Zoeken

TERRASSEN

Hallo Weet je wat ik zo graag doe als het mooi weer is?Terrassen.En ik heb er een liedtekst over gemaakt: zie onder.De rest liet ik over aan AI (zang en muziek).Een mens moet mee met zijn tijd... Dit is het lied: https://www.youtube.com/@KoenVlerick Dit is de liedtekst: TERRASSEN             Teeee rasse rasse rasse Laat ons terrasse rasse rasse Want het is fijn Om hier bijeen te zijn Van start tot amen Komen wij hier graag samen La la la la La la la la               Ge kunt mij niet foppen             Met mij hier te droppen             En niet teveel vragen             En zeker niet zagen             Wel doen en laten             Babbelen is praten             Van reuzen en dwergen             De zee en de bergen             Bij de wijnglazen             Chips noten en kazen             Iedereen mag hier kussen             Amerikanen en Russen          En Bob drinkt water puur             Want Bob zit aan het stuur             Want Bob die ziiiit straks aan het stuur   Teeee rasse rasse rasse Het is hier weer klasse klasse klasse Want het is fijn Om saam bijeen te zijn Van start tot amen Komen wij hier graag samen La la la la La la la la               Het wordt een feestje             Zo van hè lekker beestje          We zijn al met velen             Met heel droge kelen             Krijgen pit in de poepen             Liever bieren dan soepen             We zijn zo blij             Het is koek en ei             Hier geen ruzie             Op de satelliet Suzy             We lachen we zotten             De bende van tof nooit grof             Hiero geen zorgen             De stress is voor morgen             La la la la             La la la la   Stop Gelijk in big bisou Neeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeee   Ik moe plasse plasse plasse Ik moet gaan plasse plasse plasse Ook al is het fijn Om hier bijeen te zijn En daarna sassen De handjes wassen En snel weer naar Place des amis               Nu laat Willy de zon in je hart             De polonaise wordt al snel gestart             Ik wil met je dansen             Want dan grijp ik mijn kansen             O liefste lief             Neem initiatief             We klinken en drinken (traag)             Tot de zon opkomt             Elke seconde genieten             De sint en de pieten             Schone momenten             Vrouwen en venten   Weeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeee lache lache lache Laat ons nog lache lache lache Want als je huilt worden je wangen nat Van start tot amen Komen wij hier graag samen En als ‘t voorbij is is het gedaaaaaaan                                             Dit is de promotekst: Promotekst – TERRASSEN   Zon op je gezicht, een drankje in je hand en alleen maar goede vibes…“TERRASSEN” van Koen Vlerick is dé feelgood reggae track die je meteen in zomermodus zet. Met een aanstekelijk refrein en een sfeer die je meeneemt naar lange avonden vol lachen, vrienden en muziek, is dit het lied dat je overal wil horen – van het eerste terras tot de laatste dans. Laat alles los, zing mee en geniet… want van start tot amen zijn we samen.   “TERRASSEN” – de soundtrack van jouw zomer.         Met vriendelijke groetenLiefs uit De Pinte, de bloemengemeente nabij Gent Koen Vlerick

