Zoeken

ER ZIJN GEEN ZEKERHEDEN MEER IN HET LEVEN!

Wat is er toch gebeurd met het Roma-zigeunervolkje? Nog maar enkele jaren geleden trokken deze nomaden in karavaan, wonend in een caravan, gans Europa door. Aan de ingang van de supermarkten speelden ze ongevraagd accordeonmuziek en kregen meestal alleen van de purpergespoelde seniorenweduwvrouwtjes wat koperen centjes toegegooid. Je zag de zigeunervrouwen, die met de grote Mercedes op de hoeken van de winkelstraat of aan de uitgang van de metro afgezet werden, met slapende baby’s op de schoot, huilend bedelen. Terwijl jij, al winkelend voorbij wandelde en jij je afvroeg of die kindjes werkelijk zo ziek waren, waren de overige zigeuners en de iets wat grotere kinderen waarschijnlijk op het dievenpad op zoek naar loshangende koperdraad en oude licht dementerende vrouwtjes (zoals mijn eigen moeder meemaakte) waar ze zich met een smoesje binnen konden lullen om wat juwelen achterover te slaan. Ik wil niet veralgemenen, maar ik veronderstel niet dat ze van het accordeon spelen of bedelen met zijn allen konden leven… Telkens wanneer je rond 24 mei ergens in Zuid Frankrijk in de wijde omgeving van Les-Saintes-Maries-de-la-Mer in de Camargue kampeerde, kreeg je van de kampeereigenaars de wijze raad alles supergoed achter slot en grendel te houden of je zo snel mogelijk uit de voeten te maken. Alle campings, de dijk en de omgeving van les Saintes stonden vol witte kleine vrachtwagentjes, grote Mercedes- auto’s en megacaravans. Op die datum kwamen van einde en verre alle Roma- pelgrims bij elkaar om hun zwarte Madonna, de heilige Sara  en bij legende de twee Maria’s die aanwezig waren bij de dood van Jezus, te vereren. Deze twee laatsten zouden dan met een gammel bootje van Jeruzalem tot in de Camargue gesukkeld zijn…Onder gitaargetokkel, dragen zigeunermannen, behangen met dikke  gouden halskettingen met daaraan fonkelende Christelijke kruisen, dan vanuit de kerk in een processie de zwarte Sarah-pop en het duo Maria’s naar de zee. Tegelijkertijd bedelden de kleine smoezelige kindjes in de straten van Les Saintes en stroopten de vrouwen de straatjes af op zoek naar lichtgelovige slachtoffers. Zij vroegen aan de naïeve toeristen om een geldbriefje op hun hand te leggen en terwijl ze dan met wat blaasjes de toekomst voorspelden en hoe oud je waarschijnlijk zou worden, zaten de kinderen langs de andere kant in je handtas of pikten ze ongemerkt je portefeuille. Het achtste gebod: “Jij zult niet stelen”, is vermoedelijk niet in hun zigeunerbijbel opgenomen. Als je in die periode in Zuid Frankrijk op een camping stond en er in de omtrek rondrijzende zigeuners geannonceerd waren, dan kreeg de campinghouder slapeloze nachten omdat hij ’s nachts de boel extra moest observeren. Men mocht het kampeerterrein met prikkeldraad omringen, een bareel aanbrengen, de gracht rond de camping zo diep en zo breed maken als men wou, telkens opnieuw verdwenen er caravans die achteraan op de camping in de winterstalling stonden. Tegelijkertijd, als een dief in de nacht, roofden diefje en diefjesmaat, op de camping, bij hun aftocht, uit alle voortenten en bungalows alles wat maar los en vast zat. Campingzeteltjes, picknicktafels, badhanddoeken en kinderkleding veranderde van eigenaar, zelfs de koelkasten in de voortenten werden leeggehaald. Aangifte bij de lokale kustpolitie was tevergeefs, want die haalden alleen de schouders op. ‘Proces verbaal opmaken was onbegonnen werk! Niets aan te doen! ‘t Was een jaarlijks terugkerende plaag.’ Maar wat gebeurt er nu? In plaats dat die zigeunernomaden in een caravanoptocht rondzwerven en, zonder toelating van de boer, allerlei weides en akkers bezetten, kraken ze nu leuk alle leegstaande en onbewoonde eigendommen. De gratis all in formule is in, de caravanwoonst is out! De kans zit er in dat als je na enkele overwinteringmaanden naar je verlaten huisje of appartementje  terugkeert, er een roedel  gipsy kings in je bed slapen, je gas en elektriciteit opsouperen en met je servies, potten en pannen ‘kokenetentje’ spelen. Er is nu sinds vorige donderdag een nieuwe wet, die kraken strafbaar maakt, maar als eigenaar heb je nog steeds niets in de zigeunerpap te brokken. Je kan de politie bellen, maar als die vaststelt dat je eigendom gedurende een maand of drie onbewoond achtergelaten werd, dan kan of mag de arm der wet nog steeds niets ondernemen. Het binnengedrongen volkje krijgt bijgevolg nog een volle week om je boel af te breken en als je pech hebt gaan ze nog pro deo, op onze kosten in beroep tegen de uitzetting ook! Jij kan als eigenaar of bewoner van het adresje, in afwachting van de uitzetting, nog rustig ergens een maandje op eigen kosten op hotel gaan… Het zou zo simpel kunnen zijn! Politie bellen: ‘Hallo er zitten krakers in mijn huis.’ Of het nu Roma zijn of niet, aan hen het bewijs vragen of nagaan via de gemeente of ze op dit adres gedomicilieerd zijn. Het maakt toch niet uit of dit nu een leegstand of bewoond pand was. Als ik thuis in mijn bed lig en er komt een crapuulboefje binnen, dan heet dat een inbreker. Als ik niet zelf in mijn bedje lig, dan is het een kraker die we met alle sociale egards moeten behandelen…Als zulke nieuwe wet niet zo zielig in elkaar gestoken was, zou het om te lachen zijn. Eens kijken of minister van justitie Geens er mee zou kunnen lachen als zijn villaatje plots gekraakt zou blijken te zijn? Het is zelfs al zo ver dat eigenaars hun lege woning niet meer te koop durven zetten, want die annonce blijkt een aanzuigeffect op het krakervolkje te zijn. Indien dat geteisem geen domicilie kan bewijzen, dan moeten we alle mannen, vrouwen, zelfs diegenen die op het punt staan te bevallen en kinderen onmiddellijk oppakken, met het dievenkarreke naar een gesloten instelling afvoeren en hop terug naar eigen land repatriëren. Vermits Roemenië wel een Europees land is maar zich niet in de Schengenzone bevindt, moet het toch klaar en duidelijk zijn dat dit land voor zijn eigen burgers moet zorgen. En nu kunnen jullie zeggen, ze viseert een bepaalde doelgroep, maar buiten dat ons huis gekraakt werd, hebben wij alles zelf meegemaakt of gezien. Waar is de tijd dat de zigeuners nog met caravans rondtrokken??  Er zijn geen zekerheden meer in het leven!

