Zoeken

Herfstwind 2

Mijn Herfstwind, ________________________________________________ waaiend over land__________________   Zee, bos en akkers Liet je achter, een oorverdovende                                                                           STILTE liet je achter een verstikkende schreeuw Geurloze geuren en onvoelbare aarde                           MIJ LIET JE ACHTER Vruchteloos                                                                                                                              Onvruchtbaar Lusteloos                                                                       Onvervulbaar Inwisselbaar Hopeloos                                          Brandbaar   Hulpeloos                                        Daadloos   Breekbaar   Krachteloos                                     Dakloos                                           Liefdeloos          Genadeloos   Geruisloos                         Gevaarloos         Herkenbaar                                                     Gevoelloos                        Kwetsbaar Geweldloos                      Strafbaar Onuitstaanbaar Gewetenloos                                                                Gezichtloos                       Krachteloos                                       Machteloos                       Moedeloos         Vervangbaar     Hopeloos                           Moeiteloos                                                    Oeverloos geliefdkoosd Zichtbaar EINDEloos                  ------------------------------------------------------____________________________________________--------------__________________----------------------------------------_____________________Jouw winterstorm

Daphne
0 2

HET GELE HESJES GOEDE DOEL

Eind november daverde het sportpaleis in Antwerpen tijdens de slotshow van Rode Neuzendag van het gigantische applaus. Na weken intensief vrijwilligerswerk had de actie 4.269.073 euro opgebracht. Ondertussen aan de andere kant van de wereld stond daar zo’n Belgische minister op een Zuid Afrikaans festivalpodium, voor een enthousiaste 60.000 koppige menigte, als een rockster te juichen. Hij doneerde, in Johannesburg,  uit naam van België zo’n luttele 43 miljoen euro om ginds de gendergelijkheid te promoten. Voor diegenen die niet helemaal mee zijn, zal ik het nogmaals herhalen: Die Belgische bwana kitoko schonk aan de Zuid Afrikanen 43 miljoen euro  Belgisch belastinggeld om duurzame ontwikkeling en gendergelijkheid te promoten. Zuid Afrika is één van de meest ontwikkelde landen van het Afrikaans continent en ik kan, en niet alleen ginds, wel een paar andere en meer dringendere doelen bedenken om onze eigen belastingscenten in te steken. Wijzelf zijn euforisch als we 4 miljoen euro en een klets kunnen bijeenschooien, terwijl 47 miljoen euro van onze centen ergens anders rondgestrooid wordt! Diezelfde dag vertelde men op de radio en kopte men in allerlei kranten dat 1 op 5 kinderen in ons eigen land in armoede opgroeien. We hebben een berg staatsschuld of noem je dit een gigantische put! We zijn het land van de hoogste belastingdruk en de laagste pensioenen. Nieuwkomers ontvangen meer dan wat we aan onze eigen invaliden uitbetalen. Nog nooit stonden er zoveel mensen in rijen aan de voedselbanken aan te schuiven. Mindervaliden worden bij bejaarden in rusthuizen gestoken omdat er ergens anders geen plaats voor ze gecreëerd wordt. Minderjarige criminelen laten we meestal lopen omdat er nergens plek is om ze herop te voeden. In andere landen van Afrika sterft men van ondervoeding of ebola. Karavanen hongerzwarten sjokken door woestijnen richting zee om daar, als ze het al overleven, op een luchtmatras de grote oversteek te wagen naar het land van die geld rondstrooiende Europeanen. En nog maar net hebben we met zijn allen die rode neus weer voor een jaartje weggeborgen, of vrijwilligers zetten zich opnieuw in voor de Warmste Week. In december moeten wij allemaal met Music for Life het kerstgevoel ondergaan. Sneller dan dat wij onze portemonnee kunnen opendoen, ploppen de nieuwste goede doelen als paddenstoelen uit de grond. Allemaal heel hartverwarmend, maar een druppel op een hete plaat, zolang onze eigen regering onze zuurverdiende belastingcenten aan de andere kant van de wereldbol laat verdampen.  Geen journalist die er een bedenking bij maakte ..alleen een foto van een “she’s equal” roepende ‘geld verstrooiing minister’ voor een 60.000 koppige  joelende Zuid Afrikaanse menigte. Tegelijkertijd kwamen in ons eigen land, op de vooravond van de klimaattop in Polen, in Brussel zo’n 60.000 man betogen omdat volgens hen de regering veel te weinig doet tegen de klimaatopwarming. En wie wandelde er rustig mee in deze betoging? Onze minister van energie en leefmilieu…Toen een journalist haar erop attent maakte dat ze eigenlijk in een betoging meeliep die tegen haar eigen beleid was, antwoordde zij zonder blikken of blozen dat het niet de Belgische regering, maar het Vlaamse bestuur was dat de klimaatdoelstellingen tegenhield..Zij heeft blijkbaar een probleem om haar hand in eigen boezem te steken en er het handje van weg om alle verantwoordelijkheid steeds opnieuw bij de anderen te leggen. Ook draaide zij er haar hand niet voor om ‘s anderdaags met het regeringsvliegtuig eventjes over en weer naar de klimaattop in het Poolse Katowice te vliegen.  Weer geen journalist die reageerde en er haar iets over vroeg!  CO2 uitstoot? C’est quoi ça? Mais non, c’est pour les autres… En ondertussen worden wij in allerlei kakelprogramma’s met het Marrakech immigratiepact om de oren geslagen. To Marrakech or not to Marrakech…that’s the question. De ene regeringspartij ziet het migratiepact felroze, bij de andere partij kleurt de tekst diepzwart. De regering heeft ondertussen meer dan een fluitspelende slangenbezweerder, op het Djemaa el Fna plein, nodig om als een slang rechtop uit de mand te komen. Van al dat geklungel zou een mens spontaan een geel hesje aantrekken!   Sim, 6 december 2018            

