Zoeken

Na de hittedagen.

Simultaan met het golvende pluimpje op mijn buik word ik wakker. Onmiddellijk voel ik dat mijn huid me weer als gegoten zit. Een ware verademing! De ochtend geeft me een knipoog, nodigt me uit om opnieuw deel te nemen aan de dag. Gestreeld worden mijn benen die via de trap naar beneden, naar buiten naar het midden van de tuin. Een frisse lucht walst als een dans, wikkelt zich rondom elke vorm van leven, een kleed dat zich gedragen weet. De planten krijgen weer zintuigen, de vele vogels krijgen hun partituren terug, de huppel ontwaakt in de kat en ik...ik voel me opgetild om gedoopt te worden, dit is het lichaam dat kan ademhalen zonder overmatig te transpireren, zonder te kleven. Dit is het lichaam dat mijn geest vertrouwen geeft, een diep soort geloof dat onze planeet niet zal opbranden onder de agressieve zon.   #zwembad met twee figuren   Het zwembad had altijd al een aantrekkingskracht op mij die de voorbije dagen enkel maar sterker werd. In het popart-schilderij heb ik er alle plaats die nodig is om af te koelen tijdens het trage voortbewegen onder water. In het plaatselijke bassin kwam een massa mensen aangestormd, in haast en spoed sprongen ze in het levensnoodzakelijke water. Buiten het gebouw bleef de zon met in de handen het mes en alle goesting om het gebod te kerven in mensenhuid: sterf jij stuk verderf! Van dat horrorbeeld ben ik nu en hier verlost, sinds dat ene golvende pluimpje op mijn buik toen ik wakker werd. En toch, ergens blijft de hitte nazinderen met een boodschap die ontcijferd wil worden, waar meningen zich over buigen.

Ingrid Strobbe
0 0

MY ASS.

"De herinneringen die ons het meest bijblijven, zijn gekoppeld aan sterke emoties. Als iemand dus laaiend enthousiast of juist doodziek van woede op mij wordt, is het dan niet logisch dat ik hem of haar nog heel lang zal bijblijven?" ******************************************************* https://www.2dehands.be/q/verf+ed+my+1975+rotselaar+torenhof/ *************************************************** FOTO GALLERY verf ed https://www.2dehands.be/q/verf+ed+altaar+de+culturen/ Rond 1995 heb ik dat werk gemaakt. Ik noem het "altaar der culturen." Links ziet men een tv, onze gemeenschappelijke identiteit valt van het - silicium - glas - zand.De gemeenschappelijke informatiebronnen zijn verdwenen.De wijzen van vroeger opgevolgd door radio en uiteindelijk als laatste de tv die een ongeveer gemeenschappelijke boodschap uitdragen, ons collectief geheugen, is niet meer.De informatie is versplinterd.Rechts ziet men een gietijzeren kandelaar daar in een mensenhoofd in papier. Stukken teksten. Krantenpapier "De encyclopedische mens".Gietijzer = nationalistenKandelaar = religieIn het midden staat de hedendaagse mens. Opgesloten. "de encyclopedische mens".Dit deel is gemaakt van een reclame voor lippenstift.Regeneratie KosmetikIn de dubbele wand gaan luchtbellen in het water de hoogte in.In die dubbel - transparantie - plexiglas zit diezelfde "encyclopedische mens".Het geheel staat op dunne platen, glas = chips = zand = silicium.Het geheel steunt op een gietijzeren pilaar = industriële cultuur.De gietijzeren plaat staat op de grond = landbouwcultuur.HET ALTAAR DER CULTUREN. Ik woonde toen in de Aalmoezenierstraat in Antwerpen. De jaren 90 tig. http://www.anamorfose.be/verf/misc-images/verf-t-i-r-e

verf ed: Contemporary interdisciplinair ArtTIST, nen tjolder, nen prutser. BIO.
28 1

Ik beken... ik ben een romanticus.

