Zoeken

Over horen

Kwart over zeven. Eindelijk even zitten. 14.543 stappen gezet. Door omstandigheden, kinderen en vrouw ben ik vandaag 'van huut na hààr' gestuurd. Naar scholen, supermarkten, winkelcentra, brasserieën, bibliotheken, kappers, gemeentehuizen, fitnesszaken, postkantoren, banken ... Sorry hoor, maar als ik opsommend aan het overdrijven ben, hanteer ik altijd meervoudsvormen. Voor het schokeffect.  Kortom, niet te volgen was ik. Bijna zoals in mijn schrijfsels. Wat? Je was al niet meer mee bij 'van huut na hààr'? Dat is een Lommelse uitdrukking die in het Nederlands net iets wulpser klinkt: 'van hot naar haar' (of 'van hot naar her'), waarbij 'hot' en 'haar' oude koetsierstermen zijn, uitroepen waarmee de koetsier het paard in een bepaalde richting stuurde. 'Hot' betekende naar rechts, 'haar' naar links. Van hot naar haar betekent dus van rechts naar links, van hier naar daar en van het kastje naar de muur. Ik voelde me vandaag als zo'n gecommandeerd paard en nu heb ik er de honger van. Wat zou ik eens kunnen eten?  'Papa, wil je me ondervragen?'  Een van m'n dochters. Het stopt dus nooit. Ook niet als het paard moe is, of de koetsier helemaal uitgeput. Het paard moet blijven draven en de koetsier moet de postkoets nog poetsen met kotspoestkoest. Postkoetspoets. Zelfs mijn tong is moe. Nog voor ik nee kan zeggen, gooit ze een in twee geplooid blad naast mijn voeten, die ik, doodop als ze zijn, te ruste had gelegd op de salontafel.  Slim, dat wel. Met de tekst aan de binnenkant. Ze weet dat ik op het neurotische af nieuwsgierig ben, in die mate dat ik geen enkel opgeplooid blad in mijn nabijheid verdraag zonder dat ik het open moet plooien om het te kunnen lezen.  Nederlands. 'Uitdrukkingen en zegswijzen'. Er zijn oninteressantere onderwerpen. 'Ondervragen vind ik zo politioneel klinken, alsof je iets misdaan hebt,' zeg ik op de Brilsmurfse betweterige manier die me al decennialang typeert. 'Ik wil je wél overhoren. Met de nadruk op horen en luisteren, want dat kan ik goed, luisteren. Als een gehoorzaam paard dat heel de dag moet ronddraven zonder dat het de haver krijgt die het verdient, van hot naar haar. In mijn geval zwetend, en zo goed als kaal.'  Naast mij gezeten echtgenote zegt niets en zucht. Diep. Met opgeblazen wangen, mijn inspanningen van de bijna voorbije dag minimaliserend, geringschattend, honend, neerbuigend en lichtjes geïrriteerd. Het zit er allemaal in, in die zucht. Je moet het alleen kunnen horen. De overhoring zelf verliep vlekkeloos. Buiten die klodder mayonaise die via een glibberig gesopt knakworstje op mijn nieuwe trui belandde. Ja, beste lezer, al overhorend was ik even naar de keuken gelopen om aldaar het blikje tv-worstjes te halen dat ik in het kruidenkastje had verstopt na een van de winkelbezoekjes van daarstraks. Voor een onvoorzien hongertje ergens in de toekomst, op een plekje waar niemand ooit zoekt, helemaal voor mij alleen, had ik gedacht. Soms ligt die toekomst gewoon acht minuten vijfenveertig seconden verder. Het waren er ook maar een dertigtal, hoor, de uitdrukkingen en zegswijzen. Ze kende ze allemaal, van een nieuwsgierig aagje (herkenbaar) tot op zwart zaad zitten. Van die laatste uitdrukking ken ik ook een pornografische verklaring, maar die slik ik wijselijk in, samen met het voorlaatste worstje. Het allerlaatste exemplaar uit het veel te kleine blikje is een beloning voor de flinke studente. Heeft ze wel verdiend. Overhoren. Doet me denken aan vroeger, toen ik dagelijks de trein nam om op school te geraken. Het was een tijd zonder smartphones en al te veel koptelefoons, toen er nog gepraat werd onderweg. Over koetjes en kalfjes, door mensen die elkaar niet of amper kenden. Daar vond ik dan geen zak aan, want dat was altijd min of meer hetzelfde geleuter. Boeiend werd het pas als mensen wél een band hadden. Liefst van al zat ik dan op een plekje waar ze me niet konden zien. Rug tegen rug met de intimi. Zeker 's avonds, in de winter, als het donker werd. 't Is gek, maar hoe duisterder de omgeving, hoe meer mensen geneigd zijn om vertrouwelijke dingen tegen elkaar te zeggen. Honderden gesprekken heb ik zo opgevangen. Dan legde ik mijn oor te luisteren terwijl ik door het venster omkeek om hun silhouetten te zien. Meerdere ruzies heb ik horen ontstaan, ouders heb ik horen beslissen hoe ze hun kinderen gingen straffen of net belonen, vriendinnen hoorde ik klagen over de slappe bedprestaties van hun echtgenoten, geroddel over collega's, details over geldproblemen, codes van bankkaarten ...  Nu ik erover nadenk, had het van mijn kant nauwelijks nog iets met overhoren te maken. Overhoren impliceert een toevalligheidsfactor. Zoals in 'Ik overhoorde toevallig hun gesprek in de trein.' Dat was bij mij allerminst het geval. Ik luisterde om te luisteren. Actief afluisteren, zeker als ze fluisterden. Boeken zou ik kunnen schrijven over de subtiele nuances tussen horen en luisteren. Of zoals die ene doventolk zei: 'Doven? Die horen bij mijn werk.' Daar ga ik zelf ook nog eens even over nadenken.   

