Zoeken

Weesgezeten - krachtig en direct. Absoluut luisterenswaardig! (relaas over een podcastaflevering)

In de eerste aflevering van rubriek Weesgezeten, een concept van podcast Opmoederswijze, gaat de host in gesprek met Nele. Nele's antwoord op de Weesgezetenvraag "Wat bezigt u?" raakt aan een, volgens mij, even diepgeworteld als universeel ongenoegen. Het verpletterende effect van een doorgeslagen slinger. De in de podcast terecht verguisde wildgroei aan operationele mogelijkheden in publieke toiletten is, alvast ook mij, een doorn in het oog. Het begint al met de eerste te nemen horde: überhaupt binnen geraken. Allerlei poortjes, slagbomen, in- en uitstromen en een fijne selectie, al dan niet defecte, betaalmogelijkheden maken in geen tijd van de hoge nood een hoogste nood.Vervolgens duikt de ene beproeving na de andere op. De toiletten, uitgerust met twee knoppen om te spoelen, grote boodschap/kleine boodschap weet je wel, maar vaak werkt één ervan gewoon niet. Paniek dus, want zal de knop voor de kleine boodschap wel volstaan voor diens meer uit de kluiten gewassen broertje of zusje? De eerste okselvijvers vormen zich. Soms jaagt het toilet je, steels achter je rug, plots de stuipen op het lijf met een geautomatiseerde spoelen-wrijven-drogen cyclus waar menige wasmachine slechts van kan dromen. Vaker echter is het spoelsysteem nog aan het werk op zijn 67ste en slaagt het ding er alleen nog in je drol vermoeid rond te draaien. Daar rest je dan niks anders dan muisstil met het schaamrood op je wangen te wachten, tot je vermoedt dat je ongezien de aftocht kunt blazen.Toiletpapier vinden is er ook immer een queeste. Meestal betrap ik me erop dat ik in dat vervelende bakje zit te grabbelen naar een, altijd onwillig en te snel afscheurend velletje papier, zoals vroeger naar een verloren gegane tampon zonder draadje. Voor de niet-menstruerenden onder ons, geloof me, the struggle is real. Verondersteld dat dit allemaal is gelukt, gaan we over naar de rubriek handen wassen. Is er (nog) zeep, en hoe krijg je ze uit de dispenser? Is de dispenser leeg of defect als er niets uit komt, of ben je zelf gewoon gatachterlijk omdat het niet lukt? Moet je zwaaien, tikken, ergens op duwen of je iris laten scannen voor het water uit de kraan komt? Het vraagt een volleerd mimespeler of contortionist om de code te kraken. In zeldzame gevallen word je zelfs teruggecatapulteerd in de tijd en pomp je het water zelf op met een - dit is geen grap - voetpedaal. Is er papier om je handen af te drogen en hoe komt het in godsnaam uit die dispenser?! Als er handblazers zijn, komt nog maar eens een dodelijk vermoeiend scala aan mogelijkheden aangerold: handen onder of voor het toestel, is er een knop of moet je eerst even zwaaien? Of .. is het gewoon geen handblazer, maar een lege papierdispenser waar je al tig minuten voor staat? En het houdt maar niet op want... waar is op het einde van deze helletocht dat klote betaalbewijsje ook al weer gebleven, zonder hetwelk je nimmer nooit meer naar buiten raakt? Vermakelijk om over te schrijven, maar het wijst volgens de podcastmakers op een veel dieper maatschappelijk onbehagen. De insteek van het leed in publieke toiletten wordt in de podcast vervolgens geëxtrapoleerd naar het leven in het algemeen, waarbij het maken van levenskeuzes en zelfs reizen een immense uitputtingsslag wordt. Leven in een ongelooflijk verlammende keuzestress die van de banaalste zaken zoals mayonaise aankopen, topsport voor je brein maakt en van weekboodschappen een jungletocht waarna je bijna aan een chakra healing of EMDR-sessie toe bent.Verder gaat het dan naar het dilemma van de kinderwens en hormonale anti-conceptie tot post-parfum depressie en maatschappelijke dilemma's in het leven van nu.Een absolute aanrader!

