Zoeken

Eerste brief aan mijn zoon

Eerste brief van Joachimus aan Louie Stopius.   Toen ik je daar zag liggen terwijl de verpleegsters je zoals bij een pitstop tijdens Formule 1 proper maakten, je reflexen testten en me de schaar aanreikten om het meest wonderlijke der wonderen door te knippen, kon ik enkel denken: Wat maak je enge bewegingen? En wat een grote voeten heb je? Hebben we een monstertje gecreëerd? Wist ik veel dat baby's net op het allereerste moment dat ze een teken van leven uitstralen, op hun lelijkste zijn. Wist ik veel dat die eerste reflexen raar ogen en bij alle nieuwkomertjes de voeten buitensporig groot lijken omdat ze nog zo dun en wit zijn in vergelijking met de rest. Wist ik veel dat je weldra zo ontzettend mooi ging worden. De bevreemding die ik de eerste momenten voelde, werd helemaal gedicht toen men je in mijn armen legde. Nabijheid van lichaam overbrugt mentale afstanden. Apetrots stapte ik naar je mama en toonde ik je met verbale opluchting: ‘alles is goed met hem, alles is goed.’ Cum laude op je eerste rapport.   Je bent nu een weekje oud en ik kan niet geloven dat je met je kleine lijfje al zo’n grote plaats in ons universum inneemt. Papa was een gewaarschuwd man: mijn leven ging hélemaal veranderen, de aarde zou plots omgekeerd draaien, links wordt rechts, onder wordt boven. In alle eerlijkheid: dat valt wel mee. Je zit volkomen in het verlengde van wat mijn leven vóór je komst was. Je bent de vlinder die als een uitgedragen cocon uit de liefde tussen je papa en je mama komt. Je bent gemaakt van het overschot van genegenheid tussen je ouders, alsof we van onze overlopende hartstocht een nieuw leven konden kneden die op zijn beurt hopelijk ooit zal overvloeien van liefde. Je aanwezigheid voelt zo natuurlijk en organisch aan. Zo logisch ook. Het meest vreemd vind ik dat het helemaal niet zo vreemd is. Ik ben dus geen compleet ander mens geworden, maar ik voel me wel een stuk rijker. Rijker in zijn eenvoud. Papa heeft namelijk nogal de neiging om met het ene been op planeet hier en het andere op planeet ginds te staan. Jij houdt me hier en nu in het hier en nu. De rust die ik voel wanneer onze hartslagen een duet spelen als je op mijn borst ligt, is voor mij zo’n openbaring. Nooit verwacht! Spoedcursus mindfullness gratis aangeboden door een manneke van één week oud.   Ik ben heel lang bang geweest om een kindje te krijgen en mijn vrijheid in te wisselen voor verantwoordelijkheid. Ik had schrik om overal waar ik zou lopen een elastiek te voelen die altijd naar mijn kind zou leiden. Angst om niet langer geheel als individu te mogen ontsporen, verdwalen. Een kans tot escapisme die ik niet per se zou benutten, maar wel de aanwezigheid ervan zou blijven koesteren. Noem me voorbarig, maar ik ervaar het niet zo. Als er al een elastiek is, is die uit liefde gefabriceerd. Dat die liefde verantwoordelijkheid met zich meebrengt zal nog ongetwijfeld meermaals blijken. Ik weet intussen wat de bovenhand zal nemen en behouden. Love is all.   Zoals ik onder al die lagen mens-zijn blijkbaar ook een dik laagje papa in me heb, heb jij nog alle lagen in je. Je kan worden wie je wilt worden. Of nog liever -in de woorden van die maffe Duitser met zijn snor (nee, niet die, gekkie. Die andere)- ‘word wie je bent’. We zullen je vrij laten en helpen waar nodig om op deze maffe aardbol te beseffen dat cowboys de slechterikken en indianen de goeien zijn; dat niet iedereen met evenveel kansen aan de start vertrekt en dat liefde altijd en overal koning hoort te zijn. Ik herhaal me: Love is all.   Het vonkje waaruit jij bijna 8 jaar later bent gevormd, ontstond toen ik met je lieve mama Fien op een feestje in de zetel belandde. Steek het op het bier (of was het Heineken?) maar we lieten van in den beginne de pionnen voor wat ze waren en grepen meteen naar de koning en de koningin. Thema van een spontane eerste date: hoe we allebei apart ontdekten dat de zoektocht naar liefde en de queeste naar vrijheid geen afzonderlijke verhaallijnen hoeven zijn, maar met wat geluk samen komen. Los van elkaar hadden we zoals velen liefde als iets van mensen samen en vrijheid als een individueel pad gezien. Ik gaf mama het beeld dat niks weerhoudt om het wandelpad richting vrijheid te zien als een weg waarop je samen loopt. Je kan ook met z’n tweetjes vrij zijn. Dat papa daaraan het geleende woord ‘tweezaamheid’ plakte en deed alsof het copyright Stoop was om je mama in te palmen, kan je me hopelijk vergeven. Ik en mama lopen nu nog steeds op dat pad. Jij kwam ons sinds vorige week vergezellen. Eerst in de draaidoek, dan in je buggy, op je stepje, driewieler, fiets met en zonder extra wieltjes, op de scooter die je stiekem achter onze rug hebt aangeschaft, in je elektrische, computer gestuurde auto en tenslotte misschien met je eigen vonkje, overvloeiende liefde en cocon. Geen haast hoor. Je bent tenslotte nog maar zeven dagen oud.    

Joachim Stoop
75 0

Tweede brief aan mijn zoon

Tweede brief van Joachimus aan Louie Stopius. Psalmen 1:42 tot 3:14   Je mama vroeg me vandaag wat ik het leukste vind aan papa zijn. Na even nadenken, zonder echt te twijfelen, noemde ik de aanraking, het voelen, jouw lichaamswarmte. De manier waarop je met de cadans van aanspoelende golven op een zomerdag met je mond tegen mijn wang ademt. Elke dag wordt de (her)ontdekking aangescherpt dat tastzin de puurste vorm van ervaren is. Reuk, gehoor en beeld creëren interpretaties die als omwegen de werkelijkheid verbuigen. Aanraking is aanraking: de meest basale, pure vorm van in de wereld staan. Je zal het later nog aan je huid merken als je diep geraakt wordt door een reeks woorden die je hand grijpen en je vingers leggen op wat je zelf net niet kunt uitdrukken; als je je favoriete liedje uit je puberteit na twintig jaar onverwacht terughoort; als je over een heuvel rent en op de top bijna opstijgt van geluk bij het goddelijke landschap tot de horizon en terug. Kippenvel is het uithangbord van de ziel. Je huid is je huis.   Als we over een paar jaar in de natuur lopen, zal ik je vertellen hoe je een bos zowel kunt zien als bos op zich maar evenzeer als som van bomen, en bomen als som van bladeren en takken, en bladeren als som van nerven. Een mens is een machtig wezen met een aangeboren vrijheid van inzoomen en uitzoomen. Je ogen, oren, neus en mond zijn sleutels waarmee je schatkisten opent. Met je huid de boomschors aaien is wonderlijk aarden. We zullen onze ogen sluiten, onze geest volledig vullen met aanraken en de wereld als een verdwaalde strandbal loslaten. Daarna pas zullen we de warme leegte volgieten met onze verbeelding. Ik zal je zeggen dat het grootste wonder op aarde de aarde zelf is. Dat de boom voor onze neus ringen in zijn stam draagt die stroken met onze planeet één keer rond de zon. Dat hier hon-der-den jaren geleden net als wij een andere papa en zijn zoontje stonden met handen vol schors en koppen even zonder kopzorgen. Jij zal me zeggen wanneer dat beloofde ijsje er nu eindelijk aankomt.   Omdat ik enorm van taal hou, vreesde ik vóór jouw blije intrede dat ik je eerste maanden maar niks ging vinden. Veel ellendige nachten, plus een beperkte improvisatie op grondtonen als slapen, kakken, huilen als hij niet kan slapen, huilen omdat ie onder de kak zit (of poep zoals ze in je raar thuisland zeggen). Bij enkele vaders komt hierdoor de echte klik pas bij eerste herkenning of woordjes. Bij mij in tegendeel. Vanaf dag één communiceren onze huiden als twee aparte golven die lang genoeg over elkaar vloeien om te beseffen dat ze uit hetzelfde water bestaan. We klikken, Louie. Als magneten. Jij de plus, ik te min. Onze huid is een tactiel kijkgaatje naar het heelal wat ons in oorverdovende stilte omringt, omarmt, omsluit. Wang tegen wang is de snelste route naar de sterren. Mijn binnenweg richting geluk.   Later zullen je eerste woordjes komen. dada, mama, papa, kaka. Trotse woordjes na je eerste schooldag: maan, vuur, roos. En nog later komen je eerste vragen. Waarom is de lucht blauw? Omdat God stiekem van smurfen houdt. Waarom zijn meisjes zo stom? Om puisterige slungels op afstand te houden. Waarom zijn jij en mama een koppel? Omdat mama uiteindelijk toch op een puisterige slungel is gevallen. En dan komen ongetwijfeld ook de vragen waarvoor ik bang ben: Waarom wordt er gepest op school? In begin kan ik je nog iets wijsmaken: de ergste pester van de school wordt later als hij groot is sowieso een mislukkeling. Bullies schoppen het nooit tot bedrijfsdirecteurs, populitici (geen taalfout) of president van de Verenigde Staten. Nog later, nog moeilijker: waarom is er oorlog? Waarom hebben jullie niet méér gedaan voor het klimaat en tegen ongelijkheid? Waarom zijn zoveel mensen boos op het Westen? Hoe zal ik je in vredesnaam kunnen uitleggen dat er op jouw geboortedag ouders aanspoelden aan de voorspoedige oevers van Europa, misleid door Verlichting uitstralende vuurtorens, denkend eindelijk veilig voet aan wal te zetten om meteen weg te zakken in een moeras van kille tentenkampen en dito onthaal, met kindjes in ontrafelde draagdoeken negen maanden daarvoor verwekt in donkere schuilkelders waar mama en papa hun huiden lieten dansen en zingen tegen de donderslagen van de hel daarbuiten. Geboren als een speldenprikje hoop, een restantje warmte, een middenvinger naar dood en verderf. Hadden die mensen dan iets fout gedaan? Konden jullie niet meer doen voor hen? Mijn mond vol tanden zal boekdelen spreken. Ik weet niet wat er lastiger wordt: die keerzijde van de wereld verdragen, of ze verklaren.   En dat laatste, lieve Louie, is nu juist waar ik even niet aan denk als je ligt te knikkebollen tegen mijn warhoofd. Ik wentel me gaarne in jouw onwetendheid, in de zalige zuiverheid van je zijn. Later kan je nog genoeg aan bomen aaien, over heuvels rennen, pesters op hun plaats zetten, de wereld proberen plaatsen en leren hoe je met mama’s humor papa’s gefilosofiepieker kunt compenseren. Maar geen haast hoor. Je bent tenslotte nog maar een dik maandje oud.        

Joachim Stoop
0 0

Derde brief aan mijn zoon

Ik heb hier een brief voor je moeder (en voor jou): de derde brief aan Louie Stopius. Uittreksel uit het evangelie volgens Johannes de Stoper 3:14 tot 6:08   Lieve Louie, het wordt hoog tijd dat we het even uitvoerig over jouw mama hebben. Je zou denken dat je papa de gekste van je twee ouders is, gezien de momenten waarop hij met zijn grotesk gezicht veel te dicht over je komt hangen en met sopraanstem de vreemdste koosnaampjes op je loslaat. Maar laat je door die lawine aan Koekiemonsters, Kleine Freggels, Dikkie Diks en Chewie Chewbakkas niet in de maling nemen… het is je mama (ter stond door mij liefkozend met albinokonijn, Samson, ijsbeer, lastige Trees en Bossche Bol ... betiteld) die werkelijk de zotste is ten huize Stoop-Huige. Louie, schrik niet als je later een boodschappenlijstje vraagt en van pokerface-mama een papiertje ter grootte van een postzegel krijgt met de etenswaren in microscopisch kleine letters. Verschiet niet als je ‘s avonds rustig op het toilet met boekje in de hand je ding doet, wanneer plots het licht uitgaat en je in het donker enkel witte tanden en gegrinnik opmerkt. Wees niet verbaasd als je na een monoloog waarbij je tot je eigen verbazing ein-de-lijk de zin van het leven verbaal benaderde, van je mama hoort: ‘Wacht! Kan je opnieuw beginnen? Ik heb niet geluisterd!’ Ja Louie, een verwittigde Chewie Chewbacca is er twee waard. Maar je mama is niet alleen de grappigste vrouw in de Lage Landen, ze is een bodemloze schatkist aan kwaliteiten. Zoals een dobbelsteen geheel per toeval honderdachtendertig keer op rij telkens met één stipje boven komt te liggen, heb je het als zoontje getroffen met de unieke speling van de natuur, Fien Huige genaamd. Je mama is zowel lady als gaga, the voice of Holland (bij de deaf auditions), lowbrow met een knipoog, highbrow als ze er zin in heeft, alles wat je nodig hebt op een onbewoond eiland, de druppel die mijn oceaan doet overlopen en zo golven verwekt die aanspoelen op een voorheen ongekende kust van rust met daarop een enkele bloem die elke lente exact genoeg blaadjes telt om van me te houden. Dit alles kon ik niet vermoeden toen ik haar voor het eerst zag op het Amsterdams antikraakfeestje (je weet wel, met die Heineken). Ik was als een gehaaide tortelduif met arendsogen op zoek naar een vrouwelijke versie van mezelf die urenlang over de katten en opwindvogels van Murakami kon praten, over Jimi Hendrix met The Experience of toch liever met The Band of Gypsys, en over Nietzsche en diens eeuwige terugkeer van hetzelfde – wat bij je mama veeleer als de perfecte voorzet van een grap zou dienen ‘Weet je wat de eeuwige terugkeer van hetzelfde is? Wat er uit jouw mond komt! En dan keihard lachen om haar eigen grap. Denk hierdoor niet dat ik de slimste in huis ben. Ik ben weliswaar meer belezen, maar je mama’s emotionele voelsprieten en psychologisch vernuft zijn zo hoog dat haar IQ dichtbij de warmte van haar EQ is gekropen om samen te groeien als kool. Ik vernoemde het al in mijn trouwspeech toen jij nog enkel uit sterrenstof en een vaag idee bestond: er reageert niemand ter wereld enthousiaster op leuk nieuws en niemand zal je meer begripvol, streng maar rechtvaardig ontvangen als je met een nota van de directeur thuiskomt omdat je stiekem lijm op de leraarsstoel hebt gegoten. Je mama's luisterend oor werkt als een geöliede tandem samen met haar adviserende mond. Ze wordt ongetwijfeld jouw zorgzame gids die weet wanneer ze achter de schermen moet blijven als jouw souffleur van goede raad, en wanneer ze je los moet laten. Nee, een wetenschappelijke studie of dating-site gebaseerd op gemeenschappelijke interesses had Vlaamse reus en het Hollands albinokonijn niet bepaald gekoppeld, maar geen handboek of expert kon me meer over liefde en mezelf leren dan je mama. Niet liefde, maar verliefheid is blind. Liefde is met de ogen wagenwijd open elkaars gebreken ontzien. Liefde is lief zijn, open staan voor uiteenlopende interesses, allebei weg stappen van het eigen gelijk om in het midden te kruisen, verbouwereerd zijn over hetzelfde onrecht, genieten van het ene moment, loslaten van het andere, verwondering delen, vragen stellen, frustratie uiten, luisteren, zorgen, klieren, ruzie maken, uitpraten, zingen, lachen, kletsen en morgen weer doorgaan. Eeuwige terugkeer... Louie, later als je (met of zonder Augmented Reality-lenzen) hoopt de vrouw (of man) van je dromen te strikken, weet dan dat liefde méér gaat over overeenkomen dan over overeenkomsten. Maar geen haast hoor. Je bent tenslotte nog maar acht weken oud.

