, tot op het punt dat zelfs Narcissus zelf zou stoppen met waarschuwen over hoe hem dat is afgegaan en zou adviseren aan God om ermee op te houden en er eigenhandig mee zou helpen hem of haar uit dat lijden te verlossen.Gods hoop op verandering houdt ons in leven , tot we sterven.Dat is niet veel maar het is iets, noem het een sprankeltje hoop.En ze leefden nog lang en gelukkig.

Esje Volter
41 1

Generationele grootheidswaanzin

Alarmfase donkerrood! De lust is zoek en de mens gaat dood! Als aanstaande vaderkandidaten de drang niet meer voelen om toekomstige moeders te bestijgen, om hen tegelijkertijd te doen zwijgen en hijgen, zullen ze nooit meer kinderkoters krijgen. Gedaan met de kakpampers en pisdoeken! Nooit meer die spetterende kotsbuien vervloeken! Weg met speelgoed en boekentas, zakgeld en poppenkast! Foetsie puisterige pubers en adolescenten zonder centen! Vaarwel volleerde afgestudeerden, verbouwde vrouwen en verwenste venten! Mensen gaan kinderloos door het leven en zullen hun gaven en genen aan niemand meer doorgeven. Het voltijdse vrijgezellenleven, zeven dagen op zeven. Maar dan, nipt op tijd om de bevolkingsteller op peil te houden, besliste vader te doen wat alle dwaze raadgevers al lange tijd wouden. In het holst van de nacht grabbelde hij in zijn zak en raapte hij zijn moed bij elkaar, en nog voor moeder “Onnozele drol, niet weer in mijn poepenhol!” kon krijsen, was het huzarenstukje reeds geklaard. Mooi, ‘t leven is mooi! Zolang de bok niet schiet in de aars van de geit. En zo was de conceptie een feit. De baarmoeder raakte tjokvol, haar hormonen sloegen op hol en de zakgrabbelaar werd stilaan hoorndol. Maar negen maanden, een kuub kots en een doorgescheurde scheur later, kregen ze dan eindelijk hun kili kili-kleintje. Een verfrommeld rozijntje met een schreiende snater. Het allermooiste mirakel, voorspeld door het heiligste orakel, veilig beschut door moeders omarmende tentakels. Héél de wereld ligt aan zijn babyvoetjes. Van Afrika tot in Amerika, vanop de Himalaya tot in de woestijn, zat men al jaren op uitgerekend dít kleine wonder te wachten. Alleszins, dat is toch wat de vertroetelende verwekkers van dat verwend wensje dachten.  “Wees welgekomen, onze allerbelangrijkste gast, op deze prachtige aardkorst! Waarschijnlijk heeft u na die lange reis vanuit Uterus City erg dorst. Geen paniek, we hangen u dadelijk wel aan een sappige melkborst. Wat een toeval zeg, dat u van álle mogelijke ballen en bollen in dit uitzichtloze en uitdijende universum net deze bobbelbal er heeft uitgekozen! Heeft u een voorspoedige reis gehad? Geen last van een jetlag? Hopelijk heeft u geen kougevat, zo in uw bloot gat. Kom hier, dat ik u even toedek. Wees gerust, u zal niks tekortkomen in het hotel van uw dromen! Over dromen gesproken, wat hoopt u zoal tijdens uw aards verblijf tegen te komen? Want hier gaat het leven áltijd over rozen! Rozengeur en maneschijn, mijn liefste vriend. Alles en iedereen is fijn en niks of niemand doet u pijn, want enkel dát heeft u verdiend! Ik ben er zeker van dat u het aangenaam vertoeven zal vinden in ons all inclusive, exclusief, halfgaar en ietwat raar resort. U zal smullen en genieten, al uw wensen vervullen en de hoofdvogel afschieten, tegen een oogverblindend mooi decor. Heeft u op dit moment al dringende vragen? Nee? Prima, kleine prins, dan zal ik nu uw bagage naar de bel-etage laten dragen. Aha, hier zijn ze dan, uw persoonlijke gastheer en -vrouw! Dankzij hen wordt u op uw wenken bediend en staat u nooit ofte nimmer in de kou. Als er iets of niets is, dat maakt in feite geen fluit uit, geef dan gerust een gil of een krijs, gebaar of wijs, en zij toveren het tevoorschijn. Wees gerust, ze zijn te vertrouwen. Er komen heus geen onverwachte apen uit hun ondergekwijlde mouwen. En ook voor liefde, drank en spijs moet u bij hen zijn. Het paar draait vaak afwisselende shiften en het enthousiasme druipt er misschien niet altijd van af, maar ze staan 24 op 24 voor u paraat, ook al zijn ze doodop en pompaf, om zich hen ervan te vergewissen dat het goed met u gaat. Maak u dus maar geen zorgen, want er wordt continu voor u gezorgd. Uw koningssuite is uitgerust met een op maat gemaakt park. De tralies werden aangebracht voor uw eigen veiligheid. Vanbuiten doet het misschien wat denken aan een gevangenis, maar eenmaal binnen wilt u dat geborgen gevoel nóóit meer kwijt. Ongetwijfeld heeft u uw nieuwe knuffelvrienden al opgemerkt: de honingbeer, de bananenaap en het langoorkonijn. Geen zorgen, ze zijn aangenaam tam gemaakt en zullen voor áltijd uw speelkameraadjes zijn!  Schoonste schepsel des Heeren, gelieve mij te excuseren, maar is alles nog steeds naar believen? Indien het u enigszins zou plezieren, kan ik u voor morgen een interessant adres bezorgen. Daar kan u op papieren leren over de manieren van mensen en andere dieren. U hoort er mooie sprookjes vertellen, leert er snottebellen tellen en zelfs de basis van woorden lezen en catechese zullen ze zachtjes tussen uw hersencellen knellen. Spelend leren over de wondere wereld waarin we leven. Als u moe geleerd bent, kan u wat rusten. Als u moe gerust bent, kan u weer wat leren. Vrees niet, de innerlijke mens wordt niet vergeten, want ook levende halfgoden moeten van tijd tot tijd drinken en eten. Daarom vindt u er een lopend buffet van brikpakjes chocomelk, gemolken uit de uiers van bruine chocokoeien die buiten in het groene gras staan te loeien, en fruitsap, vergezeld van koekjes en fruitpap, nic’jes en nac’jes, en gezonde groentedrab. Mocht u zich overdoen tijdens de noen en overwegen om een plasje of een kakje te plegen, wees dan niet verlegen. Mevrouw de juffrouw komt met alle plezier uw bescheten bolle billetjes afvegen. Maar wat zie ik nu, kostbaarste klomp uit de ’s werelds diepste goudmijn, wordt uw stoeltje te klein en voelt de bepampering minder fijn? Dan wordt het misschien de hoogste tijd om te verhuizen naar een groter speel- en leerdomein! Graag iets actiever zegt u? En minder voorgeknabbeld eten op het menu? Geen probleem hoor! Wij zoeken naar een oplossing, daar dienen wij nu eenmaal voor. Als uw gastvrouw u al wat meer durft los te laten, kan u vanaf morgen dagelijks autoloos en autonoom, met uw drie-min-één-wieler, op uw nieuwe bestemming geraken. Met een hippe en blitse boekentas over uw schouders en een overvolle boterhamdoos aan boord, zwaait u vanaf nu al fietsend iedere ochtend naar uw ouders en trapt u op eigen krachten tot aan een nieuwe schoolpoort. Dankzij die dagelijkse inspanningen in de gezonde buiten zal u kanjers van kuiten en gezonde longen krijgen. Uiteraard zullen ze u binnen deze muren nóg slimmer maken dan u al was. Met úw capaciteiten wordt u gegarandeerd de primus van de klas! Hier kan u nog meer leren over het mirakel des leven, over fauna en flora, fysica en logica. Over andere landen en streken, over de verzorging van onze tanden en hoe die gekke Fransen spreken. Boeken over lang en langer geleden, alles netjes gedocumenteerd met tekst en tekening, van toen tot op heden. Wist-je-datjes over spullen en prullen om uw harde schijf met enen en nullen op te vullen. De wijze onderwijzers zullen u het rechte pad wijzen en álle geheimen van deze wonderbaarlijke wereld onthullen! De tijd vliegt als u zich amuseert. Zeker als u ook nog eens wordt getrakteerd op pure verwennerij van eigen makelij. U heeft mogen genieten van tongstrelende culinaire creaties van uw persoonlijke chef-kok. U bent gereisd naar onvergetelijke exotische locaties, veilig vervoerd onder moeders rok. U likte aan waterijsjes en mooie meisjes, ging op dure schoolreisjes en stond bovenaan puberale verlanglijstjes. Dag in dag uit werd u beschermd voor de loerende gevaren van buitenaf. Nooit heeft u zich zorgen moeten maken, nooit kreeg u een onverdiende straf. Iedereen heeft altijd zijn uiterste best gedaan om u op uw wenken te bedienen, maar nu wordt het tijd om op uw eigen benen te staan... en uw kamersleutel in te dienen. Beste oppergast, er is een moment van komen en een moment van gaan. Dat tweede moment begint te naderen. U heeft van zowat alles genoten dat we te bieden hebben, er zijn geen brochures meer over om door te bladeren. Heeft u al eens nagedacht over hoe u uw verdere tijd, vanaf morgen tot altijd, zou willen doden? Het is voor een hele poos, maar de opties zijn ein-de-loos! Wat denkt u van achtbaantester, vrijheidsvechter of advocaat? Hoewel, dat klinkt ondermaats, neem toch maar oliemagnaat. Ik weet het! Restaurantrecensent, frontman in een rock’n’roll band of de hoofdrol in een kaskrakende Hollywoodprent! Of toch liever superatleet, vrouwenmagneet of de goeroe van een crashdieet? De gereïncarneerde Peter Pan, de leider van de Ku Klux Klan, de president van Iran of simpelweg een modale brave huisman? Want weet u, alles mag en alles kan! Raar maar waar, de toekomst is maakbaar, uw dromen zijn aaibaar. Álles wat onmogelijk lijkt, ligt in feite binnen handbereik. Als u er maar hard genoeg voor werkt en in gelooft, worden uw gebeden gehoord. Beloofd! Adieu, vaarwel, auf wiedersehen, goodbye! Veel succes, zwaai zwaai, doe het goed man, en tot in den draai!” Patat! De hoteldraaideur smakt keihard tegen zijn onvakkundig afgeveegd gat. De echte wereld staat klaar om verkend te worden, zonder beschermengelen die zich met zijn problemen mengelen, zonder ouderlijke handjes boven het hoofd die zijn veiligheid waarborgen. Ondertussen is hij een grote jongen, even verstandig als zelfstandig, en van een verkeerd wereldbeeld doordrongen. Naïef en bedorven, plots een vat vol zorgen en niet gewapend tegen de uitdagingen van morgen. Met heimwee zal hij terugdenken aan zijn onbezorgd vijfsterrenverblijf. Met weemoed zal hij ondervinden dat de echte wereld hem ziet als een inwisselbaar nummertje, want in werkelijkheid heeft hij weinig om het lijf. Toegegeven, er zijn meer onzekerheden dan waarheden in het leven, maar dát staat buiten kijf. Hotel Mama is permanent gesloten. Vanaf vandaag staat hij op zijn eigen manke poten en wordt hij door de harde realiteit onverbiddelijk teruggefloten. Hij mag werken, hopen en geloven hoe hard hij ook maar wil. Voor niets gaat de zon op en buitenshuis is het koud en kil. Fabeltjes worden ontkracht, de slaap wordt uit zijn oogjes geveegd. Papa en mama hadden de wijsheid helemaal niet in pacht en hebben gemakshalve schuldig verzuim gepleegd. Dat de Kerstman, Sinterklaas en de Paashaas niet bestaan, kwam indertijd – in zijn kindertijd – al keihard aan. Nu is het hoog tijd om te leren dat Fluffy, het schattig wit troetelkonijntje, nooit is verhuisd naar een mooie boerderij, maar dat hij het zelf al smikkend en smakkend heeft opgepeuzeld, met zwarte pruimen erbij. En moet ge nu eens iets níet weten? Mammie droeg haar grote zonnebrillen niet enkel tegen de stralende zon, maar ook om de tanende plekken te verbergen, aangezien jaloerse pappie weleens losse handjes krijgen kon. Eigenlijk boterde het al jaren niet meer tussen die twee uit elkaar gegroeide individuen, hoewel ze leugentjes om bestwil en de schone schijn nooit hebben lopen schuwen. Want o wee als zoonlief ooit door zou hebben gehad dat er iets niet pluis was, met zijn doorsnee kwab hersens zou beseffen dat hij niet het magnus opus van de Schepper was. Dat hij meer noch minder waard en gevraagd dan elk ander kind op aarde was. Dat hij eigenlijk niet eens gemist zou worden als hij er nooit geweest was... Grote jongens wenen niet, ook al hebben ze verdriet. Wie weet ligt er met een beetje geluk nog wat leuks in het verschiet. Nu is het tijd om zelf te zorgen voor vier muren en een dak boven zijn hoofd, die hem beschermen tegen de krachten van de natuur en het jatgedrag van zijn gebuur. Hij moet op zoek naar voedsel en zal dit op de koop toe zelf moeten koken en kanen, iedere dag en om de zoveel uur. Hij zal werk moeten zoeken en zwoegen voor zijn geld, smart en leed moeten trotseren. Niemand heeft hem dat ooit verteld, dus zal hij het op de harde manier moeten leren. De rozengeur en maneschijn moeten plaatsmaken voor dagelijkse sleur en hartpijn. De dieren zijn niet langer aangenaam tam, maar bijten. De kogels van échte speelgoedgeweren penetreren dodelijk onze weke lijven. Er lopen gewetenloze criminelen rond, zonder een greintje spijt van hun feiten, en rotzakken met hun broekzakken vol lekstokken, die met hun fikken niet van kinderen kunnen blijven. De fonkelende medaille heeft een minder fraaie keerzijde, en na jarenlange zonneschijn staat hij nu, zonder paraplu, in de regen, waar niemand hem op voorbereidde. Want alles gaat kapot en iedereen gaat dood. Alle schoonheid vervaagt en vergaat langzaamaan, op deze alsmaar doldraaiende aardkloot. Ondertussen heeft hij het wel door, werd hij met zijn snotneus plat op de feiten gedrukt. Natúúrlijk loopt evenaar noch nulmeridiaan door zijn stinkend gat. Was hij dan helemáál van de pot gerukt? Hij ís geen mirakel, het leven ís geen vermakelijk spektakel, en niemand kan de sloop van zijn zelfgebouwde luchtkastelen ook maar een sikkepit schelen. In zekere zin is hij bijzonder, zoals ze dat ook zeggen over andersvaliden of mensen met een IQ van 70 of daaronder, maar hij is allesbehalve een wereldwonder. Feitelijk is niemand echt onder de indruk van zo een onbeduidende opdonder. In de ogen van papa en mama was hij uiteraard het summum der menselijke makelij. Ze droegen hem op handen, beten vaak op hun tanden, beschermden hem met hand en tand, en hielden hem angstvallig blij. Goede bedoelingen op overschot, daar twijfelt niemand aan, maar als later het echte leven met hem spot, zal hij dan zijn mannetje kunnen staan? Want weet, de toekomst is niet maakbaar, dromen zijn niet aaibaar. Hopen, naar boven staren en om Gods hulp smeken is lui, en daarenboven sterk overroepen. Bidden is nutteloos, want niemand zal naar uw jammerklacht luisteren. Dat generaties gepamperde gastjes zich groots wanen, zult ge mij niet horen roepen. Ik zal het hooguit eens in hun oortjes fluisteren. Terwijl ik stiekem probeer hun kamersleutel af te snoepen.

