Zoeken

Het vitale falen

In de eerste plaats ben ik lezer. Hoe graag ik ook het imago van schrijver zou willen hebben, ik heb geen flauw benul hoe ik een boek zou moeten schrijven, laat staan dat ik weet welk boek. Dat is niet alleen een kwestie van talent of inspiratie (of het gebrek daaraan) maar ook van energie. Als ik al eens iets uit mijn hersenen wring zoals oud afwaswater uit een schotelvod, koester ik die rauwe braakballen. Schrijfdocenten hebben naar ’t schijnt een hekel aan pupillen die hun prematuurtjes als veel meer zien dan therapie. Maar is dat juist niet wat schrijven is? Een zalven, een troosten, een aanklacht, een onwetendheid oplossen? Maar dan voor de lezer in plaats van de schrijver? Ik zou eerlijk gezegd niet weten wat ik u te bieden heb. Wat ik te vertellen heb, is al door grotere geesten geschreven, ik ben amper een flauw afkooksel. Dat is wellicht ook het succes van de heilige boeken. Wat kan je daar nog aan toevoegen? Hebben die op moreel vlak niet alles gezegd wat er gezegd moet worden? ‘Gij zult niet doden.’ Een wijsheid van millenia waar de mens nog steeds niet klaar mee is.   Het woord meta is hier wellicht op zijn plaats. De mens kan overstijgen, spiegelen. We schrijven boeken, maar we schrijven ook boeken over boeken schrijven. We denken na, maar we denken ook na over nadenken. Deze meester-procrastineerder is daar een voorbeeld van. In plaats van gewoon te schrijven, vergaloppeer ik mij meestal in dwangmatig piekeren, als een hamster in een rad. En blijft het wit maagdelijk wit. Meta kan dan ook verraderlijk zijn. Idealiter is al mijn schrijven vitalistisch: een literaire stroming die geassocieerd wordt met Hemingway en Houtekiet. Ze gaat over een volmondig ja zeggen tegen het leven. A lust for life, joie de vivre. De boeken die vitalisten meenemen naar een onbewoond eiland zijn boeken over ‘hoe een boot te bouwen’. Voor een stuk is de film Dead Poets Society vitalistisch. Carpe Diem zegt Robin Williams tegen zijn studenten. De film is eigenlijk een flauwe voetnoot uit de jaren ’90 (die reeds hardcore competitief waren) en een anti-intellectualisme tentoon wilde spreiden dat begin jaren ’70 reeds gestorven was samen met de flower power. Hemingway en Williams hebben beiden trouwens zelfmoord gepleegd, het anti-orgelpunt van wat het vitalisme zou behoren te zijn.   Andere literatuur die ik met plezier geconsumeerd heb omdat ze voor mij het leven groter maakte, is pervers genoeg Holocaustliteratuur. Maus van Art Spiegelman, de boeken van Primo Levi, ik heb hen cultureel toegeëigend. Het is niet zo ver gezocht dat deze boeken de ultieme avonturenromans zijn. Steven Spielberg is niet alleen de regisseur van Indiana Jones en Jaws, maar ook van Schindler’s List. Voor een deel is hij zelf schuldig aan een wellicht ongewilde bagatellisering van de oorlog. Maar dit trauma kan alle richtingen uitgaan in een zoektocht naar verlossing. Kunst en entertainment als therapie. Maar pervers blijft het, of toch op zijn minst bizar dat je kan genieten van miserie. Dit is ook weer meta. Zo is die andere Holocaustparel Son of Saul een cinematografisch meesterwerk hoe tragisch het verhaal zelf is. Genieten en walgen tegelijkertijd, wij, mensen, kunnen dan. Maar leren we er ook wat van?   Jef Geeraerts was voor mij een ontdekking na het college. Uiteraard stond zijn Black Venus niet op de verplichte leeslijstjes van een conservatief jezuïtencollege. En ook is Geeraerts ondertussen persona non grata door zijn koloniale gedachtengang. Zonder schroom vertelt hij dat hij de plaatselijke Congolese bevolking er met de chicotte van langs gaf. En zijn veelwijverij met zwarte meisjes en vrouwen is pure machtsmisbruik van zijn blank of wit privilege en had vooral heel veel met seks en weinig met liefde te maken. En toch, er is ook een liefdesverklaring aan het land Congo, aan de mensen en hun manieren van leven. Alleen is die weeral die van de ‘noble savage’. Vitalisme en romantiek gaan zo hand in hand. Vitalisme is zo quasi een contradictio in terminis: hoe kan je schrijven als je primitief wil zijn?   Een ander staaltje van culturele toeëigening is het boek De Zoon van Philipp Meyer. Ik vond het een meesterwerk al is het puur literair totaal niet vernieuwend. Het is een hagiografie van Texas en behandelt de conflicten tussen de Comanches, Mexicanen en witte kolonisten. Het is geschreven door een witte Amerikaan die zich weliswaar verdiept heeft in zijn onderwerp maar ik vraag me toch af wat de Comanches er zelf van vinden. Ze worden geweldig geportretteerd, als linke, bloeddorstige krijgers met een verlangen naar een authentiek wild leven. Ze kidnappen kinderen van witte Amerikanen en Mexicanen die ze roede laten lopen. De sterksten nemen ze op in hun stam om hun bloedlijn gezond te houden en inteelt te vermijden. Het voormalige Comanche stamhoofd Quanah Parker had een Duitse moeder. Ik ben de laatste om iets tegen maatschappijkritiek te hebben maar dit boek deed me de beschaving zo haten dat ik wou dat ik zelf een Indiaan was.   Een ander vitalistisch boek is non-fictie: Primitieve Dagen van William Finnegan, een surf auto-biografie van weer een witte Amerikaan. Toen deze, tja, sport is niet het juiste woord, way of life nog relatief inheems was voor Hawaii, was Finnegan een pionier in de jaren zestig, om wereldwijd spots te ontginnen. Zijn avonturen brengen ons van Hawaii naar Californië, van Madeira naar de idyllische eilanden van de Stille Zuidzee. Dit boek maakt je hemeltergend jaloers, als je leeft in een land waar veldrijden het summum van sexy sporten is. Dit lage, bange, platte land van boeren en kerktorens en xenofobie, maar wel de grote Jan uithangen in Congo … Dit vitalistische boek wil je niet lezen, je wilt het zelf beleven. Dus wederom, wat is eigenlijk de zin van vitalistisch schrijven, als je vitalistisch wil leven?   Het laatste vitale geschrift, want ik kan zo nog wel even doorgaan, dat ik wil aanraken is een boek van Jonathan Raban: een zeilreis in Alaska. De schrijver beschrijft zijn reis die hij maakt langs de westkust van Noord-Amerika ter hoogte van Alaska, en betrekt hierin de Inuit-cultuur, je weet wel, zij die smalend eskimos genoemd worden. Het zijn de oorspronkelijke bewoners van Groenland en het hoge noorden in Amerika. Ze leefden in een woestenij van sneeuw, ijs en immense vriestemperaturen van wat de natuur hen te bieden had. Ze waren meesterjagers op walvissen, robben, narwals, walrussen, ijsberen, en andere dikhuidigen. Geen idee of ze naast al die vis en dat vlees in hun dieet ruimte hadden voor groenten, fruit, graan. Maar dat het taaie klootzakken zijn, staat als een paal boven water. Hun kunst en cultuur kent het motief van de enkele golf. Dat was ook de essentie van hun bestaan: in hun kayaks op het water, was het kunnen lezen van het water van primair levensbelang. Het is dan ook pijnlijk te vernemen dat naarmate hun manier van leven in het gedrang kwam door de modernisering en de buitenlandse vissers, ook bij hen de suïcide-cijfers abnormaal toenamen tot epidemische hoeveelheden. Zelf-destructie of destructie in de vorm van guerrilla en/of terreur is dan klaarblijkelijk de terechte culminatie van de gekoloniseerde rancune.   Het cynische is dat wij vitalisten jaloers zijn op zij die werkelijk lijken te leven. Door comfort te winnen (what else?) hebben we ons ook losgekoppeld van een belangrijke levensader. Laten we het avontuur noemen. En we zoeken die: door te reizen naar Costa Rica of Bali, door yoga te doen of Afrikaanse dans, door te benji-springen en onszelf te tattoeëren. We maken ook gewoon kinderen met die Andere. Hun lach en no-nonsense zijn balsem voor onze ziel. Maar wie zijn ze werkelijk? Moeten we hen redden van onze smartphones? Hun behoeden voor onze ivy league universiteiten? Hoe belachelijk het er ook mag uitzien, ik heb alle begrip voor de bleekscheet die zijn heil zoekt in een dansende Pinksterkerk. Of het meisje dat zich bekeert tot de Islam en een hoofddoek draagt omdat zij eigenlijk eindelijk meer bekeken wordt als een ziel dan als een lichaam. Het toont nog maar eens het immense falen van de katholieke kerk aan. Zij heeft zichzelf van alle levenslust beroofd. Laat ons hopen dat die cultus die we er voor in de plaats hebben gekregen, die van het geld, van de vele nutteloze en overbodige dingen, dat ééndimensionale surrogaatgeluk snel als sneeuw voor de zon verdwijnt. Zoniet blijft die neurotische tweespalt tussen vitalisme en een werkelijk vitaal leven bestaan.   De honderdjarige tulpenboom in het park is van groter belang dan de snertauto waarmee je stilstaat op de macadam. Waarom kan ik niet uitleggen, het is iets wild en een verlangen naar authenticiteit, en mijn vitale delen protesteren tegen zoveel kunstmatigheid. Ook al zal ik wellicht nooit de gal van een bizon over zijn vlees spuiten nadat ik hem zelf geschoten en gevild heb. Ik ben dan ook geen Comanche. Gelukkig maar, zij waren vijanden voor altijd, van iedereen. Al is dat ook wederom culturele toeëigening. Zelf noemen ze zich Numunuu, het volk. Comanche is een Spaanse verbastering van het Ute-woord Kohmahts (zij die tegen ons zijn). Ik ben vooralsnog tegen de beschaving juist omdat ik zo beschaafd ben. Comanche  

