Zoeken

Een aarzelende schoonheid

We zijn op weg naar Brussel, voor een concert van onze favoriete band. Ze spelen voor de tweede avond op rij een uitverkochte show. "Heb je gezien wat ze gisteren speelden?", vraagt mijn vriend aan het stuur naast me. "Serieus, staat die playlist online?", vraag ik terwijl ik mijn telefoon uit mijn broekzak haal. "Ze spelen nooit twee avonden na elkaar allemaal dezelfde nummers", zegt hij. "Anders is het voor hen ook niet plezant." "Ja, daar is iets van", zeg ik. "Dat is alsof je elke dag hetzelfde zou eten. Alhoewel, vroeger bakten we thuis op maandag de overschot van de op zondag gekookte aardappelen in de pan. Met wat er over was van de groenten. Ik vond het dan nog beter smaken.” We hebben tijd om over vroeger te mijmeren. "Ze hebben gisteren 'Hesitating beauty' gespeeld", zeg ik met een blik op de setlist. "Wist je dat Woody Guthrie die song geschreven heeft?" Natuurlijk weet hij dat. “Dat wordt geen aarzelende schoonheid vanavond”, zegt hij. We hebben tijd om taallolligheden in het rond te strooien. Nog meer dan het liedje zelf, is de titel van de song een parel. Schoonheid begint aarzelend. Het laat zich niet meteen zien. Soms moet je twintig keer naar een schilderij kijken om die schoonheid te zien. Of een song telkens opnieuw beluisteren. Of dertig keer een gedicht lezen. Echte pracht neemt een aarzelende start, maar blijft dan hangen. Maar dat vertel ik allemaal niet in de auto. "Van Brussel zeggen ze ook dat het een aarzelende schoonheid is”, zeg ik. “Na een tijdje ga je ervan houden.” Dat aarzelend blijkt te kloppen. De bus die ons vanaf de randparking naar de concertzaal brengt, moet aan een slakkengangetje rijden. Brussel zit potdicht. Alsof het prachtig concert ook aarzelend op gang moest komen.  

Rudi Lavreysen
11 0

Corona eetclub

Vrienden zijn belangrijk, iedereen is daar wel van overtuigd. Je leert je echte vrienden ook pas kennen in tijden van crisis. We kennen allemaal wel de mensen die roepen “als ik je kan helpen, moet je het laten weten”. Maar o wee als je dan inderdaad een keer hulp nodig hebt, dan hebben ze heel dringende andere dingen te doen. “Ik wil je heel graag helpen maar het kan niet, dan snap je toch wel?” Jij knikt, je snapt dat die persoon toch geen echte vriend blijkt te zijn. Echte vrienden heb je maar heel weinig. Nu wil het feit dat wij gezegend zijn met echte vrienden. Mensen waar we altijd terecht kunnen, die geen vragen stellen maar helpen en steunen. Andersom proberen wij dat ook te doen. Geen vragen stellen maar steun bieden. In de winterperiode gaan we, naast de andere keren dat we elkaar zien, eenmaal per maand samen uit eten. Iedere keer een ander restaurant. De ene keer gaan we heel sjiek, de andere keer naar een schnitzelparadijs, waar we ook heel veel plezier hebben. Het zijn hoogtepunten in de donkere maanden. In januari en februari van dit jaar zijn we ook nog op pad geweest. In maart hadden we het laatste restaurantbezoek gepland. Traditioneel in een mooi restaurant waar we heerlijk zes gangen kunnen eten. Helaas, het liep anders. Een dom virus zorgde er voor dat de hele wereld op slot ging en iedereen aan huis gekluisterd werd. Wat nu? Ik weet niet wie het idee opperde maar we besloten iedere zaterdag samen te eten. De ene week zijn we bij hen, de andere week komen zij naar ons. Een soort van Corona-eetclub. De ene week bestellen we bij een restaurant dat thuis bezorgt, de andere keer koken we zelf. Het menu is net zo verschillend als onze restaurant-keuze in de winter. We hebben pizza gegeten, heerlijke pilav, Limburgs zoervleis, geweldige huisgemaakte Chinese rijsttafel. Ach, eigenlijk zou een bruine boterham met kaas net zo goed gezorgd hebben voor een gezellige avond. We raken nooit uitgepraat en als we in herhaling vallen, lachen we elkaar gemoedelijk uit. Er komt straks een tijd dat alles weer ‘normaal’ is. Dat we weer op pad kunnen, dat alle kroegen en restaurants weer geopend zijn. Dat mijn maatje en ik weer naar de camping in Aywaille kunnen. En dat is goed. Misschien zullen er wel dingen veranderen, maar daar wennen we wel aan. In ieder geval zal de noodzaak om thuis te blijven dan niet meer zo groot zijn. En hoezeer ik ook verlang naar die ‘normale’ situatie, ik zal onze zaterdagavonden gaan missen. Dat weet ik nu al. Natuurlijk blijven we vrienden en blijft onze geplande vakantie naar Engeland gewoon staan, maar toch, het gevoel van schuilen bij elkaar wordt minder. Maar je hebt geen crisis nodig om te weten wie echt je vrienden zijn.

