Zoeken

Brievenpost van Dinges | Aan dhr. Siegfried Theofiel Hortense Bracke

Geachte heer Bracke Misschien trap ik hiermee bij u een open deur in, maar als er iets leeft bij de mensen is het wel hun pensioen. Ook over politici heeft de bevolking altijd een mening. Maar de poppen zijn pas echt aan het dansen als het over de pensioenen van politici gaat. U hebt er iets van gemerkt. De publieke opinie was de laatste tijd niet vriendelijk aan uw adres, waarbij u zelfs voor ‘dief’ werd uitgescholden. Het werd zowaar nog erger toen u gelijk kreeg van de rechtbank. U blijkt wel degelijk recht te hebben op een maandelijkse uittredingsvergoeding van 1500 euro netto bovenop uw pensioen, zo werd beslist. Ook in café De Kiezel was u enkele dagen het onderwerp van gesprek. U brak hiermee het record uit 1990, toen koning Boudewijn tijdens de mini-koningskwestie dankzij een truc van premier Dehaene en Wilfried Martens een dag geen koning was. Inderdaad, meer dan dertig jaar geleden. Er werd toen drie dagen continu over gesproken. Uw pensioengeval was goed voor vier dagen non-stop cafépraat.   Vooral mijn buurman Gust voerde hierin de forcing. Hij kwam op onze vaste caféavond met een opvallend rood aangelopen gezicht én met een dik boekwerk onder de arm de Kiezel binnengestapt.   "Gust, wat heb je nu bij?", vroeg mijn andere buurman Ömer meteen. We zijn wel wat gewend van Gust, maar zo hadden we hem nooit gezien. "De grondwet van België nondedju", zei hij redelijk luid. "In De Slegte lag nog een goedkoop exemplaar. Luister goed, hier staat het, in artikel  10: "Er is in de staat geen onderscheid van standen. De Belgen zijn gelijk voor de wet." "Awel, als we dan toch gelijk voor de wet zijn, dan hebben wij ALLEMAAL recht op een uittredingsvergoeding. EN NIET ALLEEN BRACKE. OF NIET MANNEN?" Er brak spontaan een luid applaus los.  Er werd besloten om met alle klanten een uittredingsvergoeding aan te vragen bij de Rijksdienst voor Pensioenen. Dat is nu enkele dagen geleden, maar voorlopig heb ik nog niets zien staan op My Pension.  De beslissing van de rechtbank waarin u gelijk kreeg over het ontvangen van die uittredingsvergoeding wordt nog aangevochten door het parlement, maar los daarvan wil ik het nog over iets anders hebben. Bij het opzoeken van de juiste schrijfwijze van uw naam, zag ik dat uw tweede naam 'Theofiel' is. Nu ken ik persoonlijk niet veel 'Theofielen', op uitzondering van dat onbetrouwbaar sujet uit Suske en Wiske: Theofiel Boemerang. Ik weet niet of u tijdens dode momenten in de kamer wel eens een stripverhaal in de hand nam, maar u heeft wat weg van die Theofiel Boemerang. Zo hebben jullie hetzelfde type snor en dezelfde blik in de ogen. En er zijn nog van die dinges. Maar er is ook een vaste uitspraak van Theofiel Boemerang die me aan u deed denken. Zijn slagzin was 'Kleine percentjes, rijke ventjes’. Zeg nu zelf. Wist u trouwens dat Theofiel 'vriend van God' betekent? Dat is vanzelfsprekend iets dat we u niet kunnen aanwrijven, want u bent een notoir vrijzinnige, maar misschien is al dat geld u toch naar het hoofd gestegen. Wees toch maar voorzichtig, want voor hetzelfde geld komt het als een boemerang terug in uw gezicht. Ondertussen verblijf ik Met de meeste hoogachting   Désiré Dinges PS: de rechtbank kende de door u gevraagde 50.000 euro morele schadevergoeding niet toe. Mijn buurman Gust formuleerde het als volgt: “Het is soms ver zoeken, maar af en toe is er nog een beetje gerechtigheid op deze aardkloot.”

