Zoeken

Tip

Stalkster

Verlies de controle. Omarm hem met heel je zijn. Google zijn naam. Daar verschijnt zijn foto. Klik. Zijn oprechte lach, alleen voor jou. Zijn ruwe krullen, waarvan de aanraking nog nazindert op je wang, uit de tijd dat je nog keuze had. Alsof je die ooit had. Zijn wit linnen hemd onder zijn beige linnen kostuum, dat een gesofisticeerde authenticiteit uitstraalt zoals alleen hij die heeft. Het is een stijl waar niemand mee weg komt, behalve hij. Alsof het uitmaakt wat hij draagt.   Klik. Hij doceert in Antwerpen, Leuven, Brussel, Amsterdam, Parijs. Parijs, waar hij gedichten schreef in Boulevard Jourdan. Alsof je wist dat ik die las. Parijs, waar jij jezelf verloor in Musée d’Orsay. Toen er nog te ontdekken viel.   Zijn thuisbasis blijft Gent. Gent, waar alle opties nog open lagen. Waar je naar hem verlangde in je kamertje. Waar je jezelf overwon en naar hem toe stapte. Hem sprak, minutenlang. Op de trappen van Blandynberg. Op de harde houten stoelen in de Universiteitsstraat. In de met mozaïeken betegelde gangen van Ledeganck. Aan de schuifdeuren van de supermarkt in Overpoort.   Gent, waar hij zijn arm om je sloeg, een minuut lang. Waar zijn lippen een seconde bereikbaar leken. Waar hij naar je zwaaide vanaf de overkant van de straat. Waar je jezelf geen houding wist te geven. Je hoofd draaide. Waar hij je geruststelde. Zei dat je je niet hoefde te schamen.   Maar de schaamte bleef. Was sterker dan jezelf. Overheerste je. Overmande je. “Hier scheiden onze wegen,” zei je gekscherend. Maar ik interpreteerde het letterlijk. Zelfs nadat je me opbelde, met een smoes over de titel van je thesis. Zelfs nadat je mijn naam riep aan Dampoort station.   Klik. Verlies de controle. Omarm hem met heel je zijn. Google zijn naam. Daar verschijnt zijn foto. Klik. Zijn oprechte lach, alleen voor jou. Druk zijn beeltenis af, bewaar ze in je portemonnee. Alsof hij altijd bij je is. Alsof het ooit anders zou uitdraaien.

het stille meisje
57 4

Realiteit

Alsof het leven weer van mij is kan ik weer met opgeheven hoofd doorgaan, Niets vermoedend van wat komen gaat noch van wat zou worden geschreven alvorens  de daggeraad. Elke keer weer gewekt worden door de sluwe harde realiteit die de doorn des tijds overleeft, als zijnde een steen die ergens ligt en enkel door een mensenhand of een beving zou worden verplaatst. Het geklets en geschreeuw dat we dagelijks horen word getemperd door de muziek die ons het asociale oplegt  en nog nauwelijks oog heeft voor de mensen om ons heen. De sleur waarin we leven je kan er bijna niet omheen dan het te moeten toegeven dat we worden geleefd door de huidige maatschappij. Helden superieuren anti helden acteurs en nog vele anderen bepalen de die sleur die we volgen zoals het water van zijn bron tot monding gaat waar het dan nog steeds de onzekerheid heeft van zen stroming die ook wij leven. De ervaringen en herinneringen die we uiteindelijk over houden als wanneer we  onze liefhebbende mensen vergeten zijn, als stof dat word weggeblazen door de wind niet wetend waar het ooit terecht komt. We zijn individuen die soms niet denken aan iemand zelfs uren, dagen, maanden, jaren wetende dat het menselijk in onszelf een plaats heeft gegeven voor diegene  “Het Hart”. Ik durf zelfs te stellen dat ik niet de perfectie zelf ben maar dat velen denken de perfectie zelf te zijn, mijn eigenheid en mijn persoonlijkheid zorgen voor men dromen en fantasieën die sommigen hun verbeelding tarten maar ik ben mezelf. De muur die velen om zich heen bouwen is soms noodgedwongen een schutsel dat door de jaren heen zijn sterkte verliest, en waar het gevoel van waarheid zal overwinnen door de seizoenen heen. Tal van gevoelens en emoties  levenservaringen die we beleefd hebben zullen onze weg tekenen op onze landkaart van het geheugen zonder te weten dat we noodgedwongen omleidingen zullen moeten volgen. Het belangrijkste dat één ieder van ons zou moeten weten mezelf inclusief,  fouten en onwaarheden die we beleefd hebben zaken die we nooit hadden mogen doen enzovoort, we hebben maar één leven waarin we kunnen vergeven. En vergeet niet van het concert des levens heeft niemand en program.     DVE

