Zoeken

Huidhonger

Ik pak er niet graag mee uit, zeker niet nu ze zich alle drie in de annalen (gaaay!) der Bekende Vlamingschap hebben laten optekenen, maar het is zo dat Marc Van Ranst, Erika Vlieghe en Steven Van Gucht al jaren goede makkers van me zijn. En wat dan nog, denk je nu. Zo’n saaie expertjes, daar beleef je toch in geen honderd jaar wat noemenswaardigs mee. Het wildste wat die al gedaan hebben is een boek te laat binnenbrengen in de bib. In dat geval kan ik alleen maar zeggen dat jij duidelijk de Ranstbeer, Vliegerke en de Van Gucht niet kent zoals ik. Marcus Auransius, Homo Sapiens Sapiens Sapiens Vanransticus (gaaay!), Maurice Van Ranzigem ... Vlaanderens meest geliefde virusvirtuoos verwierf al vele bijnamen tijdens onze vriendschap. De heerser slaagt er dan ook in om zichzelf om de paar jaar volledig heruit te vinden én te excelleren in alles waar hij z’n zinnen op zet. Zo leerde ik hem kennen in '98 toen hij McBlaffy, onze hond, een beurt gaf in De Woeffalize, zijn razend populaire hondenkapsalon in Houffalize. Amper 2 jaar later stond ik in de tribunes te applaudisseren toen hij het Belgisch Kampioenschap Ritmische Gymnastiek verpúlverde met zijn Titanic-act. Daarna trok hij naar Zweden om er de eerste vegan slagerij van Europa te openen. En ook nu weer gaat hij – excuses – viraal met zijn carrière als viroloog. De Ranstbeer is de Beyoncé van België en mag daar trots op zijn. Maar Erika is me der ook eentje, hoor. Weinig mensen herinneren het zich nog, maar onze Chef Experts deed al eerder een worp naar de bekendheid toen ze in 2003 met haar partner Jordy deelnam aan Temptation Island. Vanaf dag 1 hadden de mannelijke verleiders hun pijlen gericht op de charismatische Erika, maar dat was buiten haar Bijbelse loyaliteit gerekend. Elke avond lagen de roofdieren geduldig te wachten tot Vliegerke voldoende lazarus zou zijn om er diep onkuise dingen mee te doen. Een slimme tactiek, ware het niet dat Erika de lever heeft van een neushoorn en iedereen met gemak onder tafel zuipt. Nooit liet de crew meer helikopters met kisten Bacardi Breezer, Smirnoff Ice en Vodka Rouge aanrukken dan toen. En na een week werden de weinige verleiders die zich nog niet aan elkaar hadden vergrepen afgevoerd terwijl het teelvocht onophoudelijk uit hun ogen spoot. Het andere eiland was andere koek. Tijdens de finale bleek dat de West-Vlaamse Jordy gewuun etwa onskuldig ‘ad lihh’n veuhel’n met alles van verleidsters tot resortpersoneel en cameraploeg toe. En zo werd Vliegerke op slag single en leerde ik haar kennen in de Carré, waar zij de laatste acte de présence van haar contract afrondde en waar ik en Flashdance Van Ranst destijds in een kooi stonden te dansen voor grof geld. En dan is er nog het alfamannetje van ons kwartet. De Van Gucht is het type dat een café binnenkomt, na 20 minuten iedereen bij naam kent en voor de rest van de avond high fivend de polonaise trekt. En een macho dat het geen naam heeft. Als je tegen de Van Gucht zegt: wedden dat jij de eigenares van die D-cup haar nummer niet kan scoren voor middernacht, dan mag je er zeker van zijn dat hij ze om half elf in grand écart op z’n capot ligt suf te pompen terwijl haar minder knappe vriendin hem tussendoor gulzig van fellatio voorziet. Elke keer weer lachen we ons kreupel met Don Juan Van Gucci. Vliegerke vaak wat groener, omdat ze net als alle vrouwen in zijn omgeving vroeger nog iets met Steven gehad heeft. Gisteren zaten we met vier in een Brusselse kroeg – privileges voor experten en hun vrienden, neem het mij niet kwalijk – aan een schuimende La Chouffe van ’t vat te lurken, wanneer de Van Gucht plots zegt: Godverdomme, mannen, huidhonger! Huidhonger dat ik heb tegenwoordig! Ik zweer het, op weg naar hier zag ik een twintigjarige in tennisoutfit voorbijlopen en voor ik het wist, had ik al geroepen: ‘Hey, sappig kutje! Kom maar trainen met de ballen van papa Gucci hier. Ik zie wel dat het handvat van je racket nog nat is, hoor. Kleine hoer!’ Erika schuifelt wat ongemakkelijk over haar stoel en giechelt. ‘Da’s perfect begrijpbaar, hè Steven,’ zegt Marc, ‘je moet je daar niet slecht over voelen. Zo'n goeie knuffel geven, mensen missen dat.’ ‘Ja, maar knuffelen is het niet’, antwoordt Steven. ‘Ik wil echt iemand hersendood penetreren. Gisteren kreeg ik een joekel van een stijve toen ik in het 7 uur journaal tegenover Martine Tanghe zat en haar druk in de weer zag met het scrolwiel van haar muis. En normaal walg ik van muizen. Die dingen zijn als Bobbejaanland voor bacterieën.’ Even is het stil, alsof iedereen de woorden van Steven wil laten bezinken. Tot de Ranstbeer dat vermoeden volledig van tafel veegt door een surreëel luide boer te laten. Erika verslikt zich bijna van het lachen en gaat er vervolgens over met een driedubbele knaller. De Van Gucht lijkt even teleurgesteld, maar de macho in hem neemt het al snel over en brengt dan een exemplaar ten berde dat de enkele beglazing van het café secondelang doet nadaveren. Ik laat met moeite een miniboertje, want ik ben geen fan van makkelijke, platvloerse humor en we lachen er allemaal om, al lees ik in de ogen van Steven dat hij zich afvraagt of z'n vrienden hem eigenlijk serieus nemen. En zo zie je maar, onze experten zijn ook gewoon mensen zoals jij en ik. Het zijn schepsels die, naast de nadelen van de crisis die iedereen ervaart, permanent onder stress staan omdat ze knopen doorhakken die de dood van duizenden tot gevolg kunnen hebben. Denk daar alsjeblief even aan de volgende keer dat m'n kameraad Steven je wild gesticulerend uitnodigt om op z'n gezicht te komen zitten, omdat hij 'hetzelfde wil doen met jou als jij met dat smeltende ijsje in je hand'.

