Zoeken

Oorlog en vergetelheid

‘Toen die vliegende bom op het stadion viel, zaten wij aan tafel te eten,’ zegt ze. ‘In de keuken stond de soep nog op de stoof. Van de slag viel de deur zo hevig dicht dat we die niet meer open kregen, en vloog het raam van de keuken aan diggelen. De scherven zijn toen allemaal in de soep beland.’   Ook al heb ik net tien keer nagekeken of de opname wel aan het lopen is, toch schrijf ik deze zinnen nog eens op in mijn notitieboekje. Gewoonweg om te voorkomen dat ze verloren gaan.   De dame die voor me zit, is de zoveelste persoon die ik interview. Ik kan de tel niet meer bijhouden. En toch raak ik dit niet beu. In mijn achterzak wacht nog een lijstje met namen van mensen wiens oorlogsherinneringen ik absoluut moet bewaren.   Waarom? Niet omdat ik mijn eigen Oorlog en terpentijn wil schrijven. Of toch nu nog niet. Ook niet omdat ik historicus ben of wil worden. Wel heb ik thuis een diploma liggen waarop staat dat ik leerkracht geschiedenis ben. Dat wil zeggen dat ik ooit les zal geven aan leerlingen voor wie de Tweede Wereldoorlog een stuk dood verleden is, oud en ongrijpbaar.   Zo lang zal het immers niet meer duren voor de laatste personen die de Tweede Wereldoorlog bewust hebben meegemaakt, ons voorgoed verlaten. Dan zal  die oorlog één van die vele namen in de geschiedenisboeken zijn, even ver van ons verwijderd als de Tachtigjarige Oorlog, de Guldensporenslag of de nederlaag van de driehonderd Spartanen bij Thermopylae. Namen waarbij we meteen wapengekletter horen en beelden voor ons zien van gruwel en bloedvergieten, maar zelden van doodgewone mensen als jij en ik. Mensen wiens vroegste jeugdherinnering de aanblik van een bommenwerper door het verluchtingsraampje van het toilet is, bijvoorbeeld. Mensen die in de kleuterschool in Duitsland leerden hoe ze de Hitlergroet moesten brengen, terwijl de crucifix aan de muur vervangen werd door een portret van de Führer. Mensen die als kind op het stort tussen de as van kachels moesten graven naar kooltjes die nog bruikbaar waren, mensen die tientallen kilo’s tarwe of wortelen in hun rok naar huis smokkelden, mensen die rantsoenbonnen gingen stelen en zich dan angstvallig moesten verschuilen voor de Duitsers, gras etend en uit de beek drinkend.   ‘We moeten weten waar we vandaan komen,’ zegt mijn opa altijd als het over het nut van geschiedenis gaat. Hij ging als kleuter te voet naar school door de velden, terwijl de vliegende bommen overscheerden. Door hem ken ik dus nog een aantal tastbare verhalen over die vijf jaar vol verschrikking. Voor mijn kinderen zal dat al minder vanzelfsprekend zijn. Zoals een Afrikaans spreekwoord zegt: ‘Wanneer een oud persoon sterft, gaat een bibliotheek in vlammen op.’ Om te voorkomen dat er voor de volgende generaties enkel verroeste tanks en documentaires in zwart-wit aan de oorlog herinneren, zoek ik nu die mensen met hun gonzende verhalen op. Voor zij die vergeten zijn. En voor ook wij die vergeten zijn.

Felix Sandon
0 0

WANNEER GAAN 'DE GELOVEN' ER EINDELIJK AAN GELOVEN?

Elke week lezen wij in de kranten of horen wij op het journaal wel items waar  spontaan onze broek van afzakt. Als ouders, voor het beginnen van het is eender wettelijke Belgische vakantie, hun schoolgaande kinderen enkele dagen vroeger thuishouden, omdat dan de vliegtuigreizen nog betaalbaar zijn en omdat het dan een goedkoper vakantiebudget betekent, juist dan wil de Minister van Onderwijs dit absenteïsme bestraffen. Als het Islamitische Offerfeest juist voor de eerste wettelijke schooldag in september valt, dan gaan sommige scholen de aanvang van het schooljaar enkele dagen later laten starten!! Begrijpen wie begrijpen kan. Duidelijk twee maten en twee gewichten! Als er in Londen een volledige woontoren afbrandt, is er in einde en verre, zelfs geen eerste minister te bespeuren om met de slachtoffers te praten. Als er een Brit aan een moskee een aantal islamieten omver tracht te kegelen, dan staat daar ’s anderdaags kroonprins Charles op de drempel om met de plaatselijke imam te overleggen. Dit zijn zo van die ‘desintegratiepamperregeltjes’ die de autochtone Europeanen in de gordijnen jagen.   Deze week blies Islamitische Staat hun eigen werelderfgoed, hun toren van Pisa, de scheve moskee van Mosoel op. Het was duidelijk een explosie die van onderaan kwam en geen bombardement, waarvan ze beweren dat de US of de coalitie ze uitgevoerd zouden hebben. Is dit misschien een voorbode van een aantal in de toekomst, IS aanslagen op Roomse kerken? Ach IS strijdertjes, maak geen onschuldige slachtoffers! Ergens in Midden Europa ligt het rijkste ministaatje ter wereld. Daar zit zo’n Rooms Christelijke kliek in een basiliek, volgens de islam ‘ongelovige’ pedofielen, homofielen en seksloze mannen bij mekaar… Oei, oei, Ik werd duidelijk slecht begrepen, want ik las juist deze ochtend in de krant dat een groep terreurbomgordeldragertjes de Grote Moskee in Mekka wilden opblazen. Jezus..ik bedoelde bij MEKAAR en niet MEKKA!Vindt jullie grote baas het nog steeds oké, dat jullie elkaar nu beginnen uit te moorden? Nergens horen wij of ze zelf nog in de moskee van Mosoel aanwezig waren. Het gaat daarboven in de Allah- hemel uitzonderlijk druk worden. Ik kan best begrijpen, dat de 72 maagden, bij het horen dat er weer zo’n 150 à 200 uit elkaar gereten martelaren, naar boven komen zweven om hun orgasmen op te eisen, acute of chronische hoofdpijn of zelfs migraine gaan voorwenden. Of spreekt men al van maagden als het om acht- en negenjarige kinderen gaat?  Zat daar een paar eeuwen geleden toch niet zo’n pedofiele moslim, met een negenjarig kindbruidje in de woestijn de ware islam te prediken? Moesten daarom de vrouwen volledig gesluierd rondlopen omdat hij het aanzicht van een echte vrouw niet kon verdragen?   Wanneer gaan ‘de geloven’ er nu eindelijk eens aan geloven?   Nog nooit werden er zoveel oorlogen gevoerd, waren er nooit meer religieuze vluchtelingen en werden er mensen vermoord, als in de naam van één of ander geloof! Vanaf het moment dat de mensen op aarde kwamen en ze hun één hersencel probeerden te gebruiken, moesten zij in iets bovennatuurlijks kunnen geloven. Zij konden zich niet inbeelden, dat er niets meer na dit leven kwam. Dat zij gelijk waren aan de olifanten, tijgers, koeien, varkens, vogels, muggen en vliegen. Dat, gedaan ook daadwerkelijk gedaan was. Dus als er ergens een schizofrene stemmen horende jandoedel, in een barre zandvlakte wat stond te oreren, zagen ze er onmiddellijk het teken van de hemelgoden in. Al diegenen die daar macht en geld inzagen, applaudisseerden op de achtergrond mee en zochten stante pede naar een welwillende uitgever om een paar  horrorsprookjesboeken uit te geven, die als leidraad door het godvrezend volkje  moesten gelezen worden.  Wie er nadien op het idee gekomen was, dat Roomse Katholieke mannen niet meer mochten neuken, is een raadsel. Welke gezonde man doet vrijwillig afstand van het plezier dat God aan hen geschonken heeft..’gaat en vermenigvuldig U’… Als dan zo’n religieuze kerel, zonder ooit gepijpt te zijn geworden, na jaren van devote onthouding, uiteindelijk de pijp uitgaat met zijn eerste en waarschijnlijk ook zijn laatste orgasme, denk hij dan niet; “Hoc notum nisi me!”  Had ik dat maar geweten! De Joodse, moslim, gereformeerde en evangelische antiseks verenigingsregeltjes, die zeggen dat er voor het huwelijk niet aan elkaar gefrunnikt mag worden, zijn toch werkelijk om te lachen. Eens deze godsvruchtige jongeren het boterbriefje kunnen klasseren, gaan ze als konijnen te keer en proberen op zo’n kort mogelijke tijd zoveel mogelijk toekomstige geïndoctrineerde kindjes op de wereld te zetten, die er dan weer voor moeten zorgen dat hun godvrezende clubregeltjes nog eeuwen blijven bestaan. Hoeveel pretentie moeten deze religieuzen hebben om te beweren dat alleen hun godsdienst de enige echte religie is en hun god de enige ware. Hoeveel arrogantie om te pretenderen dat atheïsten niet kunnen weten dat er geen God en geen hemel is en dat zij dit dan maar eens zouden moeten  bewijzen...Imaging there is no heaven, above us only sky! De ongelovigen moeten het grote niets bewijzen?? Heeft          Einstein soms zo’n een natuurwet uitgevonden? Dit bewijs vragen de vrome simpele van geest, die overtuigd zijn, dat er in de Allah- hemel, telkens een verzameling van 72 nieuwe maagden klaarstaat die hun uiteengereten, gebombardeerde en afgestorven ledematen alsnog moeten proberen te bevredigen. Door joden, die hun volledige leven in functie stellen van het hun beloofde hiernamaals. Door kerkse mensen die nog steeds geloven dat er eeuwen geleden een loebas opstond die water in wijn kon veranderen, die met een simpele handoplegging mensen kon genezen, over water kon lopen, zijn grafsteen kon opzij duwen en vleugelloos ten hemel ging…Ja inderdaad ook de atheïst kan ergens in ‘geloven’; in de natuurwetenschappelijke verklaring en bewezen evolutietheorie. En spijtig genoeg lijkt, volgens ons, de evolutie van de mens stilaan de verkeerde kant op te gaan..terug naar af.   Maar gisteren gebeurde er iets verbluffend, manlief riep God aan! Ik dacht eventjes dat de hemel zou invallen. Wij hadden ons huurautootje ergens geparkeerd en waren met stoeltjes, parasol, pak en zak de lavaheuvel naar het strand afgedaald. We hadden net onze strandstoeltjes opengeklapt, toen manlief zijn short wou uitdoen en aan mij vroeg op ik de autosleutel had..Niet dus..en toen gebeurde het! Manlief riep, God, God, godmiljaarde, God, godverdomme, godjummenas er is een gat in de zak van mijn short. Zonder iets tegen mij te zeggen, keerde manlief terug op zijn passen, klom, terwijl het 35 graden in de schaduw was en met anderhalve revalidatielong terug de helling op. Ik berustte al een beetje in het lot, want door de jaren heen waren er al diverse, petten, truien, mobieltjes, sleutels en autosleutels ergens ten velde verdwenen, maar soms ook wel al eens teruggevonden. Na een tiental minuten stond manlief, als Mozes, terug boven op de berg en wuifde met in de ene hand de autosleutel en aan de andere hand een opwaartse duim..Als je maar hard genoeg roept, helpt God misschien soms wel een beetje, of niet?  

