Zoeken

Marisol

Zoals gewoonlijk heerst er een gemoedelijke sfeer in het Caffè Italiano. In deze gezellige coffeeshop bekijken gehaaste mannen in costuum nog even de financiële kranten, verdiepen jonge gasten in jeans en T-shirt zich in de laatste nieuwsberichten of Facebook op hun smartphone terwijl vrouwen van verschillende leeftijden damesbladen bekijken. Allemaal slurpend van een espresso, cappuccino, ristretto of lungo. Achter de bar verkondigt een reusachtig reclamebord : “Il caffè deve essere nero come diavolo, bollente come l’inferno e dolce come l’amore.” Koffie moet zwart zijn als de duivel, heet als de hel en zo zoet als de liefde.Er staan enkele kleine tafeltjes maar vooral de grote ronde tafels waar je altijd kan aanschuiven voor een kopje koffie zonder verplichting tot enig vormelijk gesprek met andere bezoekers, nodigen uit tot verpozing. Op die manier is er altijd wel een plaatsje ook als je alleen bent. Ik vind het heerlijk hier ’s morgens even halt te houden tijdens mijn ochtendwandeling. Alleen maar toch nooit alleen.Ik vlei me neer aan één van de grote tafels waar slechts één andere gast verscholen achter een krant zit te wachten om bediend te worden. Een handtas neem ik nooit mee, in mijn jaszak heb enkel mijn huissleutels, een pakje papieren zakdoekjes en wat klein geld voor een koffie. In afwachting dat iemand mijn bestelling opneemt begin ik al vast mijn kleingeld te tellen en stel vast dat ik net iets te kort kom. Niet erg denk ik, het is redelijk druk vandaag, even een korte adempauze en dan vertrek ik weer voor mij iets gevraagd wordt. Maar ik voel dat de man aan de overkant van de tafel mij stiekem geamuseerd gadeslaat, waarschijnlijk heeft hij begrepen wat mijn probleem is. Hij legt zijn krant neer, tast in zijn zak en legt wat klein geld voor me op tafel. ‘Nee, nee, dank u’, mompel ik verlegen terwijl ik mijn centjes weer in mijn jaszak stop. Maar dan staat de dienster opeens aan onze tafel met de vraag: ‘Wat mag het zijn?’Als ik wil rechtstaan hoor ik de gulle man aan de overkant zeggen: ‘Twee espresso's graag, voor mevrouw en mij.’ Voor ik enig bezwaar kan maken is ze al weer verdwenen. Wanneer de dienster even later de koffies brengt, neemt de man met een galant gebaar het dienblad van haar over en vraagt mij met een glimlach hem te volgen. En ik volg, als een lam dat naar de slachtbank geleid word. Een beetje verderop zet hij zich een aan tafeltje voor twee. Dit kleine tafeltje in de hoek heeft een intiem karakter en creëert een soort vertrouwelijkheid waar ik me als getrouwde vrouw niet comfortabel bij voel. Ik weet mezelf geen houding te geven tegenover dit intrigerend figuur die mij nog steeds met een vriendelijke maar tegelijk geheimzinnige glimlach gadeslaat. Ik roer driftig in mijn kopje en bestudeer de kringetjes met zoveel aandacht alsof er niets interessanter te beleven valt terwijl ik tracht zijn blik te negeren met zoveel moeite als je alleen maar doet bij iemand die je meer interesseert dan een ander.Hij leunt genoegzaam achterover in zijn stoel en zegt dan: ‘ Ik ben Gino, aangenaam. Mag ik jouw naam weten in ruil voor de koffie?’Gino! Ik had het kunnen weten, een knappe zelfverzekerde Italiaan die mij het hof probeert te maken.‘Marisol’, antwoord ik zo neutraal mogelijk.‘Marisol. Wat een mooie naam! Zee en zon. Heb je altijd hier aan zee gewoond?’‘Geboren en getogen in de stad maar toen mijn man hier een baan aangeboden kreeg, kwamen we aan zee wonen.’Zo weet hij meteen dat ik getrouwd ben en niet geïnteresseerd, denk ik.‘Marisol, Marisol, herhaalt hij nog een keer met zangerige stem alsof hij een melodietje neuriet.Zijn blik, zijn houding, zijn warme stem maken dat ik me meer en meer ongemakkelijk voel. Ik drink mijn koffie en sta op. ‘Nogmaals bedankt, ik moet er weer vandoor,’ zeg ik in een poging om weg te komen, alhoewel mijn pauze in dit etablissement vanwege de aangename sfeer en de rustige muziek meestal veel uitgebreider is.‘Blijf nog even, misschien heeft het lot ons hier vandaag samengebracht,’ zegt hij zacht.‘Ik geloof niet in het lot,’ antwoord ik bijna stotterend.Het is niet het lot dat mij hier vandaag binnen deed gaan, neen ik deed dat uit vrije wil. Uit gewoonte, omdat ik dat leuk vind.Maar iets in zijn houding maakt dat ik me terug neer zet.Het timbre van zijn stem en zijn rustgevende aanblik maken me zenuwachtiger dan ik zou mogen zijn. Het gesprek dat begint met wat vormelijke informatie mondt langzaam uit in een vertrouwelijkheid die past bij ons intieme hoekje. Wanneer ik op mijn horloge kijk, merk ik dat de tijd voorbij gevlogen is. ‘Ik moet er nu echt vandoor’, zeg ik met een beetje spijt in mijn stem.Gino glimlacht, een zelfzekere maar warme glimlach. Hij heeft een scherp gehoor en dat tikkeltje spijt is hem niet ontgaan. En dan ligt plots zijn hand op de mijne. ‘Wanneer zie ik je weer? Ik wil je graag mijn huis in de duinen laten zien, je hebt er prachtig zicht op zee...’Lap, denk ik, dat heb je dan met die Casanova. Ik had het kunnen weten.Terwijl ik mijn jas aantrek zeg ik plagend: ‘Zullen we dat misschien aan het lot over laten?’‘Maar jij gelooft niet in het lot’, zegt hij vriendelijk en zijn hese stem klinkt zowaar bijna smekend. Ik vermoed dat hij acteur is of zanger of misschien is hij gewoon een commediant.‘Maar jij wel. Arrivederci a presto, se il destino vuole.’ (Tot weldra als het lot het wil)Met deze woorden verlaat ik haastig het caffè voor ik me weer door die dwingende ogen laat tegenhouden. Die ogen, zwart als de duivel, die stem heet als de hel en die vleiende woorden zoet als de liefde. Wanneer ik de volgende morgen bij de bakker sta, kijkt Marie de bakkersvrouw mij veelbetekenend aan. ‘Je hebt dus kennis gemaakt met de grote baas,’ zegt ze met een knipoog.Ik trek verwonderd mijn wenkbrauwen op.‘Gino Salvatore,’ zegt ze, ‘de eigenaar van de coffeeshop.‘Oh is hij de eigenaar?’ antwoord ik stomverbaasd en tegelijk gegeneerd alsof ik me betrapt voel. Ach ja! Marie levert de croissants in de coffeeshop.‘Wel, een vriendelijk man hoor, hij bood mij een koffie aan,’ zeg ik nonchalant.‘Weet je, die man is een beetje eenzaam sinds zijn vrouw overleden is. Hij zoekt wel vaker gezelschap in zijn coffeeshop.’ Zo zo, denk ik, het had dus niets te betekenen. Misschien heb ik het me allemaal ingebeeld.‘Hij heeft een prachtig huis in de duinen maar hij zal zich daar nu wel eenzaam voelen zo afgelegen van de wereld,’ zegt ze terwijl ze mijn brood snijdt. Ik betaal het brood. Gelukkig komt er ondertussen een andere klant binnen en kan ik me uit de voeten maken. Ik hoop dat Marie mijn rode kaken niet heeft opgemerkt. Bah, aan zee als er zoveel wind is, hebben wel meer mensen rode kaken. Onderweg naar huis loop ik voorbij de coffeeshop. Neen, niet vandaag, denk ik. Alhoewel, als hij daar vaker een praatje slaat moet hij me al eerder opgemerkt hebben. Misschien zou mijn afwezigheid vandaag veelzeggender zijn dan mijn aanwezigheid en hij komt waarschijnlijk ook niet alle dagen. Tenslotte heb ik hem niet eerder opgemerkt. Ik vraag me af hoe lang hij al weduwnaar is.Ik haal diep adem en ga binnen. Ik besluit me vandaag op een hoge kruk aan de bar te zetten, kwestie van zo onopvallend mogelijk de het gezelschap te bespieden. Mijn poging om onopgemerkt te blijven, valt helemaal in duigen wanneer ik mijn jas uitdoe en hem over mijn stoel wil hangen. Plagerig glijdt hij langzaam van het te kleine leuninkje en wanneer ik hem probeer op te rapen stoot ik zo onhandig tegen de barkruk dat die met veel kabaal tegen de vlakte gaat. Zoveel lawaai blijft hier niet onopgemerkt. Twee behulpzame handen zetten hem weer overeind.‘Destino ha voluto!’ zegt een bekende stem zacht maar triomfantelijk.(het lot heeft het zo gewild)Het schaamrood vliegt nu naar mijn wangen.Even later zitten we weer in ons intieme hoekje. Het huis in de duinen is werkelijk prachtig gelegen. Vanuit de grote ramen heb je een oninneembaar zicht op duinen waar het helmgras zich gehoorzaam buigt onder de strakke westenwind. In de verte ligt het strand. De wind blaast het fijne zand als stof over een gladgestreken laken terwijl de dartele golven hun witte schuimkoppen op het strand gooien. De zee lijkt groen vandaag met slordige zwarte strepen die het spel van de blauwe lucht en de opgejaagde wolken imiteren. Een eenzame vissersboot heeft het ruime sop gekozen en trotseert de golven.Genietend sta ik voor het raam en tuur dromerig in de verte. Het is nu iets iets meer dan een jaar geleden dat ik Gino ontmoette. Die dag in het caffè begon de zon weer te schijnen. Mijn dwaze hart dat niet meer hopen kon, bloeide open als een bloem in de zomerzon. Ik durfde weer te leven. Marie die stiekeme koppelaarster, zij drong er steeds op aan dat ik weer onder de mensen moest komen en de coffeeshop vond ze een uitstekende gelegenheid. Maar ze had gelijk, we zijn nog zo jong, er ligt nog een heel leven voor ons.Een stom auto-ongeval had mij heel jong weduwe gemaakt net als Gino. Samen vonden we de moed om verder te gaan en maakten we een einde aan die lange jaren van troosteloze eenzaamheid.Vanuit de keuken komt de vertrouwde geur van versgemalen koffie mij tegemoet. Ik voel een liefdevolle arm om me heen en warme lippen die zachtjes mijn wang beroeren. ‘Buongiorno mia cara, ben je al wakker?’Elke morgen drinken wij nu samen onze koffie. Zwart als de duivel, heet als de hel en zoet als de liefde.  

Nadia Lang
0 0

Ontmoetingen

  Een grootstad zoals Antwerpen, hét stad zeggen de inwoners, herbergt een enorme diversiteit. Niet alleen wonen er zo’n 150 nationaliteiten, zowat alle religies zijn er vertegenwoordigd. Als inwoner – en neen, zelf ben ik geen sinjoor: aan de definitie daarvan voldoe ik niet, al zou het te ver leiden om hier een kleine omweg te maken om dat uit te leggen – kijk ik niet meer op van één of andere klederdracht of taal en zelfs kapsels, zoals uit de golden sixties of een hanenkam, doen zelfs geen wenkbrauw meer rijzen. Nochtans is soms de werkelijkheid sterker dan welk verhaal of sprookje dan ook. De ontmoetingen die ik hier beschrijf hebben wel degelijk plaatsgevonden, en tot op de dag van vandaag begrijp ik het nog steeds niet. Wat er dan gebeurde? Wel, lees even verder, en probeer er een touw aan vast te knopen… Na een bezoekje aan de winkel van B, waar mijn zelfgemaakt speelgoed verkocht wordt, zag ik de tram voor mijn neus voorbijrijden. Liever dan hier tien minuten rond te hangen en te wachten op de volgende, wandelde ik rustig verder richting Lange Nieuwstraat, naar de volgende halte. Natuurlijk kon ik ook te voet naar huis maar die tram gaf mij een beetje tijdswinst, die ik op dat moment goed kon gebruiken. Barbara had me juist gevraagd of ik een paar bloemenstaanders kon maken waar zij een foto van had, en het leek mij een leuke afwisseling en een uitdaging. In gedachten nog bij haar, tussen haakjes een leuke jonge vrouw waar het plezierig mee omgaan was, was ik bijna aan de halte gekomen, toen er uit een zijstraat iemand op mij af stapte. Ik keek niet eens op van zijn traditionele boeddhistische kledij, kompleet met bedelnap. Maar, enkele passen van mij vandaan, sprak die man mij aan. Zijn onberispelijk Engels was perfect verstaanbaar, wat hij zei echter niet. “Meester,” zei hij, “ik zie dat u Verlicht bent. Mag ik in uw wijsheid delen?” Even was ik verbouwereerd, ik verwachtte dat hij de weg zou vragen ergens naar toe. Ik dacht niet na toen ik antwoordde, in mijn beste vermogen met de Engelse taal: “ik ben maar een eenvoudige mens, niet beter of slechter dan wie dan ook.” Zijn antwoord hierop verbaasde mij nog meer: “Meester, ik dank u voor uw wijze woorden, het zijn de eerste wijze woorden die ik in deze stad heb gehoord.” Hij maakte een buiging, en nam afscheid met “by your leave, Master.” En de tram reed mij juist voorbij… Ik ging dan maar te voet verder naar huis, met mijn gedachten bij die korte ontmoeting. Het was in zoverre juist dat ik regelmatig mediteerde, echter zonder dat ik daarbij mij concentreerde op de boeddhistische leer of levenswijze: dat was voor mij niet mogelijk, neen, eerder was het een manier om mijn onrustige geest even stil te zetten, mijn gedachten terug op het juiste pad te brengen om verder te kunnen gaan. Enkele weken later kwam ik uit de winkel van N, waar ik juist een contract had getekend om een aantal dingen te maken zoals juwelenbustes, Japanse karakters en wijnboxen. Het contract was interessant genoeg om een beetje moeite te doen: tenslotte had zij zelf gevraagd of ik in haar winkel enkele dingen wou verkopen! Zij was jong genoeg om mijn dochter te kunnen zijn (mooi genoeg om naar te kijken ook) en, langs het zesentwintigste knoopsgat, ook nog familie… Onderweg, opnieuw naar een tramhalte, passeerden mij, niet ongewoon in deze buurt, een paar fashionista’s en groene jongens. Aan het verkeerslicht stond ik te wachten toen er iemand mij aansprak. Deze jongeman was onberispelijk gekleed in een pak met hemd en das waaraan je kon zien dat geld geen rol speelde. Zijn huidskleur gaf aan dat hij van vreemde afkomst was, hij sprak mij dan ook aan in het Engels: “Meester”, zei hij, “Mag ik in uw wijsheid delen?” . Hij keek mij aan met een blik alsof hij een kind was, dat een snoepje beloofd was. Het antwoord dat ik hem gaf, waar ik enkele ogenblikken moest over denken, was het volgende: “Volg jij de Weg?” vroeg ik hem. “Jazeker, Meester.” “Waarom sta je dan stil?”. Dit antwoord was schijnbaar niet wat hij verwachtte, en mijn woorden moesten even doordringen. Mijn bedoeling met die woorden waren zowel letterlijk als figuurlijk, en die dubbele betekenis scheen hem even te verwarren. Het verkeerslicht sprong op groen en ik stak over. Ik keek even om, en zag dat hij een diepe buiging maakte op traditioneel boeddhistische wijze… Nooit had ik op zo’n korte tijd dit soort vreemde ontmoetingen gehad. Ik wist er geen raad mee: waarom spraken die twee mensen mij aan? En met die woorden? Het vreemde aan die ontmoetingen was ook dat ik totaal niet nagedacht had bij wat ik zei, alsof de woorden vanzelf kwamen. De ganse weg, op de tram en daarna te voet, bleven die toevalligheden mij in gedachten volgen. Ook thuis, toen ik mijn verhaal deed aan mijn vrouw, bleef er iets hangen. Zij begreep er ook niets van, maar wees mij er op dat ik de laatste tijd, sinds mijn brugpensioen, wel veranderd was, en iets uitstraalde dat, zei ze lachend, misschien wel “wijsheid” zou kunnen genoemd worden… Wie een verklaring kan geven voor deze waargebeurde feiten mag mij contacteren: soms is de werkelijkheid vreemder dan fantasie! Leo BJ

