Zoeken

Herfstzondag 2017

Zondag middag. Iets na 12. Ik zit in de eetkamer, aan tafel. De regen valt zacht op het raam. Heerlijk, deze dag. Dit gevoel van tijd. Ik ben alleen thuis. Door het venster zie ik de kleurige herfstbomen. De hoge berken laten hun lange takken laag hangen en slingeren traag met hun mooie gele blaadje op het ritme van de wind. Wat verderop, een eenzame boom die staat te schitteren met al z’n roestige kleuren. Het landschap krijgt iets heel dramatisch met een achtergrond van donkergrijze wolken. Ik blader door een kookboek met tips voor een geslaagde picknick. Met post-its markeer ik de pagina’s die ik lekker vind. Roze rozen op tafel staan er verwelkt bij. In de fruitmand liggen mandarijnen en appels. De wasmachine beneden begint te zwieren. Jacky ligt opgerold in zijn mand te slapen. De kinderen zijn bij hun vader. Voor even. Deze tijd is kostbaar. Geen gezeur, geruzie, geroep, gescheld. Hier moet eens dringend gekuist en opgeruimd. Maar nu niet. Dat denk ik al zo lang. Deze troep, dit huis waarin we leven. De waterkoker borrelt en slaat af. Ik neem een 2e kop thee. Hoe zou ik het eigenlijk volhouden zonder een pauze. Overeind blijven in de chaos. De poes krabt aan het raam. Ik doe open en laat ze binnen. Ze miauwt goedkeurend. Ik geef haar een aai. Dit moment, waar ik regelmatig van droom, fantaseer, wat ik allemaal kan doen, met deze tijd. Die is er nu gewoon. En hij verstrijkt. Hier stopt het al, mijn rust. Want ik begin na te denken, heb tijd nu. Mijn werk, de toekomst van mijn kinderen, het gemis in onze familie. De strijd. De waanzin. Toen je hier nog was.   Je bent er vanaf. Dit leven. Weet je, toen je wegging, heb je me nog zoveel kracht kunnen geven, dat heb ik goed gevoeld. Dat was prachtig, wat ik nog kon ontvangen van jou. Hoe verder de tijd gaat, hoe meer ik je er gewoon bij denk, bij alles wat ik doe, zeg, wens. Ik heb je nog vast, ik sta met de helft aan de andere kant. Daar zie ik jou, kan ik je volgen, heb ik contact.  

