Zoeken

Prachtige wallen (deel 5) (einde)

8 februari 2014 Stevige discussie achter de rug vandaag. Magda wil dat we naar de relatietherapeut blijven gaan. Ik niet. 'De vorige keer heeft hij niks gezegd. Enkel geluisterd. Hij was een toeschouwer, meer niet. Wat heb je daaraan? Bij een voetbalmatch of concert moet het publiek betalen. Waarom moeten wij in dit geval het publiek betalen?' 'We hebben hem de vorige keer de kans niet gegeven om ons te helpen. De sessie zat erop nog voor hij begonnen was.' 'We hebben hem de kans niet gegeven?' 'We, ja.' 'Ik ben niet weggelopen.' 'Doe nu niet flauw. Ik had alle recht om kwaad te worden. Jij bent degene die doodleuk zijn overspel ontkende.' 'En daarvoor heb ik me al lang verontschuldigd. Verschillende keren. Dus hou erover op. Feit is dat niemand je heeft gedwongen om de kamer uit te stormen. Jij wou therapie, weet je nog? Dacht je dan dat alles vanzelf ging gaan? Je kan niet zomaar weglopen vanaf je kwaad wordt. We zaten net daar omdat we niet meer overeenkomen, en dat willen oplossen.' 'En daarom wil ik terug.' 'Wie zegt dat je niet opnieuw wegrent als ik iets verkeerds zeg?' 'Zeg dan niets verkeerds.' 'Heb soms de indruk dat alles wat ik zeg verkeerd is…' 'Och, jij, met jou valt niet te praten!' Ik heb hoe dan ook echt geen zin om terug te keren naar die therapeut. Waarom kunnen we het niet zelf oplossen, samen? Die kwakzalver kan toch nooit weten wat er in onze hoofden omgaat? Waarom zou hij het dan zoveel beter weten? Dit is iets tussen ons, Magda en mij. Wij moeten eruit geraken. En ik zie niet in hoe psychologieboekjeswijsheid ons daarbij zou kunnen helpen. Ik heb het een kans gegeven, en zij heeft het verpest. Punt. Meer geld wil ik er niet aan verspillen. We kunnen het net zo goed thuis uitpraten. Thuis… ik begin over thuis te spreken. Beangstigend… 9 februari 2014 Elk dag ruzie. Elke dag. Ik weet niet hoelang ik nog aankan. Zou er geen uitweg zijn? Soms mis ik mijn oude leven. Mijn betekenisloze leven. Ik begin moet te worden, verschrikkelijk moe. 10 februari 2014 Zelfmoord. Misschien is zelfmoord de oplossing. Misschien word ik dan morgen weer als iemand anders wakker. Of zou ik dan gewoon dood zijn? Misschien ben ik van een acteur in een echte persoon veranderd, iemand voor wie de normale wetten van de natuur gelden. Ik zou het graag testen. Maar ik weet niet of ik durf. 11 februari 2014 Ruzie. Weeral ruzie. Ik zit vast. In een huwelijk dat niet werkt. Ik weet het niet meer, ik weet het echt niet meer. Eén kogel door de kop zou alles veranderen. Maar hoe? Wat zou er hierna komen? Zou er iets hierna komen? 12 februari 2014 Vanavond doe ik het. Ik spring van een brug. Er moet iets veranderen. Het moet gewoon. Ik ga aan de rand van een brug staan en aftellen. 10… 9… 8… 7… En daarna… Daarna heb ik eindelijk mijn vrijheid terug. Maar wat voor vrijheid? Ik ben nog nooit zo bang geweest om eerlijk te zijn. Maar zo kan het niet verder. Echt niet. 13 februari 2014 Ik was er helemaal klaar voor gisterenavond. Tot ik op de brug stond. Ik kon het gewoonweg niet, springen. Ik merkte dat ik een hele hoop zou missen. Mijn job, mijn dochters, alles eigenlijk. Het gevoel een plaats te hebben in deze wereld, een vaste thuis. Het gevoel iemand te zijn in plaats van iemand te spelen. Ik ben al een tijdje geen acteur meer, ik ben Mark Desmet geworden. Mark Desmet… Mijn naam. Het woord ik heeft inhoud gekregen, mijn bestaan heeft inhoud gekregen. Omdat er mensen om me geven, om mij. Een prachtig gevoel. Vandaar dat mijn besluit vast staat. Ik ga ermee door. Morgen vertel ik Magda dat ik me bedacht heb, en verder wil gaan met die relatietherapie. En ik ga een agenda kopen om daarin de verjaardagen van mijn dochters te noteren. Zodat ik ze nooit meer vergeet. Dag wereld, mijn naam is Mark Desmet, en ik heb er zin in.

nEMO
0 0

Prachtige wallen (deel 4)