ovlijee
19 1

Kleur van huid heeft niet het monopolie op falen.

Er circuleert – alweer – een open brief gericht aan de Vlaamse radio- en televisieomroep in het vuilste café van het internet. De Open Brief aan de VRT van _mainlyfelicia is de zoveelste in de rij die serieus genomen wil worden maar die het doel voorbijschiet. Het zoveelste zelfde profiel: de hoogopgeleide stedelijke en gecultiveerde elite van kleur die de brandende actuele problemen in de maatschappij (racisme, discriminatie, ongelijkheid, dekolonisatie...) alleen maar kan aanschouwen door het prisme van de eigen identiteit. Wie ík ben, wat ík zie en wat ik vooral niet zie, is belangrijker dan voor het maatschappelijk welzijn van mijn medeburgers (van alle kleuren) te ijveren. Meestal komen deze profielen ook met een gebruiksaanwijzing, en dan niet enkel en alleen om hun verengelst Nederlands te begrijpen. De brief stelt dat de VRT op de werkvloer van de omroep niet divers genoeg zou zijn en er wordt met weblinks naar cijfers en rapporten gegooid dat het een lieve lust is maar die helaas de kern van het betoog totaal torpederen. Eigenlijk is het maar een stormpje in een glas water, het is vrij schools ook, een beetje als een timide spreekbeurt voor een klas van gelijkgezinden; maar het trekt wel de aandacht. Enfin, het doet de wenkbrauwen fronsen. “Wij hebben racisme niet uitgevonden, wij moeten het dan ook niet oplossen.” Het is één van de vele holle slogans die afgevuurd worden wanneer je in discussie wil gaan.  Maar in discussie gaan is te vermoeiend. Ook in deze Open Brief staan de barrières zo hoog als een kathedraal en vraag je je af: wil je eigenlijk nog wel in discussie gaan met zoveel voorspelbaarheid? Net zoals haar generatiegenoten is het gezeur van de auteur slechts onderbouwd door beeldvorming en beeldcultuur – wat ze ziet en wat ze niet ziet, namelijk zichzelf - en lijkt zij in de onmogelijkheid verder te kijken dan de huidskleur van iemand en van zichzelf of verder te kijken in de wereld buiten het scherm van de televisie tout court, of het nu gaat over de VRT, VTM of het Woestijnvis en Verhulst Imperium of de geschreven media. Want de realiteit is écht anders. Het feit dat zij of andere mensen van kleur studies in de media niet afmaken of er zelfs niet aan beginnen, is volgens de auteur het gevolg van zichzelf niet te zien op het scherm. De vooringenomenheid werkt hier echter contraproductief en is gevaarlijk voor mensen die zij in safe spaces gaan sturen. Het ontneemt kansen aan mensen die wél getalenteerd en competitief zijn maar die door het conformisme van de social justice warriors gesommeerd worden in de rol van slachtoffer te blijven. Je moet al verdomd sterk in je schoenen staan om tegen zoveel politieke correctheid in te gaan. Maar ik geloof in mensen, ik geloof in de sterkte van mensen, ongeacht hun huidskleur. Haar betoog is een regelrechte belediging naar mensen van kleur die wél te zien zijn in de media, op de voorgrond, in de coulissen maar ook buiten de media en die succesverhalen schrijven zonder dat hun huidskleur een quota, het resultaat van een diversiteitsonderzoek, een klaagzang op Instagram of een akkefietje in een IG-post is. Zou het niet interessanter zijn als mevrouw _mainlyfelicia zich eerder kwaad zou maken over het aantal Vlaams Belangers in onze parlementen? Dat zou iets collectiefs én constructiefs zijn! Kunnen zijn, want je moet het ook willen. Of een collectief statement maken voor burgerrechteractiviste Zhang Zhan die in China 4 jaar naar de gevangenis moet omdat ze feiten over Covid-19 in Wuhan met de wereld deelde. Of voor Ahmadreza Djaldi? Ik ben benieuwd of de VRT gaat reageren. Ik hoop van niet omdat het hier opnieuw over een persoonlijk verhaal gaat. Een kip zonder kop. Een verhaal sans queue ni tête. Het gaat hier helemaal niet over racisme of discriminatie bestrijden maar het is een persoonlijk verhaal (“Als ik vroeger als kind wat meer mezelf had gezien op tv had ik misschien wat meer in mezelf geloofd.”, schrijft de auteur op haar IG). Ik kan haar evenwel geen ongelijk geven in het zichzelf herkennen op televisie of in de media. Als homo die behoort tot de stilzwijgende generatie X – de generatie tussen de boomers en de millenials – heb ik mezelf ook nooit gezien op televisie. In Mister Humphries in “Are you being served”, Steven Carrington in “Dynasty”, Jos Brink in “Wedden dat” heb ik mezelf als homo niet herkend. Paul Codde was niet mijn type en Luc Appermont was de ideale heteroseksuele schoonzoon. Ik keek in 1978 wel op naar Martine Tanghe die als eerste vrouw de hele BRT-redactie platwalste tot haar onlangs gerechtvaardigd pensioen. Martine deed dat alleen, zonder zeuren en kneuten. Daar keek ik naar op, naar de kracht van die vrouw. Naar kracht tout court. En al waren de homo’s op het scherm niet de homo die ik ben, toch heb ik van mijn leven een succesverhaal kunnen maken, met de mannen die ik uit eigen sterkte zelf heb gekozen. Huidskleur, net als homo zijn, heeft niet het monopolie op falen. Ik heb deuren tegen mijn smoel gekregen en ik heb evenzeer zwarte mensen als even competente collega’s aan mijn zij gehad, als gelijke collega, als overste en zelfs als docent. Maar ik heb nooit opgegeven of zelfs maar willen toegeven aan ingebeelde of vermeende boze blikken en goedbedoelde mopjes om en over mijn geaardheid. Ik ben er als mens en deal with it. Welke negatieve boodschap geeft de auteur wel niet aan een generatie mensen: omdat je jezelf niet ziet, heb je geen kansen? Representatie van een identiteit is geen garantie tot slagen. Ik denk dat hiermee de mythe van de woke-cultuur doorstoken is en dat we eindelijk, eindelijk redacties, het onderwijs en de media wakker kunnen maken om zoveel bullshit. Sorry voor het woord. Soms kan ook gewoon een boek lezen muren doorbreken en levens positief beïnvloeden. De auteur wil alles raciseren en zij gelooft niet in de sterkte van een minderheid. Of ze ziet het niet. Dat kan ook. Voor de auteur – en voor alle identiteitsdenkers – is zwart of persoon van kleur zijn gelijk aan minderwaardig, iemand die uit de boot valt, iemand die geen kansen maakt door zijn/haar/hun huidskleur, iemand die niet gezien wordt. Wat een vooringenomenheid. En wat een afrekening voor mensen die het maken als mens. Ik ben zwart, ik zie me niet op tv dus ik besta niet. De slachtofferrol van deze mensen die enkel als referentie sociale media, televisie, Wikipedia en Google hebben, is te belachelijk voor woorden, en toch krijgt het rasiseringsproces telkens weer een platform. Daarom hoop ik dat de VRT hier niet op in gaat. En dat ook de mainstream media hun karren vanaf nu draaien. Een poging om identiteitspolitiek bij de VRT te brengen is ook aan de gang op de VUB. Wat ooit een liberale, vrije en vrijzinnige plek was waar alle ideeën mogen gezegd worden, start ook daar binnenkort de dictatuur van de identiteitspolitiek in de vorm van enkele vooringenomen lezingen. Progressief links kaapt de hele discussie, als dat maar goed komt! Niet te verwonderen dat links in een impasse zit. Ik situeer mezelf in de linkse hoek van de politiek maar zonder deze waanzin van stampvoetende hoogopgeleide zogenaamde feministen die het debat alleen maar verzuren, verdraaien en in de kiem smoren. En met referenties naar Wikipedia verwijzen. Ik dacht dat de VUB beter kon. Het gelijkheidsplan van de VUB daarentegen getuigt in theorie van veel ambitie maar kijkt veel te weinig naar de competenties en laat maar één stem horen: die van de cancel dictatuur en de polarisatie cultuur. Ik hoor daar nog steeds studenten zeggen dat mensen aangenomen moeten worden op basis van hun identiteit, niet op basis van hun competenties. Het wij/zij denken heeft daar ook lelijk huis gemaakt. Bij wie ligt de fout? De fout ligt bij zogenaamde activisten, influencers en opiniemakers zoals _ mainlyfelicia en haar vriendinnetjes en die als lege dozen de kranten vullen en de sociale media domineren zonder ook maar, onder andere, racisme te bestrijden. De fout ligt evenzeer bij de politiek die mensen van kleur in de etalage zetten om hun propaganda te staven. Politiek faalt. Partijen gebruiken de tricks van de reclamewereld door logo’s te veranderen, slogans te herschrijven en in tv-programma’s met hoge kijkcijfers op te treden en waar om ter luidst wordt gelachen. Van politieke daadkracht gesproken. Politiek heeft geen ambitie meer. Politica schrijven boeken over ideale werelden die ze nooit kunnen verwezenlijken omdat de partij vroeg of laat tegenwerkt maar die boeken kunnen wel tellen als stemmen bij volgende verkiezingen. Gelukkig zijn er nog politiekers van kleur die wél daadkracht hebben voor de hele maatschappij, niet in ademnood geraken omwille van hun huidskleur en zijn er ook blanke politiekers die niet aan boetedoening doen en zich scharen met alle collega’s rond een gezamenlijk politiek project. Dat zijn de politiekers die een land nodig heeft. Ook bij de media ligt de fout. Een hele generatie woke millenials beheerst vandaag de grootste kranten in Vlaanderen. Gelukkig zijn er buitenlandse kranten waar échte diversiteit en niet enkel de pseudo-diversiteit van openbriefschrijvers die over zichzelf komen klagen aan bod komen. De journalistiek, zeg maar, is er genuanceerder en meer in balans. Vlaamse media – vooral geschreven media – hebben een tegenwoord nodig want we vallen een beetje in slaap en we kijken meer en meer naar de grotere broers en zussen in het buitenland. Zelfs over de taalgrens heen. De fout ligt ook bij scholen en universiteiten zoals de VUB die niet in staat zijn af te zien van identiteitspolitiek en zo van onze toekomstige studenten brave conformistische vrouwen en mannen maken die nooit geleerd zullen hebben kritisch te denken en misschien ooit scripties met emoji’s zullen afleveren. We klappen in de handjes voor de sterrenstatus van gastsprekers, niet voor een kritische en onderbouwde kijk op racisme, diversiteit, gelijkheid, dekolonisatie. Het extremisme in de maatschappij heeft nog mooie dagen in het vooruitzicht. Onderwijs heeft geschiedenis nodig om de cancel cultuur tegen te gaan bijvoorbeeld maar evenzeer is er nood aan filosofie om het kritisch denken aan te moedigen. Een rondvraag in enkele Franse scholen geeft aan dat leerlingen de dader van de moord op Samuel Paty wel begrijpen. En het zijn niet alleen maar moslims die zo denken. Is dat niet onrustwekkend? Willen we dat, brave conformistische burgers maken die vrije meningsuiting niet kunnen vatten? Passieve Instagram-volgers die klaphandjes, kusjes en hartjes plaatsen in plaats van eens een serieuze vraag op te werpen? Ah ja, woke-mensen gaan met niemand in discussie (emoji met hand op het hoofd). Kunnen dan de mensen die open brieven of open boeken schrijven en open lezingen geven onze ministers van Onderwijs bijvoorbeeld aanmoedigen om op de eerste schooldag iets uit te leggen over wat vrije meningsuiting is, wat een rechtsstaat is, wat een vrije maatschappij is en waar een leerkracht voor staat in plaats van ongelijkheid te schreeuwen in de conformistische mainstream media over oorbellen en jurken voor jongens? Want dat kan je zonder fifteen minutes of fame meteen afdwingen in het begin van een schooljaar. En zeker via de leerlingen en/of studentenraad. We moeten nú de dingen, het debat of hoe je het ook wil noemen terug in elke context plaatsen en het gejank van de gekwetste generatie achterwege laten. We hebben nood aan sterke en kritische mensen die vuisten op de tafel slaan, muren slopen en barrières breken, met woorden en met daden. We hebben geen nood aan jankende millenials die van de tafel wegblijven, muren optrekken en zich isoleren in safe spaces. Het progressieve links is helemaal doorgeslagen en maakt op comfortabele manier de weg vrij voor rechts-extremisme. Marine Le Pen heeft van haar winkel een voor velen aannemelijke en aanvaardbare versie van extreemrechts gemaakt en als eindpunt van haar oeuvre half links weggekaapt dankzij de politiek van de woke-generatie; bij ons begint deze versie ook vormen aan te nemen. In onze parlementen, op onze universiteiten en in onze media. Links is vandaag in een impasse, geblokkeerd door de kneuterige kleutertjes van de woke-politiek en we zien mensen de linkse boot verlaten. Links heeft haar eigen volk verloochend en geruild voor de nachtmerrie van identiteitspolitiek. In de Verenigde Staten zijn Biden en Harris niet de oplossing. Zij vertegenwoordigen wél een overgangspolitiek en kunnen alleen maar de gemoederen bedaren en het fatsoen in de politiek terugbrengen. En dan hopen dat in 2024 Harris president wordt. De Black Lives Matter in België van wie we sinds juni niets meer hebben gehoord, zullen nooit gehoord kunnen worden als zij stuurloos en verloren in identiteitspolitiek blijven hangen. Wie een beetje de geschiedenis van activisme kent – en ik ken die -, dan zien we zo de valkuilen van deze bewegingen. We hoorden meer van BLM tijdens Trump dan onder Obama en binnenkort onder Biden. Trust me, I’ve been there. We moeten nú de dingen doen. Echt, wie zal het doen? Want ’t is nogal dringend.