nikki_petit
0 0

Mijn superkracht

Laatst zag ik de film ‘The Invisible Man’ op Netflix; het idee van onzichtbare, doch wel voelbare, entiteiten intrigeert me al heel mijn leven. Vooral de scène waarin het hoofdpersonage een gevecht aangaat met de onzichtbare man wekte een vreemd gevoel van herkenning op. Hoe vaak had ik al te maken gehad met energieën die zich rond mij begeven, hun invloed voelbaar uitoefenen, maar die niet zichtbaar, tastbaar of bewijsbaar zijn? Als kind had ik het hier heel moeilijk mee. Hier in deze wereld is het alsof ik geblinddoekt ben en mij op de tast doorheen sferen en energieën begeef. Dat kan heel kwetsbaar en onzeker voelen. De perceptie die deze menselijke vorm mij biedt is uiterst beperkt, schijnt zelfs nog minder dan 0,001 procent te zijn van het totale elektromagnetisch veld. Dus ja, het gros van de bestaansmogelijkheden zien we niet. Toch dringt deze werkelijkheid, deze materiële illusie, zich op alsof er niets anders is. Het leidt ons uiterst efficiënt af van alles dat niet in de illusie past. Wie zich kan afwenden van de afleiding en doorheen de illusie kijkt, verruimt en bevrijdt zichzelf. Maar het is vaak een proces met vallen en opstaan. Het proces van ‘ontwaken’, waar zovelen tegenwoordig de mond vol van hebben. Mocht ik een superkracht kunnen kiezen in deze wereld, dan zou ik voor onzichtbaarheid gaan. Omdat ik mijn aanwezigheid te midden van anderen als ontzettend intens ervaar. En omdat afwezigheid, zonder daarbij op te houden te bestaan, me een rustige toestand lijkt. Geen ogen die op mij gericht zijn en toch erbij zijn. Vrijgesteld van de penetrante blik van een ander. Geen haken of tentakels die zich aan mijn wezen kunnen hechten. Ik stel me voor hoe het zou voelen mocht ik mij in een groep blinden bevinden. Het zou me geruststellen dat ze mij, mijn blik in het bijzonder, niet konden zien. Mijn blik die door zienden wél ‘gevangen’ wordt. De blik waarlangs er van alles uitgewisseld wordt. En dat uitwisselen, vooral de intensiteit ervan, overweldigt mij vaak. Het put mij uit, waardoor ik dan uit het zicht van anderen weer moet opladen. Om mij dan later, met frisse authentieke energie, weer in het gezichtsveld van anderen te ‘moeten’ begeven. Dit is voor mij een vermoeiend cyclisch menselijk gebeuren, een uitdagend proces waardoor ik mezelf beter leer kennen. Waarnaar de blik gaat, is waar de energie van de ziel naartoe gaat. Aandacht is energie van de ziel. Geen wonder dat er zoveel in het werk gesteld wordt om ons af te leiden. Elk scherm is een zwart gat waarin die energie opgezogen wordt. Onzichtbaarheid gaat over niet gezien worden, maar er wel zijn. Wat niet gezien wordt, krijgt geen aandacht. En misschien krijg ik te veel aandacht, wat me overprikkelt en ik niet goed kan verteren. Te veel om op in te gaan, te veel dat om een reactie vraagt. Daarom triggert de zin ‘ik wil je zien’ mij zo. Het is het uitgesproken verlangen van de ander om zijn blik aan mij te haken, bij mij energetisch binnen te dringen. Uiteraard is connectie mooi, is verbinding met anderen voedend en ontzettend waardevol. Verrijkend en verwarmend. Dat en nog veel meer. Maar mijn gevoel zegt dat het te veel is. Terwijl mijn angst nog steeds ‘verlies’ predikt. Onzichtbaar willen zijn, gaat ook over de perceptie van anderen willen controleren. Bepalen wat zij mogen zien en wat niet. Want wat zou er gebeuren mochten zij zien en ervaren wat ik niet wil dat zij zien en ervaren? Dat zou een messcherp oordeel kunnen opleveren. Dus mijn superkracht zou eigenlijk gebaseerd zijn op angst voor het oordeel van anderen. No surprise there. Dat oordeel van anderen schrijf ik blijkbaar veel macht toe. Het woord ‘messcherp’ doet me ook denken aan mijn operaties. Ik liet toe, omdat ik schijnbaar geen keuze had, dat