Zoeken

Held

Het is weekend, het is herfst, mijn favoriete seizoen, én de zon schijnt, alles kleurt oranje en een beetje groen. De vriend is er een paar dagen vandoor, ergens in een bos, en de hond mocht per uitzondering niet mee. Ik vind de hond een beetje sneu. Hij lijkt te wachten op de vriend bij het raam. Misschien beeld ik het mezelf in of vind ik mezelf een beetje sneu, wachtend in het huis. We gaan een wandeling maken met ons twee, in een natuurgebied, een kwartiertje rijden hiervandaan. Dat voelt ook een beetje zoals op reis zijn. Auto in, hond mee, flesje water en hup. We gaan voor een "libelle"wandeling. Wat leuk! Over een brugje, langs een dreef, over een dennenpad. Ik let niet op en de libelleborden sterven uit. Hoe moeilijk kan het zijn, ik volg gewoon de rode bordjes dan kom ik vanzelf wel weer bij de parking uit. Het is vijf uur in de namiddag, we wandelen al meer dan een uur en ik zie de zon zakken.. Mijn telefoon ligt in de auto, samen met het flesje water. Er komt een jongen aangejogd, zonder shirt aan. Ik klamp hem aan en hoor mezelf zeggen :"mijn telefoon ben ik in de auto vergeten en ik ben verloren gelopen denk ik". Goed bezig Evelien.Ik bijt op mijn tong. Waarom denken mijn hersenen niet langer na voordat ik praat. Slim om tegen een wildvreemde te zeggen dat je als meisje alleen ronddwaalt in een uitgestrekt natuurgebied, zonder telefoon! Hij moet lachen en de hond likt zijn hand. Hij haalt een plannetje boven en wijst de kortste weg naar de parking. Wel doorwandelen zegt hij, het wordt al snel donker! Bedankt. Ik zucht. 

Evelien
12 0

Pendelpencils

Ze zag haar evenbeeld weerspiegeld in het raam. Buiten was het donker, of toch, zo leek het. Het was slecht een illusie. Het treintraject liep doorheen de bergen, en de penetrerende tunnels maakten dat ook overdag de reiziger zich in nachtmodus bevond. Elke maal de trein de tunnel uitreed, en het zonlicht de wagon verlichtte, werden de passagiers gewekt. Ogen werden uitwreven, monden gaapten, en lichamen strekten zich uit. Om dan weer, enkele minuten later, de volgende tunnel en nacht in te rijden, en weer verder te dommelen op het ritme van de wiegende wagon.   De pendelaars op dit traject hebben het goed. Het vroege wakker worden wordt verzacht door de sluimerende, schommelende reis naar hun bestemming. Ze krijgen de tijd om de dag te beginnen. Ze krijgen de tijd om hun ogen te laten wennen aan het zonlicht en aan de geuren en kleuren die bij klaarte hun donkere holtes verlaten. Ze moeten niets. Ze wennen. Aan het licht, aan het geluid, aan elkaar, aan hun plannen voor de dag. En wennen is goed. Wennen maakt dat je beter voorbereid de dag doorkomt.   Toch hebben de pendelaars op dit traject het ook lastig. Veel te warme wagons in de zomer, ijskoude in de winter. Verwarmingen die niet werken, plakkerige vloeren, zuurgeurende toiletten, onvriendelijke medereizigers, en constante vertragingen. Het zit hen niet mee. Gezucht rukt op wanneer ze de trein opstappen, die hen genadeloos naar hun bestemming brengt. Ze hopen een vertraging op te lopen, om dan het recht op klaagzang over de Italiaanse spoorwegen te kunnen opeisen. Ze grommen en knorren en puffen en zuchten.   De trein remt het station binnen. De pendelaars staan recht en stappen de trein uit. De dag is begonnen. Het warme deken van de treinwagon wordt genadeloos van hen afgetrokken. Maar dat is niet erg. De reis heeft zijn dienst gedaan. Ze zijn klaar. Ze zijn het gewend.   Ze zag haar evenbeeld weerspiegeld in het raam. Buiten was het nu licht. ‘Het blijven het pendelaars. Maar deze hebben het toch niet zo slecht.’, dacht ze.

Rebekka
0 0

DONOR IN THE DARK

Oké, met het televisieprogramma “Make Belgium great again” werd het noodzakelijk doneren van organen na de dood, nog eens in de verf gezet. Onnodig blijkt, want in principe is iedere Belg donor. Alleen met het ondertekenen van een beëdigd donorpapiertje voorkom je nu, dat ma, pa, zoon of dochter zich tegen je donatie gaat verzetten en ze je na de dood toch nog met al je gezonde attributen in de grond laten zakken of in de oven willen schuiven. Straf vond ik toch de uitspraak van de religieuze Joodse -en de Moslimgemeenschappen: “Zij zullen nooit donor worden, want ze moeten zich steeds integraal, met alles erop en eraan, aan de hemelpoort bij hun gefantaseerde Goden aanmelden.” Straf, dus die ontplofventjes hebben tijdens hun leven eventjes deze definitie overgeslagen.  Ik kan me niet indenken dat als zo’n bommengordelterroristje zichzelf opblaast, zodat je zijn weinige hersens van de vloer kan bijeen schrapen en zijn ledematen er als bloederige puzzelstukjes bijliggen, nog van zijn “herder” in zijn hemel aan zijn maagden mag beginnen. Sterker nog, ik vind dat deze religieuze jandoedels, als er bij hun één of ander intern niet meer functioneert, dan ook nooit op een donorwachtlijst mogen terechtkomen. Meer nog, ik veronderstel, dat ik dan ook het recht mag hebben om in mijn donorcodicil te stipuleren dat mijn organen aan iedereen geschonken mogen worden, behalve aan prakkiserende Joden en Moslims. Ben ik dan een racist? Nee hoor, ik behoed deze mensen voor een heleboel misverstanden aan hun sprookjeshemelpoort. Als Pietje de dood dan toch langskomt, moeten ze daarboven met hun Jehova en hun Allah niet in oeverloze discussies treden omdat ze een atheïstisch hart, lever, nier of longen in zich hebben.   Soit, de laatste septembernacht was de koudste in 39 jaar. De temperaturen flirtten met het vriespunt. Overal in België zullen er mensen zijn geweest, die met hun elektrisch kacheltje eventjes de boel doorverwarmd hebben. Zitten wij nu misschien al in alarmfase 1 van het elektrische afkoppelingsplan?  Wij worden op allerlei fronten met een mogelijke black-out rond de oren geslagen. De herfst en de winter komen eraan en ik zal al heel blij zijn dat als we straks met de caravan thuiskomen, de automatische elektrische garagepoort open zal gaan en wij niet in het donker, met een kaars in de hand, door de gang moeten strompelen. Met een beetje geluk sijpelen er geen ontdooide ijsjes uit de diepvrieskast en kan ik zonder problemen de vakantiewas in de machine laten draaien. Kan de verwarming nog aangezet worden? Zelfs stoken met aardgas, moet elektrisch opgestart worden. Mogen wij van onze Vlaamse kajotsterminister vanaf nu terug hout stoken in de open haard? Wat kan je nog in je keuken bewerken zonder elektriciteit? Moeten wij onze gasbarbecue voor alle veiligheid maar uit de caravan halen? Of wordt het alle dagen gazpachosoep, koude plat of tomaat- garnaal? Geen frietjes bakken, geen expresso- koffietje laten doordruppelen, geen magnetrondiners of potten en pannen op je keramisch vuur. Geen water in de zomer, geen elektriciteit in de winter! Het doet me zo’n beetje terugdenken aan de allereerste reisjes in de jaren ’50 en ‘60 naar Italië. Daar was het water ook gerantsoeneerd en kwam soms maar één uurtje per dag iets uit de kraan. Wat is er aan de hand in België? Zijn wij een soort ontwikkelingsland geworden? Onze minister van energie heeft er het handje van weg, om met een vermanend vingertje naar Electrabel te wuiven. Vinden jullie mijn zin, in het kader van haar handicap een beetje ongepast? Misschien, ik zelf vind hem grappig, zeker als je ziet wat de nieuwe minister van energie bij haar aantreden van haar CDF voorgangster als welkomstgeschenk kreeg;  een opwindbare zaklamp… Kunnen wij tijdens de wintermaanden nog met onze e-bikes rijden? Gaan we straks, als we allemaal elektrisch rijden onze auto’s wel kunnen opladen. Een oplaadbeurt gaat dan wellicht meer kosten dan een volle tank benzine! Wie er ook in de fout ging, wie wou de kerncentrales al veel eerder afschaffen zonder ook nog maar een goed alternatiefplan? Wie privatiseerde Electrabel om de put van de staatsschuld te dempen?  De Gentse rode ridder oppert nu, juist voor de verkiezingen, om het BTW tarief terug naar 6% te brengen. Geen enkele journalist vindt dit deze keer populistische praat en durft vragen “wie gaat dan die schuldenput terug dichtgooien, wie gaat dat volgens U betalen?” Weer de rijken zeker? Wie wou niet dat er ergens ten velde grote zonnepanelenvelden aangelegd werden, omdat er juist daar een bedreigde soort kikkertjes rondsprongen of een speciale soort mieren marcheerden? Wie wil er geen windmolenparken in de zee omdat het panorama dan verstoord is? Nu roept Electrabel dat de onderhoud van deze kerncentrales miljoenen gaat kosten ook omdat de elektriciteit nu van het buitenland geïmporteerd moet worden. Importeren wij nog niet genoeg onderontwikkeling uit het buitenland? Gaat er deze zomer nog wel genoeg elektriciteit zijn, als we met zijn allen onze airco in onze verplichte over- geïsoleerde huizen moeten laten draaien om wat verkoeling te hebben. Stel nu, even hypothetisch, dat bij een mogelijke black- out alle winkeletalages niet meer verlicht mogen worden. Als alle verkeerslichten en alle treinovergangen niet meer functioneren. Als alle straat- en autostradelichten gedoofd worden en dat wij met zijn allen aangespoord worden om romantisch met kaarslicht een potje scrabble of mens erger je niet te spelen. Dat gans België een donker onderontwikkeld gat wordt. Dat de duisternis de dief inspireert. Dieven sluipen door het duister en zoeken inbraakmogelijkheden in de nu alarmloze villa's. Alerte burgers verwittigen de politie. Er volgt een flitsende achtervolging en de gestolen auto met een kwartet bandieten smakt tegen een nutteloze lantaarnpaal. Brandweer en ambulances erbij en met de slachtoffers naar de spoed. Tevergeefs, te laat! Mensen die op de transplantatiewachtlijsten staan, moeten zich in het midden van de donkere nacht naar de desbetreffende hospitalen haasten.  Ineens is er een overschot van donororganen, nieren, harten, longen en levers. De slachtoffers worden op brancards in de operatieruimtes binnen gereden en de transplantiechirurgen staan al met hun scalpel paraat. De burgers wordt gevraagd om nu in Alarmfase “Black out”, zeker op dit moment absoluut geen elektriciteit meer te gebruiken. Ergens in een gesloten asielcentrum steken 550 transmigranten tegelijkertijd de batterij opladers van hun smartphones in het stopcontact en pffft, kaboem…er kwam een varkentje met een lange snuit en in heel België ging overal, ook in de ziekenhuizen en bij iedereen het licht voor altijd uit.   Sim, 30 september 2018  Liverdun    