Sim
0 0

PANIEK IN MANDAATJESGRAAIERSLAND

Er gaat een tsunami over het Waalse PS landschap. De kranten en de journaals staan er bol van. Twee ordinaire rode poenpakkers graaiden elke maand in de financiële pot van Samusocial, een vzw waarvoor vrijwilligers gratis werken en geld bij elkaar bedelden om de allerarmsten der armen, de daklozen, te helpen. Deze twee Brusselse sjoemelaars fantaseerden vergaderingen en bijeenkomsten bij elkaar, die nooit plaatsvonden, waar ze nooit ook maar één minuut aanwezig waren en lieten zich hiervoor rijkelijk betalen. Hoe laag kan je vallen om jezelf schaamteloos te laten vergoeden juist op de kap van een zulke arme bevolkingsgroep. Verwachten wij dit van de burgemeester van de Europese Unie hoofdstad, neen. Pikken wij dit van zo’n vrouw die normaal via het OCMW de minderbedeelden moet helpen? Dus is het ook niet verwonderlijk dat de vrijwilligers, de armen en de daklozen een slachtoffervereniging willen opzetten en de ontslagnemende burgemeester Mayeur en de Paraïta geldsnol publiekelijk op de grote markt van Brussel zouden willen lynchen! Ze eisen dat de twee zakkenvullers, de mandaatgraaiende burgemeester alsook zijn mede ‘armoede bestrijdster’ uit alle ambten ontzet worden en voor straf 2 maanden op de straat moeten leven. Zij zullen er persoonlijk op toezien dat ze geen twee keer bij de gratis voedselbedeling kunnen aanschuiven. Wie een put graaft voor een ander… Politiek en poen! Na het Waalse Publifin schandaal ging er al een beerput open en was er al hevige storm over overbetaalde mandaten, maar blijkbaar is er een soort cumulerende politici dat geen schaamte kent. Elke week opnieuw horen we over allerlei regeringsvertegenwoordigers, meestal al royaal goed betaalde mensen, die het toch nog nodig vinden om mandaatjesgeld achterover te drukken. De voorzitter van de Waalse PS, Di Rupo zwijgt in alle talen, denkt er in het Frans het zijne van, broeit op een algemene décumul en hoopt dat de storm ondertussen overwaait, in plaats van eens degelijk de cumulstal uit te mesten. Laurette Onkelinx echter roept en tiert als een volleerd viswijf in de kamer en breekt elk voorstel van de regerende partijen af . Alleen vertelde ze eventjes niet dat ze één van haar kinderen aan een job bij Samusocial geholpen had en dat haar advocaatman, onder het mom van de wet van de privacy, het Samusocial schandaal onmiddellijk met de mantel der liefde wou toedekken. Moet UNIA zich er hier niet mee bemoeien, dat politici hun kinderen via via aan een begeerd baantje helpen? Is dit geen discriminatie naar de gewone man toe? Inmiddels gaat het gerucht dat er al een nieuw Brussels cumulmandaatschandaaltje’ in de maak is bij de Brusselse voedselbedeling. Is Brussel dan toch misschien zo’n Trump’s hellhole? In mijn hoofd kabbelen er al een paar weken een aantal vragen. Wat loopt er mis met de Belgische socialistische partijen. Want laat ons eerlijk zijn, ze hebben door de jaren heen, toen ze in de regering zaten,  ook heel goede dingen voor de arbeiders en de bediendes verwezenlijkt. De vijfdaagse- en minder dan 40 uren durende werkweek. De vakantiedagen, het vakantiegeld en de dertiende of zelfs veertiende maand geldbonus. Vroeger liepen wij trots in de 1st meistoet op de dag van de arbeid. Wat  blijft er nog over van die authentieke linkse partij? De bonden die meer laten staken dan dat ze mensen aan het werk helpen? Vandenbroucke die in een poging tot vernietiging van bewijzen, geld uit de zwarte kas wou verbranden. Mathot, Coeme, Spitaels en Claes die zonder blikken of blozen, wat Agusta helikoptersteekpenningen in hun persoonlijke zakken deden verdwijnen en dochtertje Claes, een vroegere Limburgse burgemeester, die overduidelijk haar vaders genen bleek te bezitten. Galle en Spitaels die er met miljoenen Dassault smeergeld vandoor gingen. De Antwerpse rode Janssens die via Telepolis de sociale zekerheid trachtte op te lichten en Laurette Onkelinx die overheidsopdrachten aan haar eigen man gaf. Het Visa schandaal enz…Teveel rode schandaaltjes die uitkwamen, maar waarvan de rode rakkers geen rode schaamtewangetjes kregen. Zo lang je met andermans geld de royale weldoener kan uithangen zal er steeds een groep burgers in de val blijven trappen.. Maar blijkbaar is de cumulepidemie bij alle partijen toegeslagen en hebben ze allemaal min of meer mandaatboter op hun hoofd. De ene, echte zachte hoeveboter, de andere margarine. Weten die politici nog hoe hoog of beter hoe laag, onze werkelijke private pensioenen, invaliditeituitkeringen of werklozensteun zijn, als ze zelfs niet eens bemerken dat er maandelijks allerlei niet verklaarbare uitkeringen op hun bankrekening bijgeschreven worden? Een deel van de politiekers willen ons ervan overtuigen dat zij een twintig tot veertigtal mandaatjes hebben waar ze gratis voor werken… Gratis, wie gelooft dit nog, maak dat de kat wijs. Als er dan al geen financiële som tegenover staat, dan worden ze lekker verwend met culinaire etentjes, reisjes en overnachtingen op een luxejacht. Alleen de ex-burgemeester van Hasselt geloofde nog in gratis, maar die ging na een ‘sexchantage’ kopje onder. Het is niet echte corruptie maar al die mandaatjes en cumuls bevinden zich toch ergens in een schemerzone. Nadat Brussel een nieuwe PS burgemeester gekregen heeft, die zich borstkloppend als de nieuwe burgervader profileert, horen we dat hij meer mandaatjes in vzw’s heeft dan dat er werkdagen in de kalender zijn. En dan  doet een Vlaamse vrouwelijke socialistische Burgemeester van Hasselt er nog gretig een schandaalschepje bovenop. Na alle verwittigingen van de staatssecretaris van migratie en asiel, slaat zij het negatieve advies in de wind en laat zij Faoud Belcacem, de oprichter van Sharia4Belgium en notoire Syrië soldaatronselaar, in de gevangenis met zijn Jihadbruidje huwen. Het land staat op stelten, want door dit huwelijk zal het een pak moeilijker worden om deze terreurcrimineel, na zijn 12 jaar gevangenisstraf naar Marokko te deporteren, waar hij tevens nog enkele jaren bak te goed heeft. Moet John Crombez, hoofd van de Vlaamse socialistische partij, deze flaterdame niet op het matje roepen? Ik denk dat SPA John, geen nachtmerrieloze nacht meer gehad heeft sinds alle rode schandalen door de journalistiek en de andere partijen uitgespit werden. Hij heeft het zich waarschijnlijk al dik betreurd dat hij zijn arrogante voorganger van de troon gestoten heeft.   Sim,mandaat en cumulvrij     Tenerife 15 juni 2017    

