Zoeken

Scheur de speldenprik open en voel doorheen de sluier

Als ik denk aan mijn spirituele capaciteiten als oneindig lichtwezen en die vergelijk met mijn gewaarwordingen als vergankelijk mens, dan lijk ik zo goed als blind, doof en gevoelloos door het leven te gaan. En dat voor een hooggevoelig mens! Oké, ik overdrijf, ik zie, hoor en voel wel wat, maar er zit ook wat tussen. Een laag die tegenwerkt en afleidt. Iets dat mij de focus en helderheid ontneemt. Ik gluur en tast dan doorheen een dikke sluier en tracht in te schatten waar ik mee te maken heb. Ik herinner me dat de sluier tijdens mijn kindertijd dun en soepel was. Het was vanzelfsprekend dat ik erdoorheen kon zien, ermee kon spelen en dansen. Maar synchroon met het volwassen worden werd die grens naar andere dimensies steeds stugger en dikker. Het was alsof de materiële wereld als een verstikkende modder door mijn personage geabsorbeerd werd, met een alarm slaand spijsverteringsstelsel als gevolg. Ik kon en wou die zwaarte niet verteren. De wijsheid van mijn lichaam stuurde me telkens weer op pad. Weer scherper voelen en zien doorheen de sluier der vergetelheid, gecombineerd met onvoorwaardelijke eigenliefde: dat bleek mijn formule te zijn om gezond te kunnen functioneren in deze realiteit. Het antwoord vinden was gemakkelijker dan de uitvoering ervan. Dat werd een proces van zoeken, vinden, twijfelen, loslaten, vergeten, opnieuw zoeken, hervinden en zo nog even voort. De functie van de sluier is om (gedeeltelijk) te vergeten. Maar daar bovenop is er nog een onnatuurlijk mechanisme van afleiding werkzaam. Hard werken en geld tellen om te overleven, dat is bijvoorbeeld afleiding. Materiële overvloed en een oneindige stroom aan vermakelijke prikkels ook. Het comfort dat we ervaren, gespeld tussen handhaving en dreigementen van verlies, wil ons doen vergeten dat er überhaupt een sluier is. Gehechtheid aan materie reduceert lichtwezens tot slaven die energie, tijd en aandacht inleveren. Het pretendeert dat de fysieke praktische realiteit alles is wat we hebben en dat al het onzichtbare en mysterieuze wetenschappelijk en rationeel te verklaren is. Er heerst een soort van arrogante hoogmoed die woorden als ‘mysterie’ en ‘magie’ weglacht, om elke deur naar een spirituele ervaring (of herinnering) gesloten te houden. Deze fysieke realiteit is nochtans nog minder dan een speldenprik groot ten opzichte van de oneindige veelzijdigheid van andere ervaringsvormen, werelden en dimensies. Een speldenprik die we ten volle uitvergroot ervaren, alsof er inderdaad niets anders is. De sluier gaat in essentie over ‘doen alsof’. Een deel wordt afgedekt, zodat de levenservaring scherper en intenser naar voren komt. Als bij een theaterstuk waarin we mens-zijn spelen. De hele ervaring van het hebben van een lichaam en vanuit dat perspectief andere zielen en hun lichaam te ontmoeten, is op zich iets wonderlijks. Iets waarvan ik me wel kan voorstellen dat ik er vrijwillig voor zou kiezen. Daarom voelt deze bestaansvorm ook niet helemaal als onnatuurlijk. Het is de programmering die overheen dat bestaan wordt gelegd, wat ik de matrix noem, die onnatuurlijk en verstorend werkt. Die programmering maakt de sluier zodanig hard en ondoordringbaar dat ze een kasteelmuur lijkt geworden. Of de wand van een grot, om nog eens aan Plato’s allegorie te refereren. Je kan naar de wand zitten staren, niet zien, horen of voelen wat er zich daarbuiten bevindt, maar daarbij wel het vermoeden of een intuïtief gevoel hebben dat er meer is dan wat zich binnen de grenzen van de grot bevindt. Er zijn ook velen die de grot volledig ontkennen en de beperkte illusie als absoluut waar beschouwen. Hun bewustzijn beweegt dan enkel binnen de reikwijdte van de speldenprik. Ik werd steeds zieker naarmate mijn perceptie doorheen de sluier troebeler werd. Helder kunnen waarnemen en voelen wat er achter de verschijningsvormen beweegt, bleek een noodzaak. Een breder bewustzijn bracht mij een betere gezondheid, en omgekeerd, dat is hoe de dingen voor mij werken. Het verbaasde me dan ook om zoveel mensen onbewust en blind, maar in een schijnbaar blakende gezondheid, door het leven te zien razen. Hoe deden zij dat dan? Waarom kregen zij geen auto-immuunziekte? Hoe verschilde hun innerlijke wereld van de mijne? Die auto-immuunziekte leek op maat gemaakt voor mij; het schudde me telkens weer hardhandig wakker als ik vergat te voelen in die diepere lagen. Daarmee werd het ook meer dan duidelijk dat een oppervlakkig leven in de grot geen optie was voor mij, toch niet als ik gezond wilde zijn. Mijn lichaam liet geen speling om af te dwalen of spiritueel in te dommelen. Het motiveerde me om mijn bewustzijn te blijven verruimen. De moeilijkheid is dat het sociale systeem waarin een kind hier opgroeit ontworpen lijkt om de sluier alleen maar te verharden. Omgaan met de weelderige gevoelswereld en de connectie met onzichtbare sferen komen meestal niet aan bod in de opvoeding van vandaag. Integendeel, alles leidt af in de richting van de speldenprik. We leren ons blindstaren op illusies. Wie zichzelf wil uitzuiveren van alle aangeleerde beperkende patronen en de sluier weer transparanter wil maken, dient zichzelf te ontkoppelen van die illusies. Spiritualiteit wordt tegenwoordig niet alleen onderdrukt, maar ook geconsumeerd en opgeslokt door een commerciële mindset. Wat volgens mij ook een strategie is om de geloofwaardigheid en natuurlijke kracht van spirituele gewaarwordingen doorheen de sluier te verstoren. De drempel werd zogezegd verlaagd, nu iedereen zich in de naam van eigenliefde een btw-nummer kan aanvragen en zich vervolgens sjamaan of healer kan noemen. Het gaat hier echter over het vervangen van de ene illusie door een andere. Omringd door de geur van gebrande salie, met pluimen in het haar en kristallen rond de nek, ontwaakt er niets anders dan een ego in een nieuw jasje. Dit is als het decoreren van de grot. Objecten, rituelen en woorden zijn hol zolang er geen transcendentaal gevoel in zit. Het echte werk zit in het verruimen van de gevoelswereld. En in het dragen van epistemologische verantwoordelijkheid; een levenswerk waarbij je onderzoekt wat waarheid inhoudt. Ik hoor geregeld mensen in al hun kwetsbare eerlijkheid en twijfel zeggen dat ze niets voelen. Er wordt hen bijvoorbeeld verteld dat er iets te voelen valt; een sfeer op een plek of de uitstraling van een object of persoon. Ze ontvangen die informatie dan rationeel, maar weten niet hoe ze kunnen overschakelen naar de andere kant van de medaille, namelijk naar het gevoelsmatige. Ze zijn het verleerd, vergeten en werden ook niet omringd door mensen die hen daarin inspireerden. Maar de wil, of het steeds luider klinkende verlangen van de ziel om zich uit te strekken naar een ruimer bewustzijnsveld, maakt wel dat er stappen van ontwikkeling worden gezet. Op momenten dat de zwaarte van het materieel bestaan als dood gewicht op mijn schouders hangt, vervloek ik die sluier wel eens. Het vraagt dan zoveel moeite, focus en zelfvertrouwen om een glimp van het spirituele bestaan achter de sluier te kunnen opvangen. Ik voel me op die momenten zo gevangen en beperkt in de materie. Elke dag voel ik de zwaarte trekken, en elke dag vergt het een zekere discipline en doorzettingsvermogen om daar bovenuit te stijgen. Om de sluier transparant te houden. Om helder te blijven zien, horen en voelen. Het is ook een kwestie van keuzes maken: ga ik in op de lokroep van het materiële comfort, of wijk ik af van het voorspelbare geplaveide pad? De speldenprik is een scheur geworden en ik heb begrepen dat de sluier als één geheel met mijn bewustzijn mee beweegt. Ik ben de sluier die mezelf verhult, evenals ik het licht ben dat mijn ware zelf openbaart. Het licht- en schaduwspel dat plaatsvindt tussen beide zijn de bewegingen van mijn leven.www.karoliendeman.com Foto door Lieven Herreman

