Zoeken

Monsieur le roi

"Ik eet het graag", zei ik tegen mijn vrouw. "Maar ik ben het niet graag." "Sardientjes", vervolgde ik vooraleer ze kon zeggen dat ze in de tram geen zin had in raadsels. We stonden als sardientjes op elkaar geperst. Sommige mensen waren behoorlijk aan het zweten. De olie in het sardienblikje. Een man achter ons was druk pratende met de vrouw naast hem. Hij sprak Frans, droeg een kleurrijk joggingpak en had een hese stem. Op korte tijd vertelde hij drie keer hetzelfde. Hij leek me een ietwat verward. Hij zag dat ik naar hem keek en sprak me aan. Ik meende te begrijpen dat hij vroeg waar ik uitstapte. "Qui? Moi?", vroeg ik. "Non pas vous. Moi", antwoordde hij. "Ah, je ne sais pas monsieur", zei ik. Een man in een net pak die er twee stoelen naast zat, lachte hartelijk. Hij had grijs golvend haar en droeg witte sneakers. "Hij stapt aan dezelfde halte uit als ik”, zei hij. “Nog drie haltes.” Wij gingen er al aan de volgende halte uit. Een wandeltocht en dan naar de nieuwe zaak op de zeedijk voor een verfrissing. We zuchtten tegelijk. Blij dat we twee bevrijde sardientjes waren. Op het terras riep ik de ober. Het was zowaar de man met het kostuum en het grijs golvend haar van op de tram. Hij lachte om de toevalligheid. “U zegt het juist”, zei hij. “Ik hoor liever ober dan garçon. Wist u trouwens dat er een verschil is tussen een kelner en een ober? Kelner is afgeleid van keldermeester, want daar stond de voorraad. En de ober was de oberkelner of hoofdkelner. Kortom, de baas”, lachte hij. “Maar de klant is toch de koning, niet?”, zei ik knipogend. “Helemaal juist monsieur le roi”, zei hij. Nog luider lachend stapte hij naar binnen.

Rudi Lavreysen
33 1

Manisch durven zijn

Je kan last hebben van bepaalde stoornissen als schrijver, zoals er zijn: manisch depressief, bipolair, dyslectisch, ADD, ASS noem maar op. Veel voorkomend bij schrijvers. Of niet? Tja, niet altijd. Net als elke andere mens heb je nu eenmaal te kampen met problemen en moeilijke momenten. En ja soms zitten er achter op de zetel van de racewagen een aantal jeugdtrauma’s, een of andere (leer)stoornis en een etiquette die een therapeut ooit op je kleefde toen je het even allemaal niet meer zag zitten.  Ondanks dat is schrijven voor mij ook manisch durven zijn.  Want het is net zoals met kunst maken: het op een geoorloofde manier in een psychose komen en je ding doen. Een manie in een wereld die je zelf creëert en waarin je helemaal jezelf kan zijn. Net zoals bij een carnavalist, waarbij je als hardwerkende burger even kan ontsnappen aan alle ellende en opgedrongen commerce van wat je moet eten, drinken en zien om je goed te voelen. En net op die momenten wanneer je aan je eigen praalwagen mag werken, dan doe je dat met volle overgave. Dat stukje heb ik mezelf toegeëigend in het schrijven, in mijn geflipte wereld die minder gek is dan de wereld daarbuiten, omdat ik het orde en zin kan geven en woorden als gedachten kan weven in personages die voor mij uitzoeken wat echt belangrijk is, omdat het anders te moeilijk is om uit te leggen. Ik wil wel praten en open communiceren, maar al te vaak blokkeert die deur en blijkt dat er niet geluisterd wordt, of ligt wat je zegt te gevoelig.  Dan keer ik introspectief naar binnen, zoekt die angsten op, zoek de uitgang in het schrijven, van wat ik zie en tonen kan. Massa’s schreef ik zo al, ongepubliceerd. De echte kunstenaar is natuurlijk die mens, die dat kan zonder omwegen en zich daarin kwetsbaar durft tonen. Zo ver ben ik nog niet.  Ik zoek en wonder me heel wat af. Wie ben ik in deze wereld? Hoe vergeet ik, zonder vergeten te worden? Hoe laat ik het verlangen los, om verlangend te zijn? Net als Ingmar Bergman zoek ik me een weg door dit leven heen, om te kunnen blijven staan. Na het bestaan. Dus, als schrijver helpt een kleine psychose op tijd en stond, een geforceerde flow met als gevolg een relatiecrisis. Niet makkelijk voor je naasten, maar het is niet anders.  Schrijven is een gelukkig gebrek waar je bij momenten diepongelukkig mag zijn en andere momenten euforisch. Het is die kleine gekte achter zelf opgezochte gesloten muren, omdat het de enige manier is voor je om te overleven. Het is een dans die je voortdurend oplaadt, van snel, naar traag en zo ritmisch doorheen je leven beweegt, je valt en je staat op, je doet een schaarbeweging en een lift, alles om die ander te entertainen terwijl je jezelf uitput. Want je wil verder geraken, verder dan de dag dat je jezelf verloor en niet meer terugvond. Die dag wil je niet opnieuw meemaken, je wil er wel nog over schrijven, maar met afstand.  Je creëert je eigen labyrint en zet de deur open voor de ander, in de hoop dat die jou vindt en zelf ook helder en duidelijk de uitweg ziet, een mooie uitweg die je uiteindelijk zelf – al schrijvend – ook vindt, waarna je in een nieuw verhaal terecht komt. Of hetzelfde verhaal, maar anders, want ja hoeveel verhalen zijn er al wel niet geschreven? Veel, erg veel, en toch verschillend. Schrijven is manisch, en ook zoveel meer dan dat cliché. Het is hard werken op vrije momenten en geloven dat het kan, dat je echt iets te vertellen hebt en je jezelf in het diepst van je zijn vinden kan, in de hoop dat de ander het begrijpt en je die ander kan meenemen, in een avontuur op weg naar zichzelf.  Zo is het en zou het moeten zijn, voor mij althans, en voor jou?  

