Zoeken

Een bouwsel van vertrouwen

‘Vertrouw je mij?’ vroeg hij me. Ik vond dat een moeilijke vraag. Het antwoord is complexer dan louter ja of nee. Ik ben best gewillig als het over vertrouwen gaat. Het vertrouwen in mij is nog redelijk intact. Er deden zich in het verleden geen specifieke situaties voor waardoor ik nu met gehavend vertrouwen door het leven moet. Het is niet zo dat ik er zuinig mee omspring. Kwistig evenmin. Ik antwoordde dat ik me beter kon afvragen of ik mezelf wel kon vertrouwen. En daarmee bedoel ik: handel ik naar mijn gevoel? Ben ik eerlijk met mezelf? Want eerlijkheid en vertrouwen liggen in het verlengde van elkaar. En ik geloof van wel. Al heb ik natuurlijk ook blinde vlekken waarmee ik mezelf soms verras. Is het hebben van vertrouwen een vereiste om te kunnen liefhebben? Ik lijk te kunnen overlopen van liefde en tegelijk toch onzichtbaar achterdochtig te zijn. Onder het mom van zelfbescherming. Uiteraard streef ik naar een amoureuze relatie waarbij ik het privilege heb om blind en onbezorgd te stromen. Zonder een hand dat boven de noodknop zweeft. Zonder parachute, omdat ik er gerust in ben dat ik niet te pletter zal storten. Maar vraagt zulk gevoel van zekerheid niet sowieso om tijd? Of om situaties waarbij het vertrouwen de kans krijgt om zich te bewijzen?   Vertrouwen is soms als mij thuis voelen in een constructie waarvan ik weet dat ze mogelijk kan instorten. Het is geborgenheid met een risico. Het vertrouwen wordt steen per steen opgebouwd. Met het verstrijken der tijd wordt de vesting steeds groter. Ze voelt ook veiliger. Maar als het plafond ooit met een bulderend kabaal naar beneden komt, dan weet ik dat het vertrouwen geschonden is. En zou het dan niet kunnen dat de brokstukken een gebrek aan inzicht symboliseren? Misschien had ik het pand tijdig moeten verlaten bij het zien van de eerste barsten in de muren? Of was ik te verblind door liefde? Wanneer alles in elkaar stort, lijkt het erop dat elke investering voor niets is geweest. Het is dan overwegen of het de moeite loont om ergens anders opnieuw te beginnen. Of daar nog voldoende energie en zin voor is. Het aangaan van relaties, iets waarvoor we geprogrammeerd zijn, komt met zulke risico’s. Ik zie hoe sommige mensen tevergeefs een ruïne proberen op te lappen. Maar geschonden vertrouwen laat zich moeilijk herstellen. Als we geluk hebben zijn de fundamenten zodanig stevig verankerd dat we nooit hoeven te verhuizen. Wie meermaals vallende brokstukken heeft moeten incasseren, zal uitsluitend nog een tent verkiezen. Dat hele bouwwerk van vertrouwen hoeft dan niet meer. Je kent de waarde van een bouwsel pas echt als je erin gaat wonen. De gebreken zullen zich alleen openbaren als je je engageert. Je weet pas of iemand te vertrouwen is als je hem of haar vertrouwt. Je weet pas of iemand je kan kwetsen als je je kwetsbaar opstelt. Liefde is de ander de mogelijkheid geven om je neer te halen, maar erop vertrouwen dat hij of zij dat niet zal doen. Hoe langer een uitwisseling van liefde duurt, des te dieper deze mogelijkheid in de vergetelheid wordt geduwd. Als mijn grondvesten zouden beginnen te daveren, weet ik exact waar zich de dichtstbijzijnde nooduitgang bevindt. Ik hou rekening met zulke dingen. Tegelijkertijd ben ik ook wel iemand die de boel gezellig inricht en er een persoonlijke artistieke touch aan geeft.