KarolienDeman
0 0

Nog een pareltje

Ik ben iemand die haar geschreven zinnen meticuleus afweegt in een weegschaaltje dat het evenwicht zoekt tussen rationele aarde en intuïtieve wind. Een deel van de inspiratie komt vanuit mijn aardse ervaring en een ander deel wordt mij, rechtsboven, ingeblazen. Het snijpunt tussen beide tracht ik zo scherp en esthetisch mogelijk vorm te geven. Hier haal ik een gevoel uit dat als een soort van vreugde kan worden omschreven. Of ‘vervulling’ is misschien nog treffender. Het is geen uitgesproken gevoel, maar mocht ik de drang om te schrijven negeren, dan zou er in mij wel iets gaan schreeuwen. De zinnen die het halen, groeien bovenop een kerkhof van gewiste woorden. Ik durf wel eens afdwalen, met als gevolg dat hele blokken tekst worden gesloopt. Zonder mededogen of een gevoel van spijt, snij ik die zijsprongen eraf. ‘To the point blijven, Karolien!’ Maan ik mezelf dan aan, al spreek ik mezelf nooit aan met mijn naam. Net zoals ik mijn lief nooit bij zijn naam noem, want dat zou alleen maar betekenen dat er iets ernstig aan de hand is. Onze namen zijn voor de buitenwereld, voor elkaar zijn we het naamloze alles. Dat was nu een kleine zijsprong die ik eraan laat hangen. Het kan sympathiek zijn als er zijwaartse bewegingen van de maker zichtbaar blijven in het resultaat. Maar ik vind wel dat er een lijn in het algehele resultaat moet zitten. Gestroomlijnde samenhang met een nog zichtbare toets van de hand van de meester. Ik schrijf zoals ik schilder: fotorealistisch zonder de textuur van de penseelstreken te verliezen.   Het lezen van een ‘goede tekst’ is als een zachte vacht waar je met een voldoeninggevend gevoel van begin tot eind overheen streelt. Hij neemt je mee in een bepaalde richting. Het is een belangeloze beweging die je zin na zin afloopt. Het is de vrije wil die zich laat leiden door iets dat herkenbaar voelt, maar dat tegelijk toch vreemd is. En daardoor blijf je doorgaan. Wie ben ik om te bepalen wat een ‘goede tekst’ is, hoor ik mijn innerlijke zelfsloper opperen. We kunnen ignorant gaan lullen dat dit een subjectief waardeoordeel is, maar als we eerlijk en zelfbewust durven zijn, dan is literaire kwaliteit echt wel voelbaar. Zeker nu er een overload aan vluchtig in elkaar geflanste, AI-gegeneerde bagger overheerst, is het een zeldzame verademing om nog eens een authentiek gesculpteerd pareltje te vinden. Iets waar echt tijd voor werd genomen en verankerd zit in een doorleefde kern.   De troebele waters van het internet leveren meer bijvangst dan vette vis. De mening van de menigte is als ruis waarin niets wezenlijks blijft hangen. Nu de toegang tot zelfverheerlijking werd vergroot, iedereen een platform heeft om zich op te etaleren en ook de drempel om een boek uit te brengen werd verlaagd, is er een oververzadiging die mij wel eens demotiveert. Waarom zou ik daar nog iets aan toevoegen? Wat maakt mij anders? Er is ook nog de door de veelheid aangetaste focus van de lezer. Teksten langer dan 500 woorden zijn voor de constant geëntertainde massa een te hoge horde. Poëzie vindt men hapklaar het mooist en wordt liefst diagonaal gelezen. Alles scrolt voorbij op een oneindige loopband van korte impulsen, als tijdelijkheid die in herhaling valt. Steeds hetzelfde telkens anders gebracht. Het brengt stagnatie zonder werkelijk ergens bij stil te staan. En toch gooi ik mijn parels in een oceaan van zwijnen. Ze verdwijnen tussen de knorrende commotie. Het doet me denken aan ‘guerrilla gardening’, waarbij je bloemenzaad in het rond gooit op kleurloze plekken in de veronderstelling dat er wel enkele zaadjes zullen ontkiemen. In de veelheid aan beton zal er wel ergens een zacht kiertje zijn waarin een zaadje kan nestelen. Leuk als dat zo zou zijn, maar ook geen must. Want al deze woorden hebben hun plaatsje gevonden, deze tekst is geschreven. En dat is waar het om ging. Al wat er eventueel uit volgt zijn extraatjes, maar geen noodzaak. De noodzaak werd bij deze vervuld.www.karoliendeman.comFoto door Lieven Herreman

KarolienDeman
0 0

Oktober één tot en met elf

  Uittreksels uit het oktoberdagboek van Ignace Somers. Het betreft dag één tot en met elf. Het werd slechts een samenvatting van heersende twijfel, van enkele wapenfeiten, van amper vatbare emoties.   1 oktober Die tiende maand begint dan toch.   2 oktober Nu pas slaat twijfel pas echt toe. Is het dan niet december?   3 oktober Mean Girls Day. Dit zou de tofste dag van de maand moeten worden. Helaas.   4 oktober Werelddierendag en toch heb ik drie muggen platgemept. De muur kleurde enigszins rood.   5 oktober Uit de monden van John Lennon en Paul McCartney. Deze woorden weerklonken vierenzestig jaar geleden, op een dag als deze voor het eerst. Love, love me do. Tja? Om liefde janken. Terwijl overleven op zich al een kunst is.   6 oktober Wereld-CP-dag. Cerebrale parese. Kon mij dat maar overkomen. Een hersenverlamming. Dat zou pas echt rust brengen.   7 oktober Naar aanleiding van die joelende menigte met hun witblauwe vlaggen. Dit wordt alsnog een bijzondere dag. Die van het negationisme van de genocide in Gaza.   8 oktober Hoeveel zielen vervlogen er vandaag, te vroeg, onnodig, door dat wrede toedoen? De middagwarmte brengt rust noch hersenverlamming. Des avonds. Nu. Ik doe het dan toch. Ik noteer de oplossing voor meerdere wereldproblemen op dit frietpapier. Hier. In Frituur De Bosbrand.   9 oktober Jacques Brel stierf lang geleden. Ne me quitte pas. En toch. Alles liet hem achter op een negende dag van een oktober. Ach. Die medelijdenmelker. wat een komediant.   10 oktober Het wordt bevestigd. Ergens in Noorwegen. Het betreft wel degelijk een genocide!   11 oktober Het wordt mij allemaal wat te veel. De avondzon kleurt bloedrood en wat belooft het weerbericht voor morgen 12 oktober? Het zou een schone dag worden. Jawel. Geen wolkje. Geen vuiltje aan de lucht.       uit de reeks 'Ignace Somers'        

