Zoeken

Gusta, mijn innerlijke bejaarde

Ik heb deze week op MyPension gekeken. Er was een tijd dat ik op het internet zocht naar goedkope vliegtickets, nieuwe schoenen of de openingsuren van een café. Tegenwoordig zoek ik op wanneer ik officieel mag stoppen met werken. Achttien jaar. Ik mag de cultuur nog achttien jaar dienen. Ik heb het drie keer opnieuw berekend. Alsof de overheid zich bij de vierde poging zou bedenken en zeggen: 'Allez madammeke, voor u maken we een uitzondering.' Nu moet ik eerlijk zijn. Ik vind dat helemaal geen ramp. Ik doe mijn werk graag. Heel graag zelfs. Ik hou van theaterzalen, van artiesten met wilde plannen, van kinderen die met open mond naar een voorstelling kijken en van het zoeken naar dat ene bijzondere verhaal dat een publiek kan raken. Achttien jaar nieuwe ideeën, ontmoetingen en voorstellingen? Ik zie dat eigenlijk wel zitten. Tegen dat ik met pensioen mag, zijn de kleuters waarvoor ik vandaag voorstellingen programmeer volwassen. Sommigen zullen getrouwd zijn, anderen gescheiden en een paar zullen vermoedelijk zelf al een burn-out achter de rug hebben. En ik zal nog altijd in een donkere theaterzaal zitten, naast een schooljuf, te beoordelen of een voorstelling over een verdwaalde sok geschikt is voor kinderen vanaf vier jaar. Het probleem is dus niet mijn werk. Het probleem is dat er sinds enige tijd een bejaard vrouwtje in mij woont. Haar naam is Gusta. En zij ziet die achttien jaar helemaal niet zitten. Ik weet niet wanneer ze is ingetrokken. Ze heeft zich niet aangemeld, geen huurwaarborg betaald,m aar ze is er. En ze begint zich behoorlijk te moeien. Ze draagt een cardigan, ook in augustus. Ze heeft altijd een zakdoek bij zich, vindt dat mensen tegenwoordig veel te weinig dank u zeggen en heeft last van haar heup. Vooral wanneer we ergens naartoe moeten waar ze geen zin in heeft. Ze eet uitsluitend koekjes van Delacre. Geen huismerken, geen droge speculaas uit een plastic verpakking en zeker geen van die moderne koekjes met quinoa of zeewier. Een goed koekje moet naar boter smaken en bij voorkeur uit een blikken doos komen. Gusta wordt oprecht gelukkig van een afgelaste afspraak. Wanneer iemand mij een berichtje stuurt met 'Sorry, het zal voor een andere keer zijn', antwoord ik dat het ontzettend jammer is. Dat we snel iets nieuws moeten plannen. Ondertussen staat mijn innerlijke bejaarde al in de gang met mijn pantoffels. 'Ziezo', zegt ze. 'Dat is ook weer geregeld.' Ze heeft ook mijn avondleven grondig gereorganiseerd. Vroeger begon een geslaagde avond om tien uur. Tegenwoordig vind ik halfnegen een bijzonder aantrekkelijk uur om horizontaal te gaan. Met een boek, een dekentje en de geruststellende gedachte dat niemand nog iets van mij verwacht. Om kwart over acht begint ze al. 'Ge moet morgen weer vroeg op.' 'Ja, maar het is nog maar kwart over acht.' 'En dan? Ge kunt toch al uw pyjama aandoen?' Ze heeft een uitgesproken mening over tocht, lawaai, de prijs van koffie op een terras en mensen die na negen uur nog telefoneren. 'Wie belt er nu nog op dit uur? Is er iemand dood?' Ze houdt van soep, propere lakens, een goed gevulde diepvries en mensen die op tijd komen, maar vooral op tijd weer vertrekken. Ze spaart plastic potjes waar ooit iets anders in gezeten heeft en vindt het zonde om een elastiekje weg te gooien. Je weet nooit wanneer je er eentje nodig hebt. En ze heeft het niet zo begrepen op mijn beroepskeuze. 