Zoeken

Identiteitscrisis

Vrouw komt thuis van haar werk. Ze blaast. Haar wangetjes zijn rood aangelopen en ze stapt net iets sneller en met kleinere pasjes dan normaal. Geen goed teken. Gelukkig had ik de tafel al gedekt en twee sneetjes rozijnenbrood beboterd en keurig op haar bord gelegd. Ik gooi nog vlug een drietal spiegeleitjes vanuit mijn favoriete pannetje in het mijne, bespuit ze overvloedig met curryketchup en haal vliegensvlug de laatste vier bruine boterhammen uit de broodzak. Verder geen enerverende randgeluiden meer produceren en een actieve luisterhouding aannemen.  'Wat een dag! Zo vermoeiend! Ik ga niet in detail treden, want daar heb ik de puf niet meer voor. Kort gezegd: hier en daar probeer ik genuanceerd aan te geven dat er wat moet veranderen en niemand die het snapt! Helemaal niemand! Moet ik het dan echt vlakaf in hun gezicht zeggen? Werkt dat zo in deze mannenwereld? Hebben we dat nu nog altijd niet gehad? Iedereen draait maar in cirkeltjes terwijl de oplossingen voor de hand liggen. Maar nee, hoor, niet in HUN brein. Ze snappen het niet, of ze willen het niet snappen. Tussendoor probeer ik dan ook nog om ze subtiel uit te leggen hoe ik me daarbij voel, maar ook daar heeft niemand oren naar. Geen greintje empathie. En ik maar rekening houden met hun ego's! En maar hints geven, zodat ze achteraf denken dat ze het allemaal zelf bedacht hebben. Maar nee, ze zijn gewoon niet mee. Dat heb je als je bijna uitsluitend met mannen werkt.' In deze omstandigheden laat je haar best uitrazen. Ik knik en bevestig me suf. Bijna na elk zinnetje geef ik feedback door middel van een bevestigend knikje, een frons, een zucht die aangeeft dat ik zoiets zelf ook heel vervelend zou vinden, soms zelf een wegwerpgebaar, terwijl ik naarstig mijn boterham in de mix van ketchup en eigeel sop. 'Ach, ik zal er mij maar bij neerleggen. Volgens mij bestaat er geen enkele man die een vrouw begrijpt. Geen enkele!' Pijlsnel steek ik mijn rechterwijsvinger in de hoogte, draai mijn kin een stukje naar rechts, trek mijn wenkbrauwen op en kijk haar enigszins verwijtend aan. 'Goh, ja, jij. Ik zei geen enkele MAN!'  Mijn wijsvinger valt naar beneden en belandt met een klap op de tafel. Daar kijkt ze van op, zij het maar heel even. 'Dat is toch zo! Ik ben er nog steeds niet achter WAT jij nu precies bent. Ik denk dat de wetenschap daar nog een leemte op te vullen heeft. Seksueel gezien ben je een man, maar je denkt en gedraagt je af en toe als een wijf. Dan laat ik je vreemde loopje en je talrijke Martien Meiland-imitaties nog buiten beschouwing. En dan denk ik: is hij nu non-binair of hoe heet dat ... genderneutraal? Nee, als het bijvoorbeeld op borsten aankomt, denk je overduidelijk als een man. Twee minuten later drink je van je koffie en dan gaat dat pinkje omhoog! Nog wat later hoor ik je luidop tegen jezelf praten, lachen en vloeken en zit je jezelf voortdurend aan te sturen en dan denk ik weer: hij is niet van deze planeet. Hij is een het. Er hangt trouwens een klodder ketchup op je kin. Als je een zak popcorn zit te vreten of een zak chips uit de handen van de kinderen rukt, lijk je wel een of ander beest en een Bicky Burger eet je dan weer heel langzaam en gedistingeerd, met mes en vork. Soms staat er een grote vrachtwagen voor de deur en die heb je dan niet opgemerkt bij het binnenkomen en even later zie je vanuit de keuken dat er een fruitvliegje op de televisie in de living zit, terwijl die niet eens aanstaat. Jij bent ... raar. Echt waar. Man, of 'ding', wat ben jij raar!'  Daarna veert ze recht en loopt zo de deur uit. Boos. Haar stapjes nog kleiner dan daarstraks en haar wangetjes gloeiend. Tien seconden later hoor ik haar auto starten en wegrijden. Ik heb letterlijk geen woord gezegd. Alleen geluisterd.  En dan begin ik me vragen te stellen terwijl ik de ketchupklodder afveeg en van m'n hand lik. Zeg nu nog eens dat wij androgyne buitenaardse wezens niet kunnen multitasken. Welke vragen?  Ligt het aan mij? Moet ik me zorgen beginnen te maken? Vast niet. Waarom zit er eigenlijk verdikkingsmiddel in deze ketchup, net nu ik op dieet ben?   