Bernd Vanderbilt
2 0

Van een andere planeet

Plots verscheen Mr. Bean op de Deense hotel-tv. In koor riepen mijn kinderen enthousiast zijn naam. Alsof je in een ver, vreemd land opeens een stuk Belgische chocolade ziet liggen in de rekken van een lokale krantenboer. Wanneer de aflevering uit was, klonk de droevige eindgeneriek. Dat pakt me altijd. Dan word ik meteen naar mijn jeugd gekatapulteerd, op de bruinleren divan van mijn grootvaders villa in ’s-Gravenwezel. Mijn grootvader was een man van vele talenten. Hij had lang voor ESSO gewerkt en voer als kapitein zijn hele leven naar Afrika op grote schepen. In zijn typische jaren ‘70 villa hingen dan ook allerlei maritieme parafernalia, zoals zonnewijzers, scheepsknopen, kompassen en uiteraard foto’s van zijn schip, De Mercator. Hij mocht daar gretig over vertellen, maar deed ook uit de doeken hoe kwik in een thermometer werkte of hoe je eigenhandig een binnenzwembad graaft. Het maakte niet uit wat het was, ik wilde graag alles begrijpen. We gingen niet vaak op bezoek, een aantal keer per jaar. Ik herinner me vrijwel nooit slecht weer, dus ik vermoed dat we vaker in de lente of zomer gingen. Wat ik als kind leuk vond, was dat onze bezoekjes in ’s-Gravenwezel altijd op dezelfde manier verliepen. Wanneer we arriveerden, stonden dezelfde hapjes klaar: kaasblokjes met mosterd, mini-uitjes en augurkjes, kerstomaatjes, schijfjes chorizo, druppelpaprika en natuurlijk kaviaar. Eerst dronk ik cola of ice-tea, later champagne. Na deze amuse-bouche stak hij plichtsbewust de barbecue aan, waarnaar veel aandacht uitging. Wat valt er nu telkens weer te zeggen over hete kolen, dacht ik. Later vermoedde ik dat het een ijsbreker vormde tussen hem en zijn zoon. Als de barbecue eenmaal op gang was, en wij waren uitgevoetbald, stonden we al als katten aan de glazen deur van het zwembadhuis te krabben, dat achteraan in de tuin stond. Daarbij moest en zou mijn grootvader ons eerst informeren over de water- en omgevingstemperatuur, die hij in het woonhuis kon aflezen. Rond 16u gingen we aan tafel. Ik vond dat vreemd. ‘Opa eet gewoon vroeger, omdat hij vroeger gaat slapen en vroeger opstaat. Veel oudere mensen doen dat zo. Elke ochtend om 6u zwemt hij voor het ontbijt’, zei mijn moeder.   Er volgde steevast ijs met fruit (vanille of mokka) waarna de volwassen mensen nog wat zouden napraten bij de koffie. Soms gingen we weer voetballen, maar vaker vroegen we om tv te kijken. ‘Deze keer moet jij het vragen’. Een van ons drie trok aan het kortste eind. Wie verloor, durfde ook wel eens zeggen: Lennart wil iets vragen, opa.’ Op Ketnet was er op dat uur meestal niets meer te zien dat mijn jongste broer ook leuk vond. Daarom vroegen we om een film. Maar opa had geen tekenfilms, alleen Mr. Bean. ‘Ken je dat niet? Dat is heel grappig.’ Mijn moeder gaf haar goedkeuring. Al snel werd het me duidelijk dat Mr. Bean ook vaak niet leek te begrijpen hoe de zaken in elkaar zaten. Routine en voorspelbaarheid gaven hem houvast. Hij dacht over de dingen na op een andere manier. Hij deed niet zomaar wat iedereen deed. Ik vond dat inspirerend, of hoopgevend. Ook al lachte iedereen hem uit. Over de begin- en eindgeneriek (een soort zoeklicht schijnt vanuit de hemel op een verlaten straat in Londen en een seconde later valt Mr. Bean als een afgedankte alien uit een UFO), had ik toen veel vragen. ‘Mr. Bean is een alien, iemand van een andere planeet’, verklaarde mijn moeder. Iemand van een andere planeet. Dat zeiden mijn ouders ook wel eens tegen mij. Mensen vroegen of ik soms van een andere planeet kwam wanneer ik weer eens iets vreemds deed. Sindsdien heb ik te doen met Mr. Bean. Maar het engelengezang brengt troost. Ook al zingen ze letterlijk: ‘Hier is de man, die een boon is.’

Lennart Vanstaen
0 0

Serendipiteit in de kelder

Ik heb het altijd al gehad: wanneer er gewerkt wordt in mijn directe omgeving, word ook ik door die werkmicrobe gebeten. Daarom schrijf ik graag in volle cafés en koffiebars, waar mensen aan hun laptop zitten of een interessante conversatie hebben over wilde plannen. Toen ik gisteren dus met volle overgave en zonder pauze de kelder was aan het opruimen, had ik dat voornamelijk te danken aan het feit dat heden mijn dak wordt gerenoveerd. En ook wel een beetje omdat de kinderen naar Disneyland zijn met de grootouders. Ik wilde net schrijven 'Ken je dat? Je had tien jaar geleden een plan met een kamer en een hoop spullen maar er is nog steeds niets aan veranderd', maar ik dacht, wat als mijn lezers dat niet kennen? Dan ontmasker ik mezelf als schaamteloze huiseigenaar die al tien jaar niets aan zijn kelder heeft gedaan. En dat zou ook niet waar zijn. Het punt is dat ik al snel merkte dat ik rommel van de ene plek naar de andere bracht. Dat is niet opruimen, dat is rommel verplaatsen. Wanneer ik verzamelingen oude rugzakken, reisspullen, tekeningen, cd’s en hopen schoolmateriaal van de slaapkamers in de bureau had gezet, gaf me dat een euforisch gevoel. Eindelijk! Een jaar later zag ik de staat van de bureau en werd er depressief van. Dus maakte ik de omgekeerde beweging. Zo verplaatsen spullen zich telkens. Van slaapkamers naar bureau, van woonkamer naar keuken of berging en weer terug. Een verdieping lager gebeurt hetzelfde: van het keldergedeelte naar de garage, of van de garage naar het tuinkot en dan een tijd later weer naar de kelder. En het was daar dat ik gisteren was aan het zweten. Goedgeluimd en gesteund door de opzwepende ritmes van Halcyon Digest van Deerhunter, had ik al behoorlijk wat werk verzet. Bouwafval zoals stenen en halve buizen had ik vooraan gezet om de volgende dag naar het containerpark te brengen. Voor tuinmateriaal zoals tuingaas, allerlei plantenpotjes en spades voorzag ik een aparte plek. Maar het leukste aan opruimen, zeker na een lange tijd, is dat je dingen terugvindt. Zo vond ik naast tientallen spinnen ook een plat bordeaux schaaltje dat uitstekend kon dienen als asbak voor mijn rokende vrienden die ik vaak een geïmproviseerd exemplaar moet geven. Ik vond ook enkele cd’s van een handboek Nederlands voor anderstaligen uit 2019 en honderden geplastificeerde didactische kaarten met overdreven emoties (bang, moe, triest), de delen van een Vlaamse woning met verdacht veel kamers (de berging, het balkon, de tuin, de garage, het terras, de kelder, de zolder, de woonkamer, de eetkamer…) en de ongelooflijke variëteit aan activiteiten van de Belg (opa leest een krant, moeder strijkt de was, Jan speelt voetbal). Toen ik de barbecue aan het afstoffen was – ik was ook helemaal vergeten dat ik er een had want we barbecueën nooit – vond ik een verkleurd papier onder het deksel. ‘Bedankt voor je bestelling, Gilbert Vanstaen, we gaan meteen voor jou aan de slag!’ Is het toeval dat ik dit vond net na wat ik enkele dagen geleden heb geschreven? Volgende week doen we barbecue.