Sim
22 0

CANARISCHE PISPALEN

Het is de allereerste keer dat wij, door omstandigheden, eind mei, begin juni op Tenerife beland zijn. Al de bomen die tussen de witte huisjes en langs de promenades in Los Cristianos, in de winter bijna op sterven na dood leken, hebben plots een explosie van flamboyante rode bloemen. Als de bloemen naar beneden vallen, lijkt het net of de rode loper met rozenblaadjes speciaal voor ons uitgerold werd. Dikke trossen roze rode oleanderbloesems steken fel af tegen de knalblauwe hemel en purpere bougainvillia klimt overdadig tegen alle muren omhoog. Op de wandeldijken kuieren echter behoorlijk minder toeristen dan in de winter. Eind mei en begin juni is duidelijk voor Tenerife het dode seizoen. Verschillende restaurantjes zijn voor de jaarlijkse vakantie gesloten. Overal zijn diegenen die achtergebleven zijn aan het renoveren geslagen en herstelt men de zwembaden die er nu wat droog en verlaten bijliggen. Ook ziet men nu amper seniorenoverwinteraars, die gehandicapt of niet, met tandemrolstoelen als F1 kamikazepiloten tussen de wandelende vakantiegangers, de dijk afzoeven. De meeste toeristen zijn nu jongelui en jonge gezinnen met kleutertjes. Begin juni  werd er echter een nest Britse toeristen, van het slag dat de toegang tot Mallorca en Ibiza verboden werd, op de Tenerifse wandeldijken losgelaten. Mannen, vrouwen, jong of oud, allemaal hebben ze de meest idiote tekeningen en krabbels op hun huid gezet. Volledige armen, benen, ruggen, buiken en zelfs hoofden zijn met Chinese inktpatronen vol geklad. Grote christelijke kruizen, Maria afbeeldingen,de Engel Gabriël, diverse bloemen en Chinese lettertekens  zijn het meest geliefde onderwerp. Als er één voorbij slentert zonder zwart blauw geklieder ergens op zijn lichaam, wordt hij als een unicum aangestaard. Maar deze volledig blanke spierwitte Brit is dan ook meestal na één dagje zonnen kreeftrood. Volgetekende voetballertjes look a likes, met gebleekte kuiven, lopen trots hand in hand met hun sexy partners, die met een string aan en twee vol getatoeëerde kadetten, als in hun blote kont over de wandeldijk paraderen. Daarachter waggelen de horizontaal uitgezakte tattoo-Jerommekes die met hun armen alleen in grote accolades rond hun lijf kunnen zwieren, met hun Britse volgekrabbelde Rubensvrouwen. Zij vonden elkaar duidelijk niet op Tinder maar op de “More drawings and fat” app. Met hun blote bovenlijven en vet kwabberende bikinilijven laten dit plat en onontwikkeld zootje zich respectloos op de restaurantterrassen neerzakken. Nu ben ik zelf niet meer van de jongste en de magerste, maar wat je hier op de promenade aan tonnen vol getatoeëerde lijven ziet voorbij waggelen, grenst aan het ongeloofbare. Ook grote groepen ordinaire Engelse verhitte vrijgezellen zwalpen in verschillende stadia van dronkenschap en ontbinding luidruchtig voorbij. Als dit het niveau is van de doorsnee stemgerechtigde Brit, dan begrijpen wij hoe de Brexit tot stand is gekomen. Manlief merkt op dat het alleen de blanken zijn die zich als stripleesboeken laten volkliederen.  Gat in de markt voor de tattooshop die alleen met witte verf de zwarte Afrikanen gaat tatoeëren! De tattoe- bacterie is nu zelfs al op de Spanjaarden overgeslagen. Geen enkel jong lichaam is nog ongesigneerd.  Ook in de meeste souvenirwinkeltjes is het veel stiller. Pakistaanse of Indische verkopers trachten je met “hello my friend” de hand te schudden en je op die manier hun shop in te sleuren. Zoals trouwens in heel Europa, is het Canarische wagenpark echter de laatste 5 jaar behoorlijk toegenomen. Enkele jaren geleden reden wij nog praktisch alleen over de snelweg, maar zelfs nu, terwijl er een pak minder junitoerisme is, staat men soms behoorlijk in de file. Een parkeerplaatjes vinden,waar we vorig jaar nog blindelings naartoe reden, is nu al een huzarenstukje geworden. Zij aan zij staan de kleine autootjes, als mini crematoriumoventjes, in de felle zon te schitteren. Nog een jaar of twee, drie en men kan ook hier al voor woon-werk-verkeer de elektrische fiets gaan promoten. De oorspronkelijke naam van de Canarische eilanden, was Canariae insulae , wat “hondeneilanden” betekent. De Spaanse locals krijgen het klaarblijkelijk beter en beter. Dat zie je ook aan het aantal honden, die als een echte plaag jaarlijks aangroeien. Eén hond is geen, minimum één voor madame en één voor mijnheer. Nu hebben ze eindelijk de zieke en zwerfkatten aangepakt, maar nu zie je een hondenepidemie ontstaan. Niet in de toeristische centra, maar daar waar de Canaries zelf wonen is een hond hebben een gegeerd statussymbool geworden. Zo zagen we al een paar dagen een man met aan elke hand twee honden door het Chayofita-complex wandelen. Je denkt dan spontaan aan een hondenwandelaar, die voor een kleine bijdrage de blaffende hartendiefjes bij hun respectievelijk minder mobiele baasjes gaat ophalen en ze dan na het obligate kakje en pisje  terug bij ze afgeleverd. Niets is minder waar. Het is zijn eigen roedel! Ach zijn eerste hondje had zo’n verlatingsangst en blafte de buurt bij elkaar toen baasje eens iets zonder hem wou ondernemen. Hoe zielig, vlug een tweede hond bijgekocht. Maar in plaats dat ze elkaar bezighielden, jankten ze nu allebei zo hartverscheurend hard, dat er klachten van de omwonenden kwamen. Misschien dat een derde lieverd soulaas zou brengen. Nu werd er in een driekoppige canon jankend, keffend en blaffend tekeergegaan. Eens proberen met een vierde joekel? Als deze man een derde arm gehad had, dan liep hij vermoedelijk met een kudde van zes rond. En overal kakken en pissen. Het zand rond de palmbomen, de lantaarn- en wegwijzerpalen zijn ondertussen onderaan echte wegrottende en weggeroeste pispalen geworden. Als je al een hondenbezitter met een vol kak plasticzakje ziet rondlopen, dan is dit meestal een inwijkeling die deze norm en gewoonte vanuit zijn thuisland meegebracht heeft. Verschillende muurtjes worden duchtig afgesnuffeld. Pootjes gaan om beurten omhoog en tegen de afscheiding ontstaat er een urinekleurige driehoekige opgedroogde waterval die vettig en naar ammoniak stinkend op het voetpad doorloopt. De meeste Spanjaarden hebben er letterlijk schijt aan dat hun honden overal een drol leggen. Liefst een grote stinkende hoop op de witte tegeltjes vlak voor je deur. Gelukkig worden de viervoeters op de stranden verboden, want hier aan de Costa del Sol, aan de gele rots, waar het in de winter zo zalig rustig kan zijn, is het inmiddels in de weekeindes een hondenzwemparadijs geworden. Je wordt er horendol van de blaffende honden die hun zwemmende baasjes niet achterna durven springen of die elkaar naar de strot vliegen. Als de Canaries uit werken gaan worden die arme dieren jankend een ganse dag in de kleine appartementjes of op terrasjes achtergelaten. Wij hebben een totaal ander begrip van dierenliefde. Wie voor een paar weken aan de Costa del Sol op Tenerife verblijft, wordt zonder probleem een notoire hondenhater! Neen, een hondenbaasjeshater