Hemelszoet
0 0

2017, een jaar van knallen en opstaan

Het was zondag tien september 2017 ergens in een Grimbergs rusthuis. ‘Hou gij u ook goed hé, Anske!’ Ik knik en verlaat opgelucht de kamer. Het gaat beter met mijn grootmoeder. Ze weet mijn naam nog en ze is rustiger dan de laatste weken. Ze blijft nog wel even bij ons.Drie dagen later is ze dood. Op dertien september, nota bene de 43ste huwelijksverjaardag van mijn ouders, is ze eindelijk naar haar grote liefde, mijn grootvader, vertrokken. 2017, je sloeg en zalfde met dezelfde hand. In tegenstelling tot 2016, begon 2017 erg kalm. Het zou een jaar van rustpunten worden. Mijn ouders zouden met pensioen gaan en eindelijk van het leven kunnen genieten. Iedereen was gezond en ikzelf was net met een nieuwe job gestart. Ik zag het helemaal zitten en had erg hoge verwachtingen van dit nieuw begin. Eindelijk zat ik op de plek waar ik de voorbije tien jaar hard voor had gewerkt. Ik ging er volledig voor. Dagen van tien uur en meer op kantoor en elke dag naar huis al denkend aan de avonturen van de volgende dag. Ik had het gevoel dat ik leefde en niemand zou mij dat nog afpakken. In mei kwam de eerste kleine barst in het jaar dat zo aangenaam begonnen was. Ik ging te hard op in mijn job en ik moest een versnelling lager schakelen. Geen probleem, dacht ik, dit is niet de eerste keer dat ik me vergaloppeer in mijn perfectionisme. Ik ken mezelf onderhand al wel en weet hoe ik in zo’n situaties moet handelen. Ik stond weer op, haalde een paar keer diep adem, rechtte mijn rug en liep verder. Maar 2017 ging een stap verder in het stellen van beproevingen. In mei belandde mijn grootvader in het ziekenhuis en ook andere familieleden werden medisch voor voldongen feiten gesteld. Pijnlijk en vooral erg oneerlijk. Ik zag mensen rond mij breken en dat brak dan weer mijn hart. Tegen juni ging op het werk van kwaad naar erger. Stress werd te hoog, deadlines te kort en ik begon te wankelen. Ik voelde mij verloren in een gang zonder ramen waar dromen langzaam in nachtmerries waren veranderd. Hoewel ik kon rekenen op een aantal erg fijne collega’s, woekerde de stress tot hoog boven mijn hoofd. Ik verloor mijn geduld, mijn humeur, mijn goesting en ik werd ziek. Eerst voor twee dagen, dan voor een week. Ik stelde mezelf dagelijks de vraag wat ik dan wél wilde gaan doen, maar voor het eerste sinds jaren kon ik geen antwoord meer bedenken op die vraag. Gelukkig waren juli en augustus lichtpunten. Mijn schrijfwerk liep vlot en er diende zich een aantal theaterprojecten aan die mij de tweede helft van het jaar 2017 een reden zouden geven om te blijven doorgaan. Ik leerde mensen kennen die mij inspireerden en had een paar goede vrienden die mij eraan herinnerden dat ik meer was dan enkel een postproducer.En toen gebeurde er iets wat ik nooit had durven dromen: mijn eerste boek werd gepubliceerd. Ik heb geen kinderen, maar ik durf te geloven dat een boek op de wereld zetten een soortgelijk gevoel geeft. Je laat iets wat uit jou is gekomen los op de wereld niet wetend wat ermee zal gebeuren, maar waarvan je zeker weet dat zelfs al is het niet perfect, je er moeilijk een kwaad woord over verdraagt. September gaf de laatste mokerslag van 2017. Mijn oma stierf en hoewel ik goed afscheid heb kunnen nemen, deed dat toch veel pijn. De vrouw die vierendertig jaar lang één van mijn grootste voorbeelden was, zou nu alleen nog in mijn herinneringen leven.Rond mij zag ik dat andere mensen op hun beurt geliefden moesten afgeven. Ik zag sterke en mooie mensen huilen om oneerlijk verlies. Verlies dat veel te vroeg of onverwacht kwam, maar ook om verlies dat misschien meer te voorzien was, maar daarom niet minder inhakte.Na elke begrafenis of rotte werkdag kwam ik alleen thuis en voor het eerst sinds jaren besefte ik echt hoe eenzaam het bestaan zonder lief kan zijn. Letterlijk alles in mijn lijf deed pijn. Ik verloor gewicht, mijn gezondheid, en als laatste mezelf. Dit moest stoppen. En gelukkig deed het dat. Eind september kreeg ik een verlossende telefoon. De job waar ik al een aantal maanden voor aan het solliciteren was, was van mij. Voor het eerst sinds maanden huilde ik niet uit wanhoop maar uit hoop. Ik kreeg de kans om een switch te maken en na tien jaar afscheid te nemen van een job waarvan ik door de jaren heen misschien wel ongezond veel was gaan verwachten. De laatste twee maanden van 2017 waren er van loslaten en opnieuw beginnen. Van in de spiegel durven kijken en nadenken over hoe het nu verder moet. Van mijn gezondheid onder handen nemen en mijn goesting in het leven terugvinden.Ik ben er nog niet, maar ik ben er mee bezig en dat voelt eindelijk weer goed. Gelukkig is er vanaf nu een 2018 en dat is voorlopig even het enige wat ik nodig heb.