Leo Bonjean
8 0

SATELLIETTELEVISIE OP REIS

Het is niet omdat wij hier in Zuid Frankrijk in de zon liggen te braden, soms wandelen of nu al een paar dagen door de Tramontan wind van onze fiets geblazen worden, dat wij niet graag op de hoogte blijven wat er allemaal in de rest van de wereld en ons thuisland is gebeurd. Via de satelliet halen wij, in onze caravan, om zeven uur het Vlaamse VRT nieuws binnen. Ergernis troef! Zo zagen wij op het journaal de beelden, hoe de politie in Borgerocco weer door de lieverdjes uitgejouwd, geduwd, aangevallen en met eieren bekogeld werd. Ik kan me niet inbeelden hoe dat dan in zijn werk gaat. Ik veronderstel dat de Borgerhoutse hooligans niet constant met een vol rugzakje eieren rondlummelen tot er misschien eens een politieteam in hun Turnhoutsebaan- buurt komt patrouilleren. Bellen dan die Marokkaanse haantjes naar elkaar: ‘Kom vlug, de politie ‘onze’ vriend is in onze straat een arrestatie aan het verrichten, ’t is weer het moment om ons nog eens negatief in de Antwerpse kijker te zetten! Breng snel allemaal jullie bakje eieren mee, liefst bruine!’  Het ergste van al is het feit dat die kleine crimineeltjes, die een ganse gemeenschap in een slecht daglicht zetten, steeds bij het gerecht bekend zijn en zogezegd opgevolgd worden. Als dan de burgemeester van Antwerpen in een interview, na de terreuraanslagen in Barcelona, opmerkt dat er in Antwerpen in de omgeving van de Turnhoutsebaan ook zo’n duizend soort vriendelijke jongens rondhangen, waarvan men ook  niet, net zoals in Spanje, kan vermoeden dat deze lieve jongens in een mum van tijd geradicaliseerd zouden kunnen worden, dan zijn de linkse journalisten er als de kippen bij om deze uitspraak uit zijn context te rukken en er juist deze ene zin van te maken: “De Wever zegt: Op de Turnhoutsebaan lopen er duizend mogelijke terroristen rond!”  Wie het schoentje past, trekke het aan, maar het zullen heel grote schoenen moeten zijn, want deze probleembuurtmannetjes hebben daar heel lange tenen. In plaats dat deze gemeenschap hun crapuuljongeren bij de oren trekt, hun vertelt dat zulk gedrag in onze cultuur en in hun gemeenschap niet getolereerd wordt en zich voor hun gedrag verontschuldigt, organiseren ze samen met een rood groene linkse wollegeitesokkenachterban een mini-optochtje om aan te tonen hoe mooi en liefelijk het is om in de buurt van de Turnhoutsebaan te wonen. Ze laten geen enkel moment onbenut om regerende partijen pootjelap te zetten en aan te tonen hoe verkeerd de Antwerpse Burgemeester, van een in hun ogen verwerpelijke partij, wel weer geweest is. Met op kop Mita Van der Maat, in een vroeger tijdperk, een redelijke gekende toneelspeelster, die waarschijnlijk nog eens graag voor de camera’s stond, maar die daar in Borgerhout in feite niets te zoeken had, want ze woont zelf in een mooie bel-étage woning in een residentiële wijk in Edegem, waar er praktisch nog geen hoofddoekjesgezinnen wonen. Soit hun Antwerpse burgemeester- afbraakoptochtje heeft niets uitgehaald, want een week later had men hetzelfde eierenkegelende politie-interventie-scenario in deze toffe vreedzame buurt. Als De Wever insinueert dat er een paar duizend lieverdjes op de Turnhoutsebaan rondlopen, dan vergeet hij nog de andere probleembuurten te vermelden, die wij als echte Antwerpenaren jaar na jaar zagen verloederen. De mooie winkelstraten met bloeiende handelszaken, zoals de Antwerpse Kielse Abdijstraat, de Berchemse Drie Koningestraat, de Offerande- schoenwinkelstraat, de Merksemse Bredabaan, de Turnhoutsebaan, de straten rond het Sint Jansplein, Deurne, de Seefhoek en de Stuyvenbergpleinbuurt zag je volledig veranderen in Midden Oosten enclaves. Toen mijn moeder eind jaren tachtig op het Antwerpse Kiel ging wonen, riep daar al een tienjarig jongetje tegen haar: ‘Dat ze daar nogal zouden opkijken als ‘zij’ het later voor het zeggen zouden hebben’ en hij maakte daarbij met zijn duim over zijn keel een onthoofdinggebaar. Waar hoorde zo’n snotneus zulke uitspraken? En bij ons in Edegem, nadat men met de nieuwe sociale woningen ook de sjaaltjesvrouwen en bijbehorende satelliet antennes, gericht op TV Marocco binnenhaalde, riep een blijkbaar nog niet geheel geïntegreerd teenager moslimhaantje, een in korte rok fietsend elfjarig buurmeisje na, dat ze een hoer was! Dus met duizend eventuele probleemjongeren te vermelden, benoemt De Wever nog niet eens het topje van de ijsberg. De authentieke Antwerpenaar, die in den beginne al die vreemde culturen en mensen wilde omarmen, zag het gebeuren, keek ernaar en zweeg want anders kletste de nieuwkomers gesterkt door de linker achterban onmiddellijk met de woorden racist en racisme rond zijn oren.   En dan vandaag hebben wij opnieuw een terroristische islamaanval in de Londense metro via de satelliet binnengehaald. Gelukkig geen doden, maar toch weer een aantal mensen die door die religieuze islamterreur voor het leven getekend zijn. Verdriet, verontwaardiging en ongeloof troef!   Maar het is niet alleen ergernis via de satelliet tv. Soms is het ook heel erg lachen. Moesten jullie ook zo gieren om het toneelstukje van de socialistische Waalse politica Laurette Onckelinx, gekend voor haar viswijvengeroep in de Kamer, die heel emotioneel kwam verklaren dat ze de politiek vaarwel zegt. Spijtig voor ons nog niet onmiddellijk, maar dan toch binnen twee jaar. Er vloeiden nu al wat afscheidstraantjes. Ik moest vooral lachen om de passage, waarmee ze heel emotioneel verklaarde, dat ze zou stoppen voor haar kinderen en terwijl ze een biggelende krokodillentraan wegveegde, herhaalde zij het nog eens opnieuw, omdat het bij ons heel goed zou doordringen: ‘ Voor haar kinderen!’ Kom zeg, die comédienne is binnen 2 jaar een 60 jarige seniorendame..welke kinderen? Nu de PS door alle schandalen, fraude en graai-evenementen in het Waalse landsgedeelte zware klappen krijgt, wil deze diva misschien trachten voortijdig en in alle schoonheid het Franstalige socialistisch zinkende schip te verlaten en eventuele nog mogelijke beerputten met de bijbehorende rioolputgeurtjes gedekt houden. Misschien krijgt ze nog links of ‘zeker niet’ rechts ergens een goedbetaald rood baantje aangeboden. Ik had graag de reactie van, de beste stuurman die aan PS wal stond , Di Rupo willen zien. Kreeg die een hartverzakking toen hij over het nakende afscheid hoorde? Hij heeft, sinds hij eerste minister af en met zijn partij in de oppositie beland is, nog geen Franstalige bek meer opengetrokken. Hij liet gewoon Laurette mitraillet roepen en tieren. Je zag hem, maar je hoorde hem niet meer. Twee naast elkaar zittende vriendinnen, die good cop, bad cop speelden. Het zal heel stil worden tijdens de vergaderingen van de Federale regering. Als nu die groene Calvo er nog zijn onvolwassen kwek wil houden, dan kan er misschien voor de verandering nog eens echt geregeerd worden. De satelliet tv brengt dus in onze caravan, niet alleen ergernis, verdriet, verontwaardiging en ongeloof, soms mogen de lachspieren ook nog eens werken. Dag Laurette rettekentet.   Sim,  15 september Grau du Roi  

Sim
0 0

FANTOOMPIJN

‘Vilayanur Ramachandran,’ zegt hij. Ik weet zeker dat hij het uitspreken van die naam talloze malen heeft geoefend, net zolang totdat hij terloops uit zijn mond kwam. ‘Hij heeft de spiegeltherapie…’ ‘Ik weet wie hij is,’ lieg ik. Hij knikt beschaamd. ‘Natuurlijk.’ Maar ik ken Andriesse goed genoeg om te weten dat hij me dolgraag uitleg wil geven. In het personeelsrestaurant heeft hij me meer dan eens verveeld met zijn gebazel over ‘mirror visual feedback’. Ik heb hem er toen fijntjes op gewezen dat het bewijs dat de therapie wérkt niet overtuigend is. Het voelt als een straf dat ik hier nu ben. Ik volg zijn blik naar de tafel. ‘Toe, ga zitten…’ Alsof hij me uitnodigt voor een goed glas wijn bij de open haard. Ik schuif de stoel naar achteren en neem plaats achter een spiegel die haaks op de rand van het tafelblad staat. Ik leg mijn linkerhand links ervan en mijn stomp rechts. ‘Heel goed,’ zegt hij. Doet hij tegen al zijn patiënten zo? Misschien vinden die dat prettig, maar ik erger me kapot aan die zalvende stem. ‘Ik wil dat je je concentreert. Neem je tijd. Begin met kijken, gewoon in de spiegel kijken. Geen bewegingen.’ Hij draait de spiegel een paar centimeter opzij, zodat ik de reflectie van mijn linkerhand goed kan zien. Daarna schuift hij een horizontaal schermpje over mijn hand, ter grootte van een A3-tje, waardoor deze aan mijn directe zicht wordt onttrokken. ‘In de spiegel kijken,’ zegt hij opnieuw. Ik kijk en zie mijn linkerhand onder het afdakje liggen, als een slapende marmot. Ik weet dat ik die gedachte moet loslaten. Mijn brein moet denken dat ik naar mijn rechterhand zit te kijken, die zich achter de spiegel bevindt. Nou ja, zou moeten bevinden. Maar mijn brein doorziet het bedrog. Ik voel de stomp verkrampen. Loser, smalen de pezen, klootzak, gillen de zenuwen. Ik bal mijn vuist. ‘Toe, alleen kijken,’ zegt Andriesse. ‘Ik besef dat het moeilijk is, maar je moet…’ Ik open mijn hand en zie hoe de vingers zich met tegenzin spreiden. De stomp steekt venijnig. Andriesse loopt achter me langs naar het raam dat met smalle jaloezieën is verduisterd om mij niet af te leiden. Zijn vingers tikken tegen de metalen lamellen, drijven ze uiteen, zoals ik de labia van mijn patiënten placht te openen. Hij kijkt naar zijn auto, weet ik. Een flesgroene stationwagen met karamelkleurige bekleding en een hek achterin. Hij heeft een hond waarmee hij elke zondag gaat hardlopen in het bos. Hij blijft daar maar staan, terwijl ik naar mijn gespiegelde hand kijk. Ik vergeet met mijn ogen te knipperen en ze lopen vol tranen. Als Andriesse omkijkt, knikt hij begripvol: ‘Ja, het is heftig, hè?’ Hij gaat achter zijn bureau zitten, tikt iets in op zijn computer. ‘Zullen we morgen meteen weer een sessie doen, zelfde tijd? Dat is wel het beste: elke dag tien minuten.’ Was dit maar tien minuten? Het voelde als een eeuwigheid. Ik knik, trek mijn colbert aan. De mouw is lang genoeg om de stomp te verbergen, maar het beeld dat er iets mis is wordt er niet minder door. Ik geef Andriesse een hand met mijn gedraaide linker en sta weer buiten.   Achter het ziekenhuis ligt een parkje waar mensen na afloop van het bezoekuur met hun roodomrande ogen terecht kunnen, en waar artsen en verpleegkundigen tijdens lunchtijd de weeë lucht uit hun neus proberen te verjagen. Ik neem plaats op een bankje en klem mijn schrijnende stomp tussen mijn dijen. Op dit tijdstip is het hier verlaten, anders zou ik er liever niet komen. De kans is namelijk aanzienlijk dat ik er een van mijn cliënten tegen het lijf loop, met het product van mijn interventie krijsend in een wandelwagen. Die vrouwen beschouwen me soms letterlijk als de vader, terwijl ik slechts de bevruchte eicel heb ingebracht. Maar feitelijk hebben ze gelijk. En hun mannen, die ik in mijn hoofd ‘de incapabelen’ noem, die weten dat ook. Ik zag het in hun ogen als ze voor de uitslag kwamen. Jij hebt mijn vrouw bevrucht, zag ik ze dan denken, gepenetreerd met die verrekte hand waarmee je me zojuist feliciteerde. En ook al zullen ze me nu bij een toevallige ontmoeting meewarig aankijken, de gedachte dat die hand inmiddels in een plastic ton naar een verbrandingsoven is afgevoerd, zal hun beslist voldoening schenken. Ik moet naar huis. Morfine. Ook al helpt dat niet tegen deze pijn, het verdooft in ieder geval het beschamend besef dat ik nu een van hen ben.