Erwin Abbeloos
6 0

Seksuele energie

Het hoogtepunt van seks is niet een orgasme, maar een bewuste connectie die alle woorden, gedachten en gevoelens overstijgt. Voeg daar dan nog een orgasme aan toe en je hebt het summum van wat seks zou kunnen zijn. Seksuele energie wordt zwaar onderschat. Seks is een krachtig creatieproces en dan heb ik het niet over het creëren van een kind. Door seks te hebben, zowel met jezelf als met een ander, worden er dingen het leven in geroepen. De energie manifesteert zich in de tastbare realiteit en juist daarom is het van belang om bewust te zijn van de aard van deze energie. Veel mensen hebben seks zonder zichzelf te eren of lief te hebben. Zo vond ik vroeger de gedachte om gebruikt en overmeesterd te worden erg opwindend, tot het tot mij doordrong dat ik hiermee een zelfdestructief patroon in stand hield. Mijn idee over seks is doorheen de tijd drastisch getransformeerd. Nu ben ik meer bewust van de manier waarop ik mezelf open stel en de waarde die ik mezelf toeschrijf. Het is veel meer dan een vleselijke lust. Seks is een uitwisseling van energie, idealiter met een evenwicht tussen geven en nemen. Door seks te hebben met iemand, kunnen verschillende energieën samengebald worden tot één krachtige generator. Deze kan ingezet kan worden om dromen te verwezenlijken en verlangens te vervullen. De visualisatie die aangedreven wordt door twee samensmeltende zielen heeft een bijzonder grote slaagkans. Net zoals bij meditatie is aandacht voor de ademhaling van essentieel belang tijdens het seksuele creatieproces. De adem fungeert immers als een portaal tussen lichaam en ziel. Wie staat er stil bij de krachtige hoeveelheid energie die uitgeblazen wordt tijdens een orgasme? En wie weet dat je die energie eveneens naar binnen kunt trekken (inademen) in plaats van ze de wereld in te sturen? En welke ideeën, gevoelens en verlangens zitten er achter die energie? Vlak voordat je zulke kracht naar buiten loodst of naar binnen trekt, zou je ze kunnen laden met een intentie. Dit kan een beeld of een gevoel zijn. Iets dat je graag wil manifesteren in je leven. De seks waarover ik spreek, ook wel tantra genoemd, is niet alleen een fysieke connectie maar evenzeer een mentale. Warm en veilig verstrengeld zitten in elkaars bewustzijn is een extra dimensie die door veel mensen overgeslagen, afgewezen of ontkend wordt. Niet iedereen verlangt naar dit soort van verbinding. Ik begrijp best dat veel mensen tevreden zijn in een relatie met seks die louter fysieke bevrediging brengt. Op zich is dat al heel wat. Maar het kan ook zijn dat dit op een gegeven moment in de persoonlijke ontwikkeling niet langer als ‘voldoende’ wordt beschouwd en dat er een verlangen naar meer diepgang ontstaat. Ik ervaar persoonlijk dat dit verlangen slechts matig en tijdelijk onderdrukt kan worden. Het steekt hoe dan ook van tijd tot tijd de kop op. Seks hoeft niet altijd een spirituele ervaring te zijn, er is niets mis met seks die puur gericht is op bevrediging. Het zou wel fijn zijn als meer mensen bewust waren van de mogelijkheden en kracht die er achter seksuele energie zit. Want het is een prachtige menselijke capaciteit om dankbaar voor te zijn.      

KarolienDeman
11 1

Brief aan Vlaanderen

Ik ben een zeventienjarig meisje dat zeer graag in Vlaanderen woont. Opgegroeid in een normaal gezin. Mama en papa die mij steunen in alles wat ik wil bereiken. Twee broers waar ik een goede band mee heb. Opgegroeid in een rustig gelegen huis is een dorp. Ik ga graag eens naar een drukke stad, maar ben ook heel graag op het platteland. Ik vind dat Vlaanderen de ideale mix is en dat ik zeer dankbaar mag zijn dat ik hier geboren ben. Wel heb ik mijn eigen mening over bepaalde dingen en kunnen sommige dingen zeker beter aangepakt worden in deze maatschappij. We leven nu in een pandemie, dat maakt het natuurlijk niet makkelijker. Maar misschien heeft het wel voordelen voor ons gedrag tegenover elkaar en de maatschappij.  Ik keek voor corona naar Vlaanderen met een bezorgde blik. Ieder voor zichzelf, dat was de maatschappij. Wil je iets bereiken, dan moet je er zelf voor zorgen. Dat is het zeker nog wel op sommige vlakken, maar corona heeft er ook voor gezorgd dat Vlaanderen warmer werd, naast natuurlijk alle miserie dat het virus met zich meebracht.  Mijn kijk op Vlaanderen is een beetje veranderd, maar toch ook niet helemaal. Ik zie mensen nog steeds in een boog rondom mij gaan of naar de grond kijken als ze mij passeren. Misschien is dat normaal, misschien is dat uit angst voor het virus, maar dat was soms ook al voor corona. Ik zie het juist als een kans om de mensen eens in hun ogen te kijken. Meer te vragen hoe het met hun gaat, want emoties kan je moeilijk aflezen van een gezicht waarvan meer dan de helft bedekt is met een mondmasker.  Er zijn mij zeker dingen opgevallen. Zo had je het applaus voor de zorgsector elke avond om acht uur. Een heel mooi gebaar vind ik, die mensen zijn de echte helden in deze crisis. Doe het maar eens, elke ochtend opstaan wetende dat je met honderden mensen in contact gaat komen die besmet zijn met een dodelijk virus waar men nog niet eens alles over weet. De moed en passie voor hun werk moet immens zijn. Elke dag weer alles eraan doen om zoveel mensen zo snel mogelijk te genezen. Mijn respect voor die mensen is enorm groot. Eerlijk gezegd, ik zou er de moed niet voor hebben. Ook was er een drone die soms over Vlaanderen vloog waar je een boodschap kon overbrengen voor iemand, de zorg, de bevolking, wie dan ook. Ook dat vond ik een zeer mooi gebaar. Het is zoals ik hiervoor al zei, Vlaanderen is warmer geworden. Over na corona kan ik nog niet praten, want we zitten er nog midden in. Ik hoop dat mensen dat ook beseffen.  Frustraties zijn er altijd. Je kan het nooit eens zijn met alles en iedereen. De beslissingen van de overheid snap ik vaak niet. Maatregelen laten vallen wanneer er nog steeds zeer veel besmettingen zijn frustreert mij mateloos. Langs de andere kant ben ik ervan overtuigd dat die mensen wel gewoon hun best doen, maar gewoon ook niet voor iedereen goed kunnen doen. Ik denk dat er veel dingen zijn die wij niet beseffen waar de overheid rekening mee moet houden. Ook frustreert het mij wanneer ik de bus opstap en vier veertienjarigen hun mondmasker niet zie dragen en hoor roepen naar elkaar of ik iemand zie met zijn neus uit zijn mondmasker. Het is nu ook niet moeilijk de maatregelen correct te volgen. Het zijn er al niet veel, leef ze dan ook na! Sommige mensen kunnen zeer respectloos zijn tegenover andere mensen zonder dat ze het zelf beseffen.    Mijn boodschap voor Vlaanderen zou zijn, maak het beste van de situatie waar we nu inzitten. Sterker zelfs, maak er gebruik van eens mensen in de ogen te kijken, te vragen hoe het met hen gaat, knik eens, knipoog, spreek met uw ogen! Zeg eens dank u als je een verpleger, dokter of eender wie ook tegenkomt die echt wel de titel held verdient. Hou de warmte in Vlaanderen, ook na de pandemie. Draag uw mondmasker, bescherm niet alleen uzelf, maar ook een ander. Wederzijds respect, liefde en het creëren van een warm gevoel bij uzelf en de mensen rondom u zijn de ingrediënten voor de ideale samenleving. Laten we samen van Vlaanderen een maken.  

Marg
6 0

Moederliefde

Er is geen liefde puurder, altruïstischer en warmer dan echte moederliefde. Helaas heeft niet iedereen het geluk dit te mogen ervaren. De relatie met je moeder laat een afdruk na op het verloop van je leven. Ik ben ontzettend dankbaar voor de warme relatie met mijn moeder en dat ze mij al 35 jaar laat voelen wat onvoorwaardelijke moederliefde is. Ik kies er bewust voor om zelf geen moeder te zijn in dit leven. Dit wil echter niet zeggen dat ik geen moederliefde kan geven. Ik kan moeiteloos het kind zien in iemand. In ieder van ons huist een kind dat niets liever wil dan geliefd worden. Ongeacht iemands leeftijd, zie ik een kleine jongen of meisje door alle lagen heen schemeren. Ik ben in staat om naar iemand te kijken met de ogen van een moeder. Dat zijn ogen die liefdevol kijken met mededogen, geduld en begrip. En vanuit dat standpunt is het maar een kleine stap om ook moederlijk te handelen, door bijvoorbeeld zorgzaam of troostend te zijn. De bron van waaruit mijn liefde ontspruit is oneindig. Het werd mij onlangs heel scherp duidelijk dat de moederliefde die ik naar anderen overhevel, naar het prachtige voorbeeld van mijn eigen moeder, eveneens aan mezelf geschonken kan worden. Daarmee wil ik zeggen dat ik mezelf als een moeder kan liefhebben. Ik kan mezelf vanuit datzelfde moederperspectief bekijken, verzorgen, troosten, aanmoedigen of geruststellen. Eveneens kan ik mezelf aanraken als een moeder door mezelf te strelen of knuffelen. Ik vermoed dat veel mensen hier weerstand tegen zullen voelen. Jezelf liefdevol aanraken is iets dat niet echt cultureel ingeburgerd is en eerder als raar wordt beschouwd. Toch is het ontzettend heilzaam en een uiting van eigenliefde. Ik zou mensen willen aanraden om dit ondanks de ingeprente tegenzin toch te proberen. Vooral in tijden als deze, waarbij het afstand houden zo fervent gepredikt wordt, kan dit een gezond tegenwicht bieden. Als ik bijvoorbeeld iets moeilijk moet doen, dan knijp ik zacht in mijn bovenarm en bevestig ik wat een flinke meid ik wel niet ben en dat ik best trots mag zijn op mezelf. Of als ik verdriet heb, dan streel ik over mijn wang terwijl ik zeg dat het oké is om te huilen. Niemand kan zo goed zorgen voor mij als ikzelf. Niemand weet en voelt beter dan ikzelf wat ik nodig heb. Wat mij betreft is dat eigenliefde van de bovenste plank. Er is niets zo helend als eigenliefde. Het is het ultieme medicijn. Als je als kind een schrijnend gebrek aan moederliefde gekend hebt, hoeft dit niet meteen te betekenen dat er geen voeling kan zijn met de energie van moederliefde. Intens ervaren wat iets niet is, kan helpen om klaar te zien in wat het dan eigenlijk wel is. Iemand die bijvoorbeeld als kind mishandeld is geweest, kan vanuit die ervaring bewust beslissen om het bij zijn of haar eigen kinderen geheel anders aan te pakken. Sommige mensen zijn in ons leven om ons te laten zien wat we niet willen. Ook dat is erg waardevol. Want zo wordt de focus op wat we wel willen alleen maar scherper. En hoe scherper we voor ogen houden waar we naar verlangen, des te meer kans dat het dan ook op ons pad zal terecht komen. Dat heet visualisatie, iets waarover ik reeds vol passie en overtuiging heb gesproken en geschreven. Tot slot maak ik nog even de bedenking dat moederliefde niet uitsluitend iets vrouwelijk is. Het is een term die gelinkt wordt aan vrouwelijkheid, maar een man kan uiteraard eveneens deze liefdevolle energie gewaarworden en uiten. Moederliefde is slechts een woord om een specifiek gevoel te omschrijven, maar de onderliggende betekenis is veel ruimer.

