Zoeken

Goeie vriend.. Slaapt. 2

Graffiti by Matthias Schoenaerts ********************************************************* Des avonds, het was winter, kon mijn goeie vriend naar buiten. Veilig verscholen achter een dikke trui liepen we door de vrieskou des avonds. Er was geen dealer die hem herkende. We waren iedere week op bezoek gegaan naar de vrouwelijke arts. Zo hadden we ontdekt dat we zo zonder problemen door Antwerpen kon treken. Maar het bleef 1 keer per week een maand lang. Hij werd ook wakker. Mijn goeie vriend die in een ander leven misschien een man geweest was met een intensief gelukkig leven. Hij was terug, mijn goeie guitige vriend. Hij was volwassener geworden maar het was de briljante toffe aangename vriend. Er was hoop niet onbelangrijk. We waren al zo ver geraakt. Het was simpel. Een zware heroïneverslaafde is vooral moe. Doordat hij in een beveiligde omgeving. En daar bedoel ik dat ik niet in het leven paste waar hij net afscheid van nam. Zo was hij er zeker van dat hij bij mij niet zou lastig gevallen worden door gasten die hij kende en die hem onherroepelijk de weg van de Heroïne terug zou doen bewandelen. Ik was geen deel van dat leven van hem. Hij wilde er van af. Hij was er in geslaagd door op de eerste plaats ongestoord ergens met een veilig gevoel te slapen. Zonder dat ik hem het 9 tot 5 regime oplegde. Hij sliep een maand lang op de ogenblikken dat hij waker werd at hij wat rekte zich uit en sliep weer een dag verder.Dan was er zijn medicijnen die hem niet alleen van die drang voor heroïne afhielden. Ze zetten hem ook aan tot slapen. Als de drang om achter de heroïne aan te holen wegviel. Dan was de noodzaak eindelijk eens dat lichaam rust te bezorgen groot. Ik liet hem slapen 1 maand lang en iedere week werd hij tijdens onze tocht naar de arts een beetje wakkerder. Iedere week werd hij een beetje meer waker en opeens overviel mij die angst. Daar zaten we twee volwassen mannen in een klein kamertje midden de grootste stad van de lage landen. Omringd door massa's voetgangers waar in verscholen dealers rondliepen.Misschien is de halve stad wel op zoek naar u zei ik wel eens grappend. Hij was verdwenen.Het was niet de angst voor agressie. Het was eerder diezelfde angst van een stamgast van een café die opeens beseft dat hij nooit meer een voet mag zetten on zijn geliefde stamcafé. Want een voet erin betekent onherroepelijk een voet zetten in die sociale groep de café vrienden en zo weer ondergedompeld worden in de roes van de drank.Er was een oplossing.