Koen Vlerick
2 0

Mijn superkracht

Laatst zag ik de film ‘The Invisible Man’ op Netflix; het idee van onzichtbare, doch wel voelbare, entiteiten intrigeert me al heel mijn leven. Vooral de scène waarin het hoofdpersonage een gevecht aangaat met de onzichtbare man wekte een vreemd gevoel van herkenning op. Hoe vaak had ik al te maken gehad met energieën die zich rond mij begeven, hun invloed voelbaar uitoefenen, maar die niet zichtbaar, tastbaar of bewijsbaar zijn? Als kind had ik het hier heel moeilijk mee. Hier in deze wereld is het alsof ik geblinddoekt ben en mij op de tast doorheen sferen en energieën begeef. Dat kan heel kwetsbaar en onzeker voelen. De perceptie die deze menselijke vorm mij biedt is uiterst beperkt, schijnt zelfs nog minder dan 0,001 procent te zijn van het totale elektromagnetisch veld. Dus ja, het gros van de bestaansmogelijkheden zien we niet. Toch dringt deze werkelijkheid, deze materiële illusie, zich op alsof er niets anders is. Het leidt ons uiterst efficiënt af van alles dat niet in de illusie past. Wie zich kan afwenden van de afleiding en doorheen de illusie kijkt, verruimt en bevrijdt zichzelf. Maar het is vaak een proces met vallen en opstaan. Het proces van ‘ontwaken’, waar zovelen tegenwoordig de mond vol van hebben. Mocht ik een superkracht kunnen kiezen in deze wereld, dan zou ik voor onzichtbaarheid gaan. Omdat ik mijn aanwezigheid te midden van anderen als ontzettend intens ervaar. En omdat afwezigheid, zonder daarbij op te houden te bestaan, me een rustige toestand lijkt. Geen ogen die op mij gericht zijn en toch erbij zijn. Vrijgesteld van de penetrante blik van een ander. Geen haken of tentakels die zich aan mijn wezen kunnen hechten. Ik stel me voor hoe het zou voelen mocht ik mij in een groep blinden bevinden. Het zou me geruststellen dat ze mij, mijn blik in het bijzonder, niet konden zien. Mijn blik die door zienden wél ‘gevangen’ wordt. De blik waarlangs er van alles uitgewisseld wordt. En dat uitwisselen, vooral de intensiteit ervan, overweldigt mij vaak. Het put mij uit, waardoor ik dan uit het zicht van anderen weer moet opladen. Om mij dan later, met frisse authentieke energie, weer in het gezichtsveld van anderen te ‘moeten’ begeven. Dit is voor mij een vermoeiend cyclisch menselijk gebeuren, een uitdagend proces waardoor ik mezelf beter leer kennen. Waarnaar de blik gaat, is waar de energie van de ziel naartoe gaat. Aandacht is energie van de ziel. Geen wonder dat er zoveel in het werk gesteld wordt om ons af te leiden. Elk scherm is een zwart gat waarin die energie opgezogen wordt. Onzichtbaarheid gaat over niet gezien worden, maar er wel zijn. Wat niet gezien wordt, krijgt geen aandacht. En misschien krijg ik te veel aandacht, wat me overprikkelt en ik niet goed kan verteren. Te veel om op in te gaan, te veel dat om een reactie vraagt. Daarom triggert de zin ‘ik wil je zien’ mij zo. Het is het uitgesproken verlangen van de ander om zijn blik aan mij te haken, bij mij energetisch binnen te dringen. Uiteraard is connectie mooi, is verbinding met anderen voedend en ontzettend waardevol. Verrijkend en verwarmend. Dat en nog veel meer. Maar mijn gevoel zegt dat het te veel is. Terwijl mijn angst nog steeds ‘verlies’ predikt. Onzichtbaar willen zijn, gaat ook over de perceptie van anderen willen controleren. Bepalen wat zij mogen zien en wat niet. Want wat zou er gebeuren mochten zij zien en ervaren wat ik niet wil dat zij zien en ervaren? Dat zou een messcherp oordeel kunnen opleveren. Dus mijn superkracht zou eigenlijk gebaseerd zijn op angst voor het oordeel van anderen. No surprise there. Dat oordeel van anderen schrijf ik blijkbaar veel macht toe. Het woord ‘messcherp’ doet me ook denken aan mijn operaties. Ik liet toe, omdat ik schijnbaar geen keuze had, dat ze in mij sneden en stukken weghaalden. Net zoals ik geen keuze leek te hebben, althans geen gunstige, om mijn yurts weg te halen. Het gaat hier allemaal om de waarde en het gewicht dat ik toeschrijf aan het oordeel van anderen. Mocht dat niet zo doorwegen, dan zou ik waarschijnlijk voor een andere superkracht kiezen, kunnen vliegen bijvoorbeeld. Nu denk ik er meteen bij dat ik onzichtbaar zou vliegen, zodat ze mij niet uit de lucht kunnen knallen. En alweer is daar die angst voor wat anderen me zouden kunnen aandoen. Die is niet zomaar weg te rationaliseren. Onzichtbaarheid geeft je ook de gelegenheid om dingen te zien en te ervaren die anders verborgen zouden zijn gebleven, door af te luisteren of ergens stiekem mee te kijken. Het lijkt me iets dat ik vooral in het begin zou doen, uit nieuwsgierigheid. Maar ik heb het idee dat het in teleurstelling zou uitmonden, en uiteindelijk is mensen bespioneren ook niet mijn voornaamste beweegreden om onzichtbaar te zijn. Met mijn onzichtbaarheid wil ik me in de eerste plaats juist van menselijk contact afschermen. Ik vind het bij het kiezen van een superkracht belangrijk om goed na te denken, echt je tijd te nemen voor de details. Het gaat hier immers over een superkracht, dus waarom zou je binnen bepaalde grenzen blijven denken? Ik neem me daarom ook voor dat ik niet alleen mezelf onzichtbaar kan maken, maar ook objecten en andere mensen. Mijn superkracht bestaat dus uit het aan het oog onttrekken van massa. Wat bestaat, kan ik doen verdwijnen. Zo zou ik dan mijn yurts laten verdwijnen op het moment dat de handhaving komt controleren. Of er een koepel van onzichtbaarheid overheen gooien zodat ze ook vanuit de lucht niet gespot kunnen worden. Ik zou alles dat niet getolereerd wordt onzichtbaar maken, zodat er ook geen oordeel of verdict over gevormd kan worden. Zodat het in alle rust en vrede kan blijven bestaan, zonder iemand te storen. Met het onzichtbaar maken van andere mensen, doel ik niet op het laten verdwijnen van ongewenste contacten. Want ik kan met mijn superkracht niets echt definitief laten verdwijnen, ik kan alleen iets aan het zicht onttrekken. En bovendien kan ik daarbij ook bepalen wie nog steeds kan zien wat ik onzichtbaar heb gemaakt. De mensen die ik vertrouw kunnen nog steeds zien wat anderen niet meer zien. Ik zou geliefden in bepaalde situaties kunnen beschermen door hen onzichtbaar te maken. Het hele idee om objecten, personen en mezelf onzichtbaar te maken gaat fundamenteel over bescherming. Wat niet gezien wordt, blijft gevrijwaard.  