Zoeken

Mijn goeie vriend. Bij de hulpverlening. heroïne 1 a

poul Cadovius lives with living, design,1950, 60, ********************************************************************* "Het was ijskoud, vlak voor Nieuwjaar, toen ik hem terugzag. Hij zag er vaal uit en zijn huid was grijs, maar hij was vol goede moed. Ik kwam net de De KRAK in de Korte Koepoortstraat uit toen ik hem ontmoette. Ik had wat spulletjes gekocht voor het nieuwjaarsfeestje met mijn broer – een van de beste feestjes die ik in lange tijd had meegemaakt.Toen ik terugkwam in mijn eenkamerwoning, werd er aangebeld. Het was mijn goede vriend; hij vroeg of hij een tijdje kon komen logeren. Dat mocht, op één voorwaarde: geen heroïne. Als hij wilde afkicken, bood ik hem al mijn hulp aan. Hij beloofde het. Maar de dag daarna vertrok hij, om 's avonds weer voor de deur te staan: compleet van de kaart. Ik liet hem staan. Drie dagen lang beantwoordde ik de deurbel niet, terwijl het buiten vroor dat het kraakte. De vierde dag liet ik hem weer binnen. Hij was gebroken en aanvaardde alle hulp.Ik belde een opvangcentrum omdat we beseften dat we dit niet alleen konden. Op dat moment was hij voor honderd procent bereid om te stoppen. Maar ik wist: zodra de drang weer te sterk wordt, ben ik hem kwijt. Bij alle centra werden we echter afgescheept. Een of ander 'genie' in de hulpverlening had besloten dat men pas na veertien dagen recht had op een intakegesprek. Ik vroeg hen wat er zou gebeuren als ik hem bij hen op de stoep zou achterlaten. De hoorn werd erop gegooid. Ik belde dokters en hulpverleners, maar overal kreeg ik hetzelfde antwoord.Ik legde hen mijn dilemma voor. Mijn vriend was niet zomaar weg; hij was de hele buurt aan het bestelen. De GB op de Groenplaats was in die tijd een gewillig slachtoffer; met een eenvoudige schroevendraaier braken ze daar binnen. Ik vroeg de hulpverleners of ze wel besefte wat er zou gebeuren als de nood weer toesloeg. Hij zou binnen een paar uur weer op pad gaan om te stelen en te scoren. 'Laat hem maar stelen,' zeiden sommigen, 'over veertien dagen is hij welkom voor een gesprek.'Ten slotte belde ik de BRT voor het programma Panorama. Zij hadden net een reportage uitgezonden over een wanhopige moeder die nergens hulp vond voor haar dochter. De mensen van de BRT vertelden me dat die vrouw nog steeds nergens terecht kon, maar ze wisten wel een vrouwelijke arts die bereid was te helpen.Ik nam contact op met deze arts. Omdat zij de ernst van de situatie begreep, regelde ze direct een consultatie. Vlak voordat de apotheken sloten, schreef ze een middel voor om de hunkering naar heroïne te temperen. Het werkte. Die avond viel hij in slaap. Hij sliep een etmaal rond, at een beetje en viel weer in slaap. Hij was volkomen uitgeput.Iedere week gingen we een uurtje op consultatie. Eindelijk vond hij rust in een voor hem veilige omgeving. Hij heeft nagenoeg een maand geslapen. Na twee maanden werd hij steeds wakkerder. Mijn eenpersoonskamer was een veilig, knus nest, maar in de straatjes eromheen loerden de dealers. Hij kon niet naar buiten, of hij liep het risico een van hen tegen het lijf te lopen."   