Machteld
7 0

Huidhonger

Ik pak er niet graag mee uit, zeker niet nu ze zich alle drie in de annalen (gaaay!) der Bekende Vlamingschap hebben laten optekenen, maar het is zo dat Marc Van Ranst, Erika Vlieghe en Steven Van Gucht al jaren goede makkers van me zijn. En wat dan nog, denk je nu. Zo’n saaie expertjes, daar beleef je toch in geen honderd jaar wat noemenswaardigs mee. Het wildste wat die al gedaan hebben is een boek te laat binnenbrengen in de bib. In dat geval kan ik alleen maar zeggen dat jij duidelijk de Ranstbeer, Vliegerke en de Van Gucht niet kent zoals ik. Marcus Auransius, Homo Sapiens Sapiens Sapiens Vanransticus (gaaay!), Maurice Van Ranzigem ... Vlaanderens meest geliefde virusvirtuoos verwierf al vele bijnamen tijdens onze vriendschap. De heerser slaagt er dan ook in om zichzelf om de paar jaar volledig heruit te vinden én te excelleren in alles waar hij z’n zinnen op zet. Zo leerde ik hem kennen in '98 toen hij McBlaffy, onze hond, een beurt gaf in De Woeffalize, zijn razend populaire hondenkapsalon in Houffalize. Amper 2 jaar later stond ik in de tribunes te applaudisseren toen hij het Belgisch Kampioenschap Ritmische Gymnastiek verpúlverde met zijn Titanic-act. Daarna trok hij naar Zweden om er de eerste vegan slagerij van Europa te openen. En ook nu weer gaat hij – excuses – viraal met zijn carrière als viroloog. De Ranstbeer is de Beyoncé van België en mag daar trots op zijn. Maar Erika is me der ook eentje, hoor. Weinig mensen herinneren het zich nog, maar onze Chef Experts deed al eerder een worp naar de bekendheid toen ze in 2003 met haar partner Jordy deelnam aan Temptation Island. Vanaf dag 1 hadden de mannelijke verleiders hun pijlen gericht op de charismatische Erika, maar dat was buiten haar Bijbelse loyaliteit gerekend. Elke avond lagen de roofdieren geduldig te wachten tot Vliegerke voldoende lazarus zou zijn om er diep onkuise dingen mee te doen. Een slimme tactiek, ware het niet dat Erika de lever heeft van een neushoorn en iedereen met gemak onder tafel zuipt. Nooit liet de crew meer helikopters met kisten Bacardi Breezer, Smirnoff Ice en Vodka Rouge aanrukken dan toen. En na een week werden de weinige verleiders die zich nog niet aan elkaar hadden vergrepen afgevoerd terwijl het teelvocht onophoudelijk uit hun ogen spoot. Het andere eiland was andere koek. Tijdens de finale bleek dat de West-Vlaamse Jordy gewuun etwa onskuldig ‘ad lihh’n veuhel’n met alles van verleidsters tot resortpersoneel en cameraploeg toe. En zo werd Vliegerke op slag single en leerde ik haar kennen in de Carré, waar zij de laatste acte de présence van haar contract afrondde en waar ik en Flashdance Van Ranst destijds in een kooi stonden te dansen voor grof geld. En dan is er nog het alfamannetje van ons kwartet. De Van Gucht is het type dat een café binnenkomt, na 20 minuten iedereen bij naam kent en voor de rest van de avond high fivend de polonaise trekt. En een macho dat het geen naam heeft. Als je tegen de Van Gucht zegt: wedden dat jij de eigenares van die D-cup haar nummer niet kan scoren voor middernacht, dan mag je er zeker van zijn dat hij ze om half elf in grand écart op z’n capot ligt suf te pompen terwijl haar minder knappe vriendin hem tussendoor gulzig van fellatio voorziet. Elke keer weer lachen we ons kreupel met Don Juan Van Gucci. Vliegerke vaak wat groener, omdat ze net als alle vrouwen in zijn omgeving vroeger nog iets met Steven gehad heeft. Gisteren zaten we met vier in een Brusselse kroeg – privileges voor experten en hun vrienden, neem het mij niet kwalijk – aan een schuimende La Chouffe van ’t vat te lurken, wanneer de Van Gucht plots zegt: Godverdomme, mannen, huidhonger! Huidhonger dat ik heb tegenwoordig! Ik zweer het, op weg naar hier zag ik een twintigjarige in tennisoutfit voorbijlopen en voor ik het wist, had ik al geroepen: ‘Hey, sappig kutje! Kom maar trainen met de ballen van papa Gucci hier. Ik zie wel dat het handvat van je racket nog nat is, hoor. Kleine hoer!’ Erika schuifelt wat ongemakkelijk over haar stoel en giechelt. ‘Da’s perfect begrijpbaar, hè Steven,’ zegt Marc, ‘je moet je daar niet slecht over voelen. Zo'n goeie knuffel geven, mensen missen dat.’ ‘Ja, maar knuffelen is het niet’, antwoordt Steven. ‘Ik wil echt iemand hersendood penetreren. Gisteren kreeg ik een joekel van een stijve toen ik in het 7 uur journaal tegenover Martine Tanghe zat en haar druk in de weer zag met het scrolwiel van haar muis. En normaal walg ik van muizen. Die dingen zijn als Bobbejaanland voor bacterieën.’ Even is het stil, alsof iedereen de woorden van Steven wil laten bezinken. Tot de Ranstbeer dat vermoeden volledig van tafel veegt door een surreëel luide boer te laten. Erika verslikt zich bijna van het lachen en gaat er vervolgens over met een driedubbele knaller. De Van Gucht lijkt even teleurgesteld, maar de macho in hem neemt het al snel over en brengt dan een exemplaar ten berde dat de enkele beglazing van het café secondelang doet nadaveren. Ik laat met moeite een miniboertje, want ik ben geen fan van makkelijke, platvloerse humor en we lachen er allemaal om, al lees ik in de ogen van Steven dat hij zich afvraagt of z'n vrienden hem eigenlijk serieus nemen. En zo zie je maar, onze experten zijn ook gewoon mensen zoals jij en ik. Het zijn schepsels die, naast de nadelen van de crisis die iedereen ervaart, permanent onder stress staan omdat ze knopen doorhakken die de dood van duizenden tot gevolg kunnen hebben. Denk daar alsjeblief even aan de volgende keer dat m'n kameraad Steven je wild gesticulerend uitnodigt om op z'n gezicht te komen zitten, omdat hij 'hetzelfde wil doen met jou als jij met dat smeltende ijsje in je hand'.