Joachim Stoop
0 0

Vierde brief aan mijn zoon

Vierde brief aan Louie Leviticus 6.57 tot 9.23   Terwijl je wel al kunt communiceren, kan je nog niet praten. Geen paniek, dat kan nog niemand op jouw leeftijd. Sterker nog: jullie negen weken oude monstertjes, missen nog een algeheel taalbesef. Ik vraag me dus oprecht af wat er dan wel in je hoofdje omgaat. Zijn je gedachten wazige droombeelden; je gevoelens de meest pure gewaarwordingen? Als je naar me lacht, spreek je dan bij gebrek aan letters, woorden en zinnen de enige echte taal der liefde of mag ik mezelf als papa nog niet zoveel eer toedichten? Er staat je nog wat te wachten jongen. Taal is immers al te vaak frustrerende onmacht om ladingen te dekken, maar evengoed zalig buiten de lijntjes van de realiteit kleuren. Taal is harten veroveren en geesten betoveren; het is alles tussen aartsgevaarlijk en pure schoonheid. Dromen bijvoorbeeld, waarover gaan die op jouw leeftijd in jouw taalloos universum? Ik gok op een vage mengelmoes van mensen die je de hele tijd liefkozend aanspreken met Chewie Chewbacca, eeuwig propere kleren met sokjes van dezelfde kleur die gewoon wél allebei urenlang blijven zitten, in woonkamers boordevol overvolle borsten. Nu ik er zo bij stilsta: minimaal verschil met halfmannelijke dromen tussen je twaalfde en je achttiende.   Taal kan trachten de werkelijkheid als in een worsteling stabiel te houden om ze lamgelegd te vereeuwigen in formules en definities. Toch bewandelen werkelijkheid en taal veel vaker aparte paden en omwegen. Zo zit onze vocabulaire volgepropt met zegswijzen, spreekwoorden en metaforen die we vaak onbewust gebruiken. Wolkenkrabbers zijn gebouwen zo hoog dat ze aan de wolken krabben. Huismussen, pechvogels, proefkonijnen, kippen zonder kop zijn warempel geen dieren maar mensen. Het gaat ver hoor, Louie! Bomenknuffelaars en geitenwollenssokkendragers die in komkommertijd muggenziften en mierrenneuken over huisjesmelkers zeggen dat het vijf voor twaalf is maar botsen op een dovemansgesprek en struisvogelpolitiek omdat ze van een mug een olifant zouden maken.   Taal is dus een onophoudelijk feest! In het Shakespeareaanse dialect van mijn geboortedorp Beveren, zegt men bijvoorbeeld: ‘Keenders: asse joonk zin zudde ze willen opfretten, a se our woure krigde spijt dagget nie gedoun et.’ Vrij vertaald: ‘ Kinderen: als ze jong zijn zou je ze willen opeten, als ze ouder worden, krijg je spijt dat je ‘t niet gedaan hebt.’ Zo’n ogenblikken van ‘willen opvreten’ zijn trouwens niet zeldzaam. De lastigste situatie om te vermijden dat ik mijn vertedering letterlijk zou verteren, is wanneer je eigenlijk moet slapen maar aan de geluidjes en bewegingen vanuit de wieg te horen, daar even geen zin in heeft. De fopspeen (nog zo’n woord waarbij ik nooit echt bij heb stilgestaan dat je de baby daar daadwerkelijk mee ‘fopt’) moet dan door een sluipende ouder tot in zijn mond gebracht worden. Geruisloos als een paracommando begeef ik me dan richting wieg, gluur ik van achteren net over je rieten dakje, steek zorgvuldig mijn hand uit zoals een spin haar vlieg benadert en doe de speen in je mondje. Zo goed als elke keer mislukt dit. Je opent dan net op tijd jouw ogen om mijn terugtrekkend gezicht te fixeren en me met zo’n gulzige lach te verwelkomen dat ik je wil… opeten is het niet echt. Ook hierin schiet taal tekort. Ik wil zoiets als de vage grenzen van de menselijke huid opheffen en op atomair niveau versmelten. Ik wil één worden, met je samenvallen, samen vallen doorheen era’s en lichtjaren en zwarte gaten tot we de historische ballast afwerpen, de onvermijdelijke onmenselijkheid van mensen en de zorgen over de toekomst kunnen uitbannen. Louie, met taal ridderlijk aan onze zijde, wil ik de korrels uit zandlopers onvindbaar leeggieten in verloren gewaande woestijnen, Pietje de dood omkopen om Vadertje Tijd om te leggen en de wereldklok pauzeren om voor eeuwig van ons momentje te genieten. Ik wil het heelal met ezelsoren op in de hoek zetten en geschiedenis herschrijven tot één enkele zin waarin mijn liefde voor jou als een dikke laag graffiti de ganse aardbol verfraait. Maar telkens wanneer we eventjes voor altijd in dit liefdevol vacuüm vertoeven, klopt de werkelijkheid onverbiddelijk aan -gebukt onder een historische erfenis van tekortschieten staat ze voor de deur met in haar vermoeide armen de onvervulde droom waarin alle kinderen met evenveel welvaart, vrede en liefde omringd worden als jij.   Ik wil je alles en meer geven, Louie, maar wat ik je het allerliefst had willen bieden, is niet voorhanden: geboren worden in een wereld waarin kansarmoede kansloos is, alle bloedvergieten voorgoed vergoten en slechts eén uitgestorven diersoort, de geldwolf. Ik kan wel pogen je via taal over een wereld te vertellen waarin Vladimir, Kim Jung, Recep, Bashar, en Donald onderbetaalde poetsmannen zijn, waarin natuur koningin is met mensen als onderdanen, maar na dit talig uitstapje moeten we onverbiddelijk terug naar de onverbloemde werkelijkheid. Ja, kleintje, papa houdt van grootspraak, maar dat is waarschijnlijk om zijn eigen beperktheid te camoufleren.   Louie, hoewel je nog aan de borst hangt, krijg je al veel op je bord. Je bent nog te jong om te jongleren met woorden en alle metaforen te tellen in bovenstaande brief. Dus geen haast hoor. Je bent tenslotte nog maar negen weken oud.

Joachim Stoop
0 0

Vijfde brief aan mijn zoon

Lieve Louie, je hebt nu al vier brieven achter je nog onbestaande kiezen. De eerste ging natuurlijk over je geboorte, jouw eerste levensweek en de start van mijn tweede leven. In de volgende had ik het over zintuigen, meer bepaald de kracht van aanraking. In de derde stond mama Fien centraal en de vierde zwoegde met de macht en onmacht van taal. Genoeg verstoppertje gespeeld dus: tijd om eindelijk te tonen wie je papa is. Je papa is rustig, warmbloedig, en toch heetgebakerd. Ik kan me moeilijk verzoenen met sterfelijkheid en onomkeerbaarheid. Ik ben trots, met een grote angst om pretentieus of arrogant over te komen. Ik ben slordig in wat me koud laat en perfectionist in mijn passies. Mijn zelfzekerheid en onzekerheid organiseren dagdagelijks een wedstrijdje worstelen.  Wacht, nu maak ik het mezelf veel te gemakkelijk. Laat ik enkele aspecten feller belichten: Ik ben een typische voorgerechtenman. Ruim de tijd nemend overschouw ik de mogelijkheden, breng mijn associatieve geest aan de kook en experimenteer met passende combinaties. Vaak is het lekker, soms mislukt het. Maar who cares? De weg is belangrijker dan de bestemming; vrijheid essentiëler dan juistheid; het samenstellen crucialer dan het smakken en smaken. Je mama daarentegen is een dessertvrouw. Met het kookboek opengeslagen, gewogen ingrediënten en afgestreken lepeltjes verzilvert ze het gerecht dankzij haar goede zorg en precisie. Indien dit koud klinkt, zie het dan als roomijs na een middagje speeltuin: verfrissend en toch zoet. Soms durft ze er wel eens een snufje zout , een blaadje basilicum of een chilipeper toe te voegen, want uiteindelijk is zij wilder, creatiever en gekker dan papa. Ik ben een geheugenman. Ik heb sowieso een waanzinnig waterdicht geheugen. Ik ken de naam nog van het Franse dorpje dat ik op mijn tiende in Frankrijk met mijn ouders bezocht én wat we daar aten én welke chateau’s we bezochten. Van een totaal andere dimensie zijn mijn herinneringen over twee dingen: de leeservaring op mijn dertiende van Tolkien’s In de ban van de ring en mijn eerste Indiareis tien jaar geleden. Ik kan de rest van mijn leven blijven vertellen over het belang hiervan voor mijn essentie én over de intensiteit van de gewaarwording van het her-inner-en: het opnieuw naar binnen loodsen van wat ooit was. Zie het als stokpaardjes die in eeuwig groene grassen grazen als evergreens op grijs gedraaide groeven van LP's op zolderkamers. We hebben voor dit soort diepe en scherpe herinneringen andere begrippen nodig. Hetzelfde met woorden als liefde en verdriet, rouw en geluk die verre van ver genoeg kunnen grijpen omdat ze al te vaak hun stempel hebben gedrukt in meer dagdagelijkse context. Het kussentje inkt is dus al opgedroogd. Sommige gevoelens en verlangens vergen verf. Ik ben en blijf jeugdig enthousiast en dankbaar. Druppelsgewijs kan ik van dingen blijven genieten: dat tomaat totaal anders smaakt dan aardbei, hoe ons appartement uitkijkt op een park, over hoe Booksounds mijn twee grootste passies verzoenen, over het schrijven voor het tijdschrift waarvoor ik vroeger elke donderdagochtend met mijn zus om vocht om het als eerste te pakken te krijgen; over het feit dat ik van mijn ouders een opvoeding heb genoten met een onevenaarbare balans tussen warmte en verwachtingen, vrijheid en grenzen. Over die ene dag waarop ik de trein heb genomen richting Amsterdam om uiteindelijk totaal onverwacht in de zetel naast de vrouw van mijn leven te belanden, over dat jij er bent en dat we leven… Ik ben hypocriet. Als hypocrisie betekent dat wat je doet omgekeerd evenredig is met wat je weet en zegt, dan fiets ik vooraan in het peloton der schijnheiligen, in achtervolging van een nooit meer in te halen kopgroep van Brusselse politici die geld voor daklozen in eigen zak steken, priesters die met de ene hand naar de hemel wijzen terwijl ze met het andere geniepige handelingen onder het altaar doen en zowat elke regeringsleider die de vinger wijst naar corrupte regimes terwijl ze met het ander hand er stiekem geld van aanneemt voor wapendeals. Die Oxfam-medewerkers met hun minderjarige sexfeestjes in het zwaar getroffen Haïti bevinden zich al lang over de finishlijn.  Maar ik ben dus hypocriet. Dat ik wellicht tot de meest hypocriete generatie ooit hoor, verzacht dit slechts gedeeltelijk. Wij zijn het vol in de zon badende, globetrottende, benzine tankende, vlees verslindende, huizen bouwende volkje dat de laatste 10 jaar stuiterend tegen zowat alle lampen en muren is gelopen. Wij, plastic people, kwamen, zagen, overwonnen … en lieten een berg smerigheid achter. Wellicht zijn we ook de meest welvarende, gefortuneerde generatie ooit, maar hebben te laat ontdekt dat je het nooit massaal goed kunt hebben in een moreel en ecologisch vacuüm. Welvaart bestaat niet zonder bloederige vertakkingen en doornige wortels in vreemde gronden. We hebben met mondjesmaat geleerd dat zowat voor elke lach hier een zweetdruppel of traan elders neerdaalt; dat mijn hoera bij een geslaagde shopping dag andermans tragische werkdag kan betekenen; dat mijn hedonistisch leventje een ecologische prijs kent. Zoals de eerste wet van theormodynamica stelt dat geen energie ooit verloren gaat of uit niets kan ontstaan, is er ook op mensenmaat geen actie zonder repercussie. Als er al sprake is van yin en yang is het dit wel: voor wat je neemt, wordt meestal ergens wel een offer gebracht door natuur of onzichtbare medemens. Ondanks dat ik dit allemaal weet en al jaren opschrijf, blijf ik gretig nemen. Ik bestel online kleren; ik mijd niet consequent genoeg plastieken verpakkingen; als het regent en ik moet veel boodschappen tillen, neem ik soms de auto; als ik merk dat mijn vliegticket naar Engeland minder dan de helft kost van een treinticket smelten mijn principes als sneeuw voor de zon. Blijkbaar is de hardnekkige aanlokkelijkheid van consumptie sterker dan mijn wilskracht. Het is zo moeilijk om dit patroon te doorprikken, zelfs nu jij hier bent. Het is dus afkicken hoor, dat grenzeloze kapitalisme! We hebben onze aardbol dermate dolgedraaid dat de natuur de kluts kwijt is en de mens duizelig ronddwaalt. Ik heb hier een vies vuil steentje aan bijgedragen, terwijl jij en je (klein)kinderen de boel moeten zien op te kuisen. Pompen of verzuipen. Daarvoor is geen verontschuldiging doortastend genoeg. Ik ben papa Joachim. Hoe wonderlijk te merken hoe mijn liefde voor jou nog dagelijks kan toenemen. Dubbel wonderlijk omdat dit merkbaar groeit tot iets onvergelijkbaar met mijn liefde voor je mama. Liefde heeft meer gezichten dan ik dacht en het jouwe geeft me levensvreugde. In je gezicht begin ik ook meer fysieke gelijkenissen tussen ons te zien. Hoe je blik angstig verfrommelt als je in een warm badje wordt ondergedompeld en hoe het erna traag opklaart bij gewenning. Dezelfde smoel die we trekken als jij die vieze vitamine K ingelepeld krijgt en ik op pakweg zondagochtend een vies bruistablet naar binnen giet. En niet te vergeten: de groei van je voetjes zit boven de curve. Als je nu over mijn hypocrisie terecht denkt dat het niet te laat is om te veranderen, zeg dan niet: ‘geen haast hoor’, want ik ben tenslotte al negenendertig jaartjes oud.  