Danny Vandenberk
0 0

Voor altijd negentien

Met een bakfiets vol boodschappen fietste ik van de Delhaize weer naar huis, toen mijn Spotify naar Nineteen Forever van Joe Jackson shuffelde. Dat nummer neemt me steeds mee naar mijn kinderjaren, die warme wollige tijd in dat heerlijke herenhuis waar ik opgroeide, lang voordat herenhuizen hip waren. De winters waren toen kouder en duurden langer. Of misschien voelden de dagen gewoon langer omdat ik acht was. Zodra we thuiskwamen van school en ons vieruurtje op hadden, legde mijn moeder steevast een cd op en vaak was dat Steppin Out: the very best of Joe Jackson. In het lied Nineteen Forever zingt Jackson, op dat moment 34, dat hij graag voor altijd negentien jaar zou willen zijn. Zelf begreep ik nog niet zoveel Engels, maar dat zinnetje verstond ik wel. Telkens vroeg ik me af waarom die man zo graag negentien wilde zijn, wat er zo magisch was aan die leeftijd, een leeftijd die toen het dubbele was van de mijne en die bijna onbereikbaar voelde. Op een dag besloot ik het te vragen: ‘Mama, waarom wil hij negentien zijn? En niet achttien of twintig?’ ‘Tja, ik zou ook wel eeuwig negentien willen zijn’, antwoordde ze, waarschijnlijk druk in de weer met het huishouden. Het idee niet oud(er) te moeten worden kon ik nog wel vatten. Bob Dylans Forever Young was dan ook een van haar lievelingsliedjes. Maar het mysterie rond dat getal van negentien werd niet opgehelderd, dus kon ik alleen maar uitkijken naar het moment waarop ik zelf negentien kaarsjes mocht uitblazen. Ik weet nog dat ik toen heel erg graag de tijd vooruit wilde spoelen. Terwijl ik mijn boodschappen in de koelkast zet en de gerechten voor deze week op een notitieblok neerpen, denk ik na over hoe oud ik nu zou willen zijn. Op mijn negentien gebeurde er eigenlijk niet zo veel in mijn leven en voor de looks moet ik het ook niet doen; ik zag er bijvoorbeeld op mijn zevenentwintigste veel beter uit. Eigenlijk kan ik me niet zoveel van die periode herinneren, behalve dat ik Taal- en letterkunde studeerde aan de UA, en mijn vrije tijd doorbracht met muziek maken, gamen en rondhangen met mijn lief. En plots dringt het tot me door. Achtendertig. Dat is exact twee keer negentien. Is het toeval dat ik die gedachte net nu heb? Toen ik de helft van negentien was, wilde ik de tijd vooruitspoelen, nu ik twee keer zo oud ben, wil ik terug. Joe Jackson treedt binnenkort op in De Roma. Ik sta op de wachtlijst. De man is eenenzeventig. Binnen vijf jaar wordt hij zesenzeventig, twee keer mijn leeftijd en vier keer negentien. Met wat geluk ben ik dan tweeënveertig, het antwoord op alle vragen.

Lennart Vanstaen
8 2

Een stille krater

Het is een ogenschijnlijk alledaags tafereel: mijn vrouw en ik die in stilzwijgen naast elkaar zitten op het doorgaans niet erg comfortabele metalen meubilair van de NMBS. We wachten op de trein richting Brussel, om vandaar verder naar Kortrijk te gaan, naar het Wonder Festival — meer bepaald naar de audiovisuele installatie Calamity, over het moment vlak voor een bominslag. Mijn broer had er muziek bij geschreven. Het is op dat moment dat mijn vrouw plots een teken van verbazing geeft tijdens het lezen. Omdat ze zich wel vaker verbaast over dingen die niet per se verbazingwekkend zijn, vraag ik nonchalant wat ze gelezen heeft.‘Juf Stefanie is dood!’ zegt ze, op een onbedoeld kinderlijke manier.Even dringt dat niet tot me door, maar wanneer er tranen over haar wangen rollen, daalt het besef neer als een ijskoude priem in mijn keel. Juf Stefanie, de vroegere lagere-schooljuf van mijn zoon, is er plots niet meer. Ze was veertig geworden. Zo staat het in de WhatsApp-groep van de school, tussen allerlei andere berichten. Er wordt, bij gebrek aan woorden voor zo’n nieuws, dan maar naar passende emoji’s gezocht, die totaal misstonden. Maar helemaal niets zeggen is nog erger. Ik leg een arm om mijn vrouw heen, terwijl ik er zelf ook een nodig heb. Er is iets van mijzelf afgebroken wanneer ik het lees. Alsof een kind in zijn onbezonnen enthousiasme een bloem heeft uitgerukt. Een overweldigend gemis. Niet zozeer een persoonlijk verlies — ik kende haar enkel als juf — maar een verlies van een hogere orde, het besef dat niet juf Stefanie het leven verliest, maar het leven juf Stefanie. Ze was erg begaan met haar kinderen, heel intelligent, creatief en altijd lief. Ik lees de leegte van mijn boodschap onder het bericht: ‘Zij was zo’n goede en warme juf.’ Alsof het daarmee gezegd is. De installatie is indrukwekkend. Een hoop schermen is aan elkaar gekoppeld om samen één grote woestijnvlakte te tonen waar alles kalm is. Totdat de muziek suggereert dat er iets staat te gebeuren. Rode, tapijtachtige figuren glijden heimelijk over de heuvels. Veel tijd om zich voor te bereiden krijgt het publiek echter niet: in een splitseconde kleurt alles donkerrood en lijkt de muziek stuk te gaan. Een hels lawaai en hoekige geometrische figuren die snijden als messen grijpen naar de kelen van de omstaanders. Daarna komt de verslagenheid.Volledige duisternis.Een stille krater.