Sim
0 0

Dromenland

Mocht er een wereldrecord rugje wrijven bestaan, had ik het verbroken. Al zou geen deurwaarder mijn prestatie officieel bevestigen, want dan zou die elke avond meermaals uit zijn warme zetel of bed moeten kruipen om te tellen en te timen. Hij, strak rechtop in het pak met een tikkende chronometer in zijn hand. Ik, naakt voorovergebogen over het ergonomisch onverantwoorde kinderbed van mijn 22 maanden oude zoon.   Wrijvend. Met liefdevolle handen die alleen rond hem draaien. Wachtend. Tot hij zich laat glijden in de zachte zakken onder zijn ogen. Weifelend. Hoe lang we nog blijven draaien in deze vicieuze cirkels. Wanhopend. Wanneer hij ons wakker weent voor ronde vier en wij hem knock-out tussen ons inleggen. Wenend. Vooral hij, soms ook wij. En verwonderd. Hoe diep je kan blijven scheppen in die bron van liefde. Al laten die nachtelijke wrijvingen wel hun sporen na.   Ouders van moeilijke slapers hebben weinig vangnet om op terug te vallen. Hun wekker piept even meedogenloos als die van werkmensen die ’s nachts doorslapen. Ze moeten mee met de maatschappij, met dezelfde snelheid en energie als hun kwieke collega’s. Doelen en deadlines halen, zonder snoozen. Ging er maar eens een maatschappelijke wekker af voor ploetermoeders en -vaders die te veel balletjes tegelijk in de lucht moeten houden: een huis, een gezin, een ‘carrière’ en graag ook nog iets dat op een privéleven lijkt – en dat in combinatie met die nachtelijke wrijfrecords.   Waren huizen maar meer dan een nummer in de straat. Dan konden buren over hun getalgrenzen heen de handen in elkaar slaan. Oud en jong zouden de beste vrienden zijn. Want achter de ene gevel tikken eenzame zielen de tijd weg met breinaalden of wandelstokken, terwijl andere huishoudens de wirwar aan to-do’s niet aan elkaar weten te haken. Samenleven blijkt niet zo evident in onze samenleving. We geraken moeilijk over de drempel van een vreemde deur.   ‘Nochtans zouden Yvonne en Marie-Jeanne hun deur graag openzwaaien’, denk ik dan al wrijvend. Zij wonen een beetje verder in de straat en hebben zelfs tijd om hun riool proper te vegen. Dat doen ze langzaam en grondig in de hoop dat er af en toe iemand voorbijkomt om naar te staren of, in het beste geval, naar te zwaaien. ‘Misschien moeten we eens aanbellen met een voorstel?’, fladderen mijn gedachten. Maar te vaak ontpopt mijn denken zich niet tot doen. Dus ploeteren we verder in onze cocon. Zo’n heerlijk bordje slow meme-kost zou nochtans wel smaken, net als het warme gevoel dat uit gedeelde kookpotten opstijgt.   Een zachte zucht. Hij slaapt. Nu is het aan mij om een weg naar dromenland te banen.  

Rien Mertens
0 2

DE FEESTDAGEN STAAN WEER VOOR DE DEUR

Deze ochtend zei manlief zo tussen neus en lippen:” Lap, ’t is weeral december, en de feestdagen staan weeral voor de deur.”  Ik denderde de trap af en trok de voordeur open juist op het moment dat een witgehandschoende hand, met rode robijnring, de vinger op de bel wou zetten. Daar stond hij dan, Sinterklaas met naast hem een op en neer wippende Zwarte Piet. Het leek of hij heel dringend moest plassen. De Sint wees met opgetrokken wenkbrauwen naar zijn witte schimmel, die hij aan onze brievenbus vastgemaakt had. “Of ze misschien gewoon langs de voordeur tot aan de schouw mochten gaan?” Toen ik hem naar het waarom vroeg, antwoordde hij dat het voor hen al lang geen pretje meer was om via de daken naar al die brave kindertjes te gaan. Ten eerste waren al die daken in Vlaanderen in een avonturenparcours veranderd. Overal lagen er bergen isolatiemateriaal op Poolse dakwerkers te wachten of  waren de daken met zonnepanelen versierd. Geen enkel paard dat nog zonder ongelukjes tot aan de schouw zou kunnen trappen. En dan hij, die goede brave Sint, die massa’s geld uitgaf om het kleine grut te belonen, met een zware verzekeringsclaim terug naar Spanje zeker! Ook had hij al een tijdje in het oog dat men op dit adres vlijtig een houtvoorraad door de schouw aan het jagen was. “Wat was daar de bedoeling van?” “Wel Sint, sorry hoor, maar wij hadden nog zo’n stapel openhaardhout in ons keldertje liggen en die willen we eventjes snel opbranden alvorens die tjevenminister een nieuw openhaard- en houtkachelbelasting uitvindt. Vroeger keken we dromerig in de houtvlammen en lagen we er romantisch op een lamsvelletje voor, maar we zijn al een beetje veel op de seniorenleeftijd en moesten we dit nu nog doen, dan kwamen we niet meer recht!” “Oké, oké, zei de Sint, maar is Zwarte Piet bij jullie nog steeds welkom, want verdorie ’t is me wat met al die herrie! Piet is mijn beste vriend en zelfs dat gunnen die herriemakers de kindjes niet meer. Kom uit de weg. Piet heb je de cadeautjes bij, want straks komen hier twee kleinkindjes die wel wat lekkers verwachten. Terwijl Sinterklaas en Zwarte Piet de trap ophollen, proberen twee feestdagen tegelijk door de deur te drammen. “Helaba, jullie twee, wat is hier de bedoeling van? Awel ik ben jouw verjaardag en die opdonder die zo tegen mij aanschurkt is Valentina’s verjaardagsfeest”.  Het was die ongeduldige oplawaai bijna gelukt om dezelfde dag ter wereld te komen. Ik heb er alles aan gedaan om, terwijl je schoondochtertje lag te persen, de boel tot na middernacht terug naar boven te duwen, zodat jullie twee verjaardagspartijtjes zouden hebben, maar ja, duidelijk mislukt, want nu vieren ze alsnog samen…grrr! Ze  proberen mij voor de deur weg te drukken. “Is het nu gedaan, roep ik, jullie moeten nog zo’n twee weekjes wachten en dan maar eerst kan ik jullie doorlaten”. Pruttelend doen ze een stapje opzij. Daar staat in vol ornaat de dikbuikige Kerstman. “Ho, ho, ho, ik dacht ik vertrek een beetje vroeger, want het is tegenwoordig geen kattenpis met die files om met een slee rendieren tot hier te komen”!  Maar Kerstman, vliegen jullie niet gewoon door de lucht?” Ho, ho,ho, ik vertrok nog maar met een grote boog over de aarde, of twee Russische straaljager, vlogen ons bijna omver en deden teken, dat wij niet door hun luchtruim mochten vliegen. Daarna werden wij boven Oekraïne bijna uit de hemel geschoten omdat ze daar dachten dat wij Poetinbommen waren. Toen kwamen wij aan Europa aan en daar hebben ze de buitengrenzen ondertussen zo hoog met glazen wanden opgetrokken om alles en iedereen buiten te houden. Petatboem, mijn liefste rendier, Rudolf met zijn smikkel tegen de omheining. Zijn neus knalrood van de botsing. We besloten dan maar om gewoon over de baan verder te rijden, maar als het geen trein vrachtwagens zijn, dan zijn het wel een roedel gele hesjesanarchisten of een bende stakende arbeiders die de boel vertroebelen. Dus ja, ik sta wat vroeger in je voortuin en zie gelijk dat die andere heilige wel naar binnen mag en ik niet”. “Maar Kerstman, onze kerstboom staat nog niet, waar ga je dan al die pakjes leggen?”  Oké, ik zal ondertussen wat kerstmarkten afschuimen, tot je die boom opgetuigd hebt. Maar jullie zijn toch niet van dat soort, dat eerst nog naar die middernachtmis gaat om zo’n halfnaakte stenen babypop te bejubelen, die volgens velen op die dag geboren zou zijn hé! Sprookjes daar doen wij niet aan mee hoor! De Kerstman sleet de straat uit, maar daar staat een reuzengroot 2019, met flessen champagne en vuurwerk te drammen. Miljaar, bijna weer een jaar erbij. “Nu moet je eens goed horen, Nieuwjaar, roep ik, alles op zijn tijd. Bol het maar af en kom binnen vier weken nog eens terug en ik zwier de voordeur met een smak dicht. Sinterklaas en Zwarte Piet staan geschrokken achter mij in de gang. “Mogen wij er misschien nog eventjes door, want wat verder in de straat wonen ook nog brave kindjes hoor”.   Sim, 2 december 2019 In afwachting van twee glunderende gezichtjes van onze twee kleinkinderen.

