Zoeken

Stoorzender

Op de kalender is het 6 januari. Op de overgebleven oliebollen staat een laag schimmel in de keuken. Op het gourmetstel op de aanrecht liggen nog koude stukjes vlees op het schaaltje die doordrenkt is met boter. Het restant van het natte vuurwerk staat bij de open haard te drogen. Abel Variabel zit in zijn luie stoel in de linkerhoek van de woonkamer naast de open haard. Hij is op zoek naar een andere radiozender op zijn transitstroradio. Een transitstroradio kom je niet vaak meer tegen maar Abel maakt vaak genoeg gebruik van de radio. Hij houdt van alle soorten muziek en zoekt graag naar een andere zender. De ene keer is het hiphop en de andere keer muziek uit de jaren 80. Klassieke muziek kan hij tegenwoordig ook vaak waarderen. Hij gaat er voor zitten en ploft neer in zijn relaxstoel. Abel kan totaal niet genieten van lange discussies en draait snel door. De waarheid ligt toch altijd in de midden. Een zender met non-stop muziek heeft vaak zijn voorkeur. Radiostations waar tussen de plaatjes wordt gepraat is Abel snel op afgekapt. De dj’s praten met elkaar maar het gaat helemaal nergens over. Om het half uur nieuws met elke keer dezelfde onderwerpen gaat hem ook snel vervelen. Sommige dj’s slaat Abel Variabel over want die denken dat ze grappig zijn en lachen om hun eigen grappen. Een regionale zender vind hij soms ook wel eens vermakelijk. De laatste tijd is hij weer op zoek naar een andere zender die mij kan bekoren. Hij zoekt wat af en soms is de radiozender slecht te bereiken en zoekt hij rustig verder. Soms raden mensen Abel Variabel aan om naar hun favoriete zender te luisteren. Na vijf minuten hoort hij al of het wat is of helemaal niks. Abel luistert ook vaak naar de stem en als deze hem niet bevalt gaat hij weer op zoek naar een andere radiozender. Duitse zenders met schlagers vind hij ook wel aardig maar niet te vaak. Sportzenders zijn de favorieten van Abel vooral als het over voetbalwedstrijden en de Toer de Frans gaat. Vaak voelt hij de spanning door de radio heen. Vroeger zat Abel aan de transitstroradio gekluisterd en luistert naar de Europa cup 1, 2, en 3 (voor bekerwinnaars). Live verslag op de radio en later pas een hele korte samenvatting op tv. Legendarische voetbalwedstrijden en het commentaar was veelal mooier dan de wedstrijd. De schaatswedstrijden die buiten werden georganiseerd tussen de toppers Ard en Keesie. Sfeer creëren over de radio is voor sommige radiomakers weggelegd. Ook Fritz Spits met de Avondspits trok veel luisteraars verzekert Abel. Vandaag is Abel Variabel weer eens op zoek naar een andere zender. Na dagen zoeken komt hij op een onbekende zender uit. Het radiostation zal wel niet veel luisteraars hebben. Hij denkt wat vrienden en wat familieleden van de dj. Abel vraagt zich wel af wie de plaatjes uitzoekt. Het radiostation moet niet overdrijven. De radiozender brengt vijf kerstnummers achter elkaar ten gehore in januari.