ze in mij sneden en stukken weghaalden. Net zoals ik geen keuze leek te hebben, althans geen gunstige, om mijn yurts weg te halen. Het gaat hier allemaal om de waarde en het gewicht dat ik toeschrijf aan het oordeel van anderen. Mocht dat niet zo doorwegen, dan zou ik waarschijnlijk voor een andere superkracht kiezen, kunnen vliegen bijvoorbeeld. Nu denk ik er meteen bij dat ik onzichtbaar zou vliegen, zodat ze mij niet uit de lucht kunnen knallen. En alweer is daar die angst voor wat anderen me zouden kunnen aandoen. Die is niet zomaar weg te rationaliseren. Onzichtbaarheid geeft je ook de gelegenheid om dingen te zien en te ervaren die anders verborgen zouden zijn gebleven, door af te luisteren of ergens stiekem mee te kijken. Het lijkt me iets dat ik vooral in het begin zou doen, uit nieuwsgierigheid. Maar ik heb het idee dat het in teleurstelling zou uitmonden, en uiteindelijk is mensen bespioneren ook niet mijn voornaamste beweegreden om onzichtbaar te zijn. Met mijn onzichtbaarheid wil ik me in de eerste plaats juist van menselijk contact afschermen. Ik vind het bij het kiezen van een superkracht belangrijk om goed na te denken, echt je tijd te nemen voor de details. Het gaat hier immers over een superkracht, dus waarom zou je binnen bepaalde grenzen blijven denken? Ik neem me daarom ook voor dat ik niet alleen mezelf onzichtbaar kan maken, maar ook objecten en andere mensen. Mijn superkracht bestaat dus uit het aan het oog onttrekken van massa. Wat bestaat, kan ik doen verdwijnen. Zo zou ik dan mijn yurts laten verdwijnen op het moment dat de handhaving komt controleren. Of er een koepel van onzichtbaarheid overheen gooien zodat ze ook vanuit de lucht niet gespot kunnen worden. Ik zou alles dat niet getolereerd wordt onzichtbaar maken, zodat er ook geen oordeel of verdict over gevormd kan worden. Zodat het in alle rust en vrede kan blijven bestaan, zonder iemand te storen. Met het onzichtbaar maken van andere mensen, doel ik niet op het laten verdwijnen van ongewenste contacten. Want ik kan met mijn superkracht niets echt definitief laten verdwijnen, ik kan alleen iets aan het zicht onttrekken. En bovendien kan ik daarbij ook bepalen wie nog steeds kan zien wat ik onzichtbaar heb gemaakt. De mensen die ik vertrouw kunnen nog steeds zien wat anderen niet meer zien. Ik zou geliefden in bepaalde situaties kunnen beschermen door hen onzichtbaar te maken. Het hele idee om objecten, personen en mezelf onzichtbaar te maken gaat fundamenteel over bescherming. Wat niet gezien wordt, blijft gevrijwaard.  De macht die anderen uitoefenen en hoe dat nadelig kan zijn voor mij: daar draait het vaak om in dit leven. Het is iets waar ik een kluif aan heb op het vlak van mijn persoonlijke ontwikkeling. Sommige mensen lijken daar helemaal geen last van te hebben, maar de meeste mensen wel. Massaal worden er de hele dag door tal van activiteiten uitgevoerd en keuzes gemaakt die niet authentiek zijn en bijdragen aan een beroerde toestand, maar die toch systematisch worden doorgezet omdat er anders gevolgen zijn. Gedreven door de angst voor boetes, sancties, straffen, ongemak, armoede, pijn, trauma en ander leed. In het algemeen gaat het over een dreiging die van autoritaire bronnen uitgaat. Hoe meer zeggenschap iemand (of iets) heeft, hoe gevaarlijker. Een pure bron zal nooit iets opdringen, noch ergens mee dreigen. De waarheid eist geen zeggenschap, schreeuwt of dwingt niet. Wat echt is, heeft geen reden om iets te manipuleren of voor te liegen. In een wereld die we thuis kunnen noemen, is er niets verplicht. Het is niet abnormaal dat het hier zo wringt voor mij in deze wereld. Wat niet waarachtig is, krijgt hier zeggenschap. Het krijgt die zeggenschap, vanwege de angst, en dwingt het onrechtmatig af. Het is iets dat ons constant boven het hoofd hangt.  