Zoeken

De Europese arbeider stemt uit onvrede voor de fantasieën van rechts.

Ik erger mij al jaren aan de dogma's van links, maar ze snappen het nog altijd niet. Enige tijd geleden zei ik tegen een linkse hoeder: "U weet niet wat er leeft onder de arbeiders." Hij was meteen ferm in zijn gat gebeten. "Maar de arbeiders stemmen toch op ons?" reageerde hij. Hij ontvriendde mij. Volgens de dogmatische berichtgeving is Cuba een fantastisch land om in te leven. Iedereen is blij; als er geen elektriciteit is, spelen ze in een groep muziek bij een gezellig vuur. Vrij en vrolijk. Niemand is er, volgens de berichten die door de overheid gecontroleerd worden, ongelukkig.Wat een wereldvreemdheid. Arbeiders stemmen al lang niet meer op links. Het is de corrupte kleinburgerij die dat nog doet, omdat zij er goed verzorgd worden. Het gros van de arbeiders stemt tegenwoordig rechts. Ze voelen zich bedrogen. Het zogenaamde 'linkse arbeidsparadijs' dat op internet wordt voorgespiegeld, strookt niet met hun werkelijkheid. Velen die die beelden zien, vragen zich gefrustreerd af: waar heb ik het verkeerd gedaan?Hetzelfde mechanisme zie je in Marokko. Via de begrenzing van hun smartphonescherm ziet de jeugd daar enkel de luxe en de leute. De schaduwzijde en de ellende zien ze niet; voor hen lijkt Europa één groot feest. Zowel de onderbetaalde arbeiders in Europa als de jongeren in Marokko willen een deel van die taart, maar ze weten niet hoe ze dat moeten bereiken. Het resultaat? De Europese arbeider stemt uit onvrede voor de fantasieën van rechts, en de Marokkaanse jeugd riskeert er desnoods haar leven voor.

verf ed: Contemporary interdisciplinair ArtTIST, nen tjolder, nen prutser. BIO.
2 0

Blijven staan

‘Komt allemaal naar hier, vrouwen. Medea is zot geworden. De duvel is in haar lijf gekropen en spreekt door hare mond.’ Zo begon het. Of toch ongeveer. Na bijna dertig jaar zitten die woorden nog altijd ergens in mijn hoofd. Ik was negentien en ik was Medea. Allez. Ik speelde Medea. Ik kende mijn tekst. Mijn wereldproblemen waren nog bijzonder overzichtelijk. Een jongen die niet keek wanneer ik wilde dat hij keek. Een examen waarvoor ik te laat begonnen was. Een moeder die lastig deed. Een broek waarin mijn gat er dik uitzag. Een puist die altijd een uitstekend gevoel voor timing had. En daar stond ik dan, in de toneelklas, een vrouw te spelen die door haar man verlaten was voor een jongere vrouw en die van verdriet, vernedering en razernij zo ver buiten zichzelf trad dat ze bereid was het ondenkbare te doen. Haar kinderen vermoorden. Wist ik veel. Op je negentiende weet je inderdaad niet veel. Je denkt nog dat de wereld min of meer logisch in elkaar zit. Dat wie goed doet, goed ontmoet. Dat grote liefdes groot blijven. Dat mensen die zeggen dat ze blijven, blijven. Dat volwassenen weten waarmee ze bezig zijn. Dat ouders altijd ouders zijn. Dat vriendschappen niet breken. Dat als je iemand je hart geeft, die mens daar toch op zijn minst niet mee gaat voetballen. En vooral: je denkt dat je zelf ongeveer weet wie je bent en hoe je in bepaalde situaties zou reageren. Ik zou nooit. Dat zeggen negentienjarigen nogal gemakkelijk. Ik zou nooit bij iemand blijven die mij pijn doet. Ik zou nooit liegen. Nooit iemand haten die ik ooit graag gezien heb. Nooit jaloers zijn. Nooit wraak willen. Nooit iets zeggen alleen omdat je precies weet waar het bij de ander pijn doet. En dan begint het leven, in beetjes. Een kras. Een barst. Een deur die dichtgaat. Iemand die vertrekt. Iemand die blijft maar er eigenlijk al lang niet meer is. Liefde die niet genoeg blijkt. Een leugen recht in je gezicht. Een afscheid waarvoor je nog niet klaar was. Onrecht waar geen mooie oplossing voor bestaat. Je kinderen die pijn hebben en jij die ontdekt dat moederliefde dan wel enorm is, maar helaas geen superkracht. Je leert dat goede mensen soms rotte dingen doen. Dat mensen van wie je houdt je kunnen verwonden. Dat je iemand tegelijk kunt missen en naar de maan wensen. Dat verdriet niet altijd waardig is. Dat woede soms onder je vel kruipt en daar dagen blijft zitten. En dat je zelf ook niet altijd die redelijke, zachte, verstandige mens bent die je dacht te zijn. Ergens onderweg zit die Medea. Niet de kindermoordenares. Maar de vrouw ervoor. De vrouw die roept: kijk dan wat ge met mij gedaan hebt. De vrouw die niet onmiddellijk wil verwerken, helen, loslaten, verbinden of dankbaar zijn voor de lessen die het universum haar alweer cadeau heeft gedaan. Fuck de lessen van het universum. Soms ben je kwaad. Razend kwaad. En ik weet nu dat de ergste woede soms heel stil is. En dan moet je gewoon gaan staan. Staan. Er staan. Niet flink. Niet geheeld. Niet met een of andere kutquote over loslaten op Instagram. Gewoon recht. Met uw verdriet. Uw woede. Uw goesting om iemand zijn kop tegen een Griekse zuil te kloppen. Met alles wat niet netjes, vrouwelijk, redelijk of vergeven is. Met de duvel in uw lijf gekropen is. Blijf staan. Medea. Staan. ‘Dag Jason. Wat een schoon gedacht van u om naar hier te komen en uw schone jonge bruid achter te laten... Onnozelaar! '

