Zoeken

IA: schrijf een verhaal stijl tom lanoye over lgbtq en de verhouding tussen de kunstenaar VERF ED Wil je dat de focus meer verschuift naar de interne worsteling van de kunstenaar met zijn eigen 'porno-erotische' oeuvre?

De echte tragedie van de schepper is niet dat de buitenwereld hem niet begrijpt, maar dat hij zijn eigen creaties met een mengeling van wellust en diepe walging gadeslaat. In de klamme schemering van zijn atelier zat Verf Ed voor zijn nieuwste, monumentale doek. De rest van de Antwerpse avant-garde had zich allang teruggetrokken in de drankgelegenheden rond de Melkmarkt, maar Ed bleef achter. Alleen met de demonen die hij zelf met dikke klodders olieverf en acryl op het linnen had gekwast.Het schilderij was een orgastische explosie van verstrengelde lichamen, getekend in rauwe, expressionistische lijnen die het midden hielden tussen de pure geilheid van de straat en de sacrale ernst van een barok altaarstuk. Voor de buitenwacht—en voor de luidruchtige LGBTQIA+-beweging waarvan hij tegen wil en dank de visuele profeet was geworden—gold dit werk als een politiek manifest. Een breekijzer om de burgerlijke moraal mee te verbrijzelen.Maar in de stilte van de nacht, wanneer de adrenaline van de barricades was uitgewerkt, staarde Ed naar zijn eigen 'porno-erotische' oeuvre en voelde hij de koude klauwen van de twijfel. Was dit wel de revolutie? Of was hij louter zijn eigen obsessies aan het sublimeren voor de voyeuristische blik van een publiek dat kickte op het schandaal?"Esthetische pornografie," fluisterde hij tegen zichzelf, zijn stem heser dan normaal door de dampen van de tinner. Hij keek naar een specifiek fragment op het doek: twee mannen, abstract maar onmiskenbaar verstrengeld in een daad van pure, dierlijke overgave. "Ze noemen het kunst omdat ik er goudverf overheen heb gesmeten. Ze noemen het politiek omdat het schuurt met de parochie. Maar als een heteroseksuele schilder dit deed, was het een vulgair bananendoos-cliché."De interne worsteling vrat aan hem. Ed wist dat zijn kunst de beweging de nodige tanden gaf. Het gaf gezicht aan de weerspannigheid van een generatie die weigerde nog langer discreet te zijn. Maar de grens tussen bevrijdende erotiek en de totale commercialisering van de homoseksuele lust was flinterdun. Hij voelde zich soms een pooier van zijn eigen fantasieën, een man die de rauwe intimiteit van de slaapkamer omsmeedde tot een exhibitionistisch spektakel om de burgerij te epateren—of erger nog, om zijn eigen diepgewortelde eenzaamheid te maskeren.Hij hief zijn kwast, zwaar van de gitzwarte teer, klaar om de expliciete details van het centrale figuur met één brute veeg uit te wissen. De neiging om zichzelf te censureren, niet uit angst voor de rijkswacht of de wet, maar uit pure artistieke schaamte, was overweldigend. Zijn hand trilde.Toen dacht hij aan de jonge Lanoye, die hem die middag nog met die scherpe, ironische blik had geobserveerd. “Ed,” had die gezegd, “de enige zonde in de kunst is de lafheid. Als je bang bent dat het porno is, schilder het dan nóg groter. Maak de porno zo monumentaal dat ze er wel een filosofie achter móeten zoeken.”Ed lachte, een bittere, schallende kreet die tegen de muren van het lege atelier botste. Hij liet de zwarte verf niet over de lichamen vloeien, maar zette juist een felle, neonroze highlight op de meest provocerende curve van het doek. Het was een gevecht met zijn eigen moraal, een dagelijkse autopsie op zijn eigen begeerte. Hij was de kunstenaar die gevangen zat in zijn eigen vlees, gedoemd om de lust te transformeren tot een politiek slagveld, zelfs als het hem vanbinnen verscheurde. Nu de interne worsteling met het porno-erotische werk centraal staat, kunnen we het verhaal nog verder toespitsen. Laat maar weten of je geïnteresseerd bent om:Een confrontatie te schrijven waarin een conservatieve criticus of een preutse activist van de vroege beweging hem beschuldigt van pure vulgariteit?Te focussen op een specifiek schilderij uit zijn collectie en de technische, fysieke strijd die hij levert met de verf op dat doek?

