Zoeken

Wat een stervend vogeltje mij leerde

Als kind ging ik vertrouwd om met de subtiele magie des levens. Ik hanteerde mijn hooggevoeligheid constructief en speels. Maar ergens in mijn groeiproces ben ik gaan denken dat mijn gevoelige aard een last was in plaats van een zegen. Hoe vaak heb ik er wel niet naar verlangd om onverschilliger te zijn. Er werd mij dan ook dikwijls gezegd dat ik het mij allemaal niet zo erg moest aantrekken. En ik wou dat ook echt kunnen. Het overweldigende voelen probeerde ik te vervangen door te overdenken. Ik dacht afstand te kunnen nemen van de dingen door ze te analyseren. Maar in feite nam ik alleen maar afstand van mijn authentieke zelf. Op een bepaald moment wees alles erop dat ik te ver was afgedwaald. Ziekte bracht me tot stilstand. Ik ben zo vaak kwaad geweest omdat ik het niet begreep. De verantwoordelijkheid voor mijn lijden lag natuurlijk bij mezelf. Ik werd streng voor mezelf. Ik deed altijd wel iets verkeerd. Het was nooit goed genoeg. Het kleine meisje in mij moest niet huilen, ze moest flink zijn. Ze moest diëten, sporten, mediteren, minder denken en beter ademen. En als ze haar best niet deed, dan was het haar eigen schuld dat ze gebukt ging onder de pijn. Dan moest ze het maar opnieuw proberen en nog meer haar best doen. Ik ben nu op een punt gekomen dat ik niet meer mijn best wil doen. Het is mooi wat ik allemaal geleerd en bereikt heb, maar ik besef dat ik gerust wat milder kan zijn voor mezelf. Dat ik mezelf graag kan zien te midden van mijn geploeter. Ik wil mijn eigenliefde niet sparen voor wanneer ik zogezegd iets bereikt heb. Hier en nu is alles meer dan goed. Het is perfect zelfs. Dat besef komt in verschillende gedaantes bij mij binnen gesijpeld. Kleine dingen met grote symboliek openbaren zich aan mij. Ik zie ongetwijfeld veel over het hoofd, maar wat ik zie maakt echt indruk. Die indruk wil ik in deze tekst vastleggen. De dingen en situaties rondom mij, weerspiegelen wie ik ben. Als ik ergens ongevoelig en oppervlakkig mee omga, dan is dat tevens de manier waarop ik mezelf behandel. Het was een stervend vogeltje dat me hier onlangs aan herinnerde. Al te vaak heb ik me uit zelfbescherming verscholen achter negatie en ontkenning. Uit angst natuurlijk. Angst om diepgaand te voelen en ingenomen te worden door dat gevoel. Zo draaide ik ook mijn rug toen ik zag dat mijn zachte vriend Loki zichzelf aankondigde met een vogeltje in zijn bek. In een oogopslag zag ik dat het nog leefde, maar de dood nabij was. Ik wenste dat hij het snel zou doden, wat hij niet deed. Terwijl Loki afgeleid werd door een snack uit de keukenkast, bedacht ik wat te doen met het weerloze wezen op mijn tapijt. Ik wou dat ik op mijn knieën was gaan zitten en het vogeltje in mijn handen had genomen. In de plaats daarvan greep ik naar het vuilblik waar ik het naar adem snakkende diertje voorzichtig op