KarolienDeman
5 0

Het boek

Voor ieder van ons ligt er een boek. Het is een ontzettend lijvig boek met erg kleine lettertjes. Je kunt je hele leven wijden aan het lezen, bestuderen en naleven van de inhoud. In dit boek staan al je overtuigingen, levenslessen, conclusies, verwachtingen, oordelen, beschermingsmechanismen en alles dat je werd ingeprent. Het beschrijft wie je denkt dat je bent en moet zijn. Er is ook een uitgebreid hoofdstuk gewijd aan wat normaal en acceptabel is en wat niet. Een deel van het boek hebben we zelf geschreven en andere delen werden door anderen ingevuld. Zo heeft onze cultuur bijvoorbeeld voorgeschreven hoe ons leven en keuzes er horen uit te zien. Onze opvoeding heeft eveneens een steentje bijgedragen aan het volume van het boek. En dan is er nog ons genetisch materiaal dat de stijl en toon van de tekst bepaalt. Het is een soort van handleiding waar we ons bij twijfel tot wenden. En we twijfelen veel. Veel mensen staren gefixeerd naar hun opgeslagen boek. Hun ogen wenden zich nooit af van de letters. Het hoofd blijft permanent gebogen boven de pagina’s. In feite hebben ze zelfs niet meer door dat ze aan het lezen zijn. Wat ze zien wordt als realiteit en absolute waarheid aangenomen. Wat daar staat, is waar ze in geloven. Als ze het hoofd zouden oprichten en rondkijken, krijgen ze het gevoel alle houvast te verliezen. Ontmoeten ze iemand die op een totaal andere wijze dan de voorschriften handelt, dan zullen ze verontwaardigd verwijzen naar de paragrafen die volgens hen van toepassing zijn. Het boek bakent een ruimte af waarbinnen er geleefd kan worden. Het dicteert een zijnswijze. Het is menselijk om structuren, patronen en betekenis te zoeken als leidraad in de hoeveelheid keuzes die in een leven gemaakt kunnen worden. Het boek heeft een zelfbeschermende functie en dient als ankerpunt. Door het naleven van de voorschriften hopen we rust te vinden. Als compensatie tegenover de  alomtegenwoordige en fundamentele bestaansonzekerheid. Maar het is ook zeer beperkend. De inhoud van ons boek kan zonder dat we het beseffen sterk afwijken van onze authentieke aard. We hopen goed te doen door het boek bij twijfel te raadplegen, terwijl we onszelf daar misschien eigenlijk kwaad mee doen. Want misschien wijkt onze authentieke zelf wel sterk af van alles wat onze opvoeding, cultuur en omgeving voorschrijft. En dan verloochenen we onszelf door het boek in plaats van onze ware zelf te volgen. Het vraagt een open geest, moed en zelfvertrouwen om je hoofd te rechten, het boek dicht te klappen en rond te kijken. Want de ruimte rondom het boek is werkelijk oneindig. In de ruimte rond het boek is alles mogelijk. De enige leidraad in die weidsheid is je hart en gevoel. Wat goed voelt, dat is daar de norm. Het kan goed zijn dat je persoonlijke keuzes veroordeeld of afgekeurd worden omdat ze sterk afwijken van wat er in de meeste mensen hun boek staat. Constructief omgaan met die oordelen zonder jezelf in te binden is een kracht die doorheen de tijd kan versterkt worden. Je kunt jezelf leren om stabiel in je authenticiteit te blijven staan terwijl anderen niet begrijpen of goedkeuren wat je doet. Je zou het jezelf anderzijds erg moeilijk maken indien je het boek definitief van tafel zou vegen en alle voorgeschreven structuren negeert. Want de maatschappij waarin we leven rekent erop dat je bepaalde voorschriften volgt. Het is wel handig om te weten wat er verwacht wordt en welke stappen er moeten gezet worden indien je iets wil bewerkstelligen in de collectieve realiteit. De regels hebben een functie. Ze zijn er om chaos te weren en alles in goede banen te leiden. Maar ze hoeven ook niet te serieus genomen te worden. Het is gezond om de voorschriften te accepteren en te respecteren, maar om tegelijkertijd wel te beseffen dat ze geen ultieme waarheid zijn. Doe jezelf een plezier door zonder oordeel of schaamte te dansen in de ruimte rond het boek. Door vrijuit te spelen en onbegrensd te visualiseren over wat je graag zou bereiken in het leven. Ongeacht wat er in je boek staat kun je jezelf onvoorwaardelijk liefhebben, met geduld en mededogen. Verlos jezelf van de voorgeschreven beperkingen door met een kinderlijke open blik verwonderd rond te kijken. Zo’n boek is tenslotte maar een nietig ding ten opzichte van de oneindigheid van het universum.

KarolienDeman
11 1

Racisme in Brussels Regenbooghuis.