Bart Vermeer
71 2

HOE SCHOON IS DE WERELD. a

Hoe schoon op de wereld  De zomerse hei  Dat is hier op aarde   Palestijnen moeten terug naar Gazastrook waar ze onmiddellijk worden gebombardeerd. Hun hoofd explodeert. Hoe schoon op de wereld  De zomerse hei  Dat is hier op aarde   Afghanen moeten onmiddellijk terug naar Afghanistan waar hun hoofden worden afgehaakt. Hun hersenen hebben geen nut meer Hoe schoon op de wereld  De zomerse hei  Dat is'ier op aarde de hemel voor mij ++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++   fotogalery VERF ED https://www.2dehands.be/q/verf+ed+/ https://www.2dehands.be/q/verf+ed+rooie+flikkers+amsterdam%3a+montaigue+de+quercy%2c+frankrijk/ ********************************************************************* Rond 1995 heb ik dat werk gemaakt. Ik noem het "altaar der culturen."Links ziet men een tv, onze gemeenschappelijke identiteit valt van het - silicium - glas - zand.De gemeenschappelijke informatiebronnen zijn verdwenen.De wijzen van vroeger opgevolgd door radio en uiteindelijk als laatste de tv die een ongeveer gemeenschappelijke boodschap uitdragen is niet meer.De informatie is versplinterd.Rechts ziet men een gietijzeren kandelaar daar in een mensenhoofd in papier. Stukken teksten. Krantenpapier "De encyclopedische mens".Gietijzer = nationalistenKandelaar = religieIn het midden staat de hedendaagse mens. Opgesloten. "de encyclopedische mens".Dit deel is gemaakt van een reclame voor lippenstift.Regeneratie KosmetikIn de dubbele wand gaan luchtbellen in het water de hoogte in.In die dubbel - transparantie - plexiglas zit diezelfde "encyclopedische mens".Het geheel staat op dunne platen, glas = chips = zand = silicium.Het geheel steunt op een gietijzeren pilaar = industriële cultuur.De gietijzeren plaat staat op de grond = landbouwcultuur.HET ALTAAR DER CULTUREN. Ik woonde toen in de Aalmoezenierstraat in Antwerpen. De jaren 90 tig. http://www.anamorfose.be/verf/misc-images/verf-t-i-r-e

