Zoeken

Bij de bakker

Er staat een lange rij wachtenden bij de bakker. Exact 15 gele hesjes. Ik heb tijd om ze te tellen, want ze rekenen elk afzonderlijk af. Mocht u zich afvragen wat de gele protestbeweging bij de bakker doet, kan ik u geruststellen. Het is een groep met verkeersveilige meisjes van de jeugdbeweging.  Een van de meiden heeft een oude fietspet op haar hoofd. Ze lijkt op een wielersupporter uit mijn jonge jaren. Misschien is de pet nog van haar vader geweest. De klep van haar petje staat omhoog, zoals de echte wielerfans dat deden. De naam van de renner, die ook op de onderkant van de klep staat, komt dan beter in beeld. Ik had er vroeger eentje van Lucien Van Impe en een van de Boerenbond, maar dat was eigenlijk geen echte wielerpet. Die durfde ik tijdens officiële wedstrijden met de jongens uit de buurt niet opzetten. Op de toonbank staat een schotel met proevertjes. In stukken gesneden koffiekoeken. Een slimme zet van de bakker om het hongerig gevoel van de klant te versterken. Vandaag zijn het stukjes van een eclair, van een rozijnenkoek en van een glaceeke. Genoeg voor alle gele hesjes. Al maken ze geen aanstalten om er eentje te proeven. Misschien durven ze niet. Een van de meisjes wel. "Is dat om te proeven?", vraagt ze. "Zeker", lacht de bakkersvrouw. "Neem maar. Het staat ervoor."  Die komt er later wel. In de school vertelde een leraar vroeger dat we een mond hadden gekregen om vragen te stellen. "En om te eten", antwoordde ik ooit. Het waren de jaren waarin je altijd honger leek te hebben.    Ondertussen hebben de gele hesjes afgerekend en ben ik aan de beurt. Er liggen nog een paar stukjes. Och, waarom niet?  

Rudi Lavreysen
0 0

ALLES DOOR EEN VEEL TE ROZE BRIL

Het was 45 graden in de Belgische schaduw. We lagen voor pampus in de tuin. In mijn hoofd was ik deze column al aan het componeren. Ik wilde schrijven over hoe de toegang van onze zwembaden, recreatiegebieden en festivals meer en meer op de luchtvaartcontroles begonnen te gelijken. Hoe nieuwe Belgen nog steeds niet wilden begrijpen dat het reglementregeltje “ niet zwemmen in een zwemshort” ook voor hen van toepassing was. Dat het een zwemslip moest zijn en geen slinkse poging om in je onderbroek van de wipplank te duiken. Ik begrijp wel een beetje de boosheid als je zag dat enkele meters verder twee volledig ingepakte boerkinilijven in het zwembad spartelden. Twee vrouwen die zich in deze hitte, zwetend als een otter, onder hun zwarte bedekkende tenten tot aan het zwembad gesjokt hadden. Terwijl ik de ijsklontjes nog eens ronddraaide in mijn koel drankje, dacht ik ook aan de verontwaardiging van die ouders toen bleek dat hun dochtertjes door een paar frustratiehaantjes betast waren en uitgemaakt werden voor hoeren. Hoe een viertal toekomstige miniboefjes de meisjes in de ontluikende borstjes geknepen hadden en met hun zwembadnatte vingers de bikinibroekjes naar beneden getrokken hadden. Moest dit bij mijn kleindochter gebeuren dan zou er zulke stoom uit mijn oren komen waar ze het ganse zwembadwater mee hadden kunnen verwarmen. De politie werd erbij gehaald en de minderjarige verkrachtertjes in spé werden op heterdaad betrapt. Om geen enkele bevolkingsgroep te schofferen, haastte de media zich om heel duidelijk te stellen dat het hier om rasechte Belgen ging.  De ouders van Abdullah G, Mohammed T, Faisal O en Ali S reageerden geschokt en waren ervan overtuigd dat hun zoontjes zulke onterende dingen nooit zouden doen noch roepen. Het was niet een alleenstaand feit want tijdens de Belgische hittegolf had elk zwemparadijs met dezelfde problematiek te maken. Het lag dus duidelijk niet aan de opklimmende temperatuur maar aan de neergaande opvoeding.  In Duitsland verkrachtten vijf Bulgaarse en Roemeense minderjarigen een vrouw. De boefjes waren tussen de 12 en de 14 jaar!  Ook hier beweerden de ‘ouders’ dat hun legsel dit onmogelijk gedaan kon hebben, want dat ze op dat uur gezellig naast hun op de sofa zaten, naar de televisie keken en thee dronken. Wanneer gaat men die moeders en vaders eens mee veroordelen voor hun laksheid aan opvoeding? Ik wilde net mijn vingers in de azijn dompelen om deze column te typen en de laksheid aan het respect voor elkaar en het uitblijven van het daadwerkelijke integreren van bepaalde bevolkingsgroepen aan onze normen en waarden op pc te zetten, toen er ook plots iets grappigs de kranten en het journaal haalde. Onze gedetineerden zouden vanaf volgend jaar juli hun eigen kleding mogen dragen en wassen.  Weg met het gevangenisplunje. Om alle ontsnappingen te voorkomen moesten ze zich, alleen als ze bezoek kregen, nog in het grijze uniform hijsen. Kwestie dat de cipiers klaar en duidelijk konden zien, wie er de bezoeker en wie er de gevangene was. Toch mag niet alles. Er mogen geen aanstootgevende teksten op de t-shirts staan en schoeisel met stalen noppen werden verboden.  Om elke verwisseling tegen te gaan, mogen ze ook geen kleding dragen zoals hun bewakers. Er zouden wasmachines aangekocht worden en vanaf dan zou elke veroordeelde, die nu ook over zijn eigen mobiel mag beschikken,  instaan voor zijn eigen wasje. Een kind kan de was doen, zeker met pods, dat wordt ons via de reclame tienmaal daags ingehamerd! Ik kan me niet indenken dat zo’n bajesklant straks zijn 7 witte onderbroeken in de witte kookwas voorsorteert en voor zijn t-shirts en sokken netjes apart een 40 graden en een wolwasje gaat draaien.  Dus zonder enige twijfel lopen vanaf volgend jaar alle gevangen in mooi roze rond. Eén rode sok in de wasmachine en ‘t is gebeurd...   Sim, te warm om na te denken, 26/7/2019