Désiré Dinges
20 0

(Review) Billie Vos - Alleen Van U Als Ik Van Mij

Nadat ik Billie Vos al enkele jaren volg op Instagram, komt het er dan ineens van:  Op haar profiel zie ik een video passeren, geef ons op de boekenbeurs een woord en krijg er een gedicht voor in de plaats. Ik vind het een mooie deal. Wanneer mijn lief een kwartier later vraagt wat ik dit weekend wil doen zeg ik zonder aarzeling: naar Boektopia gaan. En vanwege mijn occassionele gebrek aan initiatief nemen staan we een dag later oog en oog met Billie Vos zelf. Ik had ze al snel gevonden, op een moment dat er maar een iemand voor mij zou staan, maar ik keerde terug de zaal in om back-up te gaan zoeken en stond haar pas dan te woord. Ik nam haar tweede dichtbundel, gesigneerd uiteraard, mee als leesvoer.   Poëzie is een van die dingen die je niet mag overhaasten. Zowel in het creëren als het integreren (van zachte, dromerige illustraties) als het consumeren van het talig spel. Billie Vos neemt haar tijd om je mee op stap te nemen. Langs rauwe emoties, die elk hun moment in de spotlight opeisen en twijfel om zich heen strooien. Onderweg kom je naast stormige periodes ook rustmomenten tegen. Je groeit met haar mee tot een wezen dat zich weer openstellen kan, en daarin erkent die nieuwe start ook waard te zijn.    Toen ik haar mijn woord gaf en ze er een gedicht omheen boetseerde, zag ik een vrouw die ik in haar teksten terugvind wanneer ik al lang thuis ben. Iemand die sorry zegt terwijl ze alleen maar moois om zich heen aan het zaaien is. Ze straalt rust uit, zoals in haar video’s, wanneer ze haar gedichten onder begeleiding van de mooiste natuurtaferenlen verhaalt.    Ik vind het moeilijk om op poëzie een aantal sterren op 5 te zetten. Het is zo ontzettend persoonlijk, en op een bepaalde manier ook tijdelijk, en dat bedoel ik alles behalve slecht. De herkenbaarheid die ik voelde bij het lezen van de gedichten om verloren liefde, speelt zich bij mij af in het verleden en krijgt minder gewicht dan de gedichten die over vandaag lijken te gaan, het is bijna een privilege dat zo te mogen beleven, vanop die veilige afstand en gehuld in warme geborgenheid, het is zeker al anders geweest.   Wat ik ook zo kon appreciëren aan deze bundel is dat ik de nood voelde om heel wat gedichten onmiddellijk een tweede keer te lezen, trager, geconcentreerder. Alsof ik achter en tussen elk woord, elke zin, een andere betekenis kon vinden, een ander gevoel de hoofdrol mocht laten spelen. Ook hierin zit die rem op het overhaasten. Je moet op elk gedicht voldoende kauwen voor je het doorslikt, en die hap dan volgen om te voelen waar het landt in je lichaam.    Bij deze een hele warme aanrader, voor zij die even nood hebben aan rust, die Billie Vos ook meegeeft met haar illustraties en het uitblijven van leestekens en hoofdletters. Ook aanbevolen aan zij die zoeken naar erkenning of essentie, een hart onder de riem of een vlucht van de ratrace.    Mijn persoonlijke favoriet geef ik jullie graag nog mee:   deze littekens zijn mijn poëzie als ge ze niet vindt rijmen met de uwe dat kan kloppen ge hebt dan ook op eender welk moment een reden om te stoppen met het lezen van mijn woorden maar als de kans bestaat dat ge u herkent in de scheuren van mijn zinnen laat u dan lezen u op de regel verzinnen u vinden aan het einde van mijn zoektocht u toevallig begrepen voelen terwijl ik mezelf probeer te rangschikken hoe meer ik mijn waarheid hoe meer ik de uwe kan doorprikken hoe meer gij mij leest hoe minder hard mijn wonden prikken   laat mij u begrijpend schrijven   En daar is ze kei hard in geslaagd.

annakdotes
22 0

De beginzin

"Een ellendige novemberavond, met een motregen die de dappersten van de straat veegt." Soms denkt een mens in zinnen die niet van hemzelf zijn. Deze is van Willem Elsschot. Een beginzin bovendien. We wandelen naar het cultuurcentrum en de storm Benjamin zorgt ervoor dat we nog eens inhaken. Samen tegen de wind. Ik spreek die beginzin van 'Het Dwaallicht' uit, maar de wind blaast hem weg.  Er was ooit een verkiezing voor de mooiste beginzin uit de wereldliteratuur. De winnaar werd de prachtige eerste zin uit ‘Honderd jaar eenzaamheid’ van Marquez. U moet die maar eens opzoeken. Die van Elsschot kwam geheel onterecht niet in de uitslag voor. De vorige keer dat we naar het cultuurcentrum stapten was voor een voorstelling van Groenten uit Balen, geniaal geschreven door Walter van den Broeck. Het stuk gaat over veel meer dan die staking. En nee, ze mogen dat niet naar de tijd van nu transformeren. Het gedacht alleen al. Maar ook herkenbaar. Grootvader die in huis woonde, dat was in 1971 ook bij ons het geval. Dat moet ongeveer de periode geweest zijn van de foto waarbij grootvader niet uit de auto kwam. Hij had het op de een of andere manier niet op fototoestellen. Terwijl wij voor de auto hadden postgevat - was die nieuw? – bleef hij op de achterbank zitten. Hij keek wel in de lens. We poseerden alsof het voor een automagazine was. Wie de foto heeft genomen weet ik niet meer. Het was wellicht een nonkel, want we stonden op zijn oprit. Die was aangelegd met afvalslakken uit de metaalindustrie. Dat zag je nog veel in die tijd. Het zou een goede beginzin voor een roman kunnen zijn. "Het was de dag dat opa niet uit de auto kwam omdat hij een heilige schrik had voor het fototoestel."