'Jeugdprogrammator', zucht ze. 'Kon ge niet iets rustigers kiezen?' Want kinderkunsten, dat is tegenwoordig geen eenvoudige zaak. Er wordt gedanst, gezongen, geëxperimenteerd en gefilosofeerd. Er zijn voorstellingen over identiteit, klimaat, verlies en de grote vragen van het bestaan. Soms zonder woorden, soms zonder decor en af en toe zonder dat ik precies weet wat ik gezien heb. Ik vind dat boeiend. Die eindeloze verbeelding, die durf om kinderen ernstig te nemen en hen niet alleen te geven wat ze al kennen. Ik kan daar oprecht enthousiast van worden. Mijn innerlijke bejaarde begrijpt er niets van. 'Waarom kunnen die kinderen niet gewoon naar een schoon vertoningske van Roodkapje kijken?' Ze bedoelt de ouderwetse versie. Met een rood kapje, een wolf die duidelijk een wolf is en een grootmoeder die gewoon in bed ligt. Niet een multidisciplinaire interpretatie waarin de wolf symbool staat voor de klimaatcrisis en Roodkapje op zoek gaat naar haar genderidentiteit. 'En op het einde komt de jager', zegt ze. 'Dat is toch schoon? Iedereen content.' Ik probeer haar uit te leggen dat kinderkunsten veel meer kunnen zijn. Dat kinderen recht hebben op verwondering, experiment en artistieke uitdaging. 'Ja, ja', zegt ze. 'Maar moet dat altijd zo donker zijn? En waarom fluisteren die acteurs zo?' Ik zie het al voor me. Over tien jaar ontvang ik een jonge theatermaker die mij enthousiast vertelt over een experimentele voorstelling waarin dans, technologie en artificiële intelligentie samensmelten tot een nieuwe theatrale taal. Ik zal enthousiast luisteren, vragen stellen en meteen beginnen nadenken over de mogelijkheden. En ergens achter in mijn hoofd zal zij haar keel schrapen. 'Vraag eens of er stoelen zijn.' 'Dat is mijn heup', zegt ze dan. 'Ge moet daar rekening mee houden.' Gusta wil ook weten of er tijdens de vergadering koffiekoeken zullen zijn. En of het lang gaat duren. En of we niet gewoon kunnen beslissen wat we vorige keer ook al beslist hebben. Achttien jaar. Ik heb het tabblad van MyPension uiteindelijk gesloten. Mijn innerlijke bejaarde zuchtte diep. 'Nog achttien jaar. Dat is toch niet normaal.' Ik probeerde haar gerust te stellen. Dat we nog zoveel mooie dingen zouden doen. Dat er nog zoveel te ontdekken viel. Dat ik eigenlijk helemaal niet zat te wachten op mijn pensioen. Ze keek me aan alsof ik haar net had voorgesteld om de Mont Ventoux op te fietsen. 'Ge zijt niet goed wijs.' Ze heeft ondertussen besloten om alvast met pensioen te gaan. Ze vindt dat ze haar deel wel gedaan heeft en dat het tijd wordt om een beetje van het leven te genieten. Ik mag blijven werken. Dat lijkt me een prima regeling. Ze heeft wel beloofd om af en toe mee te komen naar een jeugdvoorstelling. Op voorwaarde dat er stoelen zijn, een pauze en dat het niet te laat gedaan is. En ze wil haar eigen koekjes meebrengen. Van Delacre. Ik heb haar gezegd dat ze in de theaterzaal niet mag eten. Ze spreekt al drie dagen niet meer tegen mij. Heerlijk rustig. Misschien moet ik haar toch wat vaker meenemen.