Hans Verhaegen
14 0

playboy

De keukenkasten en deuren trilden nog na van de veldslag die luttele seconden eerder was geleverd en slechts één winnaar kende. De leeggevreten borden macaroni in de oven stonden erbij en keken ernaar, stenen en stille getuigen van een smeulend generatieconflict. De uitgespoelde mosterdglazen waar wij water uitdronken rinkelden nog na, kleine kringetjes vormend op de besmeurde onderleggers. Bestek lag in willekeur wijzend naar de aanstichters maar vooral naar het slachtoffer. Opnieuw had ik geen enkele poot meer om op te staan. Mijn haar moest af! Mijn ouders hadden dat unaniem beslist, zo kon het niet verder. Sterker nog, ze hadden al een afspraak bij de kapper gemaakt. Nog voor de klok drie uur sloeg zou het allemaal achter de rug zijn. Mijn ouders gingen in het afgeleefde tuinmeubilair zitten in de veranda, daar kwamen ze even op adem. Nog eenmaal keek ik ze dreigend aan, banbliksems en verwensingen ten spijt, ze waren onwrikbaar. Dat in mijn haar mijn kracht zat, dat iedereen me mooi vond met mijn krullen! Het deed ze niets, ik was gedoemd een oude vrijer te worden. Een sjarel die voor eeuwig op het ouderlijke hof zou moeten blijven hokken. Het was jaloezie, dat wist ik wel. Mijn vader was zelf kaal. Al heel vroeg verloor hij al zijn haar en hij kon maar niet verkroppen dat ik nog haar had. Hij haatte lang haar, omdat het hem deed denken aan een tijd waar hij zelf nog aanspraak op succes kon maken. Het leek al eeuwen geleden, nu. Ik nam mijn fiets en fietste de twee kilometer lange kruisweg naar mijn beul. Boven op de brug over de autosnelweg dacht ik even aan springen. Ik zag opspattend water vanonder de reuzevrachtwagenwielen komen en dacht daar mijn verlossing te vinden. Toch daalde ik af. Misschien moest ik doorrijden naar Gent en daar vlug iemand opscharrelen.  Op automatische piloot dreef mijn fiets me tot vlak voor het kapsalon. Ik wuifde zachtjes de wereld gedag. Aan de deur stond hij me lachend aan te kijken. Schort, schaar en snor. Én deodorant die naar lavendel rook. Hij was de enige kapper bij ons in het dorp. Volgens mij kon hij maar één model knippen.  Tondeusekort vanachter, opgeknipt langs de oren en met een frivool kuifje. Ik, de veroordeelde, ging zitten in de kappersstoel. Sowieso een vreselijk moment is dat. Je weet dat je een niet geringe tijd jezelf zal moeten aanstaren in een te grote spiegel die genadeloos je tekortkomingen blootlegt. Jean-Pierre, zo heette de kapper, schiep er een sardonisch genoegen in mijn onzekerheid maximaal uit te spelen. Nadat hij de schort had omgedaan begon het eerste deel van zijn marteling. Het was telkens hetzelfde liedje, ik wist wat er ging komen en dook in elkaar. Hij tuitte zijn lippen en sputterde enkel: ‘ts ts ts’…. ‘Wat is er?’‘Hoe oud ben jij nu?’‘Zestien…’ Hij keek me nu heel strak aan via de spiegel en lachte een heel klein beetje. Wreef zijn handen door mijn haar en vroeg: ‘is uw pa kaal?’ Ik sloot mijn ogen. Schaakmat. ‘Ja.’ ‘Nog twee jaar, dan is het bij jou ook zo ver. Tenzij ik het nu kort zet natuurlijk. Dan heb je een kans dat het nog een jaar langer blijft staan.’ Buiten klonk geraas van opkomende wind, regen viel met bakken uit de lucht en sloeg tegen de ruiten van de kapperszaak. Op Radio 2 klonk de top dertig, Andrea Bocelli beheerste toen de hitlijst met de jammerklacht “con te partiro”. Een droeviger soundtrack bij de ondergang van mijn puberteit was niet denkbaar. De gevolgen van wat kwam zou zich nog wekenlang laten voelen in mijn gefnuikte leven.   Nog twee jaar dus en mijn hele bestaansreden zou weg zijn. Nog twee jaar om een vast lief te vinden die me hopelijk daarna ziet zoals ik echt ben, dat ik lief en gevoelig en slim ben. Nog twee jaar om er het beste van te maken en daarna door te denderen richting graf met keer op keer dezelfde mensen. Nog twee fucking jaar. Jean-Pierre krabde zich in de snor. Spiedend loerde hij naar mij. Ik haalde diep adem en stapte op het schavot. Alsof het nog niet erg genoeg was klokte ik met de baard in de keel: ‘doe maar kort dan.’ Triomfantelijk lachte hij. Zijn tondeuse maakte een monotoon zoemend geluid en zwaar als tranen vielen mijn lokken op de grond. Pluk na pluk. Als laatste daad van het vaststaande ritueel legde hij mijn kuifje in de plooi en mompelde naar de andere klanten: ‘daar zie, ik heb er ne playboy van gemaakt, de meiskes zullen niet weten wat ze zien als gij hierbuiten stapt.’ Neen dat zullen ze niet Jean-Pierre, dat zullen ze niet. De helft van puberend Oostakker loopt rond met dit kapsel. Met mijn fiets, die ratelde van de loszittende spaken of omdat mijn ketting keer op keer tegen mijn kast slingerde, reed ik naar huis in schaamte. Als een pestlijder waar men afstand van moest bewaren. Goed veel lawaai in ieder geval zodat iedereen omkeek. En mij zag, ontdaan van al mijn charme. Playboy voor galg en rad.  

