Zoeken

Mijn gezicht

Ik weet proefondervindelijk dat ik geen spontaan lachend gezicht heb.  Opmerkingen als 'Lach toch eens' of 'Kijk niet zo lelijk' komen hard aan, geloof me. Maar hoe krijg je dat, zonder op een uitgebluste clown te gelijken? Het toeval wil dat ik iemand met een uitgesproken lachend gezicht ken. Jeanke. Als hij een café binnenkomt, is hij zoals een magneet. Heel wat mensen toveren spontaan dezelfde lach als die van Jeanke op hun gezicht. “Hoe doe je dat toch?”, vroeg ik hem. “Simpel, de regel van drie”, zei hij. “Kent ge die? Nee, niet die van wiskunde. Wacht, ik zal het je tonen.” Hij kwam naast me staan en nam mijn schouders vast. “Laat je schouders zakken”, zei hij. “Je moet ontspannen, anders krijg je een geforceerde glimlach.” “Doe nu je ogen even dicht”, ging hij verder. “Ja, nu openen en naar mij kijken.” Ik deed wat hij me vroeg. “Zie je wel, je begint automatisch te glimlachen. Je moet op het juiste moment naar iemand kijken.” “Dan de laatste regel. Ook je kin mag niet te stijf staan. Dan kan je oplossen door je tong een beetje op je gehemelte te leggen. Zo gaat je mond wat openstaan en krijg je automatisch een glimlach. Je zal die regels overal terugvinden.” Na ze voor de spiegel te hebben geoefend (mijn huisgenoten hadden ei zo na geestelijke spoedgevallenzorg ingeschakeld) trok ik de straat op. Het liep al snel mis. Mijn buurman vroeg me wat er scheelde. Door de stress had ik regels door elkaar gehaald. Ik wist niet meer wat ik met mijn tong moest doen. Ik had ze ietwat uitgestoken. Mijn schouders had ik opgetrokken en ik had naar hem geknipoogd. Och, ik moet het ermee doen, met dat gezicht van mij. We hebben onszelf niet gemaakt, zei vader altijd.

Rudi Lavreysen
10 1

MY ASS.

"De herinneringen die ons het meest bijblijven, zijn gekoppeld aan sterke emoties. Als iemand dus laaiend enthousiast of juist doodziek van woede op mij wordt, is het dan niet logisch dat ik hem of haar nog heel lang zal bijblijven?" ******************************************************* FOTO GALLERY verf ed https://www.2dehands.be/q/verf+ed+altaar+de+culturen/ Rond 1995 heb ik dat werk gemaakt. Ik noem het "altaar der culturen." Links ziet men een tv, onze gemeenschappelijke identiteit valt van het - silicium - glas - zand.De gemeenschappelijke informatiebronnen zijn verdwenen.De wijzen van vroeger opgevolgd door radio en uiteindelijk als laatste de tv die een ongeveer gemeenschappelijke boodschap uitdragen, ons collectief geheugen, is niet meer.De informatie is versplinterd.Rechts ziet men een gietijzeren kandelaar daar in een mensenhoofd in papier. Stukken teksten. Krantenpapier "De encyclopedische mens".Gietijzer = nationalistenKandelaar = religieIn het midden staat de hedendaagse mens. Opgesloten. "de encyclopedische mens".Dit deel is gemaakt van een reclame voor lippenstift.Regeneratie KosmetikIn de dubbele wand gaan luchtbellen in het water de hoogte in.In die dubbel - transparantie - plexiglas zit diezelfde "encyclopedische mens".Het geheel staat op dunne platen, glas = chips = zand = silicium.Het geheel steunt op een gietijzeren pilaar = industriële cultuur.De gietijzeren plaat staat op de grond = landbouwcultuur.HET ALTAAR DER CULTUREN. Ik woonde toen in de Aalmoezenierstraat in Antwerpen. De jaren 90 tig. http://www.anamorfose.be/verf/misc-images/verf-t-i-r-e

verf ed: Contemporary interdisciplinair ArtTIST, nen tjolder, nen prutser. BIO.
12 1