Ik wil dus onzichtbaar zijn voor dat wat niet echt is. Ik wil uit het vaarwater van een opgedrongen oordeel blijven en tegelijk toch authentiek kunnen leven. Omdat ik geen onechtheid wil dienen of voeden, wil ik er ook geen aandacht aan geven of van krijgen. Zo zit dat met die superkracht. En het lijkt me logisch, ik begrijp mijn keuze. Maar daar strand ik dan. Op een strand van frustratie, onrecht en machteloosheid. Deze tekst had hier kunnen stoppen, ware het niet dat ik me weer een belangrijk inzicht herinner. Het inzicht der inzichten wat mij betreft, althans in deze materiële illusie. Het luidt: om het recht te zetten, moet je het op zijn kop zetten. Draai het om! Draai alles om wat in deze illusie als normaal gezien wordt, vooral dat wat men verplicht noemt. Doe het omgekeerde en je komt er beter uit. Echter. Puurder. Dat concludeerde ik voor mezelf. Het is een richtlijn die me veel houvast geeft in deze matrix. Het omkeren van gewoontes, ideologieën en overtuigingen is een geestverruimende oefening die in veel situaties toepasbaar is. Toen ik vroeger tijdens mijn kunstprojecten even vastliep, dan kon ik de inspiratie ook weer laten stromen door simpelweg te brainstormen over het tegengestelde van wat ik wilde bekomen. Dus daar, op het strand van frustratie, onrecht en machteloosheid, bouw ik een boot. Ik laat uit het niets een boot ontstaan. Ik doe het omgekeerde: in plaats van iets te laten verdwijnen, laat ik iets ontstaan. Het wordt geen reddingssloep, maar een heus comfortabel schip. Met dit schip vaar ik moeiteloos tegen elke stroom in. En kan ik veilig ankeren in woelige wateren. Mijn superkracht, eentje die ik reeds bezit en dagelijks toepas, bestaat uit het zichtbaar maken van het immateriële. Met mijn creatief voorstellingsvermogen schep ik energetische velden die een invloed uitoefenen op mijn realiteit. Een kracht die ik, afgeleid door de toeters en bellen van de matrix, schromelijk heb onderschat. Vanuit frustratie en angst fantaseer ik erover om dingen, inclusief mezelf, onzichtbaar te maken. Terwijl ik vanuit lichtrijke kracht en vertrouwen dingen juist zichtbaar maak en toevoeg. Dingen, of energieën, waarvan ik vind dat ze ontbreken en kunnen bijdragen aan, om het even met een cliché uit te drukken, meer licht en liefde. Als ik alles rechtmatig op zijn kop zet, dan zie ik helder hoe illusies in deze wereld voor echt aangezien worden en hoe wat echt is als een illusie wordt afgedaan. Als ik alles omdraai, dan houdt het steek. Voor mij is de materiële wereld een waanvoorstelling die een bron van waarachtigheid bedekt. Wat ik met mijn gevoelswereld waarneem, een wereld die zich laat vertalen naar vorm, textuur en kleur, is voor mij echter dan de plek waar ik me lijk te bevinden. Met mijn derde oog zie ik de dingen accurater dan met mijn fysieke ogen. De lichtkoepels die ik met mijn adem blaas, de kleuren en bewegingen van aura’s, de draaiende vortexen die we tijdens drumcirkels creëren, de wemelende energie in een ruimte, de magie die ontstaat tijdens rituelen, een heldere ingeving die als een boodschap binnenkomt, de intuïtie die waarschuwt zonder rationele verklaring, ... het zijn allemaal ervaringen die de materiële wereld overstijgen. Ze zijn te vinden in het vruchtbare veld van subtiliteit. In tegenstelling tot de om aandacht schreeuwende materiële wereld, fluistert de waarheid. Welke superkracht zou jij willen bezitten? En hoe zou je deze symbolisch kunnen omkeren tot iets waarmee je vandaag het collectieve veld verblijd?  De 3 runen die ik trok voor deze tekst waren: -            Perthro: wat (nog) niet zichtbaar is, het onvoorspelbare-            Ingwaz: vruchtbaarheid, innerlijke groei-            Wunjo: vreugde, harmonieFoto door Lieven Herreman

