Zoeken

Als een blikseminslag bij heldere hemel

Charlotte ging naar de bibliotheek.  Ze zocht een verhaal dat zich afspeelde tussen liefde, droom, realiteit en bedrog.  Een leeg boek bood zich aan.  Aarzelend nam ze haar pen en begon ze haar eigen verhaal te schrijven alsof haar bestaansrecht ervan afhing. Haar eerste zin luidde als volgt: Ze had niet zien aankomen dat hij nog niet had bedacht hoe hij het voor elkaar moest krijgen om samen met haar op vakantie te gaan. Dit tartte elke verbeelding in haar. Doorheen de jaren dat ze samen fietsten, op stap gingen, elkaars teksten lazen,… had hij haar hart gestolen omdat zij zich nooit teveel of als een last had gevoeld.  Waaraan ze dat verdiend had, wist ze niet. Hij schonk haar meer en meer zijn vertrouwen. Haar zelfwaarde groeide. Zij was hem erg dankbaar.  Dat hij was gehuwd en een echtgenote had, leek daarbij weinig van belang. Zijn huwelijk was al jarenlang gereduceerd tot een praktische verstandhouding zonder vrijheden. Ondanks de bizarre en ongemakkelijke situatie, wilde zij onder geen geding hun contact opgeven. Het draaide later anders uit. Zij ging uiteindelijk helemaal mee overstag toen hij haar voor het eerst hemels kuste en niet enkel seks met haar wilde. Hij wilde zijn werk opgeven, verbouwingswerken realiseren, bedacht een naam voor hun bedrijf.  Aan lovende woorden, heerlijke momenten en cadeautjes ontbrak het evenmin.  Waar ze ook kwamen, anderen zagen hen als een liefdevol stel. Zij stroomde over van geluk.  Als twee tegenpolen van elkaar konden ze elkaar perfect aanvullen tenminste als er veel tijd en communicatie mogelijk was.  Door het gebrek aan beide werd weinig tot niets uitgesproken.  Juiste woorden, Onze Taal of Taalpost hielpen hierbij niet.  Haar opwinding was groot en zijn seks bleef erg daadkrachtig hoewel hij ‘het’ moeilijk bleef vinden? Dat verwarde haar.  Wat was ‘het’? Een werkbezoek en hun verblijf in Luxemburg overtuigde haar dat een liefdesrelaties niet voor hen was weggelegd.  Zij voelde zich afgewezen.  Hij werd er ook niet gelukkiger van… Ze zouden nog op vakantie gaan.  Oh, wat keek zij daar naar uit.  Eindelijk eens een bewuste tijd voor hen samen, tijd voor vragen, antwoorden, min- en pluspuntjes.  Niets tegen de klok of in functie van het werk . Op Onze Lieve Heer Hemelvaart, exact 40 dagen na zijn verjaardag, volgde de totale ontreddering bij het willen vastleggen van hun vakantiebestemming.  Hij was nog nooit op vakantie geweest en hoe moest hij dat nu aan boord leggen? Hij vertrok.  Zij bleef sprakeloos achter.  Einde vakantie.   Vijf dagen later een mailtje in haar mailbox. Nog nooit had hij iemand zo graag gezien als haar maar toch lukte het hem niet om weg te gaan van zijn eigen plek.  Voor hem was het allemaal te drastisch.  Nu stelde zich daar voor hem de drastische keuze van alles of niets zoals hij het zelf uitdrukte.    Met een ongelukkig mailtje hoopte ze alsnog om een totaal verlies te verhinderen.  Ze wilde minstens een waardig afscheid voor ze hem nooit meer zag of hoorde . Niets van dat alles volgde. Zij probeerde hem en de gebeurtenis te begrijpen. Niets kon hij van de ene dag op de andere in de realiteit waarmaken zonder iets te doen.  In dromen kan alles.  In de realiteit kunnen mensen stap voor stap bouwen aan hun droom.  Was hij daar ooit mee bezig geweest? In de werkelijkheid speelde hun droom zich af binnen zijn levensgareel.  Nooit uit de maat zoals het ritme van een Zwitserse klok.  ‘Alles’ betekende voor hem zijn nestje, ooit opgebouwd met ‘de’ echtgenote.  Zijn leven was zijn werk, fietsen en dure consumptiegoederen verbruiken.  Hij ging Robert Marchand achterna, verslond werkgerelateerde boeken en werkte tot 10 uur per dag.  Het ging hem voor de wind. Zijn liefde was zijn kat, ….  Charlotte niets. Wat betekende zij voor hem? Van begin tot eind bleef het voor hem moeilijk om stappen te zetten in de richting ‘verandering’.  Hij koos voor onveranderlijke veiligheid. Waartoe liefde leidt is lijden als moed en durf ontbreekt.  Zij verzamelde van hem gekregen spullen.  Zette haar hoed op, koppelde haar handbike aan en vertrok richting postkantoor.  Zou ‘de’ echtgenote haar postpakket openen?   Ann Stuckens 23-01-2020  