DVE
0 0

ONS LEVEN

De eenvoud van onze persoonlijkheid in al zijn opportuniteiten word geleefd als waren we op de eeuwige jachtvelden op zoek naar overleving.  De bittere ernst die we steken in ons dagelijkse leven maakt dat we onszelf meermaals voorbijlopen in één dag die maar vierentwintig uur duurt en die wij vullen met het dubbele.  Het idealistische dat we proberen na te leven dag na dag en ons denkbeeldig hoger te stellen dan anderen maakt dat het realistische zijn overwinning nakomt en ons met beide voeten terug brengt naar de wereld van vandaag.  Het digitale dat ons in beslag neemt zodat we het geschreven woord bijna zouden vergeten, waardoor het sociale in ons een deuk krijgt en het asociale gesterkt word  door de steeds groter wordende luxe. De zogenoemde opvoeding die we onze kinderen willen bijbrengen maakt dat het robot achtige leven achter elke hoek gluurt klaar om toe te slaan, alleen de sterksten zullen overwinteren in de seizoens regen van het bestaan. Het theatrale waarvan we denken de regisserende acteurs te zijn komt vaak bedrogen over, de vele kortfilms die we zelf spelen hebben elk hun eigenwaarde met maar één karakter dat de hoofdrol speelt. Menig gevoel of advies zelfs kritiek word gegeven door hen die achten de wonderen der wereld te hebben uitgevonden, het zijn diegene die het hand op het hoofd dienen te leggen en kijken wie er onder staat en alvorens zich te uiten in een woorden zee die vaak het verkeerde teweeg brengt.Het blijven doorlopen en rennen tijdens ons leven heeft zo zijn gevolgen voor iedere van ons door de maatschappelijk druk en de te leveren prestaties lopen we zomaar ons zelf voorbij en dus ook ons leven.   DVE