Sim
12 0

'T WAS NACHT, 'T WAS NACHT MIDDEN IN DE NACHT

Nadat wij bijna gans Frankrijk kilometervretend doorkruist hebben, staan we dan als sluitstuk aan de Middellandse zee. Nog een kleine drie weekjes stralende zon, knalblauwe hemel en een lekker vakantiesfeertje…dachten wij! Het Mediterraans klimaat blijkt in Zuid Frankrijk, dit jaar, begin juni aan een twijfelzomer te beginnen. Gisteravond stak er een soort stormwind op. Niet direct een mistral maar toch enigszins een naverwant tergend passaatje dat de caravan heen en weer deed schommelen en de luifel als een bootzeil deed opbollen. Ik zei tegen manlief, dat het misschien geen slecht idee zou zijn alles wat extra te verstevigen en om de autohoes nog met wat meer knijpers vast te leggen. Als hij op dat moment echter met een kruiswoordraadseltje bezig is en hij liefst niet gestoord wenst te worden, dan mompelt hij woorden als ‘straks, misschien straks, morgen, misschien nooit in de hoop dat het zichzelf wel zal oplossen’. Dat reduceert mij plotsklaps tot een zo’n ‘subiet’ zeurend vrouwtje, zo’n ‘à la minute’ mokkel die manlief zijn rust op de meest onmogelijke momenten durft verstoren. Ik ben meer van ‘de-koe-bij-de-horens-nemen’ soort. In mijn CAO staat, dat iets onmiddellijk moet bekeken, direct geanalyseerd en op staande voet gerepareerd moet worden. Normaal zou ik uit de caravan stuiven en de autohoes zelf gaan vastpinnen, maar ik lig al geruime tijd naakt onder het warme fleece-dekentje een boek te lezen en bedenk dat manlief nog volledig aangekleed op de bank zit. Manlief is echter van het Jean-Luc Dehaene soort, die zegt dat de problemen zullen opgelost worden als ze zich stellen! Om half twee ’s nachts dus! Uit het warmte nestje, broeken en truien aan en aan de slag met het mini- rampenplan. Rammelende in elkaar gedonderde tentstokken, op zwiepende haringen (piketten), rond klapperende stormkoorden en een klepperende tentluifel die als een gigantische parachute tegen en over de caravan buitelde. In het midden van de nacht hebben we dus de luifel uit de rail getrokken op gevaar van zelf mee de lucht ingezogen te worden en onze autohoes gezocht, die twee auto’s verder heen en weer wapperde. Jullie willen niet weten wat voor verwensende woordenschat er op dat moment door mijn hoofd gaat…Probeer daarna maar eens terug in de caravan de slaap te vatten. Door de windstoten schudt onze villa over en weer zodat je bijna zeeziek wordt. Het lawaai van de wind en het constante beuken van de zeegolven dondert door je hoofd.  Je slaapritme wordt verstoord door caravankastdeurtjes die op het ritme mee rammelen. En tenslotte een manlief die zich meteen na de nachtelijke actie in bed oprolt en alvorens hij ook maar met één oor het kussen raakt, er als apotheose een snurkfanfare tegenaan gooit.   Sim, Vias-Plage  7 juni 2019