verf ed: Contemporary interdisciplinair ArtTIST, nen tjolder, nen prutser.
35 0

Cirkelend

Het kan een maandagochtend zijn. Of een zaterdagochtend. Of eender welke dag. De voorwaarde is dat het een warme dag is en dat je nog iets merkt van het dorpsfeest van de avond voordien. Er wordt opgeruimd, de brouwer levert, het maakt niet uit. Het geeft een gevoel zoals in het kustdorpje waar we jaarlijks verblijven. De glazenwassers, de visgroothandel waarvan de meeuwen de bestelwagens herkennen, ze zijn er voor de toeristen komen. Zo voelt het vanochtend in ons stadje. Maar de meeuwen en de zee zijn ver weg. Aan het dorpsplein draait een esdoornblad naar beneden, zoals de schroef van een helikopter. Daar speelden we vroeger mee op de bank aan het voetbalterrein. We stonden op de bank, gooiden de blaadjes naar omhoog en keken wie het langst in de lucht bleef hangen. Bij de bakker stopt een mama met haar zoontje. Hij zit op het fietsstoeltje aan het stuur en praat honderduit. Dat is misschien wel het mooiste wat er bestaat. De mama draagt een oranje jurk. De kleur van de ondergaande zon. Ze staan voor een gesloten bakkersdeur. Ook de automaat geeft geen brood. Dan maar terug huiswaarts. Ik volg ze in gedachten, erboven cirkelend zoals een helikopter. "Wat gaan we dan eten mama?", vraagt de jongen. "Er is nog een beetje brood van gisteren", antwoordt ze. Als ze na een tijdje, de wind op de fiets geeft verkoeling, vlakbij hun huis zijn draait de jongen aan het handvat van het stuur. Daar zit de bel. Dat heeft zijn mama hem geleerd. Hij mag het alleen doen als ze bijna thuis zijn. Thuis steekt de jongen zijn hand in het blauwe opblaaszwembad. Hij voelt of het water nog te koud is. Zijn mama staat in de keuken en kijkt ernaar. Wat zullen we straks eten, denkt ze.

Rudi Lavreysen
18 1

De dodelijke minachting

  Vincent van Gogh die vermoord wordt door een geprivilegieerd zoontje.   Een kleinburger die na ettelijke veroordelingen zomaar een jong gezin te pletter rijdt.  Een bruine man die vermoord wordt door een  geprivilegieerde bende. De bruin die veroordeeld wordt omdat hij een joint opsteekt, terwijl om de hoek een witte, wit hangt te schuiven.   De onaantastbaarheid  waar mee ze door het leven gaan.   Een dodelijke .   Een onaantastbaarheid die iedere geloofwaardigheid vernietigd.  De dodelijke minachting voor de andere in moeilijheden.  ************************************************************************* foto VERF ed  TOGETHER     https://www.2dehands.be/q/verf+ed+rooie+flikkers+amsterdam%3a+montaigue+de+quercy%2c+frankrijk/   +++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++ foto gallery VERF ED https://www.2dehands.be/q/verf+ed+/ ++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++   Rond 1995 heb ik dat werk gemaakt. Ik noem het "altaar der culturen."Links ziet men een tv, onze gemeenschappelijke identiteit valt van het - silicium - glas - zand.De gemeenschappelijke informatiebronnen zijn verdwenen.De wijzen van vroeger opgevolgd door radio en uiteindelijk als laatste de tv die een ongeveer gemeenschappelijke boodschap uitdragen is niet meer.De informatie is versplinterd.Rechts ziet men een gietijzeren kandelaar daar in een mensenhoofd in papier. Stukken teksten. Krantenpapier "De encyclopedische mens".Gietijzer = nationalistenKandelaar = religieIn het midden staat de hedendaagse mens. Opgesloten. "de encyclopedische mens".Dit deel is gemaakt van een reclame voor lippenstift.Regeneratie KosmetikIn de dubbele wand gaan luchtbellen in het water de hoogte in.In die dubbel - transparantie - plexiglas zit diezelfde "encyclopedische mens".Het geheel staat op dunne platen, glas = chips = zand = silicium.Het geheel steunt op een gietijzeren pilaar = industriële cultuur.De gietijzeren plaat staat op de grond = landbouwcultuur.HET ALTAAR DER CULTUREN. Ik woonde toen in de Aalmoezenierstraat in Antwerpen. De jaren 90 tig. http://www.anamorfose.be/verf/misc-images/verf-t-i-r-e