Ik beken. Ik ben een volbloed romanticus. Geef mij Tom Cruise. Richard Gere. De jurken van Sisi. Een paar rozenblaadjes. Een viool op de achtergrond. En voor ge het weet, heb ik in mijn hoofd al drie kinderen, een labrador en een gezamenlijke hospitalisatieverzekering. Zo erg is het. Ik geloof in grote liefdes. In blikken die alles zeggen. In handen die vanzelf in elkaar passen. In kussen waarbij ge heel even vergeet dat ge morgen gewoon weer moet gaan werken. Ik ben opgegroeid met Pretty Woman en An Officer and a Gentleman. Met films waarin het huwelijksaanzoek het einde was. De kus. De muziek. Richard Gere die glimlacht. Aftiteling. En ze leefden nog lang en gelukkig. Tenminste... dat dachten we. Want stel. Ge hebt een lief. Een goeie mens. Zo maken ze ze niet veel meer. Hij is lief, zorgzaam en attent. Hij belt om te vragen of ge veilig thuis zijt. Hij kent uw favoriete liedje. Hij onthoudt dat ge koriander lust. Hij zet de verwarming een graadje hoger nog voor ge zelf beseft dat ge het koud hebt. Ja, hij bedoelt het goed. Heel goed zelfs. Op een dag zegt hij dat ge een weekendje naar Parijs gaat. Gewoon met twee. Romantischer wordt het niet. Tot ge aan de trappen van de Sacré-Cœur komt. Daar staat een witte vleugel. Uw favoriete lied wordt gespeeld. Uw drie beste vriendinnen blijken ineens ook in Parijs te zijn, allemaal in een roze kleed. Er zijn bloemen. Champagne. Een fotograaf. Toeristen die spontaan beginnen te applaudisseren. En dan gaat hij op één knie. Ja, dat is schoon. Ja, zo maken ze ze niet meer. Ja, hij heeft weken, misschien maanden, aan dat ene moment gewerkt. Treintickets geboekt. Uw vriendinnen mee in het complot gekregen. Een witte vleugel geregeld. Ik krijg al stress van een barbecue voor acht man georganiseerd te krijgen. Maar nee. Hij mist dat ene. Dat je-ne-sais-quoi. En nee, dat zijn geen grote dingen. Hij gaat niet vreemd. Hij drinkt niet. Hij is gewoon een heel lieve mens. Maar hij kan gerust een halfuur bezig zijn over de voedingsstoffen in Nutella alsof hij een documentaire presenteert. Zijn ideeën over de klimaatopwarming zijn ronduit dom. Hij corrigeert de ober als die de naam van de wijn verkeerd uitspreekt. Hij spoelt de borden af vóór hij ze in de vaatwasser zet "omdat dat properder is". Hij leest luidop de ingrediënten op een pot confituur. Dat zijn geen redenen om iemand niet graag te zien. Maar misschien wel om er niet mee te trouwen. En daar staat ge dan. Met een witte vleugel achter u. Met drie vriendinnen die al aan het snotteren zijn. Met een fotograaf die klaarstaat voor hét beeld van de avond. Met een man die zijn hele hart voor uw voeten legt. En in uw hoofd klinkt maar één zin. Ja... Maar nee. En plots besef ik dat zo'n huwelijksaanzoek misschien helemaal niet romantisch is. Niet omdat hij slechte bedoelingen heeft. Die heeft hij niet. Hij doet alles uit liefde. Hij wil u verrassen. Hij wil u gelukkig maken. Hij wil u een verhaal schenken dat ge over veertig jaar nog altijd vertelt. Maar hij stelt u wel de belangrijkste vraag van uw leven op de enige plek waar ge ze onmogelijk eerlijk kunt beantwoorden. Want ge zegt niet alleen nee tegen hem. Ge zegt nee tegen Parijs. Nee tegen de witte vleugel. Nee tegen uw drie beste vriendinnen die speciaal de trein hebben genomen. Nee tegen de fotograaf. Nee tegen de toeristen die al staan te applaudisseren. Nee tegen een avond waar maanden werk in zit. Eigenlijk vraagt hij niet alleen: "Wil je met mij trouwen?" Hij vraagt ook: "Wilt ge alsjeblieft deze perfecte avond niet kapotmaken?" En dat is een heel andere vraag. In Hollywood is een huwelijksaanzoek het einde van de film. Kus. Fade out. Richard Gere glimlacht. Aftiteling. In het echte leven begint de film dan pas. Met hypotheken. Met schoonfamilies. Met vaatwassers. Met elkaar soms niet kunnen uitstaan. Met elke dag opnieuw kiezen. Ge trouwt uiteindelijk niet met de man die u op de trappen van de Sacré-Cœur ten huwelijk vraagt. Ge trouwt met de man die dertig jaar later nog altijd naast u zit aan de ontbijttafel. Misschien is een huwelijksaanzoek pas echt romantisch als het eigenlijk overbodig is. Omdat ge al honderd keer ja hebt gezegd. In de kleine dingen. In de afwas. In de stiltes. In de dinsdagen. Nog voor er ook maar een halve witte vleugel in beeld is gekomen. Want als ge na al dat spektakel nog altijd niet zeker zijt, dan is "ja, maar..." gewoon een nee.