verf ed: Contemporary interdisciplinair ArtTIST, nen tjolder, nen dommekloot
0 0

Mijn goeie vriend. Bij de hulpverlening. heroïne 1

poul Cadovius lives with living, design,1950, 60, ********************************************************************* Het was koud ijskoud net voor nieuwjaar dat ik hem terugzag hij zag er vaal uit, zijn huid was grijs, maar hij was in volle moed. Ik kwam net, de goedkoope winkel, de krak in de korte koepoortstraat uit toen ik hem ontmoete. Ik had wat spulletjes gekocht voor het Nieuwjaarsfeestje samen met mijn broer. Het was een van de beste nieuwjaarsfeestjes die ik sedert lang meemaakte. Toen ik terug kwam in mijn 1 kamer werd er aangebeld mijn goeie vriend of hij een tijdje kon komen logeren. Dat kon hij op een voorwaarde geen heroïne als hij wilde dan bood ik mijn hulp aan. Hij beloofde. De dag daarna vertrok hij en stond des avonds terug aan de deur. Compleet weg. Ik liet hem staan. Drie dagen beantwoorde ik de deurbel niet. Buiten was het ijskoud. De vierde dag liet ik hem terug binnen. Hij aanvaarde alle hulp. Ik belde een opvangcentrum omdat we samen beseften dat er hulp bij nodig was. Op dat moment was hij voor honderd % bereid om te stoppen. Ik wist als de drang weer te sterk werd dan was ik hem weer kwijt.Maar in het centrum ALLE centra werden we afgescheept want een of ander genie in de hulpverlening had besloten dat men pas na 14 dagen een voor intakegesprek kon uitgenodigd worden. IK vroeg hen wat er zou gebeuren wanneer ik hem op hun stoep zou achter laten. De hoorn werd neergegooid. Ik belde dokters, hulp verleners overal kreeg ik hetzelfde antwoord. Ik lei hen mijn dilemma voor.Mijn vriend was niet zomaar verdwenen. Hij was bezig de gehele buurt te bestelen. De GB op de groenplaats was toen een welwillend slachtoffer. Met een eenvoudige schroevendraaier brak men er binnen. Toen ik vroeg aan de hulpverleners of ze wel beseften wat er zou gebeuren wanneer de eerste behoeften om heroïne zich zouden aandienen. Hij zou weer binnen een paar uur de deur uitgaan om te stelen en te schoren. Laat hem maar stelen zeiden sommigen en binnen 14 dagen mag hij voor een intakegesprek komen. Ten lange laatste belde ik de BRT Panorama op ze hadden net een reportage over een wanhopige moeder uitgezonden die nergens hulp had gekregen voor haar dochter. De gewillige mensen van de BRT zeiden dat de vrouw nog nergens hulp had gevonden. Maar ze wisten wel een vrouwelijke dokter die hulp bood.Ik maakte contact met de arts en omdat ze de problemen begreep zorgde ze direct voor een consultatie. Ze schreef onmiddellijk, net voor de sluiting van alle apotheken, een middel voor die de behoefte aan heroïne zouden temperen. Dat deed het middel en ondertussen werd het avond. Na het innemen van het middel viel hij in slaap. Hij sliep de dag rond. At een beetje en viel terug in slaap. Hij was uitgeput. Iedere week gingen we een uurtje op consultatie bij de dokter. Eindelijk vond hij rust in een voor hem veilige omgeving. Hij sliep een maand lang.Na twee maand werd hij meer en meer waker. Mijn eenpersoonskamer was een veilig kleine knusse kamer. In de straatjes rondom liepen de dealers rond. Hij kon niet buiten of hij dreigde een van de velen te ontmoeten.

verf ed: Contemporary interdisciplinair ArtTIST, nen tjolder, nen dommekloot
10 0