Ans DB
0 1

Werken aan herinneringen

Op de trein naar huis werk ik aan mijn herinneringen. Ik weet dat herinneringen er normaal gezien gewoon zijn en dat je er niet aan hoeft te werken, maar bij mij vlot het niet altijd zo goed. Niet dat ik me dingen niet kan herinneren, integendeel. Ik schrik soms van mijn geheugencapaciteit. Hebben al die faits divers en zielenroerselen echt plaats daarboven? Soms denk ik dat er een dag komt waarop ik geen nieuwe zinnen meer zal kunnen formuleren, omdat mijn memoires het hebben overgenomen. Daarom werk ik aan mijn herinneringen, op de trein.   Ik kijk nu naar buiten, peinzend, en terwijl ben ik me ervan bewust dat ik peinzend naar buiten kijk. Wanneer ik dat doe, voel ik me altijd de hoofdrolspeelster in een goeie film. Je weet wel, zo’n film die je bij je haren grijpt en je met vragende tranen achterlaat. Maar goed, ik kijk dus naar buiten, peinzend. Veel zie ik niet meer om eerlijk te zijn. Het is winter en dus donker, op welk uur van de dag je ook vertrekt. De geneugten des levens. Dat werken aan mijn herinneren lukt de ene dag al beter dan de andere. Ik probeer het wel, ordenen, de juiste volgorde bepalen, de genante dingen verwisselen voor de mooie. Alleen raak ik nogal snel afgeleid, door andere herinneringen en door toekomstige mijmeringen. Zo blijf ik bezig natuurlijk.    Ik zit nog steeds op de trein. Twee keer per dag, van Nevele naar Brugge en terug. Je leert ook iets over jezelf tijdens zo’n rit. Ik leer bijvoorbeeld dagelijks dat ik niet zo hou van lawaai. Ook niet van kinderen met profileringsdrang, wat dat betreft. En elke keer ik een ritje maak, denk ik opnieuw aan deze gedachte. Dat is ook werken aan herinneringen, toch? Waarom ik dit doe? Ik wil soms gewoon de chaos in mijn hoofd tot stilte manen. Het is moeilijk om te luisteren naar anderen, wanneer er voortdurend lijstjes worden afgerammeld door de stem in je hoofd. Zo is het ook moeilijk om nieuwe herinneringen te maken natuurlijk. Als ik dat piekeren nu eens zou kunnen laten. Dat hele gedoe weggooien als overtollig gewicht. Dat zou geweldig zijn. Misschien moet ik daar tijdens de volgende rit eens over nadenken.

Annelies
2 0

Gaatje

“Ja, je hebt een gaatje.” Ik hoor het haar nog zeggen. Alsof de hemel naar beneden stortte. Daar zat ik dan met mijn mond vol tanden. Dertig jaar en mijn eerste gaatje. Het moest er eens van komen, toch? Tegen de tand des tijds is niets bestand. Neen, echt?! Dat kon niet! Ik deed exact wat moest. Geen frisdrank, snoepjes of “verzuurde boodschappen”. Twee keer per dag zo twee minuten de borstel over mijn tanden laten walsen. Ja hoor, plichtsgetrouw, àlle 32 – 4 (want die “verstandsstenen” ben ik ergens onderweg verloren). Was dat niet perfect volgens het boekje?   Belachelijk misschien, maar ik voelde me gegeneerd, betrapt, gekrenkt, teleurgesteld. Met dat gaatje was ik “de eerste” onder mijn broer en zussen – die bovendien al meer jaren telden. En ja, ik moet bekennen. Ik durf ‘s nachts wel eens wat melk drinken of iets gaan knabbelen zonder mijn tanden nadien op een laagje dentifrice te trakteren. Verdorie toch! Was dat gaatje er echt? Had ze dat wel goed gezien? Bij mij toch niet?! Toch wel? Tot daar mijn voornemen om mijn mond “vullingvrij” te houden. Tot daar de illusie. Het leek alsof ik in een gat zou vallen…   … tot PRIK, de verdoving wat redding bracht. Mijn mondgrootte verdubbelde in omvang, waardoor mijn grote mond niet anders kon dan zijn vertrouwelijke activiteiten staken. Maar goed ook. Een tandarts met een boor onderbreek je best niet. En met haar vingers op mijn mond zou dat trouwens niet zijn gelukt.   Zo lag ik stil, de mond gesnoerd, de ogen toe. De strijd gestreden, een beetje moe. Zucht. Perfectie? Het bestaat niet. ‘t Leven loopt zoals het loopt. Loopt het mis, dan spoel je door. Want mis loopt het; hoeveel boekjes je ook volgt: geen enkel boek kan alle gaatjes vullen.   God-zij-dank dus dat er tandartsen bestaan. Merci aan de mijne voor die extra in-vulling die dag. ‘t Werd er zo toch een zin-volle.  