Lennart Vanstaen
0 0

De man van papier

Ik moest nog snel wat schoolmateriaal gaan kopen, zodat mijn zoon na de les Plastische Opvoeding met een tekening kon thuiskomen in plaats van een aantekening. Het ging om tekenpapier en een kaft. Mijn vrouw had me de details doorgestuurd in een berichtje en ook waar ik deze spullen zou vinden: in de Schleiper, een winkel in de Joodse wijk. Ik was nog nooit in deze winkel geweest, maar toen ik zag waar de gps me liet stoppen, besefte ik dat ik er natuurlijk al talloze keren voorbij was gereden. Ik zette mijn fiets tegen de gevel en maakte hem met een dik slot vast aan de tralie van een kelderraam, dat op een kier stond. Even bleef ik staan. Er steeg een rotte lucht op, oud stof en zure melk. De wind speelde met de vuilwitte resten van wat ooit gordijnen waren. Ik keek nieuwsgierig en met weerzin naar binnen, maar ik kon in de duisternis daarbinnen niets herkennen waar mijn reeds op hol geslagen fantasie een kluif aan had. De ingang was aan de achterkant. Met mijn telefoon in de hand wilde ik iemand aanspreken zodat ik snel kon vinden wat ik zocht: een blok tekenpapier van het merk Steinbach, 270 x 360 mm, gewicht: 250 gram, en een tekenkaft van 28 x 38 cm. Er stond een oude dame aan de kassa die kennelijk hardhorig was en vermoedelijk om die reden haar vriendin had meegenomen. De jongeman achter de kassa stelde een vraag over hun aankoop, maar beide dames reageerden niet. Hij herhaalde wat hij zei, luider, waarop de vriendin nu wel iets had opgepikt, maar opnieuw vroeg wat hij had gezegd. ‘WILT U EEN TASJE MISSCHIEN?’ riep de jongen uit volle borst, toch nog zijn gezicht in de plooi houdend om beleefd te blijven. Daarna herhaalde het tafereel zich tussen de hardhorige dame en haar nog harderhorige vriendin. Een andere medewerker kwam me verlossen en vroeg wat ze voor me kon betekenen. Ik toonde haar wat ik zocht en ze sprak op omineuze wijze: ‘U zal zich hiervoor naar de kelder moeten begeven’. De kelder? Waar dat vieze gordijntje hing? Ik liep in de richting die ze had aangewezen. ‘U zult op het einde van de gang een trap naar beneden zien, achter de hoek.’ Ik rekende erop binnen tien minuten weer buiten te zijn, maar ik vertraagde onderweg naar de trap mijn pas bij het zien van al dat knutsel- en tekengerief. Links en rechts van mij smeekten kalligrafiepennen, scratch art en Japanse aquarelverf om door mij gekocht te worden. Opeens wilde ik een atelier bezitten en de hele dag schilderen en tekenen. Toen ik eindelijk bij de hoek was, zag ik de trap. Per trede die ik afdaalde, klonken de geluiden van de winkel steeds gedempter en werd de geur van onbeschreven papier steeds sterker. Ik kwam in een grote ruimte die ingedeeld was in verschillende gangen. Ik moest om een of andere reden aan een kleine universiteitsbibliotheek denken. Aan de overkant zat een man, verscholen achter een opvallend laag bureau. Hij boog zich wat voorover om me te kunnen zien, maar werd gehinderd door de kasten tussen ons in. Toen ik naderbij kwam, keek hij me aan. Eindelijk is er iemand, moet hij gedacht hebben. ‘Het is hier wel heel rustig hé’, sprak ik onbevangen, tezelfdertijd bedenkend dat ik in zijn situatie altijd muziek zou opzetten. ‘Ja, meestal is het hier wel kalmer dan boven‘. Hij sprak dat laatste woord uit alsof er twee dimensies bestonden. Hij vroeg wat ik nodig had en ik toonde hem mijn screenshot. Hij wreef verlekkerd in zijn handen: hij wist waar alles stond. Ondertussen zocht ik naar dat griezelige raampje maar kon het niet vinden. Toen hij me heel gezwind de kaft en het papier had overhandigd, bedankte ik hem en vond het een beetje sneu dat ik hem nu niets meer kon vragen. Het gebrek aan een radio maakte de stilte tussen ons niet draaglijker. ‘Soms is het hier heel druk hoor!’ zei hij. Ik knikte gretig en maakte aanstalten om te vertrekken. Hij zei: ‘Misschien tot nog eens hé’. Ik wist niet goed of ik hem een hand moest geven.

Lennart Vanstaen
0 0

Heroïne

1968: Ik was 16 jaar toen ik voor het eerst in aanraking kwam met heroïne. Ik had destijds verschillende vriendengroepjes. Een van de groepen waar ik regelmatig over de vloer kwam, was een vriendenclub zoals alle andere: we praatten over nieuwe muziek, politiek, uitgaan en alles wat jongeren bezighoudt. In die groep ontstond er plotseling interesse in drugs; ze wilden weleens experimenteren met heroïne. Na een jaar waren ze onherkenbaar. Het was gedaan met de gesprekken over van alles en nog wat. Het enige gespreksonderwerp dat overbleef, was: waar is het te krijgen, wie gaat het halen en hoe gaan we het betalen? Ze begonnen ook geld te lenen zonder het ooit nog terug te betalen. Vanaf dat moment heb ik iedereen van wie ik wist dat ze aan de heroïne zaten, resoluut uit mijn vriendenkring gegooid. Toen mijn eigen geliefde broer ook wilde experimenteren met heroïne, heb ik direct ingegrepen en iets georganiseerd waardoor hij er twee jaar lang vanaf is gebleven. Na twee jaar heroïnevrij te zijn, werd hij door omstandigheden onzeker. Dat was het perfecte moment om hem terug naar ons geboortedorp te lokken. Hij kreeg een nieuwe auto, een huurhuis dat volledig werd ingericht, en 300.000 frank. De enige voorwaarde was dat hij moest trouwen met zijn vroegere liefde. Zij was toen echter niet meer aan het experimenteren met heroïne; ze was al zwaar verslaafd. Dat heeft geduurd tot zijn dood, twintig jaar later. In die tijd heeft hij een paar pogingen ondernomen om van de heroïne af te geraken. Maar destijds werd hij niet gezien als een zieke, maar als een crimineel. Geloof mij: dat is geen startpunt om van een verslaving af te geraken. Heroïne is nu eenmaal vele malen verslavender dan alcohol. 2026: Onlangs vernam ik iets over een kennis. Hij werkt in de bouwsector, is daar een zeer gewaardeerde werknemer, is 45 jaar oud, getrouwd en heeft drie opgroeiende kinderen. Na zijn werk en in het weekend gebruikt hij echter heroïne – en dat zeker al de afgelopen twintig jaar. Tegenwoordig kost heroïne zo'n tien euro per gram. Dit zette me aan het denken: al die tonnen heroïne die het land binnenkomen, kunnen onmogelijk allemaal gebruikt worden door de groep verslaafden wiens ellende op straat zichtbaar is. Hoeveel duizenden mensen zouden er zijn die normaal functioneren in de samenleving, maar wiens drugsgebruik volledig onzichtbaar blijft voor de buitenwereld? Mischien is het uw kind, uw vader, uw moeder, vriend, famillie, buren?    

verf ed: Contemporary interdisciplinair ArtTIST, nen tjolder, nen prutser. BIO.
4 0

HARAM.