Sim
56 0

Nostalgie

Nostalgie. Het overvalt me, vaker dan verwacht.Melancholie. Van 't zelfde.   Het zijn dan ook zulke mooie woorden (proef ze maar eens, laat ze maar eens rondrollen in je mond), die een zo mogelijk nog mooiere betekenis omhullen. Er ligt een wereld in ze, een net niet helemaal vergeten wereld. En onschuld, puurheid, kinderlijk geluk; dat hoor ik er ook in. Het zijn souvenirs, zoals magneten uit verre oorden op de frigo.   Ik koester herinneringen. Ik verzamel ze. De herinnering als bevestiging van wat ik voel. Het probleem is dat ik daardoor soms vergeet het heden te koesteren. Dat is natuurlijk veel moeilijker. Doe dat maar eens, het heden omarmen. Carpe diem? Goh, moeilijk, maar het lukt gelukkig wel. Ik kan alleen beter dingen omarmen die voorbij zijn. Heel vroeger, toen ik nog kind was, plukte ik met gemak de dag. En recenter gelukkig ook, zondag nog bijvoorbeeld besefte ik dat het goed zat, de dag, en ik was 'm dus goed aan het plukken. Ik dacht niet: amai, hier ga ik achteraf nog aan terugdenken in een nostalgische bui. Al wil ik nu stiekem dat het opnieuw zondag is.   Zo is ook in de liefde nostalgie een noodzakelijke kwaal. Die eerste keren zijn dus wel zo goed als allemaal op! Gewoon voorbij, om nooit meer terug te komen. Dat is natuurlijk tegelijkertijd ook de pijnlijke schoonheid, daarom zijn het eerste keren. Maar toch, ik zou de minister van agitatie, opwinding en opperste ontroering niet zijn om me dat niet aan te trekken. Ik kan daar niet zomaar mijn schouders voor ophalen. Ik moet daar eventjes een beetje intriest gelukkig om zijn. Ik kan dat ja, intriest gelukkig zijn. (Ik moet daar alleen nog een mooi neologisme voor verzinnen.)   Dit alles tot groot jolijt van de crisismanager. Niet dus, die man heeft daar zelf geen last van. Houdt zelfs niet bepaald van herinneringen. "Wat voorbij is, is voorbij", zegt hij dan heel mannelijk en kordaat. Inwendig roep ik dan hoe dat nu in godsnaam mogelijk is. Uitwendig roep ik dat dan eigenlijk ook. Tegelijkertijd denk ik ook dat het zalig moet zijn om het heden zo bij de ballen te grijpen. Is het heden dan echt groter dan het verleden? Soms is het verleden een obstakel, een hindernis die genomen moet worden. Dan kan je elkaars heden elkaars verleden laten omarmen. Bedekken met de mantel der liefde, zeg maar.   Toen mijn crisismanager nog gewoon mijn kersvers vriendje was, verzuchtte ik dat al wel eens. Of ik benoemde het altijd: ons eerste dit, ons eerste dat. Zodoende besefte ik wel dat het heden zo slecht nog niet is, ook al verzamelde ik al die eerste keren quasi krampachtig, om ze nadien uit te stallen in een stoffig achterkamertje in mijn hoofd. Maar natuurlijk, eerst is er nu en dat is eigenlijk nog wel een hele tijd.  Misschien worden we ook nog gewoon elkaars later. Maar zoals het vaak gaat, wordt ook nu toen. Raakt ook nu verstrikt en verborgen in de vergetelheid en bleekt het zelfs af tot een verleden.   Trouwens, in een verliefde opwelling schreef ik toen een gedicht over die acrobatische tweespalt tussen heden en verleden. Dat doe ik wel eens, zo een poging tot probeerpoëzie, maar godzijdank meestal niet in een verliefde opwelling. Wie gelukkig is, hoort niet te dichten, althans volgens mijn radicale bescheiden mening. Hoe ongelukkiger de dichter, hoe mooier het gedicht. Daar schrijf ik later nog wel eens over. Of ook niet.   En foert!   Voorlopig is er echt wel ruimschoots voldoende nu om van te genieten. Ik ga dat alleszins keihard proberen.

Ministerie van Hysterie
4 0

De meetbaarheid van alles

We denken van alles dat het meetbaar is, of maakbaar. Ja, zelfs ons geluk is meetbaar en maakbaar. Er bestaan wiskundige formules om uit te rekenen hoe we het best gelukkig kunnen zijn. Er bestaat zoiets surreëels als een geluksindex. Er bestaan zelfhulpboeken om te timmeren aan de weg naar het geluk. Het lijkt wel alsof geluk een commercieel product is. Véronique Mommaerts zei het net nog tegen Mie in Tabula Rasa: "Je moet de architect zijn van je eigen geluk". Dat is misschien niet de beste referentie gezien de plottwist van gisterenavond, maar bon. Ik begrijp het ook wel ergens, hoor.   Alleen, ik geloof daar niet zo erg in. Soms ben je gelukkig, en liever vaak dan soms, en soms ben je 't niet. Het is pas door af en toe niet gelukkig te zijn, dat je de waarde van het geluk beter kan inschatten. Meten zeg maar, als je dat liever wil. Dat is zoals met dat gedicht van Herman De Coninck, over de gek uit het grapje die zichzelf met een hamer op het hoofd slaat. "Omdat het zo prettig is als ik ermee ophou."   Natuurlijk, soms is het geluk gelukkig uitzonderlijk nauwkeurig meetbaar. Pakweg 4,2 kg en 53 cm bijvoorbeeld, ik zeg nu zomaar iets. Of een opgeschoten kereltje van bijna 6 dat met 5 glitterstiften en 36 stickers totaal belangeloos een mooie tekening voor je maakt. Of 8 partjes overheerlijke pizza. Of 5 ontroerende verzen uit dat ene gedicht van die ene bijzondere man.   Jammer genoeg laat bepaald verdriet (vul het zelf maar in, het lijkt me redelijk universeel te zijn) zich toch ook op een bepaalde manier meten. De zoveelste traan en de zoveelste slapeloze nacht. Het zoveelste niet-verstuurde bericht of niet-uitgesproken woord. De zoveelste pint en sigaret. De zoveelste keer repeat van telkens hetzelfde verdrietlied. Het aantal dagen te tellen vanaf de afwezigheid en afstand, het aantal dagen dat onvermijdelijk nog moet komen waardoor die twee a's alleen maar lijken toe te nemen.   De leegte zelf, die laat zich dan weer niet meten. De leegte is onmeetbaar want simpelweg onmetelijk. Sommige dingen laat je dan ook beter ongewogen. Omdat ze te gewichtig zijn, en te bewogen. Soms laat je ook beter dingen onuitgesproken. Trouwens, bestaat dat dan eigenlijk, de maakbare en meetbare relatie? Tel je de gelukzalige momenten, weeg je die af tegenover de moeilijke? Is liefde echt een werkwoord, als in het cliché? Of is het iets dat volledig vanzelf gaat, als in de film - en dus ook als in het cliché. Zolang er liefde is, is er hoop. Dat zou nog een mooie zijn voor de Bond Zonder Naam, als die al niet bestaat. Lukt het met deze blog niet, dan heb ik gelukkig nog een carrière in het verschiet bij de Bond.   Tabula rasa: kan dat überhaupt? Opnieuw beginnen, als nieuw. Als twee niet meer zo heel maakbare mensjes die niet hoeven te meten hoe graag ze elkaar wel niet zien. Die niet hoeven te meten wat vroeger was en wat nu is. Mijn crisismanager en ik denken er over na. Wij kunnen goed nadenken, soms te goed. Gelukkig komt alles altijd goed, ooit. Dat zijn dan weer wijze woorden van mijn oudere zus, die nochtans ook een erg hoog BZN-gehalte hebben.   Ach, 't is moeilijk niet te vervallen in clichés als het gaat over De Liefde, niet waar? Begin  ze maar te tellen!