De gemiste roeping

Luister, lieve kindertjes, naar het korte sprookje van het spookje. Lang, heel lang geleden, toen ik nog jong en onschuldig was, zat ik zomaar wat rond te kijken. Mama deed de was. De behendigheid waarmee ze dat deed, zal ik nooit vergeten. Zo rustgevend, dat hele proces van vies en vuil naar proper en net, van chaos naar geordend, via de wasmachine naar de wasdraad naar het strijkijzer of de tafel en uiteindelijk kreukloos opgeborgen in de kleerkast ...  Ze propte de wasmachine niet vol, maar ze 'vlijde' het wasgoed er zachtjes in. De was ophangen gebeurde niet aan een zijden draadje maar aan een ziedend tempo, in volle concentratie, met twee vliegensvlugge handen, heel af en toe met één oog dichtgeknepen en met één wasknijper in de mond. Na positieve weerberichten van haar weergoden Pien of Pelleboer op de radio was het zover. Tenzij er geen wolkje aan de lucht en dus geen risico was, al heb ik haar meer dan eens naar buiten zien spurten nadat er geheel onverwachte druppeltjes op het keukenraam pletsten. De schuld van Pien en Pelleboer, die hun goddelijke status dan 'weer' voor een tijdje verloren. De regen hield haar niet tegen om de was alsnog geordend en gestructureerd van de draad te halen. De volle wasmand waarmee ze daarna naar binnen kwam gelopen, zag er nog steeds keurig uit. Zo typisch. Bij een ander is perfectionisme goed te verdragen, bij iemand waar je van houdt is het wondermooi om te zien. Het prachtigste was het plooien. De behendigheid waarmee ze dat deed was werkelijk adembenemend. Ware kunst vond ik dat. Hoewel ze het ongelooflijk eenvoudig deed lijken, durfde ik er zelf nooit aan te beginnen. Pas nu, een paar decennia later, plooi ik af en toe hooguit een handdoekje of een paar sokken. Omdat ik van mezelf weet dat ik niet de handigste ben en omdat het contrast met mijn moeder me op zulke momenten telkens weer parten speelt. Zo ben ik, de perfectionist die lijdt aan een verlammende variant. Ik kan het nooit even perfect, waarom zou ik er dan aan beginnen? Het wordt immers sowieso een teleurstelling.  Vol bewondering keek ik toe. Het stapeltje gevouwen beddengoed klom het hoogst. Ineens stropte het behaaglijke plooiritme, bij een wit laken dat aan de randjes een beetje uitgerafeld was. Ze plooide het desondanks mooi op, maar net iets minder onberispelijk dan anders. Daarna legde ze het wat apart op de rand van de tafel, bijna vlak voor m'n neus. Ondertussen mompelde ze iets over papa, knippen, vodden om zijn fiets te kuisen en dat hij toch nooit iets kon weggooien. 'Dat hij er zijn plan mee trekt,' grolde ze nog na. Ze hield ervan om tegen zichzelf pratend de was te doen, maar té lang moest het nu ook weer niet duren. Dan werd ze een tikkeltje sikkeneurig en verlangde ze naar een kopje koffie.  'Mag ik dat afgekeurde laken niet hebben?' vroeg ik plots. Ze keek me aan alsof ze niet eens gemerkt had dat ik in haar nabijheid vertoefde. Met grote ogen, alsof ik net m'n eerste woordjes had gezegd. Verrast, verbaasd en op een vreemde manier een beetje vrolijk. 'Jij? Wat kan jij daar mee doen?' 'Spookje spelen,' zei ik resoluut. 'Ik knip er gewoon twee gaten in om door te kijken. Hoe moeilijk kan het zijn?'  Het was niet zomaar een ingeving. Spoken fascineerden me. In mijn fantasie konden ze vliegen, onzichtbaar worden, door muren lopen en mensen schrik aanjagen.  Mama lachte en gooide het laken in mijn richting, waarna ik de schaar nam en naarstig en vol ongeduld aan het karweitje begon. Bij het eerste gat dat ik wilde knippen liep het al helemaal mis. Veel te groot. Ik kon er mijn hoofd wel doorheen steken. Dat deed ik dan ook.  Ik ging rechtstaan en opeens scheen de zon felle stralen op m'n gelaat. Het leek een verheven moment, hét tijdstip voor een ingeving. Ik word priester, dacht ik. Spelenderwijs.  Spook of priester, wat maakt het ook uit? In de voetsporen van Jezus kan het ook best fijn zijn. Je kon hem misschien wel vergelijken met een spook. Jezus kon ook vliegen, anders was hij nooit in de hemel geraakt. En zich onzichtbaar maken was evenmin een probleem, want tijdens eucharistievieringen zei de pastoor altijd dat hij bij ons was, terwijl ik 'm nooit heb gezien. Door muren lopen en de mensen schrik aanjagen? Piece of cake voor Jezus. Gelovige mensen zijn immers godvrezend. Dat waren ze vast niet zonder reden. Nog veel meer dan spoken kon hij. Van water wijn maken bijvoorbeeld. Kon ik dat ook maar. Verder dan druiven pletten met m'n blote voeten was ik nooit geraakt, ook al omdat ons ma pas naar de markt was geweest, me betrapte in de badkuip met de pas aangekochte tros witte druiven en me ogenblikkelijk een andere fruitsoort liet ontdekken. De muilpeer.  