De macht die anderen uitoefenen en hoe dat nadelig kan zijn voor mij: daar draait het vaak om in dit leven. Het is iets waar ik een kluif aan heb op het vlak van mijn persoonlijke ontwikkeling. Sommige mensen lijken daar helemaal geen last van te hebben, maar de meeste mensen wel. Massaal worden er de hele dag door tal van activiteiten uitgevoerd en keuzes gemaakt die niet authentiek zijn en bijdragen aan een beroerde toestand, maar die toch systematisch worden doorgezet omdat er anders gevolgen zijn. Gedreven door de angst voor boetes, sancties, straffen, ongemak, armoede, pijn, trauma en ander leed. In het algemeen gaat het over een dreiging die van autoritaire bronnen uitgaat. Hoe meer zeggenschap iemand (of iets) heeft, hoe gevaarlijker. Een pure bron zal nooit iets opdringen, noch ergens mee dreigen. De waarheid eist geen zeggenschap, schreeuwt of dwingt niet. Wat echt is, heeft geen reden om iets te manipuleren of voor te liegen. In een wereld die we thuis kunnen noemen, is er niets verplicht. Het is niet abnormaal dat het hier zo wringt voor mij in deze wereld. Wat niet waarachtig is, krijgt hier zeggenschap. Het krijgt die zeggenschap, vanwege de angst, en dwingt het onrechtmatig af. Het is iets dat ons constant boven het hoofd hangt.  Ik wil dus onzichtbaar zijn voor dat wat niet echt is. Ik wil uit het vaarwater van een opgedrongen oordeel blijven en tegelijk toch authentiek kunnen leven. Omdat ik geen onechtheid wil dienen of voeden, wil ik er ook geen aandacht aan geven of van krijgen. Zo zit dat met die superkracht. En het lijkt me logisch, ik begrijp mijn keuze. Maar daar strand ik dan. Op een strand van frustratie, onrecht en machteloosheid. Deze tekst had hier kunnen stoppen, ware het niet dat ik me weer een belangrijk inzicht herinner. Het inzicht der inzichten wat mij betreft, althans in deze materiële illusie. Het luidt: om het recht te zetten, moet je het op zijn kop zetten. Draai het om! Draai alles om wat in deze illusie als normaal gezien wordt, vooral dat wat men verplicht noemt. Doe het omgekeerde en je komt er beter uit. Echter. Puurder. Dat concludeerde ik voor mezelf. Het is een richtlijn die me veel houvast geeft in deze matrix. Het omkeren van gewoontes, ideologieën en overtuigingen is een geestverruimende oefening die in veel situaties toepasbaar is. Toen ik vroeger tijdens mijn kunstprojecten even vastliep, dan kon ik de inspiratie ook weer laten stromen door simpelweg te brainstormen over het tegengestelde van wat ik wilde bekomen. Dus daar, op het strand van frustratie, onrecht en machteloosheid, bouw ik een boot. Ik laat uit het niets een boot ontstaan. Ik doe het omgekeerde: in plaats van iets te laten verdwijnen, laat ik iets ontstaan. Het wordt geen reddingssloep, maar een heus comfortabel schip. Met dit schip vaar ik moeiteloos tegen elke stroom in. En kan ik veilig ankeren in woelige wateren. Mijn superkracht, eentje die ik reeds bezit en dagelijks toepas, bestaat uit het zichtbaar maken van het immateriële. Met mijn creatief voorstellingsvermogen schep ik energetische velden die een invloed uitoefenen op mijn realiteit. Een kracht die ik, afgeleid door de toeters en bellen van de matrix, schromelijk heb onderschat. Vanuit frustratie en angst fantaseer ik erover om dingen, inclusief mezelf, onzichtbaar te maken. Terwijl ik vanuit lichtrijke kracht en vertrouwen dingen juist zichtbaar maak en toevoeg. Dingen, of energieën, waarvan ik vind dat ze ontbreken en kunnen bijdragen aan, om het even met een cliché uit te drukken, meer licht en liefde. Als ik alles rechtmatig op zijn kop zet, dan zie ik helder hoe illusies in deze wereld voor echt aangezien worden en hoe wat echt is als een illusie wordt afgedaan. Als ik alles omdraai, dan houdt het steek. Voor mij is de materiële wereld een waanvoorstelling die een bron van waarachtigheid bedekt. Wat ik met mijn gevoelswereld waarneem, een wereld die zich laat vertalen naar vorm, textuur en kleur, is voor mij echter dan de plek waar ik me lijk te bevinden. Met mijn derde oog zie ik de dingen accurater dan met mijn fysieke ogen. De lichtkoepels die ik met mijn adem blaas, de kleuren en bewegingen van aura’s, de draaiende vortexen die we tijdens drumcirkels creëren, de wemelende energie in een ruimte, de magie die ontstaat tijdens rituelen, een heldere ingeving die als een boodschap binnenkomt, de intuïtie die waarschuwt zonder rationele verklaring, ... het zijn allemaal ervaringen die de materiële wereld overstijgen. Ze zijn te vinden in het vruchtbare veld van subtiliteit. In tegenstelling tot de om aandacht schreeuwende materiële wereld, fluistert de waarheid. Welke superkracht zou jij willen bezitten? En hoe zou je deze symbolisch kunnen omkeren tot iets waarmee je vandaag het collectieve veld verblijd?  De 3 runen die ik trok voor deze tekst waren: -            Perthro: wat (nog) niet zichtbaar is, het onvoorspelbare-            Ingwaz: vruchtbaarheid, innerlijke groei-            Wunjo: vreugde, harmonieFoto door Lieven Herreman