7 februari 2014 Het gaat niet goed. Het gaat helemáál niet goed. Lijkt elke dag wat moeilijker te worden om met Magda te praten. Gelukkig heb ik mijn job. Leraar geschiedenis. Vreemd genoeg bevalt het me wel, voor de klas staan. Heb het gevoel dat ik iets bijdraag, betekenisvol werk verricht. Kijk, we hebben het in het Westen nog nooit zo goed gehad. We leven in een democratie waarin onze rechten door de wet worden beschermd, worden door geen enkele Godsdienst of andere ideologie onderdrukt, en zijn rijker dan ooit tevoren. En we vinden dat allemaal doodnormaal. Omdat we er nooit meer bij stilstaan dat al onze rechten verworvenheden zijn. Dat onze grootouders en overgrootouders hebben gevochten voor onze vrijheid. Als leraar geschiedenis breng je je leerlingen echter een historisch bewustzijn bij. Wijst hen erop dat er op het einde van de negentiende eeuw nog geen nine to five jobs bestonden in de fabrieken. Dat het stakingsrecht niet altijd in ons wetboek heeft gestaan, maar afgedwongen moest worden. Dat er vroeger zoiets als slavernij bestond, mensen elkaar als bezit konden beschouwen, omdat de een toevallig in een betere familie was geboren dan de ander. Dat de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens nog niet zo oud is. Je doet je leerlingen beseffen dat niks vanzelfsprekend is, en dat we onze ((over)groot)ouders dankbaar mogen zijn voor de wereld die ze ons hebben nagelaten. Weet je, je hoort gepensioneerde mensen soms klagen dat onze generatie verwend is. 'Een oorlog, dat is wat ze nodig hebben. Dan zullen ze hun leven pas werkelijk op waarde schatten.' En daar zit iets in. Maar het is een beetje drastisch natuurlijk. Gelukkig kunnen we geschiedenisles geven. Bovendien is het een ideale manier om onze jeugd te leren dat niks zwart-wit is. Ik stel bijvoorbeeld graag de vraag wie in de klas ondergedoken Joden aangegeven zou hebben als hij/zij in de jaren veertig van de vorige eeuw had geleefd. Geen enkele hand gaat in de lucht. Daarna stel ik een andere vraag. 'En wat als je familie omkomt van de honger, en de Duitsers klikspanen belonen met voedsel? Zou je dan overwegen om joden uit te leveren? Dan beginnen ze natuurlijk te twijfelen. En daar draait het om. Twijfel. Dat ze beginnen nadenken over de wereld rondom hen. En beseffen dat alles zich afspeelt binnen een bepaalde context die ervoor kan zorgen dat de grens tussen Goed en Kwaad soms heel vaag kan worden, afhankelijk van uit wiens perspectief je de zaak bekijkt. Op zo'n moment maak je als leraar een verschil, en dat werkt bijzonder motiverend. Mijn dochters helpen ook om de dagen dragelijk te maken. We gaan elke dag samen de eenden in het park voederen met een zak oud brood, en het is geweldig om ze dan bezig te zien. De manier waarop ze met die eenden omgaan… Ze praten ertegen, doen een oprechte poging om met die dieren te communiceren. Wij volwassenen lopen hen zo maar voorbij, besteden geen aandacht meer aan die eenden, omdat we ze gewoon zijn als achtergronddecor. Maar mijn dochters lijken echt geïnteresseerd in die beesten, behandelen ze als mensen, tonen er respect voor, zien het niet louter als wandelende objecten – door de natuur voorgeprogrammeerde robots zonder bewustzijn – maar als levende wezens met gevoelens en verlangens, waarmee je een band kunt aangaan. Gisteren zei mijn jongste dat ze een bakkerij wil openen waar enkel oud brood verkocht wordt. Geen taarten, geen croissants, geen stokbrood. 'Je kan in geen enkele bakkerij oud brood kopen, en die eendjes eten dat zo graag!' Ze vindt het jammer voor die eenden dat ze elke dag op ons moeten wachten voor hun oud brood, en ze wil ervoor zorgen dat de eenden zelf naar de bakker kunnen gaan. Vandaar, een bakkerij met enkel oud brood. Ze geven echt om die dieren. Heel mooi. Bovendien lijken ze ook om mij te geven. Voor hen ben ik geen acteur die de rol van hun vader speelt, maar gewoon hun vader. Papa. Ze noemen me papa. En stilaan begin ik me ook als hun papa te voelen. Dag na dag zit ik met hen aan de ontbijttafel, en dag na dag willen ze dat ik hun 's morgens een afscheidskus geef voor de schoolpoort en 's avonds een verhaaltje lees voor het slapengaan. Ik ben een constante in hun leven, iemand op wie ze kunnen rekenen. En dat voelt goed. Ik merk dat ik gehecht aan hen begin te raken, hen stilaan als mijn dochters begin te beschouwen. Wederzijdse, onvoorwaardelijke liefde. Verbondenheid. Zelden zoiets moois meegemaakt. En tegelijkertijd is die onvoorwaardelijke liefde beangstigend tot en met. Kijk, als ik vroeger wakker werd als vader en één van mijn dochters stierf, dan was dat allemaal niet zo erg. Op één dag bouw je geen betekenisvolle band op met iemand, zeker als je elke dag omringd wordt door andere mensen. Iedereen in je omgeving is een soort abstractie. Een abstractie van het begrip vrouw, een abstractie van het begrip dochter, een abstractie van het begrip grootvader. Maar je voelt je nooit verbonden met je vrouw, je dochter, je grootvader. Als één van hen sterft, voel je geen echt verdriet, want je hebt die mensen nooit gekend. Je enige zorg is dat je overtuigend overkomt als de gebroken echtgenoot, de door verdriet verteerde vader, de geëmotioneerde kleinzoon. Nu ligt de situatie helemaal anders. Ik heb elke dag dezelfde dochters, waardoor het moeilijker en moeilijker wordt om ze als abstracties te zien. Vroeger was iedereen die ik tegenkwam net een filmpersonage. Hij/zij speelde één dag een rol in mijn leven. En die personages konden zeker sympathie of haat oproepen, maar ook niet meer dan dat. De volgende dag had ik er niks meer mee te maken. Mijn dochters daarentegen zijn van personages in echte mensen veranderd. Net als Magda. Of mijn collega's. Ik leer ze echt kennen. Ze spelen een bepalende rol in mijn leven. Ik geef om ze. En als mijn dochters morgen om zouden komen in een verkeersongeluk, dan zou ik daar kapot van zijn. Ik ben gewend geraakt aan hun aanwezigheid, ik zou ze missen. En ik heb mijn hele leven lang nog nooit iemand gemist. Ik weet niet of ik dat aan zou kunnen, iemand missen. Mijn God, wat is het eng, om mensen geven… Zelfde met Magda trouwens. Ze is al lang geen personage meer. Haar gevoelens doen ertoe voor mij, ik wil het goedmaken met haar. Haar gelukkig zien. Medeleven, ik begin het te snappen.