Daar stond ik dan. Danny de priester in zijn kazuifel. Om het helemaal af te maken haalde ik mijn vaders rode sjaal uit z'n kleerkast en drapeerde die rond m'n schouders. Dit werd serieus. Ik speelde geen priester meer, nee, ik wás een priester. Ons ma leek mijn roeping wel goed te keuren en stemde in met mijn verzoek om nog een tweede laken te gebruiken als tafelkleed voor de tuintafel, mijn altaar. Mijn dikke sprookjesboek met 365 verhalen ('Een sprookje voor elke dag van het jaar') zette ik geopend op een boekstaander. Het was de bijbel waaruit ik mijn evangelie zou voorlezen. Ik profiteerde van de situatie door een kommetje chips (normaal voorbehouden voor weekendavonden) als schaal hosties te gebruiken en de mooie pseudosacrale beker die ik van mijn meter had gekregen voor mijn eerste communie vulde ik met cola, mijn miswijn. Zo was ik er helemaal klaar voor. Daar stond ik dan. Maar wat nu? Uiteindelijk wist ik niet zo veel van eucharistievieringen. Tijdens zondagse kerkbezoeken lette ik eigenlijk nooit op. Dagdromen ja, zoals steeds, en mensen observeren. Meisjes vooral, als die er waren. Wat ik wel eens gehoord had, was dat er gesproken werd over vergeven en vergeten. Dat wist ik nog, dat je dat als goede christen moest kunnen. Vergeten had ik al lang onder de knie. Mijn hoofd speelde voortdurend met pietluttigheden en raakte soms zo vol dat de ogenschijnlijk belangrijkere dingen er af en toe pardoes uit geknikkerd werden, of ik dat nu wilde of niet. Dat vergeten zat dus wel snor.  En vergeven? Ook daar was ik een kei in. Een tijdje geleden hadden we nog Chinees gegeten. Was ik dol op. Eerst garnalen in looksaus en daarna babi pangang. Achteraf lag dat hele zootje nogal zwaar op de maag. Toen ik eindelijk een verlossend, niet zo geluidloos maar nog veel minder geurloos scheetje had geproduceerd, riep onze pa dat ik heel het huis had vergeven. Een natuurtalent, zoals ik al min of meer zei. Zo moeilijk kan zo'n mis dus niet zijn, besloot ik, en ik brabbelde en zong zomaar wat in de rondte. Met m'n handen gespreid las ik voor uit mijn grote sprookjesboek en te gepasten tijde, of om eerlijk te zijn vooral te ongepasten tijde, vrat ik van de chipserige hosties en zoop ik van de miscola.  Zonder publiek stelde het geen zak voor, dus een weekje later, na nog wat oefenen, besloot ik de missionarishouding aan te nemen om een vriendenkliekje van twee straten verderop te bekeren en te amuseren. De voorstelling in hun tuin, met tuintafel, sprookjesboek, kom chips en beker cola was een voltreffer. Ze lagen immers al in een deuk toen ik m'n kazuifel met sjaal aantrok en deed alsof mijn beker gevuld was met echte miswijn. Als priester focuste ik instinctief op de kleine kantjes van het mens-zijn met veel lust voor alcohol en vrouwelijk schoon. Ik veinsde dat ik dronken was en klokte sloten cola achterover. Wat later, net na een uitgebreide preek over zondig onzedig gedrag, wreef ik begerig over de ontblote linkerknie van een van de twee kortgerokte meisjes uit het publiek. En het mocht! Ik deed het nog een keertje, nog langzamer, met m'n tong ostentatief uit m'n bek bungelend, omdat ik zogezegd dronken was. Priestertje spelen was nog leuker dan doktertje spelen! 'Geweldig, Danny!' lachte de oudste en grootste van m'n gelovigen achteraf, toen we voor het zingen de ingebeelde kerk uitgingen. Hij sloeg z'n arm om me heen. 'Kom eens even mee.' Ik gehoorzaamde en liep hem achterna tot achter hun huis. Daar verkocht hij me een flinke stomp in m'n maag. 'Je hebt je eerste en laatste mis hier opgedragen, vies ventje, en in het vervolg blijf je met je vunzige poten van m'n zus, of je volgende mis wordt je eigen begrafenis. Begrepen?'  Dat had ik. Een paar dagen later was onze pa vodden aan het knippen van mijn priestergewaad en nu stond hij er de velgen van zijn fiets mee op te blinken.  En ik? Ik keek nog wat verder rond. Mijmerend over m'n relatief korte verleden en m'n hopelijk nog lange toekomst. Nog geen idee wat ik later worden wilde. Alleszins geen priester. Geen meisjes? Geen seks? Daar heeft niemand celibaat bij.