verf ed: Contemporary interdisciplinair ArtTIST, nen tjolder, nen prutser.
11 0

Eigenlijk feitelijk

Welke dag is het vandaag? Het is vaak de eerste vraag van de dag. Na enkele seconden volgt het antwoord en het besef. Moet ik naar het werk? Of is het zondag, zodat ik nog kan blijven liggen en vervolgens naar de bakker voor pistolets? Of is het zaterdag en wenkt de krantenwinkel voor een volumineuze krant? Het zijn telkens andere dagen en andere vragen. Niet in het minst in diezelfde krant. De truc om het snel te weten is je afvragen welke dag het gisteren was. Grootvader stelde de vraag wel eens in het midden van de dag. Na een middagdutje in zijn zetel bij de kachel. Die vraag kwam er niet onmiddellijk, maar pas na enkele minuten. Alsof hij nog even doorsliep met zijn ogen open. "Welke dag is het vandaag feitelijk?", zei hij dan. We hebben wel eens gezegd dat het zondag was, waarna hij schrok omdat hij doordeweekse kleren droeg. Er kon wel eens bezoek komen. Vanuit zijn zetel had hij een ideaal zicht op de straat en op wie er voor het huis stopte. Wie het was, zag hij meteen aan de auto die op de grint werd geparkeerd. Na een blik op de scheurkalender wist hij dat het geen zondag was. "Plagers", riep hij dan vanuit de keuken. We gingen niet zover dat we ook het papiertje van de scheurkalender vervalsten. Dan was iedereen ontregeld. Maar het feit dat hij die vraag stelde, daar kon je de klok op gelijk stellen. Die scheurkalender was een houvast. Opnieuw een dag afgescheurd en ‘s morgens een verse. Net zo vers als het brood dat op de keukentafel lag. Och, het is eigenlijk een kwestie van geluk om het zonder kleerscheuren door te komen. Het gegeven van welke dag het is, slinkt dan meteen aan belang. Dag!

Rudi Lavreysen
20 2

HOOFD, HART en HANDEN

Het kraken van de mesheften onder mijn zolen geeft een verrassend bevredigend gevoel. Bij haar zal dat iets minder het geval zijn, want ze heeft haar schoenen uitgetrokken en ze draagt ze in haar linkerhand terwijl de wind een poging doet onder haar nagelnieuwe regenjas te komen, waar ik alleen maar begrip voor heb, het is er aangenaam toeven. De regenjas hebben we zonet gekocht in een van de opmerkelijk vele regenjassen verkopende winkels aan de bevolkte dijk van De Panne als bescherming voor onze tocht naar Bray-Dunes. We zijn net Frankrijk binnengewandeld, ze wijst naar de eenzame vlaggenstok die moeilijk te ontwaren is vanaf de waterkant, hij steekt net boven de duinen uit. Onze monotone mars staat in schril contrast met ons intense, boeiende gesprek. We hebben het over welke mensen we graag zien en wat die gemeenschappelijk hebben. Het belang van familiebanden en in hoeverre sommige mensen eraan vastklampen als was het een boei in een zwarte, allesverslindende oceaan. We hebben het ook over welke mensen we liever mijden. Mensen die niet oprecht zijn of die denken dat wat ze doen, wie ze zijn of wat ze denken iets uitmaakt. Nu klink ik als een pessimist, maar laat dat net de conclusie zijn van onze conversatie, dat wat zij en ik delen een joie de vivre is zonder weerga, dat we te veel houden van dit leven om alles zo serieus te nemen. En dat menen we heel serieus. Met liefde rollen de namen van vrienden, familieleden en kennissen over onze tongen. We geven elkaar te kennen wat we waarderen in hen, en hoe zij ons zouden zien. Ik zeg haar dat mensen mij soms zien als een (halve) neuroot, een controlefreak, een angsthaas. Gelukkig zien ze me ook als iemand die anderen wil helpen, dingen wil creëren en graag en veel nadenkt over het leven. Je eigen tekortkomingen accepteren en weten wat je als mens te bieden hebt, terwijl je probeert een evenwicht te vinden tussen anderen helpen en jezelf zo goed mogelijk amuseren voordat het allemaal afgelopen is. Als je daarvan uitgaat. Omdat we toch al in een filosofische bui zijn, en ik weet dat zij niets liever hoort dan mijn zweverige gezwets, rakel ik het principe van hoofd-hart-handen van de Zwitserse pedagoog Pestalozzi op, een principe waarmee ik ben opgegroeid in de Steinerschool. Pestalozzi dweepte met Rousseau, hij noemde zijn eigen zoon zelfs Jean Jacques naar de beroemde filosoof. Volgens deze pientere geesten is een kind een kind en geen volwassene-in-wording. Kinderen moeten dicht bij de natuur opgroeien en de baas zijn over hun eigen leerproces. Rousseau is iets analytischer – hij is ook filosoof – en onderscheidt verschillende stadia in het kind-zijn, waarbij de wereld opnemen via de zintuigen voorop staat. Pestalozzi schetst een soort Vitruviusman, de gedroomde mens en burger, waarbij hij een holistisch paradigma presenteert van hoofd, hart en handen. Een mens is pas volledig ‘af’ als hij zowel kritisch heeft leren denken, met zijn handen heeft leren werken maar bovenal, en dat is het belangrijkste, geleerd heeft zijn emoties tot uitdrukking te brengen. Dat klinkt natuurlijk een beetje elitair, maar zij begrijpt goed wat ik ermee wil zeggen. Dat we trouw, eerlijkheid, openheid, vrolijkheid, vriendelijkheid en oprechtheid misschien wel veel belangrijker vinden dan al de rest. Ondertussen wandelen we in het doodse Bray-Dunes. Hoewel er een sfeer van vergane glorie heerst, zegt ze me dat ze zich hier wel ziet wonen. Maar jij niet, zeker? voegt ze er meteen aan toe, wetende dat ik gedij in een bruisende omgeving, ofschoon ik geen people person ben. Dat is het verschil tussen ons, zegt ze. We zijn beiden introvert, maar jij hebt mensen rond je nodig. Christophe Vekeman, wiens ‘Tot God’ ik zopas gisteren uitlas, stelt dat hij mensen niet haat maar ze gewoon niet kan uitstaan. Niet dat dat de conclusie is van zijn laatste boek, waar hij eerder positief uit de hoek komt. Toch neig ik met die stelling akkoord te gaan, hoeveel liefde ik soms ook voel voor mijn medemens. Maar ik heb ze nodig. We zitten op een bankje te wachten op de bus die ons terug naar het Plopsahotel voert, niet dat we daar logeren, maar dat is nu eenmaal de eindhalte. Van daaruit nemen we de KT, oftewel de tram waarop kinderen zijn toegelaten. Stilzwijgend zitten naast haar, ik doe het bijna even graag als niet zwijgend naast haar zitten. We kunnen het ook heel goed, zegt ze zo vaak, samen niets doen. Dan vervallen we in platitudes, zoals we wel eens plegen te doen, maar met een gezonde dosis relativering. En zo hebben we misschien de nodige veerkracht gekweekt bij elkaar. Misschien hebben we die veerkracht louter te danken aan oprechtheid. Dat we elkaar toelaten dingen te voelen, te denken en te doen. Dat we naast een koppel en ouders ook nog mensen zijn met een hoofd vol dromen, een hart vol verlangens en jeukende handen. In al die jaren hebbe we geleerd alles te zeggen, ook de lastige dingen. Blijkbaar kunnen we nu ook al naast elkaar zwijgen, dat belooft voor ons pensioen.