Hans Verhaegen
14 0

Fietsen door de tijd

Vroeger, toen vrouwen nog naar hun mannen luisterden was alles anders. Anders, maar toch hetzelfde. Het verschil zit ’m nu in de creativiteit van de man om zijn vrijheid te kunnen claimen. Zeventig jaar geleden hoefde dat niet zo. In doorsnee Vlaamse dorpen was het bijvoorbeeld traditie dat men op zondagochtend naar de kerk ging. Zondagse kleren aan en hup, braaf naar de mis. Na deze wekelijkse vromelijkheid pleegde manlief het café in te duiken voor een frisse pint en een babbel. Moeder de vrouw knoopte dan haar schort van noeste ijver voor om de zondagsnoen voor te bereiden. Tegen de tijd dat het hele dorp naar gekookte patatten en gebakken vlees rook, was het voor manlief tijd om heim te keren. Wellicht kreeg hij dan z’n wekelijkse saus; dat zijn adem naar bier stonk en hoe hij aan dat blauw oog kwam. Daarna werd het middagmaal in rust en vrede verorberd. Namiddag was er vlaai en koers op tv. Een nieuwe werkweek kon beginnen. Vreemdgaan deed men achter hoek en kant, in het veld of in de schuur. Er was altijd wel een deerne te vinden voor een pleziertje in het hooi. Moeder de vrouw wist zogenaamd van niets. Ze zweeg. Ze negeerde de weeë geur in zijn kleren en hield haar mond over de roddels in het dorp. Wat kon ze ook anders. Scheiden was uit den boze en protest aantekenen stond voor velen gelijk aan een pak slaag. Zij had de zorg voor de kindjes en het huishouden, dus zweeg ze. Voor haar was er altijd nog de melkboer. Anno 2020 hijst de gemiddelde Vlaming zich op zondagochtend in een strak pak om vol passie zijn hangbuikje over de stang van z’n racefiets te buigen. Meestal doet hij dit niet alleen. Hij doet het in groepjes van 3 tot 50. Stoer en sportief manvolk siert de straten van het Vlaamse land. 90% overleeft deze ritten, 10% helaas niet. Hartfalen of ongeluk worden als oorzakelijk getipt. Teveel bier en spierballen rollen zitten hier wellicht voor iets tussen. De kerk maakte plaats voor 80km doortrappen en het café verplaatste zich naar een paar dorpen verder. De grieten in het hooi maakten plaats voor de digitale fantasie, de pornhubs en de online dates. Het boerenwerk ruilde men in voor het kantoor in de stad en in plaats van op de traktor, zit men nu in de file. Vrijheid kan enkel nog geclaimd worden met creativiteit. Mannen van nu moeten multitasken gelijk een vrouw; denken aan de vergrendeling van de smartphone, het ingewikkelde paswoord op de computer, het leegmaken van de cache en het verbergen van de Whatsapp berichten. In de evolutie van toen tot nu werden mannen creatiever en vrouwen slimmer. Geëmancipeerde gelijkheid? Op vrijheid staat nu een hoge prijs voor de hedendaagse man. Als hij niet sportief en creatief genoeg is, en zij te slim, mag hij zijn zondagse noen zelf maken en in alle eenzaamheid verder fantaseren over zijn digitale droomgriet die sowieso nooit zou slikken waar hij van droomt, terwijl zijn ex met haar nieuwe adonis de geschiedenis herhaalt. Hoe schoon en ongecompliceerd het toch was in die goede oude tijd… 

Heidi Schoefs
0 0

Wat een rare wereld

Wat er nou precies aan de hand is, weet hij niet helemaal zeker. Het vrouwtje is de hele dag thuis maar zit wel achter dat rare kastje waar steeds andere dingen op verschijnen. En een paar keer per dag gaat ze naar haar kamertje boven, dan mag hij niet mee. “Overleg”, zegt ze dan tegen het baasje. Die knikt begrijpend. Hij snapt er niet veel van. Hij heeft eens meegekeken toen het vrouwtje “overleg” had met iemand, maar die moest alleen maar heel hard lachen. En wat er nou zo lachwekkend was aan het feit dat hij bij het vrouwtje op schoot zat, dat weet hij nog steeds niet. Wat ook wel raar is, is dat ze met dit mooie weer niet naar de camping gaan. Hij heeft Yana en Luna al lang niet meer gezien. En wat te denken van Indy, die zal wel flink gegroeid zijn sinds vorig jaar. Toen was ze nog zo’n slungelige puberhond. Hij is benieuwd of ze een mooie dame is geworden. Ook zijn vriendjes Eggy en Monique heeft hij al lang niet meer kunnen knuffelen. Hij hoort het baasje en het vrouwtje er soms wel over praten maar ze gaan er nog steeds niet naar toe. Dat gekke woord, corona, wordt nog steeds genoemd als de oorzaak. Mensen zijn toch eigenlijk wel zwakke wezens hoor. Het is toch wel te hopen dat ze deze zomer nog naar de camping gaan. Hij moet toch wel gaan kijken hoe het met iedereen is. En bovendien, het is ook gewoon gezellig. Lekker ’s morgens met het vrouwtje naar het bos, achter de bal aan rennen met het baasje en ’s avonds naar het vuur kijken dat het vrouwtje zo graag stookt. En weet je wat ook zo raar is, als hij nu met het vrouwtje gaat wandelen, tussen de middag, dan komen ze ook helemaal niemand tegen. Ja, die gekke Husky, die altijd naar iedereen grauwt omdat zijn baasje hem al superkort houdt als er 100 meter verder op een andere hond aan komt. Arm beest, hij wordt bijna gewurgd. Dan zou hij zelf ook wel lelijk gaan doen tegen anderen. Maar verder bijna niemand, het is maar een enkele keer dat het vrouwtje een praatje kan maken. Hij heeft gehoord dat de kinderen inmiddels weer naar school mogen. Dat schijnt voor veel vaders en moeders goed nieuws te zijn. Geen idee waarom, maar het zal wel. Hij vindt het alleen maar fijn als iedereen bij elkaar is. En met kinderen kun je vaak lekker spelen. Ook dat mist hij van de camping. Nou ja, het voordeel is wel dat hij van het vrouwtje wat meer snoepjes krijgt. Maar als hij dat moet inleveren om weer “normaal” op pad te kunnen, dan doet hij dat graag. Zo is het ook allemaal maar saai.  