Katrien Daniels
44 2

De geheime afspraak

Ik denk dat gepensioneerden een geheime afspraak hebben. Niet op papier. Er wordt geen brief gestuurd en ge zult er ook geen WhatsApp-groep van vinden. Maar ik ben er zeker van dat iemand u op uw laatste werkdag even apart neemt. "Nog één ding," fluistert hij. "En ge houdt dit onder ons. Zeg het vooral niet tegen de werkende mensen. Laat hen maar denken dat de zomer in juli begint. Maar de hele maand juni... is de zee van ons." Sinds ik dat weet, kan ik het niet meer níét zien. Terwijl de rest van Vlaanderen zich nog een ongeluk werkt om alles afgewerkt te krijgen voor het bouwverlof, studenten blokken of net bekomen van hun examens en gezinnen aftellen naar de grote vakantie, hebben de gepensioneerden de kust al lang ingenomen. Niet luid. Niet opvallend. Gewoon. Ik ontdekte het per ongeluk. Een paar dagen Middelkerke in juni en meteen had ik het gevoel dat ik ergens was binnengelopen waar ik eigenlijk geen lid van was. Niemand stuurde me weg, maar iedereen leek de spelregels te kennen. Ze wandelen zonder bestemming. Ze kiezen altijd een tafeltje met zicht op zee. Ze bestellen zonder op de klok te kijken. En een aperitief om elf uur? Dat blijkt gewoon een uur te zijn. Daar zit Rosa. Naast Herman. Herman morst zijn fruitsap. Twee keer. Rosa schuift zwijgend een servetje naar hem toe. Ze kijkt niet eens op. Ge ziet dat liefde na vijftig jaar misschien niet meer bestaat uit grote verklaringen, maar uit weten waar de servetten liggen. Een paar tafeltjes verder zit Denise. Lippen gestift, haar alsof ze straks op televisie moet komen. Nog altijd even kwik als vroeger. Alleen wordt ze wat spraakzamer na haar aperitief. Maar dat is haar gegund. Misschien is dat wel het mooiste aan ouder worden. Dat ge eindelijk moogt uitweiden. Dat niemand nog zegt dat ge moet afronden omdat de volgende vergadering begint. En dan André en Willy. Ze kijken naar de zee. Of toch... dat denk ik. Misschien kijken ze wel gewoon naast elkaar. Zoals mensen die al zo lang samen zijn dat stilte geen leegte meer is, maar een taal. Er is iets raars met tijd aan zee in juni. Ze gaat er niet trager. Ze wordt gewoon minder belangrijk. Niemand zegt dat hij nog snel ergens naartoe moet. Misschien is dat wel wat pensioen echt is. Niet stoppen met werken, maar stoppen met haasten. Ik zat daar tussen hen en besefte plots dat ik niet naar oude mensen zat te kijken. Ik keek naar later. Naar ons. Ik probeerde ons uit. Zoals ge een zetel uitprobeert in een meubelwinkel. Zouden wij ook al om elf uur aperitieven? Zou jij nog altijd beweren dat de garnaalkroketten hier beter zijn dan elders? Zou ik nog altijd zeggen dat ik geen honger heb om vervolgens de helft van uw bord leeg te eten? En zouden we nog altijd discussiëren over mijn haar? Ge vraagt nu al geregeld wanneer ik het nog eens blond ga kleuren. Ik antwoord steevast dat ik dat niet ga doen. Ik vermoed dat we die discussie tegen dan nog altijd voeren. Alleen zal het ondertussen nog grijzer zijn. Ik hoop dat ik dan nog altijd even koppig ben. En gij ook. Dat ge nog altijd dezelfde mop vertelt waarvan ik de clou al ken nog voor ge eraan begint. Dat ik eerst met mijn ogen draai. En vijf minuten later toch weer lach. Dat we met onze rollators veel te fanatiek over de dijk racen en valsspelen in de bochten. En dan komt er, heel even, een gedachte binnen die ik liever niet heb. Want statistisch gezien is er een kans dat één van ons daar alleen zit. Dat ik uw naam zeg. En even naar de hemel kijk. Of gij de mijne. Dat kan ook.  Ik laat die gedachte niet lang blijven. Wij zitten daar samen. Met twee lichtblauwe windbrekers. Een aperitief om elf uur. En alle tijd van de wereld. Misschien is dat uiteindelijk wat liefde is. Niet dat ge elkaar jong houdt. Maar dat ge oud genoeg moogt worden om elkaars gewoontes, koppigheden, verhalen en rimpels te verzamelen. Tot ze allemaal deel worden van wie ge samen zijt. En ergens, op een terras in Middelkerke, midden in juni, kijkt ge plots naar mij. Naar wie ik ooit was. Naar wie ik geworden ben. En zegt ge: "Schat... ge zijt beeldig met grijs haar."