KarolienDeman
8 1

Van 'petty crime' naar radicalisering. Zaventem Maalbeek.

https://www.2dehands.be/q/verf+ed+cannabis/ ********************************************************************** de link tussen het repressieve drugsbeleid, de sociale dynamiek in wijken als Molenbeek en de radicalisering die leidde tot de aanslagen Tien jaar na de aanslagen is er nog nooit een onderzoek gebeurt: waarom enkele bruine Brusselse ketten zich bekeerde tot de moordpartijen. Het is mijn overtuiging dat: had men tientallen jaren geleden cannabis gelegaliseerd die bruine ketten wel stoned, arbeidsloos, in de zetel haden gelegen maar zich niet tot die moordpartijen overgegaan waren. Waarom gaan ze niet voetballen? Omdat er geen plaats, voetbalvelden zijn. Waarom gaat niemand het zwembad in? Omdat er in Brussel geen enkel zwembad is. De politiek is. TREK UW PLAN. Ik heb het van ver gevolg. Toen de toenmalig P.S. burgemeester van Sint-Jans-Molenbeek zeer tolerant was bij het gebruik en verkoop van cannabis was er geen haar op het hoofd van die ketten om moordenaars te worden.Maar hij werd opgevolgd door een zeer intolerantie opvolger die met de nodige terreur het gebruik van cannabis vernietigde. Het begon in Nederland waar men de cannabis kopers vanuit België vooral Brussel beu was. Na een tijdje was er opeens geen takje cannabis in Brussel meer te vinden. De bruine ketten werden nuchter en zeer kwaad. Toen legden ze hun oor te luisteren bij extreme personen die hen opdagen om hun agressie bot te vieren op een agressieve cultuur die vooral op alcohol dreef. Toen gingen ze naar Syrië en daar kregen ze verder onderricht in terreur.  Het is verschrikkelijk dat de toenmalige politiekers o.a. Louis Tobback jaren gejaagd heeft op vooral arme, bruin, en alternatievelingen die cannabis prefererde voor alcohol en nu sinds hij geen macht meer geeft cannabis wil legaliseren. "De politie werd erdoor opgeslorpt en de gevangenissen raakten overvol. Terwijl miljarden illegaal de grens overgingen, spon het corrupte grootkapitaal garen bij het optreden van Louis Tobback." Alcohol fabriek die miljoenen aan de Leuvense stadskist doneert. IEDERE DAG bereiken ons 300 kreten om hulp vanwege fysiek geweld, intra familiaal geweld, een topje van de ijsberg,  meestal aangewakkerd door alcohol.  P.S. Onderzoekers zoals de Franse socioloog Olivier Roy en de Belgische expert Rik Coolsaet hebben beschreven hoe een deel van de daders een verleden had in de kleine criminaliteit (waaronder drugshandel). Wanneer die vertrouwde sociale structuren en inkomstenbronnen onder druk kwamen te staan door repressie, ontstond er een vacuüm dat door extremistische ronselaars werd opgevuld. De overstap van een "zondig" leven (drugs/criminaliteit) naar een "zuiver" strijdersbestaan in Syrië bood hen een vorm van (valse) verlossing en een uitlaatklep voor hun frustratie tegenover de samenleving.  De veranderende visie van figuren als Louis Tobback weerspiegelt de bredere maatschappelijke verschuiving. Wat decennia geleden taboe was (cannabislegalisatie), wordt nu door voortschrijdend inzicht door steeds meer beleidsmakers gesteund, vaak om de zwarte markt uit handen van criminelen te halen.  De overgang van het tijdperk-Moureaux (vaak bekritiseerd om een gedoogbeleid) naar een strengere aanpak onder latere besturen is inderdaad een veelbesproken kantelpunt in de lokale geschiedenis van de gemeente. **************************** FOTO GALLERY verf ed ed+altaar+de+culturen/ Rond 1995 heb ik dat werk gemaakt. Ik noem het "altaar der culturen." Links ziet men een tv, onze gemeenschappelijke identiteit valt van het - silicium - glas - zand.De gemeenschappelijke informatiebronnen zijn verdwenen.De wijzen van vroeger opgevolgd door radio en uiteindelijk als laatste de tv die een ongeveer gemeenschappelijke boodschap uitdragen is niet meer.De informatie is versplinterd.Rechts ziet men een gietijzeren kandelaar daar in een mensenhoofd in papier. Stukken teksten. Krantenpapier "De encyclopedische mens".Gietijzer = nationalistenKandelaar = religieIn het midden staat de hedendaagse mens. Opgesloten. "de encyclopedische mens".Dit deel is gemaakt van een reclame voor lippenstift.Regeneratie KosmetikIn de dubbele wand gaan luchtbellen in het water de hoogte in.In die dubbel - transparantie - plexiglas zit diezelfde "encyclopedische mens".Het geheel staat op dunne platen, glas = chips = zand = silicium.Het geheel steunt op een gietijzeren pilaar = industriële cultuur.De gietijzeren plaat staat op de grond = landbouwcultuur.HET ALTAAR DER CULTUREN. Ik woonde toen in de Aalmoezenierstraat in Antwerpen. De jaren 90 tig. http://www.anamorfose.be/verf/misc-images/verf-t-i-r-e