Joachim Stoop
0 0

Zesde brief aan mijn zoon

Lieve Louie,   wanneer jouw uitbundige lach me vanuit de wieg tegemoet komt, zie ik wat vele volwassene najagen: volledig ontdaan van het eigen ik naar hogere sferen opstijgen en zichzelf eventjes vergeten. De beoogde terugkeer naar dit oergevoel kent vele gezichten: de roes van alcohol, de shanti van meditatie, de hitte van passie, de magie van muziek, de knal van kunst, de zzzing van drugs, de steun van religie, de troost van schoonheid en de schoonheid van al deze troost. Overal op deze aardbol liggen dingen verspreid die je de vaste grond van alledag kunnen doen ontstijgen. Als eenmaal je venster op de wereld wat meer samenvalt met de brede horizon, zal je beeldige gebouwen, schitterende schilderijen en ware woorden aantreffen. Van de metamorfosen door Ovidius, Kafka, Philip Glass tot een rups die zich geduldig tot vlinder ontpopt: de wereld is zo rijk, Louie, vol met schatten waarvan je zegt: ‘enkel en alleen al dit muziekstuk, deze voorstelling, dit kunstwerk maakt mijn leven het leven waard.’ Toen ik bijvoorbeeld de laatste bladzijde van Richard Powers’ epische roman ‘Het zingen van de tijd’ had gelezen, was ik een tikkeltje teleurgesteld. Dit had immers voor mij het boek der boeken kunnen worden indien de auteur op het eind was teruggekomen op een bepaalde scène van eerder in zijn roman. Toen ik achteloos een pagina verder bladerde, zag ik pas de epiloog. Met mijn gezicht doorweekt met tranen las ik de verwerkelijking van het door mij gesmeekte slotstuk en bedacht ik voor de zoveelste keer: ‘een goed boek lezen is gelijk aan een extra gewonnen leven.’ Ook de mmm van muziek, musea en voor sommigen van een misviering (met één ‘s’) kunnen deze rijkdom aanstippen. Het is vreemd hoor: je hele leven zal je worden gevraagd hoe het op school gaat of wat voor werk je doet, terwijl de dingen die er écht toe doen amper de moeite van het polsen waard Blijken. We hebben onze baan, status, positie tot platgetreden hoofdweg gepromoveerd terwijl we uiteindelijk allen hunkeren naar zijpaden waarin we mogen verdwalen. Als je ooit op een afgelegen camping met je beste vrienden naar de sterrenhemel tuurt en nageniet van een zomerdag waarop je in een autorit vergezeld van Pink Floyd tussen kerkjes en musea leek te dwarrelen, zal je begrijpen wat papa bedoelt. Geloof me, het licht wat tijdens die roadtrip invalt op de glooiende heuvels en samenvalt met een specifieke geur van bloemen, zal je langer bijblijven dan eender welk schoolrapport (waarmee je vader niet wil zeggen dat je daar je best niet voor hoeft te doen ;-) Alle wegen leiden niet naar Rome, maar naar boven. Het is de zwaarte, de kracht, de zwaartekracht van alledag die ons in het hier en nu houdt. Ik denk dat we allen een onweerstaanbare drang meedragen om te versmelten met wat groter is dan onszelf. Dit opgaan in het geheel sijpelt door in patriottisme, winkelcentra, bedevaartsoorden, wereldkampioenschappen. Oh, wat vormen we graag een -liefst onmisbaar- puzzelstuk van een geheel wat we bewonderen of waarin we ons thuis voelen.   Dit klinkt wellicht allemaal heel ingewikkeld voor je. Sommige dingen zijn gelukkig ook verbazend eenvoudig. Je mama vroeg me vandaag bijvoorbeeld wat ik het leukste vind aan papa zijn. Na even nadenken, zonder echt te twijfelen, noemde ik de aanraking en jouw lichaamswarmte. De manier waarop je, zoals de cadans van aanspoelende golven, met je mond tegen mijn wang ademt. Elke dag wordt de (her)ontdekking aangescherpt dat tastzin de puurste vorm van ervaren is. Je zal het later nog aan je huid merken als je diep geraakt wordt wanneer je je favoriete liedje uit je puberteit onverwacht terughoort of als je over een heuvel rent en op de top bijna opstijgt van geluk bij het goddelijke landschap rondom je. Kippenvel is het uithangbord van de ziel. Je huid is je huis. Vanaf dag één communiceren onze huiden als twee aparte golven die lang genoeg over elkaar vloeien om te beseffen dat ze uit hetzelfde water bestaan. We klikken, Louie. Als magneten. Jij de plus, ik te min. Louie, als we later in de natuur lopen, zal ik je vertellen hoe je een bos zowel kunt zien als bos op zich, maar ook als som van bomen, en bomen als som van bladeren en takken, en bladeren als som van nerven. Een bos is kunst van de hoogste orde en de mens is een machtig wezen met een aangeboren vrijheid van in- en uitzoomen op deze kunst. Je ogen, oren, neus en mond zijn sleutels waarmee je schatkisten opent. Met je huid de boomschors aaien is aarden. We zullen onze ogen sluiten en de wereld als een verdwaalde strandbal loslaten. Ik zal je zeggen dat het grootste wonder op aarde de aarde zelf is. Dat de boom voor onze neus ringen in haar stam draagt die stroken met onze planeet één keer rond de zon. Dat hier honderden jaarringen geleden net als wij een andere vader en zijn zoontje stonden met handen vol schors en koppen even zonder kopzorgen. En jij ...jij zal me vragen wanneer dat beloofde ijsje er nu eindelijk aankomt. Je bent een mens; een druppel in de mensenzee. Mensen zijn onderling uniek, maar ook als soort zijn we onvergelijkbaar. We zijn de enige dieren die werkelijk beseffen dat ze leven en dat er zoiets als tijd bestaat, hoewel ook wij moeten roeien met de riemen die we hebben. Zo las ik in De werkelijkheid is niet wat ze lijkt van fysicus Carlo Rovelli dat we ‘tijd’ enkel ervaren omdat ons brein te beperkt is. Met hersenen die honderd procent compatibel zouden zijn met natuurwetten en universum, zouden vroeger, nu en later gewoonweg niet bestaan. Tijd tikt dankzij -niet ondanks- ons. Tijd voelt soms aan alsof ik de godganse -tja- tijd een heel zacht, quasi onmerkbaar duwtje in mijn rug krijg. Steeds maar vooruit. Ik kan wel achterom kijken, maar nooit rechtsomkeer maken. Tik tik tik duw duw duw stap stap stap… Even stilstaan bij het hier en nu is dus ironisch genoeg juist halt houden bij het besef dat we vooruitgaan. In het moment leven is het traag voorbij zien gaan. Zo is de mens de maat van alle dingen. Met uurwerk, beitel, pen(seel), dirigeerstokje in de ene hand en jammer genoeg met wapens in de andere geeft hij door de geschiedenis heen de maat aan. De Homo Sapiens schept Goldberg-Variaties en goelags, Guernica als slachtpartij en als schilderij, machtig grote piramides en de slavenarbeid die hun bouw moest bewerkstelligen. Louie, geloof me: er is niks mooier en er is niks lelijker dan de mens. Ik hoop, dat je met jouw leventje de mooie kant op kruipt, stapt, loopt.   Indien je me later vraagt: ‘Papa, waarom leven wij?’ heb ik geen idee. Jouw zoektocht naar wijsheden zal sowieso wijzer zijn dan je bestemming. Daarin zal ik je proberen loslaten. Waar ik je iets nadrukkelijker in de juiste richting wil sturen, is bij de vraag: ‘Papa, hóe moeten we dan leven?’ Kunst, religie, filosofie staan hoog, maar ethiek staat er wat mij betreft boven. Er is niks mooier dan iets moois doen voor een ander. Ook dat is kunst. Maar ik moet toegeven dat ik deze levenskunst zelf te weinig toepas. Het is ook voor mij moeilijk om geen kind van mijn tijd te zijn. Een tijd die te fel wordt overschaduwd door zelfzucht en een hartvochtigheid die hartelijkheid als naïef bestempelt. Alsof onze blik op de medemens standaard op selfie staat. Hoe zal ik je kunnen uitleggen dat er op jouw geboortedag ouders aanspoelden aan de voorspoedige oevers van Europa -misleid door vuurtorens die wereldwijd Verlichting uitstralen. Vluchtelingen die denken eindelijk veilig voet aan wal te zetten om meteen weg te zakken in een moeras van kille tentenkampen en dito onthaal, met baby’s in ontrafelde draagdoeken negen maanden daarvoor verwekt in schuilkelders waar mama en papa hun huiden lieten dansen en zingen tegen de donderslagen van de hel daarbuiten. Kinderen geboren als een speldenprikje hoop, een restant warmte, een middelvinger naar dood en verderf. ‘Hadden die mensen dan iets fout gedaan?’ zal je me vragen. ‘Konden jullie niet meer doen voor hen?’ Mijn mond vol tanden zal boekdelen spreken. Ik weet niet wat er lastiger wordt: die keerzijde van de wereld verdragen ... of ze je verklaren. Ik wil je alles en meer geven, Louie, maar wat ik je het allerliefst had willen bieden, is niet voorhanden: geboren worden in een wereld waarin kansarmoede kansloos is, alle bloedvergieten voorgoed vergoten en slechts één uitgestorven diersoort: de geldwolf. Ik kan wel pogen je via taal over een wereld te vertellen waarin Vladimir, Kim Jung, Bashar en Donald onderbetaalde poetsmannen zijn, waarin natuur koningin is met mensen als onderdanen, maar na dit talig uitstapje moeten we onverbiddelijk terug naar de onverbloemde werkelijkheid. Ja, kleintje, je vader houdt van grootspraak, maar dat is ongetwijfeld om zijn eigen beperktheid te camoufleren.   Ik heb het gevoel dat ik je met deze brief alles en niks heb verteld. Ik weet zelf niet goed wat je uit deze woordenbrij kunt opvissen. Wat ik je vooral wil zeggen is dat het leven de moeite waard is, dat kunst overal is, Vadertje Tijd relatief en Moeder Natuur absoluut. En dat je op je schattenjacht het goede moet proberen doen voor andere schattenjagers. Terwijl je nu nog hooguit pap drinkt, krijg je hier wel al een hele boterham op je bord. Neem dus rustig de tijd om lekker te zoeken, verdwalen, schatten delven. Geen haast hoor, je bent tenslotte nog maar zes maandjes oud.   Veel liefs, je vader Joachim   Ps. Volgende keer schrijf ik over liefde. Dat is véél eenvoudiger.