KarolienDeman
53 1

Meer magie, minder Tinder

Overweldigend en pijnlijk. Tegelijk het schoonste wat er is. Je kan er van leven. ’s Nachts houdt ze u wakker en overdag doet ze u dromen. Kippenvel en zweetdruppels. Helder denken wordt plots een opgave, toch kan je heel de wereld aan. Oké, genoeg clichés ertegenaan gegooid. Je voelt hem zeker al aankomen. Ik kroop even in mijn pen over de liefde. Zoals inspiratie voor een blogpost je te binnen schiet, zo overvalt de liefde je ook. Op eender welk moment van de dag, zomaar. Of je daar nu zin in hebt of niet. Of je daar nu tijd voor hebt of niet. Of je daar nu klaar voor bent of niet. Daar is ze dan . Zo gaat dat althans bij mij altijd. En daarin blijk ik verschrikkelijk ouderwets. Op liefdesvlak voel ik me paard en kar op het autosalon. Traag, saai en volledig achterhaald. Blijkbaar moet alles – zo ook de liefde – altijd maar sneller gaan. Anno 2020 hebben we nu eenmaal geen tijd en nog minder geduld. Exit eindeloos wachten op de ware. Entrance datingapps. Veel sneller dus, die apps, en naar ’t schijnt ook effectiever. Je boetseert de liefde namelijk gewoon helemaal zelf. Hoe ver de liefde woont, hoe oud de liefde is, hoe knap de liefde eruit ziet. Vink maar aan en stel maar in. Ben ik de enige voor wie dat een aartsmoeilijke opdracht lijkt? Ik bedoel, keuzes zijn de duivel. Ik doe er een kwartier over om te bedenken wat ik tussen mijn boterhammen wil en van examens met meerkeuzevragen krijg ik koude rillingen. Laat mij toch niet zelf bepalen op wie ik verliefd zou willen worden. Hoe kan ik nu inschatten in welke straal de liefde zich moet bevinden? Misschien is mijn ware Jacob wel een ware Juan of een ware Jean. En hoe weet je op voorhand of je de liefde sympathiek gaat vinden? Of grappig? Sorry, maar als de liefde mij niet kan doen lachen, kan het mij nog bitter weinig schelen of zijn haar goed ligt en wat zijn hobby’s zijn. En misschien heb je een hekel aan voetbal, maar wilt dat dan zeggen dat je elke voetballer meteen in de vuilnisbak moet swipen? En dan heb ik het nog niet over de vuile algoritmes die mijn zoektocht ongetwijfeld willen doen mislukken.  Oké, met een app zoals Tinder komt je  minder voor verrassingen te staan. Maar laat ook net dat mijn probleem zijn. Ik houd wel van verrassingen. Het beste aan de liefde is de onvoorspelbaarheid. Als een cadeautje met vijftien lagen inpakpapier dat je laag per laag uitpakt. Een adventskalender waar je elke dag een ander snoepje uit mag nemen. Ik wil de liefde ontdekken, niet kiezen. En heel eerlijk: ik wil aan mijn kinderen een tof verhaal vertellen als zij vragen hoe mama en papa elkaar hebben leren kennen. "Goh, wel, we pasten in elkaars instellingen, vonden elkaar wel knap en toen waren we een match", hoort niet thuis in die categorie. Liefde op de eerste swipe is dus niets voor mij. En ook al doet de samenleving soms alsof single zijn een ziekte is, ik kan u verzekeren dat ik zo gezond als een visje ben. Wie van al die andere visjes in de zee de mijne wordt, zal ik dan ooit wel zien. Je mag mij van de oude stempel, naïef en dromerig noemen. Ik zou het zelfs een compliment vinden. Als ik over de liefde al niet meer kinderlijk mag fantaseren, waarover dan nog wel. Doe mij maar vonken, vlinders, toevalligheden, spanning, blikken, spontaniteit.  Meer magie, minder Tinder. 