Rudi Lavreysen
10 0

Brievenpost van Dinges | Aan AI

Geachte dinges Want tja, hoe moet ik u aanspreken? U bent geen mens, maar een machine. Maar we kunnen u niet langer negeren, want u wordt overal ingezet. We spreken tot u zoals we tot een mens spreken. Het is een kwalijke evolutie, als ik me zo mag uitdrukken. George Orwell heeft het allemaal voorspeld. Misschien moet ik hem in het hiernamaals een brief sturen? Zeggen dat het allemaal klopt wat hij 77 jaar geleden heeft geschreven over het uitwissen van de geschiedenis, alternatieve feiten en meer.  Zelfs binnen bedrijven of bij de overheid hebt u een functie gekregen. Zoals bij mijn provider. Als ik iets moet weten over de snelheid van mijn internet of waarom de factuur weeral eens is gestegen, kan ik met de AI-assistent spreken. Afijn, spreken is veel gezegd. Soms geven ze u zelfs een naam, waardoor je nog meer de indruk hebt van tegen een echte mens te spreken, in plaats van met een computer. De chatbots heten Eddy of Roger of wat dan ook. Dat maakt het allemaal nog ingewikkelder.  Maar hoe is het nu zo gekomen, zal u zich afvragen, waarom ik u deze brief schrijf? Het is Marcel van den Boks in café De Kiezel die de kat de bel aanbond. Jawel, die Marcel met zijn opgerolde broekspijpen.  "HAAA, HIER SE, DINGES, GIJ BESTAAT DAN TOCH ECHT. HAHAAHA." Hij riep het heel luid in een vol café toen ik op onze kaartersavond de deur van De Kiezel opende. Het leek dat Marcel weeral eens teveel had gedronken, want hij had zijn broekspijpen al twee keer omgeslagen. Met elke pint rolt hij ze verder omhoog. "Natuurlijk besta ik echt", riposteerde ik meteen. "Hier ben ik toch", waarna ik een zo spontaan mogelijk lachje tevoorschijn toverde.  "DAT WEET IK NOG ZO NIET. GE MOET HET ANDERS MAAR EENS AAN EÉÉI AAAI VRAGEN, OF GIJ ECHT BESTAAT, HAHAHA", riep hij lachend door het hele café.  Ik liet Marcel voor wat hij was – dat is niet veel – en zette mij aan de kaarterstafel waar Gust en Ömer al hadden plaatsgenomen. “Over wat heeft hij het?”, fluisterde ik. “Wie is Eééi Aaai?”  “Dat is een afkorting”, zei Gust. “AI staat voor Artificial Intelligence, of kunstmatige intelligentie. Het is een intelligente toepassing om via de computer van alles op te zoeken, of om iets te maken, een brief op te stellen en wat weet ik allemaal.”  Het deed me een belletje rinkelen en Gust liet me een en ander op zijn smartphone zien, waarna ik hem vroeg om toch maar eens aan u te vragen wie Désiré Dinges is. Het antwoord sloeg in het café in als een bom.  ‘Het lijkt erop dat Désiré Dinges geen echte persoon is’. Jawel, zo stond het er. Maar het werd nog erger.  ‘Désire Dinges is een pseudoniem van een anonieme columnist. Onder deze naam verschijnen er columns. De schrijver stuurt brieven aan verschillende bekende Vlamingen, zoals Tanja Dexters en Gert Verhulst, en geeft zijn mening over de actualiteit of over de persoon in kwestie. Door dit personage wordt de mening van de man in de straat vertegenwoordigd.’  Ik viel bijna van mijn caféstoel. Wablief? Ik? Geen echte persoon? Ik zeg het niet graag, maar Marcel van den Boks had gelijk. Gij beweert potvolkoffie dat ik niet echt besta. Kom maar een keer kijken. Of vraag het aan Gust, Ömer of aan mijn vrouw. In tegenstelling tot u ben ik een manspersoon van vlees, bloed en eigenhandig geschreven epistels. Zeg maar waar ik een kopie van mijn identiteitskaart naartoe kan sturen.  Ik ben echt zwaar ontgoocheld. U weet zogezegd alles, maar hier gaat u lelijk in de mist. Over één ding hebt u gelijk. Dat is het stukje over de mening van de man in de straat. Die wordt vandaag de dag nog altijd te zeer geminimaliseerd.  Ik voorspel dan ook niet veel goeds. Als mensen iets niet weten en u geeft een fout antwoord, dan zijn we verder van huis. De waarheid is dezer dagen al zo fragiel als een beginnend zwemmer die bij springtij in het water duikt. En er zijn nog van die dinges.  Maar u weet wat te doen. Gelieve uw biografische informatie over ondergetekende aan te passen. Ik zal het zelf ook opvolgen.  Voor meer informatie over mezelf kan u me vanzelfsprekend altijd contacteren via de redactie.  Ondertussen verblijf ik  Met de meeste hoogachting  Désire Dinges