Jan Sluimer
1 0

Stilstaan leidt tot beweging

Ik wou mijn groot verdriet woorden geven, maar geraakte er niet toe. Het stripte alles van me af: adjectieven, neologismen, gedeelde hobby's, zoals houtskooltekenen of joggen 's avonds laat. Ik stond zelfs op het punt om te schrijven: mijn persoonlijkheid. Maar, neen, die bleef op de valreep overeind. Gelukkig maar. Zo kwam ik een meisje tegen, ze leek te zwieren maar het was over-niet-zo-duidelijk dat ook zij een stilstand had. Eentje die ik met haar deelde en voor altijd bewaren wou. Een stilstand waarvan ik dacht dat jij hem beheerste, maar die je nu bent kwijtgespeeld. Nu moet je met baby pinguïnstapjes leren hoe je jezelf moet verzorgen. Hoewel jullie me zo veel erover hebben geleerd, willen jullie nog steeds ervan weglopen.  Jullie stilstand is wankel, de mijne kent stevigheid. Want, mijn lieveling: ze deed me inzien dat de stilstand in ons allen onmogelijk tot niet-bewegen leidt. De stilstand werkt motiverend. Onjuist- hoewel juist voor mij: inertie zorgt voor menselijke wervelwind.  En dus begon ik me te verplaatsen, te schiften, glippen, kruipen, dansen en draaien. Ik leerde mezelf te leggen in andermans omarming. Zo met je hoofd scheef op iemands schouder. Een beetje ongemakkelijk, maar dankbaar. Dat vooral. Mede dankzij haar - maar in feite dankzij al mijn lievelingen - leerde ik liefde opmerken, van alle kanten, tot in het kleinste detail. Alsof ik niet meer als natuurliefhebber, maar als bioloog een donkergroen bos afdroop. Alsof ik nu voor eeuwig kan schuimen in vriendschap, vol plezier in de bruine kroeg tot 's avonds laat. Alsof ik mijn eenzaamheid nu niet meer weg moet boenen met bruine zeep, omdat ze vanzelf aftakelt en vergaat. Als anti-muze, doe jij me mezelf verdommen en verdekken dat ik enkel schrijven kan als ik schenk. Als een glas dat troebel overloopt naar alle kanten, de tafel af en over mijn schoot. Hoe dan ook: zoals met alle anti-anti-muzen, schrijf ik vooral voor en door haar en al mijn lievelingen, voor mezelf en de wereld tegelijk. Ook nog steeds voor jou.  Zij doet me bewegen en heeft de stilstand vastgezet. Hij trilt al een tijd niet meer en dat is goed zo. Nu jullie nog. Niet weglopen, maar schroeven, verbouwen en ademen. Laten we samen vasthouden door te houden van en niet meer.

Ynys Convents
2 1

De kat van de hertogin

We hebben een logee. De huiskat van onze jongste blijft slapen. Terwijl wij voor de buis zitten, speelt hij verstoppertje. Het liefst doet hij dat in of onder kasten, want er valt hier veel te ontdekken. Ook aan de boekenkast kan hij niet weerstaan. Het is een allerbest dier.  Bij de jeugdboeken ziet hij een gaatje. Even trippelen, springen en daar zit hij. Net naast het exemplaar van Alice in Wonderland. "Ben je op zoek naar Dina?", zeg ik tegen de kat. "Of naar de kat van de hertogin?" Mijn vrouw kijkt me aan alsof ik net tien kilo boeken op mijn hoofd heb gekregen.  "Gaat het?", vraagt ze. "In Alice in Wonderland wemelt het van de maffe dieren", zeg ik. "Ook een paar katten. Dina is de kat van Alice, maar er is ook de kat van de hertogin. Op een gegeven ontstaat er een wonderlijk gesprek tussen die kat en Alice. Bijna filosofisch. Zal ik het voorlezen?" Geen antwoord. De kat snuffelt aan het boek. Het fragment is snel gevonden. Ik zal het maar voorlezen.  "Zou je me alsjeblieft kunnen vertellen welke kant ik nu op moet?""Dat hangt er voor een groot deel vanaf waar je naartoe wilt", zei de kat."Het kan me niet zoveel schelen", zei Alice.“Dan doet het er niet toe welke kant je opgaat", zei de kat."Als ik maar ergens uitkom", voegde Alice er ter verduidelijking aan toe."O, je komt beslist ergens uit", zei de kat, "als je maar lang genoeg doorloopt." Ik sluit het boek. "Geweldig toch", zeg ik. "Als je maar lang genoeg doorloopt of werkt, kom je vanzelf op het pad dat voor jou is bestemd." De kat kijkt me aan en springt uit de boekenkast. "Waar ga je naartoe?", zeg ik. "Niet te ver weg hè."

