Zoeken

Horror op de E40

Een gordeldier zei ooit. Geluk mag je niet te stevig vastbinden. Kent u de parabel vanWilly Walvis en Danny Dolfijn? Een gruwelijk verhaal. Zie ze zitten, samen op de slachtbank.Mama krultang en Papa platvis. "Kip halen ?" krijst de jongste springhaan. Hij zal het 500 kilometer volhouden.Bestemming: Vogezen. Ik denk aan Het Friethuisje van gisteren.Hoe hij ze vreet met kikker.Ik zeg kikker is groen,ketchup is rood. "Kip halen ?"  vraagt hij. Ik denk aan het fruitdat hij- consequent als vaders-weigert na de frieten. Ik lig al jaren in een fruitmand. En hoehij dan roept :"Mijn fluit." Het regent in Brussel.De wolken zijn een troostdoekjeenik denk:ook de maan is moe. Het huis valt bijna van de tekening. Mijn vrouw een elastiek. Ik, onwrikbaar als een spade. "Ben jij bang van de regen, papa?" Ik zegsomsduurt de herfst een week. Soms kan het eeuwen winteren. "Wie heeft mijn teentjes gemaakt?" Wij zijn gemaakt van vreesen bloed. Zuivel op de graat. Ik denk verdriet is soms zogrootals een gebroken koekje. Er hangtlijm aan moedershanden. Hij zegt het was de schuld van de zetel, hij had mij geduwd. De waterwagen brandt weervan niks en van verlangenen wij die nooit iets blussen kunnen. Wisten wij veeldat er dvd's bestaan. Ik denk. Zoals hij zijn boekjes leest. Ondersteboven. Zo ben ik van hem. Onze favoriet: Winnie de Koe. Mijn ontembaar hoofd staat op zijn kop. We leven in galop. Een auto hinnikt in de file. Ik steiger met een lange ij. "Wie stout is, moet naar de verhangenis."  roept de oudste Springhaan. Ik denkwe zijn er al. De auto iseen visbokaal. Willy Walvis? Eigenlijk een konijn. Nog 460 lengtes. Ik vraag uiteraard of ze niet moe zijn. "Mag dat van de politie?" Mijn vrouw en ik. We maken nooit ruzie.Bijvoorbeeld :Als zij wil stoppen en ik wil doorzwemmen. Het brood zweeft met de auto. We eten in schoolslag. We zwemmenin morsencode. "Papa, kan je ook wat stiller boos worden?" Het is warm in de Vogezen. Kijk papa, iemand heeft buiten het lichtaangestoken. Ik bedoel :aangesteken. Het huis van goud, de zon brandt hout. De jongste valt in slaap. De oudste moet plassen. Hij zegt papade pipi moet remmen. Ik proef de droogte van de krekels. Mijn broek is nat. Ik sta op de parking van een huis in de Vogezen. " Kip halen ? "  vraagt mijn vrouw.

