Zoeken

De krabben kruipen

Heerlijk, zo’n eerste lentedag. En we werden verwend, het was vroeg dit jaar. Na een week bibberen en glibberen sloeg het weer toch wel gevoelig om. Heerlijk, de achterdeur open, lekker in de tuin zitten, in het zonnetje. Stef liep constant te scharrelen, hij ging van plekje naar plekje, als hij maar in de zon kon liggen. Op een gegeven moment lag hij in de buiten net achter de drempel van de achterdeur. Je zou er over vallen als je nietsvermoedend naar buiten liep. Heerlijk hoe een hond daar ligt waar hij zich kan koesteren in de warmte. Natuurlijk moeten er in zo’n weekend ook boodschappen gedaan worden maar zelfs dat is geen straf. Ik reed op mijn gemakje door het dorp en dacht aan mijn vader. Zodra de eerste warme dagen zich aankondigden, bezigde hij altijd zijn spreuk “kijk, de krabben kruipen weer…”. Ik hoorde het hem zeggen. Het klonk een beetje misprijzend maar ik weet zeker dat hij het niet zo bedoelde. Want ook mijn vader hield ervan om naar mensen te kijken. Dus als het weer het weer toeliet, waagden ook de minder ‘geharde’ mensen zich buiten. En kwamen de exotische voertuigen weer van stal. Ook nu zag ik ze volop. Een grijze dame in een glimmende Porsche cabrio, een dik ingepakte oude man in een scootmobiel, en alles wat daar tussenin zat. Fietsers, wandelaars, gezinnen die de polder introkken om vogels te spotten. Je kon het niet zo gek bedenken of het was buiten. En volgens mij genoot de meneer in zijn scoot net zo veel als de chique dame om haar dure auto. Genieten van de zon is namelijk gelukkig niet afhankelijk spullen. Ik deed mijn boodschappen, croissantjes, verse broodjes en boontjes voor Stef. Die was ik namelijk tijdens mijn wekelijkse boodschappenronde vergeten. Schande, hoe kon ik. En het ergste was, ik had het niet eens in de gaten. Mijn maatje maakte me erop attent toen hij alle boodschappen had opgeruimd. Ach, het gaf me mooi de gelegenheid ook even langs de bakker te rijden. Ik nam de lange weg naar huis. Door de hoofdstraat van ons dorp, die vanwege zijn lengte vier namen heeft. En waar je maar 50 km per uur mag, en op sommige stukken zelfs maar 30. Gewoon een beetje kijken, het is een oud dorp. De voortuinen worden netjes bijgehouden. De hekken van de begraafplaats staan open, waarschijnlijk waren er alweer mensen bezig om de wintertroep van de graven te verwijderen. Het heeft toch een bepaalde sfeer. Even gewoon nergens aan denken en alleen maar snuiven. En ik weet het wel, ik heb deze weg al heel vaak gereden. Maar zo tijdens een eerste lentedag, dat blijft toch speciaal.  

Machteld
4 0

Woorden vinden voor verdriet

Een diagnose, uitleg, verklaring, duiding,... kan verlossend werken.Alsof de puzzelstukjes pas dan eindelijk in elkaar lijken te passen.Dat gevoel had ik na het lezen van het boek 'Goed Leven' van Dirk De Wachter en Manu Keirse.En dan vooral het hoofdstuk over rouwen.Ik had tot voor kort nog nooit gehoord over 'levend verlies'.Maar hoe meer ik erover las, hoe herkenbaarder het verhaal werd en hoe minder vreemd mijn situatie leek. Sinds maart 2019 ben ik kleine stukjes van mezelf kwijt geraakt.De auto-immuunziekte stak de kop op en ik ging mee in de rollercoaster van ziekenhuizen, medicatie, onderzoeken,...Bij elk klein stukje 'verlies' van wie ik was, huilde ik even om nadien zo snel mogelijk terug door te gaan.Ik wil/wou ziek zijn gemakkelijk laten lijken, denk ik.'Hier is niets aan de hand. ' Niet opgeven, de kleine golfjes verdriet trotseren en vooruit kijken, het leek me de enige uitweg.Ondertussen bleef alles maar door gaan. Ik veranderde van job, zocht meer rust, zag mijn lichaam veranderen na vier cortisonekuren, probeerde met angst te leven, leerde voltijds werken loslaten, kwam steeds minder buiten, verloor plukken haar door medicatie, zei mijn laatste kinderwens vaarwel, 'leerde wennen' aan het verzwakte immuunsysteem en leven met pijn, bouwde met mijn gezin een leven rond ziekenhuisafspraken en behandelingen.En al deze golfjes wist ik 'goed' te trotseren.Tot ik in september op weg naar het werk bijna een ongeval kreeg.Ik zag dubbel, kon amper nog horen, stotterde en toen ik thuis iets op de kalender wou schrijven kon ik geen woord meer correct neerpennen.Ik had het ergens wel voelen aankomen want de twee maanden ervoor had ik reeds vijf kuren antibiotica achter de rug maar ik kon/ging volhouden. Het gehoor en de oogspier vielen niet te herstellen, wel wat op te lappen.Toen dat begin oktober duidelijk werd, tussen alle onderzoeken door, kwam de tsunami pas echt.Al die kleine golfjes waren niet gecounterd.Ik zat/zit met een groot verdriet om alles wat ik beetje bij beetje heb moeten loslaten of afgeven.Daarnaast kwam er ook een overweldigend schuldgevoel de kop opsteken.Ik voelde me schuldig tegenover mijn collega's die met extra werk zaten, mijn man die nooit voor deze situatie of mij in deze situatie had gekozen, mijn kinderen die ik niet alles kon geven, mijn ouders die ook telkens met een bang hart mee afwachten wat er nog komt, mijn vriendinnen die ik niet altijd kan vragen hoe het met hen gaat omdat ik de kracht niet heb,...En dan was er nog de boosheid. Gewoon irrationele boosheid op het leven, de ziekte, mijn man die me teveel wilde helpen, op mezelf wanneer ik het moeilijk had,... Ik begon me te vergelijken met anderen die met zwaardere ziektes kampen en er toch nog in slagen om te werken of die het vast veel moeilijker hadden dan ik... Een warboel aan gevoelens die ik niet meester kon.En het feit dat ik ze had vond ik onbegrijpelijk.Laat staan dat ik het kon benoemen wanneer mensen voorstelden om hen eens te sturen wanneer het nodig was of niet meer ging. Dan leg(de) ik de telefoon telkens terug aan de kant. (Ook nu nog want dan komt het schuldgevoel terug piepen: iedereen heeft het moeilijk, elk huisje heeft zijn kruisje, je moet anderen niet lastig vallen met jouw pijn, je kan het zelf wel...) Tot ik dus het boek las en meer te weten kwam over levend verlies: over hoe je ook rouwt om stukjes van je gezondheid, identiteit, mogelijkheden, dromen,... die je kwijtraakt door een chronische ziekte, een ongeval,... Het werd (be)grijpbaar, vatbaar.Ik weet nu ook dat ik me niet schuldig moet voelen.Dat andere mensen die mijn parcours zouden afleggen soms ook eens in een hoekje willen kruipen om te huilen of stilletjes de wereld vervloeken.Maar ik heb nog een hele weg te gaan.De oude strategie van oppakken en verder gaan, die werkt niet meer.Ik moet een nieuwe weg vinden om met dit alles te leren leven.En ook met wat er misschien nog komt.Koesteren wat er nog rest van de oude ik, leren leven met wat er is weggevallen en dan bouwen aan een nieuwe identiteit waar ziek zijn slechts een onderdeel van is.Maar ik weet dat zoiets tijd vraagt en taal.Dus schrijf ik erover, lees en probeer erover te praten wanneer het lukt.Het is een blijvende zoektocht naar 'een' goede weg om hiermee om te gaan. Want de goede weg om hiermee om te gaan of met eender welke (chronische) ziekte, die bestaat niet.Ik verwacht dus nog een aantal valpartijen op mijn pad.Kleurrijke pleisters heb ik alvast aangeschaft.        

