Zoeken

En jij? Tussen 2026 en Allerheiligen?

De januarilucht is nog zoet van goede voornemens. Alsof de wereld nog even collectief haar zuchten inhoudt en nog champagne-zoete beloftes uitademt. Ik zie ze, voel ze bijna, die vluchtige verlangens naar heruitvinding. Papieren vliegtuigjes met zoetgevooisde woorden, intenties en blijdschap –  de met zorg geschreven nieuwjaarsbrieven. Helaas tonen de statistieken een andere werkelijkheid. Tegen de tijd dat de kerstboom aan de straatkant staat, keert het oude vertrouwde stilletjes terug. In de schemer van een woonkamer gloeit een sigaret weer op, en is het wijnglas alweer gevuld. De nieuwe sportschoenen zijn ondertussen stofvangers onder de bank, terwijl het ritueel van de chips zak en het flikkerende televisielicht zijn troostrijke, onverbiddelijke regelmaat hervat. Het is geen verraad. Het is de zachte, maar meedogenloze terugkeer van de gewoonte. De zwaartekracht van de gewoonte is genadeloos. Men zegt dat eenentwintig dagen nodig zijn. Eenentwintig dagen om het lichaam en de geest een nieuw pad in te prenten. Maar hoe vaak worden voornemens gebakken in de oven van emotionele overvloed, gevoed door schuimwijn en peerpressure? We gooien ze feestelijk in de  lucht als confetti: licht, vrolijk, en gedoemd om neer te dwarrelen. Levensveranderingen zijn geen confetti’s met een moment van vrolijkheid. Het is een langzaam, vaak ongemakkelijk verschuiven van het fundament van je bestaan. Het vraagt niet om bubbels, maar om harde discipline, de sleur van herhaling, het geduld van de lange adem. Daarom schrijf ik mijn brief nu pas. Nu de laatste slingers zijn opgeruimd en de stilte is teruggekeerd. Een stilte die gevuld is met het gestage getik van regen tegen het raam. Dit is het uur van de rauwe helderheid. Geen glitter, geen voornemens, alleen maar het naakte feit van de dag. En juist hier, in deze nuchtere leegte, kan het echte werk beginnen. Het is in deze zelfreflectie dat een andere, diepere vraag opwelt. Niet: wat wil ik veranderen? Maar: waarvoor ben ik dankbaar? Wat heb ik nog steeds lief? Omdat dit de grondtoon is die alle veranderingen mogelijk maakt. Een leven geleefd in overgave is geen leven van passiviteit, maar een leven dat vertrekt vanuit die kern van erkende rijkdom. Het is de liefde voor de gewone dagen, het vertrouwen in de zoektocht, de zuivere intentie om aanwezig te zijn – niet enkel op de feestdagen, maar vooral op druilerige dagen. Daar ligt de echte vernieuwing. Niet in het afweren van wat was, maar in het omhelzen van wat ís, met een hart dat vol zit van dankbaarheid. De enige echte basis voor grote veranderingen in het leven.        

Heidi Schoefs
4 1