Zoeken

Gift

Ik herinner me nog goed de tijd dat ik onbekend was en mijn columns níét wekelijks door 40 mensen gelezen werden. Wat was dat een waardeloze periode. Bij de bakker moest ik de volle prijs betalen voor m'n croissants, in de boekhandel deden ze alsof ik Jan met de Pet was die de nieuwste Kampioenenstrip kwam kopen en vrouwelijke loopsters lieten me opvallend minder vaak hun ontblote boezem zien wanneer ik hun richting kwam uitgelopen. Nu dat allemaal veranderd is, kan ik me geen leven meer voorstellen als onbekende Vlaming, hoewel ik net heb uiteengezet hoe goed ik het mij allemaal herinner. Zo'n supersterrenstatus, ik kan het iedereen aanraden. Daar zit natuurlijk het probleem. Ik maak amper dt-fouten, schrijf hashtags als Hemingway en heb in m'n adembenemende illustraties lang geen 50 tinten grijs nodig om de lezeressen ondeugende gedachtes te bezorgen. Maar niet iedereen is geboren met zo'n onuitputtelijke massa talent als ik. Dat is, doordat ik zo bescheiden ben, iets wat ik te vaak vergeet. Een vriend van me werkt in de fabriek waar ze de lucht in Maltesers pompen. Acht uur per dag werkt hij zich krom aan de lopende band, iets wat ik ook heb gedaan als jobstudent en waar ik overigens zeer goed in was. Dag na dag verzekert hij dat elk chocoladeballetje even knapperig is als het vorige. Je wil niet weten hoe hard mensen het verlíézen als hun Maltesers niet consistent zijn in knapperigheid. Deze kameraad draait daar dus dagelijks zijn nikkel af en krijgt er een habbekrats voor in de plaats. Als ik hem dan vraag waarom hij niet kiest voor zo'n leven vol rijkdom en aanzien als het mijne, zegt hij: 'Maar Hans, snap jij het dan niet? Ik ben helemaal niet zo uniek als jij. Gewone stervelingen als ik hébben geen keuze. Stop met die bescheidenheid en besef dat jij staat waar je staat door jouw uitzonderlijke gaves.' Na enkele dagen ben ik dat alles weer vergeten, niet zozeer omdat het me niet interesseert, maar vooral omdat mijn geheugen echt niet zo buitengewoon is. Daar heb je die bescheidenheid weer. En de vervelende kanten aan de roem? Die zijn er ook, hoor. Met jeuk die zich nog maar een beetje in de buurt van je zitvlak bevindt, leer je best zo snel mogelijk leven, want in het openbaar aan je achterste krabben is geen optie meer. De magazines zouden nogal smullen. Daarnaast is het onmogelijk om meer dan 10 meter aan een stuk te wandelen zonder dat je grootste fan om een selfie komt vragen. En 10 meter verder word je opnieuw aangeklampt door een grootste fan. Verder voelen vrouwen van middelbare leeftijd zich zo vrij om tijdens fotomomenten in je billen te knijpen. Hoogst onaangenaam, behalve wanneer je op dat moment jeuk aan je achterste hebt. En dan zijn er ook nog de afgunstigen, de lastigaards die willen dat jij hén speciaal behandelt in plaats van omgekeerd. Zo hebben sommige bakkers de arrogantie om te doen alsof ze me niet kennen om me alsnog de volle prijs van hun croissants te kunnen aanrekenen. Kleine mensen. Ach ja, allemaal klein bier vergeleken met de voordelen. Ik zou niet meer kunnen terugkeren naar dat leven van nietsbetekenende dertien-in-een-dozijner. Oké, ik maakte misschien meer tijd voor mensen. Ik stond klaar, luisterde. Maar uiteindelijk help je één iemand. En nu? Nu bereik ik wekelijks 40 verschillende volgelingen en inspireer ik hen met m'n kunst. Omdat ik wéét dat ik hen die spark kan bezorgen. Dat idee van hoop. Die glimlach na een ondraaglijke dag van lucht in Maltesers pompen. Ik ben het levende bewijs dat je je dromen kan waarmaken en dat ook jij misschien ooit een god wordt voor een heel leger van bewonderaars. En dát is waar ik het voor doe.