verf ed: Contemporary interdisciplinair ArtTIST, nen tjolder, nen prutser.
59 0

Een oefening in sterven

Elke dag is een oefening in sterven. Die gedachte bekruipt me iedere ochtend weer; doorgaans wanneer ik op de trein wacht en me overgeef aan mijn meest walgelijke tics. Ik pulk bijvoorbeeld de randen van mijn vingernagels om ze vervolgens naast de vuilbak te gooien. Daar dienen ze als voedsel voor de vogels, de insecten, het ongedierte. Ze zijn een voorschot op de rest van mijn lijf. Want we zijn wormenvoeding, we leven om ander leven tot voedsel te dienen. Mensen noemen me cynisch wanneer ik dat zeg. ‘Wormenvoeding’ is zelden een epitaaf, hoewel het dichter bij de waarheid ligt dan het ‘Requiescat in pace’ dat de meeste grafstenen siert. Op botte nuchterheid rust blijkbaar een groter taboe dan op schaamteloze dronkenschap. Wat de goegemeente vereist is ingetogen zelfbedrog. Maar geen dodenwake, boek der doden of transhumanistisch manifest kan de waarheid verhullen: de natuur is een recyclagefabriek en wij zijn de grondstoffen. Van wouden maakt ze steenkool, algen vermaalt ze tot krijt. Miljarden jaren maalt ze al. Ooit zal ze ook ons vermalen. Zelfs de sauropoden dwong ze op de knieën. Het leven komt met een prijs. In het menselijke bestel wordt die vooral door andere wezens betaald. We vissen de zeeën leeg en kappen de wouden kaal. Kuikens, biggen en kalveren versnijden we tot steaks, burgers en worsten. Maar al dat voedsel, die massa organisch materiaal die ligt opgeslagen in onze botten, spieren, pezen en ingewanden, wacht slechts op het moment om opnieuw te ontbinden. Ook wij liggen ooit horizontaal in de aardkorst, uitgestald als een feestdis voor maden, schimmels en bacteriën. Mensen zijn biefstukken met kapsones, en daar ben ik geen uitzondering op. Die wetenschap voegt geen el toe aan mijn levenslijn, maar maakt de streken waar ik normaal zo gewichtig over doe plots een pak lichter. Inzicht brengt opluchting. Zelfs het zwaarste boek uit onze literaire traditie onderkent dat. ‘Lucht en leegte’, zegt het Bijbelboek Prediker, ‘Lucht en leegte, alles is leegte.’ Laat me dus maar genieten van het leven, inclusief van mijn walgelijke tics. Wie goed kijkt ziet wat mijn vingernagels werkelijk zijn: dankoffers voor het korte bestaan dat me op deze planeet is gegund. Pieter Van der Schoot Deze column verscheen ook op mijn blog Observaties uit het ondermaanse. Afbeelding: Koning Salomo, volgens de traditie de auteur van het boek Prediker.© Gustave Doré, Public domain, via Wikimedia Commons