Grand Foulard
9 0

Acrobaat

Acrobaat   Ochtendnevel hing boven het bollenland, mijn deemsterig hoofd was nog niet bij de demente bejaarden die ik weldra hun ontbijt zou geven. Met een voet op de trapper en de ander steppend reed ik de schemerige fietsenstalling in. Daar trok een geluidloze beweging in mijn ooghoek de aandacht. Een merel kon het niet zijn, merels doen niet aan geruisloos. Ik stond stil met de fiets in mijn hand. Het was even goed een vogel die daar laag over de grond schoot. Scherpe hoeken maakte het dier. Hij bewoog behendig en gezwind, als een roofvogel. Bestonden er zulke kleine roofvogels? Nee, roofvogels vliegen geen stalling in, alleen merels zijn zo stom. En zwaluwen, maar die zoeken niet zo, die kunnen de weg weer terugvinden naar buiten, naar het zwerk.             De vogel kwam omhoog in een soort opwaartse zweefvlucht, met zijn vleugels en staart gespreid. Tartte dit geen natuurwetten? Het dier landde op een buis die overdwars liep, met zijn rechtervleugel zo’n beetje tegen de wand. Gele klauwen die te groot leken voor het zwart-wit gestreepte lijfje, een kromme snavel, het was toch een roofvogel. Ik herkende de sperwer uit het vogelboek. Wat was hij klein in het echt. Denkend als een zoogdier besloot ik dat het om een vrouwtje zou gaan, het mannetje moest haast wel groter zijn. Ik zette mijn fiets in het rek en op slot.             De sperwer volgde mijn bewegingen. Met het fietssleuteltje in mijn handen bleef ik staan en keek naar de vogel. Die staarde terug met felle ogen, een beetje gemeen. Echt een roofdier, klaar om toe te slaan. Plots leek hij zich te bedenken, hij schoof iets opzij over de buis, weg van de wand. Hij liet zich voorover vallen, zijn klauwen bleven de buis omklemmen tot hij ondersteboven hing en in ene moeite door schoot hij achterlangs weer omhoog, zijn tenen nog steeds om de buis geklemd. Uiteindelijk zat hij weer rechtop op de buis. Een salto, was het enige dat ik kon denken. De vogel keek me nu brutaal vragend aan, eisend misschien, gebiedend. Ging ik hem de weg naar buiten nou nog wijzen of hoe zat dat? Hij had een kunstje gedaan, nu was ik aan zet. Verbluft zette ik de deur van het fietsenhok wijd open, met een fladderend armgebaar wees ik van de vogel naar de deur. Hij keek me nog eens aan en in een prachtige glijvlucht vloog hij naar beneden, majesteitelijk, tot vlak boven de grond. Bij de deur slaakte hij zo’n echte roofvogelkreet, krieieie, ik verbeeldde me dat het klonk als dankjewel. Zigzaggend scheerde hij naar buiten. Pas ’s avonds las ik in de vogelgids dat bij sperwers het mannetje het kleinst is.

Marijke Roza-Scholten
1 1

Verwachtingen zijn er ook

’t Is gebeurd. Jahweh! Wat eigenlijk “jawel” wil zeggen in de bijbel die ik heb geschreven toen ik zo eens niets anders te doen had. Deze handgeschreven roman is uniek, en ligt op een duister geheim plekje bewaart. Dikke zever dus als ik weet dat hij hier op het aanrecht van de keuken wat ligt te verkleuren als de zon er ’s middags op ligt te branden.   Ik schreef maar wat. Het voelde aan als een verplichting om het proces in gang te houden van “Bart de verbeteraar”, de man die het licht had gezien, en klaar was om met een bureaulamp in iedereen zijn ogen te schijnen tot het moment dat ze zelf ook het befaamde licht zouden zien. Tevergeefs.   Ik moet me hier niet gedragen als één of andere God, alhoewel? Ik doe niets anders. Het werd een missie, waarvan ik later alleen maar te weten zou komen dat het onmogelijk was om er de gewenste resultaten van te zien.   Ik had iets meegemaakt, dus ik zou andere ook wel kunnen helpen met wat mij heeft geholpen... En als net dat, onmogelijk bereikbaar publiek, niet zou lukken om interesse op te wekken? Dan zou ik hen verdomse nog meer debiel beschouwen dan ze al waren. Ik probeerde maar, ik wou mensen bereiken die niet bereikbaar waren, blinden laten zien, zo hard roepen tegen doofstomme personen dat ze mij zeker hadden gehoord en er nog een gepast antwoord op zouden geven ook.   Het mathematisch gezever dat 20pillen xanax geen ideale combinatie is als je plannen hebt om het gaspedaal van uw trouwe vierpedaler plat te trappen, wil ik jullie besparen. Het gaat hem meer over de inhoud, zeg maar de bijsluiter die je best ook niet in het Kroatisch probeert te lezen. Laat staan als je dat verfrommeld papiertje ondersteboven probeert te begrijpen. Alle excuses waren welkom om mij als een verslaafde idioot te gedragen. Niet dat ik verslaafd was aan xanax. Ik was verslaafd aan andere zaken waar ik alleen maar ben achtergekomen toen ik eens een oneliner opnam van een vriend van mij.     “Aah Bartje?! Wat dan? Was jij een verslaafde? Dat wisten wij niet... Was het mss drank? Gokken? Coke? Of nog van die voor de hand liggende voorbeelden die wij, de mensen, alleen maar kennen van op TV?”   Ik was verslaafd aan verwachtingen, en nog altijd een beetje. Denk niet dat je er ooit helemaal van afgeraakt. Het klinkt zeer brut en kort door de bocht... Maar als je er verder, ironischer over nadenkt hebben we allemaal toch een leven vol verwachtingen? Ik had zo een pakket verwachtingen van alle mensen rondom mij... Bijvoorbeeld als ik op het werk omringd werd door collega’s die me totaal niet snapten, ik verwachte dat wat ik hen vertelde voor waarheid aanvaard zou worden. Ik verwachte dat iemand anders zijn gedrag zou veranderen omdat het mij serieus stoorde. Ik verwachte dat mensen verdomse anders zouden denken. Ik verwachte een krant die me eens iets anders wist te vertellen dan het stereotype beklag waar ik niets van wil weten. Ik verwachte dat mensen mij tof zouden vinden. Ik verwachte een trapgewijs leven waar alles vanzelf zou komen, goed of slecht, alles bepaald zijnde een vorm van tijd die mij het best zou passen. Ik verwachte ouders die alles wisten van mij naar wat ik op zoek was. Ik verwachte geen fille als ik de baan op ging, ik verwachte dat die klootzak voor mij aan de kassa wat rapper vooruit ging. Ik verwachte een zomer van 2maanden stralende zon, 30graden overdag, 12graden ’s nachts, en geen muggen in mijn kamer. Ik verwachte dat de verwachtingen van iedereen zich zouden aanpassen aan die van mij. De lijst was en is eindeloos. Om nog maar te zwijgen over de verwachtigen die ik voor mezelf had... Een goede papa, een goede buurman en een nog betere vriend, een knapperd geliefd en gevreesd door iedereen die mijn pad zou kruisen.   De bepaalde oneliner van een vriend van mij, die zich verdomse nog meer idioter heeft kunnen gedragen als mezelf, gaat als volgt. “Verwachtingen kunnen alleen maar leiden tot teleurstellingen.”     Wat kan ik van andere mensen verwachten? Dat ze zich minder dom en kortzichtiger zouden gedragen om enkel mij te plezieren? Dat is een teleurstelling want dat zal nooit gebeuren. Dat geldt ook voor de verwachtingen van anderen naar mij toe, kan alleen maar een teleurstelling zijn als je te horen krijgt dat mijn zoveelste tekst nog steeds geen kader heeft gekregen om opgehangen te worden in het museum voor schone kunsten in Brussel.   Maar zoals ik al zei, zal ik altijd een beetje verslaafd blijven aan verwachtingen. Nog niet zo lang geleden moest ik een nieuw voetbalbroekje weten te strikken. Vanzelfsprekend ging ik dus op zoek in een sportwinkel. United Brands zal me zeker niet teleurstellen, dat dacht ik. Het plan om niet meer dan 10-15euro te besteden aan een kort broekje viel al snel in het water toen bleek dat de zwarte broekjes van Nike er niet meer waren in mijn maat... XXXXL was er nog wel. Ik had bedenkingen of er zulke mensen wel op een voetbalveld zouden geraken, of ze dat broekje alleen zouden kunnen aandoen in de kleedkamer, en nog van die vragen die me welgeteld 2minuten bezig hielden.   Ik vroeg hulp aan een medewerkster van deze winkel... Wetende dat mensen die in een kledingwinkel werken eigenlijk niet echt hard moeten werken maar eerder bezig zijn met klagen, zagen en kledij opvouwen. Pfft, ik waagde mijn kans en botste op een negerin die er dus “werkte”. Het zal wel de zus zijn geweest van die gewezen atlete, Elodie Ouedraogo. Althans kon ik alleen maar de achternaam raden, het “naambordje” dat zorvuldig werd vastgepint op haar T-shirt wist mij enkel te zeggen dat haar voornaam Malika was.   “Goeiemiddag Malika, zijn er nog van die zwarte voetbalbroekjes van Nike in andere pasvormen? Ik heb namelijk een large, en deze zie ik er niet meer tussen staan.” Luide mijn vraag...   “Euhm, dat weet ik niet” klonk het niet bevredigende antwoord van Malika. “Wij hebben geen stock, alles wat je hier in de winkel tegenkomt is er dus alleen maar.” Ging ze verder toen ze mij toch maar uit beleefdheid volgde naar de bewuste zwarte voetbalbroekjes van Nike. Ik was teleurgesteld, niet alleen had ik al meer dan 15minuten verscheten in die kutwinkel nu bleek ook nog eens dat er geen zwarte broekjes in mijn maat waren. Het moest er trouwens één van Nike zijn, een ander broekje zou niet echt matchen met de rest van mijn wedstrijdoutfit die ik komende zaterdag zou aandoen wanneer ik het veld zou betreden.   Ik werd serieus op de proef gesteld, Malika wist trouwens niets van mijn wederopstanding die ik aan het ondergaan was sinds ik uit de psychiaterische afdeling in Lier werd ontslagen. Ze stelde mij een vraag waarvan ik had verwacht dat ze die nooit zou vragen. “Ooh was dat uw vraag?” vroeg ze dus...   “Natuurlijk was dat mijn vraag Malika! Ik vraag u toch geen persoonlijke mening over hemden met korte mouwen die je dezer dagen nog durft tegenkomen op straat? Ik vraag u toch ook niets of je er net als ik bedenkingen bij hebt wat het nut is van gepersonaliseerde nummerplaten?” Malika werd zowaar het gezicht van plaats vervangende schaamte. Ik kon het al wel voelen aan mijn ballen dat dit meisje een zoveelste interimmer was die United Brands met het nodige lof op haar CV kon plaatsen.   “Malika, in plaats van hier wat den toerist te liggen uithangen in uw eigen jeugdigheid, zoude beter uw job is gewoon doen. Ik stel geen moeilijke vragen, en al zeker niet aan mensen zoals u. Ik vraag u niet of je mij een overzicht kan geven van alle tektonische platen van onze aarde. Ik stel u doelgericht (lees. Voetbal) vragen of je mij kan verder helpen met het vinden van een zwart voetbalbroekje van Nike.”   “Ja maar mijnheer, ik ben hier nog maar 2weken bezig... Net voor u mijn onbekwame hulp kwam vragen, riep David mij door de walkie talkie. David is de shiftverantwoordelijke en hij had mijn hulp ook dringend nodig, om zijn ballen te poetsen weliswaar. Hij was namelijk net bezig met het polijsten van de nieuwe levering bowlingballen. U kan toch ook niet verwachten van mij dat ik hier alles weet over het reilen en zeilen van United Brands?”   “Nee idd Malika, ik mag dan ook geen verwachtingen hebben. Zelfs niet van mensen zoals jij, die hier hun zakken wat komen vullen door eigenlijk niets te doen. Hou jij het maar bij David en zijn opgeblinkte ballen. Dan hou ik het wel gewoon... bij geen verwachtingen hebben.”

Bart Van de Peer
0 0
Tip

Zo veel mogelijk delen

Ik sta wat onwennig op de parking van een supermarkt aan de rand van een kudde jonge knapen. We wachten allemaal op dat ene meisje. Hetzelfde meisje. Hormonen knetteren als winkelwagentjes die hardhandig in elkaar geschoven worden. Ik vraag me af wat erger is, schaamte of ongemak. Mijn leeftijdscategorie rijst als een alpentop ver boven de rest uit. Ik maak geen kans, dat weet ik. Deze barre vrijdagavond is meer bedoeld als een opflakkering in de nutteloosheid van mijn bestaan. De routine van mijn eenpersoonsmaaltijd tussen vijf uur en twintig over vijf wordt vandaag voor het eerst sinds lang doorbroken. Verandering van spijs doet eten, zegt men, zeker op zoutloze dagen. Ik hul me, net als de anderen, in een stroeve zwijgzaamheid en trek er een versteend gezicht bij. Ik ben een haardvuur dat eenzaam uitdooft.   Het is halfzes. Sommige manschappen blazen de aftocht. Ik krijg het koud. Ik drentel nonchalant naar de hal. Daar lees ik nogmaals het briefje dat ik – en blijkbaar was ik niet de enige – gisteren vluchtig en zo onopvallend mogelijk heb bekeken: ‘Ik zag je vorige week vrijdag om 17 uur op de parking. Het was liefde op het eerste gezicht. Ik durfde niets te zeggen. Ik ben 23 jaar en heb lang, blond haar. Ik had een opvallende haarspeld van Mickey Mouse. Graag ontmoet ik je weer, same place, same time.’ En daaronder staat geschreven: ‘Zo veel mogelijk delen, Lot’. Het schelle geblaf van een hond verstoort de sereniteit van deze grijze winkelavond. Twee hufters jennen hem. Ik laat het gebeuren, ik durf niet tussen te komen. Aan de muur boven de geketende hond hangt een bord: ‘Hier wacht ik op mijn baasje’. Misschien zouden die etterbakken met hun grote mond er beter zelf onder gaan zitten.   Kwart voor zes. Van de kudde knapen zijn er nog twee zielige schaapjes overgebleven. Ik en een vreemde figuur in een lange, beige anorak. Ook hij moet toch het troosteloze van deze verlammende situatie voelen? Hij wandelt op een vreemde manier naar me toe. Zijn tred heeft iets lichtvoetigs, iets breekbaars. Onder de anorak draagt hij een hoodie. Zijn hoofd zit volledig weggestopt in de kap. Hij komt vlak voor me staan. Ik schrik. Ik kijk recht in het gezicht van een vrouw met fijne gelaatstrekken, ronde, grijsgroene ogen, geaccentueerde wenkbrauwen en warmrode lippen. Haar mystieke vrouwelijkheid overmant me. ‘Kom jij ook voor het meisje?’ vraagt ze. ‘Ja, jij ook?’ vraag ik. ‘Ja, ik ook,’ zegt ze. Een zuinige wind wriemelt door gevallen bladeren. Maar ik hoor de lente van Vivaldi. ‘Ik hou van lang, blond haar,’ zegt ze. Ze opent haar anorak en net als valse Rolexverkopers in de straten van een ver en vreemd land – special price, my friend – stalt ze haar voorraad uit. Aan de binnenkant van haar jas hangen rechts en links lange slierten blond haar. ‘Ik hou echt van lang, blond haar,’ herhaalt ze. ‘Dat zie ik,’ is het enige dat ik kan uitbrengen. ‘En jij, waar hou jij van?’ vraagt ze. Ik open mijn overjas en zeg: ‘Van alles wat met Mickey Mouse te maken heeft.’ Mijn overjas is aan de binnenkant behangen met Mickey Mousestickers, wenskaarten, een gsm-hoesje en nog veel meer met Mickey Mouse. Er is wel nog plaats voor een haarspeld. ‘We zullen vandaag beiden niet aan onze trekken komen,’ zegt ze. ‘Ik vrees het.’ Haar geur glijdt mijn poriën binnen. Ze ruikt naar mandarijntjes. ‘Heb je zin om iets te gaan drinken, wat te praten?’ vraagt ze met een verbazend groot gemak. ‘Ja, graag,’ zeg ik. Ik wil nu niet nadenken. ‘Is de McDonald’s goed?’ vraagt ze. ‘De McDonald’s is goed,’ zeg ik. Ik twijfel of ze het echt meent. Twee goedgevulde anoraks wandelen de parking af. De clown van het fastfoodrestaurant lacht ons al van ver toe. Ik kijk opzij en zie haar neusje als een topje van een ijsberg uit haar kap steken. Ik ben zo benieuwd wat eronder verscholen zit, onder die kap, onder die jas, onder haar huid. In de verte zie ik een schim op een fiets gejaagd op ons afkomen. Haar blonde manen wapperen in de gure wind. Als ze ons voorbijrijdt, merk ik de haarspeld op. Het blijft enkele ogenblikken stil. ‘Dat was ze,’ zeg ik. ‘Waarschijnlijk wel,’ zegt ze. ‘Wat gaan we doen?’ vraag ik. ‘Wat zou je willen doen?’ Ik haal mijn schouders op. ‘Zo lang was d’r haar nu ook weer niet,’ zegt ze. ‘Die speld was ook niet echt bijzonder,’ zeg ik. Toch kan ik het niet laten achterom te kijken. Het blonde meisje schouwt rusteloos de parking. Onbeholpen draait ze rond. Ze kijkt op haar horloge. Ze stapt van haar fiets af en knielt neer. Ze aait de hond. Wie troost hier wie? Het begint zachtjes te regenen.    