verf ed: Contemporary interdisciplinair ArtTIST, nen tjolder, nen prutser.
10 0

De foute vrouw

Als ik naar haar kijk, gaat mijn hart sneller slaan. Haar onbedoeld sensuele bewegingen, vooral als ze aan het roken is, winden me op. Ze weet wat ze wil en dat laat ze graag merken. Haar sterke wil schrikt mannen af, vooral omdat ze niet weten hoe ze ermee om moeten gaan. Anderzijds maakt net dat haar nog aantrekkelijker.  Waar ze gaat, doet ze hoofden draaien. Mannen kijken haar na en worden in hun arm gepord door de jaloerse vrouw aan hun zijde. Het geeft haar vleugels, maar ze blijft met haar voeten op de grond. Mannen gaan gretig op haar avances in, maar voor haar zijn ze niet meer dan marionetten die ze bespeelt om aan haar eigen verlangens te voldoen.  Ik zal nooit vergeten hoeveel moeite het me heeft gekost om haar voor mij te winnen. Bloed, zweet, tranen en een kus met een knappe blondine om haar jaloers te maken, al was dat laatste geen straf. Eerst ongelofelijk hard to get, nu kan ik haar al zeven jaar de mijne noemen. Het fladderen is ze nooit verleerd en haar drang naar aandacht van andere mannen blijft. Hoe ze wulps door het leven danst, brengt kleur in onze relatie. Al zijn sommige dagen grauw en somber als ze weer eens in overdrive gaat en het gevoel heeft dat ze tekortschiet. Plots is ze niet meer zo zelfzeker als enkele dagen geleden en zou ze liefst met haar dekentje versmelten met de bank.  Complimentjes en knuffels ontdooien haar beetje bij beetje en geven haar opnieuw zelfvertrouwen. Daar staat ze weer. Zelfbewust, knap, sexy en uitdagend, klaar om haar volgende prooi te verslinden. 

Joni Motmans
11 0

Hondje

Op een bankje in de hal van het station zit een vrouw met een klein wit hondje. Ze is van het gezette type, draagt een broek met motiefjes en een zwarte regenjas. Op haar voorhoofd staat een zonnebril. Het regent. Ze lurkt aan een koffie die ze gekocht heeft van de hippe barista met man bun en tattoos. De meeste mensen kijken op hun gsm, zij niet. Ze staart naar het bord met de vertrektijden, of ze er echt naar kijkt weet ik niet want ze heeft de zonnebril op haar neus gezet. Met haar hondje heeft ze geen oogcontact. Er staat een bekertje aan haar voeten. Ze ziet er toch niet uit als een dakloze? Er is water in voor het hondje. Naast haar zit een oudere dame die ook niet op haar gsm kijkt maar ze kijkt wel naar het hondje. Ze steekt haar hand uit om het te aaien maar wordt meteen afgesnauwd. ‘Dat mag u niet doen, hij vindt het niet leuk, u wil toch ook niet dat ze dingen doen met u die u niet leuk vindt!’ Ik voel medelijden met de oudere dame. Zij wilde alleen maar vriendelijk zijn en ze houdt duidelijk van hondjes. Misschien heeft ze ook een hondje gehad en is het gestorven. Misschien wil ze gewoon met iemand praten en bij het eerste wat ze doet, ze heeft zelfs niets gezegd, wordt ze afgeblaft. De vrouw met het hondje richt haar blik weer naar het bord, de oudere vrouw staart voor zich uit. Ik kijk ook naar het bord. Mijn trein komt over vijf minuten op spoor acht. De oude vrouw is eenzaam. Haar man is net gestorven. Ze had een hondje maar dat heeft ze moeten laten inslapen. Ze weet niet wie van de twee ze het meest mist, haar man of het hondje. Het hondje was lief, het was altijd blij haar te zien, met haar man had ze wel eens een woordenwisseling. Ik mis Gitte. We gaan opnieuw een kat adopteren. Nu zitten ze er nog, in dezelfde positie. Ik wil wel met haar praten. Wanneer is de trein er? Ik zou ook een koffie willen, ik zal het maar niet doen. Niet leuk voor de tandarts, boren in een koffiemond. Straks misschien na de tandarts een cappuccino en een stukje cake? Hmm cake. Ik moet nog eens cake bakken. Spoor acht, vier minuten. De Panos. Bewerkt voedsel. Had ik in de krant gelezen. Heb ik mijn abonnement al betaald? Straks Dancing with the Stars op VTM. Die slechtziende man, hoe heet die ook weer? Hans, Bart? Karl, dat is het. Hij heeft misschien dezelfde oogziekte als Oddvar, het is genetisch, zei Elisabeth. Bij Oddvar en Elisabeth logeren in Zweden, ik kijk er naar uit.Ze hebben ook een wit hondje, zou dat hetzelfde ras zijn? Mijn rug doet pijn, kine, niet vergeten afspraak te maken, briefje niet vergeten. Waar zijn mijn sleutels, waar is mijn gsm? Oef, hij zit in mijn jaszak. Ik heb toch een kaartje gekocht?  De vrouw met het hondje is verdwenen maar de oudere vrouw zit er nog. Ik loop naar het perron. Mijn gedachtentrein dendert verder en de trein naar Kontich komt eraan.      