Désiré Dinges
14 0

Het slecht-nieuws-bos

Nog niet zo heel lang geleden -ondanks wat haar kleinere broer later zou beweren- Werd kleine Anna geboren.  Ze was het eerste kind van twee ouders  Die graag een groot gezin wouden Dat stevig aan elkaar zou hangen.  Ze werd veilig omhuld en grootgebracht Op een mooie plek  Die ook voor haar ouders nieuw was. Niet ver van hun huis Lag een uitgestrekt woud Toch was er zelden iemand heen gegaan. Het werd iedereen verboden Horrorverhalen deden de ronde Zelfs de dappersten gingen er niet in. Werkmensen hadden er wekenlang Gewerkt om het volledige woud te omheinen  En aan de ingang een waarschuwing neer te poten.  “Je staat op het punt het slecht-nieuws-bos te betreden” Betreden op eigen risico,  We staan niet in voor de gevolgen, etc., etc.  Kleine Anna groeide op En hoorde vrijwel nooit iets over het bos Of mensen die erheen geweest waren.  Toch groeide in haar een nieuwsgierigheid Want wat kon er nu zo slecht zijn Aan zoiets moois en immens groen?  Toen mama’s buik bol stond met een kindje Was kleine Anna alleen buiten aan het spelen Ze duwde haar knuffels voort op de schommel. Er kwam iemand hun erf op gestrompeld Het leek een oudere vrouw Gehuld in lompen.  Ze liep mank, Iets wat kleine Anna nog nooit eerder gezien had Ze kon niet anders dan ernaar staren.  Veel verstaanbare woorden kon de vrouw niet uitbrengen Ze gromde en mompelde aan een stuk door Het klonk niet bepaald vrolijk.  Het vrouwtje vervolgde haar weg En kleine Anna besloot op een veilige afstand Toch een stukje mee te lopen. Ze was nog gekleed in haar pyjama  Droeg pantoffels met hondenkopjes op En anti-slip nopjes onderaan.  Ze was niet gewapend tegen de ruwe ondergrond Maar de curiositeit was groter dan het ongemak Ze sloop het vrouwtje achterna. Haar knuffels bleven eenzaam op de schommel Om hen heen had ze een sjaal gebonden Zodat ze zeker niet zouden vallen. Papa en mama zouden ze daar in hun eentje zien hangen Zoeken naar het kind op de honden slofjes Nog niet eens aangekleed, toch de wijde wereld al ingetrokken. Ze volgde het vrouwtje tot aan de bosrand Daar woekerden intussen bramen en netels Want niemand wou zich het onderhoud riskeren.  Het vrouwtje bleef even stilstaan, zuchtte Kleine Anna verstopte zich achter een boom En sloeg het tafereel voor zich heen gade.  Ze zag hoe het bos de vrouw opslokte Verwachtte zelfs bijna dat het bos nu zou boeren Maar er gebeurde verdacht weinig, alles stil. Ze kwam tevoorschijn van achter haar boom En slenterde stilletjes naar de plaats Waar de vrouw net nog stond.  Alsof ze hier aanwijzingen zou kunnen vinden Dat een sporenonderzoek haar vragen zou beantwoorden Of de vrouw opeens weer zou verschijnen. Ze besloot eerst even te wachten De waarschuwingen over het bos indachtig Bovendien waren haar pantoffels niet bos-geschikt.  In eerste instantie ijsbeerde ze wat in het rond Aan de verlaten bosrand Zocht spelletjes op de grond.  Die steentjes mocht ze niet geraken. Tot aan dat takje moest ze in één keer springen. Ze zou 10 verschillende blaadjes verzamelen.  De vrouw liet op zich wachten En kleine Anna’s benen werden moe Ze ging zitten op een stukje gras uit het zicht.  Hoeveel tijd er voorbij ging  Kan ik je niet vertellen  Het werd een beetje koud in haar pyjama.  Net toen ze het wachten op wou geven Hoorde ze geritsel tussen de bramen En ging op haar knieën zitten, zodat ze alles kon zien.  Daar was de vrouw weer Ze kwam in stevig tempo Zelfzeker en rechtop wandelend op haar af. Ze mankte niet langer Was schijnbaar haar lompen in het bos kwijtgespeeld Nadat ze de bosrand had overwonnen, huppelde ze zelfs bijna. Kleine Anna kon haar ogen niet geloven En begaf zich toch nog eens naar de ingang van het woud Ze probeerde de verte in te turen maar zag enkel donker. Het grommen van haar maag  Schrikt haar terug de realiteit in  En ze begeeft zich weer naar hun huisje toe.  