In de moslimgemeenschap betekent haram hetzelfde als zonde in de christelijke gemeenschap: iets wat niet hoort en vermeden moet worden. Als je op de onderstaande link klikt, zie je een artistieke interpretatie van een verboden woord. https://www.2dehands.be/q/verf+ed+haram/   ************************************************************************************ foto gallery verf ed https://www.2dehands.be/q/verf+ed+altaar+der+culturen/   Rond 1995 heb ik dat werk gemaakt. Ik noem het "altaar der culturen."Links ziet men een tv, onze gemeenschappelijke identiteit valt van het - silicium - glas - zand.De gemeenschappelijke informatiebronnen zijn verdwenen.De wijzen van vroeger opgevolgd door radio en uiteindelijk als laatste de tv die een ongeveer gemeenschappelijke boodschap uitdragen is niet meer.De informatie is versplinterd.Rechts ziet men een gietijzeren kandelaar daar in een mensenhoofd in papier. Stukken teksten. Krantenpapier "De encyclopedische mens".Gietijzer = nationalistenKandelaar = religieIn het midden staat de hedendaagse mens. Opgesloten. "de encyclopedische mens".Dit deel is gemaakt van een reclame voor lippenstift.Regeneratie KosmetikIn de dubbele wand gaan luchtbellen in het water de hoogte in.In die dubbel - transparantie - plexiglas zit diezelfde "encyclopedische mens".Het geheel staat op dunne platen, glas = chips = zand = silicium.Het geheel steunt op een gietijzeren pilaar = industriële cultuur.De gietijzeren plaat staat op de grond = landbouwcultuur.HET ALTAAR DER CULTUREN. Ik woonde toen in de Aalmoezenierstraat in Antwerpen. De jaren 90 tig.   http://www.anamorfose.be/verf/misc-images/verf-t-i-r-e

verf ed: Contemporary interdisciplinair ArtTIST, nen tjolder, nen prutser. BIO.
73 0
Tip

Eva zoekt de perfecte auto

Zondagochtend. Tien uur. De kinderen zijn gevoed. Even geen stress. Een tosti met sinaasappelconfituur, zwarte koffie en letterlijk een momentje om van te genieten, terwijl mijn kinderen in een Fortnite-call naar andere kinderen roepen dat iemand moet schieten, dekking moet geven of blijkbaar dringend ergens heen moet rennen. Ik dacht eerst dat het Minecraft was. Blijkbaar is het Fortnite. Dat onderscheid heeft mijn brein tot nu toe kennelijk niet belangrijk genoeg gevonden om op te slaan. Goed. Ik heb mijn plezante momentje. Ik doomscroll op mijn pas opgestarte TikTok-account, waar ik vrij willekeurig foto's post van auto's die mijn aandacht trekken. Mooie lijnen, snelheid, dat vreemde gevoel van vrijheid dat sommige auto's alleen al door hun uiterlijk lijken te beloven. Ik fotografeer eigenlijk gewoon mijn begeerte. En natuurlijk leert het algoritme snel. Voor ik het weet zit mijn feed vol supercars en hypercars. Ferrari. Lamborghini. Koenigsegg. Pagani. Namen die ik nog maar net uit elkaar begin te houden. Rustig allemaal. Niets wijst erop dat mijn zondag binnen enkele minuten volledig ontspoort in alweer een onderzoek waar niemand mij om gevraagd heeft. Ik mag mij gelukkig prijzen wanneer mijn brein niet de zoveelste briljante vraag produceert die vervolgens onderzocht moet worden tot de informatie ongeveer uit mijn oren komt. Maar goed. Die zondag zag ik een interview passeren met de eigenaar van een Pagani. Hij vertelde waarom hij de auto had gekocht. Prachtig ding. Bijzonder. Exclusief. Bla bla bla. En toen hoorde ik de prijs. Ik verslikte mij bijna in mijn koffie. Ik weet nog helemaal niet bijzonder veel van auto's. Ik leer momenteel nog modellen, motoren, merken en technische begrippen kennen. Maar zelfs met mijn beperkte kennis klonk wat ik hoorde verdacht veel als... Absurd. Laten we het beleefd houden. Want waarom kost een Pagani met prestaties die op papier niet noodzakelijk vijf keer indrukwekkender zijn dan die van een Ferrari soms wél vijf keer zoveel? Een normaal mens zou waarschijnlijk zeggen: Omdat hij exclusiever is. Klaar. Prima antwoord. Helaas ben ik geen normaal mens wanneer iets mijn nieuwsgierigheid heeft gewekt. Ik blijf vragen stellen. Waarom exclusiever? Wat kost er dan zoveel? Materialen? Ontwikkeling? Productie? Handwerk? Schaarste? Merknaam? Status? Waardebehoud? En hoeveel betaal je uiteindelijk voor de auto zelf en hoeveel voor het verhaal dat eromheen gebouwd is? Ik graaf tot ik begrijp waarom. Bij voorkeur met cijfers. Sorry, mensen. Zo zit ik blijkbaar in elkaar. En dus begon ik, moeder van twee kinderen, met een serieuze job en al meer hobby's dan strikt noodzakelijk, op een doodgewone zondagochtend plots de economie van hypercars te onderzoeken. Met op de achtergrond: “DEKKING! DEKKING! HIJ ZIT ACHTER JE!” Fortnite dus. Niet Minecraft. Ik leer bij. En daar begon het.

