Zoeken

Mortal Kombat movie franchise review

Moral Kombat (1995), Mortal Kombat: Annihilation (1997), Mortal Kombat (2021) en Mortal Kombat II Ik werd persoonlijk een fan van de MK franchise via de eerste film uit 1995. Ik heb achteraf de game gekocht. Maar ik ben een RPG gamer, dus het hele button bashing was niet meteen mijn ding. Veranderd niks aan het feit dat ik de film absoluut geweldig vond. Ik ontdekte Street Fighter op exact dezelfde manier. De theme song speelde wekenlang door mijn stereo.  8/10 Ik zag de sequel pas jaren later, wist zelfs nooit dat er een sequel was gemaakt. Eentje om snel te vergeten, jammer genoeg.  4/10   De 2021 film voelt als een volslagen film die in dit universum plaats vindt. Wat de loyale gamer’s fanbase blijkbaar niet zo leuk vond. Er was ook zeer veel online haat voor het originele film personage ‘Cole Young’; waar ik geen begrip voor heb want hij draagde effectief wel degelijk die hele film en was het perfecte aanknooppunt voor nieuwe fans. Al waren de échte uitspringers voor deze film Hiroyuki Sanada (Scorpion) en Josh Lawson (Kano), naar mijn mening. (Vindt het nog steeds een beetje vreemd dat Jimmy Olsen van de Supergirl serie Jax speelt). 7.5/10 Het vervolg gooide dan weer meteen het hele verhaal van Coly Young, na hem zo op te bouwen, door het raam (dank u wel kinderachtige online haters) waardoor deze film minder een film was en eerder gewoon een UFC show. De focus shiftte volledig van een verhaallijn tot een focus op de fight scenes en fatalities. Voor de hardcore fan is dat misschien amusant, maar voor de casual fan al een heel pak minder omdat je minder verhaal hebt om aan vast te houden. Zelfs de originele film had een beter uitgedokterd verhaal.  7/10  

K.L. Runaya
0 0

The Burroughs review (Netflix)

Ik heb besloten om eens reviews te beginnen schrijven voor verschillende shows en films. Verwacht jullie dus aan meerdere over de komende dagen en weken. Van zowel nieuwe tot oude projecten. Als éérste:   The Burroughs:  Een Netflix serie met 80s power players die gepensioneerde helden spelen.  Verassend, entertainend en emotioneel. Vooral de innerlijke strijd van ons hoofdpersonage; Sam; zijn arc komt full circle tegen het einde van de serie op magistrale wijze.  Het mysterie, vooral in het eerste deel van de serie; is om duimen en vingers van af te likken. Het maakt het moeilijk om de serie te pauzeren en op een later moment terug te kijken.  Het wordt wel wat voorspelbaarder van zodra je het halfpunt gepasseerd bent. Maar tegen dan ben je al geinvesteerd in de personages en hun verhalen.  Of het nu de exentrieke, en op shroom trippende, Art is. Of zijn op wraak-gezinde vrouw, Judy (Spoiler Alert: wiens lover wordt gedood zeer vroeg in de serie). Of je nu liever de bloeiende relatie ziet tussen Renee en Paz. Of de wil om te leven, en mensen te redden die Wally tentoonspreid. Of, de eerder genoemde inner struggles van Sam. Het is een rijke cast met interessante personages. Zelfs onze villains zijn best wel interessant te noemen. Je gaat snel met hen meevoelen van zodra je hun verhaal ook leert kennen.  Bovendien kan er ook voldoende gelachen worden. Een zeer easy binge om een hele avond mee te vullen met veel herbekijk qualiteiten.  8/10  

K.L. Runaya
0 0

Een traktaat over het bewust omgaan met de fysieke drager

1.      Als hoeder van een soeverein lichaam ben ik mij bewust van de tijdelijkheid van dit vehikel dat mijn ervaringsveld afbakent. Dit doet echter geen enkele afbreuk aan de onvoorwaardelijke liefde waarmee ik mijn verschijningsvorm omring. Tegelijk weet ik dat het bewustzijn van waaruit ik nu spreek deze grenzen van tijd en vorm overstijgt. Ik ben niet dit lichaam. 2.      Als hoeder van een soeverein lichaam heb ik het zeggenschap over wat er met mijn lichaam gebeurt en hoe het behandeld wordt. Zonder mijn bewuste en vrijwillige toestemming is er geen enkele externe bron die over deze hoedanigheid beschikt. Indien ik door uitzonderlijke omstandigheden niet bij machte ben om die toestemming te geven, dient er steeds een universeel respect voor de natuurlijke intelligentie van het lichaam vooropgesteld te worden. 3.      Als hoeder van een soeverein lichaam draag ik de verantwoordelijkheid voor het welzijn van dit lichaam. Ik zie erop toe dat er gehandeld wordt naar de grenzen en noden van mijn lichaam en ben mild voor mezelf als mij dat om bepaalde redenen toch niet lukt. Fundamenteel draag ik de intentie om dit lichaam gezond te houden en tijdig te voorzien van dat wat voedend, heilzaam en herstellend is. Eigenliefde is de bron van waaruit ik mijn lichaam benader. 4.      Als hoeder van een soeverein lichaam heb ik vertrouwen in de natuurlijke intelligentie van dit lichaam en tracht ik hier naar te handelen. Ik raadpleeg mijn lichaam als bron van informatie die het rationele denken overstijgt en stel mezelf open om boodschappen van mijn lichaam te ontvangen. Ik accepteer dat heling geen lineair proces is en hecht waarde aan zowel de subtiele als minder subtiele gewaarwordingen in mijn gevoelsveld.  5.      Als hoeder van een soeverein lichaam behoed ik dit lichaam voor schadelijke externe intenties en ga ik bij het lichaam zelf ten rade om dat onderscheid te kunnen maken. Ik raadpleeg daarvoor mijn intuïtie en bij twijfel zoek ik naar heldere informatie die intern resoneert. De heilzame keuzes kenmerken zich door hun ongedwongenheid en vertrouwen in het lichaam en zijn niet gefundeerd op angst of een plichtsgevoel. 6.      Als hoeder van een soeverein lichaam draag ik de wetenschap dat dit lichaam holistisch verbonden is met mijn denk- en gevoelswereld, met voorouderlijnen en alle externe verschijningen. Dit lichaam maakt deel uit van een oneindig creatief geheel en reageert cyclisch en natuurlijk mee met de bewegingen van dat geheel. Via mijn lichaam kan ik niet alleen gewaarworden wat er speelt in mijn persoonlijk veld, maar ook wat er zich roert in het collectieve veld. 7.      Als hoeder van een soeverein lichaam beschouw ik geen enkele kwaal of fysieke beperking als een ‘fout’ van het lichaam, omdat ik weet dat elke ervaring zijn betekenis en waarde heeft. Omdat de intelligentie en beweegredenen van het lichaam, die verbonden zijn met een universeel geheel, het menselijk perceptievermogen overstijgen, is twijfel niet gegrond. Zelfs al kan ik vanuit deze vorm het geheel niet overzien, toch weet ik dat de reacties van het lichaam vanuit een dieperliggende waarheid voortkomen en behandel ik elke fysieke reactie als betekenisvol. 8.      Als hoeder van een soeverein lichaam bescherm ik dit lichaam tegen commerciële exploitatie. Mijn lichaam is geen handelswaar, noch verbindt het zich aan een contract of verdienmodel. Mijn lichaam is niemands bezit en wordt beschermd tegen de invloed van opportunistische belangen. De essentie van het lichaam overstijgt cijfers, statistiek en elke vorm van dataverwerking.  9.      Als hoeder van een soeverein lichaam sta ik in voor het waarborgen van de natuurlijke vrijheid die mijn lichaam toebehoort. Ik zal waken over de helderheid van mijn perceptie en steeds gegrond trachten in te schatten welke keuzes of overtuigingen deze vrijheid inperken. Ik ben verantwoordelijk voor het bewaken van mijn lichamelijke vrijheid en belichaam die verantwoordelijkheid in een levenshouding. 10.   Als hoeder van een soeverein lichaam volg ik het ritme van mijn lichaam. Uit liefde voor mijn lichaam koppel ik mij los van externe maatstaven die natuurlijke cyclussen overschrijven. Een natuurlijk ritme staat los van planning, verwachting en werkdruk. Mijn lichaam zal rusten als het om rust vraagt, ook als dat indruist tegen overtuigingen, verwachtingen en gewoontes. Ik tracht mijn keuzes en reacties af te stemmen op een gezond en authentiek ritme en vind manieren om dit gebalanceerd te integreren in de praktische werkelijkheid. 11.   Als hoeder van een soeverein lichaam weet ik dat het lichaam, in elke toestand, steeds een perfecte creatie is. Er kunnen wel ideeën en verwachtingen gekoesterd worden die perfectie omschrijven, maar vanuit universeel standpunt is elk natuurlijk lichaam volmaakt in zijn huidige toestand. Alle mogelijke wijzigingen, modificaties, manipulaties of correcties aan het lichaam die niet geworteld zijn in hoogbewuste vrijwilligheid worden voor de hoeder van een soeverein lichaam als ongewenst beschouwd.  12.   Als hoeder van een soeverein lichaam sta ik erop dat elke medische behandeling en interactie gefundeerd is op nederigheid en respect ten opzichte van het lichaam. Dat begint al bij de manier waarop het lichaam taalkundig aangeduid wordt. Het lichaam is geen ‘case’, geen nummer, noch is het woord ‘patiënt’ passend. Het lichaam is de unieke verschijningsvorm van een entiteit die tijd en vorm overstijgt. Het is een sacraal instrument waarvoor er ontzag en verwondering kan opgebracht worden. In plaats van ‘dokters en patiënten’ zouden we bijvoorbeeld kunnen spreken over ‘genezers en ervaringsdragers’. In het beste geval zijn de genezers eveneens ervaringsdragers. 13.   Als hoeder van een soeverein lichaam weet ik dat ik dit lichaam kan helen. Het zelfherstellend vermogen van het lichaam kan op een bewust niveau bekrachtigd worden met aandacht en intentie. Elk lichaam is ontvankelijk voor aandacht en intentie. Het zijn primaire genezingskrachten. 14.   Als hoeder van een soeverein lichaam ben ik mij bewust van de invloed van taal en waak ik over de woorden die ik gebruik wanneer ik over mijn lichaam spreek. De specifieke energie die met een woord verbonden is, kan zowel een magische spreuk als een beperkende vloek zijn. Ik kies er daarom voor om mij te omringen met anderen die zich even bewust zijn van de kracht van taal en ze heilzaam hanteren. Karolien Demanhttps://www.karoliendeman.com/blog/2026/5/22/hoeder-van-een-soeverein-lichaam(Door mij bijgesneden) foto van www.talesofaperture.com

