Zoeken

Parijs

Ik weet hoe je stem klinkt. Een warm timbre, met een Oost-Vlaamse tongval gemaskeerd door je vele omzwervingen naar Noorwegen, Nederland, Antwerpen, Parijs. Geperfectioneerd door dictielessen, voordrachten en practica. Ik weet hoe je stem klinkt. Niet door de gesprekken die we hadden, neen, die voerden we enkel in mijn hoofd. Het enige wat ik ooit over mijn lippen kreeg was de vraag om een blaadje papier, toen ik eindelijk naast je durfde te zitten tijdens de les Communicatiewetenschap in de Universiteitsstraat. Je zit voor het eerst in weken alleen en ik zie mijn kans schoon. In een nagenoeg volle aula zou het niet opvallen hoe hartstochtelijk ik had uitgekeken naar dit moment. Ik recht mijn voorovergebogen schouders, wandel tien treden naar beneden, klap gezwind het houten stoeltje naar beneden en zet mijn okerkleurige tas erop, die ik nog zelf bestikte met knopen uit mijn moeders naaikoffer. Het stoeltje schiet terug naar boven en mijn tas blijft steken tussen de rugleuning en het zitgedeelte. Onhandig frunnik ik aan de tas. Jij glimlacht meewarrig en trekt het klapstoeltje naar beneden. “Dank je,” prevel ik. Het hoofd van onze vakgroep daalt over de trappen naar beneden en neemt plaats op het verhoogje vooraan. De prof met kort, blond gemècht haar draagt een knalgeel broekpak waar ze zelf om lacht. Haar stem klinkt strak, haar humor vals en ze trekt haar neus op wanneer ze je persoonlijk aanspreekt. Ik mag haar niet, maar ben dankbaar dat ze de les aanvat. Mijn zelfvertrouwen is samen met mijn olijfkleurige tas blijven steken tussen de klapstoel. Ik noteer naarstig wat de prof declameert. Verdwijn tussen mijn pen en notitieblok. Ik pen zo ijverig dat ik de laatste drie velletjes van mijn notablok volledig volkrabbel. Ik twijfel. Hoor niet meer wat ze reciteert. Wanneer het woord “examen” valt en heel de aula ritselt van pen en papier, staat mijn hoofd op ontploffen. Mijn laatste hoopje moed bijeenscharrelen en je aanspreken, of zo miniscuul mogelijk proberen schrijven in de marge van mijn overvolle blad. Jij ziet mijn pen boven mijn blad dansen en draait je hoofd een kwartslag. Kijkt me met je reebruine ogen ontwapenend aan. Die reebruine ogen waarin ik verdrink en die mijn tong zo droog als leer maken; mijn tenen doen tintelen. Het is nog erger dan in de boekjes. “Mag ik een blad van je lenen?”, fluister ik. Ik ben twintig, maar mijn stem klinkt als een vijftienjarig puberjongetje. Jij scheurt een bruinig ecovelletje van je notablok. Onze vingertoppen raken elkaar wanneer je me het blad overhandigt. Mijn maag krimpt, mijn hart ontploft, mijn longen barsten. De les loopt naar zijn einde en ik gris mijn spullen bij elkaar. Ik kan niet snel genoeg weglopen. De aula uit, de trappen af, mijn fiets op. Beukend op de pedalen jakker ik de Veldstraat in en knal ei zo na een shoppende voetganger omver. Zweet en tranen glimmen op mijn wangen. Ze proeven zout. Ik weet hoe je stem klinkt. Niet door de gesprekken die we hadden, neen, die voerden we enkel in mijn hoofd. Ik ken ze van de promofilmpjes voor je doctoraat en je filmbesprekingen voor Canvas, waarin je met zachte woorden passioneel je liefde voor film uiteenzet. Ik ken ze van je voordracht voor De Buren, waar je trots je zelfgeschreven tekst over Parijs en de jaarlijkse reis met je ouders over de Route de Soleil voorleest. Ik ken ze van je boekvoorstelling, waar ik, spiedend over de fluweelrode zetels, je lippen minutieus in de gaten hield. Ik weet hoe je stem klinkt. Maar jij, weet jij nog wie ik ben?

het stille meisje
0 0

Het logboek van Joeri Primakov, kosmonaut aan boord van het ruimtestation MIR (deel 10)

Maandag, 12 maart 2012   Vandaag sprak ik voor de laatste keer met de basis. Ze hebben me ontslagen en wat hen betreft mag ik hier wegrotten. In tijden van nood kent men zijn vrienden! Gelukkig heb ik recht op een uitkering en moet ik daar (dankzij die communistische trut) geen stempeltje meer voor gaan halen!   Moge God mij genadig zijn.   Joeri Primakov, kosmonaut     Dinsdag, 13 maart 2012   Niets noemenswaardigs te vermelden, buiten het feit dat ik (net voorbij de maan) geflitst ben.   Moge God mij genadig zijn.   Joeri Primakov, kosmonaut     Woensdag, 14 maart 2012   Ik heb opnieuw een érg saaie dag achter de rug, laat staan dat ik nog weet welke dag het precies is. Vanmorgen zag ik een handdoek met het KGB-logo rondvliegen en ook mijn GSM moet hier ergens in de buurt zijn, want daarnet hoorde ik mijn ringtone (een huilende Chewbacca) doorheen het heelal weerklinken. Bij de aankoop van die Nokia werd me verteld dat je de maximale geluidsstand tot ver buiten de aardse sferen zou kunnen horen, wat ik nu enkel maar bevestigen kan.   Misschien was het Mariska, of mijn moeder ... Het valt te betwijfelen, want de eerste ligt in de armen van mijn baas en de tweede draait altijd het verkeerde nummer als ze me wil telefoneren. Ik heb tot op één cijfer hetzelfde nummer als Madame Blavatski, en als die wordt opgebeld, ben je gegaran-deerd enkele uren, dagen of zelfs weken kwijt!   Mij lijkt de tijd bijna rijp om het hier af te trappen, want de Doerak wordt constant door zware zonnewinden bestookt. Niet echt onoverkomelijk, ware het niet dat die heel erg kunnen stinken! Dit rudimentaire toestel naar aromatischere oorden loodsen, wordt (gezien mijn beperkte technische kennis) hoogstwaarschijnlijk een helse karwei. Mijn enige hoop ligt erin een inactief ruimtestation tegen te komen, dat deze capsule kan herbergen; niet zo onrealistisch, aangezien we hier de laatste jaren toch immens veel schroot gedumpt hebben!   Moge God mij genadig zijn.   Joeri Primakov, kosmonaut  

Vince
0 0

Het logboek van Joeri Primakov, kosmonaut aan boord van het ruimtestation MIR (deel 9)