Sim
81 0

De trein...oh zo fijn!

Het is weer van dat… trein naar de luchthaven van Zaventem nu op spoor 2 in plaats van spoor 1. Al jaren kwam hij aan spoor 1 maar ook daar moest verandering in komen. Tot nu toe nog geen aankondiging van “de trein heeft zoveel minuten vertraging” dus ik sta recht want de sigarettenrook van de zittende man naast mij komt in mijn ogen terecht.    Ik maak me klaar om op het perron een goede plaats te vinden om meteen te kunnen opstappen en een zitplaats in de trein te hebben. Dan zie ik op het aankondigingsbord dat de trein toch 5 minuten vertraging heeft. Ik was beter blijven zitten op één van de weinige ongemakkelijke stoeltjes op het perron van Leuven want rechtstaan is niks voor mij. Daar krijg ik pijn van in mijn onderrug en dan kan ik niet fatsoenlijk meer stappen.   Ook al kondigen ze aan dat de trein vertraging heeft, dat wil dan nog niet zeggen dat dat werkelijk zo is. Hij komt toch op tijd aan. Ik heb niet de juiste plaats gekozen op het perron om meteen te kunnen opstappen. Alweer aanschuiven dus… zoals elke ochtend het geval is.    Ik zie dat er geen plaats is in 2de klasse maar wel in 1ste klasse. Ik volg mijn instinct en ga in 1ste klasse zitten. Oef, ik zit eindelijk neer en hoef niet recht te blijven staan, zoals de meesten doen. Ook al is de rit van Leuven naar de Luchthaven van Zaventem maar 13 minuten als alles goed gaat natuurlijk, stilstaan probeer ik dus zoveel mogelijk te vermijden. Ik zet me meteen in een hoekje in de hoop dat ik niet word gezien door de treincontroleur. Het is een vrouw dus ik kan haar niet verleiden met mijn charme. Ik blijf beter gewoon zitten … wel met een ei in mijn broek, geen zin om een boete te betalen.   Als ze komt, denk ik, dan zeg ik haar gewoon dat ik niet kan recht blijven staan en vermits de 2de klasse vol zit, is dat voor mij een goede reden, als men empathie heeft natuurlijk. “Stel dat ze moeilijk doet, dat ze aandringt dat ik naar de 2de klasse moet”, dan zou ik kunnen zeggen dat de NMBS er maar moet voor zorgen dat er meer wagons ter beschikking moeten worden gesteld voor de reizigers en dan vooral ’s ochtends, op de piekuren en tijdens de zomer want dan zit er het meeste volk op. Ik had dat waarschijnlijk niet gezegd… De treincontroleur kan daar toch niks aan doen.    Een brief schrijven naar de NMBS? Tja, als er veel mensen dat zouden doen, dan zou het misschien iets opbrengen maar ik alleen? Dat brengt niets op. Ik schrijf veel liever over interessante dingen, zaken waar ik ook iets van leer. Zoals hier, ik heb geleerd dat ik alleen maar kan proberen, dat je altijd een nee hebt maar dat je misschien een ja kunt krijgen, en dat geldt voor alles.    Dus proberen te schrijven, in de hoop dat er iedere dag iets “out of the box” gebeurd, en proberen op deze manier ook andere mensen iets bij te leren. Just try it, whatever it is you want to do en je zult wel zien: moest het niet lukken, dan heb je het toch geprobeerd en dat alleen maakt je al zoveel rijker.    Ik was opgelucht toen de trein aankwam in de luchthaven. Ik hoop dat ik zoiets niet meer moet meemaken. Als dit het geval zou zijn, dan zou ik precies hetzelfde doen: gaan zitten in eerste klasse. Misschien zou ik wel een klacht indienen bij de NMBS en hopen dat ze me een gratis ticket geven… in eerste klasse!