Hans Verhaegen
2 0

Door wat nog binnenkwam

Dat wat er tussen mij en de ruimte zich schuilhieldt,is door wat nog binnenkwam even aangeraakt geweest, daarna vergeten; zonder sporen na te laten intern verstoord.  De rustposes van het ademend lichaam ik werden anders bekeken,toch is er niets anders dan hoe ik me verhoud tot dit ondenkbare stuk assemblage van toestanden, daar in de hoek van de kamer, zich af en toe op zijn zij rollend, de vloer opetend. Geen draagvlak hebben, was continu wegrennen.De staat van de dingen die je door de vingers glipt.Geluiden maken die vanbinnen komen, en de kamer verlaten,door wat nog binnenkwam.Het was jij, luidop afvragend wat een dag als deze in de maak hield, en niet tot zijn recht de kamer in liet rollen. En ik wist niet waar mijn gezicht was dus hield ik - met mijn handen - mijn handen vast, en toonde ik je iets wat achter de wereld zich verschool.  Het was een grimmig, gegenereerd stel kleuren, die zich tegen een horizon, of onze witte kamermuur aftekenden.  Met de stilstand der zaken reken ik later wel af.  Ik wist niet dat er geen basis bestond om op terug te kaatsen, dus tolde ik, mij geheel bewust hiervan, in jou. Alles stond in teken van een tussenrelatie: de relaties van de dingen met de andere dingen, zonder dat ze daarvoor gekozen hadden.  Zo ook de kleur wit; of de platenspeler; en zij met elkaar.  De ruimte speelt zich af in jou, waarna je erom heen probeert te gaan. Maar niets gaat, alles een tijdelijke stilstand, en ik werd er alleen maar beter van. 