Ilse Janssens
5 0

In de arena

Thuis in mijn veilige cocon verwerk ik het leven, de oude en nieuwe indrukken die het naliet, en laad ik weer op voor de volgende ronde in de arena. Met de arena bedoel ik iedere ruimte waar ‘anderen’ zijn. Anderen die mogelijk triggers, uitdagingen en oncontroleerbare waanzin op mijn pad gooien. Of anderen met hun verwachtingen, oordelen, conventies en ongeuite maar voelbare energie. Ik kan die ander natuurlijk niet verantwoordelijk stellen voor mijn gevoelens en ervaringen, zo ver ben ik gelukkig al. Het is echter de alchemie van mijn persoonlijke energieveld met dat van een ander waaruit een mix ontstaat die mij ofwel smaakt, voedt, op de maag ligt of doet kotsen. Rustig gecentreerd in mijn eigen authentieke energie zie ik alles klaarder dan ooit. Daar ontstaan de inzichten, levenslessen en de voornemens. In mijn eigen stille veld heerst er een helderheid die mij onthecht van verhalen en materie. Het gebeurt natuurlijk dat ik de verhalen en materie van de arena in mijn cocon meeneem. Dan is er tijd nodig om alles uit te zuiveren. Ik lijk dubbel zoveel tijd nodig te hebben als wat het conventioneel aangenomen werk- en levensritme predikt. Naast de tijd die ervaringen in de arena innemen, heb ik ook minstens dezelfde hoeveelheid tijd nodig om die ervaringen te verwerken, verteren en plaatsen. Daar zijn de agenda’s in deze wereld niet op voorzien. Na een ervaring in de arena, die ook wel het ‘werkveld’ genoemd kan worden, komt er meteen nog één en nog één en nog één. Als ervaringen routineus verlopen, als in voorspelbaar, dan valt er niet zoveel te verwerken, zou je kunnen denken. Dan kan er dag na dag urenlang in de arena vertoefd worden. Ja misschien wel, maar is dat leuk?  Nee Karolien, maar is dit leven gemaakt om leuk te zijn? Het tegendeel laat zich frequent zien. Het hele routineuze en zogezegd comfortabele westerse systeem is er niet voor ons plezier.  Het is er voor ons eigen bestwil, hoor ik het in raamloze kamers galmen. Kamers zonder het uitzicht op ‘iets anders’. Uitzicht op iets alternatiefs? Nee, op iets oorspronkelijk.  Ik heb gemerkt dat veel mensen die zich gevangen voelen in de ratrace getriggerd raken door het idee van een persoonlijk natuurlijk ritme. Omdat zij geen tijd hebben om dieper in te gaan op de authentieke verlangens die in hun persoonlijke centrum liggen, mogen anderen dat ook niet. Iedereen gelijk voor de wet, zeggen ze. Miserie is er om gedeeld te worden, maar mag niet worden aangekeken of benoemd, laat staan aangepakt. Als iemand zegt dat die kiest voor een rustig leven, dan hoor je het briesen in de stallen van de werkpaarden. Welvaart is werken. Comfort is geluk hebben. Tijd is niet altijd vrij. Vrijheid kost geld. Geld is schaars. Het zijn slechts enkele mantra’s die achter de tralies van het systeem weerklinken. Helaas ook overtuigingen die diep geprogrammeerd zitten in vele afgeleide en vermoeide hoofden.   Ik merk dat de tekst zichzelf weer schrijft, zoals wel vaker gebeurt. Ik was eigenlijk niet van plan om het alweer te hebben over dat kromme systeem dat lichtwezens tot slavernij dwingt, maar over het contrast tussen de helderheid en rust in mijn veilige plek en de verwarrende ruis die daarbuiten lijkt te liggen. En hoe uitdagend het is om de inzichten en lessen die in mijn cocon ontstaan ook daadwerkelijk in de arena te belichamen. De arena is het werk- of oefenveld waarin ik mijn opgedane inzichten en levenslessen kan testen in de praktijk. Zo ben ik onder andere scherp gaan inzien dat eerlijkheid een prominente kernwaarde is in mijn leven. Daarnaar leven betekent mijn waarheid, gevoelens en grenzen durven