Zondag, 11 maart 2012   De laatste dagen ben ik door een heuse mentale hel gegaan, waardoor het voor mij onmogelijk was om verslagen te schrijven.   Ik bevind me nog altijd aan boord van de Doerak en ben op weg naar de asteroïden-gordel; een hachelijke onderneming, met een onvoorspelbaar resultaat! De basis heeft me de voorbije dagen enkele keren opgebeld, maar tot op heden is daar nog niets uit voortgekomen. Ik ben zelfs geschokt, vast te moeten stellen dat er nog geen enkele hulpactie opgezet is en het ziet er niet naar uit dat daar direct verandering in zal komen! Vooral omtrent de schuldvraag met betrekking tot het falen van deze missie, is een hartig woordje gesproken. De internationale pers heeft nu immers ook zijn tanden in deze zaak gezet, dus moet er een zondebok gevonden worden! Het lijkt er sterk op dat ik die twijfelachtige eer toebedeeld zal krijgen, aangezien gebleken is dat mijn perceptie van de feiten niet helemaal met de werkelijkheid overeenstemde ...   Die dreigende rode gaswolk boven Rusland, was eigenlijk niets meer dan een ongeluk-kig voorval tijdens de wedstrijd van Lokomotiv tegen Zoelte (die we trouwens zwaar verloren hebben). Het bagage-compartiment van de Belgische supportersbus (vooral met kranige oudjes gevuld) bevatte blijkbaar een immense hoeveelheid Bengaals vuur-werk en uiteindelijk is het hele boeltje de lucht in gevlogen! Naar het schijnt heeft het daarna nog dagen oude wijven geregend in Moskou!   De aanvaring met de satelliet is ook ter sprake gekomen en ik zal daar (binnen niet afzienbare tijd) schijnbaar drie dagvaardingen voor ontvangen; enerzijds van Proxirus, voor intentionele beschadiging van privé-eigendom (zijnde hun satelliet), anderzijds van de Russische staat, voor opzettelijke vernietiging van staatseigendom (zijnde de MIR) en tenslotte ook nog één van Poetin himself, voor het sluikstorten van een urinoir met zijn portret in de kosmos.   De pre-selecties van Eurosong zijn eveneens achter de rug, en uiteindelijk niet door Tattoe gewonnen. Bovendien bemannen die twee meiden nu mijn kamer in de militaire academie van Siberië, omdat ze het gewaagd hebben elkaar te tongzoenen op het po-dium (wat de jury kennelijk niet zinde).   De storing in de elektronische systemen van de MIR, waar alle ellende mee begon, werd eigenlijk veroorzaakt op de basis; een gegeven dat gegarandeerd in KGB-archieven zal verdwijnen! De nieuwe poetsvrouw (en tevens maîtresse van de baas) heeft per ongeluk enkel vitale kabels beschadigd met haar KGB-boenmachine. Het is echt betreurenswaardig dat ik door de stommiteit van een poetsvrouw zo goed als zeker ten dode ben opgeschreven, maar het werkelijke drama voltrok zich toen ik haar naam vernam: Mariska Poljakov.   Mijn Mariska!   Moge God mij genadig zijn.   Joeri Primakov, kosmonaut  

Vince
0 0

S/M FANS. a

  Ik ken de T-shirtman al lang. We waren allebei veertien toen ik hem voor het eerst ontmoette. In die tijd had je Dylan-fans en Andy Warhol-fans. De Dylan-fans troepten samen in de jeugdclub waar de studenten van het college de hoofdmoot vormden. Ze hadden de jeugdwerking schitterend uitgebouwd, voortkomend uit een jeugdbeweging die nogal Vlaams-nationaal geïnspireerd was. De jeugdclub werd het nieuwe avontuur. Destijds werden de jeugdsubsidies naar aloude Vlaamse traditie geïnvesteerd in beton, maar niet in ons stadje. Daar ging de subsidie voornamelijk naar optredens, gesprekken en feestjes. In die kleine ruimte, waar veertig man al een vol huis betekende, zag ik artiesten die in grote steden in enorme zalen stonden: van Filip Van Luchene en de piepjonge Johan Verminnen tot Alfred den Ouden. Op die plek werden de intellectuelen van ons stadje gevormd. Daarnaast was er nog een andere club, waar de Andy Warhol-adepten zich verzamelden. En daar liep hij: in glitter, op hoge plateauschoenen en met een schare bewonderaars om zich heen. Het was liefde op het eerste gezicht. Maar ik verhuisde. We gingen elk onze eigen weg, elk onze eigen demonen bestrijden. Enkele jaren later zagen we elkaar terug op de trein. In die oertijd van de rock-'n-roll was hij tot de conclusie gekomen dat de Engelse teksten begrijpelijk gemaakt moesten worden. Hij had de teksten vertaald, massaal gekopieerd en verkocht tijdens optredens – met enorm succes. Ik vond het geniaal. Maar opnieuw gingen onze wegen uiteen; we zagen elkaar slechts sporadisch. De vertaalde teksten werden posters. Na een tijdje werd hij lid van de groepjes jongeren die over het Europese vasteland naar de grote optredens in de steden trokken, in het kielzog van een troep marktkramers. Ik ging mee naar David Bowie in Ahoy Rotterdam, naar Genesis in Göteborg… Jarenlang zag ik hem daarna niet meer. Op een zeker moment verruilde hij zijn zwerversbestaan voor een winkeltje. Dat werden er twee, drie, en uiteindelijk een keten van supermarkten. Soms nam hij me mee op restaurant en dan betaalde hij mijn drankjes. Op een dag stond hij voor de deur van de galerie van Theo. Theo was 25 jaar lang mede-eigenaar geweest van een hotel waar zowel gekroonde als ongekroonde hoofden logeerden. Op een gegeven moment was hij al die luxe beu en wilde hij een buurtgalerie runnen. Ik werd zijn hulpje. Theo was een zeer boeiend man, maar ook bijzonder koppig. Toen mijn vroegere vriend me vroeg of zijn huidige vriendje een kans kon krijgen in de galerie, wist ik dat er onweer op komst was. "Ik zal zien wat ik kan doen," mompelde ik. Theo kon mij die gunst niet weigeren, omdat ik hem al die tijd belangeloos had geholpen. Zwaar tegen zijn zin ging hij akkoord. "Laten we alles bespreken op restaurant," zei mijn vroegere vriend. "Ik wil je wel op enkele moeilijkheden wijzen," zei ik hem. "De vriend van de galeriehouder heeft de laatste tijd de neiging om straalbezopen op recepties te verschijnen; hij gaat zelfs geregeld op de vuist. Ze hebben zware ruzies. Bovendien is er een probleem met de verlichting; de kans bestaat dat de stroom uitvalt."Hij keek me wanhopig aan. Zijn vriendje zou niet tevreden zijn. "Heb je dan geen oplossing? Maar zeg er niets over tegen hem.""Voor het eerste probleem heb ik een ex-Belgisch kampioen gevechtssporten," zei ik. "Hij ziet er frêle uit en probeert ieder conflict eerst met woorden op te lossen, maar wanneer woorden tekortschieten, kan hij elk probleem aan. Wat het tweede punt betreft: huur een generator, die kan iedere stroompanne aan.""Je doet maar," zei hij, "na het evenement neem je contact op. Ik zal alle onkosten terugbetalen. En bovendien: als je goesting hebt, open ik een galerie in Gent. Een appartementje met uitzicht op het water en zestig duizend 'frankskes' in de maand... als je wilt?"Het evenement werd niet verstoord door het zatte vriendje, noch viel de stroom uit. Iedereen tevreden.Trrrrrrrring…….."Kan ik mijn vroegere vriend spreken?" "Die is er niet. Kan ik u helpen?""Euh… nee, wanneer is hij er wel?""Volgende week misschien. Kan ik echt niets doen?""Tja, tot volgende week dan."Mijn hersenen draaiden razendsnel. Was hij het vergeten? Was dit een van zijn spelletjes? Nog een week wachten… Ik had de helft van mijn leefgeld in de kosten gestoken, maar ik mocht niets aan zijn vriendje vertellen. Het bleek de grote verdwijntruc. Pas maanden later zag ik hem heel even, daarna jarenlang niet meer.Op een dag zag ik hem terug op een begrafenis. Hij had inmiddels de hele wereld afgereisd. Een paar weken later schreef ik hem een brief waarin ik hem vroeg op te houden iedereen te vertellen dat hij me ooit had geholpen. Ik vertelde hem dat ik nog steeds van een leefloon moest rondkomen en dat ik – midden in de zwaarste depressie van mijn leven – iedere euro goed kon gebruiken.Ik kreeg een BRIEF terug:PLEEG ZELFMOORD."Roddelen over jou, Verf? Tegen je collega-clochards? Zijn die dan geïnteresseerd? Zuip je leefloon op en zet dat maar op je site. Je bent altijd een gemene adder geweest. Ciao!"Nou moe! Wat zullen zijn fans dáár van denken?    © verf.Lambermontplaats A'pen 2004 FOTO GALLERY VERF ED https://www.2dehands.be/q/verf+ed+/  