Ministerie van Hysterie
12 0

Instagramintolerantie

Ik ben fan van Dirk De Wachter. Ken je 'm? Hij wordt ook wel de Nick Cave van de psychiatrie genoemd, en met zo'n bijnaam zit je bij mij al bij voorbaat gebeiteld. De man werpt een heerlijk nuchtere blik op de vaak oppervlakkige maatschappij waarin we allen maar wat aanmodderen. In plaats van krampachtig te willen tonen hoe geweldig je leven is zegt hij dat het vandaag een kunst is om een klein beetje ongelukkig te kunnen zijn. In alle bescheidenheid durf ik me, met vallen en opstaan, een beginnend kunstenares van het kleine ongeluk te noemen.   Ik worstel zelf wel eens met de druk die al dan niet bewust wordt opgelegd door een medium als pakweg Instagram, vraag maar aan mijn crisismanager. Laatst filmde hij me stiekem terwijl ik aan het fulmineren was over de goedkope emoties die sommigen tentoonspreiden via belachelijke foto's. Behoorlijk confronterend achteraf, tevens hysterisch en hilarisch. Maar ik dwaal af.   Het leven is nu eenmaal noodlottig, wisselvallig en banaal. Laat dat nu net de voornaamste boodschap van dit ministerie zijn! We leiden immers geen Instagramleven. Allez, ik toch niet.   Ik word 's morgens niet wakker met een geplamuurd gezicht en geföhnd haar (#wokeuplikethis #maakdatdekatwijs). Ik post geen foto's van mijn eten dat blijkbaar glutenvrij, veganistisch, paleo en pascalenaessensachtig zou moeten zijn. Mijn bikinifoto's hou ik liever voor mezelf, tot grote spijt van enkele van mijn lezers. En ik hoef ook niet in de winter geconfronteerd te worden met foto's die melding maken van het 'bikiniproofen' van je lijf voor een zomer die nooit lijkt te komen. Wat ik 's morgens aantrek, moet je maar bewonderen als je me tegenkomt in levenden lijve, want die #ootd is -laat ons gewoon eerlijk zijn, het blijft tussen ons- ronduit belachelijk. Het kan heus niet waar zijn dat je alleen maar smoorverliefd bent op je vent en niet laat zien dat je hem soms een dreun op z'n smoel wil verkopen. Kan en passant iemand me ook uitleggen hoe je als werkende moeder met kroost een pinterestvriendelijk huis kan hebben, modelkinderen en een Gisele Bündchenlijf? En het lijkt me bovendien weinig realistisch om de hashtag wanderlust te gebruiken als je een all-in hebt geboekt naar Ibiza.    "Zo gaat het in het echt toch niet?", bries ik meestal na het zien van dergelijk huichelachtig beeldmateriaal. Ik onderdruk de neiging om foto's te trekken van het wekelijkse pak friet, de eeuwige berg strijk, de broek die 'opeens' niet goed meer past, de zoveelste zucht van de crisismanager op mijn klaagzang, onze stinkbek en warkop 's morgens en onze uitgeteldheid 's avonds, gehuld in joggingpak en al. Deze lijst is niet exhaustief. Meer voorbeelden? Contacteer me gerust via een privébericht. Ik moet hier natuurlijk ook niet a-l-l-e-s prijsgeven.   [Voor de duidelijkheid en voor mijn geestelijke gezondheid: ik ben voor onbepaalde duur niet meer terug te vinden op Instagram.]   Want, weet je, er zijn nu eenmaal van die dagen dat je melancholisch bent, dat je sip bent maar niet weet waarom, dat je prikkelbaar bent en er rotslecht uitziet (puisten op mijn dertigste - komáán), dat je platzak bent en lusteloos, rusteloos, moedeloos. Maar hé, wat maakt het uit? Het echte geluk zit 'm namelijk in de kleine dingen en in de verbondenheid met anderen. Ik citeer graag De Wachter die op zijn beurt Leonard Cohen citeert: "There's a crack in everything, that's how the light gets in."   Laat ons die barsten wat meer koesteren en rustig zoeken naar manieren om gewoon tevreden te zijn met het, tja, gewone.   En anders? Allemaal in therapie bij Dirk De Wachter!

