Zoeken

Ik hang

Wat als je blijft hangen, ergens tussenin? Wat als je struikelt over de drempel van de deur waar je door wil. Wat als je je droom voor je ziet vliegen en je kan er net niet bij?   Op dat moment, zie je net iets meer, net iets meer dan de rest. Je kan terugkeren en erover vertellen in het verleden, of de ervaring meenemen en er nieuwe paden mee leggen. Paden die steviger, mooier en dragend zijn. Soms stappen er mensen met je mee. Mensen die bruggen helpen bouwen, zelfs helpen rouwen en je naar boven hijsen met touwen. En dan is er dankbaarheid, die dankbaarheid brengt licht op je pad.   Wat als je ziet, dat mensen blijven hangen, ergens tussenin? Dan kan je ze lezen, tussen de lijnen. Kan je ze voelen, tussen stilte en spraak. Dan kan je ze laten zien, wat er nog bestaat.   “Wat is er?”   Een niet- afgelijnde vraag. Want er is iets, tussen goed en kwaad, tussen zwart en wit, tussen liefde en haat, …   Als je ooit bent blijven hangen, tussen leven en dood, dan wordt tijd relatief. Negativiteit een dief. Want, wat is het mooi, als je niet meer moest blijven hangen. Als je terug mocht verlangen.   Wat is het mooi om zonnestralen in regendruppels te zien schijnen, om mist te zien verdwijnen, om vogels te zien landen, ouderen elkaar te zien dragen op handen. Om naar luchtschilderijen te staren en Kunst te mogen ervaren.   Een kunstenaar bouwt aan paden, voor zichzelf maar ook voor de ander. De kunstenaar voelt, verft, tekent, behandelt, boetseert, schuurt, … de werken. Werken die jou kunnen meetrekken in een diepere dimensie. Waar je verhalen in voelt. Soms is het mogelijk om de werken te horen, te ruiken, en niet gewoon te bekijken maar te zien.   Ikzelf schrijf graag bij Kunst, want zoals bij velen, maakt het veel los.   Kunst lijkt de donkere lagen weg te schuren, zodat het licht er terug op kan vallen. Zo raakt het ook onze ziel.   Je zou het kunnen zien als het neerslaan van muurtjes die die oppervlakkigheid beschermen en dan precies weten waar je je vinger op moet leggen. Het doorzien van pijnpunten en erop duwen tot het licht erdoor komt. Tot je eruit leert en een prachtig pad bouwt. Tot je ook je droom najaagt, ongeacht de rugzak die je draagt.         In 2018 begon ik aan de opleiding fotografie en koppelde poëzie aan mijn beelden bij een eindwerk. Vanaf 2024 kreeg dit concept een diepere dynamiek door poëzie aan andermans Kunst/beelden te koppelen. ©Griet Decabooter (mei 2026/revised okt.'26)

Troja!
7 1

Mijn schuld

Onder het motto 'Er is geen betere leerschool dan het leven zelf' brachten we in onze studentenjaren minstens evenveel tijd door op caféstoelen als op de schoolbanken. Ik heb niet alles onthouden van die jaren (mocht u iets anders denken: het is gewoon te lang geleden), maar Staf staat me nog helder voor de geest. Hij was barman in een van die etablissementen en gaf Nederlands in een middelbare school, maar in de avonduren kluste hij wat bij. Als barman, maar ook als filosoof en politicus. Als we op het einde van de avond vroegen wat onze schuld was, antwoordde hij vaak met dit: “Jullie schuld? Dat is 750.000 frank per persoon, hè mannen. Ge weet toch dat elke Belg met dat schuldbedrag geboren wordt?” Op een avond, toen we als laatsten aan de toog zaten, ging hij verder over dat woordje schuld. “Jullie weten toch dat schuld een prachtig homoniem is?” Als we het al wisten, konden we er die nacht zeker niet opkomen. “Een woord dat exact hetzelfde is, maar een totaal andere betekenis heeft. Zoals een kater, dat kennen jullie wel. Het is een kat, maar ook datgene wat jullie morgenvroeg gaan hebben. Bij schuld is dat ook zo. Ge hebt de juridische term, waarbij iemand schuldig is aan een overtreding of een misdaad. Maar er is ook een financiële betekenis. Het bedrag dat jullie nu moeten betalen. Dertig frank de pint, maal tien, dat is 300 frank per man.” Ik speelde in die jaren op zondag nog voetbal. Als er iemand langs de zijlijn riep dat het mijn schuld was dat die aanvaller had kunnen scoren, had ik veel zin om te antwoorden dat vooral de regering veel schulden had. Maar ik zei het natuurlijk niet. Dat was voor de weekdagen, aan de toog, bij Staf.