Junior
8 0

Een pakje geluk in retour

** DISCLAIMER **Elke overeenkomst met of gelijkenis op bestaande personen, gebeurtenissen, plaatsen en entiteiten berust op louter toeval. Alle personages, gebeurtenissen, plaatsen en entiteiten zijn fictief, ontsproten aan mijn fantasierijke brein. I. HASHTAG GROENE SMURRIE Zuchtend zette ze de kop matcha latte neer. Het smaakte haar niet. Waarom dronk ze die groene smurrie eigenlijk. Omdat de kleur zo goed paste bij de keramische mok van Atelier drinKop? Omdat de hashtag #mydailymorningmatcha keer op keer nieuwe volgers trok naar haar Parallel-account? Wie waren al die mensen trouwens, die zo geïnteresseerd waren in wat ze dronk en at, in haar leven, haar huis, haar kind? Die elke foto die ze online postte fanatiek becommentarieerden en die zo ijverig hartjes uitdeelden? Die haar vroegen waar ze die affiche had gekocht, waar ze dat topje vandaan haalde. Of erger, die haar citeerden bij een foto van hun pasgeboren kind dat ze inspiratieloos dezelfde naam hadden gegeven als haar dochter. Had Lennie dan toch gelijk? Ze zuchtte opnieuw en goot de koud geworden melkthee in de gootsteen. De mok spoelde ze meteen af onder het kokend water van de HotWater®-kraan. Als ze dit niet deed, zou de groene kleur een kring achterlaten en dat wilde ze liever niet, de kop had tenslotte 100 euro gekost. De prijs die je betaalde voor unieke, handgemaakte stukken. Unieke, handgemaakte stukken die blijkbaar ook in de kast stonden bij alle andere populaire Parallel-moms. Had ze het zelf gezocht? Ze dacht terug aan de woorden van haar boze dochter gisteravond. Dat ze het zelf gezocht had, had die kwaad geroepen voor ze naar haar kamer vluchtte. 11 jaar, en nu al een deur die met een harde klap voor haar neus werd toegesmeten. Ze begreep het niet. Ze had alles klaargezet voor de shoot in hun mooie hoekje, het hoekje met de hippe kamerplant, de authentieke rieten hebbedingetjes en het handgeknoopte regenboogtapijtje aan de muur, het hoekje waar ze altijd haar foto's nam. Ze had het nieuwste jumpsuit van TARARAboemKIDS toegestuurd gekregen via de supersnelle pakjesdienst DoH – Delivery of Happiness. Nog net voor de online launch. Dat mocht ze, of eigenlijk haar dochter, houden, in ruil voor één snel postje - of heel misschien twee- op Parallel. Maar het was niet gelukt. Leonoor was thuis gekomen van de dansles, had haar gevraagd of zij Uddy kende, maar ze was nog bezig met de laatste aanpassingen aan de opstelling en had haastig nee geschud. Een Ketnet-wrapper of zo, had even door haar gedachten geflitst, maar ze was vergeten te antwoorden. En toen wilde Lennie niet. Niet poseren, geen jumpsuit. 'Begrijp je het dan niet? Zie je het dan zelf niet?!' had ze gefrustreerd gevraagd toen zij begon aan te dringen. Maar ze begreep het niet, nee. Wat was er mis. Was er iets mis dan? ‘Toe, Lennie, ik wil geen ruzie. Ik wil gewoon een leuke foto.’ En toen dus die deur. Na een uurtje was ze opnieuw naar Lennies kamer gegaan om te horen wat er aan de hand was. Lennie had haar nog altijd met boze ogen aangekeken. Maar ze had wel gepraat. En veel. Bijna een monoloog. Ze had versteld gestaan, sinds wanneer was haar dochter zo vurig, waar had ze geleerd zo’n betoog te houden? Tegelijk boezemde alles wat ze had gezegd haar angst in. ‘Ik wil niet meer poseren voor jou en al zeker niet voor al je zogenaamde fans. Ik ben het beu dat je me gebruikt, ik ben geen product dat je kan verkopen in ruil voor hartjes en volgers! Het is allemaal zo fake, mama, zo nep. N.E.P. Jouw wereldje is nep. Vorige maand moest ik in de klas vertellen over wat mijn ouders doen. Moest ik uitleggen dat je een Parallel-mom bent en wat dat betekent. Wist je trouwens dat ze dat ook Para-mo noemen? Van ‘parano’, omdat je in een wereld gelooft die niet echt bestaat. En dat vind ik ook. Mijn klasgenootjes hebben ouders die dokter zijn, of grafisch vormgever, verpleger, leerkracht, boekhouder, pakjeskoerier. Allemaal echte beroepen. En ja, ik weet wel dat je jezelf iets anders noemt, maar, maar, maar … jij zit gewoon de hele dag op Parallel en bijna alle foto’s die je post zijn foto’s van mij. Ik wil dat niet meer! Ik doe NIET meer mee! Het is gewoon allemaal zo oneerlijk.’ En zo was ze weer bozer geworden, haar kaken rood van de opwinding. Eliza had er niets tegenin kunnen brengen, ondanks verschillende pogingen om het goed te maken. ‘Ik dacht juist dat je dat zo leuk vond?! Al die mooie kleren en dat toffe speelgoed, die gratis tripjes, daar was je toch blij mee, dat vond jij toch ook leuk?’ had ze geprobeerd tegen te werpen, tevergeefs. Lennie was vastberaden en ondertussen bijna woest. ‘Nee, dat vond jij leuk! En je moest het dan ook nog eens allemaal vastleggen op camera en delen met je stomme, parallelle wereld. Ik heb genoeg kleren, ik ben te oud voor speelgoed, en als ik op vakantie ga wil ik met mijn papa én mama samenzijn, niet doen alsof ik de tijd van mijn leven heb voor jouw lens.’ Eliza slikte. Meende ze dit echt? Was ze geen goede moeder geweest? Had ze haar dochter niet genoeg aandacht geschonken? ‘Okee, luister, ik heb een idee. Je bent inderdaad oud genoeg om je zegje te doen. Wat denk je ervan dat we in het vervolg samen beslissen welke spullen we aanvaarden en waarvoor je model wil staan? Lijkt dat je wat eerlijker dan?’ Het was de laatste, overbodige vraag en een totaal mislukte poging tot verzoening geweest. ‘Je begrijpt het dus echt niet! Het is oneerlijk omdat het niet echt is!’ had Lennie gebulderd. Opnieuw werd de deur met een knal toegegooid, vergezeld van een luid ‘Vergeet het! Ik neem ontslag! En laat me nu met rust.’ Gekwetst had Eliza het jumpsuit met een kapstokje aan de deurklink gehangen. Zij was stilletjes naar haar wekelijkse les “Drie uur lang Mindful aan Yoga denken” vertrokken en toen ze half en half ontspannen terug thuis kwam, sliep Lennie al. Ze had niet gemerkt dat de kapstok niet meer aan de deur hing. Voor ze zelf ging slapen, had ze zich nog afgevraagd of ze raad zou vragen aan haar Parallelfriends met dochters, maar ze was te moe. En diep in haar binnenste was er iets beginnen knagen, iets wat ze niet, of nog niet meteen, wilde delen.     II. DELIVERY OF HAPPINESS Ze vulde haar kop opnieuw, deze keer met gewone, ouderwets gezette koffie waar ze geen foto van trok. Was dit misschien het begin van de puberteit? Ze had ergens gelezen dat die steeds vroeger begon. Of had Lennie terecht kritiek, had ze ergens wel gelijk ... Eliza’s bestaan daverde op zijn grondvesten als ze die gedachten toeliet en verder exploreerde. Ja, natuurlijk was ze zich bewust van het feit dat duizenden onbekenden hààr dochter misschien beter kenden dan hun eigen kind. Maar er was toch nooit iets gebeurd? Ze kreeg alleen maar positieve reacties. Op die enkele tientallen van jaloerse Para-mo’s na. En ja, soms had ze al eens spullen aanvaard van merken met een dubieus verdienmodel of weinig aandacht voor duurzaamheid. Iets waar ze volgens haar bio nochtans zoveel belang aan hechtte. Maar dat ging geen kat checken, toch? En nog ja, ze wist wel dat haar feed geen uitbeelding van het echte leven was, maar dat was net haar missie: mensen doen dromen. Ze was er dag en nacht mee bezig, in tegenstelling tot wat veel mensen, nu ook haar eigen dochter, dachten. Contracten onderhandelen met merken die haar of Lennie wilden sponsoren, statistieken bijhouden over haar account, verslagen maken van wat acties opbrachten, foto’s nemen en bewerken, interessante captions bedenken … Het voelde als een fulltime job. Ze moest dringend een naam bedenken voor wat ze deed. Content Creator of zo, dan zou Lennie misschien weer naar haar opkijken. Of nee, beter nog, Dream Maker, dat paste meer bij de ongeschreven richtlijnen van de Parallel-community. Een betere wereld, een droomwereld. Parallel – where dreams become reality. Het geluid van de deurbel schudde haar wakker uit haar overpeinzingen. Ach nee, dat zal Elvis al zijn. Haar vaste DoH-koerier, haar persoonlijke geluksbezorger. Hij kwam ongetwijfeld het ongedragen jumpsuit weer ophalen, de afspraak was dat ze het zou retourneren als er binnen de 12 uur geen foto en filmpje op haar Parallel-account met 22.783 volgers was verschenen. En dat was dankzij Lennie dus niet gelukt. Tara, de bezielster en Relationship Marketeer van TARARAboemKIDS, had Elvis zonder aarzelen opgebeld en gestuurd, daar was ze zeker van. Jammer, Lennie had er anders prachtig mee gestaan, daar was ze van overtuigd. En het had haar zeker en vast nieuwe volgers opgeleverd. De kaap van 25.000 lag in het verschiet, nieuwe bronnen van inkomsten binnen handbereik. Maar dat waren zorgen voor morgen. Tot haar grote wanhoop was het jumpsuit vanmorgen verdwenen. Ze kon het nergens meer terugvinden en Lennie beweerde bij hoog en bij laag dat ze het niet had, al zou ze het wel graag verbrand of in duizend stukjes verknipt hebben, gewoon om haar te pesten, had ze er fijntjes aan toegevoegd. Elvis leek niet op dé echte Elvis en bezat ook geen greintje rock & roll. Hij heette zelfs niet echt zo, maar omdat zijn echte naam door niemand juist werd uitgesproken, hadden ze er bij DoH niet beter op gevonden dan hem Elvis te noemen. Ook op officiële documenten, zoals zijn dagcontracten en wekelijkse loonfiches of tijdelijke werkonderbrekingen wanneer er niet genoeg bestellingen binnenliepen. In de bedrijfsbingo, waar alle koeriers hun geleverde aantallen en opgehaalde retours om ter snelst moesten aanduiden, had hij wel zijn eigen nickname mogen kiezen, maar was hij gewoon Elvis gebleven. Hij moest de dingen niet nodeloos ingewikkeld maken. Zo moeilijk was zijn echte naam nochtans niet, vond hij zelf. Of zijn ouders, die nog in Bangladesh woonden. Udakendawala Siri Kerinkalabankara. Uddy voor de vrienden. Maar hier noemde iedereen hem Elvis. Echt leuk vond hij dat niet, als hij eerlijk was. Zijn vrouw en twee dochters zeiden dat hij zich niet mocht laten doen, dat hij voor zichzelf moest opkomen. Maar hij had een kostbare job waar tientallen anderen voor in de rij stonden, en die hij absoluut niet mocht verliezen. Het was vandaag op de dag exact zes maanden dat hij aan de slag was als leverancier van Happiketjes, kleine pakketjes Happiness, geluk in een doosje. Nog even en hij hoorde bij de anciens. Onder de koeriers van de afdeling Happiketjes was er veel concurrentie, maar de Chief Happiness Officer noemde dat gezonde competitiviteit. Zo zouden de geluksbezorgers hun Happy Targets sneller halen, beweerde hij, en wanneer ze die haalden kregen ze een Happy Bonuspunt.  