Sim
51 0

RIP

Terwijl ik gisteren nog schaterend naar manlief riep, dat Koning Filip, Peppi en Kokki van de twee meest verliezende partijen aangesteld had om gesprekken te voeren met alle politieke fracties om links en rechts te verzoenen, sta ik deze ochtend met een gevoel van weemoed op. Mijn gedachten zijn bij die twee schatten van mensen die op één week tijd overleden zijn en hun kinderen die nu in diepe rouw gedompeld zijn. Wij zijn in het zuiden van Frankrijk en zullen de begrafenis van Jos en Jansi niet kunnen bijwonen, maar hopen dat onze neven en nichten niet zullen opteren voor een kerkelijke begrafenis. Ik kan me al inbeelden hoe zo’n door het celibaat zwaar gefrustreerde pastoor op de kansel staat te wauwelen over de barmhartigheid van zijn God. Als er werkelijk een God bestaat, dan beschikt hij volgens mij over een serieuze dosis sadisme om twee mensen die zo intens jaren van elkaar hielden op zulke mensonterende manier aan hun einde te laten komen. Dementerend, zielig, elkaar, hun kinderen en hun vrienden totaal niet meer herkennend. Toegeven ze waren beiden al de kaap van de 90 voorbij, hadden een rijk gevuld en liefdevol leven gehad, maar moeten wij dan zogezegd zo menselijk zijn, dat wij het onmenselijke aan de dag  leggen om de reeds in hun hoofd afgestorven bejaarden nog enkele jaren op een mensonterende manier als een plant op een stoel of in een bed in leven te willen houden. Kan God dan hier niet eventjes wat gevoel aan de dag leggen en de strijd geen drie jaar laten duren? Hoe noemt men dat: ‘God is barmhartig’? Welk gevoel van mededogen kent hij als hij op één nacht tijd de enige 45 jarige dochter van mijn buurvrouwvriendin tot zich roept? Eventjes hartfalen en gedaan. Hoe overleef je zo’n drama? Je dochter, waar je nog allerlei plannen mee maakte en die lachend zei dat ze later voor jouw oude dag zou zorgen. De bodem totaal uit je leven weggeslagen, hoeveel mensen er ook tegen je zullen zeggen dat het leven gewoon doorgaat en dat alles slijt. Kon God hier ook niet eens wat inschikkelijker zijn? Hoe verwoordt zo’n pastoor dat?  “God roept alleen diegenen tot zich, die hij het liefst heeft!” Wat een grote egoïst! En diegenen die achterblijven, diegenen die lief hadden? Hoe noemt men deze God ook alweer? Barmhartig? Gisteren kregen wij ook nog te horen dat een 60 jarige ex collega een kankervonnis te horen kreeg en dat hij na drie weken de strijd al moest opgeven, een vrouw en twee kinderen vol wanhoop achterlatend. Een goddelijk oogje toeknijpen had ook hier minstens op zijn plaats geweest. Maar zoals alle gelovigen zeggen: “Gods wegen zijn ondoorgrondelijk.” En natuurlijk zitten wij nu in een generatieperiode dat allerlei familieleden, vrienden en kennissen zullen verdwijnen maar het blijft telkens schrikken. We worden dan telkens met onze neus op de feiten gedrukt dat het levenskoordje korter en korter wordt. Dag Jos, dag Jansi, dag Wendy, dag Louis, dag Francis het gaat jullie goed… Wij rouwen op afstand mee en ik kan maar één ding bedenken dat als er dan al een God zou bestaan: ‘dat deze God over een grote portie galgenhumor beschikt!”   Sim, Vias-plage    5 juni 2019    

Sim
5 0

REIS ROND DE WERELD IN 80 DAGEN

Het is niet omdat jullie al meer dan een maand geen letter meer van mij gelezen hebben, dat ik ergens ten velde met een bore- ,burn -out of een writersblock in de lappenmand lig. Niets is minder waar. Zoals een paar vrienden terecht opmerkten zijn wij nu bezig aan het scenario van “de reis rond de wereld in 80 dagen”. Alleen hebben wij voor de lichtere versie geopteerd en bereizen wij nu Frankrijk van noord naar west en van west naar zuid. Als al ons geld of onze geplande vakantiedagen opgesoupeerd zijn, breien wij er het laatste stukje van zuid naar noord aan. Vermits manlief zich nu in het stadium van een soort Alzheimer-light bevindt en hij van veel (te veel zegt hij..) al onze bestemmingen van de vorige eeuw zich soms totaal niets meer herinnert, hebben wij dus besloten om sommige delen van la douce France opnieuw te bezoeken. Via de vallei van de Somme, caravannen wij naar de Normandische landingskusten van de tweede Wereldoorlog. Het is begin mei en alhoewel het zonnetje overdag van de partij is, is het ’s nachts bitter koud. Met een fleece-deken, slaapzakken en zelfs een donsdeken, lekker tegen elkaar lepeltje- lepeltje, overleven we nachten van 2 graden. Alleen ’s morgens is er eventjes discussie, wie er het eerst, vanuit het warme nestje, zijn voeten op de doorkoude caravanvloer moet zetten. Dat er in een kwart eeuw wel degelijk van alles verandert, zien we al snel als we naar de noordelijke kant van Bretagne, richting St. Malo forenzen. Het toenmalige liefelijke oesterdorpje Cancale,  groeide uit tot een toeristische trekpleisterstad. Langs de rede, waar eerst de stootkarren stonden, waar je na een dagje site seeing voor een habbekrats een oestertje met een glaasje witte wijn kon meepikken, heeft men nu gigantische betaalparkings aangelegd. Waar je in de vorige eeuw, op een terrasje van enkele liefelijke restaurantjes over de zee kon staren, zie je nu niets dan blinkend autostaal. De toenmalige vijf restaurantjes zijn in die 25 jaar vertienvoudigd. Vermits ik al enkele jaren een schelpallergie heb, gaan we op zoek naar een restaurantje waar manlief een ‘fruits de mer’ voor één persoon kan bestellen en ik een hele krab kan te lijf gaan. We zitten lekker in het waterzonnetje en manlief besluit om een koffietje met een calvadosje na te nemen. Als de kelner grijnzend de bestelling opschrijft hoor ik de toeristtrap toe klappen. Ik schrijf speciaal in verkleinwoordjes want als we daarna de rekening krijgen voor het vingerhoedje koffie:3 euro en de twee soeplepeltjes calvados: 12 euro, wil ik spontaan een geel hesje aantrekken en het restaurant plat flamberen! We bezochten ook nog de wilde noordkant, de roze granietkust en de zuidkant van Bretagne. Toen we in Carnac boodschappen gingen doen, zakte onze broek af. Voor de winkel stonden grote borden met “wij beschermen onze lokale boeren en verkopen alleen traditionele Franse producten.” Vinden wij daar in de rekken, uien van Nieuw Zeeland en aardappelen van Israël! Ecologische voetafdruk..voer voor Anuna en haar Zweedse Pipi Langkaus. Terwijl België bol staat van allerlei verkiezingsgekakel, rijden wij in de richting van de Périgord.  Al gauw merken wij dat Frankrijk één grote betalende parking geworden is. Overal waar er ook maar iets te zien of te beleven valt, staan die betaalautomaten je vals gniffelend aan te staren. Liberté, fraternité et payer. Terwijl wij hier overal lekker confit en magret de canard gaan eten, zijn het zware dagen voor het Belgische Koningshuis. Onze ex koning moet DNA afstaan omdat zijn onechte dochter wil bewijzen dat hij zijn koninklijk sperma in een verkeerd paleis heeft gestort en onze koning heeft slapeloze nachten na de Waals linkse en de Vlaamse rechtse verkiezingsuitslag. Alle verliezers roepen dat ze gewonnen hebben. De Waalse PS droomt al hardop van de terugkeer van hun roze premier, terwijl Groen tevergeefs, na de Anuna-klimaatspijbelgolf,  een Turkse moe en een Catalaanse roeper in de strijd gooiden. Het uiterst rechtse Vlaams Belang heeft op de verkiezingsdraaimolen de flosj getrokken. Als zij echter op termijn, zoals zij in hun propaganda verkondigden, de zwarte haantjes exodus en de Moslim immigratie toestroom niet kunnen stoppen, dan zullen we maar al best een mooi en modieus hoofddoekje gaan uitkiezen. Morgen gaan we richting Middellandse Zee. We komen waarschijnlijk binnen een maand in een totaal ander België terug….   Sim, Sarlat, Périgord 1/6/2019

