Zoeken

Gedoogbeleid voor een kat

Sinds een half jaar heb ik een kat geadopteerd. Enfin, het is meer een stilzwijgende overeenkomst tussen kat en man in die zin dat ze er mag zijn onder een aantal voorwaarden.   De eerste is dat ze haar eigen haar opkuist. Nou, dat doet ze niet. Overal waar het warm óp zitten is, is een potentiële pleisterplek. Ik zou het fijn vinden als ze altijd op de zetelrug van mijn oma zaliger zou rusten en slapen, onder mijn palmboom, maar de oude doos versmaadt ook mijn éigen zetel niet. Gezien ik een punctuele haarvermijder ben, is een klein aandeel haartjes dus al ruimschoots genoeg om een paar keer na elkaar heel diep te zuchten. Ik kijk haar dan aan, maar meer dan wat gespleten oogblikken gunt ze me niet. Alsof ze wil zeggen: “ik had het veel erger kunnen maken – weet je nog hoe ik het vroeger deed?”   Dat weet ik nog. Tijdens haar puberjaren en nog lang daarna, krabde ze kale plekken op haar rug. Een jaar of twee terug hield ze daarmee op. Ik besloot dat zelfs katten het op hun eigen zenuwen kunnen krijgen.   Dus ik verdraag ze. Zolang ze maar aan voorwaarde twee voldoet: ze dient proper te eten. Brokjes eet ze mooi volledig op en spatten niet bij elke kraak van het bordje af. Ze maakt er helaas een potje van. Je kan altijd zien wanneer ze gegeten heeft. Onlangs heb ik haar een kommetje gegeven met hoge randjes. Ik denk dat ze me dat al de hele tijd probeerde wijs te maken – dat ze nood had aan extra structuur. Ze klaagmiauwde altijd zo vaak. Maar nu het experiment met het diepe potje lijkt te lukken, merk ik een vredige rust opduiken in de zone van haar eetbak. We hebben elkaar begrepen.   Toch zijn er nog voorwaarden. Ik had misschien met deze moeten beginnen, want het is een basale: ze zit ’s nachts binnen als het koud is. Maar ze heeft dat eigenlijk al van voor de winter begon, een beetje heel breed geïnterpreteerd. Die “’s nachts” heeft ze geschrapt uit onze overeenkomst. En “koud” vond ze ook te eng geformuleerd: ze is wel een elfjarige kat, en geen jong kneusje meer voor wie een beetje koude geen zorg is! Kan ik ze ongelijk geven? Durf jij dat? Had jij dan geen bomma die met zo’n vintage gehaakt dekbed als sjaal rond haar hals geslagen zat te koukleumen bij 23° kamertemperatuur in zo’n zetel die de kringwinkels nu steevast weigeren?   Wel, ik denk dus dat ik me in de derde leeftijd beter moet inleven (telkens ik mijn lief-met-kinderen zie smeekt ze me dat ook te doen voor de eerste leeftijd – werk zat dus!). Dat zal me niet slecht uitkomen, want met mijn 45 lentes sta ik ook al zowat op die poort te kloppen. Nou nou.   Voorwaarde vier is momenteel compleet ontspoord en ik heb bij de minister van Dierenwelzijn om een bemiddelaar gevraagd. Áls ze binnenzit, houdt ze haar plas óp. Ik had gedacht dat dat een heel duidelijke regel was (bij hondjes lukt dat toch!), maar gaandeweg is ze beginnen gaan als ze goesting had. Ik zou echt niet in de voeten van mijn mini-yuca willen staan. De plant hangt troosteloos met de oortjes naar beneden en dat zou wel eens door een overdosis kattensappen kunnen komen. Mijn grote palmboom stalkt ze ook. Vooralsnog blijft hij groeien – misschien heeft hij al die pis wel net nodig. Beneden de enorme pot verraadt een hoop bloemaarde haar zondige actie. “Een kattenbak zetten?”, hoor ik je opperen? Neen, daar begin ik niet aan. Dat trekt alleen maar andere katten aan, als die horen dat je je etablissement van te veel faciliteiten voorziet. Ik wil mijn poezenonderdak voorbehouden aan slechts één gedoogkat. Trouwens, ik heb maar één omazetel om op te zitten. Het is mijn week hartje dat de deur heeft opengezet voor die bejaarde kat. Bij de buurvrouw kwam er een jonge knappe kater en twee stevige honden. Maar Simba, want zo heet ze, had geen zin om op haar oude dag nog nieuwe maten te maken. Weet je wel: dat is zoals een bommaake in het appartement boven de bank aan de overkant van de kerk: soortgenoten zien vanuit het raam één hoog is best voldoende, als de seldersoep met vermicelli maar op tijd wordt geserveerd. En  dus ben ik, dierenliefhebber in de theorie, maar in de feiten eerder een dierenafstoter, al ongeveer zes maanden een liefdadigheid aan het doen: een dakloze kat van haar basisnoden voorzien. O, we hebben al eens woorden, redelijk vaak zelfs: ik wil bijvoorbeeld dat ze haar bord leegeet. Maar steevast blijft nog een kattenportie liggen en vraagt ze nieuw voer. Dan gaan we in discussie. Ik win altijd, behalve als ze heel zielig begint te doen. In feite wint zij dus altijd. Het is een ros-wit-zwarte kattin. Het is nog steeds een schoonheid, maar katers heeft ze nooit rond zich geduld. Elegantie is haar vreemd; daarvoor heeft ze te veel marginale straatmaniertjes. Neen, Simba is geen katje om zonder handschoenen aan te pakken – al is het veel geblaas en eerder tandengeknars. Want als de nieuwe jonge buurkat haar opzoekt, blijkt ze toch hulpeloos en in het nauw gedreven. En laat ik haar binnen. Ook al is het niet koud, en is het nog geen nacht.

Jeroen V
14 1

De mol is dood

De mol is dood. Jaja, hij is echt dood. Het was een mannetje. Toen ik hem daarnet een struikenbegrafenis gaf (want hij is gevallen op een grassig slagveld), zag ik zijn piemeltje. Het was redelijk indrukwekkend voor zo’n beestje, en dan was ook dat piemeltje al dood. Mijn buurvrouw met wie ik de tuin deel, heeft me verteld over de veldslag. Ze is trots op haar hond en kat die in een gezamenlijke alliantie tegenover het leger van de mol stonden. De samenzweerders hadden eerst heel lang stilgelegen rond een plek waar de mol (overdag, de domkop) aan het graven was. Ze hadden naar elkaar gekeken en samengespannen voor een hinderlaag. Plots was de hond opgesprongen en beginnen graven. De mol had zich er laten instinken! Hij heeft nog gekrijst, naar ik hoorde zeggen, terwijl hond en kat hem zijn nederlaag zo lang mogelijk wilden herinneren. Ik weet niet zo goed of ik nu mijn blijdschap mag tonen. Per slot van rekening reken ik me bij de groene jongens. Geen donkergroene versie, maar ook geen appelblauwzeegroene. Ooit horen zeggen van een opportunistische politieker met een hoofdstadnaam dat hij groenrechts was. Ex-coryfee Jan Peumans heeft die gladde jongen eens goed uitgelachen waar hij bij zat. Ik wil niet uitgelachen worden door Jan Peumans, die tot mijn kennissen behoort als hij eens een goede dag in zijn herinnering heeft, weet je wel. Als redelijk groene jongen zou ik deze lafhartige aanslag moeten veroordelen. Hond en kat zijn exoten die al vele slachtoffers maakten in de tuin. Vooral de kat is een echte moordmachine. Dat hij nu ook de dociele hond voor zijn kar spande op zijn seriemoordenaarspad, kan enkel op mijn gemeende afkeuring rekening. Zo hoort het, als politiek correcte groenling. Behalve als het een mol is. Want die mol daagt me al jaren uit. Een drietal jaar, als ik precies mag zijn. Mijn leven van die tijd, herinner ik me, zwiept van de ene emotie ten gevolge van de terreinrealisaties van de mol, naar de andere. Het is zo’n beetje de lijm geweest van mijn leven in die tijd, denk ik. Het is ook een beetje een vreemde mol. Zo wou hij niet in winterslaap. Dat vond ik straf! Zelfs dan groef hij mijn ecologisch beheerde pelouse om! Ik lees vandaag dat een mol geen winterslaap houdt. Dus mijn mol is dan toch al een beetje minder vreemd dan ik dacht. Maar toch niet helemaal on-vreemd ook, hoor. Zo groef hij heel oppervlakkig. Zijn gangen liepen echt aan de oppervlakte – zo’n gevaarlijk spel speelde hij! Ik sneed PET-flessen middendoor en stak ze in een mollenpijp. Ik drenkte vodden in benzine en stak ze eveneens in zo’n gat. Ik stak een mollenvangkoker tussen twee gangen. Ik stond ’s morgens vroeg op om hem uit te graven waar hij aarde naar boven duwde (maar hij tekende nooit present). Het hielp allemaal niet. Mijn mol was een doorgewinterd strateeg: míj kreeg hij klein. Soms verhuisde hij voor een paar maand. Een andere keer ploegde hij in de winter een kwart van mijn bos om. Toen dacht ik: zo kunnen we samenleven, vriend. In mijn bos mogen ook de honden schijten; dus jij doet hier ook maar je ding! Toen er honden kwamen, dacht ik: die zien we niet meer terug. Twee maand terug boekte hij opnieuw voor een paar maanden, met open optie. Ik vond dat sneu, dat hij geen plannen had om definitief weg te gaan. Je zou toch denken dat mijn mol intussen die hondenstront moet geroken hebben, en zijn lessen had getrokken. Maar neen. Ik zie op het gras van mijn gedeelde tuin een volwassen mollenlijk. De doders hebben hem vanbuiten intact gelaten, je ziet geen wonden. Het opbaren in een molllenkist zou dus niet veel moeite hebben gekost. Toch heb ik hem ledemaatloos in de struiken gekeild. In oorlogstijd ben je wat harder, wat nijdiger, wat minder begaan met sentimentele zaken zoals een mollenbegrafenis met gepaste teksten en muziek. Nu de begrafenis achter de rug is, de eerste emoties gezakt, de hond en de kat een ereteken kregen opgespeld (wat de kat heel vervelend vond; de hond liet begaan, de sukkel), denk ik terug aan het tragische leven van de mol. En dat van mij. Nu de mol er niet meer is, me geen richting meer geven kan, moet ik op zoek naar een nieuwe levensbegeleider. Elk probleem schept dus een nieuw. Al moet ik het misschien relativeren: mensen struikelen niet over bergen, maar over molshopen. Als mens dien ik de gezamenlijke traditie van spreekwoordelijke wijsheid te onderschrijven. Dus doe ik dat maar: we maken iets niet erger dan het maar is. Ik lees dat mollenpoten geluk brengen en helpen bij het dóórbreken van kindertanden. Mijn zus heeft nog peuters lopen en een baby maakt zijn opwachting. Het wordt een goedkoop cadeautjesjaar.