Alice Bremt
9 1

Zonderling

Hij keek naar me vanuit de klokkentoren. Nu zag ik hem. De contouren van zijn gezicht lijnden zijn neusbrug af tegen de westenzon en de slagschaduw verlengde zijn wimpers. De hoeken van zijn kaken spleten de kille wind. Hij leek nog zwaarder in de toren verankerd dan de klok die achter hem hing. En hij keek naar mij. Was het aan mij om de verrekijker neer te leggen? Was het aan mij om actie te ondernemen? Of zouden we naar elkaar blijven staren door deze vettige glazen die het licht zo buigen, op een manier dat je vlakbij bent? Zou jij nog iets ondernemen? Ik dacht van niet. Je stond doodstil, net een standbeeld, bevroren in de klokkentoren. Maar jij voelde dat niet. Jij leek al dood. Wanneer je zo één bent met de kilheid, voel je die op den duur niet meer. Ik daarentegen, lag hier doorweekt in het natte gras, mijn armen zwaar van de verrekijker te tillen. Ik wist niet eens of ik mocht bewegen. Of je blik dat wel toeliet. Gisterenavond telde ik precies twaalf bosjes sneeuwklokjes in de voortuin. Vanmorgen maar negen. Dat was iets waarvan je dacht dat ik het nooit zou opmerken. Ik weet niet waarom net die sneeuwklokjes de doorslag gaven om je te volgen. Zo bijzonder ben ik niet aan ze gehecht. Misschien was het omdat ik een vrije dag had, zonder plannen. Ik bleef zitten met een benauwdheid die gedurende de dag aanzwelde. Een tinnitus die de ochtend verstoorde, een ambetantigheid tijdens het middageten, een verstorend gebrom in de namiddag. En ’S avonds? Tja, ’s avonds een luide slag toen ik je zag staan.

Tiktaalik
4 0

Voor iedere kwaal een remedie

Mensen kunnen de meest vreemde dingen mankeren. Kwalen waar je nog nooit van gehoord hebt maar die mensen ernstig beperken in hun bewegingsvrijheid of levensgeluk. Soms hoor ik verhalen die te bizar zijn voor woorden. Of eigenlijk, die te triest zijn voor woorden. Je hart breekt vooral bij het zien van kinderen die op speciale afdelingen van een ziekenhuis liggen. Beplakt met allerlei vreemde stickers en lekgeprikt om een heel leger van slangetjes te bevestigen. Het is niet eerlijk. Toch hoorde ik laatst over een aandoening die mij helemaal niet bekend was. De genezingstherapie voor deze kwaal, de zgn. conversietherapie, wordt strafbaar. Het artikel waarin dit werd genoemd, schreef “Nederland kent volgens onderzoek nu vijftien organisaties of personen die activiteiten organiseren (onder meer vakantiekampen, seminars en workshops) waarbij een niet-heteroseksuele gerichtheid wordt geproblematiseerd en waarbij wordt geprobeerd om deze te ‘verhelpen’. Het zou vooral gaan om clubs en mensen die verbonden zijn aan strengchristelijke stromingen.” Ik was met stomheid geslagen. We leven toch in 2021? Moeten in deze tijd mensen zich nu nog verdedigen omdat ze niet in het hokje van de kortzichtigen passen. Ik dacht dat we dat punt nu toch wel voorbij waren. Hetero, homo, bi, wat maakt het uit. Zolang je maar iemand hebt waarbij je je veilig voelt, waarbij je jezelf kunt zijn, waar je liefde vindt. En als je graag alleen blijft, omdat je liever snijbloemen hebt dan een vaste plant, dan is dat ook helemaal prima. Toch lijkt het me dat we de laatste jaren veel minder verdraagzaam zijn geworden. Minder ruimdenkend ook. Dingen waar je vroeger niet bij stil stond, zijn nu bijna strafbaar. Je durft andermans kind niet eens meer een aai over de bol te geven. Stel dat je aangeklaagd wordt. Terwijl je er helemaal niks mee bedoelt. Wel denk ik vaak, de mensen die je van dat soort dingen beschuldigen, moeten toch zelf wel een hele zieke geest hebben. Programma’s op televisie vallen bij het woord ‘borst’ al onder een strenge kijkwijzer. Waardoor het natuurlijk veel spannender wordt voor kinderen om stiekem te kijken. Tenslotte zijn dingen die niet mogen veel leuker. De vertrutting van onze maatschappij is toch wel iets dat me zorgen baart. Weet je, ik hoef niet topless op het strand, ik wil best rekening houden met het feit dat we niet meer zo vrijdenkend zijn. Maar ik vind het wel erg dat wij nog steeds roepen tolerant te zijn, maar het eigenlijk helemaal niet meer zijn.

Machteld
5 0

Zweverig

Het kleven van labels op mijn ervaringen is iets dat mij werd aangeleerd. Als kind maakte ik geen onderscheid tussen echt en fantasie. Tussen tastbaar en voelbaar. Gaandeweg werd er een lijn getrokken; tot hier en niet verder. Want wat verder ligt, dat is quatsch. Alles dat achter de lijn ligt, daar lachen we eens mee. Om vervolgens terug over te gaan tot de orde van de dag, waarbij we aangemoedigd worden om te denken binnen de grenzen van een rationeel bestaan. Maar er is meer. Ik kan meer. Ik wil meer. Ik kan mijn ogen ervoor sluiten en de magie die ik voel plat rationaliseren. Uiteraard dient alles in vraag te worden gesteld, dus ook datgene waaraan ik mij optrek. Geen huisje is te heilig, ik ben bereid om al mijn constructies tegen de vlakte te gooien. Als dat helpt om klaar en ver te zien. Groeipijn schrikt mij niet af, ook de kunst van het loslaten bestudeer ik vol overgave. Ik las boeken die mijn ervaringen op losse schroeven zetten. En absorbeerde theorieën die met overtuiging aantoonden dat ik niet meer ben dan wat mijn brein ervan maakt. Ik probeerde levensvisies uit die haaks op mijn authenticiteit stonden, als ware het modieuze zonnebrillen. Om maar te zeggen dat mijn empirisch onderzoek niet over één nacht ijs is gegaan. Hoe dan ook, de uitkomst bleef dezelfde. De conclusie luidt: ik heb een brein, maar ik ben het niet. Ik ben meer.Zonder spiritualiteit, zit er een gat in mijn leven. Een gapende holte die mij naar binnen zuigt. Ik heb het niet over religie of (bij)geloof. Die woorden zijn beladen met connotaties die niet passen op wat ik voel. Maar de term spiritualiteit lijkt de lading wel te dekken. Al is het arme woord ook besmeurd met labels die achter de zogezegde lijn thuishoren. In mijn huisje vind je klankschalen, edelstenen, beeldjes van Oosterse Goden en smudge sticks. Soms voer ik spontaan rituelen uit met deze objecten, aan de hand van een intentie en gevoel. Spelen met energie noem ik dat. Ik heb daarvoor in principe geen voorwerpen nodig. Maar ze helpen wel, als symbolische dragers van mijn intentie. Ook woorden hebben die functie. De woorden die ik tijdens een ritueel uitspreek of neerschrijf, verscherpen de focus op hetgeen ik met mijn handelingen wil bewerkstelligen. Zweverig is het woord waarmee men doorgaans bovenstaande praktijken samenvat. Ik hoor het wel vaker. Een deel van mij voelt enige schroom om ermee naar buiten te komen. Maar dat is wat ik doe en altijd gedaan heb: mezelf blootgeven. Mij openbaar kwetsbaar opstellen. Waarom? Omdat ik daar schoonheid in zie. Als ware het mijn roeping. Misschien is spiritualiteit niet meer dan een copingmechanisme. Een manier om de zinloze grilligheid van het leven te verteren. Dat kan. Zoals ik al zei heb ik die piste uitgebreid bewandeld. Maar ik laat de weerstand en argwaan nu eindelijk los en erken wat ik voel.  Het verstrijken der jaren doet de opgelegde grenzen vervagen. De grens tussen realiteit en imaginatie. Tussen werk en spel. Tussen binnen en buiten. Tussen de wereld en mezelf. Tussen leven en dood. Groeien betekent voor mij alles geleidelijk in elkaar laten vloeien.https://www.karoliendeman.com/blog/2021/2/16/zweverig