Aan tafel vertelt ze niet wat ze gezien heeft.  ‘s Avonds, wanneer mama een verhaal voorleest, ook niet. ‘s Ochtends nog niet. Een week lang koestert ze haar geheim. De volgende ochtend ziet ze de vrouw haar weer Ze is weer in lompen gehuld Ze lijken minder grauw dan de vorige keer. Deze keer mankt ze niet Ze wandelt sneller dan de vorige keer Kleine Anna moet haar best doen om te volgen. Gelukkig heeft ze schoenen aan Waarmee ze snel kan lopen Dat had ze in de winkel getest. Ze verliest de vrouw bijna uit het oog  En wanneer die aan de bosrand staat Roept kleine Anna uit: “Wacht!” De vrouw schrikt op Alsof er een betovering verbroken wordt En ze ineens beseft waar ze is.  Ze draait zich rustig om En blijft als aan de grond genageld staan Kijkend hoe het kind naar haar komt gelopen. Ze zeggen verder niks tegen elkaar Keren zich beiden, synchroon, om Zodat ze naar het dichte bos kijken. De vrouw ademt diep in  Haar schouders kruipen helemaal omhoog En zakken weer naar beneden wanneer ze uitademt. Kleine Anna doet haar na Al is het niet met dezelfde overgave Ze verliest de vrouw niet uit het oog, wilt niks missen. Wanneer ze merkt dat de vrouw het bos in gaat stappen Grijpt ze snel haar hand beet Daarvoor lijkt de vrouw dankbaar. Hand in hand overwinnen ze de bodembedekkers En wandelen een stukje het bos in Tot ze aan een open plek komen.  Er staan houten kruisjes op de grond verspreid Er liggen grote stenen bij elk kruisje En kaarsjes.  De vrouw hurkt neer  Kleine Anna doet hetzelfde  En wacht af wat de vrouw nu zal doen.  Die kijkt haar aan en zegt zacht “Je weet toch waar we zijn?” Kleine Anna knikt zachtjes ja.  “Je bent waarschijnlijk de enige andere persoon Die hier ooit gekomen is”  Ze fluistert het bijna. Vervolgens haalt ze de lompen van haar schouders Drapeert ze voor zich heen mooi de grond op  Legt er zachtjes een foto in die ze uit haar zak haalt.  “Ik kom naar hier om aan mijn kindje te denken” Kleine Anna begrijpt het niet zo goed Waarom denk je niet aan je kindje als je erbij bent? De vrouw schudt zachtjes haar hoofd “Mijn kindje is niet meer bij mij” Kleine Anna wilt vragen waar het dan wel is.  De vrouw gaat verder voor ze dat kan doen “En ik zal misschien wel nooit weten waar hij wel is” Er rolt een traan over haar wang naar beneden.  Ze steekt een kaarsje aan Mompelt wat tegen de lompen Kleine Anna neemt haar hand vast. Ze voelt hoe de vrouw er zachtjes in knijpt Er verschijnt een lach om haar mond Door het tranen gordijn heen.  De vrouw begint een putje te graven Legt er de lompen zorgzaam in  Dekt het toe en zoekt twee takjes bijeen.  Daarvan maakt ze een kruisje Dat ze aaneen sjort met wat gras Ze plaatst het op het verse hoopje aarde. Ze ademt weer diep in  En vervolgens uit “Mag ik je een verhaal van hem vertellen?” Kleine Anna vindt het een prachtig verhaal En ze vindt het spijtig dat ze de jongen niet kent Ze zou er graag mee spelen, denkt ze.  “Hier kan ik verdrietig zijn” Legt de vrouw uit “Zodat ik daarna weer vrolijk kan zijn”.  En kleine Anna denkt wel dat ze het begrijpt, Ze vraagt zich af waarom iedereen zo bang is Van het slecht-nieuws-bos, als het ook geneest.  Het luistert. Het oordeelt niet. Het omhult.  Samen keren ze terug Onderweg zet de vrouw kleine Anna thuis af Mama schrikt even maar lacht als ze ziet dat het oké is.  Wanneer mama’s buik stopt met bewegen Omdat de broer toch niet wilt komen Gaan ze samen naar het bos.  Kleine Anna pakt mama’s hand vast Zoals toen die van de vreemde vrouw En toont haar de weg naar de kruisjes. Ze vraagt of ze de broer een naam mag geven En vertelt het verhaal van de vrouw Op haar beurt aan mama.  Op de terugweg vraagt ze “Mogen we nu wel meer naar het bos komen” En mama vindt het een goed idee.  Het bordje vervangen ze Er staat nu  Het mooie-herinneringen-bos. Want na regen komt zonneschijn Na verlies komt onvermijdelijk pijn Maar naast dat alles vooral ook samen zijn. 

