Zoeken

Niemand heeft het gezien

De deur valt achter me in het slot. Mijn veilige ruimte waar ik steeds weer naar terugkeer is goed afgesloten. Deze keer verlaat ik mijn huis om me naar mijn werkplaats te begeven. Omdat die niet vlakbij ligt neem ik de auto. Mijn huis ligt weliswaar achter mij maar trekt nog aan me, de lekkende kraan in de badkamer bijvoorbeeld en de was die nog in de droogkast moet. Er zijn buiten echter ook verplichtingen.Hoe moe ik me ook nog voel, het maakt niet uit, ik stap met de autosleutel in de hand naar de overkant van de straat. De dag ervoor parkeerde ik er mijn auto.   Elke dag opnieuw plof ik me met dezelfde lichtheid neer, breng ik de bestuurderszetel in een comfortabele positie en zet ik de motor en de radio aan. De radio verbindt me met de mensheid terwijl ik alleen in de auto zit, net als al diegenen die achter, voor en naast me rijden, in bakken die in principe voor één persoon te groot zijn, in bakken waar een gans gezin in past.  Half zo brede wagens waarmee je met grote snelheid over de snelweg mag rijden bestaan niet. Een soort van overdekte motoren die over half zo brede rijstroken zouden mogen rijden. Een drievaksbaan zou dan een zesvaksbaan kunnen worden. Ik weet goed genoeg dat zoiets enkel in een wereld zonder vrachtwagens kan bestaan. Dat ik hun klevende bumpers niet meer zou zien in de achteruitkijkspiegel zou ik niet erg vinden. Om niet meer tussen die mastodonten die de helft van je uitzicht wegnemen te moeten laveren, zou ik niet missen. Om er niet meer achter te moeten hangen terwijl ze tergend traag elkaar proberen in te halen, om niet meer te moeten vrezen dat ik de afrit zal missen omdat ze me geen plaats gunnen, dat alles zou ik heerlijk ontspannend vinden. Nachtelijke dromen krijgen een vervolg in dagdromen terwijl ik de sleutel, die aan dezelfde sleutelhanger van de huissleutel hangt, in mijn hand houd. Ik steek de sleutel in het slot. Een handeling die ik talloze keren heb uitgevoerd. Ik krijg hem er niet in en dat stopt meteen de hele gedachtenstroom over vrachtwagenvrije snelwegen. De sleutel hapert en daarmee ook mijn hele timing! Ik weet perfect hoe lang ik over de weg doe en ook hoeveel tijd ik er moet aan toevoegen voor onvoorziene omstandigheden. Het mag dus niet te lang meer duren. Ik wrikkel nog even met de sleutel, hopend dat hij vlotjes in het slot wil glijden.  Het lukt me niet. In fracties van seconden verschijnen bij mij alle mogelijke fouten die ik bij deze eenvoudige handeling gemaakt kan hebben. Ik kijk of ik wel degelijk de autosleutel tussen mijn vingers heb en niet mijn huissleutel. Ik probeer opnieuw, zonder succes. Dan draai ik de sleutel om. Dat zal het zijn. Opnieuw krijg ik er hem niet in! De ontreddering slaat toe. Een handeling die me nooit enige moeite heeft gekost wordt een probleem. Een routine die soepel zou moeten verlopen blokkeert de rest van de dag en misschien wel de rest van mijn leven. Mijn reputatie van altijd stipte en betrouwbare werknemer wordt in luttele seconden vernietigd. Hoe moet ik dit gaan uitleggen? ‘Ik kreeg mijn sleutel niet in het slot’ . Het klinkt als de meest onnozele uitleg bij het te laat komen. ‘Het zal wel zijn dat je je sleutel er niet inkreeg’. Vóór mij staand zie ik ze al gniffelend naar elkaar kijken ‘Dat laatste slaapmutsje zal wel een shotje teveel geweest zijn ‘ . ‘Ze zal door haar wekker heen geslapen zijn.’ Ja, dat zullen ze denken.  Vanuit de spoeddienst in tranen bellen naar mijn werkgever omdat ik voor mijn deur zwaar ben aangereden door een bromfiets die blindelings vanachter de hoek is komen aanrijden, dat zou een goede reden zijn. Dat zou ook medelijden opwekken. Daar zouden mijn collega’s het er de hele dag over hebben, over de pech die ik heb gehad , over hoe ze het werk nu zullen moeten verdelen en of ze de geplande vergadering zonder mij wel kunnen laten doorgaan.  Maar nee, ik sta hier ongedeerd met een sleutel in mijn hand. Hoe kan ik dat straks geloofwaardig maken. Dat vraag ik me af terwijl ik nog een laatste poging doe om die verdomde sleutel erin te krijgen. Er moet iets mis zijn met dat slot. Het lijkt onmogelijk, maar het klinkt voorlopig als de meest logische verklaring. Ik trek nerveus aan de klink en kijk door het raam naar de bestuurderszetel waarop ik al had moeten zitten. Misschien heeft iemand aan mijn auto gezeten. Ik kijk door het achterste raam. Alles lijkt op het eerste zicht in orde te zijn. Op de achterbank staan drie kartonnen dozen. Ik herken deze dozen niet. Ik kijk nogmaals en probeer me te herinneren waar ze vandaan komen. Had ik iets gekocht en op de achterbank laten staan? Ik lees de teksten op de dozen voor zover ik ze in het donker kan zien. De afbeelding van een stofzuiger op de ene doos zag ik nooit eeder. Op de andere doos kleeft een etiket van een chinese leverancier. Op de derde doos zie ik boven een amper te lezen adres de naam van …. Mijn hoofd wordt licht, de diepe mist waar ik ondertussen in verzeild was geraakt klaart onmiddellijk op. De puzzelstukken vallen op hun plaats. Dit is niet mijn auto. Mijn auto staat achter deze auto geparkeerd! Er valt een ton ijsblokken smeltend neer op de straatstenen. Ik draai mijn hoofd discreet naar alle ramen en deuren vanwaaruit men mij had kunnen zien en stel vast dat er geen getuigen zijn geweest.  Niemand heeft het gezien. Ik open de deur en plof me neer op de bestuurdersstoel. Ik start de auto. De mensheid zal niet weten wat voor een drama ik heb meegemaakt deze ochtend. Voorlopig toch niet. Later misschien, wanneer ik op pensioen ben. Ik zal mooi op tijd aankomen op de werkplaats. Niemand zal aan mij twijfelen. De autozetel voelde nooit eerder zo relaxt. De radio op volle bak verbond me nooit eerder zo sterk met de mensheid. Ik kijk in de achteruitkijkspiegel, steek de lichten en richtingaanwijzer aan, rijd voorbij de auto die voor me geparkeerd staat en geef volle bak gas.      