Machteld
0 0

Aardschok en aardbeien

Ik kocht vandaag in de krantenwinkel een ‘Aardschok’, dat is een hardrock en metal magazine. Vroeger kocht ik het ook wel eens. Vele jaren al hou ik enorm van hardrock en metal. Het maakt een enorme kracht, zelfs enthousiasme, in me los. Het liefst van al zou ik heelder dagen met geföhnde haren en een te strakke jeans met een mouwloos t shirt rondlopen. En schreeuwen! Als een hond naar de maan. Maar dat kan niet. Iets maatschappelijks houdt me tegen. Je zou het nog het beste als schrik of angst kunnen omschrijven. Echt goed met verwachtingen kan ik niet om. Het kost me al moeite om me aan te passen. Iemand daar de schuld voor geven vind ik heel onnozel. Al probeer ik af en toe wel eens te duiden waar het vandaan zou kunnen komen. Zoals alles heeft het waarschijnlijk te maken met dingen die gebeuren in de puberteit, dat pokdalig slagveld waar je je maar een beetje doorheen moet zien te spartelen. Als je geluk hebt heb je vrienden die de pijn verzachten. Ik had er één en die heb ik nog steeds. Meer heb je niet nodig. Net als een winterjas. Waarom meer dan één? Als hij ooit in ongebruik geraakt dan neem je gewoon een nieuwe. Die vriend leerde ik kennen toen ik veertien was. Er was veel aan de hand, bij hem, bij mij. We herkenden waarschijnlijk elkaars verlies. We trotseerden samen alles, soms op elkaars kap maar altijd dicht bij elkaar. We spiekten ons doorheen het derde middelbaar en werden bijna de slimste jongens van de klas, al vonden we dat overdreven en lieten we de teugels vieren naarmate het einde van dat schooljaar in zicht kwam. We hielden ook geen van beiden van leraars wiskunde. Het waren eikels, stuk voor stuk. Zo hadden wij een leraar die, zodra de eerste zonnestralen zich lieten zien, sandalen droeg. Na de krokusvakantie was het zo ver. Sandalen met zwarte sokken en een buideltasje. Losjes liep hij over de speelplaats, zich te gedragen alsof het vanaf dan permanent vakantie was. Met leerkrachten wiskunde was altijd iets. Mijn allereerste leerkracht wiskunde had mij eens gezegd dat ik wel beschouwd een stuk ongeluk was dat hopelijk later van een soort uitkering kon profiteren waar je alleen maar voor in een stoel moest zitten om boeken te lezen. Hoewel het mij wel wat leek, zo een leven op een stoel tussen de boeken, brak het mijn onzeker studentenhart en van die dag af had ik beslist dat wiskunde, net als studeren niets voor mij was. Mijn tweede leraar wiskunde was oud en versleten. Hij leek toen al in de zeventig. Hij was een klein schriel mannetje met haar uit zijn oren en neus. Hij was op en zag totaal geen reden meer om ook nog maar de minste moeite te doen om zijn les op een iets of wat creatieve manier in te vullen. Dat we er in de klas een janboel van maakten interesseerde hem niet. Hij had zijn krant of de Knack bij en las naar hartenlust. Af en toe had hij betraande ogen. Exact vijfentwintig jaar later kwam ik hem opnieuw tegen. Het was tijdens een toneelvoorstelling. Ik zag zijn naam op de stoel naast mij liggen. Toen een oud mannetje naast me kwam zitten herkende ik hem meteen. Hij wist niet meer wie ik was, althans hij herkende mij niet. Ik stelde me maar niet voor. Ik zag een jongere versie van hem naast hem. Het bleek zijn zoon te zijn. Ik legde hem de situatie uit. Hij knikte beleefd en zei inderdaad dat de laatste jaren van zijn vaders actieve leven een hel waren geweest. Er was zelfs een psycholoog aan te pas gekomen om hem rustig op pensioen te laten gaan. Ik schaamde me. De hele tijd stond de oud leraar naast ons. Te staren in de verte af en toe slokjes nemend van zijn biertje, een bruine Leffe. Ik keek naar hem, zijn zoon zei me dat hij doof was. Inmiddels, zo vertelde zijn zoon, was hij 86. Tel vijfentwintig jaar terug en hij was toen dus 61. Hij hoorde niets meer. Toneel bezoeken was eigenlijk zijn oude leven, maar eens om de zoveel tijd vroeg hij toch of hij nog eens kon gaan. Hij genoot van het pluche, de zaal, de lichten, de opgedirkte mensen. Net als ik. Ik trakteerde zijn zoon een drankje en keek hem aan, gebarend wat hij wou drinken. Nog een bruine Leffe. Minzaam dronken we ons glas leeg. De voorstelling was goed, zonder meer. Ik knikte hem gedag en nam afscheid. Ik voelde medelijden met die man. Oprechte schaamte ook. Zittend aan de eettafel begon ik te lezen in mijn ‘Aardschok’, de kinderen speelden buiten. Ze kwamen binnen en namen een bakje aardbeien uit de koelkast. We aten ze op met slagroom. Het leven naait je genadeloos, wilde ik schreeuwen. Maar ik keek wel uit.

Gabriel Rooms
3 0

De schrijfgeest

Op een dag verscheen hij. En ik zat net verwoed mijn cv uit te typen op een oude pc die al eens tegenpruttelde. Ik had het nu wel gehad met mijn voorbije 3 jobs die net geen 12 jobs en 13 ongelukken waren geweest. Het zat me hoog. Ik voelde me telkens verdrinken in professionele keuzes. Ik kreeg het waas voor de ogen wanneer een jobadvertentie begon te dansen en te springen om aandacht want mijn spaarrekening had verstek gegeven om vanzelf te groeien (eigenlijk had die er nooit zin in gehad). Ik kreeg het benauwd zodra het woord "jobkeuze" viel, en ik steevast het zinnetje "wat wilt u gaan doen" om de oren gezwierd kreeg door een goedgezinde commerciële consulente (dat zij ze allemaal, goedgezind) in het zoveelse uitzendkantoor dat ik aandeed. Het zweet brak mij uit in mijn cv-schrijfspinsels toen de schrijfgeest een tikkeltje tegen mijn buik duwde. Ik voelde een kriebel, een tintelend gevoel, een heftige emotie van verwardheid. Ik was toch een cv aan het uitschrijven, geen roman, geen gedicht, geen verhaal, geen andere krabbels...nee, het was een sec cv, droog, to the point en niets meer. De schrijfgeest maakte het toch wat te gortig. Ik voelde me in alle staten overvallen door dat gevoel. Terwijl ik zo mijn best deed om al mijn professionele prestaties uit te persen in 2 A4'tjes. Dat ging helemaal niet. Ik liet me neerglijden in mijn stoel. Ging dan weer helemaal mooi achteruit gaan zitten. Ik haalde diep adem. Zuchtte zo fel dat de muur dampig werd. Bleef onverroerd voor me uit staren. Jij kleine duivel, dacht ik, wat voor een moment heb jij uitgekozen om mij zo te kwellen. Dit gaat niet. Nee, ik moet dit cv uittypen. Ik kan geen roman, verhaal, column of eender wat uitschrijven enkel en alleen opdat jij je zin zou krijgen. Dit gaat helemaal niet. De schrijfgeest bleef aandringen. Ik werd kalm en toch ging ik ook bijna door de rooie. En toen kwam het eruit. Ik schreef in mijn cv: ik ben een woordkunstenaar, een creatief schrijversbeestje. Ik heb een blog. Een ware passie voor schrijven. Ik werd bijna vuurrood en het was een gloed van geluk. Het was duidelijk: hij had zijn zin gekregen, die kwellende schrijfgeest.