Apex Eva
33 0

Circulaire levenszin

Ik doe het met de brokstukken die ik herinner. Wat ik dan precies doe en of dat überhaupt iets van ‘verschil’ maakt, daar heb ik in te vertrouwen. Dat vertrouwen glijdt telkens, als een huid die niet wil hechten, van mijn botten. Maar ik doe het toch maar; die ingevingen vorm geven, die gevoelens vertalen. Ik maak bewegingen in de ether, zing en spreek energie die ergens anders iets aanraakt. Dankbaar voor de woorden waarmee ik deze ongebonden spontaniteit kan hard maken, al vallen die woorden vaak in de zijlijn van een geforceerd bestaan. Het zijn er ook te weinig, voel ik, mijn woordenschat reikt maar tot aan de grenzen van mijn wereld. En ik wil net schrijven over wat er achter, of eerder onder, die wereld ligt. Symboliek is een poort naar het vormloze. Taal is de brug naar het onuitspreekbare. Wie heeft ooit bedacht dat er poorten en bruggen nodig zijn om daar te komen waar we eigenlijk in essentie altijd zijn? De realiteit doet zich nu zo voor, schijnbaar ondoordringbaar en overtuigend. Een dikke laag beschaving die me ervan probeert te weerhouden om de sterren te zien en de aarde te ruiken. Alleen al een vermoeden hebben van wat er zich achter de weerbarstige korst van artificiële cultuur bevindt, mag een wonder heten. Want Afleiding en Misleiding zijn de leiders van deze creatie. Tijd en Aandacht zijn de valuta waarin we hen betalen. Elke schreeuw om bevrijding, gierend door de gaten van vergetelheid, wordt onmiddellijk overstemd door leugens en weggelachen als een apathische zucht. Het heeft geen zin, zou je zeggen en ik ga hier niet het tegendeel beweren. De zinloosheid van het leven is een wit blad papier waarop je je als een kleuter mag uitleven. Vul de zin zelf maar in! Ben je uitgetekend, dan krijg je een ander blad. Dat is het karmische rad van herhaling. Je mag tekenen wat je wilt, toch tekenen de meeste mensen steeds dezelfde cirkel, mooi gepositioneerd binnen de grenzen van het blad. Ik zit zelf halverwege zo’n cirkel, met de intentie om er een spiraal van te maken. Of om de lijn naar buiten toe af te buigen. Ik ben nog aan het beslissen. Mijn andere hand tast ondertussen langs de randen van het papier, loopt daardoor snijwonden op, maar weet nu zeker dat er een einde is. Ik zie een paleis waarvan de wanden volledig bekleed zijn met tekeningen van cirkels. Een plaats waar ze bij elkaar verzameld worden, als een uitgestalde oogst van rijpe vruchten. Al die circulaire levenszin, die creatiekracht, wordt er geconsumeerd. Het is de brandstof van de illusie die zich hier zo onomstotelijk voordoet. Valt er aan te ontkomen? Zijn onze voorgeprogrammeerde cirkelbewegingen te doorbreken? Ik wil geloven van wel, maar het voelt als jezelf redden uit drijfzand terwijl je er al tot in je nek in zit. Diep ingebed in het onnatuurlijke leven, ontstaat er met de tijd aanvaarding en berusting. Niet op een harmonische manier, eerder vanuit een afgevlakte bewustzijnstoestand en moeheid. In artificieel comfort levend, onverzadigbaar consumerend en eindeloos vermaakt door een beeldscherm zakt de moderne mens dieper in het zand van welvaart. En als je, ondanks alle mindcontrol, hypnose en afleiding toch nog herinnert dat er meer is, dat je meer bent, wordt het leven er zeker niet gemakkelijker door. Het herinneren is één ding, maar wat je er uiteindelijk praktisch mee gaat doen, dààr zit de kans op bevrijding. En dan is er die twijfel waarover ik maar blijf struikelen, alsof hij mij telkens bewust voor de voeten wordt geworpen. Het was ook twijfel die mij deed afdwalen van het voorgeschreven pad en mij hielp om te herinneren. De twijfel over wat ‘normaal’ werd bevonden, bijvoorbeeld. Maar de twijfel is ook lang na mijn conclusies blijven doorlopen. Twijfel, onzekerheid, angst en verwarring lijken wel standaard ingestelde frequenties te zijn in deze wereld. Golflengtes die we kunnen overstijgen, maar net als drijfzand ons naar beneden willen trekken. Het vraagt wilskracht, zelfvertrouwen en, in deze wereld vol verleidingen, zeker ook discipline om niet opgezogen en geconsumeerd te worden door het onnatuurlijke. In de gebarsten ruimte tussen vermoeide gelatenheid en opflakkerende creatielust wortelt mijn magie. Ze groeit doorheen alle spleten die het onzekere nalaat. Ik wiebel en ploeg mezelf dagelijks doorheen de stugge massa van overleving. Vroeger was er ook ‘overlevering’; oude wijsheden die traditioneel werden doorgegeven. Nu moet je het zelf uitzoeken, liefst zonder teveel in je hoofd te gaan zitten. Ieder moet voor zichzelf het warm water uitvinden. En de resten die overblijven aan elkaar lijmen. Wensend dat het volgende eindpunt niet weer hetzelfde beginpunt blijkt te zijn.

KarolienDeman
0 0

De vergeten schrijver?

In de kringloopwinkel “De Loods” te Maastricht vond ik voor 1 EUR een boek van Jeroen Brouwers. Hij is voor mij een halfgod binnen de Nederlandse literatuur. Dit boekje had ik nog niet: Winterlicht, met een zijvakje binnen op de verharde voorkant waarop de samengevatte info staat van een bibliotheek te Gulpen. Op de eerste pagina prijkt in lichtblauw gedrukt “Afgeschreven”. Het ironische is dat het boek net gaat over een auteur (een ik-verteller en alter ego van de auteur) die werkt als lector voor een uitgeverij en daarbij de oudere miskende auteur Jacob Voorlandt leert kennen. Het werk gaat daarbij over schrijvers die nooit echt doorgebroken zijn en over zijn angst om zelf een vergeten auteur te worden. Het niet-eeuwige en het eeuwige vormen hierbij met zijn dromen, personages en geschreven impressies een deel van het boek en zijn verhaal.  Hij spaart hierbij noch de uitgeverswereld en de mens en diens kijk op het schrijverschap, noch de schrijver zelf, wentelend in zelfbeklag. Waarbij hij zichzelf op de korrel neemt en in toekomstvisioenen ziet hoe hij wel eens zou kunnen eindigen, net als de schrijver die hij volgt: Jacob Voorlandt. Het beangstigende is dat sommige van de uitspraken van de verbitterde schrijver die hij ontmoet zo juist  aanvoelen: “Wie wil schrijven moet uitsluitend schrijven (…) alles wat hij doet of meemaakt in het teken stellen van het oeuvre dat hij maakt, zijn hele leven lang, en het beschouwen als zijn lot dat hij niet kan ontlopen en overigens tot in de uiterste consequentie ook niet wil ontlopen, - dàt is een schrijver.” Hij laat het personage dit vertellen aan de ik-figuur, die hem als een soort mentor aanvuurt om uit de uitgeverswereld te stappen en zich volledig toe te leggen op het schrijven. Iets wat hij hem vertelt  terwijl deze zelf dronken wegkwijnt, alleen en ergens ver weg van de rest van de wereld.  Wat hij hem vertelt is een herkenbaar gegeven, mits je zo effectief kan overleven en toegevingen doet, met de nodige broodschrijverij, inspelend op wat men je vraagt, aanbiedt en wat net in die periode hip is om over te schrijven. Niet helemaal mijn weg, maar het klopt wel: erken wie je in wezen bent en organiseer je leven daarnaar – met wel deze grote maar die ik daarachter plaats – maar laat ruimte over zodat je niet verengt en in vergetelheid geraakt. Of is dit laatste mijn grote angst die opspeelt na het lezen van dit werk?  Goed, de (vergeten) schrijver dus. Hij is voor mij meer dan een mannetje dat hele dagen achter zijn schrijfgestoelte zit, een schrijver moet ook buitenkomen, ontmoeten, beleven en inspiratie opdoen om het tot zich te nemen, om als flexibel wezen diens schrijverij te heruitvinden en te kunnen getuigen van de wereld zoals die nu is. Dat naar buiten gaan moet in balans zijn met het schrijven, het mag geen vlucht zijn van wat het in essentie hoort te doen. Zoals je leest, inspireert dit boek ook mij. Het is een metaboek omdat het personage dat hij beschrijft als een spiegel voor hem en de lezer dienst doet. Tegelijk druipt de ironie ervan af, hij is zelf een gevierd auteur en zeer begenadigd schrijver, waarvan een werk ergens in de kringloopwinkel ligt; verzeild geraakt vanuit een bibliotheek die om de zoveel tijd boeken afschrijft. Terwijl ik, een onbekend schrijver – die niet schrijft om eeuwig te blijven, maar omdat ik nu eenmaal niet(s) anders kan – het vind en zo verheugd ben over de inzichten omtrent het schrijven.  Ik licht er hier nog een ander mooi citaat uit, waarin het ik-personage uitlegt waarom hij zelfs ‘s nachts zijn dromen opschrijft, iets wat ik ook doe als het intens is en in grote beelden blijft hangen:  (…) een droom die men opschrijft, is daarna opgehouden een droom te zijn: - door de droom te reproduceren heeft men een tekst geproduceerd. Wat vervolgens blijft bestaan (zolang het niet wordt vernietigd) is niet de droom, maar de geproduceerde tekst, ‘het geschrevene’: een tot werkelijkheid gemaakt feit, dat afkomstig is uit een onfeitelijk nietbestaan, waar werkelijkheid bestaat uit onwerkelijkheid. Dit is het wezen van literatuur.”*.  Eigenlijk zou je heel die pagina moeten lezen, want hij vertelt over wat autobiografisch is en tegelijk fictie wordt en daarbij een nieuwe werkelijkheid aanneemt. Waarbij de schrijver exploreert, en niet bezig is met verhalen vertellen, want dat metier is overgenomen door de (toen televisie) media van nu en heel binnenkort voor een groot deel door AI, maar dat is geen literatuur, niet zoals het ik-personage en J. Voorlandt bedoelen.   En ja, wie wil er nu niet vereeuwigd worden als kunstenaar? Dat is jouw erfenis, dat is wat je nalaat en al zeker als je zelf geen nazaten hebt. Nochtans mag wat je creëert evengoed een plezier zijn onderweg, omdat je het graag doet of omdat je van verhalen houdt, zonder meer, en het kan een tijdsdocument zijn en niet meer dan dat. In een zeldzaam geval kan het uitgroeien tot net die grote literaire roman die een hap uit de eeuwigheid bijt, maar je weet niet wat de lange termijn brengt. Het kan even snel zoek geraken ergens in een stoffige rommelruimte en niet ontdekt worden, niet afgestoft en onder het daglicht gebracht worden, en net als duizenden andere boeken verdwijnen. Of zoals het nu gaat van hun kaft ontkleed, de rand weggesneden, als wees onthoofd en ingescand door een machine die dan weer andere would-be schrijvers adviseert hoe het moet, maar jouw naam, koud zweet en tranen die verdwijnen, tenzij, tenzij het nog even in het licht komt door een andere verbeten schrijver spittend in een nog net bestaand archief wat ooit een boekenwinkel was of een archeoloog van het woord die het in een multimediacomplex vindt, deel van wat ooit een bibliotheek was, op zoek naar de oorspronkelijke woorden van de schrijver zelf.  En zo blijf je nog even, tot je verstuift in het licht van de eeuwigheid, het onmetelijke van het universum waarvan soms een restje nazindert, het plankton dat nog ergens bleef kleven, omdat het goed genoeg was, mooi en inspirerend genoeg om te blijven, en al de rest… Misschien is dat net de troost, dat hoe groots je het zelf ook ziet, en hoe hard je er ook onder zwoegt, je je niet zo druk moet maken, want enkel de eeuwigheid zelf is eeuwig. Behalve hij, de schrijver, en de persoon die hem telkens opnieuw ontdekt.    *Jeroen Brouwers, Winterlicht. p. 12 en p. 116  (1984) – kort verschenen na De laatste deur, met essays over zelfmoord in de Nederlandstalige letteren (1983).    