Alma lavado
0 0

Hemellichaam

Daar waar de wetten van de tijd vervagen, daar ligt hij. De singulariteit van haar verlangen, het zwarte, fluwelen punt waar alles samenkomt. De ster wist niet wie of wat hij was, maar ze voelde dat haar banen om hem heen steeds dichter lagen. Altijd was ze gewend geweest om de duisternis te bezweren, maar nu wilde ze die donkerte net proeven. Zijn onwrikbare zwaarte hypnotiseerde haar. Ze liet zich afglijden in zijn invloedssfeer. Met zachte aanrakingen wreef hij haar buitenste lagen los. Eenmaal de kosmische dans begon, was er geen weg meer terug. Bedwelmd door de belofte van zijn pulserende hart, vormde ze haar ritme naar het zijne. Onder zijn indrukwekkende kracht opende zij zich als een bron. Zij was de ster die in gouden rivieren zijn hart van zwart velours voedde. In zijn standvastige zwaarte legde zij haar puurste licht.  Aarzelend zochten haar fijne, gouden vingers zijn middelpunt. Hij lichtte haar nevelsluiers op, en werd kortstondig verblind door de schittering van alle kosmische godinnen die in haar huisden. Met elke haal van zijn energie legde hij meer van haar bovennatuurlijke krachten bloot. Hij ontmantelde haar teder op de maat van zijn trillende kern. De lagen die ze losliet, smeedde hij in zijn kosmische handen om tot vloeibaar goud. Hij wilde haar niet breken, hij wilde haar absorberen. Haar goud voor eeuwig bewaren in zijn ondoordringbare kern. Samen gleden ze naar zijn horizon, de flinterdunne grens tussen het bekende universum en het absolute niet-weten. Op die drempel stolde de tijd. Er was geen zij of hij meer, de tijd enkel nog een eeuwig nu: een versmelting van vloeibaar goud en hermetisch zwart. Misschien wilde zij geen ster meer zijn, maar transformeren tot een geheel nieuw hemellichaam zodra ze achter zijn waarnemingshorizon verdween. In een verzengende hitte barstte haar laatste verzet open. Hij trok haar over de drempel, naar de einder waar alles onomkeerbaar werd. De kosmische adem stokte. Hij leidde haar dieper zijn kern binnen. Met een laatste zucht van licht sloot de horizon zich.