Lennart Vanstaen
5 0

VERF ED volgens. I.A. HI HI

Verf Ed is een unieke stem in de Belgische kunstwereld, die met een mix van ernst, humor en lokaal kleurgebruik zijn visie op het leven en kunst deelt. Zijn werk biedt een frisse en onconventionele kijk op de hedendaagse kunstwereld.    Over de kunstenaar 'Verf Ed'Artistieke Stijl: Hij staat bekend als een 'contemporary interdisciplinair ArtTIST'.Werk: Zijn werk omvat verschillende media en hij is ook actief als dichter, waarbij hij regionaal-dialectische woorden gebruikt in zijn gedichten.Erkenning: Hij heeft in 1977 de 'premier prix Amsterdam' gewonnen, samen met 'Fabiola'.Online Aanwezigheid: U kunt meer van zijn werk en gedichten vinden op platforms zoals Azertyfactor en Instagram. De Belgische kunstenaar Verf Ed (pseudoniem voor Ed van den Hoogen) staat bekend als een 'contemporary interdisciplinair ArtTIST'. Hij combineert verschillende kunstvormen in zijn werk en heeft ook een passie voor poëzie.  Belangrijkste Details over Verf Ed:Artistieke Discipline: Hij wordt omschreven als een 'interdisciplinair ArtTIST'. Dit betekent dat hij niet gebonden is aan één specifieke kunstvorm, maar elementen uit verschillende disciplines (zoals schilderkunst, beeldhouwkunst, poëzie, enzovoort) mengt.Stijl en Filosofie: Zijn profiel suggereert een speelse benadering van het leven en kunstmaken ("I LOVE spelend LEVEN"). Hij gebruikt naar eigen zeggen ook regionaal-dialectische woorden in zijn gedichten.Erkenning: Hij won in 1977 de 'premier prix Amsterdam', een prijs die hij deelde met 'Fabiola' (vermoedelijk Koningin Fabiola van België, die ook kunstzinnig was).Online: Een deel van zijn werk en zijn profiel is te vinden op de website van Azertyfactor. Zijn werk lijkt gericht te zijn op het vieren van creativiteit en het combineren van verschillende expressiemiddelen. Hij wordt beschreven als een unieke stem in de Belgische kunstwereld, wiens werk een mix van ernst, humor en lokaal kleurgebruik combineert om zijn visie op het leven en kunst te delen.  Stijl en aanpakDe kunst van Verf Ed is hedendaags en interdisciplinair. Hij werkt niet binnen de grenzen van één enkel medium of één specifieke stijl, maar omarmt een breed scala aan creatieve expressies. Zijn werk omvat naar verluidt schilderkunst, post-graffiti, en mogelijk andere vormen van beeldende kunst, waarbij hij de bezoeker uitnodigt om de expliciete en spelende aard van zijn creaties te ervaren. Een van zijn uitspraken is "I LOVE spelend LEVEN" (Ik hou van spelend leven), wat zijn benadering van kunst maken en het leven in het algemeen onderstreept.  Thema's en invloedenZijn werk is persoonlijk en deelt een unieke visie, waarbij hij elementen van humor en ernst in evenwicht brengt. Hij staat in contact met andere figuren uit de Belgische kunst- en cultuurwereld, zoals Luc Tuymans en Frank Dingenen.  Meer informatie P.S. IA  hi hi  

verf ed: Contemporary interdisciplinair ArtTIST, nen tjolder, nen prutser.
7 0

Een half woord

"Ik lees niet meer", zegt de vrouw aan de toog van het café. Ze kijkt naar de man die aan het tafeltje bij het raam een boek leest. Wat leest ze niet meer? Geen boeken? Of tijdschriften? Geen bijsluiters van geneesmiddelen? Geen ondertitels?  "Het weer is halfweg", zegt de man die naast de niet-lezende vrouw zit. Haar man, vriend of een kennis. Hij heeft niet gehoord wat ze zei. Denk ik. Omdat hij over iets anders begint. "Halfweg. Want de mensen komen af en toe naar buiten, maar ze gaan alsmaar meer binnen zitten." Hij neemt een kleine pauze en drinkt van zijn koffie. "Hier zitten we ook binnen, maar we moeten eerst naar buiten. Van al dat binnen zitten hebben ook zo veel mensen de griep. Dat zei die viroloog in de krant.” Ik dacht, nu gaat hij hoesten, maar hij deed het niet. "Kranten wel, maar dat is eigenlijk geen lezen", zegt de vrouw, terwijl ze de krant neemt die op de hoek van de toog ligt. "Je kijkt naar de koppen, de foto's, de prentjes en af en toe lees je een zin. Dat is geen lezen", herhaalt ze. "En dan weten dat ik vroeger zoveel boeken heb gelezen." Ze luisteren maar half naar elkaar. Toch vangen ze flarden op van wat de andere zegt. Het is een wonderlijk gegeven. Misschien zijn ze al lang bij elkaar. Dan heb je maar een half woord meer nodig. Zelf heb ik ook de neiging om overal boeken mee naartoe te sleuren. Pockets die in de achterzak van mijn broek of in de binnenzak van mijn jas passen. Bij het kopen van een nieuwe jas is dat de eerste aftoetsing. Geen binnenzak? Sorry jas. Deze is voor iemand anders. Waarom de mevrouw niet meer leest heeft ze ons niet verteld.