KarolienDeman
8 1

Vastgereden

We moeten hem een naam geven. Dat blijft helpen. Alsof ge iemand zachter kunt maken door hem te benoemen. Laat ons zeggen: Petar. Petar uit Bulgarije. Met een camion vol wortelen, ajuinen en waarschijnlijk ook een klein beetje haast. Dat zit tegenwoordig standaard mee in de cabine. Ge ziet dat niet op de vrachtbrief, maar het rijdt wel altijd mee. Hij is de derde al. De derde die zich vast rijdt in die ene venijnige bocht, hier een beetje verder. Een bocht die eigenlijk geen bocht is, maar een soort list. Aan beide kanten een beekje… de straat zegt: ge moogt hier zijn, maar ge moet wel weten hoe. Petar wist dat dus niet.Of hij wist het wel en dacht: ik doe het toch. Dat is vaak het verschil. Hij is er ingereden zoals ge soms in dingen rijdt die ge eigenlijk al voelt dat te smal zijn. Relaties. Gesprekken. Situaties waar ge uw eigen draaicirkel een beetje overschat. Nog een beetje vooruit. Nog een beetje draaien. Nog een beetje hopen dat het wel zal passen. Niet dus. Zijn camion stond daar. Scheef. Vast. Lichtjes vernederd. En Petar ook, maar dat zie je minder goed op foto’s. Want ja, hij geraakt ermee weg. Met een artikel op HLN. “Vrachtwagen rijdt zich klem in smalle straat.” Klik. Foto. Klaar. Ge ziet een camion. Ge ziet een beek. Ge ziet wat mensen die staan te kijken alsof het een zondagse attractie is. Wat ge niet ziet: de seconde waarop hij besefte dit komt niet goed. De stilte in de cabine. De vloek in een taal die wij niet begrijpen maar wel herkennen. Ik woon blijkbaar in de straat waar mannen zich vastrijden. Dat klinkt dramatischer dan ik het bedoel. Of misschien bedoel ik het wel een beetje zo. Want het gaat nooit alleen over die camion. Het gaat over denken dat ge ergens door kunt omdat een stem — een app, een baas, een idee — zegt dat het moet. Dat het sneller is. Efficiënter. Beter. Misschien is het Waze die zegt: hier langs. Misschien is het geld dat fluistert: doorrijden. Misschien is het gewoon koppigheid. Dat ook. Maar hier werkt dat niet. Hier zijn de wegen smal. Hier liggen beekjes langs beide kanten, alsof het leven zelf zegt: rustig. Hier moet ge kunnen draaien zonder te duwen. En als ge dat niet kunt, dan staat ge vast. Letterlijk. En wij staan dan te kijken. Met koffie. Met commentaar. Met een licht schuldgevoel dat verdacht veel lijkt op amusement. “Dat zou mij niet overkomen,” zeggen we. Maar we weten beter. Iedereen heeft wel ergens een bocht waar hij zich ooit heeft vastgereden. In iets dat te schoon leek om niet te proberen. Of te dringend om te laten liggen. Petar geraakt los. Uiteindelijk. Altijd. Met wat geschuif. Wat gezucht.  En een artikel dat hem herleidt tot “de Bulgaarse chauffeur”. Maar ik denk dat hij iets meeneemt. Dat gevoel van: het paste niet. En toch heb ik het geprobeerd. En ik? Ik blijf wonen in mijn straat met haar smalle wegen, beekjes, bochten die schoon zijn tot ge erin zit. Met mannen die denken dat het wel zal lukken, tot ze vastzitten. Maar ik weet soms is blijven het enige juiste manoeuvre.

Katrien Daniels
59 3

Verfoeide fooi

'Het is goed zo!' Mijn standaardzinnetje bij het geven van een fooi. Ik zeg het niet meer zo vaak, althans niet bij het vereffenen van een rekening in de horeca. Wél, en misschien nog net wat uitbundiger, in de thuissituatie. Als mijn vrouw heel goed bezig is en het binnen de kortste keren helemaal in orde gaat komen. 'Nog, nog!' kreun ik dan in eerste instantie. Meestal ligt de klemtoon daarna anders en is mijn stemtimbre wat lager, soms op het hijgende af, een grote lust en satisfactie verradend. Voor haar een signaal dat ze heel goed bezig is en dat het einde er zit aan te komen. Ondertussen zijn we zo op elkaar ingespeeld dat het allemaal op gevoel gaat. Echt genieten is dat, zeker omdat ik gewend ben om het bijna altijd zelf te doen, omdat ik regelmatig alleen ben. Tot het voor mij genoeg is, en dan zeg ik met diepe stem dat het goed geweest is, ook al heeft zij altijd nog de drang om even door te gaan. Ja, ik kan het echt enorm waarderen als ze mijn glas cola bijvult, maar ik drink niet graag uit een glas dat tot aan de rand gevuld is.  Een gevoel dat mijn portefeuille al lang niet meer kent. 't Is weer een hele tijd geleden dat hij nog uitpuilde of tot de rand gevuld was. Zoals wij allemaal, betaal ik tegenwoordig doorgaans digitaal. Soms zelfs contactloos. Daardoor geef ik bijna nooit nog een fooi, al zijn er hier en daar ook restaurants met van die betaalkastjes waarop de mogelijkheid geboden wordt om een percentage fooi of een bepaald bedrag extra toe te kennen. In mijn hoofd is dat nog koeler, kunstmatiger, onmenselijker en onnatuurlijker dan contactloos. Vroeger vond ik het ongepast om, weliswaar te gepasten tijde, te betalen met gepast geld. Het waren andere tijden. Uitgaan was nog betaalbaar. Niet dat ik er zelf aan deelnam, maar er werd bijvoorbeeld nog gedanst. Nu doen alleen de prijzen dat, swingend, de pan uit. Tegenwoordig denk je wel eens even na vooraleer je met drinkgeld begint te strooien. Over pannen gesproken, in het verleden ging ik ook veel vaker uit eten dan tegenwoordig. Hoe groter het gezin, hoe groter ook de kans dat niet iedereen zin heeft om de maaltijd buitenshuis te nuttigen. Als thuiskok beschouw ik dat als een groot compliment en zing en swing ik zelf wel een deuntje terwijl ik met de pannen rondzwier. Mijn geswing wordt nog wel gesmaakt, maar mijn zangstem serveert alleen gerechten die niemand lust.  Enfin, ik heb het gisteren dus nog eens gezegd. 'Het is goed zo!' Daarbij wreef ik bijna op sensuele wijze een briefje van vijftig in de handjes van de knappe jeugdige serveerster, nadat ze ons op vriendelijke wijze en met de (mooie) glimlach van spijs en drank had voorzien. Het feit dat ze zelf ook goed voorzien was, speelde zeker niet in haar nadeel. Zeg maar gerust wel in haar twee voordelen. 'Het is goed zo!' zei ik dus als vanouds, een fooi van dik vier euro toestaand. Het voelde fijn en natuurlijk, zoals het hoort. Mijn mee-eter, tegelijk ook mijn echtgenote, vond het maar niks. Ze tssss!-te zelfs, waarmee ze openlijk te kennen gaf dat ze me wel doorhad, zonder veel te zeggen. Die 'vetzak!' die ze gromde, was totaal overbodig. Ook al was het nadat ik gezegd had dat ik die hete serveerster liever die vier euro had laten teruggeven, waarna ik zou zeggen dat ze die in haar spaarpotje mocht steken. Doelend op haar decolleté. Dat ik het indien gewenst met veel plezier zelf zou doen. De jeugd moet ook leren hoe ze met geld moet omgaan.      