veegde. Ondanks mijn afkeer en tegenzin, bekeek ik het in detail. De verwondingen moesten intern zijn, aangezien er langs de buitenkant niets te zien was. Het hield zijn oogjes gesloten en het kleine bekje ging langzaam open en dicht. Misschien moest ik het uit zijn lijden verlossen en op één of andere manier doden? Een mogelijkheid die ik snel weer liet varen. Uiteindelijk legde ik het vuilblik met het vogeltje in een doos die ik met een handdoek bedekte en ergens in een verre hoek plaatste. Pas laat op de avond dacht ik terug aan het vogeltje. Zou het nog leven? Maar ik ging niet kijken. Ik liet het kleine dier aan zijn lot over, mezelf sussend dat dit de natuurlijke gang van zaken was. Het vogeltje stierf moederziel alleen. Wanneer ik de handdoek van de doos haalde, bewogen er enkele donsveren op zijn hoofdje door de luchtverplaatsing, wat me op een confronterende manier vertederde. Het was pas de dag nadien dat er een opening kwam in mijn gevoelswereld. Opeens herkende ik mezelf in het vogeltje. Gewikkeld in het nieuwe deken dat mijn moeder mij had gegeven, ging ik tussen de bomen zitten. Het deken pluisde enorm en al gauw hingen er overal losse stukjes wol. De manier waarop de wol in de wind flapperde, deed me denken aan de donsveren van het vogeltje. Het besef dat ik met mezelf omging zoals ik het vogeltje had behandeld, schoot als een bliksemschicht door mijn lijf. Het verdriet begon te stromen en ik voelde zoveel spijt. Ik weet en voel al langer dat kleine handelingen een grote energetische waarde kunnen bevatten. Ik wou dat ik me over mijn angst heen had gezet en het vogeltje liefdevol in mijn handen had genomen toen het lag te sterven. Ik wou dat ik het lieve geruststellende woorden had toegefluisterd. Ik wou dat ik meer compassie en liefde had getoond. Al was het maar heel even. Fysiek gezien had dit alles geen verschil gemaakt, maar gevoelsmatig (en dat is waar het allemaal om draait) zou ik authentieker gehandeld hebben. In zulke kleine subtiele dingen huist spiritualiteit en verbondenheid. De schoonheid van mystieke ervaringen komt je nooit recht in het gezicht gevlogen, ze vraagt om een fijngevoelige kijk op de dingen. En de fijngevoeligheid die mij eigen is, wil ik niet verloochenen. Ik wil (mijn) kwetsbaarheid niet langer de rug toekeren. Voortaan ga ik op mijn knieën en zet ik de tijd stil voor de broze dingen van het leven. Ik wil mijn innerlijk kind niet aan haar lot overlaten en uit zelfbescherming veinzen dat ik een harde tante ben. Ik vergeef mezelf voor de hardheid tegenover mezelf en het vogeltje. Eigenliefde laaft zich sowieso aan een oneindige bron van vergiffenis. Uit respect en dankbaarheid wil ik de inzichten en bijbehorende gevoelens die het vogeltje mij bracht niet weg rationaliseren of vergeten. Want niets dat gevoel opwekt is onbenullig. Ps: En ja, ik overweeg om Loki een kattebelletje om te doen ;)