Marthe Van Loy
56 0

Tweeëntwintigtwijfels

Zo'n maand vooraleer ik een 3 achter de 2 zet en mijn kaarsjes nu officieel niet meer op één taart zullen passen, bedenk ik mij dat mijn 22e levensjaar er niet zomaar eentje uit de zovelen was. Meer nog, vanaf nu zijn 1, 12, 18 en 20 jaar volledig overroepen mijlpalen. Want nooit had ik echt het gevoel dat ik op een kantelpunt in mijn leven stond,ook al deed iedereen een beetje alsof dat wel zo was. (Lees: "Nu begint het hè!")  Lariekoek en apekool. 22 zijn, dat is pas een scharniermoment in uw bestaan.(Bijna) afstuderen en denken: wat nu?!Ineens staan er dan keuzes en verantwoordelijkheden voor uw deur, die plots ook effectief iets te betekenen hebben. Ge kunt u voorstellen hoe ik, die de keuze van een middelbare studierichting al heftig vond, me voelde toen ik moest beslissen wat ik met mijn leven zou aanvangen nu ik een echtentechtig diploma had.  ​Overal en altijd fluisterden de tweeëntwintigtwijfels in mijn oren:  Nu al werken? Zou ge niets bijstuderen? Het is nu de moment hè. Een educatieve master of een postgraduaat of een half jaar hier of een ma-na-ma daar. Of ga toch maar zo snel mogelijk werken. Uiteindelijk, het leven is duur en dan kan je goed beginnen sparen. En ervaring opdoen, want ze vragen overal ervaring.Hoewel, ge moet ook nog zo’n eeuwigheid werken, zou ge niet eerst een grote reis maken? Vrijwilligerswerk in ver heel ver van hier? Een sabbatjaar? Allez, het is maar een suggestie hè. Ge zijt nog jong, ge moet nog zoveel van de wereld zien.Natuurlijk, een sabbatjaar gaat zichzelf niet betalen. Misschien toch eerst een job zoeken?Ge kunt dan wel niet meer op kot gaan hè. Het schoon leven is afgelopen dan.Gaat ge terug thuis wonen? Want ja, dat gaat aanpassen zijn hoor. Ge gaat veel vrijheid moeten opgeven, denk eraan. En gaat ge werk vinden in de buurt? Want pendelen naar de Kempen is pendelen naar het hol van Pluto, ho ho. Denk er dan maar niet aan om 's avonds nog iets leuks te doen. Ge kunt uw eigen stekje zoeken, in een centrumstad of zo.Seg en nog geen lief gevonden? Want alleen is wel maar alleen, hè. En de huurprijzen zijn niet min, dus kosten delen zou wel ideaal zijn. Cohousing is een idee, ah maar uw vriendinnen studeren nog zeker? Als ge nu kiest voor dit, kunt ge wel niet meer terug naar dat. Bla bla geld, bla bla werk, bla bla studeren, bla bla ge zijt nog zo jong.  Zo tetterden de tweeëntwintigtwijfels maandenlang de oren van mijn hoofd.Ge maakt een keuze, ge denkt: is dit de juiste? Ge kijkt eens rond naar leeftijdsgenoten en wordt knettergek. Want 22-jarige X is bezig aan zijn tweede master, 22-jarige Y met het uitgeven van zijn tweede loon. Terwijl 22-jarige A van plan is zijn vriendin ten huwelijk te vragen, baalt 22-jarige B van de vijfde mislukte Tinderdate. En 22-jarige P heeft net een bouwgrond gekocht, waarnaast 22-jarige Q incheckt bij Hotel Mama. Soit. Geen identiteitscrisis zo groot als die van een tweeëntwintigjarige. Maar tegelijkertijd ook niets zo spannend als niet weten wie ge binnen vijf maanden bent.De nieuwsgierigheid naar wat er op me af gaat komen, wordt stilaan groter dan de angst over wat ik misschien allemaal aan me voorbij laat gaan. Op het nippertje heb ik de tweeëntwintigtwijfels dus mooi de mond gesnoerd. Laat de drieëntwintigdruk maar komen. 

Marthe Van Loy
15 0

Hout

Elke februari maand bekruipt ons het kleine paniekje; we gaan niet toekomen!!! Het wintert nog stevig en de houtstapel slinkt zienderogen… Hebben we dan toch te weinig aangekocht vorig jaar??   En elke maand maart stopt de winter even plots als hij in november begonnen is en zien we dat er nog steeds hout is. Meer dan genoeg om het stukje tussenseizoen te verwarmen met de ‘kleine’ kachel.   Het is niet eenvoudig als je afhangt voor je warmte van hout. Onze volledige verwarmingsinstallatie wordt aangedreven door hout. Hier is hout nog goedkoop, in overvloed voorhanden en het meest gebruikt om je te verwarmen. Als je van kleinsaf hebt gezien en later geleerd hoe de stookketels te gebruiken is het een fluitje van een cent. Als je van een ander land komt, en enkel gezellig hebt leren stoken, weliswaar in een speksteenkachel (wat toch ook even aanpassen was), en altijd de basiswarmte van een gasketel kent, zijn de eerste koude dagen altijd wat moeilijk. Hoe was het nu ook weer? Waar moesten we nu weer op letten? Maar elke winter is het warmer binnen    En dan is er de aprilmaand; het kijken, kiezen en onderhandelen over hout. Het wachten op de levering van honderden stammen (zo lijkt het toch elke keer weer). Het wachten op het startschot; nu beginnen we eraan!   Hij met de spierkracht zaagt, klieft en maakt bergen, zij met het gevoel voor orde neemt de bergen over, blok per blok en stapelt.   Vorige winter heb ik elke dag aan Maarten gedacht. Maarten deed dit zware werk voor ons vorige aprilmaand. Hij zaagde, kliefde en stapelde op zijn ééntje de hele berg van 10m3 in 1 week!! Jonge superkrachten, het is ook een boom van een jongeman, met een ongelooflijk zachte kracht! En elke dag dat ik blokken voor de kachel haalde was ik dankbaar voor Maarten die ons vorig jaar hielp.   Nu doen we het zelf, elke dag een beetje.   Wat doet hout ons? Het leeft en is dood. Het is zwaar, het is licht, het is klein en het is groot. Een boom heeft een mooie energie, elke boom is anders.   De houtenergie doet groeien, geeft moed. Het is de energie van de lente, en de wind is zijn natuurelement. Hout staat voor de dageraad, het begin van de dag, het oosten en zijn kracht is de uitbreiding (dus groeien) Woede, prikkelbaarheid is de emotie en het gemoed van de houtenergie, en het uit zich in schreeuwen. Het mentale van de mens met een houtenergie is duidelijk en rationeel, houtmensen zijn van inborst bezig met goed zijn, goed doen en het goede zien in anderen, maar pas op voor echte vijandigheid als je een houtmens kwaad maakt…   Lever, Galblaas zijn de meridianen die accorderen met het houtelement en het 3de Chakra, de Zonnevlecht heeft het meeste invloed van het houtelement.   Al deze zaken spoken door mijn hoofd als ik hout stapel en stapel en stapel…. Hout heeft veel te zeggen…