Danny Vandenberk
4 1

De broek

In het café zit een man wezenloos voor zich uit te kijken. Zijn koffie heeft hij half opgedronken. Het lijkt alsof zijn gemoed ook maar voor de helft gevuld is. De kastelein ziet me naar hem kijken. “Misschien vertelt hij het nog eens”, fluistert hij. Het klinkt alsof de man het verhaal ononderbroken heeft verteld. “Ik had het niet gezien”, zegt de man. De cafébaas droogt zijn handen aan een handdoek en gebaart van ‘even te wachten, de rest komt wel.’ De man neemt nog een slokje koffie en gaat verder. “Haal je mijn broek bij de naaister?, vroeg ze. Hier is het bonnetje. Wat kan er fout lopen? Ik deed wat me gevraagd werd. Ik bracht het tasje naar huis en legde het in de keuken. Een perfecte avond. Maar dan, na het avondeten. Ze nam het tasje en haalde de broek eruit. Ik zag ze kijken. Ze draaide de broek drie keer om. Ze keek me aan alsof ik een dictator ben die het leven van de helft van zijn bevolking op zijn geweten heeft. " "Zie je het niet?, riep ze. Dat is mijn broek niet. Zie hoe groot die is. Daar pas ik drie keer in.” "Nee, ik ga verdomd niet rechtstaan, ging ze verder. Dat je zoiets nog maar durft denken.” “Ze moet het in mijn ogen hebben gezien. Maar ik 'dacht' het alleen maar." De man denkt even na. “De naaister heeft die broek wellicht getoond, maar ik was er met mijn gedachten niet bij. Ze heeft zich vermoedelijk van bonnetje vergist.” “Thuis zou het enkel beeld en geen klank zijn. Dan maar naar hier.” Hij kijkt me aan. Nog steeds met diezelfde lege blik. Ik zeg niks.  Misschien is het geluid van de cafébaas die de glazen spoelt voor hem genoeg.

Rudi Lavreysen
13 1

Harige Handy

'Ik ben gelukkig getrouwd met een Harige Handy!' Ik hoor het haar nog steeds zeggen. Zeker nu. Jarenlang deelden we, samen met nog een paar anderen, een groot kantoor. En lief. En leed. Op zich vulden we elkaar prima aan, vooral op professioneel vlak. Zij was een aanpakster. Aanvankelijk wilde ik pragmaticus schrijven, maar dat zou te intellectueel klinken. In elk geval, als er zich een probleem voordeed, loste zij het op. Meestal door, zonder de kwestie helemaal te begrijpen, meteen naar de telefoon te grijpen om hulp te vragen of, als we erachter kwamen dat iemand een fout had gemaakt , iemand op zijn plichten te wijzen. Heel af en toe brutaal of bot, bijna beledigend. Altijd recht voor z'n raap. Onomwonden, zoals een uitgepakte mummie of van die slingers toiletpapier die voetbalsupporters op het veld gooien als de spelers hun opwachting maken voor een belangrijke wedstrijd.  Zelf ben ik veel ingetogener. Ik denk meestal twee, drie of vier keer na vooraleer ik enige actie onderneem. Waarschijnlijk te veel, waardoor ik in het dagelijkse leven al eens als terughoudend of zelfs besluiteloos overkom. Het jammere is dat ik dat zelf besef, waardoor ik, om tegen mezelf te rebelleren of om aan mezelf te bewijzen dat ik geen saai of angstig mens ben, soms opzettelijk ondoordachte dingen doe.  Van de andere kant ben en was ik wel een stuk taliger dan zij. Op zich geen glansprestatie, want zij maakte er een sport van om allerlei voor de hand liggende uitdrukkingen, zegswijzen of zinsconstructies verkeerd te gebruiken of op ongewilde en bijgevolg lachwekkende wijze door elkaar te haspelen.  'Ik ben gelukkig getrouwd met een Harige Handy!' riep ze dus op een keer, nadat ik uitvoerig verteld had over mijn voorbije verlofdag, tijdens dewelke ik erin geslaagd was om al kokkerellend in mijn linkerwijsvinger te snijden, al klussend - stel je er niet te veel van voor, gewoon een fotokadertje ophangen - mijn duim én diezelfde linkerwijsvinger plat te hameren, het desbetreffende kadertje op mijn voet te laten vallen en daarna op mijn sokken in de glasscherven te trappen. 'Wij zijn ook gelukkig getrouwd,' repliceerde ik, zonder het cliché van zij gelukkig en ik getrouwd (of omgekeerd) boven te halen, 'en nee, ik ben zeker geen Handige Harry, want dat was ongetwijfeld wat je bedoelde.'  Kalf, dacht ik daarna nog. Dat zeg ik er eerlijkheidshalve even bij. Ik was een beetje boos. Dat zou me vandaag de dag niet meer overkomen, want ik heb me al decennialang neergelegd bij het feit dat ik legendarisch onhandig ben. In die mate dat ik er met gemak een titel of vermelding in het Guinness Book of Records mee zou kunnen verdienen.  Enfin, dat heb je dus met herinneringen. Soms komen ze ongewild naar boven, en soms, als je in de mood bent of er echt behoefte aan hebt, lukt het niet om ze op te halen. Een herkenbaar probleem voor ouder wordende mannen en hun aanpalende of naastliggende lichaamsdelen, doch dit terzijde.  Zoals je ongetwijfeld weet, heeft alles een oorzaak. Deze keer was die het feit dat ik al ontbijtend, net nadat ik vrolijk en energiek had geopperd dat het een zonovergoten dag zou worden, per ongeluk met mijn mespunt achter het oor van mijn kopje koffie haakte, waardoor ik het onopzettelijk kantelde en heel de tafel onder de koffie kliederde. 'Volgens mij wordt het eerder een koffie-overgoten dag,' grinnikte mijn wederhelft terwijl ik met vaatdoek en stukjes keukenrol heel het boeltje zat te deppen en weg te vegen.  Onze jongste dochter deed er nog een schepje bovenop: 'Jakkes, papa, ik zie nu pas voor het eerst dat er haar op je vingers groeit! Ie-juw!' 'Wist je dat dan niet? Dat heeft hij al lang, op beide linkerhanden!' Mijn vrouw weer. Hilariteit alom.  Ze beseft niet eens hoe gelukkig ze getrouwd is. Harig ben ik al, maar dat handy zal er nooit van komen, vrees ik.  

Danny Vandenberk
4 0