Ministerie van Hysterie
16 0

Diamanten dauwdruppels

Steek ik de brug over? Van koppig blijven liggen naar opstaan. Steek ik de brug over? Van piekeren naar positieve mantra's. Steek ik de brug over? Van stilstaan of zelfs afdalen naar groeien en bloeien. Steek ik de brug over? Van eindeloos herkauwen naar bewust worden. Steek ik de brug over? Van verwaarlozen naar voeden. Steek ik de brug over? Van vet en vuil naar gezond en fris. (al werkt onze douche op dit moment niet echt mee!!).Steek ik de brug over? Van angst en haat naar geloof en liefde.Steek ik de brug over? Van verlamming naar vertrouwen. Steek ik de brug over? Van eindeloos redeneren, betogen, argumenteren, bekritiseren, herhalen, herhalen, en nog eens herhalen naar beleven van het nu. Steek ik de brug over? Van zelfveroordeling naar zelfaanvaarding.Steek ik de brug over? Van verstikkende, verzengende hitte naar elke dag wat meer dauw.De brug oversteken is nooit zo moeilijk als 's morgens.Maar ik weet dat de dauw op me wacht. Dauw is wat de natuur zichzelf geeft. Versmoord, verzengd, verhit en verdord, laaft Moeder Aarde zich in dauw. Koestert zich in een verkwikkend voetbad, om straks verder te kunnen in de droogte. Zo stilt zij haar pijn in haar aderen, in haar rivieren. Zoals mijn (spat)aderen intens nagenieten van een verkwikkend voetbad.Dauw draagt de droogte heel even weg.Dauw dompelt nacht in draaglijk donker. Dauw draagt Moeder Aarde in haar overleven. Over-leven. Voor het échte, volle leven, moet ik nu onder de regen zijn.Voor het échte volle leven, moet ik nu bij stromende, spetterende, gietende, gutsende watervallen zijn. Maar dat heeft mijn steppe nu even niet. Hoe draag ik mijn steppe doorheen deze droogte?Hoe tover ik mijn steppe terug om in een groen, bloemenrijk en wild woud? Waarin onder andere mijn woudnimfje kan rond dartelen? Hoe voed ik die bron in mijn woud? IK WEET HET NIET ! ! !Maar zolang mijn bron niet zichtbaar en gevoed is, draagt dauw me doorheen deze steppe. Elk dauwdruppeltje is een diamant om NU van te genieten. Zo een diamanten dauwdruppel, is een ontdekkingstocht langs eetbare kruiden met mij als gids. Zo een diamanten dauwdruppel is een verhaal vertellen, of meerdere.Zo een diamanten dauwdruppel is soms Gerda, die me opnieuw leert ademen. Zo een diamanten dauwdruppel is soms Leo, die me mijn kleuren weerspiegelt.Zo een diamanten dauwdruppel, is de lichtcirkel, die een vuur aansteekt en in mij weer vonkjes en vlammetjes doet opflakkeren.Zo'n diamanten dauwdruppel, is soms een koestering van twee grote, warme, zachte handen , die me drenken in olie en zachtjes mijn bolster open kneden. Zo een diamanten dauwdruppel is vaak dans. Zo een diamanten dauwdruppel is nog vaker Koen. Nee, Koen is geen diamant, Koen is een hele schat van diamanten. Een rots waarop ik kan bouwen, en waarin een goudmijn zit. Een andere diamanten dauwdruppel heet folk. Folk; een traditionele worteltaart gebakken op gestoomde muzieknoten en gevuld met gezelligheid. Geserveerd op een bedje van authenticiteit en ongedwongenheid. Met verbinding als slagroom en eenvoud als kruimeldeeg. De kers op deze traditionele worteltaart is levensvreugde. Folk; een ware warme lekkernij voor de ziel. En laat ik die schare van diamanten dauwdruppels niet vergeten, die zich kennissen en vrienden noemen. Wat een dauwdruppels zijn zij! Duizendvoudige flonkeringen van inspiratie stralen ze uit. Onvermoeibaar schitteren ze. Tonen me in alle spiegelende kleuren, hoe mooi ik ben.Tonen me in welke hoekjes nog vuil kan zitten. Welke kantjes misschien te scherp zijn.Tonen me in zoveel kleurende spiegels de weg naar mijn kern.Mijn woud kan dan nu wel opgedroogd zijn tot een steppe, maar iedere keer als ik rondom mij kijk, pinken en wenken zoveel duizenden diamanten dauwdruppels. Ik voel me schatrijk!

Woudnimf
288 0

HUGO

Ik adem diep in, open de deur en stap de danszaal binnen. Mijn voeten draaien zich vanzelf in de eerste positie wanneer ze de vertrouwde houten balletvloer raken. Mijn rug recht zich, mijn kin gaat lichtelijk omhoog en ik wandel de zomer van het jaar tweeduizendvijf binnen. ‘Is het dansant genoeg?’ Hugo staat voor me en wipt van het ene been op het andere. Hij heeft een tutu van witte repen papier aan, met daaronder een witte onderbroek. Verder is hij naakt. Ik ben eenentwintig en ik heb er net het eerste jaar filmschool opzitten. Ik heb even lak aan alles wat kunstzinnig en cultureel verantwoord is. Vakantie is er om de ‘Elle’ te lezen en naar Madonna te luisteren. Zoals Hugo hier voor me staat, een late veertiger in wit papieren rok, weet ik niet goed hoe ik me daarbij moet voelen. ‘Snap je de intensiteit mijn choreografie? Zie je de streep poëzie in mijn bewegingen?’ vraagt hij, nu met lichte aandrang. ‘Hoe bedoel je dat net, Hugo?’ vraag ik en trek mijn ogen tot spleetjes. Ik probeer tijd te kopen, zodat ik een fatsoenlijk antwoord op zijn vraag kan bedenken. ‘Kijk,’ zegt hij, duidelijk leerkracht in het dagelijkse leven ‘dansen is een taal. De focus ligt op één lichaamsdeel, maar je hele lichaam moet volgen. Wanneer de initiatie bijvoorbeeld niet in je benen zit, kunnen zij zich toch verplaatsen om de beweging te faciliteren. Dat kan cerebraal starten, maar dan moet je het lichaam laten overnemen. Alsof je sporen nalaat, een combinatie van gevoel, lichaam en hoofd. Spanning creëren enzo.’ Ik knik, maar heb geen idee wat Hugo me net heeft willen duidelijk maken. ‘Maar de vraag is: is ze dansant genoeg, mijn choreografie?’ herhaalt hij. ‘Euh ja,’ antwoord ik met lichte twijfel. ‘Doe het anders nog eens, je dansje.’ ‘Mijn choreografie,’ verbetert Hugo me. Hij loopt parmantig naar de stereoketen en start zijn muziek: ‘Light my fire’ van The Doors. Zeven volle minuten geeft Hugo alles wat er in zijn ontblote lijf zit. Wanneer het einde nadert, verliest hij zich in een pirouette waarvan ik denk dat hij er nooit meer uit zal raken. Het heeft iets wanhopig en aandoenlijk tegelijk. De witte papieren rok scheurt en Hugo valt als de stervende zwaan op de grond. Ik hou mijn adem even in, maar voor ik hem kan helpen staat Hugo al weer op. ‘En?’ hijgt hij. ‘Ja, heel dansant,’ zeg ik vol overtuiging. Het erge is, dat ik het nog meen ook. De kwetsbare passie die ik net bij Hugo zag, hebben vreemd genoeg mijn ogen geopend. Zijn dans op zich was misschien niet geweldig, maar ik heb het gevoel dat ik recht in de ziel van deze man heb gekeken. Soms is het een kunst, om kunst te zien. Er rolt een wit pluisje over de dansvloer. Lichamen vouwen zich als zoekende kunstwerken op de zwevende parketvloer. Altijd anders, altijd mooi, altijd aandoenlijk. Het is weer tweeduizendachttien. Mijn ogen prikken en zoals elke zomer vraag ik me af of Hugo nog zou dansen.   ‘Hugo’ schreef ik deze zomer in de Zomeracademie Dworp en verscheen deze week in het online literair magazine De Vallei Nr39 op pagina 36.https://devallei.wordpress.com/  