Lennart Vanstaen
6 1

De wijzen komen uit het Oosten

Aan Brussel-Centraal stapte ik onlangs samen met een Aziatische man op buslijn 71. Wat volgde was een gevecht tussen hem en het scantoestel in de bus, met zijn bankaart als zwaard waarmee hij zijn tegenstander te lijf ging. Zonder het gewenste effect. Steeds het rode scherm en bijhorende geluid. O de schande. Deze man kon het niet. Het scantoestel was kapot. Maar hij bleef doorzetten, knalde zijn ING kaart opnieuw en opnieuw tegen het plastieken oppervlak van zijn vijand. Ondertussen slingerende hij naar voor en dan weer naar achter door de bruuske rijstijl van de buschauffeur gecombineerd met de kasseien op het Koningsplein en het Paleizenplein. Hij was een gammel zeilbootje in woelig water.  Ik keek ernaar er vroeg me af: is deze man een dwaas? Een maniak die blijft vechten tegen wat hij niet veranderen kan? Of een onwetende figuur uit het Verre Oosten die gewend is aan de rigide hyper efficiëntie van zijn contreien, waar alles tot in het kleinste detail afgepunt en afgemeten is, en dit soort toestanden ondenkbaar zijn. In Japan zou een mechanicus spontaan harakiri plegen als hij verantwoordelijk zou zijn voor een niet functionerende scanner. Het gebrek aan eer en het gevoel van falen ten opzichte van zijn medemensen dat daaruit zou voortvloeien zou hem levenslang tormenteren.  Het is pas toen ik thuis kwam dat is besefte dat ik zo-even een fundamentele levenswijsheid verpakt als een vaudeville van het middelmatige genre voor mijn eigen ogen afgespeeld had gezien. Dat we allemaal maar proberen, dat het vechten tegen de storm is. Dat we strompelen door de shit die de wereld naar ons gooit, geconfronteerd worden met situaties die we niet voorzien, noch gewild hebben. We zijn allemaal mijn Aziatische metgezel van die busrit, wij scannen allemaal onze bankkaarten tegen niet-werkende scantoestellen.  Je vraagt je mogelijks af hoe het afliep met de held van dit verhaal? Hij stapte af aan de Naamsepoort, richting de metro. Daar werkt de scanner aan de toegangspoortjes wel. Verstandig. Uitwegen zoeken die wel werken. Je bestemming anders bereiken.  Het klopt, bedacht ik me, de wijzen komen inderdaad uit het Oosten.

