Zoeken

Fata Morgana — Rave — 1: Oproep

Je hoeft geen dag op te roepen als je momenten, ruimtes, om je heen, maar klaar te leggen hebt, zonder, ze aan te raken of onaangeroerd verder te gaan binnenin momenten die gesimuleerd plaatsvinden.   De ruimte die er is, is er, omdat jij hem raakt, nu nog niet maar, achtergebleven raak je hem aan, als was hij er als bewijsstuk, van ooit.   Je houdt het stuk vast in je huidige handen; wikt en weegt en weet; waar ze aan te raken en door de ruimte te laten suizen zonder schade aan te richten aan de tijdlijn.   Je houdt je in buitengesloten in systemen waarin tijd zich plantaardig verplaatst, en opduikt op tijdloze momenten, die er bijgevolg nooit zijn.In de ontkenning ervan schuilt de aanwezige Ik; later pas, dan je hem verwacht had, in jezelf.   Je roept hem op, iets weerhoudt je ervan te ontwoekeren; buitengezet, in een schaduw van een moment, rijs je op en klim je klimplant de muren naar boven naar overzicht: waar je was, waar je blijft en bent, waar je zult en kunt gaan; daar verblijf je altijd al, nu al.   De momenten die we oproepen bestaan vanaf we ze oproepen, vanaf we ze aanraken met onze hoofden, dicht bij elkaar, in letterlijke zin bij elkaar gestoken materie die materie bijeen houdt en stil is.   En daarin daarom daarmee dat het ontstaat.   Eens je ontstaat ga je. De tijd in. De wereld te buiten en versla je jezelf binnen regels die je eraan herinneren jezelf te blijven als je groter groeit dan een situatie. Een exponentiële trip. Die rood ziet, rood ingekleurd de anderen overtuigt dat iets er zit en gedempt de hoofden in suist; ruist en verplaatst binnen natuurlijke overdracht.   De toestanden zullen afnemen, maar de momenten zullen blijven, overeind blijven, weigeren zichzelf zich in te fluisteren met een afnemend gebaar, een geluid dat alleen maar afneemt maar geluid blijft en is.   Deze toestand is alleen maar korter dan je levensbaan je bijblijft, en dat is iets.Aanwezig bij je situaties zie je verder door hem, krijg je minder met hem, vertel je langer door hem, en verplaatst je huid zich over aardkorsten zonder sporen achter te laten nu; & als je verder tuurt dan je ogen tot spleetjes kunnen, kun je misschien jezelf languit over de aardkorst ontwaren. Het is uitgesloten of het is stil geworden.   Stiller maar luider, dan stilte.   Stilte, niet de afwezigheid van geluid.            

