Zoeken

Open Brief omtrent discriminatie tegenover uitkeringsgerechtigden

Geachte Minister David Clarinval en Minister Caroline Gennez;    Mijn naam is Kiya Lee Levy Runaya Goethals, 37, man; autistisch, adhd, depressie, suicidal; te Waregem.  Ik schrijf deze open brief aan jullie, rechtstreeks, omwille van jullie functies. Want, corrigeer me als ik fout zit: maar zijn jullie beide niet verantwoordelijk voor volgende functies:  Werk, economie, welzijn, armoedebestrijding, cultuur en gelijke kansen?  Dat is wel een hele boterham, he? Best wel veel verantwoordelijkheden voor slechts 2 individuen.  Maar rest mij de vraag; begrijpen jullie je eigen taken wel? Dat bedoel ik niet beledigend, maar vraag ik uit bezorgdheid.  Om mensen aan het werk te krijgen, en de economie zogezegd te boosten, gaan jullie meer armoede aanmaken door minderbedeelden aan te vallen via media, en hun rechten en uitkeringen te ontnemen.  En daar stokt het dan ook meteen.  Er wordt helemaal geen aandacht geschonken aan het welzijn van deze mensen. Integendeel zelfs, jullie schilderen hen af alsof men criminelen en profiteurs zijn, énkel omdat men minderbedeeld is.  Ministers die verantwoordelijk zijn voor de taken waarvoor jullie beide verantwoordelijk zijn gemaakt horen hun motivaties niet te laten leiden door vooroordelen of klassenhaat. Want jullie zijn een leidend voorbeeld. Wat jullie zeggen, geloven en doen; dat zal de maatschappij nabootsen.  Jullie beweren dat alle uitkeringsgerechtigden profiteurs zijn van de staat. Van werklozen tot langdurig zieken. Geen enkel persoon die één of andere vorm van uitkering ontvangt is veilig voor de discriminatie die jullie de wereld in sturen. En daardoor alleen al een hele reeks aan kansen aan zich zien voorbijgaan. Niemand wil hen aannemen, door hetgeen dat, door jullie, wordt verteld in het nieuws; en vervolgens ga je hen het verwijt aanspelden dat men profiteerd net omdat men niet aan een job geraakt tussendoor alle discriminatie tegen mensen in hun positie dat in leven wordt gehouden door mensen als jullie.  En ik stel mezelf dan luidop de vraag waar dit allemaal goed voor is.  Even een persoonlijk voorbeeld; al sinds ik 21 jaar oud ben, ben ik op zoek naar een job. Het ging zo slecht dat ik meermaals ben gestart via art. 60 (sociale tewerkstelling). Waar ik op iedere werkplaats werd gepest door werkleiders, niet door mijn directe collega's. Neen. Zij waren de enigen die elkaar steunden. Maar de werkleiders. De mensen die trainingen hebben opgelopen om om te kunnen gaan met moeilijke mensen, mensen met mentale en psychische problemen alsook mensen met autisme, adhd, etc. Hulpverleners, m.a.w.  Mensen die hun rol misbruiken om anderen, die het al moeilijk hebben en voor wie de geloofwaardigheid onbestaande is, het leven nog moeilijker te maken. Ik werkte bijvoorbeeld 2 jaar lang via een vervangingscontract. In mijn laatste 8 maanden kregen wij een plotse vervanging van de leiding. De nieuwe baas had mij niet graag, meteen, zonder ooit tegen me te praten. Ik verloor al mijn verantwoordelijkheden, geloofwaardigheid en het vertrouwen dat ik had opgebouwd binnen deze werkplaats. Ik werd dagelijks gepest en toen ik na 8 maanden nog steeds weigert om op te geven besloot deze persoon om mijn aanwezigheid niet meer op te schrijven, werd ik niet meer uitbetaald en werd ik ontslagen. Waarna ik dakloos werd. Ik sliep 11 maanden in een bos. Ik had nog geprobeerd om klacht in te dienen, maar ik werd uitgelachen door de politie, door mijn vakbond, en door de grote bazen van het art. 60 bedrijf toen ik vroeg om de camerabeelden te bekijken om mijn aanwezigheid te controleren. Ik werd niet geloofd, zoals jullie mij beiden waarschijnlijk niet zullen geloven. Ik stuurde uiteindelijk 1 kwade email. Hij kon mij daarvoor blijkbaar wél aanklagen. De politie nam hem wél serieus. Ook zijn vakbond nam zijn klacht serieus. En het bedrijf steunde hem 100%. Hij klaagde mij zowel aan via het vredegerecht, als via de correctionele rechtbank. Voor 1 en dezelfde e-mail. De zaak kwam voor toen ik nog dakloos was. Daar werd geen enkele rekening mee gehouden. Voor beide zaken werd énkel naar zijn kant van het verhaal geluisterd en vervolgens een verstekvonnis gegeven in mijn nadeel, en zijn voordeel. De vrederechter besloot om hem een schadevergoeding toe te kennen van 1000 euro, en de correctionele rechtbank besloot dat een gevangenisstraf van 6 maanden een gepaste straf was voor een eenmalige e-mail. Ik moest langsgaan bij de gevangenis om mijn situatie uit te leggen. Daarna zou een nieuwe rechter beslissen of ik de gevangenis in moest, een enkelband moest dragen of de straf kwijtgescholden werd.  Dus, ik legde alles uit. Met handen en voeten. Men ging zelfs mijn verhaal controleren bij mijn begeleidsters en gaf op het einde van de dag de zekerheid dat ik vrijuit zou gaan.  Maar niks was minder waar. De rechter besliste dat mijn 1 kwade e-mail erger was dan 8 maanden gepest worden, onterecht ontslagen worden, niet uitbetaald worden en vervolgens 11 maanden dakloos in een bos overleven. En gaf mij 6 maanden elektronisch toezicht, wat vandaag begint. Op de uitspraak staat letterlijk: “De periode dakloosheid veroorzaakt door het ontslag is geen reden om zulke woorden te gebruiken”.  Dat wil dus zeggen dat ik nu een strafblad heb. En zoals jullie mijn verhaal sowieso niet gaan geloven, zal ook geen enkele werkgever het geloven wanneer men daarnaar vraagt. Er zijn ook tal van jobs waarvoor ik niet eens meer in aanmerking kom nu ik een strafblad heb. Allemaal omwille van een e-mail.  Ik ben een artiest, allereerst. Ik teken, maar vooral: ik schrijf Engelstalige fantasy epics.  Weet u wat verboden/illegaal is voor werklozen met het risico je uitkering te verliezen? Een boek schrijven. Ik heb hier nu een talent waarop ik kan rekenen, en zelfs dat nemen jullie van mij weg. In de Belgische literaire geschiedenis bestaat er niet 1 auteur die een hele fantasy franchise heeft neergepend. Al zeker niet in de Engelse taal. Ik kan zomaar geschiedenis schrijven. Maar omdat jullie, vanuit de regering, beslissen dat alle mensen met een uitkering profiteurs zijn die alleen maar frauderen: is het illegaal gemaakt voor werklozen om te werken in de kunst. Dit boven op het feit dat ik niet langer kan werken in de sector waarvoor ik al mijn ervaring heb opgebouwd, en mijn studies in heb gedaan.  En wat verwachten jullie dan van mij?  Jullie verwachten dat ik, tegen alle tegenslag in, tegen alle verloren rechten in, tegen alle logica in: kan doen waar jullie mij niet willen in laten slagen. Een carrière uitbouwen zodat ik een bijdrage kan leveren aan de maatschappij.  Ik wilde zelfs een goed doel opgeven als ontvanger van mijn royalty's. Zodanig dat ik geen cent verdien aan mijn eigen talent. Maar zelfs dat mag ik niet. Zelfs dat hebben jullie illegaal gemaakt voor werklozen.  Ook de aanvraag tot een kunstwerkattest is compleet onmogelijk gemaakt. De voorwaarden alleen al ontnemen de kansen van laaggeschoolden en werklozen.    En dan staan jullie in voor werk, economie, armoedebestrijding en gelijke kansen?  Vertel mij eens hoe je dat voor elkaar krijgt als je minderbedeelden hun inkomens wegneemt? Vertel mij eens hoe je dat voor elkaar krijgt als je minderbedeelden hun reputatie vuil maakt via media? Vertel mij eens hoe je dat voor elkaar krijgt als je minderbedeelden hun kansen wegneemt nog voor men deze kan benutten?  Vertel mij eens hoe exact jullie mij helpen, en het beste voor mij, en anderen in mijn positie, doen? Want hoe hard ik ook zoek en kijk en excuses probeer te verzinnen voor jullie motivaties: ik vind de antwoorden niet.    Wij krijgen de toestemming niet om aan armoede te ontsnappen.  Wij krijgen de toestemming niet om onze eigen wegen in te slaan, of onze eigen carrières te maken.  Wij krijgen niet eens de toestemming om onder de armoedegrens te overleven zonder dat wij daarvoor de beschuldigende vinger voor krijgen.    Om vervolgens verwijten naar ons hoofd geslingerd te krijgen zoals “profiteur”, “niksnut”, “luiaard”, “onvrijwillig”, “opstandig”, etc.   Laten we de klok eens enkele maanden terugdraaien om het verschil te zien als deze wetten, die mensen als ik limiteren, niet bestonden. Dan had ik ondertussen, op z’n minst, 8 zelf-gepubliceerde boeken uitgebracht.  Dan zou ik al ruim 2 jaar een gepubliceerd auteur zijn, en gebaseerd op de verkoop toen ik slechts 2 weken gepubliceerd was (97 boeken verkocht), zou ik al ruim 1000, of meer, boeken verkocht hebben (om niet te overdrijven). Dan zou ik al contact kunnen hebben gelegd met een agent en buitenlandse uitgeverij om mijn boeken via een officiële uitgeverij te publiceren. Dan had ik, op dit moment, een job en was ik officieel een auteur. Dan had ik met mijn publicaties ook een bijbaan kunnen bemachtigen in de wereld van journalisme, als columnist, recensent, etc.    Maar, in plaats daarvan leven wij in een land dat wetten in het leven heeft geroepen die mensen, in mijn positie, sterk limiteren. Daardoor ben ik nog steeds werkloos, verloor ik ondertussen mijn werkloosheid, waardoor ik nu van 100 euro onder de armoedegrens naar ben gezakt naar 200 euro onder de armoedegrens. Ik heb geen vooruitzichten. Ben ik niet gepubliceerd, heb ik geen opties en dankzij die enkelband verlies ik ook de sector waarin ik al ervaring en werk had, waardoor alles dus nog moeilijker wordt in de toekomst.  En dan stel ik mezelf de vraag: waarom?  Wat heb ik in godsnaam gedaan dat ik zo’n behandeling verdien?  Omdat ik in armoede ben geboren? Omdat mijn vader in Engeland is geboren en pas op zijn achtste kwam emigreren naar dit land? Omdat ik werkloos ben? Omdat ik laaggeschoold ben, ook al kwam dat door dakloosheid? Omdat ik dakloos ben geweest?  Wat heb ik verkeerd gedaan in jullie ogen dat ik dit verdien? Dat ik het verdien om in deze erbarmelijke omstandigheden te leven in 1 van de duurste landen ter wereld?    Door minderbedeelden hun talenten en opties te blokkeren/limiteren énkel vanwege hun status, en door het corrupte/veroordelende rechtssysteem, zijn jullie net de grootste oorzaak van armoede, werkloosheid én dakloosheid binnen ons land. En ik begrijp heel goed hoe aanvallend deze ene opmerking zal overkomen. Maar het verbleekt in het niets met hoe jullie minderbedeelden behandelen. Alsof we op 1 of andere manier minder mens zijn dan jullie.    Hoe moet ik nu vooruit?  Hoe moeten duizenden mensen in dezelfde situatie nu in godsnaam vooruit?  Wanneer onze beste uitweg plotseling aan het einde van een strop bengelt? Want de politiek heeft beslist dat wij, minderbedeelden, niet langer mensen zijn met mensenrechten.   Ik heb jullie beide een multitude aan e-mails gestuurd. Smekend naar jullie hulp en begrip. Zelfs nog voor jullie hadden aangekondigd om werklozen hun uitkeringen weg te nemen.  Jullie hebben mij slechts eenmalig van antwoord gediend. En dat was toen enkel om jullie verantwoordelijkheid uit de weg te gaan, de schuld door te spelen naar een ander en bezorgdheid/medeleven veinzen. Toen ik op die mail antwoorde, om een gesprek te starten, werd ik gewoon opnieuw genegeerd.  Ik vermoed zomaar dat deze open brief, net als mijn e-mails, zal genegeerd worden. Het toont aan wat jullie werkelijk motiveert. Als het zo moeilijk is om met jullie eigen burgers in gesprek te gaan en de ravage te erkennen die jullie aan het aanrichten zijn, waarom bekleedt je dan in godsnaam de positie waar je nu werkt? Enkel voor een dikke paycheck? Want het alleszins niet omdat jullie een hart hebben voor minderbedeelden, werklozen, laaggeschoolden, etc. De mensen die jullie als zondebokken gebruiken, ondanks dat jullie posities de bewering maken dat jullie hier zijn om ons, en onze rechten, te beschermen. Maar niks is minder waar in een rechtse regering.    Weten jullie dat ik schaamte voel als Belg?    Wat kan dan een oplossing zijn?  Wel, laten we eerst beginnen bij mijn persoonlijke probleem.  Door de voorwaarden te versoepelen voor het verkrijgen van een kunstwerkattest, of de kunstwerkcommissie direct aanspreekbaar te maken; verhoog je al meteen de kansen van enorm veel getalenteerde mensen die niet terecht kunnen op een werkvloer.  Vooral de 2 voorwaarden die werklozen en laaggeschoolden de weg naar voren blokkeert. Namelijk de eis om een bachelor of diploma hoger onderwijs te hebben: en de eis om minstens 300 euro verdiend te hebben (wat illegaal is voor werklozen) te elimineren.  Beseffen jullie dan niet dat niet iedereen met artistiek talent op vroege leeftijd heeft beslist om in de kunst te gaan studeren? Het wordt in de meeste huishoudens zelfs afgewezen en verboden omdat het niet “haalbaar” is.  Een andere/bijkomende oplossing kan dan een betere omkadering zijn. Dat behaal je door uitzendkrachten en hulpverleners minder klanten te geven waardoor de hulp persoonlijker wordt en meer gedreven zal zijn. Bovendien opent het perspectief om van hulpverlener een knelpuntberoep te maken omdat er dan méér hulpverleners aangenomen moeten worden.  Een volgende oplossing kan bv ook zijn, ipv dat men hulpverleners omtovert tot een knelpuntberoep; men in de plaats daarvan de terugkomst inluidt van de armoededeskundige. Minderbedeelden die bijscholen om armoededeskundigen te worden zodat zij kunnen ingezet worden om hulpverleners bij te staan, als ook de regering (dat foutief denkt dat zij kunnen denken en redeneren voor minderbedeelden, terwijl jullie armoede niet eens begrijpen. Wat duidelijk is bij jullie verwijten van profiteurisme aan deze mensen hun adres, zonder hen, of hun levensverhalen, zelfs te kennen).  Er is ook het feit dat sommige werklozen/zieken gewoon niet in staat zijn, psychisch/mentaal, om voltijds sociaal te zijn. Want dat is wat werken is, in essentie. Je bent 8u/dag sociaal. Voor veel mensen brengt dit enorme stress met zich mee. Deze mensen worden niet, tot amper, begeleid, en er is al zeker helemaal geen begrip voor. Deze mensen werken door tot men een burn-out ervaart of in diepe depressie zakt. Vervolgens wordt men langdurig werkloos omdat werkgevers vaak de wenkbrauwen fronsen bij zulke verhalen en deze ervaren als “toont geen motivatie” of “wil niet werken”. Omdat dat nu net is hoe jullie politici over deze mensen praten. Door bv deze mensen thuiswerk te laten doen, of deeltijds werk, of gedeeld thuiswerk met ter plaatse werken: met extra begeleiding in de vorm van presentatie, niet in de vorm van verplichte gesprekken en antalgische relaties.    Maar de béste oplossing is zeer simpel. Investeer in de mensen. Niet in de geruchten. Niet in de vooroordelen. Focus op de meerderheid, en niet op het kleine percentage rot fruit. Laat deuren op een kiertje staan, ipv mensen buiten te sluiten. Doe het juiste! Ipv discriminatie in leven te houden.  Maar helemaal niks doen en mensen gewoon hun uitkeringen wegnemen, en vervolgens nieuwe leugens de wereld in sturen via de media om deze mensen het leven nog zuurder te maken .. is géén oplossing. Dat is hét probleem.   Ik dank jullie voor uw aandacht.    Mvg  Kiya Lee Levy Runaya Goethals.  