JAKOBUS
15 1

7 zekerheden die elke vliegreis een hel maken

Ik maakte onlangs nog eens de cruciale fout om mij een half etmaal lang vrijwillig te laten opsluiten in een ijzeren cabine waarin de scheten van 200 vervelende mensen nijdig door de lucht snijden. Wanneer je zo om de halve minuut geconfronteerd wordt met de luchtvervuiling in vliegtuigen, besef je wel dat die Greta Thunberg meer is dan een schoolmoe trollenkind dat pas op haar 40ste ontmaagd zal worden door een zelfgeteelde courgette in haar stoffige vagonder te duwen. Soit, excuses genoeg om mij te verlagen tot het summum der clickbait: een lijstjesartikel. Laten we samen negeren dat zowel jij als ik ver boven dit type geschreven rioolentertainment staan, want hier zijn ze: de 7 kankers die op geen enkele vliegreis ontbreken. 1. JE BUUR DIE ZICH LAM ZUIPT MET GRATIS GIN-TONIC Je bent blij want je vertrekt op reis, iedereen is netjes gaan zitten en het lijkt erop dat je buurman níét stinkt, géén behoefte heeft om je de komende 12 uur beter te leren kennen en géén machtsspelletjes speelt om de armleuning. Voor wie nog nooit gevlogen heeft: dit is even zeldzaam als de Lotto winnen op een dag dat het niet regent in België en de banken al meer dan twee maand de rente op de spaarrekening niet hebben verlaagd. Maar terwijl je dat denkt, komen de stewardessen en die ene zwarte, gay steward met een beperking – drie quota in één klap – langs om te vragen wat je wil drinken. Je buurman checkt of gin-tonic gratis is en begint zo aan het plezantste vliegavontuur van z’n leven. 7 gin tonics, 1,5 Ben Stiller-film en 5 toiletbezoeken later heeft die klootzak niet alleen de armleuning, maar ook je kussen, dekentje en linkerschouder ingepalmd. 2. NET NIET KNAPPE STEWARDESSEN DIE ELK KWARTIER LANGSKOMEN Het is duidelijk: tijdens de eerste les op de vliegtuigschool leren ze dat je je passagiers nooit langer dan 15 minuten aan een stuk gerust mag laten. Kijk, ik zit hier een halve dag vast, laat me dan alsjeblief die tijd benutten door zo veel mogelijk films te kijken op een crappy scherm, dat één keer op drie reageert op mijn aanraking, en geluid enkel in mono afspeelt door m’n koptelefoon van 400 euro. ‘Gaan we niet laten gebeuren,’ denkt het luchtpersoneel. Een film kijken op het vliegtuig is als een blockbuster zien op VIER, waarbij de 11 reclameblokken vervangen worden door dames die gemaquilleerd zijn als drag queens en komen vragen of je in de laatste 5 minuten wél dorst hebt gekregen. En, wat je het liefst wilt: de gewone maaltijd die naar stront smaakt of de vegetarische maaltijd die naar stront smaakt. Wat ons naadloos bij het volgende punt brengt. 3. RANZIG VLIEGTUIGETEN Snack hier, lunch daar … Ik zal wel te dom zijn om te beseffen dat je met het uurverschil eigenlijk twee dagen mist en daarom 6 keer eten moet krijgen tijdens je vlucht. Allemaal sympathiek dat dit gratis inbegrepen is in mijn vliegticket van 1.000 euro, natuurlijk. Maar moet dat eten ook echt zo’n degoutante, vormeloze berg kak zijn? Om nog te zwijgen van die zure stank die al door het hele vliegtuig trekt wanneer ze die shit aan het microgolven zijn. De eerste maaltijd zijn eieren, champignons, brood en confituur. Ik zweer het je dat ik geblinddoekt niet had kunnen zeggen wat wat was. Tegen de tijd dat ik eindelijk door de korst van m'n – volgens mij – broodje raak, heb ik ongewild al 3 plastic messen door het vliegruim gekatapulteerd. Om na de eerste beet al dat eten in nog vuilere versie terug te ruiken wanneer de lucht in die bagger al door het darmkanaal van de eerst bediende passagiers is gereisd. Geloof me, de term ‘vliegend schijt’ is een unicum in de Nederlandse taal omdat hij zowel de vliegtuigmaaltijd op zich, als dat wat meteen volgt na het eten ervan beschrijft. 4. DE HUILENDE BABY Dat alles speelt zich af terwijl op de achtergrond een baby, die eruitziet als een obees weerwolfjong met psoriasis, al vanaf de eerste minuut door alle noise cancelling headphones heen de longen uit z’n borstkas krijst. Ik bestel ondertussen ook een gin-tonic en stop de stewardess 20 euro toe om ‘m rechtstreeks in de open bek van dat monsterkind te gieten. Vastbinden in het onderkoelde bagageruim, eruitgooien zonder parachute of door de vliegtuigmotor blenderen? Ik weet niet wat we het best doen met ouders die beslissen om de vlucht voor iedereen te verpesten, gewoon omdat ze het niet konden laten zich voort te planten én zichzelf een reis te gunnen. Wanneer papa met kind op de arm voor de 79ste keer passeert en met een halve glimlach om wat begrip vraagt, gebaar ik met m’n vierde plastic mes over m’n keel. En zoals het altijd gaat, zal die volgepapte schilferwolf een kwartier voor we landen ineens op wonderbaarlijke wijze z’n muil houden. 5. HET ZETELDILEMMA Maaltijd één van zes is nog geen 30 seconden afgeruimd of het is zover. De fucker voor je legt z’n stoel zó plat dat hij een hoofdmassage verwacht te krijgen. Voor je goed doorhebt wat er gebeurt, hangt er een pluk dik zwart krulhaar op 5 cm van je neus en zit je vastgeklemd tussen je stoel en je tafeltje, terwijl je knieën hardnekkig proberen niet binnenstebuiten te plooien. De beenruimte die er om te beginnen al niet was, is er nu nog nieter. Bijgevolg sta je voor het dilemma: doe je je achterbuur dominogewijs hetzelfde aan en word je de eikel die je verafschuwt of wacht je tot je buur voor je slaapt en sla je hem dan zo hard op zijn oor dat z’n zetel automatisch terug vooruit springt en hij de komende uren gedesoriënteerd blijft zitten, te angstig om nog iets anders te doen dan ademen. Naast me merk ik dat mijn vrouw voor een derde optie gekozen heeft die bestaat uit om de 5 minuten tegen de stoel boksen, vergezeld van een ‘wat the fuck?’, ‘godverdomme!’ en ’echt waar, mongool!’. 6. VLIEGTUIGMODUS Het is 2019. Er bestaan auto’s die zonder chauffeur van hun parking naar ons toe kunnen rijden. Ik betaal mijn boodschappen in één seconde met mijn horloge. Twee minuten voor ik thuiskom gaan de lichten aan, springt de verwarming op en begint de radio te spelen. Het is dan ook niet bizar dat ik op 10.000 meter hoogte kan googelen, youtuben en instagrammen alsof ik op een familiefeest zit. Het probleem is dat dit niet zo is. Want als je niet binnen de 200 milliseconden na het aan boord gaan connectie hebt gemaakt met de wifi, raak je er sowieso niet meer op. Met een beetje geluk, slaag je er toch in en kan je 10 minuten naar je scherm staren terwijl de startpagina van de vliegmaatschappij vol duty free, maar onbetaalbare vliegtuigwinkelbrol geladen wordt. Gelieve hier rekening mee te houden voor je een nier afstaat om 250 megabyte data te krijgen. En wat is dat trouwens met die vliegtuigmodus? Waarom moet ik al mijn technologie uitzetten? Heeft er al ooit iemand een vliegtuig laten neerstorten door nog snel de obligate ‘ik ben weg, fuckers!’-foto op Instagram te posten? De helft van de passagiers vergeet dit, de andere helft doet dit gewoon niet, en de andere helft wil wel, maar is te achterlijk om te weten waar ze dat juist doen. De vierde helft leest dit en vraagt zich terecht af in hoeveel helften je dingen eigenlijk kan verdelen. 7. HET APPLAUS We zouden hem bijna vergeten. Die ene idioot die zo onder de indruk is dat hij begint te klappen omdat de piloot ons levend heeft weten te houden tot na de landing. Maar waarom het daarbij laten? Want onze bestuurder heeft per slot van rekening het uiterste minimum van z’n takenpakket goed afgerond. Klim uit je stoel en geef die man een staande ovatie. Overlaad ‘m met slipjes en gsm-nummers! Als je maar lang genoeg ‘we want more’ blijft roepen met de hele cabine, doet hij misschien nog een extra rondje met een looping of twee. En vergeet zeker de fooi niet, want naar ik heb horen zeggen flirt het loon van piloten met de minimumgrens. Maar goed, wie klappen wil, kan klappen krijgen. Ik zal de eerste zijn om de handjes op mekaar te zetten voor wie die applausmeester vanuit het gangpad tot een overgare vliegtuigmaaltijd mept. Dat alles terwijl er van enthousiasme een lauwe ruft uit m’n achteruitgang glipt en zich samenvoegt bij de rest van de dichte scheetmist in het ruim. In de volgende editie: 57 redenen waarom ik ervan hou om als een terrorist behandeld te worden aan de Amerikaanse grenscontrole.