Wanneer iemand 9.563 bonuspunten – de CHO hield niet van ronde getallen, Elvis had geen idee waarom – had verzameld, kon die doorstromen naar de afdeling Instant Happiness. Dat was next level, zoals de CHO het noemde. Volgens hem won DoH daar de race tegen de klok, iets waar hij erg trots op was en waarin ze zich onderscheidden van andere pakjesdiensten. De Instant Happiness Drivers kregen ’s morgens vroeg, om iets voor 5u, de barcode van hun Instantpakje samen met het adres van de Lucky One. Dan hadden ze welgeteld 199 minuten om de bestelling op te halen en af te leveren. Als ze binnen die tijd de handtekening van de bestemmeling hadden geregistreerd in hun HappyTargets-app, kregen ze 1 bonuspunt. Een pakje afleveren in een daarvoor voorziene grote brievenbus telde niet. Niemand wist hoeveel bonuspunten je moest halen om door te stromen naar de volgende afdeling. Niemand wist wat die afdeling was. Niemand had dat level ooit ‘unlocked’, had de CHO hen samenzweerderig toegefluisterd tijdens een van de maandelijkse HappyTogethers, een soort van verplichte borrel voor de medewerkers, goed voor de teamspirit, maar waar ze wel hun eigen drankje moesten betalen en die zonder uitzondering buiten de werkuren door ging. Ze moesten er ook hun uniform aanhouden, dat ze overigens elke avond in de wasmachine hoorden te steken, want een onberispelijk voorkomen was een van de vereisten om bij DoH aan de slag te mogen. Op een van die borrels had de CHO de bedrijfsbingo geïntroduceerd en dat bepaalde sindsdien het thema van elke bijeenkomst. Het was een spel dat ieder voor zich speelde, niemand begreep hoe het bijdroeg aan de teamspirit en niemand voerde een ernstig gesprek omdat daar geen tijd voor was. Ook al had Elvis de indruk dat er best wat sympathieke mensen onder zijn collega’s waren, toch miste hij op die momenten zijn vrouw en dochtertjes het hardst, meer nog dan wanneer hij alleen in zijn Pretcamionet zat op weg naar alweer een gelukzak die op dat moment vol spanning op zijn pakketje zat te wachten. Elvis vond het soms wel wat vreemd, al die pakjes Happiness die in enorme vrachtwagens in het magazijn geleverd werden en dan weer zo snel mogelijk de deur uit moesten. En altijd maar bij dezelfde mensen terechtkwamen. Mensen die er soms zoveel van hadden, dat ze pakjes terugstuurden. Of de Happiness was toch niet in de kleur die ze graag wilden, of de Happiness had een kreukje, een barstje, een hoekje af, of ze beseften dat ze al ergens eenzelfde pakje Happiness hadden staan. Toch stond hij erop de best mogelijke service te bieden, en zijn glimlach was daar het toppunt van. Die werkte bij elk van zijn toegewezen 57 Lucky People, zijn vaste adressen, behalve bij Eliza. Waar hij nu voor de deur stond.   III. ONGELUK(S)ZAK? De minimalistische aluminium voordeur ging langzaam open en inderdaad, daar stond Elvis voor haar op het net aangelegde tuinpad. Eliza probeerde te glimlachen, maar het lukte haar maar half. Elvis daarentegen lachte breed, maar leek zich ongemakkelijk te voelen. 'Mevrouw', stamelde hij,' please, ik voel me echt ashamed. Ik kan het kado niet aanvaarden. Ik geef het terug, please.' Hij wilde haar een plastic zak overhandigen. Ze was verbaasd. Ze kon niet volgen. Ze zei niets. ‘Welk cadeau heb ik hem in hemelsnaam gegeven’, probeerde ze in gedachten naarstig te achterhalen. Maar ze had hem geen cadeau gegeven, zelfs nog nooit een fooi, want dat moest niet bij DoH, op hun website stond uitdrukkelijk vermeld dat ze hun geluksbezorgers goed in de watten legden met een marktconform loon en extralegale voordelen, zoals privégebruik van de Pretcamionet aan een supervoordelig tarief en gegarandeerd verlof op maar liefst 2 feestdagen per jaar. Plots bekroop haar een naar gevoel, een gevoel van onrust. Hier klopte iets niet. ‘Hier, mevrouw Eliza’, zei Elvis nogmaals. ‘Neem dit terug, please.’ Houterig strekte ze haar arm uit om de plastic zak aan te nemen. Ze wist nog steeds niet wat dit was. Ze haalde er een verfrommeld bolletje uit en vouwde het open … Ze stond perplex. Het jumpsuit van TARARAboemKIDS. ‘Maar … hoe, hoe’, stotterde ze. ‘Ik dacht dat jij deze kwam ophalen?’ bracht ze moeizaam uit terwijl ze het kledingstuk tussen twee vingers in de lucht liet bengelen. Hoe kwam hij hieraan? Had hij ingebroken en berouw gekregen, was hij daarom teruggekomen? Was dit een stomme grap? Een of andere candid camera? Ze keek snel rond, maar er was buiten het bestelwagentje van Elvis geen auto te zien, geen mens te bespeuren op straat. Was dit iets van, haar adem stokte bij de mogelijkheid, was dit iets van Lennie? Een soort van wraakactie? ‘Ik vrees dat ik het niet begrijp, Elvis. Hoe kom jij hieraan? En moet je geen retourzending komen ophalen dan?’ ‘Ik nog geen melding gekregen, mevrouw. Ik kom dit alleen maar terugbrengen. Mijn dochter, Seri, krijgt dit van jouw Lennie. Maar wij mogen geen cadeaus aanvaarden van onze Lucky People. Ik mag mijn job niet verliezen, is te belangrijk voor mijn gezin.’ Eliza stond nog steeds stil in de deuropening. Ze begreep beetje bij beetje dat Lennie het jumpsuit aan Elvis’ dochter had gegeven, maar ze had geen idee hoe die twee elkaar kenden en waarom Lennie dat had gedaan, was het puur om haar te pesten? ‘Mevrouw’, begon Elvis opnieuw. Ook hij stond nog op dezelfde plaats. Hij merkte dat Eliza van niets wist.  ‘Mag ik maybe een klein minuutje binnenkomen?’ Hij wist dat het tegen de regels van DoH was, maar hij moest deze situatie rustig kunnen uitleggen en zijn job redden. Zijn CHO zou dit niet te weten komen, zolang hij het maar goed aanpakte. Dat ging niet op de stoep of het tuinpad. Hij moest kunnen zitten om te denken hoe hij zijn gedachten in Nederlandse zinnen kon verwoorden.     IV. 20.000 HARTJES VOOR @welcomeintherealworld Dit had ze niet zien aankomen. Elvis in haar keuken. Haar persoonlijke geluksbezorger. Ze besefte nu pas hoe hol dat klonk. Hoe ze het nooit in vraag had gesteld. Van gelukszoeker naar geluksbezorger. Maar zonder dat geluk zelf te krijgen. Een lijdend voorwerp van geluk. Ze schrok van haar plotse cynisme. Misschien was Elvis juist heel gelukkig. Dat zou ze hem zeker eens vragen, de volgende keer dat hij aanbelde. Nu bleef het bij ‘Wil je graag wat koffie?’, terwijl ze al een kop van het oude servies uit de kast haalde. ‘Ik heb nog staan, het is geen moeite hoor’, voegde ze snel toe. Hoewel ze niet de indruk wilde wekken dat ze géén moeite wilde doen, ze dacht gewoon dat hij niet zou willen dat ze moeite zou moeten doen. Zonder Elvis’ antwoord af te wachten, schonk ze een kop in en zette die voor zijn neus. Zelf nam ze een slok van haar koud geworden koffie. ‘Thank you, mevrouw Eliza’, zei Elvis. Een lange stilte volgde, maar ze durfde geen vragen meer stellen. Hij zag er gespannen uit, geconcentreerd ook. Misschien zat hier nog wel een goed verhaal in voor haar account, wie weet. ‘Nee’, sprak ze zichzelf streng en geluidloos toe, ‘nu even niet.’ ‘Mevrouw, ik weet niet of u weet dat uw dochter en mijn dochter, mijn Seri, goede friends zijn. Ze zitten samen in de klas bij juf Gemma. Uw Lennie heeft mijn Seri heel goed geholpen met Nederlands. Op dinsdag zij volgen samen een seminar na school, iets over people en maatschappij. Daar moeten ze een eindwerk voor maken. Zij willen graag kiezen mij als onderwerp. Mij en mijn job. Daarom mochten ze mij interviewen. Ik heb alles honestly verteld, ik ben trots op mijn werk, maar mijn werk is zwaar. Dat heb ik ook verteld. Uw dochter was boos, niet op mij, maar omdat ik zo hard moet werken voor zo weinig geld. Uw Lennie wil dit veranderen. Zij schreef een letter naar DoH. Wel slim, ze heeft niet mij genoemd omdat ze weet dat ik niet wil mijn job verliezen. Uw Lennie is een heel goede, slimme meid. Maar nu heb ik wel een ander problem.’ Eliza viel compleet uit de lucht. Waarom had Lennie haar niets verteld? Niets over Seri, niets over haar Nederlands, niets over het seminarie, terwijl ze op dinsdag na school naar de dansles ging! Dat dacht ze toch. Ook niets over het werkstuk, niets over haar interview met Elvis, de brief naar DoH. Helemaal niets. Ze hadden toch een goede band? Ze waren vriendinnen! Haar handen trilden, snel klemde ze haar kopje vast. Bij haar weten had Lennie Elvis nooit gesproken. Of was zij telkens te druk bezig geweest met unboxing video’s van de Happiketjes, terwijl Lennie nog aan de deur stond? Ze had het nooit gemerkt. Een misselijkmakend schuldgevoel bekroop haar. Ze rilde, ze schudde haar hoofd om de gedachten weg te jagen. Het lukte niet. Waar was ze al die tijd mee bezig geweest? Elvis dacht opnieuw diep na en ging dan moedig verder. Lennie was gisteravond laat naar hun huis gekomen, ze had aangebeld en hij had opengedaan. Hij was verbaasd om het late bezoek, maar voor hij iets had kunnen zeggen, was ze naar binnen gestormd, de trap op, Seri’s kamer in. Ze had een plastic zakje bij, hetzelfde zakje dat hij nu aan haar had gegeven. Even later was ze weer weg, zonder plastic zakje. Hij was naar Seri’s kamer gegaan om te vragen wat Lennie was komen doen, maar ze was nog huiswerk aan het maken en dan wilde hij haar niet storen. Toen hij ging slapen, was het licht in haar kamer uit en lag ze stil in bed. ’s Morgens was Seri al heel vroeg in hun kamer gekomen, met een kleine stem had ze gevraagd of ze even konden praten. Ze vertelde dat ze een cadeau had gekregen van Lennie, een prachtige jumpsuit. Lennie had haar gezegd dat het als dank was voor het interview. Seri was in de wolken. Ze had het aangetrokken en Lennie had enkele foto’s genomen. Toen ze weer weg was, had ze op internet gezocht naar de website van TARARAboemKIDS, misschien kon ze daar nog meer leuke dingen kopen om aan te doen. Ze had zo weinig leuke kleren, vooral afdankertjes van haar grote zus. Toen had ze ontdekt dat het jumpsuit 180 euro kostte. Ze was enorm geschrokken en had niet kunnen slapen. Elvis en zijn vrouw waren ook geschrokken. Elvis mocht onder geen enkel beding cadeaus aannemen van zijn Lucky People, zijn klanten. Hij moest dit zo snel mogelijk terugbrengen, ook al deed hij zijn dochter er erg veel verdriet mee. Hij had haar plechtig beloofd dat hij dubbel zo hard zou werken, dat hij binnenkort wel naar de Instant Happy-afdeling zou mogen, dat hij zou kunnen sparen om een even mooi cadeau voor haar te kopen. Seri bleef maar snikken, het brak zijn hart. ‘Er is nog iets’, had ze gefluisterd. ‘Lennie heeft een foto gemaakt van mij en die heeft ze op de Parallel-account van haar mama geplaatst. En ik zag net dat daar 17.856 hartjes op zijn gekomen.’ Ze begon nu echt te huilen. Elvis had een golf van paniek voelen opkomen. ‘Wat heeft Lennie gedaan? Mag ik die foto zien? Kan je die nu meteen laten zien?’ Hij was ondertussen rechtgestaan en beginnen ijsberen door de kleine kamer. Seri had haar oude telefoon gehaald en de Parallel-app geopend. De foto van haar in het nieuwe jumpsuit stond bovenaan. 19.978 hartjes al. Elvis ogen waren als knikkers in een flipperkast over het onderschrift gevlogen. “Ik, Lennie, krijg een jumpsuit van bijna 200 € in ruil voor een foto. Mijn kast hangt vol mooie, nieuwe kleren. Mijn vriendin Seri krijgt een exemplaar dat misschien 5 keer minder kost, maar waar haar papa een volledige dag voor moet werken. Ik maakte een werkstuk over Seri’s papa Uddy, onderbetaald en uitgebuit door een niet nader genoemde leverancier van instant en oplosbaar geluk. Uddy is een man van zesendertig. Hij woont sinds zeven jaar in België, samen met zijn vrouw en hun twee dochters, Seri en Elani, in een klein appartementje dat ze huren. Uddy doorliep na zijn aankomst in ons land een traject waarbij hij intensief Nederlands leerde. Hij kon daarna aan de slag als pakjesbezorger voor een van de grootste koeriers van Europa. Uddy werkt 6 dagen op 7, heeft nooit vakantie, behalve op 2 feestdagen per jaar die voor hem bepaald worden. Hij maakt erg lange uren en is de hele tijd onderweg. De werkdruk ligt hoog, hij moet steeds meer pakketjes op steeds minder tijd bezorgen. De baas van zijn bedrijf heeft een villa met zwembad in een groene, rustige omgeving, een huis in de heuvels op Ibiza, een Porsche en een Range Rover in de garage en een maandloon van een bedrag van 5 cijfers, zonder komma. Uddy niet. Uddy werkt na zes jaar nog steeds met flexibele dagcontracten, tijdelijke werkonderbrekingen zonder vergoeding en een schamel inkomen van 8 euro per uur. Uddy huurt zijn wagen van, jawel, zijn werkgever. Uddy heeft geen tijd om een account aan te maken op Parallel, Uddy heeft geen hippe ballonnenslingers in pastelkleuren wanneer zijn dochters verjaren, Uddy besteedt geen maandloon aan een weekendtrip, laat staan aan de nieuwste collectie van dat ene coole merk, en Uddy heeft nog nooit een pakje teruggestuurd. Uddy droomt van een betere wereld voor zijn dochters. En wij gaan hem daarbij helpen.  Morgen post ik het interview integraal op de account @welcomeintherealworld. Stay tuned.” Elvis had zijn lichaam zachtjes voelen ontspannen. Bij DoH wist niemand dat hij Uddy heette, wat een geluk. Lennie had niemand getagd. Hij had een diepe zucht geslaakt. Maar hij moest haar wel op tijd stoppen. Als ze meer bekend maakte, konden ze hem misschien wel opsporen en zou hij op staande voet ontslagen worden. Dus had hij samen met zijn kleren ook zijn stoutst mogelijke schoenen aangetrokken, had hij de gps tracker op zijn app uitgezet en was hij naar Lennies huis gereden. En nu zat hij hier aan de keukentafel, het hele verhaal te doen in zijn beste Nederlands. Eliza was in shock. Ze had sinds haar matcha latte vanmorgen nog niet gecheckt of ze nieuwe volgers of meer hartjes had in Parallel, ze was te veel bezig geweest met haar gedachten en Lennie. In trance stond ze recht en liep ze naar het aanrecht waar haar telefoon lag. Met een vingerafdruk deed ze het scherm oplichten. Het meldingenvenster flikkerde onophoudelijk. Ze duizelde. Met een bang hart opende ze Parallel. Daar stond de foto. Lennie had haar account gehackt. Ze moest weer gaan zitten. Keek opnieuw. 21.563 hartjes. Ze klikte door op @welcomeintherealworld. Daar stond dezelfde foto, meer niet. Geen hashtags, geen mentions, geen tags. En toch had het account al 38.400 fans, meer dan wat zij verzamelde op 9 jaar. Ze zag de 24 gemiste oproepen van Tara van TARARAboemKIDS. Negeerde ze. Het liefst van al wilde ze dat Elvis wegging, dat ze terug in bed kon kruipen, opnieuw wakker kon worden, dat dit alles niet gebeurd was. Ze wist dat dat niet kon. ‘Wat nu?’ bracht ze dan maar uit, met een knik in haar stem. Elvis aarzelde. Haalde adem. ‘Mevrouw, ik zou u durven vragen om de foto te deleten. Ik ben zo afraid om mijn job te verliezen, ik wil dat niet, ik moet misschien andere job zoeken, maar eerst moet ik geld verdienen voor my family.’ Van de zenuwen begon hij meer Engelse woorden te gebruiken. ‘Sorry, mijn Nederlands is not perfect.’ Eliza wuifde flauwtjes met haar hand. ‘Je Nederlands is echt heel, heel goed’, sputterde ze tegen. ‘En wil je maybe aan Lennie vragen dat ze alle mentions van mijn naam en van DoH weglaat uit het interview?’ ging hij nederig verder. ‘Ze is een smart girl, ze wordt beroemd en belangrijk. Ik vind het okay als zij ons interview laat lezen, maar ik mag, nee, ik moet … hoe zeg je dat, anoniem blijven?’ Eliza knikte robotachtig. ‘Please mevrouw Eliza, beloof mij dat u het echt gaat regelen. Ik zal u zo dankbaar zijn.’ Ze legde haar hand op de zijne en keek in zijn ogen. Die waren groenbruin met een spikkeltje goud in, dat had ze nooit gemerkt. Ze had nooit echt naar hem gekeken. ‘Sorry, Elvis’, zei ze, ‘ik bedoel, sorry, Uddy, het spijt me echt enorm. Ik ben niet vriendelijk geweest, niet goed voor jou. Ik wist niet dat je eigenlijk niet Elvis heet. Ik wist niet dat je een dochter hebt, dat ze bij Lennie in de klas zit, ik heb nooit gevraagd hoe het met je ging en of je misschien zin had in een kopje koffie. Ik dacht alleen aan mezelf. Dat ga ik niet meer doen. Ik ga dit voor je regelen, ok? Je kan mij en Lennie vertrouwen.’   V. TIJD OM NIEUWE BALLONNEN OP TE BLAZEN Elvis is weg. Uddy is weg. Eliza laat zich, telefoon in de hand, achterover zakken in de zachtroze sofa. Ze is doodmoe, maar haar hart gaat tekeer als een razende. Op minder dan 24 uur tijd is haar wereld, de wereld waar zij negen jaar lang in kon wegdromen, waarin ze haar vrienden had, waarin ze zich belangrijk voelde, waarin ze íemand was, op minder dan een etmaal is die wereld niet meer dan een leeggelopen, van kleur verschoten ballon. Haar imago is aan diggelen geslagen en ligt in duizend stukjes op de vloer. En dat allemaal door haar eigen, slimme, fantastische dochter. Haar dochter met het grootste hart, het hart dat zij zo lang minder aandacht schonk dan al die virtuele hartjes, hoe kon ze zo stom zijn? Lennie heeft gelijk, verdomme, ze heeft zo hard gelijk. Alles wat zo bekend en vertrouwd aanvoelde, is weg. En tegelijk is ze zo gelukkig, zo gelukkig dat ze niet kan stoppen met huilen. Terwijl de tranen over haar wangen rollen, opent ze Parallel, scrollt ze naar de foto in kwestie, negeert ze de tienduizenden hartjes. Ze klikt op het bewerkingsicoontje naast de foto. Ze klikt op ‘Verwijderen’. “Bent u zeker dat u deze foto wil verwijderen? Het is uw foto met de meeste hartjes ooit.” Eliza’s duim blijft even hangen boven het scherm. Zo'n mooie foto. Ze laat haar duim zakken. Ze tikt het scherm aan. Ze klikt op ‘Ja’.  Een seconde lang is het scherm zwart. Dan verschijnt de vorige foto. Haar laatste “dailymorningchai”. Ze lacht, even groen als de smurrie die ze ziet. Ze verwijdert haar account, zonder enig bericht aan haar volgers, gewoon zomaar, ze lacht, nu echt, ze gooit haar telefoon in de zetel en loopt met rechte rug de trap op en de gang door tot Lennies kamer. Deze keer zonder jumpsuit. Deze keer met haar hoofd in de echte wereld. De wereld die een betere plek moet worden voor iedereen. Voor alle Seri’s en Uddy’s om te beginnen. Voor Lennie. ***EINDE*** ©circusbulinski  