Ans DB
0 1

IJsbreker

Er zijn momenten geweest waarin ik dacht dat hij me echt zag. Zijn ogen stonden zo vol begrip en medeleven, dat het niet anders kon dan dat hij me aannam voor wie ik was.   Hij zag MIJ.   Hij zag me op momenten dat ik mezelf niet kon zien. Ik ben hem ontzettend dankbaar daarvoor, meer dan dat ik in staat ben uit te drukken.   Ik ben niet aandachtig genoeg geweest tijdens die momenten, mijn hart en gevoelens waren bevroren. Het is pas achteraf dat ik heb beseft hoe hij mijn ijs heeft laten smelten, geleidelijk aan. Haast onmerkbaar.   Deze dagen kom ik door met een rugzak vol spijt. Spijt dat ik me aan hem heb vastgeklampt, spijt dat ik hem te dicht heb gelaten om hem vervolgens niets te zien doen met al die informatie die hij over me kreeg.   Spijt.   Er is te veel om op te sommen.   Soms denk ik dat hij me nu nog steeds ziet, al is het maar een fractie van een seconde, maar het volgende moment verstaat hij me terug mis. Het is onmogelijk uit te drukken hoe hard het kwetst wanneer hij me verkeerd opvat.   De onzekerheid of hij me ooit wel heeft gezien voor wie ik ben, komt dan naar boven, gevolgd door alle momenten waarop ik me kwetsbaar opstelde.   Ik heb enkel vragen, geen antwoorden.  Waarom stelt hij zich zo op alsof er niets is gebeurd? Heb ik het me verbeeld?   Hoe denkt hij, die prachtige persoon dat hij lijkt te zijn, over iemand zoals ik, gevangen tussen de persoon die ik wil zijn en de persoon die ik ben?   Voel ik me zo tot hem verbonden door zijn lichtblauw gekleurde irissen, die zich al zo vaak in mijn onderbewustzijn hebben gewaagd? Hij liet mijn ijs smelten door me hoop te geven; niet alleen dat, hij schonk me de kracht van het verlangen.   Maar ik, verwend dat ik ben, had veel meer nodig dan gewoon een ijsbreker. Want wie zou me opwarmen na die ijskoude ervaring?

Justine-e
0 0

Het Verhaal Van Een Nagelbijter

Ik loop. Ergens verloren. Omsloten door golven roestbruin zand.Een leemte, leeg.Levenloos.Mijn hoofd is een smeltende klomp ijs en ik wacht tot er niets meer van overschiet. Enkel nog een verdwaald lichaam, ergens op een eindeloos veldweggetje in Spanje, en een plasje water vol gedachten.Als ik de juiste pijl had gevolgd was ik nu al op mijn bestemming.Aan het slapen met verkoelde voeten.Misschien was ik welde liefde van mijn leven aan het ontmoeten.Dat zou ik kunnen denken. Maar dat doe ik niet.Want hier weiger ik me te wentelenin zelfmedelijdenin verdriet.Nee, hier ben ik de laatste mens op Aarde.Onaantastbaar.Ongezien.En voor het eerst in jaren,Onbevreesd.   Mensen zijn bange wezens. Van spinnen tot bliksem en donder tot de dood, we hebben allemaal iets waardoor onze nekharen overeind komen te staan. En dat is niet vreemd. Angst staat namelijk in ons DNA gegrift. Het is een overlevingsmechanisme, zonder waren we hier niet eens.Angst is ook een raadgever. Een duiveltje op onze schouder, meesterlijk bespeeld door politiek en media.Het is een schuilplaats.Een parasiet.  Het neemt en neemt. Tot er niets meer van overschiet.Angst is het donker.En ik heb nooit leren fluiten.   Misschien ben ik gewoon laf.Als ik niet buitenkom, kan er me niets overkomen. Als ik het niet weet, kan ik er ook niet over piekeren.Als ik mijn hart niet blootgeef, kan niemand het kwetsen.Het is een gemakkelijk leven, weg van alles en iedereen.Het is ook een vreselijk leven. Nee, geen leven. Een bestaan. Saai en eenzaam. Gevangen achter een glazen wand, terwijl iedereen buiten aan het spelen is.Maar glas kan breken.En fluiten kan je leren. Want diep in ons schuilt het antwoord en wij moeten luisteren. Want het woelt en woedt, voedt de oorlog in ons. Het vecht, weigert te vluchten. En voor een keer is dat niet slecht.Het klopt vol verlangen. Doet ons de wijde wereld intrekken. Het doet ons struikelen en vallen, huilen en kwaad zijn. Het doet ons voelen.En hoeveel pijn dat soms mag doen, we zouden het niet anders willen. Dus ik kies ervoor om de weg kwijt te rakenmet een lege thermosfles en geen bereik.Want hier, op deze onverbloemde plek speelt de wereld zich af.Hier ben ik de eerste mens op Aarde,bangmaar met een hartdat overlooptvan leven.

Woordenwandelaar
0 0

Liberosis

Vandaag had ik de eer een stukje te mogen lezen dat een blik wierp achter de maskers die velen van ons dragen. Gebroken spiegels. Make believe. De Anonymous-glimlach die de maatschappij ons verkoopt in kant-en-klare ‘likes’, porties voor één selfie, en in het holle beeld van leven zoals dat in reclame en magazines aan ons getoond wordt. Voorverpakt geluk. Made in China.   Een goede 18 jaar geleden had ik het zelf kunnen schrijven, dit stukje, als ik dapper genoeg was geweest. En moest er toen al zoiets als facebook hebben bestaan. Hoewel ik het waarschijnlijk nooit had durven delen. Dat wat er achter dat gehate masker schuilging. Dat masker waar ik al niet meer bij moest nadenken om het op te zetten bij die lege en vreemde vraag, die tussendoor voorgeschoteld wordt aan nietsvermoedende slachtoffers; “en? Alles goed?”   Ik ben maar zelden mensen tegen gekomen die deze niet en-passant stelden. Uit beleefdheid, want als we iets zijn, wij Belgen, dan is het over het algemeen wel beleefd. En dat die goedbedoelde, pro-forma interesse in de medemens soms confronterend kan zijn lijkt de meesten te ontgaan. Zeker omdat de mensen die u niet graag hebben meestal geen interesse tonen. Het zijn vrienden en kennissen die u deze woorden met een onbezorgde glimlach aanreiken. Mensen die men vaak ook niet wil belasten met wat er ook aan duisternis vanbinnen rond kolkt. Iedereen kent het antwoord natuurlijk. “Goed. En met u?” of hoogstens een voorzichtige “Bwa, kon beter, ma çava wel. Gij?” Mooie, afgeronde verklaringen die uw gesprekspartner de keuze laten er al dan niet op in te gaan.   Sociaal aanvaardbaar gedrag stelt dat het antwoord op die vraag nooit is; “Ik overweeg dadelijk onder die aanrijdende bus te stappen. En gij?” En toch is dat het antwoord dat ik toen had willen geven. Van onder aan die bodemloze put is het enige licht inderdaad dat van de aankomende trein. Een einde. Rust. Ontsnappen aan alles, de goede dingen die je niet meer ziet en de slechte dingen die zich een weg door uw huid naar uw hart vreten. En dat stukje tekst ging daar over. Over het punt waarop er niets van u over schiet dat het leven nog de moeite van het volhouden waard vindt en daar voorbij. Woorden klinken hol daar. Galmen koud en gelaten met de zielloosheid van een ongemakkelijk schouderklopje. There, there. Ik herinner mij nog hoe leeg ze waren.   En de loze, afgedwongen beloften… Bel mij, voor ge iets stoms gaat doen. Beloof het mij.   De tijd dat ik 19,5/20 kreeg voor de opdracht Nederlands; ‘schrijf de afscheids/ zelfmoordbrief van Van Gogh aan zijn familie’. En dit van een leerkracht die op zulke vrije opdrachten maximum 17,5/20 gaf. Zijn iet-wat vragende blik toen hij mij die opdracht terug gaf zal ik nooit vergeten. Hij was een lieve man, een goed mens.   Achteraf kan ik er om glimlachen. Het duister als deel van mij. De kluizenaar heeft zijn wijsheid gedeeld en het beest is getemd, om het naar een sprookje te vertalen. Maar de reis zal altijd een deel van mij blijven. Ik ben gelukkig nu. Ik ken mezelf elke dag een beetje beter en heb een pad gekozen dat mij mag dragen zolang het mijn hart heeft. Ik zal nooit meer in een situatie blijven die mij niet verrijkt als mens. Daarvoor ben ik als wezen te kostbaar. Net als elk van ons. We zijn allemaal wezens van onschatbare waarde, allemaal even fragiel, hoe graag we dat ook vergeten, en achter onze façade speelt zo een mooie veelheid aan breekbare dromen…   We zijn uiteindelijk nog zo verschillend niet. We delen zoveel, en als we de dwangneuroses van onze hedendaagse maatschappij even volledig naast ons neerleggen, de twijfels vergeten en de woorden druipend van venijn en geboren in angst geen plaats meer geven… Misschien kunnen we dan eindelijk onszelf zijn. En die vergeten glimlach vinden.   Ik las ooit ergens deze zin van Lucebert, en ze is even prachtig als ze kort is: “Alles van waarde is weerloos.”   En dat is zo.