Pieter Van der Schoot
7 1

Uit mijn dagboek

Shenandoah- National park – Virginia Rileyville, 16 april 2022 Terwijl we die middag dieper in het hart van het bos afdwaalden, wikkelde vermoeidheid zich als een zware mantel om me heen. Mijn metgezellen gingen door, ik bleef alleen achter in een woud dat door de tijd onaangetast was. Hier, in deze desolate wildernis, omhulde de stilte me als een dikke mist, een stilte zo diepgaand dat ze tastbaar was, een scherp contrast met de drukke wereld. Toch vond ik in die griezelige omhelzing een vreemde troost. Welke geheimen lagen verborgen in de schaduwen van de torenhoge bomen? Welke onzichtbare ogen keken vanuit de dichte struiken en achter de scherpe rotsen? De kale takken fluisterden oude verhalen, hun kromme vingers krabbelend aan het canvas van de lucht. Boven cirkelden de gieren met een doel, hun schaduwen glijdend over de grond, wat zochten zij? En terwijl ik in de eindeloze uitgestrektheid van het bos keek, dansten visioenen voor mijn geestesoog, me uitnodigend om hun mysteries te onthullen. De beer en haar drie jongen, een symbool van bescherming en zorgzaamheid, bleven in mijn gedachten hangen, een herinnering aan de kwetsbare balans van de natuur. En dan was er het hert, met zijn nieuwsgierige blik, me uitnodigend om na te denken over wat er onder onze fragiele coëxistentie lag. Waarom had ik ervoor gekozen om net voor de top te stoppen? Was het vermoeidheid of angst? Of misschien iets dieper, een erkenning van mijn eigen beperkingen?  In dit moment van stilte, terwijl ik aandachtig luisterde naar de hartslag van het bos, voelde ik een onverklaarbare verbinding met alles om me heen. De stilte was niet slechts een afwezigheid van geluid, maar een uitnodiging om de diepten van mijn verbeelding te verkennen, waar de weg naar morgen wachtte, kronkelend door de schaduwen en het licht van het onbekende. Welke avonturen wachtten er net achter de sluier, als ik maar durfde ze te onthullen?