Hans Verhaegen
31 1

Berk

‘De ruime en zonnige studio, met privé ingang, is gelegen op de 1ste verdieping van onze 19de eeuwse gezinswoning. Het enige wat je met ons deelt is het uitzicht op onze binnentuin.’ Zo  stond er geadverteerd in de online beschrijving van mijn tijdelijke weekendverblijf. Een knusse studio - met een rustiek krakende vloer, een zetel met schapenvelletje en enkele sympathieke uit hun pot gegroeide kamerplanten - omarmde me zodra ik er binnenstapte.  Hier zou ik helemaal tot rust komen. Vermoeid van de lange autorit liet ik me op het zachtwitte tweepersoonsbed vallen. De geur van vers gewassen bedlinnen deed me wegdromen terwijl ik door het raam een witte berkenstam zag afsteken tegen de staalblauwe hemel. Enkele geel verkleurde blaadjes probeerden zich krampachtig vast te houden, terwijl de wind zachtjes de bijna kale takken de winter in wiegde.  Ik werd teruggeblazen naar mijn kindertijd. Hoe vaak had ik niet vanuit mijn bed door het raam gekeken naar de tak van die ene boom? De tak van wie ik elke buiging en kronkel uit mijn hoofd kende en die ik in mijn verveling duizend keer met mijn vinger had gevolgd. De tak waarvan ik in elk seizoen wist hoe hij eruit zag, die mijn vriend was geworden in een groot en eenzaam huis, die mij gezelschap hield als ik ziek was, of huilend van liefdesverdriet op mijn bed lag en waarvan ik wist dat hij er altijd voor me zou zijn.  Terwijl een zacht geroezemoes vanuit het binnentuintje opsteeg, mijmerde ik verder bij het wuiven van de blaadjes van mijn nieuwe vriend. Wat was het wonderlijk dat ik door een simpele boom  in dit tijdelijk stulpje meteen een thuisgevoel kreeg. Gefascineerd volgde ik de takjes met mijn ogen terwijl ze zachtjes heen en weer zwiepten. Plots zag ik de stam wel heel ver naar achteren buigen en met een onnatuurlijke knik duikelde de berk uit mijn gezichtsveld.  Verschrikt sprong ik recht en keek door het venster naar beneden. Een met zaagsel bebloede stomp keek me hulpeloos aan. In mijn ooghoeken zag ik een man wegstappen, de zaag bungelde losjes in zijn rechterhand. Verbouwereerd liet ik me weer op bed vallen en wezenloos staarde ik naar de effen blauwe rechthoek die mijn nieuwe uitzicht was geworden.  Ook aan wat in het leven een zekerheid lijkt kan abrupt een einde komen.