K.L. Runaya
0 2

Glimlach

Het is 12 januari 2012 als mijn leven voorgoed verandert. Wacht, mijn leven, zeg ik. Ik bedoel misschien meer mezelf, mijn kijk op dat leven, mijn voorkeur, mijn gevoel voor schoonheid, mijn hoop in de toekomst, mijn idee over het zijn. Mijn beleving van... de liefde. Het is de aanblik van het kleine hoofdje dat een aardverschuiving met zich meebrengt. Ik ben er zeker van, net op het moment dat ik dit wonderlijke kind het leven schenk, gebeurt er ergens op de wereld het onmogelijke. Ik weet niet waar, ik weet niet hoe en ik zal het nooit ontdekken. Maar ik voel het, in elke vezel van mijn lijf, nagloeiend van de arbeid. Ik voel het in mijn leeggelaten ballonbuik, ik voel het in mijn slaperige benen, ik voel het in het lijfje dat op mijn borst wordt gelegd: Ergens is een klein wonder geschied. Het kindje dat zonet uit als een vrucht uit de moederboom werd geplukt, heeft dit veroorzaakt. Ik geloof niet dat iemand anders in de kamer zich van dit moment bewust is geweest, of het was misschien zoiets als een kleine rilling langs de ruggengraat, een milde bries door de haren of een plotse fluittoon in het linkeroor. Heel even waan ik mij in nieuw universum, het universum van hem en mij, van het kind en mij. Maar als ik mijn blik afwend naar de vader van dit schepseltje, zie ik meteen dat er niet enkel een milde verschuiving binnen dit heelal heeft plaatsgevonden, maar dat de man naast mij voor altijd een andere zal zijn. We kijken samen voor het eerst naar het kleine gezichtje. Het is op dat moment dat het begrip schoonheid opnieuw wordt vormgegeven in ons brein. Alle verbindingen met dit concept die we voor dit ontiegelijk vroege uur hadden, worden in één aanblik weggeveegd. Schoonheid is niet langer meer wat de mens ervan maakt. Schoonheid ligt in mijn armen. Het kindje, ons kindje, lijkt niet op het kindje dat een uur eerder hier hulpeloos en geliefd in de armen van een uitgeputte moeder lag, het kindje lijkt nog minder op het kindje dat een uur later, hier, op deze tafel waar moeders geboren worden, het levenslicht zal zien. Zijn glimlach is groter. Veel groter. Dit hier, denk ik, dit hier is wat de wereld nodig heeft. Een gouden jongetje, met een veel te grote glimlach. Om het hart van ons allen te verwarmen. Ik denk aan het wonder, dat op de andere kant van de wereld zich in de voorbijgaande uren heeft voltrokken. En ik hoop dat er ergens iemand huilt van geluk.