KarolienDeman
0 0

Mijn focus groeit uit ruis

Ik leg mijn oor tegen de grond, beluister muren en hoeken. Na het ontkoppelen van diverse stekkers en het onderzoeken van toestellen in en rond huis concludeer ik dat het geluid niet van bij mij komt. Toch blijf ik zoeken en raden. Mijn brein denkt controle te kunnen verwerven door het te begrijpen. Maar het is zoals met de diagnose van een ziekte: het benoemen en categoriseren van kwalen, lost ze niet op. Iets begrijpen garandeert niet dat je het kan transformeren. Het geluid is nieuw sinds een aantal weken. Er was al een constant laag gezoem waar ik doorheen de jaren vrede mee gesloten heb, vergelijkbaar met een generator die ergens in de verte staat te trillen, maar nu is dit geluid erbij gekomen. Het nieuwe geluid klinkt als een soort waterpomp die met onregelmatige intervallen aan en af slaat. Het is dat onregelmatige ritme dat het zo doet opvallen. Van het moment dat het geluid stopt, valt de reeds geaccepteerde soort van ‘stilte’ van voorheen weer als een warm deken over me heen. Het stopt telkens slechts voor enkele minuten of seconden. Mijn gekke geest kwam al op het idee om de intervallen van stilte te timen, om te zien of er misschien een patroon in zat. Allerlei absurde ideeën dienden zich aan met de wens om te begrijpen wat ik niet kan veranderen. Als het op omgaan met geluidsoverlast aankomt, voel ik me doorleefd. Levend als een hypersensitief wezen in een druk bevolkte welvaartsmaatschappij, waar iedereen wel over één of andere zeurende machine beschikt die instaat voor comfort of onderhoud, waar eenzame blaffende honden meer regel dan uitzondering zijn en bluetooth speakers vrolijk beats de ether in knallen, heb ik al heel wat training in wat je ‘mindfulness’ zou kunnen noemen, achter de rug. Met enige trots en opluchting dacht ik mezelf verlost te hebben van de frustratie over lawaai. Ik was door processen gegaan en had mijn focus weten te verleggen. Want dat is dan ook het sleutelwoord van dit hele gegeven: focus! Wie zijn focus kan beheersen is een vrij mens, zo klinkt het inzicht dat eruit voortkwam. Maar na een aantal lessen vruchtbaar te hebben afgerond, komt natuurlijk het examen. Het levensspel brengt van tijd tot tijd een uitdaging die ik een ‘bosslevel’ noem. Een level of stadium dat alle voorgaande oefeningen en lessen samenvat in één groot monster van een uitdaging. Alsof het universum wil testen of de transformatie die ik doorgemaakt heb wel gegrond is, stevig geworteld zit. Dit nieuwe geluid test mijn mentale oriëntatie. Het laat zich niet uitblokken met oordopjes, integendeel, ik hoor het zelfs nog beter met afgesloten oren. Ook lijkt mijn huisje als een soort klankkast te fungeren, want ik hoor het ook beter binnenshuis dan buiten. Ik vermoed dat de trillingen via de grond tot mij komen en zo doorheen mijn gebeente vibreren. Er is geen fysieke manier om eraan te ontsnappen, tenzij misschien verhuizen dan, een gedachte die doorheen de jaren wel eens de kop opstak. Maar het idee dat ik niet kan vluchten van triggers zou met mij mee verhuizen. De triggers zouden enkel veranderen, niet verdwijnen. Want de sleutel ben ikzelf natuurlijk, niet mijn omgeving. Paradoxaal genoeg woon ik al op een plek die mensen als ‘rustig’ omschrijven, in een klein huisje in de natuur, maar het blijft wel het immer bedrijvige Vlaanderen. Deze tekst had ik een paar dagen geleden als oninteressant gezeur van een overprikkeld mens geklasseerd en wou hem dan ook half geschreven laten liggen. Ware het niet dat ik online op een artikel botste waarin beschreven wordt hoe een ondefinieerbaar laag brommend geluid een man tot waanzin drijft. Die man was overgegaan tot stappen die voor mij geen optie lijken, zoals het contacteren van instanties. Maar er was alsnog geen verlossend antwoord gekomen. In het artikel werd het probleem serieus genomen, men had er zelfs een term voor: LFG of laagfrequent geluid. Het zijn geluiden tussen de 20 en 125 Hz, lage tonen die zeer grote afstanden kunnen afleggen en dwars doorheen muren en isolatie trillen. Toen ik de reacties onder het artikel opende, vond ik tot mijn verbazing sympathieke bijval in plaats van de ongevoelige kritiek die ik had verwacht. Tal van mensen leken hiermee te maken te hebben. De erkenning en herkenning die ik vond via dit artikel trok me over de schreef om er toch over te schrijven. Het lijkt mij dat de sensitiviteit van het collectief gestaag aan het verscherpen is, dat er met andere woorden steeds meer mensen gevoeliger worden. Die verhoogde gevoeligheid uit zich in de eerste plaats vaak in ongemak, maar het is dankzij dat ongemak dat er uiteindelijk transformatie of vergroting van het bewustzijn kan plaatsvinden. Gevoeligheid krijgt langzaam maar zeker weer een plaats in deze met ratio dicht geplamuurde maatschappij. Het is een traag proces dat mij enige hoop geeft.  Overlevend tussen warmtepompen, windturbines, koelinstallaties, generatoren, compressors, ventilatiesystemen, dreunend vrachtverkeer, servers, ongedierteverjagers, elektriciteitscabines en tal van andere machinerie, krijgt het zenuwstelsel van een fijngevoelig mens dagelijks heel wat te verduren. En dan zijn er nog de ultrasone trillingen die we niet kunnen horen, maar die het lichaam wel opvangt. Geen wonder dat ik zo snel op de grenzen van mijn energievoorraad bots. Er is zoveel dat ik onbewust te verwerken krijg. Iets uitblokken of negeren kost natuurlijk ook energie. Onlangs werd ik eraan herinnerd dat iets uitblokken of negeren niet hetzelfde is als de focus verleggen. Ik vind het niet evident om dat verschil te omschrijven. Het lijkt me dat negatie alsnog een soort van onzichtbare energetische verbinding in stand houdt met het te negeren onderwerp. Het negeren of uitblokken blijft doorgaan zolang het te negeren onderwerp zich voordoet. Terwijl ik het verleggen van de focus als een onafhankelijk zoeklicht kan zien, als een soort spot die zich ergens op richt. Het licht, of de aandacht, die ik op een bepaald onderwerp laat schijnen is niet verbonden aan een externe situatie. Dat licht is er altijd, het schijnt onvoorwaardelijk.  Dat licht is de aandacht of focus die ik ergens aan kan schenken. Ik kom erop uit dat dit het meest waardevolle is dat ik ‘bezit’. Of dat ik ben? Ik zie mijn licht niet schijnen zoals een lamp, maar eerder als een projector, want ik creëer tegelijk ook wat ik zie. Dit projector-gegeven zou ik nog verder kunnen uitdiepen, maar het punt dat ik hier wil maken is: leven is schijnen en creëren. En  meester zijn over de focus is cruciaal in deze wereld om gezond te blijven. Er zijn immers maar al teveel afleidingen, zoveel dat om onze aandacht roept.  Waar mijn aandacht naartoe gaat, daar gaat mijn licht, energie en levenskracht naartoe. De lage bromtoon die zich nu als extra afleider in mijn leven heeft aangediend, kroon ik tot de zoveelste motivator om mij te focussen. Het had de druppel kunnen zijn die mijn emmer vol prikkels en uitdagingen deed overlopen, maar ik kies er bewust voor om het een stimulans te laten zijn die mij naar binnen drijft. Het herinnert mij aan de kracht van mijn focus en de vrijheid die er is om die op elk mogelijk onderwerp te schijnen. Ik zet daarmee ook de spot op het ongenaakbare in mij: dat wat immer stabiel, stil en oneindig is. Het is mijn essentie die al het vergankelijke ervaart, maar in wezen altijd heel en volledig is.  Ik kan het misschien wel lyrisch verwoorden, maar natuurlijk is er ook weerstand, frustratie en boosheid. Het is van belang gebleken dat deze emoties en gevoelens in beweging blijven. Erin blijven hangen door ze dagelijks te voeden met aandacht is moordend. Ik kan ze op z’n minst als een vruchtbare ondergrond gebruiken. Zo bevat het vuur van boosheid een stuwkracht die de koers van mijn aandacht kan wijzigen. Een boosheid die zegt: ik laat me niet afleiden, leegzuigen of verstoren. En de weerstand en frustratie tonen mij waar er oude energieverslindende patronen liggen waarmee ik mezelf hinder. Patronen die mij zodanig uitputten dat ik het verlangen om iets te veranderen bij mezelf sterker voel worden. Het is de wrijving die de stroom vertraagt en doet stilstaan bij wat er getransformeerd wil worden. Het gaat natuurlijk met ups en downs. De ene dag is mijn focus al wat scherper dan de andere. Het is een proces. Zonder enige rustpunten in dat proces is het niet leefbaar, die moeten er op één of andere manier wel zijn. Tussen alle herrie vind ik gelukkig wel nog gaten of intermezzo’s van waaruit ik alles kan laten bezinken en opnieuw rangschikken volgens prioriteit. In de spaties van het bestaan vind ik de klaarheid die nodig is om mijn focus scherp te stellen. Het is eigenlijk zoals het afstellen van een lens. Iets ontwijken, afblokken of proberen te negeren zijn als vlekken op die lens. Het bekrachtigen en verfijnen van onze projectorlens is een ander werk dat volgens mij zuiverend werkt. Zoals je wel doorhebt, gaat deze tekst niet over geluidsoverlast, maar over innerlijke focus. De geluidsoverlast was in dit geval het middel of de uitnodiging om daartoe te komen. En zo beschouw ik elke externe uitdaging als een motiverende duw richting mijn essentiële Zelf. Ik heb niet het gevoel dat ik alles al helemaal klaar zie, laat staan dat ik dit kan beschrijven zonder mezelf ergens tegen te spreken. Ik vertrouw er hier weer op dat er tussen de lijnen gelezen kan worden. Dat je als lezer doorheen de woorden prikt en daarbij misschien de herkenning voelt die verbondenheid bevestigt. Want de bewegingen van persoonlijke processen deinen steeds uit in de poel van het collectief. https://www.karoliendeman.com/blog/2026/5/18/mijn-focus-groeit-uit-ruisFoto door Dries Luyten