uitspreken. In de cocon klinkt het meestal simpel, maar in de arena lijk ik alles weer vergeten. Wanneer ik mij middenin een praktische uitdaging bevind, je zou het een test of oefening kunnen noemen, dan nemen voorgeprogrammeerde overlevingsmechanismen het al snel over. Had ik me bijvoorbeeld voorgenomen om te spreken, dan betrap ik mezelf in de arena op pleasen en zwijgen. Of als ik voor de zoveelste keer besloten had om mijn grenzen te respecteren, ongeacht wat anderen doen of vinden, dan zie ik mezelf later toch weer een uitzondering maken. De oefeningen in de arena blijven oneindig komen, dus ik heb ook evenveel kansen om het telkens opnieuw te proberen en het dan ‘beter’ te doen. Authentieker en eerlijker. Naarmate ik steeds beter mezelf kan zijn in de arena, des te complexer en slinkser de uitdagingen worden. Soms denk ik een bepaalde wederkerende uitdaging nu wel onder de knie te hebben. Het hoofdstuk omtrent grensoverschrijdende mannen, bijvoorbeeld. Na ettelijke valkuilen meen ik een sterk afgestelde radar te hebben ontwikkeld voor zulke types. Ze kwamen in alle vormen en maten: van transparant en voorspelbaar, tot sluw en vermomd als iemand met inzicht. Maar toch lijkt dat hoofdstuk maar niet afgerond. Keer op keer moet ik constateren dat ik voorgevoelens en intuïtie in de wind heb geslagen en ben ik boos op mezelf dat ik er niet naar heb gehandeld. En waarom niet? Vaak uit angst. Angst om verkeerd te zijn, angst voor oordeel, angst om te kwetsen, angst om af te schrikken, angst om iets te verliezen, enzovoort. Ik word wel steeds geduldiger met mezelf. Het is niet zo dat ik ‘faal’ als ik mijn voornemens en inzichten niet belichaam in cruciale praktische situaties. Als er achteraf in de veilige cocon voldoende aandacht is voor de gevoelens die voortkomen uit de ervaringen in de arena, dan kan dit de inzichten en levenslessen alleen maar bekrachtigen. Dit hele proces van zelfontwikkeling met praktische oefeningen berust op een evenwicht van mentale contemplatie en het bewust doorvoelen van gevoelens. Met dit tweede heb ik het lang moeilijk gehad, wat zich uitte in ziektesymptomen. Dankzij dat ziekteproces werd me duidelijk hoe belangrijk het is om zowel in als buiten de arena te durven voelen. Harde klappen in de arena hadden ervoor gezorgd dat ik het voelen systematisch uitschakelde en verving door overmatig denken en pleasegedrag. Een ziekmakende strategie om te overleven. Natuurlijk wil ik meer dan overleven. Ik wil écht leven. Mezelf niet beperken. Durven authentiek spreken en handelen zonder bang te zijn voor gevolgen. Het besef dat de veilige cocon veel meer is dan mijn knusse thuis dringt steeds dieper door. Het is geen fysieke plek die onderhevig kan zijn aan destructieve krachten, maar het is een ongenaakbaar centrum in mezelf dat ook in de arena toegankelijk is. Dat centrum terugvinden en betreden, te midden van overweldigende of triggerende indrukken, is een procesmatige uitdaging die ik aanga. Ik heb de tijd om de kunst eigen te maken van het gecentreerd blijven, ongeacht welke vertoning er op mijn pad wordt gegooid. En ik weet nu dat dat ‘gecentreerd blijven’ geen neutraal en gevoelloos standpunt is, maar dat het draait om eerlijk voelen en daarmee in het reine zijn.  Het is tegelijk mijn intentie om de spelen in de arena minder gewichtig op te nemen. Om niet langer verontwaardigd en gefrustreerd te zijn bij wat ik de absurditeit, onwetendheid en waanzin van de wereld noem. Ik wil het waarachtige van de afleiding kunnen onderscheiden. Het authentieke van de overlevingsmechanismen. En handelen vanuit de helderheid van mijn centrum. Karolien DemanFoto door Toni Meert