KarolienDeman
9 2

Ode aan Varanasi

Er zijn weinig steden die zo een indruk op me achterlieten als Varanasi. Nochtans is Varanasi redelijk toeristisch. Meestal ben ik meer onder de indruk van plaatsen waar geen toeristen te bespeuren zijn. En toch. Ik was al een aantal maanden in India. Niet voor een vakantie, wel voor een stage van 6 maanden in Chennai. Even andere oorden opzoeken deed ons deugd. Niemand van ons had kunnen voorspellen hoeveel we van Varanasi zouden houden. De drukte van de toeterende tuctuc-chauffeurs en brommers die zich zigzag een weg baanden door het verkeer, deerde ons niet. Vrezen voor je leven als je de weg overstak, deed je toch al een beetje elke dag in India. Er loopt me nog steeds het water in de mond als ik denk aan de zoete Lassi die we er dronken. Bijeengepropt in een klein kamertje genoten we van de beroemde Lassi van The Blue Lassi Shop. Enkel daarvoor zou je al terug naar Varanasi gaan. De muren waren bedekt met duizenden pasfoto's. Van mensen die er voor ons waren geweest. Honderden nationaliteiten bij elkaar gebracht op een paar muren.  's Ochtends stonden we heel vroeg op om te kijken hoe de Ganges tot leven komt. Hoewel het er meestal krioelt van de mensen, zijn er zo vroeg op de dag amper mensen te bespeuren. De normaal overbevolkte kleine steegjes vol met toeristen en verkoopskraampjes zijn nu leeg en verlaten en we lopen er zelfs ietswat sceptisch rond. De zonsondergang aan de Ganges bleef me het meeste bij. Terwijl we genoten van de zon die achter de Ganges tevoorschijn kwam, kwam er stilletjes aan steeds meer leven. Verkopers installeerden zich. Mensen begonnen zich te wassen in de meest vervuilde rivier van de wereld. Om zich te reinigen van hun zonden. Sommigen maakten van hun hand een kommetje en dronken het vervuilde goedje. Wij stonden er een beetje naar te kijken.  Er is geen groter contrast met België dan India, bedacht ik me. En opeens voelde ik me intens gelukkig. Varanasi, een stad vol dromen. Waar je een koe in de winkel ziet liggen. Alsof het de normaalste zaak van de wereld is. Waar 's avonds rituelen worden gehouden om sorry te zeggen tegen de Ganges. "Sorry, dat we je vervuild hebben." Waar een kind je ongevraagd komt zegenen met rode verf en daarna vraagt om een duit in het zakje te doen. Al zat je helemaal niet te wachten op een zegening. Waar je op klaarlichte dag een stoet vol mensen ziet die een lijk zichtbaar door de straten dragen. Waar we varen op de Ganges en een kaars het water laten indrijven.  Close your eyes and make a wish.  Hoe je beseft dat elk land zijn eigen religies, overtuigingen en rituelen heeft. Hoe het zonde is dat mensen vaak meer kijken naar de verschillen dan naar de gelijkenissen. Hoe ik zou willen dat iedereen beseft hoe goed het is dat we anders zijn. Hoe we diversiteit moeten omarmen. Dat er nog zoveel is om te ontdekken.     

Anna De Kinder
1 0

ODE AAN HET LICHAAM

Een ode aan het lichaam. Aan de lijn die een streep werd, de huid die niet meer glad is, maar bedekt met striemen, het bekken dat nog altijd niet stabiel is. En vooral ook een ode aan de borsten.   BoobytimeDe borsten die voor de borstvoeding nog pront vooruit staken en nu enkele verdiepingen naar beneden zijn verhuisd. Zo kunnen ze nu kennis maken met mijn ellebogen en in bepaalde posities ook eens op de koffie gaan bij mijn navel. “Hallo sexy mama!” kan je denken. Mijn borsten zijn er alvast blij mee. Nu hebben ze eindelijk eens wat meer gesprekspartners. Ikzelf ben nog in dubio. Moet ik dit nieuwe lichaam accepteren zoals het is of ga ik er aan werken? Nu in het geval van mijn borsten moeten we spreken over aan laten werken, want ik weet niet of er sporten bestaan met een katrolfunctie.  Van lijnen naar strepenDie streep kan misschien wel weer een lijn worden. Zo toont Instagram me althans. #postpartumbody staat zo overwegend vol met moeders die hun figuur meer dan terug hebben. Het lijkt er bijna op alsof ze allemaal een kind adopteerden. Zo perfect ziet hun lichaam er alweer uit. Ik hoef er dan ook geen tekening bij te maken dat ik niet tot die soort behoor. ‘Perfect is not my kind of style’. Of zo wijst de realiteit opnieuw uit. Terwijl ik al huilend aan het emo-eten ben in de zetel en ondertussen door Instagram scroll besef ik dat deze houding niet instagramwaardig is. Ik moet mezelf zien te herpakken. Aanvaarding?Alleen: hoe doe ik dat? Hoe raakt iemand met een depressie uit de zetel? Ik ben zo moe dat het lijkt alsof er een tractor over me gereden is. Ook die sport met katrolfunctie ben ik niet tegengekomen, anders kon die me ineens uit de zetel hijsen. De zwaartekracht is een lastige tegenstander. Misschien moet ik iets anders proberen? Misschien moet ik proberen mijn situatie te aanvaarden.  GrootsMijn lichaam is veranderd. Dat zeker. Mijn lichaam heeft iets meegemaakt. Nog beter, mijn lichaam heeft iets groot gemaakt. Om precies te zijn een baby van vijftig cm. Waar voorheen enkel ingewanden zaten werd er plots ook nog een baby aan toegevoegd. Een grote surplus eigenlijk in het geheel van mijn lichaam. En mijn lichaam heeft niet enkel iets groot gemaakt. Mijn lichaam wist die baby ook nog eens de uitgang te wijzen. Jammer genoeg voor mij heeft die baby mijn oriëntatiegevoel geërfd waardoor het een zoektocht van twee dagen werd. Gelukkig vond hij uiteindelijk het licht aan het einde van de tunnel. En zodra die baby de uitgang vond waren er mijn borsten om dat hongerige mondje te voeden. Erg lang zijn ze niet in gebruik geweest, borstontstekingen zijn namelijk echt geen pretje. Toch hebben ze even kunnen doen waarvoor ze ontworpen zijn. En daarom, omdat ze kort en krachtig hun taak uitvoerden gingen ze dan maar op vakantie richting zuiden. Ik kan ze niet echt ongelijk geven. Ik trek ook graag richting zuiden. Dit alles doet me denken dat we als moeder misschien niet zo streng moeten zijn voor ons lichaam. Het heeft namelijk iets meegemaakt en mag daarom ook de tijd nemen om te herstellen. We hoeven niet allemaal na zes weken op een of andere catwalk paraderen. In de zetel hangen is ook dik ok. Of toch tot de zetel me niet meer hebben wil.