Dries Verhaegen
14 0
Tip

Als angst het overneemt

‘Ik zag hem door de lucht vliegen’ zegt een vrouw in een fleurig bloemenkleed. Op het kruispunt van het jaagpad met de brug ligt een man in wielrennerskleding op de grond. Twee omstaanders buigen zich over hem heen. ’Gaat het mijnheer?’ De man kreunt zacht en opent verdwaasd de ogen: ‘Ja, ik denk het wel.’ ‘Ik had hem echt niet gezien. Ik weet niet waar hij zo ineens vandaan kwam.’ De bestuurster van de wagen knielt naast hem neer. ‘We moeten de ambulance bellen,’ zegt de bloemenvrouw. ‘Je kan niet weten wat die man allemaal mankeert. Een kennis van de vrouw van de vriend van mijn man hebben ze zo ook omgereden en die was toen gewoon naar huis gegaan. ’s Morgens lag ze dood in haar bed. Je kan niet voorzichtig genoeg zijn.’ ‘Nee. Geen ambulance,’ de man op de grond probeert recht te kruipen. ‘Blijven liggen,’ zegt de bestuurster van de wagen. ‘Ik ben verpleegkundige. Ik weet wat goed voor u is.’ De man luistert niet en drukt zich recht. Hij zet zijn helm af. Verder dan dat geraakt hij niet. Zijn fiets ligt verkreukeld in de goot. Eén GSM-oortje ligt bij zijn drinkbus het andere 1,5 meter verder. ‘Geen ambulance. Ik wil niet naar de spoed.’ ‘Daar zou ik nu ook niet willen zijn,’ zegt de bloemenvrouw. ‘Daar ga je dood.’ Haar woorden blijven in de lucht hangen. De toegesnelde omstaanders zetten langzaam een paar stappen achteruit. Voorbijgangers blijven vanop afstand staan kijken maar lopen dan verder. Het is een druk kruispunt op deze zonnige dag. De verpleegkundige bestuurster helpt de man recht en loopt naar haar wagen om papieren te halen. Ze belt met haar man. Ik zet de fiets aan de kant, neem een stoel van het verlaten terras en help de gewonde om te gaan zitten. Boven opent er een raam. ‘Hé, dat mag niet hé! Mijn terras is dicht. Als de politie komt dan heb je een ferme boete!’ Ook voorbijgangers maken nu dezelfde opmerkingen. ‘Social distance houden! De regels zijn er voor iedereen!’ De bloemenvrouw blijft op afstand maar ze is er nog wel. Ze vertelt opnieuw een verhaal over een van haar kennissen die ziek geworden is. De inhoud ontgaat me. De man naast me heeft duidelijk veel pijn aan zijn heup en schouder. Zijn benen en elleboog zijn geschaafd. Zijn grijze haren plakken op zijn schedel. Hij belt zijn vrouw. Ik hoor de paniek aan de andere kant van de lijn. ‘Blijf nu toch rustig,’ zegt hij. ‘Ik ben oké. Ik bel je toch zelf? Kom me nu maar snel halen.’ De bloemenvrouw is aan het einde van haar verhaal. ‘Je moet de ambulance bellen,’ herhaalt ze. De man schudt het hoofd. ‘Nee,’ zegt hij ‘dat doe ik niet. Dan nemen ze mij mee en mogen mijn vrouw en kinderen me niet meer zien. Dan lig ik daar alleen in een bed en weet niemand hoe het met mij gaat. Dat wil ik mijn familie niet aandoen. Ik ben zelfstandige, ik heb een horecazaak en heel dit angstige gedoe bracht me al niets dan miserie. Daar kan ik niets meer bovenop hebben. Straks ga ik nog overkop.’ ‘Dat deed je al,’ antwoordt de bloemenvrouw. ‘Ik zag je vliegen.’

Annick G
151 7

Het loopt tegen honderd per uur in het honderd

Als ge Google Maps, Waze en Booking.com van het voorblad van uw gsm haalt,als ge op zondag poetst en midden in het leggen van een proper tafelkleed aan iets anders begint. En een half uur later ziet ge dat kleed zo half rechtgetrokken en ge weet niet meer waarvoor ge die handeling nu eigenlijk onderbroken hebt,als ge later de plakband in de koelkast vindt, tweede schap, tussen de mayonnaise en – oeps - de nagelknipper,als álle bloemblaadjes van uw tulpen vallen en ge ze nog even prachtig vindt,als de uitgebloeiden nog een volle week mogen pronken op uw tafel en gij (wie anders) blíjft ze mooi vinden. Ge denkt zelfs over een verhaal met als titel De uitgebloeiden,als ge de verkeerde kookplaat aanzet onder de aspergeslierten en vervolgens een lege pan drie uur laat droogbakken,als ge uw boodschappen twee dagen lang in uw fietstas vergeet- maar ik hád toch boter gekocht?als ge gaat wandelen en wel drie verhalen tegenkomt, waarvan één met een hondje,als ge uw hoofdtelefoon opzet en Bart zomaar ineens zingt dat de hemel zonder liefde niet kan bestaan enals ge denkt: de wereld ook niet en uw wandeling eindigt met een duif die op uw kop schijt,als ge een kaartje in uw brievenbus vindt en u verslikt in uw geluk,als ge net voor het slapen gaan toch nog een koffie maakt en vergeet een cupje in uw machine te doen. Als ge vervolgens uw bakkes brandt aan dat heet schotelwater en uw kop laat vallen en in uw eentje begint te lachen, want scherven brengen geluk, waarna ge de halve nacht wakker blijft om te checken wie er wanneer online was en dus zeker niet is doodgegaan,als er heel veel nachten na elkaar niemand is gestorven van wie gij houdt en ge nu met zekerheid wéét dat het klopt, van die scherven, en ge zet alweer koffie, mét cupje. Ristretto, de strafste die er is, want zo dadelijk moet ge werken, online teamen,als ge de raad van Tine opvolgt. Embrechts. Teamen zonder broek,als ge beseft dat het heel egocentrisch lijkt wat gij gedacht hebt, wat ge denkt  – alle mensen van wie ik hou zijn veilig–  Nu. Nog. Maar. Ge gunt het iedereen. Precies hetzelfde. Echt. Daar wilt ge uw hele servies voor kapot gooien. Ge maakt maar weer een ristretto. Rijmt op regretto,en- guess what? Ge verkloot het alweer. Door er dubbel suiker in te doen. Het is middag en gíj hebt uw kamerjas nog aan. In uw zak vindt ge een vork. Dan zijn het Vreemde Tijden.