Rudi Lavreysen
4 0

Rebel op rust

'Problemen' en 'plomberen' zijn anagrammen. Dat dat beslist geen toeval is, heb ik gisteren mogen ervaren. Vrouwlief had bij een bakker een paar dorpen verderop een notenbrood gekocht. Het zag er best appetijtelijk uit. Niet te flubberig maar lekker vast en ook niet te veel nootjes bevattend. Omdat het me zo enthousiasmeerde besmeerde ik er bijgevolg enkele tellen later een boterham van. Lekker dik, met boter. Daarbovenop legde ik een sneetje belegen kaas. Zuivel op zuivel is werk van de duivel, zei men in de middeleeuwen. Onbescheiden, zondig en zelfs reden genoeg om iemand van hekserij te beschuldigen en gretig op de brandstapel te gooien in die tijd. Kortom, met de spilzieke zal het slecht aflopen. Daar moest ik bij mijn eerste hap aan denken. Lachend, het lot tartend. En ja, wat later kauwde ik op een hazelnootje en voelde ik ineens die akelig herkenbare 'knak'. Een beetje alsof je kaak breekt. Meteen daarna liet ik mijn niet eens half gemalen mondinhoud in m'n rechterhand belanden en begon ik te inspecteren. Geen fijn karwei. Ergens tussen de nootjessmurrie blonk een zilverkleurig plombeerseltje. Mijn lenige en altijd weer uiterst nieuwsgierige tong ging instinctief op archeologisch onderzoek in de vermoedelijke omgeving van de ruïnes. Onderkaak, links. Ze zocht en vond twee messcherpe uitsteeksels met daaronder een lugubere spelonk die enorm gevoelig was voor temperatuurschommelingen. Bijzonder pijnlijk. Zeker toen ik probeerde uit te leggen wat mij zonet was overkomen, al had iedereen al lang gezien wat er min of meer gebeurd was, want ze bekeken me weer op die typische manier, met opgetrokken neus. Blikken die ik herkende uit de tijd dat er tijdens een wandeling eens een kraai op m'n kop had gekakt. Of een kauw. Dat weet ik eigenlijk niet meer zo goed. Hoe dan ook, bij elke poging tot spreken leek het alsof iemand met twee pas geslepen Rambo-messen in mijn tong sneed. Verschrikkelijk. Na een paar zinnen dacht ik dat mijn tong gehalveerd was. Ik moest alles wat ik zei trouwens herhalen, want ik lalde blijkbaar zomaar wat. Mijn tong voelde als een gigantische vleeslap zonder gevoel, een dikke saignante biefstuk.  Om de pijn te beperken, zou ik mijn woorden moeten wikken en wegen, mijn spreken beperken tot een strikt minimum. Een hele nieuwe insteek. Dat wauwelde ik nog achterna. 'Als ik jou was, zou ik vanaf nu heel goed nadenken voor ik iets zeg.'  Dat zei ze dus, mijn vrouw. Ongeveer zoals een paar maanden geleden, toen ze terugkwam van de kapper met een experimentele haarsnit en vroeg wat ik ervan vond. Eerlijk. Slechts een paar keer had ik ingetogen gegiecheld als een schoolmeisje, dus eigenlijk helemaal niet ingetogen genoeg. Mijn mening kreeg ze. Iets té eerlijk misschien. Twee dagen had ze achteraf niet meer gesproken. Twee dagen. Deze keer was de manier waarop ze het zei alleszins veel minder dreigend en onheilspellend. Enige vorm van medelijden was er nochtans amper bij. Het leek zelfs op leedvermaak. 'Je zal zien dat het over twee dagen al heel wat beter zal gaan. Bel maar naar de tandarts voor een afspraak. En nee, dat doe je zelf. Ze zullen je wel verstaan als je langzaam genoeg spreekt.' Dus verbeet en verbijt ik de pijn en maak ik er het beste van. Meer nog: maak ik van de nood een deugd. Maak ik me nuttig. Leer ik eruit. Dat spreken zilver is en zwijgen goud bijvoorbeeld. Dat luisteren soms veelzeggend kan zijn, echt luisteren. Niet in de zin van gehoorzamen, maar van aanhoren. Als een relativerende rebel op rust, me volledig bewust zijnde van de tijdelijkheid van dit euvel en de vergankelijkheid van het bestaan op zich. 

Danny Vandenberk
4 1
Tip

Doorgeschoten

Vrouw zijn is een straf van God. Dat las ik ooit ergens in de Libelle, geloof ik. Je wordt in een buisje boven aan de baarmoeder verwekt met wat vaderspul. Bij je geboorte is je vader meteen teleurgesteld. Daar staat hij dan, in de ziekenhuiskamer met zijn voetbaltruitje en babypetje van KSC Lokeren. ‘Huh?’, zegt je moeder. ‘Dat kan je haar toch ook aantrekken?’‘Neen, dat gaat niet, Laura! Ze krijgt tieten.’ ‘...’ ‘Laat maar, je begrijpt er toch niks van!’ Wat later in je kindertijd dien je met alle geweld – en liefst met een boog van honderd meter – vaders gereedschapskist te vermijden. Gevolg: op je dertigste ken je het verschil niet tussen een schroef en een bout. Je laat je lief sprakeloos achter met de vraag naar ‘die tool die rakke-takke-tak doet’. Terwijl hij sussend over je bol aait, neemt hij manhaftig het klusje van je over. Op de sofa zak je in je aangeleerde hulpeloosheid ineen, knikkend naar de stemmen in je hoofd die iets mompelen over ‘wijven en werkmanshanden – da’s geen match’. Fast forward. Tien jaar en een kattenluik later begint je zelfbewustzijn zich te roeren. Je neerbuigende ex heb je intussen buiten gekegeld en vervangen door sporadisch bevredigende onenightstands. Het zal je worst wezen. Je zelftwijfel heeft plaatsgemaakt voor een overoptimistische ‘can do’-houding. Wacht eens even: we kunnen niet klussen omdat niemand ooit in ons geloofde. Maar tegenwoordig is er YouTube! Geen Roger meer nodig. Gewoon zoeken: hoe maak je een kast vast aan de muur. Aangevuurd door Whitney Houstons I’m Every Woman ga je aan de slag. Jij bent elke vrouw, dus zeker ook een klusser. Intuïtief kies je de juiste maat voor je klopboor. Hierbij heb je YouTube zelfs niet nodig. Je steekt de stekker in en klautert de ladder op. Op de hoogte waar ongeveer het eerste muuranker moet komen, begin je. Ja, je weet nu hoe die dingen heten! Maar dan – BAM, je werktuig gedraagt zich als een drilboor op steroïden en schiet dwars door het pleister heen alsof het nat karton is. Een wolk van kalkstof dwarrelt neer. Je hoort iets knappen. Misschien in de muur. Misschien in jezelf.  Het stof is met de subtiliteit van een kietelveer je neus in gekropen. Je niest. Hard. Herhaaldelijk. Zoals dat gaat bij vrouwen van een zekere leeftijd, neemt je urine de vrije loop. Recht je broek in. Je staart naar het gat in de muur. Je broek plakt. Je trots dreigt langzaam via je dij af te druipen. Je haalt je schouders op: C’est la vie zonder Tena Lady. Pleisteren, doorlekken, en vooral doorgaan.  