Over racisme in de LGBT-gemeenschap.            In een interview met Zizo (Zizomag) laat Rachael Moore, coördinator van het Brusselse Rainbowhouse uitschijnen dat de ‘witte’ LGBT-gemeenschap (begrijp: cisgender witte homomannen) racisme in de eigen gemeenschap niet onder ogen willen zien. Toen ik haar daar over aansprak, schreef Moore in een persoonlijke mail naar mij en in naam van het Rainbowhouse dat “witte mannen in onze geschiedenis nooit zij aan zij stonden met mensen van kleur.” Het kapen van een zinvol debat rond racisme lijkt bon ton te zijn in de media en sluipt nu ook de LGBT-gemeenschap binnen. Met mijn betoog wil ik aantonen welke kans Moore aan zich voorbij laat gaan omdat zij met haar persoonlijke verontwaardiging het debat steriliseert en zichzelf in de voeten schiet door mensen in de eigen gemeenschap aan te vallen in plaats van structuren in de maatschappij. De identiteitspolitiek en vooral de dogmatische politieke correctheid die Moore in het Regenbooghuis hanteert, is verbluffend, contraproductief en vooral discriminerend. Dat kan tellen voor een huis dat welzijn bij LGBT’ers wil promoten. Volgens de coördinator lijkt welzijn voor bepaalde mensen uit de LGBT-gemeenschap toch niet besteed aan iedereen binnen die gemeenschap. Ook het feit dat zij alles en iedereen reduceert tot huidskleur, past helemaal niet in een inclusief project binnenin de LGBT-gemeenschap. Tenslotte wil ik ook het cultuur cancelen die het Regenbooghuis in Brussel hanteert, aankaarten en een oproep doen om snel aan het serieuzere werk te beginnen, de ego’s en de incompetentie achterwege te laten en er te zijn voor de hele LGBT-gemeenschap               Moore stelt dat de wereld waarin witte en zwarte mensen zij aan zij stonden, als gelijken, niet bestaat en nooit heeft bestaan. Ook schrijfster Fleur Pierets bezondigt zich in een column in De Morgen aan het conformistische politiek correct denken wanneer zij een oproep doet om ‘witte’ LGBTQI+-mensen mee te hebben in de strijd tegen racisme met een lichte toon van verwijt want “het allerminste dat de witte LGBTQI+-gemeenschap naar mijn mening kan doen is zij aan zij gaan staan met hen die op straat komen voor hun bestaansrecht.” Het allerminste? Pardon? Wat hebben die witte mannen (en vrouwen) dan niet gedaan? Het is tijd voor een update, voor een reminder aan onze gemeenschappelijke geschiedenis en pistes uit te denken welke mensen en strategieën nodig zijn om in onze gemeenschap voor iedereen te zorgen.             Ik zeg het meteen: blanke homomannen hebben nooit de strijdarena verlaten. Nooit. Ik trek bewust een parallel met HIV/aids. De ravage uit de jaren ’80 en ’90 van vorige eeuw heeft veel machtssystemen blootgelegd die duizenden doden op het geweten hebben. Daardoor hebben veel 50-plussers van vandaag hun vrienden verloren. Ik heb toen ook vrienden verloren. We leefden elke dag met angst en heel ons sociaal leven werd erdoor gekleurd. De dood was iedere dag aanwezig. We werden afgerekend op onze seksualiteit, op onze huidskleur, op onze afkomst, op onze eisen voor gelijkheid, op onze identiteit, op onze ziekte. We waren de pest. We werden uit onze jobs, onze woningen en onze relaties gezet. Niet onze sekspartners waren onze vijanden, niet de naalden die we deelden voor onze drugs waren onze vijanden, niet het bloed dat we via transfusie kregen was onze vijand. Een lakse overheid, een machtig medisch orgaan, politiek correct denken en de hebzucht van de labo’s waren onze vijanden. Dus gingen we op zoek naar bondgenoten. We verenigden ons in vzw’s, creëerden onze eigen safe spaces en we gingen terug studeren om mondig te worden, weerwoord te bieden en kennis te vergaren. We kwamen op televisie en in de media om te zeggen dat we aan het sterven waren. We zochten verder naar bondgenoten. Homomannen waren de meest getroffen personen en ook het meest gemakkelijke doelwit. En toch hebben blanke homomannen niet voor eigen blanke gemeenschap gestreden. HIV kende en kent nog steeds geen kleur. HIV maakt geen onderscheid tussen blank en zwart. Aids wel. Hetzelfde geldt voor racisme. En dan moet je kijken naar structuren, niet naar mensen. Wanneer je naar de archieven van die periode kijkt, zie je dat we mannen, vrouwen en transgender personen van alle kleuren waren. Ook de archieven van pakweg De Rooie Vlinder uit 1978 laten duidelijk zien dat blanke mannen én vrouwen samen met zwarte mannen en vrouwen zij aan zij stonden in de strijd voor gelijkheid. In de tentoonstelling in Brussel afgelopen zomer over feminisme in België “Vrouwen vrij, een andere wereld” ging het ook niet enkel en alleen over blanke heterovrouwen. In 1985 liep ik als 17-jarige rond met de badge “Touche pas à mon pote”. In de jaren 2000 hebben we met man en macht sociale rechten opgeëist – en gekregen - voor iedere seropositieve sans-papier. Zwarte vrouwen en mannen werden naar het land van herkomst in Afrika teruggestuurd waar geen aidsremmers ter beschikking waren. We hebben ook de rechten van de patiënt laten gelden. In 2002 hebben we in Parijs tegen Le Pen betoogd toen de man bijna als president werd verkozen. Extreemrechts, grootste partij, zegt u dat iets? En je moet echt een opportunistische activist(e) zijn als je de tentoonstelling over Keith Haring niet gezien hebt. Zeg me dus nooit, nooit meer dat we nooit iets samengedaan hebben. En schrijf nooit meer dat het minste wat we kunnen doen, zij aan zij gaan staan is. Het met de vinger wijzen naar die blanke homomannen moet stoppen. Het moet stoppen met beledigingen te sturen aan het adres van duizenden activisten en duizenden doden. We hebben veel gedaan en we kunnen nog veel maar de breuk die deze polariserende politiek neerzet, verlamt een hele strijd in eigen gemeenschap.             