Sim
0 0

MISS CAMPING LA FLORIDE

Wij lazen in de krant dat een voormalige tv omroepster een boek had geschreven waarin ze aankondigde dat ze al meer dan 25 lentes was, vooraleer ze haar eerste orgasme kreeg en sindsdien masturbeert ze dagelijks. Ze schrok van de negatieve reactie op haar ontboezemingen en reageerde geschokt met de vraag “hoe preuts we eigenlijk geworden waren”! Preuts? Wie zit er nu op zo’n informatie te wachten, wie wil weten waar en hoeveel keer Eva gevingerd heeft? Zulke verklaringen horen toch niet in de krant thuis, maar in een weekblaadje voor overgangdames en roddeltantes! Bij een Brugs firmaatje kan je kuisvrouwen en -mannen inhuren om half naakt je tapijten te komen stofzuigen. Voor enkele euro’s meer gaat er wat meer lingerie uit en komen de poetshulpen met hun gat omhoog je plinten afstoffen. Binnen een jaar of vijf gaat de #metoo beweging hier weer een vette kluif aanhebben! Nu ben ik zelf een kind van de zestiger jaren, iemand die mee als eerste haar bh over de haag zwierde en met de pil, de condoomloze seksuele revolutie inluidde,  maar ik vraag me nu meer en meer af, wanneer is de mensheid zo plat en ongegeneerd geworden. Verschieten wij dan, dat de Midden Oosten nieuwkomers in Europa, schrikken van al dat ombeschaamd etaleren van bloot vlees en onze totale ongeremde seksuele omgangstaal? Vinden wij het nog gek dat zij opteren voor hoofddoekjes, sluiers, boerka’s en Sharia- wetjes? Ook hier op het strand  ligt er zo’n overjarige pépé te zonnen terwijl hij zijn zwembroek onder zijn kont getrokken  heeft. Soms loopt hij langs de vloedlijn te paraderen, in zijn blote poepert en zijn zwembroek die als een omega letter over zijn flierefluiter hangt te bungelen. Soms voel ik de neiging hem toe te roepen: “Trek die boel nu maar naar omhoog, want niemand wordt nog heet van zo’n twee oude gerimpelde chocolade bruine platte kadetten!” Ik vraag me ook af voor wie hij dit toneeltje dagelijks opvoert. Toch niet voor zijn madame, die naast hem ligt te zonnen en die er uit ziet alsof er een airbag veel te snel in haar badpak afgegaan is. Misschien wou hij wel naar de nudistencamping, maar stelde de mevrouw haar veto, omdat ze zich niet meer zo lekker zou voelen, om met al haar vergaarde overgangsvet, tussen die zonnende naakte lijven rond te denderen. Het koppel is, volgens de nummerplaat op de camper van de regio Parijs en misschien zit er daar in één of ander arrondissement wel een snol nagelbijtend op meneer zijn  terugkeer te wachten. Wat een rentree kan hij dan maken als hij haar dan kan vragen het witte stukje vlees te zoeken! Het is eind september en op de camping zitten er alleen nog oudere seniorentypes. Soms stel ik mij de vraag, wanneer sommige spiegelloze oudere seniorendames zouden inzien, dat het voor iedereen appetijtelijker zou zijn als ze hun lichamen in een strak badpak zouden steken. Laat toch een beetje aan de verbeelding over in plaats van royaal met die blubber- cellulitis- buiken over je bikinibroek rond te zwaaien en met je pompoentoeters of muggenbeettietjes ongegeneerd topless zwierend over het strand te flaneren. Wanneer besef je dat je dit niet meer moet doen? Het is eind september en een nieuwe soort kampeerders komt de camping opgedraaid. De campergeneratie, die met hun één, twee of zelfs drie honden niet meer welkom is in de hotels. Daarom huren of kopen ze een megagrote camper en zetten daarnaast een tentje op voor de roedel keffers. Hun fietsen worden vooraan en achteraan uitgerust met een hondenmand met daarover een soort gevangenistraliewerk zodat ze de blaffers ongestoord mee kunnen nemen op hun fietstochten. Soms hangt er achteraan zo’n  kinderfietskar, waar ze zo’n twee piepende poedels in meesleuren. Vermits ze met hun gigantische campers bijna niet in en uit hun kampeerplaatsjes kunnen rijden en ze op hun fietsen geen plaats overhouden om per fiets boodschappen te doen, huren ze dan ter plaatse nog een auto om naar de supermarkt te rijden. Mensen waar zijn jullie mee bezig??Waar is de oer tentenkampeerder en de kleine caravantoerist gebleven?  Het paadje dat doorheen de camping richting strand loopt wordt stilaan de hondenwandelboulevard. Elke hond wil wel een praatje maken met Lassie, Boomer, Beethoven of Rintintin  of de tweeling platsmoelhondjes van de andere kampeerders en dat ontaard soms in een oeverloos irriterend gegrom en geblaf. Het gelukkigst zijn de baasjes, als hun schijtertje een drol kan leggen op een lege campingplaats en als ze dan toch betrapt worden door alerte kampeerders dan zie je die schijtmadammen en koude kakmeneren nadien enigszins verveeld met hun stronttrofee richting vuilbakken slenteren. Alhoewel het zo laat op het seizoen is, is er nog steeds animatie op de camping. Niet dat we er last van hebben want het is werkelijk helemaal aan de andere kant van het domein. Eenmaal geprikkeld door onze nieuwsgierigheid zijn we een kijkje gaan nemen. Staan er daar, op een scène, in een oorverdovend lawaai, voor drie man en een paardenkop, zo’n zes Folies Bergèretypetjes met pluimen op hun kop en in hun gat wat op een Moulin Rougetempo rond te draaien. Aan de wekelijkse Miss Camping La Floride verkiezing werd al eind augustus, toen het jonge geweld terug naar huis was, een einde gemaakt. Maar manlief is nog steeds in de running voor de beker van de enige ongetatoeëerde hetero op de camping. Maar misschien wordt hij met een witte penislengte geklopt door de mokkabruine Parijzenaar.   Sim, Camping Le Floride et l’Embouchure, Le Barcarès.  22/9/2018           

Sim
350 0

DE KOGEL IS DOOR DE KATEDRAAL

Oké, de kogel is door de kerk. Volgend jaar in mei gaan we niet meer met de caravan rondtoeren, maar gaan we eerst onze eigen “to do and to see” citytrips vervolledigen. Geen Rome, Barcelona, Lissabon of Parijs meer, maar de tocht zal nu zonder nog verder uitstel naar het onvolprezen Salisbury gaan. Op de televisie zagen wij het Russische komische zenuwgasduo Alexander Petrov en Ruslan Bosjirov deze toeristische wereldstad  aanprijzen. Volgens een googleverhaaltje en zonder blikken of blozen vertelde dit novisjokkoppel op de Russische tv hoe geïmponeerd ze wel waren toen ze de 123 m hoge toren van de in 1220 gebouwde kathedraal zagen. En dat alle langs de andere kantmannen zeker een tocht langs de bewierookte Salisbury homobars moesten houden, want dat was de reden dat deze twee testosteronbonken voor een nachtje vanuit Rusland naar Groot Brittannië overgevlogen waren. Zelfs Poetin hoorde dit wikipedia- Skripalfabeltje met een grijns op zijn gezicht aan. Denken die Russen nu werkelijk dat wij in het westen van die onderontwikkelde goedgelovige idioten zijn? Soms kan ik deze redenering wel een beetje volgen. Soms denk ik ook dat het menselijk ras volledig aan het desintegreren is als je verhalen hoort van massa-pedo-priesters, van jeugdeikeltjes die met pasgeboren katjes voetbal spelen of het grote zootje drugsverslaafden die zonder hun dagelijkse wiet, pil of shot het leven niet meer aankunnen. Je moet op een zomerse dag eens in de Efteling rondwandelen. Zelfs mijn kinderen en kleinkinderen geloofden hun ogen niet. Of in juni over de wandeldijk op Tenerife tussen de jonge Britse lillende alcohol gemarineerde vleesmassa’s met hun bête koppen, doorlaveren! Of video’s bekijken van die comazuipende neukende Britten op Mallorca, die van hun hotelterras proberen in het zwembad te duiken, ja dan kan ik er inkomen dat die Russische nep-homo-toeristen zo’n stukje televisietoneel bij elkaar fantaseren. Zelfs heel Rusland maakt nu grappen over die twee gifacteurs. Misschien moet Fabre deze pseudo homoheren onder contract nemen. Ze zouden zeker een culturele meerwaarde geven als hij ze tussen zijn naaktdansers zou laten optreden. Zijn pornoballet zou meteen een schot in de roos zijn bij alle nog rond dwarrelde exhibitionisten. Misschien dat de #metoo verhalen dan niet meer van de ballerina’s, die het choreograaf- regisseursbed moesten delen, zouden komen,  maar van de blote penisdansers, die dan meer dan ongemakkelijk hun billen stijf bij elkaar zouden moeten houden tijdens de grand écart? Dus volgend jaar met zijn allen naar Salisbury, de nummer één op de Russische citytrip-lijst en zeker de kathedraal bezoeken.   Sim, 17 september 2018  Le Barcarès Frankrijk

Sim
55 0

mama

Gisteravond wou Juliette buurtpolitie kijken, ok, 1 aflevering en dan gedaan. Ik was ondertussen begonnen in de keuken, met de afwas. De tv gaat uit. "mama, ben je nog niet begonnen aan het eten!" ze heeft honger, dat hoor ik , lichtjes kwaad is ze … neen, ik ga nu beginnen, .. kom je me helpen? Hier een wortel, die kan je schillen en in stukjes snijden. Nee, ik wil niet. Ik leg hem op de tafel in de living, met een snijplank en een mes. Uiteindelijk schilt ze hem, … Ik ga de vistaart maken, uit het receptenboek van Jamie Oliver, ‘’zo jong nog!’’ merkt Juliette op, staat hij op de foto op de cover van zijn kookboek. Uiteindelijk helpt Juliette me … Ze pelt de gekookte eieren, ze heeft een lifehack gezien hoe je dat moet doen, een tas met koud water erin om ze te laten afkoelen.. Ik doe verder. Wortel en ui bakken, … waar is de slagroom? Juliette snijdt de vis in reepjes, ze heeft nog niet zoveel kracht in haar pols, gaat moeilijk, dus ik help. Ze plet de aardappelen en dan zetten we de schaal in de oven. Nog een half uurtje… tot 20u25 dus, ze zet de timer. We zitten in de zetel, tafel is gedekt. De timer loopt af. Etenstijd. Jonas moest nog 10 min z’n game afwerken op tv, Fort nite .. Aan tafel. "Mama, het is niet lekker, het is heeel lekker" zegt hij… de sloeber. Een lach op z’n gezicht. Juliette vindt het ook lekker. We genieten. Ondertussen al bijna tijd. Afruimen. De rust van de avond kan beginnen. Om 21u moet Juliette naar boven, zodat ze om 21u30 in haar bed zit, dat is het plan telkens… Ik ga om 21u30 met Jack naar buiten. Richting het restaurant. Veel licht, hoge ramen, ik zie de mensen zitten aan tafel, ontspannen, praten, een groepje komt net naar buiten en neemt met weinig woorden afscheid. Salu. Ik wandel door tot voorbij de caravan die in de tuin staat van een huis verderop. Er brandt licht. De tv is aan. Gordijnen dicht, maar ik kan een glimp van het tv-scherm zien. Een man zit daarbinnen. Ik zie hem soms. Met een vrouw, z’n moeder?, aan tafel, zitten ze, .. Enkel een hek is de afsluiting van de tuin, geen beschutting, je kan binnenkijken, in de tuin, en in het bijgebouw, naast de caravan, waar hij in de winter zit. Ik keer terug. De maan schijnt met een sliert wolken eromheen. Ze is op weg naar vol. Jonas gaat om 22u naar boven. Een zoen. Slaaplekker. De ideale wereld is vanavond, maar eerst nog voetbal. Ik lig in de zetel, val bijna in slaap… Strompel naar boven, oef, eindelijk, zachtjes doe ik de badkamerdeur open en steek het licht aan.  

Hemelszoet
0 0

HET JETLAGUURTJE

Met stomme verbazing hoorde ik Junker, die Eurojandoedel verkondigen dat men een enquête gehouden had bij de Europese burgers en dat men met de uitslag hiervan rekening zou houden. Ik voelde me echt opgelucht nu de Europese burger eindelijk gehoord zou worden. Waarover die peiling ging? Over dat jetlaguurtje tussen het zomer- en het winteruur. Waarschijnlijk hadden de Europarlementariërs hier zelf enorm veel last van en zaten ze bij elke verschuiving tussen die tijd, telkens een paar weken te slapen en te geeuwen. Op dat ritme versliepen ze de meest belangrijke zaken die op de agenda stonden. Nu ze de uitslag van het burgerresultaat weten, kunnen ze hier weer een paar jaartjes over palaveren, discussiëren, onderhandelen en ouwehoeren. Had Junker weer een paar glaasjes teveel op? Waarom nu ineens wel de opinie van de Europese burgers vragen? Zijn er geen belangrijker zaken waar die ivoren torenpolitici met hun riante salarissen en dito pensioenen zich mee moeten bezighouden? Waarom houden ze niet eens een peiling hoe de doorsnee burger denkt over die zwartemannekesexodus en hoe Europa die onmiddellijk zouden moeten stoppen? En hoe de Europese burger erover denkt dat die Europa parlementariërs hierover reeds meer dan tien jaar lullen, leuteren en discussiëren terwijl ondertussen half Afrika in de Middellandse zee verdrinkt. Waarom hebben wij geen duidelijke buitengrenzen? Wat hebben die lulhannesen tot hiertoe al bereikt?  Eén Europese munteenheid met een Verenigd Koninkrijkuitzonderingetje en open grenzen. Poorten die wagenwijd opengezet werden naar landen die nog helemaal niet op Europees niveau zaten. Onze volledige bouw- en transportsector naar de Filistijnen.  Mooi cadeautje voor het Oostblok. Jullie kunnen nu je huisje voor minder dan de helft investering door Poolse arbeiders laten renoveren,  je dak voor een derde van de prijs door Bulgaren laten isoleren, terwijl een Tsjechische vrouw je keuken zwabbert en dit zonder dienstencheques. De Europese autostrades  worden overbumperd door Oostblok- truckcowboys, die voor minder geld dubbel zo lang in de file willen staan. Vindt Europa het niet raar dat wij door een religieus verkleedvolkje overspoeld worden, dat hun Middeleeuwse gedachtegoed aan ons wil opdringen? Vroeg Europa onze mening over deze belangrijke zaken? Waarom nu ineens wel over zo’n jetlaguurtje? Krijgen die Europese hotemetoten ineens schrik dat de Europese burger stilaan doorheeft hoe ons belastinggeld verkwanseld wordt en hoe ze alleen maar aan zichzelf gedacht hebben, toen de prijzen uitgereikt werden? Misschien als ze straks alleen het zomer- of het winteruur doordrukken, ze eindelijk alert genoeg blijven om gewichtigere aangelegenheden aan te pakken. Willen ze niet, of durven ze niet? In Rome stortte het dak van een kerk in. Heeft men de pastoor, die er dagelijks staat te bidden en te mompelen, zijn doopceel al eens gelicht? Misschien zat hij ook met zijn tengels aan de misdienaartjes. Ik vind het best een heel goede oplossing, dat telkens er zo’n pastoor, priester, kardinaal of hoe dit langejurkenzootje ook mag heten, met zijn klauwen aan een kind komt, er ergens ten velde een kapel, kerk of klooster inzakt. Zuid Amerika zou dan ondertussen één grote kerkelijke ruïne zijn. Hoe kunnen zo’n pedo-geestelijken nog in een God of het hiernamaals geloven, hoe gelovig kunnen die nog zijn als ze met hun poten niet van de kinderen kunnen afblijven. Laat die homobrigade toch de hand aan elkaar slaan, laat ze met hun huishoudster trouwen, maar vooral gooi ze met hun kindergeknuffel toch met hun sjokkedijzen uit de katholieke kerk! De opperchef in het vaticaan veroordeelde het nog maar pas, maar alles bleef zoals het was. In Brussel zakte een deel van het dak van het justitiepaleis naar beneden. Teken aan de wand! Benieuwd wat daaronder allemaal aan de hand was?   Sim, 6 september Le Barcarès https://cornelissimone.blogspot.be  