Inge Lanneau
0 0

De blik in haar ogen, dat is kunst

Ze kwam naast me staan en ik wou haar vragen ‘Wat vind jij van dit schilderij?’   Of beter: zes schilderijen. Ik was immers al minutenlang naar een reeks van zes hyperrealistische schilderijen van Robert Devriendt aan het staren, en zo kon ik nog uren doorgaan. De taferelen vormden een fascinerend kortverhaal voor mij, dat zich afspeelde op een broeierige, stoffige zomerdag, net zoals de dag dat ik besloot het Museum M te gaan bezoeken, eigenlijk. Een kortverhaal dat zo uit de pen van Raymond Carver had kunnen vloeien (lees zijn fantastische Gazebo), of van John Cheever (lees zijn fenomenale The swimmer).   Maar net toen ik de mysterieuze jongedame die naast me opdook wou vragen wat haar mening was, verdween ze. En dook ze weer op bij een volgend kunstwerk.   Tussen een majestueus wandtapijt van Jan van Leefdael en een majestueus drieluik van Michiel Coxie, prijkte een groen vlak. Jazeker: een volledig groengeverfd paneel van Marthe Wéry. Ik herinner me een bezoek aan het Groeningemuseum in Brugge, in het eerste jaar van mijn lerarenopleiding, waar de kunstwerken van eeuwenoud naar nagelnieuw geranschikt staan. Je begint dus bij de Vlaamse primitieven en eindigt bij een zwarte stip op een witte achtergrond. ‘Als je de route omgekeerd volgt,’ was ik toen zo stout om te zeggen, ‘dan bouwt het op.’ Niet helemaal waar, zo leerde het kasseidikke boek over kunst van Ernst Gombrich ons een jaar later: met de komst van het fototoestel werd het voor schilders minder belangrijk om de wereld zo realistisch mogelijk weer te geven, dus zochten ze andere manieren om hun creativiteit te tonen. Hier in het Museum M hangen die moderne meesters kriskras tussen de klassieke, en dagen de vragen op de muur je uit om de verschillen te zoeken, en de gelijkenissen. Als er dan geen jongedame naast je staat met wie je over de kunstwerken kan discussiëren, kan je tenminste nog antwoorden op die vragen. Want ook bij het groene vlak dook het ongrijpbare meisje maar een fractie van een seconde naast me op. Toen ik mijn mond wou openen, was ze alweer weggedarteld.   Haar audiogids, die we aan de inkom bij ons ticket hadden gekregen, was in het Engels, ving ik stiekem op toen ze heel even heel dichtbij kwam. Bij een schilderij waarop een vredige wandeling door het bos verstoord wordt door een luguber bengelend lichaam aan een galg in de verte, hoorde zij dus niet de beschrijving die een Vlaams kind ervan gaf, maar die van een op en top Engelse bengel. Dit luisterfragment was een geniale toevoeging, die herinneringen opriep aan een gelijkaardige rubriek uit Man Bijt Hond, het televisieprogramma dat mij door en door gevormd heeft. En alles wat herinneringen oproept aan Man Bijt Hond verdient een standbeeld.   Ik volgde de kunstnimf met haar wapperende zwarte jurk nog door de zalen met historische voorwerpen uit Leuven, met Christusbeelden en met een video over de expo van Dirk Braeckman, maar daar was ze plots volledig verdwenen. Nooit heb ik haar teruggezien. Maar die blik in haar ogen? Dát is kunst.     Bezoek aan het vernieuwde M – Museum Leuven op 22 juni 2017

Felix Sandon
201 1

Gemiste kansen

Dag L.,   Het is vandaag een week geleden. Dat is belachelijk weinig, maar als je 10.000 kilometers van elkaar verwijderd bent lijkt het langer geleden. Tijd en ruimte versterken elkaar. Ik heb er last mee. Last om terug te zijn. Last van de gemiste kansen. Last van mijn hoofd en dankzij jou ook last van mijn lijf. Het gevoel dat sowieso opsteekt na een reis van drie maanden en de terugkeer naar de realiteit wordt nu dus nog versterkt door mijn lijf en mijn hoofd die steeds opnieuw aan jouw aanraking denken. Je armen rond mijn schouders, je lippen op mijn rug. En de vraag wat er gebeurt was als we onze kans niet grandioos gemist hadden. Slechts een passionele kus of een misschien een gedeelde nacht op een verlaten strand? En wat daarna? Was je gewoon verdwenen in de nacht. Hadden we aarzelend een gesprek proberen voeren dat ons enkel zou doen beseffen hebben dat we eigenlijk niks met elkaar gemeen hadden behalve platte lust. Of hadden we gezwegen en gewoon genoten van een moment van samen zijn zonder verder na te denken. Had ik gehoopt dat we contact zouden houden en dat je een excuus zou worden om terug te keren. Of verzin ik er weer te veel bij en was het voor jou niet meer dan wat het uiteindelijk was: een scharrel op het einde van het seizoen zonder moeilijke vragen want je kwam de volgende dag toch niet terug. Ik heb er meer last mee dan zou mogen op basis van het kwartiertje dat we hoop en al gepraat hebben en de nog geen vijf minuten die we aan elkaars lijf hebben gezeten. Tijd en afstand versterken elkaar, maar lust en heimwee dus ook. V.  

Juffrouw Vee
0 0

Struikelen

Ik werd wakker, half drie, ging naar het toilet en tijdens dat kleine wandelingetje door het stille, donkere huis moest ik plots denken aan wie daar ooit zal lopen, wanneer ik er niet meer ben. En of die persoon ook zo'n wakker hoofd zal hebben als ik (weinig kans), of zich 's nachts gewoon kan bezighouden met slapen.   Maar nu ben ik er nog en om dat te voelen, rende ik de volgende dag - ongehoorzaam, ongezien - vier keer een minuut tijdens mijn wandeling, te midden van pisbloemen en de zware geur van koeienstront. Het was een lange rechte betonnen weg met hier en daar een tractorwielafdruk in zand, de lucht vol pluis. Ik kon het einde niet zien, maar wist wel dat het er was en dat stelde gerust. Ik rende tot ik mijn hart kon voelen, de benen een last die diende te worden meegesleept. Ik had gehoopt te zullen zweven, van stappen meteen in de runner's high. In de plaats daarvan trok ik een bh-bandje op een schouder, veegde een haarlok uit mijn mond, spuwde een vliegje uit. Een koe lachte me uit, een boer fietste krakend en nors voorbij. Maar ik, ik leefde nog en had een lichaam wakker gemaakt.   Ik werd wakker, half vijf, en begon te twijfelen over een grapje dat ik op facebook had gemaakt. Of het misschien ongepast was. Of er niet iemand was die daar over zou struikelen. En toen dacht ik aan al die mensen die al over mij gestruikeld zijn, zonder dat ik dat zelf in de hand had. En hoe het 's nachts het hoofd is dat moet worden meegesleept en niet zwaar genoeg op het kussen wil liggen. Een hoofd dat maar niet verdrinken kan. Ik verwijderde het grapje en toen sliep ik toch nog in en droomde dat ik wakker was, en ik was licht als de pluis van een paardenbloem.  