Katrien Daniels
46 3

Harley

Vastgereden in de vicieuze cirkel rond Brussel, hing ik aan de lijn met mijn goede vriend Karel, die nauwelijks de hoofd- van de bijzinnen kon onderscheiden. Zo uitgelaten heb ik dit mannetjesdier allang niet meer gehoord. Ik meende op de achtergrond zijn voeten te horen die elkaar achtervolgden in een vreugdedans rond de keukentafel. "Je moet onmiddellijk naar hier komen. Eveline en ik hebben iets te vieren", klonk het uitgelaten. "Wat dan? Vertel", riep ik terug, maar ik moest helaas vroegtijdig afdrukken. Een gemotoriseerd zwaantje stond stil naast mijn wagen. Zijn blik liet me verstaan dat hij me het gesprek zou aanrekenen. Ik probeerde nog snel contact te krijgen met mijn middelvinger, maar helaas stond die al ongevraagd omhoog. Na een grondig onderzoek van mijn autopapieren en een blaastest reed ik eindelijk de snelweg naar Limburg op. Tegen die tijd bleek de mist zo dik gezaaid dat je er gemakkelijk de gaten in het wegdek mee zou kunnen vullen. Stapvoets verkeer was mijn deel. De autoradio bracht ondertussen slecht nieuws voor doodbrave mensen zoals u en ik, die zich in hun zoektocht naar geluk aandelen hebben laten aansmeren. In totale duisternis belde ik aan bij het huis van Karel en zijn vrouw Eveline. Boven de straatlampen had de maan de kleur van een koffievlek. Eveline deed open. Aan de waterige schijn van geluk in haar ogen en de rode blos op haar wangen zag ik meteen wat Karel me daarnet aan de telefoon nog niet wilde vertellen. Achter haar verscheen een glunderende vriend, die zijn sterke handen op haar schouders legde en met een diepe zucht van geluk uitbracht: "We kunnen het nu eindelijk vertellen: onze zoon krijgt een zusje." Terwijl Eveline in de keuken koffie, abdijbier en gebak op een dienblad schikte om dit heuglijke nieuws te vieren, feliciteerde ik Karel nog eens extra met een gemeende knuffel. "En wat ook nog mooi is meegenomen", sprak hij met een enkel voor mij hoorbare stem. "In ruil krijg ik straks van Eveline mijn Harley. Een Harley! Eindelijk."