Gino Dekeyzer
32 1

De ochtenderectie

Je dacht dat ik wakker was. Je wou dat ik wakker werd. Je wreef met je geparfumeerde handen door mijn haar, fluisterde mijn naam in mijn rechteroor.   Voedsel voor mijn ochtenderectie: mijn gefluisterde naam.   Je wreef met je geparfumeerde handen over mijn beginnende pens. 'Misschien moet je wat minder alcohol drinken', zei je. 'Misschien moet jij wat meer bij mij zijn', mompelde ik. Je antwoordde niet en liet me met je borsten spelen.   Je peuterde met je geparfumeerde vinger in mijn navel, haalde er een pluisje uit. Je fluisterde opnieuw mijn naam. Ik vroeg of je stem geparfumeerd was. Je zweeg. Je geparfumeerde handen daarentegen leken een monoloog te houden: ze doken mijn rood-wit gestreepte boxershort in en deden zich tegoed aan mijn ochtenderectie.   Alsof je gulzige handen nog niet genoeg waren, fluisterde je geparfumeerde stem opnieuw mijn naam, gevolgd met: 'Wakker worden...' Je scheurde mijn boxershort aan flarden.   'Nog eventjes. Nog eventjes alsjeblieft', smeekte ik.   Jij: ongenaakbaar, onvermurwbaar. Ik: naakt en murw geslagen.   Ik werd wakker. Je was er niet meer. Wat moest ik doen? Mijn ochtenderectie klopte als een nazi op de deur van een huis vol joden.   Ik sleepte me naar het toilet, probeerde te plassen maar daar dacht mijn ochtenderectie anders over. Ik riep jouw naam, gevolgd met: 'Help me! Help me!'   Geen antwoord. Alsof ik het niet wist.   Ik stopte met mezelf aan te stellen en ging koffie zetten. Hij smaakte geparfumeerd.

Michaël Verest
39 0

Tom Van de Tomatenautomaat

    Tettersmet en Tom Van de Tomatenautomaat, ze zijn bezeten door één waanzin en het kost wat lef om deze wereld te trotseren. Soms dan stappen ze, soms lopen ze doorheen de bossen, spotten roestvogels. Ze pikken er, in avocado’s, mensenvet en noten van een bitter lied (denkt Tom).   Zijn hoofd zit vol. Revolvers. Geweren en weerloze wolven. Hij hoort ze vaak, die ratelslangen, stekelvarkens, het geluid van meevallers en eigenlijk wilt hij niet liever dat hij sterft, die Tettersmet. Doch, dat is onzeker als het grijs van deze bergen die het zwart van elke nacht vergeven.   Verder. Straks en op dat strand. Onder zand zullen ze wachten in eieren, hoop en embryo’s van schilpadden. Je denkt misschien een ‘d’ te missen of een dode moeder die voor jou veel lekkernijen bakt.   Het deeg ligt elke dag weer op het aanrecht, braaf te wachten om uiteengerukt te worden, in bolletjes met fouten om nog eens plat en dan zo heerlijk wijd gerold te worden, als een platte wereld door de lucht te suizen.   Met goudvissen en zilversprot! De ober lacht, voorzichtig, het is Tettersmet, de vriend van Tom, die iets bestellen wil. Weet je wat het is? In elke grot schuilt er wel één! (zegt Tom Van de Tomatenautomaat); ze kijken weldra in het zwarte gat.   No way! en met zijn hanennek, zijn hoofd als van een slak, komt hij gekropen uit zijn vaste stek, het tolhuisje. Te voet door tunnels mag echt niet en ze staan daar. Tom hij peinst, hij trekt zijn wenkbrauwen omhoog tot ver voorbij de grens van groene onschuld, waar geen pijnbomen meer groeien en het duurt, niet lang. Na het voorbijdrijven (een wolk of twee) komt het geluk.   De lift is van een mooie krullenvrouw, een ferme prent, die tepels heeft zoals een ooi met zonnebril en ze rijdt. Ze brengt hen vlak tot bij het beest. De muil staat open klaar gesperd. Njam-njam-njam, men eet er brood, here only cash! Echt geen geruil tegen een onvangbare vis, hetzij gekuis van scheepsclosetten.   Terwijl men verderkauwt en zoekt, wilt het dat het druppelt. Briljantine uit de haren van een kapitein die als een aal door rats en rotsen sturen zal, een uur lang en Tom voelt het. Griekse onrust, donkerblauw, een vlot dat langzaam vergaat aan de havenrand.   In zijn hoofd zijn ze er. Zinkende verwachtingen vals geld kermisjetons herinneringen aan een meifoor van weleer en het is Tettersmet die nog iets vindt, een briefje grijs en vuil. Vijf euro is genoeg en ze betalen de twee kaartjes naar Lefkimmi.       uit de reeks  'Dialogen met monsters en dia's'  

Bernd Vanderbilt
12 0

Chinese curryworsten

Veranderingen. Ik ben er geen fan van, eigenlijk nooit geweest. Ik wou eerst even stiekem zeggen maar... “Stiekem” probeer ik zo weinig nog te gebruiken. Ik heb er een beetje een degout van gekregen toen ik merkte dat Vitalski, de nachtburgemeester van Antwerpen, een tip van de week had voorgesteld op Azertyfactor... Het bleek niet te gaan om één van de vele literaire pronkstukken van mij, de essentiële Bart van Vlaanderen. Maar van een vrouwelijke beginneling. Wel dat is zonde Vitalski.   De site deelde blijkbaar mee dat de literaire wereld van het bekrompen platform Azertyfactor ook een verlofperiode inlast zoals justitie, bouwvakkers, scholen, doppers, vluchtelingen, bejaarden. Het beestenbos is boos en zijn boomchirurgen, bladblazers en insectenhoteluitbaters. Het bestuur van mijn geliefde voetbalclub Lierse. Ambtenaren, politiekers,... Zelfs de bibliotheek en op de koop nog aan toe de landelijke gilde die zich al fietsend naar Scherpenheuvel begeeft tussen 19juli en 23augustus.   Ik was ontzet, teleurgesteld, in tranen, om dan vervolgens aan de grond genageld te staan. Een schande was het. Niet de tranen, maar dat een bende naïeve linkse hippie’s de kans bij uitstek voorbij zich laten gaan om een tekst van de “essentiële Bart van Vlaanderen” niet mee te delen als “tip van de week”... “tip van het jaar” ... “tip van uw miezerig kutleven”...   Ik ging er vanuit dat er prompt elke woensdag wel een auteur of dergelijke zich met een pijp in de mond zou installeren in zijn veranda op zoek naar schrijvers die nooit schrijvers zullen worden. Om het allemaal eens te bestuderen als ze op hun tablet met hun dikke worstenvingertjes aan het scrollen zijn. Een leesbril op hun patattenneus, de vrouw aan de haard die al jaar en dag op de buurman touwtert, het stukje appeltaart en een tas gemberthee binnen handbereik,...   Ik zat er dus helemaal naast toen ik dacht dat Gandalf mijn teksten zou opmerken. Terwijl de grijze tovenaar en zijn leger dwergen op verlof waren werd de basis gelegd van wat een (r)evolutie zou ontketenen in Vlaanderen. Ik begin altijd klein, dus laat ik eerst maar Vlaanderen veroveren. Tenminste als ik een keer ontdekt word.   Ik ga het verboden woord nog één keer gebruiken in één van de volgende zinnen.   Blijkbaar had Vitalski zich nogal zeer gemakzuchtig opgesteld, en niet alle teksten gelezen die onder proza/kortverhalen te vinden zijn. De “tip van de week” die deze witte raaf koos betrof die van Hot Marijke S. Kan allemaal zeer mooi en romantisch verbloemd zijn wat deze asparant schrijfster neerpende, maar laten we eerlijk zijn? Als Vitalski zijn oog, net zoals dat van God, had laten vallen op mijn teksten?   ... Ja, euhm doei Marijke ...   Stiekem had zij haar tekst al lange tijd terug geschreven, begin augustus... Maar toen was het natuurlijk nog feest in Kos met DJ Gandalf, Frodo die op paddo’s een duister oog in de verte zag, een bende vluchtelingen die de appelcake van Sam probeerde te stelen,...   Maar omdat Azertyfactor en zijn partycruise pas terugkeerde op woensdag 23augustus, past zij nog snel haar tekst aan op deze dag om zeker in de picture te staan. Met succes dus.   Omstreden is dan weer geen verboden woord, net zoals Sandra Kim het Eurovisiesongfestival won in 1986. Daar was toch ook heel wat rond te doen, toen die Waalse kleuter werd ingezonden en de prestigieuze zangwedstrijd won. Een beetje versteld stonden de mensen die aan hun beeldbuis gekluisterd waren toen het uitkwam dat ze geen 15 maar 13jaar was. Ik deel die opinie, ik voel me ook een beetje raar, onwetend, overweldigd met de blindheid waar mensen als Vitalski bepaalde teksten lezen of niet lezen. Zeg het mij eens Vitalski?   Belachelijk is het als schrijvers hier nog snel hun teksten gaan veranderen om ontdekt te worden. Veranderingen. Miljaar. Ik ben er dus geen fan van, maar ik ben er nu ook niet extreem in. Hoewel?   Ik ben niet echt patriottisch gezind, maar een onafhankelijk Vlaanderen lijkt mij niet nodig. Ik ben geen moslimhater, maar als ik op straat iemand met een baard vol enthousiasme “Allahu Akbar!!!” hoor roepen zet ik het maar op een lopen. Ik ben geen atheïst, maar getuigen van Jehova moeten hier niet komen aankloppen. Ik ben modebewust als ik de trends van Bart Van de Peer volg, maar Philipp Plein is belachelijk. Ik sorteer mijn plastic flessen in de daarvoor bestemde blauwe PMD zak, maar ik dump ook wel eens rotzooi, zoals de schijterij die ik krijg als ik Vitalski zijn “tip van de week” voor ogen krijg, in de afvalcontainer van de lokale parochiezaal. Ik ben dan ook zeer milieubewust maar het groot licht boven mijn prachtig hoofd blijft wel altijd branden.   Er zijn echter bepaalde zaken in mijn dagelijks leven waar ik een uitgesproken menig over heb om “U!” tegen te zeggen. Zonder tegenspraak en andere overbodige invloeden wel te verstaan. Ik haat veel dingen, wat zeker geen verrassing is. Maar verdorie... Onze eigen Belgische frituren zijn niet meer zo Belgisch als de nostalgische tijd van weleer waar “Johan De Patattenman” goudkleurige frietjes bakte in ossewit.   Frituren met de meest zotte namen zoals “Frituur het pleintje”, welke gelegen waren aan een dorpsplein... Werden nog uitgebaat door Belgen die van hun gastronomische hobby hun beroep hadden gemaakt. Rijk, arm... Iedereen eet graag frietjes van het frituur. Maar tijden veranderen, en dat stoort mij enorm. En al zeker als ze aan onze frituren zitten.   Het lijkt wel of er een heuse hype heerst onder de Chinezen die zich hebben gesetteld in ons Belgenlandje. Toen ze vroeger in de jaren ’60 en ’70 hun thuisland hebben verlaten voor politieke en/of economische redenen, opende deze rijstboeren met hun bende waterbuffels hier Chinese restaurants die zich al snel populair maakte onder de Belgen. Je kon en kan er nog steeds voor relatief weinig geld grote porties gebakken rijst verorberen voor 2dagen. Chinezen nemen het niet zo nauw met bepaalde regels die betrekking hebben op de voedselveiligheid en tewerkstelling bijvoorbeeld. Dus de tijd dat ze maar wat opdeden en poen schepte alsof het niets was vervaagde wat... Ook het nieuwe is er wel wat af, tegenwoordig heeft elke boereknol wel een restaurantje geopend met een waaier van typische gerechtjes die het “beloofde land van oorsprong” vertegenwoordigen.   Nu die Chinezen zijn niet bij de pakken blijven zitten, stuk voor stuk zijn niet alleen wereld voetbalploegen als Lierse SK destijds gezwicht voor het Chinese geld. Maar tegenwoordig nemen die rotzakken ook al onze frituren over zonder pardon te zeggen! Het zou hen nog niet lukken... Heel flauw van mij trouwens...   “Johan De Patattenman” en tal van andere frituristen hebben hun zaak overgegeven aan een bende rijstkakkers die zich bemoeien in een keuken waar ze lak hebben aan de gastronomische regels van de kunst. Er zijn sommige Chinezen die er in slagen het zo naar de kloten kunnen doen om er een half Chinees aanbod aan te breien. Zo stond ik eens in een frituur uitgebaat door dat volk. Ik vond het maar niks, een heel familiezaak op poten gezet waar iedereen wel een taakje te vervullen heeft. Ik kan het nog niet aanzien als ze vriendelijk proberen te polsen naar mijn bestelling. Ik heb totaal geen problemen als er morgen een paar Slovenen een kebapzaak overnemen, of dat er Zweden zijn die een nachtwinkelimperium opstarten in België.   Maar van onze frituren? Daar blijfde met uw fikken af!   En dat geldt trouwens ook voor jou , ja jij daar... beginnend schrijvertje... Van een geschreven tekst blijfde met uw fikken af om u in de belangstelling te werken.  