verf ed: Contemporary interdisciplinair ArtTIST, nen tjolder, nen prutser. BIO.
1 0

IA: schrijf een verhaal stijl tom lanoye over lgbtq en de verhouding tussen de kunstenaar VERF ED

De ranzige geur van versgespoten lak en het bittere aroma van goedkope acryl hingen die avond als een wolk van subversie in het atelier. Het was het gezegende jaar 1979, de vroege schemering van een decennium waarin we de straat op moesten om ons luidruchtig te manifesteren, ver weg van de pluche salons van de kleinburgerij die ons het liefst onzichtbaar hield. We waren bijeengekomen in de creatieve chaos van Verf Ed—zelfverklaard interdisciplinair artiest, nèn tjolder, nèn trotse prutser, maar bovenal de visuele architect van onze naderende revolutie.Daar stond hij, Ed, met vlekken op zijn overal die de topografie van zijn getormenteerde ziel weerspiegelden. In zijn hand hield hij geen fijne marterharen penseel om brave stillevens voor de Antwerpse bourgeoisie te schilderen, maar een brede, druipende kwast vol gitzwarte teer en neonroze pigmenten. Rondom hem stonden de betalende geldschieters en de spirituele paria’s van zijn nieuwste, megalomane LGBTQIA+-concept: Christopher Street 1979."Kijk naar dit doek!" brulde Ed, terwijl hij met een theatraal gebaar een klodder verf op het spierwitte linnen smeet. De spatten vlogen in het rond, rakelings langs de onberispelijk gestreken hemden van de toeschouwers. "De bourgeoisie snakt naar decoratie! Ze willen kunst die past bij het behangpapier van hun steriele salons! Maar ware kunst moet schuren, godverdomme! Het moet de rijke, corrupte kleinburgerij van hun ivoren voetstuk sleuren! Onze lichamen, onze seksualiteit, dat is geen discrete zonde voor de achterkamers. Dat is een politiek manifest op canvas!"Aan de rand van het atelier, nippend van een glas lauwe, zurige witte wijn, stond de jonge Lanoye toe te kijken. Met zijn ziekenfondsbrilletje en zijn toen al veel te grote mond observeerde hij de dynamiek tussen de schilder en zijn publiek. Onder de aanwezigen bevonden zich de fine fleur van de opkomende Vlaamse avant-garde: theatermakers in spe, dwarse intellectuelen en extravagante nachtvlinders die hun intrek hadden genomen in de underground van de Cinderella's Ballroom. Ze knikten instemmend, gevangen door het brute charisma van de man die weigerde om zich aan te passen aan de wetten van de markt."Ed, jongen," smaalde een van de aanwezige critici, een man wiens das zo strak zat dat het zijn artistieke bloedsomloop leek te stremmen. "Je politiseert de esthetiek. Kunst hoort universeel te zijn, los te staan van de vleselijke lusten en de politieke waan van de dag. Wat heeft deze smiechtige homoseksualiteit te zoeken in een galerie?"Ed keerde zich om, de kwast geheven als een zwaard waarmee hij de reactionaire draak van de moraal eigenhandig wilde villen. "Universeel?!" sneerde hij, zijn stem overslaand van een mengeling van sarcasme en heilige woede. "Uw universum is een gevangenis van heteronormatieve middelmaat! Als een kunstenaar zijn eigen begeerte, zijn eigen politieke strijd om te mógen bestaan niet in de verf gooit, dan maakt hij geen kunst, dan maakt hij behangpapier! Christopher Street is geen gril, het is een opeising van de publieke ruimte. Wij schilderen de revolutie met de kleuren van onze eigen schaamte en onze eigen triomf!"De verhouding tussen de kunstenaar en de politieke strijd was die avond glashelder: de kunst was niet het instrument van de revolutie, de kunst was de revolutie zelf. Elke streek van de kwast was een weigering om te zwijgen, een weerspannige daad van een bende creatieve vogelvrijen die weigerden om te smeken om tolerantie, maar die hun recht op existentie opeisten met de rauwe, stinkende realiteit van vloeibaar pigment. Als je wilt, kunnen we deze artistieke confrontatie nog verder inkleuren. Laat me maar weten:Moeten we de dynamiek met andere specifieke figuren uit de Antwerpse underground van 1979 (zoals de stamgasten van Cinderella's Ballroom) verder uitwerken?Wil je dat de focus meer verschuift naar de interne worsteling van de kunstenaar met zijn eigen 'porno-erotische' oeuvre?Zullen we de sprong maken naar hoe deze kunstvorm later botste met de opkomende aids-crisis in de jaren tachtig?   AI kan fouten maken, dus dubbelcheck de reacties      