nEMO
0 0

Wortelen en witloof

  Er is hier helemaal geen vraag naar verse groenten. Anders zag je ze wel. Knagend op de velden. Als zotten. Zich rot te knabbelen. Zelfs vervoering moet eerst op transport en ik. Roeland. Ik zie dat goed. Daar staat een paard te gapen. Bovendien. Ik ben zeer en uitermate onschuldig. Dat is zeker. Ik heul ook mee. Met niemand. Zelfs niet met gedachten. Echt. Trump, Dutroux, Van Rompuy, Anne-Laure Vandeputte. Die ken ik niet eens. Er wordt waarlijks nooit meegelopen. Zeker niet gezeuld met zakjes patatten van anderhalve kilo. Wie doet zoiets en geloof het. Ik blijf vasthouden aan mijn ongulzige argeloosheid. Wat? Kijk niet zo onnozel. Ik heb bij god geen strafblad. Ik heb geen Renault Fuego,. Ook nooit moeten overgeven in de schoot van een maagd. Er is helemaal geen vraag naar beterschap, naar ontheffing uit mijn lot. Het antwoord bood zich aan en tante Hannelore zei dat het goed was  Dat mijn lust nog zo dwaas niet klonk wanneer het stoeltje wiebelde. Dat ik gerust uitgeteld mocht bekomen zonder de formule te kennen. Het is ontstaan gelijk cellen dat kiezen. Zoals tanden dat proeven durven op een schone zondeloze vrijdag. Doe waarlijks niet onnozel. Denk! Aan wortelen en witloof. Zurkel en gezwollen kolen. Wij kweken dat. Wij wassen niets. Wij spoelen geen huid die schuren wil. Knagen op de velden. Dat doen muizen. Zij echter. Zij vertelt. Over pure drang die vuile vingers strelen mogen. Over hoe dwaas een ring kan zijn en vergeet het meeste. Zwijg over Pietje Bel. Dat kindergekwel. Kankergezwel. Jacques Brel. WC-papier. Heb het niet over die zieke tijden. Beschrijf ze niet de vele gele eendjes drijvend op het Minnewater. Want er is nu eenmaal die zee van liefde en ik voel hoe zij geneest. Tante Hannelore schilt geen schorseneren. Er wordt gewreven. Er wordt niets gevraagd. Zagen doen de cirkelbladen. Er strijken wel eens vogelbeesten neer. Zij lusten alles rauw. Er kijken kauwen toe. Wij houden immers van elkaar.       uit de reeks 'Roeland Wittebolle'