Danny Vandenberk
0 0

Kathy D & Godelieve De Vriendt

Ik wil je voorstellen aan twee vrouwen. De eerste: Kathy D.Kathy D is het soort vrouw dat een ruimte binnenkomt en dat ge automatisch een beetje rechter gaat zitten. Haar haar valt alsof het geoefend heeft, haar kleren zitten alsof ze ervoor gekozen hebben om haar te passen. Kathy D drinkt geen gewone koffie.Kathy D weet alles over single origin coffee. Ze spreekt dat ook zo uit. Single. Origin.Ze heeft het liefst een slow coffee met havermelk, liefst ergens waar ze het water eerst nog even laten ademen voor ze het schenken. Ze heeft geen ontbijt, ze heeft een ochtendritueel.Ze eet geen yoghurt, ze eet een “bowl”.Ze wandelt niet, ze “neemt tijd voor zichzelf”. Kathy D is niet gewoon aanwezig op sociale media. Kathy D is sociale media. Ze post dingen als: “Grateful for slow mornings” met een foto van haar koffie, haar hand, en een boek dat ze niet echt aan het lezen is. Ze lacht op foto’s alsof iemand net iets heel wijs gezegd heeft.Ze kijkt soms weg van de camera, zogezegd spontaan, maar eigenlijk perfect georchestreerd. Ze heeft meningen die klinken als inzichten en inzichten die klinken als quotes die al duizend keer bestaan hebben, maar bij haar toch weer nieuw lijken. Haar agenda is vol. Niet druk — vol.Met dingen die goed voelen. Dingen die kloppen. Dingen die gedeeld kunnen worden. Kathy D is mooi, dynamisch, zelfbewust, grappig.Maar ook… een beetje te. Ze is de vrouw waarvan ge denkt: ja… zo wil ik ook zijn.En tegelijk: amai, dat lijkt vermoeiend. En dan is er Godelieve De Vriendt. Godelieve is 1 meter 61 en weegt 102 kilo. Ze draagt een grijze rok tot over de knie, bruine Marva-kousen die halverwege de dag al beginnen te zakken, en een blouse met een lichtgele gilet zonder mouwen die al zoveel jaren meegaat dat ze bijna erfgoed is. Haar haar…Haar haar ziet eruit alsof ze elke keer aan de kapper vraagt:“Doe maar gelijk Helmut Lotti.”En dat die kapper dan denkt: meent ze dat nu?En dat ze zegt: “Ja, maar niet te modern, hè.” Haar mond ruikt een beetje naar koffie en naar commentaar dat al een paar dagen op voorhand klaar zat. Godelieve zaagt. Niet luid. Niet dramatisch. Maar constant.  Ze zaagt over de zon.Dat die altijd net verkeerd schijnt.“Te fel als ge buiten wilt zitten, en weg als ge eindelijk uw stoel gezet hebt.” Ze zaagt over de politiek.“Ja… die van Brussel allemaal zakkenvullers” Ze zaagt over de jeugd. Natuurlijk over de jeugd.“Altijd maar op hun gsm.” “En werken? Ho maar.” Ze zaagt over de supermarkt.Dat de tomaten geen smaak meer hebben.Dat ge voor een komkommer tegenwoordig precies een lening moet aangaan. Godelieve heeft geen mening. Godelieve heeft een lopende band aan bedenkingen. Ze zit. Ze kijkt. Ze zucht. En ze heeft altijd gelijk.  Godelieve is niet het soort vrouw dat een ruimte binnenkomt. Ze is het soort vrouw waarvan ge plots merkt: ah ja, die zit hier ook. Ik had ze graag aan je willen voorstellen. Of een foto van hen willen tonen. Maar eerlijk… ze bestaan niet echt écht. Ze zitten in mij. Kathy D is de versie die naar voren stapt. Die denkt: kom, nog een beetje beter, nog een beetje mooier, nog een beetje meer. Die gezien wil worden, gehoord wil worden, die haar koffie fotografeert voor ze hem drinkt. En Godelieve… Godelieve is de dag waarop dat allemaal niet moet. Niemand die denkt:“Daarover moet ik met Katrien babbelen.” Niemand die iets van mij verwacht.Geen oordeel over mijn haar.Geen mening over de psyche van het andere geslacht.Geen plannen. Geen “we moeten echt nog eens”. Gewoon ik.Mijn kat.En Netflix. En als ik dan toch iets zeg, is het waarschijnlijk om te zagen. Over de zon. Over Brussel. Over tomaten. Of over de jeugd. Iemand moet het doen.