verf ed: Contemporary interdisciplinair ArtTIST, nen tjolder, nen prutser.
21 0

Iedereen moet naar de dokter. a

    "Iedereen moet naar de dokter.""Wat?""Iedereen moet naar de dokter."Een ongemakkelijke stilte viel over de doorgaans zo rumoerige vergaderkamer boven de King Kong."Waarom dan?""Theo is bij de studentencontrole betrapt op syfilis. Uit voorzorg moet iedereen zich laten testen en krijgen we een les over geslachtsziekten."Enthousiast waren we niet, maar op de afgesproken dag waren we present. Solidariteit kent zijn prijs.En ja hoor: bingo. Acht van ons bleken besmet.Echt zwaar was het gelukkig niet; één stevige injectie en de ellende was voorbij. De vijand was vernietigd.Maar al die poespas eromheen... Wanneer houden we op geslachtsziekten als iets duivels te beschouwen? We werken ons te pletter met hoofd en hand, maar zodra het over seks gaat, lijken we wel aliens. We zijn vervreemd geraakt van ons eigen lichaam; het is een verboden zone geworden.De dokter die ons toen behandelde, zou later de drijvende kracht worden achter de wereldwijde strijd tegen aids. Ons geval had hem geïnspireerd         De dokter in dit verhaal is Peter Piot.Dit incident vond plaats in de jaren '70 in de kring rond het legendarische alternatieve kunstencentrum King Kong in de Leopoldstraat in Antwerpen. De tekst beschrijft een vormend moment in de carrière van Piot.Peter Piot werd later wereldberoemd als:Mede-ontdekker van het ebolavirus in 1976.Directeur van UNAIDS: Hij was van 1995 tot 2008 de drijvende kracht achter de wereldwijde coördinatie van de strijd tegen aids bij de Verenigde Naties.In zijn memoires en interviews refereert hij vaker aan zijn tijd in de Antwerpse underground, waar hij leerde dat de strijd tegen ziektes niet alleen een medische, maar vooral ook een sociale strijd tegen stigma en taboes is. _____________________________________________________________________________________ foto gallery VERF ED https://www.2dehands.be/q/verf+ed+/ https://www.2dehands.be/q/verf+ed+bloemenkleuren/ ______________________________________________________________________________________ Rond 1995 heb ik dat werk gemaakt. Ik noem het "altaar der culturen."Links ziet men een tv, onze gemeenschappelijke identiteit valt van het - silicium - glas - zand.De gemeenschappelijke informatiebronnen zijn verdwenen.De wijzen van vroeger opgevolgd door radio en uiteindelijk als laatste de tv die een ongeveer gemeenschappelijke boodschap uitdragen is niet meer.De informatie is versplinterd.Rechts ziet men een gietijzeren kandelaar daar in een mensenhoofd in papier. Stukken teksten. Krantenpapier "De encyclopedische mens".Gietijzer = nationalistenKandelaar = religieIn het midden staat de hedendaagse mens. Opgesloten. "de encyclopedische mens".Dit deel is gemaakt van een reclame voor lippenstift.Regeneratie KosmetikIn de dubbele wand gaan luchtbellen in het water de hoogte in.In die dubbel - transparantie - plexiglas zit diezelfde "encyclopedische mens".Het geheel staat op dunne platen, glas = chips = zand = silicium.Het geheel steunt op een gietijzeren pilaar = industriële cultuur.De gietijzeren plaat staat op de grond = landbouwcultuur.HET ALTAAR DER CULTUREN. Ik woonde toen in de Aalmoezenierstraat in Antwerpen. De jaren 90 tig.   http://www.anamorfose.be/verf/misc-images/verf-t-i-r-e http://www.anamorfose.be/verf/misc-images/verf-t-i-r-e