Sifaka
0 2
Tip

Tussen etenstijd en bedtijd

Het is het moment van de rust, ergens tussen avondeten en bedtijd, en hij en ik zitten samen aan de tafel. De kinderen zijn na de gegeerde toestemming als gnoes de keuken uit gestoven. Voor ons staat de vuile vaat als een metafoor van ons rommelig leven ons grijzend in het gezicht te staren. We moeten ons geen illusies maken. Dit moment duurt maar heel even. Straks tikt de klok weer ongenadig verder en verdwijnen we weer zachtjes in de maalstroom van de dag. Maar nu zitten we, samen, en de klok tikt niet meer. De vaat mag grijnzen wat ie wil, de kinderen zijn verdacht stiller, maar ook dat dringt amper tot ons door. Ik kijk naar mijn man en ik zie de zwaarte van de dag langzaam zijn schouders afglijden. Het is pas in dit moment, wanneer alles wat eerst moet al klaar is en alles wat daarna moet nog enkele tellen op zich laat wachten, dat we echt kunnen thuis komen.  Het is vreemd, maar nu en elke dag op deze nu, moet er niemand dringend plassen, staat er nooit een kat te janken om naar buiten - of nee toch maar binnen - te gaan; op dit moment belt er niemand aan en als men het toch zou wagen, zou de bel zeker dienst weigeren. Dat hebben we nog nooit getest, maar sommige dingen staan vast zonder dat ze ooit werden uitgesproken of opgeschreven.  We kijken elkaar niet aan, we spreken ook niet. Ik vraag me af of hij wel weet dat ik hier zit, hoewel we net samen gekookt, opgevoed, gepakt, gekuist, gegeven, gesneden, geprikt, aangemoedigd en - oh ja - gegeten hebben. Ik voel me rustig en stabiel, we voelen het vast allebei: we kunnen dit. Meer zelfs: we doen dit.  Het is het moment van de dag dat ik het meeste koester, een gouden randje omhult op dit moment ons huis, ons gezin, onze toekomst. Buiten regent het of het is net veel te warm, maar dat geeft niet. Nee, dat geeft niet. We worden immers nergens meer verwacht en niemand zit nog op ons te wachten. Het is hier te doen, bij ons. Ondertussen liggen de uren en de ervaringen van vandaag onder zijn stoel en het is stil in mijn hoofd, voor heel even. Voor heel even zijn wij wie willen zijn - altijd tussen etenstijd en bedtijd. Voor heel even hebben we de touwtjes in handen. Ik begrijp hem. Hij zegt niks, maar ik begrijp zijn onuitgesproken woord. Ik vind dat ook, jongen, ik vind dat ook. Ik denk heel erg hard aan hem en hoop dat hij dit voelt. Via de liefde ofzo, denk ik naïef. Dat mag nu, in dit moment mag dat. Naïviteit heeft een plaats tussen etenstijd en bedtijd. We zouden kunnen spreken, bedenk ik me, maar ik voel en weet dat dit moment dat niet nodig heeft. In deze tijd kan alles, mag alles, in deze tijd zijn we de best mogelijke versie van onszelf. Thuisgekomen. Wat is het stil. Thuis is waar het stil is, hoe luid we met zijn allen ook zijn.  Langzaamaan hoor ik weer kinderstemmen in mijn hoofd en ik zie in mijn ooghoek dat er een kat voor de deur zit. Hoelang zit dat beest daar al? Het is alsof mijn man me aanvoelt, want ik hoor hem zeggen dat hij seffens de tafel gaat opruimen en op dat ogenblik is het onvermijdelijk voorbij. Het gouden moment is ingehaald door het leven, vanaf nu is het wachten op een nieuwe dag. De klok tikt oorverdovend hard in mijn hoofd en ik roep de kuikens toe dat we seffens moeten gaan slapen en dat ze eerst nog moeten douchen, opruimen, tv kijken, kaka doen, nog wat opruimen en zeker niet vergeten om ... op te ruimen. Ik kijk terug naar hem en zie dat hij de zwaarte van dag van onder zijn stoel heeft bijeengescharreld en terug op zijn schouders heeft geladen. Ik stel hem volwassen vragen over zaken waar ik eigenlijk veel te weinig van snap en vraag me af wanneer mensen eigenlijk echt volwassen zijn? Is volwassen zijn altijd afwas hebben staan of is volwassen zijn nooit alle antwoorden hebben op moeilijke vragen? Hij kijkt in mijn ogen en nu voelen we het zo: Kunnen we dit wel? Meer nog: Wat zijn we eigenlijk aan het doen? Het maakt me onzeker en ik probeer een stukje zwaarte van zijn schouders te lichten en op de mijne te laden. Dat moet de liefde zijn. Ondertussen hangt er een kind aan mijn broek, is een ander kuiken kasten aan het leeghalen en vertelt de laatste een mop waar ik eigenlijk niet mee moet lachen. Volwassen zijn is een poging doen om overtuigend te lachen met oerslechte moppen. We doen allemaal maar wat, zeg ik. En er is niemand die me ongelijk geeft. Morgen, wanneer de klok weer even stilstaat tussen etenstijd en bedtijd, neem ik me voor om de zwaarte onder de stoel van hem weg te keren nog voor de tijd ons weer voortduwt. Het zal me niet lukken, weet ik, en dat is helemaal oké. Het is immers altijd een voornemen dat ons doet leven.  Morgen, zeg ik, morgen neem ik me voor om wat meer te leven. 