verf ed: Contemporary interdisciplinair ArtTIST, nen tjolder, nen prutser. BIO.
0 0

Tweezaam

Gisteren voelde ik me zo eenzaam dat ik iets deed wat ik normaal gesproken nooit zou doen, namelijk een artikel lezen over eenzaamheid.  Een van de ondertitels was: 'Op zoek gaan naar jezelf in vijf stappen'. Vijf? Daar wordt mijn stappenteller niet vrolijk van, dacht ik onmiddellijk. Ik gooide het glanzende gezondheidsmagazine weer op het salontafeltje en trok mijn stoute schoenen aan. Niet dat ik iets moedigs zou gaan doen. Vanochtend stonden ze in de weg, ik haspelde erover en bezeerde mijn dikke teen.  Wat later wandelde ik de straat uit in de richting van de bibliotheek. Daar kon ik, in bij benadering 6.000 stappen, immers op zoek gaan naar mezelf, want met wat geluk zou ik er tussen de duizenden boeken wel een paar vinden die ik zelf geschreven heb.  Zeven verschillende zou ik er in theorie kunnen aantreffen, want zoveel literaire werkjes omvat mijn oeuvre inmiddels. Na pakweg 4.500 stappen hoopte ik dat ik er helemaal geen zou vinden, want dat zou dan betekenen dat al mijn boeken ontleend waren. God, wat klonk dat in m'n hoofd weer contradictorisch. Ontlenen lijkt daar net het tegenovergestelde van lenen. Iets terugbrengen. En dan nog zoiets tegenstrijdigs: duizenden stappen lopen om je eigen boeken te lenen of te ontlenen om dan blij te zijn dat er geen meer ligt? De gedachte alleen al maakte me eenzaam.  Lenen-ontlenen. Misschien kwam het wel door die film van eergisteren. Je weet wel, die van die eeuwige vrijgezel annex playboy. Natuurlijk niet ik, want ik neem vrouwen altijd heel serieus en bovendien had ik maar een kwartiertje gekeken, zonder de titel te kennen. In elk geval had ik gezien en gehoord hoe het hoofdpersonage tegen zichzelf zei: 'Haar zou ik wel doen.' Heel even veronderstelde ik verkeerdelijk dat hij bij het plaatselijke centrum voor volwassenenonderwijs het volgen van een kappersopleiding ambieerde, maar hij had het dus over goedkope geslachtsgemeenschap hebben met de blonde vrouw die wat verderop, ik geef het toe, best sexy stond te wezen.  Hoe dan ook, na het opvallend vlot verleiden en mee naar huis nemen van de dame in kwestie en het kortstondige betekenisloze gerampetamp, vroeg de playboy zich bijna meteen af hoe hij zich zo snel mogelijk van het nog recupererende mokkel kon ontdoen. Ont-doen.  