Sim
0 0

geloof

  “Ik vraag me af of ik je nog wel alleen kan laten met de kinderen”, zei ze, en trok de deur achter zich dicht. De afdruk van haar gezicht bleef enkele tellen hangen.Gespeelde verbijstering. Onmiskenbare voldoening.Juf Marleen. Of ik je nog wel alleen kan laten met de kinderen. De woorden echoden in mijn hoofd. “De kinderen”, dat waren een dertigtal acht jarigen waarvan er ik die middag twaalf onder mijn hoede had.Ik, de tweeëntwintigjarige leerkracht in opleiding. Sedert een week was ik begonnen aan mijn eindstage in de dorpsschool waar ik zelf tot mijn tiende school had gelopen. Het was in de maand mei. De maand waarin het merendeel van de achtjarigen hun Communie doen. Althans, in een katholieke school als deze. En dit jaarlijks evenement dat qua belang zowat gelijkstond aan het schoolfeest, vroeg voorbereiding. Een tweewekelijkse wandeling naar de dorpskerk en dan het toneeltje repeteren, onder het toeziend oog van klasjuf Marleen, in dit geval ook de godsdienstjuf. Een berisping nooit veraf. Drie verwittigingen en straf schrijven. Maar wel allemaal mooi en blij lachen op de heuglijke dag en vooral op de gezamenlijke foto.Twaalf ongedoopten deden niet mee aan het feestje en bleven samen met mij op school. “Laat ze maar binnen blijven in de klas. Geen communie? Dan moeten ze maar werken als wij gaan repeteren.” En zo vertrok de twintigkoppige processie, hun leider voorop, onder een stralende lentezon, terwijl ik de bundeltjes met taken uitdeelde aan de ongelovigen. Na een halfuurtje waagde er één het te vragen: “Juf, mogen we muziek opzetten?”Ik ben een ramp in namen onthouden maar je hebt van die kinderen waarvan je de naam meteen kent, omdat hun juf die voortdurend, vaak kwaad of geërgerd, herhaalt. Dit was er zo eentje. Sammy. “Waarom ook niet”, dacht en zei ik spontaan. Gejubel in de klas. Sammy zette de CD speler aan. Er klonk een rapnummer.“Juf, mag ik tonen hoe ik dans?”Ik dacht aan al die keren dat de naam Sammy op kwade toon door het klaslokaal galmde en aan die stoet kinderen buiten in de zon en zei: “Dat is goed.” Een glunderende Sammy smeet zich letterlijk en gaf een breakdance demonstratie, aangemoedigd door de rest. Plots een hoofd in het deurgat. De poetsvrouw. Die lawaai had gehoord en kwam kijken wat er was.En toen kondigde de bel de speeltijd aan. Nadien waren de anderen weer terug in de klas. Juf Marleen nam me op het eind van die middag nog even apart. De poetsvrouw had “het” haar verteld. En dat ze zich afvroeg of ze me nog alleen kon laten met de kinderen.De kinderen.En ik die me vijftien jaar later afvraag of ze nog steeds dansen.  