verf ed: Contemporary interdisciplinair ArtTIST, nen tjolder, nen prutser.
13 0

De flikken. a

De flikken Voor de politiehervormingen toen zat de politieambtenaar tussen hamer en aanbeeld, tussen de veranderende samenleving en een overheid in hun Torens.Toen reageerden ze zo,de jaren 80tigDie keer op de Rozenveldplaats.Midden de nacht strompelde ik van het Astrid plein gekomen richting grote markt.Een laag bij de grondse auto reed langzaam naast mij.Uit het omlaagdraaide venster KlonkPASKE !!!Heel duidelijk wat voor iedere Belg betekende stil blijven staan paske afgeven en wachten tot de heren ambtenaren het raampje terug opendraaiden en dat in alle weersomstandigheden.Lang moest ik niet wachten.Een paar meter verder werd ik weer gesommeerd mijn paske te tonen.Na het vijfde spelletje gaf ik mijn paske af met de woorden"hou het ik kom het morgen wel halen".Ogenblikkelijk stormden te twee flikken het autootje uit en bevalen me mee te komen iets wat ik spijtig genoeg niet kon weigeren.In hun burootje moest ik me naakt uitkleden en moest ik wat van hun zever aanhoren.En toen mocht ik naar huis.Naar mijn bedstede.In Borgerhout.Ik kwam van de dageraadplaats richting Plantinlei ik was in een toen nogal modische broek gekleed gekleurd met dikke strepen.Een pyjamabroek.Zeiden mijn vrienden.Toen werd ik aangehouden twee straalbezopen flikken strompelden uit hun combi.Ze wilden mijn paske controleren.En ze vonden iets.Op hun computer stond aanhouden.K'moest mee.K'had mijn kijk en luistergeld niet betaald.K'mocht direct gaan. ************************************************************************************ foto gallery verf ed https://www.2dehands.be/q/verf+ed+/   Rond 1995 heb ik dat werk gemaakt. Ik noem het "altaar der culturen."Links ziet men een tv, onze gemeenschappelijke identiteit valt van het - silicium - glas - zand.De gemeenschappelijke informatiebronnen zijn verdwenen.De wijzen van vroeger opgevolgd door radio en uiteindelijk als laatste de tv die een ongeveer gemeenschappelijke boodschap uitdragen is niet meer.De informatie is versplinterd.Rechts ziet men een gietijzeren kandelaar daar in een mensenhoofd in papier. Stukken teksten. Krantenpapier "De encyclopedische mens".Gietijzer = nationalistenKandelaar = religieIn het midden staat de hedendaagse mens. Opgesloten. "de encyclopedische mens".Dit deel is gemaakt van een reclame voor lippenstift.Regeneratie KosmetikIn de dubbele wand gaan luchtbellen in het water de hoogte in.In die dubbel - transparantie - plexiglas zit diezelfde "encyclopedische mens".Het geheel staat op dunne platen, glas = chips = zand = silicium.Het geheel steunt op een gietijzeren pilaar = industriële cultuur.De gietijzeren plaat staat op de grond = landbouwcultuur.HET ALTAAR DER CULTUREN. Ik woonde toen in de Aalmoezenierstraat in Antwerpen. De jaren 90 tig.   http://www.anamorfose.be/verf/misc-images/verf-t-i-r-e

verf ed: Contemporary interdisciplinair ArtTIST, nen tjolder, nen prutser.
18 0

Het is al goed

“Ken je dat gevoel dat je halfnaakt op een springplank staat? Je blik strak op het water gericht. Je staat te hoog. Je mond is kurkdroog. Je weet dat het water ijskoud is, maar toch wil je erin, omdat je dan weet dat je voor even zweeft en voelt dat je leeft. Je sluit je ogen, je lichaam rilt. Dit is wat je echt wilt. In gedachten tel je tot drie. Een, twee, nee. Drie, twee, nee. En dan doe je het. Als een ingeving, alsof je geen andere keuze hebt. Je voelt hoe het water je omarmt. Je wordt volledig bedolven onder de zachte golven van het water. Je spartelt, zwemt, drijft en beweegt. Je leeft! Dat. Dat gevoel. Zo hoort het ook in de liefde. En dat wil ik voor eeuwig.”   Je bent opgetogen over mijn antwoord en wilt mij meteen ontmoeten. Je ogen glinsteren, ik bloos en we besluiten argeloos om samen de avond door te brengen. We drinken, proeven en lachen tot onze handen en monden ervan plakken en kleven. Ik ben aan het zweven. Deze keer niet aan de oppervlakte van het water. “Dus jij wilt mijn verhaal horen?” Je knikt. Ik slik. Het is niet mooi. “Ik had alles wat iedereen wilt: een job, vrienden, een lief, een rijk gevuld leven. Het was alsof de beste kunstenaar mijn wereld had vormgegeven. Alleen vond ik het kunstwerk lelijk. Het was niet mijn droom.   Die dag zochten we in de KwadrO de ideale ramen uit voor ons huis en ik voelde hoe al mijn lichaamsvochten leken op te drogen in mijn uitzichtloze, broze bestaan. Ik wist dat ik hem moest laten gaan. Mijn luchtpijp sloot zich af. ‘Ik krijg geen lucht’, zei ik eerst zacht waarna ik met alle macht naar zuurstof zocht en vocht om mijn longen mee te vullen. Ik riep, huilde, krijste en brulde en toen schoot ik in de lach. Maar alleen ik begreep de mop. Hoe kon het dat ik in een realiteit van ramen, deuren en iedere mogelijkheid niet kon ademen? Ik was hem kwijt. Ik had immers uitgesproken wat onmogelijk was en dat betekende ons einde. Een diepe kras op een smetteloze plaat. Het was onze doodlopende straat.”   Aan tafel valt een stilte. Maar jouw stilte is zoveel milder dan alle gedestilleerde, kille zinnen die hij niet langer aan mij wilde verspillen. Je knijpt in mijn hand en kijkt diep in mijn ogen. Jij staat aan mijn kant. Mijn lippen worden naar je toegezogen en jouw kus brengt mij rust. En voor het eerst vind ik alles goed. Ik moet niet meer. Zijn zwijgen en verwijten doen mij niet langer zeer. Ik heb niets meer te verliezen. Prima toch om een andere weg te kiezen. De wereld ligt aan mijn voeten. Het leven, een dessertenbuffet waarvan iedereen wilt proeven. En soms heb je nu eenmaal schimmels tussen je tenen of ben je allergisch voor zoetigheden. Je kunt niet altijd dansen op de maat van het leven. En dat is goed, want deze keer heb ik jou, en dat is genoeg.   Alleszins als ik je effectief had ontmoet. Als jij precies had gedaan zoals ik het in mijn hoofd had. Onze toekomst in het klad. Maar jij hebt ons klein geluk in de kiem gesmoord. Ik snap niet waarom jij niet antwoordt! Jij was mijn oplossing, mijn rots, mijn anker, mijn achterpoort.   Ik weet dat dit niet hoort, maar ik bekijk opnieuw je Tinderprofiel.   Cyriel. 25 jaar. Een foto van een jongen met een brede lach en warrig haar die mij met gelukzalige ogen aanstaart met daaronder zijn vraag:   Ben jij klaar voor de liefde?

Cécile De Somer
41 0

Het logboek van Joeri Primakov, kosmonaut aan boord van het ruimtestation MIR (deel 6)