Homo of lesbisch zijn in de zwarte gemeenschap ligt zeer gevoelig. Dat zijn pistes die we vandaag in onze gemeenschap moeten durven bewandelen, ook al is niet iedereen queer. Bovendien identificeert niet iedereen zichzelf via zijn of haar huidskleur. Blanke holebi’s hebben nooit in de plaats van mensen met kleur gestreden. Integendeel. Activisme doe je niet via een column in de mainstream media of op een YouTube-filmpje. Het is tijd voor opnieuw ‘wij’ denken. Het is hoogtijd om activisme te reactiveren, de speeltuin te verlaten en aan het werk te gaan. Tijd om samen het monster racisme samen in onze gemeenschap te bestrijden. Nog volgens het Rainbowhouse en Rachael Moore heb ik als ‘witte’ cisgender homoman niets te zeggen. Moore stelt dat ik nog steeds van mijn witte privileges geniet. Ik zeg het meteen: ik ben niet geprivilegieerd. Geprivilegieerd zijn rijke mannen of vrouwen van alle kleuren die hun verdiensten en privileges te danken hebben aan hun naam of hun aandelen. Ik vecht zoals zoveel andere stilzwijgende Belgen nog iedere dag voor gelijkheid voor iedereen. In mijn job als leerkracht bijvoorbeeld. Mijn ‘witte’ maar blijkbaar toch niet-geprivilegieerde grootouders hebben hun godganse leven gewerkt om alleen even arm als de straat te blijven en even arm te sterven. Arbeiders kwamen op straat en verloren ook hun leven: Een onvergetelijke bloednacht.  Deze overwinningen zijn systemen waar Moore ook vandaag van geniet. Hoe comfortabel is het toch om een gerieflijk forum in de media te krijgen maar daar helaas niet verder komen dan roepen, tieren, cancelen, deleten en zeggen dat het vermoeiend is.             Ik zie een generatie die het graag over ‘ik’ heb. Een generatie, verwend, onopgevoed en die er niet in slaagt, op geen enkele manier, om de erfenis van het activisme over te nemen en om te zetten in daadwerkelijke en urgente veranderingen in onze maatschappij. Wil deze generatie écht politiek dwingen de wetten aan te passen? Heeft deze generatie de kennis en de ervaring genoeg om politiek sterk te staan, het verschil te maken en te zorgen voor iedereen in de maatschappij en de eigen gemeenschap? En is het constant refereren naar Wikipedia en UberFacts écht zo kritisch onderbouwd?             Tenslotte is er vanuit de LGBT-gemeenschap veel kritiek geuit op het verhaal rond het fresco van Ralf König en die je kan bewonderen in de Brussele Lollepotstraat. Volgens Moore en het Rainbowhouse is deze fresco een racistische afbeelding. Ralf König heeft een weerwoord op zijn website geschreven Ralf König. Het illustreert de povere kennis van de eigen geschiedenis en het onvermogen om kunst in de tijdsgeest te plaatsen. Ik ben tot op vandaag nog steeds razend kwaad omdat mijn geschiedenis door het politiek correct denken van het Brussels Regenbooghuis niet meer mag bestaan. De blanke homopersonages worden op dit fresco overigens ook niet zeer flatterend en eerder cliché gewijs afgebeeld maar geen enkel blanke haan die daar naar kraait. Zelfs Moore lijkt niet verontwaardigd te zijn maar daar zegt ze niets over. Ik daag het Regenbooghuis openlijk uit om de eigen geschiedenis te kennen, te kaderen, te koesteren, te respecteren en vooral weten te waarderen.             Racisme bestaat ook in de LGBT-gemeenschap zoals in alle lagen van de bevolking en alle gemeenschappen maar je moet toogpraat weten te onderscheiden van serieuze haatpraat die machtsstructuren hanteren. De bron van die structuren vind je in de politiek, religie, onderwijs, justitie, gezondheidszorg, de media maar evenzeer in de cancel/delete cultuur die dogmatische activisten hanteren. Wil je racisme in de LGBT-gemeenschap blootleggen, zal je toch met meer concrete feiten naar boven moeten komen. En ook je bedoelingen uitleggen. Suggereren dat de Brusselse Kolenmarkt een straatje is voor witte cisgender homomannen is volledig van de pot gerukt. Moore en het Rainbowhouse promoten eerder een eigen agenda van identiteitspolitiek dan daadwerkelijk racisme in de eigen gemeenschap te bewijzen en aan te pakken.             Racisme is overal en nergens. Racisme is even zichtbaar als verdoken. Maar daarom moet je je hoofd nog niet in het zand steken. Iemand die een Rainbowhouse leidt, moet verbindend zijn, er staan voor iedereen en geen leugentjes rondstrooien of er een eigen persoonlijke agenda op nahouden. Overheden die deze instellingen subsidiëren zouden zich daar ook bewust van mogen zijn. Of duidelijker zijn in de communicatie: “Witte cisgender homomannen niet welkom.” En dan kunnen we de oproep van Pierets meteen in de vuilnisbak gooien. Voor haar moeten we samen opkomen, voor Moore kan dat echt niet en zal dat ook nooit gebeuren. Mensen zijn niet alleen mensen met kleur. De dictatuur van deze identiteitspolitiek drijft progressieve LGBT’ers weg van een hele gemeenschap, enkel en alleen om de persoonlijke agenda van een identiteitspolitiek uit te voeren. Het valt dan ook niet te verwonderen dat vele holebi’s verschuiven naar N-VA, sommige zelfs naar Vlaams Belang. Met hun so called activisme verliezen ze echter ook hun eigen bondgenoten en dat zijn heus niet enkel en alleen die gemene blanke cisgender homomannen waar continu naar verwezen wordt. Hier moet ook een alarmbel afgaan maar dogmatische activisten blijven doof, blind en vooral afwezig voor deze signalen. Vandaag zetelen 23 parlementsleden van het Vlaams Belang in het Vlaams parlement, 7 leden in de Senaat, 18 in het federaal parlement, 3 in Europa, 1 in Brussel en 2 zitjes in de Raad van Bestuur van de VRT. Dat zijn er 54 te veel. Moeten we ons daar beter niet mee bezig houden? Ik woon in het hartje van Brussel. Vanuit mijn woonkamer heb ik zicht op de Sint-Michiel en Sint-Goedele kathedraal. Ik denk vaak hoeveel tijd, hoeveel bloed, hoeveel zweet en hoeveel miserie het niet gekost heeft om die daar te zetten. Hoeveel sociale strijden de verschillende lagen van dit meesterwerk dragen. De kathedraal staat daar nu al zolang, als een architectonisch wonder. Zo is ook eender welke sociale strijd anno 2020 er een van intelligent en gefundeerd voortbouwen op de steenlagen in onze maatschappij die ook met zweet, bloed, tranen en miserie, vastgeklonken en verankerd in de geschiedenis staan. De strijdtechnieken van de dogmatische politiek correcte activisten zijn achterhaald. Ze dienen enkel individueel ongenoegen en staan in fel contrast met een historisch beladen collectieve strijd. De strijd tegen verondersteld racisme in de LGBT-gemeenschap heeft nood aan serieuzere actoren en strategieën die discriminerende realiteiten en machtssystemen die elk individu van ons en onze gemeenschap aanbelangt, blootlegt. Moore wil liever de LGBT-geschiedenis herschrijven. Laten we dat vooral niet doen maar laten we eerder ons bouwwerk verderzetten met alle lagen en kleuren van onze gemeenschap. Het speeluurtje is voorbij. Het is tijd voor een groot debat met alle actoren over alle generaties heen om ook voor iedereen in onze gemeenschap een veilige plek in de wereld te creëren. Ik ben als cisgender homoman zeker van de partij. Foto in bijlage: © Pierre Maraval: 1000 regards contre le sida.