Bernd Vanderbilt
8 0

Niemand heeft het gezien

De deur valt achter me in het slot. Mijn veilige ruimte waar ik steeds weer naar terugkeer is goed afgesloten. Deze keer verlaat ik mijn huis om me naar mijn werkplaats te begeven. Omdat die niet vlakbij ligt neem ik de auto. Mijn huis ligt weliswaar achter mij maar trekt nog aan me, de lekkende kraan in de badkamer bijvoorbeeld en de was die nog in de droogkast moet. Er zijn buiten echter ook verplichtingen.Hoe moe ik me ook nog voel, het maakt niet uit, ik stap met de autosleutel in de hand naar de overkant van de straat. De dag ervoor parkeerde ik er mijn auto.   Elke dag opnieuw plof ik me met dezelfde lichtheid neer, breng ik de bestuurderszetel in een comfortabele positie en zet ik de motor en de radio aan. De radio verbindt me met de mensheid terwijl ik alleen in de auto zit, net als al diegenen die achter, voor en naast me rijden, in bakken die in principe voor één persoon te groot zijn, in bakken waar een gans gezin in past.  Half zo brede wagens waarmee je met grote snelheid over de snelweg mag rijden bestaan niet. Een soort van overdekte motoren die over half zo brede rijstroken zouden mogen rijden. Een drievaksbaan zou dan een zesvaksbaan kunnen worden. Ik weet goed genoeg dat zoiets enkel in een wereld zonder vrachtwagens kan bestaan. Dat ik hun klevende bumpers niet meer zou zien in de achteruitkijkspiegel zou ik niet erg vinden. Om niet meer tussen die mastodonten die de helft van je uitzicht wegnemen te moeten laveren, zou ik niet missen. Om er niet meer achter te moeten hangen terwijl ze tergend traag elkaar proberen in te halen, om niet meer te moeten vrezen dat ik de afrit zal missen omdat ze me geen plaats gunnen, dat alles zou ik heerlijk ontspannend vinden. Nachtelijke dromen krijgen een vervolg in dagdromen terwijl ik de sleutel, die aan dezelfde sleutelhanger van de huissleutel hangt, in mijn hand houd. Ik steek de sleutel in het slot. Een handeling die ik talloze keren heb uitgevoerd. Ik krijg hem er niet in en dat stopt meteen de hele gedachtenstroom over vrachtwagenvrije snelwegen. De sleutel hapert en daarmee ook mijn hele timing! Ik weet perfect hoe lang ik over de weg doe en ook hoeveel tijd ik er moet aan toevoegen voor onvoorziene omstandigheden. Het mag dus niet te lang meer duren. Ik wrikkel nog even met de sleutel, hopend dat hij vlotjes in het slot wil glijden.  Het lukt me niet. In fracties van seconden verschijnen bij mij alle mogelijke fouten die ik bij deze eenvoudige handeling gemaakt kan hebben. Ik kijk of ik wel degelijk de autosleutel tussen mijn vingers heb en niet mijn huissleutel. Ik probeer opnieuw, zonder succes. Dan draai ik de sleutel om. Dat zal het zijn. Opnieuw krijg ik er hem niet in! De ontreddering slaat toe. Een handeling die me nooit enige moeite heeft gekost wordt een probleem. Een routine die soepel zou moeten verlopen blokkeert de rest van de dag en misschien wel de rest van mijn leven. Mijn reputatie van altijd stipte en betrouwbare werknemer wordt in luttele seconden vernietigd. Hoe moet ik dit gaan uitleggen? ‘Ik kreeg mijn sleutel niet in het slot’ . Het klinkt als de meest onnozele uitleg bij het te laat komen. ‘Het zal wel zijn dat je je sleutel er niet inkreeg’. Vóór mij staand zie ik ze al gniffelend naar elkaar kijken ‘Dat laatste slaapmutsje zal wel een shotje teveel geweest zijn ‘ . ‘Ze zal door haar wekker heen geslapen zijn.’ Ja, dat zullen ze denken.  Vanuit de spoeddienst in tranen bellen naar mijn werkgever omdat ik voor mijn deur zwaar ben aangereden door een bromfiets die blindelings vanachter de hoek is komen aanrijden, dat zou een goede reden zijn. Dat zou ook medelijden opwekken. Daar zouden mijn collega’s het er de hele dag over hebben, over de pech die ik heb gehad , over hoe ze het werk nu zullen moeten verdelen en of ze de geplande vergadering zonder mij wel kunnen laten doorgaan.  Maar nee, ik sta hier ongedeerd met een sleutel in mijn hand. Hoe kan ik dat straks geloofwaardig maken. Dat vraag ik me af terwijl ik nog een laatste poging doe om die verdomde sleutel erin te krijgen. Er moet iets mis zijn met dat slot. Het lijkt onmogelijk, maar het klinkt voorlopig als de meest logische verklaring. Ik trek nerveus aan de klink en kijk door het raam naar de bestuurderszetel waarop ik al had moeten zitten. Misschien heeft iemand aan mijn auto gezeten. Ik kijk door het achterste raam. Alles lijkt op het eerste zicht in orde te zijn. Op de achterbank staan drie kartonnen dozen. Ik herken deze dozen niet. Ik kijk nogmaals en probeer me te herinneren waar ze vandaan komen. Had ik iets gekocht en op de achterbank laten staan? Ik lees de teksten op de dozen voor zover ik ze in het donker kan zien. De afbeelding van een stofzuiger op de ene doos zag ik nooit eeder. Op de andere doos kleeft een etiket van een chinese leverancier. Op de derde doos zie ik boven een amper te lezen adres de naam van …. Mijn hoofd wordt licht, de diepe mist waar ik ondertussen in verzeild was geraakt klaart onmiddellijk op. De puzzelstukken vallen op hun plaats. Dit is niet mijn auto. Mijn auto staat achter deze auto geparkeerd! Er valt een ton ijsblokken smeltend neer op de straatstenen. Ik draai mijn hoofd discreet naar alle ramen en deuren vanwaaruit men mij had kunnen zien en stel vast dat er geen getuigen zijn geweest.  Niemand heeft het gezien. Ik open de deur en plof me neer op de bestuurdersstoel. Ik start de auto. De mensheid zal niet weten wat voor een drama ik heb meegemaakt deze ochtend. Voorlopig toch niet. Later misschien, wanneer ik op pensioen ben. Ik zal mooi op tijd aankomen op de werkplaats. Niemand zal aan mij twijfelen. De autozetel voelde nooit eerder zo relaxt. De radio op volle bak verbond me nooit eerder zo sterk met de mensheid. Ik kijk in de achteruitkijkspiegel, steek de lichten en richtingaanwijzer aan, rijd voorbij de auto die voor me geparkeerd staat en geef volle bak gas.      