Jolien Van de Velde
71 1

Prachtige wallen (deel 3)

5 februari 2014 Magda nog steeds kwaad. Lukt me niet om het goed te maken. Hoe vaak ik ook sorry zeg. 'Je zegt wel dat het je spijt, maar je meent het niet. Je wil gewoon dat ik je vergeef. Je vindt het jammer dat ik je betrapt hebt, maar echte schuldgevoelens heb je niet, niet over je bedrog.' Hoe kan ik het ook menen? Hoe kan ik spijt hebben over iets wat ik nooit gedaan heb? Ze zegt dat mijn verontschuldigingen niet oprecht zijn. Wat kan ik daar doen? Moet ik nu acteerlessen gaan nemen om dit huwelijk te redden? Zeg het niet graag, maar er zijn momenten waarop ik haar zou willen wurgen. Ik weet waarom ze zich zo nukkig gedraagt, waarom ze soms niet eens met me wil praten, waarom ze kwaad op me is, en ik weet dat ze daar alle recht toe heeft, maar dat neemt niet weg dat haar verwensingen me pijn doen, dat het steekt als ze me negeert. Ik doe mijn stinkende best om een huwelijk te redden waar ik eigenlijk niks mee te maken heb, en wat krijg ik? Stank voor dank. Alle begrip voor Magda – Mark Desmet is een klootzak – maar ik kan de klok niet in zijn plaats terugdraaien. Ik kan alleen maar in zijn plaats mijn/zijn verontschuldigingen aanbieden. Ik snap wel dat haar beledigingen naar Mark Desmet gericht zijn, de vorige Mark Desmet, maar aangenaam is het niet om elke dag smeerlap, hufter of rotzak genoemd te worden. Moeilijk om dan zelf niet aan het schelden te slaan. Rationeel begrijp ik wel dat ik haar onmogelijk iets kwalijk kan nemen, dat ze zich gekwetst voelt en het normaal is dat ze zich afreageert op de man die haar verdriet heeft gedaan, maar soms treffen haar beledigingen echt doel, voel ik me persoonlijk aangevallen, en dan het kost het me veel moeite om niet – verblind door woede – in de tegenaanval te gaan. Als iemand je beledigt, wil je terugslaan. Een automatische reactie. Dat is hoe de natuur ons geprogrammeerd heeft: onze emoties sturen ons. En die zijn zo sterk dat het soms haast onmogelijk lijkt om ze in bedwang te houden. Eens gelezen dat de amygdala – het stukje brein dat onze emoties regelt – stukken ouder is dan de prefrontale cortex – dat deel in onze hersenen waar de ratio zit. De oeroude amygdala bepaalt hoe we ons voelen bij wat we zien en horen, en lokt dus reacties uit – ons gedrag. De prefrontale cortex is pas later in de evolutie ontstaan, en kan ons gedrag enkel bijsturen. Vandaar dat het vaak inspanning vergt om je niet mee te laten slepen door je emoties, je prefrontale cortex kan ze niet altijd aan de leiband houden. Dus ja, soms moet ik echt op mijn tong bijten. En dan kost het bakken empathie om me in te houden. Moet ik me verschrikkelijk forceren om me in Magda's plaats te blijven stellen, de situatie door haar ogen te bekijken, en rekening te houden met haar gevoelens. Ik blijf het echter proberen, keer op keer, om zo oprecht mogelijk sorry te zeggen. Mijn lunchpauzes en vrije tijd breng ik dan ook voor de spiegel door, oefenend, mijn gezichtsuitdrukking aandachtig bestuderend. Ga ook wat films over relatieproblemen proberen bekijken, en letten op de acteurs. Hoe hun wenkbrauwen staan, welke houding ze aannemen, hoe hun stem klinkt. Er moet een ideale gezichtsuitdrukking zijn, een ideale houding van de schouders, een ideaal stemtimbre. Eigenlijk acteer ik al heel mijn leven, tot voor kort elke dag een andere rol, misschien wordt het tijd om mijn beroep eens serieus te gaan nemen. 6 februari 2014 Sorry. Mijn verontschuldigingen. Mijn oprechte verontschuldigingen. Het spijt me. Mijn excuses. Welgemeende excuses. Ik betreur wat er gebeurd is. Als ik de klok kon terugdraaien… Echt waar, ik word door wroeging verteerd. Het berouwt me ten zeerste. Zoveel manieren om hetzelfde te zeggen. Welke zou de beste zijn? Waarschijnlijk hangt het in grote mate af van hoe je het zegt, met welke intonatie, welke blik in je ogen. Ooit eens een artikel gelezen over een debat tussen Kennedy en Nixon dat zowel op radio als tv werd uitgezonden. Volgens de radioluisteraars had Nixon het debat gewonnen, volgens de tv-kijkers Kennedy. Zelfde debat, alleen klonk Nixon overtuigender, terwiljl Kennedy er overtuigender uitzag. Image is everything. Het moet lukken, doen alsof je oprecht bent. Gewoon een kwestie van oefening.