Sim
28 0

Dreef der Gedachtenis

Dit is een hoek van de begraafplaats aan de Viale Rimembranze in Crone, nabij het Idromeer in Italië. Dreef der Gedachtenis. Bijna vier jaar geleden schreef ik, na de plaats bezocht te hebben, het volgende:     En dan het dode meisje. Achter het kerkje in Crone volgde ik een weg, omboord met zwart-witfoto’s van wereldoorlogshelden, die naar een begraafplaats leidt waar bloemen overheersen. Roze, geel, rood; ze verstikken de graven, verbergen de urnenwanden. Ik zocht daar naar het recentste graf, een verse dode. Bij een urnennis met daarvoor drie vetplantjes zakte ik door mijn knieën, om zo de foto te kunnen bekijken van de Italiaanse schone met weelderig krullende haren. Dat zo’n schoonheid verloren was gegaan, trof me. Ik blijf haar gezicht voor me zien, maar verder wou ik niets laten doordringen, omdat ik al voorvoelde dat ze me zou achtervolgen. Geen naam, geen exacte leeftijd (ik herinner me alleen dat ze ergens in de jaren ’90 was geboren), ik heb nièt de liefdesbrief gelezen die erbij lag, ik heb geen foto van het graf genomen, ik ben er de dagen erna niet naar teruggekeerd. Alleen de sterfdatum (13-05-2014) en het gezicht.
En in de auto op weg naar huis voel ik me dus triest om dat meisje over wie ik niets weet. Omdat ze gestorven is. Omdat er zo veel sterft.     Die Italiaanse schone is me gevolgd tot in 2018. Over twee maanden zal ze vier jaar dood zijn. Ik heb nu spijt dat ik geen foto nam van haar graf. Haar naam, haar foto met het gezicht dat ik inmiddels vergeten ben (ik zie alleen rosse krullen), de liefdesbrief verpakt in plastic. Ik denk niet dat die er nog ligt, maar ik hoop het wel. Vanochtend moest ik plots aan haar denken, zomaar, zonder aanleiding. Of toch een die niet te achterhalen valt. Ik dacht: ik ga haar zoeken op google streetview. Haar zo dicht benaderen als ik kan. Ik typte de plaats Crone in de zoekbalk, vond er nog moeiteloos mijn weg, arriveerde met een paar klikken in de Viale Rimembranze, kwam noodgedwongen tot een halt vòòr de, nochtans openstaande, poort aan de hoofdingang van de begraafplaats. Via een zijweg, die ik wel kon betreden, bereikte ik de achterkant van de plaats, waar ik mij ook een poort herinnerde. Die was zowel in 2014 als op de foto dicht.   Ik herinner mij hoe ik diep op de begraafplaats was doorgedrongen, ik was er alleen en het was er zo stil, de bergen hoog en onoverkomelijk rondom mij. En toen kwamen er drie in het zwart geklede vrouwen door de poort die inmiddels ver achter me lag, ze naderden en liepen me voorbij, zonder naar mij te kijken. Ze praatten niet. En toen ik even na hen een hoek omliep, waren ze weg. Ook al was het kleine stuk achteraan, voorbij die hoek, met lange rijen urnennissen, erg overzichtelijk. Het kon niet anders of ze waren door de achterpoort weer weggegaan. Ik voelde aan de poort, maar die was op slot. En toen werd die stilte zo zwaar, dat ik mijn hart hoorde kloppen. Het enige levende hart daar.   Dus daar op de foto, achter dat zwarte hek, het hoekje om naar links, ter hoogte van de drie vuilniscontainers, staat onderaan tegen de grond de urne van het mooie meisje. Een meisje zo heel erg mooi dat je je nauwelijks kan voorstellen dat zij zou doodgaan. Alleen, zag ik toen pas, is zij er nog niet op deze foto. Hij werd genomen in 'sep. 2011'. Zij is dan nog aan het leven. Nog tweeëndertig maanden. Wellicht loopt zij daar ergens rond, mooi te wezen, zich afvragend wat ze vanavond zal dragen voor het feest. Zich nog van geen kwaad bewust. Misschien kent ze de briefschrijver, die om haar zal gaan treuren, nog niet.   Ik sluit de foto weer, en ook mijn gedachten over haar. Misschien duikt ze over enkele jaren opnieuw op in een stukje. Als ik er dan nog ben.  