Alma lavado
0 0

Hemellichaam

Daar waar de wetten van de tijd vervagen, daar lag hij. De singulariteit van haar verlangen. Het zwarte, fluwelen punt waar alles samenkwam. De ster wist niet wie of wat hij was, maar ze voelde dat haar banen om hem heen steeds dichter lagen. Altijd was ze gewend geweest om de duisternis te bezweren, maar nu wilde ze de donkerte net proeven. Zijn onwrikbare zwaarte hypnotiseerde haar, en langzaam liet ze zich afglijden in zijn invloedssfeer. Eenmaal de kosmische dans begon, was er geen weg meer terug. Bedwelmd door de belofte van zijn pulserende hart, vormde ze haar ritme naar het zijne. Met zachte aanrakingen streelde hij haar buitenste lagen los. Onder zijn onverbiddelijke kracht opende zij zich als een bron. Zij was de ster die in gouden rivieren zijn hart van zwart velours voedde. In zijn standvastige zwaarte legde zij haar puurste licht. Aarzelend zochten haar fijne, gouden vingers zijn middelpunt. Hij schoof haar nevelsluiers langzaam opzij, en voelde door de zachte waas hoe haar gloed langzaam naar hem toe bewoog. Met elke haal van zijn energie legde hij meer van haar bovennatuurlijke krachten bloot. Hij ontmantelde haar teder op de maat van zijn trillende kern. Het sterrenstof dat zij loste, smeedde hij in zijn kosmische handen om tot vloeibaar goud. Hij wilde haar niet breken, hij wilde haar absorberen. Haar goud voor eeuwig bewaren in zijn ondoordringbare kern. Samen gleden ze naar zijn horizon, de flinterdunne grens tussen het bekende universum en het absolute niet-weten. Op die drempel stolde de tijd. Er was geen zij of hij meer, de tijd enkel nog een eeuwig nu: een versmelting van vloeibaar goud en hermetisch zwart. Misschien wilde zij geen ster meer zijn, maar transformeren tot een geheel nieuw hemellichaam zodra ze achter zijn waarnemingshorizon verdween. In een verzengende hitte barstte haar laatste verzet open. Hij trok haar over de drempel, naar de einder waar alles onomkeerbaar werd. De kosmische adem stokte. Hij leidde haar dieper zijn kern binnen. Met een laatste zucht van licht sloot de horizon zich.