Maïté L.
5 0

Binnendieren.

 Samen met mijn kater zit ik achter frisgewassen tralies van glas. De wereld ging op slot, alweer vijftig dagen geleden. Het nieuwe gewoon.De anderhalvemetermaatschappij en burgerzin zijn begrippen geworden die we dagelijks lezen in de krant. Een gemeten geweten, toch lossen cijfers niet alles op.De lente doet haar best, knoppen ontploffen, zelfs binnen tranen mijn ogen als gevolg van een pollenallergie, deze kent geen grenzen. De zon probeert ons uit onze tent te lokken maar we zijn moedig en houden vol. Kinderstemmetjes klinken door de dunne stadsmuren waar ze eigenlijk buiten zouden moeten klateren, als fris water na lange droogte. De wolken razen voorbij, enkel de wolken, mensen razen niet meer. Ik praat tegen de planten, de kat en natuurlijk tegen mezelf. Zoveel verloren woorden, die vallen voordat ze zijn aangekomen. We luisteren naar elkaars verhalen, draadloos verbonden verdrinken we in eenzaamheid. De glimlach, verstopt achter een zelf genaaid masker, zo zien we eruit als bandieten in een western. Ogen blikken angstig weg. We zijn allemaal potentieel gevaarlijk, virusdragers, tot de dood erop volgt. Pijlen op de grond als een speurtocht voor kinderen, moeten verhinderen dat we elkaar voor de voeten lopen in leeg gehamsterde winkels.Haren groeien onverstoorbaar verder net als het gras in het park. Waar je niet mag gaan zitten, enkel in beweging, snel snel een frisse neus. Boetes voor te dichtbij worden uitgedeeld als zoete broodjes op een zondagochtend. De dagen verliezen hun betekenis. Kinderen verwelken nog in de knop, oudere worden behandeld als dor hout. Ramen zijn etalages van verstilt leven waaruit witte lakens wapperen vol overgave. Elke avond klappen we ons naar de waanzin voor helden die tot voor kort wegbezuinigd werden.Economisch gezien is het een ramp, orakelt het nieuws. Mentaal een catastrofe fluisteren we zacht tegen de muren. Mijn huid hongert waar stille hoop groeit dat we mogen beseffen wat er werkelijk toe doet in een gelukkig leven.Ik sta op, geef de kat zijn brokjes en maak de essentiële verplaatsing naar de bank. Weer een dag op de kalender en de zon gaat onder. Hanneke van de Kerkhof    (2-5-2020)

Miss Blue Sky.
6 1

De vraag van de dag

Hij ligt op tafel. De vraag van elke dag. "Wat eten we straks?" Als het compromis er eindelijk is, schrijven we de benodigdheden en de rest van de boodschappen op een geel notitiepapiertje. Inkopen doen, het kleurt tegenwoordig je dag. Bij de supermarkt worden we in de wachtrij begroet door een kennis. "Ik ga naar Italië", lacht hij. "Straks maken we zelf pizza. En jullie? Naar de zee? Dan moet ge naar de visafdeling. Och, je mag toch een beetje plezier hebben." Aan de winkelkarren wacht een medewerker ons op. Met de beste wil van de wereld versta ik niet wat hij zegt. Zijn mondkapje zit er voor iets tussen. Ik schakel over op mijn dovemansmechanisme. Doen alsof je het begrepen hebt, tegelijk ja en nee knikken, hm hm murmelen, maar in werkelijkheid niet weten wat er gezegd wordt. Maar mijn tactiek werkt niet. Hij houdt me tegen. "We moeten allebei een kar nemen", zegt onze jongste. “Oké”, zeg ik, waarna ik een jeton uit mijn portefeuille haal en de tweede winkelkar losmaak. Het doet me plots aan een botsauto van de kermis denken. Wat in de groenteafdeling niet overdreven is, want door de drukte is een botsing niet uitgesloten. We besluiten om elk een deel van de boodschappen te doen. Om hem terug te zoeken ga ik achteraan in de supermarkt de rijen af om ze volledig te overzien. Maar hij doet tegelijkertijd hetzelfde, waardoor we elkaar missen. Gelukkig hebben we allebei een telefoon. Ik hoor hem vlakbij ‘hallo’ zeggen. Bij het inladen krijg we een stortbui op ons hoofd. Kletsnat stappen we de auto in. We lijken wel twee kletsnatte honden die uit het water komen en zich droogschudden. Ik doe er nog een luid hondengeblaf bij. Maar soms moet je ook weten wanneer het genoeg is geweest.  