LYDinhu
1 1
Tip

Nachtwake

‘Dolf es duud.’‘He?’‘Dolf…es duud’‘Ja?’‘Ja.’‘Diene mens leefde niet geiren.’‘He?’‘Hij leefde niet geiren, diene mens.’‘Nieje?’‘Nieje.’‘Ja.’‘Ja ja.’ Fré’s vader kwam binnen, ging voor het raam staan en begon te roken.   Hij slofte naar de kelder. Rookte nogmaals en dronk. Wij stiekem ook. Door de Westmalle waren onze geesten even beneveld als de omliggende velden die door slierten duisternis de nacht in slingerden. Fré en ik hielden vanuit de living de wacht. In de stal stond een koe onrustig te trappelen. Het was augustus en er zouden kalfjes geboren worden. Wij speelden play-station en rookten sigaretten. We zakten steeds verder weg in de vergeelde statige zetel, de klok tikte zacht, seconde na seconde verdween in een onmetelijk diepe put. Wij hadden niet veel meer dan elkaar. We hielden er beiden van om gewoon te hangen. Soms keken we elkaar zoekend naar erkenning en veiligheid aan. We lagen dan wel dicht tegen elkaar in die zetel, maar nooit als onszelf. De nacht sluierde ons. Had maar iemand een ontwapenende zin kunnen zeggen.  Had het allemaal gekund, we hadden geschreeuwd, geblaft als honden die met bloeddoorlopen ogen rechttoe rechtaan op hun prooi stormden. We waren bang elkaars jager te zijn. Later die nacht zou het kalfje geboren worden. Met zijn zakmes sneed de buurman de navelstreng door en schilde daarna met datzelfde mes een appel. Er was jenever. De fles ging rond. Iedereen dronk. Er werd gelachen. Alles was goed.      

Thomas De Mulder
107 5

Over activisme.