Katrien Daniels
58 3

De wet van drie, zes en negen

 Mijn vriend heeft een perfecte pelouse. Maar echt. Perfect. Geen spriet durft scheef te staan. Ge houdt uw adem in als ge er voorbij loopt. Het gras ligt zo strak dat ge het gevoel hebt dat het ’s nachts nog rechtgetrokken wordt. Het is een voortuin. Dat is belangrijk, want een voortuin is niet van u alleen. Een voortuin is een statement. Een zachtgroene mededeling aan de straat. Het bepaalt de norm.  En elke vrijdag — élke vrijdag — staat hij daar. Alsof zijn leven ervan afhangt. Alsof er een jury komt. Alsof ergens iemand met een clipboard notities maakt. Hij maait. Hij strooit. Hij kijkt. Hij stapt achteruit en dan weer vooruit. Hij buigt zich. Hij recht zich. Hij knikt soms. Naar niemand. Hij kan zorgen voor iets dat eigenlijk nooit af is. Hij blijft geloven dat perfectie bestaat.  “Drie, zes en negen,” zegt hij dan. Alsof het over iets eenvoudigs gaat. Alsof iedereen dat weet. "Drie, zes en negen maanden om uw gazon te bemesten. In maart en september ook kalk. En in die negende maand maakt ge alles klaar voor de winter." Hij zegt dat met een vanzelfsprekendheid waar ik licht ongemakkelijk van word. Maart. Ge begint. Ge strooit. Ge hoopt. Ge denkt: dit wordt schoon. Juni. Ge onderhoudt. Ge kijkt of het pakt. Of het groeit. Of ge het onder controle hebt. Spoiler: dat hebt ge niet. En dan september. Ge strooit opnieuw. Kalk. Zorg. Nog één keer alles geven. Niet om het mooier te maken — maar om het te laten overleven wat komt. Want daarna wordt het koud. Daarna groeit er niks meer. Daarna is het gewoon… wachten. Ik moest daar dus aan denken. Aan die drie, zes en negen. En aan hoe wij mensen elkaar liefhebben. Want wij doen dat ook zo, denk ik. In het begin zaaien we. We geven alles. We willen dat het groeit, dat het schoon is, dat het klopt. In het midden proberen we het gaande te houden. Water geven. Praten. Soms zwijgen. Doen alsof we weten waar we mee bezig zijn. En dan — ergens — komt er ook een september. Een moment waarop ge voelt: nu moet ik zorgen dat dit blijft. Niet dat het nog groter wordt, niet dat het nog beter wordt, maar dat het kan blijven bestaan. Dat het de winter overleeft. Misschien maken we een liefde ook klaar voor de winter. Na die negende. Niet met mest of kalk, maar met zachtheid. Met aanvaarding. Met minder eisen. Niet meer alles willen veranderen. Niet meer alles willen laten groeien. Maar gewoon zeggen: blijf maar, het is goed zo.  Mijn vriend staat in zijn voortuin. Recht. Zeker. Met zijn perfecte pelouse. Voor de straat. Voor de blikken. Voor iets dat misschien buiten hem ligt. En ik? Ik sta ernaast. Met vuile handen. Met vragen. Met iets dat lijkt op liefde. En het lichte besef dat ge sommige dingen perfect kunt onderhouden voor de buitenwereld, maar dat ge ze pas echt leert kennen wanneer niemand kijkt, het stil wordt, en de winter begint.