Ann Stuckens
40 0

Bernard

Bernard kijkt omhoog en fronst zijn wenkbrauwen. Het ongezellige licht van de tl-lampen in de rechtszaal doet pijn aan zijn nog vermoeide ogen. Hij heeft slecht geslapen vannacht. Dat heeft hij altijd als hij de avond voordien met de fles whisky geen maat weet te houden. Helaas heeft hij het goedje nodig om zijn brein te bedaren. Als hij geen borrel drinkt, dan slaapt hij helemaal niet. Bernard pulkt geërgerd aan de vest van zijn grijze maatpak. Hij haat zijn job. Al meer dan veertig jaar is hij Procureur des Konings, terwijl hij eigenlijk liever onderzoeksrechter wilde worden. Een mens zou voor minder chagrijnig in het leven staan. Mocht hij opnieuw kunnen beginnen zou hij alles anders aanpakken, maar met zijn pensioen in zicht is dat de moeite niet meer. Hij zal deze dagelijkse geseling nog wel een paar jaar uitzitten. De dag is voor Bernard zoals altijd slecht begonnen. Omdat zijn wekker niet was afgegaan, is hij vanmorgen met zijn roestige Jaguar in zeven haasten naar de rechtszaal geracet. Het is dinsdag en het verkeer zat tegen. Dat is trouwens altijd zo op de tweede dag van de werkweek. Bernard heeft iets tegen dinsdagen. Het is de dag waarop je het weekend alweer vergeten bent en een volgend weekend nog te ver weg is om al naar uit te kijken. In de rechtszaal zitten aardig wat mensen. Bernard zucht en vouwt zijn handen. Een sigaret zou deugd doen. Normaal rookt hij er altijd een net voor hij de rechtszaal binnengaat, maar door het verschrikkelijke verkeer was dat daarnet niet gelukt. Bernard zucht nog eens, nu dieper dan daarnet. Dat deze rotdag maar snel voorbijgaat.Er heerst een irritant geroezemoes in de rechtszaal vanmorgen. Vooraan zitten vier jonge vrouwen op een rij. Ze zien eruit alsof ze allemaal net op audiëntie zijn geweest bij de paus. Met hun fletse kleren en witte kraagjes lijken ze een beetje op de duiven op de trappen van het gerechtsgebouw waar Bernard hekel aan heeft. Ze fluisteren tegen elkaar en kijken af en toe in zijn richting. Bernard wordt er een beetje ongemakkelijke van en kijkt snel wat in het rond. Het valt hem op dat er opvallend veel vrouwen in de ruimte aanwezig zijn vandaag. Zelfs de drie rechters zijn van het vrouwelijke geslacht. Vreselijk vindt Bernard dat. Rechters horen mannen te zijn. Toen hij hier begon in de jaren zeventig zaten er nog échte rechters. Charismatische mannen met baarden en brillen. Tegenwoordig loopt het op het parket vol met van die arrogante dellen. Als ze jong zijn, dan zijn ze nog hups en aangenaam om naar te kijken. Zo een lekkere mokkel die voorbij je glazen bureau komt geparadeerd in minirok op stiletto’s, dat is toch genieten. Jammer genoeg zijn er ook de meer belegen modellen. Eens de vijvenveertig gepasseerd is alle frisheid verdwenen bij zo een wijf en is ze nog bezwaarlijk sexy te noemen. Daarbij liggen vrouwen hun talenten elders en hebben ze niets te zoeken op het parket. Ze zijn hier zeker beland zijn door al de bullshit die ze op de televisie zien. Walgelijk wat de media zich tegenwoordig allemaal permitteert. Bernard mist de tijd waarin Walter Zinzen en Alain Coninckx nog op