Pelgrims
0 0

De laatste keer

"Er is een laatste keer voor alles." Dat klinkt als een bijzonder goedkope levenswijsheid. Zo eentje die op een houten plankje in een interieurwinkel staat, naast Live, Laugh, Love en een kunstplant en stokjes met de geur van musk. Maar het is wel waar. Er is een laatste keer dat je je kind optilt. Een laatste keer dat je iemand een verhaaltje voorleest. Een laatste keer dat je met een bepaalde auto rijdt, op een bepaalde stoel zit of een bepaald huis binnenwandelt. Alleen hangt er zelden een bordje bij waarop staat: "Opgelet. Dit is het. Geniet er nog even van." Arthur kwam vroeger elke ochtend bij mij in bed liggen. Ik hoorde zijn kleine voetjes over de vloer trippelen, helemaal rond het bed, tot hij aan mijn kant was. Dan kroop hij onder de dekens, dicht tegen mij aan. Een klein, warm lijfje dat nog even de dag wilde uitstellen. Dat deed hij elke ochtend. Jarenlang, denk ik. En op een ochtend deed hij het niet meer. Ik weet niet wanneer de laatste keer was. Ik weet zelfs niet of ik die ochtend wel wakker genoeg was om ervan te genieten. Misschien heb ik gemopperd dat hij moest opschuiven. Misschien heb ik gezegd dat het nog veel te vroeg was. Had ik geweten dat het de laatste keer was, dan had ik hem waarschijnlijk nog wat steviger vastgehouden. Met Lucas ging ik vroeger samen in bad. Duizenden keren, bij wijze van spreken. Het was ons moment. Even rustig bijpraten, zonder haast, zonder afleiding. Over zijn dag, over wat hem bezighield, over grote gebeurtenissen die achteraf meestal bijzonder klein bleken en kleine gebeurtenissen die voor hem op dat moment de hele wereld waren. We zaten daar te weken en te vertellen. Soms tot het water koud werd en onze vingers eruitzagen als rozijnen. Ik herinner me dat ik ooit tegen hem zei dat er een dag zou komen waarop de badkuip te klein zou zijn voor ons beiden. Intussen is die badkuip ongetwijfeld veel te klein. Lucas is groot geworden. Zijn benen zouden vermoedelijk aan alle kanten uitsteken en ik zou ergens tussen de kraan en zijn knieën moeten plaatsnemen. Maar wanneer we voor het laatst samen in bad zaten? Geen idee. We hebben die laatste keer niet gevierd. Geen kaarsjes, geen toespraak, geen plechtige overhandiging van het badeendje. Niemand die zei: geniet ervan, dit is het einde van een tijdperk. We hebben gewoon de stop uit het bad getrokken, ons afgedroogd en zijn verdergegaan met ons leven. Zoals dat gaat. Soms weet je achteraf wel heel precies wanneer de laatste keer was. Zoals bij Eric. Ik zag hem nog in de lift op het werk. Ik had hoofdpijn en voelde me niet goed. Hij zei dat hij wel zou afsluiten. Dat ik naar huis moest gaan en goed voor mezelf moest zorgen. Een gewone werkdag. Een gewone lift. Een paar gewone zinnen tussen twee collega's. Ik vertrok op vakantie. Drie weken later kwam ik terug en was Eric er niet meer. Ik denk soms aan die lift. Aan hoe achteloos we afscheid namen. Hij zei nog: Goede reis.  Goede reis. Er zijn woorden die achteraf een heel ander gewicht krijgen. En dan zijn er nog de laatste keren waarvan je pas veel later beseft dat ze een afscheid waren. De laatste keer dat ik met mijn gele Twingo reed. De laatste keer dat hij me kuste. De laatste keer dat ik samen met hem en zijn kinderen aan tafel zat. Gewoon eten, praten, glazen bijvullen. Een flauwe grap. Na die laatste ruzie kwam er geen volgende keer meer. Ook dat is vreemd. Dat je midden in een leven zit waarin alles zich lijkt te herhalen, tot plots blijkt dat iets voorgoed voorbij is. En niemand heeft het aangekondigd. Ik vraag me soms af of we niet wat bewuster zouden moeten leven. Meer aandacht hebben voor de kleine dingen. Een kind nog wat langer vasthouden. Een collega iets vriendelijker groeten. Nog eens goed kijken naar de mensen die rond onze tafel zitten. Maar stel je voor dat je werkelijk elke dag zou leven alsof alles voor de laatste keer gebeurt. Dat lijkt me een regelrechte ramp. Dan zou ik 's morgens al emotioneel worden bij het uitzetten van mijn wekker. Misschien is dit wel de laatste keer dat ik om zeven uur opsta. De laatste keer dat ik mijn tanden poets met deze tandenborstel. De laatste keer dat ik een boterham met kaas eet terwijl ik naar het nieuws luister. Bij de bakker zou ik ontroerd afscheid nemen van de verkoopster, die mij vervolgens vermoedelijk zou vragen of alles wel goed met mij gaat. Op het werk zou ik na iedere vergadering nog even blijven staan om iedereen persoonlijk te bedanken voor de mooie momenten die we samen hebben beleefd. Ook na een vergadering over de aankoop van nieuwe vuilnisbakken. En bij het verlaten van een restaurant zou ik de ober omhelzen. Voor de zekerheid. Misschien eet ik daar nooit meer een garnaalkroket. Het leven zou één lange afscheidsplechtigheid worden. Met toespraken, tranen en voortdurend de behoefte om alles nog één keer goed in me op te nemen. Ik zou nergens meer geraken. Zelfs naar het toilet gaan zou een emotionele onderneming worden. Misschien is het dus maar goed dat we niet weten wanneer iets voor het laatst gebeurt. Dat we gewoon verder leven. Kinderen onderstoppen, samen in bad zitten, ruzie maken, zoenen, werken en met hoofdpijn naar huis gaan. Dat we niet bij elk afscheid denken aan de mogelijkheid dat het definitief is. Dat we niet voortdurend de balans opmaken van wat we allemaal kunnen verliezen. En toch. Ik vind het jammer dat ik niet meer weet wanneer Arthur voor het laatst rond mijn bed trippelde. Of wanneer Lucas en ik voor het laatst samen in bad zaten. Ik zou die momenten graag nog eens overdoen. Niet om er plechtig afscheid van te nemen. Gewoon om nog heel even te blijven liggen. En te kletsen tot het badwater koud wordt.