Rudi Lavreysen
7 0

Afscheid in deze tijd

Eigenlijk paste er maar één woord bij, respect. Respect voor hoe ze haar hele leven alles gedaan had wat in haar vermogen lag om mensen zich welkom te laten voelen. Ze zorgde niet omdat het moest maar omdat het een deel van haar zelf was. Ze genoot van de kleinste dingen, gezelligheid, mensen om haar heen, maar ook haar gezin, of als de kleinkinderen kwamen, als mensen iets voor haar mee brachten, of gewoon, als ze even heerlijk in het zonnetje kon zitten. Ik kende haar nog niet mijn hele leven maar als ik aan haar denk komt direct die gulle lach weer in mijn gedachten. Met haar zus verhalen ophalen over vroeger, tranen van het lachen. Aan een lange tafel, vol met hapjes en drankjes, pas tevreden al niemand iets tekort kwam. Als je op zondagmiddag even aanging voor een kopje koffie ging je pas na het eten weer naar huis. Met het gevoel dat je in een echt warm nest was geweest. Zelfs toen ze na een lang en hecht huwelijk haar man verloor, wist ze nog positief te blijven. Ze bleef achter in het zo vertrouwde huis, dankbaar voor alle hulp die ze kreeg. De omgeving die ze al zo lang kende, hielp haar in de dagelijkse gang van zaken. Tot ook voor haar het moment kwam om los te laten. Wat volgde was de wens van de kinderen om hun moeder een waardig afscheid te geven. Respectvol. In de ‘Corona-tijd’ een hele uitdaging. Uiteindelijk konden er dertig personen afscheid nemen, dan zouden de regels in acht genomen kunnen worden. Dertig mensen, een handjevol. Het bleek echter niet makkelijk dit aantal gevuld te krijgen. Oude mensen waren bang voor zichzelf, jonge mensen waren bang de oude mensen te besmetten. Het leek erop dat alleen de kinderen bij de kist zouden staan. Ze begrepen het wel. Maar daardoor deed het niet minder zeer. Dit was niet hoe het zou moeten zijn. Het was mooi weer, die dag. Stralende zon, prettige temperatuur. In het kleine zaaltje stonden de dertig stoelen klaar, op veilige afstand van elkaar. Met hun gezinnen hadden ze nog niet de helft van de stoelen nodig. Er waren wat gasten binnen gedruppeld, een handjevol. Zij hadden bescheiden de achterste rijen bezet. In afwachting van eventuele andere gasten. Het werd een sobere plechtigheid. Ze herdachten hun moeder met respect en met liefde. Het maakte op de gasten daardoor een verpletterende indruk. Afscheid van een vrouw die hare hele leven zo had klaar gestaan voor iedereen, waar gastvrijheid zo hoog in het vaandel had gestaan. En nu, nu waren er zo weinig mensen om afscheid te nemen. Het was schrijnend. Mijn maatje en ik waren getuige van het afscheid. Ook wij waren diep onder de indruk. Er zullen zoveel mensen zijn die haar gaan missen. En dat die nu niet aanwezig konden of durfden te zijn bij haar afscheid, het voelde als heel oneerlijk. Dat wij er wel waren, gaf ons een goed gevoel. En ook wij zullen haar, haar gulle lach en haar warme hart gaan missen.    

Machteld
0 1

Inspiratie is een diva

Inspiratie beschouw ik als iets extern, als iets dat buiten mezelf bestaat in een efemere toestand, zoekend naar een drager of ontvanger. Zoekend is misschien niet het juiste woord, inspiratie wordt eerder aangetrokken door de meest geschikte voedingsbodem vanwaar ze kan uitgroeien tot een vaste vorm. Als een dwarrelend zaadje in de wind dat uiteindelijk een plekje in de grond opeist. De voedingsbodem waartoe inspiratie zich aangetrokken voelt, moet een zekere rijkdom bevatten. Dat wil zeggen dat inspiratie enkel een toevoeging kan zijn aan iets dat reeds van waarde is. Ze kan zich niet manifesteren in een vacuüm. Om zich te materialiseren is inspiratie afhankelijk van een welwillende ontvanger. Er zijn gelukkig meerdere potentiële ontvangers waar inspiratie zich bij kan aandienen. Inspiratie is ontembaar, niet te dwingen of te regelen. Ze wil het liefst spontaan in een open geest ontvangen worden. Er zijn wel enkele dingen die je kunt doen om jezelf aantrekkelijk te maken voor inspiratie. Bijvoorbeeld door simpelweg luidop of in gedachten te spreken tot inspiratie en te zeggen dat je jezelf openstelt voor haar. Rust is ook een vereiste, al is het alleen intern. Een hoofd vol gedachten blokkeert inspiratie. Je kunt een band opbouwen met inspiratie en haar een vaste plaats in je leven geven. Een meesterlijke creator voorziet steeds voldoende tijd en ruimte waarin ze kan floreren. En heeft er vertrouwen in dat ze er zal zijn. De uitwisseling gebeurt gevoelsmatig en moeiteloos. Inspiratie kan je overvallen en je treffen op een moment dat je even de middelen niet hebt om haar te ontvangen. Maar wie inspiratie echt naar waarde schat, geeft haar met plezier en vanuit dankbaarheid voorrang. Inspiratie is als een diva die erop staat om op haar wenken bediend te worden. Maar ze kan ook geduldig zijn. Ze heeft begrip voor de drukke dagdagelijksheid van haar ontvangers en voor onverwachte omstandigheden. Als het moet, dan blijft ze wel even in de buurt wachten tot de omstandigheden gunstig zijn. Maar als de respons uitblijft, dan zal ze zich tot andere ontvangers wenden. Inspiratie is dus niet persoonsgebonden, noch kan ze iemand toegeëigend worden. We kunnen onszelf wel wijsmaken dat bepaalde lumineuze ideeën zomaar vanuit onszelf zijn opgeborreld, maar in wezen zijn ze ons binnengevallen. Inspiratie hoeft geen erkenning, haar ontvangers mogen gerust in de waan verkeren dat ze alles zelf bedenken, zolang zij maar tot uiting komt. Ze heeft geen ego, ze is enkel een potentieel, een energie die een vorm wil zijn. Als haar aanwezigheid het halsstarrig laat afweten, dan moet je de reden bij jezelf zoeken. Want elk ontvankelijk open kanaal zuigt inspiratie aan. Indien dit niet het geval is, dan is er iets dat de ontvangst blokkeert. Dat kunnen gedachten en overtuigingen zijn. Onrust. Een gebrek aan zelfvertrouwen. Of iets anders. Te hard willen werkt ook niet, op geen enkel vlak trouwens. Het is beter om iets hartstochtelijk te willen, ernaar te handelen en het dan in volle vertrouwen weer los te laten. Zit niet te wachten op inspiratie, maar vertrouw erop dat ze wel zal komen. Speel, leer en experimenteer ondertussen gewoon verder. Onverwacht zal zij plots opduiken en jou doen glimlachen. Mijn relatie met inspiratie is redelijk hecht. Ik maak bewust tijd voor rustige momenten op mezelf, wat ruimte schept voor spontane creativiteit. En in zulke omstandigheden bezoekt inspiratie mij graag. Ze fluistert mij een idee of een paar sterke zinnen toe. Ik neem vervolgens een notitieboekje of klap mijn laptop open. En dan laat haar stromen, via mijn vingers het leven in.

