Zoeken

Suite N°1

Zolang je in de schaduw van de hoge huizen in de nauwe straatjes kuiert blijft het koel. In de zonovergoten Zuiderse regio’s biedt de kenmerkende bouwstijl van de oude huizen in massieve natuurstenen ook binnen de ideale verkoeling. Wie zich op dit uur buiten het dorp waagt zonder bescherming stelt zich bloot aan hitteslagen en andere ongemakken.  Vanuit het kleine raampje in de dikke muur van mijn logeerkamer zie ik hoe de lucht zindert boven de smalle asfaltweg die naar dit plaatsje leidt. Enkel de koudbloedige hagedis neemt zijn zonnebad op het terras. Als de zon het hoogst staat, respecteert hier elke inwoner de siësta. Ik kan en wil niet anders dan me letterlijk neer te leggen bij deze eeuwenoude traditie.Enkel de ijsblokjes in mijn drankje durven met hun gerinkel de stilte verstoren. Terwijl ik wegdoezel, lijkt iets mijn aandacht te vangen, als het gezoem van een bromvlieg ergens in de kamer of het tergend druppen van een lekkend waterkraantje. Ik vind tot de dag van vandaag dat de uitvinder van de hor een Nobelprijs verdiende en miserie met waterschade viel mij meermaals ten deel. Maar dit geluid is niet onaangenaam, wel integendeel, het doet me zacht sluimeren. Ik dommel niet in en door mijn lichtgesloten ogen zie ik in mijn hoofd de contouren van het kleine open raampje. Dan besef ik dat er klanken van buiten komen. Nu open ik de ogen, spits mijn oren en herken de tonen die uit de verte naar binnen glijden. Dit is onmiskenbaar muziek. Iemand heeft zijn middagrust ingeruild voor het beroeren van zijn instrument en speelt de eerste cellosuite van Bach. Wie is die onbekende die met haar of zijn goddelijke handen mijn ziel en wezen raakt…? Ik reken mezelf al lang niet meer tot een aanhanger van welke religie ooit, maar geloof eens te meer dat hier in Frankrijk ergens een God leeft…  

Vic de Bourg
4 2

Rapunzel gaat door het dak

Rapunzel zit in het archief. Het dakraam is op slot. Het is best spannend. Zo spannend dat je hoopt dat één haar tenminste wél ontsnapt. Haar vlecht trok haar de kelder in. Geen haar in die vlecht had het durven vermoeden, maar vele haren maken een vlecht zwaar. Zwaar genoeg om de trap af te slingeren. De trap is er niet van gediend;die was pas gekuist. Daar zit ze dan,tussen stalen archiefkasten.Doe het licht uiten je fantasie doet haar werk.Niet dat fantasie graag archiveert,al zeker geen harendie in dossiers blijven steken.Hoe rangschik je die op alfabet?Je bergt dat haar beter in je mond op;haar op de tandenkomt altijd van pas.Ondergronds is niet voor watjes. De archiefkasten hopen al jarenop een sprookje,maar Rapunzelhadden ze niet besteld. Die zoekt een uitweg.Niemand leeft op van administratie;papier legt ze liever in de as.Paperas protesteert niet, wordt als as in haar handen.Recycleren is niet voor sprookjes. Bureaucratie is als een doolhof:zoek daar maar eens de ingang.Een uitgang is er al helemaal niet.Dat dakraam dus.Ze is dan wel in de kelder beland,tijd om de uitgang te overtuigen.Die is er voor nood,maar haar contract is vervallen.Die werkt nu freelance,enkel bij paniek. Maar eerst kracht opdoen.Ze klopt wat stof uit een dossieren slaat het om zich heenals de nieuwste keldercollectie.Ook mode vraagt creativiteit in een kelder,al maak je van een dossiergeen haute couture. Boomknuffelen kan ook in kelders.Je tapt daar energie uit.Beloof zo’n dossier promotieen wie weetkrijg je een knuffel terug. Boven wacht het dakraam,stoffig,maar klaar voor de aanval. Ze zwaait haar vlecht,als een rode vlag.Het dakraam, stierlijkzoals enkel dakramen zijn,geeft meteen op:te veel haarom te bevechten. Rapunzel gaat door het dak.Dat is nu eenmaal gevoeligvoor vlechten met ambities. (eigen afbeelding)

Lien Van Droogenbroeck (Pennig)✍️
66 7

De spiegel

We zitten te puffen op een Antwerps terras, niet ver van het Rubenshuis. Het is een van de warmste dagen van de zomer. Al zeggen ze dat bijna elke dag. Om enige verkoeling te zoeken zetten we onze pollen aan een fris bolleke.  “Wat gij nog Jaak?”, vraagt de waardin aan het tafeltje naast ons. “Ah, nog een bolleke hè Marion”, antwoordt hij met een smakelijke Antwerpse tongval. Ooit zie je dat iemand zijn naam niet gestolen heeft. Deze Jaak doet me aan Jacob (of Jacques) Jordaens denken. Niet aan de kunstschilder zelf, maar wel aan de koning op één van de versies van het schilderij ‘De koning drinkt’. Het heeft lange grijze haren en als hij even later dat bolleke aan zijn lippen zet, met een even smakelijke lach als de koning van het schilderij, is hij het helemaal. Dat doet me weer denken aan een ander prachtig werk van Jordaens. ‘Mozes en zijn Ethiopische vrouw’ uit 1650. Hierop maakt Mozes een ‘et alors’ gebaar met zijn rechterhand. Daarmee zegt hij iets aan ons, de kijkers. Hij houdt ons een geniale spiegel voor. "Maakt het iets uit, dat ik met een zwarte vrouw ben getrouwd?'  Het werk is door het Rubenshuis uitgeleend aan een museum in Balimore. Tot 2030, dan gaan de deuren van Peter Pauls woonhuis terug open. Blijkbaar hangt het niet zomaar in Baltimore, want gemengde huwelijken waren daar lange tijd verboden. Opnieuw, die spiegel. De heren naast ons slaan zich ondertussen op de dijen van het lachen. Ik weet niet waar hun gesprek over gaat, maar amusant is het zeker. Alsof het toeval niet zomaar iets is dat af en toe voorvalt, maar eerder iets dat het leven bepaalt, zegt Jaak plots vrij luid tegen zijn compagnon: “Et alors?”, waarna ze terug in de lach schieten.

Rudi Lavreysen
1 0