Lady Bulinski
31 1

Courage

Langzaam valt de nacht. Iedere keer opnieuw. Dag na dag. Het uitzicht blijft gelijk. Windmolens, spoorwegen, silo’s en boten. Kranen bewegen zich dansant verder. Hun koppen, met verlichte ogen, als voorhistorische dieren. Traag maar statig spiedend naar prooi. Water klotst heen en weer in een door ruwe mannenhanden gehouwen kuip. In de met modder bedekte bedding zit troosteloos een visser op een krukje. Vislijn in het water, sigaret in de mond. Eindelijk rust, denkt de visser. Zelfs nu het donker is zit hij daar als een versteende pilaar, druppeltjes somberte parelen van zijn vissershoedje. Wanneer hij omkijkt dreigt de eeuwige stilstand. Het gevaar zit hem op de hielen. Ik kijk, zoals iedere avond, uit het raam. ‘Den Dries’ is stilgevallen. Geen verkeer onder de straatlantaarns. Hoogstens opwaaiend stof in de greppel. Een zwerfkat laat zichzelf uit. Daar schuift een boot door het gebeuren. Contouren van mensen bewegen zich vloeiend over het dek. Vuurrode aspuntjes lichten zo nu en dan op. Ze grijpen het leven waar iedereen machteloos toekijkt. Roken als daad van protest tegen de eenzame uren benedendeks. Verder zwaaien windmolens. Tientallen windmolens zwieren hun wieken flikflak heen en weer. Het lijkt een dans. Eenzame hyena’s die spoorslags verder wieken met het kapmes op vinkenslag. Zoevend gebrom. Dat gebrom lijkt een symfonie. De weeë geur van geronnen papier en verdorven gist vult de ruimte die er nu, meer dan ooit, uitziet als een zwart gat. Uiteindelijk blijft alleen het geluid nog over. Symfonie van geklak en geklok. Zo lang de nacht zijn deken spreidt deinen wij hier aan land ook mee op het ritme van onzekere wereldreizen van olietankers uit Panama en containers uit Canada. ‘Den Dries’, ik proef de woorden, ik proef de naam: ‘Mijn Dries’. Ik hou van deze plek. Ik hou van wie hier woont. We zijn paljassen, allemaal. We hebben niets. Wat fabrieken, meer niet. Daar werken we. In shiften. Allemaal. Sommigen hebben geprobeerd te ontsnappen. Sommigen zijn mislukt, maar we hebben ze allemaal in de armen gesloten. Keer op keer. Dat doen wij. Wij snappen de poging en respecteren die. Van vader op zoon, van moeder op dochter ook, je blijft hier. Er is geen ontsnappen aan. Uiteindelijk hebben we het allemaal minstens overwogen. Sommigen misschien maar een keer. We hebben allemaal gefantaseerd om het zeegat in te duiken en te kiezen voor eindeloos blauw en straatlengten eenzaamheid. Dat leek ons beter dan hier te blijven waar iedereen op je huid zit. Waar we als een soort koor ons leven in pertinente samenzang overleven.

Thomas De Mulder
74 1

De vijf ingrediënten...

De klap kwam harder aan dan ze verwacht had. Nadat de schrijfcursus gisterenavond was afgelopen, was ze als een vat adrenaline in bed gesprongen. Procrastinatie was absoluut niet een van haar eigenschappen en ideeën had ze zat! Pas na enkele uren was ze uiteindelijk toch in slaap gevallen. Als huiswerk moesten ze iets maken met de vijf ingrediënten. Nou, dat zou een makkie worden. Ze overliep nog eens wat ze tot nog toe al had bedacht. Locatie. Een romantisch restaurantje? Nah, een exotisch eiland was beter. Wuivende palmbomen, zachtjes aanrollende azuurblauwe golven en een nagelwit strand dat afgezien van hun ligstoelen, parasol en een handvol verdwaalde papegaaien compleet verlaten was. En een groot strandlaken. Extra large. Personage. Een man. Een lange, gespierde, gebruinde man. In een spannende zwembroek. Definitely. Antagonist. Hihihi, daar hoefde ze niet over na te denken: dat was ze zelf! Uiteraard. Tijd. Jee, wat zou ze zeggen? Met geniepige oogjes en een smeuïge glimlach bedacht ze dat ze volgende week wel een paar daagjes tussen de ontplofte afspraken in haar agenda kon wurmen. Spanning. Oh, ze had voldoende input om de dingen met hem spannend te maken. Meer dan genoeg… Ze kreeg het al warm. Héél warm. Ze zag het al helemaal voor zich! Maar wat ze in haar dagdromen níét had gezien, was de ijsplek op het fietspad. En het was te laat om hem te ontwijken. Daar lag ze dan, in een ondiepe gracht, haar mond net niet vol met bevroren modder. Nou, de zonsopgang vanuit kikvorssperspectief was anders ook niet mis. Al lagen de bevroren bulten nu ook niet bepaald comfortabel. Voor ze het wist staarde ze in diepe, donkere ogen, die verbonden waren met de stevige armen die haar in één ruk uit haar geïmproviseerde prinsessenbed trokken. Oh... My... God… Had ik vanochtend dan toch maar mijn wenkbrauwen bijgewerkt, verfoeide ze zichzelf, terwijl ze met haar mooiste glimlach zijn aandacht naar haar gestifte lippen probeerde af te leiden.