Joachim Stoop
0 0

Held

Het is weekend, het is herfst, mijn favoriete seizoen, én de zon schijnt, alles kleurt oranje en een beetje groen. De vriend is er een paar dagen vandoor, ergens in een bos, en de hond mocht per uitzondering niet mee. Ik vind de hond een beetje sneu. Hij lijkt te wachten op de vriend bij het raam. Misschien beeld ik het mezelf in of vind ik mezelf een beetje sneu, wachtend in het huis. We gaan een wandeling maken met ons twee, in een natuurgebied, een kwartiertje rijden hiervandaan. Dat voelt ook een beetje zoals op reis zijn. Auto in, hond mee, flesje water en hup. We gaan voor een "libelle"wandeling. Wat leuk! Over een brugje, langs een dreef, over een dennenpad. Ik let niet op en de libelleborden sterven uit. Hoe moeilijk kan het zijn, ik volg gewoon de rode bordjes dan kom ik vanzelf wel weer bij de parking uit. Het is vijf uur in de namiddag, we wandelen al meer dan een uur en ik zie de zon zakken.. Mijn telefoon ligt in de auto, samen met het flesje water. Er komt een jongen aangejogd, zonder shirt aan. Ik klamp hem aan en hoor mezelf zeggen :"mijn telefoon ben ik in de auto vergeten en ik ben verloren gelopen denk ik". Goed bezig Evelien.Ik bijt op mijn tong. Waarom denken mijn hersenen niet langer na voordat ik praat. Slim om tegen een wildvreemde te zeggen dat je als meisje alleen ronddwaalt in een uitgestrekt natuurgebied, zonder telefoon! Hij moet lachen en de hond likt zijn hand. Hij haalt een plannetje boven en wijst de kortste weg naar de parking. Wel doorwandelen zegt hij, het wordt al snel donker! Bedankt. Ik zucht. 

Evelien
12 0

Pendelpencils

Ze zag haar evenbeeld weerspiegeld in het raam. Buiten was het donker, of toch, zo leek het. Het was slecht een illusie. Het treintraject liep doorheen de bergen, en de penetrerende tunnels maakten dat ook overdag de reiziger zich in nachtmodus bevond. Elke maal de trein de tunnel uitreed, en het zonlicht de wagon verlichtte, werden de passagiers gewekt. Ogen werden uitwreven, monden gaapten, en lichamen strekten zich uit. Om dan weer, enkele minuten later, de volgende tunnel en nacht in te rijden, en weer verder te dommelen op het ritme van de wiegende wagon.   De pendelaars op dit traject hebben het goed. Het vroege wakker worden wordt verzacht door de sluimerende, schommelende reis naar hun bestemming. Ze krijgen de tijd om de dag te beginnen. Ze krijgen de tijd om hun ogen te laten wennen aan het zonlicht en aan de geuren en kleuren die bij klaarte hun donkere holtes verlaten. Ze moeten niets. Ze wennen. Aan het licht, aan het geluid, aan elkaar, aan hun plannen voor de dag. En wennen is goed. Wennen maakt dat je beter voorbereid de dag doorkomt.   Toch hebben de pendelaars op dit traject het ook lastig. Veel te warme wagons in de zomer, ijskoude in de winter. Verwarmingen die niet werken, plakkerige vloeren, zuurgeurende toiletten, onvriendelijke medereizigers, en constante vertragingen. Het zit hen niet mee. Gezucht rukt op wanneer ze de trein opstappen, die hen genadeloos naar hun bestemming brengt. Ze hopen een vertraging op te lopen, om dan het recht op klaagzang over de Italiaanse spoorwegen te kunnen opeisen. Ze grommen en knorren en puffen en zuchten.   De trein remt het station binnen. De pendelaars staan recht en stappen de trein uit. De dag is begonnen. Het warme deken van de treinwagon wordt genadeloos van hen afgetrokken. Maar dat is niet erg. De reis heeft zijn dienst gedaan. Ze zijn klaar. Ze zijn het gewend.   Ze zag haar evenbeeld weerspiegeld in het raam. Buiten was het nu licht. ‘Het blijven het pendelaars. Maar deze hebben het toch niet zo slecht.’, dacht ze.

Rebekka
0 0

DONOR IN THE DARK

Oké, met het televisieprogramma “Make Belgium great again” werd het noodzakelijk doneren van organen na de dood, nog eens in de verf gezet. Onnodig blijkt, want in principe is iedere Belg donor. Alleen met het ondertekenen van een beëdigd donorpapiertje voorkom je nu, dat ma, pa, zoon of dochter zich tegen je donatie gaat verzetten en ze je na de dood toch nog met al je gezonde attributen in de grond laten zakken of in de oven willen schuiven. Straf vond ik toch de uitspraak van de religieuze Joodse -en de Moslimgemeenschappen: “Zij zullen nooit donor worden, want ze moeten zich steeds integraal, met alles erop en eraan, aan de hemelpoort bij hun gefantaseerde Goden aanmelden.” Straf, dus die ontplofventjes hebben tijdens hun leven eventjes deze definitie overgeslagen.  Ik kan me niet indenken dat als zo’n bommengordelterroristje zichzelf opblaast, zodat je zijn weinige hersens van de vloer kan bijeen schrapen en zijn ledematen er als bloederige puzzelstukjes bijliggen, nog van zijn “herder” in zijn hemel aan zijn maagden mag beginnen. Sterker nog, ik vind dat deze religieuze jandoedels, als er bij hun één of ander intern niet meer functioneert, dan ook nooit op een donorwachtlijst mogen terechtkomen. Meer nog, ik veronderstel, dat ik dan ook het recht mag hebben om in mijn donorcodicil te stipuleren dat mijn organen aan iedereen geschonken mogen worden, behalve aan prakkiserende Joden en Moslims. Ben ik dan een racist? Nee hoor, ik behoed deze mensen voor een heleboel misverstanden aan hun sprookjeshemelpoort. Als Pietje de dood dan toch langskomt, moeten ze daarboven met hun Jehova en hun Allah niet in oeverloze discussies treden omdat ze een atheïstisch hart, lever, nier of longen in zich hebben.   Soit, de laatste septembernacht was de koudste in 39 jaar. De temperaturen flirtten met het vriespunt. Overal in België zullen er mensen zijn geweest, die met hun elektrisch kacheltje eventjes de boel doorverwarmd hebben. Zitten wij nu misschien al in alarmfase 1 van het elektrische afkoppelingsplan?  Wij worden op allerlei fronten met een mogelijke black-out rond de oren geslagen. De herfst en de winter komen eraan en ik zal al heel blij zijn dat als we straks met de caravan thuiskomen, de automatische elektrische garagepoort open zal gaan en wij niet in het donker, met een kaars in de hand, door de gang moeten strompelen. Met een beetje geluk sijpelen er geen ontdooide ijsjes uit de diepvrieskast en kan ik zonder problemen de vakantiewas in de machine laten draaien. Kan de verwarming nog aangezet worden? Zelfs stoken met aardgas, moet elektrisch opgestart worden. Mogen wij van onze Vlaamse kajotsterminister vanaf nu terug hout stoken in de open haard? Wat kan je nog in je keuken bewerken zonder elektriciteit? Moeten wij onze gasbarbecue voor alle veiligheid maar uit de caravan halen? Of wordt het alle dagen gazpachosoep, koude plat of tomaat- garnaal? Geen frietjes bakken, geen expresso- koffietje laten doordruppelen, geen magnetrondiners of potten en pannen op je keramisch vuur. Geen water in de zomer, geen elektriciteit in de winter! Het doet me zo’n beetje terugdenken aan de allereerste reisjes in de jaren ’50 en ‘60 naar Italië. Daar was het water ook gerantsoeneerd en kwam soms maar één uurtje per dag iets uit de kraan. Wat is er aan de hand in België? Zijn wij een soort ontwikkelingsland geworden? Onze minister van energie heeft er het handje van weg, om met een vermanend vingertje naar Electrabel te wuiven. Vinden jullie mijn zin, in het kader van haar handicap een beetje ongepast? Misschien, ik zelf vind hem grappig, zeker als je ziet wat de nieuwe minister van energie bij haar aantreden van haar CDF voorgangster als welkomstgeschenk kreeg;  een opwindbare zaklamp… Kunnen wij tijdens de wintermaanden nog met onze e-bikes rijden? Gaan we straks, als we allemaal elektrisch rijden onze auto’s wel kunnen opladen. Een oplaadbeurt gaat dan wellicht meer kosten dan een volle tank benzine! Wie er ook in de fout ging, wie wou de kerncentrales al veel eerder afschaffen zonder ook nog maar een goed alternatiefplan? Wie privatiseerde Electrabel om de put van de staatsschuld te dempen?  De Gentse rode ridder oppert nu, juist voor de verkiezingen, om het BTW tarief terug naar 6% te brengen. Geen enkele journalist vindt dit deze keer populistische praat en durft vragen “wie gaat dan die schuldenput terug dichtgooien, wie gaat dat volgens U betalen?” Weer de rijken zeker? Wie wou niet dat er ergens ten velde grote zonnepanelenvelden aangelegd werden, omdat er juist daar een bedreigde soort kikkertjes rondsprongen of een speciale soort mieren marcheerden? Wie wil er geen windmolenparken in de zee omdat het panorama dan verstoord is? Nu roept Electrabel dat de onderhoud van deze kerncentrales miljoenen gaat kosten ook omdat de elektriciteit nu van het buitenland geïmporteerd moet worden. Importeren wij nog niet genoeg onderontwikkeling uit het buitenland? Gaat er deze zomer nog wel genoeg elektriciteit zijn, als we met zijn allen onze airco in onze verplichte over- geïsoleerde huizen moeten laten draaien om wat verkoeling te hebben. Stel nu, even hypothetisch, dat bij een mogelijke black- out alle winkeletalages niet meer verlicht mogen worden. Als alle verkeerslichten en alle treinovergangen niet meer functioneren. Als alle straat- en autostradelichten gedoofd worden en dat wij met zijn allen aangespoord worden om romantisch met kaarslicht een potje scrabble of mens erger je niet te spelen. Dat gans België een donker onderontwikkeld gat wordt. Dat de duisternis de dief inspireert. Dieven sluipen door het duister en zoeken inbraakmogelijkheden in de nu alarmloze villa's. Alerte burgers verwittigen de politie. Er volgt een flitsende achtervolging en de gestolen auto met een kwartet bandieten smakt tegen een nutteloze lantaarnpaal. Brandweer en ambulances erbij en met de slachtoffers naar de spoed. Tevergeefs, te laat! Mensen die op de transplantatiewachtlijsten staan, moeten zich in het midden van de donkere nacht naar de desbetreffende hospitalen haasten.  Ineens is er een overschot van donororganen, nieren, harten, longen en levers. De slachtoffers worden op brancards in de operatieruimtes binnen gereden en de transplantiechirurgen staan al met hun scalpel paraat. De burgers wordt gevraagd om nu in Alarmfase “Black out”, zeker op dit moment absoluut geen elektriciteit meer te gebruiken. Ergens in een gesloten asielcentrum steken 550 transmigranten tegelijkertijd de batterij opladers van hun smartphones in het stopcontact en pffft, kaboem…er kwam een varkentje met een lange snuit en in heel België ging overal, ook in de ziekenhuizen en bij iedereen het licht voor altijd uit.   Sim, 30 september 2018  Liverdun    