Boris C
0 0

Opinie: "Door jongeren angstvallig af te schermen van de 'boze' wereld, beroven we ze van hun jeugd."

Ouders, leerkrachten en opvoeders maken zich terecht zorgen over de veiligheid van kinderen. Maar vormt een overdreven fixatie op veiligheid uiteindelijk geen gevaar voor het welzijn van jongeren? Ik schreef er een opinie over. Op de website van VRT NWS kon je onlangs lezen dat je best geen zomerkiekjes van je kinderen online zet. Bij 1 op de 100 Vlamingen wekken beelden van kinderen immers seksuele lusten op.    Een mens vraagt zich af wat er zo speciaal is aan het internet. Een heteroseksuele vrouw houdt toch ook niet op met aangetrokken te zijn door (knappe) mannen wanneer ze het echtelijk huis verlaat? Waarom zouden pedofielen dan ophouden pedofiel te zijn als ze hun smartphone, tablet of pc afzetten? Misschien moeten we gewoon consequent zijn. Als kinderen ook op straat begerige blikken uitlokken, waarom voeren we dan geen Taliban-achtige dresscode in? Beter nog, steek ze in van die opblaasbare sumoworstelpakjes. Dan zijn ze niet enkel beschermd tegen de perverse gedachten van de pedofiele mens, maar ook tegen de scherpe randen en hoeken van speeltuigen, skatehellingen en zitbanken. Wat de overheid meteen een pak scheelt in de uitgaven aan rubbertegels voor recreatiedomeinen. De VRT baseerde haar artikel op een persbericht van Stop It Now! Met dat persbericht wil de organisatie de aandacht vestigen op haar hulplijn voor mensen die zich zorgen maken over hun gevoelens en gedrag tegenover minderjarigen. Nergens lezen we in dat persbericht een oproep om geen foto’s van kinderen online te zwieren. Dat zou nogal vreemd zijn, want Stop It Now! gebruikt zelf AI-gegeneerde beelden van minderjarigen om een punt te maken. De interpretatie van de VRT-journalist is symptomatisch voor onze visie op kinderen: Kinderen zijn tere serreplantjes die we koste wat kost moeten afschermen van de boze buitenwereld. Achter elke struik schuilt een potentiële Dutroux-kloon, uit elke steeg kan een stuurloze monstertruck razen. Geen maatregelen zijn draconisch genoeg om de fysieke veiligheid van kinderen te vrijwaren. Gelukkig schiet de technologie ons te hulp. We geven onze jongeren smartphones met GPS-trackers waarmee we hun hele doen en laten volgen. Speeltuinen en recreatiedomeinen plaveien we met rubbertegels. Kortom, de hele wereld moet op kinderslot. Die fixatie op veiligheid leidt tot een paradox: Door jongeren angstvallig af te schermen van de 'boze' wereld, beroven we ze juist van hun jeugd. Terwijl ouders de buitenwereld verstoppen achter een wirwar van gedragsregels, veiligheidsvoorschriften en al dan niet ingebeelde gevaren, sijpelt diezelfde realiteit in uitvergrote vorm binnen op de smartphones van hun kinderen.  Social media stelen aandacht met angstaanjagende beelden, onhaalbare schoonheidsidealen en een schier eindeloze reeks health- en lifestyletips die een ABSOLUTE MUST zijn als je niet door het leven wil gaan als een absolute nul die op z’n vijfentwintigste nog steeds geen miljonair is. Niet moeilijk dat jongeren gebukt gaan onder angst en onzekerheid. De angstcultuur waarin we ons hebben gemanoeuvreerd betekent gouden zaken voor installateurs van inbraakalarmen, rubbertegelfabrikanten en kapitalistische monsters als X, TikTok en Meta.  Ook demagogen varen er wel bij. Je kent ze wel. Van die types die miljoenen euro’s belastinggeld besteden aan social mediacampagnes, waarmee ze jongeren bang maken voor de Islam, de Woke-dictatuur, de Regenbooglobby, de Great Reset. Gangsters met botox-koppen die beweren jongeren ‘weerbaar’ te maken door ze op te hitsen tegen andere jongeren. De ouders paaien ze met een oude truc: Schreeuw keihard “Won’t somebody please think of the children!” en observeer hoe de massa jou gedwee de sleutel overhandigt, waarmee je hun kinderen opsluit in een gouden kooi. Er is slechts een troost: Kinderen zijn geen makke schapen, maar hongerige wolven – en een wolf in gevangenschap maakt rare sprongen. Misschien is dit wel de harde waarheid: Om jongeren te beschermen, moeten we ze ook behoeden voor onszelf. Pieter Van der Schoot Dit stuk verscheen eerder op Observaties uit het ondermaanse. Schilderij: Árpád Cserépy, Public domain, via Wikimedia Commons    