Sifaka
51 3

Wat echt is en wat niet

Wat echt is en wat niet; het is een onderscheid dat gemaakt kan worden in deze wereld. En aangezien alles hier ondersteboven staat, is het onechte dat wat zich als ‘echt’ profileert. En het echte wordt als onecht weggelachen. Wat echt is dringt zich niet op. Het echte is quasi onzichtbaar. Deze ochtend zag ik iets bewegen in mijn living. Het leek op witte rook, maar dat was het niet. Het was een lang lusvormig ‘iets’, het deed me denken aan het oog van een naald. Het was er maar voor een fractie van een seconde, ik zag het voordat mijn brein het wou be-grijpen. Toen ik ernaar reikte en voelde op de plaats waar het was geweest, viel mij plots een besef binnen. Ik besefte dat alles op hetzelfde moment bestaat, op dezelfde plek. Ik kan wel voelen en focussen op een detail, maar al het andere bevindt zich daar ook. Werkelijk Al dat is. Bij deze aanzet voel ik meteen hoe mijn woorden nog niet half het inzicht dat mij toen helder werd kunnen uitdrukken. Toch zijn het inzichten van die aard die zinnen in mij wakker maken en zal ik hier trachten het ‘weten’ dat ik voelde, toen ik naar dat lusje reikte, vorm te geven. Leven in deze fysieke wereld betekent dat je een minuscuul klein fragmentje ervaart van alles dat zich afspeelt. Ik wist dat ik in het Alles reikte en dat ik een ontiegelijk klein fragment van het totale bewustzijn wou voelen, en daarbij Al de rest negeerde. Ik zocht naar dat fragmentje, dat lusje, dat zich schijnbaar op een andere frequentie afspeelde omdat het niet zichtbaar was met fysieke ogen, tenzij de mind uitstaat. De mind is de filter die ervoor zorgt dat we het merendeel niet waarnemen, maar enkel een klein driedimensionaal veld. We zien slechts een flinterdun laagje van het oneindig grote geheel. Dat flinterdunne laagje ervaar ik nu in de vorm van een mensenleven met een indruk van tijd en ruimte. Het is een ervaring die het bron-bewustzijn schept, maar eigenlijk is er geen tijd noch ruimte. Er is alleen de ervaring daarvan. Net zoals de plaatsen die we in onze dromen bezoeken ook geen fysieke ruimte innemen. Elke omgeving is een ervaring die nu plaatsvindt.  Alle persoonlijke materiële vormen waaraan ik mij hecht, zoals mijn woning, mijn lichaam, het lichaam van mijn partner, zijn niet ‘echt’, ze zijn deel van een tijdelijke ervaring. De ervaring verandert continu en is relatief. Elke ervaring is immaterieel, maar doet zich als materieel voor. Elke ervaring is een illusie, doch het woord illusie heeft een negatieve bijklank en misschien kan ik beter ‘creatieve voorstelling’ als term gebruiken. Elke ervaring is een voorstelling die gecreëerd wordt door creatief bewustzijn. Het vergeten dat de ervaring in essentie niet van materiële aard is, zorgt voor een immersieve ervaring. De overtuigingskracht van de ervaring wordt rechtgehouden door het vergeten. Zonder het vergeten konden we Niets ervaren. En datzelfde Niets is juist de krachtbron achter het hele spektakel van de levenservaring. Al die ogenschijnlijke materie die het decor vormt van deze ervaring vraagt om onderhoud of om een vorm van manipulatie. Van het doen van de afwas tot het onderhouden van mijn lichaam. Zelfs al hecht ik mij zo min mogelijk aan materie, dan nog kan ik de manipulatie en interactie met de illusoire materie niet ontwijken. Om te ervaren dien ik een droom vorm te geven. Ik moet kneden en sculpteren in de klei van onechtheid. Fantaseren of dromen is in feite doelloos creëren. Je kan je hele leven wijden aan een meesterwerk, maar dan word je plots wakker en besef je dat er niets materieel tastbaar is als resultaat. Alles wat je hebt opgebouwd blijkt niet te bestaan en nooit bestaan te hebben. Het enige dat rest is de ervaring. Mocht je komen te beseffen dat dit met alles zo is, dat er in wezen niets tastbaar bestaat of zal bestaan, zou je dan stoppen met creëren? Geeft de ervaring louter op zichzelf voldoende motivatie om iets te scheppen? Of is de illusie van een tastbare wereld vereist om het gevoel te hebben dat er wel degelijk gewicht in de schaal ligt? In de ‘onechte’ wereld draait alles om resultaat en het najagen van illusies. Het echte raakt door materiële verlangens en tastbare ‘zekerheden’ ondergesneeuwd. Er heerst een soort van vrijwillige slavernij waarbij vrijheid wordt ingeruild voor materieel bezit. Ook is er de energie van het collectief, een co-creatie waar je als individu niet omheen kan. Maar wat als je nergens rekening mee hoefde te houden en je niets kon scheppen dat blijft bestaan, zinvol of functioneel is? Is het voor te stellen wat je dan zou doen? Het diepe besef van hoe het is om doelloos en onthecht in een immer vergankelijke en zinloze wereld te leven is moeilijk voor te stellen. Want we zijn geprogrammeerd om het onechte heel serieus te nemen. Zo serieus dat we er onze ware verlangens door vergeten. Maar stel dat het je lukt om je zo’n wereld voor te stellen. En je daarbij de vrijheid kan voelen van immer openliggende mogelijkheden, zonder dat er ooit iets ‘moet’. Zonder dat er iets mee te winnen of bereiken valt, omdat alles enkel draait om de ervaring. Wat zou je dan doen? Met welke acties zou je de illusie van tijd en ruimte vullen? En wijken die acties dan erg af van wat je vandaag in je leven doet? Als de illusie jou goed in haar greep heeft, dan zou dat inderdaad zo moeten zijn. Als de vergetelheid het fundament is waarop de perceptie van jouw bestaan steunt, dan is deze tekst cryptisch en kan je er weinig bij voorstellen.  Ten dienste staan van de materie, de materie voeden, ze onderhouden en haar vrezen te verliezen: daar kunnen ettelijke mensenlevens aan gewijd worden. Meerdere incarnaties. En dan na al die ervaring komt op een gegeven moment weer de herinnering: ‘hey, er is helemaal geen materie!’ Betekent dit dat ik mijn praktische taken zoals de afwas doen, mezelf wassen en spullen opruimen laat vallen? Nee, het besef verandert weinig en veel tegelijk. Op materieel vlak is er zichtbaar geen verschil, de verandering zit in het bewustzijn. Alles wat echt is blijft onzichtbaar voor het onechte. Maar het echte ziet wel wat onecht is.  Het besef dat er niets bestaat buiten de ervaring brengt geen plotse verlichting waarmee je oplost in het Niets. Ik heb dat besef en ik ben ‘hier’ nog, vrezend en mij hechtend, doch wetend dat dit leven zoals een droom is en dat alle fysieke labeur en pijn tevergeefs is. Ik zei het al eerder: iets weten is geen garantie om het consequent als een levenshouding te belichamen. Het is slechts het begin van het proces dat je ontwaken zou kunnen noemen. En iets zegt mij ook dat een volledig ontwaakt bewustzijn in het Niets ‘vervalt’ en dan weer, puur voor de ervaring, over ‘iets’, zal beginnen dromen. Zelfs het ontwaken is eigenlijk een doelloos gegeven. Er is geen eindpunt, enkel een oneindige rijkdom aan belevenissen.  Ervaring vraagt om dualiteit. Want ervaring - bestaan op zichzelf - is wat mij betreft altijd duaal. Het Niets dat zich voorstelt ‘iets’ te zijn, kan dat enkel in relatie tot iets anders. Vanuit dit standpunt lijkt er enkel de binaire keuze te zijn tussen iets en niets. Tussen bestaan of niet bestaan. Als ik denk dat ik de keuze heb, dan kies ik voor bestaan. Maar dan wel onder voorwaarden. Zo zou ik voor plezierige ervaringen kiezen natuurlijk. En dat kan! Maar voor hoelang? Hoeveel levens en vormen wil ik ervaren terwijl ik voornamelijk voor slechts één helft van de duale totaliteit kies? Hoeveel mooie dromen wil ik beleven alvorens het verlangen ontstaat naar een uitdaging die als moeilijk of pijnlijk kan beschreven worden? Lijkt het geen natuurlijke beweging om zowel het gevoel van scherpe stenen als van zacht gras te willen voelen? Hoe kan ik gras trouwens zacht noemen voordat ik de hardheid van steen ken?  Ik weet dat de keuze tussen bestaan en niet bestaan, tussen duaal en non-duaal, geen keuze is, maar een evenwichtige onverwoordbare toestand. Ik ben zowel Niets als iets tegelijkertijd. Er is niets te kiezen, want alles is er altijd op hetzelfde moment. Het bron-bewustzijn, de schepper van dualiteit, kiest niet. Het omvat werkelijk alles en sluit niets uit. Het is absolute onvoorwaardelijke liefde die de mogelijkheid schept om voorwaarden te bedenken. Om alles te bedenken wat het maar belieft en niet belieft. Zonder reden, zonder doel, noch heeft het enig nut. Ook wij mensen, met onze hersenen, hebben de natuurlijke neiging om vanuit niets iets te scheppen. Ontneem de zintuigen hun prikkels en er zullen op den duur vanzelf prikkels ‘bedacht’ worden. Het lijkt eigen aan bewustzijn om te gaan boetseren met de klei van het Niets. Het onderscheid tussen hallucinatie en echt staat eveneens op zijn kop in de praktisch denkende wereld. Zoals je wel merkt, hou ik ervan om die grenzen te onderzoeken. Om wat gewichtig lijkt als een illusie te zien. En wat licht, efemeer en subtiel is serieus te nemen. Zoals het witte lusje dat even in mijn living verscheen.   www.karoliendeman.comFoto door www.talesofaperture.com, maar dan geïnverteerd