Katrin Van de Velde
0 2

16 April

16 April 2002 was voor velen niet veel meer dan de dag na 15 april 2002. Als je iemand vraagt wat voor weer het die dag was, dan zal bijna niemand je daar een antwoord op kunnen geven. Als je aan mensen vraagt wat zij die dag deden, dan zullen de meesten je het antwoord verschuldigd blijven. Ik hoor in dit geval, jammer, genoeg niet bij de meesten. 16 april 2002 was het typisch Belgisch weer. Er was geen zon en ook geen regen. De hemel zat wel dicht met grijze wolken en ik bevond mij op mijn piepklein kot in het centrum van Antwerpen.  Het was die dag mijn moeders vijftigste verjaardag, maar in tegenstelling tot wat je zou verwachten, was ik het die op een telefoontje van haar zat te wachten.  Ik weet nog precies weet hoe mijn gsm rinkelde en hetgeen ik angstig verwachtte, werd bevestigd.  Hij was gestorven. De jongste broer van mijn vader. Zelf vader en veel te vroeg  weggehaald  uit het  levendig jonge bestaan van zijn gezin.  Mijn hart brak voor de eerste keer op een manier die ik nooit eerder had gekend.  Zelfs vandaag heb ik nog steeds geen woorden gevonden om het gevoel van dat soort verlies te beschrijven. Laat staan dat ik ooit al de juiste woorden van troost  in dergelijke situaties tegenkwam. Het is iets raars. Negeren lijkt het gemakkelijkst, maar de herinnering slaat uiteindelijk sowieso dubbel zo hard terug. Het is vreemd hoe ik die dag mijn moeder aan de andere kant van de lijn nooit een gelukkige vijftigste verjaardag wenste. Hoe ik nog exact weet dat ik  een paar minuten aan de grond genageld stond en daarna op automatische piloot de trein naar mijn toenmalig lief in Leuven nam, zonder mij een treinrit te herinneren.  Het is vreemd hoe ik de rest van die dag  alleen maar wilde wegrennen van iedereen die erover wilde praten, omdat erover praten niemand terugbrengt. Het is vreemd hoe ik nog precies weet wat ik aan had op de begrafenis en hoe ik die kleren daarna nooit meer aan zou doen. Alsof ze doordrongen waren van verdriet en dingen die ik nooit meer wilde voelen. Ijdele hoop natuurlijk, want bij het leven hoort nu eenmaal de dood. Vreemd ook hoe ik die kleren nog steeds in mijn kast heb, terwijl ze al lang niet meer passen. Ik laat ze hangen, omdat ik niet wil vergeten. Omdat ik nooit wil vergeten dat elke gezonde dag die je in dit leven krijgt, dient om ervan te genieten. Gisteren waren we 16 april 2017. Vijftien jaar later is deze dag nog steeds niet zoals ze was voor 2002. Mijn moeder blies vijfenzestig kaarsjes uit en dacht daarbij zoals elk jaar nog steeds aan de dag dat ze door verdriet nooit écht vijftig werd. We vierden Pasen bij mijn grootouders, maar er bleven ondertussen al twee stoelen leeg.  Op een verrijzenis kunnen we enkel maar tevergeefs hopen, maar misschien moeten we net daarom de levenden vandaag een beetje meer vieren. 

Ans DB
0 0

PAISAJA LUNAR, HET MAANLANDSCHAP

In de toeristische gids over Tenerife staat dat de wandeling naar het Paisaja Lunar, de mooiste wandeling van het eiland is, met kers op de taart een adembenemend natuurverschijnsel een maanlandschap. Wij beseffen na jaren rondreizen en gidsen lezen, dat iedereen de toerist wil lokken met een scheet in een fles en zijn bezienswaardigheden opklopt tot mirakelniveau,maar al sinds 2004 hebben wij toch deze wandeling in ons achterhoofd. De kleine huurautootjes en de weg er naar toe, lieten ons steeds weer afhaken.. Vorig jaar echter hadden wij een grotere en wat solidere auto en trokken wij samen met onze stoute schoenen tevens ons wandelbottines aan. Wij reden eerst naar het hoogste dorp van Tenerife en sloegen vol moed de bosweg in.  Een 7 km lange onverharde weg, vol putten en stenen leidde naar de parkeerplaats waar de hoogte wandeling begint.  Manlief stuurde de auto tussen de kuilen, lavastenen en langs afgronden stapvoets tot aan de parking. Met onze wandelstokken duwden wij ons anderhalf uur door het lavagrind langs een pad met afwisselende vergezichten.  Dan kwamen wij aan een plek waar 5000 jaar geleden de vulkaanuitbarstingen een speciaal mooi fenomeen heeft doen ontstaan.  Mooi, de Canaries mogen er trots op zijn. Terwijl wij met het zicht op de puntige rotsen picknickten, bedacht ik hoeveel mensen ik al naar de maan heb willen schieten. Ik ben er rotsvast van overtuigd dat deze plek nog veel te mooi is voor alle terroristen, fundamentalisten en moordenaars. Als al onze gevangenissen overvol zitten en men beslist om hen toch richting maan te lanceren, dan stelde ik vanaf dat moment mijn veto. Voor mijn part mogen ze rechtstreeks naar hun eigen beloofde hemel..recht naar hun eigen God. Ik kan me als atheïst moeilijk voorstellen hoe dat dan allemaal in het werk zou gaan, maar als je er in gelooft zal het helemaal niet onaangenaam zijn om ineens naar Allah, Mohammed, God de Vader, Jezus Christus, Jahweh, Boeddha of  Ganesh te gaan. Al eeuwen ontvangen deze “goden” uitgemoorde Moslims, Christenen of vergaste joden. Jaarlijks kloppen er duizenden aan met de vraag om in een betere kaste opnieuw naar de aarde te mogen. Zitten die goden dan ergens in het heelal rond  een ronde tafel, statistieken bij te houden of een soort om ter meeste te spelen ? Wat gebeurt er in de komkommertijd, als er geen grote oorlogen meer uitgevochten worden. Zitten ze zich dan op een wolk te vervelen, als er nu en dan nog maar alleen een verbrande heks, een vergiftigde paus, een paar vermoorde kinderen aankloppen ? Lachen zij  sarcastisch als er een van de laagste kaste verhongerde paria aanklopt met de vraag om als maharadja terug te kunnen ? Ja nu en dan komt er een grote vis, zoals een Bin Laden, maar geef nu toe, zonder het Amerikaanse duwtje in de rug, zat ook deze liever met zijn kont in het woestijnzand in plaats van in het Allah paradijs. Spreken deze goden dan een gezamenlijk strategie af om hun quota wat op te krikken ? Heuh wat zullen we weer eens doen ? Een aardbeving links of rechts, of wat denken jullie van een vulkaanuitbarsting, of nog leuker een tsunami over een eiland sturen ook goed om wat zieltjes naar boven te krijgen. Een grote epidemie is ook niet slecht, of weten jullie wat, we kunnen de salafisten wat tegen de sjiieten en de soennieten uitspelen. Waar kunnen we nog een oorlogje uitlokken, in  Oekraïne misschien? Wat vinden jullie het plezants, als ze daar beneden denken dat het de natuur is of de mens zelf die elkaar uitroeit ? Wie beslist er dan daarboven, wie naar de hemel en wie naar de hel moet, want geef toe wij krijgen langs de gelovige hoek wel heel tegenstrijdige meningen. Als er bij de Christenen iemand zelfmoord pleegt, dan is dit een grote zonde en mag die niet aan de rijstpap beginnen. Als bij de moslims daarentegen, een zelfmoordterrorist zichzelf en een aantal spijtige slachtoffers opblaast, wordt hij direct als held, met open armen en benen door duizenden maagden in de Allah hemel ontvangen. Je moet het maar begrijpen ! Terwijl ik aan mijn sandwich knabbelde en naar het besneeuwde topje van de Teide staarde, bedacht ik dat wij onze hemel en hel hier op aarde krijgen en niet in een voor mij fictief hiernamaals. De hemel is als je gezond bent, als je een fantastisch lief hebt, je kinderen en kleinkinderen zonder te grote problemen door het leven huppelen en als je soms het gevoel hebt dat je lichaam gaat openbarsten van geluk. Dat is de hemel. De hel krijg je, als je als homo of transgender levenslang tegen onverdraagzaamheid moet opboksen. Als je als atheïst of anders gelovige, probleemloos door medemensen als “niet gelovige honden” afgeslacht wordt. Als je partner van je wegglijdt door een ernstige operatie, kanker, dementie of Alzheimer. Als geliefden door een ongeval of een operatie zonder afscheid van je weggerukt worden of als je je eigen kinderen moet overleven. Dat is de hel. Ja, ja  ik hoor jullie al denken, waar blijft nu dat plezante verhaal ? Wel het leuke was, dat wij eindelijk na al die jaren het Paisaje Lunar gezien hebben en na anderhalf uur dalen probleemloos onze geparkeerde auto teruggevonden hebben. Wij vervolgens zonder platte banden de hobbelige weg door het lavalandschap overleefden. Ik voelde me gloeien van geluk en was trots op manlief zijn rijkunst. Wat later zaten wij,in het stralende zonnetje van een lekker koel pintje te genieten op een terrasje in het hoogste bergdorp van Tenerife, Vilaflor. Als we in ons huurhuisje aankwamen en ik mijn laptop opende, plopten er een prachtige foto van onze kleindochter en een mailtje van onze kleinzoon binnen. Dat is geluk, dat is de hemel !                  