Dinsdag, 6 maart 2012   Ik ben tot het besluit gekomen om vanvond in die mini-capsule te kruipen, en het hier af te bollen. Deze drastische houding is het resultaat van de vele onaangenaamheden, waar ik de voorbije dagen mee te kampen had, en die me bijna mijn geestelijke gezond-heid hebben gekost.   Ziehier een kort overzicht ;   Het composttoilet (met afbeelding van Poetin) heeft zich, op werkelijk wonderbaarlijke wijze, van de andere badkamer-items losgerukt, en is (na een spectaculaire koerswijzi-ging!) tegen het raam van het ruimtestation gevlogen. Het is overbodig te vermelden dat de esthetische kwaliteiten van wat ik nu waarneem, lang niet kunnen tippen aan die van onze adembenemende aardbol. Uiteraard hebben alle raampjes meteen de volle laag gekregen én zijn er natuurlijk geen ruitenwissers, waardoor ik hier praktisch volledig in het donker(bruin) zit. Dit is duidelijk één van die zeldzame momenten, waarbij men zichzelf chronische constipatie-problemen toewenst, hetgeen niet evident is met die teringtabletten!   Daarnaast blijkt er, na intensief zoekwerk met het KGB-zaklampje, enkel nog Russische bloedworst met zuurkool in de provisiekast te liggen ... Een héél flauw grapje van kosmonaut Flimout wellicht, die ik als mens steeds minder begin te appreciëren. Positief is wel dat zijn (uitgebreide) collectie mini-flesjes met sterke drank hier nog staat; ongetwijfeld een vergetelheid, want die Belgen zijn net zo gierig als de Hollanders!   Alsof dat nog niet volstond, vond Proxirus het schijnbaar ook nodig om me per sms op de hoogte te stellen van het feit dat ik volgende maand geen telefoonnummer meer zal hebben, omdat mijn Pay in Space-kaart niet tijdig herladen werd! Het hoeft geen betoog, dat mijn mobieltje nu ook naar de asteroïdengordel op weg is.   Gezien het communicatie-toestel de laatste zes dagen geen enkel teken van leven gegeven heeft, de MIR door talloze vervaarlijke projectielen omsingeld wordt, en mijn laatste cola-blikje net gevuld is, lijkt een evacuatie me dan ook onafwendbaar. Ik besef maar al te goed, dat ik daardoor nooit meer voet zal kunnen zetten op mijn geboorte-grond, want die mini-capsule is wel zo handig ingesteld dat het zichzelf vermietigt bij een eventuele terugkeer naar aarde.    Ik mis Mariska en mijn moeder. De gedachte hen nooit meer te zien, omsluiert mijn hart met grote treurnis.   Moge God mij genadig zijn.   Joeri Primakov, kosmonaut  

Vince
0 0

Het logboek van Joeri Primakov, kosmonaut aan boord van het ruimtestation MIR (deel 4)

Zondag, 4 maart 2012   Ik ben vandaag verschrikkelijk slecht geluimd, want gisterennacht haalde de loeiende sirene van het impact-alarm me abrupt uit mijn slaap! Dit werd veroorzaakt door de botsing van de MIR met een Proxirussatelliet, en bracht ernstige schade toe aan de sanitaire voorzieningsruimte. Anders gezegd, er is geen sanitaire voorzieningsruimte meer. Ondanks verwoede pogingen, kreeg ik het KGB-gereedschapskistje maar niet geopend. Ik heb nooit begrepen, waarom ze die kistjes door de fabrikant van die befaamde milieu-box hebben laten maken! Uiteindelijk zag ik me genoodzaakt de badkamermodule hermetisch af te sluiten, om zo een onwelgekomen ruimtewandeling te vermijden. Toen ik daarna door het raampje keek, zag ik enkele items die nu waarschijnlijk op weg zijn de asteroïdengordel te gaan vervoegen, zijnde :   1 badscherm met afbeelding van Poetin 1 bidet met afbeelding van Poetin 1 buissiffon met afbeelding van Poetin 1 composttoilet met afbeelding van Poetin 1 douchecabine met afbeelding van Poetin 1 douchescherm met afbeelding van Poetin 1 douchestang met afbeelding van Poetin 1 driewegkraan met afbeelding van Poetin 1 handdoekradiator met afbeelding van Poetin (+ 2 handdoeken met het KGB-logo) 1 dubbele lavabo met afbeelding van Poetin 1 hydrometer met afbeelding van Poetin 1 stoombad met afbeelding van Poetin 1 sunshower met afbeelding van Poetin 1 toiletkast met afbeelding van Poetin 1 urinoir met afbeelding van Poetin 1 wastrog met afbeelding van Poetin en 1 porseleinen zeeppompje met afbeelding van Poetin.   Dat wordt dus plassen in lege colablikjes.   Moge God mij genadig zijn.   Joeri Primakov, kosmonaut  

Vince
0 0

Het logboek van Joeri Primakov, kosmonaut aan boord van het ruimtestation MIR (deel 3)

Zaterdag, 3 maart 2012   Mijn kameraden thuis schitteren nog steeds in afwezigheid en eigenlijk zou dit me niet mogen verbazen, want zij hebben immers ook allemaal gespiekt aan de kosmonauten-school van Minsk!   Ik heb vanmorgen nog maar eens bloedworst gegeten en daarna -dankzij een welgekomen ochtendmisselijkheid- drie uur lang (!) met een klein vangnetje achter brokjes staan hengelen! Indien men zich van een zenuwslopende bezigheid wil besparen, is het aan te raden absoluut niet over te geven wanneer men zich in een toestand van gewichtsloosheid bevindt. Ook ben ik tot de vaststelling gekomen, dat ik door mijn voorraad KGB-toiletpapier heen zit. Geen prettig vooruitzicht, me dunkt. Straks ga ik die Doerak eens van naderbij bekijken en uitzoeken wat de mogelijkheden zijn, met of zonder handleiding!   De amateuristische houding van de basis roept bij mij toch grote vraagtekens op. Per slot van rekening is dit hele zootje minstens enkele miljoenen waard, mezelf niet inbegrepen dan. Drie volle dagen zonder teken van leven; het is schandalig, écht schandalig! Eenzaamheid is de grootste vijand van een kosmonaut, dus rekende ik eigenlijk een beetje op het dagelijkse contact met de collega's thuis, al was het maar om de sportuitslagen mee te delen. Ik hoop trouwens dat Lokomotiv, die Belgische amateurs van Zoelte-Varegem eens goed op hun kloten hebben gegeven in de Champions League!   Helaas slaagt het voetbal er op dit moment niet in om mijn sombere gedachten te onderdrukken. Enkel de herinnering aan Mariska geeft me ergens nog wat levens-kracht, al is die even snel terug verdwenen wanneer ik weer eens aan mijn fluit getrokken heb. Toch moet ik opletten mijn dromen niet voor werkelijkheid te nemen, want het is meer dan 15 jaar geleden dat ik haar nog zag en we waren al bij al nauwelijks enkele weken samen. Binnen de ruimere context van de onverbiddelijke voortplantingsstrijd, zal er ongetwijfeld wel een ander species van dat smerig mannelijk mensenras haar sensuele schoonheid opgemerkt hebben!   Soms stel ik me de vraag, of het überhaupt nog zin heeft terug te keren.   Moge God mij genadig zijn.   Joeri Primakov, kosmonaut  

Vince
0 0

Het logboek van Joeri Primakov, kosmonaut aan boord van het ruimtestation MIR (deel 2)