Nathalie B
3 1

START

Een blog beginnen. Klinkt simpel. En dat is het ergens ook. Anderzijds is het ook een beetje jezelf blootgeven. Iets minder simpel. KennismakenOm te beginnen zal ik mezelf even voorstellen. Wie ben ik? Goede vraag. Daar knelt ook meteen het schoentje. Ik ben namelijk mezelf een beetje kwijtgeraakt en voorlopig heb ik nog geen idee waar ik uithang. Nu de feiten zijn wat ze zijn. Ik ben een vrouw en recent werd ik ook moeder. Naast moeder worden, werd ik depressief. Kan gebeuren zo blijkt. Een soort twee voor de prijs van een, tot niemands vreugde. Zorgen vs. Zetelhangen Dat eerste, dat moeder zijn, maakt mij een zorgend persoon. Altijd druk in de weer met pampers en flessen. Terwijl het tweede me een professioneel zetelhangster maakt, steeds in pyama met een slechte lichaamshygiëne. Beiden gaan niet bepaald hand in hand. Zo wijst de praktijk toch uit. Je kan niet professioneel zetelhangen en ondertussen pampers verversen. Zo ligt de zetel binnen de kortste keren vol met vieze pampers en is er geen ruimte meer om professioneel zetel te hangen. Je merkt al snel, naast moeder en depressief zijn heb ik ook echt hulp nodig. Die krijg ik gelukkig ook.  EenzaamVan de hulp die ik krijg, krijg ik dan te horen dat ik niet alleen ben. Een postpartum depressie, zo zijn er nog zo blijkt. Alleen vraag ik me dan af, waar zijn die andere moeders? Als ik op sociale media scroll kom ik alleen perfecte plaatjes tegen van gelukkige moeders met hun schattige baby’s. Zo ben ik niet. Pyama nog steeds aan, baby in de arm en bezig aan de derde huilbui van de dag. Ik dan, mijn baby is eerder van het blije soort.  Deze keer omdat mijn baby een vieze pamper had en ik het pas te laat doorhad waardoor zijn billetjes nu vuurrood zien. Zo erg is dat toch niet denk je misschien? Wel, in depressieland is dat het einde van de wereld. Naast een goede lichaamshygiëne gooi je tevens ook alle relativeringszin overboord. Imperfecte plaatjesNiet bepaald het perfecte plaatje om op instagram te delen. Of misschien net wel. Misschien mag er wat meer tegenwicht geboden worden aan al die perfecte plaatjes. Misschien hebben al die perfecte plaatjes wel een keerzijde. De mijne in ieder geval wel en ik voel de nood om dit te delen. Het is namelijk goed om te zeggen dat het niet altijd geweldig is. Het maakt er ons alleen echter door. Dus daarom, voor al mijn mededepressie moeders, maar ook voor de moeders die het moederschap niet altijd geweldig vinden: ExitGrijzeWolk. Mijn verhaal. Sit back, relax and I hope you enjoy. 

Nathalie B
2 2

Wat een ellende

Bah, bah, bah wat een kou toch weer. Alles bedekt met zo’n koude laag sneeuw. De hele tuin lag er vol mee. Op sommige plekken had de wind hele bergen gemaakt. Hij kon niet eens door de tuin lopen zonder kliedernat te worden. Waar moest hij nu dan zijn pootje optillen? Zelfs onder de overkapping lag sneeuw, de hele tuintafel was wit. Hij had wel even tegen de poot van de tuintafel gestaan maar hij was direct verraden. Het vrouwtje had hem uitgelachen. “Don’t eat the yellow snow”, had ze tegen het baasje gezegd. Die moest ook lachen. Geen idee waarom. Nee, hij was maar snel weer op zijn vachtje gekropen. Het was niet te hopen dat het vrouwtje naar buiten zou willen. Dan moest hij natuurlijk weer mee. Pfff. Even later hoorde hij het vrouwtje naar beneden komen om broodjes te eten. Ach, nee, hè, ze had zijn jasje bij zich. Dat werd een wandeling door de kou, let maar op. En ja hoor, na het eten riep ze hem. “Kom Stef, we gaan een rondje.” Hij liet zich van de bank zakken, het vrouwtje zou haar zin toch wel doordrijven. Ze hield hem stevig vast en trok zijn jas over zijn hoofd. Wel lekker warm, daar kon hij niks van zeggen. Het werd vastgeklikt en de riem ging aan. Het baasje zat hem een beetje meewarig aan te kijken. Die vond dat jasje ook maar stom maar ja, het vrouwtje wilde naar buiten. Het was nog uitkijken ook, sommige stukken waren erg glad. Het vrouwtje had haar laarzen aangedaan dus ze liep wel met hem door het gras. Dat was wel fijn, pekel tussen je tenen is echt niet fijn. Mensen hebben daar geen erg in, maar het prikt en het is vies. Gelukkig wonen ze op een plek waar eigenlijk bijna nooit wordt gestrooid dus hij had er niet veel last van. Hoefde hij ook niet zijn tenen schoon te maken als ze straks weer thuis waren. Toch, op zich, hij begon er wel plezier in te krijgen. De wereld zag er wel heel anders uit vandaag. Het bekende pad waar ze tussen de middag altijd liepen, was toch wel een uitdaging geworden. Hij zag het wel, het vrouwtje hield hem goed in de gaten toen hij over de schuine kant naar de sloot liep. Ze hoefde zich geen zorgen te maken, hij zou er echt niet in vallen. Dat was hem één keer overkomen, dat gebeurde niet meer. Stel je voor, dan moest hij weer in bad. Echt niet. Er waren nu helemaal geen vissers in de haven. Grappig, normaal zaten ze er in de winter de hele dag. Nu niet, zeker veel te koud. Mensen konden toch wel watjes zijn, de haven was nog helemaal niet dicht gevroren. Thuis maakte het vrouwtje zijn voeten schoon. Dat was wel lief, hoefde hij het zelf niet te doen. Nadat hij zijn snoepjes had gekregen, kroop hij toch maar weer warm op zijn vacht. Was het maar vast zomer. 