KarolienDeman
12 1
Tip

Vandaag, die dag

Vandaag is de dag waarop je het lijkt te willen goedmaken met je persoonlijke toekomst,die verderop uitgestreken op je ligt te wachten,en die onaangeraakt tot dusver nog ontoegankelijk is gebleken.De autobiografie ervan doet pijn. Persoonlijke data en patronen waarmee je de dagen tot uitvoeren brengt,branden op je geweten,want ook jij bent nog jongmaar ook jij verdoet de tijd (die je had).Je bijt in je lip, de binnenkanten van je handpalmen voelen klam. Vandaag, later, straks, maar vandaag, wanneer ook deze dag je verlaten heeft,rest er onvoldoende daadkracht om nog ouder te worden.Er rest enkel nog de toestanden die is kil voor je. Ik moet traag heropleven en de eerst nog gedempte, hoogst noodzakelijke klanken eruit gooien.Denk ik. Vandaag lijkt een ik wel nog steeds te hunkeren naar wat er ooit mogelijk had geleken.Er is veel meer dan wat ik alleen maar verloren heb zien gaan in de progressiedie we niet meer zullen kunnen meemaken. Jou heb ik meegemaakt; de sterren de nachten.Maar ook jouw aanwezigheid in het ‘tot dusver’ van m’n leven is slechts een opgebrande, kwaadaardige herinnering op het netvliesvan wat zich inwendig weet op te werkentot waarachtig en daadwerkelijk daar. Is het voor het grijpen,maar zonder bewijzen?Bel me. Wanneer het zover is, is het al gedaan.Momenten vliegen voorbij als waren ze luchtledig, maar ik blijf bestaanen dat is in zekere zin problematisch van aard.Waarom op reis gaan nu, als je jezelf meeneemt?De psychologie van het alles vertelt je dat het intergenerationele geheel ervanniet zomaar te pas en te onpas ge-traumadumped mag worden.Toch niet bij vreemdsoortige voorbijgangers, die mensen die in je dagen lijken te passeren.Als je denkt aan het sociale vangnet dat je nodig lijkt te hebben,heb je het eigenlijk over jaren aan ontmoetingen.Het kost dus toch kracht en strijd! Wat ook nog voorbijkomt, namelijk live en rechtstreeks in mijn oren nu, is London Grammar.D.w.z dat London Grammar dit gedicht mede mogelijk heeft gemaakt. Persoonlijke revoluties komen tot stand, seizoenen ronden af.Belachelijk mooie ontwikkelingen als persoontje in de wereld van vandaag,zijn als een toevluchtsoord voor je kwetsuren. Altijd is er wel weer een plek die zeer doet.Altijd weer meer is er een zeer die plek genoemd wordt.Tussendoor definieer je jezelf naargelang de condities en de symptomen.Daardoor zie je door de bomen het bos.Denk je.Niet dus. Jij bent als dag en nacht voor de therapeut.Er bestaat geen nulpunt in de hiërarchie van dom zijn.Als je het niet wil snappen, snap je het vooralsnog niet. Tussen mij en de therapeut is er enkel geen gesprek meer dat onvolkomen onaf is.Waar schrijf ik dat dan even neer, als ik dan toch het relaas van persoonlijke revolutieafsteek?Aftellen maar. 321Nu is het nieuwjaar.Alle conventies moeten overboord.Radicaal mistig vandaag.Dan weer blakke zon.Dit is 2025, maar dan te gast in mijn denkwereld, vormgegeven door de letters op het scherm. Noem het een schaduwbestaan, maar ik heb mezelf uitgespeeld:op de tafel voor mij rusten mijn armen.Ik ben klaar.Ik hoef niet langer iets te willen bewerkstelligen.Kon nu alles blijven zoals het was, noemde Dries Dries.Maar wat ‘ben’ je nog zonder naam? Ik ben verdomme mijn symptomen, mijn tekortkomingen & winstmarge,mijn berekend, overgehouden geluk over enkele decennia,mijn kwetsuren & overwinningen. Allemaal vandaag,die dag dienet zoals het schrijven van dit gedicht,moeite kost. Dan, later, straks en dus vandaaglijkt die dag, steeds meer op zichzelfen zo ook een ik.Ik ben in vrede gekomen, en zal zo ook gaan.Volledig in rust gekeerde symfonie steekt af,en zo hoort een dag als deze dan ook te gaan.