KarolienDeman
4 0

Zelfontwikkeling als de vruchtbaarste maatschappelijke interventie

Wat is jouw bijdrage aan de ‘maatschappij’? En wat houdt het juist in om een bijdrage te leveren? Ik zou denken dat het gaat over het maken van persoonlijke keuzes die ook een positieve invloed uitoefenen op het collectief. In het huidige mainstream narratief klinkt die bijdrage als een offer: persoonlijke energie en tijd die ten dienste staat van een collectief systeem. Het individu dat iets ‘inlevert’ en ‘opbrengt’; belastingen, diensten en goederen die de economie draaiende houden. Iedereen moet zijn steentje bijdragen. Welk steentje precies, dat moet je voor jezelf uitmaken, zolang je maar iets te dragen hebt. Wie niets bijdraagt profiteert. We hebben tegenwoordig te maken met een ‘solidaire afscheiding’. Juist omdat we het zogezegd voor een ander doen, verliezen we het contact met die ander. Klinkt dat bekend? Iedereen dient een offer te leveren door in zekere mate geoccupeerd te zijn met het bijdragen van zijn of haar steentje. Aan de toename van het fenomeen burn-out te merken, voelt het voor velen niet langer als een steentje, eerder als een blok aan hun been. Wat ooit een samenleving was, is een maatschappij geworden. Zoveel mensen die gebukt gaan onder hun werk- en levensritme en er tegelijk op toezien dat hun ‘maten’ het zeker niet beter hebben. De ‘maat’ in maatschappij verwijst nu naar een maatstaf waarmee het gewicht van jouw bijdrage wordt beoordeeld. De collectieve energie, die onder andere te lezen valt in reacties op sociale media, bevat veel bitterheid en afgunst. Als er bijvoorbeeld iemand aankondigt een camper te hebben gekocht en voortaan off-grid wil leven, dan wordt er spottend gewezen op de regels en verplichtingen die zo’n keuze bemoeilijken. Iemand die stiekem, of zeg maar onbewust, droomt van zo’n vrij leven, maar zichzelf diep heeft ingeprent dat zo’n levensstijl onmogelijk is, zal deze overtuiging ook op anderen projecteren. De beperkingen die mensen zichzelf opleggen, willen ze evenzeer een ander opleggen. Het gaat hier over beperkingen die aangeleerd en ingeprent zijn en dus in essentie niet eigen zijn. Het zijn in feite externe verhalen die zich zodanig prominent opdringen dat we ernaar zijn gaan leven. Ik zie hoe beperkingen die van ‘bovenaf’ komen, gestuurd door autoritaire krachten, eigen gemaakt en verdedigd worden alsof het gaat om een persoonlijke waarheid. Mensen die ontwaken uit deze massahypnose, en dat zijn er steeds meer, voelen hoe onnatuurlijk de druk is die het systeem uitoefent. Mensen blijven soms in een destructieve relatie omdat het alles is dat ze hebben en kennen. Het alternatief is het onzekere onbekende. Liever de voorspelbare ellende, dan een sprong in het ongewisse. De relatie die mensen met het huidige systeem hebben, zal niet zomaar opgegeven worden. Uit angst voor verlies van comfort en zekerheid. De polariteit van vandaag gaat over de kloof tussen mensen die de relatie reeds hebben opgegeven en mensen die ze nog hartstochtelijk verdedigen. Niet authentiek kunnen leven levert frustratie op, en die frustratie zorgt ervoor dat men het anderen ook niet gunt. Men zit geklemd in de klauwen van een systeem dat alles dat natuurlijk is op zijn kop zet, onder het mom van zekerheid en controle. Intuïtief weten en voelen we dat,  ons lichaam bezit die natuurlijke intelligentie waarmee we het onderscheid tussen ‘echt’ en ‘onnatuurlijk’ kunnen maken. Dat verklaart ook de enorme toename aan auto-immuunziekten en andere welvaartsziekten. Onze lichamen schreeuwen dat er iets niet klopt. Maar op rationeel vlak zitten we collectief met diepe indoctrinatie en hypnose. Wat nu als ‘normaal’ wordt geaccepteerd, wordt overeind gehouden met drogredeneringen en angst. Angst voor het mogelijke ongemak van verandering. De sociale zekerheid is al lang niet meer sociaal in een wereld waar mensen elkaar verklikken en benijden. De meerderheid doet exact wat het systeem (of de overheid) verlangt, wat een kernzaak is in het ontwerp van dat systeem. Want de motor of batterij van het systeem bestaat uit de mensen voor wie het ontworpen is. Terwijl er wordt geploeterd in de materie, schuift de energetische kant van de realiteit naar de achtergrond. Menselijke energie is niet enkel te vergelijken met een motor of batterij, maar ook met een antenne. De energie die we uitzenden als we een authentiek vrij leven leiden, heeft een heel andere frequentie dan wanneer we ons beperkt en geforceerd voelen. De vraag naar wat iemand bijdraagt aan het collectieve veld, link ik daarom aan de energie die iemand de ether inzendt en niet aan fysieke prestaties. Iemand die de natuurlijke voeling met zichzelf verliest door hard te werken en in te staan voor anderen, draagt vanuit dat opzicht minder bij aan het collectieve energieveld dan iemand die vanuit zelfzorg en dankbaarheid thuis op de sofa zit. Een zienswijze die op heel wat weerstand kan rekenen! Weerstand die het product is van een prestatiegerichte maatschappij en niet van een gezond functionerende samenleving. Wat mij betreft zijn de handelingen die we uitvoeren ondergeschikt aan de manier waarop ze uitgevoerd worden. In een natuurlijke samenleving primeert de trillingsfrequentie of gemoedstoestand waarin taken worden uitgevoerd en voelt het leveren van een bijdrage niet als een sleur of uitputtingsslag. En omdat we allemaal anders zijn, zou het dan ook meer dan normaal zijn dat er verschillende ritmes naast elkaar bestaan, in plaats van één algemene maatstaf te hanteren. Het collectieve veld is de co-creatie waar we allemaal mee te maken hebben en soms op botsen. Er is momenteel een omwenteling gaande waarbij de vorm van die co-creatie wordt herzien. De moeilijkheid is natuurlijk dat er meerdere krachten aan het werk zijn. En dat veel krachtbronnen zich niet bewust zijn van hun kracht. Ik ben erop uitgekomen dat zelfvertrouwen en eigenliefde de efficiëntste middelen zijn die iemand ter verzachting van de huidige co-creatie kan inzetten. En dat het belangrijk is om goed te onderscheiden welke intentie, en dus energie, elke persoonlijke keuze en handeling drijft. Want het is die energie die je bijdraagt aan het collectieve veld. Ik zou daarom bewuste zelfontwikkeling de vruchtbaarste maatschappelijke interventie noemen. Het is de basis die vereist is om ook in de praktische sociale wereld een positief verschil te kunnen maken. Schaamte, angsten en schuldgevoelens die gepaard gaan met het ‘uitvallen’ door burn-out of ziekte, horen bij een wereld die natuurlijke processen ridiculiseert, ontmoedigt en onderdrukt. Het is een geprogrammeerde respons met een lage trillingsfrequentie die indruist tegen onze ware aard en bovendien heling bemoeilijkt. Wie de wereld wil zuiveren van donkere vlekken, dient zichzelf aan te pakken. Een uitzuivering van de eigen beperkende overtuigingen is het meest waardevolle dat je aan het collectieve veld kunt schenken. Ik wens dat je je dit herinnert op een moment dat jouw kern om een ‘nee’ vraagt terwijl jouw persona zich verplicht voelt om ‘ja’ te zeggen, en omgekeerd.  www.karoliendeman.com    

KarolienDeman
14 2

Weesgezeten - krachtig en direct. Absoluut luisterenswaardig! (relaas over een podcastaflevering)

In de eerste aflevering van rubriek Weesgezeten, een concept van podcast Opmoederswijze, gaat de host in gesprek met Nele. Nele's antwoord op de Weesgezetenvraag "Wat bezigt u?" raakt aan een, volgens mij, even diepgeworteld als universeel ongenoegen. Het verpletterende effect van een doorgeslagen slinger. De in de podcast terecht verguisde wildgroei aan operationele mogelijkheden in publieke toiletten is, alvast ook mij, een doorn in het oog. Het begint al met de eerste te nemen horde: überhaupt binnen geraken. Allerlei poortjes, slagbomen, in- en uitstromen en een fijne selectie, al dan niet defecte, betaalmogelijkheden maken in geen tijd van de hoge nood een hoogste nood.Vervolgens duikt de ene beproeving na de andere op. De toiletten, uitgerust met twee knoppen om te spoelen, grote boodschap/kleine boodschap weet je wel, maar vaak werkt één ervan gewoon niet. Paniek dus, want zal de knop voor de kleine boodschap wel volstaan voor diens meer uit de kluiten gewassen broertje of zusje? De eerste okselvijvers vormen zich. Soms jaagt het toilet je, steels achter je rug, plots de stuipen op het lijf met een geautomatiseerde spoelen-wrijven-drogen cyclus waar menige wasmachine slechts van kan dromen. Vaker echter is het spoelsysteem nog aan het werk op zijn 67ste en slaagt het ding er alleen nog in je drol vermoeid rond te draaien. Daar rest je dan niks anders dan muisstil met het schaamrood op je wangen te wachten, tot je vermoedt dat je ongezien de aftocht kunt blazen.Toiletpapier vinden is er ook immer een queeste. Meestal betrap ik me erop dat ik in dat vervelende bakje zit te grabbelen naar een, altijd onwillig en te snel afscheurend velletje papier, zoals vroeger naar een verloren gegane tampon zonder draadje. Voor de niet-menstruerenden onder ons, geloof me, the struggle is real. Verondersteld dat dit allemaal is gelukt, gaan we over naar de rubriek handen wassen. Is er (nog) zeep, en hoe krijg je ze uit de dispenser? Is de dispenser leeg of defect als er niets uit komt, of ben je zelf gewoon gatachterlijk omdat het niet lukt? Moet je zwaaien, tikken, ergens op duwen of je iris laten scannen voor het water uit de kraan komt? Het vraagt een volleerd mimespeler of contortionist om de code te kraken. In zeldzame gevallen word je zelfs teruggecatapulteerd in de tijd en pomp je het water zelf op met een - dit is geen grap - voetpedaal. Is er papier om je handen af te drogen en hoe komt het in godsnaam uit die dispenser?! Als er handblazers zijn, komt nog maar eens een dodelijk vermoeiend scala aan mogelijkheden aangerold: handen onder of voor het toestel, is er een knop of moet je eerst even zwaaien? Of .. is het gewoon geen handblazer, maar een lege papierdispenser waar je al tig minuten voor staat? En het houdt maar niet op want... waar is op het einde van deze helletocht dat klote betaalbewijsje ook al weer gebleven, zonder hetwelk je nimmer nooit meer naar buiten raakt? Vermakelijk om over te schrijven, maar het wijst volgens de podcastmakers op een veel dieper maatschappelijk onbehagen. De insteek van het leed in publieke toiletten wordt in de podcast vervolgens geëxtrapoleerd naar het leven in het algemeen, waarbij het maken van levenskeuzes en zelfs reizen een immense uitputtingsslag wordt. Leven in een ongelooflijk verlammende keuzestress die van de banaalste zaken zoals mayonaise aankopen, topsport voor je brein maakt en van weekboodschappen een jungletocht waarna je bijna aan een chakra healing of EMDR-sessie toe bent.Verder gaat het dan naar het dilemma van de kinderwens en hormonale anti-conceptie tot post-parfum depressie en maatschappelijke dilemma's in het leven van nu.Een absolute aanrader!