Sim
0 0

Leesdrift

Ze zitten naast elkaar, elk in een crapaudje, aan weerszijden van de salontafel. Daarop een vaas ridderspoor als een diepblauw scherm tussen hen in. Tegenover hen de huisbibliotheek die de ganse muur bekleedt met centraal daarin de tweeëndertigdelige encyclopedie. Zij is uit de zestiger jaren en dient enkel nog om afgestoft te worden. Maar de boeken hebben mooie ruggen. Rechter dan de zijne.
 Hij leest de krant op zijn laptop, met de stem van zijn vrouw als achtergrondgeluid.
 Ze heeft het over haar vriendin met wie ze vanmorgen geskypet heeft, over hoeveel de Vlaamse viceminister-president wel niet zou verdienen, over de fauteuiltjes die ze opnieuw wil laten stofferen. Ze denkt aan velours. Skai is misschien praktischer? 'Wat jij,' vraagt ze, zonder echt een antwoord te verwachten, alleen om even op adem te komen.
 Van die entr'acte in haar woordenvloed maakt hij gebruik om ook eens een interessant weetje te plaatsen: 'Een vrouw zegt gemiddeld twintigduizend woorden per dag.' 
Ze schuift de vaas wat opzij en kijkt hem boven haar bril fronsend aan. 
'Welke seksistische bron zegt dát nu?' 'Ik lees dat hier net op een serieuze webstek. Aan hoeveel woorden kom jij, denk je?’ 
‘Deugniet! Bedoel je daar iets mee?’
 Hij antwoordt enkel met een glimlach, vergezeld van een knipoog. Haar dagelijks woordverbruik schat hij een stuk hoger in, eerder dertigduizend. De hele dag door zegt ze alles wat ze denkt, wat ze ziet, wat ze hoort, wat ze weet. En wat ze niet weet, dat vraagt ze dan even terloops. Haar tactiek om hem uit zijn gedachtegang te plukken en in haar verhaal te slepen.
 Zoveel praten lijkt hem een vorm van verspilling. Eén pagina van een boek telt zo'n dikke driehonderd woorden. Dat heeft hij van een andere bron. Zo bekeken praat zijn echtgenote vlot een boekje van honderd pagina's per dag bij elkaar, wat tegen het einde van de week een ferme trilogie oplevert. Daarmee maak je een schrijver waanzinnig jaloers.
 Desalniettemin vindt zijn eega ook nog de tijd om welhaast één boek per dag te verslinden. Ze zegt daarbij geen woord. Finaal komt ze dan mogelijk toch niet ver boven die twintigduizend uit.
 Wanneer zijn gemalin aan het lezen slaat raast ze als een hst door haar boek. Ze zegt niets, ziet niets, hoort niets. Ook niet het carillonnetje van de deurbel. Of de telefoon die eindeloos maar vergeefs rinkelt. De aardappelen koken kissend over. Honger voelt ze niet. Hij wel.
 Zo is hij uiteindelijk zelf aan het kokkerellen geslagen. Hij vindt het zo spannend als een thriller: iets culinairs bij mekaar goochelen en naar een happy end proberen te leiden.
 Het gekletter van pannen en borden, het gepruttel, het gesis, de geuren, niets dringt tot zijn gulzig lezende wederhelft door.
 Als alles klaar is schuift hij zijn open hand uitnodigend tussen haar ogen en haar boek en zo snijdt hij haar los van het verhaal. Ze kijkt hem dan glazig aan en laat zich versuft naar de gedekte tafel leiden, als naar een dansvloer. Nog verdwaasd door het verhaal plant ze woordeloos een warme zoen op zijn lippen. Als aperitief.

   'Een man gebruikt slechts zevenduizend woorden per dag,' leest hij haar verder voor. 
'Zoveel haal jij niet,' zegt ze, 'Jij zegt nooit wat. Je zit met je neus in een of ander geleerd boek of je zit dromerig op je laptop te tokkelen. Als ik je niets vraag zeg jij ook niets.’ 
‘Weet je, lieveling, ik hou van je…’ ‘Goed zo,’ onderbreekt ze hem, ‘Als je dat nog enkele keren herhaalt geraak je misschien nog in de buurt van die zevenduizend woorden’.
 ‘Schat, ik hou erg veel van je,’ probeert hij nog eens. Ze schenkt hem een stralende glimlach. ‘Vooral wanneer je leest.’
 Haar lippen willen protesteren maar hij smoort haar antwoord met een kus.
 Haar handen glijden onder zijn T-shirt. ’Nu nog even niet, lieverd. Eerst wat werken. Mijn dagelijkse driehonderd woorden schrijven.’Ze slaat haar rimpelige armen om zijn hals. 
'Wat zul jij een appetijtelijk schrijvertje zijn, met die stijnstreuvelskop en dat paterdamiaanbrilletje.’
 Eén bladzijde per dag. Nog een dik half jaar te gaan, denkt hij, terwijl ze hem hartsgrondig kust. Dan zal hij net tachtig zijn.