Jeroen V
2 0

Een Eiffeltoren op een top

“Dáár”, wees mijn jongste de hoogte in, vanop de schaars romantisch verlichte Karelsbrug, boven de donkere schaduw van de beboste Petřínheuvel. “Zie je dat, Jeroen?” Mijn kinderen vinden het leuk hun vader met hun voornaam aan te spreken. Dat voelt soms wat raar aan, maar voor hen is het een spel. Dus spelen we mee: “Ik luister, zoon!” “Daar wil ik morgen graag heen,” zei hij. Ik knikte. We hadden iets om onze Praagse vierdaagse mee te beginnen. Tegen dat we boven aankwamen, waren we al een uur verder, en als ik er nog een leuke omweg vóórzette, misschien al twee. Dan nog drie andere dagen vol zien te krijgen. Het zou wel loslopen. Er was immers nu al één idee, drie uur na het landen en na de tweede van uiteindelijk zeven overtochten over de lange Karelwandelbrug.  Wat boven de heuvel uitstak leek op een moderne uitkijktoren. Het was roze en paars verlicht, toch wel bijzondere kleuren voor een toren die in het donker daardoor dildo-uitstraling had. We wisten van een typisch Oost-Europese TV-toren in de stad (steevast te beklimmen), maar deze op Petřín zei ons (mij dus) nog niets.  Op woensdagmiddag, kort na enen, bereikten we de top waarop een kleine Eiffeltoren stond. We hadden inderdaad ruim twee uren van ons beperkt lichturenaantal (het werd al donker rond halfvijf) besteed aan een omweg via de Praagse Burcht en het Strahovklooster. Er stond best een lange wachtrij die ontmoedigender leek dan hij was. Na nauwelijks tien minuutjes wachten konden we naar boven met een familieticket, dat tot puberale, en dus momentane ontgoocheling leidde bij mijn jongste zoon omdat het niet geldig was om daarmee de lift naar boven te nemen. We moesten met de trap, 58 meter hoog. De trappen liepen buitenom en liepen vlot, perfect gemaakt voor wie tussen 1,70 en 1,90 meter groot was. Daar pasten we alle drie tussen, ik tussen mijn twee bodyguards. Het trappenprotest werd daarmee door de feiten gesmoord nog voor het enige proportie had kunnen aannemen. Gelukkig had mijn oudste zoon de jongste kordaat tot de orde geroepen: “Zaag niet, doe gewóón.” Ik knikte goedkeurend, zo doe je dat. Van dichtbij wás het inderdaad een stijlvolle kleine replica van de drie jaar eerder gebouwde echte Eiffeltoren. Alhoewel. Mijn vriendin was het daar grondig mee oneens toen ze een foto zag. “Dus je vindt de echte Eiffeltoren dan ook maar niets?”, vroeg ik verwonderd, want buiten size zag ik niet echt het verschil. Ik herinner me niet meer wat de grote Eiffeltoren nu net tot een schone Eiffeltoren maakte en deze kleine opdonder tot een lelijke, maar de schone mocht blijven en de lelijke niet. Ik berustte.  Boven was het uitzicht natuurlijk spectaculair. Dat was het al zonder de toren. Onder mij speelden geel, gelig, geliger, bruin, bruinig, bruiniger, oranje, oranjeachtig, vuilgroen, geelgroen – enfin verzin het maar – in het patchwork van boomkruinen. Enkel rood ontbrak. Geen roodkleurende bomen in Tsjechië, toch niet op de vier begindagen van november. Tussen de bomen verrees nog het Spiegelpaleis van diezelfde wereldtentoonstelling die de Petřín-Eiffeltoren in 1891 had gebaard, gevat in de vorm van een houten kasteel met ophaalbrug. We haalden er ons neus voor op want we hebben zelfrespect.    We daalden af naar onze wijk Malá Strana terwijl het bos een uitgestrekte boomgaard werd. Mijn ene zoon verkoos op eigen kracht uit te bollen tot ons appartement voor een broodnodige pitstop op de Karelsbrugappartementensofa, de ander kon ik overhalen vier kilometer boodschappen te dragen. Hij wou koekjes – tja, dan ben je met corvee gejost.  

Jeroen V
5 0

Finn McCool

Op een dag was Schotland voor Benandonner te klein. Hij wou expansie! Benandonner ging op de kust staan van het North Channel dat hem scheidde van Noord-Ierland, en ging wat schelden, tieren en roepen op die onderontwikkelden aan de andere kant van het water.   We zijn 2023 en het ging toen ook al niet anders.   Op die andere kant van de zee wist Finn McCool zich uit zijn geriefelijke schommelstoel gelokt, tooide zich in oorlogskleed en wette zijn dubbele aks. Dat varken zou hij wel eens wassen! Bovendien had hij nu eindelijk een aanleiding om Schotland aan te vallen en in te lijven. Hij had gehoord dat daar wel nog erwten en bonen te kweken waren - broodnodig als die waren voor zijn dagelijkste stew die sinds de bonenpest op zijn eiland nooit meer dezelfde was.   Oonagh, zijn vrouw, vulde twee ossenbesparde karren met picknickmanden, en Finn vertrok voor actie.   Ter hoogte van Aird Snout ging hij basalt uit de rotsen houwen. Dat ging makkelijk: de zes-, zeven- en achthoekige platte stenen die kolommen vormden tegen de kliffen leenden er zich uitstekend voor. Hij gooide ze gedecideerd in zee en creëerde een heuse dam richting Schotland. Benandonners tirades zorgden intussen voor een ritmische cadans in zijn werk en elke dag kwam er een mijl nieuw vasteland bij.   Toen er nog twee mijl te gaan was, was het ook tijd voor de ossen om te gaan. Het oppeuzelen ervan gaf Finn de energie om de laatste blokken te hakken en uit te spreiden over de zee. Benandonner was dat wachten op Finn wat moe en laste een break in. Omdat Finn voor de laatste mijlen haast had gemaakt, had hij hem niet zien komen.   Finn trof een tien meter lange, snurkende reus aan in zijn enorme hangmat op Islay Mountain. Eensklaps werd hij door angst overmand. Die Benandonner was goddorie twee meter groter dan hem!   In paniek vluchtte hij zijn dam over, terug naar Ierland. En waar ga je dan zitten grienen?   Juist. Bij je vrouw.   En dus ving Oonagh hem op, sprak hem toe met koosnaampjes à la 'hottie', 'peppie', 'beerke' en 'spetter' en woelde door zijn lange, blonde lokken. Het hielp een heel stuk, maar al snel daarna blokkeerde Finn alsnog. Hij kwam niet tot een oplossing hoe Benandonner aan te pakken en te verslaan.   En dus schakelde Oonagh een versnelling hoger. Ze diepte een oude wieg op, verpakte Finn in kinderkleding en maande hem aan met opgetrokken knieën erin te gaan liggen. Een reuzenfopspeen maakte het helemaal af.   Wakker geworden, stoof Benandonner de volgende dag op Ierland af. Oonagh stond intussen in moederschapskleding onderaan Aird Snout en wiegde de kindermand.   "How you are doing, son?", zei Oonagh, die met aangebonden kussens ook nog eens een volgende zwangerschap simuleerde, "wanna see my new baby?"   Benandonner schrok zich een hoedje en vergat elk beleefd fatsoen. Zonder de vrouw te groeten vielen de schellen van zijn ogen. Als dít al de zoon was van die Finn die hij zo graag als beleg op zijn sandwichen zou leggen, hoe reusachtig moest die vader dan wel niet zijn?   In geen tijd verbrak hij het wereldrecord damlopen-tussen-Ierland-en-Schotland en gooide daarna vanaf de Schotse oever met rotsblokken de dam stuk.   Finn klom nu uit de wieg en zou zes maanden lang de afwas doen en om de drie dagen stofzuigen. De dam verdween in de plooien van de vergetelheid.   Maar toch bestaat er nog een klein stukje van die dam! Nu is het vredevol gebied, en zeker 's morgens vroeg, is het er goed toeven. De platte stenen zijn goede stoeltjes om te beseffen dat roepen en tieren hier helemaal niet passen en dat het fijner is te luisteren naar de geluiden van golven en meeuwen.   Pas omstreeks de negentiende eeuw ontdekt het grote publiek de basaltformaties. Een stoomtram erheen vanuit een badplaats maakt het plaatje compleet. Een Noord-Iers Han-sur-Lesse is geboren. Vandaag is het de drukst bezochte plek in Noord-Ierland.   Het is avond en beneden me zijn alle toeristen al even vertrokken. De Causeway is van bovenaf een vinger van de kust die de zee insteekt en erin verdwijnt. Enkele locals rijden met hun auto's tot tegen de dam. Ook dat is Ierland.   De ondergaande zon en dreigende doch regenloze wolken realiseren een zeldzame harmonie boven de Dam van de Reus. Een border collie, los van de lijn, komt zijn natte snoet in mijn hand steken en gaat dan verder, snuffelend zijn krant van de dag lezend. Een jonge vrouw volgt enkele seconden later met een werkloze leiband. Nergens meer dan in Ierland zag ik al zoveel bordjes hangen met 'honden aan de leiband'.   Maar als ze beginnen fietsen, die Ieren, dan gaan ze vast ook merken waar leibanden voor dienen!