KarolienDeman
0 0

Open Brief omtrent discriminatie tegenover uitkeringsgerechtigden

Geachte Minister David Clarinval en Minister Caroline Gennez;    Mijn naam is Kiya Lee Levy Runaya Goethals, 37, man; autistisch, adhd, depressie, suicidal; te Waregem.  Ik schrijf deze open brief aan jullie, rechtstreeks, omwille van jullie functies. Want, corrigeer me als ik fout zit: maar zijn jullie beide niet verantwoordelijk voor volgende functies:  Werk, economie, welzijn, armoedebestrijding, cultuur en gelijke kansen?  Dat is wel een hele boterham, he? Best wel veel verantwoordelijkheden voor slechts 2 individuen.  Maar rest mij de vraag; begrijpen jullie je eigen taken wel? Dat bedoel ik niet beledigend, maar vraag ik uit bezorgdheid.  Om mensen aan het werk te krijgen, en de economie zogezegd te boosten, gaan jullie meer armoede aanmaken door minderbedeelden aan te vallen via media, en hun rechten en uitkeringen te ontnemen.  En daar stokt het dan ook meteen.  Er wordt helemaal geen aandacht geschonken aan het welzijn van deze mensen. Integendeel zelfs, jullie schilderen hen af alsof men criminelen en profiteurs zijn, énkel omdat men minderbedeeld is.  Ministers die verantwoordelijk zijn voor de taken waarvoor jullie beide verantwoordelijk zijn gemaakt horen hun motivaties niet te laten leiden door vooroordelen of klassenhaat. Want jullie zijn een leidend voorbeeld. Wat jullie zeggen, geloven en doen; dat zal de maatschappij nabootsen.  Jullie beweren dat alle uitkeringsgerechtigden profiteurs zijn van de staat. Van werklozen tot langdurig zieken. Geen enkel persoon die één of andere vorm van uitkering ontvangt is veilig voor de discriminatie die jullie de wereld in sturen. En daardoor alleen al een hele reeks aan kansen aan zich zien voorbijgaan. Niemand wil hen aannemen, door hetgeen dat, door jullie, wordt verteld in het nieuws; en vervolgens ga je hen het verwijt aanspelden dat men profiteerd net omdat men niet aan een job geraakt tussendoor alle discriminatie tegen mensen in hun positie dat in leven wordt gehouden door mensen als jullie.  En ik stel mezelf dan luidop de vraag waar dit allemaal goed voor is.  Even een persoonlijk voorbeeld; al sinds ik 21 jaar oud ben, ben ik op zoek naar een job. Het ging zo slecht dat ik meermaals ben gestart via art. 60 (sociale tewerkstelling). Waar ik op iedere werkplaats werd gepest door werkleiders, niet door mijn directe collega's. Neen. Zij waren de enigen die elkaar steunden. Maar de werkleiders. De mensen die trainingen hebben opgelopen om om te kunnen gaan met moeilijke mensen, mensen met mentale en psychische problemen alsook mensen met autisme, adhd, etc. Hulpverleners, m.a.w.  Mensen die hun rol misbruiken om anderen, die het al moeilijk hebben en voor wie de geloofwaardigheid onbestaande is, het leven nog moeilijker te maken. Ik werkte bijvoorbeeld 2 jaar lang via een vervangingscontract. In mijn laatste 8 maanden kregen wij een plotse vervanging van de leiding. De nieuwe baas had mij niet graag, meteen, zonder ooit tegen me te praten. Ik verloor al mijn verantwoordelijkheden, geloofwaardigheid en het vertrouwen dat ik had opgebouwd binnen deze werkplaats. Ik werd dagelijks gepest en toen ik na 8 maanden nog steeds weigert om op te geven besloot deze persoon om mijn aanwezigheid niet meer op te schrijven, werd ik niet meer uitbetaald en werd ik ontslagen. Waarna ik dakloos werd. Ik sliep 11 maanden in een bos. Ik had nog geprobeerd om klacht in te dienen, maar ik werd uitgelachen door de politie, door mijn vakbond, en door de grote bazen van het art. 60 bedrijf toen ik vroeg om de camerabeelden te bekijken om mijn aanwezigheid te controleren. Ik werd niet geloofd, zoals jullie mij beiden waarschijnlijk niet zullen geloven. Ik stuurde uiteindelijk 1 kwade email. Hij kon mij daarvoor blijkbaar wél aanklagen. De politie nam hem wél serieus. Ook zijn vakbond nam zijn klacht serieus. En het bedrijf steunde hem 100%. Hij klaagde mij zowel aan via het vredegerecht, als via de correctionele rechtbank. Voor 1 en dezelfde e-mail. De zaak kwam voor toen ik nog dakloos was. Daar werd geen enkele rekening mee gehouden. Voor beide zaken werd énkel naar zijn kant van het verhaal geluisterd en vervolgens een verstekvonnis gegeven in mijn nadeel, en zijn voordeel. De vrederechter besloot om hem een schadevergoeding toe te kennen van 1000 euro, en de correctionele rechtbank besloot dat een gevangenisstraf van 6 maanden een gepaste straf was voor een eenmalige e-mail. Ik moest langsgaan bij de gevangenis om mijn situatie uit te leggen. Daarna zou een nieuwe rechter beslissen of ik de gevangenis in moest, een enkelband moest dragen of de straf kwijtgescholden werd.  Dus, ik legde alles uit. Met handen en voeten. Men ging zelfs mijn verhaal controleren bij mijn begeleidsters en gaf op het einde van de dag de zekerheid dat ik vrijuit zou gaan.  Maar niks was minder waar. De rechter besliste dat mijn 1 kwade e-mail erger was dan 8 maanden gepest worden, onterecht ontslagen worden, niet uitbetaald worden en vervolgens 11 maanden dakloos in een bos overleven. En gaf mij 6 maanden elektronisch toezicht, wat vandaag begint. Op de uitspraak staat letterlijk: “De periode dakloosheid veroorzaakt door het ontslag is geen reden om zulke woorden te gebruiken”.  Dat wil dus zeggen dat ik nu een strafblad heb. En zoals jullie mijn verhaal sowieso niet gaan geloven, zal ook geen enkele werkgever het geloven wanneer men daarnaar vraagt. Er zijn ook tal van jobs waarvoor ik niet eens meer in aanmerking kom nu ik een strafblad heb. Allemaal omwille van een e-mail.  Ik ben een artiest, allereerst. Ik teken, maar vooral: ik schrijf Engelstalige fantasy epics.  Weet u wat verboden/illegaal is voor werklozen met het risico je uitkering te verliezen? Een boek schrijven. Ik heb hier nu een talent waarop ik kan rekenen, en zelfs dat nemen jullie van mij weg. In de Belgische literaire geschiedenis bestaat er niet 1 auteur die een hele fantasy franchise heeft neergepend. Al zeker niet in de Engelse taal. Ik kan zomaar geschiedenis schrijven. Maar omdat jullie, vanuit de regering, beslissen dat alle mensen met een uitkering profiteurs zijn die alleen maar frauderen: is het illegaal gemaakt voor werklozen om te werken in de kunst. Dit boven op het feit dat ik niet langer kan werken in de sector waarvoor ik al mijn ervaring heb opgebouwd, en mijn studies in heb gedaan.  En wat verwachten jullie dan van mij?  Jullie verwachten dat ik, tegen alle tegenslag in, tegen alle verloren rechten in, tegen alle logica in: kan doen waar jullie mij niet willen in laten slagen. Een carrière uitbouwen zodat ik een bijdrage kan leveren aan de maatschappij.  Ik wilde zelfs een goed doel opgeven als ontvanger van mijn royalty's. Zodanig dat ik geen cent verdien aan mijn eigen talent. Maar zelfs dat mag ik niet. Zelfs dat hebben jullie illegaal gemaakt voor werklozen.  Ook de aanvraag tot een kunstwerkattest is compleet onmogelijk gemaakt. De voorwaarden alleen al ontnemen de kansen van laaggeschoolden en werklozen.    En dan staan jullie in voor werk, economie, armoedebestrijding en gelijke kansen?  Vertel mij eens hoe je dat voor elkaar krijgt als je minderbedeelden hun inkomens wegneemt? Vertel mij eens hoe je dat voor elkaar krijgt als je minderbedeelden hun reputatie vuil maakt via media? Vertel mij eens hoe je dat voor elkaar krijgt als je minderbedeelden hun kansen wegneemt nog voor men deze kan benutten?  