Katrien Daniels
58 4

Een Vlaamse eskimo met mediterrane ambities

Ik heb altijd kou!  Regen en wind zijn mijn natuurlijke vijanden. In de winter horen een fleecedeken en een kersenpittenkussen tot mijn basisuitrusting. Vergeet sexy lingerie. Wie mij op een koude avond richting slaapkamer ziet trekken, ziet geen vrouw maar een expeditielid. Twee lagen kousen, een pyjama, een fleecevest en een kap op mijn hoofd. Ik slaap alsof ik elk moment door een sneeuwstorm verrast kan worden. Ik droom dus al jaren van het zuiden. Van een leven op de tonen van de soundtrack van La Vita è Bella. Van linnen kleedjes. Van lange tafels onder witte schaduwdoeken. Van stokbrood, kaas uit de streek, tomaten uit de tuin en een grote schaal salade. Van rosé die koud genoeg is om kleine levensvragen op te lossen. Van droog gras, lavendel en krekels die ergens in de verte hun beste leven leiden. In mijn hoofd ben ik zo'n Italiaanse vrouw van onbepaalde leeftijd. Zo eentje die moeiteloos mooi oud wordt. Met een strohoed, bruine armen en een geheim familierecept voor limoncello. Maar dagen zoals vandaag? Dagen zoals vandaag zijn geen Toscane. Dagen zoals vandaag zijn een middeleeuwse straf. Om acht uur 's morgens heeft het al de temperatuur van een aangename fietstocht midden op de namiddag. Ge stapt buiten en het is alsof iemand een haardroger in uw gezicht houdt. Mijn huid staat drie maten te klein. Mijn bloed voelt aan als warme confituur. Ik ben ervan overtuigd dat mijn aders elk moment kunnen openspringen als overvolle tuinslangen. Mijn lichaam vraagt niet om water. Mijn lichaam vraagt om een infuus. Een baxter Aquarius citroen. Een intraveneuze Calippo. Desnoods een Raketijsje rechtstreeks in de bloedbaan. Vooral dat laatste. Mijn gedachten bestaan vandaag voor negentig procent uit Raketijsjes. Altijd al meer dan gezond was, maar vandaag in hoeveelheden die ergens tussen zwangerschap, verslaving en religieuze roeping liggen. Ik zou een diepgaand gesprek over de zin van het leven onderbreken voor een Raketijsje. Ik zou familiegeheimen verklappen. Mijn pincode geven. Mijn plaats afstaan in de wachtrij van de bakker. Geef mij gewoon iets met drie kleuren en een houten stokje. Wat het extra onrechtvaardig maakt, is dat er op zulke dagen nog gewerkt moet worden. Dat mensen verwachten dat ge nadenkt. Dat ge vergadert. Dat ge mails leest. Dat ge beslissingen neemt. Dit zijn geen werkdagen, dit zijn overlevingsdagen. Hitte is fantastisch als ge onder een olijfboom een salade maakt terwijl een vrolijke soundtrack speelt en iemand u een glas rosé aanreikt. Hitte is aanzienlijk minder charmant als ge een Excelbestand moet openen of een vergadering moet volgen terwijl uw hersenen de consistentie hebben aangenomen van lauwwarme pudding. Rond de middag begon ik te begrijpen waarom mensen in zuiderse landen een siësta hebben uitgevonden. Dat is geen culturele gewoonte. Dat is een humanitaire maatregel. En ergens tussen mijn derde fles water, mijn vijfde natte washandje en mijn zevende verlangen naar een Raketijsje viel het kwartje. Misschien droom ik niet van het zuiden. Misschien droom ik van het leven dat ik met het zuiden associeer. Van traagheid. Van lange avonden. Van mensen die blijven zitten als de koffie op is. Van tomaten die naar tomaten smaken. Van tijd. Misschien ben ik helemaal geen Italiaanse. Misschien ben ik gewoon een Vlaamse eskimo met mediterrane ambities. En dat is helemaal niet erg. Zeker niet als er thuis een goede airco draait en een lange tafel staat te wachten én waar tomaten echt naar tomaten smaken.  

Katrien Daniels
51 5