Bart Van de Peer
0 0
Tip

Roodkapje

Moeders argwaan werd gewekt door een pak boterkoekjes dat ze vooraan in de provisiekast ontdekte. “Roodkapje?” Geen antwoord. “Roodkapje!” “Jahaa,” klonk het met tegenzin vanuit de woonkamer. Moeder stormde het huis door en vond haar dochter languit op de sofa. Als een musketier chargeerde ze met het pak koekjes in de richting van het meisje. “Ben jij naar oma geweest?” “Mja,” mompelde de tiener. “Niet liegen, jongedame! Dit zijn de koekjes die ik exact twee uur geleden heb ingepakt. En nu vind ik ze hier weer doodleuk in mijn eigen kast!” Roodkapje kwam zuchtend overeind. Ze trok een rieten mandje vanonder een bijzettafeltje vandaan en wees op de barkast. “Daar staat de wijn. En de melk heb ik weer in de koelkast gezet.” Moeder snoof verontwaardigd, trok het mandje uit Roodkapje´s handen en liep naar de keuken. Even later kwam ze weer de woonkamer in met een volle mand, en viste in het voorbijgaan een fles wijn uit de barkast. Voorzichtig maar gedecideerd zette ze de mand op de salontafel. “En nu ga je wél.” Roodkapje keek haar kwaad aan. “Ik wil niet.” “Je gaat.” “Waarom moet ik het altijd doen? Waarom ga je zelf niet?” Het klonk behoorlijk uitdagend en moeder moest haar best doen om kalm te blijven. “Ik moet de was nog ophangen,” antwoordde ze. “Jij wilt het ook niet doen!” riep haar dochter. “Geef het maar toe!” Maar moeder rechtte haar rug en stuurde Roodkapje de deur uit.   Met boze passen beende het meisje even later door de straten. Ze sloeg het bospad in en stampte verder tussen de bomen. In een recordtempo bereikte ze het huisje van haar grootmoeder, dat zich aan de andere kant van het bos bevond. Bij de voordeur gekomen, bleef ze even staan en probeerde zichzelf te kalmeren. Ze ademde diep in en uit. “Rustig blijven,” fluisterde ze. “Het is een oud mens, ze kan er zelf ook niks aan doen.” Toen klopte ze op de deur. Tot haar verbazing zwaaide die onder de druk van haar vuist vanzelf open. “Oma?” riep ze, terwijl ze voorzichtig naar binnen stapte. “Oma, waarom heb je de voordeur opengelaten?” Er kwam geen antwoord. Roodkapje sloot de deur achter zich en keek de kamer rond. Oma´s huisje was in feite een boshut: één grote ruimte, volledig opgetrokken uit hout, en in de hoogte opgedeeld door een mezzanine. Toen oma last begon te krijgen met het beklimmen van de trap, hadden ze haar bed van de mezzanine naar beneden gehaald. Het stond nu op de benedenverdieping achter een groot kamerscherm. Dat scherm was een prachtig zijden exemplaar met Japanse motieven dat geweldig vloekte met de Zwitserse koekoeksklok die ernaast hing en de enorme eettafel uit eikenhout die zo ongeveer de rest van de kamer innam. Vanachter het kamerscherm klonk onderdrukt gegiechel. “Oma, lig jij nog steeds in bed?” Roodkapje zette haar mand op de tafel en loerde achter het scherm. In het bed zag ze, verstopt onder de dekens, een grote bult die hikkende pretgeluidjes produceerde. Het meisje zuchtte weer en kwam dichterbij. “Oma, wil je iets eten?” vroeg ze, en legde haar hand op de bult. “Ik ga JOU opeten!” krijste oma en ze veerde op vanonder de dekens als een duivel uit een doosje, haar oude handen klauwend in de lucht en haar mond wijdopen gesperd. Roodkapje gilde. Ze kon net op tijd wegduiken om aan de grijpende nagels te ontsnappen, maar toen lanceerde grootmoeder zich vanaf het bed, wierp zich op haar kleindochter en plantte vampierengewijs haar vals gebit in Roodkapjes nek. Het meisje schreeuwde het uit en verloor haar evenwicht. In haar val trok ze het tafellaken mee, zodat de mand met zijn volledige inhoud op de grond terecht kwam. Roodkapje greep de fles wijn en sloeg oma ermee op het hoofd. Toen kroop ze zo snel ze kon onder het oude mens vandaan en rende naar de deur. Ergens onderweg kletterde het vals gebit op de grond.   Even later stormde Roodkapje haar eigen huis binnen, vond moeder in de woonkamer, en brulde haar in het gezicht: “Volgende keer ga je zélf!” Daarna liep ze bonkend de trap op en liet zich voor de rest van de dag niet meer zien.             (voor wie meer wil: sprookjeszoalszeechtgebeurdzijn.wordpress.com)

Kathleen Verbiest
194 14

De afslag gemist.

  Op het moment dat een mens dertig wordt, niet meer jong is, al probeert ze zich nog zo voor te doen, dan krijgt ze vaak het gevoel dat de tijd haar een gemene poets gebakken heeft. Waar zijn die tien jaar gebleven? Je wilde zo graag achttien zijn, je rijbewijs halen, studeren, een leuke baan vinden en ineens ben je geen tiener meer, niet eens meer een jongere en alle dromen en plannen hebben plaats gemaakt voor een lichtjes teleurstellende vaste baan en een berg stenen die afbetaald moet worden. Op sommige momenten komt deze situatie claustrofobisch over, de muren van het  structuurbehangen rijhuisje komen op je af in versgevoegde steen, de leitjes op het dak klepperen sardonisch maar na een tijdje vervlakt ook dat en komt er een ander gevoel voor in de plaats, een berustend gevoel, zo van: goed, dat zenuwachtige gedoe hebben we nu gehad. Is dat settelen? Is dat bezadigd worden? Of ben je in de drukte van je volwassen leven gewoon te moe om je druk te maken over gebroken dromen en versplinterde idealen. Hoe dan ook, zelfs dat gelaten gevoel gaat voorbij als je geconfronteerd wordt met iets dat nog veel erger is: aan al die sores  niet eens toekomen. Op weg naar huis kwam ik een ex- collega tegen, fietsend in tegengestelde richting en wankelend op de manier die aangeeft dat we niet close genoeg meer zijn om af te stappen, maar dat we toch ook niet gewoon kunnen doorrijden, riep hij me toe: 'O ja, Matthijs is dood.' Is Matthijs dood? Al word je bij het werken op een afdeling met oudere psychiatrische patiënten wel gewend aan het feit dat al die lichamen waarvan de houdbaarheidsdatum allang overschreden zijn, het leven ooit moeten opgeven, routine wordt het nooit. De vinnige maar volledig geschifte oude vrijster van bijna negentig die elke dag twee kiwi's tot zich nam als was het de heilige communie, de zestigjarige man met het syndroom van Down die weleens volstrekt onschuldig poedelnaakt door de gangen van de afdeling banjerde met een stapel stripverhalen onder de arm, de dementerende vrouw met de aan elkaar gegroeide tenen die elke argeloze voorbijganger willekeurig zwijgend trakteerde op een stevige handdruk of dito oorvijg, ik kan niet zeggen dat ik hen mis, maar hun verdwijnen heeft het leven een beetje minder kleurig gemaakt. Zo was het ook met Matthijs, één van de vele mensen die op het verkeerde moment aan de halte van een belangrijke gebeurtenis in het leven stonden en zo de bus niet één keer, maar vele keer misten. Niet dat dat zijn tamelijk megalomaan zelfbeeld of dagelijkse humeur ook maar iets in de weg stond, maar op een dag, een jaar voor zijn dood, zag hij mijn trouwring, één van de weinige persoonlijke kenmerken aan mijn in royaal gesneden uniform gestoken verschijning en zei, even ernstig en helder: 'Ja, een gezin, kinderen, dat had ik ook graag willen hebben.' Dat was één van de weinige momenten dat hij werkelijk besefte dat bepaalde kansen definitief verkeken waren en dat hij geen spaarpotje extra tijd had voor alle plannen die hij wilde verwezenlijken. Daarna gingen zijn gedachten direct weer met het grillige gefladder van een  bloeddronken mug naar de verbeterde versie die hij van het boekje van die mijnheer Tolkien zou gaan schrijven, het grootse feest dat hij zou geven als hij gepensioneerd was en de snode plannen die hij smeedde met de volstrekt onbetrouwbare Nadia in haar gemotoriseerde rolstoel en de meelijwekkend verloederde verkoopster van cosmeticaproducten in het rokershok. Het zou zinloos zijn te proberen de verschillende lichamelijke en psychologische aandoeningen te benoemen waaronder de anciens van het rokershok te lijden had. De oorzaken van hun toestand waren meervoudig en complex. De geheel lichamelijk afhankelijke Nadia durfde soms even op haar benen te gaan staan als ze dacht dat het niemand opviel. De cosmeticaverkoopster stond erop haar onverzorgde vette haar in een felle platinakleur te laten blonderen bij de kapper, maar daarna verprutste ze het effect door haar uitgezakte houding en onbesnutte uitspraken.  De symptomen van manische depressie en psychose gingen vaak naadloos over in die van het Korsakov syndroom en beginnende dementie. De uitkomst was altijd hetzelfde, stuurloze ruïnes van mensen, met een vervormd beeld van hoe het leven 'buiten' er tegenwoordig uit zag, en een gebrekkig besef van hoe ze daar zouden overleven zonder de begeleiding die ze vaak hartgrondig verfoeiden. Natuurlijk ontmoette ik hen altijd op een moment van neergang in hun leven, als alle stormen en aardbevingen die hun levens hadden verwoest, waren uitgewoed en alleen nog het platgeregende braakland overbleef. Soms werd het hopeloze van hun toestand hen even duidelijk en dat uitte zich dan in depressie, agressieve uitvallen van opstandigheid, gevolgd door buien van lethargie. Eigenlijk was ik blij als er iemand huilde, omdat dat één van de weinige natuurlijke reacties was, al draaide mijn maag vaak om van die zeldzame momenten van helder besef, waar geen verzachting mogelijk is. Na een jaar ging ik op een andere afdeling werken en omdat ik het personeelslid was dat weleens met hem schaakte, stond Matthijs erop een toespraakje te houden. Niet alleen kwam hij niet uit zijn woorden en raakte hij verschillende keren zijn draad kwijt, hij kon ook zijn notities niet meer ontcijferen. Een andere patiënt completeerde deze pijnlijke situatie door hem halverwege te onderbreken en me te zeggen: 'Ga je weg? Ik zal je missen. Mag dan nu de TV op?' daarmee glashelder de algemene tendens vertolkend. Matthijs stond verslagen aan zijn solitaire eettafel, tegen de muur geschoven om ruzie met zijn medebewoners te vermijden. Het boek dat hij me aanbood uit zijn verzameling, heb ik toen maar aangenomen, om hem in zijn waarde te laten als iemand die iets te geven heeft. Dat was helaas één van de laatste natuurlijke menselijke interacties die er tussen ons waren, als ik hem later voorbij fietste op weg naar mijn nieuwe afdeling, dan moest ik vaak vluchten van zijn incoherente spraakwaterval, omdat hij het concept 'op tijd zijn' niet meer belangrijk vond. Op gemeenschappelijke activiteiten waar ik verantwoordelijk was voor de bewoners van mijn afdeling vervloekte ik vaak mijn ex-collega's die het vuurtje opstookten, in plaats mijn door hem geïdealiseerde beeld in zijn warrige brein gewoon te laten opgaan in de vochtige mist van gebeurtenissen die voorbij zijn. En dan dat ene zinnetje. Matthijs is dood. O. En het gesettelde leven waar hij nooit aan toegekomen is slorpt je aandacht weer op.  

iacintho
0 0

Misschien komen we nooit meer terug

“Nee, Jimmy... Dat is echt geen goed idee.”   Ik heb het nog al moeilijk met slechte ingevingen goed te keuren. Niet omdat ik het altijd beter weet... meestal wel. Maar er zijn meningen en visie’s die verschillend kunnen zijn. Ideeën zijn echter het tegenovergesteld, daar kan je beter niet met naar mij stappen. Toch al zeker niet de ideeën waar Jimmy Frey met rondliep toen ik zijn tourmanager was.   Begrijp me niet verkeerd maar de entourage waar deze cultrocker zich door liet omringen was verre van beperkt. Er werd iemand aangesteld voor de persoonlijke catering van hem, die tot in de puntjes voorbereid moest worden. Zo stond Jimmy er op dat zijn boterhammen met salami zonder boter gesmeerd moesten worden en dat het al zeker geen look mocht bevatten. Naast de catering supervisor waren er nog masseurs, die alles optimaal moesten voorbereiden om “the one and only” tot een hoogtepunt te brengen. Jimmy dulde absoluut geen pottenkijkers tijdens zijn prostaatmassage. Maar het werpte zeker zijn vruchten wel af toen hij verschillende podia betrad. Logistic officer had dan weer de taak om alles op tijd ter plaatste te krijgen... Niet alleen de Poolse background-danseressen uit Terneuzen, maar ook gans de entourage, “the one and only” himself, lichten, vuurwerk, een rookkanon. Special guests zoals een stel wilde olifanten, hamsters, nijlpaarden, een anaconda, drie giraffen, zijn parkiet Daisy. Zijn gouden microfoon en bijpassend ivoren statief. De fake zonnenbril van Gucci die hij in Egypte op het strand had gevonden tijdens de opnames van de videoclip “Nick, let me ride on your dick”. Een boek tarotkaarten. En natuurlijk de cowboyhoed die hij van een legende in Lichtaart had gekregen, Bobbejaan Schoepen. Zonder zijn gelukshoed ging Jimmy nergens heen, hij zette de hoed wel af als hij werd aangekondigd om te gaan optreden. Hij wou zich niet belachelijk maken op het podium. Er werd ook een mental coach aangesteld die Jimmy moest motiveren om weer eens een show neer te zetten die de mensen omver deed blazen. De mental coach deed eveneens dienst als personal supplier van speed zodat “the one and only” zich voor het bisnummer “Saragossa” nog even kon oppeppen. Hij had eens gehoord dat Lemmy van Mötorhead dat ook deed, en dan moest Jimmy dat ook maar doen. Hij was niet altijd even vindingrijk, maar zo zijn supersterren denk ik?   Dat kopieergedrag valt niet alleen bij rocksterren te bespeuren, maar ook bij schrijvers. Zo af en toe merk ik eens op dat er veel “wannabe haantjes de voorste” zijn, die vervolgens een gooi doen naar mijn plaatsje, nummero uno, in de lijst van Bekend Schrijvend Vlaanderen.   Biljetten van €500 werden trouwens uitgevonden door Jimmy Frey zelf, zo goed gingen de zaken dat de Europese Unie moest ingrijpen door het beschikbare gamma van 6 bankbiljetten uit te breiden naar 7.   Jimmy kwam na een drukke zondag, helemaal bezweet en koekescheef van de speed, naar mij gestapt. Na optredens in het rustoord “Sint-Jozef” te Haaltert, Café “De Vrede” in Denderleeuw waar er een heus verrassingsfeest werd voorzien voor de jarige voorzitter van de Oost Vlaamse duivenbond, Frans Hermans. En als aflsuiter zong Jimmy voor de derde keer “Saragossa” voor die bende janetten in Aalst die één keer op het jaar in het nieuws komen hoe ze zich anders ook zouden gedragen.   “The one and only” zag het groots... “Bartje!!! Ik wil meer!!! Meer speed!!! Meer van die Poolse trutten die tegen hun goesting staan te dansen!!! Meer giraffen, olifanten, nijlpaarden, hamsters, vuurwerk, lichten!!! Ik wil ook 2 anaconda’s ipv één, en ik wil een groter rookkanon!!!”   “Jim, rustig... ik ben van oordeel dat uw ideeën rotslecht zijn. Maar wat je hier allemaal opsomt kan nog wel eens een realistische uitdaging worden.”   Helemaal verstijfd begon Jimmy mij te kietelen, een beetje te plagen, ik schoot natuurlijk in de lach en kietelde hem terug. Toen het even bedaard was ging “the one and only” verder op zijn elan... “Ik zie het groots Bartje!!! Ik wil optreden op Pukkelpop!!!”   “Nee, Jimmy... Dat is echt geen goed idee.” Repliceerde ik met de nodige angst van deze zot onder speed... “Ik!!! The one and only!!! Zorg wel dat ge verdomse ne laptop hebt gekregen voor uwe nieuwjaar zo dat gij uw miezerige, belachelijke teksten kunt schrijven é snotneus!!! Hebde gij wel een besef dat er verdomse miljoenen jonge knapen zijn die maar al te graag uw plaatsje willen inpalmen als tourmanager van “Jimmy Frey, and the Kumbaya Journey”!!!”   ...     “Luistert Bartje, ik ben al heel tevreden van het geleverde werk van u, en ben u zeer dankbaar dat je bepaalde optredens hebt kunnen strikken zoals het 2de optreden in café “De Vrede” bijvoorbeeld. Maar als gij!!! Mij niet naar Pukkelpop kunt brengen dan stopt onze samenwerking hier!!! Gij met uw groot bakkes altijd, als ik uw teksten zo lees dan zijde verdomse God, krijgde alles voor elkaar!!! Brengt mij naar Pukkelpop of ik garandeer u dat je de laatste tekst hebt geschreven in uw leven!!! Belachelijk ventje!!!”   Jimmy Frey heeft zo zijn kantje als hij onder de stress en speed zit. We kwamen zo eens Chuck Norris tegen toen we in Amerika tourden als voorprogramma van The Prodigy. Chuck wou na het optreden even op de foto met “the one and only”... Wat niet naar de zin was van Jimmy omdat hij een oog heeft voor B-acteurs. Wat volgde was een ultimate stare down tussen deze 2 mannen. De stare down van Chuck Norris is berucht, ik was ervan op de hoogte... Ik fluisterde het nog snel in Jim zijn oor. Maar Jimmy glimlachte eens naar mij. Die glimlach werd alleen maar groter toen Chuck begon te huilen.   Met de gedachte die me nooit heeft los gelaten wist ik dus maar al te goed dat Jimmy het meende. Ik belde meteen naar Chokri, wist hem te overhalen dat een festival georganiseerd door een bruine toch ook wat meer kleur kon gebruiken, hij twijfelde niet en voegde “the one and only” aan de line-up van Pukkelpop toe.   Met een stoet papegaaien om ons heen, trokken we met een circus naar Kiewit. Eens aangekomen op de weide, viel het Jim een beetje tegen dat hij al om 13h moest spelen op de Main Stage. Maar hij was nuchter en dankbaar voor de kans die hij kreeg. We kozen voor dezelfde show die we altijd al hadden performed. Aan succes mag er niet te veel gesleuteld worden.   Na afloop van zijn optreden bleef Jimmy in zijn loge speed snuiven. Koning was hij, en terecht. Hij heeft “alternatief” Vlaanderen laten zien dat er wel degelijk plaats is voor cultrockers van eigen bodem op Pukkelpop.   Ik besloot om de festiviteiten eens onder ogen te komen. Wat maakt nu van een festival als Pukkelpop een statement van liefde, verbroedering, vrede, witte duiven, lelijke poezen, duurzaamheid en bewustheid?   Ik schrok mij een bult toen ik over de festivalweide trok... €15 voor een pintje, €30 voor een hamburger, €50 voor een stuk pizza, €80 voor een chokri-kebap. Tickets kosten blijkbaar maar liefst €7500 voor één dagje genieten van Pukkelpop, en zijn hemel die ze op aarde wisten te brengen. Om nog maar te zwijgen over al die jongeren die er op MD wat staan te knallen en politieke discussies niet uit de weg gaan als ze helemaal “Jimmy-scheef” zijn.   Blijkbaar staat er op het alternatieve gedachtengoed, waar er voor geld geen plaats is, ook een hypocriete prijs.   Ik had mij nu wel iets ander voorgesteld hoor Chokri.   Geef mij maar 4dagen...   Saragossa, Saragossa... Dat is de stad van mijn dromen! Saragossa, Saragossa... Waar nooit de winter zal komen! Je zult je hart verliezen in Saragossa! Voor ’t vrije leven kiezen in Saragossa! Ja, alle wegen leiden naar Saragossa! Misschien komen we nooit meer terug?!