Vertel mij eens hoe exact jullie mij helpen, en het beste voor mij, en anderen in mijn positie, doen? Want hoe hard ik ook zoek en kijk en excuses probeer te verzinnen voor jullie motivaties: ik vind de antwoorden niet.    Wij krijgen de toestemming niet om aan armoede te ontsnappen.  Wij krijgen de toestemming niet om onze eigen wegen in te slaan, of onze eigen carrières te maken.  Wij krijgen niet eens de toestemming om onder de armoedegrens te overleven zonder dat wij daarvoor de beschuldigende vinger voor krijgen.    Om vervolgens verwijten naar ons hoofd geslingerd te krijgen zoals “profiteur”, “niksnut”, “luiaard”, “onvrijwillig”, “opstandig”, etc.   Laten we de klok eens enkele maanden terugdraaien om het verschil te zien als deze wetten, die mensen als ik limiteren, niet bestonden. Dan had ik ondertussen, op z’n minst, 8 zelf-gepubliceerde boeken uitgebracht.  Dan zou ik al ruim 2 jaar een gepubliceerd auteur zijn, en gebaseerd op de verkoop toen ik slechts 2 weken gepubliceerd was (97 boeken verkocht), zou ik al ruim 1000, of meer, boeken verkocht hebben (om niet te overdrijven). Dan zou ik al contact kunnen hebben gelegd met een agent en buitenlandse uitgeverij om mijn boeken via een officiële uitgeverij te publiceren. Dan had ik, op dit moment, een job en was ik officieel een auteur. Dan had ik met mijn publicaties ook een bijbaan kunnen bemachtigen in de wereld van journalisme, als columnist, recensent, etc.    Maar, in plaats daarvan leven wij in een land dat wetten in het leven heeft geroepen die mensen, in mijn positie, sterk limiteren. Daardoor ben ik nog steeds werkloos, verloor ik ondertussen mijn werkloosheid, waardoor ik nu van 100 euro onder de armoedegrens naar ben gezakt naar 200 euro onder de armoedegrens. Ik heb geen vooruitzichten. Ben ik niet gepubliceerd, heb ik geen opties en dankzij die enkelband verlies ik ook de sector waarin ik al ervaring en werk had, waardoor alles dus nog moeilijker wordt in de toekomst.  En dan stel ik mezelf de vraag: waarom?  Wat heb ik in godsnaam gedaan dat ik zo’n behandeling verdien?  Omdat ik in armoede ben geboren? Omdat mijn vader in Engeland is geboren en pas op zijn achtste kwam emigreren naar dit land? Omdat ik werkloos ben? Omdat ik laaggeschoold ben, ook al kwam dat door dakloosheid? Omdat ik dakloos ben geweest?  Wat heb ik verkeerd gedaan in jullie ogen dat ik dit verdien? Dat ik het verdien om in deze erbarmelijke omstandigheden te leven in 1 van de duurste landen ter wereld?    Door minderbedeelden hun talenten en opties te blokkeren/limiteren énkel vanwege hun status, en door het corrupte/veroordelende rechtssysteem, zijn jullie net de grootste oorzaak van armoede, werkloosheid én dakloosheid binnen ons land. En ik begrijp heel goed hoe aanvallend deze ene opmerking zal overkomen. Maar het verbleekt in het niets met hoe jullie minderbedeelden behandelen. Alsof we op 1 of andere manier minder mens zijn dan jullie.    Hoe moet ik nu vooruit?  Hoe moeten duizenden mensen in dezelfde situatie nu in godsnaam vooruit?  Wanneer onze beste uitweg plotseling aan het einde van een strop bengelt? Want de politiek heeft beslist dat wij, minderbedeelden, niet langer mensen zijn met mensenrechten.   Ik heb jullie beide een multitude aan e-mails gestuurd. Smekend naar jullie hulp en begrip. Zelfs nog voor jullie hadden aangekondigd om werklozen hun uitkeringen weg te nemen.  Jullie hebben mij slechts eenmalig van antwoord gediend. En dat was toen enkel om jullie verantwoordelijkheid uit de weg te gaan, de schuld door te spelen naar een ander en bezorgdheid/medeleven veinzen. Toen ik op die mail antwoorde, om een gesprek te starten, werd ik gewoon opnieuw genegeerd.  Ik vermoed zomaar dat deze open brief, net als mijn e-mails, zal genegeerd worden. Het toont aan wat jullie werkelijk motiveert. Als het zo moeilijk is om met jullie eigen burgers in gesprek te gaan en de ravage te erkennen die jullie aan het aanrichten zijn, waarom bekleedt je dan in godsnaam de positie waar je nu werkt? Enkel voor een dikke paycheck? Want het alleszins niet omdat jullie een hart hebben voor minderbedeelden, werklozen, laaggeschoolden, etc. De mensen die jullie als zondebokken gebruiken, ondanks dat jullie posities de bewering maken dat jullie hier zijn om ons, en onze rechten, te beschermen. Maar niks is minder waar in een rechtse regering.    Weten jullie dat ik schaamte voel als Belg?    Wat kan dan een oplossing zijn?  Wel, laten we eerst beginnen bij mijn persoonlijke probleem.  Door de voorwaarden te versoepelen voor het verkrijgen van een kunstwerkattest, of de kunstwerkcommissie direct aanspreekbaar te maken; verhoog je al meteen de kansen van enorm veel getalenteerde mensen die niet terecht kunnen op een werkvloer.  Vooral de 2 voorwaarden die werklozen en laaggeschoolden de weg naar voren blokkeert. Namelijk de eis om een bachelor of diploma hoger onderwijs te hebben: en de eis om minstens 300 euro verdiend te hebben (wat illegaal is voor werklozen) te elimineren.  Beseffen jullie dan niet dat niet iedereen met artistiek talent op vroege leeftijd heeft beslist om in de kunst te gaan studeren? Het wordt in de meeste huishoudens zelfs afgewezen en verboden omdat het niet “haalbaar” is.  Een andere/bijkomende oplossing kan dan een betere omkadering zijn. Dat behaal je door uitzendkrachten en hulpverleners minder klanten te geven waardoor de hulp persoonlijker wordt en meer gedreven zal zijn. Bovendien opent het perspectief om van hulpverlener een knelpuntberoep te maken omdat er dan méér hulpverleners aangenomen moeten worden.  Een volgende oplossing kan bv ook zijn, ipv dat men hulpverleners omtovert tot een knelpuntberoep; men in de plaats daarvan de terugkomst inluidt van de armoededeskundige. Minderbedeelden die bijscholen om armoededeskundigen te worden zodat zij kunnen ingezet worden om hulpverleners bij te staan, als ook de regering (dat foutief denkt dat zij kunnen denken en redeneren voor minderbedeelden, terwijl jullie armoede niet eens begrijpen. Wat duidelijk is bij jullie verwijten van profiteurisme aan deze mensen hun adres, zonder hen, of hun levensverhalen, zelfs te kennen).  Er is ook het feit dat sommige werklozen/zieken gewoon niet in staat zijn, psychisch/mentaal, om voltijds sociaal te zijn. Want dat is wat werken is, in essentie. Je bent 8u/dag sociaal. Voor veel mensen brengt dit enorme stress met zich mee. Deze mensen worden niet, tot amper, begeleid, en er is al zeker helemaal geen begrip voor. Deze mensen werken door tot men een burn-out ervaart of in diepe depressie zakt. Vervolgens wordt men langdurig werkloos omdat werkgevers vaak de wenkbrauwen fronsen bij zulke verhalen en deze ervaren als “toont geen motivatie” of “wil niet werken”. Omdat dat nu net is hoe jullie politici over deze mensen praten. Door bv deze mensen thuiswerk te laten doen, of deeltijds werk, of gedeeld thuiswerk met ter plaatse werken: met extra begeleiding in de vorm van presentatie, niet in de vorm van verplichte gesprekken en antalgische relaties.    Maar de béste oplossing is zeer simpel. Investeer in de mensen. Niet in de geruchten. Niet in de vooroordelen. Focus op de meerderheid, en niet op het kleine percentage rot fruit. Laat deuren op een kiertje staan, ipv mensen buiten te sluiten. Doe het juiste! Ipv discriminatie in leven te houden.  Maar helemaal niks doen en mensen gewoon hun uitkeringen wegnemen, en vervolgens nieuwe leugens de wereld in sturen via de media om deze mensen het leven nog zuurder te maken .. is géén oplossing. Dat is hét probleem.   Ik dank jullie voor uw aandacht.    Mvg  Kiya Lee Levy Runaya Goethals.  