nikki_petit
0 0

Mijn superkracht

Laatst zag ik de film ‘The Invisible Man’ op Netflix; het idee van onzichtbare, doch wel voelbare, entiteiten intrigeert me al heel mijn leven. Vooral de scène waarin het hoofdpersonage een gevecht aangaat met de onzichtbare man wekte een vreemd gevoel van herkenning op. Hoe vaak had ik al te maken gehad met energieën die zich rond mij begeven, hun invloed voelbaar uitoefenen, maar die niet zichtbaar, tastbaar of bewijsbaar zijn? Als kind had ik het hier heel moeilijk mee. Hier in deze wereld is het alsof ik geblinddoekt ben en mij op de tast doorheen sferen en energieën begeef. Dat kan heel kwetsbaar en onzeker voelen. De perceptie die deze menselijke vorm mij biedt is uiterst beperkt, schijnt zelfs nog minder dan 0,001 procent te zijn van het totale elektromagnetisch veld. Dus ja, het gros van de bestaansmogelijkheden zien we niet. Toch dringt deze werkelijkheid, deze materiële illusie, zich op alsof er niets anders is. Het leidt ons uiterst efficiënt af van alles dat niet in de illusie past. Wie zich kan afwenden van de afleiding en doorheen de illusie kijkt, verruimt en bevrijdt zichzelf. Maar het is vaak een proces met vallen en opstaan. Het proces van ‘ontwaken’, waar zovelen tegenwoordig de mond vol van hebben. Mocht ik een superkracht kunnen kiezen in deze wereld, dan zou ik voor onzichtbaarheid gaan. Omdat ik mijn aanwezigheid te midden van anderen als ontzettend intens ervaar. En omdat afwezigheid, zonder daarbij op te houden te bestaan, me een rustige toestand lijkt. Geen ogen die op mij gericht zijn en toch erbij zijn. Vrijgesteld van de penetrante blik van een ander. Geen haken of tentakels die zich aan mijn wezen kunnen hechten. Ik stel me voor hoe het zou voelen mocht ik mij in een groep blinden bevinden. Het zou me geruststellen dat ze mij, mijn blik in het bijzonder, niet konden zien. Mijn blik die door zienden wél ‘gevangen’ wordt. De blik waarlangs er van alles uitgewisseld wordt. En dat uitwisselen, vooral de intensiteit ervan, overweldigt mij vaak. Het put mij uit, waardoor ik dan uit het zicht van anderen weer moet opladen. Om mij dan later, met frisse authentieke energie, weer in het gezichtsveld van anderen te ‘moeten’ begeven. Dit is voor mij een vermoeiend cyclisch menselijk gebeuren, een uitdagend proces waardoor ik mezelf beter leer kennen. Waarnaar de blik gaat, is waar de energie van de ziel naartoe gaat. Aandacht is energie van de ziel. Geen wonder dat er zoveel in het werk gesteld wordt om ons af te leiden. Elk scherm is een zwart gat waarin die energie opgezogen wordt. Onzichtbaarheid gaat over niet gezien worden, maar er wel zijn. Wat niet gezien wordt, krijgt geen aandacht. En misschien krijg ik te veel aandacht, wat me overprikkelt en ik niet goed kan verteren. Te veel om op in te gaan, te veel dat om een reactie vraagt. Daarom triggert de zin ‘ik wil je zien’ mij zo. Het is het uitgesproken verlangen van de ander om zijn blik aan mij te haken, bij mij energetisch binnen te dringen. Uiteraard is connectie mooi, is verbinding met anderen voedend en ontzettend waardevol. Verrijkend en verwarmend. Dat en nog veel meer. Maar mijn gevoel zegt dat het te veel is. Terwijl mijn angst nog steeds ‘verlies’ predikt. Onzichtbaar willen zijn, gaat ook over de perceptie van anderen willen controleren. Bepalen wat zij mogen zien en wat niet. Want wat zou er gebeuren mochten zij zien en ervaren wat ik niet wil dat zij zien en ervaren? Dat zou een messcherp oordeel kunnen opleveren. Dus mijn superkracht zou eigenlijk gebaseerd zijn op angst voor het oordeel van anderen. No surprise there. Dat oordeel van anderen schrijf ik blijkbaar veel macht toe. Het woord ‘messcherp’ doet me ook denken aan mijn operaties. Ik liet toe, omdat ik schijnbaar geen keuze had, dat ze in mij sneden en stukken weghaalden. Net zoals ik geen keuze leek te hebben, althans geen gunstige, om mijn yurts weg te halen. Het gaat hier allemaal om de waarde en het gewicht dat ik toeschrijf aan het oordeel van anderen. Mocht dat niet zo doorwegen, dan zou ik waarschijnlijk voor een andere superkracht kiezen, kunnen vliegen bijvoorbeeld. Nu denk ik er meteen bij dat ik onzichtbaar zou vliegen, zodat ze mij niet uit de lucht kunnen knallen. En alweer is daar die angst voor wat anderen me zouden kunnen aandoen. Die is niet zomaar weg te rationaliseren. Onzichtbaarheid geeft je ook de gelegenheid om dingen te zien en te ervaren die anders verborgen zouden zijn gebleven, door af te luisteren of ergens stiekem mee te kijken. Het lijkt me iets dat ik vooral in het begin zou doen, uit nieuwsgierigheid. Maar ik heb het idee dat het in teleurstelling zou uitmonden, en uiteindelijk is mensen bespioneren ook niet mijn voornaamste beweegreden om onzichtbaar te zijn. Met mijn onzichtbaarheid wil ik me in de eerste plaats juist van menselijk contact afschermen. Ik vind het bij het kiezen van een superkracht belangrijk om goed na te denken, echt je tijd te nemen voor de details. Het gaat hier immers over een superkracht, dus waarom zou je binnen bepaalde grenzen blijven denken? Ik neem me daarom ook voor dat ik niet alleen mezelf onzichtbaar kan maken, maar ook objecten en andere mensen. Mijn superkracht bestaat dus uit het aan het oog onttrekken van massa. Wat bestaat, kan ik doen verdwijnen. Zo zou ik dan mijn yurts laten verdwijnen op het moment dat de handhaving komt controleren. Of er een koepel van onzichtbaarheid overheen gooien zodat ze ook vanuit de lucht niet gespot kunnen worden. Ik zou alles dat niet getolereerd wordt onzichtbaar maken, zodat er ook geen oordeel of verdict over gevormd kan worden. Zodat het in alle rust en vrede kan blijven bestaan, zonder iemand te storen. Met het onzichtbaar maken van andere mensen, doel ik niet op het laten verdwijnen van ongewenste contacten. Want ik kan met mijn superkracht niets echt definitief laten verdwijnen, ik kan alleen iets aan het zicht onttrekken. En bovendien kan ik daarbij ook bepalen wie nog steeds kan zien wat ik onzichtbaar heb gemaakt. De mensen die ik vertrouw kunnen nog steeds zien wat anderen niet meer zien. Ik zou geliefden in bepaalde situaties kunnen beschermen door hen onzichtbaar te maken. Het hele idee om objecten, personen en mezelf onzichtbaar te maken gaat fundamenteel over bescherming. Wat niet gezien wordt, blijft gevrijwaard.  De macht die anderen uitoefenen en hoe dat nadelig kan zijn voor mij: daar draait het vaak om in dit leven. Het is iets waar ik een kluif aan heb op het vlak van mijn persoonlijke ontwikkeling. Sommige mensen lijken daar helemaal geen last van te hebben, maar de meeste mensen wel. Massaal worden er de hele dag door tal van activiteiten uitgevoerd en keuzes gemaakt die niet authentiek zijn en bijdragen aan een beroerde toestand, maar die toch systematisch worden doorgezet omdat er anders gevolgen zijn. Gedreven door de angst voor boetes, sancties, straffen, ongemak, armoede, pijn, trauma en ander leed. In het algemeen gaat het over een dreiging die van autoritaire bronnen uitgaat. Hoe meer zeggenschap iemand (of iets) heeft, hoe gevaarlijker. Een pure bron zal nooit iets opdringen, noch ergens mee dreigen. De waarheid eist geen zeggenschap, schreeuwt of dwingt niet. Wat echt is, heeft geen reden om iets te manipuleren of voor te liegen. In een wereld die we thuis kunnen noemen, is er niets verplicht. Het is niet abnormaal dat het hier zo wringt voor mij in deze wereld. Wat niet waarachtig is, krijgt hier zeggenschap. Het krijgt die zeggenschap, vanwege de angst, en dwingt het onrechtmatig af. Het is iets dat ons constant boven het hoofd hangt.  Ik wil dus onzichtbaar zijn voor dat wat niet echt is. Ik wil uit het vaarwater van een opgedrongen oordeel blijven en tegelijk toch authentiek kunnen leven. Omdat ik geen onechtheid wil dienen of voeden, wil ik er ook geen aandacht aan geven of van krijgen. Zo zit dat met die superkracht. En het lijkt me logisch, ik begrijp mijn keuze. Maar daar strand ik dan. Op een strand van frustratie, onrecht en machteloosheid. Deze tekst had hier kunnen stoppen, ware het niet dat ik me weer een belangrijk inzicht herinner. Het inzicht der inzichten wat mij betreft, althans in deze materiële illusie. Het luidt: om het recht te zetten, moet je het op zijn kop zetten. Draai het om! Draai alles om wat in deze illusie als normaal gezien wordt, vooral dat wat men verplicht noemt. Doe het omgekeerde en je komt er beter uit. Echter. Puurder. Dat concludeerde ik voor mezelf. Het is een richtlijn die me veel houvast geeft in deze matrix. Het omkeren van gewoontes, ideologieën en overtuigingen is een geestverruimende oefening die in veel situaties toepasbaar is. Toen ik vroeger tijdens mijn kunstprojecten even vastliep, dan kon ik de inspiratie ook weer laten stromen door simpelweg te brainstormen over het tegengestelde van wat ik wilde bekomen. Dus daar, op het strand van frustratie, onrecht en machteloosheid, bouw ik een boot. Ik laat uit het niets een boot ontstaan. Ik doe het omgekeerde: in plaats van iets te laten verdwijnen, laat ik iets ontstaan. Het wordt geen reddingssloep, maar een heus comfortabel schip. Met dit schip vaar ik moeiteloos tegen elke stroom in. En kan ik veilig ankeren in woelige wateren. Mijn superkracht, eentje die ik reeds bezit en dagelijks toepas, bestaat uit het zichtbaar maken van het immateriële. Met mijn creatief voorstellingsvermogen schep ik energetische velden die een invloed uitoefenen op mijn realiteit. Een kracht die ik, afgeleid door de toeters en bellen van de matrix, schromelijk heb onderschat. Vanuit frustratie en angst fantaseer ik erover om dingen, inclusief mezelf, onzichtbaar te maken. Terwijl ik vanuit lichtrijke kracht en vertrouwen dingen juist zichtbaar maak en toevoeg. Dingen, of energieën, waarvan ik vind dat ze ontbreken en kunnen bijdragen aan, om het even met een cliché uit te drukken, meer licht en liefde. Als ik alles rechtmatig op zijn kop zet, dan zie ik helder hoe illusies in deze wereld voor echt aangezien worden en hoe wat echt is als een illusie wordt afgedaan. Als ik alles omdraai, dan houdt het steek. Voor mij is de materiële wereld een waanvoorstelling die een bron van waarachtigheid bedekt. Wat ik met mijn gevoelswereld waarneem, een wereld die zich laat vertalen naar vorm, textuur en kleur, is voor mij echter dan de plek waar ik me lijk te bevinden. Met mijn derde oog zie ik de dingen accurater dan met mijn fysieke ogen. De lichtkoepels die ik met mijn adem blaas, de kleuren en bewegingen van aura’s, de draaiende vortexen die we tijdens drumcirkels creëren, de wemelende energie in een ruimte, de magie die ontstaat tijdens rituelen, een heldere ingeving die als een boodschap binnenkomt, de intuïtie die waarschuwt zonder rationele verklaring, ... het zijn allemaal ervaringen die de materiële wereld overstijgen. Ze zijn te vinden in het vruchtbare veld van subtiliteit. In tegenstelling tot de om aandacht schreeuwende materiële wereld, fluistert de waarheid. Welke superkracht zou jij willen bezitten? En hoe zou je deze symbolisch kunnen omkeren tot iets waarmee je vandaag het collectieve veld verblijd?  De 3 runen die ik trok voor deze tekst waren: -            Perthro: wat (nog) niet zichtbaar is, het onvoorspelbare-            Ingwaz: vruchtbaarheid, innerlijke groei-            Wunjo: vreugde, harmonieFoto door Lieven Herreman