DVE
11 1

De spiegel

  Ik keek naar mijn reflectie in de spiegel, die jongen die daar stond was niet langer zo onschuldig. Ik raakte m’n gezicht aan en veegde m’n tranen ervan af. Ik heb al vaak over dit moment gepiekerd, maar ik dacht uiteindelijk dat het nooit meer ging komen. Stiekem hoopte ik ook van niet, ik zou hem wel gewoon achtergelaten hebben als het moment zich aanbood. Hoe kan iemand nu van je weggaan als die nooit bij je is geweest? Dat vroeg ik mezelf voortdurend af, en dat terwijl ik doodstil voor die spiegel stond. Ik wist niet wat ik nog moest of kon doen…   Verschillende gedachten spookten door mijn hoofd, en dan zwijg ik nog van de verwijten. Zowel naar hem als naar mezelf gericht. Was ik niet goed genoeg voor hem? Heb ik hem ooit iets misdaan? Kon hij niet voor één keer normaal doen, was dat zoveel gevraagd? Des te meer ik erover nadacht, des te meer ik besefte dat dit niet ging helpen. Ik zette een stap naar voren zodat ook die persoon achter de spiegel naar voren ging. Ik minachtte hem, want hij liet een teken van zwakte zien. Hij wist dat er nog veel op hem ging afkomen, en hij moest er hoe dan ook gewend aan raken. Er is geen weg terug, dat hoofdstuk is afgelopen en het gaat nooit meer opnieuw beginnen.   Ik herinner me nog de manier waarop mijn mama aan tafel zat nadat die was vertrokken, ze zag er niet uit. Haar rode ogen wezen op het feit dat ze nog niet echt gestopt heeft met huilen. Als ik eerlijk ben, dan geef ik haar daarin gelijk, want wat er nu gebeurd is… Ik kan het niet eens omschrijven. Ik ging naar haar kamer en daar werd ik voor het eerst geconfronteerd met de harde realiteit, zijn plek was leeg. Die droom of die nachtmerrie, in mijn geval was er sprake van alle twee, was nu werkelijkheid geworden. Hij heeft nooit met zijn bloedeigen kinderen ingezeten, zolang hij maar zijn gelijk kon halen. Het maakte hem verdomme niet uit dat we allebei nog minderjarig waren, laat staan dat mama haar gevoelens hem maar iets konden schelen. Mijn ‘vader’ is de grootste lafaard, rotzak, leugenaar en hypocriet die je ooit zult ontmoeten! Ik hoor hem nog altijd één keer om het half jaar zeggen dat die van me hield. En ik weet nog heel goed dat ik steeds moest slikken, en telkens weer kreeg ik tranen in m’n ogen. Hij zei zoiets nooit, maar hij liet het ook niet zien. Hij werd voortdurend kwaad, naarmate de tijd vorderde werd hij agressief, hij was zelden thuis, toonde geen interesse in school of hobby’s en toonde geen begrip. Hij was werkelijk een ramp om in huis te hebben, maar je moet niet denken dat die buiten de vier muren van ons huis ook nog zo was. Nee, dan werd die plotseling een patroonheilige. Ik werd er elke keer opnieuw onpasselijk van!   Het ergste was die pijn toen hij daadwerkelijk was vertrokken, want in al die jaren dat hij het ons lastig maakte hebben wij nooit een verwijt naar hem gegooid. Als hij iets fout deed, dan was het volgens hemzelf iets wat hij had geleerd toen hij in de pleeginstelling zat. Mijn vader leefde in een nogal problematisch gezin en heeft nogal een rampzalige jeugd gehad, maar hij heeft gedurende ruime tijd liefde van ons gekregen. Blijkbaar was het niet genoeg, of het was toch niet genoeg om ook liefde terug te kunnen geven. Die blik in zijn ogen, dat was geen blik van een vader die naar zijn kind keek. Dat was de blik van een man die keek naar datgene wat ervoor zorgde dat die een dak boven zijn hoofd had. Ik heb me nooit kunnen vereenzelvigen met hem, maar tot mijn spijt heb ik wel zijn buitenkant. Die is praktisch identiek, en dat vind ik bepaald geen compliment. Soms ga ik naar een spiegel in de buurt, en dan analyseer ik mezelf. Dan kijk ik of er nog niets veranderd is. Heb ik nog steeds dezelfde hoeveelheid moedervlekken? Ligt mijn haar nog steeds