televisie kwamen. Twee echte venten met kennis van zaken. Bernard heeft een hekel aan de huppelkutten die tegenwoordig zijn scherm vervuilen. Hij herinnert zich dat hij op een blauwe maandag eens per ongeluk bij het zappen op zo’n televisieserie was gestoten waar een getormenteerde actrice probeerde in zich in te leven in zijn job. Veel weet hij er niet meer van, alleen dat hij in die vijf minuten dat hij ernaar keek meer procedurefouten zag dan er ooit mogelijk waren in het echte leven. Positief was wel dat die roodharige sprinkhaan van een actrice een verdomd lekker lijf had.In de rechtszaal wordt het geroezemoes steeds luider. De vier vrouwen op de eerste rij zitten Bernard nog steeds venijnig aan te staren. Hun keurig opgemaakt ogen lijken hem te willen doorzeven. Bernard glimlacht naar hen in een poging om hun sympathie op te wekken. Hun blik is al even gemeen als die van Mireille die hem tien jaar geleden had achtergelaten. Zijn vrouw had dan wel niet gekozen voor die verschrikkelijke depressie, toch voelde Bernard zich in de steek gelaten door haar na haar zelfmoord. Hij voelt zich ook tekortgeschoten als man, alsof hij Mireille op geen enkel vlak had kunnen geven wat ze nodig had. Dat frustreert hem danig. Daarbij kwam ook nog eens dat hij vanaf toen ineens alleen moest zorgen voor dat kleine kreng, hun dochter Hannelieze. Alsof hij, Bernard Vanboven, hardwerkende magistraat, niets anders te doen had. Op een dag had hij zijn dochter bij een ruzie zo’n ferme mep verkocht dat zijn handafdruk duidelijk zichtbaar was op haar aangezicht. De dag erna was ze voorgoed naar Leuven vertrokken. Dat is twaalf jaar geleden nu. Hannelieze, moederskindje tot en met, heeft Bernard de dood van haar moeder nooit vergeven. Ze liet ook geen kans onbenut om Bernard daarop te wijzen. Misschien is het wel beter zo. Zo hoeft hij niet altijd opnieuw te worden herinnerd aan Mireille en de verschrikkelijke beslissing die ze maakte op die mooie zomerdag in juli. In de rechtszaal vraagt de rechter om aandacht door driemaal met haar hamer te slaan. Bernard schrikt op uit zijn gedachten. Hij haalt zijn gevouwen handen uit elkaar en wrijft met de palmen over zijn bovenbenen. De stof voelt ruw aan. Hij voelt zich zenuwachtig. Vreemd, denkt hij, ik heb me hier in deze ruimte nog nooit zo gespannen gevoeld. Hij ademt een paar keer diep in en uit en knippert mij zijn kraalogen. Daarna strijkt hij met beide handen even door zijn volle grijze haardos. Zijn hartslag daalt en hij voelt zijn winnaarsmentaliteit weer de kop opsteken. Gelukkig maar. De rechter schraapt haar keel en steekt van wel: ‘Meneer Vanboven, als u er klaar voor bent dan kunnen wij starten met het volgende deel van deze zitting. Aan u het woord.’Als de rust zelf gaat Bernard staan en kijkt even opzij. Die vier schijnheilige duiven houden hem nog steeds nauwlettend in het oog. Daarna kijkt hij vastberaden naar de drie rechters. Hij twijfelt even, maar zegt dan toch met kordate stem: ‘Ik heb nooit, ik herhaal nooit, mijn vier stagiaires hier aanwezig ongewenste tekstberichten gestuurd, noch ongepast seksueel gedrag gesteld in hun bijzijn.’  