In de arena

Thuis in mijn veilige cocon verwerk ik het leven, de oude en nieuwe indrukken die het naliet, en laad ik weer op voor de volgende ronde in de arena. Met de arena bedoel ik iedere ruimte waar ‘anderen’ zijn. Anderen die mogelijk triggers, uitdagingen en oncontroleerbare waanzin op mijn pad gooien. Of anderen met hun verwachtingen, oordelen, conventies en ongeuite maar voelbare energie. Ik kan die ander natuurlijk niet verantwoordelijk stellen voor mijn gevoelens en ervaringen, zo ver ben ik gelukkig al. Het is echter de alchemie van mijn persoonlijke energieveld met dat van een ander waaruit een mix ontstaat die mij ofwel smaakt, voedt, op de maag ligt of doet kotsen. Rustig gecentreerd in mijn eigen authentieke energie zie ik alles klaarder dan ooit. Daar ontstaan de inzichten, levenslessen en de voornemens. In mijn eigen stille veld heerst er een helderheid die mij onthecht van verhalen en materie. Het gebeurt natuurlijk dat ik de verhalen en materie van de arena in mijn cocon meeneem. Dan is er tijd nodig om alles uit te zuiveren. Ik lijk dubbel zoveel tijd nodig te hebben als wat het conventioneel aangenomen werk- en levensritme predikt. Naast de tijd die ervaringen in de arena innemen, heb ik ook minstens dezelfde hoeveelheid tijd nodig om die ervaringen te verwerken, verteren en plaatsen. Daar zijn de agenda’s in deze wereld niet op voorzien. Na een ervaring in de arena, die ook wel het ‘werkveld’ genoemd kan worden, komt er meteen nog één en nog één en nog één. Als ervaringen routineus verlopen, als in voorspelbaar, dan valt er niet zoveel te verwerken, zou je kunnen denken. Dan kan er dag na dag urenlang in de arena vertoefd worden. Ja misschien wel, maar is dat leuk?  Nee Karolien, maar is dit leven gemaakt om leuk te zijn? Het tegendeel laat zich frequent zien. Het hele routineuze en zogezegd comfortabele westerse systeem is er niet voor ons plezier.  Het is er voor ons eigen bestwil, hoor ik het in raamloze kamers galmen. Kamers zonder het uitzicht op ‘iets anders’. Uitzicht op iets alternatiefs? Nee, op iets oorspronkelijk.  Ik heb gemerkt dat veel mensen die zich gevangen voelen in de ratrace getriggerd raken door het idee van een persoonlijk natuurlijk ritme. Omdat zij geen tijd hebben om dieper in te gaan op de authentieke verlangens die in hun persoonlijke centrum liggen, mogen anderen dat ook niet. Iedereen gelijk voor de wet, zeggen ze. Miserie is er om gedeeld te worden, maar mag niet worden aangekeken of benoemd, laat staan aangepakt. Als iemand zegt dat die kiest voor een rustig leven, dan hoor je het briesen in de stallen van de werkpaarden. Welvaart is werken. Comfort is geluk hebben. Tijd is niet altijd vrij. Vrijheid kost geld. Geld is schaars. Het zijn slechts enkele mantra’s die achter de tralies van het systeem weerklinken. Helaas ook overtuigingen die diep geprogrammeerd zitten in vele afgeleide en vermoeide hoofden.   Ik merk dat de tekst zichzelf weer schrijft, zoals wel vaker gebeurt. Ik was eigenlijk niet van plan om het alweer te hebben over dat kromme systeem dat lichtwezens tot slavernij dwingt, maar over het contrast tussen de helderheid en rust in mijn veilige plek en de verwarrende ruis die daarbuiten lijkt te liggen. En hoe uitdagend het is om de inzichten en lessen die in mijn cocon ontstaan ook daadwerkelijk in de arena te belichamen. De arena is het werk- of oefenveld waarin ik mijn opgedane inzichten en levenslessen kan testen in de praktijk. Zo ben ik onder andere scherp gaan inzien dat eerlijkheid een prominente kernwaarde is in mijn leven. Daarnaar leven betekent mijn waarheid, gevoelens en grenzen durven uitspreken. In de cocon klinkt het meestal simpel, maar in de arena lijk ik alles weer vergeten. Wanneer ik mij middenin een praktische uitdaging bevind, je zou het een test of oefening kunnen noemen, dan nemen voorgeprogrammeerde overlevingsmechanismen het al snel over. Had ik me bijvoorbeeld voorgenomen om te spreken, dan betrap ik mezelf in de arena op pleasen en zwijgen. Of als ik voor de zoveelste keer besloten had om mijn grenzen te respecteren, ongeacht wat anderen doen of vinden, dan zie ik mezelf later toch weer een uitzondering maken. De oefeningen in de arena blijven oneindig komen, dus ik heb ook evenveel kansen om het telkens opnieuw te proberen en het dan ‘beter’ te doen. Authentieker en eerlijker. Naarmate ik steeds beter mezelf kan zijn in de arena, des te complexer en slinkser de uitdagingen worden. Soms denk ik een bepaalde wederkerende uitdaging nu wel onder de knie te hebben. Het hoofdstuk omtrent grensoverschrijdende mannen, bijvoorbeeld. Na ettelijke valkuilen meen ik een sterk afgestelde radar te hebben ontwikkeld voor zulke types. Ze kwamen in alle vormen en maten: van transparant en voorspelbaar, tot sluw en vermomd als iemand met inzicht. Maar toch lijkt dat hoofdstuk maar niet afgerond. Keer op keer moet ik constateren dat ik voorgevoelens en intuïtie in de wind heb geslagen en ben ik boos op mezelf dat ik er niet naar heb gehandeld. En waarom niet? Vaak uit angst. Angst om verkeerd te zijn, angst voor oordeel, angst om te kwetsen, angst om af te schrikken, angst om iets te verliezen, enzovoort. Ik word wel steeds geduldiger met mezelf. Het is niet zo dat ik ‘faal’ als ik mijn voornemens en inzichten niet belichaam in cruciale praktische situaties. Als er achteraf in de veilige cocon voldoende aandacht is voor de gevoelens die voortkomen uit de ervaringen in de arena, dan kan dit de inzichten en levenslessen alleen maar bekrachtigen. Dit hele proces van zelfontwikkeling met praktische oefeningen berust op een evenwicht van mentale contemplatie en het bewust doorvoelen van gevoelens. Met dit tweede heb ik het lang moeilijk gehad, wat zich uitte in ziektesymptomen. Dankzij dat ziekteproces werd me duidelijk hoe belangrijk het is om zowel in als buiten de arena te durven voelen. Harde klappen in de arena hadden ervoor gezorgd dat ik het voelen systematisch uitschakelde en verving door overmatig denken en pleasegedrag. Een ziekmakende strategie om te overleven. Natuurlijk wil ik meer dan overleven. Ik wil écht leven. Mezelf niet beperken. Durven authentiek spreken en handelen zonder bang te zijn voor gevolgen. Het besef dat de veilige cocon veel meer is dan mijn knusse thuis dringt steeds dieper door. Het is geen fysieke plek die onderhevig kan zijn aan destructieve krachten, maar het is een ongenaakbaar centrum in mezelf dat ook in de arena toegankelijk is. Dat centrum terugvinden en betreden, te midden van overweldigende of triggerende indrukken, is een procesmatige uitdaging die ik aanga. Ik heb de tijd om de kunst eigen te maken van het gecentreerd blijven, ongeacht welke vertoning er op mijn pad wordt gegooid. En ik weet nu dat dat ‘gecentreerd blijven’ geen neutraal en gevoelloos standpunt is, maar dat het draait om eerlijk voelen en daarmee in het reine zijn.  Het is tegelijk mijn intentie om de spelen in de arena minder gewichtig op te nemen. Om niet langer verontwaardigd en gefrustreerd te zijn bij wat ik de absurditeit, onwetendheid en waanzin van de wereld noem. Ik wil het waarachtige van de afleiding kunnen onderscheiden. Het authentieke van de overlevingsmechanismen. En handelen vanuit de helderheid van mijn centrum. Karolien DemanFoto door Toni Meert