Dries Verhaegen
1 1

Het boek

Voor ieder van ons ligt er een boek. Het is een ontzettend lijvig boek met erg kleine lettertjes. Je kunt je hele leven wijden aan het lezen, bestuderen en naleven van de inhoud. In dit boek staan al je overtuigingen, levenslessen, conclusies, verwachtingen, oordelen, beschermingsmechanismen en alles dat je werd ingeprent. Het beschrijft wie je denkt dat je bent en moet zijn. Er is ook een uitgebreid hoofdstuk gewijd aan wat normaal en acceptabel is en wat niet. Een deel van het boek hebben we zelf geschreven en andere delen werden door anderen ingevuld. Zo heeft onze cultuur bijvoorbeeld voorgeschreven hoe ons leven en keuzes er horen uit te zien. Onze opvoeding heeft eveneens een steentje bijgedragen aan het volume van het boek. En dan is er nog ons genetisch materiaal dat de stijl en toon van de tekst bepaalt. Het is een soort van handleiding waar we ons bij twijfel tot wenden. En we twijfelen veel. Veel mensen staren gefixeerd naar hun opgeslagen boek. Hun ogen wenden zich nooit af van de letters. Het hoofd blijft permanent gebogen boven de pagina’s. In feite hebben ze zelfs niet meer door dat ze aan het lezen zijn. Wat ze zien wordt als realiteit en absolute waarheid aangenomen. Wat daar staat, is waar ze in geloven. Als ze het hoofd zouden oprichten en rondkijken, krijgen ze het gevoel alle houvast te verliezen. Ontmoeten ze iemand die op een totaal andere wijze dan de voorschriften handelt, dan zullen ze verontwaardigd verwijzen naar de paragrafen die volgens hen van toepassing zijn. Het boek bakent een ruimte af waarbinnen er geleefd kan worden. Het dicteert een zijnswijze. Het is menselijk om structuren, patronen en betekenis te zoeken als leidraad in de hoeveelheid keuzes die in een leven gemaakt kunnen worden. Het boek heeft een zelfbeschermende functie en dient als ankerpunt. Door het naleven van de voorschriften hopen we rust te vinden. Als compensatie tegenover de  alomtegenwoordige en fundamentele bestaansonzekerheid. Maar het is ook zeer beperkend. De inhoud van ons boek kan zonder dat we het beseffen sterk afwijken van onze authentieke aard. We hopen goed te doen door het boek bij twijfel te raadplegen, terwijl we onszelf daar misschien eigenlijk kwaad mee doen. Want misschien wijkt onze authentieke zelf wel sterk af van alles wat onze opvoeding, cultuur en omgeving voorschrijft. En dan verloochenen we onszelf door het boek in plaats van onze ware zelf te volgen. Het vraagt een open geest, moed en zelfvertrouwen om je hoofd te rechten, het boek dicht te klappen en rond te kijken. Want de ruimte rondom het boek is werkelijk oneindig. In de ruimte rond het boek is alles mogelijk. De enige leidraad in die weidsheid is je hart en gevoel. Wat goed voelt, dat is daar de norm. Het kan goed zijn dat je persoonlijke keuzes veroordeeld of afgekeurd worden omdat ze sterk afwijken van wat er in de meeste mensen hun boek staat. Constructief omgaan met die oordelen zonder jezelf in te binden is een kracht die doorheen de tijd kan versterkt worden. Je kunt jezelf leren om stabiel in je authenticiteit te blijven staan terwijl anderen niet begrijpen of goedkeuren wat je doet. Je zou het jezelf anderzijds erg moeilijk maken indien je het boek definitief van tafel zou vegen en alle voorgeschreven structuren negeert. Want de maatschappij waarin we leven rekent erop dat je bepaalde voorschriften volgt. Het is wel handig om te weten wat er verwacht wordt en welke stappen er moeten gezet worden indien je iets wil bewerkstelligen in de collectieve realiteit. De regels hebben een functie. Ze zijn er om chaos te weren en alles in goede banen te leiden. Maar ze hoeven ook niet te serieus genomen te worden. Het is gezond om de voorschriften te accepteren en te respecteren, maar om tegelijkertijd wel te beseffen dat ze geen ultieme waarheid zijn. Doe jezelf een plezier door zonder oordeel of schaamte te dansen in de ruimte rond het boek. Door vrijuit te spelen en onbegrensd te visualiseren over wat je graag zou bereiken in het leven. Ongeacht wat er in je boek staat kun je jezelf onvoorwaardelijk liefhebben, met geduld en mededogen. Verlos jezelf van de voorgeschreven beperkingen door met een kinderlijke open blik verwonderd rond te kijken. Zo’n boek is tenslotte maar een nietig ding ten opzichte van de oneindigheid van het universum.