Esser
0 0

De veiligheidscontrole

U kent ze wel. De vrienden die tijdens een zomerse barbecue met hun verhalen en anekdotes de avond nog smakelijker maken. Ze zijn zoals de barbecuesaus die voor wat pittigheid zorgt. Ergens hebben ze het talent van een echte acteur. Ze spelen een rol, maar toch blijven ze zichzelf. Het is de gave van geloofwaardigheid. Tijdens een verblijf aan het stukje kust in Frankrijk, waar 75 jaar geleden de bevrijding van Europa werd ingezet door de geallieerden, kwam ik een dergelijke acteur tegen. De Nederlandse man van middelbare leeftijd stond voor me in de rij bij een Normandisch oorlogsmuseum, waar we een veiligheidscontrole kregen die zo scherp was als op de luchthaven. Portefeuille, horloge en telefoon moesten in een bakje dat achter de scanner mocht passeren. Vervolgens ging de veiligheidsman met een scantoestel zorgvuldig aan de slag. De handscanner had veel weg van een stofborstel, maar dan eentje die piepende geluiden maakt. Hij begon bovenaan ter hoogte van de schouder, waarna er meteen een luide 'bliep' weerklonk. "Hebt u daar metaal zitten?" vroeg de veiligheidsbeambte vriendelijk. "Ja, daar zit inderdaad wat metaal na een operatie", lachte de Nederlander. Aan zijn andere schouder klonk dezelfde bliep. "Ook daar ben ik geopereerd." Bij het scannen van zowel zijn linker- als rechterknie ging het toestel opnieuw af. "Ja, ook daar zitten stukjes metaal." De brave man was een attractie voor de rij wachtenden. Hij piepte zoals een videogame uit de jaren 80. Hij onderging het geduldig. Zijn vrouw die even verder stond te wachten, had een rode kleur gekregen die duidelijk niet van de zon was. Toen er ter hoogte van zijn onderbuik opnieuw een piepend geluid weerklonk, keek de veiligheidsman bezorgd. "Daar heb je toch geen metaal zitten?" "Nee," lachte de man, "dat is gelukkig mijn riem maar." Toen hij eindelijk binnen was, zei hij iets tegen zijn vrouw dat ik niet kon verstaan, omdat ik zelf onder de CT-scan moest. Wellicht was het zoiets als: "Dit verhaal wordt straks een knaller op de camping."  

Rudi Lavreysen
0 0

In een tekst niet ver van hier.

In een tekst niet ver van hier, wandelt Valerie door het bos. Het is er kil. De grond is nat. Ze is op zoek naar stilte, ze wil herbronnen. Zo heet dat tegenwoordig. Herbronnen. Detoxen. Resourcer. Ze weet niet zo goed welke richting ze uitgaat. Door de bomen ziet ze de zon niet. Waar is het noorden, waar is het oosten. Dat weet ze niet. Ze probeert gewoon te zijn. Daar, in het midden van het bos. Verdwaald en eenzaam. Ze is niet bang van wilde dieren of ongekende wezens. Het gezoem van insecten kleurt de stilte die ze zo lang zocht. Zo lang al.. en eindelijk is ze in stilte. Ze is de stilte. Ze ademt in en uit, ze zucht en er gaat een kille ril over haar lijf. Alsof een geest haar ziel uit haar lichaam trekt. Ze ademt steeds dieper en dieper. Ze voelt zich gelukkig, voldaan en rustig. Ze voelt zich puur. Ze voelt dat alle lawaai en alle herrie waarmee de stad haar elke dag opnieuw mee vult, verdoofd en verlamd is. Hier wil ze zijn, hier wil haar lichaam zijn. Haar hoofd draait lichtjes omdat ze te diep adem heeft gehaald. Ze wrijft over haar volle borsten en buik als om zich houvast te geven. Het is mooi, het is goed, het is berusting. De natte geur van de bomen en het gras, de dode bladen en het donkergroene mos bedwelmt haar geest. De stilte wordt doorbroken wanneer ze in de verte haar vriendin Sam ziet. Sam wuift naar haar, joehoet en struikelt haar richting uit. Het beeld is verstoord, er is ruis. Waarom.. waarom toch, vraagt Valerie zich af. Valerie doet alsof ze haar vriendin niet gezien heeft maar dat maakt het lawaai alleen maar heftiger. Ze wendt haar gezicht af, kijkt of er een andere richting in het bos is, een schuiloord, ergens waar ze onzichtbaar is. Waar niemand haar ziet, waar niemand haar komt halen, waar niemand om haar geeft. Niemand. Ze loopt tussen het gebladerte door, houdt zich vast aan zware taken van de bomen, ze hijgt, ze verliest af en toe het evenwicht maar snel komt ze weer in het ritme van haar vlucht. Want dat wil ze. Ze wil vluchten. Ze wil weg. Gewoon weg zijn. Ze wil met rust gelaten worden. Het getier van haar vriendin wordt minder regelmatig tot het uitsterft en er alleen de longen van het bos te horen zijn. Het bos heeft Sam tot zwijgen gebracht. Vanachter een zware boom ziet ze hoe haar vriendin ontmoedigd rechtsomkeer maakt. Valerie hoopt opnieuw op rust en verbondenheid met de bomen. Ze zet zich neer op de knieën van de dikke eik en kijkt rond. http://erwinabbeloos.over-blog.com/2019/07/valerie-en-het-bos.html