Danny Vandenberk
0 0

Blauwe olijven

Wat is het toch een prachtig fenomeen, onze seizoenen. Ze komen en gaan en bepalen elke dag ons doen en laten. Bij de eerste zon moet er een nieuwe korte broek worden gekocht, want die van vorig jaar is afgeschenen door de zon. Maar dan die tl-buizen onder de korte broekspijpen. Daar is nog werk aan.  Dan heb je het eten. In de zomer zetten we niet hetzelfde op het fornuis en op de tafel als in de winter. Alhoewel, sommige zaken smaken altijd.  In de supermarkt vind je altijd alles. Maar we proberen die seizoenen in ere te houden. Vader had in zijn hof ook niet hele jaar door prinsessenbonen. Die ging na de oogst de diepvries in, zodat we ook in de andere seizoenen een stukje zomer binnenkregen.  Onze olijfbomen geven elk jaar petieterige olijven. Mooi om te zien, maar niet geschikt voor consumptie. Ik fietste naar de winkel, want een spaghetti alla puttanesca zonder olijven is als een ochtend zonder koffie. Het werkt niet. In de koelkast stonden nog groene exemplaren, maar voor deze pasta zijn het de andere. Ik vond ze niet meteen in de supermarkt.  “Kan u me zeggen waar de blauwe olijven staan?”, vroeg ik aan de vriendelijke medewerkster. “Euh”, stamelde ze. “Kom maar even mee. De olijven in blik en glas staan daar.” We waren er vlakbij. “Kijk”, zei ze. “Dat zijn de groene en daarnaast de …” Ze pauzeerde even. Alsof ze op me wachtte. “De zwarte. Zoekt u die?”  Natuurlijk. Zwarte olijven. Welke idioot heeft het nu over blauwe olijven? Ik kon me wel met een blik olijven of het hoofd slaan. “Ja natuurlijk”, zei ik. “Zwarte olijven, die bedoel ik.” Ik stootte een schaapachtig lachje uit. Het was meer mekkeren dan lachen.  Mijn geheugen beleefde wellicht een zwarte zomerdag. Het kan gebeuren.

Rudi Lavreysen
7 1

Aan dhr. Rudi Garcia, bondscoach van de Rode Duivels

Geachte heer Garcia U bent momenteel zowat de meest besproken persoon in ons Belgenland. Gewoon omwille van het feit dat u enkele keuzes moet maken die het landsbelang overstijgen. Zijnde: een ploeg samenstellen die de tegenstander doet beven van angst.  Omdat de eerste keer niet echt gelukt is, wil ik graag wat advies geven. Laat me beginnen met iets dat slechts zijdelings met het voetbalspel te maken heeft. Namelijk uw outfit. Terwijl de voetballers er bij officiële gelegenheden als echte mannequins bijlopen, had u zich tijdens de eerste wedstrijd van het WK, hoe zal ik het zeggen, een beetje met de Franse slag aangekleed. U had duidelijk snel wat bij elkaar geraapt. Een katoenen hemd, een rode plastron en een blauwe pet. Die rode plastron is een leuke knipoog, maar als de mussen door de extreme warmte dood van het dak vallen, laat u die best achterwege. Waarom geen frisse polo in plaats van dat hemd met lange mouwen? Ze hebben bij de voetbalbond voor elk grassprietje een functie in het leven geroepen, maar een stylist voor de coach hebben ze precies niet. En er zijn nog van die dinges. Maar laat ons naar het spel kijken. Mijn buurman Ömer, die in zijn vrije tijd de jeugdspelers van ons dorp training geeft, is het best geplaatst om voetbaladvies te geven. Hij heeft slechts één advies voor u. "Hij moet Hans Vanaken in het spel brengen, al vanaf de eerste minuut", vertelde hij in café De Kiezel. "Dat is een valse trage, maar dat zijn de gevaarlijkste spelers." Sta me toe om ook zelf enig speladvies te geven. Misschien kent u Guy Thys nog, de man die ons naar de halve finales van Mexico '86 loodste. Ik heb hem op de bank - met de sigaar in de mondhoek - iets horen zeggen dat u dezer dagen goed kan gebruiken. Hij riep eenvoudigweg dit: "Allez, tempo en pressen hè mannen." Ik heb het voor u even naar het Frans vertaald: "Allez, du rythme et du pressing, les gars!" Een gouden raad. Nu ik eraan denk, ik heb bij de bevalling van onze jongste ook tegen mijn vrouw "Allez, tempo en pressen hè schatje" gezegd, omdat ik die avond eigenlijk nog naar een zettersprijskamp moest. Maar dat viel niet meteen in goede aarde. Afijn, ik ben er zeker van dat dit advies u zal helpen. Ik wens u veel succes. Bonne chance!  Ondertussen verblijf ik, met de meeste hoogachting Désiré Dinges  

Désiré Dinges
24 0