hetzelfde als voordien? Zijn mijn ogen nog steeds zo donkerbruin, of worden ze lichter? Soms zie ik dingen veranderen, maar dan moet ik telkens weer tot het besluit komen dat het enkel en alleen een illusie is. De diepe teleurstellingen van een teleurgesteld kind…   Hij stookte constant ruzie, en tijdens de scheiding deed hij dat ook. Hij maakte m’n mama voortdurend van streek door met steeds nieuwe dreigementen aan te zetten, de grootste steek was het aannemen van een advocaat. Hij was niet langer bereid te praten met haar of met mij. Hij heeft nooit naar me omgekeken, hij heeft nooit interesse getoond, er was geen ruimte voor mij in zijn leven. En, er gaat ook geen ruimte komen voor mij. Waarom zou hij me nu opeens wel willen hebben? In de rechtbank zeiden ze dat wat ‘Quality- time’ wonderen zouden kunnen verrichten, misschien gaat dat mijn gemis wat kunnen wegnemen. Het ergste van al was dat ik helemaal niemand miste, mijn leven was nog steeds compleet. Er was eigenlijk niets gebeurd, want hij was nog steeds even veel aanwezig in huis. Niet! Maanden lang heb ik mezelf moeten voorliegen door te zeggen dat er eindelijk een vader in mijn leven zou komen, maar ik moest niet eens zo diep nadenken om te weten dat die er niet ging komen…   Na enkele mislukte pogingen van contact had ik het opgegeven, laat staan dat ik er ooit aan wou beginnen. Ik heb nooit gevraagd om contact met hem, simpelweg om de reden dat ik dat niet wou. Heeft dan werkelijk nog niemand gehoord dat ook kinderen niet als speelbal gebruikt willen worden? Ging er iemand naar mij luisteren zonder te denken dat het mij ingefluisterd was door m’n bloedeigen moeder die zich tot op de dag van vandaag schuldig voelt voor iets wat ze helemaal niet heeft gedaan? Moest zij de boete betalen in plaats van de schuldige, dat kan toch niet! Ik ontwaakte abrupt uit m’n herinneringen en zag mezelf daar weer voor de spiegel staan. Die jongen stond daar nog steeds, maar hij wou daar niet meer zijn. Hij voelde zichzelf gevangen in die wereld, hij moest zien te ontsnappen aan dit gevangenschap. Het gemis van een vader heeft me nooit geraakt, maar het anders zijn van de rest knaagde dubbel zo hard. De gedachte iets te moeten missen, wat eigenlijk onmisbaar is… Ik kan je verzekeren dat dat het pijnlijkste gevoel is dat je kunt voelen. Mijn tranen welden weer op, en langzaam maar zeker rolden ze van m’n gezicht. Ze vielen op de grond, het parket werd langzaam aan wat vochtig van de gevallen tranen, maar ik bewoog absoluut niet. Ik kon niet langer doorgaan met die kwelling. Ik keek naar mijn hand en streelde het zachtjes, daarna keek ik naar omhoog en ademde eens diep in. Ten slotte keek ik nog naar de spiegel, en naar de gekwelde ogen van de jongen in de spiegel. Zijn pijn groeide met de minuut meer, en ik moest hem bevrijden. Ik ademde nog één keer diep ik, en toen ik uitademde was het al gebeurd. Ik maakte een vuist van m’n hand en sloeg de spiegel kapot. De spiegel barstte in honderden stukjes uiteen, zo voelde m’n hand trouwens ook.         Ik keek nu naar de plaats waar ooit de spiegel hing. In de verte hoorde ik m’n mama aan komen rennen. Ze kwam de kamer binnen en kwam naast me staan. “Is alles ok?” vroeg ze. Ik draaide m’n hoofd langzaam naar haar toe, en merkte dat m’n hand bloedde. Dat kon me niets schelen, want ik had net iets gedaan wat ik al veel eerder moest doen. Toch keek ik nog eens naar m’n hand en besefte dat ik klaar was voor de nieuwe start. De oude gekwetste ik was vrijgelaten en heeft zijn kans met beide handen aangenomen, waardoor er plaats is voor de nieuwe ik. Ik omhelsde m’n mama en zei eerst dat ik van haar hield. De tranen rolden weer van m’n gezicht en ten slotte zei ik nog: “Ja, mama. Het is voorbij, alles is ok. Ik ben eindelijk vrij…”