Tinkelbel
13 3

De Afgekapte Woordenstroom

Het deed niet eens pijn toen de woorden uit zijn binnenste gezogen werden. Alleen de opgedroogde tranen op zijn wangen en het lege gevoel in zijn mond waren bewijs voor wat er niet meer was.Een acteur zonder stem, wat was zijn waarde nog? Er waren geen woorden meer die zich achter zijn tanden zouden schuilhouden, geen poëzie meer die over zijn tong zou rollen, geen verhalen meer die tussen zijn lippen zouden fluisteren. Hij zou nooit meer op het podium kunnen staan terwijl zijn woorden hem verbonden met het publiek. Het publiek, wat ging hij hen missen. Het enthousiaste geklap zal hij nooit nog kunnen horen tot in de coulisse, want hij had niks meer te bieden. Zijn lichaam was nu alleen nog maar een huls waar de kunst ooit in gewoond had. Nu zat Tamiel op de rand van het podium waar hij net zijn stuk heeft gespeeld. Het was toen hij in de coulisse stond en het publiek smeekte om hem nog eens te zien dat zijn toekomstige vertellingen van hem afgenomen werden, recht in de muil van het monster, Aictopil. Tamiel zag het ding nog steeds op zijn netvlies branden wanneer hij zijn ogen sloot. De lelijke groene huid die tegen hem leek te praten alsof de al genomen stemmen hem wouden waarschuwen. Maar de kreet van het hongerige monster zorgde ervoor dat alle geluiden verloren gingen. Tamiel had al van het monster Aictopil gehoord. Natuurlijk, iedere kunstenaar kende het verzinsel van het monster dat passies at. Het ding maakte jonge kunstenaars monddood en niet alleen acteurs, als hem, leden eronder. Aictopil at elke kleine vlam van een nieuwe kunstenaar op om zichzelf te verwarmen. Aictopils slachtoffers bleven leeg en koud achter en zouden nooit meer een nieuw vuur aanwakkeren.Hij had nooit geloof gehecht aan het monster dat alleen bestond in de vertelling van een ander. Noch verwacht dat het hem naar de keel zou grijpen. De lichten gingen uit. Het publiek zou nu wel in de lobby staan, om nog een glimp te kunnen opvangen van de acteur die hen met zijn woorden emoties had laten ervaren waarvan ze dachten dat ze die nooit konden voelen. Maar deze woorden, die verwikkeld waren met zijn ziel, zijn verloren gegaan in de donkere muil van Aictopil.Tamiel zou willen schreeuwen tegen de duisternis die hem nu omringde. Hij haatte het verlies van zijn eigen gave en hij haatte het dat het monster passies van andere kunstenaars zou blijven eten.Moest hij nu iemand worden die zielloos, zonder eigenheid, de maatschappij dient? Welke rol zou hij moeten innemen nu Aictopil met wetten en decreten zijn kunst het zwijgen had opgelegd?Nee. Dat de leegte zijn lichaam overnam, betekende niet dat hij alles waar hij voor gewerkt had, moest opgeven. Tamiel wist dat hij niet kon blijven zitten. Hij zou zijn komende voorstellingen nog spelen en daarna zou hij zelfs nog nieuwe maken! Tamiel ging rechtstaan. Het podium voelde nog steeds als een tweede thuis. Hij had hier zo vaak gestaan dat hij precies wist waar de coulissen overgingen in het podium en waar het podium op zijn beurt het publiek bereikte. Hij kende de woorden van zijn monoloog van voor naar achter en van achter naar voor, dat was altijd zijn sterkste kant geweest. Hij moest dit alleen omzetten in iets waarbij hij zijn stem niet kon gebruiken.Hij zette een stap naar links, zoals hij altijd deed in het begin van zijn monoloog, maar nu was er alleen een stilte wanneer hij zijn mond in de vormen van de woorden bewoog. In zijn hoofd klonk zijn stem echter luid en duidelijk en zijn lichaam reageerde, wist wat het moest doen.Tamiel gooide zijn armen in de lucht alsof hij zich overgaf aan het verdriet van zijn verloren passie. Maar hij draaide zich weg, zoekend naar de kunst die nog steeds in hem aanwezig was. Zijn longen brandden meer bij iedere beweging, zijn ademhaling versnelde, zijn voeten stapten op het ritme van de beklemtoonde woorden en zijn handen legden accenten op onzichtbare leestekens. Hij gaf zich over aan het gevoel één te zijn met zijn lichaam, één te zijn met de kunst. De bewegingen vloeiden uit zijn lichaam alsof hij nooit iets anders had gedaan. Hoewel hij altijd zijn eigen stem zou missen, de kunst heeft een stem die zich op verschillende manieren laat horen.

Hanne Vandormael
0 0

De Parel der ontwetendheid

Er was eens een parel… Dan zul je misschien denken, een parel? Maar dit is niet zomaar een parel. Het gaat om de bijzonderste en meest unieke parel van de geschiedenis die alleen te vinden in het oerwoud der mysterie.  Waar ook Atlantis zich schuilgaat. Men zegt dat het verhaal van Atlantis slechts een fabel is, om te voorkomen dat de stad zou worden gevonden. Volgens hen is Atlantis dus nooit ten onderen gegaan. De mensen leven er tot de dag van vandaag nog. Atlantis bevindt zich dus in het oerwoud der mysterie, waar de parel ook is.  De daadwerkelijke  koningin van Atlantis genaamd Alana, was een hoogmoedige alleenstaande vrouw die alle parels van de zee wilde. Op een dag was ze het zat, ze wilde iets  spectaculairder. Een aantal weken later kwam de Farao van Egypte op bezoek, om haar ten huwelijk te vragen. Hij bood haar een geschenk aan, uit een van de piramides van zijn overgroot opa die hij van hem had geërfd. Ze mocht zelf een kijkje nemen in de schatkamer van de Piramide. Via een geheime doorgang dat meteen leidde tot de schatkamer. Eenmaal aangekomen kon  Alana niet geloven wat ze zag. Op een toren vol gouden blokken hing een beeldschone parel aan het plafond. De ruimte waarin ze waren had geen kroonluchter nodig want de parel bevatte al het schoonheid dat je maar kon bedenken. “Ik heb gehoord over uw verzameling van parels, maar mijn vader vertelde me dat u bent gestopt.” Zei de farao van Egypte. “Neem me niet kwalijk,”  zei de koningin en ze ging meteen af op de glimmende pracht van de parel. Men zegt dat de verleiding van hebzucht zich op een afschuwelijke wijze vergoot, waardoor je geen oog meer hebt wie je daadwerkelijk lief had. De koningin pakte de parel en ze lachte. Haar gezicht kreeg een andere gloed. Ze was bezeten door de egoïsme. De farao grijnsde en was trots op de doel die hij had bereikt. Haar ogen straalde slechts naar het verlangen van de parel. Op het moment dat een persoon de parel aanraakt, is er geen enkele weg meer terug. Die avond arriveerde de farao in het rijk van Atlantis. Hij vertelde met tranen aan de vader van Alana dat ze voor een ander pad gekozen had. “Ze werd misleid, en nu wil ze nooit meer terug,” Wat de Farao niet vertelde was dat er een vloek heerst over de parel die ze had meegenomen. Maar De farao wist zelf ook niet alles over de parel. “Mijn lieve Alana, mijn waardevolste schat.” Huilde de koning. De koning huilde en huilde, totdat hij stierf van verdriet. De farao nam zijn troon over en heerste over het rijk van Atlantis. Tot op het heden is er niemand uit het volk die weet hoe het is afgelopen met de koningin van Atlantis. Waar de parel naar verlangt is de zee. Wat al helemaal niemand weet is waarom er zo’n onwijs intense schoonheid berust op de bijzondere parel. De reden hierachter heeft te maken met het feit dat deze parel niet zoals de rest is. Wat deze parel uniek maakt is niet alleen de verleiding en de absurde schoonheid, maar de parel zou volgens de oudste boeken van het oerwoud der mysterie een gedaanteverwisseling ondergaan op het moment dat het de oceaan instapt. De parel verandert tot een jonge beeldschone zeemeermin van slecht 15 meerminnenjaren oud, wat te vergelijken is met 10 mensenjaren. De jonge meermin is de jongste dochter van de koning van De diepe Zee. Slechts een aantal meerminnen beschikken over deze bijzondere gave. De jonge meermin genaamd Ariël had besloten om een manier te vinden om toch egoïstische mensen te laten straffen. Haar moeder de voormalige koningin van De diepe zee is op jonge leeftijd overleden door een stelletje vissers die haar probeerde te vangen met hun afschuwelijke net. Ze vingen haar niet… maar de koningin overleed. Ze stikte door het net dat om haar hals gewikkeld zat. Het hele koninkrijk van de Diepe Zee rouwde van verdriet. Twee jaar later stierf haar oudste zus. Ook door mensen. Ze stikte in het plastic dat zich bevond in haar voedsel. Sindsdien heeft de jonge meermin ervoor gekozen om mensen van het land  te straffen. De mensen van tegenwoordig begeren steeds naar meer en verwoesten de oceaan. Een paar jaar later maakte de Farao een strandwandeling op het prachtige Griekse eiland. Op een gegeven moment liet een tak hem struikelen waardoor hij op zijn rug viel. Wanneer hij eenmaal overeind kwam trok iets zijn aandacht, alsof een magneet hem trok, dieper de zee in. Hij ging op z’n gevoel af en liet zich in  zee in slepen. Wat hij niet wist was dat de parel der onwetendheid was aangespoeld op het strand, hij raakte het aan toen hij struikelde en zonder dat hij het door had slipte de parel in de textiele kledingstuk dat gewikkeld was om zijn  lichaam. Eenmaal boven water snakte de Farao naar adem, de golven waren zo hoog dat hij de horizon van de zon nog net niet kon zien.  Het duurde niet lang meer voordat de hemel zich bedekte met een donkere gloed en zijn prachtige schitterende sterren. Zijn overlevingskans was zo goed als kansloos, maar hij voelde zich trots, hij was zeer tevreden. De Farao haalde zijn hand boven water, de parel de bijzonderste parel van de geschiedenis glom in zijn handpalm. De druppels water gaven de parel nog meer schoonheid. En nu is de parel eindelijk bij hem. Dacht de Faro.  De parel en hij zouden terug gaan naar waar ze behoren. Samen gingen ze naar de diepste bodem van de zee.   Laat je niet vergissen door  egoïsme. En laat je niet verleiden door het geen dat je zult moeten vermijden. En onthoud…. Wees goed voor de zee en haar vissen, want anders zullen we u voorgoed moeten uitwissen.   En de parel zal weer aanspoelen wanneer dat nodig is……