Bart Vermeer
11 1

De arrogantie van de 'ontwaakten'

Ik wil hier graag schrijven over iets dat ik al een tijdje aan het observeren ben. Het duurde even voor ik er woorden aan kon geven, maar zonet kwam de titel van dit stuk plots helder binnen, wat maakte dat er meer zinnen begonnen te stromen. Ik heb het over iets dat ik arrogantie of hoogmoed zou kunnen noemen, iets dat zijn bron sowieso in het ‘ego departement’ vindt. Rond de coronaperiode zijn er veel mensen ‘wakker’ geworden, zo blijkt. Het lijkt een collectieve uitdaging te zijn geweest met een gunstige invloed op het vlak van zelfontwikkeling. Er werden dingen ingezien, processen doorlopen, patronen doorbroken en transformerende keuzes gemaakt. De grote massa bleef gehypnotiseerd in dezelfde cirkels lopen, maar een groeiende minderheid doorzag het programma en werd wakker. Of nog wakkerder dan ze al dachten te zijn. En als het corona niet was die hen uit hun hypnose schudde, dan was het gegarandeerd een ander hardnekkig leerproces geweest dat expansie in het bewustzijn veroorzaakte. Het gebeurt volgens mij zelden of nooit dat iemand ‘zomaar’ vanzelf wakker wordt, meestal ligt er toch enig ongemak aan de basis. Het is paradoxaal dat datzelfde ongemak ons ook dieper in de hypnose kan duwen, het hangt er schijnbaar van af hoe je ermee omgaat. Waarom de ene wakker wordt en de ander niet is een andere interessante kwestie. Maar jij, jij hebt, als een kat in het nauw, rare sprongen gemaakt en dat heeft jou een andere weg doen inslaan. Daardoor kreeg je een breder zicht op de dingen. Opeens zie je waar je voorheen blind voor was, dit verruimt en vernieuwt jouw realiteit. Je noemt jezelf nu wakker in vergelijking met daarvoor. Het smeulende kooltje heeft vuur gevat. Er volgt een piek aan inzichten en aha-momenten, vaak versterkt en bevestigd door synchroniciteit, opmerkelijke toevalligheden, tekens en boodschappen. En daar komt enthousiasme bij kijken, veel enthousiasme. Het liefst zou je willen dat iedereen wist wat jij nu weet, vooral diegenen die jou dierbaar zijn. Je voelt dat je niet meer dezelfde bent, dat je een grote bewustzijnssprong hebt gemaakt en nu boven iedereen lijkt uit te zweven. Jij ziet helder wat zovelen niet zien. Misschien is het wel juist jouw taak, jouw missie, om het hen te vertellen en te tonen? Familiediners zijn geen optie meer en vriendschappen sneuvelen. Je gaat naar cacao ceremonies en mantra zangcirkels en vindt daar terug wat je al heel je leven gemist hebt. Eindelijk vind je erkenning, connectie en een gevoel van thuiskomen in dit leven. Een grote hap uit je spaargeld, je noemt het een investering in jezelf, gaat naar een driedaagse ayahuasca ceremonie, een masterclass magnetisme, een online opleiding tot lifecoach en alle attributen die je daarvoor nodig hebt. Ondertussen blijft het leven je testen en klappen uitdelen, maar jij weet ondertussen wel beter. Want jij bent niet meer dezelfde, nu reageer je anders. Wijzer. Met meer zelfrespect. Zoveel oude wonden die jij bij jezelf hebt geheeld. Al dat transformatieve werk dat je hebt gedaan. Je bent trots dat het jou toch maar gelukt is om de programmatie en misleiding te doorzien en jezelf te ontkoppelen van de matrix. Je vindt nu dat het tijd is om uit de schaduw van bescheidenheid te treden en jouw ontwikkelingen aan de wereld te tonen. Om de geboorte van jouw ontwaakte zelf te vieren geef je jezelf een nieuwe exotisch klinkende naam. Je laat Chat GPT een logo ontwerpen en vraagt een ondernemingsnummer aan. Jouw zelfzekerheid is gegroeid, je weet nu wat je waard bent. Je bent nu een gecertificeerde lifecoach en healer, én vooral een ervaringsdeskundige wat betreft vruchtbare zelfontwikkeling. Je denkt eraan om een boek te schrijven om jouw inzichten nog een groter bereik te geven. World, here you come! Het vurige enthousiasme bij grote persoonlijke inzichten en transformaties, noem het de eerste fase van het spiritueel ontwaken, kan een valkuil zijn. En meteen ook een test in nederigheid, die ik velen zie falen. Het enthousiasme op zich, dat ik uit eigen ervaring herken, is eigenlijk zo geen probleem. Het is de hoogmoed, de belerende houding en het ongevraagde advies dat er eventueel verder uit voortvloeit dat de aanzet van dit schrijven vormden. Het is een soort van goedbedoelde arrogantie die ik in verschillende vormen en contexten waarneem. Zij die zichzelf ‘wakker’ en ‘geheeld’ noemen en stellig geloven dat ze hier zijn om anderen ook wakker te maken en te helen. Hun praktijken springen nu als paddenstoelen uit de grond. Lichtwerkers. Coaches. Sjamanen. Healers. Spaceholders. Tantra- en reikimeesters. Het zijn titels die het ego zichzelf als oorlogsmedailles opspeldt. Men vindt zichzelf een moedige krijger met wijsheid en verhalen die de wereld nodig heeft. De grens tussen zelfvertrouwen en nuchtere zelfreflectie is vaak wazig of onbestaande. Spirituele inzichten en mystieke ervaringen kunnen alleen maar vruchtbaar aarden als het bewustzijn aan diepgaand zelfonderzoek heeft gedaan. Zo niet, dan gaat het ego met de eer lopen. Het zit ‘m allemaal, volgens mij althans, in de wortels. Als die te kort zijn, niet diep genoeg geaard zitten en dus de verworven inzichten nog niet voldoende doorleeft of belichaamd zijn, dan kan dat leiden tot grootheidswaanzin, een psychose of messiascomplex. Ken uzelf, voordat je denkt de wereld te kennen. Het is een ‘beginnersfout’ om de focus te snel, te gretig, van binnen naar buiten te leggen. Want het innerlijk werk is nooit klaar en weerspiegelt zich in de externe realiteit. Wie met een naar buiten gekeerde focus leeft, is bezig met op een spiegel te reageren. Het ziet er dus naar uit dat er een uitgesproken collectieve transformatie gaande is op het vlak van existentieel bewustzijn of spiritualiteit. Deze wereld zou deze wereld niet zijn mocht daar geen verwarring, misleiding en afleiding mee gepaard gaan. Het ego zou het ego niet zijn mocht het daar geen persoonlijke voordelen, zoals een verdienmodel en status, in zien. Alles kan gekaapt en vervormd worden in deze matrix, zo ook spiritualiteit. Ik reken op intuïtie en een kritisch-analytische kijk op de dingen om het onderscheid tussen echtheid en schijnvertoon te kunnen maken. Dat verschil is, zeker in tijden van AI, soms moeilijk te onderscheiden. De groeiende aandacht voor een ‘wakker bewustzijn’ loopt niet toevallig synchroon met gezaaide verwarring omtrent ‘echtheid’. Het zijn thema’s die elkaar polair versterken en polarisatie is wat deze matrix nodig heeft om te blijven draaien. Wat mij nu van belang lijkt, is een diepgewortelde ontwikkeling van het vermogen dat echt van vals kan onderscheiden. Zuiver van onzuiver. En dat is een persoonlijk proces met een even persoonlijke uitkomst. Ware en geaarde spirituele ontwikkeling ontstaat onzichtbaar en geruisloos. Het is iets dat je alleen doet, waar jij alleen de verantwoordelijkheid voor draagt, en je doet het zuiver voor jezelf. En tegelijk toch ook voor de wereld, maar dan zonder het expliciet naar een externe vorm om te zetten. Het kan in essentie ook niet naar een externe vorm omgezet worden, zelfs niet in woorden. Iedere poging daartoe leidt tot cryptische raadsels en metaforen met dertien dubbele bodems. Ik ben ervan overtuigd dat de interessantste, meest wijze en wakkere mensen amper zichtbaar zijn. Dat ze onder de radar van de matrix een leven zonder bewijs- of erkenningsdrang leiden. Ik zeg niet dat we het delen van inzichten en persoonlijke wijsheid beter kunnen laten, wel wijs ik op de overvloed aan ‘spirituele geldingsdrang’. Zoals de talloze ‘healers’ die hoegenaamd nog enkele plekjes vrij hebben in hun masterclass aan het earlybirdtarief van € 2.222. En alle andere variaties hierop die ik arrogantie van de ontwaakten noem.Karolien Deman      