Vrijdag, 2 maart 2012   Het ruimtestation functioneert nog altijd niet naar behoren, en de basis blijft zich hardnekkig in stilzwijgen verhullen; niets nieuws onder de zon, dus. De goden hebben het kennelijk op mij gemunt, want nu blijkt ook de verlichting aan boord het volledig begeven te hebben. Het is verdomd moeilijk om het juiste astronautenvoedsel uit de provisiekast te halen als je geen steek voor ogen ziet, en die tabletten lijken allemaal zo op elkaar! Russische bloedworst met zuurkool is al niet mijn favoriete gerecht, zeker niet om zes uur 's morgens. Gelukkig baadt de MIR nog in het bevallige blauwe licht van onze planeet, zo wordt het zicht hier me toch niet helemaal ontnomen!   Daarnet zag ik trouwens een bloedrode wolk boven Rusland drijven. Hopelijk heeft die heetgebakerde Koreaan geen kernbommen op onze kop gegooid, of ik kan een terug-keer naar huis wel helemaal op mijn buikje schrijven. De handleiding van die Doerak is compleet nutteloos gebleken, want er is alleen een Nederlandse versie beschikbaar en laat dat nu net de enige taal zijn die ik niet beheers! Toen ik kosmonaut Flimout kwam vervangen, leerde hij me wel enkele woordjes zoals 'kontneuker' en 'hoerenpoeper', maar ik betwijfel of die kennis zal volstaan om die mini-capsule aan de praat te krijgen. Uiteindelijk komt de strenge discipline, die mij aan de militaire academie van Siberië opgelegd werd, me nog goed van pas. De huidige sfeer hier aan boord kan immers mak-kelijk met die van het opleidingskamp vergeleken worden; even koud, en we moesten er ook constant aan onze fluit trekken. Zonder mijn trouwe KGB-teddy was ik al lang ten onder gegaan aan deze mistroostigheid.   Ik vraag me af hoe mijn moeder het stelt. We hebben elkaar niet meer gesproken sinds mijn vertrek, ruim twee jaar geleden. Ze was heel trots dat ik voor deze missie gekozen werd en heeft ongetwijfeld de volledige lancering op televisie gevolgd, als het bejaardentehuis haar dat toeliet, tenminste. Haar in die instelling achterlaten was hartverscheurend, maar ik had geen andere keus. Ze scheet dan ook voortdurend in haar broek en ging op de koop toe iedereen die ook maar enigszins bij haar in de buurt kwam te lijf met het goedje. Zo weigerde de postbode, na een aantal 'mindere ervaringen', nog brieven te deponeren in onze bus. Naar het schijnt is de arme man daardoor méér dan drie maanden thuisge-bleven.   Ook de buren zijn als gevolg van haar gedrag verhuisd. Ze konden het niet meer aan om (minstens) tweemaal daags bekogeld te verworden en dit vanuit allerlei onverwachte hoeken (vanuit hun Buxus-eland bijvoorbeeld). Het dieptepunt van alle incidenten voltrok zich wellicht op die warme augustusdag, toen onze buren een pool party hielden ter gelegenheid van de vijfstige verjaardag van de vrouw van het koppel, én waartoe veel vooraanstaande gasten uitgenodigd waren. Ik meen enkele oliemagnaten en lokale politici gespot te hebben, allen met jong, aanstormend schoon aan de hand natuurlijk. Wat een leuk feestje had moeten zijn, eindigde helaas in een ware poel van verderf, waarbij mijn moeder iedereen viseerde die ze ook maar kon raken. Mensen begonnen te huilen en weg te lopen, al waren er ook héél wat die gewoon ter plekke moesten overgeven, zeker nadat het buffet in haar vizier gekomen was. Meer dan dertig gasten werden uiteindelijk met ernstige verwon-dingen opgenomen in het hospitaal en één iemand moest zelfs gereanimeerd worden nadat er paniek uitgebroken was in het zwembad. Het is me tot op heden nog altijd een raadsel hoe zij over zo'n 'uitgebreid (anaal) arsenaal' kon beschikken, maar dat ze gedu-rende geruime tijd opgespaard heeft, mag duidelijk heten. Het is nooit meer goedgeko-men tussen haar en de buren. Ze was dan misschien niet meer zo helder van geest, mikken kon ze blijkbaar nog als de beste.   Ik hoop uit het diepste van mijn hart nog een kans te krijgen om haar te bedanken voor het gezelschap en de genegenheid die ze me schonk. Het is vreemd dat een mens zovele kilometers van huis moet zijn, om dit naar waarde te schatten.   Moge God mij genadig zijn.   Joeri Primakov, kosmonaut  

Vince
0 0

Het logboek van Joeri Primakov, kosmonaut aan boord van het ruimtestation MIR (deel 1)

Donderdag, 1 maart 2012   Vandaag ben ik jarig; hiep, hiep, hoera!   Helaas wordt het ruimtestation op deze heuglijke dag door technische mankementen geteisterd, wat een serieuze domper op de feestvreugde zet. Het communicatietoestel weigert al de hele dag halsstarrig dienst te doen, en ook het besturingssysteem heeft er daarnet volledig de brui aan gegeven. Er bestaat zelfs een reële kans dat het station hulpeloos op drift slaat, met het risico op fatale botsingen uiteraard. Geen prettig vooruitzicht, me dunkt. Aangezien alle werkingsmiddelen tegenwoordig vanuit de basis gestuurd worden, zullen zij met een oplossing voor de dag moeten komen. In tegenstelling tot wat het grote publiek misschien denkt, ben ik absoluut geen hoogvlieger binnen het domein van de ruimtevaart, en ik vrees dan ook dat mijn schaamteloos spiekgedrag aan de kosmonautenschool van Minsk, nu wel eens zijn rekening zou kunnen komen veref-fenen.   Het enige vluchtmiddel aan boord is een primitieve mini-capsule met de belachelijke naam 'Doerak', maar ik sta niet echt te springen om daar het heelal mee in te vliegen, enerzijds omdat het een terugkeer naar huis onherroepelijk uitwist, anderzijds omdat de garantie op dat toestel al sinds 1997 verlopen is! Desalniettemin ga ik er straks toch eens goed de handleiding van bekijken, een voor-bereid man is er immers twee waard. Als echter zou blijken dat één of andere lolbroek op aarde me op die manier voor mijn verjaardag wil verrassen, sla ik hem/haar bij mijn thuiskomst zeker op zijn/haar smoel! Het is trouwens van groot belang dat ik snel uit mijn benarde situatie bevrijd wordt, want binnenkort moet ik als gastjurylid in de pre-selecties van Eurosong fungeren, en ik heb die twee hete meiden van Tattoe reeds mijn stem beloofd! Zonder mijn aanwezigheid, verliezen we dit jaar gegarandeerd weer het songfestival!   Met deze missie hoopte ik eigenlijk ook om mijn succesratio bij het andere geslacht wat op te krikken. Vele ex-kosmonauten wisten me immers te vertellen dat ze de vrouwen werkelijk van zich af moeten slaan, wat me natuurlijk als muziek in de (flap)oren klonk! Ik heb in mijn jonge leven nog maar één lief gehad. Ze heette Mariska, en ik ontmoette haar op het strand van Sochi. Het klikte vrijwel meteen, want we waren allebei hevige fans van Red Zeppelin. Ze had blond haar, groene ogen, en een klein karakteristiek sproetje boven haar lip. Het sensuele samenspel van haar slank lijfje met het strakke badpak brandde zich (ondanks de bescherming van een hele hippe Ray Ban-zonnebril!) genadeloos op mijn netvlies. Dit zeg ik zonder overdrijven, daar een Europees onderzoek van vorig jaar heeft aangetoond, dat Russische vrouwen (inzake visuele bevrediging) ongenaakbaar aan de top staan! Terwijl alle andere meisjes halfnaakt op een handdoek lagen te sudderen, verkocht Mariska ijspralines aan de badgasten. Die bruingebakken, kwebbelende lolita's lieten me helemaal koud, maar dat frêle meisje met haar sneeuwwitte vel, veroverde eensklaps mijn hart.   Het gemis aan intiem contact vervult elke vezel van mijn lichaam met erotisch verlangen en ik kan mezelf wel voor het hoofd slaan, de opblaasbare KGB-pop thuis vergeten te hebben! De basis had nochtans beloofd me regelmatig een vrouw te zenden, maar tot op heden kreeg ik enkel het bezoek van een stomme boysband, 'Get Freddy'. Ze zijn drie weken (!) gebleven en ze waren natuurlijk allemaal andersgeaard! De KGB-kuisheidsgordel heeft me toen trouwens zéér nuttige diensten geleverd. Tot mijn grote opluchting liet de vorige kosmonaut, ene Flimout, hier een oude Playboy liggen, en ik moet bekennen dat mijn eerste interstellaire masturbatie een hele beleve-nis was! Inmiddels heb ik reeds zoveel zaad de ruimte in geloosd, dat er bijna geen sprake meer kan zijn van 'donkere materie', maar dit terzijde.   Moge God mij genadig zijn.   Joeri Primakov, kosmonaut  