Katrien Daniels
80 4

Oranje-lettertjes-tekst

Er is zeker potentieel. Nancy voert iets in haar schild. Muisstil een stukje frangipane gegeten. Geen idee of dronken schrijven zinvol is. De kenners beweren van niet. Ik geloof hen. Ik zet de dampkap aan. Vader kon het geen kloten schelen. Ze heeft filosofie gestudeerd, maar het is een geit. Hij vergist zich wel vaker. Ik moet nog pipi doen. Ça va? Huilen hoeft niet. Er staan cactussen op het servet. De goudvis van Kurt is dood. So it goes. Dank u voor de talloze suggesties ter verbetering. Dat lukt aardig. Ed zit nog steeds in Thailand. Die verveelt zich precies. Er is zeker potentieel. Slechte timing. Ik ga morgen die biefstukken niet zelf bakken. Tja, soms schiet ik tekort. Dat staat de therapie in de weg. Ik ben daar blij mee. Er staat een stevige wind. Het is misschien onnozel. Ik doe maar wat. Het heeft vijftien dollar gekost. Stom van me. Vrolijk word je daar niet van. “Pak jij chips?” “Neen” Dat liep ei zo na mis. Ik kijk in de papiertjes: kabeljauw in de diepvries, ‘muse de son dernier livre’, een vreugdevolle opgang naar Kerstmis in een envelop uit Torshavn (Faroe Islands), briefje van mezelf uit 2016, vader schreef ‘sjaloom’, iets van Morgenstern (‘Alles was man mit Liebe betrachtet, ist schön.’), een folder van de abdij Maria Toevlucht in Zundert, een folder ‘samen onderweg na ontrouw’ (voor koppels!), het programma van Femma, foto’s, een doodsprentje (‘er is geen waarom’, Ferdinand Cuvelier), enzovoort enzoverder … Ik roer met het Swissair lepeltje. Het ziet er wel mooi uit, al die oranje lettertjes. Ze snoept een sigaret af. De toekomst is formidabel. Ze dronk een cola i.p.v. witte wijn. Dat scheelt. Ik moet het mezelf moeilijk maken. Iedereen slaapt behalve ik. Morgen komt de zon weer op. Het komt nog goed. Daar moet ik vanuit gaan. Ik kauw op tuttefrut. Heeft er ooit een dichter beter gedaan dan Pink Floyd? Het is tijd om vaarwel te zeggen. De cafébaas kijkt lelijk. Er ligt nog kaas en chocolade in de ijskast. Ik maak met plezier ezelsoren in deze bundels. “Hersluitbaar”  belooft de verpakking. Er is niks van aan. Ze verklaren me gek. Ik hoop dat het hoe dan ook min of meer ritmisch is. De hoge verwachtingen werden niet allemaal ingelost. A no choice suckerpunch. Xavier leest Lex; over ananas. Een ansichtkaart van de Adriatische zee, een akkefietje en een niemendalletje, wat zal het effect zijn? Het gedicht is getiteld: ‘Wanneer ik droevig ben’. Rust, ruimte, helderheid enzo.  Gerrit Komrij draait zich om in zijn graf. Hopen op goddelijke interventie. Wat absurde flarden. “Ben je nu weer aan het roken?” vraagt ze. Die zit nu bij de coiffeur en wil straks naar de Colruyt. Mijn tanden gepoetst. Biefsteak gegeten. Alles oké. Ik moet me ne keer verdiepen in het fenomeen Six Word Story. Mijn zus is depressief. Een acuut tekort aan witte wijn. Ik vul het Lottoformulier ondersteboven in met mijn MontBlanc. Morgen ga ik een leuke Instagram foto posten. Ik heb een idee. Ik moet wat meer mijn fantasie gebruiken. De ochtendstond heeft goud in de mond. Behalve morgen. De Roemeense onderbuurvrouw piept. Er is zeker potentieel. Er is een verschil tussen aanstellerij en dichtkunst. Ze ziet bleek. Ik wil er gewoon mee zeggen dat het leven voorbij dobbert. Ik kreeg kwade blikken van die diehard hooligans. Het kan nog verkeerd gaan. Hij moet lachen om de bewering dat hij een knappe man zou zijn. Nadien een hotdog gegeten. Heeft ze al chocolade paaseitjes in huis? Ik zoek in de antieke kast. Da’s diezelfde man. Die had vroeger een bril en een hond. Ik droom: “How the poor boy lost his head.” Het is belangrijk dat je weet dat God niet bestaat en Jezus even onnozel is als Sinterklaas, de Kerstman en de Paashaas. Het verbaast me. Ik weet niet goed wat ik nu juist bedoel met ‘het’. Een normaal kortverhaal schrijven lukt me niet. Flauwekul daarentegen, onzin en af en toe een vondst gaan vrij vlot. Ik steek de diepvriespizza dan maar zelf in de oven. Ik ben dus aan het koken. Geen bewonderenswaardige poëzie geschreven. Nu is het stil. Ik moet van gedacht veranderen. Ik heb al veel tijd verspild. Je moet ze een kans geven. Er grip op krijgen. Mijn tekortkomingen bedekken. Hij heeft zich vrolijk vergist. Mijn moeder, de psychiater en de man van de videogedichten laten niks van zich horen. Spijtig. Geduld is een deugd. Zou de duivel me geld lenen? Er is zeker potentieel. Ik kan vals spelen als ik wil. Ik ben niet de enige. Er staat op ‘London Dry Gin’ én ‘gebotteld in Frankrijk voor CMI/Carrefour’. Ik moet mijn verkeersbelasting nog betalen: 37 euro 82 cent. Ik moet het volgende in de gaten houden: beeldspraak, enjambementen, witruimte, leestekens, hoofdletters, metaforen, … Er ook zinnen van maken i.p.v. louter opsomming. Wees niet beschaamd om over je mentale gezondheid te praten. Me ontspannen en nota nemen van de onzin. Het komt later misschien nog van pas. In de zak gezet door een oplichter. “Toen gebeurde er wel wat!” antwoordde hij. ‘Gaat hij bij zijn ex-vrouw op café?’ ‘Die tapt daar.’ Els zei: ‘Als het gemakkelijk gaat, is er iets mis.’ Ik hou de balpen bij de hand. Je weet maar nooit. Ik hoop dat mijn hoogstpersoonlijke, humoristische cryptogrammen aanspreken door hun frisheid, originaliteit en beknoptheid. Ze had haar slaappilletjes al genomen. Dan komen de ideeën, vermoed ik. Ge hebt het met de verkeerde aan de stok. Ik hoop dat hij zijn gevoel voor humor met de jaren niet is kwijt gespeeld. ‘Geen fuckbuddies zoals indertijd?’ schrijf ik. Zijn gezondheid en zijn reputatie zijn goed. Liesbeth is een moeilijk geval. Ik moet volhouden. Doe alsof er niemand thuis is. Ik ben voorbereid op het ergste. De gordijnen van mijn tante blijven boeiend. Ze heeft me die nagelaten zonder het zelf te weten. Eigenlijk zijn deze free-writing oefeningetjes niet echt ongelofelijk zinvol. Ofwel moet ik het gewoon in mijn dagboek schrijven. Ofwel moet ik proberen een kortverhaal te schrijven. De vergeet-me-nietjes van Emma weigeren te ontkiemen. Ik heb het gevoel dat ik momenteel beter dingen te doen heb dan dit. Hoe komt dat? Er is zeker potentieel.