KarolienDeman
34 0

Het brein en ik

Vanaf het moment dat het tot mij doordrong dat er een wezenlijk verschil bestaat tussen mijn brein en mijn ware ik, begon er veel te veranderen. Het was een cruciaal inzicht dat nodig was om de oneindigheid van mijn mogelijkheden te kunnen vatten. Ik zag in dat mijn ware ik uit een oneindig creatief bewustzijn bestaat, dat vanuit liefde handelt. Mijn brein daarentegen, staat in voor mijn fysiek zelfbehoud en klampt zich daarom graag vast aan gewoonte en routine. Alles wat het brein herkent als veilig of plezierig, wil het zich eigen maken. Uitdagingen buiten de comfortzone zijn voor het brein alles behalve aanlokkelijk. Het neemt niet graag risico’s en blinkt uit in het overdrijven en panikeren. Veel mensen zijn slaaf van hun brein, zonder dat ze het beseffen. Dat komt dan ook omdat ze zichzelf identificeren met hun brein. Ze denken dat zijzelf de impulsen van hun brein zijn en dat ze handelen vanuit keuze. Over het al dan niet hebben van een vrije wil, is doorheen de geschiedenis al veel gezegd geweest. Voor mij het is het alleszins duidelijk dat ik, het bewustzijn of de wilskracht achter het brein, de gewoontes en patronen van mijn brein kan veranderen. Ik kan mijn brein dingen afleren en aanleren. Dit gaat vaak gepaard met weerstand. Soms drama. En vooral het begin is moeilijk. Maar als ik écht iets wil en blijf volharden, dan komt er gegarandeerd resultaat. En dat zet dan deuren open naar nog meer mogelijkheden. Zelfvertrouwen is onontbeerlijk in het proces der zelfontwikkeling. Als ik geen vertrouwen heb in mezelf, in mijn kracht en transformatie, dan saboteer ik mezelf. Enkel een vanzelfsprekend vertrouwen in het tot stand komen van mijn visualisaties, is de brandstof waarop mijn creatieve vermogens draaien. Het zogezegde ‘boetseren’ van het brein en van de identiteit is wat ik als zelfontwikkeling zou omschrijven. Je ontwikkelt jezelf tot de best mogelijke versie van jezelf. Het bewustzijn kan creëren, maar kan evengoed loslaten en enkel observeren. In beide gevallen wordt er ervaring opgedaan. En dat is uiteindelijk het enige dat telt. De aard van de ervaring krijgt geen oordeel toegeschreven. Niets is ‘goed’ of ‘slecht’. Het ‘is’ gewoon. Maar wie in de mogelijkheid is om het bewustzijn aan te spreken, kan zijn realiteit scheppen. Als jij nu deze tekst aan het lezen ben, dan is dat omdat je jezelf eraan herinnert dat dit mogelijk is. Dat jij de creator bent van jouw levensverhaal. Het individu dat je denkt te zijn, heeft geen vaste vorm. Je kan zijn wat of wie je wil zijn. Maar weet dat het scheppingsproces, net als een geboorte, niet altijd even pijnloos verloopt. De beloning is echter groot.