Sim
0 0

Kampvuur en avondrood

De laatste avond aan het kampvuur op scoutskamp was altijd de leukste. Leen porde me aan: ‘Wie vind jij de knapste?’‘Ward,’ loog ik. Ik had daar eigenlijk nog niet over nagedacht, maar dan zou ik er vast en zeker niet bijhoren. Ik was niet zo met jongens bezig in die tijd. Of neen, ik vertel het verkeerd: ik was niet zo serieus bezig met jongens in die tijd. Ik was zeventien en op dat vlak nogal een laatbloeier.‘Oké Ward!’ zei Leen enthousiast ‘Ga er dan maar snel bij staan, want Ina is hem al aan het inpakken.’Ik trok mijn schouders op. ‘Jaja, straks.’‘Ha hier, Leen en Fran.’ Ik keek opzij, recht in de ogen van een blonde jongen. Ik had hem vaagweg wel eens zien rondhangen op het kampterrein bij de andere jongens, maar had nooit echt aandacht aan hem geschonken.‘Ha Bram!’ zei Leen met een hoog stemmetje, zoals alleen jonge meisjes dat kunnen. ‘Ben je aan het genieten van de laatste avond?’‘Ik heb biertjes meegenomen,’ negeerde Bram Leen en hij duwde de flesjes in onze handen.‘Dank je’, zei ik en keek hem arrogant aan. Wie dacht hij wel dat hij was, ik kon mijn bier best wel zelf halen. Bram grijnsde, alsof hij mijn gedachten kon lezen. ‘Ik heb je vorige week gezien,’ zei hij geheimzinnig.‘Oh ja, waar dan?’ vroeg ik.‘In de supermarkt vorige vrijdag, met je moeder.’Verrek, dacht ik, dat klopt. ‘Oh, ja dat kan,’ zei ik en probeerde daarbij zo nonchalant mogelijk te klinken.Leen, die had opgemerkt dat ze overbodig werd in deze scène, zei fijntjes ‘Ik ga dan maar eens daar staan,’ en verdween. ‘Drink van je biertje, straks is het lauw. Niets viezer dan lauw bier,’ zei Bram en wees naar het flesje in mijn hand.Ik nam snel een slok. Bram leunde op zijn linker been en trok zijn ogen tot spleetjes. ‘Ik heb je niet veel gezien dit kamp, heb je het naar je zin gehad?’Ik knikte: ‘Ja hoor, het was heel plezant. Jammer wel van het weer. Veel regen hé?’ zei ik schaapachtig. Typisch, dacht ik, terwijl iedereen vanavond een kampliefje probeert scoren, ben ik over het weer aan het praten.Gelukkig had hij meer zin voor sfeer en romantiek. ‘Je hebt eigenlijk best mooie ogen,’ zei hij.Ik kuchte ongemakkelijk. ‘Vreemd toch dat ik jou niet heb gezien in het warenhuis dan.’‘Ja,’ zei hij schalks. ‘Ik stond nochtans niet zo ver van je vandaan en keek duidelijk in je richting.’Oh jeetje, mijn maag trok samen. Hij glimlachte geruststellend. Er zat een fonkeling in zijn ogen, zo eentje die je niet zo heel vaak in je leven in jongensogen tegenkomt.‘Rook je?’ vroeg hij plots.‘Soms,’ zei ik stoer.Hij greep mijn arm en trok me mee, weg van het kampvuur. Aan de slaaptenten bleven we staan. Hij bood me aan sigaret aan. Onwennig stak ik het ding aan en nam een trek. Er viel een stilte, tot we werden opgeschrikt door gegiechel uit een tent.‘Kijken?’ fluisterde hij.Ik giechelde en knikte hevig. We doofden onze peuken en slopen naar de tent waaruit het geluid kwam. Bram en ik staken onze hoofden naar binnen. Daar zaten Rik en Lena in een innige omhelzing te zoenen. Toen ze ons opmerkte schrokken ze zich rot.‘Oprotten, jullie storen!’ bulderde Rik, terwijl Lena zenuwachtig begon te lachen. Rik gooide vervolgens een kussen naar onze hoofden, die we tijdig konden ontwijken door gierend van het lachen weg te rennen.‘Eindelijk,’ hijgde ik toen we weer bij het kampvuur aankwamen. ‘Lena loopt al maanden gek van Rik. De volle maan heeft de vonk dan toch doen overspringen.’‘Het gevolg van kampvuur en avondrood.’ grijnsde Bram. ‘Ach ja, Rik, knappe jongen en super charmant met meisjes. Wie loopt er niet gek van?’‘Ik niet hoor,’ zei ik.‘Oh neen en van wie loop jij dan gek?’ vroeg hij. Hij zette een stap dichter naar me toe. Ik schrok. Zo dicht had ik me nog niet vaak gevoeld bij iemand, figuurlijk dan. Ik had heus wel al eens met een jongen gekust, maar nog nooit had iemand uit zichzelf zo veel interesse in mij getoond.‘Ik moet naar de toilet,’ flapte ik er uit.‘Oh, dan moet je gaan,’ antwoordde hij. De teleurstelling was van zijn gezicht af te lezen.‘Ja sorry,’ stamelde ik, draaide me om en rende weg.In de toiletten moest ik even op adem komen. Daarna raapte ik al mijn moed bij elkaar en liep terug naar het kampvuur. Bram stond niet meer op de plek van daarnet. Ik plofte neer naast Leen.‘Was het plezant met Bram?’ gniffelde ze.Ik zuchtte. ‘Er is niks speciaals gebeurd hoor.’‘Jammer,’ zei Leen en sloeg haar arm half plagend, half troostend om me heen.‘Ach ja,’ mompelde ik. Op dat moment zag ik Bram aan de overkant van het vuur, in een donkere hoek, zitten. Hij was met een paar andere jongens aan het grappen. Hij leek zich te amuseren. Misschien vond hij het dan toch niet zo erg dat ik was weggelopen. De avond liep ten einde. Onze leiders spoorden ons aan naar onze tenten te gaan en een laatste keer in onze klamme slaapzakken te kruipen. Rik en Lena, die ons ondertussen weer aan het kampvuur hadden vervoegd, gaven elkaar een laatste kus voor deze avond. Ina die knus tegen Ward aanlag, zette zich met veel tegenzin recht. Leen was het druk tegen mij aan het uitleggen, maar wat ze zei, hoorde ik niet. Ik tuurde in het donker, in de hoop nog een laatste glimp van Bram op te vangen. Helaas, hij was nergens meer te zien. Ik draaide me om en liep richting Ina, Lena en de andere scoutsmeisjes.‘Wat een avond,’ zei Ina.‘Ja, wat een avond,’ lachte Leen. ‘Lena, heeft eindelijk met Rik gekust. Wie had dat nog durven dromen,’ zei ze terwijl ze Lena een vette knipoog gaf.‘Ik ben zo gelukkig,’ glimlachte die gelukzalig.‘Het is al goed,’ zei Leen, ‘kom we gaan slapen. Hoe sneller we slapen, hoe sneller je weer bij hem kan zijn.’De meisjes maakten aanstalten om richting tenten te lopen. Ik treuzelde.‘Komaan Fran,’ zei Leen en trok aan mijn mouw.Teleurgesteld draaide ik me nog een laatste keer om naar het kampvuur. Niks. Alleen maar een uitdovend vuur en opkomende ochtendmist. Zo jammer, dacht ik.Ineens schoot er een schim uit de duisternis naar me toe. Het was Bram. Hij liep recht op me af en kuste me vol op de mond. Ik stond als aan de grond genageld.‘Dat was ik nog vergeten,’ zei hij.Ik keek naar hem zoals ook ik dat daarna niet zo heel vaak meer naar een jongen zou doen.‘Tot morgen?’ vroeg hij.‘Tot morgen,’ fluisterde ik.Tevreden draaide hij zich om en liep richting jongenstenten.Leen, die het hele tafereel had zien gebeuren, stond met open mond naar mij te kijken.‘Dat was pas echte liefde,’ zei ze en begon te lachen.‘Neen Leen,’ zei ik ‘dat was gewoon kampvuur en avondrood.’