Aline
0 0

Op bezoek bij oma Brussel

Ik klop. Er komt geen antwoord. Zacht open ik de deur. Ik zie haar voeten en kuiten, gehuld in bruine panty's, liggend op het knalrode, harige sprei. De rest van haar lichaam zie ik niet vanuit de deuropening. Ze doet haar middagdutje. Ik wil weer weggaan. Dan slaat een andere deur op de gang hard dicht. Ze schrikt wakker. ‘Kom binnen,’ zegt ze. ‘Ha, jij bent het. Ze staat recht. Ze is weer een beetje gekrompen, ze loopt wat meer voorovergebogen. Ze heeft ook nog wat meer rimpeltjes gekregen. Het is te lang geleden dat ik haar zag. Zij is mijn oudste vriendin. ‘Ik ga je geen kus geven, want ik ben verkouden,’ zegt ze. ‘Ik heb een thermos met thee mee,’ zeg ik, ‘en kaastaart.’ Ze dekt het kleine vierkante tafeltje. Ze vertelt dat er op de binnenkoer twee zwerfkatten zitten en dat ze hen te eten geeft. Zelf heeft ze vanmiddag stoofvlees gegeten, maar het was waterig. Ze mist haar groenten. Ze at zo graag verse groenten van de biomarkt. Hier zijn het vaak aardappelen, daar houdt ze niet van. Haar zoon is vanochtend langs geweest. Ze heeft hem zijn nieuwe trui meegegeven. Ik heb spijt dat ik hem niet gezien heb. Ik hou van haar breiwerken. Breien kan ze nog als de beste. ‘Het is een zomerpull, in dunne wol, grijs met beige. Ik heb er lang over gedaan. Mijn zoon zei dat hij niet tot de zomer zou kunnen wachten om hem aan te doen. Hij heeft verstand van mode. Het is een plezier om voor hem te breien.’ Ze vertelt over haar 89e verjaardag, drie maanden geleden. Haar familie was onverwacht op bezoek gekomen. Ineens zaten ze daar, beneden in de eetzaal. Ze was zo verbouwereerd dat ze met haar rollator rechtsomkeert had gemaakt. Bij de deur hadden ze haar tegengehouden. Ze schiet er opnieuw mee in de lach. Ach, ze krijgt zo weinig bezoek, ze is dat niet meer gewoon, zoveel volk. Ze toont me een foto van die dag. Zij zit in het midden, met een zachtroze bloes aan. Stijlvol gekleed als altijd. Ze vertelt me wie de dierbaren om haar heen op de foto zijn. Oma Brussel noemen ze haar. Ze neemt nog deel aan de activiteiten. De gymnastiek, het bloemschikken, de filmnamiddagen. Met het koor is ze opgehouden, ze was nog de enige en solo zingen zag ze niet zitten. Meestal zit ze op haar kamer te lezen, te breien of tv te kijken. Ja, ze heeft ook naar ‘Thomas speelt het hard’ gekeken. Zo mooi. Maar waarom hebben ze dat concert niet live op tv uitgezonden? Ze kijkt ook naar het programma over kinderen van collaborateurs. Soms kan ze er niet naar blijven kijken. Er komen beelden van lang geleden naar boven. Van meisjes die verliefd waren geworden op een Duitse jongen en die in een stal voor het hele dorp ten schande werden gezet. Kaalgeschoren, met een hakenkruis op hun hoofd. Voor één meisje was het de foute tijd van de maand geweest, zij had naakt, met haar rug naar de mensen, op een emmer gezeten. Dat was zo vernederend geweest. Ze kan niet tegen onrecht. Ze maakt zich ook zorgen over de wereld nu. Ze volgt het nieuws nog. ‘Noord-Korea, ik ben er niet gerust in. En dan Strumpf. Ah nee, dat zijn Duitse kousen, ik zeg altijd Strumpf. Misschien is het gewoon spierballerij. Maar ik maak me toch zorgen. Niet meer voor mij, ik zal het niet meer meemaken. Enfin, we mogen er niet van wakker liggen. We kunnen niet weten wat de toekomst brengt.’ Ze vraagt hoe het met mij gaat. Ik vertel het haar. Ik toon haar foto’s van mijn dochters en van mijn man. Ze kent hem ergens van. ‘Heeft hij niet aan de Slimste Mens meegedaan?’ Nee, dat niet, maar misschien heeft ze hem weleens voorbij haar raam zien wandelen toen ze nog in haar service flat woonde? Dat zou kunnen. Ik vraag of ze nog geschreven heeft. Nee, het is lang geleden. Een brief aan haar moeder toen ze zich een tijd geleden niet goed voelde. Soms is ze wel eenzaam. Ik zeg dat ze me altijd mag bellen. Dat doet ze nooit. Ze is altijd blij als ik er ben, maar verwacht niets van mij. We ruimen de tafel af. Ik zeg dat het fijn was haar terug te zien. Ik wil haar een kus geven. ‘Zou je dat wel doen?’ ‘Ik ben al verkouden geweest deze winter, ik kan er wel tegen,’ zeg ik en geef haar een dikke kus. ‘Tot volgend jaar!’ Ik loop haar kamer uit. Ze komt me achterna met haar wandelstok. ‘Ik begeleid je tot aan de lift.’ Ik vertraag mijn pas, samen lopen we verder. Ik roep de lift, hij komt snel, ik stap in. ‘Daag!’ zegt ze nog terwijl de liftdeuren toegaan. Beneden in de inkomhal kijk ik op het activiteitenbord. Volgende week is het kerstfeest met Marijn Devalck.