            Met duizenden manifesteerden we in de kou. De romantiek die de straten van Parijs kenmerkte was omgeslagen in woede. Vooraan trok een lange rij mensen, mannen en vrouwen, blanken en zwarten, jongeren, minder jongere en ouderen, homo’s, hetero’s en transgenders onze vermoeide lichamen in hun colère met zich mee. Je zag geëngageerde beau monde van televisie, theater en muziek en die later ook onze bondgenoten zijn geworden. Artiesten die niet bang waren van imagoverlies want aids is niet goed voor een imago. Hier geen garagetalk en geen Instagram. Alleen pure colère. Samen droegen we de slogan, in zwarte letters geverfd op een wit canvas: “Arrêtez le sida!” De bonte massa kleurde de straten met harde slogans in alle haast gekrabbeld op karton, tegen het lakse beleid, tegen de foute politiek, tegen het geweld, tegen de leugens en vooral tegen het zwijgen. Maar een massa in woede zwijgt niet. Ze maakt lawaai. Met fluitjes, toeters en bellen. Om het luidst. Minutenlang schreeuwden we onze kelen schor. En wanneer plots de stilte viel, wanneer iedereen op de natte boulevards het lichaam liet neervallen, wanneer de laatste slogans door de Parijse vooravond weergalmden en je enkel de grommende buik van Parijs nog hoorde, dan wisten we dat we gehoord waren. Dan hadden we een stem gegeven waar stemmen moesten gehoord worden. En dan konden we onze kennis als wapen inzetten.             Toen homo’s in de jaren ’90 van vorige eeuw in juni een Gay Pride hielden en ieder jaar opnieuw in het hartje van de meest gure winters een AIDS-mars organiseerden, werden hetero’s altijd geassocieerd. Ze kwamen vanzelf. Bondgenoten, weet je wel. Een strijd waar één gemeenschap met de vinger gewezen wordt omdat haar gedrag niet past in de boekjes van een weldenkende maatschappij of van een lakse overheid, is een strijd van iedere gemeenschap. Ook wij voelden de pijn wanneer onze lichamen niet voldeden aan de verwachtingen en we betaalden het gelag.             Vandaag kunnen we niet schrijven: “Ik zou geen aandacht geven aan een witte columnist in een tekst over zwarte levens”. We kunnen niet zeggen dat “witte mensen niet over racisme mogen spreken.” Net zoals we nooit kunnen zeggen: “Hetero’s hebben niets te zoeken op een Gay Pride.” Niemand moet in erfzonde leven en geen andere gemeenschap staat boven een andere gemeenschap. Het is de verdomde plicht van iedere gemeenschap om alle andere gemeenschappen te beschermen. Dat doen we alleen maar samen. Instagram staat een dag of wat op zwart. Dat is niet genoeg. We moeten nu écht meer gaan doen en dat sluipend gif dat racisme heet bij de kraag en de staart vatten, zoals we dat met het coronavirus allemaal samen hebben gedaan. Eendracht maakt macht in België. Dat kunnen we alleen maar door al onze krachten en onze kennis te bundelen. Dat vraagt tijd, kennis, kritische discoursanalyse en expertise. De juiste mensen met de juiste connecties. En activisme. Veel actief activisme. Ik ben in elk geval al begonnen.   Erwin Abbeloos is activist.              

Erwin Abbeloos
31 0

English Subject/Object

My first english subtract would’ve been painted red if I wanted to create something regular; surrounded by a field of noise; just some regular shaped objects or even subjects.   It would’ve been distilled from leaking words one in a room full of trophies -the others embodied by a large snake,finding its diffused body in history, walking naked and no skin remains a war so cruel, as being instituted in Leuven anno 2009; or even if I don’t remember: “like that mattered to me” you said; we conversate inside 3 white walls and what about our whereabouts, if we enter a classroom after this violence, but also our only solution, with staring eyes, but of course, as we all know a little bit too late: they DO understand you.   When I walked in UZ Leuven (not the right winged club with a face) (“I’m talking to all ‘foreigners’ that’s why”) there was (and there still is) a cloud of dutch civilisation.I’m quite happy about that, because, I do care and misbehave frequently still.What does that mean when skies just linger in time; besides: you were always red. You say now there is no circumstance, deciding when and when not to hit you like a hammer in the face. But I do recognise your face as if it was in the same opening hall; with my crying. My brother doesn’t listen to opera as I’m doing now, because someone else put in on in this same exact room.The opening hall, centered in the building, was full of corpse. I paint them red; or was it my parents voices calming me down, every weekend, the other days from a distance.   I was so thankful then I wanted to become like you or even you, but in a capitalism so big that I could live from it. Now I just lie down, in a room, opera playing, finishing this, finishing that, fishing in words, a language where and when whatshowever, or how to being cruel when it finally matters to you.   I’m watching myself as I pass by.

Dries Verhaegen
1 0

Santiago Papasquiaro in één moment

Aan de toegang, die een dag, beginnend voor 6u 's ochtends,kan, maar niet moet verlenen, tot een 'elk moment': hier een gedicht. Toen de anderen racisme uitvonden, om dit in hun gezicht terug te krijgen.Woorden die ik opraap en niet van mij zijn, kunnen iets losweken, iets onwaar, of onecht, om dan te gaan handelen als contra-argument.Waarbij het hem in het woord zit dat het omgekeerde wordt gesuggereerd als les. Toen we dieren bezochten maar ik mijn mooiste ervaring opdeed, in een reizende capsule die tijd opvreet ook al leven we compact hier;een zwart hert met wit gewei bijna rechtstreeks uit een dromerige nawoord van iemands leven (ik wijs op 'Voor het vergeten van P. Verhelst) - of tenminste zo stelde ik het mij voor -die aan ons en dus iedereen verscheen, al beschermde de capsule, die ons beschermde, hem van angsten. Zo verscheen het hert aan een bosrand, en vervoegde zo mijn collectie,eventueel te gebruiken deja vu's voor mijn afterlife, dat nog geschreven KAN worden. Ik ben niet verplicht tot verantwoording, als ik deze niet uitlok. Mijn observaties laten mij nooit in de steek, als ik ze oproep.  Waar nodig kan je een metafoor verzinnen, zoals een essay, over 'tussendingen', die je kan vastnemen, eenmaal, binnen de tekst.  Ik leefde er niet. Maar las er wel in door. Een soort doorreis die niet volledig kan genoemd worden, nooit niet. A disembodied field trip. (Ik wou dat ook zijn kringen er iets van konden begrijpen, al was het als in een vertaaldverslag.) Santiago zette lijnen uit waarnaar (niet waarop) ik balanseer. De lijnen deinen uit naar me toe, als een kustlijn.Niet als een kustlijn, maar als letterlijke materie met water tussen.Gestuwd door intuïtie pen ik neer, dat ik niets wil betekenen, als ik ook niets kan associëren met hedendaags geweld dat gaande blijft. En daarna niets meer. En daarna niets meer. For example:

Dries Verhaegen
8 0

Vergeven...

Wat is vergeving ? Waarom vergeven ? Wie moet ik vergeven ? Hoe moet ik vergeven ? Wie gaat mij vergeven?   Allemaal vragen die mij doen stilstaan, bij wat er nog vast zit in mijn hoofd, mijn hart, mijn keel, mijn maag,… Vragen als ·      Wat ligt er op mijn maag? ·      Wat ligt er op mijn lever? ·      Waar loopt mijn hart van over? ·      Wat blijft er tussen mijn oren hangen? ·      Waarom die hoofdpijn? Wat zegt die hoofdpijn me? ·      …   Hoe ga ik daar mee om? Wat doet het met mij?   Mijn hart loopt over als ik aan mijn kinderen denk, hoe goed ze het doen, welke mooie en aandachtige volwassenen ze zijn geworden. Mijn hart loopt over van trots als ik zie wat zij al bereikt hebben in dit leven, hoe hard zij gevochten hebben om te zijn wie ze zijn, waar ze zijn, elk op hun eigen unieke manier.   Mijn maag keert nog altijd als ik denk aan dingen die mij emotioneel schade hebben toegebracht, door mensen die bewust of onbewust geen rekening hielden met mijn gevoelens, die mij geen kans gaven, geen tijd gaven om die gevoelens te bekijken, afstand te nemen en een gepaste reactie te vinden.  Natuurlijk zit daar een stuk van mezelf tussen; nàm ik wel de tijd, gaf ik mezélf wel die kans?   Op mijn lever ligt nog steeds de onmacht op alle mogelijke manieren, de onmacht om met lede ogen toe te kijken hoe onrechtvaardig er werd gesproken, hoe onrechtvaardig zaken werden verdeeld, hoeveel er op onrechtmatige wijze werd toegeëigend, hoeveel onterecht er werd geoordeeld en veroordeeld…   Ik krijg hoofdpijn telkens ik iets wil vertellen maar de woorden niet vind of het lastig vind om mijn gedachten te verwoorden. Ik kan mijn enthousiasme niet kanaliseren, ik wil mensen vertellen dat een positieve ervaring binnen handbereik ligt. Iedereen kan ervaren wat goed is voor hen. Tegelijkertijd zie ik weer datzelfde zinnetje: ik zie/weet wat goed is voor jou, probeer het eens en dan zal je het wel voelen…   Mensen die tóch doen wat ik hen vraag, en dit niet echt doen omdat ze het zélf willen, maar omdat ik het zo graag wil, om mij te plezieren, of omdat ze geen weerwerk hebben tegen mijn ‘beterweterij’, geven me nadien meestal gelijk, ‘dat ik weet wat goed is voor hen’. Dat geeft me niet de juiste stimulans om het anders te leren doen, dat versterkt enkel mijn weten dat ik ‘weet wat goed is, wat beter is voor anderen’ Van mijn partner krijg ik lik op stuk, hij is als geen ander ooit was, hij is mentaal zeker zo sterk als ik en spiegelt me zeer bewust en dikwijls kort door de bocht dat ik anders moet leren verwoorden. Zeker naar hem toe, hij eist duidelijkheid, op een zeer rationele manier, niet echt makkelijk voor mij…   Tussen mijn oren zweeft altijd het stuk: het is goed zoals het is, alles komt goed, vertrouwen blijven hebben, in jezelf, je intentie, je doelen voor ogen houden en de weg bewandelen… Yoga blijven doen, elke dag, op en naast de mat, balans zoeken in het geheel, balans behouden, opnieuw zoeken, vinden, behouden,… En dan blijft de vraag; waarom zou je vergeven, wat doel heeft vergeven voor jou? Als alles goed is zoals het is, moet je dan nog verder groeien? Ben je er dan al niet…? Nee dus!! Als je alles gelaten aanneemt omdat het is zoals het is ga je voorbij aan jouw gevoelens.   Waar zit nu het vergeven in?   Mijn kinderen zouden mijn kinderen niet zijn als ze me niet een hoop zaken zouden verwijten; ik deed teveel van dit, gaf teveel zus, en te weinig zo. Mijn aanwezigheid werd verstikkend, maar ik was op dat éne, grote moment (toen ze me echt nodig hadden) onbereikbaar. Vergeef me, dat ik de kracht niet had om jullie te kunnen begeleiden wanneer jullie hele wereld instortte. Misschien bracht ik mezelf emotionele schade toe door toe te laten dat anderen mijn zwakke plekken keer op keer triggerden tot ik de nodige lessen geleerd had… Vergeef me dat ik niet sterk genoeg was en ik mezelf tijd noch aandacht genoeg kon geven wanneer ik het nodig had, ik me tot de verkeerde mensen heb gericht met mijn hulpvraag. Vergeef hen dat die mensen mij niet konden helpen op die momenten, toen ik hulp nodig had. Vergeef hen dat ze nooit hebben gezien wie ik was, dat zij daar in al hun wijsheid nooit aan dachten dat ik misschien anders was dan zij hadden gewild of hadden verwacht. Ik had andere noden, die anderen zagen mijn noden niet. Vergeef hen ook omdat mijn gedachtengangen evolueerden in een andere richting dan die van hen, en dat zij zich daar moeilijk iets bij konden voorstellen. Het was voor hen ‘buiten het normale’ en het was  bijgevolg niet ‘wat het moest zijn’, en dus ‘fout’. Dus moest men er voor zorgen dat mijn gedachten zich opnieuw keerden naar het ‘normale’ gedachtenpatroon van het meisje, de jonge vrouw, zelfs de volwassen vrouw die ik was. 