Ans DB
0 0

Stel een stel ('t is maar een stelling)

Het deed mijn oren pijnZijn wensen en zijn dromenWaar ik op lange termijnNiet in leek voor te komenHet was niet gewoon zondeGing door al mijn nerven Zout op de gapende wondenIk was aan het stervenMan. Wat wou ikDat mijn hersenmassa niet bestondDan maakte ik een valstrikDie ons voor altijd verbondDan stopte ik met de pilEn beet ik op mijn lipKortgerokt en verleidelijk stilEerder de sluier dan de tipVan uw zorgeloos bestaan Waren uw laatste uren geteldIk liet u in de waanTot aan het alimentatiegeldDan ontbrak ik alle hoekenKzou dan gewoon onbekwaamVragen of ge mee wilt zoeken Naar een goede naamKzou hem 'Ongelukje' dopenTerwijl ik hem had geplandKzou samen met u kleertjes kopenU bellen om elke losse tand Liefst als het kanDat het op u lijktDat ge daardoor danNooit meer van mijn zijde wijktDat ik u simpelweg susEn gij mij blindelings gelooftDat ik u louter professioneel kusVan geen vrijheid heb beroofdIk hoop dat ons levend resultaatWegblijft van mijn doelenU in elke mogelijk staatZoveel mogelijk op mij te voelenDat uw lach een slechte poging isEn ik dat onbeschaamd weetUw levenslust totaal niet misAl badend in uw zweetDat uw leven een slechte regieHeeft gekend door mijn schuldTerwijl ik alleen nog zieHoe gij al mijn admiraties vervuldStel, stel, stel: gisterenavondPuur hypothetisch gesteldDat de stem uit uw mondGewoon iets moois had verteldStel dat gij het belang zietIn mijn adem en mijn hartslagStel dat het nu eens écht niet'aan mij lag'Stel dat wij een akkoord konden bekomenOver elke dag op elkaars kapStel, hypothetisch genomenIk als uw overtreffende trapStel dat ge mij zou kunnen verdragenElke ochtend in uw bedStel dat ge u zonder zou afvragenHoe het toch zou zijn métStel dat de gedachte u zotZou maken tot op een puntDat ge tot door uw huid en op het botNooit meer zonder mij kuntStel dat mijn dodelijk accidentU levend zou vermoorden Dat ineens iedereen u kentAls de man zonder woorden Stel dat ik in u al het leven Blies als een kind in een ballonStel dat geen adem u kon gevenWat de mijne u geven konStel dat ik het ritme in u walsZoals iemand die hartfalen lijdtMet pleisters op uw borst en halsAan mij verbonden zijtStel dat gij allergisch zou reageren Op elk ander lijf dan het mijn Stel dat ge het niet meer zou kunnen keerVan de jeuk, afkeer en de pijnStel dat ik als behandeling bestondEen wandelend doktersreceptEn dat hij driemaal daags mijn mondEindeloos chronisch nodig hebt't is maar hypothetisch hoormaar, stel mij alstublieftoch maar nooit voor aan uw lief(ik bedoel: stel u voor)(stel u voor dat ik die op haar gezicht sla) (haha) (stel u voor) (nee serieus. doe maar niet) (echt)      

Lot
0 0

Zeester

En hij kleedde mij uit tot Ik niet meer was dan een junk Voor eeuwig verslaafd aan het genotVan seks op het ritme van Daft PunkWat waren ze plots toch ver De beloftes die ik hem maakteIk lag op zijn matras als een zeesterDie een arm kwijtraakteIk kon niet meer bewegenKreeg niets meer gezegdIk heb mij daar dan, weinig verlegenEn zeer onelegant, bij neergelegd   Hallo. Ik ben Lieselot en ik begin mijn teksten altijd met ‘hallo’.Ik gebruik ook nooit moeilijke woorden.Dan zeg ik dat ‘dat mijn stijl is’ .En zo laat ik in het middenOf ik die woorden zelfs ken   Hallo, ik ben nog altijd Lieselot en ik ga zo meteen een tekst brengen die gericht is aan iemand die niet mijn lief is – en ik heb er een – iemand die biologisch gezien perfect mijn vader kan zijn en waarvan ik sinds kort hoop dat hij dat in de verste verte niet is.  Ik heb al zoveel geschrevenEn niks pas bij elkaarHet lijkt wat op mijn levenOp de knopen in mijn haar   Ik weet niet of ge het zietMaar: ik ben ‘t kwijtWat gij ziet zie ik nietEn, de laatste tijd   Ben ik vergeten hoe ik moet lopenHoe ik moet pratenAdemen en hopen   Wat ik was, wie ik benWat ik worden wilWaar ik van houd, wie ik kenMan. Da’s hier stil   Ik was toch van het geschreeuwDat ik zelfstandig wasNu het zielig welopverschot van de leeuwDat laatste, meest breekbare ras   Het lijkt alsof ik nog snelDrieeëntwintig jaren zonder stukkenMoest vullen met relEn kei veel ongelukken   Sadistisch van genotenEn nu soms nogAlsof ik hou van verklotenEn geil word van bedrog   Toeval is wat ik vraagAls alternatief voor de rampDie zegt dat ik gewoon graagAlles kapot stamp   Neem me meeStop me onder je jasBreek me in tweeZodat ik in je binnenzak pas   Draag me als een kind En draag me danAlsof elk zuchtje windMe breken kan   Pak mij vast zo ruw Tot witte plekken na het loslatenMe vertellen dat uwHanden daar zaten Kwil da ge me dingen leertFysica, chemie, veel seks en wat taalEn dat ge me zuigend markeertOngeacht hoe fucking puberaal Zorg dat ik alle hoeken vanUw kamer zo hard voeldeDat ik geen idee heb wat een manOoit met een cirkel bedoelde Dat elk risico dat bestaatOp besmetting door contactVerdubbeld wordt in ‘t kwadraatWegens allesbehalve mis – paktOntleed me als een dierZoals vroeger in de klasMaar dan voor het plezierIn 't midden van uw matras Geef mij overal rustBehalve in bedLaat mij daar gekustEn tegen de muur gezet   En kleed mij nietTot op de huidMaar nog net ietsVerder uit. Mijn hoofd is de chaos van een tijd geledenJarenlang geordend, en plots: tevreden. En dan gij. Gij schudt alles door elkaar. Godverdomse klootzak, schud nog eens? Ja, DAAR.Da wast.Hallo, ik ben Lieselot en ik eindig mijn teksten altijd met 'da wast'. Dat is dan volledig niet volgens plan, maar gebeurt gewoon. Soms roept er dan iemand in het publiek 'een wasmachine!'. Want: ik zeg 'da wast' en dan is het grappig om te doen alsof ik hiermee een quizvraag stel. Een quizvraag waarbij alle intonatie die van een stelling een vraag maakt, volledig verdwenen is. En dan lach ik. Ik vind dat niet grappig en wil de stand-up comedian in het publiek pijn doen, maar ik lach. Daar ben ik fier op. 

Lot
0 1