Dries Verhaegen
105 2

Slechts brokstukken

Het overweldigende gevoel, zich vertakkend in verwarring, stamt uit alle mogelijkheden, beweringen en waarheden die rond mij samentroepen. De ene al dwingender dan de andere. Als straatkinderen die in mij een rijke toerist zien, met zakken vol aandacht en ander snoepgoed. Ik ben in het verleden gul geweest, maar wil mij niet langer laten pluimen. Mijn strategie klinkt simpel: voelen wat voor mij klopt, de rest negeren. Alleen nog focus op het intuïtieve gevoel, geen verstrooiing door verhalen. De verhalen bonzen op de poort van mijn heiligdom. Ik zet daarom het volume van mijn innerlijke wereld hoger zodat ik ze niet hoor. Het duurde even voor ik die volumeknop vond. Het gebeurt nog dat ik hem even kwijt ben. Een illusie wordt niet altijd doorprikt door haar te doorzien. Weten dat er een illusie is, verandert de illusie niet. Het verandert voor mij wel de handvatten in hoe ermee om te gaan. Handvatten die ik eigenhandig uit mijn kern heb moeten beeldhouwen. Want het onechte diende zich aan zonder grip. Of: ik was het die zich aandiende in het onechte, om redenen die ik vergeten ben. Kwetsbaar, puur en open arriveerde ik ergens waar ik niet thuishoor, maar blijkbaar wel dien te zijn. Met alle informatie in mijn wezen, behalve de verhalen van deze wereld. Er werd mij geleerd hoe te denken en te spreken, en de verhalen overschreven systematisch wat ik wist zonder woorden. Denkend en sprekend in een taal die de mijne niet is, tracht ik, decennia later, te herinneren wie ik oorspronkelijk ben. Om het echte van het onechte te onderscheiden, is mijn gevoel er dus als enige betrouwbare leidraad uitgekomen. Uit het oneindige kluwen van redeneringen trek ik aan de lijn die me rechtstreeks naar ‘binnen’ leidt. Mijn houvast, mijn handvatten, zijn niet langer tastbaar. Ik vind tegenwoordig meer grip in de leegte, in het vacuüm van het zinloze. Wat ooit chaos leek, voelt nu bevrijdend. Ik verkies chaos boven gestructureerde verwarring. Wat zich in het onechte als logisch en normaal voordoet, maakt deel uit van een artificiële zingeving. Het is die zin, verzonnen, opgelegd of pijnlijk ontbrekend, die het leven van gewicht voorziet. Zonder die zin is er alleen maar bewegingsruimte. Zonder zingeving is er geen agenda of planning, enkel maar het aanwezig zijn in het moment. Deel uitmaken van de leegte. De onechte structuur waarin ik scheef groeide, maakte mij tot een samenhangsel van onbewuste stukken en vastgekoekte angsten. En zo bewoog ik mij doorheen oneindige raadsels van informatieve zingeving. Er openbaarde zich een oneindige zee aan mogelijkheden die ik kon ‘benutten’, waar ik iets mee kon ‘doen’, iets over