Quinten Samison
32 0

Poppemiekes in de literatuur

Onlangs zei een grijzende man van middelbare leeftijd me dat je tegenwoordig een vlotte, jonge vrouw moet zijn om uitgegeven te worden als schrijver. Vroeger ging het tenminste om de kwaliteit, vandaag gaat het om wat hip is, wat verkoopt. De poppemiekes, die maken het vandaag. Ik maakte dus veel kans, zei hij. Ik hoorde het cynisme in zijn stem. De haartjes op mijn armen kwamen ogenblikkelijk overeind.Beste meneer, je moet helemaal geen jonge vrouw zijn om uitgegeven te kunnen worden. Er komt gewoon eindelijk een beetje meer evenwicht en diversiteit in de literatuur, die al eeuwenlang wordt gedomineerd door oude grijze mannen als u. Geef toe, met een paar uitzonderingen als Virginia Woolf, is literatuur altijd een overwegend mannelijke discipline geweest. Mannen werden serieus genomen, vrouwen zouden beter een beetje gaan koken. Laat het echte denk- en schrijfwerk maar over aan de specialisten. Zo denkt u toch ook, nietwaar? Daar komt nu eindelijk verandering in. Worden er dan minder mannen uitgegeven, vandaag? Neen. Beslist niet. Er worden alleen óók vrouwen uitgegeven. Ik bejubel de Saskia de Costers (jong, vrouw én lesbisch) en de Heleen de Bruynes van onze wereld. Ik ben blij dat jong geweld als Lize Spit en Zita Theunynck het literatuurlandschap openbreken en toegankelijker maken. En er komt stilaan eindelijk ook literatuur van schrijvers met een migratie-achtergrond, zoals Fikry el Azzouzi en Murat Isik (die op de koop toe zelfs de Libris Literatuurprijs in de wacht sleepte). Nee, gender, seksualiteit, leeftijd en origine doen er echt niet toe. En gelukkig maar. Hoe meer diversiteit in het schrijverslandschap, hoe beter. Hopelijk brengt dat ook meer diversiteit in wàt er geschreven wordt en in het soort boeken dat er verschijnt.Klopt, niet alle boeken die vrouwen schrijven zijn hoogstaande literatuur. Maar dat hoeft ook helemaal niet. Bovendien, ook mannen schrijven niet altijd boeken van orgastisch hoge kwaliteit. Dat is misschien schokkend nieuws voor u, meneer. Het feit dat uw werk maar geen voet aan wal vindt, ligt dus niet aan uw geslacht of uw ouderdom. U maakt zichzelf wat wijs. Nog een laatste puntje, nu ik toch bezig ben. Wat we schrijven hoeft niet per se in één of ander hoogintellectuele literaire canon te passen. Literatuur dient om gelezen te worden. Een boek dat goed verkoopt en dat vaak gelezen wordt, dàt is echte literatuur. Los van hoe poëtisch of hoogstaand het werk is. En los van wie het schreef. Enfin, dat is natuurlijk mijn bescheiden mening. Maar die is evenveel waard als die van u, poppemieke of niet.

Annelies Leysen
27 0
Tip

Oma

Mijn oma heeft een rode Citroën. Ze appt me of ik thuis ben. Niet of ik tijd heb.          “Heb je zoetjes?” Vraagt ze.         “Anders heb ik ze zelf ook wel in mijn tas.”   Mijn oma neemt nooit zomaar iets aan. Mijn opa vaak haar jas.         “De wereld is daadwerkelijk rond!” Zeiden de astronauten van de Apollo 8. 1968. Ze konden iedereen zien van bovenaf.         “We zijn maar tijdelijk op deze bol. We zitten samen in hetzelfde schuitje.” Zei de verslaggever. Mijn oma zat met statische haren voor de TV.         “Vrouwen willen te veel!” Stond er de dag daarna in de krant. Mijn oma sloeg hem dicht. Ze haalde haar rijbewijs en reed het pad af. Haar moeder wist niet waar ze moest kijken.   Ik heb in het buitenland gewoond. Ik had een vriend, kat, ligbad en balkon. Ik ging altijd op de fiets. Ik vroeg niemand om geld, voor een rijbewijs bijvoorbeeld.         “Maar het is meer vanuit ecologisch aspect”, zei ik.         “We zijn maar tijdelijk op deze bol.”         “Vrouwen weten niet wat ze willen!” Stond er op  social media. Ik bleef lezen.   Toen ik ziek werd, moest ik dat zomaar aannemen. Ik schudde de dokters lachend de hand. Ik maakte dat zelf wel uit. Mijn vriend daarna ook, met mij. Ik maakte mijn studie niet af en mijn spaargeld op.    Ik doe het zoetje in de thee. Oma legt vijfhonderd euro op de keukentafel van mijn ouders.         “Dit is een begin”, zegt ze. “Voor je rijbewijs.” Ik moet huilen.         “Ik heb het altijd heel goed gehad.”         “Ik ook”, zeg ik. Ik wil in haar hand knijpen.         “Dus” - zegt ze, ik heb niets gevraagd  - “dan kan je zelf bepalen wanneer je weer gaat.”   En vastberaden rijdt ze het pad af.

Julia Dobber
75 0