Katrin Van de Velde
0 0

Zomeravonden

Beste lezer,   De artikels, uitspraken, uitzendingen en op de koop toe bol.com boekverzendingen over de opwarming van de aarde komen allen onze richting uit. Maar weet u geachte lezer, ik merk er niets van. De zomers lijken sinds die ene specifieke zomer alleen maar kouder te worden. Wat een prachtige zomer was dat. Herinnert u zich nog over welke zomer het gaat, of bent u dat ook al vergeten? Uiteraard, vergeeft u me mijn ongepaste opmerking. Het zal niet meer gebeuren. Ik neem u graag mee naar die ene zomer, nog voor er sprake was van schijnbare opwarming, toen er nog geen sprake was van al die kind belastende verwarring.     Hoewel de zon onder ging en haar laatste licht op de dag wierp, leek het opnieuw een van die oneindige zomeravonden. De geur van pas gemaaid gras drong mijn neusgaten binnen en tussen mijn kleine kindertenen voelde ik het korte gras kriebelen. Mijn kleine kinderlichaam voelde aan alsof het heel de wereld aankon. Ik voelde me geborgen in die kleine dorpskern die ik weleens aanzag voor mijn broekzak, niets zou daar ooit iets aan veranderen. De vogels besloten te gaan slapen en  de stilte maakte zich meester van mijn tuin. Met een kinderlijke soepelheid ging ik op mijn rug liggen en voelde ik hoe het frisse gras verkoeling bood. Ik leefde van de voorspelbaarheid en geborgenheid. De sterren lieten me klein voelen, maar hun fonkeling in ruil voor mijn blik lieten me geloven dat er steeds is van mijn geborgenheid zou voortbestaan. Ik liep naar binnen en mama stopte me voor een laatste keer in bed, of dat is de vage herinnering die ik er aan heb. Mooi en goedgelovig viel dat kind met zijn groene grasvoeten in slaap, zonder te weten wat er die volgende dag zou gebeuren.   Die nacht klom er een mannetje bij ons naar binnen, het maakte iets dood in mama en het maakte iets dood in mij. Het maakte mama droevig en droeviger, het maakte mama ziek en liet mama teveel drinken. Dat mannetje moet zelf droevig geweest zijn en jongens toch, dat mannetje had al lang niet meer gedronken.   Die avond was mijn laatste zomeravond. Ik koester nog steeds de veiligheid en geborgenheid die voortleeft in de fonkeling van het zwarte nachtgordijn. Mijn diepste verontschuldigingen aan de schrijvers van de artikels, makers van uitzendingen en bezorgers van de bol.com pakketjes, maar van een opwarming merkte ik niets. De zomeravonden werden enkel kouder.   Het ga je goed,   Immanuel di Fiore

Immanuel di Fiore
0 0

Ergens tussen Peter Pan en Pippi Langkous

Hij is nu niet meer dan een stip in de verte. Een zwaaiende stip. Ik wandel achterstevoren en zwaai wild terug naar mijn vader. De straat is, op ons na, volledig leeg en stil, alsof de wereld ons met ingehouden adem bekijkt ergens achter een gordijn.Dit doet zeer.Meer zeer dan ik had gedacht of gehoopt.Ik vraag mezelf terug af waarom ik dit nou eigenlijk alleen wou doen.‘Loslaten.Ik moet leren loslaten.’Nog een stap en hij verdwijnt achter de muren van Pamplona.Ik zet hem.Hij is weg.Met verdroogde tranen op mijn wangen loop ik de stad uit. Soms denk ik dat ik gewoon niet bestemd ben om volwassen te worden.Ik bedoel, ik weet nog steeds niet hoe belastingen werken (en ik durf het nu ook niet meer te vragen), mijn planten blijven maximaal twee weken leven en bij het horen van ‘huisje, tuintje, boompje’ krijg ik spontaan een migraineaanval. Alle mensen rondom mij maken zich klaar voor het volgende hoofdstuk van hun leven terwijl ik liever terug wil naar heksensoep maken in de tuin en Harry Potter-boeken lezen. Ik ben nu eenmaal een moeders- en vaderskindje.Een trouwe klant van Hotel Mama.Een klein verwend nestje.En vol bewondering kijk ik naar de vriendinnen die zich zorgen moeten maken over verzekeringen, huishuur en kapotte wasmachines. Zij durven tenminste op eigen benen staan.Ik heb altijd al het gevoel gehad achteraan te lopen.Of beter gezegd: te manken.Alsof mijn mentale groeispurt een vertraging heeft opgelopen waar alleen de NMBS jaloers op kan zijn.En nooit was ik kleiner dan hier, op die straathoek in Spanje. Niemand voor of achter me om me op te vangen als ik val.Ik wandel, zonder stoppen, vijf uur aan één stuk door.Ik heb nu eenmaal heel wat in te halen. Maar hoe hard ik ook ren, in de ogen van de wereld blijf ik een snotneus.  En blijkbaar moet ik, om volwassen te worden, eerst mijn rijbewijs halen, alleen wonen en ruzie staan maken over dekbedovertrekken in de IKEA. Dus dan ben ik nog liever even kind als het mag.Een kind dat alleen kan zijn. Een kind dat zichzelf leert vertrouwen en liefhebben.Een kind dat kan sprinten als het moet. En nu moet het.Dus ik zwaai en laat je los, op deze straathoek van het leven.Ooit zal ik mijn planten wel water leren geven.