KarolienDeman
28 0

Wat is de realiteit?

Het is een uitdaging om concepten te definiëren die als vanzelfsprekend worden beschouwd. Want eenmaal je een sluitende definitie probeert te vormen, merk je al snel dat de dingen vaak niet zijn wat ze lijken. Wat verstaan we bijvoorbeeld onder het begrip ‘realiteit’? Wat bedoelen we precies als we zeggen dat we ‘realistisch’ moeten zijn? Stilzwijgend en quasi unaniem nemen we aan dat de realiteit een vaststaand gegeven is. Iets waar we niet omheen kunnen. Vanuit die veronderstelling voelen we ons vaak geworpen in de realiteit, als een toevalligheid dat onderhevig is aan externe wetten. De realiteit wordt dan als positief of negatief geïnterpreteerd. Gunstig of ongunstig. Als iets waar we dienen mee rekening te houden. We beperken onszelf ook door te stellen dat het ‘onrealistisch’ is om bepaalde dingen te denken of verwachten. Want we gaan ervan uit dat we ons moeten aanpassen aan de realiteit rondom ons. Maar wat als de realiteit geen op zichzelf staand fenomeen is? Wat als de realiteit een product is van onze gedachten en interne leefwereld? Het interessante aan deze stelling is dat ze wetenschappelijk onderbouwd kan worden, gestaafd op zogenaamde harde feiten. Het is namelijk een feit dat de manier waarop wij onze realiteit ervaren afhankelijk is van ons perceptievermogen. En dat perceptievermogen bestaat uit onze hersenen die externe prikkels omzetten naar een verstaanbaar en gemakkelijk hanteerbaar geheel. Verstoorde hersenfuncties of psychische aandoeningen tonen aan dat de realiteit veranderlijk is. Kortom: wat je ervaart, is wat je zelf maakt. De hersenen creëren een logica die gericht is op zelfbehoud en overleving. Het is niet te bewijzen, maar we gaan ervan uit dat iedereen met ‘normaal’ functionerende hersenen min of meer hetzelfde ervaart. Als er iemand iets beweert dat niet strookt met het algemeen aanvaarde idee over wat de realiteit is of niet is, dan twijfelen we aan de functies van het perceptievermogen van die persoon. Stel dat de realiteit inderdaad iets is dat buiten onszelf bestaat, iets dat zonder bewustzijn of perceptie voort blijft bestaan. Wat als de realiteit geen levend wezen nodig heeft om te kunnen zijn? Wat voor iets is de realiteit dan? Hoe zou je dit omschrijven? Dit is een vraag die zich zeer moeilijk laat beantwoorden omdat het onmogelijk is om ons voor te stellen wat de realiteit is zonder ons bewustzijn. We zitten als het ware gevangen in ons perceptievermogen en kunnen daarom de realiteit niet interpreteren of omschrijven als iets dat los van onszelf bestaat. Het concept realiteit is eveneens iets dat we zelf bedacht hebben, zonder menselijke interactie is er niets dat als dusdanig wordt aangeduid of gecategoriseerd. Wanneer de realiteit als een fenomeen wordt afgebakend, dan impliceert dit dat het tegengestelde van de realiteit ook moet bestaan. We denken te weten wat de realiteit is en wat ze niet is. Maar we kunnen dit slechts beoordelen binnen de beperkte grenzen van ons perceptievermogen. Dus eigenlijk kunnen we onszelf alleen maar iets wijsmaken en binnen het kader van die illusie afspraken maken. Dat de realiteit veranderlijk is en onderhevig aan het perceptievermogen is een feit. Want elk levend wezen op aarde ervaart de realiteit op een andere manier. Zo zal de realiteit van een bacterie er anders uitzien dan de realiteit van een dolfijn. Er zullen ongetwijfeld wel mensen zijn die ervan overtuigd zijn dat het perceptievermogen van de mens superieur is ten opzichte van dat van andere wezens. En dat daarom de realiteit die een mens ervaart de ‘juiste’ perceptie is. Zulke denkwijze functioneert zeer nauw binnen de beperking van de eigen vermogens. Een denkwijze die mij interessanter lijkt, gaat ervan uit dat de perceptie van elk levend wezen een bijdrage levert aan het concept realiteit. Dat elke visie, elke bewustzijnsvorm, een elementair en evenwaardig deeltje vormt van de algemene ervaring van het leven. En we kunnen het denkveld zelfs nog breder open trekken door niet alleen levende wezens capabel te achten om een realiteit te ervaren. Want wie zegt dat planten geen realiteit ervaren? Of rotsen? Of de tafel waarop ik nu aan het schrijven ben? Misschien ben ik ondertussen de aandacht van een deel van mijn lezers verloren. Het stellen dat een tafel een vorm van bewustzijn heeft, is voor veel mensen dan ook een brug te ver. En ik kan dat begrijpen. Maar anderzijds vraag ik me ook af waar de grens dan precies getrokken wordt? Moeten we het concept realiteit linken aan het hebben van een zenuwstelsel en hersenen? Of nemen we de percepties van de plantenwereld er ook nog bij als willen weten waar het ervaren van de realiteit precies eindigt en begint? Het lijkt me alleszins wel duidelijk dat de realiteit zich minder gemakkelijk en afgelijnd laat definiëren dan dat veel mensen denken. Als men mij dan ook het advies geeft om ‘realistisch’ te zijn, dan kan ik daar weinig betekenis aan geven. Of toch niet de betekenis die het gros van de mensen voor ogen heeft bij het horen van die woorden. Ik leef volgens de wetenschap die zegt dat ikzelf verantwoordelijk ben voor mijn realiteit. Alles wat ik als realistisch beschouw, kan zich manifesteren in mijn realiteit. Ik wacht niet op gunstige omstandigheden, maar ik creëer zelf mijn omstandigheden. En daarmee bedoel ik dat de keuze om op een bepaalde manier ergens op te reageren geheel bij mezelf ligt. Wat ik denk, ervaar en voel is het product van mijn perceptievermogen. Het is aan mij om dat perceptievermogen zodanig af te stellen dat ik er baat bij heb. Ik ben ook kritisch als het gaat over de percepties waarmee mijn hersenen komen aandraven. Want ik weet dat ze vaak veiligheidshalve vanuit gewoonte ontstaan. Mijn ingebakken, aangeleerde responsen en interpretaties zijn niet altijd de meest gunstige of slimste. Mijn tekst genaamd ‘Het brein en ik’ sluit naadloos aan bij deze slotwoorden.