Jeroen V
0 1

Mussenden Temple, Derry

Heer-bisschop Hervey was naast een man van de Kerk, zeker ook een man van deze wereld. Of beter van een wereld uit lang vervlogen tijden. Want de man zou de toestand van zijn paradijs vandaag maar matig kunnen appreciëren.   Helemaal anders is het gesteld met het gemoed van ondergetekende. Die was in de wolken van zoveel vergane, maar desondanks blijvend indrukwekkende schoonheid, en dat op Downhill Demesne.   Het landgoed rijst vandaag op uit een boomloze boterbloemenberg boven het landschap van Downhill op de noordkust van Ierland. De perfecte plek om zijn wereldlijke ambities in de praktijk te brengen, had Hervey omstreeks 1780 bedacht.   U hebt vast lak aan architecturale beschrijvingen - ik bespaar ze u. En als dat niet zo is, dan is dat omdat ik daar zeer zeker zelf lak aan heb. Bovendien is het nu toch een ruïne. Dat zou toch een beetje dubbel op zijn - u beschrijven hoe het wás, om dan doodleuk te zeggen dat men het gebouw na de Tweede Wereldoorlog gewoon gestript heeft en het aan de overheid verkocht?   Soit, mede daardoor is het nu toegankelijk en kan ik me een beetje inleven in die mijnheer Hervey. Al is dat inleven relatief: de lord bishop kon immers uit een soort vaatjes tappen waar ik zelf slechts alleen kan van dromen (en helemaal niet zeker of ik dat ook allemaal wel zou willen). Hervey had veel geld om de steentjes van zijn huis te leggen zoals hij wou. Hervey was getrouwd (perfect combineerbaar met een mandaat binnen de anglicaanse Church of Ireland) en had nageslacht maar kon zich tegelijk vrijelijk op glad ijs begeven om goed scheef te gaan schaatsen. Hervey liet zijn ondergeschikte geestelijken haasje-over doen op het strand beneden om titels en postjes te verdelen. Maar bovenal kon Hervey een grote ronde, maar lage, tempelachtige toren bouwen van waaruit hij de wedstrijdjes beneden kon volgen. In de begintijden kon de heer-bisschop er met zijn koets rondjes rond rijden - iets wat nu zou eindigen met een onvervalste crash op de klippen vijftig meter lager - gezien die afkalven.   En hier komt dan dat lieve kind Frideswinde Mussenden op de voorgrond. Hervey had een zwak voor zijn nicht, die zelf een deplorabele gezondheid meezeulde. Speciaal voor haar was Mussenden Temple opgericht (en dus naar haar vernoemd): een ode aan de klassieke kunsten. Ook dáár was Hervey als kunstverzamelaar mee bezig - je zou je afvragen wanneer hij de tijd vond voor spirituele arbeid. Binnenin de tempel waren de ronde wanden bekleed met schappen vol boeken. In de kelder werd gestookt en een schouw verdeelde de warmte zodat de geschriften niet vergeelden.   Maar Mussenden Temple was bovenal ook wat ze in het Engels zo mooi benoemen en waar West-Vlamingen alleen al van smelten als het woord hun oorholtes streelt: a dovecote. Hoewel er maar één prijsduif getolereerd werd: zijn nicht Frideswinde (Jazeker, het kon zelfs de naam van een vredesduif geweest zijn).   Hoe dan ook, lang heeft Frideswinde niet van haar tempel kunnen genieten. In de kronieken valt te lezen dat ze zwaar afzag van de vernedering der geruchten als zou ze ook lekker van bil gegaan zijn met haar oom. Of híj met haar - gezien de lord bishop eerder in de positie was om zaken te willen waar anderen niet noodzakelijk voor openstonden.   Maar dus: de kronieken. Ik probeer gewoon neutraal een stuk boeiende geschiedenis voor u, naar objectiviteit snakkende facebooklezer, toegankelijk te maken.   De tempel overleefde, waar het landgoed sneuvelde. En om dan toch al eens wat persoonlijker te gaan: ik heb mij hier een halfuur op mijn gat gezet. Kijkend over de zee, tussen de wuivende grashalmen, vanaf mijn klip. Links van mij de tempel, waarvan de fundering nu een duivenkot is geworden voor boerenzwaluwen die er kinderkamers in maakten.   Ik zie in een flits Frideswinde voor het raam staan, die vanuit haar paleisje/keurslijf naar me staart, worstelend met taai Lidl-stokbrood en koude, gemarineerde lapjes kip, later in de maag geshaked met melk en mangosap.   Frideswinde-het-arme-kind stierf twee jaar na de bouw van de tempel. Maar haar verhaal en dát van Hervey sterven echter nooit. Excentrieke rijke mensen oogsten dan wel kritiek met hun zotternijen zoals het landgoed met zijn tempel - maar vandaag is het van iedereen: gratis en een inspiratieplek, verpakt in een immense schoonheid. Hier heb ik mijn hart voor Noord-Ierland gevonden, hier klopt het stevig op de golven van de wind. Dit gevoel van dankbaarheid, dat gaat écht nooit meer weg.

Jeroen V
0 0

Een morgen in een hostel

De eetplank was gemiddeld vijftig centimeter breed en golfde langs de zijkanten. Links vóór mij zat een blond krullende dame in bloedoranje jas in stilte en voor zich uit kijkend haar toast naar binnen te werken. Rechts vóór mij zat een gedrongen Spaansachtige jongere vrouw haar smartphone te koesteren. Recht vóór mij zat niemand; dat kon ook niet, anders zaten ze met hun benen in mijn kruis.   Als je de plank naar links en naar rechts volgde, zag je gelijkaardige taferelen, maar dan met mannen. Gezegd werd er niet. En dus typte ik maar.    Plots werd de stilte verscheurd door een uiterst compact gehouden conversatie tussen de twee vrouwen die enige sociale betrokkenheid op elkaar verraadde, minstens opgebouwd de voorbije dag. Ik kon het moeilijk verstaan. Het was Engels met haar op, het ging snel en ik was bovendien verrast door de snelheid waarmee het gesprek startte en ook weer eindigde.   ‘Met haar op’ bedoel ik zeker niet dat míjn Engels haarloos is, wel integendeel. Deze dames waren het gewoon hun harig Engels dagelijks te spreken, vermoedelijk van kleinsaf. Dat kon je niet zeggen van het gros van de andere gasten in dit backpackershostel. Het Engels niveau onder de tijdelijke bevolking van het hostel bleek gisteravond (toen er nog gesproken werd) van een dermate amateuristisch gehalte en goedaardige simpliciteit. Dat was ik van hippe, jonge anderstalige mensen niet zo gewoon. Om maar te zeggen: veel van dat Engels was eigenlijk gelijkaardig aan mijn Engels. Maar je beseft pas hoe erg je eigen Engels is als je het herkent bij een ander. Dat is wat ik zo een beetje bedoel te zeggen.   Maar dus temidden van die Noord-Ierse stilte vraagt de ene (oudere) vrouw van boven haar toast aan de andere dame wat ze in godsnaam vandaag op de planning staan heeft. Ik begrijp niet wat ze antwoordt (omwille van ‘dat haar’ dus), maar wel dat ze zéker de Titanic Experience wil doen. Ze zegt het alsof ze dat aan haarzelf verplicht is. Gevolgd door:”En jij?” Zegt de krullenbol: “De straten afdweilen en wat shoppen”. Het klinkt spannend maar het is vooral de meelijwekkende toon waarop ze het zegt. Alsof ze gevangen zit in een kakstad waar haar man haar pas na veertien dagen terug wil uithalen. Intussen kamperend in slaapzakken tussen luid snurkende jeugd, zweetvoeteigenaars, nachtelijke schetenlucht en een bijna-vijftiger die zijn spullen uit zijn valies haalt rond halfzeven ‘s morgens.   “Klinkt goed”, zegt de jongere griet nog tegen haar, en dan is de praatbatterij van beide vrouwen voor deze ochtend alweer op. Ik wens de krullenbol veel shoppingplezier toe om kwart na acht ‘s morgens.   Intussen kan een van de vele buitenlandse jobstudenten die het management van dit hostel overeind houden, het serene karakter van het ochtendgebeuren niet meer aan en zet de radio op. Nu hebben we zeker geen reden meer om te beginnen met praten, want anders horen we de muziek niet meer.    Het is acht juni, op een donderdagmorgen in Belfast. Dertig jaar geleden had ik kunnen gewekt worden door een bom. In zekere zin gebeurde dat vanmorgen ook. De bommendropster was een Rubensiaans geproportioneerde jongedame die ik vanuit mijn stapelbed op ooghoogte op een ander bed zie liggen en die omstreeks zessen snurkgeluiden maakte waar die binnenin een Kempense megavarkensstal bij verbleken. Het was écht indrukwekkend, toch op een bepaalde manier. Ik hoop dat ze later een vriendje vindt.   En dus ging ik maar wat in mijn valies rommelen, plastic zakjes nodeloos verfrommelen - om mijn punt te maken, maar het kind vertrok geen spier. Behalve die van haar kaken.