Woordenwandelaar
0 0

Aan de moeders van kinderen met autisme die het beu zijn

Lieve mama, Ik weet dat je van me houdt, meer dan van het leven zelf, dat heb je zo vaak verteld toen ik nog een baby was en enkel jouw gezicht zag als een vast en zekerheid. Dat je niets liever wil dan dat ik opgroei tot een gelukkige stabiele volwassene, dat is toch wat elke ouder voor zijn of haar kind wil? Je had zo’n grote verwachtingen, nog voor ik geboren was. Verwachtingen die je nu bijna elke dag, op aanraden van dokters moet bijstellen. Elke dag zie je me weer thuiskomen na een drukke dag op school, en zou je liever hebben dat ik ergens anders bleef, ik weet niet of dat beter zou zijn, maar jij kan mij wel wegdoen, je kan zelfs weglopen van me… Maar ik kan niet weglopen van mezelf. Elke dag beloof ik mezelf dat ik een beter kind voor jou zal zijn, je zal sparen van het verdriet en de paniek die in mijn onderbuik elke dag borrelt tot het overkookt. Elke dag wil ik een beter mens zijn, een betere leerling voor de juf. Elke dag sta ik op met het vaste voornemen te doen wat iedereen van mij verlangt, en wat bij anderen zo natuurlijk lijkt te komen: een hand te geven aan de nieuwe mensen die op mijn pad komen, zelfverzekerd in de ogen te kijken als ik iemand moet spreken, en vooral niet achter je been wegschuilen omdat ik bang ben voor de nieuwe gezichten die mij tegemoet komen, en al zeker niet schreeuwen als vermoord als iemand me aanraakt. En toch doe ik het elke dag weer. En dan is er opnieuw die morgen, soms uitgeslapen, want hoe vaak lig ik niet te piekeren over dingen waar ik eigenlijk niet over zou moeten piekeren, alleen in mijn kamer, waar niemand me kan overprikkelen of me angst aan kan jagen, en dan maak ik weer die loze beloftes, maar dan komen ze, de dingen die ik niet ken, niet begrijp, niet verwacht, en dan voel ik het borrelen en borrelen tot het overkookt, want overkoken zal het doen, dat weet ik vanaf het moment dat ik het voel borrelen. Ik ben net zo machteloos als jij, mama, ondanks de beloftes. Ik stel teleur, dat weet ik, en dat hoor ik vaak genoeg, en dat terwijl ik ‘s morgens alleen op mijn kamer mezelf zo heb beloofd om niet teleur te stellen. Vandaag heeft iemand me gezegd dat je kan genezen door het drinken van bleekmiddel… Als je me zou vragen om het te drinken, zodat ik zou genezen, dan zou ik het doen, misschien nog meer voor jou dan voor mezelf, want ik wil niets liever dan je een gelukkig, stabiel kind geven. Hiervoor heb je niet getekend, dat weet ik. Het vraagt teveel, en de wereld begrijpt het niet, omdat ik het borrelen kan verhinderen van koken tot ik bij iemand ben die ik vertrouw, en de enige die ik echt vertrouw ben jij. En dan is het allang meer dan koken, is het als een vulkaan die uitbarst. Dan doe ik je pijn, omdat ik weet dat jij de enige bent die ik mag pijn doen, en toch nog van me zal houden. Jij bent namelijk de enige die ook nadat mijn masker is afgevallen, en ondanks dat je me een lastig kind zal vinden, toch de volgende dag aan mijn bed zal staan om mij wakker te maken. Dat weet ik, dat is de zekerheid die ik heb. Misschien moet je een nieuw kindje maken, zonder autisme, die je geen tranen in de ogen geeft, maar een glimlach rond je lippen. Waar je als kind geen zorgen over moet maken hoe het van school zal komen, of waar je je geen zorgen over moet maken dat het als tiener midden in de nacht je zal opbellen om het te komen halen omdat het liever dood wil dan nog lege omhulsels te zien, waar je je geen zorgen over moet maken of het ooit meer zal zijn dan een zorgenkind, je geen zorgen over moet maken wat er met hem of haar zal gebeuren als jij er niet meer bent. Ja, dat verdien je, dat had je eigenlijk verwacht voordat ik geboren was. Want ja, net zoals het jou pijn doet om mij ongelukkig en overprikkeld te zien, doet het mij pijn jouw ongelukkig te zien met mij. Ik doe alles voor je, mama, ja, zelfs weggaan, want dat kan ik wel voor jou doen, ondanks dat ik maar niet kan vluchten van mezelf. Zo vaak heb ik dat geprobeerd, ik zet dan mijn hoofdtelefoon op mijn oren waarin Epica maar door blijft schreeuwen en dan sluit ik mijn ogen, want haar schreeuwen is mooier dan het mijne. Het enige wat ik maar niet lijk te kunnen, en waar jij zo naar verlangt, is mij gelukkig toveren, mijn borrelend schreeuwen vermanen te kalmeren. Ja mama, jij bent het beu, dat begrijp ik, maar meer beu dan mij zal je het nooit worden.