Pieter Van der Schoot
15 1

Afkapsels

Om de zomer met de nodige positiviteit tegemoet te treden, hadden we ons in de stad waar we een dag naartoe waren, al voor de middag op een terras genesteld. Ook al zei de kalender dat we slechts vijf dagen van de zomer waren verwijderd, toch was het dekentjesweer. Koffie en thee dan maar. En dicht bij elkaar. We waren niet de vroegste vogels. Twee jongedames achter ons zwierden met hun vingers over hun telefoonscherm alsof het een tennismatch was dat ze speelden. Wimbledon ofzo. "Jaaaaa", gilde de ene jongedame. Ik schrok er zowaar van. Ze had wellicht een punt gescoord. "Ik heb die op Insta gezien", vervolgde ze.  Nu moet u weten dat mijn geest 's morgens het scherpst is. Bij haar gebruik van het woord Insta ging er een wereld voor me open. I kid you not, zoals ze dat in het Engels zeggen. Ik verzin het niet. In het taalgebruik van jonge mensen is het blijkbaar toegelaten om bepaalde stukken van woorden weg te laten. De voorwaarde is dat het nog verstaanbaar blijft. Zoals Insta in plaats van Instagram.  Het is geen afkorting. Dat is weer iets anders. Het is eerder een afkapsel.  Erover nadenkend bij de voormiddagkoffie, kwam ik tot de conclusie dat dergelijke afkapsels heel wat voordelen met zich meebrengen. Een conversatie duurt dan minder lang, wat in veel gevallen mooi meegenomen is. Wat zeg ik? In de meeste gevallen. Ik begon een gesprek met mijn vrouw over het thema. Er kwamen direct enkele voorbeelden naar boven in mijn scherpe ochtendgeest. "Ik zal de gaz maar even lezen hè", zei ik. "Of de Z." "Jij nog een kof? Of liever een T?" Tja, dat kan je moeilijk nog korter zeggen. Schrijven wel, maar dat is weer een ander iets. "Wat zullen we straks eten?", ging ik verder. "Heb je zin in ghetti? Of liever frt? Of toch maar tatjes?" "Geweldig hè? Vind je niet?", vroeg ik. "Wat een tijd spaar je daar mee uit, met die afkapsels. Je kan er alle kanten mee uit. Misschien moet ik dat op het werk ook voorleggen. We blijven verstaanbaar, maar de gesprekken worden korter. De baas zal content zijn." “En we maken gebruik van een hip taaltje, waardoor we de jongeren meer betrekken. Wist je dat hip trouwens is afgeleid van hippie?” Ik kreeg geen reactie. Ze was aan het scherm van haar foon gekluisterd. Ze zat te appen. Ze keek op. "Hm?", zei ze. Had ze wel gehoord wat ik vertelde? Maar wacht eens. Die "hm" is natuurlijk ook een afkapsel.  Ik wist niet meteen voor wat, maar we waren duidelijk vertrokken. Ik gaf haar meteen een 'hm hm' terug.