K.L. Runaya
41 2

Glimlach

Het is 12 januari 2012 als mijn leven voorgoed verandert. Wacht, mijn leven, zeg ik. Ik bedoel misschien meer mezelf, mijn kijk op dat leven, mijn voorkeur, mijn gevoel voor schoonheid, mijn hoop in de toekomst, mijn idee over het zijn. Mijn beleving van... de liefde. Het is de aanblik van het kleine hoofdje dat een aardverschuiving met zich meebrengt. Ik ben er zeker van, net op het moment dat ik dit wonderlijke kind het leven schenk, gebeurt er ergens op de wereld het onmogelijke. Ik weet niet waar, ik weet niet hoe en ik zal het nooit ontdekken. Maar ik voel het, in elke vezel van mijn lijf, nagloeiend van de arbeid. Ik voel het in mijn leeggelaten ballonbuik, ik voel het in mijn slaperige benen, ik voel het in het lijfje dat op mijn borst wordt gelegd: Ergens is een klein wonder geschied. Het kindje dat zonet uit als een vrucht uit de moederboom werd geplukt, heeft dit veroorzaakt. Ik geloof niet dat iemand anders in de kamer zich van dit moment bewust is geweest, of het was misschien zoiets als een kleine rilling langs de ruggengraat, een milde bries door de haren of een plotse fluittoon in het linkeroor. Heel even waan ik mij in nieuw universum, het universum van hem en mij, van het kind en mij. Maar als ik mijn blik afwend naar de vader van dit schepseltje, zie ik meteen dat er niet enkel een milde verschuiving binnen dit heelal heeft plaatsgevonden, maar dat de man naast mij voor altijd een andere zal zijn. We kijken samen voor het eerst naar het kleine gezichtje. Het is op dat moment dat het begrip schoonheid opnieuw wordt vormgegeven in ons brein. Alle verbindingen met dit concept die we voor dit ontiegelijk vroege uur hadden, worden in één aanblik weggeveegd. Schoonheid is niet langer meer wat de mens ervan maakt. Schoonheid ligt in mijn armen. Het kindje, ons kindje, lijkt niet op het kindje dat een uur eerder hier hulpeloos en geliefd in de armen van een uitgeputte moeder lag, het kindje lijkt nog minder op het kindje dat een uur later, hier, op deze tafel waar moeders geboren worden, het levenslicht zal zien. Zijn glimlach is groter. Veel groter. Dit hier, denk ik, dit hier is wat de wereld nodig heeft. Een gouden jongetje, met een veel te grote glimlach. Om het hart van ons allen te verwarmen. Ik denk aan het wonder, dat op de andere kant van de wereld zich in de voorbijgaande uren heeft voltrokken. En ik hoop dat er ergens iemand huilt van geluk.