Jeroen V
5 0

2050. België houdt op te bestaan. a

  Laten we aannemen dat Europa, verscheurd door hevige stammentwisten, Brussel verlaat. In Straatsburg is het veel rustiger. Vlaanderen vervalt tot armoede en België houdt op te bestaan; we worden ingelijfd door Nederland. Koning Albert, Filip en de gehele koninklijke familie worden de deur uitgeschopt. Er wordt gefluisterd dat Fabiola in de meest armoedige omstandigheden moet overleven en dat ze haar volledige hoedencollectie heeft moeten afstaan aan de echtgenote van BDW.In de eens zo drukke straten heerst nu een doodse stilte, die slechts af en toe wordt doorbroken door een luide knal. De heer Bourgeois heeft zijn intrek genomen in het kleine wachthuisje van het Warandepark; het herinnert hem aan het platteland. Hij wijdt zijn dagen aan tuinieren. In het gebouw waar ooit het parlement zetelde, heeft een geitenboer zich gevestigd. Het toerisme is volledig stilgevallen en de monumenten staan te verkommeren. De gevangenissen zitten overvol.In Oost-Vlaanderen is de situatie evenmin rooskleurig. De haven van Antwerpen is zo sterk gegroeid dat het voormalige landbouwgebied tussen Antwerpen en Gent volledig is omgevormd tot havenzone. Na het vertrek van de Europese instellingen is de haven de enige resterende bron van inkomsten geworden — de laatste hoop voor een verpauperde bevolking.Religieuze sekten vieren hoogtij. Wanneer er ergens een heiligenbeeldje wordt herkend in de vorm van een beschimmeld brood, leidt dit tot een vlaag van religieuze hysterie. De daaropvolgende confrontaties met de oproerpolitie eisen dagelijks slachtoffers. In een wirwar van haastig opgetrokken torengebouwen worden de vele havenarbeiders gehuisvest.Het nieuwe Europa was de stammentwisten beu en greep met harde hand in. Er werden afspraken gemaakt met de 'heerser van de fermettes', BDW; hij mocht de baas spelen. Een andere groep opstandelingen, de racisten, werd levenslang opgesloten in Merksplas. Onder invloed van verstrekte drugs doofde hun beweging langzaam uit.Ondertussen worden er in de salons van Parijs en Berlijn weelderige bals georganiseerd. Heel Griekenland is opgekocht, waar de eeuwenoude Spelen in hun oorspronkelijke glorie worden hersteld. In de Parijse salons zijn de Vlaamse mannen bijzonder populair, vooral bij vrouwen die hun gespierde lichamen bewonderen. Als bestbetaalde groep 'lustmannen' danken zij hun fysiek aan jarenlange sportbeoefening. Zodra ze echter ouder worden, worden ze gedumpt in de fermettes van het noorden.Na het vertrek naar Straatsburg koos 'Le Tout-Europe' Parijs als hoofdbestemming. Dit plan was decennia geleden al in gang gezet, waarbij het centrum van Parijs systematisch werd gezuiverd van armoede. De basis hiervoor werd gelegd tijdens de Franse verkiezingen van jaren her: op een warme zomerdag bleef links massaal in de zon liggen in plaats van te stemmen. Jean-Marie Le Pen werd de tweede politicus van het land. In de tweede ronde was de keuze tussen Chirac of Le Pen, waardoor het conservatisme zegevierde. Sarkozy was daar het logische uitvloeisel van, allemaal dankzij die ene luie dag in de zon.Door torenhoge huren zorgden de conservatieven ervoor dat enkel de superrijken nog in Parijs konden wonen. De armen werden naar de banlieues verdreven. Straatsburg werd het nieuwe zwaartepunt tussen Berlijn en Parijs. Brussel werd in de hoofden van de twee machtigste landen gewist, alsof de stad nooit had bestaan.Van oudsher bleef Vlaanderen varkens leveren voor de Parijse tafels. De boerderijen in West-Vlaanderen dienen als kweekplaats; die regio is relatief welvarend gebleven.Tegen 2050 wordt Noord-België gedomineerd door de haven. De eens zo drassige meersen tussen Gent en de Schelde moeten de enorme bevolking opvangen die afhankelijk is van de havenindustrie. In datzelfde jaar dragen de babyboomers hun enorme fortuinen over aan hun nakomelingen. Dit creëert een nieuwe elite in het noorden die fortuin maakt in de bloeiende IT-sector. Zij worden bediend door de nazaten van degenen die de boot van kennis en fortuin hebben gemist. Deze arbeidersklasse wordt ondergebracht in gigantische wooncomplexen in het voormalige Waasland.Naast deze klasse zijn er de tijdelijke arbeiders met kortlopende contracten. Een enorme dienstensector voedt, kleedt en verzorgt deze megasteden: van fastfoodketens voor havenarbeiders tot koeriers voor de banken. De Schelde vormt de centrale ader die deze meanderende metropolen bevoorraadt.In de oude kernen van wat ooit Vlaanderen was, wordt het verleden kunstmatig in stand gehouden. Sommigen betreuren dat deze exclusieve historische gronden niet langer door de 'oorspronkelijke' Vlamingen worden bewoond. Men fluistert dat de bedienden van de nieuwe rijken de ware nazaten van de Vlamingen zijn. Zonder inspanningen om deze bevolking te betrekken bij de hedendaagse cultuur, grijpen de ontgoochelde bewoners van de megasteden terug naar de eeuwenoude woorden van religieuze vertroosting.In 2050 worden de historische steden echter definitief overspoeld door het stijgende water. Er is geen redden meer aan. De kustlijnen raken overbevolkt en de leefbare ruimte wordt schaars. In Brugge stort het ene huis na het andere in; de waterspiegel staat zo hoog dat het water tot aan Brussel reikt. Vlaanderen spoelt weg...In de Europese salons reageert men slechts met verbazing en gespeelde verontwaardiging op het bericht dat het eerste Europese handelshuis in Brugge door de golven is verzwolgen. De geschiedkundige dienst wordt op het matje geroepen en een commissie wordt opgericht, maar het plan om de zeespiegelstijging tegen te gaan, wordt al snel opgegeven. Er wordt slechts één gigantische brug gebouwd tussen Berlijn en Parijs — een zwevende stad waarop geleefd kan worden. Alles onder de brug wordt onherroepelijk aan het water prijsgegeven. foto verf ed +++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++ foto gallery VERF ED https://www.2dehands.be/q/verf+ed/ https://www.2dehands.be/q/verf+ed+rooie+flikkers+amsterdam%3a+montaigue+de+quercy%2c+frankrijk/ +++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++   Rond 1995 heb ik dat werk gemaakt. Ik noem het "altaar der culturen."Links ziet men een tv, onze gemeenschappelijke identiteit valt van het - silicium - glas - zand.De gemeenschappelijke informatiebronnen zijn verdwenen.De wijzen van vroeger opgevolgd door radio en uiteindelijk als laatste de tv die een ongeveer gemeenschappelijke boodschap uitdragen is niet meer.De informatie is versplinterd.Rechts ziet men een gietijzeren kandelaar daar in een mensenhoofd in papier. Stukken teksten. Krantenpapier "De encyclopedische mens".Gietijzer = nationalistenKandelaar = religieIn het midden staat de hedendaagse mens. Opgesloten. "de encyclopedische mens".Dit deel is gemaakt van een reclame voor lippenstift.Regeneratie KosmetikIn de dubbele wand gaan luchtbellen in het water de hoogte in.In die dubbel - transparantie - plexiglas zit diezelfde "encyclopedische mens".Het geheel staat op dunne platen, glas = chips = zand = silicium.Het geheel steunt op een gietijzeren pilaar = industriële cultuur.De gietijzeren plaat staat op de grond = landbouwcultuur.HET ALTAAR DER CULTUREN. Ik woonde toen in de Aalmoezenierstraat in Antwerpen. De jaren 90 tig. http://www.anamorfose.be/verf/misc-images/verf-t-i-r-e