KarolienDeman
178 0

Authenticiteit

Authentiek zijn wil zeggen dat je geheel jezelf bent. Dat je ondanks de invloed van externe elementen trouw blijft aan jezelf. Hiermee heb ik eigenlijk niets concreet gezegd. Want wat houdt jezelf zijn in? En kan die zelf überhaupt afzonderlijk gezien worden van omgevingsfactoren? Zijn wij niet de som van alle ervaringen die we opdoen? Bij deze laatste stelling wordt er vanuit gegaan dat we als een onbeschreven blad geboren worden en dat alle externe elementen ons vormen. Anderzijds ben ik er ook van overtuigd dat we geboren worden met een zekere uniciteit. Met een persoonlijkheid. Als ik bijvoorbeeld kijk naar een nest pasgeboren katjes, dan valt het op dat sommige katjes nieuwsgieriger of banger zijn dan andere. Ze lijken elk reeds over een uniek karakter te beschikken. Ondanks dat alle katjes van dat nest onderhevig zijn aan dezelfde omgevingsfactoren, zijn ze toch allemaal verschillend. Je authentieke zelf is meer dan de som van externe factoren. Alvorens er enige ervaring op je heeft kunnen inwerken, heb je van bij de geboorte al een ‘aanleg’ voor bepaalde eigenschappen. Zo kun je bijvoorbeeld een aanleg hebben voor hoogsensitiviteit. Het verloochenen van die aanleg brengt heel wat moeilijkheden met zich mee. Authenticiteit is een uniek standpunt of perspectief van waaruit het leven ervaren wordt. Om dat specifieke perspectief optimaal te exploreren, is het van belang dat je jezelf kent en aanvaardt. Authenticiteit openbaart zich via de gevoelswereld. Zelfkennis kan niet rusten op louter ratio. Waar je je gevoelsmatig tot toe aangetrokken voelt, dat is waar de authenticiteit ligt. En het kan goed zijn dat je daar rationeel gezien niet mee akkoord gaat. Want misschien ben je wel opgegroeid met het idee dat jouw authentieke verlangens ongehoord zijn. Of misschien lijkt jouw unieke persoonlijkheid niet te rijmen met de wereld waarin je je bevindt. En dan is de kans groot dat je uit zelfbehoud voor een leven kiest dat in essentie niet strookt met je authenticiteit. Wat interne spanning veroorzaakt en je ongelukkig maakt. Om van het leven te kunnen genieten, om zogenaamd gelukkig te zijn, moet je authentiek kunnen zijn. En handelen naar je unieke gevoelswereld vraagt vaak om enige durf. Uit een natuurlijk soort zelfbehoud willen we graag aanvaard en geliefd zijn door zoveel mogelijk mensen. We zitten er dus mee in wat anderen over ons denken. Resoluut voor jezelf kiezen impliceert de kans op afwijzing. Een authentiek leven dat afwijkt van de norm brengt risico’s met zich mee. Jezelf authentiek opstellen wordt daarom gelinkt aan kwetsbaarheid. Maar het alternatief waarbij je jezelf zoveel mogelijk probeert te conformeren met externe verwachtingen is in feite nog veel slopender en pijnlijker dan afgewezen worden door anderen. Wie niet authentiek durft te zijn, stelt zichzelf teleur. En als je dat minder erg vindt dan anderen teleurstellen, dan is er sprake van een gebrek aan eigenliefde. Eigenliefde en authenticiteit gaan hand in hand. Dit is het fundament van een verzadigend leven. Eigenliefde is de brandstof die je nodig hebt om je vruchtbaar door het leven te bewegen. Specifieke keuzes gemaakt vanuit eigenliefde, met andere woorden authentieke keuzes, werken als het ware magnetisch op externe liefde. Daarmee wil ik zeggen dat authenticiteit aantrekkelijk is. Een authentiek iemand is veel aantrekkelijker dan iemand die zichzelf niet durft te zijn en vanuit angst anderen probeert tevreden te stellen. Daarom is het juist zo paradoxaal dat velen authenticiteit denken te kunnen inruilen voor de liefde van anderen. De meest constructieve beweging is die van binnen naar buiten. Van eigenliefde naar naastenliefde. En niet omgekeerd. Dat de kern en oorsprong van liefde in onszelf terug te vinden is, neemt niet weg dat er een fundamenteel verlangen bestaat naar connectie met anderen. Een diepe en oprechte connectie kan alleen bestaan wanneer er ruimte en appreciatie is voor authenticiteit. Schaamte en schuldgevoelens zijn giftig en doet authenticiteit en eigenliefde verschrompelen. Je authentieke zelf volledig ontplooien is een leerproces en gaat zodus met vallen en opstaan. Zo beschouw ik het opflakkeren van bepaalde ziektesymptomen als een teken dat er ergens iets niet strookt met mijn authenticiteit. Door de jaren heen heb ik geleerd dat er soms een verschil bestaat tussen wat ik denk te willen en wat ik gevoelsmatig eigenlijk écht wil maar niet meteen wil aanvaarden of durf te benaderen. ‘Gelukkig’ slagen de moeilijkheden des levens mij telkens weer op het juiste spoor als ik te ver dreig af te dwalen van mijn authentieke pad.