Bart Van de Peer
0 0

Vroeger? Toen ging ik op pensioen.

What’s the story, morning glory?   Verdomse wat heb ik met dat veel afgevraagd... Er zullen veel verklaringen zijn wat de betekenis nu juist is van het geweldige nummer van Oasis. Volgens sommigen, verwijst de titel naar een ochtenderectie. Er kunnen natuurlijk ook andere interpretaties gevormd worden zoals een verslaafde die zijn coke aan het versnijden is op een spiegel. Maar dat vind ik niet echt gepast omdat ik als één van de weinigen hipsters beschouwd kan worden die nog nooit een lijntje naar binnen heeft gesnoven. Maar! Over ochtenderecties kan ik zeker meespreken! Niets zo leuk dan smorgens wakker te worden met een beenharde pekker, om hem vervolgens bloedserieus te vragen “What’s the story, morning glory?”   Ik geniet er van, echt waar. En ondanks dat ik de grap zelf ben, en ironie zo wat een oplossing biedt voor alles... Ben ik mij er nog wel bewust van dat er tijden zijn geweest dat hij niet altijd Piet Paraat heeft gestaan. Het zou trouwens nog een leuke zomerhit kunnen worden. “Piet Paraat, Piet Paraat. Schip ahoy, hoy, hoy... Dat is jouw kameraad... Schip ahoy, hoy, hoy. Met zijn pik de Harde Schuit vaart hij alle dagen uit. Piet Paraat, Piet Paraat, Piet Paraat!!!”   Dat ik net nu als hobbygoeroe beschouwd kan worden valt mij bijzonder zwaar, want ik had er in mijn meest depressieve periode wel iets met kunnen doen om antwoorden te vinden in de spiritualiteit, in plaats van drank en medicatie. Verdorie wat heb ik het toch goed kunnen begaaien, snap niet dat mijn zelfbeeld zo laag was, en nog steeds een beetje is. Dat ik zelf dat niet als iets kon beschouwen wat ik echt goed kon. Begaaien, weglopen van alles, me even verstoppen voor die boomerang, mezelf sussen dat het gwn wel zou goedkomen zonder iets te ondernemen. Good old days. Sarcasme en ironie vieren hoogdagen op azerty, tenminste als je werelds beste schrijver aanklikt.   Maar als er morgen iets mis is met uw vriend “de vleestoeter”, dan maak je u wel zorgen. Niets zou nog een taboe mogen zijn, en zo dus ook niet mijn trouwe metgezel die al gedurende 28jaar tussen mijn gespierde benen hangt te bengelen.   Vroeger toen ik nog voetbalde hier bij de lokale voetbalclub K. Oelegem S.K. kon ik mezelf omschrijven als een karaktervoetballertje. Toen de prijzen tenminste verdeeld werden bij de duiveltjes en de preminiemen. Ik moest het niet hebben van versnufde dribbels, in tegendeel. Een goede pass geven, duels winnen tegen een andere snotter, eens diep gestuurd worden, achter de bal lopen als een volharde spartaan, ... Ik deed het graag, heel graag. Maar mijn eeuwige vijand genaamd “Tijd” zat lustig elk week-end mee te kijken. Genietend wnr zijn tijd zou komen om eens goed te lachen met Bartje. Jaren vlogen voorbij, en zowat iedereen om mij heen ging mee behalve ik.   Typisch.   Blijkbaar had  “Tijd” een pact gesloten met “Moeder Natuur” om mij als allerlaatste in het rijtje te houden om een scheut te geven. Het schaamhaar dat ik nu scheer van mijn pik, kwam er toen maar niet. Tot groot jolijt van mijn ploegmakkers waar “Tijd” en “Moeder Natuur” het niet zo op gemunt hadden. Ik zag ze wel wansmakelijk naar me kijken toen ik na de training of wedstrijd onder de douche ging. De momenten waar ik nu zo zeker van ben, wel die waren er toen helemaal niet, en ik zag ook niet echt licht aan het einde van de schacht, euhm tunnel. Dus ik kapte met voetballen.   Alles bleef natuurlijk aanmodderen bij mij, verdorie toch. Waren de jongentjes van toen ook al geen echte mannen die met hun “zatte 5 pinten verhalen”, brommertjes die racemotors waren, het versieren van meisjes op boerenfuiven, ... Konden uitpakken? Ik kon er natuurlijk niet van meespreken. Hoogdagen waren het voor “Tijd”, toen hij met “Moeder Natuur” een zoveelste vervolg aan het compileren was van “ Wat nu, Bartje?”   Het werd afgezaagd. “Moeder Natuur” verliet uiteindelijk het toneel om dan later nog eens lekker “hallo” te komen zeggen in mijn leven.   Bij mij kost alles tijd, en ik heb verdomse “Tijd” zelf eens goed te kakken gezet toen er na 28jaar de “vind ik leuk meter” verbonden werd aan mijn zelfbeeld.   Ik heb eigenlijk al een soort van leven geleid of gelijd gehad. Ik was na een bepaalde tijd verward door mijn biologische klok die nog op winteruur stond, waarvoor dank meneer “Tijd”. Ik leefde het leven van een gepensioneerde zageman vol zelfbeklag, medelijden, aandachtsperikelen, signalen die nooit zijn aangekomen, boodschappen waar niemand wijzer van werd. Ik was zelfs zo gepensioneerd dat ik geen aandacht had voor mijn floeper, helemaal slap door de medicatie en een libido waar Moeder Theressa zelfs niet geil van wordt. Ik deed met mijn leven eigenlijk ook echt niets want ik was gepensioneerd, ik verdiende rust. Althans dat maakte ik mezelf wijs. Ik rookte, dat deed ik wel goed. Ik was een gedreven roker. Daar werd ik wakker voor. Ik vulde mijn dagen wel met te gaan werken. En dat was dan meer dan genoeg. Ik was gepensioneerd, ik bedoel echt zooo gepensioneerd. Men kan toch niet veel meer verwachten van mij? Zo lui van lui te zijn, dat is verdorie iets vermoeiend.   Alsof het hier allemaal maar om tijd blijkt te gaan, besloot ik om mijn pensioen op te zeggen. Het was de spirituele ik, en nog een tal van debiele verzonnen karakters die me wakker hebben geschud. Maar een vos die zich verschuilt in een beer verliest zijn streken natuurlijk niet helemaal.   Ik heb het verdomse nog altijd moeilijk om op “Tijd” op te staan.   Van een einde is er nog geen sprake.       Nee.

Bart Van de Peer
0 0

VAN DE PRINS GEEN KWAAD WETEN

Dus vanaf dit najaar moet Laurent naar de voedselbank. Eindelijk hebben de Belgische burgers de moed gehad om ’s lands grootste werklozensteuntrekkende nutteloze sprookjesfamilie aan de kant te schuiven.  Ex vorstenpaar, ma en pa rentenieren in Zuid Frankrijk of in Italië, met het door ons gesponsorde, riante familiefortuin. Broer en zus belegden hun dotaties en leven nu rijkelijk van de intresten. Maar zoals in elke gewone doorsnee familie is er wel een zwart schaap te bespeuren en dat is nu eenmaal de gewezen prins rebel. Hij zit gehurkt tegen de muur van het Brusselse Noordstation en zet ietwat verlegen zijn kleine zwarte hoedje voor zich neer. Reizigers die hem voorbijsnellen, bekijken hem meewarig. Zij kunnen hem echt niet direct plaatsen, maar het gezicht van die haveloze dikke dakloze komt hen wel ergens bekend voor. Is dit een te vroeg uitgedijde werkeloze televisievedette van Temptation Island? Was het een charmezanger die na één hitje de mist in gegaan was? Was het een failliete nitwit van het ‘Sky is the limit’ programma? Veel tijd om erover na te denken hebben deze treinreizigers niet, want de job roept. Een passant kan zijn ergernis niet onderdrukken en roept: ‘Ga godverdomme werken zoals wij, in plaats van hier je botten te schuren!” Laurent beseft dat het helemaal verkeerd afgelopen is. Hij knikkebolt. Hij droomt van dat fantastische dutje dat hij had, op de Belgische nationale feestdag, toen hij mee de militaire défilé moest aanschouwen. Geeuwverwekkend saai vond hij dat. Zijn broer en schoonzus hadden hem verontwaardigd op het Koninklijke matje geroepen, de halve Belgische koningsgezinde bevolking had schande geschreeuwd, terwijl de andere helft juichend geroepen had, dat het tijd werd om die vorstenhuisfamilie eruit te flikkeren. Laurent gniffelt als hij bedenkt dat het ordinaire burgervolkje nu zelf voor een geldverslindende president zal gaan stemmen. Krijgen ze straks zo’n Moe Merkel, die alles schafft, aan het roer of zo’n Trump-a-like die al twitterend en klimaatopwarming ontkennend zijn eigen ondergang bewerkt. Hij heeft voor alle zekerheid zijn Laurent- twitteraccount snel afgesloten. Laurent begreep het allemaal niet meer zo goed. Toen hij zijn boekje ‘de hond als gids’ schreef, noemden men hem vertederend ‘Prins Woef’. Nu hij zich wat op serieuzer diplomatieke zaken had toegelegd, was men ineens zijn fratsen beu en werd hij plots, ‘de prins met het hoekje af’ genoemd. Oké, hij was soms eventjes depressief geweest, je zou van minder met zo’n Koninklijke pokkenfamilie. Hij heeft het nooit ten volle beseft maar hij werd al eens om één of andere reden kunstmatig in een coma gehouden.  Maar hoe hij ook stuntelde, hij deed het toch allemaal maar voor België. Aanwezig zijn op de 60e verjaardag van het Chinese leger, met zijn stichting in het Midden Oosten wat bomen gaan planten en ja inderdaad, hij had vroeger wat schimmige uitspraken over de Belgische regering durven maken.. maar om hem hiervoor nu ineens zo te straffen en zijn dotatie af te nemen!! Dotatie, dotatie, alimentatie, alimentatie, man, man, man!  Hij zucht en denkt aan zijn drie kinderen die nu bij zijn ex vrouw wonen. Claire werkt terug en dreigt ermee dat hij zijn kinderen niet meer te zien krijgt zolang hij geen alimentatie betaald! Hij kan toch moeilijk reclamefoldertjes in de brievenbussen gaan steken, aan de lopende band gaan staan, achter de vuilkar gaan lopen, want hij kent niets! Hij is alleen een steuntrekkende prins geweest. Hij zakt wat verder weg tegen de stationsmuur en mijmert over zijn tijd in villa Clémentine. Waar was de tijd toen hij hottel de bottel verliefd was op dat zwartharige fotomodel- zangeresje.  Die wist van wanten! Hij was voor haar de prins op het witte paard.  Jarenlang heeft het Belgische volk zijn hypocriete vader onderhouden. De koninklijke schuinsmarcheerder, die het vertikte om zijn liefdeskind te erkennen en juist deze, naast de pot pisser, had het lef om een stokje voor zijn kikkerprins romance te steken.  Als kind werd hij telkens bij oom Boudewijn en tante Fabiola gedropt. Elke dag als hij eens wat kattenkwaad uitgehaald had, moest hij op zijn blote knietjes in de Koninklijke kapel voor het grote christelijke kruis om vergiffenis vragen voor zijn zonden. Heel zijn leven lang, voor alles wat hij zei, deed of dacht heeft hij tegen iedereen sorry moeten zeggen.. Hij kijkt in zijn hoedje waarin alleen een luttele hoeveelheid koperen centjes  liggen. Hij kruipt omhoog, trekt zijn te smal geworden jas wat dichter rond zijn buik en wankelt onzeker richting Maximiliaanpark. Hier schuift hij mee aan, met de honderden vluchtelingen aan de voedselbedeling van de ngo’s. Hij voelt zich wat onwennig tussen al die zwarte transitmigranten. Slapen in het park durft hij nog niet. Als straks de honger Afrikaantjes te weten komen dat hij een directe familiebloedband heeft met de Congo uitbuiter, de exploiterende, handen afhakkende Koning Leopold II, gaan de poppen aan het dansen. Waar kan hij, als ex prins, asiel aanvragen? Ma en pa hebben hem verstoten en dobberen bruinend op hun jacht in de Middellandse zee. Broer, schoonzus, zus en schoonbroer kijken hem met de nek aan. Zij hebben zich een jetset leventje toegeëigend. Alleen zijn halfzuster Delphine wil hem nog kennen, maar alleen dan als hij zijn dna wil afstaan. Wie wil hem nog? Wie wil deze kikkerprins nog kussen? Ach volgens hem hebben de Belgische burgers het prinsenkind Laurent prematuur met het badwater weggegooid! Hij, Laurent van België had een fantastische koning geweest!