Jolien Van de Velde
472 2

Prachtige wallen (deel 3)

5 februari 2014 Magda nog steeds kwaad. Lukt me niet om het goed te maken. Hoe vaak ik ook sorry zeg. 'Je zegt wel dat het je spijt, maar je meent het niet. Je wil gewoon dat ik je vergeef. Je vindt het jammer dat ik je betrapt hebt, maar echte schuldgevoelens heb je niet, niet over je bedrog.' Hoe kan ik het ook menen? Hoe kan ik spijt hebben over iets wat ik nooit gedaan heb? Ze zegt dat mijn verontschuldigingen niet oprecht zijn. Wat kan ik daar doen? Moet ik nu acteerlessen gaan nemen om dit huwelijk te redden? Zeg het niet graag, maar er zijn momenten waarop ik haar zou willen wurgen. Ik weet waarom ze zich zo nukkig gedraagt, waarom ze soms niet eens met me wil praten, waarom ze kwaad op me is, en ik weet dat ze daar alle recht toe heeft, maar dat neemt niet weg dat haar verwensingen me pijn doen, dat het steekt als ze me negeert. Ik doe mijn stinkende best om een huwelijk te redden waar ik eigenlijk niks mee te maken heb, en wat krijg ik? Stank voor dank. Alle begrip voor Magda – Mark Desmet is een klootzak – maar ik kan de klok niet in zijn plaats terugdraaien. Ik kan alleen maar in zijn plaats mijn/zijn verontschuldigingen aanbieden. Ik snap wel dat haar beledigingen naar Mark Desmet gericht zijn, de vorige Mark Desmet, maar aangenaam is het niet om elke dag smeerlap, hufter of rotzak genoemd te worden. Moeilijk om dan zelf niet aan het schelden te slaan. Rationeel begrijp ik wel dat ik haar onmogelijk iets kwalijk kan nemen, dat ze zich gekwetst voelt en het normaal is dat ze zich afreageert op de man die haar verdriet heeft gedaan, maar soms treffen haar beledigingen echt doel, voel ik me persoonlijk aangevallen, en dan het kost het me veel moeite om niet – verblind door woede – in de tegenaanval te gaan. Als iemand je beledigt, wil je terugslaan. Een automatische reactie. Dat is hoe de natuur ons geprogrammeerd heeft: onze emoties sturen ons. En die zijn zo sterk dat het soms haast onmogelijk lijkt om ze in bedwang te houden. Eens gelezen dat de amygdala – het stukje brein dat onze emoties regelt – stukken ouder is dan de prefrontale cortex – dat deel in onze hersenen waar de ratio zit. De oeroude amygdala bepaalt hoe we ons voelen bij wat we zien en horen, en lokt dus reacties uit – ons gedrag. De prefrontale cortex is pas later in de evolutie ontstaan, en kan ons gedrag enkel bijsturen. Vandaar dat het vaak inspanning vergt om je niet mee te laten slepen door je emoties, je prefrontale cortex kan ze niet altijd aan de leiband houden. Dus ja, soms moet ik echt op mijn tong bijten. En dan kost het bakken empathie om me in te houden. Moet ik me verschrikkelijk forceren om me in Magda's plaats te blijven stellen, de situatie door haar ogen te bekijken, en rekening te houden met haar gevoelens. Ik blijf het echter proberen, keer op keer, om zo oprecht mogelijk sorry te zeggen. Mijn lunchpauzes en vrije tijd breng ik dan ook voor de spiegel door, oefenend, mijn gezichtsuitdrukking aandachtig bestuderend. Ga ook wat films over relatieproblemen proberen bekijken, en letten op de acteurs. Hoe hun wenkbrauwen staan, welke houding ze aannemen, hoe hun stem klinkt. Er moet een ideale gezichtsuitdrukking zijn, een ideale houding van de schouders, een ideaal stemtimbre. Eigenlijk acteer ik al heel mijn leven, tot voor kort elke dag een andere rol, misschien wordt het tijd om mijn beroep eens serieus te gaan nemen. 6 februari 2014 Sorry. Mijn verontschuldigingen. Mijn oprechte verontschuldigingen. Het spijt me. Mijn excuses. Welgemeende excuses. Ik betreur wat er gebeurd is. Als ik de klok kon terugdraaien… Echt waar, ik word door wroeging verteerd. Het berouwt me ten zeerste. Zoveel manieren om hetzelfde te zeggen. Welke zou de beste zijn? Waarschijnlijk hangt het in grote mate af van hoe je het zegt, met welke intonatie, welke blik in je ogen. Ooit eens een artikel gelezen over een debat tussen Kennedy en Nixon dat zowel op radio als tv werd uitgezonden. Volgens de radioluisteraars had Nixon het debat gewonnen, volgens de tv-kijkers Kennedy. Zelfde debat, alleen klonk Nixon overtuigender, terwiljl Kennedy er overtuigender uitzag. Image is everything. Het moet lukken, doen alsof je oprecht bent. Gewoon een kwestie van oefening.

nEMO
3 0
Tip

Ctrl+Alt+Del liefde (2e versie)