verf ed: Contemporary interdisciplinair ArtTIST, nen tjolder, nen prutser.
83 0

de dichters bezongen de luiheid, dit geschenk der Goden

  De titel is er al het verhaal volgt  Misschien moet gezuiverden er nog bij. Iedereen is al vergeten dat met de termen zuiverheid en gezondheid de nazi's miljoenen mensen hebben afgeslacht. Terwijl de toenmalige kleinburgerij er, goedkeurend, stond bij te kijken.  De nazi's hadden het ook heel graag over de gezonde hardwerkende mens. Die zoals in het verleden van geboorte tot der dood als slaaf werkt, in het verleden voor de niet hardwerkende meesters. Tegenwoordig noemt men ze aandeelhouders en zonen.Het enige verschil met het feodaal systeem is dat na de Franse revolutie de meesters niet meer uit bloedbanden bestaan maar uit diegenen die zich op een of andere manier heben opgewerkt. Al dat nutteloos gewerkt en gezwoegen uit  "arbeit maakt vrij."Het resultaat de planeet die helemaal opgewerkt is. Vernietigd door de werketos ons voorgesteld door het oude testament in het zweet uwer aanschijn zult ge uw brood verdienen.  De enige oplossing is massale meditatie.  Moeilijk voor een opgefokte mensenmassa.   Deze waanzin is de liefde voor de arbeid, de woedende hartstocht om te werkenAlle individuele en sociale ellenden zijn geboren uit zijn hartstocht voor de arbeid. Twaalf uur arbeid per dag, dat was het ideaal van de filantropen en moralisten uit de achttiende eeuw. De moderne werkplaatsen zijn ideale verbeteringshuizen geworden, waarin men de werkende massa’s opsluit, waarin men ze gedurende twaalf en veertien uur tot dwangarbeid veroordeelt, niet slechts de mannen maar ook de vrouwen en kinderen. Christus predikte in zijn bergrede de luiheid: ‘Let op de leliën des velds, hoe zij groeien: zij arbeiden niet en spinnen niet; en ik zeg u, dat zelfs Salomo in al zijn heerlijkheid niet bekleed was als een van deze? (Mattheus 6:29). Jehovah, de baardige en afstotende god gaf zijn aanbidders het verhevenste voorbeeld van de ideale luiheid: na zes dagen van arbeid rustte hij voor de eeuwigheid uit. De Grieken van het Grote Tijdvak hadden ook slechts minachting voor de arbeid; slechts aan de slaven was het toegestaan te werken: de vrije mens kende alleen de lichamelijke oefeningen en de spelen van de geest. Dit was dan ook de tijd dat men wandelde en ademde te midden van lieden als Aristoteles, Phidias, Aristophanes; dat was de tijd waarin een handvol dapperen te Marathon de horden verpletterde uit Azië dat Alexander weldra zou veroveren. De wijsgeren van de Oudheid onderwezen de verachting voor de arbeid, deze vernedering van de vrije mens — de dichters bezongen de luiheid, dit geschenk der Goden: ‘O Meliboe Deus nobis haec otia fecit’  ++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++ foto gallery VERF ED https://www.2dehands.be/q/verf+ed/ https://www.2dehands.be/q/verf+ed+rooie+flikkers+amsterdam%3a+montaigue+de+quercy%2c+frankrijk/ ¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨ Rond 1995 heb ik dat werk gemaakt. Ik noem het "altaar der culturen."Links ziet men een tv, onze gemeenschappelijke identiteit valt van het - silicium - glas - zand.De gemeenschappelijke informatiebronnen zijn verdwenen.De wijzen van vroeger opgevolgd door radio en uiteindelijk als laatste de tv die een ongeveer gemeenschappelijke boodschap uitdragen is niet meer.De informatie is versplinterd.Rechts ziet men een gietijzeren kandelaar daar in een mensenhoofd in papier. Stukken teksten. Krantenpapier "De encyclopedische mens".Gietijzer = nationalistenKandelaar = religieIn het midden staat de hedendaagse mens. Opgesloten. "de encyclopedische mens".Dit deel is gemaakt van een reclame voor lippenstift.Regeneratie KosmetikIn de dubbele wand gaan luchtbellen in het water de hoogte in.In die dubbel - transparantie - plexiglas zit diezelfde "encyclopedische mens".Het geheel staat op dunne platen, glas = chips = zand = silicium.Het geheel steunt op een gietijzeren pilaar = industriële cultuur.De gietijzeren plaat staat op de grond = landbouwcultuur.HET ALTAAR DER CULTUREN. Ik woonde toen in de Aalmoezenierstraat in Antwerpen. De jaren 90 tig.   http://www.anamorfose.be/verf/misc-images/verf-t-i-r-e      

verf ed: Contemporary interdisciplinair ArtTIST, nen tjolder, nen prutser.
9 0

Krakende knieën

‘Vijf minuten per persoon’ zegt Bart, ‘niet langer’. Vijf minuten, dat is de tijd die we elk krijgen om over de kwaaltjes te vertellen. We beginnen alvast te wandelen. Het is die rare coronatijd waarin we elkaar alleen buiten mogen ontmoeten. Twee koppels vrienden die elkaar al decennialang kennen. De vijf minuten per persoon lopen uit en dat mag. Er wordt geluisterd, wat raad gegeven en gelukkig ook veel gelachen. Ik ben blij dat dit kan.Want eerlijk? ‘Ouderdomskwaaltjes’, het is een taboe. Het woord alleen al. Nu er meer openlijk gepraat kan worden over menstruatie (check) en menopauze (been there, done that) is het de beurt aan de kwaaltjes. Dat ligt nog moeilijk. Ze worden verzwegen, geminimaliseerd of overdreven, al naargelang wie er luistert. Vreemd eigenlijk, want fysiek verval overkomt iedereen die het geluk heeft lang te leven. M/V/X, we worden er zonder onderscheid mee geconfronteerd, net als met de pandemie.We maken een lange wandeling tussen de velden. Stiekem ben ik blij dat we in een vlak land wonen. Ondanks de krakende knieën kan ik nog kilometers stappen, als het maar niet bergop of bergaf is. Het weer is mooi vandaag en het samenzijn doet deugd. Maanden geleden viel het leven stil en mocht er niets meer. Nu versnelt het weer en leven we op hoop. De vaccinaties komen op gang. Bart werkt in de zorg en kreeg zijn eerste prik al. We praten over gemeenschappelijke vrienden, de kinderen, onze jobs en niet meer over de kwaaltjes die ons afremmen. Niet over het vooruitzicht dat over een aantal jaren ons leven opnieuw zal vertragen en stilvallen. Dat onderwerp is de revue gepasseerd; goed dat we er even tijd voor namen.Op het einde van de wandeling geven we elkaar, tegen de voorschriften in, lange dikke knuffels. Op de vriendschap. Onder vrienden voelen we ons leeftijdloos.

rmampuys
0 0

Het wandeldoosje

Bent u een flaneur? Ik alleszins wel. Ook Willem Elsschot was een fervent stadswandelaar. Er is zelfs een boekje over verschenen: ‘U schijnt de stad niet goed te kennen?’ Hierin nemen de auteurs ons mee naar de steegjes, de etablissementen en de minder bekende plekken van Antwerpen waar hij graag vertoefde. Tijdens het flaneren is het immers een kunst om minder gekende paden te bewandelen. De edele kunst van het verdwalen, zeg maar. “Wandelen om te kijken en gezien te worden”, zegt mijn woordenboek over flaneren. Om dat laatste is het me niet te doen, wel om te kijken en te luisteren. Toch had een stadsgenote me onlangs gezien. Ik stond immers vrij onhandig op één been te balanceren. Niet omdat ik een flamingo wilde imiteren, maar er zat een steentje in mijn schoen. “Zit er een stjèj’e in?’, lachte ze me vrolijk toe in ons smakelijk dialect. Ik lachte graag terug. Twee straten verder veegde een man enkele verdwaalde steentjes op het voetpad terug richting oprit. Zoals de niet opgegeten koekjes die men na een feestje terug in de koekjesdoos steekt. Tijdens het verdere verloop van mijn flaneertocht moest ik plots denken aan een betreurenswaardig bericht in de krant. Het aantal mensen dat het werken moet staken wegens psychische vermoeidheid blijft maar stijgen. Misschien is het zoals een steentje in je schoen dat je echt niet weg krijgt. Het wandelen of functioneren wordt onmogelijk. Je zou schoen en al willen uittrappen, maar zelfs dat lukt niet. Toch is wandelen of flaneren - zonder steentje - een mogelijk hulpmiddel, zeggen kenners. Zoals men naar de kust moet voor de gezonde lucht, zo is een wandeling aan de hand van Elsschot iets dat de dokter kan voorschrijven. ‘Minstens vijf keer flaneren in Antwerpen, meermaals per jaar innemen’, staat er dan op het wandeldoosje.