Sim
0 0

MISS CAMPING LA FLORIDE

Wij lazen in de krant dat een voormalige tv omroepster een boek had geschreven waarin ze aankondigde dat ze al meer dan 25 lentes was, vooraleer ze haar eerste orgasme kreeg en sindsdien masturbeert ze dagelijks. Ze schrok van de negatieve reactie op haar ontboezemingen en reageerde geschokt met de vraag “hoe preuts we eigenlijk geworden waren”! Preuts? Wie zit er nu op zo’n informatie te wachten, wie wil weten waar en hoeveel keer Eva gevingerd heeft? Zulke verklaringen horen toch niet in de krant thuis, maar in een weekblaadje voor overgangdames en roddeltantes! Bij een Brugs firmaatje kan je kuisvrouwen en -mannen inhuren om half naakt je tapijten te komen stofzuigen. Voor enkele euro’s meer gaat er wat meer lingerie uit en komen de poetshulpen met hun gat omhoog je plinten afstoffen. Binnen een jaar of vijf gaat de #metoo beweging hier weer een vette kluif aanhebben! Nu ben ik zelf een kind van de zestiger jaren, iemand die mee als eerste haar bh over de haag zwierde en met de pil, de condoomloze seksuele revolutie inluidde,  maar ik vraag me nu meer en meer af, wanneer is de mensheid zo plat en ongegeneerd geworden. Verschieten wij dan, dat de Midden Oosten nieuwkomers in Europa, schrikken van al dat ombeschaamd etaleren van bloot vlees en onze totale ongeremde seksuele omgangstaal? Vinden wij het nog gek dat zij opteren voor hoofddoekjes, sluiers, boerka’s en Sharia- wetjes? Ook hier op het strand  ligt er zo’n overjarige pépé te zonnen terwijl hij zijn zwembroek onder zijn kont getrokken  heeft. Soms loopt hij langs de vloedlijn te paraderen, in zijn blote poepert en zijn zwembroek die als een omega letter over zijn flierefluiter hangt te bungelen. Soms voel ik de neiging hem toe te roepen: “Trek die boel nu maar naar omhoog, want niemand wordt nog heet van zo’n twee oude gerimpelde chocolade bruine platte kadetten!” Ik vraag me ook af voor wie hij dit toneeltje dagelijks opvoert. Toch niet voor zijn madame, die naast hem ligt te zonnen en die er uit ziet alsof er een airbag veel te snel in haar badpak afgegaan is. Misschien wou hij wel naar de nudistencamping, maar stelde de mevrouw haar veto, omdat ze zich niet meer zo lekker zou voelen, om met al haar vergaarde overgangsvet, tussen die zonnende naakte lijven rond te denderen. Het koppel is, volgens de nummerplaat op de camper van de regio Parijs en misschien zit er daar in één of ander arrondissement wel een snol nagelbijtend op meneer zijn  terugkeer te wachten. Wat een rentree kan hij dan maken als hij haar dan kan vragen het witte stukje vlees te zoeken! Het is eind september en op de camping zitten er alleen nog oudere seniorentypes. Soms stel ik mij de vraag, wanneer sommige spiegelloze oudere seniorendames zouden inzien, dat het voor iedereen appetijtelijker zou zijn als ze hun lichamen in een strak badpak zouden steken. Laat toch een beetje aan de verbeelding over in plaats van royaal met die blubber- cellulitis- buiken over je bikinibroek rond te zwaaien en met je pompoentoeters of muggenbeettietjes ongegeneerd topless zwierend over het strand te flaneren. Wanneer besef je dat je dit niet meer moet doen? Het is eind september en een nieuwe soort kampeerders komt de camping opgedraaid. De campergeneratie, die met hun één, twee of zelfs drie honden niet meer welkom is in de hotels. Daarom huren of kopen ze een megagrote camper en zetten daarnaast een tentje op voor de roedel keffers. Hun fietsen worden vooraan en achteraan uitgerust met een hondenmand met daarover een soort gevangenistraliewerk zodat ze de blaffers ongestoord mee kunnen nemen op hun fietstochten. Soms hangt er achteraan zo’n  kinderfietskar, waar ze zo’n twee piepende poedels in meesleuren. Vermits ze met hun gigantische campers bijna niet in en uit hun kampeerplaatsjes kunnen rijden en ze op hun fietsen geen plaats overhouden om per fiets boodschappen te doen, huren ze dan ter plaatse nog een auto om naar de supermarkt te rijden. Mensen waar zijn jullie mee bezig??Waar is de oer tentenkampeerder en de kleine caravantoerist gebleven?  Het paadje dat doorheen de camping richting strand loopt wordt stilaan de hondenwandelboulevard. Elke hond wil wel een praatje maken met Lassie, Boomer, Beethoven of Rintintin  of de tweeling platsmoelhondjes van de andere kampeerders en dat ontaard soms in een oeverloos irriterend gegrom en geblaf. Het gelukkigst zijn de baasjes, als hun schijtertje een drol kan leggen op een lege campingplaats en als ze dan toch betrapt worden door alerte kampeerders dan zie je die schijtmadammen en koude kakmeneren nadien enigszins verveeld met hun stronttrofee richting vuilbakken slenteren. Alhoewel het zo laat op het seizoen is, is er nog steeds animatie op de camping. Niet dat we er last van hebben want het is werkelijk helemaal aan de andere kant van het domein. Eenmaal geprikkeld door onze nieuwsgierigheid zijn we een kijkje gaan nemen. Staan er daar, op een scène, in een oorverdovend lawaai, voor drie man en een paardenkop, zo’n zes Folies Bergèretypetjes met pluimen op hun kop en in hun gat wat op een Moulin Rougetempo rond te draaien. Aan de wekelijkse Miss Camping La Floride verkiezing werd al eind augustus, toen het jonge geweld terug naar huis was, een einde gemaakt. Maar manlief is nog steeds in de running voor de beker van de enige ongetatoeëerde hetero op de camping. Maar misschien wordt hij met een witte penislengte geklopt door de mokkabruine Parijzenaar.   Sim, Camping Le Floride et l’Embouchure, Le Barcarès.  22/9/2018           

Sim
350 0

DE KOGEL IS DOOR DE KATEDRAAL

Oké, de kogel is door de kerk. Volgend jaar in mei gaan we niet meer met de caravan rondtoeren, maar gaan we eerst onze eigen “to do and to see” citytrips vervolledigen. Geen Rome, Barcelona, Lissabon of Parijs meer, maar de tocht zal nu zonder nog verder uitstel naar het onvolprezen Salisbury gaan. Op de televisie zagen wij het Russische komische zenuwgasduo Alexander Petrov en Ruslan Bosjirov deze toeristische wereldstad  aanprijzen. Volgens een googleverhaaltje en zonder blikken of blozen vertelde dit novisjokkoppel op de Russische tv hoe geïmponeerd ze wel waren toen ze de 123 m hoge toren van de in 1220 gebouwde kathedraal zagen. En dat alle langs de andere kantmannen zeker een tocht langs de bewierookte Salisbury homobars moesten houden, want dat was de reden dat deze twee testosteronbonken voor een nachtje vanuit Rusland naar Groot Brittannië overgevlogen waren. Zelfs Poetin hoorde dit wikipedia- Skripalfabeltje met een grijns op zijn gezicht aan. Denken die Russen nu werkelijk dat wij in het westen van die onderontwikkelde goedgelovige idioten zijn? Soms kan ik deze redenering wel een beetje volgen. Soms denk ik ook dat het menselijk ras volledig aan het desintegreren is als je verhalen hoort van massa-pedo-priesters, van jeugdeikeltjes die met pasgeboren katjes voetbal spelen of het grote zootje drugsverslaafden die zonder hun dagelijkse wiet, pil of shot het leven niet meer aankunnen. Je moet op een zomerse dag eens in de Efteling rondwandelen. Zelfs mijn kinderen en kleinkinderen geloofden hun ogen niet. Of in juni over de wandeldijk op Tenerife tussen de jonge Britse lillende alcohol gemarineerde vleesmassa’s met hun bête koppen, doorlaveren! Of video’s bekijken van die comazuipende neukende Britten op Mallorca, die van hun hotelterras proberen in het zwembad te duiken, ja dan kan ik er inkomen dat die Russische nep-homo-toeristen zo’n stukje televisietoneel bij elkaar fantaseren. Zelfs heel Rusland maakt nu grappen over die twee gifacteurs. Misschien moet Fabre deze pseudo homoheren onder contract nemen. Ze zouden zeker een culturele meerwaarde geven als hij ze tussen zijn naaktdansers zou laten optreden. Zijn pornoballet zou meteen een schot in de roos zijn bij alle nog rond dwarrelde exhibitionisten. Misschien dat de #metoo verhalen dan niet meer van de ballerina’s, die het choreograaf- regisseursbed moesten delen, zouden komen,  maar van de blote penisdansers, die dan meer dan ongemakkelijk hun billen stijf bij elkaar zouden moeten houden tijdens de grand écart? Dus volgend jaar met zijn allen naar Salisbury, de nummer één op de Russische citytrip-lijst en zeker de kathedraal bezoeken.   Sim, 17 september 2018  Le Barcarès Frankrijk

Sim
55 0

mama

Gisteravond wou Juliette buurtpolitie kijken, ok, 1 aflevering en dan gedaan. Ik was ondertussen begonnen in de keuken, met de afwas. De tv gaat uit. "mama, ben je nog niet begonnen aan het eten!" ze heeft honger, dat hoor ik , lichtjes kwaad is ze … neen, ik ga nu beginnen, .. kom je me helpen? Hier een wortel, die kan je schillen en in stukjes snijden. Nee, ik wil niet. Ik leg hem op de tafel in de living, met een snijplank en een mes. Uiteindelijk schilt ze hem, … Ik ga de vistaart maken, uit het receptenboek van Jamie Oliver, ‘’zo jong nog!’’ merkt Juliette op, staat hij op de foto op de cover van zijn kookboek. Uiteindelijk helpt Juliette me … Ze pelt de gekookte eieren, ze heeft een lifehack gezien hoe je dat moet doen, een tas met koud water erin om ze te laten afkoelen.. Ik doe verder. Wortel en ui bakken, … waar is de slagroom? Juliette snijdt de vis in reepjes, ze heeft nog niet zoveel kracht in haar pols, gaat moeilijk, dus ik help. Ze plet de aardappelen en dan zetten we de schaal in de oven. Nog een half uurtje… tot 20u25 dus, ze zet de timer. We zitten in de zetel, tafel is gedekt. De timer loopt af. Etenstijd. Jonas moest nog 10 min z’n game afwerken op tv, Fort nite .. Aan tafel. "Mama, het is niet lekker, het is heeel lekker" zegt hij… de sloeber. Een lach op z’n gezicht. Juliette vindt het ook lekker. We genieten. Ondertussen al bijna tijd. Afruimen. De rust van de avond kan beginnen. Om 21u moet Juliette naar boven, zodat ze om 21u30 in haar bed zit, dat is het plan telkens… Ik ga om 21u30 met Jack naar buiten. Richting het restaurant. Veel licht, hoge ramen, ik zie de mensen zitten aan tafel, ontspannen, praten, een groepje komt net naar buiten en neemt met weinig woorden afscheid. Salu. Ik wandel door tot voorbij de caravan die in de tuin staat van een huis verderop. Er brandt licht. De tv is aan. Gordijnen dicht, maar ik kan een glimp van het tv-scherm zien. Een man zit daarbinnen. Ik zie hem soms. Met een vrouw, z’n moeder?, aan tafel, zitten ze, .. Enkel een hek is de afsluiting van de tuin, geen beschutting, je kan binnenkijken, in de tuin, en in het bijgebouw, naast de caravan, waar hij in de winter zit. Ik keer terug. De maan schijnt met een sliert wolken eromheen. Ze is op weg naar vol. Jonas gaat om 22u naar boven. Een zoen. Slaaplekker. De ideale wereld is vanavond, maar eerst nog voetbal. Ik lig in de zetel, val bijna in slaap… Strompel naar boven, oef, eindelijk, zachtjes doe ik de badkamerdeur open en steek het licht aan.  

Hemelszoet
0 0

HET JETLAGUURTJE

Met stomme verbazing hoorde ik Junker, die Eurojandoedel verkondigen dat men een enquête gehouden had bij de Europese burgers en dat men met de uitslag hiervan rekening zou houden. Ik voelde me echt opgelucht nu de Europese burger eindelijk gehoord zou worden. Waarover die peiling ging? Over dat jetlaguurtje tussen het zomer- en het winteruur. Waarschijnlijk hadden de Europarlementariërs hier zelf enorm veel last van en zaten ze bij elke verschuiving tussen die tijd, telkens een paar weken te slapen en te geeuwen. Op dat ritme versliepen ze de meest belangrijke zaken die op de agenda stonden. Nu ze de uitslag van het burgerresultaat weten, kunnen ze hier weer een paar jaartjes over palaveren, discussiëren, onderhandelen en ouwehoeren. Had Junker weer een paar glaasjes teveel op? Waarom nu ineens wel de opinie van de Europese burgers vragen? Zijn er geen belangrijker zaken waar die ivoren torenpolitici met hun riante salarissen en dito pensioenen zich mee moeten bezighouden? Waarom houden ze niet eens een peiling hoe de doorsnee burger denkt over die zwartemannekesexodus en hoe Europa die onmiddellijk zouden moeten stoppen? En hoe de Europese burger erover denkt dat die Europa parlementariërs hierover reeds meer dan tien jaar lullen, leuteren en discussiëren terwijl ondertussen half Afrika in de Middellandse zee verdrinkt. Waarom hebben wij geen duidelijke buitengrenzen? Wat hebben die lulhannesen tot hiertoe al bereikt?  Eén Europese munteenheid met een Verenigd Koninkrijkuitzonderingetje en open grenzen. Poorten die wagenwijd opengezet werden naar landen die nog helemaal niet op Europees niveau zaten. Onze volledige bouw- en transportsector naar de Filistijnen.  Mooi cadeautje voor het Oostblok. Jullie kunnen nu je huisje voor minder dan de helft investering door Poolse arbeiders laten renoveren,  je dak voor een derde van de prijs door Bulgaren laten isoleren, terwijl een Tsjechische vrouw je keuken zwabbert en dit zonder dienstencheques. De Europese autostrades  worden overbumperd door Oostblok- truckcowboys, die voor minder geld dubbel zo lang in de file willen staan. Vindt Europa het niet raar dat wij door een religieus verkleedvolkje overspoeld worden, dat hun Middeleeuwse gedachtegoed aan ons wil opdringen? Vroeg Europa onze mening over deze belangrijke zaken? Waarom nu ineens wel over zo’n jetlaguurtje? Krijgen die Europese hotemetoten ineens schrik dat de Europese burger stilaan doorheeft hoe ons belastinggeld verkwanseld wordt en hoe ze alleen maar aan zichzelf gedacht hebben, toen de prijzen uitgereikt werden? Misschien als ze straks alleen het zomer- of het winteruur doordrukken, ze eindelijk alert genoeg blijven om gewichtigere aangelegenheden aan te pakken. Willen ze niet, of durven ze niet? In Rome stortte het dak van een kerk in. Heeft men de pastoor, die er dagelijks staat te bidden en te mompelen, zijn doopceel al eens gelicht? Misschien zat hij ook met zijn tengels aan de misdienaartjes. Ik vind het best een heel goede oplossing, dat telkens er zo’n pastoor, priester, kardinaal of hoe dit langejurkenzootje ook mag heten, met zijn klauwen aan een kind komt, er ergens ten velde een kapel, kerk of klooster inzakt. Zuid Amerika zou dan ondertussen één grote kerkelijke ruïne zijn. Hoe kunnen zo’n pedo-geestelijken nog in een God of het hiernamaals geloven, hoe gelovig kunnen die nog zijn als ze met hun poten niet van de kinderen kunnen afblijven. Laat die homobrigade toch de hand aan elkaar slaan, laat ze met hun huishoudster trouwen, maar vooral gooi ze met hun kindergeknuffel toch met hun sjokkedijzen uit de katholieke kerk! De opperchef in het vaticaan veroordeelde het nog maar pas, maar alles bleef zoals het was. In Brussel zakte een deel van het dak van het justitiepaleis naar beneden. Teken aan de wand! Benieuwd wat daaronder allemaal aan de hand was?   Sim, 6 september Le Barcarès https://cornelissimone.blogspot.be  