Noor.b
35 4

De slag

Verslagen staart ze voor zich uit. Daar zit ze dan, te midden van het slagveld, omringd door niets dan verwoesting. “Survival of the fittest,” denkt ze bij haarzelf. Ze probeert zich te focussen en de chaos die haar omringt te negeren. Ze probeert orde te krijgen daar waar het overzicht volledig verloren is. Het lukt niet. Ze is het noorden kwijt. Volledig gedesoriënteerd. Om haarzelf in gang te trekken, stelt ze zichzelf een vraag waarvan ze het antwoord al kent: “Hoe begin ik hier aan?” De bedoeling was om als antwoord over te gaan tot actie, maar in plaats daarvan eist een ander deel van haar hersenen haar aandacht op. Het kleine kamertje dat ze liever gesloten houdt, ergens achteraan in haar hoofd, opent weer ongevraagd haar deur. En opnieuw is er die stem die roept dat ze niet op haar plaats zit. Dat ze moet vluchten, en liefst zo snel als mogelijk. Weg van deze plaats des onheils. Weg van dit helse oord. Dit brengt zoals steeds een nieuwe vraag teweeg: “Waarom doe ik dit?” Het antwoord is er ooit wel geweest, maar is ze kwijt geraakt. Het was zoek en dat was al enige tijd zo. Het leek er ook op dat hoe meer ze het haar afvroeg, hoe minder ze het wist. Het grote waarom van wat ze deed ontging haar volledig. Het enige dat ze nog kon verzinnen was even eenvoudig als ontoereikend: het was haar roeping. En een roeping, die stel je niet in vraag, want daar is geen rationeel antwoord voor. Dat doe je, tegen wil en dank. Dus voerde ze maar uit wat ze moest doen, ook al was ze er van overtuigd dat ze het niet meer goed deed. Daar had ze dan weer geen twijfels over. Alles wat ze had geprobeerd te realiseren, was geëindigd in falen. Ze wou gewoon gelukkig zijn, maar wat voor reden had haar bestaan als ze geen voldoening meer haalde uit wat ze altijd dacht dat haar roeping was? Wat als je doel bereikt is, en het blijkt niet je passie te zijn? Niet alleen voelde ze zich inadequaat, ze verlangde ook naar meer. Naar anders. Dit kon het niet zijn. Ze had de finish zeker en vast nog niet bereikt. Maar ze kon niet meer. Ze was op. Alles rondom haar vrat alleen maar energie, zonder ooit iets terug te geven. Zij was van geen belang en niemand luisterde naar haar. Haar woorden werden steeds overstemd door het vreselijke gekrijs dat haar omsingelde elke dag opnieuw. Haar leven was niet meer dan een herhaling geworden. Een eindeloze lus bestaande uit negatieve emoties: pijn, ongenoegen en frustratie. Ze wouden allemaal haar aandacht, en nooit kreeg ze ook maar iets terug. Ze moest alsmaar geven, en niet één keer kreeg ze een “dank u” in de plaats. Alsof haar liefde gratuit is. Alsof het haar niets kost om dag in dag uit klaar te staan voor iedereen. Abrupt wordt ze uit haar gedachtestroom getrokken door een stekende pijn in haar borst. Ze kan ineens moeilijk ademen. Dat wat vanzelfsprekend was, wordt plots heel moeilijk. Gelukkig heeft ze hier ervaring mee en kan ze zichzelf kalmeren alvorens nog engere gedachten de overhand nemen. Ze sluit haar ogen en beheerst haar ademhaling. De pijn in haar borstkas ebt langzaam weg. Daar zit ze dan. Te midden van het slagveld, terwijl de vijand slaapt. Althans, dat denkt ze. Plots hoort ze iets achter haar. Schichtig draait ze 180 graden rond haar as, maar haar angstgevoel wordt al gauw getemperd. Het was Emiel maar. Ze kruipt moeizaam recht en plaatst haar twee handen in haar zij. “Wel, wat doe jij hier?,” vraagt ze autoritair. Zonder te antwoorden waggelt hij schoorvoetend naar haar, maar op nog geen halve meter verliest hij zijn fragiele evenwicht. Net op tijd kan ze hem opvangen. Ze vraagt zich af wat hij nodig heeft - ze hebben altijd iets nodig van haar. Terwijl ze hem ondersteunt vraagt ze opnieuw, nu enigszins geërgerd: “Wel, wat doe je hier?” Maar opnieuw antwoordt Emiel niet. Dit maakt haar vreselijk kwaad, woedend zelfs. Ze haat het om genegeerd te worden, maar ze weet dat ze kalm moet blijven. Ze moet altijd kalm blijven - dat is wat van haar wordt verwacht. Net voor ze haar vraag een derde maal kan stellen, reikt Emiel haar als bij wijze van antwoord een papiertje aan. Het papier is opgevouwen tot een soort enveloppe en ziet er uit alsof het een oorlog heeft mee gemaakt. Ze weet niet wat ze er van moet denken, en opent voorzichtig de enveloppe. Het is amper leesbaar, en vreselijk slecht geschreven, maar op dat bewuste blad staan de woorden die haar herinneren waarom ze dagdagelijks doet wat ze doet. Waarom ze elke dag de hel doorstaat, en waarom dit leven haar roeping is. Ze weet het weer, en ze kan er weer een dag tegen aan. En dat allemaal met 5 eenvoudige woorden: “Juf, ik hou van jou.”    

Iljavdb
8 1

Sneeuwwitje en de zeven vrijgezellen

Op een dag, een jaar of achttien geleden Stond Georges in de keuken met een mes Hij sneed groentjes voor het avondeten Want het liefst verloor hij een kilo of zes Buiten begon de eerste sneeuw te vallen Zag hij door het aluminium raamkozijn Terwijl zijn gedachten afdwaalden Voelde hij plots een stekende pijn Het bloed drupte van zijn vinger Langs zijn mes, op het kookeiland Snel nam hij een keukenhanddoek Daarmee droogde hij zijn bloedende hand En plots voelde hij een intens verlangen Naar een dochter, klein maar fijn Met rode lippen, een witte huid En haar zo zwart als het raamkozijn   De buik van zijn vrouw begon te groeien Ze werd naar het ziekenhuis gereden Daar kreeg hij zijn gewenste dochter Maar zijn vrouw was overleden Georges wachtte niet af, maar sprong in zijn wagen En racete als de bliksem naar huis Hij nam het mes, sneed in zijn vinger En wenste een nieuwe vrouw in huis Zijn gsm begon meteen te trillen En meldde een nieuwe match op Tinder Een tovenares had hem gevonden Dus stuurde hij een Uber naar ginder Wat later kwam ze toe met haar koffers En duizenden volgers op Instagram Ze maakte foto’s van iedereen Die naar Sneeuwwitje kijken kwam Elke dag nam ze honderden selfies En vroeg aan de gsm in haar hand Twitter, Facebook en Instagram Ben ik niet de mooiste van het land?   Zo kabbelde het leven verder Sneeuwwitje werd langzaamaan groot Tot op een dag een onbekend virus Iedereen bij zich thuis opsloot. Sneeuwwitje moest thuis les volgen En maakte een account op TikTok aan Ze had meteen tienduizend volgers Dat kon haar stiefmoeder moeilijk aan Zo pijnlijk van de troon gestoten Bedacht ze een naargeestig plan Toen Sneeuwwitje buiten joggen ging Belde ze een klusjesman Die installeerde nieuwe sloten Op alle deuren van het huis Sneeuwwitje kon nu niet meer binnen En haar mobieltje lag nog thuis   Met haar vader in het buitenland Was ze helemaal alleen Ze beet op haar lip en dacht diep na Waar ging ze nu het beste heen? Het virus waarde in de stad Daar bleven alle deuren dicht Dus wandelde ze naar het bos En veegde de tranen van haar gezicht Ze wandelde tot ze durfde Bij een huisje aan te bellen Toen de voordeur open ging Stonden daar zeven vrijgezellen Met vier mochten ze in één huis En hier woonden ze al met zeven Maar omdat ze zo betoverend was Vergaten ze de regels even   ‘Wat ben je mooi,’ zeiden de mannen ‘Lust je soms een kopje thee? Het is warm in de woonkamer En de koers is op tv’ Sneeuwwitje zuchtte opgelucht En ging met hen mee naar binnen Maar toen de politie kijken kwam Konden ze niets beginnen Een lockdownfeest, oordeelden zij Iedereen kreeg een zware boete En Sneeuwwitje, het arme kind, Zou naar het politiekantoor mee moeten Gelukkig reed de prins voorbij Hij liet haar meerijden in zijn Lexus En na tien dagen quarantaine Kreeg ze van hem haar eerste kus  

Caroline Van Steenbergen
0 0

Viktor

Op een zaterdag in 2011 besliste Viktor zijn mes met aardbeienconfituur niet schoon te vegen aan zijn witte boterham. Hij plantte het tuig in het bestekmandje van de vaatwasser en probeerde in zijn baan naar de trap de diagonalen van de koude vloertegels te tekenen met zijn blote dikke tenen. Bij het horen van de kreunende trap kreeg hij plots spijt van zijn vrolijke bewegingen. Alsof de oude treden hem probeerden duidelijk te maken dat verbeelding niet aan de orde was, dat de toekomst wel zou oordelen of hij zulke frivoliteiten mocht verderzetten, niet het heden.  In zijn kamer opende Viktor de bovenste bureaulade en nam de brief die twee jaar geleden zijn wereld op z’n kop zette. Het was een donderslag bij heldere hemel geweest, die als een echo bleef kaatsen in zijn puberende hoofd. Hij opende het geruite papier dat hij ooit in de vuilnisbak vond. Minuscule vezels dwarrelden doorheen een straal ochtendzon naar beneden; de brief was het niet meer gewoon zich ontvouwd te voelen. Nog steeds waren het deze letters die Viktor aan het blokjesparket nagelden. Hoewel ze aan zijn moeder waren gericht, las híj de woorden van zijn vader.  De man schreef dat hij spijt had, spijt dat hij haar had verlaten, spijt dat hij toen vooral bang was om vast te roesten, bang voor het gewone, de sleur die hij steeds duidelijker afgetekend zag rondom zich. Hij vroeg om de draad na al die jaren weer op te pikken, het te proberen, en of ze eens konden afspreken. Hij sloot af met naam, adres, email.  Viktor ademde weer. Dit is wat hij over zijn vader wist. Hij dacht niet dat zijn moeder het lef had hierop in te gaan, nee, dat zou ze nooit doen, gedane zaken namen bij haar geen keer. Maar Viktor wou meer. Hij zou met hem afspreken, in naam van zijn moeder. Die man moest toch weten dat hij een zoon had? Dat hij wellicht net voor de zwangerschap de vlucht koos. Hij moest toch weten dat het gewone niet altijd een sleur blijft, maar steeds beweegt en soms vervliegt, net als water.  Viktor klapte zijn computer open.  -  Het routeplan dat Viktor voor het opstappen van de loketbediende had gekregen, vertoonde na een rit van een uur en twaalf minuten nieuwe grenzen. Na tig keer vouwen en ontvouwen werden stad en noordwijken in vlakken verdeeld die dreigden te scheuren. Het plan toonde straten waar hij nog nooit was geweest en hun namen kwamen niet overeen met wat Viktor door het bekraste glas zag. De bus trok zich in de met fabrieken volgestouwde Lijsterlaan ronkend op gang naar de laatste halte, samen met Viktors hoop zijn biologische vader alsnog te ontmoeten. Hij zal zich toch niet bedacht hebben? Het eindstation naderde en de laatste medepassagier was zonet verdwenen. Zou híj zich vergist hebben van lijn? Hij nam immers niet vaak de bus en wanneer hij het deed volgde hij simpelweg zijn vrienden.  Telkens Viktor in de achteruitkijkspiegel keek, kruiste zijn blik die van de bestuurder. Toen de man vertraagde en bruusk zijn uitgestoken kin richting Viktor draaide, schudde Viktor haastig zijn hoofd. Hij wou niet stranden aan de laatste halte. De man plantte zich mompelend weer in zijn vertrouwde positie, keek een laatste keer naar de spiegel en zette de bus aarzelend in beweging. Misschien kwam hij pas helemaal op het eind? Net zoals hij al die jaren niets van hem liet weten. Viktor dacht aan wat zijn vader gisteren nog mailde. Hij zou pikzwarte schoenen dragen met daarboven een donkergrijze kostuumbroek en wit hemd.  En toen zag hij het. Ze waren er altijd geweest, de zwarte schoenen. Vol onwetendheid hielden ze om beurten alles in beweging. Hoe kon hij dit over het hoofd hebben gezien? De dienstlichten van de bus waren al gedimd, maar in Viktors hoofd werd alles helder. Was hij het nu? Een man wiens grijze hoofd door de jaren heen steeds dichter naar het grote stuur plooide. En wat nu? Moest hij opstaan vanuit zijn loge om deze arme man van het toneel te halen, hem de deur uit te trappen en de straat opstampen? Moest hij hem werkelijk vertellen hoe de vork in de steel zat? Of moest hij alles laten zoals het was en bleef de man enkel achter met de ontgoocheling zijn oude liefde niet te hebben ontmoet? De bus draaide de sorteerplaats op, schoof door bundels kille ledverlichting en sloot zich aan in een rij lotgenoten. Met ruwe bewegingen vulde de chauffeur zijn rugzak. Een witte roos werd geknakt door een nog zware brooddoos. Viktor scheurde het routeplan doormidden en wandelde met slome passen richting uitgang. 