annakdotes
12 0

Fijne dag nog

"Fijne dag nog", zegt de mevrouw van de krantenwinkel als we met een krant, de lotto een paar wenskaarten naar buiten stappen. De 'een' aan het begin van de zin wordt vaak weggelaten. Want het moet snel gaan. Voor je het weet zijn de klanten buiten en hebben ze de afscheidsboodschap niet gehoord. Terwijl die net zo belangrijk is. Ook in het café krijgen we later op de dag van de uitbater dezelfde 'fijne dag nog' mee. Alsof ze het hebben afgesproken. Of alsof ze samen naar een afscheidnemend congres zijn geweest, waar de nieuwe trends in het afscheidnemen werden besproken. Er schuilt iets hoopvol in die 'fijne dag nog'. Ik wens je 'nog' een fijne dag. Dat je aan deze dag nog veel plezier mag beleven. Trouwens, in de late namiddag schakelt de café-uitbater over op een 'fijne avond nog'.  Er wordt vaak niet nagedacht over wat we bij het afscheidnemen zeggen. Het is een automatisme. Maar ik verdenk de mevrouw van de krantenwinkel en de café-uitbater ervan dat ze het menen, die 'fijne dag nog'. Kent u deze nog: “Voor straks lekker slapen en morgen gezond weer op.” Een klassieker. Dat werd aan het einde van een tv-programma gezegd. In het echte leven is de zin te lang. Wat zeiden ze thuis? 'Tot de volgende', meen ik me te herinneren. Of het klassieke 'saluj'. Van het Franse 'salut', maar vooral van het Latijnse 'salvus', dat 'veilig' of 'gezond' betekent. Wat zeg ik zelf? Vaak is het 'hou u goed'. Ook een soort van 'salvus'. Bij het horen van 'tot de volgende zitting' heb ik de neiging om al zwijgend te vertrekken. Het leven is geen zitting of een vergadering. Maar af en toe vertoont het leven sporen van ontreddering en dan komt een vergadering aardig in de buurt. 