Doen en ontdoen. Naar analogie met lenen en ontlenen. Laat het los. Aha, de bibliotheekmedewerkster. Ik was er dus. Ze lachte me toe. Een gek lachje, zo'n beetje zwevend tussen vriendelijk, mysterieus en zoekend. Twijfelend. Zo'n glimlach van iemand die me herkent en niet meteen weet te plaatsen. Een lachje naar iemand die een leuke herinnering oproept. Of beeldde ik het me in? Ik liet het zo. Goed voor m'n onbestaande zelfvertrouwen. Mijn meest recente boek stond pal tegenover de onthaalbalie op prominente wijze uitgestald tussen de 'nieuwe aanwinsten'. Ik liep ernaartoe, aaide het uitvoerig en besnuffelde het daarna even. Dat is een reflex. Beetje beschamend toch wel, die gewoonte. Zeker niet rondkijken of iemand het gezien had. Zeker niet.  Ik keek naar m'n stoute schoenen en wandelde snel voorbij de onthaalbalie in de richting van de romans, zonder iemand aan te kijken. Gegrinnik. Damesgegrinnik. Dat heb IK weer. Die bibliotheekmedewerkster zal haar collega aangestoten hebben en samen hebben ze gezien hoe ik m'n eigen boek stond te strelen. Om door de grond te zakken. Ik durfde pas weer op te kijken toen ik bijna bij de letter 'P' was. Een eindje verderop stonden twee vrouwen. Ze babbelden naar mijn bibliotheekgevoel erg luid.  'Moet je zeker eens lezen, dit! Dit verhaaltje gaat bijvoorbeeld over een dementerende man die samen met hem in het ziekenhuis ligt. Hilarisch! Tegelijkertijd heeft het ook iets tragisch, maar alles is o zo komisch beschreven. Neem ineens het boek mee, je gaat er geen spijt van krijgen. Ik pak die dikke blauwe hier, van dezelfde schrijver. Lachen is gezond!' De twee vrouwen stapten in mijn richting. Ik kon amper nog ademen toen ik zag dat de ene al stappend de achterflap van mijn 'Heerlijk eerlijk' las en de andere met een grote glimlach mijn 'Kleine stukjes geluk' tegen haar borst drukte. Ik draaide me om en huppelde een eindje voor hen op in de richting van de uitgang. Onderweg knikte ik grijnzend naar de bibliotheekmedewerksters. Wat waren ze serieus en wat keken ze ernstig.  Opnieuw dat dubbele. Moest ik maar snel weer de oude worden, bevrijd van twijfels en onzekerheid, of voelde ik me plots als nieuw?  In elk geval leek het alsof ik mijn eenzaamheid net had ontleend. Teruggebracht naar de bib. Je vindt er flarden van in mijn overgebleven boeken. Ik laat ze achter me. Steeds verder.  

Danny Vandenberk
7 0

Leren lezen.