Rudi Lavreysen
16 1

Over bewondering

Onlangs bekroop mij het gevoel dat ik op een foute manier woke was geworden. In die zin dat ik een roman verwierp om de premisse, terwijl ik tegen hedendaagse taalcorrecties van klassiekers ben. Laat Dikkie Dik maar zichzelf zijn, en de heksen lelijk. Maar toen ik ‘Het onverwachte antwoord’ van de gelauwerde auteur Patricia De Martelaere herlas, betrapte ik mezelf op mijn morele oordeel. In die roman vertellen vijf vrouwen over Godfried H., die ze elk op hun manier beminnen, terwijl hij hen in het ongewisse laat. Vooral het erg lange hoofdstuk ‘De liefdesbrief’, waarin de stemmen van die vrouwen samensmelten in een etterend gemis, stond me tegen. Zinnen als ‘Geen oog dicht gedaan vannacht. Jouw schuld’, vertalen de wanhoop. ‘De vrouwen in 'Het onverwachte antwoord' hebben hun geliefde eigenlijk al verloren, maar hun tragiek is dat ze hun verlangen niet kunnen loslaten. Daarom houden ze het gevoel vast, tegen beter weten in, als een vorm van lijfsbehoud,’ schreef een recensent van De Tijd.  Nog afgezien of De Martelaere de obsessionele liefde in haar hemd wil zetten of de diepere laag van de goddelijke aanbidding wil aanboren (want ja, de man heet GODfried), kon het smachten van de vrouwen me al snel niet meer bekoren. ‘Wie wordt er nu hoteldebotel verliefd op een man die getrouwd is én er nog een paar minnaressen op na houdt,’ oordeelde ik. ‘Dat is ofwel een profiteur, of iemand die geen beslissingen kan maken, en dus in beide gevallen een verachtelijk figuur.’ Godfried blijft erg vaag en ongenaakbaar in de roman, waardoor het nog vreemder lijkt dat de vrouwen zo ziekelijk afhankelijk van hem zijn. Ze leggen hun lot in de handen van een oudere, hoogopgeleide man, van een schrijver, een patriarch. Is dat nog wel van deze tijd? Ben ik te woke, of is de tijdsgeest veranderd?  Ik herinnerde me de eerste zin van mijn prof Franse literatuur: ‘Wie me komt vertellen dat le Vicomte de Valmont uit Les Liaisons Dangereuses een amorele klootzak is, heeft niks begrepen van literatuur.’ Literatuur draait niet om het gevoel van sympathie of afkeer dat een boek opwekt, wel om de waarheid die het blootlegt. Ik verzette me dus tegen mijn eerste indruk en worstelde me met lange tanden door de roman. De verwachting dat Godfried H. op een keer in het zand zou bijten, kwam niet uit. Dat zou een al te evidente wending zijn voor een filosofisch auteur als De Martelaere, die met veel bravoure de meanderende gedachten van haar personages schetst. Beelden volgen elkaar op. Als Godfried de plastic randjes van zijn schelletjes kaas opeet, zuinig omdat hij zich de armoede uit zijn kindertijd nog herinnert, krijgt hij even wat body. Daarna deemstert hij weer weg, wordt hij weer het voorwerp van een haast narcistische obsessie.  Binnenste buiten gekeerd door de ergste ervaring die een lezer kan overkomen, een boek tegen je zin uitlezen, brak ik me er het hoofd over waarom dit een monument uit de Vlaamse literatuur is, geprezen door feministische auteurs. Misschien ligt het thema van de beate bewondering me gewoon niet, bedacht ik. Omdat ik bewondering sowieso geen goede grond vind voor liefde, en geen hele roman nodig heb om daarachter te komen. Bewondering is in se ongelijkwaardig, een machtsonevenwicht, vindt deze - al dan niet woke- moralist.  Een docent journalistiek en doorgewinterd oorlogsreporter vertelde in zijn lessen vaak over zijn interviews met wereldleiders, met wijdopen ogen van ongeloof omdat hij die had mogen ontmoeten. Ging het over zijn visite bij Arafat, dan lag het accent puur op het feit dat hij, ja, hij die nu les gaf aan ons, Arafat gespróken had. Niet op hoe de Palestijnse leider zijn koffie dronk of zijn bodyguards behandelde, al die details die een verhaal interessant maken. Ik geeuwde om zijn heldenverhalen.  ‘Er zijn mensen die graag bewonderen en anderen die graag bewonderd worden’, zei auteur Els Moors eens. Als yin en yang. De wereldorde is pas volmaakt als beide groepen in elkaar klikken. Ben ik dan helemaal geen bewonderaar? Ik post toch ook op Facebook over boeken die ik graag lees, ik ga naar concerten van iconen als Leonard Cohen of Diana Ross. En praten over mensen die je bewondert, is toch positieve lijm voor een gesprek? Maar bewondering kan ook een goed gesprek in de weg staan. Want is het niet even interessant wie we zelf (niet) geworden zijn, en hoe dat komt? De docent journalistiek vond het moeilijk om zich nog te interesseren voor de eerste stapjes van zijn nichtje. Hoe intriest is het als mensen liever op de adrenaline van bewondering drijven dan een eigen leven uit te bouwen?   Toen ik onlangs een manuscript over een vermaarde componist doornam, ergerde ik me aan alle ubergetalenteerde kunstenaars in de tekst. Wat zijn geslaagde mensen vervelend, ze triggeren niet om verder te lezen. De bewondering van de schrijver staat een goed verhaal in de weg. Net de kuilen in een levensweg maken het interessant. In ‘Mes’ beschrijft auteur Salman Rushdie niet enkel zijn heldhaftige genezingsproces na de aanslag op zijn leven, maar ook alle kleine mankementen. Hoe zijn Ralph Laurenpak kapot werd geknipt door een hulpverlener, hoe de fijne Chinees-Amerikaanse handtherapeute hem martelde om zijn hand te redden, hoe hij een pijnlijk prostaatonderzoek onderging. De details van een sukkel fascineren, wekken empathie op en brengen humor in de tekst. Stop dus met bewonderen en dans als een blije loser rond je tafel, je bent spannender dan je volmaakte idool.  Blijft die onevenwichtige man-vrouwverhouding in het boek van De Martelaere. Misschien wou ze die net aan de kaak stellen door het vrouwelijke verlangen zo op de spits te drijven. Of raken sommige romans gedateerd? In een boekenclub over ‘Het jaar van de Kreeft’ van Hugo Claus ergerden lezers zich aan vrouwonvriendelijke beschrijvingen. Moeten we die meesterwerken dan toch eens tegen het licht houden?   

Pons
15 1

Hoekjesmensen

Het aantal gelegenheden waar je nog vrij mag gaan zitten, daalt net zo sterk als de inhoud van een verfrissend glas op een snikhete zomerdag. In de meeste theaterzalen moest je al een stoel reserveren, maar nu heb je ook in de bioscoop prijs. Je boekt vooraf een zetel, waardoor de kans bestaat dat je naast een megagrote fan van megagrote popcornbakken zit. Ook in restaurants kan je beter vooraf reserveren of het is kin kloppen. Maar de kans bestaat dat ze je een tafeltje aanwijzen naast een uitgelaten groep feestvierders. Niets tegen feestvierders, maar als je zelf niet in de groep zit, voel je je als de belastingcontroleur die op een bedrijfsfeestje van de aandeelhouders van Google binnenkomt. Enkel in de kerk en in het café mag je nog vrij gaan zitten. Alhoewel, daar heb je ook charels die altijd op dezelfde kruk willen zitten en die je vies aankijken als je hun zogenaamde vaste plek inneemt. Daarom waren we content toen we in een theaterzaal voor een concert van een Belgische band met de naam van een Engelse voetbalclub vrij onze plek mochten kiezen. Nu moet u weten dat mijn vrouw en ik nogal hoekjesmensen zijn. We zitten graag op het uiteinde van een rij. Het nadeel is dat je telkens moet rechtstaan als er iemand passeert. Bij ons moest letterlijk iedereen passeren want we waren ontiegelijk vroeg om zeker te zijn van ons hoekje. Het eerste koppel excuseerde zich. Omdat ik goed geluimd was zei ik ‘Geen probleem. Wij zitten graag op het hoekje’. Achteraf bekeken inderdaad een onnozele uitspraak. Bij het tweede gezelschap meende ik dat te herhalen, maar de persoon naast me gaf me een veelzeggende blik van ‘Ik ken je, nu ga je dat opnieuw zeggen’, waarna ik ‘Geen probleem’ zei en vriendelijk lachte.