Tanja Wentzel
14 0

In De Ban Van De Mist

‘Loop maar door!’ schreeuw ik naar een silhouet ergens in de verte dat mijn vader moet voorstellen. De twee andere vlekken zijn jonge Italiaanse kerels die al sinds deze ochtend niet meer van hem weg te slaan zijn.‘Ben je zeker?’‘Ja!’Ik zie ze zwaaien, hoor ze schaterlachen.‘Maar regel dan wel maar een mooie begrafenis voor mij.’Hij hoort me niet meer.   Ik wandel traag, tergend traag. Alles rond mij vervaagt, wordt onwerkelijkheid. Ik hoor niets meer. Geen schuifelende schoenen over het steengruis, geen krakende rugzakken of gedachtewisselingen in een vreemde taal. Hier ben ik alleen. Niets meer dan een (fluo)roze stip in de witte wolkenmassa. Misschien was die zwarte regenjas minder opvallend geweest. Wat meer filmisch ook, maar nu word ik tenminste opgemerkt door de dwalende schapen die hier en daar opduiken in de mist.Ik twijfel of ik wel de juiste keuze heb gemaakt.Er zijn namelijk twee routes die je naar Roncesvalles brengen: door de vallei of over de bergen. In mijn pelgrimsgids staat dat die laatste zonder enige twijfel de mooiste is, maar dat je bij slecht weer best de ander neemt.‘Het uitzicht is echt magnifiek, dat mag je voor geen geld van de wereld missen!’ beweerde de vrouw van het pelgrimsbureau in Saint-Jean-Pied-De-Port. Ik weet niet of ze bewust het tv-scherm dat achter haar hing, met de apocalyptische weervoorspelling op,  negeerde.‘Ah, als we dan toch moeten sterven kunnen we het evengoed op een berg doen,’ zei ik nog lachend tegen mijn medepelgrims.God, ik moet dringend leren om mijn mond te houden.   Zo zielig heb ik me in lange tijd niet gevoeld. Een hoopje zwakte. Verzwolgen door de Nevel Der Mislukkingen. Van dat prachtige uitzicht waar iedereen het over had is niets te zien. Hoewel ik weet/hoop dat ik ergens bovenop een berg wandel heb ik meer de indruk dat ik in een isolatiecel zit.Omsingeld door witte muren. Ik wil schreeuwen maar mijn ademhaling zit nog een paar stappen achter.Machtig en ontzagwekkend zou ik me moeten voelen hier, op de toppen van de wereld. In plaats daarvan ben ik meer als Frodo die Mount Doom op moet klimmen. Zonder Sam. In de kou.‘Ik haal dit niet,’ blijf ik in mezelf herhalen. Tot ik verstoord word door gemekker. Ik zie een schaap naast me staan. Dan een tweede en een derde. De laatste wolkenslierten drijven voorbij en onthullen een gigantische kudde op een grasgroene weide vlakbij.Met daarachter het mooiste uitzicht dat ik al ooit in mijn leven zag.‘Hey!’ roept iemand mijn kant uit.Drie afschuwelijk flashy regenjassen op enkele meters van mij. Eentje die ik herken.‘Wacht, ik dacht dat jullie al veel verder waren?’‘Je hebt blijkbaar serieus doorgestapt!’ zegt mijn vader even verbaasd. ‘Alles nog oké?’‘Ik voel me fantastisch,’ antwoord ik, de soundtrack van Lord Of The Rings galmend door mijn oortjes.