Malakh Ahavah
125 0

Normaal betekend...

  Het pompen van mijn hart is zo voorspelbaar dat ik er verdrietig van wordt. Mijn ene been staat op de grond terwijl de andere geen stap vooruit wil zetten. Ik kijk naar de dozen diepvriespizza. Margherita? Ik knik; ja zo heet de pizza, de man kan lezen. Ik stap met Margherita de deur uit. Margherita is mijn ontbijt, technisch gezien dan.   Al die mooie woorden over lekker in balans zijn. Ik lig volkomen in balans op de bank. De Margherita wil eruit. Mijn darmen duwen de deegbal met stevige tegenzin naar de achteruitgang. Ik ren naar de wc, duw mijn onderbroek naar beneden en klap dubbel. Een feest van gespetter en lucht. Opgelucht veeg ik het zweet op mijn voorhoofd weg met de achterkant van mijn hand. Enkel Margheritas opwarmen en ze op de zetel door mijn darmstelsel laten glijden lijkt me geen optie.   Je kunt alles de schuld geven. Dat je je regels hebt, dat het koud is, dat je eenzaam bent. Het ondraaglijke vervelen dat een voedingsbodem is voor creativiteit. Kinderen moeten zich vervelen, dat is gezond, daar worden het creatieve mensen van.   Goed dan. Ik zal me nog wat vervelen. Dus gewoon verder leven en dan gaat het vanzelf voorbij. Een ontevreden hoofd dat als een verwend kind meer wil, nog veel meer. Uiteindelijk wordt alles vervelend, zelfs avontuur.   Moeten, zorgt voor een apathisch wachten achter gesloten deuren.   Als ik nu gewoon hartstikke gek zou zijn. Maar echt knettergek en ergens in een of ander huis met nog meer knettergekke opgesloten zat. Ik zou niet eens beseffen dat ik opgesloten zat want ik was gek. Heel de dag zou ik in mijn eigen wereld vertoeven waar het geweldig zijn is. Ik zou lekker gek doen met de gekken en dat zou genoeg zijn. Nu besef ik maar al te goed dat ik opgesloten zit tussen allemaal mensen die denken dat ze normaal zijn.   Te gek om los te lopen.   Blijven hangen in het niet willen. Een plek waar alles mogelijk is zolang het maar binnen het budget blijft. Je mag spelen zolang het past binnen het kader. Maar wat als de leegte zo vol voelt dat je uit elkaar lijkt te barsten. Kunnen mensen je nog zien als je jezelf niet meer ziet? Te bewust van jezelf zodat schaamte je aankijkt in de spiegel. Ik zoek een waarheid die verborgen zit in de grijstinten van het mens zijn.   Hoe kan zo,n raar kind uit normale ouders komen? Of is het de normaaligheid die haar verveeld?   Normaal betekend: voldoen aan de norm...zeggen ze.   c: hanneke (tekst en beeld) www.missbluesky.be

Miss Blue Sky.
0 0

Kerk & Leven

Twee versleten schoenen bengelen zachtjes aan een tak. Ze zijn bedekt onder de grijze tape: een laatste redmiddel om toch nog even verder te kunnen gaan.Maar daar, aan die boom, was het goed geweest.Mochten de schoenen eindelijk rusten.Ze zijn van hetzelfde merk als diegene die ik nu draag en ik hoop vurig dat dit geen beeld is van wat mij te wachten staat. Ik besluit toch, voor de zekerheid, om mijn veters in het vervolg wat liefdevoller te strikken. Het is rustig op de weg. Niet veel pelgrims te bespeuren. Wel een gigantisch oud, en hoogstwaarschijnlijk, religieus gebouw dat langs de route ligt. Terwijl ik ernaar sta te kijken komt er een man naar me toe gelopen. Hij vraagt of ik een stempel in mijn credential (stempelboekje dat elke pelgrim bij heeft) wil hebben. Mijn nieuwsgierigheid neemt het van me over en ik ga mee met de man, die Neill blijkt te heten en uit Zuid-Afrika afkomstig is. Hij besloot de kerk te kopen en er zijn levensproject van te maken: een plaats creëren waar pelgrims kunnen blijven slapen in ruil voor wat hulp. ‘Alleen vorderen de verbouwingen niet zo vlot,’ zegt hij terwijl we (mijn vader is er ondertussen ook bijgekomen) naar binnen stappen. Mijn ogen moeten even wennen aan het duister maar ik kan het voelen en ruiken.Geschiedenis.Verhalen.Mysterie.‘Dit is hoe een personage uit een Dan Brown-boek zich dus voelt,’ denk ik.Ik moet me inhouden om niet te beginnen zoeken naar de Heilige Graal. Neill vertelt ons over ‘The Abbey’, zoals het gebouw heet. Hoe ze achter iedere steen wel iets vinden. Hoe ze elke dag opnieuw, samen met de universiteit, proberen om de geheimen te ontrafelen. Hoe de inwoners van het dorp kwaad zijn dat de kerk die ze lieten verkrotten, nu toch iets waard blijkt te zijn. Hij haalt plannen naar boven, toont ons waar ze wat al gevonden hebben.‘Natuurlijk is het meeste gestolen. In 2009 hebben dieven het altaar meegenomen.’‘Vreselijk!’ reageren mijn vader en ik unaniem.Neill schudt het hoofd.‘Een geschenk,’ zegt hij, duidelijk geamuseerd door onze verwarde blikken.‘Door het altaar weg te nemen is er namelijk iets anders tevoorschijn gekomen.’ Hij wijst naar een grote tekening op de muur. ‘Het oorspronkelijke altaar, gemaakt in de 13e eeuw. Ik ben ze dus eigenlijk best dankbaar.’We kijken minutenlang naar de vreemde tekening, proberen er iets uit op te maken. Zonder veel succes.‘Ooit zullen we het wel begrijpen, als we er klaar voor zijn,’ lacht Neill. We nemen afscheid van de vriendelijke man en wandelen verder.‘Ik denk dat er nog nooit iemand zo gelukkig is geweest na een overval,’ zeg ik.‘Je moet toegeven dat het een fantastisch verhaal is. En je kunt er wel wat van leren.’Ik knik.‘We moeten altaren beginnen stelen.’Even stilte.‘Ik had het eigenlijk over het feit dat er soms slechte dingen moeten gebeuren voor er iets goeds tevoorschijn kan komen.’Ik werp een laatste blik op het buitengewone gebouw terwijl ik antwoord.‘Ja, dat ook.’