Rudi Lavreysen
10 1

Brievenpost van Dinges | Aan dhr. Nicolas Sarkozy

Geachte heer Sarkozy Bonjour monsieur le président. Nu u in de gevangenis zit, vindt u het wellicht boeiend om brieven te ontvangen.  Toch was ik licht verbouwereerd door enkele nieuwsfeiten aangaande uw gevangenschap in de Parijse La Santé-gevangenis. Volgens mijn buurman Gust hebt u al bedreigingen ontvangen van elke medegedetineerden. Dat heeft hij in de online versie van Le Monde gelezen. Tja, u zal er wellicht niet met iedereen vriendjes worden.  Ook in ons land zijn er wel eens politici met justitie in aanraking gekomen. Ik ga ze niet allemaal opsommen, want dan zou deze brief veel te lang worden. Maar ik denk bijvoorbeeld aan oud-premier Paul Vanden Boeynants die in 1986 een driejarige voorwaardelijke gevangenisstraf en een geldboete kreeg wegens belastingontduiking. Van hem zijn ook de onsterfelijke woorden "Te veel is trop, of trop is te veel, hè." Later werd hij nog ontvoerd, dus ik zou maar voorzichtig zijn als ik u was.  Maar ik was lichtjes geschokt over iets anders. Wat zeg ik, er kwamen zelf jaloerse gevoelens van mijnentwege bij kijken. Onder meer over het feit dat u twee boeken meenam naar uw stulpje in de gevangenis. Meer bepaald ‘De graaf van Montecristo’ van Alexandre Dumas en ‘Jésus’ van Jean-Christian Petitfils. Boeken van respectievelijk 1446 bladzijden en 888 bladzijden. Ik heb thuis ook stapels dikke boeken liggen, maar ik kom amper aan lezen toe. Ik moet werken, mijn sociale contacten onderhouden, met Gust en Ömer een kaartje leggen in café De Kiezel en met mijn vrouw af en toe naar de tv kijken. Naar de Verhulstjes bijvoorbeeld. Daar kunnen we van genieten. Ook mensen met geld, maar die centen komen niet uit Libië. U kreeg immers een boete van 100.000 euro omdat u campagnegeld had ontvangen van dhr. al-Khaddafi. “Ook een schurk”, volgens mijn buurman Gust. “Och, een mens kiest zijn vrienden zelf”, zei Gust daarover.  “Die Sarkozy heeft miljoenen ontvangen. Wedden dat hij binnenkort vrij komt, want hij is al zeventig jaar.” Gust is zo slim als menig advocaat. Hij moet niet onderdoen voor die advocaat met zijn grijs haar dat altijd voor zijn ogen hangt, dinges, Walter Van Steenbrugge. Maar dan nog iets. Uw cel in de VIP-afdeling van de gevangenis is ongeveer 9 vierkante meter groot en heeft een bed - geen matras op de grond zoals in veel cellen -, een eigen douche en een toilet. Voor 7,50 euro per week kan u ook een koelkast huren en voor 14,50 euro zelfs een televisietoestel. Dat geld zal wel geen probleem zijn. Ik wil maar zeggen. Een gemiddeld studentenkot in Leuven is kleiner. En die hebben vaak alleen een gemeenschappelijke douche op de gang. En men betaalt voor een kot al snel 550 euro per maand. U mag er trouwens ook zelf koken, maar u moet daarvoor niet zelf naar de winkel. Sjansaar. Daarom durf ik zeggen dat het een beetje vakantie is voor u, want u mag ook een paar keer per dag gaan wandelen, uw Carla mag regelmatig op bezoek komen en er zijn nog van die dinges. Maar nog even over die boeken. U hebt ze naar verluidt symbolisch gekozen, omdat het verhaal of de personages iets zeggen over de toestand waarin u zich bevindt. Mag ik dan nog enkele titels meegeven? ‘Misdaad en straf’ van Dostojevski bijvoorbeeld. Of ‘De goddelijke komedie’ van Dante Alighieri. En niet dat ik het u toewens, maar toch ook ‘Honderd jaar eenzaamheid’ van Marquez. Tenslotte nog ‘De man zonder eigenschappen’ van Robert Musil. Dat is echt iets voor u. Alvast veel leesplezier. Ondertussen verblijf ik, met de meeste hoogachting Désiré Dinges

Désiré Dinges
0 0

Portret

Je kijkt me maar heel even aan Dan grijp je een potlood beet Eerst maak je een schijnbeweging over het witte canvas heen Zet in je hoofd even alles op een rijtje En je begint me te tekenen.   Aan je uitstaling merk ik niet of er stukken zijn waar je onzeker over bent Je behoudt hetzelfde strakke werktempo Neemt ook geen stap terug om te kijken of alles wel klopt.   Je gebruikt enkel zwart en wit Vergeet alle nuance, alle grijstinten Zoals ik Wanneer mijn emoties het roer weer even overnemen Maar als jij het doet komt het harder binnen.   Je accentueert imperfecties die ik zelf door de vingers dreig te zien en vergroot onzekerheden nog eens extra uit. De delen die ik zelf al jaren probeer te omarmen vloeien het blad op en staren me van daar uitdagend aan.   Eindelijk leg je het potlood neer.  Om nog eens te kijken, af te toetsen wat je mis begrepen hebt, of over het hoofd gezien, denk ik maar nog voor je me aan kan kijken ga je weer weg.   Je grijpt naar een kleur en vult mijn contouren op. Al geef je me een kleur die ik nergens in herken. Je schildert me af als een vreemde, een onbekende die toevalligerwijs op me lijkt. Iemand die ik nooit geweest ben en volgens mij nooit zal worden.   Ik laat mijn hoofd zachtjes zakken terwijl ik een stap terug neem. Doof de hoop dat je mijn harde werk op zal merken. Hoe kan dat ook, als je tekent op basis van een herinnering, een beeld dat ik zelf helemaal niet herken.   Ik draai me traag om. Werp nog een blik op je ijverige hand. Onderdruk de neiging om je potlood vast te grijpen en door de kamer heen te slingeren. Adem diep in. En nog dieper uit. Daarbij stroomt het laatste beetje verweer uit mijn lichaam weg.   Ik recht mijn rug, kin omhoog, borst vooruit. Wrijf je geur van mijn kleren. De indruk van je oordeel van mijn gezicht.   Ik teken mezelf wel. Met de juiste kleuren. De imperfecties mogen zelfs in fluo. Ze schreeuwen het uit. Het enige waar ze niet meer om vragen is jouw invulling.