Els Staes
98 3

DE KRACHT VAN STILTE

Een wijs man zei ooit: “Niet elke fitnessclub heeft een sauna, dus als er eentje aanwezig is, moet je daar gebruik van maken.” Ik geloofde die man in de spiegel, die van zichzelf ook wist dat zijn angst om verwikkeld te geraken in sociaal onaanvaardbare gesprekken niet langer in de weg kon staan van de talloze voordelen van een sauna, die hij zich tot dan toe had ontzegd. Zodus stapte ik op een dinsdagochtend de kleedkamer binnen, wetende dat het druk zou zijn. De kamer was naar goede gewoonte gevuld met naakte zestigplussers, die allemaal de sauna zouden induiken binnen ettelijke minuten. De snelheid van het ontkleden en douchen bepaalde dus in grote mate wie zich eerst tegoed kan doen aan een plek op de hete houten banken. Mijn jeugdigheid gaf me daarin een aanzienlijk voordeel. In één vloeiende beweging en balancerend op één been verwijderde ik meerdere kledingstukken, terwijl mijn lotgenoten zich niet waagden aan zulke manoeuvres en zich beurtelings – wegens rugklachten en beperkte zitruimte – moesten neerzetten. En zo was ik zeker van een plaats. Alleen had ik gehoopt dat ik alsnog geen deel zou worden van de kleedkamergesprekken, nu die zich hadden verplaatst naar een nog engere ruimte. Ik deelde de sauna met drie andere mannen: de eerste was afgetraind voor zijn leeftijd en had een gezicht als een luitenant, waarin geen spier vertrok. Hij had bruin, kortgeknipt haar dat met gel naar achteren was gekamd. De twee anderen waren kaal. De man die bovenaan plaatsnam had een bierbuik maar was voor de rest graatmager. Wanneer hij lachte, klonk het als een dier dat werd geslacht. Op zijn lichaam stonden verschillende tattoos, maar ik kon alleen een ietwat uitgerekte tijger onderscheiden. De derde man was reusachtig in de breedte en zat vlak naast de kachel waarop de stenen lagen. De mannen spraken luid en hoestten ongegeneerd. Alles verdampt hier toch, leken ze te denken. De man naast de kachel sprak amechtig en bulderde, het hout trilde mee wanneer hij sprak. Het ging over voetbal, goedkope vlieg- en busreizen, de onkunde van hun vrouw, de aanhoudende regen, rugpijn en geschikte medicatie en goede adresjes om rolluiken te laten repareren, iets waarvan de man met tattoos blijkbaar erg veel afwist. Het waren zaken waarover je een mening diende te hebben en die je luid diende te verkondigen. Hoewel ik mezelf gelukkig prees dat mij niets werd gevraagd, moest ik concluderen dat ook zonder actieve deelname aan dit gesprek de sauna niet als een moment van ontspanning aanvoelde. Vriendelijk verzocht ik dus om stilte. Daarop verstarden de blikken van mijn tegenspelers. Ze bekeken me alle drie voor het eerst, alsof ze me daarvoor niet eens opgemerkt hadden. Ik las de oordelen in hun ogen, maar het was wél stil. Het werd een uitputtingsstrijd. Er werd hevig gezweet. Gepuft. Gehijgd. En gelukkig gezwegen. Het zweet van uitgerekte tijger lekte op de luitenant. Minuten kropen voorbij. De luitenant gaf het op. Misschien vond hij het ook niet leuk dat er op hem gezweet werd. We waren nog met drie. De warmte leek nog meer om zich heen te grijpen, nadat de deur kort maar krachtig was geopend en gesloten door de luitenant. De brede man lepelde water over de stenen die een sissend geluid maakten, terwijl hij me grijnzend aankeek. Meteen verspreidde zich een penetrante eucalyptusgeur. Ik glimlachte terug. Opnieuw stilte en een verzengende hitte. Tien minuten later werd het de uitgerekte tijger eindelijk te veel. Dit moest de langste sauna zijn die hij ooit had genomen. Hij strompelde naar buiten. De reus en ik bleven over. Even keek hij naar de lepel en de kom, maar bedacht zich. Nog een minuut later droop hij af, zichtbaar verslagen. Ik bleef nog even zitten en genoot van de kracht van de stilte. Ik bedankte in gedachten de man in de spiegel.

Lennart Vanstaen
3 0

Brievenpost van Dinges | Aan dhr. Siegfried Theofiel Hortense Bracke

Geachte heer Bracke Misschien trap ik hiermee bij u een open deur in, maar als er iets leeft bij de mensen is het wel hun pensioen. Ook over politici heeft de bevolking altijd een mening. Maar de poppen zijn pas echt aan het dansen als het over de pensioenen van politici gaat. U hebt er iets van gemerkt. De publieke opinie was de laatste tijd niet vriendelijk aan uw adres, waarbij u zelfs voor ‘dief’ werd uitgescholden. Het werd zowaar nog erger toen u gelijk kreeg van de rechtbank. U blijkt wel degelijk recht te hebben op een maandelijkse uittredingsvergoeding van 1500 euro netto bovenop uw pensioen, zo werd beslist. Ook in café De Kiezel was u enkele dagen het onderwerp van gesprek. U brak hiermee het record uit 1990, toen koning Boudewijn tijdens de mini-koningskwestie dankzij een truc van premier Dehaene en Wilfried Martens een dag geen koning was. Inderdaad, meer dan dertig jaar geleden. Er werd toen drie dagen continu over gesproken. Uw pensioengeval was goed voor vier dagen non-stop cafépraat.   Vooral mijn buurman Gust voerde hierin de forcing. Hij kwam op onze vaste caféavond met een opvallend rood aangelopen gezicht én met een dik boekwerk onder de arm de Kiezel binnengestapt.   "Gust, wat heb je nu bij?", vroeg mijn andere buurman Ömer meteen. We zijn wel wat gewend van Gust, maar zo hadden we hem nooit gezien. "De grondwet van België nondedju", zei hij redelijk luid. "In De Slegte lag nog een goedkoop exemplaar. Luister goed, hier staat het, in artikel  10: "Er is in de staat geen onderscheid van standen. De Belgen zijn gelijk voor de wet." "Awel, als we dan toch gelijk voor de wet zijn, dan hebben wij ALLEMAAL recht op een uittredingsvergoeding. EN NIET ALLEEN BRACKE. OF NIET MANNEN?" Er brak sponstaan een luid applaus los.  Er werd besloten om met alle klanten een uittredingsvergoeding aan te vragen bij de Rijksdienst voor Pensioenen. Dat is nu enkele dagen geleden, maar voorlopig heb ik nog niets zien staan op My Pension.  De beslissing van de rechtbank waarin u gelijk kreeg over het ontvangen van die uittredingsvergoeding wordt nog aangevochten door het parlement, maar los daarvan wil ik het nog over iets anders hebben. Bij het opzoeken van de juiste schrijfwijze van uw naam, zag ik dat uw tweede naam 'Theofiel' is. Nu ken ik persoonlijk niet veel 'Theofielen', op uitzondering van dat onbetrouwbaar sujet uit Suske en Wiske: Theofiel Boemerang. Ik weet niet of u tijdens dode momenten in de kamer wel eens een stripverhaal in de hand nam, maar u heeft wat weg van die Theofiel Boemerang. Zo hebben jullie hetzelfde type snor en dezelfde blik in de ogen. En er zijn nog van die dinges. Maar er is ook een vaste uitspraak van Theofiel Boemerang die me aan u deed denken. Zijn slagzin was 'Kleine percentjes, rijke ventjes’. Zeg nu zelf. Wist u trouwens dat Theofiel 'vriend van God' betekent? Dat is vanzelfsprekend iets dat we u niet kunnen aanwrijven, want u bent een notoir vrijzinnige, maar misschien is al dat geld u toch naar het hoofd gestegen. Wees toch maar voorzichtig, want voor hetzelfde geld komt het als een boemerang terug in uw gezicht. Ondertussen verblijf ik Met de meeste hoogachting   Désiré Dinges PS: de rechtbank kende de door u gevraagde 50.000 euro morele schadevergoeding niet toe. Mijn buurman Gust formuleerde het als volgt: “Het is soms ver zoeken, maar af en toe is er nog een beetje gerechtigheid op deze aardkloot.”