Goedele Billen
76 1

De man in mijn bed

Als je mij tot je opneemt vind ik mijn weg, stroom ik door je aders, doorheen je hele lichaam reis ik af naar je hoofd. Ik doe het niet met opzet; het is een fysiologisch werkingsmechanisme. Ik heb er geen baat bij als jij mij neemt. Het laat me koud als je mij links laat liggen. Ik ben simpelweg aanwezig en als ik er ben weten wij dat je mij wilt. Als je mij laat, zal ik jou laten. Ik, jouw drug. Jij denkt dat ik je wereld op haar kop zet, maar in realiteit neem ik je wereld over. Ik word je wereld.   Sommigen zeggen dat ik niet goed voor je ben. Anderen vinden mij net zo betoverend zoals jij mij vindt. Er is geen consensus over; je twijfelt. Er zijn momenten waarop je besluit dat het beter is om mij te laten, maar je weet dat als ik terug in je buurt kom, je mij niet zal kunnen weerstaan. Wanneer ik bij je ben leef je. Alles in mijn wereld is leuk. De wereld is steeds leuk voor jou, want zo ervaar je het, maar wij weten dat de wereld gewoon bestaat. De wereld maakt het niet uit of jij haar leuk vindt. De wereld is gewoon. Als ik weg ben word je kleurenblind. Het leven gaat zijn gang, het is geen ramp, maar je mist de bril die ik je op doe zetten.   Ik ben je wereld en het maakt me niet uit of je in me bestaat. De wereld is groot, zij voelt niet. Zij heeft botsingen gevoeld, zij heeft vuur gevoeld, maar tegenover jou voelt zij niet. Zij ziet je niet, enkel je schaduw en mogelijks de voetsporen die je achterlaat. De wereld is een narcist. De wereld wordt graag onderhouden, maar is onverschillig over wie deze taak uitvoert. Als jij het niet meer doet, zal iemand anders het wel doen. De wereld bespeelt niet: je kiest zelf om erin te leven. De wereld teistert je niet, zij is gewoon. Jij wilt erin leven. Jij wilt haar vruchten plukken, in haar zonlicht leven. De storm, de hitte, neem je erbij. Het voelt alsof zij je leven geeft, maar ze heeft je niets gegeven. Zij is.   "Je bent verslavend. Ik ben blij dat je gestuurd hebt," zei de man in mijn bed.   