Rudi Lavreysen
28 3

AA*

  Drie weken voor de A.A. bijeenkomst begon ik te beseffen waar ik aan begonnen was. Ik stopte met joints, alcohol en andere versnaperingen. Drie weken later was mijn hoofd drie keer zo groot geworden van de ontbering. Vroeg in de ochtend stond ik te wachten op het perron van het treinstation in mijn kleine dorpje. Aangezien ik nog even moest wachten, besloot ik koffie te gaan drinken. Op zondagochtend in een klein dorp in West-Vlaanderen is er nu niet veel bedrijvigheid meer vergeleken met vroeger. Op zondagochtend was er vroeger een drukte van belang. Mensen gekleed in hun beste kleding stroomden de kerk in aan de ene kant van de straat en aan de andere kant van de straat stroomden mensen het café in. Maar nu niet meer. In het café zag ik alleen een paar andere mensen, zoals de voormalige burgemeester, die smekend naar me keek. Hij was ooit even beroemd geweest en wist inmiddels wat dat betekende. Naast de vriendelijke opmerkingen krijgen beroemde mensen ook vaak hatelijke opmerkingen naar hun hoofd geslingerd. Dat had de man niet verwacht. Ik knikte hem vriendelijk toe en hoorde hem opgelucht zuchten toen ik voorbij liep. Terwijl ik de vertrektijden bekeek, zag ik opeens een man van middelbare leeftijd in de richting van het station komen. Vanaf een afstand kon ik al horen dat hij binnensmonds aan het praten was, duidelijk nog de naweeën van de vorige nacht. Op zo'n moment is het belangrijk om iemand heel nadrukkelijk te negeren, dus ik keek zeer geconcentreerd naar het A4-velletje waarop de vertrektijden stonden aangegeven. Hij liep rakelings langs me heen terwijl hij in een onbekende taal mompelde. En toen deed hij iets wat niemand in ons dorp ooit deed: hij stak niet via het tunneltje de spoorweg over, maar liep over de rails, gewoon over de spoorweg heen. Na enig getreuzel kwam de trein die me naar Brugge bracht. Maar in het hele treinstation van Brugge kon ik nergens Mister Cach vinden. Pas drie kilometer verderop vond ik de eerste geldautomaat. Brugge, zo mooi en toch zo achterlijk. Na een paar uur reizen kwam ik aan in Antwerpen. Ik verliet het station via het Astridplein en werd overweldigd door het enorme plein dat door een of ander architectonisch trucje toch klein leek. Het hotel aan de overkant droeg daar waarschijnlijk aan bij. En na een paar stappen in de buurt waar ik jarenlange woonde kwam ik aan bij het ECO-huis. De knapste mannen die ik de laatste tijd had gezien liepen daar zomaar los, al die studs bleken de dichters en schrijvers te zijn.  Ik was enthousiast en mengde me in het gejoel. Eén van hen vertelde me dat hij ooit gestopt was met drugs en dat maakte indruk op me. Er waren ook enkele vrouwen aanwezig en na een paar uur kennismaken werden we uitgenodigd om het huis te betreden en kon de kennismaking formeler verlopen. Toen ik daar was, werd mijn dichtkunst met enorm applaus en toejuichingen begroet, wat me tranen van vreugde bezorgde. Na ongeveer een kwartier was het voorbij en verliet ik het ECO-huis. Ik kwam de beroemde schrijver VITALSKI tegen en we omhelsden elkaar en kusten. Hij noemde me "VERF ED, de beroemde fotograaf" en ik vertelde hem over mijn bezoek aan de A.A.* en gaf hem een dichtbundel van de geniale schrijver B.V. die bekend was bij Sabine Luipaerts. Hij was blij met het boek en vertelde me dat hij in één van de krotten in de buurt woonde. Voordat hij vertrok, vertelde hij me dat hij de website zou bezoeken en als er een onbekende fb opduikt, weet ik waar het vandaan komt. Maandag was de dag van de flauwte door de hitte. Het deed me denken aan wat me ooit overkwam in Barcelona. Mijn reizen naar Barcelona begonnen meestal in Figueres, eerst het DALI-museum en daarna de stad Barcelona. Tijdens mijn eerste reizen leefde de GROTE MEESTER nog. In Cadaqués, waar de grote meester woonde, keek ik met bewondering naar zijn modernistische huis. Plotseling zag ik een schaduw toen ik mijn blik omhoog richtte. Ik staarde sprakeloos naar het gezicht van de oude MEESTER. Na een angstaanjagende stilte sprak hij me aan met de woorden "Hoe gaat het met je?". Natuurlijk sprak hij in het Spaans, maar mijn Spaans is niet zo goed, dus ik verstond niet wat hij verder zei. De laatste woorden die hij tegen me sprak waren "een cervesa ?". Ondertussen wist ik ook wel dat het niets met worsten te maken had. In Spanje drink ik nooit bier, dus ik antwoordde "een carajillo". Zijn ogen lichtten op en hij riep uit "FLAMENCO". "Ja, Vlaams en zigeuner", antwoordde ik. De MEESTER had me niet gehoord en liep wild en enthousiast de weg op naar zijn huis, luidkeels roepend "FLAMENCO", "FLAMENCO", "FLAMENCO". Plotseling begreep ik dat hij het had over de vogel. Maandag was goed begonnen met een tocht door Antwerpen. Ik vertrok vanaf mijn verblijf op het Kiel en liep via de Nationalestraat en Aalmoezenierstraat naar De Boer op het Mechelseplein. Daarna ging ik via het Elisabethziekenhuis naar De Wapper, waar het al druk was. Op de Meir was het een stroom van mensen en op de Ossenmarkt zag ik lummelende studenten. Nadat ik de Leien was overgestoken, kocht ik een friet met drie sauzen en een koude lookworst bij de frituur op de hoek. Met deze lekkernij in mijn hand liep ik het De Coninckplein op. Tot mijn verbazing werd ik hongerig aangestaard door zwarte medemensen. Ze hadden nog niet vaak een blanke man gezien die rondliep met een dikke, vettige stapel friet. Ik liet me bewonderen, maar toen ik het Rozenveldplein opstapte, kreeg ik een appelflauwte. Het immense plein was vol met mensen en de drukte benam me even de adem. Gelukkig kon ik veilig terug naar mijn logeeradres met de tram. *A.A., Anonieme Auteur FOTO BLAUWEN ********************************************************************** FOTO GALLERY verf ed https://www.2dehands.be/q/verf+ed+/ ***************************************************************************** Rond 1995 heb ik dat werk gemaakt. Ik noem het "altaar der culturen."Links ziet men een tv, onze gemeenschappelijke identiteit valt van het - silicium - glas - zand.De gemeenschappelijke informatiebronnen zijn verdwenen.De wijzen van vroeger opgevolgd door radio en uiteindelijk als laatste de tv die een ongeveer gemeenschappelijke boodschap uitdragen is niet meer.De informatie is versplinterd.Rechts ziet men een gietijzeren kandelaar daar in een mensenhoofd in papier. Stukken teksten. Krantenpapier "De encyclopedische mens".Gietijzer = nationalistenKandelaar = religieIn het midden staat de hedendaagse mens. Opgesloten. "de encyclopedische mens".Dit deel is gemaakt van een reclame voor lippenstift.Regeneratie KosmetikIn de dubbele wand gaan luchtbellen in het water de hoogte in.In die dubbel - transparantie - plexiglas zit diezelfde "encyclopedische mens".Het geheel staat op dunne platen, glas = chips = zand = silicium.Het geheel steunt op een gietijzeren pilaar = industriële cultuur.De gietijzeren plaat staat op de grond = landbouwcultuur.HET ALTAAR DER CULTUREN. Ik woonde toen in de Aalmoezenierstraat in Antwerpen. De jaren 90 tig.   http://www.anamorfose.be/verf/misc-images/verf-t-i-r-e http://www.anamorfose.be/verf/misc-images/verf-t-i-r-e

verf ed: Contemporary interdisciplinair ArtTIST, nen tjolder, nen prutser.
11 0

Een vervelend fenomeen

Ik weet niet of u er last van hebt, maar ik wel. Hij zit behoorlijk in de weg. Maar zonder gaat niet, want dan is onze balans verstoord. Daarnaast is die grote teen, of dikke teen, ook een komisch ding. Samen met heel die voet waar hij aan vasthangt. U moet het maar eens proberen. Bekijk uw voeten even van nabij als u er de tijd voor vindt. Wat een raar spel is me dat toch. De truc is om met je voeten en tenen te wiebelen en dat een paar minuten vol te houden. Zo zat ik op een avond, terwijl de weerman op tv één dag mooi weer aankondigde, met mijn tenen te wiebelen. Na een tijdje kon ik een lach niet onderdrukken. Mijn vrouw keek van de weerman naar mij en zag me daar lachend zitten met mijn wiebelende tenen. “Scheelt er iets?”, zei ze. Toen ik daarna nog harder begon te lachen nam ze de telefoon om naar de dokter te bellen, want ze was ervan overtuigd dat er iets scheelde in mijn bovenkamer. Maar hij zit dus ook in de weg. Ik stoot er werkelijk overal mee tegen. Elke stoelpoot of tafelpoot in huis heeft al met mijn dikke tenen kennisgemaakt. Een vervelend fenomeen, die grote teen. En het kan altijd nog erger. Tijdens het verhuizen van het bureau van onze jongste viel het bureaublad op de dikke teen van mijn linkervoet. Het was duidelijk mijn eigen schuld zei de tegenpartij. Vloeken dat ik deed. Niet normaal. Dan maar naar de dokter. “Ik kan er niets aan doen”, zei ze. “Die grote teen is te klein om te spalken.” Enfin. Te klein om te spalken, maar groot genoeg om in de weg te zitten. Het is een teen van mijn voeten, als u het mij vraagt.

Rudi Lavreysen
15 0

Julien Schoenaerts die het dwaallicht leest van Willem Elschot 500.000 keer bekeken op internet.