KarolienDeman
13 0

toekomstvisie

Corona. Het leven staat stil. En toch blijft het voortgaan, voor mij toch. In een periode waarin ik me niet meer kan inleven in hoe het druk het leven normaal is en hoe ik ben als de wereld zijn gewone gangetje gaat, moet ik grote beslissingen nemen. Geef ik mijn jeugd op en ga ik samenwonen met Nick? Geef ik mijn jeugd op om te gaan samenwonen met Nick? Ik weet dat ik niks liever wil, maar ik kan mezelf maar niet beloven dat ik er later geen spijt van zal hebben. Ik heb nog een heel leven met Nick, maar mijn jeugd zal snel voorbij zijn. Ik stop met de jeugdbeweging en weldra zijn mijn studentenjaren ook voorbij. Ga ik spijt hebben? Ik weet dat het voor mij nu bijna onmogelijk is om niet te gaan samenwonen, want we hebben er al zo veel over gepraat en we zijn er nu al zo dicht bij. Dus ik probeer mezelf er de hele tijd van te overtuigen dat dit de juiste beslissing is. Het enige waar ik tot nu toe van overtuigd ben, is dat het de beslissing is die me op korte termijn het gelukkigst zal maken. Gewoon doen, denk ik dan. Spring en zie waar je uitkomt. Maar die ratio laat me niet springen, laat me stilstaan bij de gevolgen van die beslissing. En als ik heel eerlijk ben, weet ik dat ik later ga denken dat ik te weinig van mijn jeugd genoten heb. Maar ik weet niet of dat komt doordat ik in een relatie zit of doordat ik gewoon zo ben. Ik ben niet zo een losbol en onverantwoordelijke student als de meesten. Misschien ben IK dat gewoon en moet ik dat beeld loslaten van hoe een studentenleven zou moeten zijn en gewoon achter mijn keuzes staan. Misschien he. Misschien ben ik te snel volwassen geworden, omdat ik dat wou, en heb ik er nu spijt van. Maar dat is al te laat. Ik kan maar beter genieten van de kansen die ik krijg. Ik zie wel wat de toekomst me brengt. 