‘Verdomme. Wie had bedacht dat dit een goed idee was?’ Ik keek naar mijn broek. Mijn moeders skinny jeans. Hij zat zo strak rond mijn middel dat ik er vrijwel zeker van was dat mijn ingewanden inmiddels in alfabetische volgorde lagen. Ik miste mijn afhangende skaterbroek. Mijn skaterbroek en ik hadden een gezonde relatie gehad. Hij accepteerde mijn buik, ik accepteerde zijn gebrek aan ambitie. We hadden elkaar nooit proberen te veranderen. Deze broek daarentegen leek persoonlijk beledigd door mijn bestaan. Op de sleehakken die ik van Tina had geleend – ‘Ze maken je benen echt lang!’ – navigeerde ik als een dronken flamingo over de kasseien van de Binnenstraat. Voor me doemde de verlichte gevel van pizzeria Saporito op. Mijn maag maakte een salto. Ik kon nog omkeren. Niemand zou het weten. Ik zou gewoon naar huis gaan, mijn pyjama aantrekken en de rest van mijn leven doen alsof internetdating een vreemde rage uit een ver verleden was. Mijn broekzak trilde. Mama. Veel succes vanavond! Probeer vooral niet jezelf te zijn. xx mama Ik las het bericht twee keer. Daarna grinnikte ik. Fijn. Mijn eigen moeder had blijkbaar ook al vastgesteld dat ‘mezelf zijn’ vanavond niet bepaald de winnende strategie was. Ik voelde me inderdaad allesbehalve mezelf. Ik droeg haar broek, Tina’s schoenen en een persoonlijkheid die voor de gelegenheid ergens tussen ‘zelfverzekerde vrouw’ en ‘vrouw die waarschijnlijk over haar eigen voeten gaat struikelen’ schommelde. Maar ik had besloten dit te doen. Of toch te proberen. Er moest iets veranderen in mijn leven. Dit was de eerste stap. Een kleine stap. Op een paar gigantische pumps. Maar toch. De vraag was alleen: hoe zou híj eruitzien? Zijn datingprofiel hielp niet echt. De enige foto was een soort Manga-lookalike. Een gezicht met de perfecte kaaklijn, grote ogen en ongeveer evenveel emotionele diepgang als een emoji. Nerd, dus. Maar zijn berichtjes hadden me verrast. Hij was grappig. Scherp. Uitdagend. En, wat ronduit verdacht was, hij kon tegen mijn droge opmerkingen. Sterker nog: hij leek ze leuk te vinden. Al snel waren onze gesprekken behoorlijk flirterig geworden. Na een paar dagen begon ik zelfs uit te kijken naar zijn berichtjes. Wat op zich al een alarmsignaal was. Wanneer zou hij terugsturen? Waarom duurde het zo lang? Had hij mijn bericht gelezen? Had hij het grappig gevonden? Was die punt achter zijn laatste zin misschien een teken van emotionele afstand? Stop. Ik moest mezelf dringend tot de orde roepen. ‘Niet onnozel doen, Lolo.’ Ik voelde mijn wangen warm worden. Fantastisch. Ik was nog niet eens binnen en mijn lichaam gedroeg zich al alsof ik een tiener was die voor het eerst oogcontact had met een jongen. Zou onze conversatie in het echt even spontaan verlopen? Waarschijnlijk niet. In het echte leven kon ik namelijk niet gewoon drie minuten nadenken voor ik een gevat antwoord stuurde. Ik moest mijn woorden onmiddellijk produceren, met mijn mond. Een nogal beperkende technologie. Bovendien had ik zelf ook niet bepaald open kaart gespeeld. Mijn profielfoto was een gepolijste, door ChatGPT opgekalefaterde versie van een vijf jaar oude pasfoto. Het was technisch gezien mijn gezicht. Alleen had ChatGPT blijkbaar besloten dat ik meer weg had van een vrouw die op een reclamebord staat te glimlachen alsof ze nog nooit in haar leven een slechte haardag had gehad.  Bewust hadden we nog niet te veel concrete informatie gedeeld. We waren allebei IT’er – gemeenschappelijke interesses, altijd een pluspunt. We hadden allebei gevoel voor humor – uniek! En we waren allebei op zoek naar gezelschap. Dat laatste klonk achteraf gezien misschien iets te veel als een advertentie voor een gezellige seniorenclub. Mijn zenuwen raasden inmiddels door mijn lijf alsof ze een eigen Uber hadden besteld. We hadden een plan. We zouden elkaar herkennen. Dat hadden we afgesproken. Hij zou een gele polo dragen. Een gele polo. Een kledingstuk dat er naar mijn bescheiden mening onmogelijk goed uit kon zien, maar misschien kon humor zelfs een slechte