Machteld
0 0

Grensoverschrijders

Ik heb al vaker over dit onderwerp willen schrijven, maar veronderstel dat ik eerst nog een paar keer met mijn gezicht tegen een muur moest aanlopen alvorens het belang van grensafbakening goed en wel tot mij doordrong. Het is een werkpunt dat zich in verschillende gedaantes blijft aandienen. Mijn grenzen bakenen mijn authentieke vorm af. Hoe aantrekkelijk het idee van grenzeloosheid ook mag lijken, zonder grenzen zou ik mezelf verliezen. Het unieke perspectief van waaruit ieder wezen het leven ervaart, wordt samen gehouden door een begin en eind. Zonder de wetten en beperkingen van onze realiteit, zouden we onszelf niet zo scherp kunnen ervaren. Focus vraagt om een onzichtbare lijn die het ene van het andere onderscheidt. Weerstand tegenover de grenzen is echter niet abnormaal. Het is verleidelijk om iets te willen zijn dat buiten de persoonlijke afbakening ligt. Om mezelf te vergelijken met alles dat ik niet ben en daarbij het gevoel te hebben dat ik tekort schiet. Alsof ik niet genoeg zou zijn. En dat creëert spanning. Anderzijds kan ik mezelf wel ontplooien en zodus mijn grenzen verleggen. Wij zijn immers fluïde wezens die zich kunnen aanpassen en transformeren. Ik wil het evenwicht tussen het respecteren en het verleggen van mijn grenzen niet uit het oog verliezen. Nu mijn definiëring van wat ik met grenzen bedoel min of meer is afgebakend, wil ik even inzoomen op wat ik onder de noemer grensoverschrijder versta. Een grensoverschrijder is iemand die op mijn pad komt en gevoelens opwekt, al dan niet op zeer subtiele wijze, waaruit ik kan afleiden dat er aan mijn grenzen gemorreld wordt. Het is eigenlijk heel simpel: voelt er iets niet juist, dan mag ik er prat op gaan dat er ergens een grens wordt overschreden. Ik heb alleen nogal de neiging om mijn gevoelens weg te rationaliseren. Ook geef ik anderen vaak het voordeel van de twijfel. Als empaat kan ik mij zeer goed inleven in de noden en kwetsbaarheid van een ander, maar helaas verlies ik mezelf daarbij wel eens uit het oog. Het is een evenwichtsoefening om mij met mededogen in te leven in het perspectief van een ander en tegelijkertijd toch resoluut te handelen naar mijn gevoel en eigenbelang. Als ik tot de constatatie kom dat ik mezelf niet respecteer door bepaalde zaken toe te laten die niet juist voelen, dan borrelt er wel eens kwaadheid op. Soms gebeurt dit op het moment van de feiten, maar vaak ook een hele tijd daarna, nadat ik alles diep overdacht en geanalyseerd heb. Het tijdig herkennen van grensoverschrijdend gedrag vind ik moeilijk. Want het gaat dikwijls over op het eerste zicht futiele en onschuldig lijkende dingen. Zware overtredingen, in de zin van ongepaste aanrakingen of seksuele intimidatie, zijn minder voorkomend in mijn leven. Die zou ik dan ook meteen herkennen en kordaat afblokken. De grensoverschrijders waar ik mee te maken heb, gaan subtieler te werk. Soms komt er vakkundige manipulatie aan te pas en wordt hun verhaal zodanig gebracht dat ik aan mezelf ga twijfelen. Maar vroeg of laat zal mijn gevoel toch spreken en mij aanzetten om vanuit eigenliefde te handelen. De kwaadheid waar ik het over heb, richt zich zowel op de grensovertreder als op mezelf. Erg lang duurt dat gelukkig niet. Met vergiffenis naar de overtreder toe ben ik niet bezig, ik koester dan ook geen wrok of haat jegens iemand. Maar aan de vergiffenis naar mezelf toe schenk ik wel extra aandacht. Het is al gebeurd dat ik mezelf huilend in de spiegel aankeek, mijn gehavende grenzen metaforisch in mijn handen houdend, terwijl ik vanuit mijn hart de meest oprechte sorry probeerde te formuleren. Ik heb me al talloze keren voorgenomen dat het de laatste keer was dat ik iemand mijn grenzen liet overtreden. Er blijven natuurlijk telkens nieuwe uitdagingen op mijn pad komen die mij doen inzien dat ik best nog wat training kan gebruiken. Elke situatie vertelt iets over wie ik ben. Door het contact met anderen leer ik mezelf kennen. Misschien is het mijn naïviteit die spreekt, maar ik ben ervan overtuigd dat de meeste grensovertreders zich van geen kwaad bewust zijn. Ik zie hoe ze roeien met de riemen die ze hebben en net als iedereen gewoon geliefd willen worden. Soms is het manipulerend gedrag een gevolg van beschermingsmechanismen die stammen uit de kindertijd. In essentie willen ze niets liever dan connecteren met anderen, maar handelen ze vanuit kromme overtuigingen ontzettend onbeholpen en destructief. Maar ik moet er bewust rekening mee houden dat ik soms ook gewoon te maken heb met mannen die hun lul achterna lopen. Praktiserend feminisme is niet aan mij besteed, maar mannen blijven mannen. Zoveel is wel gebleken. Het verbaast me altijd hoe blind grensovertreders, zowel mannen als vrouwen (al zijn het in mijn leven meestal mannen), lijken te zijn voor de signalen die worden uitgezonden door de tegenpartij. Als iemand die het empathisch vermogen als een essentieel onderdeel beschouwt in communicatie, sta ik soms met open mond te kijken naar mensen die als een bulldozer over anderen heen walsen. Ze lijken niets te merken van de ongemakkelijke positie waarin ze anderen manoeuvreren. Gezien ik radicaal anders geprogrammeerd ben, is een confrontatie met zulke individuen een ware uitdaging. Ik schreef er al eerder over: ik walg soms van mijn goedheid. Van het lieve begripvolle meisje dat ten prooi valt aan listige grensovertreders. Het is ongetwijfeld zo dat ik mijn woorden van afwijzing veel te vriendelijk verpak. Het zou helpen indien ik een beetje grover, maar wel glashelder, zou zeggen waarop het staat. Geen speling laten en meteen van bij het eerste kleine vermoeden het contact in de kiem smoren. Maar dat is allemaal gemakkelijk gezegd. Kijkend vanuit het perspectief van een overtreder zie ik mijn grenzen vertroebeld. Ik vraag me dan af of ik niet aan het overdrijven ben. Reflexmatig stel ik mezelf steeds keihard in vraag. Op zich beschouw ik zelfreflectie als een kracht, als iets noodzakelijk om te groeien en om constructieve relaties aan te gaan. Het is een onderhoudende ontmanteling van het zelfbeeld en de overtuigingen, elk deel afzonderlijk onderzoekend op gaten en rafels. Als ik mezelf nadien weer in elkaar zet, wil ik natuurlijk dat het geheel nog overeenstemt met mijn authenticiteit en getuigt van eigenliefde en zelfrespect. Ook zelfreflectie functioneert enkel binnen bepaalde grenzen. https://www.karoliendeman.com/blog/2021/2/8/grensoverschrijders

KarolienDeman
10 1

Soms heb je wat uit te leggen

Hij vindt het prachtig als het baasje op de grond komt zitten om met hem te stoeien. Dan doen ze net of ze elkaar achterna zitten. Het baasje houdt hem dan vast en hij probeert los te komen. Of het baasje probeert hem te vangen terwijl hij heel hard heen en weer loopt. Het vrouwtje moet er altijd om lachen. Ze waarschuwt soms wel als ze samen iets te fanatiek aan de gang zijn. Maar dan lacht het baasje en zegt dat dat toch juist leuk is. Hij zelf vindt het prima. Maar inderdaad, soms gaat het wel eens een beetje te hard. Laatst had het baasje hem in de houdgreep, hij wrong en draaide en kwam omhoog. Daarbij kwam hij met zijn hoofd tegen het oog van het baasje. Die had het eigenlijk niet zo gemerkt maar toen hij later met het vrouwtje koffie ging drinken vroeg zij geschrokken wat hij had gedaan. “Ik? Niks”, zei het baasje een beetje verbaasd. Hij kon natuurlijk zelf niet zien dat zijn oog helemaal blauw was geworden. Oeps. Het vrouwtje moest er toch heel hard om lachen. “Jij hebt wat uit te leggen, als je straks naar de huisarts en de tandarts moet.” Het baasje keek wel beteuterd. “Ik heb er echt helemaal niks van gemerkt.” Het oog van het baasje werd bijna paars, ze hadden toch hard gebotst. “Die hond heeft ook zo’n harde kop”, zei het vrouwtje, “hij heeft er zelf niks van gemerkt.” Nee, inderdaad, hij had echt niks gemerkt. Gelukkig was het baasje niet zo flauw en bleef hij toch gewoon met hem spelen. Een van zijn favoriete spelletjes blijft toch altijd gooien met de bal. Een tennisbal natuurlijk. Daar beet hij dan een gat in zodat het baasje de bal beter kon vasthouden. En dan speelden ze samen wie het eerste de bal losliet. Wel jammer dat de tegelvloer in huis zo glad is, als hij meer grip had, zou hij echt wel vaker winnen. Nu ook, het baasje dreigde toch echt te gaan winnen, hij pakte nog wat beter naar de bal. En toen trok het baasje zijn hand wel weg, hij had nl. ook in de vinger van het baasje gebeten. Hij schrok er heel erg van, het was echt niet expres. Het baasje bleef er erg nuchter onder. Hij pakte een stuk keukenrol om het bloeden te stoppen. Even later kwam het vrouwtje beneden. Oei, nu zou er wel wat zwaaien. Het vrouwtje had immers al gewaarschuwd. Ze keek van het baasje naar hem en weer terug. Eigenlijk keken ze allebei heel schuldbewust terug. “Sjongejonge”, zei ze, “ik hou geen maatje meer over op deze manier.” “Het is niet Stef zijn schuld”, zei het baasje, “we waren gewoon aan het spelen.” Het vrouwtje moest lachen. Pff gelukkig, ze was niet boos op hem. “Ik kan jullie ook geen moment alleen laten.” Nadat ze een pleister had gepakt ging ze koffie inschenken. Hij kreeg een snoepje. Hij keek even naar zijn bal. Hmm, toch maar even wachten. Het was nu wel even voldoende om aan de huisarts uit te moeten leggen.