Woordenwandelaar
0 0

Ode Aan De Ochtend

Het is half zes wanneer de meest vreselijke klanken door de slaapzaal galmen. Weet je wat erger is dan het geluid van een aflopende wekker? Tien aflopende wekkers. Allemaal verschillende. Met een extra portie gesnurk.Dit is de moeilijkste test die mijn ochtendhumeur al ooit heeft moeten doorstaan.Ik draai me om en probeer met mijn kussen de herrie te dempen. Tevergeefs. Rugzakken worden dicht geritst, flessen nog snel gevuld met water. De schaduw van mijn onderbuurman verdwijnt van de muur. Het bed is leeg en verlangt alweer naar zijn volgende pelgrim.‘Ik haat de ochtend,’ denk ik wanneer ik uit het stapelbed klauter. Het water is ijskoud. Mijn slaapogen kijken me nogal kwaad aan in de spiegel en zijn het duidelijk niet eens met de keuzes die ik maak. Ik weet eigenlijk niet of ik het wel eens ben met die keuzes.Nu ja, terugkruipen is geen optie.Mijn kleren liggen klaar op het uiteinde van mijn bed. Dat wil zeggen: de minst stinkende T-shirt en broek die ik nog heb. Het greintje modelgevoel in mij treurt. Fluo gemixt met camouflageprint.A match made in heaven.De rest van mijn spullen prop ik zorgvuldig in mijn rugzak. Mijn toekomstige zelf moet dat probleem met die verloren sok maar oplossen.En dan veters toeknopen en op mijn tippen door de slaapzaal. Ik wil niemand tot last zijn en het goede voorbeeld tonen aan mijn medemens. Tot ik alle lege bedden zie en besef dat ik de laatste ben.De deur valt met veel kabaal achter me dicht. En dan stap ik eindelijk naar buiten. Laat ik de verse lucht in mijn longen stromen en voel ik mijn ogen opengaan. De ochtendnevel kleurt goud. De zon weet duidelijk hoe ze haar intrede moet maken. Ik wil foto’s nemen maar ze doen het beeld alleen maar onrecht aan.Niemand ziet wat ik nu zie.Het geheim van de ochtendmens. — Het is tien uur in de voormiddag. Het bed is warm. Een cocon van flanel en kersenpitkussens waar ik voor geen geld van de wereld wil uitkomen.De wekker gaat voor de zevende keer af.Ik druk voor de zevende keer op de snooze-knop.Beneden hoor ik rumoer. Een radio die speelt, mijn moeder die al aan het koken is. Mijn zus komt de krakende trap op en klopt op de deur. ‘Ga je opstaan?’ vraagt ze. Ik antwoord met een soort onverstaanbaar gegrom en hoor haar terug naar beneden gaan. Nu kan ik het ontwaken niet lang meer uitstellen.Ik trek het laken voorzichtig naar de kant en voel de kilte over me heen vloeien. Buiten is het grijs. Alsof zelfs de hemel me terug naar bed wil sturen. Ik kijk naar de klok.‘In Spanje had ik al tien kilometer gelopen rond dit uur,’ denk ik.Daar waren regendruppels dauw. De koude een troost.En ik voel hoeveel ik verlang naar die morgenschemering.Het begin.Maar vooral naar een geheim,dat mij, jammer genoeg, ontging.