Vanessa Daniëls
51 0

Mijn fantastische leven

Gedachten en andere explosies   25 April 2015 Er zijn overal explosies. Geuren-, kleuren-, mensenexplosies. Het werd me te veel, vandaar de cocon. Ik bouwde deze heel langzaam op, ik beschermde mezelf tegen de buitenwereld ... maar niet tegen mezelf. De emoties, gedachten en gevoelens vulden de cocon met een doordringend gevoel van afschuw voor mezelf. Een groot afgrijzen voor mijn leven kroop in mijn hoofd, plakte op mijn huid. Het was alsof iedereen op mijn hoofd kon lezen dat ik een emotioneel, onstabiel kind was dat om het minste moest huilen. Ik ben haar ontgroeid, dat kind. Ik ben anders en ik heb me erbij neergelegd. Ik ben anders en anders zijn is oké. 26 April 2015 De duistere kant van mijn persoonlijkheid. Ze is terug. Donkere Daphne. Groot, lelijk, zelfzuchtig en verschrikkelijk ambetant. Ze vertelt me dat ik alleen zal zijn, voor de rest van mijn leven. Ik laat het even bezinken. Het interesseert me niet. Mijn donkere kant schreeuwt om aandacht die ze nooit zal krijgen. Het is onnozel. Ze zou beter moeten weten. Ik heb haar verbannen naar de achterste hoek in mijn hoofd. Daar hoort ze thuis! Ze mag mijn leven niet verder verpesten. 27 April 2015 Het is zover. De cocon barst, zo ook mijn hoofd. Het zijn net messteken. Ze doordringen mijn schedel alsof die gemaakt is van was. Zo soepel, alsof het niet moeilijk is om alle gedachten te doorklieven. Zelfs ik geraak moeilijk door de vaste gevoelens. Hoe kan het dat zij het wel kan. Hoe moeizaam ik vooruit geraak. Het zit vast in mijn gevoel. De pijn. Eerst zacht en daarna steken steeds meer messen in me, niet alleen in mijn hoofd, ook in mijn hart en in mijn buik. Vertrouw je buikgevoel ... Dat is makkelijk praten want als ik dat nu zou doen dan zie je me niet meer terug. 28 April 2015 Ik heb ervan gedroomd, van mijn buikgevoel volgen. Ik nam een tas, smeet er enkele kleren in, deed mijn stapschoenen aan en vertrok in het vroege ochtendgloren. Op stap. Enkel ik en mijn gedachten. Wacht ... Er ontbreekt iets. Ah, daar is ze, mijn duistere kant. Ik heb haar niet gemist maar ik heb haar nodig. Net zoals ik hem nodig heb. Je kent hem niet. Dat zou ik ook niet willen. Hij kent mij ook niet, althans niet helemaal. Hij heeft nog nooit mijn duistere kant ontmoet. De duistere kant die graag mensen graag kwetst. Als hij er ooit achter zou komen, wil ik niet meer verder leven. Het is een kant van mij die niemand kent. Maar niemand heeft ooit gevraagd of hij haar mocht leren kennen. 29 April 2015 Ik ga ervoor. Ik volg mijn buikgevoel. Ik heb mijn spullen bijeengeraapt en ik ben vertrokken. Alleen ik, mijn gedachten en de duisternis. 30 April 2015 Mijn moeder begreep het. Ze zei wel dat ik haar moest verwittigen als ik nog eens zou weggaan. Ik heb die avond lang in de douche gestaan. Gewoon het water stromend over mijn lelijke en mismaakte naakte lichaam. De dunne spillebenen die bibberen, de scheve neus, de borstkas die rustig op en neer gaat. Ik lijk kalm maar ben het niet. Het hete water verbrandt mijn lichaam. Mijn al zo ruwe huid werd nog ruwer. Het was net als schuurpapier. Mijn huid ging van blauw naar roze en toen naar knalrood. Ik huilde. Mijn tranen vermengden zich met het water. Het ging allemaal niet meer. Ik stapte uit de douche, deed niet eens de moeite om me af te drogen of en pyjama aan te doen. Ik ging zitten op mijn bed en sloeg de lakens om me heen. Ik had me nog nooit zo vreselijk gevoeld. Ik viel niet in slaap, daarvoor was ik te veel aan het piekeren. Wat zou er gebeurd zijn als ik niet terug naar huis was gekeerd? Hoe zou ik me dan voelen? Zou ik dan nog steeds mezelf zijn? De storm deed het huis kraken. Het was angstaanjagend. Ik was bang, zelfs al was daar geen reden voor. Het huis zuchtte. Het voelde zich al even slecht als ik. Ik troostte het huis met mijn woorden. "Huis, maak je maar geen zorgen. Het komt wel goed. Alles komt altijd op zijn pootjes terecht", fluisterde ik. Ik geloofde mezelf niet eens hoe zou het dan kunnen als het huis me wel zou geloven? Het klinkt belachelijk, misschien zelfs gek maar de storm ging liggen en het huis viel in slaap, net zoals ik.   De pijn is prettig, het geeft me het gevoel van bestaan   1 Mei 2015 Ik ben niet perfect. Ik ben alles behalve perfect. Ik eindig alleen. Ik heb er vrede mee genomen. Alhoewel, hij staat nog steeds aan mijn zijde. Ik ken hem niet zo goed, maar hij heeft alles wat je van een vriend zou verwachten: · Hij is er altijd, echt altijd op momenten dat je hem nodig hebt. Zelfs al wil je liever je verdriet alleen verwerken · Hij is het perfecte beeld van de "beschermer" · Hij is een goed persoon zelfs al verdien ik hem niet. Ik snap niet waarom hij zelfs bevriend wil zijn met mij. Hij is een held en ik ben juist het tegenovergestelde ... ik ben de slechterik. Hij weet het gewoon nog niet. · Hij is charmant. Ik neem niet altijd de juiste beslissing, maar hij was een van de beste beslissingen die ik in mijn hele leven heb gemaakt. 2 Mei 2015 We gaan ervoor, ik bedoel: ik ga ervoor. Ik sta klaar. Ik ben paraat om dit denken toe te laten in mijn hoofd. Het is moeilijk maar ik ben in alle staten. Ik ben werkelijk bereid om ervoor te gaan. Niets stopt me. Het kan snel en pijnloos. Het intimideert me want het is dodelijk. Het is verslavend. Het idee van lief gehad te worden. Ik dacht er voor het eerst aan. De schrik sloeg me om m'n oren. Ik kreeg er buikpijn van. Ik moest ervan kotsen. Niemand mocht weten dat ik het had gedurfd. Niet dat ik me er voor schaamde. Oké, ik schaamde me een klein beetje. Ik durfde niet aan te raken wat zo dichtbij was. Het leek zo kwetsbaar. Het komt omdat ik zo gemeen ben. Ik wou dat ik toen die ene seconde toch had besloten om niet aan liefde te denken. 3 Mei 2015 Het is allemaal al vooraf bepaald. Het huis waar ik mijn jeugdige jaren zou doorbrengen, mijn studiekeuze en zelfs mijn vrienden en ik geloof ook niet in toeval en ook niet in het lot. Ik geloof in de beslissingen die we allemaal maken. Ik geloof in de menselijke wil. Mijn vrienden en vijanden hadden al bepaald dat ze zo zouden worden vernoemd vanaf het eerste moment dat ze me zagen. Hun beslissing vormde mijn leven tot wat het nu is, al zou ik het niet echt een leven noemen. Maar omgekeerd ook ... Ik heb hun leven gevormd door mijn beslissingen, en zoals ik al zei, zijn die niet altijd de juiste. Ze verpesten mensen hun levens. Vooral het zijne. Het zou allemaal anders zijn gegaan als ik niet had beslist dat hij mijn beste vriend zou worden. Ik zou niet zijn leven maar het mijne verpesten. Het klinkt egoïstisch maar ik ben blij dat ik een deel van zijn leven heb afgepakt en met het mijne heb verstrengeld. 4 Mei 2015 Soms klink ik depressief maar ik ben allesbehalve depressief. Ik ben gelukkig maar het "zijn" zit me tegen. Het irriteert me dat ik het ene meisje ben dat alleen naar feestjes moet omdat ze geen vrienden heeft. Ik ga niet naar feestjes omdat ik niet zo bestempeld wil worden. Ik wil niet gelabeld worden, zoals mijn "vrienden" op school als marginaal en niet cool worden bestempeld. Ik wil niet dat andere mensen hen zo noemen want ik vind hen cool. Ik vond hen cool. 5 Mei 2015 Het heeft geen nut. Omdat ik dat ene meisje ben, zal ik dat beoogde doel met mijn boek niet kunnen bereiken. Hier enkele tips voor beginnende schrijvers: · Wil je een boek schrijven? Begin daar niet aan. Het interesseert niemand. · Ga je dan toch een boek schrijven? Zorg dan dat je emotioneel stabiel bent en je niemand lastig valt met een boek over je saaie leven. · Ben je emotioneel niet stabiel? Schrijf geen boek. Kijk wat er van komt. Je problemen dringen enkel verder in je bestaan. · Toch een boek aan het schrijven? Lieg tegen de lezers over je leven en schrijf over het gelukkige leven waarin je graag geboren was. · Nog een tip: het suckt om een boek te schrijven . Waarom ik verder schrijf? Er zijn enkele lichtpuntjes op komst. 6 Mei 2015 Toen ik gisteren schreef over lichtpuntjes in mijn leven bedoelde ik dat letterlijk. Mijn grote broer Simon had een briefje achtergelaten en 6 kaarsjes die werkten op batterijen voor mijn verjaardag. Hij zei dat ik ze moest aansteken als ik even alleen in het leven stond. Ik stond er niet alleen voor maar toch stak ik ze aan. Een maand geleden was de moeder van hem gestorven, ik bedoel van mijn beste vriend. Ik was er niet voor hem. Ik was te erg met mijn eigen problemen bezig. Ik wou hem helpen maar ik was machteloos. Hij huilde nooit in mijn bijzijn. Ik voelde hoe hij daarvoor moeite moest doen en ik wou niet dat hij die moeite deed. Als hij zou gehuild hebben had ik me beter gevoeld. Ik had hem kunnen troosten. Mijn ouders hebben me nooit geleerd hoe ik iemand met emotionele pijn moest troosten. Of hoe ik iemand moest troosten die zich niet comfortabel genoeg voelde om te huilen in mijn bijzijn of zich daarvoor schaamde. Als iemand zich schaamde, was ik het wel want elke keer dat ik iets wou zeggen leek het alsof ik mijn tanden met lijm had gepoetst. Ik voelde me zo dom. Ik kon ons niet allebei helpen en weer was ik egoïstisch en hielp ik eerst mezelf en liet ik zijn vrienden hem helpen. Er gaat geen dag voorbij dat ik daar geen spijt van heb. 7 Mei 2015 De vraag van vandaag: ben je gelukkig? Gelukkig niet! Het is al een oud spreekwoord maar het is geen wijs spreekwoord. Je koopt geen geluk. Dat is niet waar want ik heb mijn geluk wel gekocht. Niet op E-bay of bol.com. Ik heb het gekocht met emoties en verhalen toen ik bevriend werd met hem en de andere. Zijn verhaal is alreeds verteld maar niet dat van mijn vroegere beste vriendin: Sherin. Ze was een vluchteling. Nu is ze bijna een rasechte Belg. Ze hoort hier thuis. Niets is zekerder dan dat maar ik zou het liever hebben gehad als ze in een andere klas zou zitten. Een jaar lang waren we beste vriendinnen. We deden alles samen, we vierden onze verjaardagen samen, gingen samen naar de film en bij elk groepswerk waren we partners. Nu irriteert ze me mateloos. Als ze niet in mijn klas zou zitten zou ik het niet erg vinden. We zouden nog verbonden zijn met elkaar, alsdan niet via groepswerken. Ik haat het wanneer ze lacht naar mij alsof ze niet weet wat ze fout heeft gedaan. Wat heeft ze dan fout gedaan? Ze kent de grens tussen grappig en beledigend niet. En dan noemt zij mij gemeen. Halleluja mijn reet. Sorry voor het gebruik van niet-gepaste woorden, maar wat die meid in me losmaakt is wel gemeen. Ik neem het haar niet kwalijk. Ik ging haar ook laten vallen net zoals zij mij. Alleen had ik een lange termijnplan opgesteld.We zijn elkaar plotseling ontgroeid en daar heb ik genoegen mee. 8 Mei 2015 Ik dacht dat het nooit meer zou gebeuren, maar het is zover. Ik heb de gedachtenpoort weer heel even opengezet. Ik weet nu al dat ik daar later spijt van zal hebben. Er zijn verschillende mogelijkheden: 1. Ik verban de gedachte zoals ik ooit met mijn donkere kant heb gedaan maar na een tijdje had ik haar nodig zo ook deze gedachte. 2. Ik laat de gedachte toe. Ik denk erover na maar beslis toch om mogelijkheid 1 toe te passen. 3. Ik denk erover na en raak eraan verslaafd. 4. Ik laat het bezinken en zie wel wat er van komt. 9 Mei 2015 Het is één en al chaos in mijn hoofd. Toen ik besloot om dit dagboek te schrijven had ik niet verwacht dat ik er zo verslaafd aan zou raken. Mijn beste vriend was tot nu toe onbekend voor jullie. Ik zal jullie vertellen wie hij is: Zijn naam is Sean, hij is, was, mijn beste vriend. Hij is boos op mij en ik dacht dat ik alles kon delen met hem. Ik schreef dit stomme dagboek om al mijn gedachten te ordenen maar ze zijn juist nog chaotischer geworden. Wat heb je aan een dagboek als niemand het mag lezen? Uri las het. Daarom is hij boos. Hij ontdekte de waarheid achter mijn verfoeilijke bestaan. 10 Mei 2015 Ik ben nietig tegenover al zijn boosheid. Nooit gedacht dat ik zo in de afgrond zou vallen. De donkere periode in mijn leven is nog niet beschreven: De donkere tijden, liever te vermijden. Ze verpestte mijn leven, misschien klinkt dit overdreven. Maar het zei zo. Welkom aan de duistere kant. Ik ben de slechterik in alle verhalen. Ik ben degene die de moorden pleegt en mensen ontvoerd en opsluit. Geniet ervan, zolang de tijd ons rest. 11 Mei 2015 Het leven heeft twee kanten. Het is net als wiskunde. · Positieve zin: Tegen de wijzers in. · Negatieve zin: met de wijzers mee. Het heeft een stomme symbolische betekenis. Vroeger was alles beter naarmate je de klok terugdraait wordt het leven positiever. De toekomst staat er negatiever voor want dat is met de wijzers mee. Hoe verder het leven vordert is negatieve zin... dat is allemaal mijn fout. Ik heb er niets mee bereikt. 12 Mei 2015 Kom naar me toe gestegen. Volg de pijltjes door het doolhof. Waarom kunnen dichters woorden zo mooi maken? Ik vraag me af hoe het komt dat mijn leven zo veranderd is sinds hem. Hij is mijn probleem. Ik kom liever van hem af. Het doet pijn maar het voelt juist aan. De pijn, doordringend en vastberaden om me onderuit te halen, herinnert me aan een overwinning. 13 Mei 2015 Ik doe mijn best om me te beheersen. Het lukt niet. Ik schreeuw het uit. Honden blaffen in de verte. Het is mijn schuld. Ik schreeuw nog harder. Het is een wedstrijd. Ik tegen de honden, om het luidst. De lichten in het appartementsgebouw naast mijn huis springen aan. Ik zie een vrouw in badjas op het balkon lopen. Ik bestudeer haar aandachtig. Ze kijkt recht in mijn ogen. Ik hoor haar praten, besef dat het tegen mij is en luister aandachtig. Eerst bewegen enkel haar lippen maar als de honden gestopt zijn met blaffen hoor ik haar duidelijk. Ze zegt: "ik begrijp het. Soms komt het gewoon, is het niet? Toen ik jong was..." Ze ziet er nog steeds jong uit, denk ik. Ze zwijgt. De stilte is fijner dan ik dacht. Het is rustgevend. De chaos aan gedachten vervagen. Ik ga zitten op de grond en nog geen tien minuten later val ik in slaap. 14 Mei 2015 Ik ben verbonden met hem. Zijn gedachten breiden zich uit in mijn hoofd. Het gaat over beknopte thema's. Het klinkt me vertrouwelijk in de oren. Onze communicatiemiddelen zijn onder andere: · Telepathie · Gedachten lezen · Praten · Sms'en Het is makkelijk om te communiceren met hem. Hij begrijpt me zelfs zonder woorden. 15 Mei 2015 De meesten kinderen in mijn klas zijn hoogbegaafd... Als je meerekent dat hun mentale leeftijd 7 is. Het zei zo. Ze denken enkel aan games. Ik dacht onlangs aan piercings en tattoos. Het zou fijn zijn, zo'n tattoo. Een teken dat me doet herinneren aan een overwinning. Ik wou heel graag een tattoo op mijn pols. Eerst dacht ik aan een lotus... maar dat is te zachtaardig voor de zware periode die ik wil symboliseren. Omdat ik een grote fan ben van Harry Potter wou ik het teken van de relieken van de dood. Het doel heiligt de middelen. Het is eveneens het teken van illuminatie en daarom heb ik besloten dat het geen goed idee is. 16 Mei 2015 Ze zijn van plan om Joachim in een psychiatrische instelling te stoppen. Joachim is bang, van alles. Hij is verslaafd aan macht. De hond die blaft en bijt. Hij is een uitzondering op de regel: Blaffende honden bijten niet. Als hij boos is op iemand neemt hij een mes uit de schuif... wacht ik vergis me. Dat is wat ik doe. Ik kies het scherpste en grootste mes dat er is. Verklaar me maar voor gek. Zet me maar op de brandstapel. Heksen branden niet. Hij is naar de therapeut geweest. Het is een vrouw met een heel zware stem. Dit is weer een actie van mijn moeder. Ze manipuleert hem emotioneel. Hij heeft het niet eens door. Ze zei eens tegen een groep mensen dat hij faalangst heeft. Sindsdien heeft hij dus faalangst. Ze geeft hem ziektes waar nog geen sporen van zichtbaar zijn. Het zit allemaal in hun hoofd. Het is wonderbaarlijk hoe ons eigen brein ons zo kan misleiden. 17 Mei 2015 Hij is ziek en niet alleen in zijn hoofd. 18 Mei 2015 We zijn godverdomme nog maar 15. Who the fuck gives a shit. Sean doet dat. Alles wat ik zeg neemt hij persoonlijk en serieus op. Nooit eens lachen. Hij maakt zich zorgen over de toekomst. Het is stom! We zijn nog niet eens echt aan het leven!. Ik ben er nog niet aan begonnen. Het leven is een mirakel. En ik heb nog geen mirakel meegemaakt. Het fenomeen "leven" speelt zich af tussen de volwassenen. Vooral tussen de volwassenen die niet gebonden zijn aan een plaats, job, kind. Volwassenen die vrij zijn. Ik doe het liever nog wat kalmpjes aan. 19 Mei 2015 Ze is mijn schaduw. Ze volgt me overal. Ik apprecieer haar aanwezigheid en ben oprecht blij dat ze er is. Jammer dat ze er altijd is. Mijn hoofd vult zich met woorden. Ze kent die woorden ook. Ze denkt hoe ik denk, weet alles wat ik weet, ze is mij. Ze is slechts een schaduw, een duistere schim, een hersenspinsel dat zich in mijn brein heeft gevormd. Ze is de dood. Ze heeft besloten dat zij degene is die mij later naar de onderwereld zal slepen. Langzaam en met veel pijn. Zoals ik het wil. Ze zal m'n fouten wegtrekken vanonder mijn logge lijf. Ik geloof niet in leven na de dood.  20 Mei 2015 Gewoon mezelf. Dat is wat ik wil zijn. Met mijn pen op het papier. Daarna het tikken van mijn vingers op het bacterierijke toetsenbord. Ik kijk naar mijn nagels. Ze zijn iets te lang om aan de norm verzorgd te voldoen. Ik geniet van de stilte maar des te meer geniet ik van het kleine donkere kamertje waarin ik mezelf opsluit om in mijn dagboek te schrijven. Het is donker in mijn kamer en donker in mijn hoofd op het witte kille licht afkomstig van de oude computer na. Ik besloot dat er een nieuwe periode van start zou gaan. Niet ik zou hier gekwetst worden. Ik zou sterk zijn.   Een nieuwe ontmoeting   21 Mei 2015 Hey duistere kant, ben je daar? Dagenlang was ik op zoek naar mezelf. Ik dacht ook enkel aan mijn doel. Het doel heiligt de middelen. Mijn donkere kamer werd nog donkerder. Het was een teken. Het was haar teken. Ik had er nog nooit over nagedacht maar omdat ze een schaduw is heeft ze waarschijnlijk nog een erger leven als ik. Ik dacht dat ze onoverwinnelijk was maar ik kende haar zwakke punt. Ik ben haar zwakke punt. Hoe meer ik leed onder de druk des te afschuwelijker zij zich voelde. Ik wou graag een pact sluiten met haar. Dat zou beter voor ons zijn... Duistere kant? Ik wil graag een deal sluiten. 22 Mei 2015 Het werkte. Ik werd sterker. Zij ook. We waren lotgenoten. Voorbestemd om elkaar te haten maar elkaar eveneens te helpen. Ze trekt me erdoorheen. Zolang ik leef kan zij niet weg. Zolang zij bestaat ben ik gedwongen om verder te gaan. Dit is niet enkel mijn dagboek. Ze is er altijd al geweest. Bij elke stap die ik durfde te zetten nam zij mee beslissingen. Ze zal m'n geest overnemen zo ook dit boek. Ze noemt zichzelf Daphne. Ze stal mijn naam. Maakte er iets vreselijk van. Mensen spuwden op die naam. Ikzelf nam er vrede mee. 23 Mei 2015 Ik snap niet waar Daphne zich mee bezighoudt. Waarom schrijft ze zo vaak in dit verdomde boek. Niemand mag mijn bestaan te weten komen. Boeken kunnen gevonden worden. Dit is gevaarlijk! Ze had het moeten weten, voordat ze dit schreef. Ik ben, ik bedoel ik was, opgesloten in mijn eigen wereld. Toen ze mij dat ene aanlokkelijke voorstel deed zette ik mijn voeten in haar wereld. Ik ben nu geen schaduw meer. Ik ben wedergekeerd als haar wederhelft. 24 Mei 2015 Ik heb mijn belofte verbroken. Ik zei dat ik sterk kon zijn. Hoe kan zo'n achterlijk kind zo'n wreedheid wekken? Het is geen wreedheid. Het is een zwak, machteloos gevoel tegenover mezelf. Ik kan het niet beheersen. Het laat me beven. Koude rillingen sidderen in mijn lichaam. Ik stop met ademhalen. De schaar is mijn redding. Waarom zou ik mezelf pijnigen. Omdat het scharminkel zich dan beter zou voelen? Neen, ik zou me beter voelen. Het schuldgevoel dat ik had zou verdwijnen. Ik was schuldig door het feit dat er een monster in mij huisde. Het monster dat hem met de grond gelijk zou maken, even zou glimlachen als de kist in het graf zou zakken dat ik voor hem had gegraven. Het monster dat zich opgelucht zou voelen, vrijheid zou evenaren en zekerheid zou gewaarworden. Zoals ik al zei: de schaar is mijn enige redding. De andere optie is de dood. 25 Mei 2015 Vandaag niets. Een donker gat in mijn geheugen.   Sterren   Daar lag ze dan.  Niemand behalve ik weet wat er echt gebeurt is. Ze lag daar, in het bad. Ze had haar polsen overgesneden. Ik was er te laat bij om haar te redden. Iemand zei ooit dat onze cellen opgebouwd zijn uit sterren. Dat we niet weg gaan maar juist terug vanwaar we komen. Geniet van de sterren Daphne. Je verdient het, dat meen ik met heel mijn hart!