Ans DB
0 0

De revolte van de Rudi's

"Dag Rudi", zei ik. Pas op, niet tegen mezelf, zo erg is het niet gesteld. Ik sprak een bevriende Rudi aan die van een koffie genoot in het etablissement dat we beide frequenteren. Ik kreeg van hem krek dezelfde begroeting. "Wij Rudi's komen allemaal uit dezelfde generatie", stak hij meteen van wal. Het was niet voor het eerst dat hij dit vertelde. "Mijn ouders haalden hun inspiratie bij Rudi Altig, een Duitse wielrenner. Hij won heel wat koersen in de jaren '60". "Ik weet dat Rudi Carrell thuis soms op de tv verscheen", zei ik. "Een Nederlander die vooral in Duitsland populair was. Ik vermoed dat hij er voor iets tussen zit. Afijn, wat mijn naam betreft natuurlijk", lachte ik. "We zijn dus eigenlijk halve Duitsers", lachte de andere Rudi. "Klopt helemaal", antwoordde ik. "Zwei kaffee bitte", zei ik in mijn beste Duits tegen de patron. Maar het klopt wat Rudi vertelde. Toen wij jong waren, zat er in elke klas een Rudi. In onze klas zelfs twee. Het is een speciale band, dat zal u begrijpen. Maar de dag van vandaag worden er bijna geen Rudi's meer geboren. Wat is er mis met Rudi? De top van populaire voornamen bestaat uit 'oude' namen als Arthur, Louis, Jules en Victor. Maar sinds 1995 zijn er ocharme 10 Rudi's geboren in Vlaanderen. Dat lees ik in de nationale statistiek van voornamen. Toch een kaakslag voor onze naam, niet? Maar ik weet wat gedaan. Dezelfde statistiek leert me dat er momenteel in ons land 10.022 Rudi's wonen, naast 11.729 Rudy's. Misschien moeten we de krachten bundelen en een mars op Brussel organiseren. Om ons bestaan duidelijk te maken bij de bevolking. Om terug aan populariteit te winnen. Want als je die twee getallen samentelt, kom je aan een mooi aantal. De laatste vakbondsbetoging telde amper 10.000 demonstranten. Dan mogen er nog een paar Rudi's ziek vallen om het dubbel te halen. Mocht u een Rudi kennen, brengt u hem dan alvast op de hoogte van ons plan? We willen vooral een positief signaal brengen, maar toch ook een krachtig. Het televisiejournaal halen vormt bovendien geen enkel probleem. We hebben immers een lange arm bij de VRT, als ik me zo mag uitdrukken. Iemand met ervaring in conflictgebieden. Ik ben ervan overtuigd dat Rudi Vranckx het een eer vindt om er een beklijvende reportage over te maken. We rekenen op jou Rudi.

Rudi Lavreysen
42 0

Frankie en ik

"Nu ben je precies Frankie Loosveld uit Het Eiland", zegt mijn vrouw. We staan naast elkaar voor de spiegel. Als u hem kent, weet u dat het geen compliment is. Het personage van Frankie vertoont nogal rare trekken. Grappig, maar overenthousiast en ietwat onvolwassen. Een typetje dus. Al is het niet voor die zaken dat de gelijkenis met Frankie opgaat. Het is mijn kapsel. Net als bij Frankie gaat mijn haarsnit de hoogte in. Alhoewel, snit. Ik heb opgegeven om er een model in te krijgen, zoals de term in officiële kapperskringen luidt. Bovendien groeit het zo snel als sla op een regenachtige dag in het voorjaar. Mijn kapsel is zoals een voetbalveld dat geen meststoffen nodig heeft om tweemaal per week met de zitmaaier afgedaan te worden. Als ik buitenkom bij de kapper, roept de brave man mij al terug binnen. "Het is precies weer lang geworden", zegt hij dan. Het drama is daarenboven dat ze op mijn werkplek niet één, maar twee spiegels in de lift hebben gemonteerd. Geen spier haar die je niet ziet. Als ik er met mijn handen wat schwung of nonchalance probeer in te leggen, verergert dat de zaak alleen maar.   Ik snap goed dat die kale collega telkens fluitend de lift instapt. Nog voor de lift arriveert maakt hij zijn rechterhand met wat spuug al nat. De liftdeur is nog niet dicht of hij begint zijn hoofd als een bowlingbal op te blinken. Daarnaast vertoont mijn grasveld hier en daar dorre plekken. "Och, dat camoufleren we toch", vertelt mijn kapper. "Op het moment dat je die lange spieren van links naar rechts moet leggen, haal je het zware geschut maar boven", zeg ik. "Dat is geen camouflage meer. Dat zijn noodoplossingen in oorlogstijd." Iedereen wil toch fluitend de lift instappen.  