Machteld
3 0

Het eerste teken van vrolijkheid

 Jonah komt enthousiast uit de tuin gelopen.Hij heeft iets in zijn hand."Kijk, mama, ze zijn er terug!" roept hij triomfantelijk.Jonah overhandigt me een sneeuwklokje en sleurt me mee naar het gazon.Daar, verspreid onder de blauwe regen, heeft hij ze ontdekt.Hele bosjes sneeuwklokjes vrolijken onze doorweekte lap gras op.De eerste witte bloemen die je laten weten dat de lente al een stapje dichterbij komt.En ze zorgen voor opnieuw een streepje vrolijkheid in de tuin die er nu toch wel verzopen bij ligt. Ik had, in alle eerlijkheid, de bloemen nog niet opgemerkt.Waarschijnlijk omdat ik me zelf ook wat verzopen voel na de consultatie op vrijdag.Ze was eigenlijk niet zo heel anders dan anders, die laatste afspraak bij de neuroloog.Maar het totaalplaatje werd geschetst en alle laatste beetjes hoop op genezing werden verkruimeld.Ergens leefde er in mij nog hoop, tegen beter weten in, dat alles nog kon genezen: het gehoorverlies, de oogproblemen, de auto-immuunziekte.De neuroloog gebruikte niet altijd de mooiste woorden tijdens het gesprek: 'het is positief dat de medicatie voor geen verdere al te handicaperende zaken zorgt'. Een van de zinnen waar ik, na het gesprek, geen blijf mee wist. Hoe klasseer je die ergens in de grote kast met verdriet, teleurstellingen, angsten,... die sinds het ziek zijn is ontstaan. Dinsdag formuleert de begeleidende oogarts het net iets aanvaardbaarder, zalvender.Hij legt me uit hoe de medicatie een mes is dat langs twee kanten snijdt. Wanneer ik de medicatie neem dan ben ik heel veel ziek, om de twee weken is er wel een nieuwe infectie. Waardoor o.a. werken, het huishouden,... nog moeilijker is. Maar mijn oog blijft gespaard en waarschijnlijk was mijn gehoorverlies erger geweest zonder de behandeling. En dan hebben we nog geen zicht op wat er nog kan bijkomen. Als ik de medicatie niet zou nemen dan zou ik veel minder ziek zijn. Maar dan zou mijn oogzenuw ontsteken, er zou schade komen aan de zenuw en die schade zou niet te verhelpen zijn zoals mijn gehoorprobleem. Waar ik nu een beetje afhankelijk ben van anderen, zou ik het uiteindelijk helemaal worden. Andere zenuwbanen kunnen beginnen ontsteken met gevolgen voor andere functies. Alles begint langzaam te bezinken. Ook het besef dat ik eigenlijk altijd een beetje langs de verliezende kant sta in beide scenario's. Ook al beginnen de eerste tekenen van dankbaarheid soms terug zichtbaar te worden.Dankbaar voor de goede begeleiding van de dokters, (ondanks alles) de medicatie die erger voorkomt, het feit dat ik mijn gezin kan 'zien' opgroeien en hen horen praten-zingen-lachen met de apparaten terug.Nu moet ik nog een leven bouwen rondom alles, met de medicatie en de moeilijkheden.Dat zal tijd vragen maar ik zie terug lichtpuntjes.De sneeuwklokjes zijn er, er is terug schoonheid en kleur

Alice Bremt
7 1

Wachten op elkaar zoals staartmeesjes

Ik wandel nog bijna iedere weekdag hetzelfde rondje.Het prismaglas is voorlopig nog geen groot succes dus het dubbel zien en de duizeligheid zijn nog steeds een struikelblok. In het begin zag ik dat als een beperking maar nu tracht ik het positief te bekijken.Iedere dag kijk ik rond en ik merk dat ik telkens wel iets nieuws zie.De lucht die verschillende blauwtinten tentoon stelt, een fazantenkoppel tussen de dennenbomen, een hartjespapier op de weg,... mijn kleine wandeling tussen de velden heeft telkens heel wat in petto.Begin deze week ontmoette ik in het veld een familie staartmezen.Kleine zwart, witte vogeltjes zijn het met een lang zwart staartje en een streepje beige tussen hun veren.Het is windstil dus ik ben dankbaar dat ik hen vandaag ook kan horen.Hun getsjirp is best luid voor zo'n kleine verenbolletjes.Wanneer ik dichter kom vliegen ze weg, samen, als familie.Staartmeesjes laten geen enkel vogeltje uit de familie achter, ze wachten geduldig tot ze allemaal samen verder kunnen vliegen. Gisterenavond aan de eettafel had Jonah het over familie.Hij worstelt de laatste tijd wat met zichzelf en heeft vaak verdriet.De tranen komen plots, zomaar en wanneer je doorvraagt komen we altijd uit bij gemis of de angst om iemand te verliezen.Die avond vertelt hij ons hoe hij graag een tijdmachine zou bouwen.Jonah wil graag een paar jaar terug in de tijd reizen met ons gezin.Dan kunnen we terug samen zijn met iedereen, de hele familie.Ook met de twee bomma's en de hondjes Arthur en Luka die er niet meer zijn.Hij mist ze allemaal zo.Een gemis aan verbinding en samenzijn dat ook wij als ouders steeds meer en meer herkennen.Ook al trachten we het te compenseren met zwaaien aan het raam, alles blijft anders.De plekken waar je vroeger veilig in de woonkamer bij familie zat, zijn nu plotseling risicoplaatsen geworden voor besmetting.Hoe geef je dat een plaats als je 5 of 7  of 32 of ... jaar bent. Het verlangen dat er heerst dat mensen, gezinnen, families, nauwe vrienden creatief moeten omgaan met de situatie om verbonden te blijven, wringt soms met de emotionele noden van een kind.Hoe hard we ook ons best doen als gezin, we kunnen niet om het feit heen dat het een worsteling blijft met gemis, verdriet, angst,... ook al maken we ruimte voor het positieve, liefde en momentjes van verbondenheid. We hebben geknuffeld die avond aan tafel en getroost.Als gezin een klein, veilig eilandje zijn voor onze kleine man, meer kan en hoef je soms niet te doen. De staartmeesjes lijken vandaag een beetje op ons.Ongeduldig wachtend in de modder tot we weer bij elkaar kunnen zijn.Om op een dag in alle vrolijkheid en veiligheid samen opnieuw uit te kunnen vliegen naar mooiere tijden.          

Alice Bremt
12 1

De bakbutton

Jonah en Eli klauteren enthousiast op de keukenstoelen. Ik heb ze reeds tegen het keukenaanrecht geschoven en het hele oppervlak bedekt met bloem. Onze twee jongens nemen hun kleine deegrollen stevig vast. Jonah draait zich naar me om en knuffelt me. Hij zegt me hoe leuk het is dat we eindelijk nog eens samen koekjes kunnen bakken. En dat hij hoopt dat ik vanaf nu terug heel veel goede dagen heb om samen dingen te doen. Ik glimlach, knuffel hem met mijn rechterarm en moffel mijn opgezwollen linkerhand weg.   Het deeg voorbereiden ging niet echt vlot met een linkerhand dat maar half werkt. Eigenlijk deed het pijn maar ik wou het zo graag. Een leuk moment creëren nadat ik terug enkele dagen met koorts door een keelontsteking in bed had gelegen. Onze jongens zien vaak heel wat gebeuren, vangen flarden op uit gesprekken en maken zich zorgen. Iets wat we goed proberen opvangen, kaderen,... maar toch. Verdriet kan je niet goed wegstoppen en dat doen we dan ook niet meer. Soms mag dat verdriet er zijn. Een van mijn grootste zorgen is om hen een zo normaal mogelijk gezinsleven te geven. Wat dat dan ook mag zijn.   Die maandagnamiddag heb ik dus met behulp van een keukenrobot geprobeerd om een koekjesdeeg in elkaar te flansen. Ik kon amper de kom tegenhouden maar het is me gelukt. Mijn linkerhand is twee keer zo dik, rood en de pijn klopt fel in mijn vingers. Toch voelt het als een vreemd soort overwinning.  Alsof ik mezelf net een button met 'Goed bezig moeder' heb opgespeld. Ondertussen zijn Eli en Jonah al druk in de weer met de zandkoekjes. Ze duwen rondjes, bloemetjes en hartjes uit de lap deeg en proppen af en toe een brok in hun mond. Jonah draait zich, bedekt met patisseriebloem,  naar me om en zegt: "Later als ik groter ben dan wil ik een bakker worden die goed kan bakken. En een goede mama en papa net zoals jullie." Daar was ze, mijn button. Ik draag ze al de hele dag met me mee.  