Daphne
0 1

Nicolas

Het was de eerste keer dat ze zich zo extatisch voelde. Ze raakte in een trance door de omgeving. Zweterige lijven, dansend om elkaar, lippen die elkaar bijna raakte, uitbundig gelach, alcohol vloeiend door de aderen. Ze keek hier al het hele laatste jaar naar uit. Haar vriendinnen lieten zich helemaal gaan en dansten mee opde luide dreunen van de boxen. Hun haren plakten in natte slierten tegen hun gezicht en ze konden hun eigen voeten niet bijhouden. Een jongen in een wit shirt en een wilde haardos had duidelijk geoefend thuis. Zijn vrijheid verspreide zich als een explosie van expressie terwijl hij danste. Ze voelde een verschrikkelijkeaandrang om met hem mee te dansen. Ze lonkte naar hem. Zijn blik verleide haar om dichterbij te komen, nodigde haar uit om hem aan te raken. Het was schemerig en rook naar alcohol en sigaretten, maar dat vergat ze allemaal door naar hem te kijken. Hij draaide in het rond en ging helemaal op in zijn bewegingen. Ze raakte lichtjes zijn arm aan en hij keek op naar haar. “Goeie dansmoves” riep ze boven de muziek uit, de woorden hadden haar lippen nog niet verlaten of ze voelde de schaamte voor deze openingszin al opwellen. Hij leek het niet erg te vinden en danste nu met zijn gezicht naar haar toe. Ze wees op haar borst, waar haar naam in gouden letters op haar Tshirt stond gedrukt. “Ik ben Mira” probeerde ze boven de muziek uit teschreeuwen. Hij lachte en kippenvel vormde zich over haar lijf, “ik ben Nicolas” en hij bewoog zich dichter naar haar toe. Nog geen minuut later nam hij haar handen vast, trok haar dichter naar zich toe en danste met haar. Ze voelde de adrenaline en de alcohol samenwerken in haar bloed en ging nog dichter bij hem staan.Hij draaide haar rond, hun voeten het ritme zoekend. De dreunen van de bas verstomden en de snelle ritmes maakten plaats voor uitnodigende tragere varianten, hij legde haar hand plat tegen zijn borstkas, plaatste zijn andere hand op haar heup en leidde haar in deze dans. Ze wou zo graag nog dichter bij hem zijn en ze wistdat hetzelfde voor hem opging. Hij wikkelde haar arm rond zijn nek en trok haar tegen zich aan. Hun zweet vermengde zich met elkaar, hun armen en lichamen versmolten, ze werden één mens. Hij draaide met zijn heupen, ze liet hem begaan. De trance werd heviger. Ze verlangde niets liever dan bij hem te zijn. De extase waarin ze zich bevond, werd ruw onderbroken door een por in haar rib. Verstoord keek ze achterom, waar haar vriendin haar stond aan te kijken met opgetrokken wenkbrauwen, vragend. “Ik dans, is dat verboden?” antwoordde Mira glimlachend. Haar vriendin knipoogde, draaide zich om en zwiepte haarhaar over haar schouder. Mira benijde haar elegantie, alleen maar door met haar heupen te zwaaien plakten de mannen aan haar lijf. Het verlangen naar het dansen werd heviger, dus draaide ze zich om en liep naar Nicolas toe. De ringtone was bijna onverstaanbaar, hij werd gebeld, maar nam niet op. Ze wist dat hij nu ging vertrekken, haar achterlatend met het verlangen naar geliefd te worden, aangeraakt te worden. “Ik kan je nu niet kussen” zei hij, wijzend op het koortsblaasje in zijn mondhoek. Ze wist niet wat ze moest doen en antwoorde: “Ik was ook niet van plan dat te doen, niet dat je lelijk bent ofzo, maar ik doe niet aan kussen op feestjes” en meteen had ze spijt dat ze dat had gezegd. Ze wou hem niet afschrikken en ze wou het juist wel. Hij werd weer gebeld. “Ik moet gaan” deelde hij mee. Ze keek recht in zijn bruine kijkers, ging op haar tenen staan en raakte met haar lippen zachtjes zijn wang. Haar gedachten schoten alle kanten op toen ze met haar lippen langs zijn wang streek. Haar handen lagen op zijn borst, haar hart stuiterde op en neer, simultaan met het zijne. Het leek alsof zijn hart uit zijn borstkas ging spatten. Hij keek haar een laatste keer aan en vertrok. Haar handen waren leeg, haar hoofd bomvol met zijn gezicht, zijn geur, zijn handen om haar, haar vingers in zijn krullen, zijn strak wit shirt. Haar handen bibberden, zweten als een rund, haar mond voelde droog aan en haar tong dik. Huiverend ademde ze uit. Ze had stress, maar dat hield haar wakker. Die ochtend was ze eigenlijk te ziek om haar bed uit te komen,maar voor hem moest ze het doen. Een sms om te bevestigen dat ze elkaar straks zouden treffen, in de Steeg, een café. De enige dag dat het internaat hem een uurtje door de stad liet zwerven, zou hij bij haar doorbrengen. Ze wachtte hem op, begroette hem met een eenvoudige kus op de wang en liet zich naar binnen leiden. Hij zat neer en keek haar aan. Ze lachte. Deze stilte was er een zoals geen ander, ongemakkelijk, maar vol spanning en verlangens. Hun gesprek vorderde, hij haperde en keek haar aan. Zij stamelde wat en keek hem aan. Een onbedoelde streling van haar been langs het zijne, zijn hand dat per ongeluk langs haar vingers streek. Hij haalde drankjes, die ze in korte tijd leegden. Er was haast bij. Hijstreek een lok haar achter haar oor, ze bloosde, hij keek omlaag, ongemakkelijk. Hij struikelde over haar tas, bloosde, ze kreeg haar jas niet aan, ongemakkelijk. Hij vertelde haar dat ze iets met hem deed, dat het nog nooit was gebeurd dat hij niet wist wat te zeggen, dat hij normaal een vlotte babbelaar was. Ze durfde hethem niet vertellen, maar hij deed ook iets met haar. Die jongen met zijn mooie lach vol goede bedoelingen, zorgden ervoor dat ze de beste versie van zichzelf wou zijn, zonder al die onvolmaaktheden die haar teisterden. Het afscheid was te snel, de kus die op zich liet wachten, kwam maar niet. Onhandig, stuntelend en tergend pijnlijk was het afscheid. De deur die achter hem dichtsloeg, was net de deur van haar hart. Ze was levendiger dan ooit, maar wist niet dat ze ooit zo hard kon vallen. Niemand had ooit zoals hem naar haar gekeken. Ze was beschadigd en hij was haar geneesmiddel. Ze had hoge dosissen van hem nodig om dit te overleven, maar wou zich niet aan hem opdringen. Het gewone leven ging door, maar veel te traag.Wijzer op één, ze checkte haar gsm, niets. Wijzer op 2, gezoem uit haar zak, verheugd kijkend, niets. Wijzer op 7. Nog. Steeds. Niets.  Liggend in haar bed, woelend, stelde ze zichzelf voor in zijn armen, een veilig gevoel verspreide zich van haar borst over haar hele lichaam. Hij had haar zelf verteld dat hij nog nooit zo onhandig was geweest met een meisje, dat ze een indruk op hem achtergelaten, er was een klik. Die zou hij toch niet snel met een ander meisje krijgen? Normaal geloofde ze niet in liefde op het eerste gezicht, maar dit kon er niet ver naast zitten.   Ze hadden niet veel met elkaar gemeen, maar dat is wat haar zo nieuwsgierig maakte naar hem De luide muziek zorgde ervoor dat hij haar niet kon verstaan. Ze lachte en wees op haar borst. Daar stond in gouden letters ‘gewoon Mira’ geschreven, wat hij tegelijk grappig en innovatief vond. Ze danste, wiegde met haar heupen en lachte naar hem. Wat moest hij doen? Haar een drankje aanbieden? Zo te zien was ze wel al een beetje aangeschoten en hij wou niet de verkeerde indruk wekken. Ze kwam steeds dichterbij en daardoor zag hij de details van haar gezicht. Ze straalde een soort zelfzekerheid, maar ook een even grote kwetsbaarheid uit. Hij trok haar dicht tegen zich aan en daar leek ze geen bezwaar tegen te hebben. Eerst hadhij gedacht dat ze sarcastisch was toen ze voor het eerst tegen hem sprak, maar zelf met het weinige licht dat er was, zag hij haar blozen. Ze was nog nooit zo aangeraakt merkte hij door haar onhandigheid, maar het kon ook door de alcohol komen. Zijn vrienden lachte goedkeurend en staken hun duim op. Wanneer haar vriendin even haar aandacht afleidde keek hij naar zijn gsm. Tien voor twee. Zijn lift naar huis stond buiten op hem te wachten. Hij wou haar zo graag kussen, maar eveneens wou hij haar gezondheid niet in gevaar brengen. Dat koortsblaasje bracht hem in een moeilijk parket. Vastberaden dat hij haar nog is terug ging zien, nam hij afscheid. Haar lippen beroerden zijn wang en hij drukte zijn neus in haar haren. Het gezoem uit zijn zak verplichte hem om haar los te laten, weg te gaan. Zijn mond was kurkdroog en hij kon geen woord uitbrengen. Wat deed ze toch met hem?Na het eerste sms’je was het allemaal heel snel gegaan. Vier dagen na hun eerste ontmoeting zat ze te wachten op hem aan de Steeg, van ver zag hij haar al zitten, elegant. Met een zachte dwang in zijn hand leidde hij haar naar binnen. Hun gesprek kwam op gang en de tijd vloog. Hij was helemaal vergeten dat ze misschien iets wou drinken. Veel tijd hadden ze niet meer, maar het leek alsof ze het naar haar zin had. Ze lachte naar hem, hij naar haar. Soms viel het gesprek stil en kon hij het niet laten naar haar te kijken. Hij bestudeerde haar zorgvuldig. Als uit het niets kreeg hij de impuls haar haarlok achter haar oor te schuiven, wat haar deed blozen.  Ongemakkelijke stiltes waren er om te koesteren dacht hij. Ze waren twee tegenpolen, maar juist dat maakte hem zo nieuwsgierig. Hij moest terug naar het internaat, te vroeg, te snel. Hij wou haar nog zo veel horen vertellen. Hoe kan dat nu dat een één meter negentig lange kerel zich zo klein kan voelen, vroeg hij zich af. Hij bracht moeizaam zijn woorden uit, zij eveneens. Hij bekende haar dat hij normaal een vlotte babbelaar was. Het afscheid was pijnlijk. Hij was zenuwachtig en zag dat zij dat ook was. Weer kuste ze hem op de wang. Hij had een hogere dosis van haar nodig. Zij was zijn medicijn. Hij lag in zijn bed, draaide zich, schudde zijn kussen, de slaap kwam niet. Hij beeldde zich in dat ze naast hem lag, hij haar omarmde, haar ademhaling voelde tegen zijn borstkas, haar geurende haren gedrapeerd omhaar hoofd als een waaier. Het gevoel van veiligheid, van geborgenheid, van verdwijnende eenzaamheid overspoelde zijn lichaam. Hij dacht niet dat hij een indruk op haar had achtergelaten, maar het onhandige gestuntel van die date, was geen eenrichtingsverkeer. “Ik ben superzenuwachtig” was het eerste dat ze tegenhem had gezegd. Dat vond hij zowel lief als gedurfd, gevoelens uitten is moeilijker dan het lijkt. Hij viel voor haar lach waar geen einde aan leek te komen. Ze glimlachte, giechelde en dat was het enige dat hij wou, dat ze hem toelachte, instemde en haar herkenning deelde. Hij geloofde niet in liefde op het eerstegezicht, maar dit kwam toch dicht in de buurt.