Sifaka
10 2
Tip

Tussen etenstijd en bedtijd

Het is het moment van de rust, ergens tussen avondeten en bedtijd, en hij en ik zitten samen aan de tafel. De kinderen zijn na de gegeerde toestemming als gnoes de keuken uit gestoven. Voor ons staat de vuile vaat als een metafoor van ons rommelig leven ons grijzend in het gezicht te staren. We moeten ons geen illusies maken. Dit moment duurt maar heel even. Straks tikt de klok weer ongenadig verder en verdwijnen we weer zachtjes in de maalstroom van de dag. Maar nu zitten we, samen, en de klok tikt niet meer. De vaat mag grijnzen wat ie wil, de kinderen zijn verdacht stiller, maar ook dat dringt amper tot ons door. Ik kijk naar mijn man en ik zie de zwaarte van de dag langzaam zijn schouders afglijden. Het is pas in dit moment, wanneer alles wat eerst moet al klaar is en alles wat daarna moet nog enkele tellen op zich laat wachten, dat we echt kunnen thuis komen.  Het is vreemd, maar nu en elke dag op deze nu, moet er niemand dringend plassen, staat er nooit een kat te janken om naar buiten - of nee toch maar binnen - te gaan; op dit moment belt er niemand aan en als men het toch zou wagen, zou de bel zeker dienst weigeren. Dat hebben we nog nooit getest, maar sommige dingen staan vast zonder dat ze ooit werden uitgesproken of opgeschreven.  We kijken elkaar niet aan, we spreken ook niet. Ik vraag me af of hij wel weet dat ik hier zit, hoewel we net samen gekookt, opgevoed, gepakt, gekuist, gegeven, gesneden, geprikt, aangemoedigd en - oh ja - gegeten hebben. Ik voel me rustig en stabiel, we voelen het vast allebei: we kunnen dit. Meer zelfs: we doen dit.  Het is het moment van de dag dat ik het meeste koester, een gouden randje omhult op dit moment ons huis, ons gezin, onze toekomst. Buiten regent het of het is net veel te warm, maar dat geeft niet. Nee, dat geeft niet. We worden immers nergens meer verwacht en niemand zit nog op ons te wachten. Het is hier te doen, bij ons. Ondertussen liggen de uren en de ervaringen van vandaag onder zijn stoel en het is stil in mijn hoofd, voor heel even. Voor heel even zijn wij wie willen zijn - altijd tussen etenstijd en bedtijd. Voor heel even hebben we de touwtjes in handen. Ik begrijp hem. Hij zegt niks, maar ik begrijp zijn onuitgesproken woord. Ik vind dat ook, jongen, ik vind dat ook. Ik denk heel erg hard aan hem en hoop dat hij dit voelt. Via de liefde ofzo, denk ik naïef. Dat mag nu, in dit moment mag dat. Naïviteit heeft een plaats tussen etenstijd en bedtijd. We zouden kunnen spreken, bedenk ik me, maar ik voel en weet dat dit moment dat niet nodig heeft. In deze tijd kan alles, mag alles, in deze tijd zijn we de best mogelijke versie van onszelf. Thuisgekomen. Wat is het stil. Thuis is waar het stil is, hoe luid we met zijn allen ook zijn.  Langzaamaan hoor ik weer kinderstemmen in mijn hoofd en ik zie in mijn ooghoek dat er een kat voor de deur zit. Hoelang zit dat beest daar al? Het is alsof mijn man me aanvoelt, want ik hoor hem zeggen dat hij seffens de tafel gaat opruimen en op dat ogenblik is het onvermijdelijk voorbij. Het gouden moment is ingehaald door het leven, vanaf nu is het wachten op een nieuwe dag. De klok tikt oorverdovend hard in mijn hoofd en ik roep de kuikens toe dat we seffens moeten gaan slapen en dat ze eerst nog moeten douchen, opruimen, tv kijken, kaka doen, nog wat opruimen en zeker niet vergeten om ... op te ruimen. Ik kijk terug naar hem en zie dat hij de zwaarte van dag van onder zijn stoel heeft bijeengescharreld en terug op zijn schouders heeft geladen. Ik stel hem volwassen vragen over zaken waar ik eigenlijk veel te weinig van snap en vraag me af wanneer mensen eigenlijk echt volwassen zijn? Is volwassen zijn altijd afwas hebben staan of is volwassen zijn nooit alle antwoorden hebben op moeilijke vragen? Hij kijkt in mijn ogen en nu voelen we het zo: Kunnen we dit wel? Meer nog: Wat zijn we eigenlijk aan het doen? Het maakt me onzeker en ik probeer een stukje zwaarte van zijn schouders te lichten en op de mijne te laden. Dat moet de liefde zijn. Ondertussen hangt er een kind aan mijn broek, is een ander kuiken kasten aan het leeghalen en vertelt de laatste een mop waar ik eigenlijk niet mee moet lachen. Volwassen zijn is een poging doen om overtuigend te lachen met oerslechte moppen. We doen allemaal maar wat, zeg ik. En er is niemand die me ongelijk geeft. Morgen, wanneer de klok weer even stilstaat tussen etenstijd en bedtijd, neem ik me voor om de zwaarte onder de stoel van hem weg te keren nog voor de tijd ons weer voortduwt. Het zal me niet lukken, weet ik, en dat is helemaal oké. Het is immers altijd een voornemen dat ons doet leven.  Morgen, zeg ik, morgen neem ik me voor om wat meer te leven. 