Katrien Daniels
34 2

Circulaire levenszin

Ik doe het met de brokstukken die ik herinner. Wat ik dan precies doe en of dat überhaupt iets van ‘verschil’ maakt, daar heb ik in te vertrouwen. Dat vertrouwen glijdt telkens, als een huid die niet wil hechten, van mijn botten. Maar ik doe het toch maar; die ingevingen vorm geven, die gevoelens vertalen. Ik maak bewegingen in de ether, zing en spreek energie die ergens anders iets aanraakt. Dankbaar voor de woorden waarmee ik deze ongebonden spontaniteit kan hard maken, al vallen die woorden vaak in de zijlijn van een geforceerd bestaan. Het zijn er ook te weinig, voel ik, mijn woordenschat reikt maar tot aan de grenzen van mijn wereld. En ik wil net schrijven over wat er achter, of eerder onder, die wereld ligt. Symboliek is een poort naar het vormloze. Taal is de brug naar het onuitspreekbare. Wie heeft ooit bedacht dat er poorten en bruggen nodig zijn om daar te komen waar we eigenlijk in essentie altijd zijn? De realiteit doet zich nu zo voor, schijnbaar ondoordringbaar en overtuigend. Een dikke laag beschaving die me ervan probeert te weerhouden om de sterren te zien en de aarde te ruiken. Alleen al een vermoeden hebben van wat er zich achter de weerbarstige korst van artificiële cultuur bevindt, mag een wonder heten. Want Afleiding en Misleiding zijn de leiders van deze creatie. Tijd en Aandacht zijn de valuta waarin we hen betalen. Elke schreeuw om bevrijding, gierend door de gaten van vergetelheid, wordt onmiddellijk overstemd door leugens en weggelachen als een apathische zucht. Het heeft geen zin, zou je zeggen en ik ga hier niet het tegendeel beweren. De zinloosheid van het leven is een wit blad papier waarop je je als een kleuter mag uitleven. Vul de zin zelf maar in! Ben je uitgetekend, dan krijg je een ander blad. Dat is het karmische rad van herhaling. Je mag tekenen wat je wilt, toch tekenen de meeste mensen steeds dezelfde cirkel, mooi gepositioneerd binnen de grenzen van het blad. Ik zit zelf halverwege zo’n cirkel, met de intentie om er een spiraal van te maken. Of om de lijn naar buiten toe af te buigen. Ik ben nog aan het beslissen. Mijn andere hand tast ondertussen langs de randen van het papier, loopt daardoor snijwonden op, maar weet nu zeker dat er een einde is. Ik zie een paleis waarvan de wanden volledig bekleed zijn met tekeningen van cirkels. Een plaats waar ze bij elkaar verzameld worden, als een uitgestalde oogst van rijpe vruchten. Al die circulaire levenszin, die creatiekracht, wordt er geconsumeerd. Het is de brandstof van de illusie die zich hier zo onomstotelijk voordoet. Valt er aan te ontkomen? Zijn onze voorgeprogrammeerde cirkelbewegingen te doorbreken? Ik wil geloven van wel, maar het voelt als jezelf redden uit drijfzand terwijl je er al tot in je nek in zit. Diep ingebed in het onnatuurlijke leven, ontstaat er met de tijd aanvaarding en berusting. Niet op een harmonische manier, eerder vanuit een afgevlakte bewustzijnstoestand en moeheid. In artificieel comfort levend, onverzadigbaar consumerend en eindeloos vermaakt door een beeldscherm zakt de moderne mens dieper in het zand van welvaart. En als je, ondanks alle mindcontrol, hypnose en afleiding toch nog herinnert dat er meer is, dat je meer bent, wordt het leven er zeker niet gemakkelijker door. Het herinneren is één ding, maar wat je er uiteindelijk praktisch mee gaat doen, dààr zit de kans op bevrijding. En dan is er die twijfel waarover ik maar blijf struikelen, alsof hij mij telkens bewust voor de voeten wordt geworpen. Het was ook twijfel die mij deed afdwalen van het voorgeschreven pad en mij hielp om te herinneren. De twijfel over wat ‘normaal’ werd bevonden, bijvoorbeeld. Maar de twijfel is ook lang na mijn conclusies blijven doorlopen. Twijfel, onzekerheid, angst en verwarring lijken wel standaard ingestelde frequenties te zijn in deze wereld. Golflengtes die we kunnen overstijgen, maar net als drijfzand ons naar beneden willen trekken. Het vraagt wilskracht, zelfvertrouwen en, in deze wereld vol verleidingen, zeker ook discipline om niet opgezogen en geconsumeerd te worden door het onnatuurlijke. In de gebarsten ruimte tussen vermoeide gelatenheid en opflakkerende creatielust wortelt mijn magie. Ze groeit doorheen alle spleten die het onzekere nalaat. Ik wiebel en ploeg mezelf dagelijks doorheen de stugge massa van overleving. Vroeger was er ook ‘overlevering’; oude wijsheden die traditioneel werden doorgegeven. Nu moet je het zelf uitzoeken, liefst zonder teveel in je hoofd te gaan zitten. Ieder moet voor zichzelf het warm water uitvinden. En de resten die overblijven aan elkaar lijmen. Wensend dat het volgende eindpunt niet weer hetzelfde beginpunt blijkt te zijn.