In de beginne toen de eerste mogelijkheid bestond om video’s op internet te delen op google video, ondertussen verdwenen opgeslokt door YouTube, postte ik een video van Julien Schoenaerts die het dwaallicht leest van Willem Elschot. Onderaan kon men kernwoorden opgeven. Uit grap zocht ik iedere stad, gemeente, gehucht op in Nederland en schreef het er onder als kernwoord. Resultaat iedere keer dat in Nederland iemand zijn stad, gemeente, gehucht intikte verscheen het filmpje van Julien Schoenaerts. 500.000 keer.  ,https://www.youtube.com/watch?v=oMkhBpFdfZc&t=2s https://www.youtube.com/watch?v=Ebg9ZI1IF20 Met een ander filmpje LION eat DUCK antwerpen, probeerde ik een andere grap uit, DE LEEUW EET DE EEND NIET OP. Het grappige zijn de commentaren eronder.  https://www.youtube.com/watch?v=_6EvytFvavA&t=6s Tijdens de jaren 90tig hielp ik in een gallerij op het mechelseplein in Anwerpen. Een graffiti spuiter vroeg mij om zijn werk te filmen want ik had een H8 camera. Eerst was ik niet zo enthousiast u weet wel jong, agressie Maar toen ik zijn werk zag ging ik overstag. Ik wist dat het werk geen eeuwigheid had en zijn werk was zo fantastisch een geniale  3D afbeelding en dat in de jaren 90tig. Ik heb toen al zijn werk tussen 93 en 97 gefilmd. Wanneer hij nieuw werkt maakte telefoneerde hij mij en kwam ik filmen. Wat die agressie betrof er was assertiviteit, geen agressie. Die generatie liet zich de kaas van het brood niet eten.  De grafiti spuiter was ook de leraar van Matthias Schoenaerts.  https://www.youtube.com/playlist?list=PL9PnF5M5bSl0gESnQpHbE5o_4APNvImfE   FOTO GALLERY verf ed https://www.2dehands.be/q/verf+ed+/ ************************************************************************** Rond 1995 heb ik dat werk gemaakt. Ik noem het "altaar der culturen."Links ziet men een tv, onze gemeenschappelijke identiteit valt van het - silicium - glas - zand.De gemeenschappelijke informatiebronnen zijn verdwenen.De wijzen van vroeger opgevolgd door radio en uiteindelijk als laatste de tv die een ongeveer gemeenschappelijke boodschap uitdragen is niet meer.De informatie is versplinterd.Rechts ziet men een gietijzeren kandelaar daar in een mensenhoofd in papier. Stukken teksten. Krantenpapier "De encyclopedische mens".Gietijzer = nationalistenKandelaar = religieIn het midden staat de hedendaagse mens. Opgesloten. "de encyclopedische mens".Dit deel is gemaakt van een reclame voor lippenstift.Regeneratie KosmetikIn de dubbele wand gaan luchtbellen in het water de hoogte in.In die dubbel - transparantie - plexiglas zit diezelfde "encyclopedische mens".Het geheel staat op dunne platen, glas = chips = zand = silicium.Het geheel steunt op een gietijzeren pilaar = industriële cultuur.De gietijzeren plaat staat op de grond = landbouwcultuur.HET ALTAAR DER CULTUREN. Ik woonde toen in de Aalmoezenierstraat in Antwerpen. De jaren 90 tig.   http://www.anamorfose.be/verf/misc-images/verf-t-i-r-e  

verf ed: Contemporary interdisciplinair ArtTIST, nen tjolder, nen prutser.
23 1

Er was eens. a

Er was eens een landje waar herders en schapen zij aan zij leefden. De schapen moesten op eigen kracht, tussen de doornen en takken door, hun kostje bij elkaar scharrelen. Zodra ze echter verzadigd waren, kwamen de herders de melk opeisen om er samen uitbundige feesten mee te vieren.Hun kabbelende bestaan werd plots verstoord door vreemdelingen die een spoorweg wilden aanleggen dwars door hun weiden. Eén van de herders, de beruchte ‘Klein Lowieke uit L.’, verkondigde luidkeels dat dit nooit zou gebeuren; hij zou zich nog liever persoonlijk op de rails werpen. Zijn vijanden dachten: "Mooi, dan zijn we direct van hem af," terwijl zijn bewonderaars jubelden over de krachtige man die hen zou redden van de moderne indringers.Lowieke kende het politieke spel echter als geen ander. Slechts enkele jaren later stond hij op de eerste rij om trots het lintje van de nieuwe spoorweg door te knippen. "Wat een daadkracht," blêerden de schapen, "zo innovatief!" Zijn vijanden zwegen, maar trokken zich terug in de schaduw om zijn listen af te kijken. Al snel ontstond er een verbond dat precies dezelfde technieken hanteerde.Toen dacht de sluwe Lowieke: "Tijd om wat angst te zaaien." Al snel verscheen zijn gezicht op elk weiland en in elke straat, vergezeld van de leuze: "UW SPAARPOTJE". De boodschap was duidelijk: wie niet voor hem koos, zou zijn zuurverdiende melkvoorraad voor de ouderen en kinderen verliezen. En jawel, de kudde volgde hem opnieuw blindelings, marcherend met vlaggen en wimpels.Sommige schapen kleurden paars van enthousiasme; een nieuwe kleur die populair werd bij hen die zich jarenlang bedrogen voelden. Dankzij de spoorweg kwamen er schapen van heinde en verre om van het gras te proeven. De vijanden van Lowieke, die inmiddels zijn streken hadden overgenomen, begonnen te zwaaien met zwarte vlaggen van verdoemenis. Degenen die het paarse gezelschap niet vertrouwden, spraken samen met Lowieke de legendarische woorden: "Paars eindigt in bont en blauw." Maar nog voor de echo van zijn woorden was weggestorven, stond Lowieke alweer vooraan op het volgende podium. ******************************************************************* FOTO GALLERY verf ed https://www.2dehands.be/q/verf+ed+/ https://www.2dehands.be/q/verf+ed+rooie+flikkers+amsterdam%3a+montaigue+de+quercy%2c+frankrijk/ ***********************************************************************************   Rond 1995 heb ik dat werk gemaakt. Ik noem het "altaar der culturen."Links ziet men een tv, onze gemeenschappelijke identiteit valt van het - silicium - glas - zand.De gemeenschappelijke informatiebronnen zijn verdwenen.De wijzen van vroeger opgevolgd door radio en uiteindelijk als laatste de tv die een ongeveer gemeenschappelijke boodschap uitdragen is niet meer.De informatie is versplinterd.Rechts ziet men een gietijzeren kandelaar daar in een mensenhoofd in papier. Stukken teksten. Krantenpapier "De encyclopedische mens".Gietijzer = nationalistenKandelaar = religieIn het midden staat de hedendaagse mens. Opgesloten. "de encyclopedische mens".Dit deel is gemaakt van een reclame voor lippenstift.Regeneratie KosmetikIn de dubbele wand gaan luchtbellen in het water de hoogte in.In die dubbel - transparantie - plexiglas zit diezelfde "encyclopedische mens".Het geheel staat op dunne platen, glas = chips = zand = silicium.Het geheel steunt op een gietijzeren pilaar = industriële cultuur.De gietijzeren plaat staat op de grond = landbouwcultuur.HET ALTAAR DER CULTUREN. Ik woonde toen in de Aalmoezenierstraat in Antwerpen. De jaren 90 tig.   http://www.anamorfose.be/verf/misc-images/verf-t-i-r-e      

verf ed: Contemporary interdisciplinair ArtTIST, nen tjolder, nen prutser.
7 0

Vernedering is de olie waar we de machine mee smeren

Je bent een kind met een glimlach die ijskappen doet smelten. Je trekt je mondhoeken op als lokaas en haakt onze zielen eraan vast. Aandachtig luisteren we naar je eerste woorden: mini-orakels, hapklare soundbites. Zo bondig dat ze op een tegel passen. Je rent ongeremd de wereld in en maakt zo'n grote sprongen dat wij je enkel kunnen nastaren als koeien met veel te korte poten. Je bent een snelgroeiende boom. In jouw kruin groeien veel vruchten. Maar hoe hoog we ook springen, hoe lang we ons ook uitstrekken, ze werkelijk plukken lukt ons nooit. We zien hoe je in een hoek van het speelplein zit, met opgetrokken knieën en een blik gericht op een punt van het asfalt. In je voorhoofd ligt een rimpel die niet bij jouw leeftijd past - alsof die snelle groei je in aanraking brengt met windstromen waartegen jouw jonge stam niet bestand is. We zien hoe je piekert en maalt, en zo je eerste zonde begaat. Je denkt na en stelt vragen. Waarom we honden beter vinden dan varkens? Waarom we met mes en vork eten? Waarom Zwarte Piet zo'n mooie kleren heeft, terwijl zijn gezicht zwart ziet van het roet? Waarom het paard van de Sint niet van de daken valt? Waarom geen priester zich ooit zorgen maakt over de overbevolking van het hiernamaals? We kijken naar je kruin en krijgen er nekpijn van. Misschien ben je te snel gegroeid. Je werpt een schaduw op waarin geen andere kinderen kunnen groeien. Jij pretentieuze Socrates. Je wekt afgunst en vergiftigt de jeugd. Je bent een woekerplant en je hebt een snoeibeurt nodig. Je bestaan is een syndroom en wij zijn de genezing. We sturen je naar een instelling met een onbegrijpelijke naam, waar een dokter zit met een onbegrijpelijke smoel. Hij geeft je een lolly die al een beetje gesmolten is en door de plastic verpakking druipt. Hij smaakt zuur en je krijgt er plakkerige vingers van. De dokter plakt een label op je hoofd, waar niemand iets van begrijpt en jij nog het minst van al. Daar sta je dan met die overrijpe vruchten in jouw kruin. We binden je in een sloep. We duwen je in een kolkende rivier, waar enkel vissen zwemmen die meedrijven met de stroom. Je zakt af, waterval na waterval, tot je aankomt waar we je hebben willen: de laagste gemene deler - het laatste restje menselijkheid - de wrok die je deelt met de planten die eertijds in je schaduw groeiden. Pieter Van der Schoot Eerst gepubliceerd op Observaties uit het ondermaanse.

Pieter Van der Schoot
10 1