Zoeken

Niet alles wat in mij spreekt, is van mij

Ik voel me nog elke dag slecht over mezelf.Niet omdat er steeds iets misgaat, maar omdat die stem er nog is.Die stem die zegt dat ik tekortschiet, te veel ben, of het nooit helemaal goed doe. Die stem is niet ontstaan uit zelfkritiek. Hij is ontstaan uit afwezigheid. Als niemand je leert dat jouw gevoelens ertoe doen,ga je vanzelf aannemen dat ze het probleem zijn. Als niemand blijft wanneer het moeilijk wordt, ga je denken dat jij degene bent die niet de moeite waard is om voor te blijven. Zo wordt emotionele afwezigheid een innerlijke waarheid. Ik heb mezelf jarenlang beoordeeld met maatstaven die nooit van mij waren.Ik noemde het zelfreflectie, verantwoordelijkheid, realisme. Maar in werkelijkheid was het aangeleerde afwijzing. Een oude overlevingsstrategie die bleef hangen toen het gevaar al voorbij was. Het lastige is: die stem klinkt logisch. Rustig. Redelijk. Hij schreeuwt niet, hij concludeert. En juist daarom geloof je hem. Maar hoe vaker ik keek, hoe duidelijker het werd: die stem zegt niets over wie ik ben,maar alles over wat ik heb gemist. Je kunt jezelf niet goed leren zien als niemand je ooit heeft gespiegeld met zachtheid. Je kunt geen zelfvertrouwen opbouwen als je innerlijke wereld nooit welkom was. Dat ik me slecht voel over mezelf, is geen karakterfout.Het is een restant. Een vervolg van een jeugd waarin ik mezelf moest dragenzonder dat iemand het overnam. En misschien is dit het moeilijkste om te accepteren:dit verdwijnt niet zomaar. Niet door inzicht, niet door begrijpen. Niet door harder mijn best doen. Maar het verandert wél zodra ik stop met die stem behandelen als waarheid. Niet elke gedachte verdient geloof. Sommige gedachten verdienen context. Soms is vooruitgang niets anders dan dit: dat ik mezelf niet langer veroordeel voor iets wat ooit nodig was om te overleven.

Onzichtbaarkind
0 0

En jij? Tussen 2026 en Allerheiligen?

De januarilucht is nog zoet van goede voornemens. Alsof de wereld nog even collectief haar zuchten inhoudt en nog champagne-zoete beloftes uitademt. Ik zie ze, voel ze bijna, die vluchtige verlangens naar heruitvinding. Papieren vliegtuigjes met zoetgevooisde woorden, intenties en blijdschap –  de met zorg geschreven nieuwjaarsbrieven. Helaas tonen de statistieken een andere werkelijkheid. Tegen de tijd dat de kerstboom aan de straatkant staat, keert het oude vertrouwde stilletjes terug. In de schemer van een woonkamer gloeit een sigaret weer op, en is het wijnglas alweer gevuld. De nieuwe sportschoenen zijn ondertussen stofvangers onder de bank, terwijl het ritueel van de chips zak en het flikkerende televisielicht zijn troostrijke, onverbiddelijke regelmaat hervat. Het is geen verraad. Het is de zachte, maar meedogenloze terugkeer van de gewoonte. De zwaartekracht van de gewoonte is genadeloos. Men zegt dat eenentwintig dagen nodig zijn. Eenentwintig dagen om het lichaam en de geest een nieuw pad in te prenten. Maar hoe vaak worden voornemens gebakken in de oven van emotionele overvloed, gevoed door schuimwijn en peerpressure? We gooien ze feestelijk in de  lucht als confetti: licht, vrolijk, en gedoemd om neer te dwarrelen. Levensveranderingen zijn geen confetti’s met een moment van vrolijkheid. Het is een langzaam, vaak ongemakkelijk verschuiven van het fundament van je bestaan. Het vraagt niet om bubbels, maar om harde discipline, de sleur van herhaling, het geduld van de lange adem. Daarom schrijf ik mijn brief nu pas. Nu de laatste slingers zijn opgeruimd en de stilte is teruggekeerd. Een stilte die gevuld is met het gestage getik van regen tegen het raam. Dit is het uur van de rauwe helderheid. Geen glitter, geen voornemens, alleen maar het naakte feit van de dag. En juist hier, in deze nuchtere leegte, kan het echte werk beginnen. Het is in deze zelfreflectie dat een andere, diepere vraag opwelt. Niet: wat wil ik veranderen? Maar: waarvoor ben ik dankbaar? Wat heb ik nog steeds lief? Omdat dit de grondtoon is die alle veranderingen mogelijk maakt. Een leven geleefd in overgave is geen leven van passiviteit, maar een leven dat vertrekt vanuit die kern van erkende rijkdom. Het is de liefde voor de gewone dagen, het vertrouwen in de zoektocht, de zuivere intentie om aanwezig te zijn – niet enkel op de feestdagen, maar vooral op druilerige dagen. Daar ligt de echte vernieuwing. Niet in het afweren van wat was, maar in het omhelzen van wat ís, met een hart dat vol zit van dankbaarheid. De enige echte basis voor grote veranderingen in het leven.        

Heidi Schoefs
4 1