Rudi Lavreysen
0 1
Tip

Ik heb (bijna) met God geslapen en ze rook naar Zwitserland

   Het was op een blauwe maandag dat ik, na wat surfen op het internet, het adres van de hemel ontdekte. Met een bang hart toetste ik het nummer in dat onderaan het scherm stond en dat eindigde op het cijfer 69. Mijn stem sloeg over toen ik polste of God vandaag beschikbaar was. De engel aan de andere kant van de lijn vroeg naar de reden van mijn oproep. Ik antwoordde dat het nogal gevoelig lag, dat het iets tussen mij en God zelf was, dat ik daar niet over kon uitweiden. De engel kon zich daarin vinden. Haar taak bestond er immers uit om verloren zielen aan een afspraak te helpen, niet om hen op het rechte pad te houden. Het enige wat ze diende te noteren was hoeveel tijd ik in het bijzijn van God wenste door te brengen. Om de eenvoudige reden dat ook in de hemel statistieken bijgehouden worden. God is praktisch ingesteld, verdeelt iedere seconde volgens een bepaald principe, om iedereen die in nood verkeert optimaal te kunnen helpen.      God was te laat. De engel aan de telefoon had een afspraak geregeld om kwart na twee in het luchthotel gelegen langs de Kerkstraat. Om halfdrie hield er een wolk halt. Een dame in felrode jurk stapte af, wenkte mij en stiefelde hemelpoort nummer 1 binnen. Ik volgde gezwind. Ze nam plaats op het gouden bed, keek mij aan en sprak tot mij. Ze had een “je ne sais quoi” over zich hangen in een tijdloze, voor mij ongekende dimensie en zag er nog sexyer uit dan de foto op de webpagina had laten uitschijnen. Ik slikte. God was adembenemend. Ik hapte extra zuurstof om de dollemansrit die mijn hersencellen aan het maken waren niet te laten ontsporen. ***    Wanneer ik terug bij zinnen ben ontstaat er een gesprek. Met plezier beantwoord ik de vragen die worden gesteld. ‘Jawel, oh natuurlijk niet, geen probleem, misschien, mmm wat denk je zelf?’ Haar donkerblonde lokken, haar licht getaande huid, haar guitige lach en haar blik. God heeft het kleurenpalet van een koppeltje broedende ijsvogels die ik in een caleidoscoop gevangenhoud tot er een hypnotiserend mooi kleurenspektakel in elkaar overvloeit. Zolang ik eraan draai overvalt mij een onbeschrijflijke rust. Een gelukzalige tinteling in mijn vingers, wanneer ik haar schoot aanraak, bevestigt mijn vermoeden. Mijn maag piept met dezelfde intensiteit als die van een kind dat gedurende een winterse wandelingen met papa gaat wandelen en zich op de terugweg naar huis concentreert op mama’s zelfgemaakte chocolademelk. Gods adem dampt cacao.    ‘Chocolade is mijn guilty pleasure.’ Ik biecht het zonder blikken of blozen op. Dat ik geen dag zonder kan, dat het een verslaving is en dat ik vrees dat het mij een rozenkrans of misschien een Onzevader zal kosten, maar God vertelt doodleuk evengoed een zwak te hebben voor zoetigheden en legt haar hand op mijn mannelijkheid. ‘Vanmiddag wordt er niet gestraft,’ lacht ze een hagelwitte tandenrij bloot.    Ik slaak een zucht van opluchting, knuffel alsof mijn leven ervan afhangt, tot ik Gods ribben tussen mijn vingers voel kraken, haar tepels in mijn borsthaar hoor knisperen. Ze vraagt of ik dit al vaker heb gedaan. Of met engelen telefoneren om te polsen over haar beschikbaarheid een hobby is. God zijn is zwaar, vergt veel inlevingsvermogen. Zeker met een immens drukke agenda. Bovendien zijn de laatste tijd veel heidenen de weg kwijt en die willen allemaal beroep doen op de diensten van "Zij" die de wereld schiep in zeven dagen. Ik mag haar enkel contacteren bij hoge nood. Ik zeg dat dit de eerste keer is, dat al de andere keren een hulp-God voor mij werd geregeld. God vraagt of ik ook de weg kwijt ben, van het rechte pad ben af geraakt.    Ik zeg dat ik niet de weg, maar mezelf kwijt ben, en kus God vol op de mond. Zij slaat haar armen rond mijn middel, trekt mij dichterbij en beantwoordt mijn zoektocht, door met haar tong mijn verhemelte te sussen.    Even later dwarrelen onze kleren een voor een op aarde, zweven onze naakte lichamen doorheen het ijle niets. Alles van mij is nu van haar: Gods sensuele stem baant zich een weg van mijn oor naar mijn onderrug. Ik streel haar dijen, ontwaar kippenvel ter hoogte van een bil. Een warme gloed prikkelt mijn ziel. Een aha-erlebnis maakt zich meester over mij. Ik kan de tranen van geluk amper onderdrukken en denk: God wat is dat hier allemaal. Maar dít is God! Ik ben bij God en ik wil voor altijd verstrengeld blijven liggen waar ik lig: in dit niemandsland. Lippen, schouders, armen, buik, leest, heupen, billen… alles aan God voelt vertrouwd aan. Alleen haar neus is koud.    Ze moet lachen, vraagt of ik nakomelingen heb. Ik schud van nee, vraag op mijn beurt of zij kinderen heeft. Een domme vraag natuurlijk want God heeft de wereld geschapen, maar ze snapt wat ik bedoel. ‘Ik hoef geen kinderen,’ zegt ze. ‘Ik moet aan zelfzorg doen wil ik niet samen met het heelal ten onder gaan. Ik leg mijn hoofd in haar nek, snuif zo hard ik kan het blondste plekje van haar kruin los. God ruikt naar Zwitserland: neutraal zoals het hoort.    ‘Ik zou graag versmelten tot een eenheid,’ zeg ik. ‘Opdat je mij niet zou vergeten.’    Ze lacht opnieuw. ‘Ik vergeet niets of niemand. Ik ben God!’    ‘Je vindt het belachelijk. Ik ben in jouw ogen slechts een heiden.’    ‘Ik vind niemand of niets belachelijk. En jij bent een goed mens. Ik heb jou geschapen.’    Net wanneer ze mijn mannelijkheid andermaal zachtjes aanraakt, gaat haar telefoon over. Het is de engel die de afspraken regelt. Ze meldt dat mijn tijd met God erop zit. Dat er een andere heiden hulp nodig heeft.    Ons afscheid eindigt abrupt doch liefdevol tegelijk.    We kussen een laatste keer.    Ik vraag of ik God terug kan zien.    Ze knikt instemmend, besprenkelt zich met wat wijwater. ‘Graag zelfs. Maar enkel bij hoge nood.’ *** Diezelfde nacht is de drang reeds onhoudbaar. Ik masturbeer zeven weesgegroetjes.