Sifaka
80 5

Wat echt is en wat niet

Wat echt is en wat niet; het is een onderscheid dat gemaakt kan worden in deze wereld. En aangezien alles hier ondersteboven staat, is het onechte dat wat zich als ‘echt’ profileert. En het echte wordt als onecht weggelachen. Wat echt is dringt zich niet op. Het echte is quasi onzichtbaar. Deze ochtend zag ik iets bewegen in mijn living. Het leek op witte rook, maar dat was het niet. Het was een lang lusvormig ‘iets’, het deed me denken aan het oog van een naald. Het was er maar voor een fractie van een seconde, ik zag het voordat mijn brein het wou be-grijpen. Toen ik ernaar reikte en voelde op de plaats waar het was geweest, viel mij plots een besef binnen. Ik besefte dat alles op hetzelfde moment bestaat, op dezelfde plek. Ik kan wel voelen en focussen op een detail, maar al het andere bevindt zich daar ook. Werkelijk Al dat is. Bij deze aanzet voel ik meteen hoe mijn woorden nog niet half het inzicht dat mij toen helder werd kunnen uitdrukken. Toch zijn het inzichten van die aard die zinnen in mij wakker maken en zal ik hier trachten het ‘weten’ dat ik voelde, toen ik naar dat lusje reikte, vorm te geven. Leven in deze fysieke wereld betekent dat je een minuscuul klein fragmentje ervaart van alles dat zich afspeelt. Ik wist dat ik in het Alles reikte en dat ik een ontiegelijk klein fragment van het totale bewustzijn wou voelen, en daarbij Al de rest negeerde. Ik zocht naar dat fragmentje, dat lusje, dat zich schijnbaar op een andere frequentie afspeelde omdat het niet zichtbaar was met fysieke ogen, tenzij de mind uitstaat. De mind is de filter die ervoor zorgt dat we het merendeel niet waarnemen, maar enkel een klein driedimensionaal veld. We zien slechts een flinterdun laagje van het oneindig grote geheel. Dat flinterdunne laagje ervaar ik nu in de vorm van een mensenleven met een indruk van tijd en ruimte. Het is een ervaring die het bron-bewustzijn schept, maar eigenlijk is er geen tijd noch ruimte. Er is alleen de ervaring daarvan. Net zoals de plaatsen die we in onze dromen bezoeken ook geen fysieke ruimte innemen. Elke omgeving is een ervaring die nu plaatsvindt.  Alle persoonlijke materiële vormen waaraan ik mij hecht, zoals mijn woning, mijn lichaam, het lichaam van mijn partner, zijn niet ‘echt’, ze zijn deel van een tijdelijke ervaring. De ervaring verandert continu en is relatief. Elke ervaring is immaterieel, maar doet zich als materieel voor. Elke ervaring is een illusie, doch het woord illusie heeft een negatieve bijklank en misschien kan ik beter ‘creatieve voorstelling’ als term gebruiken. Elke ervaring is een voorstelling die gecreëerd wordt door creatief bewustzijn. Het vergeten dat de ervaring in essentie niet van materiële aard is, zorgt voor een immersieve ervaring. De overtuigingskracht van de ervaring wordt rechtgehouden door het vergeten. Zonder het vergeten konden we Niets ervaren. En datzelfde Niets is juist de krachtbron achter het hele spektakel van de levenservaring. Al die ogenschijnlijke materie die het decor vormt van deze ervaring vraagt om onderhoud of om een vorm van manipulatie. Van het doen van de afwas tot het onderhouden van mijn lichaam. Zelfs al hecht ik mij zo min mogelijk aan materie, dan nog kan ik de manipulatie en interactie met de illusoire materie niet ontwijken. Om te ervaren dien ik een droom vorm te geven. Ik moet kneden en sculpteren in de klei van onechtheid. Fantaseren of dromen is in feite doelloos creëren. Je kan je hele leven wijden aan een meesterwerk, maar dan word je plots wakker en besef je dat er niets materieel tastbaar is als resultaat. Alles wat je hebt opgebouwd blijkt niet te bestaan en nooit bestaan te hebben. Het enige dat rest is de ervaring. Mocht je komen te beseffen dat dit met alles zo is, dat er in wezen niets tastbaar bestaat of zal bestaan, zou je dan stoppen met creëren? Geeft de ervaring louter op zichzelf voldoende motivatie om iets te scheppen? Of is de illusie van een tastbare wereld vereist om het gevoel te hebben dat er wel degelijk gewicht in de schaal ligt? In de ‘onechte’ wereld draait alles om resultaat en het najagen van illusies. Het echte raakt door materiële verlangens en tastbare ‘zekerheden’ ondergesneeuwd. Er heerst een soort van vrijwillige slavernij waarbij vrijheid wordt ingeruild voor materieel bezit. Ook is er de energie van het collectief, een co-creatie waar je als individu niet omheen kan. Maar wat als je nergens rekening mee hoefde te houden en je niets kon scheppen dat blijft bestaan, zinvol of functioneel is? Is het voor te stellen wat je dan zou doen? Het diepe besef van hoe het is om doelloos en onthecht in een immer vergankelijke en zinloze wereld te leven is moeilijk voor te stellen. Want we zijn geprogrammeerd om het onechte heel serieus te nemen. Zo serieus dat we er onze ware verlangens door vergeten. Maar stel dat het je lukt om je zo’n wereld voor te stellen. En je daarbij de vrijheid kan voelen van immer openliggende mogelijkheden, zonder dat er ooit iets ‘moet’. Zonder dat er iets mee te winnen of bereiken valt, omdat alles enkel draait om de ervaring. Wat zou je dan doen? Met welke acties zou je de illusie van tijd en ruimte vullen? En wijken die acties dan erg af van wat je vandaag in je leven doet? Als de illusie jou goed in haar greep heeft, dan zou dat inderdaad zo moeten zijn. Als de vergetelheid het fundament is waarop de perceptie van jouw bestaan steunt, dan is deze tekst cryptisch en kan je er weinig bij voorstellen.  Ten dienste staan van de materie, de materie voeden, ze onderhouden en haar vrezen te verliezen: daar kunnen ettelijke mensenlevens aan gewijd worden. Meerdere incarnaties. En dan na al die ervaring komt op een gegeven moment weer de herinnering: ‘hey, er is helemaal geen materie!’ Betekent dit dat ik mijn praktische taken zoals de afwas doen, mezelf wassen en spullen opruimen laat vallen? Nee, het besef verandert weinig en veel tegelijk. Op materieel vlak is er zichtbaar geen verschil, de verandering zit in het bewustzijn. Alles wat echt is blijft onzichtbaar voor het onechte. Maar het echte ziet wel wat onecht is.  Het besef dat er niets bestaat buiten de ervaring brengt geen plotse verlichting waarmee je oplost in het Niets. Ik heb dat besef en ik ben ‘hier’ nog, vrezend en mij hechtend, doch wetend dat dit leven zoals een droom is en dat alle fysieke labeur en pijn tevergeefs is. Ik zei het al eerder: iets weten is geen garantie om het consequent als een levenshouding te belichamen. Het is slechts het begin van het proces dat je ontwaken zou kunnen noemen. En iets zegt mij ook dat een volledig ontwaakt bewustzijn in het Niets ‘vervalt’ en dan weer, puur voor de ervaring, over ‘iets’, zal beginnen dromen. Zelfs het ontwaken is eigenlijk een doelloos gegeven. Er is geen eindpunt, enkel een oneindige rijkdom aan belevenissen.  Ervaring vraagt om dualiteit. Want ervaring - bestaan op zichzelf - is wat mij betreft altijd duaal. Het Niets dat zich voorstelt ‘iets’ te zijn, kan dat enkel in relatie tot iets anders. Vanuit dit standpunt lijkt er enkel de binaire keuze te zijn tussen iets en niets. Tussen bestaan of niet bestaan. Als ik denk dat ik de keuze heb, dan kies ik voor bestaan. Maar dan wel onder voorwaarden. Zo zou ik voor plezierige ervaringen kiezen natuurlijk. En dat kan! Maar voor hoelang? Hoeveel levens en vormen wil ik ervaren terwijl ik voornamelijk voor slechts één helft van de duale totaliteit kies? Hoeveel mooie dromen wil ik beleven alvorens het verlangen ontstaat naar een uitdaging die als moeilijk of pijnlijk kan beschreven worden? Lijkt het geen natuurlijke beweging om zowel het gevoel van scherpe stenen als van zacht gras te willen voelen? Hoe kan ik gras trouwens zacht noemen voordat ik de hardheid van steen ken?  Ik weet dat de keuze tussen bestaan en niet bestaan, tussen duaal en non-duaal, geen keuze is, maar een evenwichtige onverwoordbare toestand. Ik ben zowel Niets als iets tegelijkertijd. Er is niets te kiezen, want alles is er altijd op hetzelfde moment. Het bron-bewustzijn, de schepper van dualiteit, kiest niet. Het omvat werkelijk alles en sluit niets uit. Het is absolute onvoorwaardelijke liefde die de mogelijkheid schept om voorwaarden te bedenken. Om alles te bedenken wat het maar belieft en niet belieft. Zonder reden, zonder doel, noch heeft het enig nut. Ook wij mensen, met onze hersenen, hebben de natuurlijke neiging om vanuit niets iets te scheppen. Ontneem de zintuigen hun prikkels en er zullen op den duur vanzelf prikkels ‘bedacht’ worden. Het lijkt eigen aan bewustzijn om te gaan boetseren met de klei van het Niets. Het onderscheid tussen hallucinatie en echt staat eveneens op zijn kop in de praktisch denkende wereld. Zoals je wel merkt, hou ik ervan om die grenzen te onderzoeken. Om wat gewichtig lijkt als een illusie te zien. En wat licht, efemeer en subtiel is serieus te nemen. Zoals het witte lusje dat even in mijn living verscheen.   www.karoliendeman.comFoto door www.talesofaperture.com, maar dan geïnverteerd