Nadia Lang
3 1

Remains of the day

Ondanks de dreigende wolken was het een warme dag, broeierig warm zelfs. De hele namiddag hadden de jongens aan hun zandkasteel gewerkt. Het zou het grootste fort ooit worden, omringd door een wirwar van kanaaltjes en muurtjes die het moesten beschermen tegen het opkomende tij. Ze hadden de piratenvlag gehesen om ongewenste bezoekers op afstand te houden. Andere kinderen keken jaloers toe, en strandbezoekers liepen er eerbiedig, met bewonderende blikken, in een grote boog omheen. Eén stoutmoedige zeemeermin wilde gefotografeerd worden bij de piratenvlag. Dat werd de jeugdige schoonheid graag gegund door de trotse gravers.  De zee was rustig, heel rustig. Toch sloop ze langzaam maar zeker dichterbij. Toen de zon in de late namiddag even door de wolken brak, besloten de jongens een duik te nemen in het koele water. Uitgelaten stoeiden ze in de golven, die stilaan oprukten naar het strand en hun piratenfort. Ondertussen vormden zich kleine geultjes die aan de muurtjes van hun bouwwerk knabbelden. Opgewonden kwamen de jongens teruggerend. Ook de donkere wolken naderden snel. Plots vielen er dikke druppels uit de lucht; strandgangers pakten haastig hun spullen en dropen af. Maar de jongens gaven niet op. Samen schuilden we onder onze grote strandhanddoek. Gefascineerd keken we toe hoe de zee langzaam maar zeker het strand weer in bezit nam. Toen brak de zon opnieuw door de wolken, en de jongens dansten opgewonden rond hun steeds verder afbrokkelende bouwwerk, tot het laatste zandmuurtje verslonden was en elk putje weer door de zee was ingenomen. We namen onze spullen en vertrokken. We keken nog één keer om: het grootste zandkasteel ooit was door de zee veroverd. Alleen de zee bleef achter, stil, alsof er nooit iets geweest was. Het kasteel was verdwenen, maar de dag zou blijven.

Nadia Lang
0 0

Heroïne.

Die ochtend vond hij zijn vader in de zetel, schijnbaar in een diepe rust die nooit meer verstoord zou worden. De jonge man smeekte, schudde aan het levenloze lichaam, sloeg in wanhoop tegen de wangen die ooit warm aanvoelden. Niets. De stilte die volgde was oorverdovend. Zijn wereld stortte niet alleen in; hij verpulverde. De pijn die daarop volgde was zo ondraaglijk, zo allesverslindend, "Hier, adem dit in... alle pijn zal wegvloeien," fluisterde zijn vriend, als een misleidende engel van genade. Op een stukje aluminiumfolie danste een bruin poeder boven een vlam, een duivels brouwsel dat beloofde de rauwe randen van zijn ziel te verzachten. Hij inhaleerde, en inderdaad: de ijzige kou in zijn borst maakte plaats voor een verraderlijke, warme deken. In die jaren was er geen medeleven, alleen verstoting. De maatschappij keek weg en dreef mensen zoals hij naar de schaduwen, naar de vergeetputten van de ziel. Vijftien jaar lang overleefde hij in die ondergrondse duisternis. Hij kocht en verkocht. Terwijl anderen pronkten met blitse auto’s en gouden ketens, kocht hij slechts één ding: verdoving. Elke cent die hij verdiende was een offer aan de god van de vergetelheid, een wanhopige poging om de herinnering aan die ochtend in de zetel uit te wissen. Pas toen de wereld eindelijk leerde kijken met ogen van erbarmen, vond hij de weg terug via een netwerk van hulp. Hij vocht zich uit de klauwen van de roes en koos voor het leven, hoe kwetsbaar ook. Een nieuwe start, weg van de schaduwen. "Nu de overheid tekortschiet in het weren van deze producten, is een adequate opvang van slachtoffers, de verslavend, het minste wat zij kan doen. De epidemie kan alleen worden gestopt door de vraag naar deze producten te beëindigen." Vandaag de dag zien we de verwoesting nog steeds, vaak vermomd in een legaal jasje. Dagelijks bereiken ons 300 kreten om hulp vanwege fysiek geweld, meestal aangewakkerd door alcohol. Een middel dat we weigeren bij de naam te noemen, omdat traditie en dogma het heilig hebben verklaard. Want stel je voor dat we het 'bloed van Christus' zouden bestempelen als dat wat het voor zovelen is: een verwoestende drug die harten breekt en levens verwoest.

verf ed: Contemporary interdisciplinair ArtTIST, nen tjolder, nen prutser.
15 0