'Dat was zeker beter voor haarzelf, dan brengt zij zich niet meer zo in moeilijkheden zoals nu. ’  (Oei, heb ik daar iets meegekregen dat niet werkt??) Ik probeer sinds enige tijd alle emotionele schade om te buigen naar dankbaarheid, dankbaarheid dat ik heb mogen leren van ‘de besten’. Wat bedoel ik met ‘de besten’? Mensen rondom mij die het meest rigide zijn of waren,  en mij vertelden hoe het wél moest. De mensen die mijn koppige hoofd leerden buigen voor wat ik niet kan veranderen. Zij die mij leerden andere wegen te zoeken, en te blijven zoeken omdat ze niet begrepen waar ik het over had, maar dat niet wisten en alles afscheepten als dromerijen. Dat deden ze zolang tot ik éindelijk mijn eigen weg vond en zo op mijn eigen manier leerde in te zien dat het goed is zoals het is. Dat ik leerde vertrouwen op het Universum dat voor mij zorgt, dat mij gaandeweg mijn pad laat zien. Dat Universum dat me doet wachten op mijn tijd (véééél te traag!). Dat me doet wachten op de tijd dat ik er écht klaar voor ben, op de tijd dat ik stop met strijden tegen wat ik niet kan veranderen. Dan pas ben ik klaar om ook te aanvaarden dat het is wat het is. Dan pas kan ik zien dat er een tijd is om te aanvaarden dat de wereld niet altijd is zoals ik ze graag zou willen zien, dat ik enkel kan veranderen wat er beweegt. Zo leer ik voorbijgaan aan dingen die teveel vast zitten zodat ik ze kan leren loslaten,  zo leer ik dat ík de wereld niet moet redden… Het brengt emotionele rust… én vrijheid in je lijf… en openingen naar nieuwe dingen… en tijd… De boosheid die op mijn lever vast zit is een moeilijke: ik kan wel zeggen dat ik hen dankbaar ben, dat ik hen vergeef op dezelfde manier als hierboven, maar dit zijn diepe wonden, die helen niet zo snel. Diepe wonden die geslagen werden in een intieme wereld van jij en ik, van ons, van blindelings vertrouwen, van 1 op 1 relaties, … Hier werd mijn hart gebroken, op zoveel verschillende manieren, op zoveel verschillende plekken, dat er naast de boosheid ook heel veel verdriet vast blijft zitten. Verdriet om die onmacht, om het gebrek aan woorden, verwoorden, de juiste hulp, de afwijzing, de eenzaamheid, alles komt hier samen. Hoe kan ik dit ooit vergeven? Hoe kan ik mezelf dit ooit vergeven? Dat alles zo ver is moeten komen? Dat ik niet jaren eerder duidelijke grenzen kon aangeven, en niet kon communiceren op een gezondere manier? Wat is communiceren op een gezonde manier? In rust, met respect, luisteren en reageren vanuit je hart, of vanuit je denken met de intentie van oplossingen te zoeken. Respect voor de andere, maar ook en vooral voor jezelf, jouw grens, jouw gevoel. Hoe kan ik hen die complete en plotse afwijzing naar mijn persoon ooit vergeven? Het is een proces in actie, ik voel dat ik dit al kan neerschrijven zonder allerlei emoties.. Het is een eerste stap, die vele jaren op zich heeft laten wachten, maar zie, het kan! Ik voel me dankbaar dat jullie die stappen hebben gezet die nodig waren zodat ik uit mijn kring kon stappen. Een kring waarin ik me hoe langer hoe minder goed voelde, waarin ik me had gezet omdat ‘het zo hoorde’, maar waarin ik mezelf beetje bij beetje verloor. Ik heb geen spijt van mijn keuzes, ik ben heel gelukkig geweest vele jaren, maar op een bepaald moment werd de ’berg van beetjes’ te groot en moest ik mezelf stukje bij beetje terugdraaien in een richting waar ik mijn ziel terug voelde, voedde. Dat was voor velen een brug te ver. Na al die jaren ben ik opnieuw bij mezelf gekomen, zie ik mijn pad weer helder en leef ik mijn leven op een totaal andere manier, op een totaal ander energieniveau, en dat is me mogelijk gemaakt onder andere door die totale afwijzing van een groep mensen uit mijn verleden. Na dankbaarheid komt vergeving, daarvan ben ik overtuigd. Dat is de brug, dankbaarheid, daar wil ik naartoe.   Geef me nog even… IK BEN…    