KarolienDeman
4 0

Zelfontwikkeling als de vruchtbaarste maatschappelijke interventie

Wat is jouw bijdrage aan de ‘maatschappij’? En wat houdt het juist in om een bijdrage te leveren? Ik zou denken dat het gaat over het maken van persoonlijke keuzes die ook een positieve invloed uitoefenen op het collectief. In het huidige mainstream narratief klinkt die bijdrage als een offer: persoonlijke energie en tijd die ten dienste staat van een collectief systeem. Het individu dat iets ‘inlevert’ en ‘opbrengt’; belastingen, diensten en goederen die de economie draaiende houden. Iedereen moet zijn steentje bijdragen. Welk steentje precies, dat moet je voor jezelf uitmaken, zolang je maar iets te dragen hebt. Wie niets bijdraagt profiteert. We hebben tegenwoordig te maken met een ‘solidaire afscheiding’. Juist omdat we het zogezegd voor een ander doen, verliezen we het contact met die ander. Klinkt dat bekend? Iedereen dient een offer te leveren door in zekere mate geoccupeerd te zijn met het bijdragen van zijn of haar steentje. Aan de toename van het fenomeen burn-out te merken, voelt het voor velen niet langer als een steentje, eerder als een blok aan hun been. Wat ooit een samenleving was, is een maatschappij geworden. Zoveel mensen die gebukt gaan onder hun werk- en levensritme en er tegelijk op toezien dat hun ‘maten’ het zeker niet beter hebben. De ‘maat’ in maatschappij verwijst nu naar een maatstaf waarmee het gewicht van jouw bijdrage wordt beoordeeld. De collectieve energie, die onder andere te lezen valt in reacties op sociale media, bevat veel bitterheid en afgunst. Als er bijvoorbeeld iemand aankondigt een camper te hebben gekocht en voortaan off-grid wil leven, dan wordt er spottend gewezen op de regels en verplichtingen die zo’n keuze bemoeilijken. Iemand die stiekem, of zeg maar onbewust, droomt van zo’n vrij leven, maar zichzelf diep heeft ingeprent dat zo’n levensstijl onmogelijk is, zal deze overtuiging ook op anderen projecteren. De beperkingen die mensen zichzelf opleggen, willen ze evenzeer een ander opleggen. Het gaat hier over beperkingen die aangeleerd en ingeprent zijn en dus in essentie niet eigen zijn. Het zijn in feite externe verhalen die zich zodanig prominent opdringen dat we ernaar zijn gaan leven. Ik zie hoe beperkingen die van ‘bovenaf’ komen, gestuurd door autoritaire krachten, eigen gemaakt en verdedigd worden alsof het gaat om een persoonlijke waarheid. Mensen die ontwaken uit deze massahypnose, en dat zijn er steeds meer, voelen hoe onnatuurlijk de druk is die het systeem uitoefent. Mensen blijven soms in een destructieve relatie omdat het alles is dat ze hebben en kennen. Het alternatief is het onzekere onbekende. Liever de voorspelbare ellende, dan een sprong in het ongewisse. De relatie die mensen met het huidige systeem hebben, zal niet zomaar opgegeven worden. Uit angst voor verlies van comfort en zekerheid. De polariteit van vandaag gaat over de kloof tussen mensen die de relatie reeds hebben opgegeven en mensen die ze nog hartstochtelijk verdedigen. Niet authentiek kunnen leven levert frustratie op, en die frustratie zorgt ervoor dat men het anderen ook niet gunt. Men zit geklemd in de klauwen van een systeem dat alles dat natuurlijk is op zijn kop zet, onder het mom van zekerheid en controle. Intuïtief weten en voelen we dat,  ons lichaam bezit die natuurlijke intelligentie waarmee we het onderscheid tussen ‘echt’ en ‘onnatuurlijk’ kunnen maken. Dat verklaart ook de enorme toename aan auto-immuunziekten en andere welvaartsziekten. Onze lichamen schreeuwen dat er iets niet klopt. Maar op rationeel vlak zitten we collectief met diepe indoctrinatie en hypnose. Wat nu als ‘normaal’ wordt geaccepteerd, wordt overeind gehouden met drogredeneringen en angst. Angst voor het mogelijke ongemak van verandering. De sociale zekerheid is al lang niet meer sociaal in een wereld waar mensen elkaar verklikken en benijden. De meerderheid doet exact wat het systeem (of de overheid) verlangt, wat een kernzaak is in het ontwerp van dat systeem. Want de motor of batterij van het systeem bestaat uit de mensen voor wie het ontworpen is. Terwijl er wordt geploeterd in de materie, schuift de energetische kant van de realiteit naar de achtergrond. Menselijke energie is niet enkel te vergelijken met een motor of batterij, maar ook met een antenne. De energie die we uitzenden als we een authentiek vrij leven leiden, heeft een heel andere frequentie dan wanneer we ons beperkt en geforceerd voelen. De vraag naar wat iemand bijdraagt aan het collectieve veld, link ik daarom aan de energie die iemand de ether inzendt en niet aan fysieke prestaties. Iemand die de natuurlijke voeling met zichzelf verliest door hard te werken en in te staan voor anderen, draagt vanuit dat opzicht minder bij aan het collectieve energieveld dan iemand die vanuit zelfzorg en dankbaarheid thuis op de sofa zit. Een zienswijze die op heel wat weerstand kan rekenen! Weerstand die het product is van een prestatiegerichte maatschappij en niet van een gezond functionerende samenleving. Wat mij betreft zijn de handelingen die we uitvoeren ondergeschikt aan de manier waarop ze uitgevoerd worden. In een natuurlijke samenleving primeert de trillingsfrequentie of gemoedstoestand waarin taken worden uitgevoerd en voelt het leveren van een bijdrage niet als een sleur of uitputtingsslag. En omdat we allemaal anders zijn, zou het dan ook meer dan normaal zijn dat er verschillende ritmes naast elkaar bestaan, in plaats van één algemene maatstaf te hanteren. Het collectieve veld is de co-creatie waar we allemaal mee te maken hebben en soms op botsen. Er is momenteel een omwenteling gaande waarbij de vorm van die co-creatie wordt herzien. De moeilijkheid is natuurlijk dat er meerdere krachten aan het werk zijn. En dat veel krachtbronnen zich niet bewust zijn van hun kracht. Ik ben erop uitgekomen dat zelfvertrouwen en eigenliefde de efficiëntste middelen zijn die iemand ter verzachting van de huidige co-creatie kan inzetten. En dat het belangrijk is om goed te onderscheiden welke intentie, en dus energie, elke persoonlijke keuze en handeling drijft. Want het is die energie die je bijdraagt aan het collectieve veld. Ik zou daarom bewuste zelfontwikkeling de vruchtbaarste maatschappelijke interventie noemen. Het is de basis die vereist is om ook in de praktische sociale wereld een positief verschil te kunnen maken. Schaamte, angsten en schuldgevoelens die gepaard gaan met het ‘uitvallen’ door burn-out of ziekte, horen bij een wereld die natuurlijke processen ridiculiseert, ontmoedigt en onderdrukt. Het is een geprogrammeerde respons met een lage trillingsfrequentie die indruist tegen onze ware aard en bovendien heling bemoeilijkt. Wie de wereld wil zuiveren van donkere vlekken, dient zichzelf aan te pakken. Een uitzuivering van de eigen beperkende overtuigingen is het meest waardevolle dat je aan het collectieve veld kunt schenken. Ik wens dat je je dit herinnert op een moment dat jouw kern om een ‘nee’ vraagt terwijl jouw persona zich verplicht voelt om ‘ja’ te zeggen, en omgekeerd.  www.karoliendeman.com    

KarolienDeman
14 2

Weesgezeten - krachtig en direct. Absoluut luisterenswaardig! (relaas over een podcastaflevering)

In de eerste aflevering van rubriek Weesgezeten, een concept van podcast Opmoederswijze, gaat de host in gesprek met Nele. Nele's antwoord op de Weesgezetenvraag "Wat bezigt u?" raakt aan een, volgens mij, even diepgeworteld als universeel ongenoegen. Het verpletterende effect van een doorgeslagen slinger. De in de podcast terecht verguisde wildgroei aan operationele mogelijkheden in publieke toiletten is, alvast ook mij, een doorn in het oog. Het begint al met de eerste te nemen horde: überhaupt binnen geraken. Allerlei poortjes, slagbomen, in- en uitstromen en een fijne selectie, al dan niet defecte, betaalmogelijkheden maken in geen tijd van de hoge nood een hoogste nood.Vervolgens duikt de ene beproeving na de andere op. De toiletten, uitgerust met twee knoppen om te spoelen, grote boodschap/kleine boodschap weet je wel, maar vaak werkt één ervan gewoon niet. Paniek dus, want zal de knop voor de kleine boodschap wel volstaan voor diens meer uit de kluiten gewassen broertje of zusje? De eerste okselvijvers vormen zich. Soms jaagt het toilet je, steels achter je rug, plots de stuipen op het lijf met een geautomatiseerde spoelen-wrijven-drogen cyclus waar menige wasmachine slechts van kan dromen. Vaker echter is het spoelsysteem nog aan het werk op zijn 67ste en slaagt het ding er alleen nog in je drol vermoeid rond te draaien. Daar rest je dan niks anders dan muisstil met het schaamrood op je wangen te wachten, tot je vermoedt dat je ongezien de aftocht kunt blazen.Toiletpapier vinden is er ook immer een queeste. Meestal betrap ik me erop dat ik in dat vervelende bakje zit te grabbelen naar een, altijd onwillig en te snel afscheurend velletje papier, zoals vroeger naar een verloren gegane tampon zonder draadje. Voor de niet-menstruerenden onder ons, geloof me, the struggle is real. Verondersteld dat dit allemaal is gelukt, gaan we over naar de rubriek handen wassen. Is er (nog) zeep, en hoe krijg je ze uit de dispenser? Is de dispenser leeg of defect als er niets uit komt, of ben je zelf gewoon gatachterlijk omdat het niet lukt? Moet je zwaaien, tikken, ergens op duwen of je iris laten scannen voor het water uit de kraan komt? Het vraagt een volleerd mimespeler of contortionist om de code te kraken. In zeldzame gevallen word je zelfs teruggecatapulteerd in de tijd en pomp je het water zelf op met een - dit is geen grap - voetpedaal. Is er papier om je handen af te drogen en hoe komt het in godsnaam uit die dispenser?! Als er handblazers zijn, komt nog maar eens een dodelijk vermoeiend scala aan mogelijkheden aangerold: handen onder of voor het toestel, is er een knop of moet je eerst even zwaaien? Of .. is het gewoon geen handblazer, maar een lege papierdispenser waar je al tig minuten voor staat? En het houdt maar niet op want... waar is op het einde van deze helletocht dat klote betaalbewijsje ook al weer gebleven, zonder hetwelk je nimmer nooit meer naar buiten raakt? Vermakelijk om over te schrijven, maar het wijst volgens de podcastmakers op een veel dieper maatschappelijk onbehagen. De insteek van het leed in publieke toiletten wordt in de podcast vervolgens geëxtrapoleerd naar het leven in het algemeen, waarbij het maken van levenskeuzes en zelfs reizen een immense uitputtingsslag wordt. Leven in een ongelooflijk verlammende keuzestress die van de banaalste zaken zoals mayonaise aankopen, topsport voor je brein maakt en van weekboodschappen een jungletocht waarna je bijna aan een chakra healing of EMDR-sessie toe bent.Verder gaat het dan naar het dilemma van de kinderwens en hormonale anti-conceptie tot post-parfum depressie en maatschappelijke dilemma's in het leven van nu.Een absolute aanrader!

nikki_petit
0 0