KarolienDeman
7 1

het schijt me van de werkelijkheid

dataanalystische verhoudingen van                                                                          op en neer gaan, en-op-en van een draaimolen,                                                                                                         een markt, van ieder zijn ding waar iedere stot -tering om bestaansrecht smeekt                                                                     als een probleem aan de ketting                                                                                                                              van je hiel   jij moet het dragen                                         anders raak je niet meer vooruit                                                                                                           dragen is het lot daaronder zijn enkel slaven                                                         van genot en de draaimolen draait                                 voort            en voort in bewasemde spiegels ontmoeten we                                                                              een oneindige stroom                                                               van onherkenbare gezichten van plezier vreugde tiert er welig daarbeneden                                          ontslaan van van al dat weten                                                                                        wordt haar vreugde te gulzig   in een strijd om niet op geslorpt te geraken, zoeken we                     te diep  daar diep van binnen, daar is niets te vinden, dan de stomme taal van                 vlees al lees je het op haar huid                                                     aan haar wonden                                                                                          littekens van de zonde                                                                      iets diep van binnen, iets humaan liefst heb medelij met ons alstublieft niet iets dat kan                                   horen in het ritselen door bladeren of aan een schuifelende schoenen in de hal iets diep van binnen ligt aan het oppervlak de haren op mijn huid het schijt me van de werkelijkheid schoonheid is uitstel van teleurstelling de balsem                       op het lijk van de waarheid                                                                            de dood zwijgt er als het leven  

Anton Nymand
7 0

Ben ik een goed mens of werk ik gewoon voor een vzw?

Ben ik een goed mens of werk ik gewoon voor een vzw? Het is een vraag die  om de zoveel tijd  de kop even op komt steken.     Tijdens periodes waarin ik mezelf betrap op de gedachte: “zoveel vrijwiligers in onze organisatie, zou ik dit werk ook doen als ik er niet voor betaald zou worden?”   En waarbij ik dan de reflex opmerk van zowel mezelf als mijn omgeving om me te verbergen achter “ik heb daar geen tijd voor”, “dat past nu niet in mijn leven”, enzovoort... Als je mijn professionele loopbaan bekijkt dan zie je een vreemd kronkelbaantje met hier en daar een onverwachte wending, een haarspeldbocht of wat heuvels en dalen.   Een rode draad is er wel ten dienste staan van anderen en soms stel ik mezelf de vraag: waarom?   Ben ik behulpzaam of ben ik graag nodig?   Kan ik me nuttig voelen als ik niet het gevoel heb dat ik anderen help?   En (hoelang) hou ik dit vol als het aan blijft voelen als ter plaatse trappelen (wat wel eens durft voorvallen in de hulpverlening)?   7 jaar geleden dook ik het werkveld in En alsof dat op zich al niet spannend genoeg was deed ik dat ineens in Brussel.   Andere talen.  Dezelfde (maar ook extra) problemen. Meer obstakels. Meer organisaties. Een lappendeken aan  doorverwijzers,  cliënten en collega’s.   Mijn voornemen om louter te focussen op preventief werk werd al snel overboord gegooid.   (Want bestaat dat nog - preventief werk? Soms lijkt het van niet).   En soms neemt het allemaal even de bovenhand Is mijn geduld helemaal opgebruikt Of mijn vertrouwen in de mensheid verdampt.   Mijn wereldbeeld aangetast door het onrecht dat ik dagelijks voorgeschoteld krijg en waarvan je haast zou denken het treft precies de meerderheid (wat gelukkig niet zo is)   Soms kom ik thuis met een verhaal “vandaag heb ik een nieuwe vicieuze cirkel ontdekt” of “een nieuwe manier om mensen in de kou te zetten”   En dan denk ik -heel even- zou het niet fijn zijn om die dingen allemaal gewoon niet te weten?   Als het waar is dat ge een product zijt van uw omgeving   Zou ge u dan niet beter omringen door mensen   die reiken naar de sterren?   en niet zij   die achterblijven in het stof?   Of is dat niet waar de echte menselijkheid zich verstopt?

annakdotes
17 0