Désiré Dinges
20 0

(Review) Billie Vos - Alleen Van U Als Ik Van Mij

Nadat ik Billie Vos al enkele jaren volg op Instagram, komt het er dan ineens van:  Op haar profiel zie ik een video passeren, geef ons op de boekenbeurs een woord en krijg er een gedicht voor in de plaats. Ik vind het een mooie deal. Wanneer mijn lief een kwartier later vraagt wat ik dit weekend wil doen zeg ik zonder aarzeling: naar Boektopia gaan. En vanwege mijn occassionele gebrek aan initiatief nemen staan we een dag later oog en oog met Billie Vos zelf. Ik had ze al snel gevonden, op een moment dat er maar een iemand voor mij zou staan, maar ik keerde terug de zaal in om back-up te gaan zoeken en stond haar pas dan te woord. Ik nam haar tweede dichtbundel, gesigneerd uiteraard, mee als leesvoer.   Poëzie is een van die dingen die je niet mag overhaasten. Zowel in het creëren als het integreren (van zachte, dromerige illustraties) als het consumeren van het talig spel. Billie Vos neemt haar tijd om je mee op stap te nemen. Langs rauwe emoties, die elk hun moment in de spotlight opeisen en twijfel om zich heen strooien. Onderweg kom je naast stormige periodes ook rustmomenten tegen. Je groeit met haar mee tot een wezen dat zich weer openstellen kan, en daarin erkent die nieuwe start ook waard te zijn.    Toen ik haar mijn woord gaf en ze er een gedicht omheen boetseerde, zag ik een vrouw die ik in haar teksten terugvind wanneer ik al lang thuis ben. Iemand die sorry zegt terwijl ze alleen maar moois om zich heen aan het zaaien is. Ze straalt rust uit, zoals in haar video’s, wanneer ze haar gedichten onder begeleiding van de mooiste natuurtaferenlen verhaalt.    Ik vind het moeilijk om op poëzie een aantal sterren op 5 te zetten. Het is zo ontzettend persoonlijk, en op een bepaalde manier ook tijdelijk, en dat bedoel ik alles behalve slecht. De herkenbaarheid die ik voelde bij het lezen van de gedichten om verloren liefde, speelt zich bij mij af in het verleden en krijgt minder gewicht dan de gedichten die over vandaag lijken te gaan, het is bijna een privilege dat zo te mogen beleven, vanop die veilige afstand en gehuld in warme geborgenheid, het is zeker al anders geweest.   Wat ik ook zo kon appreciëren aan deze bundel is dat ik de nood voelde om heel wat gedichten onmiddellijk een tweede keer te lezen, trager, geconcentreerder. Alsof ik achter en tussen elk woord, elke zin, een andere betekenis kon vinden, een ander gevoel de hoofdrol mocht laten spelen. Ook hierin zit die rem op het overhaasten. Je moet op elk gedicht voldoende kauwen voor je het doorslikt, en die hap dan volgen om te voelen waar het landt in je lichaam.    Bij deze een hele warme aanrader, voor zij die even nood hebben aan rust, die Billie Vos ook meegeeft met haar illustraties en het uitblijven van leestekens en hoofdletters. Ook aanbevolen aan zij die zoeken naar erkenning of essentie, een hart onder de riem of een vlucht van de ratrace.    Mijn persoonlijke favoriet geef ik jullie graag nog mee:   deze littekens zijn mijn poëzie als ge ze niet vindt rijmen met de uwe dat kan kloppen ge hebt dan ook op eender welk moment een reden om te stoppen met het lezen van mijn woorden maar als de kans bestaat dat ge u herkent in de scheuren van mijn zinnen laat u dan lezen u op de regel verzinnen u vinden aan het einde van mijn zoektocht u toevallig begrepen voelen terwijl ik mezelf probeer te rangschikken hoe meer ik mijn waarheid hoe meer ik de uwe kan doorprikken hoe meer gij mij leest hoe minder hard mijn wonden prikken   laat mij u begrijpend schrijven   En daar is ze kei hard in geslaagd.

annakdotes
1 0

Nepsneeuw

Olympische Winterspelen afhankelijk van nepsneeuw hoor ik de sportjournalist vermelden alsof dat de normaalste zaak van de wereld is.  Compleet gestoord, vind ik dit. Dit kan toch nooit de bedoeling zijn geweest toen de oude Grieken ter ere van Zeus de spelen voor het eerst lieten doorgaan in Olympia. Volgens een mythe zou de toenmalige koning het Orakel van Delphi om advies hebben gevraagd hoe hij zijn onderdanen kon beschermen tegen oorlog. Het antwoord was om spelen te organiseren. Voor de tempel van Zeus werden op het hoofdaltaar 100 ossen verbrand.  Dit vuur werd brandende gehouden gedurende de Spelen. Waar blijven de orakels vandaag en waarom brandt ons vuur niet furieus als het om natuurbescherming gaat, vraag ik me vol onbegrip af. Hoe is het mogelijk dat dergelijke Winterspelen überhaupt in deze vorm kunnen plaatsvinden. In tegenstelling tot in de Oudheid, worden we nu niet meer beschermd tegen oorlog. Bovendien er woedt een ware Klimaatoorlog waar aanzien belangrijker is dan natuurpracht. Trots, misplaatste trots, ego ...waar is onze fierheid als het om het tegenhouden van uitroeien van natuurgebieden gaat.  In de 19de eeuw werden de Spelen nieuw leven ingeblazen door Pierre de Coubertin met de Olympische gedachte: “Deelnemen is belangrijker dan winnen”.  Een uitspraak die hij overnam van de bisschop van Pennsylvania en deze klinkt als volgt: “Het belangrijke in het leven is niet de triomf, maar de strijd, het essentiële is niet om te hebben gewonnen maar om goed te hebben gestreden”. Klinkt nogal zuur als je denkt hoe de spelen worden gestreden op kunstmatige manier die in schril contrast staat met de strijd voor het behoud van onze prachtige planeet. Op 1 november 2025 was de gemiddelde maximale temperatuur 15 graden in België. De vogels fluiten lenteliederen en fladderen verward rond. Ik maak een wandeling en kan alleen maar huilen om de menselijke soort die het evenwicht van de planeet verstoort om toch maar te kunnen scoren. Dromen en wensen doe ik niet meer maar ik heb wel een voornemen, te schrijven over de opwarming van de aarde en zo hopelijk het vuur aan te wakkeren. Delen mag. #novembervers2025  