nEMO
3 0

Ctrl+Alt+Del liefde

‘Verdomme. Wie had bedacht dat dit een goed idee was?’ Ik keek naar mijn broek. Mijn moeders skinny jeans. Hij zat zo strak rond mijn middel dat ik er vrijwel zeker van was dat mijn ingewanden inmiddels in alfabetische volgorde lagen. Ik miste mijn afhangende skaterbroek. Mijn skaterbroek en ik hadden een gezonde relatie gehad. Hij accepteerde mijn buik, ik accepteerde zijn gebrek aan ambitie. We hadden elkaar nooit proberen te veranderen. Deze broek daarentegen leek persoonlijk beledigd door mijn bestaan. Op de sleehakken die ik van Tina had geleend – ‘Ze maken je benen echt lang!’ – navigeerde ik als een dronken flamingo over de kasseien van de Binnenstraat. Voor me doemde de verlichte gevel van pizzeria Saporito op. Mijn maag maakte een salto. Ik kon nog omkeren. Niemand zou het weten. Ik zou gewoon naar huis gaan, mijn pyjama aantrekken en de rest van mijn leven doen alsof internetdating een vreemde rage uit een ver verleden was. Mijn broekzak trilde. Mama. Veel succes vanavond! Probeer vooral niet jezelf te zijn. xx mama Ik las het bericht twee keer. Daarna grinnikte ik. Fijn. Mijn eigen moeder had blijkbaar ook al vastgesteld dat ‘mezelf zijn’ vanavond niet bepaald de winnende strategie was. Ik voelde me inderdaad allesbehalve mezelf. Ik droeg haar broek, Tina’s schoenen en een persoonlijkheid die voor de gelegenheid ergens tussen ‘zelfverzekerde vrouw’ en ‘vrouw die waarschijnlijk over haar eigen voeten gaat struikelen’ schommelde. Maar ik had besloten dit te doen. Of toch te proberen. Er moest iets veranderen in mijn leven. Dit was de eerste stap. Een kleine stap. Op een paar gigantische pumps. Maar toch. De vraag was alleen: hoe zou híj eruitzien? Zijn datingprofiel hielp niet echt. De enige foto was een soort Manga-lookalike. Een gezicht met de perfecte kaaklijn, grote ogen en ongeveer evenveel emotionele diepgang als een emoji. Nerd, dus. Maar zijn berichtjes hadden me verrast. Hij was grappig. Scherp. Uitdagend. En, wat ronduit verdacht was, hij kon tegen mijn droge opmerkingen. Sterker nog: hij leek ze leuk te vinden. Al snel waren onze gesprekken behoorlijk flirterig geworden. Na een paar dagen begon ik zelfs uit te kijken naar zijn berichtjes. Wat op zich al een alarmsignaal was. Wanneer zou hij terugsturen? Waarom duurde het zo lang? Had hij mijn bericht gelezen? Had hij het grappig gevonden? Was die punt achter zijn laatste zin misschien een teken van emotionele afstand? Stop. Ik moest mezelf dringend tot de orde roepen. ‘Niet onnozel doen, Lolo.’ Ik voelde mijn wangen warm worden. Fantastisch. Ik was nog niet eens binnen en mijn lichaam gedroeg zich al alsof ik een tiener was die voor het eerst oogcontact had met een jongen. Zou onze conversatie in het echt even spontaan verlopen? Waarschijnlijk niet. In het echte leven kon ik namelijk niet gewoon drie minuten nadenken voor ik een gevat antwoord stuurde. Ik moest mijn woorden onmiddellijk produceren, met mijn mond. Een nogal beperkende technologie. Bovendien had ik zelf ook niet bepaald open kaart gespeeld. Mijn profielfoto was een gepolijste, door ChatGPT opgekalefaterde versie van een vijf jaar oude pasfoto. Het was technisch gezien mijn gezicht. Alleen had ChatGPT blijkbaar besloten dat ik meer weg had van een vrouw die op een reclamebord staat te glimlachen alsof ze nog nooit in haar leven een slechte haardag had gehad.  