Zoeken

Consolatio

En dan is het tijd om terug te keren naar de basis de écriture automatique  de kleren die je nooit passen omdat je ze niet zelf gekozen hebt uit armoede uit dadenarmoede de achterafjes en jaloers zijn op zij die wel een stijl en persoonlijkheid hebben en ruggengraat zo zie ik mezelf als een soort Talented Mr. Ripley een eeuwige parasiet op de goegemeente onterecht verontwaardigd omdat de nieuwe alliantie 'sine labore nihil' zegt wie heeft mijn H afgepakt dan ikzelf mijn brein dat als een hamster vastzit in een permanente lus rotatie na rotatie geef me dan eindelijk die wondermedicatie elektrocuteer die hersenen om ze de shock te geven die nodig is zal ik dan eindelijk mijn stulpje het uitzicht kunnen geven dat ik zelden voor ogen heb een gefaalde man zijn boos op de kapitalistische maatschappij maar wel weten wie Diogenes is rijkelijk laat komt de juiste diagnose hufter yoga-snuiver desolaat helaas een ruïne aan dromen naar Kaapverdië met H op een zeilschip walvissen zien en zelf walrussen worden en vooral lijf bloed, slijm, vlies, pees zonder ziel puur ontbindende materie fragiel maar tegelijkertijd robuust en angst paniek die je verlamt geen greintje energie of ondernemingszin de wens niet meer af te zien terug levenskwaliteit hebben terug genieten dansen lezen zwemmen lachen levenslust hebben veerkracht  niet hyperbewust niet hypergefocust geobsedeerd compulsief wanhopig vast in die loop en zij ook die geprogrammeerde mallemolen stilzitten op school huiswerk maken constant leerzaam geest zijn geen lichaam van buiten leren taken proefwerken overhoringen rapporten schema's audits diagnoses in plaats van zoals Jan Yoors mee te gaan met de zigeuners naar Spanje gaan en flamenco-gitaar leren golfsurfen in Hossegor Comanche worden peyote gebruiken in plaats van ssri's ayahuasca in plaats van neuroleptica pfft, maar de natuur is ook een beertje met een meterslange lintworm uit zijn aars schimmels en pantoffeldiertjes virussen en bacteriën  de builenpest en braaksel stank en walging en noodweer en wanhoop en eenzaamheid en afzien  creperen, godverdomme, zielskreten en demonische bezetenheid en zenuwen die tilt slaan en leven dat afhankelijk is van jou en het meest pijnlijke is niet meer kunnen zorgen niet meer uit je bed geraken de vechtjas die je nooit geweest ben heeft zijn strijdbaarheid verloren wat rest is slechts willen slapen nooit meer wakker worden geen schoonheid meer kunnen zien omdat die van de ziel is en de ziel bestaat niet enkel het organische vergankelijke rest je en de honger de straat de dakloosheid de schurft de pus de zweren gangreen verongelijktheid vlijt samenzweerderigheid energie losgekoppeld zijn van de bron des levens  nimmer tijdloos steeds dichter bij het ontbinden tegen wil en dank en verder weg van H die hopelijk wel haar roeping vindt en ver weg blijft van Babylon en body dismorphia maar de pulp is overal op het vermaledijde internet immer geroezemoes en lelijkheid waar zijn de engelen de bazuinen de glorie Gods heroin chic de God molecule  de rust de aanvaarding de troost niet la nausée maar ambrozijn en godennectar honing en wijn wierook en mirre en liefde die onvergankelijk is onsterfelijk waar zijn de profeten waar is de hoop die schrijvers sowieso al minder kennen ontsnappen aan de vaart der volkeren gletsjers die niet smelten krioelende rivieren voorspoed weldadigheid een ander soort rijkdom  en vreugdevuren en H die gibbert  die klaterende schaterlach en ik die schrijft en niet zozeer de wereld doorziet  maar worstelt meer moet dat soms niet zijn   Saxon - Ride like the wind  