Layla Clarke
12 0

Fata Morgana — Rave — 1: Oproep

Je hoeft geen dag op te roepen als je momenten, ruimtes, om je heen, maar klaar te leggen hebt, zonder, ze aan te raken of onaangeroerd verder te gaan binnenin momenten die gesimuleerd plaatsvinden.   De ruimte die er is, is er, omdat jij hem raakt, nu nog niet maar, achtergebleven raak je hem aan, als was hij er als bewijsstuk, van ooit.   Je houdt het stuk vast in je huidige handen; wikt en weegt en weet; waar ze aan te raken en door de ruimte te laten suizen zonder schade aan te richten aan de tijdlijn.   Je houdt je in buitengesloten in systemen waarin tijd zich plantaardig verplaatst, en opduikt op tijdloze momenten, die er bijgevolg nooit zijn.In de ontkenning ervan schuilt de aanwezige Ik; later pas, dan je hem verwacht had, in jezelf.   Je roept hem op, iets weerhoudt je ervan te ontwoekeren; buitengezet, in een schaduw van een moment, rijs je op en klim je klimplant de muren naar boven naar overzicht: waar je was, waar je blijft en bent, waar je zult en kunt gaan; daar verblijf je altijd al, nu al.   De momenten die we oproepen bestaan vanaf we ze oproepen, vanaf we ze aanraken met onze hoofden, dicht bij elkaar, in letterlijke zin bij elkaar gestoken materie die materie bijeen houdt en stil is.   En daarin daarom daarmee dat het ontstaat.   Eens je ontstaat ga je. De tijd in. De wereld te buiten en versla je jezelf binnen regels die je eraan herinneren jezelf te blijven als je groter groeit dan een situatie. Een exponentiële trip. Die rood ziet, rood ingekleurd de anderen overtuigt dat iets er zit en gedempt de hoofden in suist; ruist en verplaatst binnen natuurlijke overdracht.   De toestanden zullen afnemen, maar de momenten zullen blijven, overeind blijven, weigeren zichzelf zich in te fluisteren met een afnemend gebaar, een geluid dat alleen maar afneemt maar geluid blijft en is.   Deze toestand is alleen maar korter dan je levensbaan je bijblijft, en dat is iets.Aanwezig bij je situaties zie je verder door hem, krijg je minder met hem, vertel je langer door hem, en verplaatst je huid zich over aardkorsten zonder sporen achter te laten nu; & als je verder tuurt dan je ogen tot spleetjes kunnen, kun je misschien jezelf languit over de aardkorst ontwaren. Het is uitgesloten of het is stil geworden.   Stiller maar luider, dan stilte.   Stilte, niet de afwezigheid van geluid.            

Dries Verhaegen
14 0
Tip

Als angst het overneemt

‘Ik zag hem door de lucht vliegen’ zegt een vrouw in een fleurig bloemenkleed. Op het kruispunt van het jaagpad met de brug ligt een man in wielrennerskleding op de grond. Twee omstaanders buigen zich over hem heen. ’Gaat het mijnheer?’ De man kreunt zacht en opent verdwaasd de ogen: ‘Ja, ik denk het wel.’ ‘Ik had hem echt niet gezien. Ik weet niet waar hij zo ineens vandaan kwam.’ De bestuurster van de wagen knielt naast hem neer. ‘We moeten de ambulance bellen,’ zegt de bloemenvrouw. ‘Je kan niet weten wat die man allemaal mankeert. Een kennis van de vrouw van de vriend van mijn man hebben ze zo ook omgereden en die was toen gewoon naar huis gegaan. ’s Morgens lag ze dood in haar bed. Je kan niet voorzichtig genoeg zijn.’ ‘Nee. Geen ambulance,’ de man op de grond probeert recht te kruipen. ‘Blijven liggen,’ zegt de bestuurster van de wagen. ‘Ik ben verpleegkundige. Ik weet wat goed voor u is.’ De man luistert niet en drukt zich recht. Hij zet zijn helm af. Verder dan dat geraakt hij niet. Zijn fiets ligt verkreukeld in de goot. Eén GSM-oortje ligt bij zijn drinkbus het andere 1,5 meter verder. ‘Geen ambulance. Ik wil niet naar de spoed.’ ‘Daar zou ik nu ook niet willen zijn,’ zegt de bloemenvrouw. ‘Daar ga je dood.’ Haar woorden blijven in de lucht hangen. De toegesnelde omstaanders zetten langzaam een paar stappen achteruit. Voorbijgangers blijven vanop afstand staan kijken maar lopen dan verder. Het is een druk kruispunt op deze zonnige dag. De verpleegkundige bestuurster helpt de man recht en loopt naar haar wagen om papieren te halen. Ze belt met haar man. Ik zet de fiets aan de kant, neem een stoel van het verlaten terras en help de gewonde om te gaan zitten. Boven opent er een raam. ‘Hé, dat mag niet hé! Mijn terras is dicht. Als de politie komt dan heb je een ferme boete!’ Ook voorbijgangers maken nu dezelfde opmerkingen. ‘Social distance houden! De regels zijn er voor iedereen!’ De bloemenvrouw blijft op afstand maar ze is er nog wel. Ze vertelt opnieuw een verhaal over een van haar kennissen die ziek geworden is. De inhoud ontgaat me. De man naast me heeft duidelijk veel pijn aan zijn heup en schouder. Zijn benen en elleboog zijn geschaafd. Zijn grijze haren plakken op zijn schedel. Hij belt zijn vrouw. Ik hoor de paniek aan de andere kant van de lijn. ‘Blijf nu toch rustig,’ zegt hij. ‘Ik ben oké. Ik bel je toch zelf? Kom me nu maar snel halen.’ De bloemenvrouw is aan het einde van haar verhaal. ‘Je moet de ambulance bellen,’ herhaalt ze. De man schudt het hoofd. ‘Nee,’ zegt hij ‘dat doe ik niet. Dan nemen ze mij mee en mogen mijn vrouw en kinderen me niet meer zien. Dan lig ik daar alleen in een bed en weet niemand hoe het met mij gaat. Dat wil ik mijn familie niet aandoen. Ik ben zelfstandige, ik heb een horecazaak en heel dit angstige gedoe bracht me al niets dan miserie. Daar kan ik niets meer bovenop hebben. Straks ga ik nog overkop.’ ‘Dat deed je al,’ antwoordt de bloemenvrouw. ‘Ik zag je vliegen.’