annakdotes
5 0

Eksteroog

Ik was ervan uitgegaan dat dit een ‘voor altijd’ situatie was. Dat we met elkaar vergroeid waren, onafscheidelijk met elkaar verbonden.   Al die tijd was je een verlengstuk van mij. Een extra beschermlaag.   En ik weet niet meer zo goed wanneer het begonnen is, maar nu ik je stilaan voel loslaten komt het besef dat je er op een bepaald moment niet meer zal zijn, en dat die dag steeds dichterbij komt. Ogen worden met veel dingen vergeleken.   De dieptes van de oceaan, de sterren aan de hemel, de rijkdom van moeder Aarde, de verandering van seizoenen.   De verdrinking steeds nabij, dagdromen voorbij, spiegels voor de maatschappij, zoveel grootser dan jou en mij. Ik kan me dus levendig inbeelden hoe gekwetst de eksters waren toen wij besloten om hun ogen niet met die wereld fenomenen te vergelijken, maar met een aandoening aan onze voeten.   Ocharme, wie denken we eigenlijk dat we zijn? Zijn vossen eigenlijk wel slordig? Hoe mooi ik het woord sloddervos ook vind…   En is een luizenleven iets om jaloers op te zijn? Of geldt dat enkel voor de luizen die leven op kinderkopjes, voordat de ouders begrijpen waarom hun kroost zoveel krabt en voordat ze diens wilde haren proberen temmen met een luizenkam? (Zoals ik op mijn eerste communie).   Blijven mussen graag thuis, of maken wij dat ervan?   En zouden varkens echt graag feest vieren? Dit allemaal dus om te zeggen dat ik na minstens drie jaar leven in gezelschap van een eksteroog ein-de-lijk naar de dokter ben geweest.   Die bevroor het (en had daar veeeeel pogingen voor nodig, heb ik al gezegd dat dat ding er al even staat?) en tussen nu en twee weken zou het oog dus moeten loslaten.   Vies he? Op een dag ga ik plots beseffen dat mijn teen weer iets normalere proporties heeft, en ik ga hoogstwaarschijnlijk niet eens gemerkt hebben dat het oog eraf gevallen is.   Ik ga het zoeken, -gewoon, omdat ik zo ben- en niet vinden, die dode huid, en dan ga ik -omdat dat toch een beetje vies is- mijn hele huis stofzuigen   (zeg ik nu).

annakdotes
5 0

Quotidien

Alsof ik een versnelling lager geschakeld ben,  op alle mogelijke manieren.  Mijn gedachten vliegen niet meer uit de bocht,  door de vangrail.  Ik loop mezelf niet meer voorbij.    En hoewel vrije tijd er helemaal anders uit ziet,  en niet meer samenvalt  met die van de mensen om me heen,  voelt ze vollediger.  Mijn thuis is enkel dat, een thuis, en het is geen sport om snel te proberen loskoppelen op de treinrit ernaartoe.   Want het werk blijft tussen die vier muren, het vele hout en glas.  Het voelt als een tweede veilige haven, zonder dubbele bodem en schone schijn. En tussen de pagina’s van de zoveelste sprinter  stopt mijn eigen hardloopwedstrijd,  tegen de tijd,  tegen het beleid,  tegen de armoede en eenzaamheid in Brussel.    De eindstreep voorbij,  geen nieuwe wedstrijd in het verschiet,  ik val stil en voel voor het eerst in maanden  hoe uitgeput ik ben.  Ik haal mezelf even uit de (pre)selecties  en de aanloop naar een volgende startblok. Nu snelwandel ik dan wel tijdens de uren,  maar daarbuiten slenter (of dartel)  ik door mijn (eigen) stad.  Ik neem elke dag een nieuwe weg naar huis,  ontdek nieuwe adresjes en bezigheden,  heb niet langer hoofdpijn van de stress  (maar wel van de recent opgelopen koffieverslaving).  Wie had ooit gedacht dat ik rust zou vinden  in een van de zwaarst werkende  (onderbetaalde en ondergewaardeerde) sectoren?   Maar deze maand was mijn persoonlijke  Eureka/Heureka/Horeca beleving,  en de sociale sector voelde in geen jaren zo open  als mijn contacten van de laatste dagen.    Een asociaal beleid zet sociaal werkers vast  en gezinnen in de kou.  Maar warmte stijgt,  dus daar hebben ze in die ivoren toren  nog geen last van uiteraard. Ik zet een stap terug,  stap van de ladder  waarvan jullie schijnen te denken dat ik hem  in sneltempo wou blijven beklimmen, af, (ik gebruik de ladder nu alleen  om aan de bovenste broden te kunnen)  en huppel even op de begane Gentse grond verder.  Dat gaat stukken beter dan op zo’n smalle, eenzame, sport.  Hoge bomen vangen veel wind,  daarom ben ik vanaf nu te vinden   tussen de struiken.   

annakdotes
4 0