Erwin Abbeloos
23 0

Verbleekt rood

Rood haar zelf geknipt valt over haar zorgvuldig omlijnde ogen. Wanneer ze me aankijkt als ik binnenkom met mijn bagage van de dag knapt mijn overspannen hart.   Piercings wilt ze niet, een tattoo misschien en ze verbaast zich over zoveel onbegrip. Bijna vijftien is ze nu, nog altijd speurend naar verjaardag bezoek. Instagram is haar portaal, haar make up haar verhaal. Ze is het kind van een alcoholist, een kind uit het elfjesbos.   Ze flirt de godganse dag met haar eigen spiegelbeeld, maar vreest de marges tussen de omlijsting en haar kamer. Haar kaders zijn de muren van onze sociale huurwoning en haar overgebleven data.   Zomervakantie is voor haar een straf gevuld met lege dagen. Vriendinnen maken kan ze niet, vrienden zijn nog minder.   Ze is een dochter van een sterke vrouw zelfvoorzienend en alleen. Alleen zij kent de uitgegumde wazen over de lijnen van mijn verhaal.    Ze lijdt, ik zie het en alles wat ik haar bieden kan zijn mijn verstramde pogingen tot kalmte.   Ze plooit zich naar mijn humeur en naar mijn tijden van aankomst en vertrek. Ik duw, ik trek, ze trekt futloos terug.   Haar kont is van een jonge vrouw, haar duim nat van haar mond. Haar knuffel klampt zich vast aan haar wuivende kindertijd. Het heeft enkel nog een kopje, zijn lijf hangt aan elkaar van 15 jaar verdriet en eenzaamheid.   Ik wil haar dragen weg van hier naar stroomopwaarts. Naar een thuis waar een vader is, een zus en fijne buren en vrienden die spontaan binnenvallen en allen blijven eten.   In het weekend maakt ze plaats voor mijn opgebloeide liefde. Ze weet van zijn bedrog. Wanneer ik mijn lach lach zie ik haar schouders dalen, wanneer ik vloek zie ik haar rug, wanneer ze zachtjes de kamer verlaat.   Ze is mijn kind gegroeid in het beste van wat ik had, het beste van twee kwaden.  Ik wil haar geven alles wat ik kan maar ik kan niet meer.  

Susanna
6 0

Magische hoestsiroop

Magische hoestsiroop      Ik ben opgegroeid tussen de kleine witte ronde en de langwerpig - ovaalvormige -blauwe. Pilletjes die je weer laten lachen wanneer je door liefdesverdriet wordt geraakt, die je wakker houden tijdens de blok in een examenperiode, of rustiger maken bij alle dagen heel druk.    Een snoepwinkel voor grote mensen noemden mijn papa en mama hun apotheek waar ze vaak zalfjes verkochten aan meisjes met een droge huid of magistrale bereidingen klaarmaakten die dienden om de verzwakte bijtjes van sommige mannen weer tot bij het bloemetje van hun geliefde te laten vliegen. Dat was voor in extreme gevallen én op voorschrift.    Een dokter was bij ons thuis onbekend. Diarree, acné, bronchitis, voor ieder kwaaltje had de grote apotheekkast van papa en mama wat in de aanbieding. Ik kon zo vaak ziek worden als ik maar wilde, alles was voorhanden. Instant. En het was gratis. Maar ik werd nooit ziek.    Het leek wel of die tot de nok gevulde schappen een helende werking op mij uitoefenden en die kast mij als een engelbewaarder haar helende hand boven het hoofd hield.    Ik was al vijftien toen ik voor de eerste keer ziek werd. Een vieze hoest die maar niet wilde overgaan. Een hardnekkige blijver waar je je na week zeven toch vragen over zou moeten stellen. Voor mijn ouders was een hoest niet erg genoeg om een dokter lastig te vallen. In de kast stond wel iets dat kon dienen.   Ik zal het gevoel van mijn lippen tegen het glazen flesje en de donkerbruine siroop die langs keelholte en door slokdarm mijn maag binnenliep voor altijd koesteren. Iedere avond voor het slapengaan dronk ik van het uitverkoren drankje van het derde schap, tweede plaats van links, dat mij ging genezen.    Het hoesten minderde al na enkele dagen zonder dat ik er erg in had. Ik was te verdoofd door de geheime samenstelling van het siroopje. In het begin voelde ik mij licht in het hoofd en sliep als een roos. Ik werd ook overdag rustiger en zag overal het plezante in. Het glas was constant halfvol.    Na een tijdje kreeg ik de meest verhelderende dromen waarin ik mezelf zag afstuderen met grote onderscheiding als plastisch chirurg. Een transfer naar voetbalclub FC Barcelona werd met veel toeters en bellen ondertekend in Camp Nou, met een gouden vulpen onder het toeziend oog van Messi in hoogsteigen persoon.   Mijn examens in juni verliepen vlekkeloos. Resultaat: een hoop hoge cijfers en twee medailles op de door onze school georganiseerde zwemwedstrijd, plus een eerste plaats bij de jeugdjumping aan de zijde van Jeunesse, de pony die ik dankzij mijn uitstekende rapport had verdiend. Bovendien speelde de ploeg waar ik sinds mijn vierde iedere zondag vol overgave op het veld stond, na zeventien seizoenen nog eens kampioen en werd ik de topschutter van de competitie.    Er was geen haar op mijn hoofd die eraan dacht om te stoppen met mijn wondermedicijn.   Maar de kast bleek niet zo magisch te zijn dan ik had gedacht. Ze kon zichzelf niet aanvullen. Bovendien hadden mijn ouders gemerkt dat mijn hoest bijna over was en dat ik alleen ’s avonds op onverklaarbare wijze een geforceerd kuch-keelgeluid bleef produceren. Het leek niet in het minst op de hoest van enkele weken eerder.    Siroop werd verboden, de kast ging op slot. Gelukkig had ik al lang van tevoren een sleutel laten bijmaken. Vanaf nu zat er niets anders op dan op creatieve wijze mijn drankjes te nuttigen.   Wat ik vervolgens heb gedaan, jaren aan een stuk zonder dat mijn ouders het ooit te weten zijn gekomen of dat een klant er zich is over komen beklagen; ondanks de vreemde, fruitige smaak die ik ongetwijfeld moet hebben achtergelaten - was: keer op keer alle flesjes hoestsiroop uit de kast halen, de helft overgieten in Coca-Cola flesjes, die ik in mijn kamer verstopte, om vervolgens de andere helft van de hoestsiroopflesjes te vullen met grenadine van zwarte bessen alvorens ze weer op het derde schap te zetten, tweede plaats van links.   Of ik ooit aan hoestsiroop verslaafd ben geweest weet ik niet. Wel was er een hele tijd dat sluimerende verlangen iedere avond weer die mooie kleurrijke verhelderende dromen te dromen. Belevenissen die ik zonder mijn doorgedreven imitatie-hoest waarschijnlijk had gemist.    Voor die nachtelijke escapades ben ik dankbaar. Misschien heeft een overdaad aan magische beelden in mijn slaap mij tot het besef doen komen dat, om gelukkig te zijn, je niets anders nodig hebt dan jezelf en het leven zoals het zich op dat moment aandient. Dat geluk gewoonweg simpel kan zijn.    Toen ik verliefd werd op een meisje met droge huid -ondertussen zijn we getrouwd- en ik een contract tekende bij een voetbalclub uit derde nationale, studeerde ik uiteindelijk af als huisarts.    Het glas champagne tegen mijn lippen tijdens de proclamatie herinnerde mij aan het geheim van mijn jeugd dat in een kast bij mijn ouders stond.    En ik wist: nu is het tijd geworden om anderen te genezen, om voor hen de allerbeste siroop te maken en erop te wijzen dat dromen hoe onmogelijk ook, in werkelijkheid slechts één kuch verwijderd kunnen zijn van een glas zwarte bessen grenadine.