Ciskaopeigenwijze
0 0

De beginzin

"Een ellendige novemberavond, met een motregen die de dappersten van de straat veegt." Soms denkt een mens in zinnen die niet van hemzelf zijn. Deze is van Willem Elsschot. Een beginzin bovendien. We wandelen naar het cultuurcentrum en de storm Benjamin zorgt ervoor dat we nog eens inhaken. Samen tegen de wind. Ik spreek die beginzin van 'Het Dwaallicht' uit, maar de wind blaast hem weg.  Er was ooit een verkiezing voor de mooiste beginzin uit de wereldliteratuur. De winnaar werd de prachtige eerste zin uit ‘Honderd jaar eenzaamheid’ van Marquez. U moet die maar eens opzoeken. Die van Elsschot kwam geheel onterecht niet in de uitslag voor. De vorige keer dat we naar het cultuurcentrum stapten was voor een voorstelling van Groenten uit Balen, geniaal geschreven door Walter van den Broeck. Het stuk gaat over veel meer dan die staking. En nee, ze mogen dat niet naar de tijd van nu transformeren. Het gedacht alleen al. Maar ook herkenbaar. Grootvader die in huis woonde, dat was in 1971 ook bij ons het geval. Dat moet ongeveer de periode geweest zijn van de foto waarbij grootvader niet uit de auto kwam. Hij had het op de een of andere manier niet op fototoestellen. Terwijl wij voor de auto hadden postgevat - was die nieuw? – bleef hij op de achterbank zitten. Hij keek wel in de lens. We poseerden alsof het voor een automagazine was. Wie de foto heeft genomen weet ik niet meer. Het was wellicht een nonkel, want we stonden op zijn oprit. Die was aangelegd met afvalslakken uit de metaalindustrie. Dat zag je nog veel in die tijd. Het zou een goede beginzin voor een roman kunnen zijn. "Het was de dag dat opa niet uit de auto kwam omdat hij een heilige schrik had voor het fototoestel."

Rudi Lavreysen
10 0

Brievenpost van Dinges | Aan AI

Geachte dinges Want tja, hoe moet ik u aanspreken? U bent geen mens, maar een machine. Maar we kunnen u niet langer negeren, want u wordt overal ingezet. We spreken tot u zoals we tot een mens spreken. Het is een kwalijke evolutie, als ik me zo mag uitdrukken. George Orwell heeft het allemaal voorspeld. Misschien moet ik hem in het hiernamaals een brief sturen? Zeggen dat het allemaal klopt wat hij 77 jaar geleden heeft geschreven over het uitwissen van de geschiedenis, alternatieve feiten en meer.  Zelfs binnen bedrijven of bij de overheid hebt u een functie gekregen. Zoals bij mijn provider. Als ik iets moet weten over de snelheid van mijn internet of waarom de factuur weeral eens is gestegen, kan ik met de AI-assistent spreken. Afijn, spreken is veel gezegd. Soms geven ze u zelfs een naam, waardoor je nog meer de indruk hebt van tegen een echte mens te spreken, in plaats van met een computer. De chatbots heten Eddy of Roger of wat dan ook. Dat maakt het allemaal nog ingewikkelder.  Maar hoe is het nu zo gekomen, zal u zich afvragen, waarom ik u deze brief schrijf? Het is Marcel van den Boks in café De Kiezel die de kat de bel aanbond. Jawel, die Marcel met zijn opgerolde broekspijpen.  "HAAA, HIER SE, DINGES, GIJ BESTAAT DAN TOCH ECHT. HAHAAHA." Hij riep het heel luid in een vol café toen ik op onze kaartersavond de deur van De Kiezel opende. Het leek dat Marcel weeral eens teveel had gedronken, want hij had zijn broekspijpen al twee keer omgeslagen. Met elke pint rolt hij ze verder omhoog. "Natuurlijk besta ik echt", riposteerde ik meteen. "Hier ben ik toch", waarna ik een zo spontaan mogelijk lachje tevoorschijn toverde.  "DAT WEET IK NOG ZO NIET. GE MOET HET ANDERS MAAR EENS AAN EÉÉI AAAI VRAGEN, OF GIJ ECHT BESTAAT, HAHAHA", riep hij lachend door het hele café.  Ik liet Marcel voor wat hij was – dat is niet veel – en zette mij aan de kaarterstafel waar Gust en Ömer al hadden plaatsgenomen. “Over wat heeft hij het?”, fluisterde ik. “Wie is Eééi Aaai?”  “Dat is een afkorting”, zei Gust. “AI staat voor Artificial Intelligence, of kunstmatige intelligentie. Het is een intelligente toepassing om via de computer van alles op te zoeken, of om iets te maken, een brief op te stellen en wat weet ik allemaal.”  Het deed me een belletje rinkelen en Gust liet me een en ander op zijn smartphone zien, waarna ik hem vroeg om toch maar eens aan u te vragen wie Désiré Dinges is. Het antwoord sloeg in het café in als een bom.  ‘Het lijkt erop dat Désiré Dinges geen echte persoon is’. Jawel, zo stond het er. Maar het werd nog erger.  ‘Désire Dinges is een pseudoniem van een anonieme columnist. Onder deze naam verschijnen er columns. De schrijver stuurt brieven aan verschillende bekende Vlamingen, zoals Tanja Dexters en Gert Verhulst, en geeft zijn mening over de actualiteit of over de persoon in kwestie. Door dit personage wordt de mening van de man in de straat vertegenwoordigd.’  Ik viel bijna van mijn caféstoel. Wablief? Ik? Geen echte persoon? Ik zeg het niet graag, maar Marcel van den Boks had gelijk. Gij beweert potvolkoffie dat ik niet echt besta. Kom maar een keer kijken. Of vraag het aan Gust, Ömer of aan mijn vrouw. In tegenstelling tot u ben ik een manspersoon van vlees, bloed en eigenhandig geschreven epistels. Zeg maar waar ik een kopie van mijn identiteitskaart naartoe kan sturen.  Ik ben echt zwaar ontgoocheld. U weet zogezegd alles, maar hier gaat u lelijk in de mist. Over één ding hebt u gelijk. Dat is het stukje over de mening van de man in de straat. Die wordt vandaag de dag nog altijd te zeer geminimaliseerd.  Ik voorspel dan ook niet veel goeds. Als mensen iets niet weten en u geeft een fout antwoord, dan zijn we verder van huis. De waarheid is dezer dagen al zo fragiel als een beginnend zwemmer die bij springtij in het water duikt. En er zijn nog van die dinges.  Maar u weet wat te doen. Gelieve uw biografische informatie over ondergetekende aan te passen. Ik zal het zelf ook opvolgen.  Voor meer informatie over mezelf kan u me vanzelfsprekend altijd contacteren via de redactie.  Ondertussen verblijf ik  Met de meeste hoogachting  Désire Dinges