Sim
36 0

Frau Meier

Frau Meier     Nu is Frau Meier weg. Goed tien jaar is ze in Rostock onze overbuur op de eerste verdieping geweest. Ze is al decennialang gescheiden, en Jens, haar enige zoon, is enkele jaren na haar scheiding naar de Verenigde Staten geëmigreerd. Ze is dus al lang alleen. Haar hele beroepsleven heeft ze als verpleegster in hetzelfde ziekenhuis bij dezelfde professor gewerkt. Die sprak haar aan met ‘Schwester Maria’ - niet met ‘Maria’, maar ook niet met het formele ‘Frau Meier’. Een vertrouwelijkheid die fijnzinnig spoorde tussen het Duitse duzen en siezen.                 Nadat Schwester Maria met pensioen was gegaan, en dus weer voor iedereen zonder uitzondering Frau Meier was geworden, was ze naast ons ingetrokken. Ze had hier een betaalbare, kleine flat gevonden, die ruimschoots bood wat ze nodig had. Ze had tijd zat, maar die kreeg ze moeiteloos om. Door de muur heen hoorden we haar urenlang genieten van de mooiste Duitse schlagers. Ze is groot en struis, doch haar gezondheid wil niet echt mee. Men zag het haar aan, ze stapte altijd erg langzaam als ze in de tuin een sigaret ging roken, of in haar lange regenmantel op boodschap ging. Ze kon ook zelf wel eens over haar wankele gezondheid  beginnen, hoewel ze dan méér knikte dan sprak. Misschien wachtte ze telkens op een teken van verstandhouding, een nieuwsgierige blik, die haar signaleerde dat ze gerust verder kon vertellen. Of misschien dacht ze dat ze alles al eens eerder uit de doeken had gedaan, zodat een brede beweging van de hand over haar buik moest volstaan om er ons aan te herinneren dat ze dáár geopereerd geweest was - een snede van hier tot ginder, weet je. We weten inderdaad al langer dat het rommelt in haar buik, maar méér wilde ik daarover liever niet horen.                 Ik denk dat ze eenzaam was. Ze plakte een beetje als ze me op de overloop of in het trappenhuis of op de stoep tegen het lijf liep. Dan moest ik vaak naderhand enige haast voorwenden om hoffelijk afscheid te kunnen nemen. Maar dat zal nu niet meer gebeuren, want nu is Frau Meier weg.                 Frau Thom woont op het gelijkvloers. Vanachter de gordijntjes volgt ze alle bewegingen op straat. Ze weet steeds wie het huis binnentreedt en wie het huis verlaat. En van alle bewoners weet ze feilloos de laatste nieuwtjes te achterhalen. Zo kon natuurlijk alléén zij ons op een dag zeggen, terwijl ze haar hand met gebogen vingers vóór het voorhoofd zwaaide, dat Frau Meier „einen Knall hat“. Frau Meier had haar gezegd dat Angela, die ingenieur is, van nu af aan haar verpleegster was. Blijkbaar rommelt het dus niet alléén in haar buik, het rommelt ook in haar hoofd.                 Dat het inderdaad kommer en kwel werd voor Frau Meier, drong langzaam tot ons door. Vanuit Amerika kon Jens niet veel voor haar doen, en daarom had hij Frau Möller, een oude bekende van zijn moeder, ingeschakeld om een oogje in het zeil te houden. Sindsdien kwam Frau Möller regelmatig op bezoek, soms alléén, soms vergezeld van haar echtgenoot. En na verloop van tijd kwam ze niet alleen polshoogte nemen, ze kwam Frau Meier ook bevoorraden. Want Frau Meier kookte niet meer. Ze was altijd een fijnproever geweest; af en toe liet ze ons daarvan getuige zijn als ze met een proevertje bij ons aanklopte. Maar het moment kwam waarop ze geen zin meer had om te koken, of niet meer in staat was om te koken, ik weet het niet precies. Van dan af kwam Frau Möller één of tweemaal in de week de nodige calorieën leveren. En van dan af stonden op het menu van Frau Meier steevast wienerworstjes voor ´s middags, en een plak kaas voor ´s avonds op de boterham. Elke dag. Van dan af ook liet ze zich steeds minder vaak zien. Toen ze een tijdje geleden van een kortverblijf uit de kliniek terug thuisgekomen was, klopte ze ´s avonds toch nog eens aan. Haar lange regenmantel hing over haar schouders, als maakte ze zich klaar om weg te gaan. Ze sprak niet meteen, doch met gesperde ogen zei ze na een poosje dat ze zo bang was. Angela heeft haar dan een uurtje geknuffeld en haar verzekerd dat er niemand in huis was, die er niet mocht zijn. Toen Angela ´s anderendaags dit voorval telefonisch rapporteerde aan Frau Möller, vernam ze dat ze daar al aan het uitkijken waren naar een instellingsplaats.                 Ik had Frau Meier al een hele poos niet meer gezien, toen ze vorige week weer eens aanklopte. Het was wel even schrikken. Ze stond op haar sloffen aan de deur, haar ogen glaasden, haar uitgedunde haar stond recht gespitst als bij een jonge punker. Ze stak me een aangebroken plastic doosje met wienerworstjes toe, en zei dat ze die op overschot had. Ik ben nu wel niet zo tuk op wienerworstjes, en vroeg of ze echt wel zeker wist dat ze die zélf niet meer kon verbruiken. Duizend procent zeker, zei ze. Ze wankelde even, zocht snel met het éne been een nieuw evenwicht, en slofte dan met de glimlach der gelukzaligen op het gelaat haar appartement weer binnen. Ik had de worstjes nauwelijks aan de kant gelegd, of ze klopte nogmaals op de deur. Daar stond ze met een tweede doosje, waarin nog één enkel worstje lag. Ik heb beide doosjes in de koelkast gelegd, daar wachten ze tot ik eens grote honger heb.                 Gestommel op de overloop. Door de spion kon ik zien dat de deur van Frau Meier´s appartement openstond. Jens was er. In de gang stond één en ander gestapeld. Het was meteen duidelijk: er werd verhuisd. En werkelijk, Jens had zijn moeder enkele dagen tevoren naar de instelling gebracht. We hadden er niets van gemerkt. Nu was hij met de hulp van de Möllers begonnen het appartement leeg te maken. Echt verhuizen was het eigenlijk niet, want zijn moeder deelde nu in de instelling een kamer, die al helemaal bemeubeld was. Opruimen was dus de boodschap. Tegen de avond parkeerde een wagen van de reinigingsdienst vóór de deur, en de hele inboedel, die ondertussen op het voetpad opeengestapeld lag, werd knarsend en krakend in de vernieling geperst. Een brede couch bood wat weerstand, viel enkele keren in stukken en brokken terug in de muil van de vuilniswagen, maar begaf het uiteindelijk onder de overmacht van de hydraulische persen. Eén van de vuilnismannen nam een klein kadertje in de hand, bekeek het enige tijd, aarzelde, gaf het dan door aan een collega. Een wijle stond de hele equipe van vier het kadertje te bekijken, dat dan op het muurtje van de voortuin werd gelegd. Twee onberispelijk witte tuinstoelen kraakten onder het geweld van de pers. Een paar opgerolde tapijten plooiden soepel mee. Een zware bijzettafel, waarvan dan toch één poot wat losjes hing, volgde meedogenloos. Als de klus geklaard was, nam de chauffeur het kadertje in de hand en nam het mee als hij zich in de cabine hief. Ik volgde met de ogen de wagen tot hij uit het zicht verdwenen was. Nu is Frau Meier weg, dacht ik, nu is ze helemáál weg.      

lieven
0 0

Echte vrienden

BART VAN DE PEER is getagd in een bericht.   JAKE GYLLENHAAL was vriendschap aan het vieren in "Restaurant The Ivy, Los Angeles" met BART VAN DE PEER.   Ik ben slecht in Frans maar “Je t’aime!”... Ik heb nooit opgelet bij wiskunde maar op mij kun je rekenen! Ik snap niks van Engels maar “I will be there for you!”... Ik doe niets bij aardrijkskunde maar jij betekent de wereld voor mij! Ik doe nooit wat bij lichamelijke opvoeding maar ik zal je opvangen als je valt. Nederlands is stom maar door jou heeft vriendschap een ware betekenis gekregen! Kortom, ik heb je fucking graag! Zet dit op je prikbord als je iemand ontzettend graag hebt! Die paar weten het wel =)     ...   Toch mooi é? Hoe bepaalde vriendschappen kunnen ontstaan en een bevestiging zijn voor de rest van het leven dat ons rest... Vrienden, je kan er niet genoeg hebben. Ik ben zeer dankbaar voor alle mensen die ik als vrienden kan beschouwen, en ik ben er zeker van dat deze vrienden zich nog meer vereerd voelen dan ik om deel uit te maken van onze unieke band. Er zijn zeker uitzonderingen, zeg maar bepaalde personen die er uitspringen.   Ik weet dat het zeer ongeloofwaardig klinkt, maar er zijn zelfs mensen in het buitenland die kunnen uitpakken op sociale media dat ze vrienden zijn met mij.    (Ik citeer Eddy Wally-vis, “gewéldig” “wauw” “onvoorstelbaar” “oh my god”)   En die het niet alleen laten om bij het type “facebook vrienden” te behoren... Maar ook nog moeite doen om Bart Van de Peer, en zijn overvolle agenda, in levende lijve te ontmoeten om vervolgens te kunnen genieten van dat beetje tijd die hij overheeft. De waarde van mijn tijd is goud waard. En dat mag je letterlijk nemen...Op dit moment bedraagt de waarde van mijn tijd iets meer dan de actuele goudprijs van vandaag (1kilogram goud = €35.037,61). Het specifieke bedrag kan ik jullie zeker meedelen, maar wordt nu ook niet jaloers dat de tijd van een ander slechts evenveel waarde heeft als het schietspek dat ik rond mijn oren krijg geschoten als ik me waag om even langs de lokale kruidenierszaak te gaan voor sigaretten en vuilniszakken.   De waarde van schietspek bedraagt dezer dagen iets van een €3 voor 100kg... Als u dan weet dat 10 vuilniszakken van de gemeente Ranst €15 kost, kan u zelf wel de som maken dat je beter kan investeren in vuilniszakken dan het schietspek van Jan Modaal en consorten. Maar de waarde van mijn tijd is natuurlijk van een heel andere planeet, het bedraagt vandaag iets van een €45.098,30 voor een goed gevuld uur. Wat maakt dat ik me zeker kan bestempelen van “+10 hipsterpunten” tot “zeer exclusief”.   “Niveauverschil is iets van alle tijden.” Met deze quote van Gene Thomas wil ik jullie de specifieke vriendschap toelichten van een wel zeer bijzonder iemand in mijn leven. Jake Gyllenhaal. Het begon allemaal onverwacht, zo gaat dat nu eenmaal bij het begin van vriendschappen die worden gesmeed. Ik was op zoek in de videotheek naar een goede film. Rustig aan mensen, haal even adem, tel tot 10, doe een yoga oefening van Ingeborg,... Ik ben idd naar een videotheek geweest ipv iets te moeten kiezen van telenet en zijn beperkt aanbod goede, kwaliteitsvolle films. De film die ik koos was “Demolition” van Jean-Marc Vallée. Hoofdrollen werden verdeeld onder Jake Gyllenhaal, Naomi Watts en Chris Cooper. Het verhaal leest u meteen, maar toch moet ik nog een klein “fait divers” meegeven toen ik met mijn film naar de kassa ging. Ik herkende het gezicht van de vrouw die daar in de videotheek stond te werken. Het was niemand minder dan Sabine De Vos. Er doet u wss geen belletje rinkelen bij de naam die ooit nog uithangbord is geweest bij de vroegere BRTN. Na dit mislukt avontuur van haar, waar ze destijds Jo De Poorter moest vervangen omdat hij homo bleek te zijn, heeft ze zich net zoals ik helemaal gestort op het schrijven van boeken. Enkel vergat Sabine te denken aan de quote van Gene Thomas. Die ik nota bene heb laten inkaderen in de living als geheugensteuntje om steeds alles beter te doen dan zowat iedereen. Sabine haar boek “Traliemama’s” kan volgens criticasters als BVdP bestempeld worden als ondermaats, slordig, vol schrijvfauwten, melig gezeik, nat feministisch boerinnenbeklag,... enzovoort. En dit allemaal zonder het boek gelezen te hebben. Dus we kunnen spreken van een wel zeer betrouwbare bron. Toffe gast trouwens die BVdP.   Dat is het verschil tussen mij en Sabine, zij probeert alle moeite te doen om het verschil te maken. Terwijl mensen zoals ik gwn het verschil zijn. Eet kak Sabine! Schrijnend was het hoe ze zich onherkenbaar probeerde te maken toen ik haar €4,95 overhandigde om de film “Demolition” voor een dagje huiswaarts mee te nemen.   Het verhaal nu. Jake speelt de rol van Davis Mitchell, een 30tiger die in een bevoorrecht leven is terecht gekomen vol geld en doorprikbaar geluk... Een mooie vrouw, een job als makelaar bij het bedrijf van de oohzo typerende schoonvader, een villa waarin niets ontbreekt,... U kent het wel. Davis en zijn vrouw raken echter betrokken bij een auto-ongeluk. Idd zeer ongelukkig want die kut van een Julia zat achter het stuur. God straft onmiddelijk en Julia is dood. Davis heeft, Hollywood getrouw, zo goed als niets over gehouden aan het nare ongeval. Hij ontwaakt in het ziekenhuis en het nieuws van de dood van zijn overleden vrouw sijpelt niet echt binnen hoe de familie had verwacht. Davis en Julia bleken dan toch niet zo gelukkig te zijn. Maar daar wil de schoonvader natuurlijk niets van weten, hij sust zijn geweten dat iedereen anders omgaat met het rouwproces van een overleden geliefde. Davis besluit om een zakje M&M’s te kopen in de snoepautomaat op de gang, en we hebben het allemaal wel eens meegemaakt, het bewuste snoepgoed zit vast. Wat volgt is een prachtige klachtenbrief naar de klantenservice van de snoepautomaat. Al snel komt er respons op de brief. Karen Moreno die Davis terugschrijft is enorm geïntrigeerd door de mooie brief die ze te lezen kreeg. Er ontstaat natuurlijk een band tussen deze twee personen met een totaal verschillende achtergrond. Karen is een single mama die het moeilijk heeft met de opvoeding van haar kind, is net zo onzeker zoals Eddy Wally-vis live moest zingen in “De Kaasboerin” te Mol, en heeft te kampen met een weedverslaving. Men kan spreken dat deze lotgenoten zich “geroepen” voelen om elkaar te vervolledigen.   De rest van het verhaal laat ik aan jullie over om te ontdekken door de film eens te bekijken. Ik moet wel vermelden dat u zich zeker niet mag laten misleiden door Hollywood en de vele films die op ons worden afgevuurd. Achter elk van deze films moeten toch echt wel doordachte, slimme mensen zitten die ons allen het gevoel kunnen geven dat alles goed komt... Dat iedereen recht heeft op alles wat we maar nodig hebben, en willen hebben. Er wordt geld uit onze zakken geklopt om dit circus allemaal te geloven, en onbewust halen we films als referentie aan in het echte leven. Het mag dan wel een typisch typerende film zijn van een weerspiegeling van ons naïef en doorzichtig leven... Toch heb ik ervan genoten!   Na de film heb ik dan ook geen moment getwijfeld om te starten met een nieuwe vriendschap in mijn leven. Ik stuurde een vriendschapsverzoek naar Jake Gyllenhaal op Facebook, gaf een kleine “bijsluiter” mee met wie hij überhaupt te maken had... En kijk nu? Zowaar heeft Jake de eer zich te vervoegen in “de rangorde van beste vrienden van DE essentiële Bart van Vlaanderen”. Van zotte joodse feestjes in Los Angeles, tot samen thee drinken en genieten van diverse filmavondjes bij mij, met de bakfiets langs het Albertkanaal fietsen en ons voldoen aan een heerlijk ijsje, elkaars piemels vergelijken, een heerlijke quiche maken, filosoferen over het leven, dineren in de meest exclusieve restaurants, zelfs gwn eens skypen met elkaar zorgt voor een glimlach op mijn gezicht... om nog maar te zwijgen wat voor een glimlach er bij Jake verschijnt.   Ik geniet van de extra bevestiging die Jake, door een echt vriendenbericht, openbaar te posten en alleen mij er in te taggen op Facebook.     Wel dat zijn nu nog eens echte vrienden.