Sascha Beernaert
103 0

Andermans Champagne

Zwetend scrol ik door haar gekunstelde woorden en struikel over de beelden die zij schetst.  Ze ontrafelt woord voor woord haar zelf gesponnen mierzoete suikerspin waarin ze mijn lief het kwaad van alles maakt. Hij is de heks met de rode appel, zij Sneeuwwitje en ik de toehoorder.  Zonder voorprogramma begint ze haar one woman show zoekend naar haar enige publiek.  Mijn eerste koffie is nog niet leeg wanneer ze het eerste schot afvuurt met haar van kleine meisjes jaloezie zinderende zinnetjes. Zonder waarschuwing vooraf introduceert haar icoon met wit gepoederd gelaat zich als de vriendin van mijn lief.   Haar besluit staat vast; mij zal ze meenemen in haar braakliggende val van ego beschadiging. Sneeuwwitje heeft niet haar gedroomde prins en ik zal het weten. Zorgvuldig stipt ze het gemiddeld aantal keren seks per week en geeft en passé een hint. Ze laat schemeren hoe ik niet pas in dit sprookje dat nog niet uit is.  Een moederfiguur, een veilige haven, een seksloze zus zijn de etiketten die ze me virtueel opplakt. De actrice zet een tandje bij. Al knippend en plakkend vult ze mijn chatvenster met zijn sussende woorden van weken geleden. Liefkozend pruttelt ze hoe hij echt iets aan het opbouwen was met haar, ze smijt er nog een wonderlijke zwangerschap bij en spreidt uit hoe hij haar smeekte nog wat geduld te hebben. Ja ze wist van mij,  en ja ze wist dat ik zijn echte liefde was, maar nee ze wist niet dat hij haar en mij bedroog. Acteren is een dubbelwandig beroep.   Haar vernederende woorden bedoeld om mij alle lust tot liefde voor de man van wie ik al jaren houd in de kiem te smoren breken mij bijna op. Ondertussen nestelt zij zich in nog meer spinnenweb en wacht ze ongeduldig af in het centrum van haar ego.  Valselijk streelt ze mijn gevoel wanneer ze me alle goeds en wijsheid toewenst. Ze is een klein kind, nog te onrijp om te beseffen hoe het leven klopt.    Ze komt als een geschenk uit de vergeten stofnesten van onze relatie gevallen. Wij, mijn lief en ik, vegen ons nest samen aan en lappen de ramen tot alles blinkt zoals toen we elkaar net kenden. Hij en ik genieten van het leven en de vriendschap en de liefde die uniek blijft.  Hij heeft een ongeschreven regel overschreden maar zij des te meer. Zij verloor en koos haar naar braaksel ruikende troost in het kleineren van de andere vrouw.    Ze zal nog vaker uit andermans Champagne drinken zolang ze niet begrijpt wat echte liefde is.     