Woordenwandelaar
18 2

3...2...1

DRIE SITUATIES Soms schrik ik van mezelf. Zo kortzichtig. En dan weet ik niet van waar het komt. Ik weet dat het zo niet hoort te zijn en toch is het er dan, een slecht gevoel, een draai in mijn maag, of een steek in mijn hart. De laatste weken maakte ik zo drie situaties mee, waarvan ik dacht ‘Huh??? Wat doet dat gevoel hier?’. Dat gevoel kwam in ieder geval verder van een gedachte. Sinds vanmorgen heb ik het door. De link is gelegd. En het helingswerk is gestart. Ik laat dit los. Ik zal je vertellen waarom.   situatie 1: Bram gaat op zaterdag fietsen en had geen uur gezegd dat hij thuis zou zijn. Ik had tegen mezelf gezegd dat hij er tegen 18 uur wel zou zijn. Toen dat niet het geval was, ging mijn lijf wild tekeer. Ik voelde me onrustig, ik werd super ongerust en mijn humeur zakte naar beneden. Ik geraakte er niet uit. Ik wist dat ik met mijn eigen gedachten dit gevoel veroorzaakte, maar loslaten kon ik het niet. Niet meteen. En er was NIKS aan de hand. Want om half zeven was hij er, veilig en wel en hij had super genoten van zijn fietstocht! Dit deed ik mezelf aan. Gatver!   situatie 2: Bram en Nette zitten in de zetel gezellig naar een film te kijken en ik voel een steekje. Weer denk ik: ‘What the hell???? Waaaaaarom voel ik dit???’. Ik merk dat ik ergens OOK bij in de zetel wil zitten bij hen in plaats van was te plooien). Ik voel me zelfs een tikje jaloers. What the... ‘Ben je daarvoor zo oud geworden?’, zeg ik tegen mezelf. Ik zeg er niks over thuis, want schaam me zelfs een beetje voor mijn gevoel.   situatie 3: Bram gaat uit eten met zijn collega’s. Zo fijn dat ze dat kunnen. En toch. Wanneer hij dit vertelt aan mij, voel ik weer iets in mijn lijf. Weer een soort van weerstand. Kan ècht niet, denk ik bij mezelf. Dit moet je oplossen! Na deze drie situaties waarbij ik denk ‘Sarah, waar ben je in godsnaam mee bezig? Wat doe je jezelf aan?’, krijg ik plots een INZICHT. Ik was gisteren nog de ho’oponopono-techniek aan het toepassen op een oude overtuiging die ik had, toen ik plots inzag dat het allemaal gaat om overtuigingen van TEKORT! Dat ik nog vaak leef vanuit tekortheidsgedachten in plaats van vanuit overvloedsgedachten. En dat ik dus tekort creëer(de!) in plaats van overvloed. En me dus slecht ging voelen en nog meer tekort aantrok hierdoor en blablablaaa.   Bij de drie situaties gaat het telkens over een tekort dat IK ervaar. NIET omdat de ander iets doet wat niet past of niet hoort, of whatever, maar wèl om wat het bij MIJ oproept! IK ZIT MET TEKORTEN! En ik maak daar onmiddellijk ZAT van, want ik laat dat meeeeega los - en ik bèn dat ook zat! Tekort aan tijd, tekort aan liefde, tekort aan vrijheid. Dat zijn de drie tekorten die daar DANKZIJ Bram aan mij gespiegeld werden. En die ik nu inzie. En die ik nu al aan ‘t helen ben. Want weet je, er is helemaal geen tekort aan liefde, vrijheid, tijd of eender wat in de wereld, in het Universum. Er is juist overvloed!!! Van alles!!! Maar al die tekorten heb ik mezelf wijsgemaakt de voorbije 40 jaar. En daar stap ik nu van weg. Tekort is niets meer voor mij. Tekort is een woord dat ik schrap uit mijn woordenboek. Vanaf nu hoor/lees ik een ‘piiiieeeeep’ wanneer dat woordje uitgesproken of geschreven wordt.   TWEE GETALLEN Onmiddellijk nadat ik dit inzicht kreeg in de auto op weg naar ‘t werk (daar gebeurt a hell of a great deal of work, daar in m’n auto!), kom ik een nummerplaat tegen met ‘t getal ‘999’ wat staat voor: Ga aan de slag, lichtwerker! De wereld heeft je goddelijke levenswerk nu nodig. Wijd je volledig, zonder treuzelen of aarzelen aan je heilige taak. Ik denk: ‘OK! The message is clear! Ik moet dus verder blijven helen en oude dingen loslaten zodat ik volledig afgestemd mijn taak kan doen hier, namelijk: die boodschap van leven vanuit je hart en de positieve kracht van je gedachten gebruiken leren aan kinderen. Volgende auto die ik tegenkwam had de nummerplaat ‘NULL’. ‘Nou ja’, denk ik dan, ‘KAN het nog duidelijker zijn?’. De nul houdt verband met gebed of meditatie en de allesomvattende Goddelijke Bron. God praat met je. Nadat ik dus een half uur tegen mezelf aan ‘t praten was geweest in de auto, volop aan ‘t afstemmen, helemaal aan ‘t geloven en vertrouwen op al wat ik leerde de voorbije maanden, kreeg ik deze mooie boodschap (van God hihihi). Made my day! (daar had ik OOK op afgestemd, dat het een mooie, waardevolle dag zou worden).   EEN IN-ZICHT Het is niet altijd allemaal fun en heppie heppie joy joy als je bezig bent met spiritueel groeiwerk. Je moet botsen, om dingen tegen te komen die je niet meer dienen die je dan in liefde kan helen en loslaten. Maar als je dat wéét, dat is het zoveel makkelijker om te doen. Dan zie je het sneller en weet je dat het zo hoort. Dan voel je je nog steeds Creator in plaats van slachtoffer. Want je creëert deze situaties om ze te kunnen helen. En het dient allemaal je Hoogste Goed. En dan hèb je een inzicht. Dan zie je plots hoe het in elkaar zit. En dan beslis je daar ter plekke dat dat het verleden was. En dat je toekomst nu al begonnen is. En je gelooft, vertrouwt, dat elke sprong die je maakt, die je waagt, diep gedragen wordt door Liefde. Door de volle overgave aan al wat komt. Wat is het leven toch PRACHTIG!

Saartje
0 0

Waarom staat er 140 000 euro op mijn rekening?