KarolienDeman
8 1

Van 'petty crime' naar radicalisering. Zaventem Maalbeek.

https://www.2dehands.be/q/verf+ed+cannabis/ ********************************************************************** de link tussen het repressieve drugsbeleid, de sociale dynamiek in wijken als Molenbeek en de radicalisering die leidde tot de aanslagen Tien jaar na de aanslagen is er nog nooit een onderzoek gebeurt: waarom enkele bruine Brusselse ketten zich bekeerde tot de moordpartijen. Het is mijn overtuiging dat: had men tientallen jaren geleden cannabis gelegaliseerd die bruine ketten wel stoned, arbeidsloos, in de zetel haden gelegen maar zich niet tot die moordpartijen overgegaan waren. Waarom gaan ze niet voetballen? Omdat er geen plaats, voetbalvelden zijn. Waarom gaat niemand het zwembad in? Omdat er in Brussel geen enkel zwembad is. De politiek is. TREK UW PLAN. Ik heb het van ver gevolg. Toen de toenmalig P.S. burgemeester van Sint-Jans-Molenbeek zeer tolerant was bij het gebruik en verkoop van cannabis was er geen haar op het hoofd van die ketten om moordenaars te worden.Maar hij werd opgevolgd door een zeer intolerantie opvolger die met de nodige terreur het gebruik van cannabis vernietigde. Het begon in Nederland waar men de cannabis kopers vanuit België vooral Brussel beu was. Na een tijdje was er opeens geen takje cannabis in Brussel meer te vinden. De bruine ketten werden nuchter en zeer kwaad. Toen legden ze hun oor te luisteren bij extreme personen die hen opdagen om hun agressie bot te vieren op een agressieve cultuur die vooral op alcohol dreef. Toen gingen ze naar Syrië en daar kregen ze verder onderricht in terreur.  Het is verschrikkelijk dat de toenmalige politiekers o.a. Louis Tobback jaren gejaagd heeft op vooral arme, bruin, en alternatievelingen die cannabis prefererde voor alcohol en nu sinds hij geen macht meer geeft cannabis wil legaliseren. "De politie werd erdoor opgeslorpt en de gevangenissen raakten overvol. Terwijl miljarden illegaal de grens overgingen, spon het corrupte grootkapitaal garen bij het optreden van Louis Tobback." Alcohol fabriek die miljoenen aan de Leuvense stadskist doneert. IEDERE DAG bereiken ons 300 kreten om hulp vanwege fysiek geweld, intra familiaal geweld, een topje van de ijsberg,  meestal aangewakkerd door alcohol.  P.S. Onderzoekers zoals de Franse socioloog Olivier Roy en de Belgische expert Rik Coolsaet hebben beschreven hoe een deel van de daders een verleden had in de kleine criminaliteit (waaronder drugshandel). Wanneer die vertrouwde sociale structuren en inkomstenbronnen onder druk kwamen te staan door repressie, ontstond er een vacuüm dat door extremistische ronselaars werd opgevuld. De overstap van een "zondig" leven (drugs/criminaliteit) naar een "zuiver" strijdersbestaan in Syrië bood hen een vorm van (valse) verlossing en een uitlaatklep voor hun frustratie tegenover de samenleving.  De veranderende visie van figuren als Louis Tobback weerspiegelt de bredere maatschappelijke verschuiving. Wat decennia geleden taboe was (cannabislegalisatie), wordt nu door voortschrijdend inzicht door steeds meer beleidsmakers gesteund, vaak om de zwarte markt uit handen van criminelen te halen.  De overgang van het tijdperk-Moureaux (vaak bekritiseerd om een gedoogbeleid) naar een strengere aanpak onder latere besturen is inderdaad een veelbesproken kantelpunt in de lokale geschiedenis van de gemeente. **************************** FOTO GALLERY verf ed ed+altaar+de+culturen/ Rond 1995 heb ik dat werk gemaakt. Ik noem het "altaar der culturen." Links ziet men een tv, onze gemeenschappelijke identiteit valt van het - silicium - glas - zand.De gemeenschappelijke informatiebronnen zijn verdwenen.De wijzen van vroeger opgevolgd door radio en uiteindelijk als laatste de tv die een ongeveer gemeenschappelijke boodschap uitdragen, ons collectief geheugen, is niet meer.De informatie is versplinterd.Rechts ziet men een gietijzeren kandelaar daar in een mensenhoofd in papier. Stukken teksten. Krantenpapier "De encyclopedische mens".Gietijzer = nationalistenKandelaar = religieIn het midden staat de hedendaagse mens. Opgesloten. "de encyclopedische mens".Dit deel is gemaakt van een reclame voor lippenstift.Regeneratie KosmetikIn de dubbele wand gaan luchtbellen in het water de hoogte in.In die dubbel - transparantie - plexiglas zit diezelfde "encyclopedische mens".Het geheel staat op dunne platen, glas = chips = zand = silicium.Het geheel steunt op een gietijzeren pilaar = industriële cultuur.De gietijzeren plaat staat op de grond = landbouwcultuur.HET ALTAAR DER CULTUREN. Ik woonde toen in de Aalmoezenierstraat in Antwerpen. De jaren 90 tig. http://www.anamorfose.be/verf/misc-images/verf-t-i-r-e

verf ed: Contemporary interdisciplinair ArtTIST, nen tjolder, nen prutser. BIO.
108 0