Katrien Daniels
86 2

Anders met een maatje minder, een wereld van verschil.

Yep, toch nog even verdergaan over dit onderwerp! Het was in de eerste plaats niet mijn bedoeling om te lang over éénzelfde onderwerp te schrijven. Maar terwijl ik mijn vorige column aan het schrijven was, realiseerde ik me dat dit toch wel een onderwerp is waar eens over gesproken mag worden. Want hoe komt het dat mensen je anders benaderen met een maatje minder? Mensen die anders niks zouden zeggen, doen dat nu plots wel? Het lijkt zelfs alsof je overal meer respect krijgt dan daarvoor? Of komt het omdat we zelf met meer vertrouwen in het leven staan? Ik vraag het me oprecht af. Plots krijg je complimentjes. "Amai, wat zie jij er goed uit!" Of: "Je bent precies helemaal veranderd!" En begrijp me niet verkeerd, natuurlijk is het leuk om complimenten te krijgen. Je hebt er tenslotte zelf hard voor gewerkt. Maar ergens zit daar toch een vreemd kantje aan. Want was ik vroeger dan minder mooi? Minder verzorgd? Minder interessant om een gesprek mee aan te knopen? Ik ben toch nog altijd dezelfde Heidi? Dezelfde persoon met dezelfde humor, dezelfde interesses, dezelfde mening en hetzelfde karakter. Alleen hangt er nu wat minder gewicht aan mijn lichaam. En dan vraag ik me af: kijken we eigenlijk niet veel te veel naar het uiterlijk van mensen? Hoe vaak beoordelen we iemand zonder dat we die persoon echt kennen? Hoe vaak trekken we conclusies op basis van een kledingmaat, een buikje of een getalletje op de weegschaal? En misschien moeten we ook eens naar onszelf kijken. Want zijn we zelf niet allemaal een beetje schuldig aan dat gedrag? Ik merk ook dat ik zelf anders in het leven sta. Ik voel me beter in mijn vel, trek met meer plezier kleren uit de kast en sta misschien net iets zelfverzekerder voor de spiegel. Maar dat neemt niet weg dat ik nog altijd dezelfde persoon ben als toen ik 78 kilogram woog. En stel dat ik morgen opnieuw 78 kilogram weeg? Ben ik dan plots minder waard? Verdien ik dan minder complimenten of respect? Volgens mij zou dat helemaal niets mogen veranderen. Want uiteindelijk is een kledingmaat toch maar een kledingmaat. Het zegt helemaal niets over wie je bent als mens. Misschien moeten we met z'n allen wat minder naar elkaars buitenkant kijken en wat meer moeite doen om de persoon achter dat uiterlijk te leren kennen. Want zeg nu zelf: iemand wordt toch niet plots een leuker, liever of beter mens omdat die een maatje S draagt in plaats van een maatje XL? Of denken we daar soms toch anders over?  Groetjes Heidi  

Mijn wereld.
8 1

Wanneer noemen we iemand een dikkertje?