Probeersels
9 0

Effect

Rode vlekken verspreiden zich over het grid en wentelen zich zachtjes om lichamen  vol met ledematen. Iedereen pulseert, als het al te laat is. De uitwisseling begon voortvluchtig, eindigde als passant, raakte ingeburgerd en verbleef, in lichamen, in motieven, hoekjes, overgebleven aan kijkende aristocraten met ooglapjes.Toen begon de overdracht: trillend, voorbijgaand dan weer beginnend voorzichtig vibrerend,  verplaatse de vlekken zicht naar elkaar, dan weer naar ons, en versmolten met de uitegstoken  ledematen, uitgestoken, omdat ze magnetisch zich aanpasten aan de situatie, en overvloedig aanwezig.  De vlekjes vulden de uiteindes ervan met rood licht. Onze lichamen rood, maar het zicht werd groter; vermengde zich met verleden, heden, en weer terug.  Dit effect duurde even maar lang genoeg om mee te gaan en belichamen wat gebeurd was.  Tijd was iets abstracter en kreeg een mede-lichaam.  Quasi onherkenbaar rold zij zich uit aan ons, en verdween verscheen verdween;pulserend niet ontzienbaar.  Mijn lichaam zag rood van de aanwezigheid en ik die mij dierlijk afvroeg hoe ik het daarbij mee overbleef. Het was een effect van voorbijgaande aard jammer genoeg en niet veel later, pulseerden onze lichamen weer afwezig, passant.    Ik was nog niet vergeten hoe dat een ruimte in kon nemen en spreidde mij over je mechanisme.  Plaatse mijzelf over maar tussen jou en mij in. Werd baken, werd anker,  werd fluisteraar, werd mede.  Jouw bloedbanen, die ervoor zorgden dat je zodanig aanwezig bleef,  hielden jou afgeschermd van een globe, een sferisch beeld, dat groter werd en meer ruimte in nam.  Mijzelf als baken uitrollend was al wat ik nog deed herinneren. Greep je mij vast; dan was ik er niet, omdat ik was wat ik was geweest, en dit niet bleef. Greep je naast me, dan was ik al wat er was, omdat ik niet bleef wat ik was, en  dat is alles wat ik altijd al was. 

Dries Verhaegen
20 1

Soep

Raar gevoel. Ik weet niet of ik nu verdrietig ben of Nick gewoon mis of nog altijd boos ben om hoe het gelopen is. Ik denk dat het alles zo een beetje is. Ik ben verdrietig dat ik niet meer bij Nick kan zijn, en ik mis hem ook enorm hard. Ik mis "gezinnetje" spelen. Ik mis samen koken, samen slapen, samen lachen. Ik wist dat dit ging komen he, dit moment. Dat ik hier alleen zou zitten en die leegte weer zou voelen. Zonder hem is alles zinloos en leeg. Het is niet dat ik nu niet meer met iets kan lachen ofzo, ik kan het ook wel even vergeten soms, maar niets maakt me nog uit. Er zit geen vuur, geen energie meer in mijn lijf. Geen zin om iets te ondernemen. Dat is moeilijk om te merken want de laatste weken toen ik bij hem was, was dat vuur er wel. Hij geeft me energie en laat me iemand zijn die toch al dichter komt bij wie ik wil zijn. Hij maakt me gelukkig.  Nu een stom voorbeeld, de vorige weken maakte ik twee keer per week soep. Gewoon, omdat ik zin had om eens iets te doen dat resultaat opleverde. Ik genoot daar echt van. Nu denk ik er nog niet aan om soep te maken. ECHT geen zin in. Dat is ook waardoor het me opvalt dat ik nu weer zo anders ben. Omdat ik geen soep wil maken. Want, flauwe woordspeling, maar mijn leven is al een soep. Mijn gevoelens zijn een soep. Ik zit er al zo diep in, dat ik niet meer weet hoe ik eruit moet geraken.  Zoals duidelijk uit mijn vorige teksten, heb ik al een paar "inzichten" gekregen in hoe ik in elkaar zit. Waar sommige dingen fout lopen. Ik dacht dat die inzichten me gingen helpen om uit de soep te geraken, maar ik heb me er helemaal in gewenteld en ben nog veel dieper weggezakt. Ik weet nog dat toen dit allemaal begon, deze moeilijke periode, hoe het toen voelde. Als een chaos, maar wel eentje die nog ver van me af stond. Ik heb me nu die chaos eigen gemaakt. Ik ben die chaos. En daar probeer ik structuur in te brengen, maar het lukt niet. Het brengt geen rust. Wat ik niet zou geven om me gewoon zorgeloos te voelen. Zelfs al is het maar tijdelijk. Om even in die warme cocon van zijn armen te zitten. En mij geliefd te voelen. Dat is alles wat ik wil. Weg uit deze wereld, voor altijd geliefd in zijn armen, in zijn hart.  

Layla Clarke
0 0