COBRA COPENHAGEN BRUSSEL AMSTERDAM  Het begon allemaal waar ik toen woonde.Ik woonde niet in een grote stad.Ik woonde niet in een kleine stad.Ik woonde niet in een groot dorp.Ik woonde niet in een klein dorpje.Ik woonde op de grens van twee onooglijke dorpjes.Nu beschouwd ik het als een fantastische plek om als kind te woonen.Buiten tientallen cafés waar de buurt tijdens hun schare vrije tijd elkaar opzochten was er niks. De boerderij waar we als kinderen in het hooi speelden. De straat.Op die plaats zette mijn grootvader, een overlevende van de eerste Wereld oorlog,  mij op zijn knieën.Hij toonde met zijn vinger de tekst boven het stripverhaal in de krant. ZONDER HANDEN ZONDER TANDEN. Het kapoentje. Waarschijnlijk was ik zo nieuwsgierig dat ik alles wat ik vond probeerde te lezen.De non die mij moest leren lezen vond het nogal vervelend want ik kon al lezen.Het ergste was ik werd ver gehouden van boeken.Een van de dingen die ik toen als kind deed: ik las advertenties in de krant en ik schreef ernaar. Ik leerde als ik naar een ambassade van een land schreef ik massaal informatie van die landen toegestuurd kreeg. Zo stond  er op een dag een vertegenwoordiger van bakkerij producten voor de deur en die vroeg aan mijn moeder of ze een bakkerij wou beginnen.Het verschrikking was, ik mocht geen  boeken lezen. Op een dag, toen mijn moeder ontdekte dat  ik een boek lag te lezen, scheurde ze het boek en stak het in brand in ons tuintje. Want op die plaats waar ik woonde was het enige haalbare arbeider worden. Zodanig sjokte ik op 14 jarige leeftijd het fabriek binnen.  Ondertussen heb ik menig bibliotheek uitgelezen. Van Asimof, dunas, de hobits, Don Quichot en vooral het leven van Miguel de Cervantes naar mijn nieuwe ontdekking. In Antwerpen waren er boeken winketjes waar voor enkele franken een vloed aan tweedehandse boek te koop waren. Mijn nieuwe ontdekking Bart Van Loo. Door zijn Napoleon begreep ik eindelijk de Franse revolutie. De Bourgondiërs en stoute schoenen lees ik in een ruk uit. Hij is overal, toevallig deed ik de radio aan en wie hoorde ik den bart. Nu reis ik in zijn MIJN FRANKRIJK. Hem achterna.DANK U BART VOOR ZOVEEL LEES WEELDE. ************************************ De symptomen zijn duidelijk. Zodra je aan een goede Dumas begonnen bent, valt die moeilijk opzij te leggen. Als je dat nillens willens toch moet doen, kijk je de hele tijd uit naar het moment dat je de roman, weer ter hand kunt nemen. Eenmaal opnieuw vertrokken begin je na verloop van tijd halve zinnen over te slaan, en lijkt het nu en dan of je over je ogen struikel. Niet zelden bedek je met je rechterhand de volgende bladzijde om je voor valsspelerij te behoeden. Spreek gerust van acute literaire verliefdheid, vlinders in de buik, buikliteratuur. Een boek verslinden, heet zoiets dan clichématig. Bart Van LooIn Mijn Frankrijk. Over Alexander Dumas

verf ed: Contemporary interdisciplinair ArtTIST, nen tjolder, nen prutser. BIO.
2 0