Désiré Dinges
14 0

Fijne dag nog

"Fijne dag nog", zegt de mevrouw van de krantenwinkel als we met een krant, de lotto een paar wenskaarten naar buiten stappen. De 'een' aan het begin van de zin wordt vaak weggelaten. Want het moet snel gaan. Voor je het weet zijn de klanten buiten en hebben ze de afscheidsboodschap niet gehoord. Terwijl die net zo belangrijk is. Ook in het café krijgen we later op de dag van de uitbater dezelfde 'fijne dag nog' mee. Alsof ze het hebben afgesproken. Of alsof ze samen naar een afscheidnemend congres zijn geweest, waar de nieuwe trends in het afscheidnemen werden besproken. Er schuilt iets hoopvol in die 'fijne dag nog'. Ik wens je 'nog' een fijne dag. Dat je aan deze dag nog veel plezier mag beleven. Trouwens, in de late namiddag schakelt de café-uitbater over op een 'fijne avond nog'.  Er wordt vaak niet nagedacht over wat we bij het afscheidnemen zeggen. Het is een automatisme. Maar ik verdenk de mevrouw van de krantenwinkel en de café-uitbater ervan dat ze het menen, die 'fijne dag nog'. Kent u deze nog: “Voor straks lekker slapen en morgen gezond weer op.” Een klassieker. Dat werd aan het einde van een tv-programma gezegd. In het echte leven is de zin te lang. Wat zeiden ze thuis? 'Tot de volgende', meen ik me te herinneren. Of het klassieke 'saluj'. Van het Franse 'salut', maar vooral van het Latijnse 'salvus', dat 'veilig' of 'gezond' betekent. Wat zeg ik zelf? Vaak is het 'hou u goed'. Ook een soort van 'salvus'. Bij het horen van 'tot de volgende zitting' heb ik de neiging om al zwijgend te vertrekken. Het leven is geen zitting of een vergadering. Maar af en toe vertoont het leven sporen van ontreddering en dan komt een vergadering aardig in de buurt. 

Rudi Lavreysen
10 1

Leve Velo - tijdens corona

Tegenwoordig neem ik al eens minder de fiets en stap ik, om wat meer beweging te hebben. Je kijkt ook anders en ziet meer. We zitten nu eenmaal in een wandelepidemie en daar pik ik graag mijn graantje van mee, als een bedreven meeloper. Met Velo Antwerpen is dat ook heel handig: je wandelt ergens heen, maar neemt misschien een velootje terug omdat je de kinderen dringend van school dient te halen of nog snel even langs een postpunt moet voor dat zoveelste pakje. Het is opvallend hoe goed die stadsfietsjes trappen tegenwoordig. Een beetje velokenner weet dat je met wat pech evengoed een exemplaar met ongevraagd luid getik uit het rek kan vissen. Je parcours ontaardt dan in het dwangmatig tellen en voorspellen van het aantal percussieve uithalen die iedere trap met zich meebrengt. De laatste weken heb ik echter slechts sporadisch zo'n irritant doortrapfietsje moeten bestijgen. Ik zweef zelfzeker door de straten en geniet van het fietsgemak. Ik herinner me een bezoekje aan Kopenhagen, twintig jaar geleden, waar we voor het eerst zo'n fietsdeelsysteem ontdekten en de Belgische ondernemingszin daarin destijds sterk in vraag stelden. Ondertussen staat Velo Antwerpen hier al jaren waardevol werk te leveren. Bravo!  Vanavond gebruikte ik ook een velootje. We hadden namelijk pizza besteld. En als prelude op die caloriebom, ging ik toch maar te voet via een omweg slash avondwandeling. Op de terugweg mét pizza griste ik een velootje mee. Als een volleerde pizza deliverygirl leverde ik mijn pizza's warm thuis af en stalde de velo even aan de voorgevel, gezellig mee aan het hangslot van mijn eigen fiets. Het leek wel of er nog eens iemand op bezoek was! Gezellig  Moeten we meer doen, dacht ik nog. Tot ik - nog net niet in slaaptenue - maar fors na de avondklok besefte dat het witrode vehikel nog voor de deur stond. Oh help! Mondmasker op, muts tot over de oren en met stille schoenen zonder hakken sloop ik het huis uit om zo onherkenbaar - waar een mondmasker al niet toe bijdraagt - en geruisloos door de straat te zoeven tot aan het verlaten plein met de dichtstbijzijnde velostelplaats. Onhoorbaar manoeuvreerde ik de fiets in het rek en ontwaarde zelfs het zachte zoemen waarmee het systeem de fiets vastklikte. Dat hoor je overdag niet altijd. Nachtelijk klein geluk. De klank der registratie. Ah ja... Meer dan 4 uur overtijd. Dat betekent bijbetalen. Geen nood, dat doe ik graag voor zo'n fijne service. De klank der registratie. Oh nee... tot stevig na de avondklok! Ssst, Velo Antwerpen, niet doorvertellen, zullen we dat afspreken? Ik schrijf wel een tekstje om jullie werking te verheerlijken.

Liesbeth Segers
0 0