Daphne
15 1

Naaktmodel

Toen ik student was, verkeerde ik eeuwig in geldnood. Ik was altijd op zoek  naar een manier  om snel geld te verdienen.   Op een dag viel mijn oog op een bijzondere advertentie op het prikbord van de universiteit.   Tussen de ijskasten, de stoelen,  de tafels, de boeken, de computers die als aangespoelde spullen  wachtten om meegenomen te worden door strandjuttende studenten, op een vervuild strand van zachtboard, leek de advertentie op een kwal die kon bijten en gevaarlijk was.   Men zocht naar naaktmodellen leeftijd, kleur, lichaamsvorm  deden er niet toe. Als enige vereiste gold: naakt.   Ik slikte. Ik was niet het type dat het naaktstrand bezoekt om zich lekker in zijn vel te voelen. Ik was meer het type dat los komt in een verscholen hoekje van een donker café, helemaal achterin, uit het zicht van iedereen. Om me uit mijn kleren  te krijgen moest je me stomdronken voeren.   Ik stelde me Eva voor die naakt is. Zonder Adam, vijgenblad en slang. Het was winter.  Ik had nog nooit afbeeldingen gezien van het paradijs in de sneeuw. In het paradijs zoals ik die kende, scheen altijd de zon en was  alles groen.   Het was winter.  Buiten, op de takken van de bomen  lag een dun laagje sneeuw.  Alsof een kleuter met witte stift bezig was geweest.  Hij was niet binnen de lijntjes gebleven.   Eva in de winter. Ik stelde me koude tenen voor. Hete lucht blazen in de schelp van  mijn handen als enige verwarming.  Een handdoek om mijn schouders, in de pauze.  Een kop koffie met melk, suiker en geile blikken. Wilde ik wel zo’n Eva zijn?     Toen ik zag hoeveel Eva’s  vandaag de dag verdienen, 50 gulden voor drie uur poseren, belde ik snel het tien cijferig nummer van het paradijs op aarde.   Ik was te slotte geen moderne Odysseus die zich aan een bibliotheek stoel  laat vastbinden of zijn oren dicht  laat stoppen met kneedbare oordopjes. Voor het royale bedrag van 50 gulden, in bier heel veel glazen en meters schuim, kon ik de lokroep van een groepje amateurkunstenaars niet weerstaan.   (wordt vervolgd)                                        

Margaretha Juta
76 0

MIJN HERSENS KRAKEN VAN ONGELOOF EN VERWARRING!

Kan het, dat je hersens kraken van ongeloof? Dat je ze voelt knarsen en piepen van verwarring? Waardoor,  zullen jullie vragen. Door heel veel, door bijna alles wat er vandaag de dag gebeurt. Zie ik het verkeerd? Of word ik zo’n chagrijnige oude zeur die niet meer mee is? Heel der steden en natuurparken kreunen onder het massatoerisme. De vakantiegangers die vroeger met open armen ontvangen werden, die geld in het laatje brachten, worden nu overal geweerd. Een nieuw soort klootjesvolktoerist is opgestaan en loopt zonder enig respect over de wandeldijken en de ramblas. Normen en waarden worden lallend en comazuipend weggewuifd. Dronken en neukende ettertjes vernietigen de horeca op Mallorca. Reusachtig grote cruiseschepen spuwen hun duizenden opvarenden, als een plaag spreeuwen, door de kanaaltjes van Venetië. Toeristen gaan met elkaar op de vuist omdat ze geen selfie kunnen maken voor de Trevifontein in Rome. Wandelpaden worden afgesloten omdat we massaal op hetzelfde ogenblik een selfie op een uitstekende rots op een Noorse fjord willen maken. Meer dan 20 kinderen verdronken in Duitsland omdat hun ouders meer oog hadden voor  hun smartphone dan voor hun  kopje onder gaande kroost. Idioten maken video’s terwijl ze uit hun rijdende auto’s springen en zingend naast hun wagen lopen, die als een ongecontroleerd projectiel recht op een tegenligger of een boom afdendert. Een hype circuleert op het internet, dat je er bij hoort, als je een emmer kokend water over je kop uitgiet. En het ergste van al is, dat er halfgaren zijn, met een herseninhoud van een mierentepel die dit blindelings volgen. Waarom beginnen sommige onverdraagzame haantjes terug homo’s in elkaar te slaan? Wie volgt die vloggers, die dagelijks vertellen, waar en wat ze gegeten en gedronken hebben, welke rommel ze aan hun gezicht smeren? Wie interesseert dit? Waarvoor, voor wie? Wie houdt er zich allemaal bezig met zulke waanzin.  Iedereen lijkt wel krankzinnig geworden. Zit er misschien teveel cocaïne in ons drinkwater? Hangt er iets meer in de lucht dan de CO2 die de lage emissiezone er probeert uit te filteren? Glijden we terug af naar onderontwikkeling?Wat is er aan de hand met iedereen op deze overbevolkte planeet? Meer dan 1000 kinderen misbruikt door honderden priesters in de VS? Pennsylvania, sprake van “systematische doofpot”. Denken wij nu echt dat dit pedofiele misbruik stopt aan de buitengrens van Pennsylvania?  Als jullie de baby over het doopvont houden, bekijken jullie dan mijnheer pastoor al niet een beetje argwanend. Misschien heeft die, op het moment dat hij het water over het kind uitgiet, al hitsige gedachten. Brengen jullie de toekomstige eerste communie kandidaatjes nog met een gerust hart naar de catechesepastoor?  Ze zijn dan juist van leeftijd! Misschien heeft mijnheer pastoor zich al wat opgewarmd met naar een blote Venus van Botticelli of naar wat sappige engeltjes te loeren. Of geraakt die geestelijke dagelijks al wat opgewonden als hij die blote Jezus, met alleen zijn schaamlapje aan, op zo’n beetje sado masochistische manier aan het kruis ziet hangen.  En al die grijze en kale kerkgangers, die op zondagochtend nog naar de katholieke misviering gaan, luisteren jullie nog naar die pastoor, die jokkebrokkend vertelt dat hij een directe lijn met God heeft? Aanhoren jullie nog allemaal dat pastoorsgeleuter en dat kazuivel- modefats- gezwets, die met een vermanend vingertje naar de gelovigen, over de zondaars vertellen die hun goddelijke overtredingen bij hen zouden moeten komen opbiechten? Gaat er dan misschien niet ergens tijdens zo’n misviering een flits door jullie geïndoctrineerde hoofden, dat die predikant misschien met zijn katholieke fikken aan jullie klein- of achterkleinkinderen gezeten heeft? En dan, door de jaren heen, pausen die de voeten van de zondaars gingen wassen maar met de christelijke arm der liefde de pedofilie verhalen in de grote kerkelijke doofpot lieten verdwijnen! In plaats dat Sinterklaas in zijn grote boek alle namen van stoute kindjes zou bijhouden, zouden wij beter de namen van de pedofiele geestelijken neerpennen. In de naam van de vader, liefst de zo jong mogelijke zoon, en de heilige geest, amen. Ik blijf erbij, mannen met denkbeeldige vriendjes zijn een gevaar voor de ganse planeet. Als een Turkse regeringsleider een uitspraak durft doen als: “Jullie hebben Trump en de dollar, wij hebben Allah!”dan schort er duidelijk iets aan die man zijn bovenkamer. Moet zo’n gestoorde man niet in de gaten gehouden worden? Voor we het weten denkt hij dat hij Napoleon, Osman I of Mohammed zelf is. Dan prefereer ik toch een Trump, die als een olifant in een porseleinkast rond baggert en al zijn stommiteiten op zijn medewerkers afreageert, dan zo’n klojo die zijn bevolking wijsmaakt dat ze hun goud, euro’s en dollars tegen lira’s moeten inwisselen. En bovenal dat zijn imaginaire kompaan de boel wel gaat oplossen. Mijn hersens kraken nog steeds van ongeloof en verontwaardiging. Met religies niets dan last en zever. Ik word oud… Sim, Edegem 16/8/2018

Sim
499 0

WE ARE BELGIUM!

Door omstandigheden, zijn wij in juni, op een camping aan de Belgische kust beland. Het was zo’n twintig jaar geleden dat wij nog op een camping aan zee gekampeerd hadden. De campings waren uitgegroeid tot abnormaal grote bungalowparken. Als je optrekje helemaal achteraan op zo’n camping stond, kon je al snel niet meer spreken van ‘mijn adresje aan zee’, maar van mijn vierkante meter grond ergens in de polders. Als je op de brug over de kustweg stond en je keek in de verte naar de verkavelingen dan zag je, zo ver het oog reikte, witte caravans-  stacaravans-  bungalows- chalets- en namaak vissershuisjes- daken die op een meter van elkaar bij elkaar gepropt stonden Vanaf die hoogte leek zo’n bungalowpark op een illegalen-, asielzoekerskamp. Naargelang het soort verkaveling kan je de financiële draagkracht van de chaleteigenaars bepalen en zie je dat ook gewoon zeezoekers hun stukje paradijs aan de kust verworven hebben. Maar op zo’n doorsnee door de jaren uitgegroeide camping, als waar wij nu staan, wil je in de maanden juli en augustus toch geen vakantie vieren!  Na de Belgische zomermeimaand leek de herfst vroegtijdig ingetreden. Het was jeansbroeken- dikke truien- en windjackenweer. Het was tijdens de week abnormaal rustig aan zee. Alle bungalowtjes en staancaravans stonden er wat verlaten bij. Het toercampingveldje lag gelukkig wat afgezonderd van de weekendhuisjes. We hoorden gisteren op de televisie dat de doorsnee intelligentie bij de meeste mensen geboren na de jaren 1975 er duidelijk op achteruit gegaan is. Maar als je eens goed rond je kijkt, werden er volgens ons een bepaalde groep mensen van voor ‘75  duidelijk ook niet met een ruim stel hersens bedeeld. We verkenden de camping en stonden versteld hoe een volkje het simpele kinderniveau blijkbaar nog steeds niet overstegen was. Op de twee vierkante meter gras voor hun chalet stonden Sneeuwwitje en de 50 dwergen. De stacaravan ernaast wou niet onderdoen en had drie plaasteren eenden en een stenen hond in het voorhofje gezet. De volgende buur had twee grote stenen leeuwen aan de deur geplaatst die voor het wereldkampioenschap voetbal versierd waren met rode duivelhorentjes en een chalet verder zwiepten driekleurige molentjes hun wieken in de westenwind.  Maar op vrijdagavond en zaterdagmorgen ging de slagboom van de camping continu op en neer, want dan kwamen de vaste jaarcampinggasten massaal naar hun ‘huis’ aan zee. Toeterend kwamen ze, met zwart-geel-rode condooms over hun zijspiegels en flapperende driekleurwimpels de camping opgedraaid. Je verwachtte dan dat er zo’n stoer haantje in de auto zat, maar achter het stuur zat een oude rokende sassa. Terwijl de voetbalfreakman aan de stacaravan de Belgische vlag omhoog hees en voor de ramen en aan de afsluiting de Jupiler- reclame- Rode Duivels vlaggen drapeerde, sleurde een vrouw, met schouderlange uitgerafelde zwarte Lola haren, nijlpaardformaatbillen en gekleed in een veelkleurige terlenca jurk, een zeppelinworsthondje uit de auto. De kleine keffende, kwijlende en veel te dikke gedrochtjes werden in een hondenkinderwagen gedropt, duidelijk een nieuwe hype aan de Belgische kust. De campingvrouwen dweilden met hun hondenbuggy over de camping. De viervoeters werden als kinderen toegesproken en vertroeteld. Een hond had zelfs een bain de soleil aan en een andere had een mini rode duivelspet op. Nog nooit zagen wij honden zieliger en ongelukkiger kijken. Zowel honden als vrouwtjes klaar voor de psychiater. Manlief kon het niet laten en vroeg aan een duidelijk beschaamde man, die naast zijn vrouw zo’n kinderwagen voortduwde, of het niet spijtig was dat hun hondjes geen pootjes hadden en vroeg of dat dit misschien een nieuw soort ras was. Zaterdagochtend begonnen de jaarkampeerders één na één, hun vierkante meter gras te maaien. Overal hoorde je de machientjes en de hondjes kabaal maken. Voor een passerende buitenlandse toerist is er momenteel geen twijfel mogelijk. De Belgische driekleur wappert je vanaf de autostrade, langs de dorpsstraten, vanaf de torenhoge zeedijkappartementen, in de etalages, hotels en cafés overal tegemoet. WE ARE BELGIUM! De Belg had eventjes geen aandacht meer voor de op de Middellandse Zee verdronken en ronddobberende hooggekwalificeerde zwarte toekomstige leefloners. De Belg werd niet meer warm of koud van de klimaatopwarming. Het zou de Belg deze weken worst wezen dat zo’n vier miljoen Turken in Europa voor hun grote Turkse leider gingen stemmen. De Belg was een maand niet meer verontwaardigd over de onterechte geldstromen van Vlaanderen naar de Walen want Koning voetbal is weer in het land. Soms gewoon leuk, maar meestal compleet krankzinnig.  Het is tenslotte een spelletje met een bal, miljardentransfers en met heel veel geluk. Waarom is een WK voetbal voor de meeste mensen elke keer toch zo leuk? Omdat zelfs simpele  marginalen, jonge hitsige pubers, suffe opaatjes, fanatieke huisvrouwtjes en  hooggekwalificeerde voetbalfans eendrachtig zij aan zij supporteren. Langs de zijlijn geven ze elk hun eigen commentaar. Als de Rode Duivels maandag verliezen, dan kunnen ze allemaal één voor één uitleggen waar het mis ging. Waarom die spits die bal juist op de paal pleurde, of dat het volgens hen geen buitenspel was want dat de scheidsrechter een pel op zijn oog had of duidelijk omgekocht was. Dat het niet een gele maar een rode kaart moest zijn. We are Belgium, we are red! En allemaal hebben deze voetbalsupporters het grootste gelijk. In de aanloop van zo’n wereldkampioenschap wordt de massa al maandenlang op voorhand opgehitst. De voetbalgekte slaat toe en er worden met bakken bier, wimpels, mutsen, pruiken, sjaals en vlaggen uitgedeeld. Jupiler bier heet ineens geen Jupiler meer, maar noemt zich nu Belgium…We are Belgium.  Kinderen krijgen in de supermarkten plakboeken en wisselen Panini-voetbalstickers uit. Wekenlange op voorhand wordt er gediscussieerd over het Rode Duivels voetballied, het wel of niet meenemen van Naigolan of over de blessures van Kompany. Samen juichen, samen goal roepen, samen zingen, samen drinken en samen de boel afbreken. Gek hoe dubbel het kan zijn, dat mensen die vorige weken stakend achter de rode linkse vlag aanhuppelden en riepen dat de rijken moesten betalen, zich nu zonder problemen vergapen aan miljonairtjes die achter een bal aanlopen? Voetballertjes die gezwind zo’n Euro 400.000 per week verdienen! Geld dat jan modaal zijn hele leven niet bij elkaar gespaard krijgt. De nieuwe generatie brood en spelen gladiatoren, die als het even kan, met hun centen in Monaco of Panama zitten om de fiscus te ontlopen. In plaats dat ze mee het begrotingsgat vullen, zitten ze eigenlijk in de zakken van de belastingbetaler, dus in onze geldbeugel.  Ook manlief zal maandagnamiddag, als de Rode Duivels hun eerste match moeten spelen, niet voor het tv scherm in de caravan weg te branden zijn. En dan heb je nog na elke match het oeverloze panelgeleuter en het uitmelken in allerlei napraat- en ontleedtelevisieprogramma’s van de beste voetbalstuurlui aan wal. Het is slecht weer aan de kust en de kampeerders exodus komt al vroeg in de namiddag op gang. Terug richting huis, naar de grootbeeld televisie, naar de eigen sofa, het Belgium-Jupiler bier binnen handbereik of naar de kroeg waar zij weer met zijn allen uit hun dak kunnen gaan. De vlaggen en wimpels laten ze hangen tot volgende week, of totdat de duivels eruit geflikkerd worden of misschien tot de finale op 15 juli! Gelukkig moet ik maandag, als de camping weer leeggelopen is, het dronken geschreeuw van die zwart, geel, rood carnavaleske verklede dikbuiken met horentjes op hun kletskop, madammen met driekleur sjaals en mutsen op en de bijbehorende toeters en bellen op de camping niet aanhoren. Neem het van mij aan : Als je, in de weekend, de doorsnee ‘Belgische vaste staander kampeerder’ over deze camping ziet dwalen, dan lijkt het voor ons klontjesklaar: Het is duidelijk het voorspel van het einde van een beschaving.   Sim, 17 juni 2018, Belgische kust, Wenduinen