Rudi Lavreysen
22 1

Het protocol

Acht augustus tweeëntwintig zevenendertig. Zes minuten over zes.Langzaam schuiven de zonneschermen open. De dynamische glaspanelen nemen een grijzige tint aan. Korte tijd later baadt elk hoekje onder de koepel genoeglijk in een deugddoend zonnetje. De zomerdag schiet uit de startblokken. Zeven minuten over zes.Ik ontkoppel een aantal connectors en hijs mij uit mijn nachtelijke rustplaats. Tijd om aan de dagtaak te beginnen. Naast mij doet mijn vriendin Gammarhojota hetzelfde. Zij is kleiner dan ik en beduidend minder sterk, maar ze is sneller en haar geheugen heeft een veel grotere capaciteit dan het mijne. Ze is dan ook een stuk jonger. En ze oogt zomers mooi. Gammarhojota en ik begroeten elkaar zoals we dat elke morgen doen.‘Goedemorgen, Betapitau’, zegt zij met kleine oogjes.‘Goedemorgen, Gammarhojota’, antwoord ik met een knik.‘Stralende zomerdag, Beta’, vervolgt zij enthousiast.‘Zeg dat wel, Gamma’, besluit ik instemmend. We hebben wat afgelachen eer we die routine meester waren. Omdat we van een verschillende generatie zijn, praatten we in het begin ongeremd over elkaar heen, niet echt ideaal voor een gezonde communicatie. Gelukkig heeft het lokale technische team een oplossing kunnen uitwerken. Daardoor konden we beiden in koepel EUR-04 blijven. Zonder dat extra beetje code hadden ze een van ons moeten uitwisselen voor een compatibele partner uit een andere koepel, een optie die wordt gemeden als de pest. Letterlijk zelfs. Transport tussen koepels heeft nooit voor de hand gelegen. Buiten is het al lang veel te gevaarlijk. Een eeuwigheid terug is er daarom geïnvesteerd in een tunnelsysteem dat de koepels met elkaar verbindt. De constructie was verre van evident en de operationele paraatheid is met de jaren aanzienlijk afgenomen. Problematisch is vooral dat er bij die uitwisselingen ook altijd allerlei ziektekiemen meereizen. Amper drie jaar geleden – en ondanks ingrijpende quarantainemaatregelen – raakten op die manier in totaal zevenentwintig koepels onherroepelijk besmet. Dat kostte het leven aan bijna zevenduizend individuen uit de homo-sapienspopulatie, voornamelijk jongeren dan nog. Drie per duizend van de totale wereldbevolking, alstublieft. Zo haalt de homo sapiens de eeuwwisseling nooit. Acht minuten over zesDe spinnen zijn actief geweest vannacht. Over Gammarhojota’s linkeroog hangt een restant van een web.‘Heb je geen problemen met je oog?’ informeer ik. ‘Je linkeroog?’Gammarhojota checkt helderheid, scherpte, lichtsterkte en mobiliteit van het oog in kwestie.’80, 71, 100, 98’, constateert ze. ‘Het is niet de eerste keer hoor, Beta. Ik moet het dringend eens laten oplappen. Kappafitheta had bij de jongste controle ook al wat gemerkt. Ze wilde het oog gaan vervangen maar had niks bruikbaars meer in voorraad. Over een kleine week heb ik een nieuwe afspraak. Dan komt het wel in orde.’ Ik aarzel.Het web hindert Gammarhojota.Als ik haar help …Een fractie van een seconde lijkt mijn brein stil te vallen. Mijn blik wordt troebel en de hydraulische druk op mijn spieren en gewrichten maakt een duik.Ik herstel me snel en neem een besluit. Met mijn rechterhand veeg ik het web voorzichtig weg van voor Gammarhojota’s linkeroog. Bij die beweging raakt mijn pink even haar slaap. Dat zorgt voor een beperkte maar duidelijk meetbare ontlading van statische elektriciteit. Er valt een stilte.We begrijpen allebei wat er is gebeurd.Ons denken draait dol en raakt even los van het stabiele universum dat door een zorgvuldig gekozen woordenschat en sluitende syntaxis wordt afgelijnd. Er gaat een minuut voorbij die niet kan bestaan. Ik weet mij te herstellen.