Vince
0 0

Zeemeermin

De lucht is zachtblauw, niet helder, een beetje dof zelf. De zon voelt heerlijk, warm en zacht. Na weken heeft ze haar kracht verloren. Ze prikt niet meer, ze brandt niet meer. Alsof ze de bloemen en planten heeft horen huilen. Die zijn op sterven na dood. De helft van de bladeren hangt slap aan de plant, overlevend op hoop dat er weldra water zal vloeien. De andere helft heeft het opgegeven en ligt dor op de grond, alsof de herfst nog voor de zomer is gekomen. Mijn zoontje van vier had het gisteren ook al gemerkt en riep heel enthousiast “Mama, kijk de blaadjes, het is bijna Sinterklaas”. Maar dat is het niet, het is zomer en de temperatuur is eindelijk draaglijk genoeg om de hangmat in te kruipen. Hupla, beentjes in de lucht en ogen dicht. Mijn gezicht wordt warm. Zachtjes wieg ik heen en weer en bedenk dat ik niet in slaap mag vallen. “Ik mag niet in slaap vallen, ik mag niet....” De zon is weg, de hangmat hangt stil. Alles is stil. De lucht lijkt wel een schilderij. De wolken hebben alle tinten wit en grijs. Boven mijn blote voeten zijn ze verblindend wit als het hemellicht dat je zou zien als je doodgaat. En als ik mijn hoofd in mijn nek gooi zie ik een grote massa blauwzwarte wolken die mijn buik doen kriebelen. Wolken zijn ofwel spannend ofwel rustgevend en als je geluk hebt dan zijn ze het allebei, zoals vandaag. Boven mijn hoofd vermengen zich alle tinten grijs. Ik probeer hun spel niet te begrijpen, maar geniet van het gewriemel om het juiste plaatsje. Ik lig muisstil zodat ik het eerste drupje niet kan missen. Eén drupje, liefst eerst op mijn gezicht en dan ééntje op mijn tenen. Komaan wolkjes... Maar er komt niets. Waarop wacht ik eigenlijk, op enkele druppeltjes om van te genieten? Of wil ik een hele stortbui? De spanning giert door mijn lijf als ik eraan denk. Ik voel de eerste zachte druppeltjes, eerst traag, hier en daar op mijn blote lijf ééntje. Dan steeds sneller en harder, zo hard dat ze alle spanning uit mijn lijf persen en ik heel hard begin te lachen. Dat lachen lijkt al even lang geleden als de regen. Het water stroomt uit de hemel en de energie raast door mijn lijf. De hangmat begint hard te zwieren. Ik moet me op mijn buik draaien en me vastgrijpen aan de koorden. De wind blaast al mijn haren plat achteruit. Behalve mijn froefroe. Die heeft de kapster deze week verkeerd geknipt, waardoor de korte haartjes helemaal recht gaan staan. Ik gil van plezier, mijn benen gaan de lucht in. “Harder, harder!”, roep ik nog. Ik lach, ik leef! De wolken en ik, wij zijn de heersers hier op aarde. En dan wordt het plots muisstil. De hangmat hangt stil en ik hoor niets meer, geen wind, geen regen. Alles staat onder water, het huis, de tuin, de hangmat. De hele wereld staat onder. En het is eindelijk stil. Ik lig terug op mijn rug en bekijk de wereld, de onderwaterwereld. Het water staat ver boven het dak van het huis. De tuin lijkt tevreden, de meeuwen ook. Ze vliegen geluidloos door het water. En ik adem terug normaal, diep onder water. Ik slaak een zucht van geluk. Eindelijk heb ik het gevonden. Ik ben een zeemeermin.  