KarolienDeman
0 0

C.ng.

Zonder clan zijn, wat betekende dat voor hem. Hij zag de zwart witte beelden nog voor hem van de Zwarte vissers in een prauw, die met hetzelfde doel voor ogen aan één zeel trokken. Ze roeiden zich te pletter ergens ter hoogte van de evenaar, en zongen slechts voor hen bekende liederen over een vruchtbare visvangst en een gunstig gestemde zeegod. Die solidariteit stond in schril contrast met de bloederige stammenoorlogen waarover hij gelezen had. Nee, dan liever geen clan. Niet met het mes tussen de tanden en bloeddoorlopen ogen van de qat recht tegenover de ander. Hetzelfde rode metalige bloed, toch de vijandschap. Wanneer zouden we het Monster in de ogen durven kijken dat in plaats van verschillend we zo gelijkend zijn? De schrijver die hij zo bewonderde kon niet meer aarden in België na jaren in de tropen. Hij schreef boeken met ronkende titels als Schroot en Zonder Clan. Hij ging naar de cinema om te vluchten in de film, westerns het liefst, en op een gegeven moment ging hij op de Kalmthoutse Hei wonen. In zijn witte brein visioenen van de drums, die vermaledijde knettergek makende drum die je wel hoorde maar niet zag en de smaak van pili pili op elk gerecht, van gezouten vis, tot maniok en plantijns, dat waren nog eens tijden, van bevrijd zijn van het katholicisme ook, de kneuterige kwezelachtigheid van het moederland, stijve heupen en slappe … thuis, waar is thuis?, steriel de straten, alles leeg en schoon, het spoelen van de kruinen van mensen en bomen met Noordzeeregen, de poëzie van immer vergankelijke en veranderende wolkenformaties, vloekend, met de heiigheid van de doldrums, de koperen ploert torenhoog in het zenit, en in de boîtes repetitieve, hypnotiserende muziek met onbegrijpelijke zanglijnen in een taal die hij begrijpt door haar intonatie maar niet letterlijk, en de droogte, de laffe lucht, zwanger van onweer, in plaats van duiven en merels duiken reptielen weg tussen de struiken, en ergens bewaakt een valse baviaan een compound in plaats van een waakhond, en dan die geschifte president die met zijn privé-vliegtuig champagne ging halen uit Parijs en steaks van Buenos Aires terwijl zijn onderdanen crepeerden van armoede, ja, zo’n fataal triest en levenslustig land was het waar van dag tot dag leven de nomaalste zaak ter wereld was omdat gisteren niet meer bestaat en morgen verre toekomst is, en de kinderen hebben vliegen op het prut van hun ogen, en de jongeren slagen elkaar tot pulp voor een levensgevaarlijke klus in de mijnen voor een habbekrats, voor een habbekrats, terwijl de schrijver, welke schrijver?, kan leven als God in Frankrijk en kan zuipen met de President, en zich vergapen aan jonge maagden, en totaal moraalloos door het leven gaan, en het is jazz, godverdomme, tragische prostituees in New Orleans hebben voorouders in dit vermaledijde door God en klein pierke in de steek gelaten, uitverkoren land voor schooiers, dieven en opportunisten, en waar, waar zijn de vrouwen van die gelukszoekers, waar is het recht en het wetboek, die heet Smith & Wesson, ja, dat moet zo zijn, dit is terug gaan in de tijd, koppensnellen en scalperen, zo gaat het er aan toe, de zwakkeren moeten eruit, de onaangepasten, dit is één groots marktplein, en de oorsprong heeft geen geweten, oren, mond, ogen, iedereen is