Sim
0 0

geloof

  “Ik vraag me af of ik je nog wel alleen kan laten met de kinderen”, zei ze, en trok de deur achter zich dicht. De afdruk van haar gezicht bleef enkele tellen hangen.Gespeelde verbijstering. Onmiskenbare voldoening.Juf Marleen. Of ik je nog wel alleen kan laten met de kinderen. De woorden echoden in mijn hoofd. “De kinderen”, dat waren een dertigtal acht jarigen waarvan er ik die middag twaalf onder mijn hoede had.Ik, de tweeëntwintigjarige leerkracht in opleiding. Sedert een week was ik begonnen aan mijn eindstage in de dorpsschool waar ik zelf tot mijn tiende school had gelopen. Het was in de maand mei. De maand waarin het merendeel van de achtjarigen hun Communie doen. Althans, in een katholieke school als deze. En dit jaarlijks evenement dat qua belang zowat gelijkstond aan het schoolfeest, vroeg voorbereiding. Een tweewekelijkse wandeling naar de dorpskerk en dan het toneeltje repeteren, onder het toeziend oog van klasjuf Marleen, in dit geval ook de godsdienstjuf. Een berisping nooit veraf. Drie verwittigingen en straf schrijven. Maar wel allemaal mooi en blij lachen op de heuglijke dag en vooral op de gezamenlijke foto.Twaalf ongedoopten deden niet mee aan het feestje en bleven samen met mij op school. “Laat ze maar binnen blijven in de klas. Geen communie? Dan moeten ze maar werken als wij gaan repeteren.” En zo vertrok de twintigkoppige processie, hun leider voorop, onder een stralende lentezon, terwijl ik de bundeltjes met taken uitdeelde aan de ongelovigen. Na een halfuurtje waagde er één het te vragen: “Juf, mogen we muziek opzetten?”Ik ben een ramp in namen onthouden maar je hebt van die kinderen waarvan je de naam meteen kent, omdat hun juf die voortdurend, vaak kwaad of geërgerd, herhaalt. Dit was er zo eentje. Sammy. “Waarom ook niet”, dacht en zei ik spontaan. Gejubel in de klas. Sammy zette de CD speler aan. Er klonk een rapnummer.“Juf, mag ik tonen hoe ik dans?”Ik dacht aan al die keren dat de naam Sammy op kwade toon door het klaslokaal galmde en aan die stoet kinderen buiten in de zon en zei: “Dat is goed.” Een glunderende Sammy smeet zich letterlijk en gaf een breakdance demonstratie, aangemoedigd door de rest. Plots een hoofd in het deurgat. De poetsvrouw. Die lawaai had gehoord en kwam kijken wat er was.En toen kondigde de bel de speeltijd aan. Nadien waren de anderen weer terug in de klas. Juf Marleen nam me op het eind van die middag nog even apart. De poetsvrouw had “het” haar verteld. En dat ze zich afvroeg of ze me nog alleen kon laten met de kinderen.De kinderen.En ik die me vijftien jaar later afvraag of ze nog steeds dansen.  