marmerpiek
14 0

de stad is moe

De stad is moe De stad is vuil De stad is boos   10 jaar geleden was het alweer. Barcelona.  Terwijl mijn lief een conferentie bijwoont, strekt de dag zich voor me uit als een leeg canvas. Die tijd krijgen in een vreemde stad, het is een onverwachte luxe. Barcelona was altijd al complex voor me, een soort levende identiteitscrisis als kenner van het Spaanse binnenland, en wordt dat vandaag nog meer. Binnen een tijdspanne van 5 uur meander ik zonder kaart van een café solo onder een palmboom (in november!) via een tentoonstelling over feminisme, recht richting straatprotest. Sinds enkele weken bezetten jongeren het universiteitsplein in een geïmproviseerd tentenkamp, als protest tegen de uitspraak over de Catalaanse parlementsleden en het politiegeweld dat volgde na eerdere manifestaties. De bus die bezoekers naar de binnenstad brengt, moet er omrijden om Plaza Catalunya nog enigszins te kunnen bereiken. De stickers vind je overal in de stad: op vuilnisemmers, lantaarnpalen, onder je voeten op eeuwenoude tegels: l‘LLibertat Presos Polítics!’  - #genercacio14 -‘Spain, a real dictatorship’ - . ‘Todos iguales, todos san papeles’, #NiUnaMenos.   Een rugzak op mijn rug blijkt voldoende reden voor de inwoners om me stuurs aan te kijken of in het Engels aan te spreken, hoewel ik perfect Spaans spreek. Het is ontnuchterd als toerist te worden bejegend in een land dat ooit als mijn tweede thuis voelde. Maar ik ben natuurlijk écht: een toerist. Zoals 7 miljoen anderen per jaar. De paradox van de toerist is dat niemand toerist onder de toeristen wenst te zijn. Ook ik redeneer zo, en het uit zich in mijn gedrag: als ik sneller stap, in de metro verveeld voor me uit kijk, een zonnebril draag en de kleine parallelstraatjes induik in El Born – zal ik wel mooi oplossen in de lokale bevolking. Ik moet lachen om mijn eigen doorzichtige gedrag. Alweer een paradox is dat die zelfrelativering me niet belet het truukje toch vol te houden. De stad is vuil en druk. Ik haast me over de uitgesleten Rambla. Ook dit is Barcelona. Na Venetië en Amsterdam een van de meest geciteerde voorbeelden van massatoerisme, tegen wil en dank. Gevelspandoeken herinneren me aan de wens van de bewoners om geen gegentrificeerde woestijn van verhuurappartement te worden. Ik mijd bewust ketens, winkel bij de lokale kruidenier en kies boquerones fritos bij een oude Catalaan. Ik blijf mensen op straat of in het appartementsgebouw waar we logeren, consequent vriendelijk groeten, ook al groeten ze niet terug. Italo Calvino schreef: “de stad ademt in wat wij uitademen. Moge het in hemelsnaam liefde zijn.” Vandaag voel ik die liefde niet. Vandaag is Barcelona een podium van de wereld in crisis, van veranderde narratieven, van het omverwerpen van een dominant discours. De stad is handen van zij die de status quo verwerpen. Oude verhalen, nieuwe, urgente hoofdstukken. Dit is Barcelona. 

JanaK
19 0