Bart Van de Peer
0 0

Met de S van dommerik

Ooit, lang geleden ondertussen, heb ik eens een krant gelezen. Ik heb evenveel geduld om te lezen zoals ons arm Waltertje, zoon van Willem Tell, stond te wachten wnr zijn vader die rotte appel van zijn even beschamend hoofdje ging schieten.   Ik probeer, zoals zo vaak met weinig succes, mij te focussen op de krant die ik dan eens in handen krijg te doornemen. Als ik dan toch eens een krant lees dan is het “De Morgen”. Maar ik ga hier zeker niet aan product placement doen... Links, rechts,.. Ze mogen allemaal mijn zware balzak eens komen kussen zoals Jody Bernal in den tijd.   Het moet op de Worstenfeesten in Vlimmeren geweest zijn dat ik deze flamboyante Nederlander met Colombiaanse roots leerde kennen... Ik was daar met mijn al even gehandicapte vriendin Kassandra. Zij, hij of het was een scharrel die ik, zoals alleen maar een plat gestampte boer, kon bijeenscharrelen door haar te helpen om een bekertje witte wijn te bestellen aan de toog omdat niemand haar had zien zitten... Een opportuniteit die ik natuurlijk niet kon laten liggen. “ Ey! 2mazouten en ne witte wijn makker! Of hebde mss kak in uw ogen als ge mevrouw hier teleurstellend, al zittend, laat wachten om iets te bestellen? Hebde geen manieren ofzo makker?!” Het ijs dat er tussen mij en Kassandra nooit was werd in haar ogen gebroken. De prins op het witte paard, trakteerde in volle galop een plastic bekertje wijn...   Kassandra kon verschrikkelijk goed pijpen.   Voila, leuke details. De rest is bijzaak waar niemand op zit te wachten... De “waarom” Kassandra in een rolstoel beland was, en nog van die ongemakkelijke vragen die ik eigenlijk niet hoefde te stellen op de 1ste zatte avond van de Worstenfeesten in Vlimmeren. Pfft.   Er was natuurlijk nergens redding te bespeuren toen bleek dat Kassandra een zeer gebrekkig accent gebruikte om haar Nederlands “verstaanbaar” te maken. Met het idee haar te dumpen bij het gehandicapte toilet, gingen we samen op zoek. Het WC voor mongolen was aan de inkom, rechts naast de vestiare. Dus moesten we op zoek naar de WC voor mongolen in een rolstoel. Deze was gelegen aan de backstage. Voor we daar waren betrapten we nog Sergio, van “Touch Of Joy”, op het naar binnen rammen van enkele pakken bakboter. Sergio heeft altijd heel veel stress voor hij moet optreden... Ik had graag een langer praatje gemaakt, om uiteindelijk de nummer te kunnen strikken van Xandee... Maar Kassandra moest echt hoogdringend gaan zeiken, alsof het leek dat ze dat nog niet genoeg had gedaan.   Uiteindelijk waren we aangekomen aan het bewuste toilet, en als er sprake mocht zijn van een heus plot, betrapte ik daar 2 mannen die uiteindelijk mijn al minder loodzware balzak mochten kussen. Jody Bernal en Bart Kaëll lagen elkaar daar wat te tongen. Que si que no, zou ik die 2nichten nog een kusje moeten geven nadat ze eens aan mijne zak hebben mogen hangen?   Jullie kunnen dus wel snappen dat ik het verdomd moeilijk heb om mij te focussen als ik eens een krant probeer te lezen.    “Tientallen doden tijdens religieus festival in Ethiopië”   Ik dacht voor ik dit artikel begon te lezen.. “Wat weet ik eigenlijk over Ethiopië?” Is het niet het land dat in de jaren ’80 werd geteisterd door een hongersnood van jewelste? Waren het toen niet een bende rijke hypocrieten die er een liedje voor hebben gemaakt? Band Aid? Bono zal wel vooraan hebben gestaan met het kruis van Jezus in de rechterhand, en een hoop flappen in zijn linkerhand. Het is daar heel warm, en het zit daar bomvol met negers... Niet zomaar negers, maar van die rappe negers die marathons lopen op 15minuten. Aan de haven van Antwerpen druipt er met momenten soms zoveel gezever en wijsheid uit de mensen hun mond dat ik word verplicht er iets van op te steken, zo heb ik me laten vertellen dat die “rappe negers” zich kunnen onderscheiden van de “negers” doordat ze altijd 100den kilometers moesten lopen voor water. Vandaar dus. Oef.   Ik voelde me dom omdat ik niet wist dat de hoofdstad van Ethiopië, Addis Abeba is. Nu zijn daar natuurlijk enkele factoren voor... Het is ten eerste onmogelijk om als gwne sterveling alle hoofdsteden van de wereld te weten. Dat is iets waar ik mijn geweten al een beetje met kan sussen. Ten tweede, wordt mijn intelligentie niet bepaald door kennis te hebben van alle hoofdsteden. En ten derde, Ethiopië ligt in Afrika... Het grootste containerpark van de wereld. Ik moet niks hebben van containerparken. Ik heb het ook niet zo met vegetariërs, hoewel Hitler een vegetariër was heb ik er zo mijn (voor)oordeel al voor klaar staan. Ik heb er een donkergroen beeld van dat ze zich altijd verplicht voelen om u er met op te zadelen dat ze door bepaalde trauma’s geen vlees meer willen eten, of er een vorm van compassie zich laat doet opwekken dat ze het verdomse toch ni gemakkelijk hebben, en dat je er precies nog respect voor moet hebben voor de levenskeuze die me niet kan boeien. Veganisten, nog zoiets. Atheïsten spannen dan weer helemaal de kroon door zelf een geloof “zonder naam” te hebben opgestart.   Maar toch was het overmacht dat het allemaal overnam, ik voelde me heel even dom. Een beetje ongemakkelijk zelfs. Ik voelde mij als een huisvrouw die even niet wist wat ze moest doen nadat ze heel het huis gekuist had. Of van die onaangekondigde stiltes die er vallen als ze u vragen op straat hoe het met u gaat en je zou oprecht eerlijk antwoorden. Om nog maar te zwijgen wnr je de kans krijgt om een mop uit te leggen.   Eigenlijk ken ik niet zoveel moppen... Hoewel? Ik kan jullie natuurlijk altijd plezieren met de mop van mijn seksleven. Vraag dat maar aan Kassandra, sterke twijfels heb ik of ze wel degelijk een mop kan vertellen, laat staan dat jullie er iets van verstaan.   Laat ons gewoon stellen dat mijn domheid, mij siert, een zekere streling biedt voor mijn ego... Dat ik ook geen reet aandacht wil besteden of het allemaal wel mooi geschreven is een uitstekend bijvoorbeeld.        Is het woord schrijvfauten trouwens correct geschreven?      Lees maar tussen de regeltjes.  

Bart Van de Peer
0 1

Voor ik vergeet, Jezus en de bakkerij

Voor ik vergeet, voor ik vergeet, voor ik vergeet, voor ik vergeet, voor ik vergeet,... Ik kan het mij nog wel enkele honderden keren opnieuw en opnieuw en opnieuw en opnieuw zeggen.. Maar ik ben soms Dori van Finding Nemo, maar dan in het kwadraat qua real life time ervaring... of toch zoiets.   Zo opgetogen, fier, kop in de wolken en de voeten nog verder daar boven, charismatisch, sociaal, lief, gezellig,... Zo fucked up kan ik ook uit de hoek komen. Half slapend werd ik naar binnen gebracht, om vervolgens dagdromend naar buiten te gaan en de draad des levens weer op te nemen. Het leek wel of men batterijen even opgeladen moesten worden, ik heb zo al eens 3x mijn batterijen moeten opladen... Bekijk het als een laptop beste mensen. Als we een laptop continu opladen, brandt hij na verloop van tijd zijn eigen batterijcellen op... Met als gevolg dat je hem zonder aansluiting maar mss 20minuten kan gebruiken en dan valt hij gwn uit. Ik ben, natuurlijk, de man bij uitstek die het toch eerst allemaal getest moet hebben om dan nog maar halverwege tot de vaststelling te komen dat de geplande 20minuten werden herleid tot een 10tal minuten. Gedaan met schrijven. Laptop is op.   Niet dat we natuurlijk een anekdote moeten maken, laat staan een vergelijking, over de levensduur van een laptop en het leven van mij... De essentiële.   Zo ging het eigenlijk een beetje altijd, ik hoorde wel wat de mensen mij wisten te zeggen, of de raad die in een vorm van een flets gebakken satéke vol cliché’s me de mond werd ingeramd, ik luisterde zelf... Maar deed er bitter weinig met. Ik geloofde in alles zoals een moslim gelooft in de kerk. Ik deed zelfs mijn best om het allemaal te geloven. Oprecht. Momentopnames. Illusies die verdomd, godgeklaagd, echt zouden worden. Het moest wel.   Maar ik ben ook maar een gewone bom beste mensen, ook ik ga eens af... naar beneden. Van al mijn bezoekjes in het ziekenhuis, de psychiaterische afdeling, de consultaties bij therapeuten en consorten heb ik eigenlijk mss maar weinig van opgestoken. Ik zou het verdomd moeilijk vinden om pakweg bij de 9de consultatie iets te moeten zeggen van “Verdorie! Gij! Wauw! Gij é?! Gij blaast mij hier helemaal omver met uw woorden en kennis van wederopstanding... Dank u mijnheer! Dank u zo hard! Zo hard é mijnheer den dokter om mij hier uit te sleuren!”   Begrijp me nogmaals, nogmaals, nogmaals, nogmaals niet verkeerd. Er zullen wel van die scheten in mijn gezicht hebben plaatsgevonden die me even omver hebben geblaast, of bepaalde one liners die ik wel heb onthouden, ... Maar om nu te zeggen dat het iets daadwerkelijk heeft verandert aan alles? Dat het een oplossing is geweest voor mijn problemen? Nee... Dat moet jezelf doen. Niets is gratis in het leven. “Voor niks komt de zon op”, als ge natuurlijk besluit om dagenlang in uw bed of voor de TV te blijven zitten kan je zelfs van dat niet meespreken.   Ik ben zowat alles geweest in mijn leven vermoed ik, maar echt tevreden met wie ik ben, wat ik kan? Nee... Ik heb me er bijna over dood gepiekerd. Als dit schrijven omschreven mag worden als een soort van wederopstanding zou ik zelf eens cynisch lachen.   Ikzelf heb min of meer vrede genomen met de gebeurtenissen, de zaken die dan toch niet zo onvoormijdelijk zijn gebleken, de belofte’s, de waarheden, de leugens, de dromen, de lotto winnen en hem den dag zelf nog opbratsen zeg maar. Als er van die euforische dagen waren leek het wel of ik het groot lot had gewonnen.   Maar hoe zou ik het in godsnaam kunnen verwoorden dat de persoon die dit leest er mss wel baat bij heeft of eventuele intresse?   Mss kan een domme vergelijking van de melk bij de kat zetten wel eenig soelaas ver(l)ichten. Iedereen weet er wel van, maar wij Belgen, wij kunnen nog als weinige mensen in Europa langs de autostrade op de parkings alcohol kopen... Maar... jawel, er is een maar.. Iedereen mag drinken behalve de chauffeur. Er zullen wellicht meer mensen zijn als mij die er zich geen vragen bijstellen, of die het kortzichtig bezien en het logisch vinden dat chauffeurs niet mogen drinken. Maar heeft men ooit al eens bezien dat de week-end alcoholieker in spé het mss wel raar zal vinden dat hij zich op weg naar weet ik waar zich kan voldoen aan een stel frisse pinten? Ik zou bijvoorbeeld met enkele 1000den euro’s al het bier kunnen kopen, om vervolgens verder te rijden... Niets mis met? Toch?   Zolang je maar niet drinkt...   Het is toch een beetje de kat bij de melk zetten, of de melk naar de kat brengen,... We gaan morgen toch ook geen sigarettenautomaat plaatsen in de kindercreche? Of heeft K3 mss al een gat in de markt gevonden om vapers te verkopen in Plopsaland? Want naar het schijnt is dat helemaal niet ongezond, en zou de stap naar het old skool roken minimaal zijn? In ieder geval? Ik ben die chauffeur langs de autostrade die even stopt voor te pissen, een pak sigaretten, en ow jom... mss nog een biertje? Of ik zou die kleine zijn die sigaretten gaat halen voor een familielid, maar stiekem er zelf ook eentje van gaat roken...   Maar ik wil tegelijk de tendens niet verbreken door alles in het belachelijke te trekken zoals ik dat maar al te graag doet... "Kom Bartje, we halen er geloof bij."   Wat zou Jezus doen in mijn plaats? Ik heb er zo eens over nagedacht toen ik snachts in mijn bed lag... twijfelend of er eigenlijk wel iemand mijn teksten leest op azerty... Moest ik dus zoals reeds vermeld denken aan Jezus... Als er miljoenen mensen in de wereld geloven in een verhaal van een man die 2stenen aan het vechten kreeg om ze dan in een gebakken brood te laten rijzen, die verdomse de alcoholproblematiek heeft aangewakkerd door water te veranderen in wijn...  Wie ben ik dan? Ik ga zeker geen bakkerij opendoen zoals Jezus zou doen mocht hij eindelijk eens zijn opgedoken na zijn wonderbare ontsnapping uit de grot, of “the cave” zoals zijn min of meer trouwe apostelen het noemde in den tijd. Ik word hobbyschrijver, in dezelfde zin als Jan Modaal die een mening over vanalles heeft.   One of the guys.   Gewoon Bartje, maar dan beter.

Bart Van de Peer
0 0