140 000 euro op mijn rekening. Dat beeld ik mezelf elke dag in. En ik VOEL hoe het zou zijn als ik ze zou hebben. En wat ik er allemaal mee zou doen. Investeren in mezelf, ons huis, sparen voor later en de kids, leuke reizen ondernemen en last but not least geven aan goede doelen. Voorlopig blijft het nog bij dat bedrag min een paar nulletjes. Hier komt verandering in! Ik weet het, ik voel en geloof het en ik leg je uit waarom. Ken je dat gevoel, dat er telkens wanneer jij je rekening opent, een knoop in je maag zit, of een vervelende kriebel, omdat je eigenlijk niet wilt weten hoeveel erop staat? En dat het dan ook dreigt tegen te vallen? Die hoeveelheid geld waarover je beschikt? Dat er heel veel cijfers op je rekening staan, maar dat daar overal een ‘min’ voorstaat wat betekent dat het er af is gegaan in plaats van erbij gekomen? Soms moet je zelfs echt zoeken naar een ‘plusgetal’. Yep. Ik ben dat beu. Al lang trouwens. Ik vond het echt niet leuk meer dat ik telkens ik eens durfde te piepen, dat het dan altijd tegenstak. Dat het dan altijd ‘te weinig’ was naar mijn zin. En dat ik bij mezelf de overtuiging gekweekt had dat elke aankoop die ik deed, hoe klein ook, gewikt en gewogen moest worden. Alles behalve moeiteloos dus. Ik heb mezelf dan ook een ‘handshake’ gegeven en gezworen dat ik daar verandering in zou brengen. Ik geloof en vertrouw in de Universele Wet van aantrekkingskracht. Ik geloof dus helemaal en ècht voor de volle 100% procent dat ik mijn eigen leven vorm geef. Kort door de bocht, want daar gaat het vandaag over, bepaal ik dus ook helemaal zèlf wat er (wel of niet) op mijn rekening staat. Tot voor kort geloofde ik dat er altijd maar een beetje zou opstaan, wat ook was uiteraard (in die richting was ik er al zeker van dat de wet werkt: wat ik denk wordt waarheid). Maar ik geloof dus NU dat ik ook kan creëren dat er een overvloed aan geld op mijn rekening staat! Wat ik op mijn rekening wil, dat is voor mij klaar en duidelijk. HOE het erop zal komen te staan: voorlopig zeg ik daarop: Joost mag het weten. MAAR!!! Ik ben er zeker van dat de Wet ook in deze richting werkt en dat dit dus vanaf nu mijn waarheid is. Ik visualiseer mij daarom dus DAGELIJKS dat er een overvloed aan geld op mijn rekening staat. Dat ik altijd meer dan genoeg zal hebben. Wèg met de oude overtuiging (die al dateert in mijn familie van grootvaderstijd) dat we nooit tekort zullen komen maar ook nooit veel zullen hebben. Ik heb dat altijd geloofd, maar nu niet meer. Ik vind dat ik het méér dan waard ben om een financieel moeiteloos leven te leiden. Om zonder zorgen door het leven te gaan. Om in vrijheid mooie kledij te kunnen kopen en mooie gordijnen voor de kids hun kamers. En daarom geloof ik, vertrouw ik, dag na dag, dat alles loopt zoals gepland en dat ik mooie stappen aan het zetten ben naar God-weet-waar. Ik kan enkel de volgende stap zetten die zich aandient, de uitkomst is voor mij niet zichtbaar, maar zo hoort het. En dat ik door dit te doen mijn financiële vrijheid creëer. Wat ik hieraan zeker nog wens toe te voegen is het volgende. Ik HOU met hart en ziel van wat ik doe. Van deze teksten schrijven, van lezen, van verhalen verzinnen met de titel ‘Het bos van Dachtiketnie’ (wat ik gisterenavond als groot wonder zomaar uit mijn vingers toverde, ik voel me zo vervuld en heerlijk gelukkig dat ik dit heb mogen schrijven, het verschijnt nog en dan kan je ‘t lezen), van aan kinderen (voorlopig de mijne) leren hoe ze hun gedachten op een positieve manier kunnen gebruiken en hoe ze naar hun hart kunnen luisteren. En als… als ik hiermee geen sikkepit zou gaan verdienen, dan is het nog goed. Het gaat me in deze niet om het geld. Het gaat me om wat ik te doen heb. En dat is deze boodschapjes delen. Het verspreiden vind ik belangrijk, omdat ik voel in elke cel, dat ik dit te doen heb. Er geld mee verdienen is een leuke ‘bijkomstigheid’, laten we het zo zeggen. Maar buiten dit, vind ik wèl dat ik (en iedere andere mens hier op aarde trouwens hè), het zoooo waard ben om puur vanuit zichzelf gelukkig te zijn (en dat bèn ik, nu al, zonder voorlopig die 140 000 op mijn rekening en die gordijnen aan de muur) en om in overvloed (op alle vlakken van het leven) te leven. Voel ik me anders wanneer ik me een leven voorstel met die 140 000? Nee. Ik voel me krak hetzelfde als nu. Even gelukkig eigenlijk. Alleen heb ik dan gewoon meer geld. En zo hoort het. Mijn doel is dit. Hier en nu. Elke letter die ik typ. En dat geld mag. Dat maakt het gewoon wat makkelijker om mijn missie te leven. Dan kan ik investeren in mezelf en mijn boodschappen (niet die van de Colruyt, maar mijn schrijfsels natuurlijk). Ik geef èn ontvang met liefde. And So Be It.

Saartje
0 0