Mogen we dit woord eigenlijk wel gebruiken? Als je tegen iemand zegt: "Ik voel me te dik", krijg je automatisch een beleefd antwoord: "Je ziet er toch goed uit? Je bent toch niet te dik!" Dat antwoord kreeg ik regelmatig. Het grootste deel van mijn leven had ik maatje 38. Dat zat dus wel redelijk goed. Ik heb eigenlijk altijd al een buikje gehad, iets waar ik me enorm aan stoorde. Maar eten is ook altijd wel een dingetje geweest dat ik héél graag deed! Tot die ene dag in oktober 2025.  Er was een wedstrijd op de hondenschool en ik mocht vol trots mijn prijs gaan afhalen in de kantine, met een volle zaal toeschouwers. Een vrijwilliger nam foto's om die achteraf op sociale media te plaatsen. OMG!!! Ik schrok me rot toen ik die foto's zag verschijnen! Een foto in vooraanzicht en eentje in zijaanzicht. Alsof het al niet erg genoeg was! En ja, toen zat ik met maatje 40-42. Een dubbele kin, een buik om U tegen te zeggen! Verschrikkelijk! Die dag heeft mijn leven veranderd! Vanaf die dag: niet meer snoepen, drinkmaaltijden, skyr en bijna geen brood meer. Afzien? Uiteraard! Man, man, man... Weet je hoeveel suikerflauwtes ik gehad heb? Dit voelde als puur afkicken van suiker! Het was niet altijd gemakkelijk, maar ik heb het gehaald! Van 78 kilo, gewogen in de avond, naar 61 kilo, gewogen in de ochtend. Hoe leuk is het om opnieuw maatje 36 te kunnen dragen? Om in de winkel dat maatje S uit de rekken te halen en te merken dat het nog goed past ook! Maar dan zijn er de reacties van de mensen... Door het gebruik van de bekende obesitasspuiten en medicatie lijkt blijkbaar de hele wereld ervan overtuigd dat wanneer je tegenwoordig afvalt, dit komt doordat je een van die middelen gebruikt hebt! Voor mij waren die foto's en mijn wilskracht voldoende. Waarom kan men dat niet geloven? Awel, het kan dus ook zonder! Maar dan heb je ook nog de mensen die helemaal niets zeggen over je gewicht. Mensen die je van boven tot onder bekijken, maar voor de rest... rien de knots! Terwijl zo'n bemoedigend woordje toch mooi kan zijn? Want je hebt hier zo hard voor gewerkt! Als jij nu getriggerd bent om iets aan je gewicht te doen... Zeker doen! Als ik het kan, kan jij het ook!! En heel raar, maar er veranderen zoveel dingen wanneer je een maatje minder draagt. Het is net alsof mensen je met meer respect behandelen. Dat zou eigenlijk niet mogen, maar het is wel wat ik momenteel ervaar. Maar hoe belangrijk is een perfect gewicht eigenlijk voor jou?  Groetjes Heidi  

Mijn wereld.
8 0

Dit ben ik!

Toch wel spannend... Mijn eerste column schrijven! Waarom? Omdat dit iets is wat ik al superlang wil doen. Ik lees al sinds mijn middelbare school ontzettend graag en wilde zelf ook altijd al eens achter de pen kruipen. Gewoon eens even aan de andere kant van het verhaal staan. Wie ben ik? Ik ben een 49-jarige vrouw, bijna 25 jaar getrouwd en mama van een zoon van bijna 21. Ik ben werkzaam in de agrarische sector. Ik sta mee aan het front van de sales bij een firma die meststoffen en sproeistoffen verdeelt. Interessant? Ja! Hectisch? Ja! Leuk? Absoluut! Er valt altijd wel iets te beleven. Alleszins nooit saai! Mijn hele leven heb ik in de bouwsector gewerkt, maar daar kwam helaas drie jaar geleden een einde aan. Toen ben ik overgeschakeld naar de landbouwsector. Als ik daar nu op terugkijk, had ik dit véél eerder moeten doen! Mijn man werkt in de interieurbouw en mijn zoon volgt een informaticaopleiding aan de PXL in Hasselt. Mijn passie? Mijn twee honden! Tessa, een Engelse stafford van 5 jaar, en Nora, een mini-bulterriër van 3 jaar. Onze dagelijkse wandelingen en wekelijkse trainingen in Hoopers zorgen voor de nodige ontspanning. Verder lees ik ontzettend graag, hou ik enorm van bouw- en klusprogramma's op tv en wil ik vanaf nu héél regelmatig in mijn pen kruipen. Om mooie, maar ook minder mooie verhalen neer te schrijven over alles wat me in het dagelijkse leven overkomt. Daar hoort ook mijn, toch wel vroege, menopauze bij. Maar evengoed mijn gewichtsverlies van het afgelopen jaar! Vijftien kilogram kwijtgeraakt door gewoon beter op te letten wat er in mijn mondje terechtkwam. En ook daarover heb ik iets te vertellen. Over de mening van mensen die denken dat je alleen kunt afvallen met behulp van spuitjes of medicatie. Hallo! Nee hoor, het kan ook op pure wilskracht! Het leven van mijn prachtige zoon, waarin altijd wel iets te beleven valt. Gewoon heel veel verhalen. Gebeurtenissen, gedachten en gevoelens die ergens een plekje zoeken. Dingen die ik van me af wil schrijven, in plaats van me erachter te verstoppen. Omdat sommige verhalen pas lichter worden wanneer je ze eindelijk durft neer te schrijven. Lees jij ze met me mee? Groetjes, Heidi