Sim
0 0

WAT RIJMT ER OP STENT EN EEN FLUITJE VAN EEN CENT

Als op zaterdagochtend om 10 uur de telefoon rinkelt en ik manlief vanaf het Universitair Ziekenhuis hoor zeggen, dat onze auto gestolen is, nijpen mijn darmen bij elkaar en moet ik de voorstuwende stressdiarree terug naar boven duwen. Er is hoegenaamd geen tijd om eerst die zenuwbagger te lozen. Ik sommeer manlief dat hij moet blijven staan waar hij staat en dat ik onmiddellijk zijn richting uit kom gelopen. Gelukkig is het hospitaal maar een viertal straten bij ons verwijderd, dus hinkel ik de trappen af, schiet in mijn sandalen, negeer mijn opborrelende darmen en ren mij nog half aankledend de straat uit…. Wat vooraf ging! Nadat we in de helft van maart van Tenerife terug thuis kwamen, sloeg de vakantiestemming onmiddellijk om. Niet alleen was er hier nog geen spriet zon te bespeuren, was het nog winterskoud en klaagde manlief van een knijpende druk in de borstkas als hij in dit Vlaamse winterklimaat een wandelingetje wou maken. Het zou wel verdwijnen als de temperaturen wat omhoog gingen … Zoals alle vrouwen stilaan weten, komt een man met een handleiding. Alles gaat volgens hen vanzelf wel over, als je maar lang genoeg wacht! Niet dus.. Ik stuurde manlief dus zonder pardon richting kliniek en na controle bleek dat hij angina pectoris had, een toe geslipte ader.  ‘Dus, mijnheer Vercauteren, het is nu woensdag,  komt U vrijdagochtend zo vroeg mogelijk eventjes binnen. Voor ons dokters is dit ondertussen een routineklusje. Wij dotterden of steken een stent langs de lies of via de pols. U blijft een nachtje over en zaterdagochtend bent U weer een nieuwe, piesofkeek.’ Zal wel.. Alle hulp van vrienden of buren om hem naar het ziekenhuis en terug naar huis te brengen werden door manlief koppig geweigerd. Hij ging zelf met de eigen wagen naar de UZA en zou zelf die vier straten terug naar huis rijden. Ook mocht ik van hem, omdat ik al jaren niet meer gereden had de auto niet terug thuis zetten. Dus die ene nacht kon onze wagen gerust langs de baan blijven staan. Donderdag hoorde ik rare geluiden in de badkamer. Toen ik de deur opende, viel ik midden in een SM scène. Manlief die met een been op het bad stond en met een tondeuze kreunend in zijn lies zijn schaamhaar uitroeide. ‘Maar schatteke toch, dat doen ze toch in de kliniek!’ ‘Nee, de boel moet er op voorhand af, aan mijn lijf geen polonaise!’. ‘Maar schat, er bestaat zoiets als ontharingscrème, op 3 tot 6 minuutjes kan je alle haar wegschrapen. Kom ga op het bed liggen’. Terwijl ik de crème overvloedig aanbracht, zei manlief dat het net slagroom leek. ‘Schatteke, nu moet je je niet teveel in een seksscène inleven, je stent zit er nog niet in hoor!’ Manlief bleef met een brede glimlach op het bed liggen en na een 6 tal minuten werd zo’n grijze Fellaini krullenbol zonder teveel problemen in een blinkende kale knikker Kojakcoupe herschapen. (Voor de generatie die Kojak niet meer kent: Kojak was een kale Mister Proper look -alike politieagent in een jaren 70 feuilleton.) Fluitje van een cent. En inderdaad wat er na de grote ‘schaamhaarverwijderaarstruuk’ overschoot..fluitje van een…. Dus manlief vrijdagochtend heel vroeg met de eigen wagen richting ziekenhuis. In de voormiddag al een telefoontje: ‘De operatie was al gedaan, de stent steekt er in en moet je nu eens iets weten, ze hebben het verdorie langs de pols gedaan, lig ik hier nu met mijn blote kl…!’ Tijdens het namiddag bezoekuur opperde ik nog om alsnog onze vrienden te contacteren om hem af te halen, maar steenezelig hield manlief vol, dat hij niets meer wist van de verdoving en dat hij zelf naar huis ging komen. Ik moest hem op zaterdag zelfs niet tegemoet komen…hij voelde zich als herboren! Dus eventjes opnieuw: Op zaterdagochtend rinkelde om 10 uur de telefoon en hoorde ik manlief vanaf het Universitair Ziekenhuis zeggen, dat onze auto gestolen was. Mijn darmen borrelden en ik  moest de voorstuwende stressdiarree terug naar boven duwen. Er was hoegenaamd geen tijd om eerst die zenuwbagger te lozen. Ik sommeerde manlief dat hij moet blijven staan waar hij stond, dat ik ofwel een taxi zou bellen of onze vrienden waarschuwen en dat ik onmiddellijk zijn richting zou komen gelopen. Gelukkig is het hospitaal maar een viertal straten bij ons verwijderd, dus hinkelde ik de trappen af, schoot in mijn sandalen en rende, mij nog half aankledend, de straat uit…Onze vrienden jammerden samen met mij, dat het de dag van vandaag toch wel schandalig is! Het moest toch weer eens lukken, nu die auto voor één nachtje onbemand op straat stond, wat gingen we nu doen, want we hadden onze wagen nodig om de caravan te trekken. Pech, pech, ze zouden onmiddellijk in hun auto springen en richting UZA komen. Ik was nog geen halve straat uitgesprint of de smartphone ging opnieuw. ‘Schatteke, heumm, heu, sorry, ik was verkeerd, onze auto staat er nog wel hoor, ik zag hem eerst niet staan, hij stond in de schaduw onder een boom en ik vond dat dit niet op de kleur van onze wagen leek …bel de hulpvrienden maar af.’  Ik had waarschijnlijk toen manlief naar het hospitaal verdween de mannenhandleiding niet goed genoeg bestudeerd en terwijl ik op de pot de zenuwen uit mijn lijf scheet dacht ik nog: ‘Dus wat rijmt er godverdomme op stent of op een fluitje van een cent…juist een chaotische, geopereerde, koppige vent! ‘   Sim, 14 juni 2018, Belgische kust, slecht weer Wenduine

Sim
56 1

Spullen

Ik was 12 jaar en op daguitstapje met het gezin in Antwerpen. Naast de Kloosterstraat en Scheldekaai liepen we, zoals gewoonlijk, naar de Boerlaschouwburg voor high tea en even windowshoppen in de buurt van de Nationalestraat. Mijn fashiongehalte beperkte zich tot jeans van de Jeansshop, kleedjes van Mexx, en een occasioneel lichtblauw leren jasje van dé lokale boetiek. Dat leren jasje was iets speciaal, op school hadden maar twee meisjes dit jasje, een meisje in een jaar lager, en ik. Het jasje ging vervolgens járen mee. De potentiële liefde voor mode was wél al gewekt, door het windowshoppen, de Weekend Knack en de Glossy. Als 12-jarige ging ik ervan uit de Mode met de grote M niet weggelegd was voor meisjes uit dorpjes met jeans van de Jeansshop. En die dag maakte een uitzondering. Het was vakantie en mijn pa goedgezind, bij Longchamp kreeg ik, totaal onverwacht, een tasje. De Pliage. En zo had ik als 12-jarige een donkerblauwe plastic vouwtas van Longchamp, met leren hengsel. Uit voorzichtigheid heb ik de tas het eerste jaar niet gebruikt. Ik ben 29 nu, de Pliage heb ik nog, intact, even mooi en veelvuldig in gebruik. Door de jaren heen zijn er wel wat andere leuke spullen in de kast bijgekomen, niet overdreven. Noem het minimalisme of purisme of gewoon "ik heb mijn geld nodig om van te leven en af en toe koop ik iets waar ik héél blij van word". Deze zomer gaat de Pliage natuurlijk mee op vakantie. Het ding is al op heel wat plekken geweest, dat je het gevoel hebt een stukje familie bij te hebben maakt het extra leuk. Home is where my Pliage is. 