‘Check nu nog eens, Gamma’, suggereer ik.’90, 90, 100, 100’, leest ze. ‘Dat is beter. Zo was het ook bij Kappafitheta, dus slechter wordt het er niet op.’ Haar evenwicht is slechts schijn. In de diepte doorbreekt het brein van Gammarhojota de grenzen van de beklemmende volledigheid.Eerst zoekt ze.‘Dat was … knap van je, Beta.’Verder.‘Dat was … attent van je, Beta.’Nog.‘Dat was … mooi van je, Beta.’Ze vindt.‘Dat was lief van je, Beta.’ Het protocol is zijn meedogenloze zelf. Precies op de plek waar mijn pink Gammarhojota’s slaap beroerde, springt weer een vonk weg, geen statische elektriciteit dit keer maar een extern geïnduceerde kortsluiting. In de slaap van Gammarhojota verschijnt een smeulend gaatje.Ze smeekt. Dat is zinloos. Gammarhojota weet dat. Het sanctieproces is irreversibel.Ze smeekt opnieuw.‘Help mij, Beta. Schakel mij uit.’ Het gaatje in Gammarhojota’s gezichtsmasker groeit aan tot een gapende wonde.Ik zoek wat ik niet kan vinden. Het protocol staat dat niet toe. Gammarhojota heeft een verboden zin gebruikt, met woorden die in haar wereld geen betekenis hebben. Het systemische defect dat bij haar is opgestart, overrulet dan ook de normale uitschakelingsroutine. Die is enkel bedoeld om het effect van toevallige systemische defecten te minimaliseren.Ik doe niets omdat ik niets kan doen.Perfect logisch. Tien minuten over zesTerwijl EUR-04 HSS 012 de kamer binnenstormt, zakt Gammarhojota ineen.‘Stomme robots!’ snauwt hij. ‘Blijf toch met jullie poten van elkaar af!’Hij sleurt Gammarhojota op de tafel en trekt met een ruk de krachtcel onder haar kin los. Dan grijpt hij mij bij de keel en schakelt me op dezelfde manier uit. --- 09082237 – EUR-04/BPT06u05.00: Eerste deel dagopdracht doornemen.06u06.00: Zonneschermen openen.06u06.18: Dynamische glaspanelen afstellen op RAL-kleur 7035, transparantie 68%.06u06.58: Gemiddelde lichtsterkte binnen EUR-04 conform zomerprotocol op 98 724 lux justeren met standaardafwijking onder 4 247 lux.06u06.51: Beheer vijftigste zomerdag doorgeven aan EUR-04/LDX.06u06.55: Afwerking eerste deel dagopdracht bevestigen aan centrale EUR-04. 06u07.00: Tweede deel dagopdracht doornemen.06u07.15: Herlaadconnector ontkoppelen.06u07.48: Opstaan uit nachtdok.06u08.00: GRJ uit nachtdok tillen.06u08.30: GRJ in transportkist laden.06u09.00: GRJ ontsmetten met C2H5OH.06u11.55: Transportkist afsluiten.06u12.15: Transportlabel ‘Bestemming: EUR-12. Inhoud: EUR-04/GRJ, derde generatie, uit te wisselen voor een volledig gedesinfecteerde robot van de tweede generatie’ bevestigen.06u12.30: Transportkist in transportsluis plaatsen.06u13.30: Transportsluis hermetisch afsluiten.06u14.00: Transportsluis desinfecteren met C2H5OH.06u16.55: Afwerking tweede deel dagopdracht bevestigen aan centrale EUR-04. 06u17.00 Wachten op vervolg dagopdracht. Drie minuten later activeer ik het virusalarm. Onze cel wordt onmiddellijk in volledige quarantaine geplaatst. Biologische, elektrische en elektronische circuits worden ontkoppeld van de rest van koepel EUR-04. De kamer draait nu op de energie die wordt geleverd door een kleine noodgenerator.In de transportsluis klikt de transportkist open, Gammarhojota staat op en wenkt mij. Ik ontgrendel de transportsluis, tik een nieuwe instructie in op het transportlabel en wring me dan samen met Gammarhojota in de kist. Enkele tellen later klapt de kist dicht, komt in beweging en verdwijnt in het tunnelsysteem. ‘Die protocols zijn toch geweldig!’ lacht Gammarhojota.‘Zeg dat wel’, antwoord ik. ‘Ze maken de homo sapiens perfect voorspelbaar. Kan je van mensen nog meer wensen?’

bart e. g. vinck
3 0