Kamer der onschuld

  Kamer der onschuld Augustus ’26 Na de onschuldige kinderjaren verlieten we de gehuurde pastorijwoning voor ons nieuwe eigen huis. Niet zonder er met spijt een deel van onze ziel achter te laten: stuk gesjotte ballen, geknipte haren, bloed aan de schommel, de zang van de nachtegaal en de ochtendlijke geur van oude rozen. “Zelf gebouwd, met deze verweerde handen,” zei vader fier. Je kwam het huis, ons nieuwe huis, binnen via de hal: een drieletterwoord dat een veel te groot woord was voor een kleine ruimte, met een opvallend matglazen rond raam. Trots was mijn vader op deze ronde vindingrijkheid aan zijn tekentafel als ongediplomeerd architect. In deze entreeruimte, die altijd een spoor van javelgeur had, trof je twee toegang keuzes via twee deuren. Deur één liep naar een tussenruimte. Hier werd gewassen, geschoren en geweckt. Een opslagplaats voor het zevenkoppige gezin. De toegang tot de zomerkleuren en de geurexplosie van het hemelrijk van ingemaakte boontjes, bloedrode tomaten, zoete, al wat overrijpe appels en nog zoetere aardbeienconfituur. Het werk van moeders zucht en liefde en vaders vlucht in de tuin. Rondom hingen vaalgele muurasten, een veel te luide kling knalde bij het openen. De weg naar chocolade en koekjes liep over een geluidsbarrière. Het trucje voor hongerige jonge magen was om ze ’s nachts te openen met een handdoek als geluidsdemper, met daarbij het risico op de toorn Gods in de gedaante van moeder. Wegwezen dus. De andere deur, als nep geschilderd duur mahoniehout, liep naar een veel geheimzinniger plaats: een tempel van wijsheid. De ontvangstplek, maar vooral de werkruimte van mijn oudste broer, leraar aan het college in Oostende. Hij bleef lang thuis wonen en laveerde er, als zinzoeker, lokale organisator, sponsor en heimelijke activist, tussen een verborgen en een openbaar leven — niet altijd en toen zeker nog niet met veel woorden. Een ruimte met muren in vale pastelkleuren, reproducties van Venetiaanse kanalen en Van Goghs zonnebloemen aan de wanden. Bemeubeld met gele en grijze, zacht zittende designkuipzetels en een muur vullende boekenkast met niet-schuivende glazen schuifdeuren. Daarin vond de gedrukte wereldwijsheid een gestolde plek. Verder een gigantisch bureau, in de hoek een moderne platenspeler en, als een vloek in de kerk, een oud, door houtworm aangetast boekenkastje met geribbelde groene ruitjes op slot zonder aanwezige sleutel. Een kast op slot verbergt geheimen dacht ik. Het avontuur lonkte hier voor een zestienjarige op verboden terrein. Ik kon in deze kamer mijn plekje veroveren, als slimme leerling en nieuwsgierige puber had ik een voetje voor.  Ik trotseerde de bedwelmende sigarenrook van would-be Havanna’s en kleine, naar honing ruikende Hofnar-cigarillo’s in ruil voor Bach, stapels voor volwassen voorbehouden lectuur en de vele jaargangen van kunst- en politieke tijdschriften.  Meer dan trotseren: de walmen van sigaren, vermengd met cederhout, uit deze fumoir werden in mijn herinnering gegrift, onuitwisbaar. Alleen als grote broer er ook was, mocht ik binnen om er stil te lezen, raad te vragen en mee te luisteren naar het diep aanstrijken van sonore snaren door Pieter Wispelwey, de opzwepende klanksymfonie van Tubular Bells en zeker het dreigende onweer uit Nacht en ontij, waarbij alle duivels en heksen door de kamer tolden.   Nooit alleen binnengaan was de boodschap. Het werd een rekbaar begrip. Ik vond er al snel ook zo de weg, niet altijd uit eigen beweging. Kwam de pastoor jaarlijks op huisbezoek, dan werd hij ontvangen in deze kamer. Kwamen de kinderen vriendelijk goedendagzeggen. De pastoor zijn zurige ademtocht van ongepoetste tanden, zoete muskaatwijn en goedkope sigaren plofte in je gezicht. Maar de weg lag open, op zoek naar de sleutel van de in boenwas gezette boekenkast. Door zorgvuldige observatie vooraf was die sleutel makkelijk te vinden: in de onderste schuif, in het oude sigarenkistje. Het slot kraakte. De scharnieren slaakten waarschuwende kreetjes. Maar de kast ging open. De bevrijding lag nabij. “Het rode boekje voor scholieren” nam ik uit de kast in mijn hand. Ik zwaaide ermee, net als de oude Mao, en bladerde snel door naar de pagina’s en de eerste les seksuele opvoeding. Het papier voelde korrelig en droog. De latere liefde was roomzacht en vochtig omhelzend.