Alice Bremt
1 1

Ergens tussen grijs en blauw

De dokter schudt haar hoofd."Ik ga eerlijk zijn met u mevrouw, ik had dit resultaat niet verwacht." zegt ze vanachter haar plexiglas scherm.Vorige week vrijdag was mijn eerste onderzoek in het UZ Gent van het nieuwe jaar.Mijn oogspieren werden getest en onderzocht.Ik keek al naar de deur omdat de meeste onderzoeken nog niet veel hebben opgeleverd.Waarom zou dit anders zijn. De dokter draait zich om en haalt er een tekening van het oog bij.De linkerbovenspier van mijn linkeroog, daar zit blijkbaar de schuldige.Al sinds september heb ik vaak een duizelig gevoel, alsof ik dubbel zie. Soms gepaard met misselijkheid.Maar de reden was tot nu toe, na talloze onderzoeken, onbekend.Het blijkt dus die ene spier te zijn die heeft besloten om minder te gaan werken.Waardoor mijn linkeroog bij het opzij- of opkijken net dat ietsje trager beweegt dan rechts.Met als resultaat dat ik alles even dubbel zie.Zeer vervelend bij het afdalen van een trap, wandelen of het bepalen welke auto echt is, dat kan ik u verzekeren.En dus doe ik bovenstaande activiteiten al even niet meer (het rijden) of onder begeleiding (het wandelen in een onbekende omgeving) of extreem traag zoals een waardige, oudere dame (trappen afdalen). Nu zit daar die dokter die kan verklaren hoe het komt.En ik heb even zin om een vreugdekreet te laten horen of haar te omhelzen ("Oppassen, Corona!" zou mijn zoon zeggen).Ik hoor jammer genoeg Murphy al op de deur kloppen en hij komt al om het hoekje piepen."En wat kan ik daar aan doen" vraag ik de dokter nog steeds redelijk vrolijk."Niet zo heel veel, vrees ik." blijkt het antwoord te zijn.Spieren kan je toch trainen, dacht ik in al mijn naïviteit. Alleen blijkt dat hier niet het geval. Ik pols naar wat er kan en van waar dit in godsnaam toch weer allemaal komt.Een bevredigend antwoord blijft voorlopig uit.Een operatie kan maar ze moeten overleggen.De dokter verdwijnt even in de magische overlegkamer met andere assistenten en de professor. Na een kwartier komt ze terug. Een prisma zou misschien een oplossing kunnen zijn.De dokter tovert een doosje tevoorschijn en haalt er een glaasje uit.Dat glaasje zal dan door een opticien op mijn glas worden gekleefd om te testen of het werkt.Het zal weer even wennen zijn, geeft de dokter mee maar het zou kunnen helpen.We maken afspraken over de verdere nauwe opvolging en het overleg dat zal volgen indien dit niet werkt.Tijdens mijn wandeling vandaag langs de vertrouwde route laat ik alles bezinken.Het prismaglas is besteld en zou er volgende week zijn.Ik ben hoopvol en wens van harte dat dit glas alles verhelpt.Het was ook een opluchting om toch van één ziekteverschijnsel de oorzaak te weten.Al weten we niet wat het veroorzaakt heeft of wat er volgt.Ik kijk naar de lucht tijdens de wandeling die van grijs zachtjes naar blauw overgaat. Zo voel ik me een beetje vandaag.Ergens tussen hoop en angst.

Alice Bremt
5 0

Oprechte liefde

Liefde is oprecht als intentionele eenheid aan de basis ligt. Wanneer gedachten en handelingen geen onderscheid maken tussen ik en de ander. Als geven en krijgen naadloos in elkaars verlengde liggen. Zielen kunnen met elkaar versmelten en simultaan ook elkaars eigenheid vieren. Eénwording zonder de authenticiteit te verliezen. Liefde is elkaar eren en bevestigen. Alles kan rationeel gewenteld worden, maar de onderliggende gevoelens zullen blijven primeren. Soms gaat het met kleerscheuren, of zelfs vleeswonden, maar gevoel wint het uiteindelijk altijd van ideeën. Onderhuids herkennen we het gezicht van oprechte liefde als was het ons eigen spiegelbeeld. Al heb ik me wel vaker op illusies blindgestaard. In essentie is alles liefde. Ook elke vorm van destructie en alles dat we verwerpen. Maar daar heb ik het misschien later nog over. Met deze tekst hou ik een pleidooi voor de soort connectie die eigenliefde aanwakkert. Liefde die het gevoel van eigenwaarde vergroot. Waarbij je elkaar optilt en stimuleert om gezonde keuzes te maken. Mijn zelfbeeld beïnvloedt mijn levenskwaliteit en partnerkeuze. Als mijn keuzes en handelingen getuigen van zelfrespect, trek ik mensen aan die mij respecteren. Maar ik heb ook ervaren hoe mijn wankele eigenliefde gereflecteerd werd in een relatie waarin ik het gevoel had niet geapprecieerd te worden. Interacties met anderen interpreteer ik als spiegelbeelden. Iedere persoon weerspiegelt een deel van mezelf. Anderen helpen mij om mezelf te ontdekken. De relatie die mijn ouders hebben, is voor mij een perfect voorbeeld van oprechte liefde. Ik weeg hier dan ook elke uitspraak af, controlerend of die opgaat voor hun connectie. De constructie van hun relatie is de blauwdruk waarop ik mij baseer. Hoewel ik ervan overtuigd ben dat de liefdesbron oneindig is en we in principe meerdere personen tegelijk innig kunnen liefhebben, verkies ik toch ook een monogame verbinding. Het model waarbij er in de massa slechts één uitverkorene is. Ik heb die voorkeur uiteraard meermaals in vraag gesteld, maar kom steeds tot dezelfde vaststelling: namelijk dat ik vol overgave voor een exclusieve connectie ga. Maar uiteraard niet ten koste van mezelf. Het moet goed voelen. En elkaar graag zien is vaak niet voldoende. In een relatie wil ik intellectueel uitgedaagd worden en gestimuleerd om het beste in mezelf naar boven te halen. Door zijn ogen wil ik naar mezelf kijken op een liefdevolle manier waartoe ik zelf nog niet in staat was. Ik wil me geborgen, gekoesterd en begeerd voelen. En alle liefde op authentieke wijze schaamteloos laten overlopen. Want er is altijd meer dan genoeg. Oprechte liefde hoopt niet, maar weet zeker dat het vertrouwen gefundeerd is. Er is dan ook absoluut niets dat twijfel zaait. Dat geeft rust. En enorm veel vrijheid. Binnen de muren van het liefdesnest wordt het pantser afgeworpen en de kwetsbaarheid omarmd. We helen elkaars wonden en drogen elkaars tranen. Het kleine meisje in mij voelt zich beschermd en ik ben vervolgens ook vertederd door de jongen die ik doorheen zijn mannelijkheid zie schemeren. En ik wil niets liever dan mijn deken van warmhartigheid rond zijn frêle lijfje wikkelen. En zijn volmaakte oorschelpjes strelen met lieve fluisterwoorden. Zo ongeveer, ziet oprechte liefde er voor mij uit. En ja, het mag best klef en melig zijn. Des te beter wat mij betreft. Maar ieder zijn stijl.