Kameraad 60
2 0

De papieren man

Ik moest nog snel wat schoolmateriaal gaan kopen, zodat mijn zoon na de les Plastische Opvoeding met een tekening kon thuiskomen in plaats van een aantekening. Het ging om tekenpapier en een kaft. Mijn vrouw had me de details doorgestuurd in een berichtje en ook waar ik deze spullen zou vinden: in de Schleiper, een winkel in de Joodse wijk. Ik was nog nooit in deze winkel geweest, maar toen ik zag waar de gps me liet stoppen, besefte ik dat ik er natuurlijk al talloze keren voorbij was gereden. Ik zette mijn fiets tegen de gevel en maakte hem met een dik slot vast aan de tralie van een kelderraam, dat op een kier stond. Even bleef ik staan. Er steeg een rotte lucht op, oud stof en zure melk. De wind speelde met de vuilwitte resten van wat ooit gordijnen waren. Ik keek nieuwsgierig en met weerzin naar binnen, maar ik kon in de duisternis daarbinnen niets herkennen waar mijn reeds op hol geslagen fantasie een kluif aan had. De ingang was aan de achterkant. Met mijn telefoon in de hand wilde ik iemand aanspreken zodat ik snel kon vinden wat ik zocht: een blok tekenpapier van het merk Steinbach, 270 x 360 mm, gewicht: 250 gram, en een tekenkaft van 28 x 38 cm. Er stond een oude dame aan de kassa die kennelijk hardhorig was en vermoedelijk om die reden haar vriendin had meegenomen. De jongeman achter de kassa stelde een vraag over hun aankoop, maar beide dames reageerden niet. Hij herhaalde wat hij zei, luider, waarop de vriendin nu wel iets had opgepikt, maar opnieuw vroeg wat hij had gezegd. ‘WILT U EEN TASJE MISSCHIEN?’ riep de jongen uit volle borst, toch nog zijn gezicht in de plooi houdend om beleefd te blijven. Daarna herhaalde het tafereel zich tussen de hardhorige dame en haar nog harderhorige vriendin. Een andere medewerker kwam me verlossen en vroeg wat ze voor me kon betekenen. Ik toonde haar wat ik zocht en ze sprak op omineuze wijze: ‘U zal zich hiervoor naar de kelder moeten begeven’. De kelder? Waar dat vieze gordijntje hing? Ik liep in de richting die ze had aangewezen. ‘U zult op het einde van de gang een trap naar beneden zien, achter de hoek.’ Ik rekende erop binnen tien minuten weer buiten te zijn, maar ik vertraagde onderweg naar de trap mijn pas bij het zien van al dat knutsel- en tekengerief. Links en rechts van mij smeekten kalligrafiepennen, scratch art en Japanse aquarelverf om door mij gekocht te worden. Opeens wilde ik een atelier bezitten en de hele dag schilderen en tekenen. Toen ik eindelijk bij de hoek was, zag ik de trap. Per trede die ik afdaalde, klonken de geluiden van de winkel steeds gedempter en werd de geur van onbeschreven papier steeds sterker. Ik kwam in een grote ruimte die ingedeeld was in verschillende gangen. Ik moest om een of andere reden aan een kleine universiteitsbibliotheek denken. Aan de overkant zat een man, verscholen achter een opvallend laag bureau. Hij boog zich wat voorover om me te kunnen zien, maar werd gehinderd door de kasten tussen ons in. Toen ik naderbij kwam, keek hij me aan. Eindelijk is er iemand, moet hij gedacht hebben. ‘Het is hier wel heel rustig hé’, sprak ik onbevangen, tezelfdertijd bedenkend dat ik in zijn situatie altijd muziek zou opzetten. ‘Ja, meestal is het hier wel kalmer dan boven‘. Hij sprak dat laatste woord uit alsof er twee dimensies bestonden. Hij vroeg wat ik nodig had en ik toonde hem mijn screenshot. Hij wreef verlekkerd in zijn handen: hij wist waar alles stond. Ondertussen zocht ik naar dat griezelige raampje maar kon het niet vinden. Toen hij me heel gezwind de kaft en het papier had overhandigd, bedankte ik hem en vond het een beetje sneu dat ik hem nu niets meer kon vragen. Het gebrek aan een radio maakte de stilte tussen ons niet draaglijker. ‘Soms is het hier heel druk hoor!’ zei hij. Ik knikte gretig en maakte aanstalten om te vertrekken. Hij zei: ‘Misschien tot nog eens hé’. Ik wist niet goed of ik hem een hand moest geven.

Lennart Vanstaen
0 0