Vanessa Daniëls
51 0

Mijn fantastische leven

Gedachten en andere explosies   25 April 2015 Er zijn overal explosies. Geuren-, kleuren-, mensenexplosies. Het werd me te veel, vandaar de cocon. Ik bouwde deze heel langzaam op, ik beschermde mezelf tegen de buitenwereld ... maar niet tegen mezelf. De emoties, gedachten en gevoelens vulden de cocon met een doordringend gevoel van afschuw voor mezelf. Een groot afgrijzen voor mijn leven kroop in mijn hoofd, plakte op mijn huid. Het was alsof iedereen op mijn hoofd kon lezen dat ik een emotioneel, onstabiel kind was dat om het minste moest huilen. Ik ben haar ontgroeid, dat kind. Ik ben anders en ik heb me erbij neergelegd. Ik ben anders en anders zijn is oké. 26 April 2015 De duistere kant van mijn persoonlijkheid. Ze is terug. Donkere Daphne. Groot, lelijk, zelfzuchtig en verschrikkelijk ambetant. Ze vertelt me dat ik alleen zal zijn, voor de rest van mijn leven. Ik laat het even bezinken. Het interesseert me niet. Mijn donkere kant schreeuwt om aandacht die ze nooit zal krijgen. Het is onnozel. Ze zou beter moeten weten. Ik heb haar verbannen naar de achterste hoek in mijn hoofd. Daar hoort ze thuis! Ze mag mijn leven niet verder verpesten. 27 April 2015 Het is zover. De cocon barst, zo ook mijn hoofd. Het zijn net messteken. Ze doordringen mijn schedel alsof die gemaakt is van was. Zo soepel, alsof het niet moeilijk is om alle gedachten te doorklieven. Zelfs ik geraak moeilijk door de vaste gevoelens. Hoe kan het dat zij het wel kan. Hoe moeizaam ik vooruit geraak. Het zit vast in mijn gevoel. De pijn. Eerst zacht en daarna steken steeds meer messen in me, niet alleen in mijn hoofd, ook in mijn hart en in mijn buik. Vertrouw je buikgevoel ... Dat is makkelijk praten want als ik dat nu zou doen dan zie je me niet meer terug. 28 April 2015 Ik heb ervan gedroomd, van mijn buikgevoel volgen. Ik nam een tas, smeet er enkele kleren in, deed mijn stapschoenen aan en vertrok in het vroege ochtendgloren. Op stap. Enkel ik en mijn gedachten. Wacht ... Er ontbreekt iets. Ah, daar is ze, mijn duistere kant. Ik heb haar niet gemist maar ik heb haar nodig. Net zoals ik hem nodig heb. Je kent hem niet. Dat zou ik ook niet willen. Hij kent mij ook niet, althans niet helemaal. Hij heeft nog nooit mijn duistere kant ontmoet. De duistere kant die graag mensen graag kwetst. Als hij er ooit achter zou komen, wil ik niet meer verder leven. Het is een kant van mij die niemand kent. Maar niemand heeft ooit gevraagd of hij haar mocht leren kennen. 29 April 2015 Ik ga ervoor. Ik volg mijn buikgevoel. Ik heb mijn spullen bijeengeraapt en ik ben vertrokken. Alleen ik, mijn gedachten en de duisternis. 30 April 2015 Mijn moeder begreep het. Ze zei wel dat ik haar moest verwittigen als ik nog eens zou weggaan. Ik heb die avond lang in de douche gestaan. Gewoon het water stromend over mijn lelijke en mismaakte naakte lichaam. De dunne spillebenen die bibberen, de scheve neus, de borstkas die rustig op en neer gaat. Ik lijk kalm maar ben het niet. Het hete water verbrandt mijn lichaam. Mijn al zo ruwe huid werd nog ruwer. Het was net als schuurpapier. Mijn huid ging van blauw naar roze en toen naar knalrood. Ik huilde. Mijn tranen vermengden zich met het water. Het ging allemaal niet meer. Ik stapte uit de douche, deed niet eens de moeite om me af te drogen of en pyjama aan te doen. Ik ging zitten op mijn bed en sloeg de lakens om me heen. Ik had me nog nooit zo vreselijk gevoeld. Ik viel niet in slaap, daarvoor was ik te veel aan het piekeren. Wat zou er gebeurd zijn als ik niet terug naar huis was gekeerd? Hoe zou ik me dan voelen? Zou ik dan nog steeds mezelf zijn? De storm deed het huis kraken. Het was angstaanjagend. Ik was bang, zelfs al was daar geen reden voor. Het huis zuchtte. Het voelde zich al even slecht als ik. Ik troostte het huis met mijn woorden. "Huis, maak je maar geen zorgen. Het komt wel goed. Alles komt altijd op zijn pootjes terecht", fluisterde ik. Ik geloofde mezelf niet eens hoe zou het dan kunnen als het huis me wel zou geloven? Het klinkt belachelijk, misschien zelfs gek maar de storm ging liggen en het huis viel in slaap, net zoals ik.   De pijn is prettig, het geeft me het gevoel van bestaan   1 Mei 2015 Ik ben niet perfect. Ik ben alles behalve perfect. Ik eindig alleen. Ik heb er vrede mee genomen. Alhoewel, hij staat nog steeds aan mijn zijde. Ik ken hem niet zo goed, maar hij heeft alles wat je van een vriend zou verwachten: · Hij is er altijd, echt altijd op momenten dat je hem nodig hebt. Zelfs al wil je liever je verdriet alleen verwerken · Hij is het perfecte beeld van de "beschermer" · Hij is een goed persoon zelfs al verdien ik hem niet. Ik snap niet waarom hij zelfs bevriend wil zijn met mij. Hij is een held en ik ben juist het tegenovergestelde ... ik ben de slechterik. Hij weet het gewoon nog niet. · Hij is charmant. Ik neem niet altijd de juiste beslissing, maar hij was een van de beste beslissingen die ik in mijn hele leven heb gemaakt. 2 Mei 2015 We gaan ervoor, ik bedoel: ik ga ervoor. Ik sta klaar. Ik ben paraat om dit denken toe te laten in mijn hoofd. Het is moeilijk maar ik ben in alle staten. Ik ben werkelijk bereid om ervoor te gaan. Niets stopt me. Het kan snel en pijnloos. Het intimideert me want het is dodelijk. Het is verslavend. Het idee van lief gehad te worden. Ik dacht er voor het eerst aan. De schrik sloeg me om m'n oren. Ik kreeg er buikpijn van. Ik moest ervan kotsen. Niemand mocht weten dat ik het had gedurfd. Niet dat ik me er voor schaamde. Oké, ik schaamde me een klein beetje. Ik durfde niet aan te raken wat zo dichtbij was. Het leek zo kwetsbaar. Het komt omdat ik zo gemeen ben. Ik wou dat ik toen die ene seconde toch had besloten om niet aan liefde te denken. 3 Mei 2015 Het is allemaal al vooraf bepaald. Het huis waar ik mijn jeugdige jaren zou doorbrengen, mijn studiekeuze en zelfs mijn vrienden en ik geloof ook niet in toeval en ook niet in het lot. Ik geloof in de beslissingen die we allemaal maken. Ik geloof in de menselijke wil. Mijn vrienden en vijanden hadden al bepaald dat ze zo zouden worden vernoemd vanaf het eerste moment dat ze me zagen. Hun beslissing vormde mijn leven tot wat het nu is, al zou ik het niet echt een leven noemen. Maar omgekeerd ook ... Ik heb hun leven gevormd door mijn beslissingen, en zoals ik al zei, zijn die niet altijd de juiste. Ze verpesten mensen hun levens. Vooral het zijne. Het zou allemaal anders zijn gegaan als ik niet had beslist dat hij mijn beste vriend zou worden. Ik zou niet zijn leven maar het mijne verpesten. Het klinkt egoïstisch maar ik ben blij dat ik een deel van zijn leven heb afgepakt en met het mijne heb verstrengeld. 4 Mei 2015 Soms klink ik depressief maar ik ben allesbehalve depressief. Ik ben gelukkig maar het "zijn" zit me tegen. Het irriteert me dat ik het ene meisje ben dat alleen naar feestjes moet omdat ze geen vrienden heeft. Ik ga niet naar feestjes omdat ik niet zo bestempeld wil worden. Ik wil niet gelabeld worden, zoals mijn "vrienden" op school als marginaal en niet cool worden bestempeld. Ik wil niet dat andere mensen hen zo noemen want ik vind hen cool. Ik vond hen cool. 5 Mei 2015 Het heeft geen nut. Omdat ik dat ene meisje ben, zal ik dat beoogde doel met mijn boek niet kunnen bereiken. Hier enkele tips voor beginnende schrijvers: · Wil je een boek schrijven? Begin daar niet aan. Het interesseert niemand. · Ga je dan toch een boek schrijven? Zorg dan dat je emotioneel stabiel bent en je niemand lastig valt met een boek over je saaie leven. · Ben je emotioneel niet stabiel? Schrijf geen boek. Kijk wat er van komt. Je problemen dringen enkel verder in je bestaan. · Toch een boek aan het schrijven? Lieg tegen de lezers over je leven en schrijf over het gelukkige leven waarin je graag geboren was. · Nog een tip: het suckt om een boek te schrijven . Waarom ik verder schrijf? Er zijn enkele lichtpuntjes op komst. 6 Mei 2015 Toen ik gisteren schreef over lichtpuntjes in mijn leven bedoelde ik dat letterlijk. Mijn grote broer Simon had een briefje achtergelaten en 6 kaarsjes die werkten op batterijen voor mijn verjaardag. Hij zei dat ik ze moest aansteken als ik even alleen in het leven stond. Ik stond er niet alleen voor maar toch stak ik ze aan. Een maand geleden was de moeder van hem gestorven, ik bedoel van mijn beste vriend. Ik was er niet voor hem. Ik was te erg met mijn eigen problemen bezig. Ik wou hem helpen maar ik was machteloos. Hij huilde nooit in mijn bijzijn. Ik voelde hoe hij daarvoor moeite moest doen en ik wou niet dat hij die moeite deed. Als hij zou gehuild hebben had ik me beter gevoeld. Ik had hem kunnen troosten. Mijn ouders hebben me nooit geleerd hoe ik iemand met emotionele pijn moest troosten. Of hoe ik iemand moest troosten die zich niet comfortabel genoeg voelde om te huilen in mijn bijzijn of zich daarvoor schaamde. Als iemand zich schaamde, was ik het wel want elke keer dat ik iets wou zeggen leek het alsof ik mijn tanden met lijm had gepoetst. Ik voelde me zo dom. Ik kon ons niet allebei helpen en weer was ik egoïstisch en hielp ik eerst mezelf en liet ik zijn vrienden hem helpen. Er gaat geen dag voorbij dat ik daar geen spijt van heb. 7 Mei 2015 De vraag van vandaag: ben je gelukkig? Gelukkig niet! Het is al een oud spreekwoord maar het is geen wijs spreekwoord. Je koopt geen geluk. Dat is niet waar want ik heb mijn geluk wel gekocht. Niet op E-bay of bol.com. Ik heb het gekocht met emoties en verhalen toen ik bevriend werd met hem en de andere. Zijn verhaal is alreeds verteld maar niet dat van mijn vroegere beste vriendin: Sherin. Ze was een vluchteling. Nu is ze bijna een rasechte Belg. Ze hoort hier thuis. Niets is zekerder dan dat maar ik zou het liever hebben gehad als ze in een andere klas zou zitten. Een jaar lang waren we beste vriendinnen. We deden alles samen, we vierden onze verjaardagen samen, gingen samen naar de film en bij elk groepswerk waren we partners. Nu irriteert ze me mateloos. Als ze niet in mijn klas zou zitten zou ik het niet erg vinden. We zouden nog verbonden zijn met elkaar, alsdan niet via groepswerken. Ik haat het wanneer ze lacht naar mij alsof ze niet weet wat ze fout heeft gedaan. Wat heeft ze dan fout gedaan? Ze kent de grens tussen grappig en beledigend niet. En dan noemt zij mij gemeen. Halleluja mijn reet. Sorry voor het gebruik van niet-gepaste woorden, maar wat die meid in me losmaakt is wel gemeen. Ik neem het haar niet kwalijk. Ik ging haar ook laten vallen net zoals zij mij. Alleen had ik een lange termijnplan opgesteld.We zijn elkaar plotseling ontgroeid en daar heb ik genoegen mee. 8 Mei 2015 Ik dacht dat het nooit meer zou gebeuren, maar het is zover. Ik heb de gedachtenpoort weer heel even opengezet. Ik weet nu al dat ik daar later spijt van zal hebben. Er zijn verschillende mogelijkheden: 1. Ik verban de gedachte zoals ik ooit met mijn donkere kant heb gedaan maar na een tijdje had ik haar nodig zo ook deze gedachte. 2. Ik laat de gedachte toe. Ik denk erover na maar beslis toch om mogelijkheid 1 toe te passen. 3. Ik denk erover na en raak eraan verslaafd. 4. Ik laat het bezinken en zie wel wat er van komt. 9 Mei 2015 Het is één en al chaos in mijn hoofd. Toen ik besloot om dit dagboek te schrijven had ik niet verwacht dat ik er zo verslaafd aan zou raken. Mijn beste vriend was tot nu toe onbekend voor jullie. Ik zal jullie vertellen wie hij is: Zijn naam is Sean, hij is, was, mijn beste vriend. Hij is boos op mij en ik dacht dat ik alles kon delen met hem. Ik schreef dit stomme dagboek om al mijn gedachten te ordenen maar ze zijn juist nog chaotischer geworden. Wat heb je aan een dagboek als niemand het mag lezen? Uri las het. Daarom is hij boos. Hij ontdekte de waarheid achter mijn verfoeilijke bestaan. 10 Mei 2015 Ik ben nietig tegenover al zijn boosheid. Nooit gedacht dat ik zo in de afgrond zou vallen. De donkere periode in mijn leven is nog niet beschreven: De donkere tijden, liever te vermijden. Ze verpestte mijn leven, misschien klinkt dit overdreven. Maar het zei zo. Welkom aan de duistere kant. Ik ben de slechterik in alle verhalen. Ik ben degene die de moorden pleegt en mensen ontvoerd en opsluit. Geniet ervan, zolang de tijd ons rest. 11 Mei 2015 Het leven heeft twee kanten. Het is net als wiskunde. · Positieve zin: Tegen de wijzers in. · Negatieve zin: met de wijzers mee. Het heeft een stomme symbolische betekenis. Vroeger was alles beter naarmate je de klok terugdraait wordt het leven positiever. De toekomst staat er negatiever voor want dat is met de wijzers mee. Hoe verder het leven vordert is negatieve zin... dat is allemaal mijn fout. Ik heb er niets mee bereikt. 12 Mei 2015 Kom naar me toe gestegen. Volg de pijltjes door het doolhof. Waarom kunnen dichters woorden zo mooi maken? Ik vraag me af hoe het komt dat mijn leven zo veranderd is sinds hem. Hij is mijn probleem. Ik kom liever van hem af. Het doet pijn maar het voelt juist aan. De pijn, doordringend en vastberaden om me onderuit te halen, herinnert me aan een overwinning. 13 Mei 2015 Ik doe mijn best om me te beheersen. Het lukt niet. Ik schreeuw het uit. Honden blaffen in de verte. Het is mijn schuld. Ik schreeuw nog harder. Het is een wedstrijd. Ik tegen de honden, om het luidst. De lichten in het appartementsgebouw naast mijn huis springen aan. Ik zie een vrouw in badjas op het balkon lopen. Ik bestudeer haar aandachtig. Ze kijkt recht in mijn ogen. Ik hoor haar praten, besef dat het tegen mij is en luister aandachtig. Eerst bewegen enkel haar lippen maar als de honden gestopt zijn met blaffen hoor ik haar duidelijk. Ze zegt: "ik begrijp het. Soms komt het gewoon, is het niet? Toen ik jong was..." Ze ziet er nog steeds jong uit, denk ik. Ze zwijgt. De stilte is fijner dan ik dacht. Het is rustgevend. De chaos aan gedachten vervagen. Ik ga zitten op de grond en nog geen tien minuten later val ik in slaap. 14 Mei 2015 Ik ben verbonden met hem. Zijn gedachten breiden zich uit in mijn hoofd. Het gaat over beknopte thema's. Het klinkt me vertrouwelijk in de oren. Onze communicatiemiddelen zijn onder andere: · Telepathie · Gedachten lezen · Praten · Sms'en Het is makkelijk om te communiceren met hem. Hij begrijpt me zelfs zonder woorden. 15 Mei 2015 De meesten kinderen in mijn klas zijn hoogbegaafd... Als je meerekent dat hun mentale leeftijd 7 is. Het zei zo. Ze denken enkel aan games. Ik dacht onlangs aan piercings en tattoos. Het zou fijn zijn, zo'n tattoo. Een teken dat me doet herinneren aan een overwinning. Ik wou heel graag een tattoo op mijn pols. Eerst dacht ik aan een lotus... maar dat is te zachtaardig voor de zware periode die ik wil symboliseren. Omdat ik een grote fan ben van Harry Potter wou ik het teken van de relieken van de dood. Het doel heiligt de middelen. Het is eveneens het teken van illuminatie en daarom heb ik besloten dat het geen goed idee is. 16 Mei 2015 Ze zijn van plan om Joachim in een psychiatrische instelling te stoppen. Joachim is bang, van alles. Hij is verslaafd aan macht. De hond die blaft en bijt. Hij is een uitzondering op de regel: Blaffende honden bijten niet. Als hij boos is op iemand neemt hij een mes uit de schuif... wacht ik vergis me. Dat is wat ik doe. Ik kies het scherpste en grootste mes dat er is. Verklaar me maar voor gek. Zet me maar op de brandstapel. Heksen branden niet. Hij is naar de therapeut geweest. Het is een vrouw met een heel zware stem. Dit is weer een actie van mijn moeder. Ze manipuleert hem emotioneel. Hij heeft het niet eens door. Ze zei eens tegen een groep mensen dat hij faalangst heeft. Sindsdien heeft hij dus faalangst. Ze geeft hem ziektes waar nog geen sporen van zichtbaar zijn. Het zit allemaal in hun hoofd. Het is wonderbaarlijk hoe ons eigen brein ons zo kan misleiden. 17 Mei 2015 Hij is ziek en niet alleen in zijn hoofd. 18 Mei 2015 We zijn godverdomme nog maar 15. Who the fuck gives a shit. Sean doet dat. Alles wat ik zeg neemt hij persoonlijk en serieus op. Nooit eens lachen. Hij maakt zich zorgen over de toekomst. Het is stom! We zijn nog niet eens echt aan het leven!. Ik ben er nog niet aan begonnen. Het leven is een mirakel. En ik heb nog geen mirakel meegemaakt. Het fenomeen "leven" speelt zich af tussen de volwassenen. Vooral tussen de volwassenen die niet gebonden zijn aan een plaats, job, kind. Volwassenen die vrij zijn. Ik doe het liever nog wat kalmpjes aan. 19 Mei 2015 Ze is mijn schaduw. Ze volgt me overal. Ik apprecieer haar aanwezigheid en ben oprecht blij dat ze er is. Jammer dat ze er altijd is. Mijn hoofd vult zich met woorden. Ze kent die woorden ook. Ze denkt hoe ik denk, weet alles wat ik weet, ze is mij. Ze is slechts een schaduw, een duistere schim, een hersenspinsel dat zich in mijn brein heeft gevormd. Ze is de dood. Ze heeft besloten dat zij degene is die mij later naar de onderwereld zal slepen. Langzaam en met veel pijn. Zoals ik het wil. Ze zal m'n fouten wegtrekken vanonder mijn logge lijf. Ik geloof niet in leven na de dood.  20 Mei 2015 Gewoon mezelf. Dat is wat ik wil zijn. Met mijn pen op het papier. Daarna het tikken van mijn vingers op het bacterierijke toetsenbord. Ik kijk naar mijn nagels. Ze zijn iets te lang om aan de norm verzorgd te voldoen. Ik geniet van de stilte maar des te meer geniet ik van het kleine donkere kamertje waarin ik mezelf opsluit om in mijn dagboek te schrijven. Het is donker in mijn kamer en donker in mijn hoofd op het witte kille licht afkomstig van de oude computer na. Ik besloot dat er een nieuwe periode van start zou gaan. Niet ik zou hier gekwetst worden. Ik zou sterk zijn.   Een nieuwe ontmoeting   21 Mei 2015 Hey duistere kant, ben je daar? Dagenlang was ik op zoek naar mezelf. Ik dacht ook enkel aan mijn doel. Het doel heiligt de middelen. Mijn donkere kamer werd nog donkerder. Het was een teken. Het was haar teken. Ik had er nog nooit over nagedacht maar omdat ze een schaduw is heeft ze waarschijnlijk nog een erger leven als ik. Ik dacht dat ze onoverwinnelijk was maar ik kende haar zwakke punt. Ik ben haar zwakke punt. Hoe meer ik leed onder de druk des te afschuwelijker zij zich voelde. Ik wou graag een pact sluiten met haar. Dat zou beter voor ons zijn... Duistere kant? Ik wil graag een deal sluiten. 22 Mei 2015 Het werkte. Ik werd sterker. Zij ook. We waren lotgenoten. Voorbestemd om elkaar te haten maar elkaar eveneens te helpen. Ze trekt me erdoorheen. Zolang ik leef kan zij niet weg. Zolang zij bestaat ben ik gedwongen om verder te gaan. Dit is niet enkel mijn dagboek. Ze is er altijd al geweest. Bij elke stap die ik durfde te zetten nam zij mee beslissingen. Ze zal m'n geest overnemen zo ook dit boek. Ze noemt zichzelf Daphne. Ze stal mijn naam. Maakte er iets vreselijk van. Mensen spuwden op die naam. Ikzelf nam er vrede mee. 23 Mei 2015 Ik snap niet waar Daphne zich mee bezighoudt. Waarom schrijft ze zo vaak in dit verdomde boek. Niemand mag mijn bestaan te weten komen. Boeken kunnen gevonden worden. Dit is gevaarlijk! Ze had het moeten weten, voordat ze dit schreef. Ik ben, ik bedoel ik was, opgesloten in mijn eigen wereld. Toen ze mij dat ene aanlokkelijke voorstel deed zette ik mijn voeten in haar wereld. Ik ben nu geen schaduw meer. Ik ben wedergekeerd als haar wederhelft. 24 Mei 2015 Ik heb mijn belofte verbroken. Ik zei dat ik sterk kon zijn. Hoe kan zo'n achterlijk kind zo'n wreedheid wekken? Het is geen wreedheid. Het is een zwak, machteloos gevoel tegenover mezelf. Ik kan het niet beheersen. Het laat me beven. Koude rillingen sidderen in mijn lichaam. Ik stop met ademhalen. De schaar is mijn redding. Waarom zou ik mezelf pijnigen. Omdat het scharminkel zich dan beter zou voelen? Neen, ik zou me beter voelen. Het schuldgevoel dat ik had zou verdwijnen. Ik was schuldig door het feit dat er een monster in mij huisde. Het monster dat hem met de grond gelijk zou maken, even zou glimlachen als de kist in het graf zou zakken dat ik voor hem had gegraven. Het monster dat zich opgelucht zou voelen, vrijheid zou evenaren en zekerheid zou gewaarworden. Zoals ik al zei: de schaar is mijn enige redding. De andere optie is de dood. 25 Mei 2015 Vandaag niets. Een donker gat in mijn geheugen.   Sterren   Daar lag ze dan.  Niemand behalve ik weet wat er echt gebeurt is. Ze lag daar, in het bad. Ze had haar polsen overgesneden. Ik was er te laat bij om haar te redden. Iemand zei ooit dat onze cellen opgebouwd zijn uit sterren. Dat we niet weg gaan maar juist terug vanwaar we komen. Geniet van de sterren Daphne. Je verdient het, dat meen ik met heel mijn hart!