Erwin Abbeloos
7 0

Postmodernisme? Epic

In een tijdlaag die afzonderlijk is. Wat is omgekeerd aan een teleologie?Een passief individu. En een individu, dat kan heel wat zijn:traag, op zichzelf een lichaam, valt het van de atmosfeer of kosmos (whatever eigenlijk)naar beneden (op mijn hoofd): eerst de luchtlaag, dan de aardlaag, dan door mijn hoofd op de korst van een ademende globe. In zijn vluchtval nam het tijd & ruimte mee; zonder af te nemen in grootte.  De tijdlaag of individu verlangt ernaar positief te zijn, maar is vooral OOK negatief, dus vult het zichzelf af. Nieuwe staat, nieuwe term: neutraliteit. Om te creëeren moet je helemaal niet leeg zijn / Je moet vol zijn, maar dan bedoelt men:vol van intentie, leeg van content. Nieuwe concepten vragen om een consensus, zoals een zin om een syntax vraagt; ook al is die van tevoren nog niet bepaald. Anders was hij geen zin, maar een taal.Zo ook met een bewustzijn, een nieuw werk, al deze synoniemen, voor creaties binnen kunst - of filosofant (filosofische / hallucinante) goede ideeën, die zovelen al voor me hadden:je bent namelijk nooit alleen in je denken, dus ook nooit de pionier.Omdat niemand die is, ben jij dit toch een beetje.De tijdlaag zakt af, en zet af, op de aardkorst. Leem werd beschreven door Galina Rymbu, maar zij was wel feministe. Of Jeroen Mettes: "hoe lang is het geleden dat ik nog eens heel (ik zou zeggen 'geheel') feministisch was?". / Dat dus hé: je vraagt er om gepest te worden, en dat is iets goeds: je mannetje (oh no) staan. In zijn val neemt het mee: partiële partners. Vervangbare materie. Deze zet het af. Vertelt een nieuw verhaal vanuit een nieuw idee, een concept. Het weet waar het voor staat.

Dries Verhaegen
10 0

Over het hoofddoekenverbod.

Studente Samia Bachiri vraagt zich in een opiniestuk VRT Nws af waarom zij haar hoofddoek moet afleggen als ze de schoolpoort binnenstapt. Ze stelt dat het hoofddoekenverbod – en niet de hoofddoek zelf – een vorm van onderdrukking is. Dat is niet helemaal waar. De vrije wil - of niet - om een hoofddoek te dragen hier terzijde gelaten, getuigt haar betoogt van een telkens weer terugkerende oneerlijke framing dat het debat weg draait van zijn historische essentie dat juist haar vrijheid om te studeren beschermt. De betoging van zondag 5 juli in Brussel, georganiseerd door HijabisFightBack, is daarom heel dubbel. In hun strijd naar vrijheid kan ik de dames – en de enkele heren aanwezig – geen ongelijk geven. Onze veelal Westerse maatschappijen hebben hard gestreden – en doen dat nog steeds – voor de vrijheden van iedere vrouw. Met vrouwen, voor vrouwen en door vrouwen. Ik zou zo nog meestappen als ik zou zien dat haar vrijheden door het toedoen van de mens in de maatschappij beknot zou worden. Helaas brengt deze betoging geen zoden aan de dijk. Op 3 november 1998 tijdens de lange discussies over het samenlevingscontract PACS in Frankrijk, haalt Christine Boutin, toen rechtsgezinde spilfiguur in het Franse parlement, de Bijbel naar boven om later op straat “les pédés au bûcher” te onderschrijven. De debatten rond de PACS waren de eerste timide stappen van de Franse regering om het samenleven van onder andere twee mensen van hetzelfde geslacht (met uitzondering van broers en zussen) een evenwaardig juridisch kader te geven als bv. mensen die een huwelijk aangaan. Op vraag van onder andere Aides en Act Up Paris werd dit debat gevoerd doordat onder andere seropositieve mannen en vrouwen als koppel gediscrimineerd werden. Het debat werd die dag meteen stilgelegd. Dit voorbeeld kan een antwoord zijn op Bachiri’s prangende vraag waarom zij haar hoofddoek – en bij uitbreiding elk religieus symbool – niet kan dragen. De hoofddoek is, net zoals elk ander attribuut dat verwijst naar een god, de religieuze uiting van een macht. Die macht heet religie. Wanneer je die macht in publieke instellingen toelaat, legitimeer je die macht om zich te manifesteren tegen vrouwen, tegen holebi’s, tegen ongelovigen en ga zo maar door. Tegen iedereen die zich niet aan die religieuze macht onderwerpt. Niet onze maatschappij anno 2020 belemmert Bachiri en alle andere gelovige vrouwen in hun godsdienstbeleving. Nergens in onze wetgeving van onze seculaire maatschappij waar zij ook deel van uitmaakt wordt het dragen van religieuze tekens verboden. Nergens in diezelfde wetgeving wordt hen de toegang tot het onderwijs geweigerd. De ironie wil dat het juist religie is die hen toegang tot studeren belemmert. In een maatschappij waar je wél religieuze symboliek in publieke instellingen toelaat, creëert na verloop van tijd diezelfde symboliek het gevaar om als vrouw geen beroep te kunnen doen op het Hooggerechtshof. Het is juist om vrouwen te beschermen dat justitie geblinddoekt afgebeeld wordt om zo religie geen kans te geven vrouwen van (officieel) onderwijs of hun fundamentele vrijheden te ontzeggen. De dag waarop religieuze symboliek ontladen zal zijn van de macht en de invloed die ze wil uitoefenen op de mens en de maatschappij, zie ik graag hoofddoeken op de schoolbanken. Waar het om gaat is de scheiding van religie en staat. En voor die scheiding zal ik altijd blijven strijden. Het kledingstuk wordt niet gepolitiseerd zoals het regelmatig beweerd wordt. Het kledingstuk heeft niet alleen zichzelf gepolitiseerd maar is ook gerecupereerd door de politieke macht. Want wat is macht? Macht is controle. Of stemmenronselarij om groter te worden. Laat nu juist het onderwijs een plek zijn waar controle door macht de grote afwezige moet zijn om jezelf als mens te kunnen ontplooien. De verzuiling is achter de rug en vandaag genieten we als vrije burger van vrij onderwijs. Dat valt niet samen met religieuze voorschriften. Niet op school, niet aan het loket. Het is een gemiste kans van deze studente om zich aan kritische analyse van het debat te onderwerpen. Moslima’s hebben het recht, net als protestanten en christenen, op onderwijs dat hun vrijheid garandeert. Daarvoor teken ik meteen. Tenslotte, als in 1998 de maatschappij Christine Boutin niet op de vingers had getikt, hadden vandaag de dag duizenden seropositieve mannen en vrouwen geen rechten, waren er geen wetten om homofobie en homohaat te bestraffen en kon ik vandaag als Erwin nooit trouwen met Sébastien.  