Sascha Beernaert
89 0

De latteman

“Dadelijk is zijn glas kapot”, zeg ik. “Sommige mensen kunnen toch roeren.” De latteman is druk aan de praat met zijn echtgenote of vriendin die naast hem zat. Hij stopt niet met roeren. Het lepeltje tikt telkens tegen het glas. Tik tik tik tik. “Hoor jij dat ook?”, zeg ik tegen mijn vrouw. “Hij blijft schuim maken. Dadelijk loop zijn latte over.” “Ik hoor dat, maar het stoort me niet”, zegt mijn vrouw. “Misschien is er iets mis met mijn oren?” “Ze zijn alleszins groot genoeg”, lacht ze. Maar het klopt wat ik zeg. Sommige geluiden verdraag ik slecht. In normale omstandigheden hoort een mens zoiets niet, of men stoort er zich niet aan. Maar kijk, een mens heeft zichzelf niet gemaakt. Het is trouwens een officiële aandoening. De term is ‘hyperacusis’ of overgevoeligheid voor externe geluiden. Pas op, het is iets anders dan ‘fonofobie’. Dat is angst voor geluiden. En ook niet hetzelfde als ‘misofonie’. Dat is haat voor sommige geluiden. Bijvoorbeeld voor het eten van chips in een bioscoop. Daarvan ben ik ook geen fan. Zo vertelde ik ooit tegen een vriend die op donderdag voor het eerst meeging naar een arthousefilm, dat er bij die vertoningen geen chips gegeten mag worden, omwille van de gevoeligheden in dergelijke films. Een leugentje om bestwil. Het toeval wou nu dat er die avond twee dames voor ons plaatsnamen met een berg nacho's en dipsaus. De berg was zo groot dat we bijna niets meer van het bioscoopscherm zagen. "Ho ho, wat is dat?" "Gaan die dat opeten?" De trouwe donderdagavondfilmbezoekers lieten van zich horen. Van mijn vriend kreeg ik een por tegen mijn arm. “Hoezo geen chips op donderdag”, zei hij. “En die twee dan?” Ik heb me er niet uit kunnen praten. Maar goed dat de film net begon.

Rudi Lavreysen
8 0