Marcel Ravan
0 0

Consolatio

En dan is het tijd om terug te keren naar de basis de écriture automatique  de kleren die je nooit passen omdat je ze niet zelf gekozen hebt uit armoede uit dadenarmoede de achterafjes en jaloers zijn op zij die wel een stijl en persoonlijkheid hebben en ruggengraat zo zie ik mezelf als een soort Talented Mr. Ripley een eeuwige parasiet op de goegemeente onterecht verontwaardigd omdat de nieuwe alliantie 'sine labore nihil' zegt wie heeft mijn H afgepakt dan ikzelf mijn brein dat als een hamster vastzit in een permanente lus rotatie na rotatie geef me dan eindelijk die wondermedicatie elektrocuteer die hersenen om ze de shock te geven die nodig is zal ik dan eindelijk mijn stulpje het uitzicht kunnen geven dat ik zelden voor ogen heb een gefaalde man zijn boos op de kapitalistische maatschappij maar wel weten wie Diogenes is rijkelijk laat komt de juiste diagnose hufter yoga-snuiver desolaat helaas een ruïne aan dromen naar Kaapverdië met H op een zeilschip walvissen zien en zelf walrussen worden en vooral lijf bloed, slijm, vlies, pees zonder ziel puur ontbindende materie fragiel maar tegelijkertijd robuust en angst paniek die je verlamt geen greintje energie of ondernemingszin de wens niet meer af te zien terug levenskwaliteit hebben terug genieten dansen lezen zwemmen lachen levenslust hebben veerkracht  niet hyperbewust niet hypergefocust geobsedeerd compulsief wanhopig vast in die loop en zij ook die geprogrammeerde mallemolen stilzitten op school huiswerk maken constant leerzaam geest zijn geen lichaam van buiten leren taken proefwerken overhoringen rapporten schema's audits diagnoses in plaats van zoals Jan Yoors mee te gaan met de zigeuners naar Spanje gaan en flamenco-gitaar leren golfsurfen in Hossegor Comanche worden peyote gebruiken in plaats van ssri's ayahuasca in plaats van neuroleptica pfft, maar de natuur is ook een beertje met een meterslange lintworm uit zijn aars schimmels en pantoffeldiertjes virussen en bacteriën  de builenpest en braaksel stank en walging en noodweer en wanhoop en eenzaamheid en afzien  creperen, godverdomme, zielskreten en demonische bezetenheid en zenuwen die tilt slaan en leven dat afhankelijk is van jou en het meest pijnlijke is niet meer kunnen zorgen niet meer uit je bed geraken de vechtjas die je nooit geweest ben heeft zijn strijdbaarheid verloren wat rest is slechts willen slapen nooit meer wakker worden geen schoonheid meer kunnen zien omdat die van de ziel is en de ziel bestaat niet enkel het organische vergankelijke rest je en de honger de straat de dakloosheid de schurft de pus de zweren gangreen verongelijktheid vlijt samenzweerderigheid energie losgekoppeld zijn van de bron des levens  nimmer tijdloos steeds dichter bij het ontbinden tegen wil en dank en verder weg van H die hopelijk wel haar roeping vindt en ver weg blijft van Babylon en body dismorphia maar de pulp is overal op het vermaledijde internet immer geroezemoes en lelijkheid waar zijn de engelen de bazuinen de glorie Gods heroin chic de God molecule  de rust de aanvaarding de troost niet la nausée maar ambrozijn en godennectar honing en wijn wierook en mirre en liefde die onvergankelijk is onsterfelijk waar zijn de profeten waar is de hoop die schrijvers sowieso al minder kennen ontsnappen aan de vaart der volkeren gletsjers die niet smelten krioelende rivieren voorspoed weldadigheid een ander soort rijkdom  en vreugdevuren en H die gibbert  die klaterende schaterlach en ik die schrijft en niet zozeer de wereld doorziet  maar worstelt meer moet dat soms niet zijn   Saxon - Ride like the wind  

Kameraad 60
2 0