LYDinhu
7 0

Applaus!

Applaus, dagboek! Of toch niet… De krantenkoppen schreeuwen het! De minister is fier! De scholen gaan terug open….Of toch niet… Want er is iets mis met dit compromis. Mijn afgelopen maanden kan je vergelijken met een kleine rollercoaster: constante reorganisatie, ongeruste ouders, enthousiaste en vermoeide collega’s en vooral veel WIFI-problemen. Ik had, samen met 16 000 artsen https://bit.ly/36lTtaR, gehoopt dat het basisonderwijs zijn deuren ging openzetten met als motto “Het nieuwe normaal: kinderen mogen meer dan volwassenen”. Weg met de bubbels en de anderhalve meter! Voor kinderen althans. Maar de logica van 16 000 artsen werd niet gevolgd door de minister en de onderwijspartners. Ik hoor minister Weyts graag zeggen: “Die drie leerjaren komen de ene dag en die drie de andere dag.” of “Er mogen nu tot 20 lagereschoolkinderen in een lokaal zitten (als ze wel elk hun 4 vierkante meter hebben).” 🦠Het feit is, meneer de minister, dat het nu al zeer krap was om al uw bubbels een momentje speeltijd te geven in een van de verschillende vakjes op de speelplaats. Wat als 12 kleuterbubbels nu ook nog eens speeltijd moeten hebben?🦠Het feit is, meneer de minister, dat niet al mijn lokalen groot genoeg zijn om volgens de normen een klas van 25 leerlingen te ontdubbelen. Als ik ze in drie moet splitsen, kan ik nog minder kinderen naar school laten komen en heb ik nog meer leerkrachten nodig. Welke school heeft trouwens lokalen van 88 vierkante meter om een leerkracht en 20 kinderen in onder te brengen?🦠Het feit is, meneer de minister, dat als de helft in de voormiddag komt en de helft in de namiddag, mijn leerkrachten en mijn onderhoudspersoneel ’s middags alles moeten poetsen. Gaat het niet heel druk zijn aan de schoolpoort als alle ouders ’s middags hun kinderen brengen én komen halen? Ik hoop dat de Veiligheidsraad wél naar die 16 000 artsen gaat luisteren en komaf maakt met dit kladwerk, want ik krijg er een een punthoofd van. O ja, lieve ouders, wij willen heeeeeeeeeeeeel graag dat jullie kind morgen weer naar school komt. De mooie woorden van de minister hebben jullie zeker al doen dromen. Sorry dat vele scholen deze droom zullen moeten doorprikken, want alle kleuters (voltijds) en alle lagere schoolkinderen (halftijds) naar school laten komen én daarnaast opvang voorzien is een utopie. Daarvoor hebben we te weinig plaats, tijd en personeel.Dàt, meneer de minister, had u mogen vertellen in het journaal. Want nu ben ik de pineut die vanaf maandag iedereen mag wakkerschudden! Gegroet! Veva, directeur uit Vlaams-Brabant

Dagboek van een leerkracht
13 0