KarolienDeman
6 1

Het lot van goede voornemens

Als ik begin januari boodschappen ging doen, kwam ik overal in het dorp de goede voornemens tegen. Op de fiets, joggend, stevig stappend al dan niet gewapend met splinternieuwe Nordic Walking stokken. Verbeten koppies maar vastbesloten om het dit jaar wel vol te houden. In de supermarkt zag je dat ook terug bij de groente-afdeling. Groente, fruit, noten in combinatie met moderne producten waarvan ik de naam niet eens kan uitspreken, het ging als warme broodjes. Mijn maatje en ik zijn grote groente-liefhebbers maar dan het hele jaar door. Nu zie je mensen vertwijfeld met een pompoen in hun handen. Ze zeggen dat je daar een heerlijke en gezonde curry van kunt maken, maar hoe in vredesnaam. Nu, een paar weken later, slijt het wel. Alleen de diehards zijn overgebleven. Zij rennen met een fanatieke blik in de ogen door de polder. De rest van de goede voornemens gebruikt de joggingbroek weer op de manier waarop hij geen recht doet aan zijn naam. Al hangend op de bank. Gelukkig. Niet dat ik me schuldig voel hoor, dat heb ik jaren geleden al afgeleerd. Sporten zit nu eenmaal niet in mijn genen. En het klinkt erg onaardig, maar teamsporten zijn helemaal niet aan mij besteed. Ik stond altijd verkeerd, liet ballen vallen, miste een schot voor open doel, nee, mijn oog-hand coördinatie heeft altijd veel te wensen overgelaten. Bij softbal sloeg ik over de bal, bij hockey steevast naast het doel. Het was een drama. Turnen heb ik altijd nog het leukste gevonden. Niet dat ik erg goed was, daar ben ik dan weer te onhandig voor, maar je was tenminste eigen baas. Tot op zekere hoogte. En nu, probeer ik maar zo gezond mogelijk te leven en actief te blijven. Op pad met Stef helpt daar prima bij. Maar ik moet er toch niet aan denken om in een te strak glimmend pakje in zo’n sportschool aan apparaten te gaan hangen. En dat er een kloon van Arie Boomsma tegen mij komt vertellen wat ik precies wel en niet moet doen. Ik zie het helemaal voor me, ik zou zo vreselijk afgeleid zijn door het wiebelen van zijn manbun dat ik spontaan van de loopband zou vallen. En dat op mijn leeftijd, je breekt zo je heup en wie weet hoe lang ik dan moet revalideren.

Machteld
5 0

Sommige mensen

Sommige mensen hebben alles en zijn gelukkig. Ze zijn oprecht geïnteresseerd in de ervaringen van anderen en leggen gemakkelijk nieuwe contacten. Maar vriendschap hoeft het niet perse te worden. Want vrienden hebben ze genoeg. Alleen de gedachte dat al die contacten met regelmaat onderhouden moeten worden, bezorgt hen stress. Hun nauwste en trouwste vriendschappen kenmerken zich door een gebrek aan verwachtingen. Er kunnen gerust zes maanden zonder contact voorbij gaan zonder dat dit consequenties heeft voor de hechte band. Ook zijn ze nooit teleurgesteld als er een afspraak wordt afgezegd, integendeel, dit betekent alleen maar extra vrije tijd. Tijd om spontaan te spelen, ze doen niet liever. Verveling kennen ze niet, eenzaamheid evenmin. Want ze vermaken zich opperbest in hun eentje. Sommige mensen staan in een ogenschijnlijke spreidstand waarbij ze anderen oeverloos liefhebben en tegelijk ook ontzettend graag alleen zijn. Het ene sluit het andere niet uit. Ze zijn er zich heel goed bewust van dat ze een oneindige bron aan liefde bevatten. Er kan nooit een tekort zijn, liefde blijft tot in de eeuwigheid stromen. Daarom gaan ze er ook redelijk kwistig mee om en laven onbevreesd dorstigen die hun pad kruisen. Ze respecteren echter de sociale formules en menselijke grenzen, wetend dat velen liefde exclusiviteit toeschrijven en de geschonken liefde niet naar waarde kunnen schatten als ze weten dat er nog anderen zijn die hetzelfde ontvangen. Het is niet omdat ze alles hebben, dat ze niet meer verlangen. Een mens zal altijd verlangen en dat is mooi. Met ‘alles hebben’ bedoel ik niet letterlijk leven in overvloed, het gaat over het gevoel alles te hebben. Sommige mensen zijn zich intens bewust van al het moois dat hen omringt, hoe klein en weinig dat ook mag zijn. Ze beseffen dat alles, hier en nu, gewoon perfect is. En meer dan voldoende. De gedachte aan de kronkelige weg die hen zover heeft gebracht wordt onthaald met een glimlach. Niet goed wetende hoe ze zoveel geluk moeten uiten, wenden ze hun gelaat tot de hemel en prevelen mantra’s van dankbaarheid. Verlies is ook voor hen een moeilijke gewaarwording, maar in hun kern geloven ze eigenlijk niet in verlies. De onlosmakelijke samenhang der dingen, de overkoepelende eenheid, beschouwen ze als een onmiskenbaar feit. Ze zullen treuren, rouwen en missen, maar het zal hen nooit verscheuren. De overtuiging dat hun wezen doorloopt in alles en iedereen dat niet hun naam draagt, werkt zeer geruststellend. Om die reden kunnen ze ook geen kwaad doen, goed wetende dat ze daarmee in hun eigen vel snijden. Sommige mensen houden van zichzelf terwijl ze gebukt gaan onder zelftwijfel. Ze leggen hun groeiproces, reacties en keuzes constant onder de loep. Wat hen anderzijds niet weerhoudt om gedecideerd te blijven bewegen in de richting van hun verlangen. Twijfels zijn de ratelende conserven die achter een met belofte gevuld voertuig slingeren. Alle kletterende vragen en angsten in het kielzog van de beslissing. Intentioneel luide en symbolische nasleep. Wel een mooi gebaar. Wat de ene mens drijft, is wat een ander benijdt, afschrikt of verwerpt. Sommige mensen zijn dan ook fervente aanhangers van de diversiteit des levens. Want al het bestaande heeft zijn tegenhanger nodig. Om tegen te leunen, op te bouwen of af te breken. De veelheid is een succesformule. En de oneindigheid vinden ze gewoon Goddelijk geniaal.

KarolienDeman
15 1

Zelf beslissen over je lichaam

Het is begin november. We zitten in een kamer in het UZ Gent. Ergens op de tiende verdieping, afdeling neurologie. Mijn man zit naast me op het bed. De kamer geeft een troosteloze indruk (en zo voel ik me ook). Het meisje naast me in het bed verdraagt door episodes van migraine geen felle lichten. Alles is duister. Ik heb de indruk dat het mistige weer met ons mee naar binnen is gekomen. We wachten op de dokter. Ik sta vandaag op de planning voor een biopsie van een lymfeklier om sarcoïdose uit te sluiten. De dag nadien staat er normaal een ruggenmergpunctie gepland. Ik weet niet goed wat er zal gebeuren tijdens de biopsie en misschien is dat soms maar goed ook. Alleen voor de ruggenmergpunctie begrijpen we niet zo goed waarom ze moet gebeuren. En dus blijven we wachten op de dokter voor meer uitleg. Na een lang kwartier is hij er. Hij start zijn uitleg over het waarom van de punctie. Het gaat over de zoektocht naar welke auto-immuunziekte ik nu precies heb. Het uitsluiten van de piste dat mijn eigen lichaam hersenvliesontstekingen veroorzaakt. En verdere onderzoeken van hun kant. Ik ben moe van alle onderzoeken die elkaar in sneltempo de voorbije maanden hebben opgevolgd. Alle mogelijke diagnoses die zijn voorbij gegaan. De pijn, het gehoorverlies, het opnieuw voelen verbrokkelen van al mijn plannen,... De dokter ziet het en zegt: "Mevrouw, u beslist over de onderzoeken ook. Het is uw lichaam.".   Alleen voelt het al sinds 2018 niet meer als 'mijn lichaam'. Ik weet zelf ook niet meer wat dat lichaam allemaal doet. Laat staan dat ik weet waar de grenzen liggen of wat we het best doen. En ik krijg zelfs het gevoel dat de dokters het ook niet helemaal meer weten. Waar ik vroeger een rotsvast vertrouwen had in dat lichaam (alles zou wel lukken als ik er maar voor ging - nog even doorbijten) lijkt het nu zijn eigen wil te hebben en onvoorspelbaar te reageren. En hoe ga je daar mee om? Hoe maak je beslissingen over een lichaam dat zijn eigen wil lijkt te hebben? Een lichaam dat door het aanmaken van verdedigingsmechanismen zichzelf ziek maakt. En wanneer we het door medicatie in bedwang proberen te houden (reguleren zoals dokters dat zo mooi zeggen) dan maar alle ziektekiemen met open armen verwelkomt. Ik ken mijn eigen lichaam niet meer. Dat zou ik tegen de dokter willen zeggen. Maar ik zeg het niet en huil.        

Alice Bremt
3 0