Mijn wereld.
6 1

VERF ED volgens I.A.

Verf Ed is een Belgische, autobiografische fotograaf/kunstenaar die zijn camera gebruikt als een persoonlijk plakboek om het leven rauw, snel en ongefilterd vast te leggen.Wie is Verf Ed?Verf Ed is een hedendaags interdisciplinair kunstenaar met een lange geschiedenis in de Belgische kunst- en LGBTQ+-scene. Hij begon al op jonge leeftijd te werken en ontdekte kunst via de collectie van de firma Aurora in Izegem, wat een beslissend moment in zijn leven werd  Zijn werk is sterk verbonden met zijn levensloop: van Leuven en Antwerpen tot internationale kunstprojecten. Hij noemt zichzelf “geen fotograaf, maar iemand die foto’s neemt”, omdat zijn beelden voortkomen uit noodzaak en snelheid, niet uit technische perfectie  .Fotografie: stijl en betekenisZijn foto’s zijn confronterend, autobiografisch en tonen “de binnenkant van het dagelijkse leven”  .Hij werkt vaak met eenvoudige of wegwerpcamera’s; scherpte is geen doel: “Mijn foto’s zijn niet scherp, want het leven is blur.” Criticus Xavier Debeerst beschrijft zijn werk als onmogelijk te beoordelen, omdat je bij het beoordelen van zijn foto’s eigenlijk het leven zelf beoordeelt  .De “letterlijke ruimte” in zijn foto’s fungeert als metafoor voor sociale context, geïnspireerd door T.S. Eliot  .   3 bronnenBelangrijke projecten en activiteitenUit de webresultaten blijkt dat Verf Ed actief was in talrijke culturele en LGBTQ+-initiatieven:Christopherstreet (1979–1984): een van de eerste LGBTQ+-concepten in België  .Means Factory, Den Eikel, en andere vrije plekken voor alternatieve cultuur  .Deelname aan Kortrijk ano02 – Waste Land, een fototentoonstelling rond T.S. Eliot  .Samenwerking met Conny Karlsson Lundgren voor de Göteborg International Biennial for Contemporary Art (GIBCA, 2021)  .Documentatie van graffiti van o.a. Matthias Schoenaerts en Duck  .Waar vind je zijn werk?YouTube-kanaal met video’s en fotoreeksen  .tweedehands.be met foto’s, prints en andere kunstwerken  .Galerie Anamorfose (Kortrijk) waar hij eerder exposeerde  .Saatchi Art-profiel met geselecteerde werken  .   4 bronnenWaarom wordt hij vaak “geen fotograaf” genoemd?Volgens hemzelf en critici is zijn werk geen klassieke fotografie:het is overleven door te documenteren;het is leven dat sneller beweegt dan de camera;het is kunst als noodzaak, niet als esthetisch streven   .Zijn fotografie is kunst, geen dienst.

verf ed: Contemporary interdisciplinair ArtTIST, nen tjolder, nen prutser. BIO.
4 0