Een oefening in sterven

Elke dag is een oefening in sterven. Die gedachte bekruipt me iedere ochtend weer; doorgaans wanneer ik op de trein wacht en me overgeef aan mijn meest walgelijke tics. Ik pulk bijvoorbeeld de randen van mijn vingernagels om ze vervolgens naast de vuilbak te gooien. Daar dienen ze als voedsel voor de vogels, de insecten, het ongedierte. Ze zijn een voorschot op de rest van mijn lijf. Want we zijn wormenvoeding, we leven om ander leven tot voedsel te dienen. Mensen noemen me cynisch wanneer ik dat zeg. ‘Wormenvoeding’ is zelden een epitaaf, hoewel het dichter bij de waarheid ligt dan het ‘Requiescat in pace’ dat de meeste grafstenen siert. Op botte nuchterheid rust blijkbaar een groter taboe dan op schaamteloze dronkenschap. Wat de goegemeente vereist is ingetogen zelfbedrog. Maar geen dodenwake, boek der doden of transhumanistisch manifest kan de waarheid verhullen: de natuur is een recyclagefabriek en wij zijn de grondstoffen. Van wouden maakt ze steenkool, algen vermaalt ze tot krijt. Miljarden jaren maalt ze al. Ooit zal ze ook ons vermalen. Zelfs de sauropoden dwong ze op de knieën. Het leven komt met een prijs. In het menselijke bestel wordt die vooral door andere wezens betaald. We vissen de zeeën leeg en kappen de wouden kaal. Kuikens, biggen en kalveren versnijden we tot steaks, burgers en worsten. Maar al dat voedsel, die massa organisch materiaal die ligt opgeslagen in onze botten, spieren, pezen en ingewanden, wacht slechts op het moment om opnieuw te ontbinden. Ook wij liggen ooit horizontaal in de aardkorst, uitgestald als een feestdis voor maden, schimmels en bacteriën. Mensen zijn biefstukken met kapsones, en daar ben ik geen uitzondering op. Die wetenschap voegt geen el toe aan mijn levenslijn, maar maakt de streken waar ik normaal zo gewichtig over doe plots een pak lichter. Inzicht brengt opluchting. Zelfs het zwaarste boek uit onze literaire traditie onderkent dat. ‘Lucht en leegte’, zegt het Bijbelboek Prediker, ‘Lucht en leegte, alles is leegte.’ Laat me dus maar genieten van het leven, inclusief van mijn walgelijke tics. Wie goed kijkt ziet wat mijn vingernagels werkelijk zijn: dankoffers voor het korte bestaan dat me op deze planeet is gegund. Pieter Van der Schoot Deze column verscheen ook op mijn blog Observaties uit het ondermaanse. Afbeelding: Koning Salomo, volgens de traditie de auteur van het boek Prediker.© Gustave Doré, Public domain, via Wikimedia Commons

Pieter Van der Schoot
9 1

Uit mijn dagboek

Shenandoah- National park – Virginia Rileyville, 16 april 2022 Terwijl we die middag dieper in het hart van het bos afdwaalden, wikkelde vermoeidheid zich als een zware mantel om me heen. Mijn metgezellen gingen door, ik bleef alleen achter in een woud dat door de tijd onaangetast was. Hier, in deze desolate wildernis, omhulde de stilte me als een dikke mist, een stilte zo diepgaand dat ze tastbaar was, een scherp contrast met de drukke wereld. Toch vond ik in die griezelige omhelzing een vreemde troost. Welke geheimen lagen verborgen in de schaduwen van de torenhoge bomen? Welke onzichtbare ogen keken vanuit de dichte struiken en achter de scherpe rotsen? De kale takken fluisterden oude verhalen, hun kromme vingers krabbelend aan het canvas van de lucht. Boven cirkelden de gieren met een doel, hun schaduwen glijdend over de grond, wat zochten zij? En terwijl ik in de eindeloze uitgestrektheid van het bos keek, dansten visioenen voor mijn geestesoog, me uitnodigend om hun mysteries te onthullen. De beer en haar drie jongen, een symbool van bescherming en zorgzaamheid, bleven in mijn gedachten hangen, een herinnering aan de kwetsbare balans van de natuur. En dan was er het hert, met zijn nieuwsgierige blik, me uitnodigend om na te denken over wat er onder onze fragiele coëxistentie lag. Waarom had ik ervoor gekozen om net voor de top te stoppen? Was het vermoeidheid of angst? Of misschien iets dieper, een erkenning van mijn eigen beperkingen?  In dit moment van stilte, terwijl ik aandachtig luisterde naar de hartslag van het bos, voelde ik een onverklaarbare verbinding met alles om me heen. De stilte was niet slechts een afwezigheid van geluid, maar een uitnodiging om de diepten van mijn verbeelding te verkennen, waar de weg naar morgen wachtte, kronkelend door de schaduwen en het licht van het onbekende. Welke avonturen wachtten er net achter de sluier, als ik maar durfde ze te onthullen?

Nadia Lang
3 1

Remains of the day

Ondanks de dreigende wolken was het een warme dag, broeierig warm zelfs. De hele namiddag hadden de jongens aan hun zandkasteel gewerkt. Het zou het grootste fort ooit worden, omringd door een wirwar van kanaaltjes en muurtjes die het moesten beschermen tegen het opkomende tij. Ze hadden de piratenvlag gehesen om ongewenste bezoekers op afstand te houden. Andere kinderen keken jaloers toe, en strandbezoekers liepen er eerbiedig, met bewonderende blikken, in een grote boog omheen. Eén stoutmoedige zeemeermin wilde gefotografeerd worden bij de piratenvlag. Dat werd de jeugdige schoonheid graag gegund door de trotse gravers.  De zee was rustig, heel rustig. Toch sloop ze langzaam maar zeker dichterbij. Toen de zon in de late namiddag even door de wolken brak, besloten de jongens een duik te nemen in het koele water. Uitgelaten stoeiden ze in de golven, die stilaan oprukten naar het strand en hun piratenfort. Ondertussen vormden zich kleine geultjes die aan de muurtjes van hun bouwwerk knabbelden. Opgewonden kwamen de jongens teruggerend. Ook de donkere wolken naderden snel. Plots vielen er dikke druppels uit de lucht; strandgangers pakten haastig hun spullen en dropen af. Maar de jongens gaven niet op. Samen schuilden we onder onze grote strandhanddoek. Gefascineerd keken we toe hoe de zee langzaam maar zeker het strand weer in bezit nam. Toen brak de zon opnieuw door de wolken, en de jongens dansten opgewonden rond hun steeds verder afbrokkelende bouwwerk, tot het laatste zandmuurtje verslonden was en elk putje weer door de zee was ingenomen. We namen onze spullen en vertrokken. We keken nog één keer om: het grootste zandkasteel ooit was door de zee veroverd. Alleen de zee bleef achter, stil, alsof er nooit iets geweest was. Het kasteel was verdwenen, maar de dag zou blijven.

Nadia Lang
0 0

Heroïne.

Die ochtend vond hij zijn vader in de zetel, schijnbaar in een diepe rust die nooit meer verstoord zou worden. De jonge man smeekte, schudde aan het levenloze lichaam, sloeg in wanhoop tegen de wangen die ooit warm aanvoelden. Niets. De stilte die volgde was oorverdovend. Zijn wereld stortte niet alleen in; hij verpulverde. De pijn die daarop volgde was zo ondraaglijk, zo allesverslindend, "Hier, adem dit in... alle pijn zal wegvloeien," fluisterde zijn vriend, als een misleidende engel van genade. Op een stukje aluminiumfolie danste een bruin poeder boven een vlam, een duivels brouwsel dat beloofde de rauwe randen van zijn ziel te verzachten. Hij inhaleerde, en inderdaad: de ijzige kou in zijn borst maakte plaats voor een verraderlijke, warme deken. In die jaren was er geen medeleven, alleen verstoting. De maatschappij keek weg en dreef mensen zoals hij naar de schaduwen, naar de vergeetputten van de ziel. Vijftien jaar lang overleefde hij in die ondergrondse duisternis. Hij kocht en verkocht. Terwijl anderen pronkten met blitse auto’s en gouden ketens, kocht hij slechts één ding: verdoving. Elke cent die hij verdiende was een offer aan de god van de vergetelheid, een wanhopige poging om de herinnering aan die ochtend in de zetel uit te wissen. Pas toen de wereld eindelijk leerde kijken met ogen van erbarmen, vond hij de weg terug via een netwerk van hulp. Hij vocht zich uit de klauwen van de roes en koos voor het leven, hoe kwetsbaar ook. Een nieuwe start, weg van de schaduwen. "Nu de overheid tekortschiet in het weren van deze producten, is een adequate opvang van slachtoffers, de verslavend, het minste wat zij kan doen. De epidemie kan alleen worden gestopt door de vraag naar deze producten te beëindigen." Vandaag de dag zien we de verwoesting nog steeds, vaak vermomd in een legaal jasje. Dagelijks bereiken ons 300 kreten om hulp vanwege fysiek geweld, meestal aangewakkerd door alcohol. Een middel dat we weigeren bij de naam te noemen, omdat traditie en dogma het heilig hebben verklaard. Want stel je voor dat we het 'bloed van Christus' zouden bestempelen als dat wat het voor zovelen is: een verwoestende drug die harten breekt en levens verwoest.

verf ed: Contemporary interdisciplinair ArtTIST, nen tjolder, nen prutser. BIO.
15 0