Evelien
8 0

BuikBrieven #1

Lieve Baby in mijn Binnenste,   Je hebt werkelijk geen benul. Jij weet nog van niks, jij vertoeft in een magische onderwaterwereld, één en al ervaring. Jij groeit in mijn Buik, volgens onze aardetijd een aantal maanmaanden nu. Voor de mensen rondom mij is het intussen zichtbaar geworden dat ik jou in mij draag. Ik begin op te bollen als de wassende Maan. Het is een klein wonder hoe je dit jaar nog als miraculeus menselijk wezentje quasi volledig volmaakt zal beginnen ademen na je geboorte. Jij weet daar allemaal nog niks vanaf natuurlijk, je hebt geen benul van buik of menselijk lijf of lucht. Grenzen bestaan niet in jouw beleving. Jij zwemt enkel maar terwijl je Vis en Water tegelijk bent. Je deint mee met de golven van het wiegen van mijn heupen in alle veiligheid en weldaad. In jouw Kosmos is alles één. Je bent een druppel uit de Bron, een pluisje in de Wind, een vlammetje van het Vuur, een zandkorrel op het strand, een Sterrenstofje, een vonkje Energie, een Ether-elementje. Deeltje van het Geheel zonder kleiner of groter te hebben aanschouwd. Kletskoek vertel ik jou, je hebt nog geen benul, je bent alles tesamen zonder besef. Je bent zo vrij en puur.   Je hebt geen idee dat ik deze brief aan jou schrijf, dat ik besta überhaupt. Bestaan en Taal ben je nog aan het absorberen. Het prille begin van Moedertaal. Om daarna langzaamaan je Vaderland te betreden. Laten we niet teveel op de zaken vooruitlopen. Het geschreven Woord en digitale communicatie moeten al helemaal je verste voorstellingsvermogen voorbij gaan. Of droom je toch wel eens van deze planetaire spelletjes, van de systemen die ons definiëren, van de onuitputtelijke Kunst? Ken je je Essentie zonder dat zo te benoemen? Heb je veel Plezier? In elk geval heb ik momenteel serieuze binnenpretjes, ahum.   Soms is het hier een gekkenhuis, lieverd. Echt on-ge-loof-lijk. Niet zozeer in ons huis, wel op deze wereldbol. Je zal veel kans versteld staan, zoals ik dat nog steeds doe na al die jaren. Niet van de schoonheid en pracht die de natuur biedt, op een andere manier. Ik bereid je graag al een beetje voor. Omdat ik het zelf nog niet helemaal begrijp, wat sommige zielen hier op aarde komen klooien. En om mijn waardevolle stem te boek te stellen, dat is zeker een motivatie. Echt onzin wat er hier en daar gebeurt, lieve kind. Ik heb ook mijn eigenste portie geklooi gehad, hoor, daar niet van. Gelukkig hebben wij liefde ontdekt, en ontwikkeld en gecultiveerd. Jouw vader en ik, jouw moeder. Omringd door enkele bijzondere individuen dicht bij ons en wat verder weg, is dat een heus feestje geworden. Wat zeg ik: een heerlijk paradijsje, een dagdagelijkse Hemel op Aarde zonder uit het oog te verliezen dat alles komt en gaat van de diepste pijn tot de uitzinnigste vreugde. Het Waarnemen en Beïnvloeden, dat is Toverkracht. Want als je één ding moet onthouden, lieve kind, is dat je heel veel alleen kan verwezenlijken maar dat liefde voelen en voeden enkel mogelijk is doordat er anderen bestaan naast jou. Laat je nooit iets anders wijsmaken, en uiteindelijk zal de ervaring het je leren als je ’t niet gelooft. Dat is allemaal voor later, en je hoeft eigenlijk helemaal niet naar mij te luisteren. Jij bent enkel hier en nu, ontstaan uit die smakelijke liefdessoep, vol vertrouwen.   Je bent heel rustig terwijl ik zo opschrijf wat mijn vingers verlangen. Jouw mama heeft enkele missies te volbrengen, lieve kind, net als jij en iedereen. Ze raakt taboes aan, die foetermoeder van je. Ze kan creëren en confronteren als de beste. Wat niet steeds in dank wordt afgenomen, helaas pindakaas. Intussen heeft ze wel met scha en schande geleerd het ietwat beter aan te pakken, in de verbinding te blijven gaan. Want dat is uiteindelijk de bedoeling. Ze is een kunstenares die graag goochelt met taal en betekenis, om knipogen te bewerkstelligen en bewustzijn te vergroten en zich vooral niet teveel te vervelen. Ze vindt nieuwe woorden uit zoals de Properbak, waar een heel concept achter zit. Ze heeft het ene idee na het andere. Zij is mij. Ik en jij, kind, wat zal dat allemaal worden, een zoveelste avontuur… Voorlopig is het nog een goed bewaard Geheim. Een stil verbond, jij en ik. En jouw vader, lieve kind, dat is een bijzonder architect en beeldhouwer en verzorger. En nog veel meer. En ik ben natuurlijk niet alleen schrijfster. Zoveel zijdes hebben kristallen en geslepen diamanten, met onvermijdelijke hoekjes af. En jij bent een combinatie van ons, een nieuwe samensmelting van talenten en gaven en onnozelheden. We kijken al uit naar je komst, zo bouwen wij nu voort aan ons nestje samen met de hele familie. Je bent al welkom. Je hebt zowat jezelf uitgenodigd eigenlijk, en dat mag. Kom maar helpen want het is nodig met die klojo’s hier. Kom maar jezelf zijn erbij. Je bént er al bij, jezus moeder maria, wat ben je zo verschrikkelijk aanwezig! Ik ben nu meer en meer symbiose en synchronisatie geworden. Het is straf, op zijn minst. Jij schrijft mee dit verhaal. Waar waren we gebleven?   Lieve schat, hier bestaat zoiets als dag en nacht, zomer en winter, gisteren en morgen, verleden en toekomst, tijd en ruimte. Morgen schrijf ik je weer, nu gaan we slapen in een comfortabel bed en de liefde nog even bezingen. Je vader, jij en ik.   Van harte, tot weldra, met liefs x

Elke Van Opstal
47 0

Oorlog in kindertaal

'Mama, waarom maken grote mensen oorlog? Ik word daar zo verdrietig van.' Hij kijkt me met grote ogen en een blik vol verwarring en verwachting aan. In zijn ogen zie ik het kleine meisje weerspiegeld dat ik ooit was; het meisje dat niets snapte van de grote mensenwereld. In de vriendenboekjes van mijn vriendinnen - ik zat op een katholieke meisjesschool - schreef ik als antwoord op de vraag 'Wat is jouw grootste wens?' steevast: 'Nooit meer oorlog.'   In mijn kinderjaren had ik nog de naïeve hoop dat er een dag zou komen waarop er overal in de wereld vrede zou heersen. Die hoop is reeds lang vervlogen. Eeuwen en eeuwen voeren mensen al oorlog, soms omdat ze hun rijk willen uitbreiden, soms omdat ze anderen hun geloof willen opleggen, soms omdat ze het niet eens zijn over een bepaalde kwestie,... Altijd vloeit oorlog voort uit haat en onbegrip.  Ik weet vrijwel zeker dat niemand daar ooit gelukkiger van is geworden. Fanatieker misschien wel, machtiger ook, rijker zeer waarschijnlijk. Maar liefdevoller, warmer, meer verbonden, hartelijker? Nee, dat zeker niet.   Ik zucht eens even diep. Ik kijk vertederd naar de gepijnigde blik in de blauwe ogen van de jongen die ik 7 jaar geleden ter wereld bracht. Ik vertel hem dat ik ook verdrietig word van oorlog, dat ik me soms machteloos voel en bang. Dat ik me soms gefrustreerd voel omdat ik er niets tegen kan beginnen. 'Grote oorlogen beginnen vaak met een kleine ruzie' vertel ik hem. 'Maar mama, als je ruzie hebt met iemand, dan kan je toch gewoon weer vriend worden?' 'Ja, maar soms kunnen mensen heel koppig zijn.' 'Wat is koppig, mama?' 'Koppig zijn, wil zeggen dat je niet wil toegeven, dat je blijft vinden dat jij gelijk hebt en de ander niet.' 'En waarom zijn grote mensen dan koppig, mama?' 'Soms zijn ze koppig omdat ze graag de baas willen zijn. Soms zijn ze koppig omdat ze vinden dat hun geloof beter is dan dat van een ander. Soms zijn ze koppig omdat de andere persoon dingen wil doen die niet goed zijn voor de mensen, die bijvoorbeeld niet goed zijn voor de gezondheid van de mensen of voor onze planeet,...' 'En hoe komt het dan dat er oorlog is als mensen koppig zijn?' 'Als belangrijke mensen, zoals de bazen van landen, koppig zijn, dan kan er oorlog van komen. Ze willen dan niet meer praten met elkaar omdat ze denken dat het toch niets uitmaakt. En dan sturen ze hun legers op elkaar af en beginnen ze te vechten.' 'Mijn juf zegt altijd dat je beter met elkaar kan praten als je ruzie hebt dan met elkaar te vechten. Waarom is dat dan bij grote mensen niet zo?' Daar sta ik dan met mijn mond vol tanden. Hoe leg je aan een kind van 7 uit dat grote mensen soms verteerd worden door haat door wat ze hebben meegemaakt en daar anderen voor willen laten boeten? Hoe leg je aan een kind van 7 uit dat grote mensen soms liever oordelen en veroordelen dan te luisteren naar elkaar? Hoe leg je aan een kind van 7 uit dat sommige mensen echt geloven dat geweld de juiste manier is om een conflict op te lossen? En hoe leg je uit dat geweld misschien, heel misschien, wel gerechtvaardigd is als één of andere gek de planeet naar de verdoemenis wil helpen? 'Het is altijd beter om een ruzie uit te praten, zoals jouw juf vertelt. Het is beter om ervoor te zorgen dat alle mensen voelen dat ze erbij horen dan om met geweld de ander te doen luisteren of aan de kant te zetten. Sommige grote mensen denken daar spijtig genoeg anders over', zeg ik. En nog voor hij een nieuwe vraag kan stellen, ga ik verder.  'Maar weet je wat wij kunnen doen?'  'Nee', zegt hij met een nieuwsgierige blik in zijn ogen. 'Wat wij kunnen doen, is lief zijn voor elkaar en mekaar helpen en naar elkaar luisteren. En als we ruzie hebben, het ook weer proberen bijleggen door er met elkaar over te praten, door te vertellen hoe we ons voelen en waarom we ons zo voelen. Zo is er in ons klein stukje van de wereld vrede en geen oorlog.' 'Mama, ik wil ermee voor helpen zorgen dat er in ons huisje en op mijn school geen ruzie is en als ik ruzie heb, zal ik proberen om het bij te leggen', zegt mijn zoontje met een zekere ernst en kordaatheid in zijn stem. Ik glimlach naar hem en sluit hem in mijn armen. En ik hoop uit de grond van mijn hart dat hij in zijn leven nooit een oorlog mee moet maken.

Aline
0 0

Die eerste glimlach

We noemden jou ons geschenk uit de hemel. Het was een lange pijnlijke bevalling geweest waarbij je koppig naar de verkeerde kant bleef kijken - en de vroedvrouw zat te draaien en te wroeten in mijn lijf om je goed te draaien. Ook ik was koppig en duidelijk overmoedig om jou zonder epidurale uit mijn lijf te persen. En toen was je daar, het schoonste en meest kwetsbare wezen op deze planeet. De werkelijkheid verdween naar de achtergrond. De sneeuw en de koude buiten stonden in schril contrast met de gloed van warmte, licht en liefde waarin wij werden opgenomen toen jij ter wereld kwam. De gynaecoloog was nooit helemaal zeker van haar stuk geweest toen ze jouw geslacht bepaald had. Ook tijdens de echo's al had je een sterke wil getoond en was je niet van plan zomaar te tonen wat wij wilden zien. Dus toen de vroedvrouw jou in mijn armen legde, werd mijn blik automatisch naar de plaats tussen jouw benen getrokken en zag ik daar dat je zonder enige twijfel een jongen was. Mijn jongen, wat heb je ons vele slapeloze nachten bezorgd. Iedereen die op kraambezoek kwam in het ziekenhuis schrok van de felheid van jouw gekrijs. In de rest van de gang was het stil, op een kreetje van een enkeling na die honger had of een vuile luier. Jouw honger kon echter op geen enkele manier gestild worden en zelfs als je een verse luier droeg en dicht bij mij of jouw papa lag, bleef je vaak schreeuwen, uren aan een stuk. De meeste verpleegsters waren erg lief en behulpzaam, maar er was ook een harde tante bij die jouw papa en ik Cruella hadden gedoopt. Zij sprak ons vermanend aan alsof het onze schuld was dat je van geen ophouden wist. Eén keer wou ik jou een badje geven, maar dat was zonder Cruella gerekend. Zij trok jou uit mijn armen omdat zìj, degene met bakken ervaring, mij eens ging tonen hoe het moest. Wat was ik je toen dankbaar dat je het op een nog harder krijsen zette en je uiteindelijk toch een beetje kalmeerde toen ik je opnieuw in mijn armen hield. We deden er alles aan om je te troosten lieve jongen en eerlijk waar, op geen enkel moment verloren wij ons geduld. We werden het gewoon dat je het gros van de dag schreeuwend doorbracht, lieten je op onze buik slapen omdat dat de enige manier was om je even naar dromenland te laten vertrekken. We droegen je in een draagdoek omdat je rechtop zittend duidelijk minder last had van jouw maag en darmen - de oorzaak van jouw gehuil. We verloren ons geduld niet want jij was ons geschenk uit de hemel. Papa verloor wel heel wat van zijn haren en mijn rug werd steeds pijnlijker, maar we hadden het allemaal over voor jou, lieve schat. En op een keer, toen je me weer midden in de nacht gewekt had, ik de uitputting nabij was en op het punt stond om uiteindelijk toch mijn geduld te verliezen, toen krulden jouw twee mondhoeken zich naar boven en keek je me doordringend aan. Een warmte welde op in mijn hart en ik glimlachte terug naar jou, vol ontroering. Veel vroeger dan de gemiddelde baby maakte jij glimlachend contact met mij. Daarom dacht ik eerst dat het toeval was, maar toen je mijn glimlach beantwoordde met een mimiek die nog duidelijker was dan voordien wist ik dat jij niet alleen een geschenk maar ook een wonder was dat ik altijd zou blijven koesteren. 

Aline
0 0