Begrafenissfeer

Ze hadden al zo lang niets meer tegen elkaar gezegd dat de stilte wortel had geschoten. Enkel de discussie, die aan domme kracht had gewonnen als een vernietigende storm, echode nog wat na. Mark en Jan staarden voor zich uit, langs elkaar heen, naar een onbestemd punt in de verte. Al kon de verte nooit echt ver zijn in het kleine café onder de drukkende schaduw van een kerktoren. Jan probeerde zo geruisloos mogelijk van zijn glas te drinken om geen rimpelingen in de lucht te veroorzaken. Het doorslikken van het abdijbier verliep geruisloos, maar het witte schuim dat achterbleef op zijn snor dwong hem toch tot een beweging. Toen hij zijn hand naar zijn gezicht bracht, draaide Mark traag zijn hoofd als een wolf die zijn prooi weer in het vizier kreeg. “Meen je dat nu echt?”, sprak hij met van woede trillende stem terwijl Jan de rug van zijn hand likte. “Ik kon niet anders. Hij vroeg me als eerste. En hij wist dat ik al langer van plan was om ermee te beginnen. Wat moest ik dan zeggen?”, antwoordde Jan met onsamenhangende zinnen die hij in de donkere uithoeken van zijn hoofd had bijeengeschraapt. “Je had misschien kunnen zeggen dat je het mij had beloofd. En weet je wat, dan had je nog niet eens gelogen”, sloeg Mark zo hard op de houten tafel dat de borrelnootjes een kort vreugdedansje maakten. “Op dat moment blokkeerde ik. Ik had zijn vraag helemaal niet verwacht. Je weet hoe dwingend Eric kan zijn? We zaten daar dan ook nog eens op die koffietafel naast de weduwe van Laurent. En die vond het meteen een goed idee, want ze zei zelfs dat ik de racket van Laurent kon krijgen.” “Ah, is het dat? Te gierig om zelf een racket te kopen. Je moest je schamen. Laurent is nog niet koud of je neemt zijn plaats in met zijn racket!” Mark trok de jas van de leuning van zijn stoel en sloeg met hoekige bewegingen fors zijn armen in de mouwen. De borrelnootjes dansten van de tafel de afgrond in. “Veel plezier met je padelpartner. En eigenlijk, als ik er zo over nadenk, is het toch niets voor mij. Zo'n sport die klinkt als een overreden poedel.”

Pelgrims
6 0

Druiventros

Hoewel ik fanatiek kleurenblind ben, was ik toch enkele jaren aangesloten bij een schildersklas. Het betrof een verzameling van mensen die zich in hun vrije tijd graag iets artistieks aanmaten, maar voor de rest een normaal leven leidden met een baan, een vrouw en een hond. Eén keer per jaar exposeerden we in de kantine van het cultureel centrum. De vernissage aangeboden door de gemeente was altijd overbevolkt. Overschot van de drank en borrelhapjes was er achteraf bijvoorbeeld nooit. Maar na de opening daalde de publieke belangstelling al snel totdat die beperkt bleef tot de passerende bezoekers van de kantine. Zelf heb ik eens kunnen zien hoe een waggelende man op weg naar huis in de late uren even halt hield bij een stilleven van mijn hand. Het betrof een fruitkom in olieverf vol ontbrekende details die aan mijn slechte ogen waren ontsnapt. Vervaarlijk voorover hellend zette hij zijn hand tegen de muur in de hoop daar steun te vinden. Hierdoor kwam zijn gezicht zo dicht bij mijn creatie, dat zijn openvallende mond een kwijlpegel liet bengelen boven de druiventros die me een paar avonden noeste arbeid had gekost. De lesgever had het resultaat nog geroemd en sprak van een sublieme kleurschakering. Helaas deed de zwaartekracht zijn werk en liet de dronken bewonderaar zijn lichaamsvocht achter, precies in de delicate schaduwpartij. Een dikke druppel trok een spoor van vernieling. In een eerste paniekreactie snelde ik toe, en wou deze kunstschennis wreken met een grensoverschrijdende oplawaai. Net op tijd bedacht ik me dat een tegenbeweging me wel eens mijn toen net aangeschafte artistieke bril kon kosten. En die kostte toen wel wat, bij gebrek aan Hans Anders. Toen de man uit beeld was gestrompeld, wilde ik de schade deppen met mijn zakdoek, maar dat bleek allesbehalve een goed idee. Het schilderij bestaat nog altijd, hangend in mijn atelier dat ondertussen meer een verblijfplaats voor de hond en de grasmachine is geworden, al is de druiventros vervangen door een paarse strandbal.

Pelgrims
5 0