kon ‘denken’ en ‘zeggen’, iets van kon ‘maken’. Allemaal met het achterliggende idee dat het ‘iets’ is. Dat ‘iets’ beter is dan ‘niets’. Maar met vallen en opstaan wist ik mezelf recht te trekken uit deze illusie en herinnerde ik weer dat ‘niets’ aan de basis lag van alles. Ik kan natuurlijk altijd ‘iets’ neerzetten waarvan ik weet dat het ‘niets’ is, om mijn tijd hier enigszins vermakelijk door te brengen, vandaar ook deze tekst. Het belang van materiële aanwezigheid reduceert enorm wanneer het besef van zinloosheid zijn licht, dat soms als een schaduw voelt, werpt op de dingen. Ik heb gegraven en gewroet in de bodem van wat mijn fundering zou moeten zijn; ik dacht er wortels te vinden, maar vond er vooral verhalen en verwarring. Dan maar in het ijle drijven en zien waar de stroom mij brengt. Er is nog weinig waarop ik mij kan vastklikken dat van waarde is. Ik moet mij in nauwe hoeken wringen om de normaliteit van de simulatie mee te spelen. Het comfort dat mensen in deze onechte wereld denken te vinden, is iets waar ze in hun naakte bewuste essentie nooit voor zouden tekenen. Maar hier, in de overweldigende beperking, geeft het schijnrust. Die schijnrust is een muur die ik al jaren aan het afbreken ben om te zien wat erachter ligt. En nu verschijn ik tijdens sociale interacties met slechts brokstukken, waarmee ik snel opnieuw een schamele constructie maak die het even volhoudt. Hoe lang nog? Mijn lichaam geeft nu duidelijker dan ooit aan dat de muur afgebroken is en ik quasi naakt in de leegte sta. Opnieuw kwetsbaar en puur. Ik ben dus niet langer bestand tegen interacties die niet authentiek voelen. De beperkende middelen en taal die ik nu gebruik om deze tekst te construeren, zijn tools van de matrix. Deze woorden zijn niet meer dan vage schimmen van het ‘niets’ dat nu in ‘iets’ gepropt wordt. Maar misschien valt er te snoepen van een glimp echtheid die uit de lege omhulsels lekt? Dat hangt natuurlijk ook af van het bewustzijn dat over deze letters dwaalt. De meeste mensen zullen op hun honger blijven zitten. Dat komt onder andere omdat ze in een omgekeerde wereld leven. Ze hebben zich daaraan aangepast. Ik blijf het lastig vinden, zo ondersteboven, en vind het in veel ‘normale’ situaties niet gemakkelijk om mijn maaginhoud binnen te houden. Ik voel me ook vaak moe. Moe van hier dag in, dag uit te zijn. Of te doen alsof ik hier ben. Schipperend tussen misschiens en mogelijkheden, het minimum uitvoerend, want ‘je weet nooit’. Veel schrijven en lezen omdat niet schrijven en lezen misschien ramen en deuren sluit. Ramen en deuren in de muur waarvan slechts brokstukken overblijven. Tekst door Karolien DemanFoto door Toni Meert

KarolienDeman
12 0