kledingsstijl goedmaken. Ik zou een roze top en blazer dragen. Dat had ik uiteraard eerst bij Tina gecheckt, want tussen mijn Nirvana T-shirts zat precies niets roze. En nu stond ik voor de pizzeria. Ik aarzelde een seconde. Oké. Misschien twee. Stiekem gluurde ik door het raam. Ik wist meteen dat hij het was. Een kanariegeel hemd met roze tijgers. Ha! Spuuglelijk. Maar origineel. Helemaal mijn ding. Hij zat met zijn rug naar het raam en tokkelde zenuwachtig met zijn vingers op het tafeltje. Dat was goed. Want de kriebels in mijn buik waren ondertussen ook zenuwachtig aan het rondkrioelen. Ik glimlachte. Oké, Lolo. Gewoon naar binnen. Plots stak hij zijn hand op naar een ober. Hij draaide zijn hoofd. Ik zag zijn gezicht in profiel. Nee. Dit kon niet waar zijn. Niet híj. Mijn eerste Tinderdate bleek de pestkop van kantoor. Mijn Manga-held was Stef Peeters. Stef. Vrouwenhater. Arrogante eikel. Reeds vijf jaar de nagel aan mijn doodskist. Vorig jaar had hij mijn langverwachte – en, mag ik dat er even bij zeggen, hardverdiende – promotie voor mijn neus weggekaapt door met mijn geniale idee aan de haal te gaan. Mijn idee.  Zijn promotie. Godverdomme. Wat nu? Ik stond op het punt om weg te benen. Mijn bestie Sofie zou geen seconde twijfelen. ‘Foute boel, Lolo! Wegkomen!’ Ik hoorde haar het bijna roepen. Maar toen schoot me iets te binnen. Was Stef niet getrouwd? Vorige week had ik Tina nog horen vertellen dat zijn vrouw zwanger was. Nee.  Hier zou hij niet mee wegkomen. Ik duwde de deur van de pizzeria open en stapte met vaste tred naar zijn tafeltje. De serveerster zette net een Apérol voor zijn neus. ‘Dag Stef!’ zei ik opgewekt. ‘Of moet ik zeggen: Mangaatje03?’ Hij keek op terwijl hij van zijn glas nipte.  Ik zag het gebeuren. De blik in zijn ogen. Verwachting. Herkenning. Verwarring. En toen pure afschuw. Hij verslikte zich zo hard in zijn Apérol dat ik even bang was dat hij ter plekke zou overlijden. ‘Jij?’ Proestend probeerde hij zijn waardigheid terug te vinden. Ik ging rustig tegenover hem zitten. ‘Ik? Jazeker.’ Ik glimlachte. ‘De ideale vrouw met de looks, brains en droge humor.’ Voor het eerst in vijf jaar kreeg ik Stef Peeters met een mond vol tanden. Dat voelde verrassend goed. ‘En jij?’ vroeg ik. ‘Weet Silke hiervan? Van jouw Tinderavonturen?’ Hij sloeg zijn ogen neer. ‘Ik weet wat je nu denkt,’ zei hij. ‘Dat betwijfel ik.’ Hij zuchtte en sloeg zijn ogen neer. ‘Maar Silke en ik… dat gaat al lange tijd niet goed. En toen bleek ze plots zwanger.’ Hij zweeg. Ik wachtte. ‘En nu kan je er niet meer van weg?’ vroeg ik. ‘Is dat het? Dus zoek je je ding maar ergens anders?’ Walgelijke kerel. Ik wist het. Stef stak protesterend zijn hand op. ‘Nee. Zo is het niet. Ze heeft me toestemming gegeven. Zolang ik haar niet laat zitten met de baby.’ Ik zuchtte. Daarom geloofde ik niet in langdurige relaties. Ik had het gezien bij mijn ouders. Eerst waren ze verliefd. Dan waren ze getrouwd.  En uiteindelijk konden ze elkaars ademhaling niet meer verdragen. Blijkbaar was dat het natuurlijke verloop van de meeste relaties. Stef nam mijn hand vast. ‘Wil je dit alsjeblieft stilhouden op kantoor?’ Verdorie. Hij kon lief kijken. Dat had ik niet ingecalculeerd. En hij had prachtige blauwe ogen. Nee, Lolo. Niet smelten. Niet voor Stef Peeters. Toch knikte ik. ‘Oké.’ Hij liet mijn hand los en wenkte de ober. ‘De rekening graag.’ Mijn mond viel open. Mijn hersenen staakten. Mijn lippen hadden zich blijkbaar bij de vakbond aangesloten. Stef keek me aan. ‘Bedankt voor je begrip, Lore. Maar dit gaat toch niet werken. We doen ons allebei een plezier door de knoop meteen door te hakken.’ Ik staarde hem aan. Ik was te verbijsterd om te reageren. Mijn lippen staakten nog altijd. Mijn lijf gelukkig niet. Dat reageerde volledig Lolo-automatisch. Ik stond recht, greep zijn glas Apérol en gooide de volledige inhoud in zijn gezicht. Stilte. Het roze sap droop langzaam van zijn neus naar zijn kin. Ik keek hem aan. Hij keek mij aan. Ik glimlachte. En toen was ik klaar.

Sfieke
74 7