KarolienDeman
11 1

rechtstreeks signaal / zon

beeldeen sonde uitgestuurd om te crashen  crashtbeweegt je mee in een organisch aangetrokken blik richting hetgeen opkomtopnieuw & opnieuw hetgeen je strekt van je lichaam dat in licht nu baadt en circuleert tussen omstandigheden en fenomenen, danst er pluizig in rond als een kleverig aangetrokken ornamentwaarna je lacht en signalen halveert want wat zijn ze nog zonder directe impact? laat maar zweven hier — laat maar liggen hierhet één raakt het ander, het andere raakt niets dan zichzelfen beweegt mee de cyclus die wederom begon, inhaleert een beeld, dat als data voor zijn voeten lag te schokschouderen en verder bleef vibreren en crasht wat gebeurdeover het groene uitgestrekt liep iets dat aangetast was, stopte bij een middendeelin de huidplooien wordt alsnog geabsorbeerd wat aangeleerd wordtzonder techniek de survival van de dag laten gebeuren en terugkerenwaarbij het groene zich afscheurde van de romp klei leem zand materieen waar het knelde vertelde men de dagen zich verderwant niets dat ging stoppen als het was begonnen   de afspraakzonder er bij stil te staan stonden we te kijken naar het glinsterende lichtpunt hoog boven ons dat groter werd en werden we er échter uit, uit iets als ons of in ons of nu nog, hoog boven ons, langzaam neerdalend, crashend in een landschap vol haat en gehaspel waarbinnnen lijnen werden getekend die weinig gemeen hadden met wat wij nu nog hadden want van een oorsprong was er geen sprake meer; dit was geen oorsprong maar een verloop; dit was geen lijn maar een cirkel; en is het omdat je erom vroeg dat er iets zou kunnen bestaan als het één trekt het ander aan maar trek deze soort terug naar een natuurlijke staat door luid neer te crashen op kopstukken, op headhunters, op koppensnellers, op pandverpatsers, op een coherentie die hier staat te wachten tot die lichtbubbel eens iets anders doet, anders dan telkens opnieuw nieuw, waarna ze neerkomt en invalt op je plooien en wat je zoal bent als ze op je neerdaalt; wat ben je nog, nu je hier niet meer zomaar de situatie claimt als een bezit, maar dat je er eerder een omranding van maakt, een middendeel, waarbij het groene zich eerst uitstrekte en aansloot en dan besloot dat het mooi was geweest, dat het groots was geweest, dat het scheuren betekende zich van iemand te ontdoen onafhankelijk van lichtinval en datgene ertussenwat dan overbleefals een signaal een lichtstreepzonder verhaalalleen maar door er te zijnomdat dat is waar we voor tekenden

Dries Verhaegen
20 0

Een luchtballon

Het zijn altijd rare dingen, van die grote ballonnen met een mandje er onder waar dan mensen in zitten. Die roepen ook vaak dingen, hij snapt niet waarom want hij kent die mensen niet eens. En hij kan ze ook niet bereiken dus wat heeft het dan voor nut. Maar goed, ze vinden het leuk. Het baasje en het vrouwtje hebben ook wel eens gevlogen met zo’n ding. Gevaren, noemen ze dat dan. Het was één keer leuk en één keer minder, toen was een beetje misgegaan. Dus nu mag het vrouwtje niet meer van het baasje. Thuis komen ze vaak over. Het maakt wel lawaai maar hij heeft er verder niet veel last van. Op de camping had hij ze nog nooit gezien. Hij stond ervan te kijken toen hij het geluid hoorde, een luchtballon, hier? Maar inderdaad, weer zo’n mal mandje met zwaaiende mensen. Tsss. Hij besloot er maar geen aandacht aan te schenken. Wat hij niet had verwacht, was dat Dunja zo bang was. Dunja is een stevige dame waar je prima met kunt stoeien en zwemmen. Als het baasje van Dunja langskwam, ging hij meestal wel mee naar het bos. Nu kwam ze trillend als een rietje aangerend. Hij zag dat ze echt bang was. Waarschijnlijk wist ze niet wat het was en dat het geen kwaad kon. Hij ging naar haar toe en ze kwam stilletjes naast hem zitten. Ach, wat sneu. Hij zou maar even wachten tot het zakte voordat ze weer konden spelen. Het baasje had het ook al in de gaten. Hij bleef maar even bij haar. Het duurde ook niet lang voor het baasje van Dunja aan kwam lopen. Die was toch wel opgelucht toen hij haar zag zitten, bij hem. Hij kon al niet veel verkeerd doen bij die meneer maar nu was hij toch wel erg blij. Dunja wilde alleen niet met hem mee naar huis. Hij probeerde haar gerust te stellen maar dat viel toch nog niet mee. Ze was echt erg geschrokken. Gelukkig had het baasje nog een reserve-riem en konden ze terug naar huis. Arme meid. Die zou nog wel even nodig hebben gehad om weer bij te komen. Mensen snappen het ook niet hè, dat dieren niet altijd snappen wat er aan de hand is. Die maken maar lawaai en vinden het dan raar dat zij bang zijn. Eigenlijk zijn mensen best dom.  

Machteld
0 0