Fien SB
52 1

Vergif zoals het Westen dat maken kan

    Westen, ik klaag u aan gij hebt mij berekend betwetenduitgetekend gesmeten gemetengij wilt mij doen vergeten wij eten wij weten op de kap van wat het niet-blanke produceerde Blank, Jonk, Rijk en Vrouw de doorgewinterde dievegge misdadig, dom, schuldig, onderdanig dubbelspion bij uitstek onwetend weet ge gij blanke bange mens met uw fragiele ego gij moogtzoveel aanklagen als gij verachten kunt met uw neutrale logica uw heldere rationaliteit de juiste nationaliteit de onderdrukte kan zich niet permitteren heeft niet in haar bezit de luxe om de wisselwerking tussen inhoud en vorm de bron niet in vraag te stellen voelt ge voelt ge het verschil is macht man kracht de buur vriend voorbijganger collega moderator vader klant werkgever hulpverlener passagier dokter nonkel flik zij menen het goed de humanitair hij meent het goed schijnt de democratie nog is de liefdadigheid oprecht kan de schenker krijgen de ontvanger geven en weigeren steigeren gevangenissen verborgen want de solden schoolpoorten gesloten centra iedereen zot asielzoeker verstikt verloren stemmen smoren psychiatrie wie verblind de lotto het kind geschminkt slavernij aanwezig vluchteling vernederd mens zonder papieren ge-weren ontnomen want geschiedenis haalt ons in imperialisme ontkend kolonisatie pertinent verstedelijking slachthuizen van glas lachende koeien op uw verpakkingen schoon gras kunst vermarkt wolven schaapsverarmd zij blaten menswaardige rusthuizen diervriendelijk vlees de bijwerkingen van drugs die van de farma-industrie kanker zieker dan pesticiden malafide voort zullen we gaan nooit voldaan ballonnen, kermis, aspartaam kassa’s niet gevuld verslavingen gestild met het mes op de keel vogels mijdend schrijnend verpakkingen kosten meer dan de inhoud reclames, groener dan het product het planten van de eenzame schijnboom ter compensatie uw geweten zal het geweten hebben want schijnen doen we goed naar het schijnt iedereen hypocriet de ene al wat opmerkzamer dan de andere op een opportune manier met ethiek omgaan of van het opportunisme uw nieuwste principe maken absoluut, die waarheid de solipsist, postmodernist en nihilist zaten samen op café komt er een pragmaticus binnen van Syrië het kapitalisme zij doet goed ziet ge die verlichte illusies niet de straatversiering optisch optimistisch flikkeren licht voor de occasionele zwerver ziet u negeren zult ge rationeel zult ge genieten van overdaad schaad-t niet baat het niet de een zijn dood is de ander zijn voort zullen ze gaan het paternalisme zij is nodig want hiërarchie en dominantie loont alternatieven zijn er om tot complottheorieën gereduceerd te worden vertrappeldkrachtsverhoudingen zijn er om omvergeworpen te worden wacht maar idealen zijn er om verkracht te worden doe maarheb ik van horen zeggenonafgewerkt losse eindjes ontevredenheid is dat wat de toekomst voedt lang heb ik nagedacht over de toon van deze brief tergend heb ik overleefd geweerd gesleurd uitgeput gespeeld met dat wat er van mijn persoon verwacht werd bespeeld werd ik bewerkt het ultieme product conform aan de geïnstrumentaliseerde verandering die gij koos die uw belangen dient moordend laatst zag ik iemand lachen ik dacht bij mezelf yolo

Pseudoniem
0 0

Donker in de westhoek

We zitten in de wagen op weg naar de kust. Op de radio klinkt: "Paulo aime les moules frites, sans frites et sans mayo." Ik lach. "Dat is juist", zeg ik tegen de kinderen. Paulo hield zoveel van frieten dat hij eraan dood gegaan is,  zo dik was hij. De kinderen op de achterbank kennen het verhaal al en zingen uitbundig verder.  Ik kijk weemoedig door het raam en ga in gedachten 20 jaar terug in de tijd. Ik zit als achtjarige samen met mijn zus en marraine in de auto. We naderen Wormhout, een klein dorpje in de Franse westhoek. Of zoals Olga het in het Frans-Vlaams zegt "wormhoed". Olga is de nicht van marraine, mijn grootmoeder, en de schoonzus van Paulo. Mijn zus en ik gaan er samen met marraine het verlengd weekend doorbrengen. Zoals elk jaar voel ik me misselijk als ik de woning binnen kom. Het is er donker en ik hou niet van donker. Ik loop zo snel mogelijk door naar de keuken, daar ruikt het gezellig naar koekjes en Franse koffie en komt er licht door het raam dat uitgeeft op het atelier achter het huis. Olga zit op een stoel en biedt ons koekjes aan. Ze doet haar best om Frans-Vlaams te spreken. Haar haren zijn opgestoken in een knot en boven haar grauwe kleren draagt ze een keukenschort. Met haar grijsblauwe ogen en zachte stem heeft ze iets kwetsbaar. Haar huid voelt aan als het fijnste zijde. Naast de sterke vrouw die marraine is lijkt ze wel onzichtbaar. Olga is getrouwd met Lou. Een kleine pezige man met zwart haar, glanzend van de brillantine. Zijn ogen zijn hard blauw en aan zijn linkeroog hangt een steelwrat in de vorm van een bes. Lou maakt vaak grapjes, maar toch zijn we bang van hem. Achter die grapjes schuilt een zeer explosieve man. Dat weten we. Dat weet Olga ook. Daarom zegt Olga niet veel en zit ze meestal in de keuken. Als wij hier zijn zitten we meestal in de tuin of in het atelier. Het is een lange rommelige tuin. De weg door de wildernis is voor ons een heel avontuur. Helemaal achteraan in de tuin staat een klein groen hutje aan een beek. De beek met de ratten is voor ons verboden terrein. Lou zit heel vaak op een bistrostoeltje aan die beek naar de radio te luisteren. Als hij daar zit weten we dat we hem niet mogen storen. Op zijn voorhoofd staan dan twee diepe rimpels en hij trekt zenuwachtig aan zijn sigaret. Af en toe briest hij er iets uit waar we niets van begrijpen. Na afloop van de uitzending zijn er twee mogelijkheden: ofwel keert hij vrolijk en grappend terug ofwel staat hij op ontploffen. In het laatste geval krijg je van de spanning amper je middagmaal door je keelgat. We hopen dan stilletjes dat Olga niets fout zal doen of zeggen en dat we snel terug in het atelier kunnen gaan spelen. Het atelier heeft een dak uit plastic golfplaten en is daarom de enige ruimte waar rechtstreeks zonlicht binnen komt. De linkergevel staat vol oude vergeelde boeken en tijdschriften met daarvoor een lange werkbank. Rechts staat een oude wasmachine en een groen melkkrukje. Mijn zus en ik spelen altijd „boerderijtje” in dit atelier. De wasmachine is de koe die we zittend op het groene krukje melken. Uit de tuin halen we rode bessen die we tussen de werkbank pletten tot bessensap. Of we pletten de bessen tussen de vergeelde bladeren van de kranten en tijdschriften. Vol verwondering kijken we dan naar de schilderijtjes die de geplette bessen hebben gevormd. Maar vandaag loopt ons spel helemaal fout. We hebben op de knop van de wasmachine gedrukt en het water is beginnen stromen. We proberen het nog zelf op te lossen, maar voor we het beseffen staat de hele atelier onder water. We staan doodsangsten uit bij de gedachte dat we Lou moeten verwittigen. Lou ontploft zoals we hadden verwacht. Hij trekt zijn riem uit en stuurt mijn zus naar boven. Ik moet van Olga en marraine in de donkere living blijven. Ik ben doodsbang en bekijk de bezorgde gezichten van de twee oude dames bij mij in de living. Ik begrijp hen niet. Ze vinden Lou zo plezant dat ze zijn woede-uitbarstingen er zwijgend bijnemen. Wat later kruip ik bij mijn zus in het hoge bed in de donkere kamer. Ik verlang naar huis, naar licht. Ik wil weg van die muffe geur, van die akelige sfeer, weg uit die westhoek waar het donker verleden lijkt voort te bestaan. Lou zijn grapjes zullen me nooit meer aan het lachen brengen en Olga zal eeuwig zwijgend op het wit keukenstoeltje voor zich uitstaren, de koekjesdoos in haar hand als zoete troost. Ik neem voor altijd afscheid.

Fien SB
50 1