Annick G
151 7

Het loopt tegen honderd per uur in het honderd

Als ge Google Maps, Waze en Booking.com van het voorblad van uw gsm haalt,als ge op zondag poetst en midden in het leggen van een proper tafelkleed aan iets anders begint. En een half uur later ziet ge dat kleed zo half rechtgetrokken en ge weet niet meer waarvoor ge die handeling nu eigenlijk onderbroken hebt,als ge later de plakband in de koelkast vindt, tweede schap, tussen de mayonnaise en – oeps - de nagelknipper,als álle bloemblaadjes van uw tulpen vallen en ge ze nog even prachtig vindt,als de uitgebloeiden nog een volle week mogen pronken op uw tafel en gij (wie anders) blíjft ze mooi vinden. Ge denkt zelfs over een verhaal met als titel De uitgebloeiden,als ge de verkeerde kookplaat aanzet onder de aspergeslierten en vervolgens een lege pan drie uur laat droogbakken,als ge uw boodschappen twee dagen lang in uw fietstas vergeet- maar ik hád toch boter gekocht?als ge gaat wandelen en wel drie verhalen tegenkomt, waarvan één met een hondje,als ge uw hoofdtelefoon opzet en Bart zomaar ineens zingt dat de hemel zonder liefde niet kan bestaan enals ge denkt: de wereld ook niet en uw wandeling eindigt met een duif die op uw kop schijt,als ge een kaartje in uw brievenbus vindt en u verslikt in uw geluk,als ge net voor het slapen gaan toch nog een koffie maakt en vergeet een cupje in uw machine te doen. Als ge vervolgens uw bakkes brandt aan dat heet schotelwater en uw kop laat vallen en in uw eentje begint te lachen, want scherven brengen geluk, waarna ge de halve nacht wakker blijft om te checken wie er wanneer online was en dus zeker niet is doodgegaan,als er heel veel nachten na elkaar niemand is gestorven van wie gij houdt en ge nu met zekerheid wéét dat het klopt, van die scherven, en ge zet alweer koffie, mét cupje. Ristretto, de strafste die er is, want zo dadelijk moet ge werken, online teamen,als ge de raad van Tine opvolgt. Embrechts. Teamen zonder broek,als ge beseft dat het heel egocentrisch lijkt wat gij gedacht hebt, wat ge denkt  – alle mensen van wie ik hou zijn veilig–  Nu. Nog. Maar. Ge gunt het iedereen. Precies hetzelfde. Echt. Daar wilt ge uw hele servies voor kapot gooien. Ge maakt maar weer een ristretto. Rijmt op regretto,en- guess what? Ge verkloot het alweer. Door er dubbel suiker in te doen. Het is middag en gíj hebt uw kamerjas nog aan. In uw zak vindt ge een vork. Dan zijn het Vreemde Tijden.

Goedele Billen
76 1