Zoeken

Wissel van de seizoenen

Voordat onze nieuwe buren het huis naast ons betrokken, woonde er een vriendelijke, oude dame. Ik mocht haar wel - misschien omdat ze zo op mijn overleden moeder leek. Ze had dezelfde houding, hetzelfde kapsel en dezelfde manier van kleden, en net als zij onderhield ze een goed contact met alle buren. Haar voortuin stond vol bloemen, de coniferen aan de zijkanten van haar grondstuk zorgden voor voldoende privacy en onder de hoge spar in het midden van het gazon achter haar huis zat ze wel eens een boek te lezen. Kortom, ze was rustig en sociaal - net wat ik van mijn buren verwacht. Toen ze ver in de tachtig was, werd ze ziek en ging kort daarna dood. Een half jaar later verkochten haar kinderen het huis aan een vijfkoppig gezin: een corpulente, zwijgzame man, een zwartharige, flamboyante vrouw, hun twee identieke dochters en een zoon.  In het voorjaar dat daarop volgde, kocht de corpulente man een kleine graafmachine. De voortuin moest eraan. Mijn man zou hem hebben omgespit, maar goed, iedereen is anders. Pontificaal op zijn machine gezeten schakelde de buurman vooruit, achteruit, om hier een paar kilo aarde op te graven, daar weer alles neer te storten. Hij had er duidelijk plezier in en verlegde iedere vierkante meter zand een keer of honderd. Tot in de zomer is hij er een paar uur per dag mee bezig geweest.      Hoorndol werd ik van het machinegeluid. Ik ging niet meer naar buiten en binnen draaide ik de volumeknop van de radio wat hoger, zette een hoofdtelefoon op of deed wassen doppen in mijn oren. Niets hielp. Het gedreun bleef me achtervolgen. Ik hoorde het zelfs wanneer mijn buurman níet op zijn machine zat. Toch heb ik er nooit iets van gezegd. Je moet tolerant zijn, vind ik. Vooral hier op de buiten.      In het najaar en de winter bleef alles rustig. De graafmachine was weliswaar nog prominent aanwezig in de tuin, maar het leek alsof de buurman zijn speeltje toch wat moe geworden was. Ik herademde, genoot van de stilte en vond de winter ineens een prachtig seizoen.     De volgende lente was de achtertuin aan de beurt. Weer hoorde ik constant het geronk van die verdomde graafmachine. Alle bomen, struiken en planten in de buurtuin werden ontworteld, hartstochtelijk uitgegraven en deskundig afgevoerd. Geen sprietje groen bleef er over. Toen ik dat zag, maakte een verzengende woede zich van mij meester. Het was alsof vuur door mijn aderen binnendrong en via mijn bloed naar mijn hart en hersenen trok. Ik had dat vuur in de buurman zijn gezicht willen spuwen, hem eigenhandig willen vermoorden, en zijn flamboyante vrouw erbij. Wie komt er nu op de buiten wonen en kan geen groen verdragen? Wie maakt er lawaai dat horen en zien je vergaat? En dat twee jaar na elkaar? Maar ik hield me in. Omdat ik gevoelig ben voor geluid, wil dat nog niet zeggen dat ik de buurman van kant mag maken. Trouwens, het ergste hadden we ongetwijfeld gehad. En een beetje tolerantie voor de buren hoort erbij, hier op de buiten.       Mijn man en ik gaan anders om met het groen rondom ons. Wij houden van bomen, hagen en bloemenborders. Naast het zoeken naar rust was dat de reden waarom wij van de stad weer naar het platteland verhuisden. Wij zijn dan ook oprecht blij met onze tuin. Alles groeit en bloeit dat het een lieve lust is en de tuin is geworden wat wij beoogden. Mijn man vindt zijn ontspanning in tuinieren en ik vind rust door naar onze tuin te kijken. Ik houd van de wissel van de seizoenen, van het botten van de bomen tot het vallen van de bladeren. Van mij mogen die bladeren ook gerust wat blijven liggen. De behoefte elk blad van het gazon te rapen of van het terras te vegen heb ik niet. Totaal niet. Onze buren wel. Die zijn al uren met een bladblazer in de weer.  

ingridvdk
18 0

Paris is burning

Parijs staat in branden alle steden staan in brand.Vlammen zien we nietslechts walmende contouren van een stad.Er is mist hierer mist iets.Gelaatstrekken van silhouetten zittenverpakt alsof tongen zijn ingeslikten er van woorden enkel nog maarvia ogen taal kan worden gemaaktof slechts enige vorm van zinsbouw.Hoe gaat het met je? Cava avec toi?Oui oui, maisIk wil een vrouw zijnmet schubben als huid of als schildaansluiten bij een schildpaddenleger.De straten betreden op naaldhakkenzo hoog als steltenbekeken worden, maar niet worden aangegaapt.Om middernacht wil ik geschminkt als manmaar gekleed als vrouwde straten doorkruisenzonder loslopend wild te zijn waarop wordt gejaagd.Ik wil de harten breken vande mannen die dat ook bij mij deden,ze opblazen met heliumen als ballonnen de lucht in laten.Ik wil de zee op varen,een nieuw land stichten.Een eigen taal verzinnen met heel veel scheldwoordenzoals lul en.. sukkel.Slaapliedjes verzinnennachtmerries de nacht uitwiegen.Ik wil mijn herinneringen plooientot origami vogelsen ze de stad in laten vliegen ver weg van broedgebiedenwaar hoofden rusten op kussens van gesneuvelde vleugels.Een lijm uitvinden om gebroken glazendie in duizend stukken opde lineoleum vloer liggenweer aan elkaar te kunnen plakken.Scherven brengen geen geluk.En het glas niet half vol.Het ligt gebroken op de grond.Ik wil heel hard in scherpe voorwerpen springen en pijn en pijnen pijn leiden zodat ik alle pijn uit de wereld…Ik wil een goededoelenfondsmet mijn naam er op.Ik wil een maagring en een trouwringzodat iedereen kan zien dat ik vermagerd ben en verloofd.Ik wil Parijs in brand steken en alle steden in brand stekenen dat in het journaal presenteren als nieuwslezeres.Ik wil blind zijn van de liefde zodat ik vuurnoch vlammen kan zien oplaaienen alleen maar rook ruiken en wat ik mis.Het is ietshet mist hier.

Roos de Buysscher
38 1