KarolienDeman
12 1

Leren lezen.

COBRA COPENHAGEN BRUSSEL AMSTERDAM ex x xxxxxx x video verf edHet begon allemaal waar ik toen woonde.Ik woonde niet in een grote stad.Ik woonde niet in een kleine stad.Ik woonde niet in een groot dorp.Ik woonde niet in een klein dorpje.Ik woonde op de grens van twee onooglijke dorpjes.Nu beschouwd ik het als een fantastische plek om als kind te woonen.Buiten tientallen cafés waar de buurt tijdens hun schare vrije tijd elkaar opzochten was er niks. De boerderij waar we als kinderen in het hooi speelden. De straat.Op die plaats zette mijn grootvader, een overlevende van de eerste Wereld oorlog,  mij op zijn knieën.Hij toonde met zijn vinger de tekst boven het stripverhaal in de krant. ZONDER HANDEN ZONDER TANDEN. Het kapoentje. Waarschijnlijk was ik zo nieuwsgierig dat ik alles wat ik vond probeerde te lezen.De non die mij moest leren lezen vond het nogal vervelend want ik kon al lezen.Het ergste was ik werd ver gehouden van boeken.Een van de dingen die ik toen als kind deed: ik las advertenties in de krant en ik schreef ernaar. Ik leerde als ik naar een ambassade van een land schreef ik massaal informatie van die landen toegestuurd kreeg. Zo stond  er op een dag een vertegenwoordiger van bakkerij producten voor de deur en die vroeg aan mijn moeder of ze een bakkerij wou beginnen.Het verschrikking was, ik mocht geen  boeken lezen. Op een dag, toen mijn moeder ontdekte dat  ik een boek lag te lezen, scheurde ze het boek en stak het in brand in ons tuintje. Want op die plaats waar ik woonde was het enige haalbare arbeider worden. Zodanig sjokte ik op 14 jarige leeftijd het fabriek binnen.  Ondertussen heb ik menig bibliotheek uitgelezen. Van Asimof, dunas, de hobits, Don Quichot en vooral het leven van Miguel de Cervantes naar mijn nieuwe ontdekking. In Antwerpen waren er boeken winketjes waar voor enkele franken een vloed aan tweedehandse boek te koop waren. Mijn nieuwe ontdekking Bart Van Loo. Door zijn Napoleon begreep ik eindelijk de Franse revolutie. De Bourgondiërs en stoute schoenen lees ik in een ruk uit. Hij is overal, toevallig deed ik de radio aan en wie hoorde ik den bart. Nu reis ik in zijn MIJN FRANKRIJK. Hem achterna.DANK U BART VOOR ZOVEEL LEES WEELDE. ************************************ De symptomen zijn duidelijk. Zodra je aan een goede Dumas begonnen bent, valt die moeilijk opzij te leggen. Als je dat nillens willens toch moet doen, kijk je de hele tijd uit naar het moment dat je de roman, weer ter hand kunt nemen. Eenmaal opnieuw vertrokken begin je na verloop van tijd halve zinnen over te slaan, en lijkt het nu en dan of je over je ogen struikel. Niet zelden bedek je met je rechterhand de volgende bladzijde om je voor valsspelerij te behoeden. Spreek gerust van acute literaire verliefdheid, vlinders in de buik, buikliteratuur. Een boek verslinden, heet zoiets dan clichématig. Bart Van LooIn Mijn Frankrijk. Over Alexander Dumas

verf ed: Contemporary interdisciplinair ArtTIST, nen tjolder, nen dommekloot
6 0