Casper Hoogenboezem
3 0

Je me souviens les 2 van Maarten Inghels in het Letterenhuis

Uiteraard heb ik de sympathieke juffrouw van vorige week niet gezien. Die is nog steeds op zoek naar de Wolstraat. Gelukkig was Rezi er met koffie. Hoe gaat het met jullie? We gaan niet naar buiten. Oef! Het leven begint. ‘Waarom voetbal belangrijk is.’ voorgelezen. Ik speel vals, want uit de oude doos. Taalplezier met vakjargon en een zakje kruidenmix. De ademhaling van de printer geeft vanzelf pooweeeezie. Emiel tekent. Votka in café Retro met een bitsige Facebookpost en een DJ-set. Pas op! Die is heel assertief, hé! Cholera, stinkende pest, een paradijsvogel en tot slot Hulp en bijstand in nood. Ik weet van geen leeslijst. Vorm? Genre? Een essayistische dichtbundel met proza verkocht als boek. Als een rot ei in je mond en wrange Softenon grappen. We doen iets. Volgevreten papzak van Zadelhoff vindt dat ik niet mee mag doen. De mompelende mevrouw die een ongeval heeft gehad schrijft een rauwe tekst. Jan ziet gekleurde tractorbanden. Kelsley denkt dat de rechte lijn de horizon is. Christine nummer 6 knuffelde vier konijnen in een te klein hok. Sandra eet een pistolet met echte boter die ruikt naar scheerzeep en shampoo. Er speelt een Funk plaat. Christine nummer 2 kent een badmeester van een ongezellig zwembad. Hij heeft: 1. Een bierbuik, 2. Een snor, 3. Een strakke zwembroek, 4. Een stok. Droevige les die niks op gang brengt, vindt de leerkracht zelf.  Hij ziet een goed boek in de staccatostijl van de visfabriek.  Mag het? Is het ethisch?  Vast en zeker. Annemarie Estor is een stomme foef. Die hadden ze niet zien aankomen. Schrijvers uit T. staan altijd te midden de mensen. Sommige hebben een ritmische baan. Huiswerk hoef ik niet te maken. Ik moet het gewoon terugvinden. Stijn snijdt met het mes het water open. Dat is beter dan met het mes op een nagel kloppen. Edouard Levé’s ‘Zelfportret’ is helaas uitgeleend.   Voor de rest: God snurkt

Casper Hoogenboezem
4 0

Wat heeft geen zin?

pijpen met een condoom heeft geen zin. een condoom kauwen als een Tuttefrut is dom en heeft geen zin. Het Belgisch Leger dat inwoners van Saoedi-Arabië gaat beschermen heeft eveneens weinig zin dat is zelfs absurd   -de vrouwonvriendelijke pensioenhervormingen van de NVA -een tweeëntwintigjarige Hollandse foef, burgemeester van antwerpen, zwanger maken -Kunst, Voetbal, Bidden, Bier drinken, Joggen, Stenen gooien, Gedichtjes schrijven, Kindjes maken, de Wijkagent verrot slaan, Regendruppels tellen, te Biechten gaan, in de Vaart springen, Ruzie maken met je Vader, Denken aan blote vrouwen, Klant worden bij Proximus, … -overdag een diepgevrozen roggebrood ontdooien in minder dan twee minuten in de heteluchtoven -oncomfortabel in bus X41 van de Lijn zitten -op uw vijfenvijftig met overgewicht en longemfyseem gaan skateboarden (alsnog) -een fotofilmpje ontwikkelen bij Limelightlabo in Brussel -de afwas van de afgelopen veertien dagen doen met Dove handzeep als afwasmiddel -Chaumes (Franse kaas) gebruiken in de saus van spaghetti carbonara -in het oosten van de Congo een circustent neerzetten met op het programma een witte clown (pierrot) in een tutu en rascistische moppen vertellen over rechtgeaarde Afrikanen plus twee hoogbejaarde olifanten uit de zoo van Lyon -verkrachting als militair wapen -in uw onderbroek de nacht doorbrengen drijvend op een gammele luchtmatras in de havengeul van Vladivostok putteke winter -‘dank u’ zeggen als het ‘alsjeblief’ moet zijn -gaan luisteren naar de stadsdichteres van Turnhout -de Ethica van Spinoza lezen in het Latijn terwijl je helemaal geen Latijn kan -op het einde van uw Latijn toch nog, zeker en vast, vier tripels drinken en over een paaltje willen springen -uzelf prostitueren in de rue Saint-Denis terwijl je net de Euromillions hebt gewonnen, tenzij … -de hoer willen betalen met maaltijdcheques -Pooweeeezie verwarren met Stand Up Comedy -luisteren naar de prietpraat van Annemarie Estor -drie nachten stoned doorbrengen in de kruidentuin van het Begijnhof Museum in Turnhout terwijl de musea van die stad je werkgever zijn. Bovendien meen je oprecht -je bent ervan overtuigd - dat je in een coffeeshop in Nijmegen zit -twee bejaarden met een rollator op het zebrapad doodrijden met een onverzekerde Poolse truck van tweeëndertig ton. -dromen van badkamers   U merkt het, ik kan nog wel een tijdje doorgaan, maar dat heeft weinig zin.   Het Leven zelf heeft geen zin.

Casper Hoogenboezem
5 0