Rudi Lavreysen
6 1

Lieve "N"

Ik wil geen beuzak zijn, maar soms lijk je op die ene +1 die meekomt naar een feestje waar niemand op jou zit te wachten. Die persoon die niet beseft dat het de anderen niet meer interesseert wat je te vertellen hebt, en onverstoorbaar door blijft leuteren. Waarom wring je je er soms zo tussen en ben je er anders niet? Het is de onvoorspelbaarheid die me zo onrustig stemt.   De zon en de bloemen mogen elkaar beroeren zonder jouw regels, maar de pad en de stoel lijken jou nodig te hebben. Ben je een verbinder of een stoorzender? Ik weet het soms ook niet. Kan de pan de koek niet bakken zonder jouw hulp, (en waarom vroeger dan wel?) alsof je een blokje vetstof bent. Heb je iets gedaan om hen afhankelijk van jou te maken of ben je hen in de weg gaan staan?   Pas op, ik wil je heus niet kwetsen. Soms heb je de kracht met zo weinig verandering een heel concept op zijn kop te zetten en blijft er ineens niemand meer over of is er plots niets meer aan de hand. En ik besef ook dat we je soms wat stiefmoederlijk behandelen wanneer we je aan het einde van een gewoon gewoon plots late(n) valle(n), kan je me vertellen waar je dan naartoe gaat?  Nergens.   Is dat waarom je soms in paren reist? Waarom jullie met z’n tweetjes in mijn naam huizen en andere klanken daarmee een kopje kleiner maken? Het is geen oordeel, gewoon een vraag. Ik probeer je te begrijpen zodat ik de fout niet meer maak. Je voor lief te nemen, in een hoekje gesmeten.   Als er één iets is dat je niet mag vergeten... Je hebt een gave, een talent waarin niemand je kan evenaren: die om woorden, zinnen en zinsdelen aan elkaar te rijgen.  Want alleen jij bent al genoeg  om werelden aan elkaar te hangen N [en] dat is een kracht als geen ander.

annakdotes
6 0

Open brief aan Johan Vandevelde

Helaas is er op Azertyfactor geen mogelijkheid om commentaar te leveren; vandaar dat ik het op deze manier via een open brief doe.  Allereerst wil ik Idha Zadel feliciteren met het feit dat het gedicht Deze ochtend werd ik wakker op 7 oktober als tip van de week in de kijker is gezet door Johan Vandevelde. Een goede keuze en terechte tip.  Toen las ik het commentaar van Johan. Ik ken deze meneer niet, maar ik wil graag iets zeggen over wat je zijn juryrapport zou kunnen noemen. Ik kan mij voor het grootste deel in zijn betoog vinden, maar de volgende passage schoot mij volledig in het verkeerde keelgat. Terwijl we Rusland terecht isoleren omwille van brutale oorlog in Oekraïne, sturen we volop wapens naar Israël, dat een brutale genocide uitvoert tegen net zo onschuldige mannen, vrouwen en kinderen in Gaza. Meneer Vandevelde, u mag een tip van de week wat mij betreft gebruiken om uw politieke standpunten en morele verontwaardiging te laten blijken, maar had u dat niet beter op een andere datum kunnen doen? Zijn de mannen, vrouwen, baby’s die op 7 oktober zijn vermoord ook niet onschuldig? Hebben die het verdiend om door de barbaren van Hamas willekeurig te worden afgeslacht? Had uit respect even een dag gewacht. U heeft het over de hypocrisie van het ‘westen’ en hoe de onschuldigsten niet ontzien worden. Hoe witte mensen belangrijker zijn dan donkere mensen. Maar de term onschuldigsten geldt klaarblijkelijk niet voor Joden. Die moeten allemaal over een kam geschoren worden. Ik sluit mijn betoog daarom graag af met mijn eigen tekst:    Als men zelfreflectie ontbeert Van de geschiedenis Niets heeft geleerd   Dan is daar altijd weer De Jood De eeuwige zondebok

Elle Hart
21 1