KarolienDeman
7 0

Anderhalve meter dans

Het is bijna bizar, hoe mensen op dit moment om elkaar heen dansen om maar anderhalve meter afstand te houden. Bij de supermarkt staan de karretjes in de bekende rijen, normaal gesproken trek je een exemplaar naar je toe en groet je de man of vrouw naast je met een knik. Nu wacht je op een afstand tot de klant voor je zijn of haar karretje heeft gepakt of in ontvangst heeft genomen van de behulpzame winkelmedewerker die de handvatten heeft ontsmet. In de supermarkt wachten mensen aan het begin van een gangpad tot een andere klant een andere kant uit gaat. Even wachten met het uitzoeken van een stuk kaas tot de andere klant is opgeschoven naar de vleeswaren. Een groot voordeel is dat je bij de kassa niet tegen je enkels wordt gereden door het winkelwagentje van een ongeduldige klant die niet kan wachten tot hij (en heel vaak zij) de spullen op de band kan gooien. Net of de hardwerkende kassière kan toveren. Onlangs was ik in ons dorp bij de bakker op het dorpsplein. Een kleine winkel maar met heel veel lekkere en eerlijke producten. Normaal sta je hutjemutje in de winkel en erger je je aan die dame met haar handtas als een hutkoffer, waarmee ze in je ribben staat te porren. Nu is het anders, er zijn 3 klanten tegelijk in de winkel toegestaan en de andere wachten buiten onder de overkapping. En, afhankelijk van het weer inderdaad, dat is best gezellig. Waar iedereen binnen staat te kijken wat we dit weekend bij het ontbijt gaan eten, komen nu de verhalen los. De meeste mensen ondergaan de maatregelen gelaten en vinden sommige dingen zelfs wel leuk. Ik vind het ook helemaal prima om gesprekken aan te knopen met onbekende mensen. Tenslotte zitten we allemaal in hetzelfde schuitje en moeten we allemaal wachten. Het is mooi om te zien hoe creatief iedereen omgaat met deze nieuwe situatie. Ook bij de apotheek moest ik buiten wachten. Voor me was een dame die me vertelde dat ze de medicijnen voor haar moeder kwam halen. Die durfde zelf niet meer naar buiten en was al weken afhankelijk van haar kinderen. Nog een geluk dat het mooi weer was en dat het dus niet erg was om boodschappen te doen. Natuurlijk voelde ik me direct schuldig omdat ik altijd in mijn auto stap en het weer mij dus niet zo veel deert. Op weg naar huis belde ik gelijk naar mijn moeder. Hoe gaat het mam? Nou, het gaat op zich best goed. Natuurlijk vindt ze het saai, ze kan (en mag van ons) niet naar buiten en de meeste sociale contacten liggen stil. Dus heeft ze haar oude hobby weer opgepakt en is ze begonnen met het breien van een vest. Ik hoop van harte dat deze crisis snel voorbijgaat. Stel dat ze ook voor mij een vest wil breien. Ach, ik voel mijn oude jeugdtrauma alweer de kop opsteken.

Machteld
10 0

Liefde op blinde afspraak.

In de liefde is daten het meest onnatuurlijke. Ik geloof in de spontaneïteit van de ontmoeting, de verrassing, het onverwachte dat je overvalt, alsof magisch poeder met duizenden fonkelende sterretjes over jou verspreid wordt. Dat gevoel. Elkaar ontmoeten is nog nooit een sociale constructie geweest, laat staan een televisie-attractie voor kijkcijfers en winsten. Toeval laat ik aan Madame Soleil over. Aantrekkingskracht aan de relativiteitaanhangers. Waar is de liefde dan gebleven? Daten is de liefde op afspraak in je agenda zetten. ‘First dates’ en ‘Blind getrouwd’ zijn programma’s die in formats en in jouw agenda als kandidaat gegooid worden, de liefde commercieel bedrijven en zand in de ogen strooien van een Vlaanderen dat zich verveelt. Het broeit verder op de eerste successen van Big Brother. Mensen zonder een eigen leven kijken en luisteren graag naar wat anderen zeggen en doen. Tussen de chips en de drank. Hangend in de zetel. Om commentaar te kunnen geven over mensen die ze van toeten noch blazen kennen. Het brengt de oude wijven achter vergeelde gordijnen uit mijn dorp in herinnering. De gemene roddeltantes, de losse tongen. De lege dozen. BV worden is een gevaarlijke stiel. Je BV-kunsten vallen of staan met hoe sympathiek je overkomt, met wat je allemaal zegt, met wat je allemaal onderhuids en tussen de regels vertelt en met wat je uiteindelijk van jezelf laat zien. BV zijn is jezelf in handen leggen van scripts, formats, investeerders en producers. Kijkcijfers moeten opbrengen. En de boekses moeten verkopen. “Ik wil niet overkomen als een ijskoningin”, lacht Nick in “Vandaag” de opmerking weg dat Christophe veel aanzoeken heeft, zelfs een nieuw lief heeft gevonden en Nick met een lege Whatsapp of e-mailbox zit. Want Christophe en Nick uit “Blind getrouwd” zijn geen koppel meer. Nick is een vriend van een vriend van me. Nick is een aangename jongen met fijne humor en die rationeel en misschien met nét iets te veel voorzichtigheid in het leven staat. Zijn eerlijkheid siert hem. Nick is ook een gevoelige jongen. De weinige keren dat ik hem heb ontmoet voor zijn BV-status waren altijd leuke momenten. Nick is spontaan, goedlachs en loyaal in vriendschap. Maar wat doet het met een mens die van “Blind getrouwd” via “Vandaag” een imago opgespeld krijgt waar je niet naar gevraagd hebt. Drie keer is het woord “ijskoningin” gevallen. Tenslotte wou Nick de ware liefde vinden door met iemand out of the blue te trouwen. Of was het toch maar gewoon om eens mee te doen, het eens te beleven? Het is maar hoe je uiteindelijk zelf naar de spiegel kijkt. Liefde, de echte liefde dan, die komt wanneer je het leven al aangeraakt hebt, wanneer het niet deert of de scherven waarover Christophe het had nog op de grond liggen. Gebroken glazen zijn ook mooie glazen. Liefde is iets dat het vriendschappelijke, het broederlijke overstijgt. Een productiehuis is geen garantie voor die liefde. Een productiehuis is garantie voor uitlachtelevisie en entertainment. Als het een troost mag zijn, rondom mij zitten veel mensen in een liefdeloos, leeg en routineus huwelijk en waar minder wordt gelachen. Ik wens Nick alle liefde toe en de liefde kruist zeker zijn pad nog. Maar meer nog wens ik hem veiligheid nu de trollen zijn pad weten te vinden. Misschien past de titel “Sneeuwkoningin” uit het liedje van Liesbeth List beter bij hem. Die koningin is de liefde. Zoek het maar eens op. En weet “dat liefde altijd wint.”