de amechtige specht
19 1

Ergens tussen grijs en blauw

De dokter schudt haar hoofd."Ik ga eerlijk zijn met u mevrouw, ik had dit resultaat niet verwacht." zegt ze vanachter haar plexiglas scherm.Vorige week vrijdag was mijn eerste onderzoek in het UZ Gent van het nieuwe jaar.Mijn oogspieren werden getest en onderzocht.Ik keek al naar de deur omdat de meeste onderzoeken nog niet veel hebben opgeleverd.Waarom zou dit anders zijn. De dokter draait zich om en haalt er een tekening van het oog bij.De linkerbovenspier van mijn linkeroog, daar zit blijkbaar de schuldige.Al sinds september heb ik vaak een duizelig gevoel, alsof ik dubbel zie. Soms gepaard met misselijkheid.Maar de reden was tot nu toe, na talloze onderzoeken, onbekend.Het blijkt dus die ene spier te zijn die heeft besloten om minder te gaan werken.Waardoor mijn linkeroog bij het opzij- of opkijken net dat ietsje trager beweegt dan rechts.Met als resultaat dat ik alles even dubbel zie.Zeer vervelend bij het afdalen van een trap, wandelen of het bepalen welke auto echt is, dat kan ik u verzekeren.En dus doe ik bovenstaande activiteiten al even niet meer (het rijden) of onder begeleiding (het wandelen in een onbekende omgeving) of extreem traag zoals een waardige, oudere dame (trappen afdalen). Nu zit daar die dokter die kan verklaren hoe het komt.En ik heb even zin om een vreugdekreet te laten horen of haar te omhelzen ("Oppassen, Corona!" zou mijn zoon zeggen).Ik hoor jammer genoeg Murphy al op de deur kloppen en hij komt al om het hoekje piepen."En wat kan ik daar aan doen" vraag ik de dokter nog steeds redelijk vrolijk."Niet zo heel veel, vrees ik." blijkt het antwoord te zijn.Spieren kan je toch trainen, dacht ik in al mijn naïviteit. Alleen blijkt dat hier niet het geval. Ik pols naar wat er kan en van waar dit in godsnaam toch weer allemaal komt.Een bevredigend antwoord blijft voorlopig uit.Een operatie kan maar ze moeten overleggen.De dokter verdwijnt even in de magische overlegkamer met andere assistenten en de professor. Na een kwartier komt ze terug. Een prisma zou misschien een oplossing kunnen zijn.De dokter tovert een doosje tevoorschijn en haalt er een glaasje uit.Dat glaasje zal dan door een opticien op mijn glas worden gekleefd om te testen of het werkt.Het zal weer even wennen zijn, geeft de dokter mee maar het zou kunnen helpen.We maken afspraken over de verdere nauwe opvolging en het overleg dat zal volgen indien dit niet werkt.Tijdens mijn wandeling vandaag langs de vertrouwde route laat ik alles bezinken.Het prismaglas is besteld en zou er volgende week zijn.Ik ben hoopvol en wens van harte dat dit glas alles verhelpt.Het was ook een opluchting om toch van één ziekteverschijnsel de oorzaak te weten.Al weten we niet wat het veroorzaakt heeft of wat er volgt.Ik kijk naar de lucht tijdens de wandeling die van grijs zachtjes naar blauw overgaat. Zo voel ik me een beetje vandaag.Ergens tussen hoop en angst.

Alice Bremt
5 0

Het Sprookjes Café

 Dit verhaal speelt zich af wanneer alle kinderen liggen te slapen en alle sprookjesboeken zijn gesloten en de sprookjesfiguren vrij zijn om te gaan en staan waar ze willen. Vele van jullie denken dat een sprookje eindigt met “en ze leven nog lang en gelukkig”, maar dat is verre van waar. Zo neem ik jullie graag mee naar het sprookjes café waar menig prinses een rood wijntje drinkt tegen de rimpels en praktisch alle prinsen hun witte paarden laten rusten, terwijl ze van een biertje genieten. Trollen, wolven, dwergen, kabouters alles komt hierbinnen en verlaat het café wanneer het weer tijd is om lieve mensen kinderen in slaap te lezen.      Het café stroomt langzaam vol. Broeder Tuck schenkt iedereen bij, terwijl de schout de openstaande rekeningen bijhoudt.  Achterin spelen de trollen klaverjas en de wolven vermaken zich met een potje blaasvoetbal. De prinsen zoeken hun vaste plek aan de bar en op een enkele na is de club weer compleet.   ‘Proost! Op een weelderige avond!’ Met een perfecte witte grijnst steekt prins Eric zijn biertje in de lucht.Dat had je niet verwacht hé?!    De deur van het café vliegt open, waarnaar zeven kleine gezette mannen gehaast de vloer beginnen te vegen. En pas nadat de vloer blinkt in het kaarslicht, komen de drie beste vriendinnen binnenschrijden. Ach daar zijn ze de “belangrijkste” vrouwen voor het verhaal. Wist je trouwens dat de vader van Doornroosje de oom van Sneeuwwitje is en die weer de neef van Assepoester even als hun prinsen die weer schakeling familie zijn van elkaar…Nee… wist je dat nog niet? Ach niet belangrijk …zolang de kleinkinderen er maar ongeschonden vanaf komen…   ‘Hallo! Zou je het heel erg vinden om deze intro verder te skippen en gewoon te beginnen aan het verhaal?!’ sist Sneeuwwitje.Ugh prinsessen! Ze willen altijd maar in het “middelpunt” blijven… kan ik eindelijk mijn zegje doen komen die verwende nesten er weer tussen!    ‘BEN JE KLAAR?!’         (Eye-roll) (Adem in. Adem uit.)   (Schraap je keel!)    Ergens ver weg, diep tussen de bomen staat een huisje, lieftallig en klein, waar vogels tjirpen in de vroege morgen tot aan de schemerige maneschijn. Na vele jaren slapen zei de jonkvrouw heel gewoon:  ‘Als jullie het niet erg vinden ga ik zo naar mijn bedje toe, ik ben zo ongelofelijk moe…’ gapend staat Doornroosje op.Sneeuwwitje schudde langzaam haar hoofd en vertelde dat dat nog niet kon.  ‘Dat kan nog niet’ snauwt Sneeuwwitje.   ‘Maar waarom?’ Geïrriteerd ploft Doornroosje weer terug op haar stoel. Het grote nieuws, het was eindelijk daar, de prinsessen staarde belangstellend naar…    ‘Ik ben laat… ik ben laat, IK BEN VEEL TE LAAT!’ tierend van stress komt het Witte Konijn het café binnen gesprongen.Uhm… Konijn dit is het verkeerde sprookje…   ‘FIJN heb ik weer, nu ben ik nog later!’   ‘Wat nou verkeerd sprookje? Ik kan nog wel een nieuw trofeetje gebruiken!’ Geniepig stapt Gaston uit zijn duistere hoekje. ‘LEFOU! Pak mijn geweer!’ LeFou glundert trots, terwijl hij het opgepoetste jachtgeweer aangeeft.    ‘Niemand schiet als Gaston!’ zwijmelt hij.    ‘DOE NORMAAL!’ Krijsend gooit Belle haar boek op tafel, vol afkeur kijkt ze naar het tafereel dat steeds grimmiger wordt. Binnen een mum staat ze voor het vizier, zonder Gaston nog een blik waardig te gunnen keert ze zich om naar het Witte Konijn.    ‘Wat een schattig beestje ben jij,’ ze bekijkt hem van top tot teen, ‘wacht eens volgens mij heb ik weleens over jou gelezen!’ Lieflijk haalt Belle haar hand over zijn snuit.    ‘NÉÉ, ga weg!’ brult Konijn en met een woeste zwaai slaat hij haar hand weg.Konijn ik wil niet heel vervelend zijn, maar wij zijn hier bezig met een verhaal. Spring jij je konijnenhol weer in, dan kan ik dit verhaal even afmaken, zoveel tijd hebben we niet!   ‘Alsof ik hier tijd voor heb?! Heel de wereld staat op z’n kop en jullie zitten hier maar te niksen!’ Verwildert kijkt hij om zich heen. ‘Kom niet dichterbij! Blijf uit mijn buurt!’ Pardon... Konijn?   ‘Die is niet goed in z’n kop.’ mompelt prins Adam binnensmonds.   ‘Ja, wat is jouw probleem? Doe gewoon normaal makker.’ Alladin komt langzaam op het rumoer af, en seint dat iedereen zich rustig moet houden.   ‘Niks normaal, dit is het nieuwe normaal, blijf op afstand!' raast Konijn.Beste Konijn, we zitten hier gewoon gezellig bij elkaar voor dit verhaal, kom er dan gezellig bij. Neem wat tijd om rustig te worden voordat je weer “down the rabbit hole” gaat. Wacht… Kan het soms zijn dat je te lang bij de rups bent geweest? De lucht die je daar inhaleert is wellicht niet zo zuiver geweest.   ‘HA, die lucht daar is niet zuiver?! De lucht is op geen ene plek ter wereld meer zuiver, niet in de sprookjeswereld en zeker niet in de mensenwereld, zelfs het dierenrijk heeft het te voorduren. We gaan eraan! WE GAAN ER ALLEMAAL AAN!’ Okay…Nu ben ik ook de verhaallijn kwijt. Maar dan maken we er gewoon een nieuw verhaal van.Konijn vertel kort maar krachtig de inleiding, met niet zoveel woorden, want zoveel tijd is er niet.    ‘*@#$%^&^%$#@*! WE HEBBEN GEEN TIJD VOOR EEN VERHAAL! HET IS EEN STRIJD TEGEN DE KLOK, ZEKER NU MET DE AVONDKLOK! JULLIE MOETEN ALLEMAAL WAKKER WORDEN!!WE HEBBEN TE MAKEN MET EEN ONZICHTBARE VIJAND, DE DODELIJKSTE DIE ER BESTAAT!’ brult Konijn   ‘Dan moeten die vijand verslaan,’ bromt Jafar.    ‘Ik ga op onderzoek uit!’ Enthousiast stapt Alladin op zijn tapijt.   ‘YEAH,’ juicht Flynn ‘dan ga ik met je mee.’Dat klinkt als een spannende inleiding. Vorm een leger en bestrijd de vijand.   ‘Ow NÉÉ, dat is verboden! ALLES IS VERBODEN!’ gilt Konijn, ‘Geen samenscholing! Niet onnodig vliegen! Blijf op anderhalve meter! Was je handen stuk en draag een mondkapje! En geen alcohol meer! Ga in lockdown, SLUIT JEZELF OP!’ WAT DOEN JULLIE HIER NOG? HET CAFÉ MAG NIET EENS OPEN ZIJN! WE MOETEN HIER ALLEMAAL WEG, NIEMAND IS MEER VEILIG…’ krijst Konijn.   Panisch stormt iedereen het café uit.  Okay…Dat was echt heel kort… *@#^$! LOCKDOWN!   ...Einde...   

LindaMEvita
71 1