Gabriel Rooms
0 0

100 Xatt

INZENDING WITBOEK EVANGELINE AGAPE @KRIEBELSESSIES Diep onder ons deint de bodem.  We klampen ons samen vast aan de boei. Pinguïns kunnen elkaar binnen een uur opwarmen op Antarctica. Een mens is maar een kachel van ruwweg 100 watt. Een kaarsvlam blijkt – heel toevallig – ook zo’n 100 watt te produceren. Warmte is een dierbaar goed. We zetten kamers vol kaarsen , tellen de dagen. Nooit eerder werden zoveel levenden herdacht. Prometheus  stal met risico van eigen leven het vuur van de goden. Zeus wist toen al: de dingen worden gemaakt of ontwikkelen zich langzaam. Als je niet kijkt. Met je ogen dicht kan je altijd doen alsof. Alsof dit niet gebeurd. De lente had de brief niet gekregen waarin stond dat het leven niet door ging.        Dat, of ze was gewoon koppig. (ik zie Persephone er wel voor aan.) Bij de eerste niet te ontkennen zonnestralen op onze postzegel van de aarde draaien de hoofden net als zonnebloemen naar boven, groeten de zon, danken de zon. Zouden we zo terug denken: het leven stopte, het Leven ging door. We konden het niet laten om blij te zijn voor de vogels die wel samen een nest maken. De bodem stopt na maanden met deinen, met zee benen en stormkoppen lopen we terug aan het land dat we lijken te herkennen maar het voelt als terugkeren naar een speeltuin waar je vroeger speelde: je bent gegroeid, alles wat groot leek is kleiner. Anderhalve meter is net ver genoeg om de uitgestoken hand niet aan te pakken. Nu hebben we tenminste een excuus. Zouden we terugdenken met het schaamrood op de kaken aan toen we aan dezelfde kant stonden? Vechtend tegen dezelfde vijand in plaats van tegenover elkaar? Zouden we denken: anderhalve meter afstand is precies genoeg ruimte om te zien dat ook jij net als mij 100 Watt warmte uitstraalt.        

Evangeline
0 0