Erwin Abbeloos
4 0

Eerst even de wereld redden

De ochtend zit er alweer bijna op. Zoonlief heeft nog maar twee van zijn vijf schooltaken voor vandaag gemaakt. Maar al wel flink zijn (echte) juf voorgelezen via videochat. Dus laat ik het maar even zo. En gaan we eerst onze boterhammen opeten en een wandelingetje maken. Als we langs de velden achter onze wijk lopen, roept zoonlief ineens enthousiast: “Kijk, echte oude stenen! Van heel vroeger!” Echtgenoot en ik kijken naar de grond. Het lijkt erop dat een boer een lading oude stenen en tegels heeft gestort om de inrit naar zijn weide te verstevigen. Onze archeoloog in de dop stopt zijn broekzakken vol. Ondertussen bedenk ik hoe we hem hier weer weg krijgen zónder uitgescheurde broekzakken. Of voor hij bedenkt dat papa en mama óók broekzakken hebben. Na wat tegensputteren van onze schatzoeker, lopen we terug naar huis. Papa en ik een paar calorieën lichter en zoonlief een paar kilo zwaarder. Onderweg bukt hij om nog wat stenen op te rapen. Ineens begint hij sneller te lopen. Verbaasd vraag ik hem waarom hij plots zo’n haast heeft.“Ik moet heel belangrijk onderzoek doen,” luidt het antwoord.“Zie je deze stenen?” Hij doet voorzichtig zijn hand een beetje open.“Die moet ik onderzoeken. Ze hebben verschillende kleuren en kunnen misschien wel ontploffen. En dan ontploft de hele wereld, hè!” zegt hij met een ernstig gezicht. Er volgt nog een hele uitleg waarom hij nu absoluut niet zijn schoolwerk kan doen. Het komt erop neer dat hij eerst de wereld moet redden. Tja, daar kan ik toch moeilijk bezwaar tegen maken. En dus ruil ik mijn pet van juf tijdelijk in  voor de pet van sidekick van mijn kleine superheld. Tegen de tijd dat deze coronatoestanden voorbij zijn, heb ik een curriculum vitae van jewelste! Terug thuis laat ik hem even heerlijk in zijn fantasiewereld opgaan. Het wordt zelfs nog even echt spannend! Uit een van de stenen komen luchtbelletjes zodra deze in contact met water komt.“Mama, hou je oor er eens vlakbij,” zegt mijn zoon geheimzinnig. En inderdaad, ik hoor iets borrelen. Snel werkt hij me de berging uit, waar het onderzoek plaatsvindt. “Hij gaat ontploffen!” roept hij merkwaardig enthousiast. Als de kust veilig blijkt te zijn, mogen we terug naar binnen. Hij gaat weer bij zijn stenen zitten en vraagt om een doekje.“Om mijn oude stenen te poetsen. Want dat is wat een archeoloog doet.” Zoonlief schakelt van het ene op het andere moment moeiteloos over van ontmijner naar archeoloog. Blijkbaar zijn wij papa’s en mama’s niet de enige die nogal eens van pet wisselen. Het enige verschil is dat hij geen leerling heeft. De bofkont.  

Vera's Column
4 0

Moederskindje in coronatijd

Kinderen die hun vriendjes en klasgenootjes vreselijk missen. Kleintjes die niet begrijpen waarom ze opa en oma niet mogen knuffelen. Kinderen die bang zijn voor het enge virus dat hun - en onze - wereld zo plots op zijn kop heeft gezet. Het is nogal wat om te behappen voor ons kroost. Van de ene op de andere dag is hun vertrouwde leventje overhoop gegooid. Hoezo mag ik niet naar school? Mama die ineens mijn juf is? Waarom mag ik niet met mijn vriendje spelen, ik ben toch braaf geweest? Ze kunnen het niet plaatsen. Wij volwassenen kunnen het al amper bevatten. Kun je nagaan. De broodnodige structuur die voor een veilig gevoel zorgt bij kinderen is plotsklaps weggevallen. De voorspelbaarheid heeft plaatsgemaakt voor onzekerheid. Best heftig voor onze kleintjes! Er zullen deze zes weken van verplicht thuisblijven ongetwijfeld al de nodige kindertraantjes gevloeid zijn. Zo niet bij mijn 6-jarige zoon. Om eerlijk te zijn: hij vindt het heerlijk thuis. De hele dag bij mama rondhangen is zo'n beetje zijn ultieme droom. Ons gevoelige mannetje heeft er altijd al moeite mee gehad om zijn mama (tijdelijk) los te laten. Waar zijn klasgenootjes hun papa of mama vrolijk aan de schoolpoort gedag zeiden, liep ik de eerste kleuterjaren regelmatig als een piraat met zijn houten been in een wielklem over het schoolplein. Tot de bel ging en de juf hem van mij overnam. Logeren? Daar kun je mijn zoon echt geen plezier mee doen. Behalve als mama meegaat, dan vindt hij het prima. Papa mag natuurlijk ook mee. Maar alleen papa is niet voldoende. "Mama moet het doen" is hier in huis niet voor niets de meest gehoorde uitspraak. Op voetballen, naar de jeugdbeweging of andere clubjes? Hetzelfde verhaal. Hij voetbalt liever met mama of papa in de tuin. Of op het schoolplein met zijn vriendjes. Thuis trakteert hij ons regelmatig op een heuse breakdanceshow. Dan gaat hij helemaal los. Maar kerstliedjes zingen met de hele klas op de kerstmarkt? No way. Hij staat liever naast zijn mama in het publiek naar het optreden te kijken. Carnaval. Nog zoiets. Thuis zet zoonlief gerust zijn zwembroek op zijn hoofd en doet hij twee verschillende sokken aan. Een rode en een groene. Of een dikke wintersok met antislipnopjes aan één voet en een vrolijk gestreepte zomersok aan de andere. Het kan hem niet gek genoeg zijn. Maar hij wil absoluut niet verkleed naar school. Zijn pyjamahelden- en andere kostuums draagt hij enkel binnen de vertrouwde muren van zijn eigen huis. Onder moeders vleugels voelt hij zich het best. Daar is het veilig en durft hij volledig zichzelf te zijn. Blijf in uw kot? Geen enkel probleem voor onze held. Op sokken. Liefst twee verschillende.    

Vera's Column
0 0