Marie Olaerts
36 0

Vreemder dan fictie.

“Ja, ja.”   De woorden bevatten ongeveer de maximale tonaliteit aan ongeloof die de menselijke stem erin kan leggen.   “Nee, echt. Ze gaat dat morgen doen.”   “Overmorgen,” corrigeer ik, zonder echt verder op de conversatie te letten die tegenover mij aan de tafel gaande is. “Morgen is het de repetitie.”   Ik lees verder tot de conversatie stil valt. Zo een stilte die als een wolk over de tafel hangt. Wanneer ik opkijk ligt de aandacht volledig op mij. Mijn wenkbrauw gaat vragend naar boven.   “Is het echt waar?” De vraag wordt me voorzichtig gesteld. Met de terughoudendheid van iemand die eigenlijk redelijk zeker is dat men hem voor de gek aan het houden is. Dat ongemakkelijke moment van twijfel, toch de sprong nemen; in volle verwachting dat het vermoedelijk in het gezicht zal ontploffen.   “Ga jij Trump interviewen?” Even weet ik echt niet wat ik moet zeggen, behalve de enigzins verschrikte ‘wat?!’ die uit mijn mond ontsnapt voor ik door heb dat er klank bij is. Ten eerste ken ik weinig mensen die zulk een chaotische interviews zouden afleggen als ik; ten tweede is beeldmateriaal met mij aan de niet-technische kant van de camera op één hand te tellen en afkomstig uit jeugdige avonturen aan het Rits. Ondertussen diep begraven in de archieven. Hoop ik toch.   “Neen, echt niet!” stel ik hem gerust. “Ik ga hem mee filmen als hij Nato bezoekt.” Ondertussen, dagen later, zit ik hier met een slapende kitten op schoot en denk ik terug aan deze tekst die ik was beginnen schrijven, en nooit heb afgemaakt. Ik zag ze gisteren terug, die mensen van die conversatie toen. Er was iemand die me terloops vroeg hoe het was geweest. Dat avontuur. Ik droom weg op het ritme van ‘No one knows’ en denk terug aan die dag. Hoe de security man die net iemand had afgelost, ons dus niet kende en wou tegenhouden, zelf zeer snel onderschept werd door zijn collega’s. “Die niet. Die mogen door.” Ondertussen probeerde ik reporters, afspanningen, politici en mijn cameraman in het oog te houden, en mijn badge in het gezicht van de man in kwestie te zwaaien. Hoe mensen er toch af en toe, van de chaos die we werk noemen, door een soort gefascineerde nieuwsgierigheid bevangen worden als het gaat over film en TV.   Het gevlekte kopje van de kattin, met die speldekop-tandjes die enkele luttele uren hiervoor vlotjes de draad van de koptelefoon doorsneden, graaft zich met een volstrekt onschuldige zucht en een lui gerekt pootje iets dieper in mijn schoot. Ik herinner mij, verrassend lang geleden ondertussen, een ander moment dat mij tot nu zeer helder is bijgebleven. We waren voor opnames ergens in een politiekantoor, en in de namiddag zaten we er vlak naast, in wat als ik mij niet vergis de oude gebouwen waren. Een ondervragingsruimte met gespiegeld glas, en een jonge acteur, ondertussen ook al weer enkele jaren ouder, die daar op de rooster werd gelegd. Maar dat heeft er op zich niet veel mee te maken. Er was die dag een promotiestunt en pers en fans mochten even (bijna) de set op. En even praten met hun favoriete acteurs over de middag. Op zich wat ongewoon voor een speelfilm, maar goed, het was ook een uitermate ongewone set.   Ik zat, of hing, als we echt correct willen zijn, aan de toog naast de jonge acteur in kwestie toen de horde, ik kan het moeilijk anders omschrijven, fans in de refter werden losgelaten. Eén vrouw, na luttele seconden aan oriëntatie gespendeerd te hebben, manoeuvreerde zich langs de wiskundig snelste weg onze richting uit. Of meer bepaald zijn richting uit. En toen barstte ze los, bijna in tranen; ik was zeker dat ze overwoog de verwilderd uitziende jongeman dramatisch troostend aan haar boezem te vleien. Dat het zo verschrikkelijk was… en zo dapper dat hij hier alweer aan het werk was… Dat ze zo met hem had ingezeten en dat de vorige avond haar hart,duidelijk in zijn plaats, gebroken was.   Hij zag er wat verwilderd uit, en ik veronderstel dat mijn uitdrukking verwilderd ver voorbij was. Was er iets verschrikkelijks geweest dan? Waarom hadden we daar vandaag niks van gemerkt? Waarom had hij niks gezegd? Zonder gegronde reden om hen wat privée te gunnen en alle redenen die mijn nieuwsgierigheid kon aanvoeren om dat niet te doen, ben ik vrij gefascineerd blijven luisteren.   Dat hij haar favoriet was. Absoluut. En dat ze die andere vrouw echt niet moest, wat hij van haar toch maar te verduren kreeg. En dat ze elke avond keek… Het duurde ongeveer tot dat punt voor we mee waren. De reeks waaruit hij bekend was. Die elke avond op TV was. Die was blijkbaar nogal dramatisch geweest.   Er zijn toen schrikwekkend veel mensen hun diepste mededogen komen betuigen voor iets wat een klein jaar ervoor was opgenomen in een studio, en waarvan de acteur zelf eigenlijk ook niet meer echt een idee had waar het nu weer juist over ging. En hij was zo geduldig en zo lief in het uitleggen dat hij OK was, dat het een rol was die hij speelde. Niet echt, maar fictie. Het was een beetje een ongemakkelijk uur tot we weer moesten beginnen. En een vreemd uur. Alsof we even in een parallel universum gestapt waren. Waar wat je op televisie ziet echt en echt waar is, van de ene huiskamer zo, recht, in de andere. Real-time voyeurisme met standaard 3 camera’s. In verdwaasde stilte zijn we weer naar de set gelopen, de acteur en ik. Hij naar make-up, ik naar het meer technisch deel, en ik vraag mij af en toe nog steeds af hoe vaak acteurs dit tegenkomen. En hoe ze er mee om gaan. Keer op keer.