Bewust hadden we nog niet te veel concrete informatie gedeeld. We waren allebei IT’er – gemeenschappelijke interesses, altijd een pluspunt. We hadden allebei gevoel voor humor – uniek! En we waren allebei op zoek naar gezelschap. Dat laatste klonk achteraf gezien misschien iets te veel als een advertentie voor een gezellige seniorenclub. Mijn zenuwen raasden inmiddels door mijn lijf alsof ze een eigen Uber hadden besteld. Ik bleef voor de pizzeria staan en gluurde door het raam. Was hij er al? ‘Je zult me wel herkennen,’ had hij gestuurd. Nou. Dat hielp. Ik scande de tafeltjes. En toen zag ik hem. Een knalgele pet. Met het logo van Google. Ik moest lachen. Natuurlijk droeg hij een Google-pet. Waarom zou een volwassen man met een blind date ooit gewoon een neutrale jas aantrekken als hij ook kon rondlopen als een wandelende zoekbalk? Hij moest mijn lach gehoord hebben, want plots draaide hij zich om. En toen zag ik zijn gezicht. Of liever: ik zag wie het was. Als door een wesp gestoken dook ik weg achter de muur. ‘Dit. Dit kan niet waar zijn.’ Ik bleef stokstijf staan. Mijn hersenen probeerden de informatie te verwerken, maar liepen vast op een soort intern 404-scherm. Had ik het wel goed gezien? Ik gluurde opnieuw. Jawel. Hij. Van alle mannen op deze godvergeten planeet. Ik vluchtte naar de overkant van de straat en verstopte me achter een dikke populier. Van daaruit had ik vrij zicht op de man met de gele pet. Ik kende dat silhouet maar al te goed. Mijn collega. Mijn ex-collega. Mijn persoonlijke professionele nachtmerrie. Van alle mannen op Tinder. Van alle mannen op deze planeet. Van alle levende organismen met een penis. Hém. De man die vorig jaar mijn promotie voor mijn neus had weggekaapt. En die daarna, alsof dat nog niet genoeg was, wekenlang vernederende mopjes had gemaakt waar ik telkens beleefd om had gelachen omdat ik nu eenmaal volwassen was. Nou ja. Meestal. Hij pakte zijn telefoon. Zijn vingers bewogen over het scherm. Ik herkende zijn gsm. Ik had exact dezelfde. Mijn broekzak trilde. Een bericht van hem. Ik ben er al. Apérol-time! Ik kijk uit naar jou! Ik staarde naar het scherm. Mijn teleurstelling maakte plaats voor iets anders. Een heel aangename vorm van helderheid. Geen haar op mijn hoofd dat eraan dacht om met die eikel op date te gaan. Ik begon te typen. Nou, ik niet meer. Ik keek even naar de knipperende cursor. Misschien was dit kinderachtig. Misschien was het onprofessioneel. Misschien zou ik hier later spijt van krijgen. Ik glimlachte. Polyamorie is minder mijn ding. Doe de groetjes aan je vrouw! Versturen. Ik stopte mijn telefoon weg en draaide me om. Geen idee hoe hij reageerde. Al zag ik nog net door het raam dat hij zich verslikte in een flinke slok Apérol. Ik glimlachte en zette het op een lopen. Zo snel als die verdomde sleehakken mij konden dragen. Kijk. Sommige dates eindigen met een kus. Sommige met een tweede afspraak. En sommige eindigen met een vernederende hoeveelheid Apérol in het decolleté van een serveerster. Persoonlijk vond ik de laatste optie een prima afsluiter.

Sfieke
5 0