Susanna
13 1

Vergeten Cake

‘Wat gaat ge met dat brood doen?’  Mijn oma kijkt mijn vader bezorgd aan.‘Dat is geen brood, ma. Dat is een cake,’ reageert hij. ‘Als jullie die hier in het rusthuis niet opeten, dan neem ik ze mee naar huis als dessert voor vanavond.’Mijn oma knikt tevreden.‘Moet ge niks drinken?’ vraagt ze dan aan mij. Ze glimlacht, maar in haar blik meen ik toch nog altijd een soort bezorgdheid te ontwaren.‘Neen dank je oma, ik heb geen dorst,’ zeg ik.‘Wat gaat ge nu met dat brood doen?’ herhaalt ze en aait met haar linkerhand de verpakking van de cake.‘Waarom wilt gij heel de tijd discussiëren over die cake?’ Mijn grootvader laat zijn hoofd in zijn handen zakken. ‘Het is toch al beslist dat zij die meenemen. Waarom wilt gij daar altijd op terugkomen?’ mompelt hij.Mijn oma giechelt en kijkt ons ongemakkelijk aan. Ik vraag me af of ze beseft dat ze de dingen niet meer onthoudt. Er heerst blijkbaar ook een totale ontkenning van het concept ‘cake’ in haar hersenen.‘Ziet maar dat ge niet dement wordt,’ zegt mijn grootvader met zijn hoofd nog altijd in zijn handen. ‘Laat het ons op tijd weten als ge iets dergelijks gewaarwordt, dan kunnen we er misschien nog iets aan doen.’‘Daar kunt ge toch niks aan doen pa,’ verdedigt mijn vader mijn oma.Mijn grootvader kijkt op en tuit zijn lippen. Hij weet dat mijn vader gelijk heeft, maar mijn grootvader geeft mensen nooit gelijk. ‘Hoe is het met de bouw van uw huis?’ vraagt hij in plaats daarvan aan mij, mijn vader negerend. ‘Ge moet zien dat ge de juiste keuzes maakt. Eén foute keuze en alles is naar de vaantjes.’Ik knik begrijpend.‘Ge bouwt tenslotte maar één keer,’ voegt hij daar nog aan toe.‘Ik beloof dat ik goed zal nadenken over alles, opa,’ stel ik hem gerust.Mijn grootvader zucht vermoeid.‘Zijt ge moe pa?’ vraagt mijn vader.‘Moe? Neen, wij zijn nooit meer moe. Om zeven uur moeten wij hier al in ons bed. Eten, drinken en slapen. Een mensenleven is ineens lang als ge geen doel meer hebt,’ antwoordt mijn grootvader.‘Ze zorgen hier wel goed voor ons,’ pikt mijn oma in met een positieve noot. ‘Ze komen altijd vragen of we nog eten moeten hebben. Eten dat wij hier hebben! En om drie uur ’s nachts komen ze altijd nog eens kijken of we er nog zijn.’Mijn vader kijkt haar vragend aan. ‘Wordt ge daar dan wakker van?’‘Wij slapen nooit diep, wat wilt ge als ge niet moe zijt,’ repliceert mijn grootvader in haar plaats.Een vriendelijke verpleegster komt de kamer binnen. Of mijn grootouders niet vergeten om naar de eetzaal te komen voor het avondeten.‘Moeten we wéér eten?’ vraagt mij oma bijna wanhopig.In de eetzaal zijn twee verzorgsters in de weer met boterhammen.‘Gaat ge krabsalade eten, Maurice?’ vraagt er één aan mijn grootvader.Hij knikt langzaam.‘En gij ook Lucie? Twee bokes?’Mijn oma kijkt de verzorgster verward aan. Bokes? Dat is een woord dat ze als rasechte Oost-Vlaamse niet kent. Ze trekt het mandje met brood dat voor haar op tafel staat naar zich toe.‘Maurice,’ fluistert ze tegen mijn grootvader, ‘ze zijn de cake vergeten mee te nemen.’

Ans DB
0 0

De supporter

Sommige mensen vergeet je niet snel. Ook al heb je ze maar een half uur gekend. Hij is een gast, net als wij, voor een bed en een ontbijt in de stad. De gastvrouw geeft hem ’s morgens een vriendelijke ‘goodmorning’, die wij even voordien ook hebben ontvangen. “Oh, het is in het Engels vandaag”, zegt hij. “Geen probleem.” Waarna hij zich naast ons aan de ontbijttafel zet.   Het is opvallend, niet alleen onze woordenschat, zoals de afkorting B&B, maar ook de gesproken taal in het hotel- en logeerwezen vertoont alsmaar meer sporen van verengelsing. Hij is een voetbal- en wielerfan. Voor het tweede is hij nu in de stad. “Ze rijden vandaag een belangrijke wedstrijd. Het is de koers voor de tricolore trui”, verduidelijkt hij. “De nationale titel. Ik ben altijd grote supporter van Claude Criquelion geweest. In 1990 werd hij Belgisch kampioen. Daar was ik bij.” “Hij heeft in de Tour heel wat top 10-plaatsen behaald”, zeg ik. “Klopt”, zegt hij. “Vijf keer, met een vijfde plaats in 1986. Veel ritten gezien in Frankrijk. Eigenlijk had hij twee keer wereldkampioen moeten worden. Ik was erbij in 1988, in Ronse, toen die Canadees hem dat lapte in de sprint.”  De naam van de winnaar krijgt hij nog altijd niet over zijn lippen. Hij vertelt het zichtbaar ontroerd. Als hij vermeldt dat zijn held veel te vroeg overleden is, klinkt het alsof hij ook daar bij aanwezig was. Toevallig net op dat moment veegt hij een kruimel uit zijn mondhoek en meteen snel iets uit zijn oog.   Ondertussen supportert hij al jaren voor een andere coureur. Alsof een mens zonder helden toch maar alleen is. Net als de renner zonder supporters. “Je hebt zijn naam niet gevraagd”, zegt mijn vrouw achteraf. “Klopt”, antwoord ik. “Maar misschien vindt hij het niet erg dat we hem herinneren als Claude.”

Rudi Lavreysen
0 0