Daphne
0 1

Nicolas

Het was de eerste keer dat ze zich zo extatisch voelde. Ze raakte in een trance door de omgeving. Zweterige lijven, dansend om elkaar, lippen die elkaar bijna raakte, uitbundig gelach, alcohol vloeiend door de aderen. Ze keek hier al het hele laatste jaar naar uit. Haar vriendinnen lieten zich helemaal gaan en dansten mee opde luide dreunen van de boxen. Hun haren plakten in natte slierten tegen hun gezicht en ze konden hun eigen voeten niet bijhouden. Een jongen in een wit shirt en een wilde haardos had duidelijk geoefend thuis. Zijn vrijheid verspreide zich als een explosie van expressie terwijl hij danste. Ze voelde een verschrikkelijkeaandrang om met hem mee te dansen. Ze lonkte naar hem. Zijn blik verleide haar om dichterbij te komen, nodigde haar uit om hem aan te raken. Het was schemerig en rook naar alcohol en sigaretten, maar dat vergat ze allemaal door naar hem te kijken. Hij draaide in het rond en ging helemaal op in zijn bewegingen. Ze raakte lichtjes zijn arm aan en hij keek op naar haar. “Goeie dansmoves” riep ze boven de muziek uit, de woorden hadden haar lippen nog niet verlaten of ze voelde de schaamte voor deze openingszin al opwellen. Hij leek het niet erg te vinden en danste nu met zijn gezicht naar haar toe. Ze wees op haar borst, waar haar naam in gouden letters op haar Tshirt stond gedrukt. “Ik ben Mira” probeerde ze boven de muziek uit teschreeuwen. Hij lachte en kippenvel vormde zich over haar lijf, “ik ben Nicolas” en hij bewoog zich dichter naar haar toe. Nog geen minuut later nam hij haar handen vast, trok haar dichter naar zich toe en danste met haar. Ze voelde de adrenaline en de alcohol samenwerken in haar bloed en ging nog dichter bij hem staan.Hij draaide haar rond, hun voeten het ritme zoekend. De dreunen van de bas verstomden en de snelle ritmes maakten plaats voor uitnodigende tragere varianten, hij legde haar hand plat tegen zijn borstkas, plaatste zijn andere hand op haar heup en leidde haar in deze dans. Ze wou zo graag nog dichter bij hem zijn en ze wistdat hetzelfde voor hem opging. Hij wikkelde haar arm rond zijn nek en trok haar tegen zich aan. Hun zweet vermengde zich met elkaar, hun armen en lichamen versmolten, ze werden één mens. Hij draaide met zijn heupen, ze liet hem begaan. De trance werd heviger. Ze verlangde niets liever dan bij hem te zijn. De extase waarin ze zich bevond, werd ruw onderbroken door een por in haar rib. Verstoord keek ze achterom, waar haar vriendin haar stond aan te kijken met opgetrokken wenkbrauwen, vragend. “Ik dans, is dat verboden?” antwoordde Mira glimlachend. Haar vriendin knipoogde, draaide zich om en zwiepte haarhaar over haar schouder. Mira benijde haar elegantie, alleen maar door met haar heupen te zwaaien plakten de mannen aan haar lijf. Het verlangen naar het dansen werd heviger, dus draaide ze zich om en liep naar Nicolas toe. De ringtone was bijna onverstaanbaar, hij werd gebeld, maar nam niet op. Ze wist dat hij nu ging vertrekken, haar achterlatend met het verlangen naar geliefd te worden, aangeraakt te worden. “Ik kan je nu niet kussen” zei hij, wijzend op het koortsblaasje in zijn mondhoek. Ze wist niet wat ze moest doen en antwoorde: “Ik was ook niet van plan dat te doen, niet dat je lelijk bent ofzo, maar ik doe niet aan kussen op feestjes” en meteen had ze spijt dat ze dat had gezegd. Ze wou hem niet afschrikken en ze wou het juist wel. Hij werd weer gebeld. “Ik moet gaan” deelde hij mee. Ze keek recht in zijn bruine kijkers, ging op haar tenen staan en raakte met haar lippen zachtjes zijn wang. Haar gedachten schoten alle kanten op toen ze met haar lippen langs zijn wang streek. Haar handen lagen op zijn borst, haar hart stuiterde op en neer, simultaan met het zijne. Het leek alsof zijn hart uit zijn borstkas ging spatten. Hij keek haar een laatste keer aan en vertrok. Haar handen waren leeg, haar hoofd bomvol met zijn gezicht, zijn geur, zijn handen om haar, haar vingers in zijn krullen, zijn strak wit shirt. Haar handen bibberden, zweten als een rund, haar mond voelde droog aan en haar tong dik. Huiverend ademde ze uit. Ze had stress, maar dat hield haar wakker. Die ochtend was ze eigenlijk te ziek om haar bed uit te komen,maar voor hem moest ze het doen. Een sms om te bevestigen dat ze elkaar straks zouden treffen, in de Steeg, een café. De enige dag dat het internaat hem een uurtje door de stad liet zwerven, zou hij bij haar doorbrengen. Ze wachtte hem op, begroette hem met een eenvoudige kus op de wang en liet zich naar binnen leiden. Hij zat neer en keek haar aan. Ze lachte. Deze stilte was er een zoals geen ander, ongemakkelijk, maar vol spanning en verlangens. Hun gesprek vorderde, hij haperde en keek haar aan. Zij stamelde wat en keek hem aan. Een onbedoelde streling van haar been langs het zijne, zijn hand dat per ongeluk langs haar vingers streek. Hij haalde drankjes, die ze in korte tijd leegden. Er was haast bij. Hijstreek een lok haar achter haar oor, ze bloosde, hij keek omlaag, ongemakkelijk. Hij struikelde over haar tas, bloosde, ze kreeg haar jas niet aan, ongemakkelijk. Hij vertelde haar dat ze iets met hem deed, dat het nog nooit was gebeurd dat hij niet wist wat te zeggen, dat hij normaal een vlotte babbelaar was. Ze durfde hethem niet vertellen, maar hij deed ook iets met haar. Die jongen met zijn mooie lach vol goede bedoelingen, zorgden ervoor dat ze de beste versie van zichzelf wou zijn, zonder al die onvolmaaktheden die haar teisterden. Het afscheid was te snel, de kus die op zich liet wachten, kwam maar niet. Onhandig, stuntelend en tergend pijnlijk was het afscheid. De deur die achter hem dichtsloeg, was net de deur van haar hart. Ze was levendiger dan ooit, maar wist niet dat ze ooit zo hard kon vallen. Niemand had ooit zoals hem naar haar gekeken. Ze was beschadigd en hij was haar geneesmiddel. Ze had hoge dosissen van hem nodig om dit te overleven, maar wou zich niet aan hem opdringen. Het gewone leven ging door, maar veel te traag.Wijzer op één, ze checkte haar gsm, niets. Wijzer op 2, gezoem uit haar zak, verheugd kijkend, niets. Wijzer op 7. Nog. Steeds. Niets.  Liggend in haar bed, woelend, stelde ze zichzelf voor in zijn armen, een veilig gevoel verspreide zich van haar borst over haar hele lichaam. Hij had haar zelf verteld dat hij nog nooit zo onhandig was geweest met een meisje, dat ze een indruk op hem achtergelaten, er was een klik. Die zou hij toch niet snel met een ander meisje krijgen? Normaal geloofde ze niet in liefde op het eerste gezicht, maar dit kon er niet ver naast zitten.   Ze hadden niet veel met elkaar gemeen, maar dat is wat haar zo nieuwsgierig maakte naar hem De luide muziek zorgde ervoor dat hij haar niet kon verstaan. Ze lachte en wees op haar borst. Daar stond in gouden letters ‘gewoon Mira’ geschreven, wat hij tegelijk grappig en innovatief vond. Ze danste, wiegde met haar heupen en lachte naar hem. Wat moest hij doen? Haar een drankje aanbieden? Zo te zien was ze wel al een beetje aangeschoten en hij wou niet de verkeerde indruk wekken. Ze kwam steeds dichterbij en daardoor zag hij de details van haar gezicht. Ze straalde een soort zelfzekerheid, maar ook een even grote kwetsbaarheid uit. Hij trok haar dicht tegen zich aan en daar leek ze geen bezwaar tegen te hebben. Eerst hadhij gedacht dat ze sarcastisch was toen ze voor het eerst tegen hem sprak, maar zelf met het weinige licht dat er was, zag hij haar blozen. Ze was nog nooit zo aangeraakt merkte hij door haar onhandigheid, maar het kon ook door de alcohol komen. Zijn vrienden lachte goedkeurend en staken hun duim op. Wanneer haar vriendin even haar aandacht afleidde keek hij naar zijn gsm. Tien voor twee. Zijn lift naar huis stond buiten op hem te wachten. Hij wou haar zo graag kussen, maar eveneens wou hij haar gezondheid niet in gevaar brengen. Dat koortsblaasje bracht hem in een moeilijk parket. Vastberaden dat hij haar nog is terug ging zien, nam hij afscheid. Haar lippen beroerden zijn wang en hij drukte zijn neus in haar haren. Het gezoem uit zijn zak verplichte hem om haar los te laten, weg te gaan. Zijn mond was kurkdroog en hij kon geen woord uitbrengen. Wat deed ze toch met hem?Na het eerste sms’je was het allemaal heel snel gegaan. Vier dagen na hun eerste ontmoeting zat ze te wachten op hem aan de Steeg, van ver zag hij haar al zitten, elegant. Met een zachte dwang in zijn hand leidde hij haar naar binnen. Hun gesprek kwam op gang en de tijd vloog. Hij was helemaal vergeten dat ze misschien iets wou drinken. Veel tijd hadden ze niet meer, maar het leek alsof ze het naar haar zin had. Ze lachte naar hem, hij naar haar. Soms viel het gesprek stil en kon hij het niet laten naar haar te kijken. Hij bestudeerde haar zorgvuldig. Als uit het niets kreeg hij de impuls haar haarlok achter haar oor te schuiven, wat haar deed blozen.  Ongemakkelijke stiltes waren er om te koesteren dacht hij. Ze waren twee tegenpolen, maar juist dat maakte hem zo nieuwsgierig. Hij moest terug naar het internaat, te vroeg, te snel. Hij wou haar nog zo veel horen vertellen. Hoe kan dat nu dat een één meter negentig lange kerel zich zo klein kan voelen, vroeg hij zich af. Hij bracht moeizaam zijn woorden uit, zij eveneens. Hij bekende haar dat hij normaal een vlotte babbelaar was. Het afscheid was pijnlijk. Hij was zenuwachtig en zag dat zij dat ook was. Weer kuste ze hem op de wang. Hij had een hogere dosis van haar nodig. Zij was zijn medicijn. Hij lag in zijn bed, draaide zich, schudde zijn kussen, de slaap kwam niet. Hij beeldde zich in dat ze naast hem lag, hij haar omarmde, haar ademhaling voelde tegen zijn borstkas, haar geurende haren gedrapeerd omhaar hoofd als een waaier. Het gevoel van veiligheid, van geborgenheid, van verdwijnende eenzaamheid overspoelde zijn lichaam. Hij dacht niet dat hij een indruk op haar had achtergelaten, maar het onhandige gestuntel van die date, was geen eenrichtingsverkeer. “Ik ben superzenuwachtig” was het eerste dat ze tegenhem had gezegd. Dat vond hij zowel lief als gedurfd, gevoelens uitten is moeilijker dan het lijkt. Hij viel voor haar lach waar geen einde aan leek te komen. Ze glimlachte, giechelde en dat was het enige dat hij wou, dat ze hem toelachte, instemde en haar herkenning deelde. Hij geloofde niet in liefde op het eerstegezicht, maar dit kwam toch dicht in de buurt.

Daphne
15 1

Naaktmodel

Toen ik student was, verkeerde ik eeuwig in geldnood. Ik was altijd op zoek  naar een manier  om snel geld te verdienen.   Op een dag viel mijn oog op een bijzondere advertentie op het prikbord van de universiteit.   Tussen de ijskasten, de stoelen,  de tafels, de boeken, de computers die als aangespoelde spullen  wachtten om meegenomen te worden door strandjuttende studenten, op een vervuild strand van zachtboard, leek de advertentie op een kwal die kon bijten en gevaarlijk was.   Men zocht naar naaktmodellen leeftijd, kleur, lichaamsvorm  deden er niet toe. Als enige vereiste gold: naakt.   Ik slikte. Ik was niet het type dat het naaktstrand bezoekt om zich lekker in zijn vel te voelen. Ik was meer het type dat los komt in een verscholen hoekje van een donker café, helemaal achterin, uit het zicht van iedereen. Om me uit mijn kleren  te krijgen moest je me stomdronken voeren.   Ik stelde me Eva voor die naakt is. Zonder Adam, vijgenblad en slang. Het was winter.  Ik had nog nooit afbeeldingen gezien van het paradijs in de sneeuw. In het paradijs zoals ik die kende, scheen altijd de zon en was  alles groen.   Het was winter.  Buiten, op de takken van de bomen  lag een dun laagje sneeuw.  Alsof een kleuter met witte stift bezig was geweest.  Hij was niet binnen de lijntjes gebleven.   Eva in de winter. Ik stelde me koude tenen voor. Hete lucht blazen in de schelp van  mijn handen als enige verwarming.  Een handdoek om mijn schouders, in de pauze.  Een kop koffie met melk, suiker en geile blikken. Wilde ik wel zo’n Eva zijn?     Toen ik zag hoeveel Eva’s  vandaag de dag verdienen, 50 gulden voor drie uur poseren, belde ik snel het tien cijferig nummer van het paradijs op aarde.   Ik was te slotte geen moderne Odysseus die zich aan een bibliotheek stoel  laat vastbinden of zijn oren dicht  laat stoppen met kneedbare oordopjes. Voor het royale bedrag van 50 gulden, in bier heel veel glazen en meters schuim, kon ik de lokroep van een groepje amateurkunstenaars niet weerstaan.   (wordt vervolgd)                                        

Margaretha Juta
76 0