blind en stom en zwijgt gedwee, de sheriffs zijn corrupt en niks werkt, maar de harten kloppen tegen honderd en uur, de tanden gepuntvijld om het met een neologisme te zeggen, en de airco piept en suft en kraakt als de kranen waarmee de schepen honderd jaar geleden en nu nog geladen en gelost worden, en alles gaat te traag maar stopt wel nooit met bewegen net als hun muziek, die van hun, niet die van ons, want ook al kennen we beide de viool, ze klinkt anders in Zwarte handen dan witte handen, waarom, godverdomme, en die djingel djangel veel te hoog gestemde gitaren brengen extase en lethargie tegelijkertijd, gevangen in een mal van geschifte ritmes tempos, misvieringen en voodoo-achtige rituelen, met offers van geronnen kippenbloed, en zo gaat dat hier maar verder, zelfs als je daar niet meer bent, en kijkt naar de bergen in Zwitserland of een ander ordelijk land waar alles een doel heeft en een eerste beweger, en de mensen rationeel lijken maar eigenlijk verstoppertje spelen, vergeet het niet dat jullie beesten zijn, ja, onmensen, zij waren de nobelen, ik ga over mijn nek, bijna, de nobelste opzichter van de fabriek met naaimachines en weefgetouwen, die al dertig jaar wacht tot ze terugkomen, de witte duivels, om alles terug te laten marcheren, zoals de ijzeren buffels, de boula mataris, en waarom groeit die jungle als kool … Dat is de koorts van de voormalige koloniaal, die naïeve, crapuleuze wereldverbeteraar, die alles doet voor geld en maagden, en weer, waar zijn die witte vrouwen in dit, dit, dit, inferno, ja, ja, het klopt nog steeds, dit is nog steeds the Heart of Darkness, en niemand die er wat aan kan doen, soms is de wet van de fysica anders op een andere breedtegraad, oost is west en noord is zuid, de zon gaat braaf onder en de sterrenbeelden hebben andere namen maar de dag is even lang als de nacht en de maan staat hoog aan het firmament en in de struiken zitten okapi’s en luipaarden te wachten op het afval van de dag en de nachtelijke kampvuurtjes, hier is het heilige profaan en omgekeerd, en kunnen we maar niet de vinger leggen op waarom alles zo anders is, en we nog steeds met die witte superieure boertige bril blijven kijken omdat dat is wat we doen, verdelen, opsplitsen, graven, speurneuzen, in plaats van alles te laten zoals het is, gewoon alles laten liggen, niks doen, niks doen, gewoon een teen in de rivier en wachten tot de krokodil bijt en we opgeslokt worden en sterven, en leven en sterven zoals al die miljoenen termieten in hun burcht, maar dat is niet in onze aard, we, zij, chacun veut être chef, au … tout est possible, article quinze, débrouillez-vous, bwana kitoko, mooie mooie jongen, Baudouin, tu te souviens le voleur de ton sabre, hein, mais un voleur reste un vouleur, nous nous souvenons ton grand-grand père Leopold II, de hoerenpoeper, geen stap heeft hij gezet op het continent maar zijn staatkunde  heeft miljoenen van ons, van hen, onthand, bestaat dat werkwoord, onthanden … ze noemden ons lui, onhandig, ces fils de putes, we zijn er nog steeds en jullie roven nog steeds onze bodems, en dan zijn jullie verbaasd dat we ’s nachts in jullie slaapkamer verschijnen en jullie halsslagader doorbijten? Dat is wat jullie galgenhumor noemen, en wij justice poetique. Ca suffit. The Beatles. I Am The Walrus

Kameraad 60
11 0