Rudi Lavreysen
29 2

De gestoten teen

Het plan was om met zijn allen te voet naar de stembus te gaan. Ware het niet dat ik zondagochtend bij het opstaan, de bril stond nog niet op mijn neus, mijn grote rechterteen had gestoten aan de badkamerdeur. Die teen kreeg meteen enkele kleuren. Eerst rood, dan geel en tenslotte blauw. Het leek wel een voorspelling van de verkiezingsuitslag te worden, al bleek dat achteraf niet te kloppen. Dan maar met de fiets, terwijl de rest van de familie het met de voeten deed. Een vriend had ons onderweg gewaarschuwd voor een lange wachtrij. Bij ons leek het mee te vallen. Op het eerste zicht, want ik had me vergist tussen bureau 38, waar het niet druk was, en bureau 39, waar een ontzettend lange rij stond. Het leek wel op etenstijd aanschuiven bij de frietkraam op Rock Werchter. We waren bijna halfweg de rij (ik kon de friet al ruiken) toen ik een vage kennis de speelplaats zag oplopen. Ik zag meteen dat hij ‘de truck van het omzeilen van een wachtrij zodat het niet op voorkruipen lijkt’ meende toe te passen. U kent het wellicht. Ergens een babbeltje slaan, daar zolang blijven staan zodat de andere mensen na een tijdje niet meer weten dat je er eerst niet stond. Maar hij zag meteen dat we die truck allemaal kenden, waarna hij braaf achteraan in de rij aansloot. Eindelijk kwamen we binnen. Aan de overzijde bij het andere kiesbureau zagen we iemand met een step binnenkomen. “Je had de fiets nog mee binnen kunnen nemen”, zei onze oudste. En lachen natuurlijk. Afijn, ondanks de gestoten teen werd het alsnog een aardig uitstapje. Het verliep in een allerbeste stemming. Ik heb die dag niet meer gekeken naar de kleuren van mijn grote rechterteen. Twee dagen later waren ze weg.

Rudi Lavreysen
24 1

DE POLL (ODE AAN)

Procentueel gezien heeft een kleine twintig procent van de Belgische bevolking last van pollen. Jeuk aan de ogen, een loopneus of zelfs hoofdpijn. Naast berkenpollen of graspollen die rond deze tijd voor veel hinder kunnen zorgen, krijgen alle medewerkers van het Stedelijk Onderwijs, althans de leerkrachten, sinds dit schooljaar ook andere pollen voorgeschoteld, namelijk vragenlijsten waarin ze tweewekelijks de kans hebben om hun mening te geven over een bepaald thema dat hen aangaat of zou moeten aangaan. Dat kan gaan over het gebruik van de smartphone in de klas of hoe tevreden ze zijn over de infrastructuur. Onlangs mochten we onze voorkeur nog kenbaar maken over het wellicht heetste hangijzer in het Vlaamse onderwijs vandaag: het al dan niet inkorten van de zomervakantie. De resultaten waren, hoe zeg je dat, niet significant? Net 51 procent, waaronder ondergetekende, zou een kortere zomerperiode prefereren boven de huidige situatie. De resultaten zijn dus een goede reflectie van hoe verdeeld de Vlaamse leerkrachten zijn wat betreft hun heilig zomerverlof. Die Poll is voorts een erg nuttig ding. Het is in vele opzichten het tegenovergestelde van het onderwijs: praktisch, efficiënt en glashelder. Je krijgt een vraag, klikt een van de mogelijke antwoorden aan en bam, meteen zie je de resultaten verschijnen. Allemaal niet zo noemenswaardig, maar ik wil het graag hebben over de zestiende poll in de reeks, die me vooral met vragen achterlaat. Ik ben sindsdien benieuwd naar de mysterieuze figuur achter deze poll, die ik volgaarne Pol (of Paul) noem en dus tot een man bombardeer (excuses mocht het alsnog om een vrouw gaan). Het is ook niet helemaal lukraak gekozen, daar deze polls als afzender ‘De Poll’ hebben en worden verzonden naar, u raadt het, ‘De Poll’. De manier waarop de ondertussen voorlaatste poll schijnbaar onbeschroomd tussen alle andere polls is verschenen, alsof het een grap betrof, stemde mijn gemoed vrolijk, meer nog omdat ik wist dat het aan de meeste collega’s voorbij zou gaan. Deze poll peilde naar onze wil om de poll in te vullen. Zo’n kafkaiaanse toestanden worden op zich al door mij gesmaakt, maar het neusje van de zalm vond ik in de antwoordopties. Naast enkele voor de hand liggende antwoorden zoals ‘de antwoorden van mijn collega’s zien, ‘mijn steentje bijdragen’ stond er als laatste keuzemogelijkheid: ‘ik vul het niet in’. Kijk, van zulke zaken word ik dan even erg gelukkig. Dan denk ik, we mogen onze pollen kussen dat er nog van die geniale grappenmakers te vinden zijn in het team Communicatie.

Lennart Vanstaen
15 0