Erwin Abbeloos
10 0

Wat is de realiteit?

Het is een uitdaging om concepten te definiëren die als vanzelfsprekend worden beschouwd. Want eenmaal je een sluitende definitie probeert te vormen, merk je al snel dat de dingen vaak niet zijn wat ze lijken. Wat verstaan we bijvoorbeeld onder het begrip ‘realiteit’? Wat bedoelen we precies als we zeggen dat we ‘realistisch’ moeten zijn? Stilzwijgend en quasi unaniem nemen we aan dat de realiteit een vaststaand gegeven is. Iets waar we niet omheen kunnen. Vanuit die veronderstelling voelen we ons vaak geworpen in de realiteit, als een toevalligheid dat onderhevig is aan externe wetten. De realiteit wordt dan als positief of negatief geïnterpreteerd. Gunstig of ongunstig. Als iets waar we dienen mee rekening te houden. We beperken onszelf ook door te stellen dat het ‘onrealistisch’ is om bepaalde dingen te denken of verwachten. Want we gaan ervan uit dat we ons moeten aanpassen aan de realiteit rondom ons. Maar wat als de realiteit geen op zichzelf staand fenomeen is? Wat als de realiteit een product is van onze gedachten en interne leefwereld? Het interessante aan deze stelling is dat ze wetenschappelijk onderbouwd kan worden, gestaafd op zogenaamde harde feiten. Het is namelijk een feit dat de manier waarop wij onze realiteit ervaren afhankelijk is van ons perceptievermogen. En dat perceptievermogen bestaat uit onze hersenen die externe prikkels omzetten naar een verstaanbaar en gemakkelijk hanteerbaar geheel. Verstoorde hersenfuncties of psychische aandoeningen tonen aan dat de realiteit veranderlijk is. Kortom: wat je ervaart, is wat je zelf maakt. De hersenen creëren een logica die gericht is op zelfbehoud en overleving. Het is niet te bewijzen, maar we gaan ervan uit dat iedereen met ‘normaal’ functionerende hersenen min of meer hetzelfde ervaart. Als er iemand iets beweert dat niet strookt met het algemeen aanvaarde idee over wat de realiteit is of niet is, dan twijfelen we aan de functies van het perceptievermogen van die persoon. Stel dat de realiteit inderdaad iets is dat buiten onszelf bestaat, iets dat zonder bewustzijn of perceptie voort blijft bestaan. Wat als de realiteit geen levend wezen nodig heeft om te kunnen zijn? Wat voor iets is de realiteit dan? Hoe zou je dit omschrijven? Dit is een vraag die zich zeer moeilijk laat beantwoorden omdat het onmogelijk is om ons voor te stellen wat de realiteit is zonder ons bewustzijn. We zitten als het ware gevangen in ons perceptievermogen en kunnen daarom de realiteit niet interpreteren of omschrijven als iets dat los van onszelf bestaat. Het concept realiteit is eveneens iets dat we zelf bedacht hebben, zonder menselijke interactie is er niets dat als dusdanig wordt aangeduid of gecategoriseerd. Wanneer de realiteit als een fenomeen wordt afgebakend, dan impliceert dit dat het tegengestelde van de realiteit ook moet bestaan. We denken te weten wat de realiteit is en wat ze niet is. Maar we kunnen dit slechts beoordelen binnen de beperkte grenzen van ons perceptievermogen. Dus eigenlijk kunnen we onszelf alleen maar iets wijsmaken en binnen het kader van die illusie afspraken maken. Dat de realiteit veranderlijk is en onderhevig aan het perceptievermogen is een feit. Want elk levend wezen op aarde ervaart de realiteit op een andere manier. Zo zal de realiteit van een bacterie er anders uitzien dan de realiteit van een dolfijn. Er zullen ongetwijfeld wel mensen zijn die ervan overtuigd zijn dat het perceptievermogen van de mens superieur is ten opzichte van dat van andere wezens. En dat daarom de realiteit die een mens ervaart de ‘juiste’ perceptie is. Zulke denkwijze functioneert zeer nauw binnen de beperking van de eigen vermogens. Een denkwijze die mij interessanter lijkt, gaat ervan uit dat de perceptie van elk levend wezen een bijdrage levert aan het concept realiteit. Dat elke visie, elke bewustzijnsvorm, een elementair en evenwaardig deeltje vormt van de algemene ervaring van het leven. En we kunnen het denkveld zelfs nog breder open trekken door niet alleen levende wezens capabel te achten om een realiteit te ervaren. Want wie zegt dat planten geen realiteit ervaren? Of rotsen? Of de tafel waarop ik nu aan het schrijven ben? Misschien ben ik ondertussen de aandacht van een deel van mijn lezers verloren. Het stellen dat een tafel een vorm van bewustzijn heeft, is voor veel mensen dan ook een brug te ver. En ik kan dat begrijpen. Maar anderzijds vraag ik me ook af waar de grens dan precies getrokken wordt? Moeten we het concept realiteit linken aan het hebben van een zenuwstelsel en hersenen? Of nemen we de percepties van de plantenwereld er ook nog bij als willen weten waar het ervaren van de realiteit precies eindigt en begint? Het lijkt me alleszins wel duidelijk dat de realiteit zich minder gemakkelijk en afgelijnd laat definiëren dan dat veel mensen denken. Als men mij dan ook het advies geeft om ‘realistisch’ te zijn, dan kan ik daar weinig betekenis aan geven. Of toch niet de betekenis die het gros van de mensen voor ogen heeft bij het horen van die woorden. Ik leef volgens de wetenschap die zegt dat ikzelf verantwoordelijk ben voor mijn realiteit. Alles wat ik als realistisch beschouw, kan zich manifesteren in mijn realiteit. Ik wacht niet op gunstige omstandigheden, maar ik creëer zelf mijn omstandigheden. En daarmee bedoel ik dat de keuze om op een bepaalde manier ergens op te reageren geheel bij mezelf ligt. Wat ik denk, ervaar en voel is het product van mijn perceptievermogen. Het is aan mij om dat perceptievermogen zodanig af te stellen dat ik er baat bij heb. Ik ben ook kritisch als het gaat over de percepties waarmee mijn hersenen komen aandraven. Want ik weet dat ze vaak veiligheidshalve vanuit gewoonte ontstaan. Mijn ingebakken, aangeleerde responsen en interpretaties zijn niet altijd de meest gunstige of slimste. Mijn tekst genaamd ‘Het brein en ik’ sluit naadloos aan bij deze slotwoorden.

KarolienDeman
32 0