Marie Olaerts
0 0

33 GRADEN WEG VAN MEKKA

Als er nu één plaats ter wereld is, waar een gelovige denkt dat hij volkomen veilig is, dan is dat toch in een kerk, een moskee of in een synagoge. Als je om de zoveel uren, alle dagen of minstens één keer per week gaat bidden om je tweede leven in het hiernamaals veilig te stellen, dan is dat toch de plaats waar je veronderstelt dat de goden een oogje in het zeil zouden houden. Niet dus. Een geschifte Jodenhater kon in Pittsburgh ongestoord 11 mensen neerschieten en geen God die deze dolle schutter tegenhield. Eventjes een onoplettendheidje van het opperwezen en je was sneller in de hemel dan verwacht.  Nu, zelf zou ik niet meer zo gerust zijn in mijn persoonlijke Jahweh, als je weet wat hij allemaal tijdens de wereldoorlog met het Joodse volk liet gebeuren. Hij zag toch maar mooi de andere kant op toen er zo’n zes miljoen van je voorvaderen uitgehongerd, vergast en iets te snel gecremeerd werden. Raar dat zo’n geïndoctrineerde gelovige mensen er dan nog steeds op vertrouwen dat die hemelbewoner almachtig is, alles ziet en hoort en dat die wel één van de dagen de nieuwe Messias naar beneden gaat sturen. Maar blijven hopen natuurlijk.. Wat ging er door die Turkse hoofden heen, toen ze vernamen dat ze al zo’n kleine 40 jaar in de verkeerde richting zaten te bidden? Een moskee in het Turkse stadje Sugoren staat niet richting Mekka! Hebben ze daar nu schrik dat hun gesmeek niet in de Mekkahemel aangekomen is?  Een roedel religiedeskundigen breekt zijn hoofd nu over het feit of al die gebeden nu ongeldig zijn. Zit je daar al 37 jaar, vijf keer per dag, dat is met de schrikkeljaren erbij zo’n kleine 13550 keer, met het zicht op de kont van je buurman, gebeden te prevelen en dan komt zo’n nieuw aangestelde 24 jarige snotneusimam je plots vertellen dat Mekka een 33 graden de andere kant opligt. Hebben ze ondertussen al uitgevogeld welke God er op die verkeerde plaats in dat stukje hemel bivakkeert? Denk niet dat die zich bezighoudt met het doorsturen van al die smeekbedes. Eigenlijk ben ik er bijna van overtuigd dat de God van de getuigen van Jehova daar zijn stekje heeft. Vandaag zag ik die muffe straatschuimers weer ineens, twee aan twee, richting de sociale woningen stappen. Misschien dat hun Jehova wel gezegd heeft, dat hij door de jaren heen zoveel leuke gebedjes vanuit de moskee ontvangen heeft, dat hij denkt dat daar zijn achterban nog wel wat zieltjes zouden kunnen overtuigen.  Maar een docent islamstudie gooit roet in het religieuze eten, de Koran staat plots een bidrichting- afwijkingsfoutmarge van 45 graden naar Mekka toe.  Ja voor alles is een uitleg… Bij ons mag een Kerstmarkt,  plots geen Kerstmarkt meer heten om andere geloofsovertuigingen niet te schofferen. Het moet nu wintermarkt zijn. Hebben onze kinderen wegens de neutraliteit dan ook ineens geen kerstvakantie meer?  Moet dit dan niet de wintersveertiendaagse worden?  Nu ben ik zelf een atheïst en ze mogen van mij alle religieuze namen en tekens verbannen. Ik heb daar totaal geen probleem mee. Maar dan ook consequent alle religie tekens. Geen Christelijke kruisen in openbare gebouwen, scholen, banken en bij de bakker naast de kerktoren. En om de atheïsten onder ons niet te schofferen geen tulbanden, keppels, hoofddoeken en alles wat maar enigszins naar het geloof verwijst uit het straatbeeld elimineren en tenslotte iedereen voor zijn eigen religie flink laten betalen . En dan moet de VTM kokkin Dumont, als ze op televisie kookt, ook haar Katholieke kruisjes-oorbellen eventjes uitdoen.   Sim, 30 oktober 2019

Sim
0 0

IEDER ZIJN HOBBY

Moesten jullie ook zo lachen toen dat koddige voetbalmakelaarsadvocaatje kwam vertellen dat zijn cliënt een vurige verzamelaar was van luxe uurwerkverpakkingen?  Geestig hé? Nu verwacht je inderdaad niet van zo’n maffiamakelaartje dat hij postzegels verzamelt, maar je vermoedt dat er minstens een collectie Porches, Ferrari’s of Lamborghini’s in zijn garage zouden staan. Dat zo’n spelersmakelaar een verzameling lege doosjes zou bezitten,waar voorheen voor zo’n kleine 8 miljoen euro aan super de luxe uurwerken zouden ingezeten hebben, dat gelooft toch niemand. Natuurlijk ieder zijn hobby, maar toch… Is er iemand in dit voetbalschandaal al aan de pols gevoeld? Gaan ze de omkoopuurwerken uit de scheidsmouwen schudden? Loert het supportersvolkje vanaf nu naar de polsen van voetballers, scheidsrechters en clubmanagers, kortom naar iedereen die zich met transfers bezighoudt? Of roepen ze vanaf nu, bij elke mogelijk verloren partij, dat de wedstrijd getrukeerd werd?  Operatie Propere Handen ging van start en een aantal witwas-, fraude- en matchfixing- corruptiefiguren werden voor ondervraging opgepakt. Nog diezelfde avond kwam dezelfde roedel ‘rijke- criminele- mensen- verdedigingsadvocaten’ weer met hun aan aandacht verslaafde kop op de televisie blaten dat hun cliënten onschuldig waren. Dat ze alleen maar een beetje zwart geld met Dixan hadden wit gewassen of ze links of rechts misschien vergeten hadden een centje aan de fiscus door te geven. Enfin dat ganse miljoenentransferzaakje gelijkt meer en meer op een corrupte winstgevende mensenhandel.   Gepetto begrijpt het helemaal niet meer. Hoe kon zijn houten pop zijn leugen-dna nog zo kwistig aan advocaten en politici ronddelen? Hebben jullie je ook zo geërgerd aan al die politieke pulp en beleidsbagger? In allerlei kakelprogramma’s lulden alle politici de afgelopen weken elkaar de verdoemenis in. Leuk om te horen dat sommige draaikonten plots aan een soort chronische dementie leden als er met de vinger gewezen werd naar de tijd dat ze het zelf voor het zeggen hadden. Gaan we na de verkiezingen nu eindelijk gezonde, frisse en propere lucht krijgen of blijft het allemaal bij gebakken lucht? Links, rechts kattenvitesse, voetbal en politici in de tutterfles… Ik ben al lang blij dat al die lijsttrekkersdebatten nu eindelijk voorbij zijn, dan kunnen we nu eindelijk opnieuw over belangrijker dingen, zoals Zwarte Piet beginnen kwekken…   Sim, Edegem 17 oktober 2019

Sim
0 0