Woordenwandelaar
0 1

Another Brick In The Wall

‘Dus je gaat écht écht gaan?’Als ik een euro kreeg voor elke keer dat deze vraag me werd gesteld lag ik nu ergens op een wit strand in Ibiza veel te dure mojito’s te drinken terwijl modellen me met palmbladeren wat koelte toewuiven. Maar eerlijk? Ik heb het mezelf ook meer dan eens afgevraagd.Toen ik twee weken voor vertrek mijn treinticket boekte kwam het besef dat ik een eenrichtingsstraat was ingereden: ik weigerde terug te keren voor ik Santiago bereikt had, al was het maar om al die twijfelaars te bewijzen dat ik het wel degelijk kon.Desnoods zou ik me ernaar toe slepen. Voor elke verbaasde blik die ik kreeg hoorde ik ook een ‘Goh, dat zou ik nu ook nog wel eens willen doen’. Sommigen begonnen, net als mijzelf, stille plannen te maken die meestal al snel tot ‘onrealistisch’ of ‘zot’ werden bestempeld door tijdgebrek, een vaste job, een lastig lief, stijve spieren of kleine kinderen.Natuurlijk heb ik makkelijk spreken: ik ben net afgestudeerd, vrij als een vogeltje met een algemeen goeie gezondheid en zeeën van tijd. Er is niets of niemand om rekening mee te houden, behalve misschien die bankrekening, en zelfs dan nog was de kans dat ik uitgehongerd zou terugkeren uit Spanje nihil. Ik besef dat het pad voor mij wagenwijd openlag terwijl zoveel mensen op een torenhoge muur botsen waar alleen nog meer stenen bij komen.Maar toch.Tijdens mijn tocht ben ik mensen tegengekomen uit alle leeftijdscategorieën, landen en sociale statussen,… die er op deze aardbol rondlopen. Mensen die hun hele hebben en houden in een of andere garagebox hadden geslingerd en naar Spanje waren vertrokken. Mensen die hun jobs hadden opgezegd, relaties hadden verbroken. Mensen met alles, veel mensen met niets.Zij die de muur die hen belemmerde in enkele seconden hadden neergehaald met de sloopkogel.En ze wisten niet of hun gebroken harten ooit geheeld zouden worden, of ze ooit terug een job zouden vinden, laat staan een thuis, maar gedurende die vijf weken waarin ik tientallen mensen heb ontmoet zat er niet één tussen die er spijt van had.Nu voor je de scheiding aanvraagt en dat ‘Te Koop’ bordje aan je huis hangt moet ik ook zeggen dat naast die impulsieve groep mensen een grotere groep stond die dit al jaren gepland had. Een groep die mettertijd de muur steen per steen afgebroken had. Je hoeft dus niet direct een werf van je leven te maken. Eén steen. Eén stap. Daar komt het dus wel op neer. Die voetstap die ik zette als oververmoeide, stinkende pelgrim die nog 500 kilometer te gaan had was even belangrijk als die stap die me naar het midden van het plein voor de kathedraal van Santiago bracht. Ik moet er gemiddeld zo’n 40.000 per dag gezet hebben en allemaal waren ze even kostbaar en essentieel. Nu als werk- en levensdoelzoekende persoon sta ik vastgenageld aan de grond, wil ik de bestemming al kunnen zien voor ik begin te stappen, net als zo velen. Meer dan ooit voel ik me op dit moment diezelfde stervende pelgrim, ergens op een verlaten zandweg zonder eind en sta ik opnieuw voor de keuze: stilstaan of doorgaan. Maar ik weiger tegengehouden te worden, ook niet door mezelf.Dus laat ons die muur met de grond gelijk maken en vertrekken, wat de ongelovigen ook mogen zeggen of hoe ver ons bestemming ook nog mag zijn.   Ooit komen we aan.

Woordenwandelaar
1 0

Exit Machina

Hey, hopelijk heb je vandaag een betere dag. Ik ga straks zwemmen. Fingers crossed dat het niet te druk is. Groetjes Sammy Het was niet druk, dat was fijn. Misschien moeten we volgende keer samen gaan zwemmen - vraagteken - knipoog Heb ik iets fout gedaan of gezegd - vraagteken – grt - S Gemiste videochatoproep WAAROM NEGEER JE ME - vraagteken - vraagteken – uitroepteken – vraagteken Gemiste oproep Vraagteken Droevige emoticon Fijn weekend - kus   Ik ween nogal vaak op openbare plekken. Geen idee waarom. Geen idee waarom ik apathisch voor me uit blijf staren wanneer het noodlot Jack en Rose treft (hoewel ik erbij blijf dat Rose Jacks hand wel zeer gemakkelijk loslaat) maar dat ik om een of andere vreemde reden mijn tranen niet kan bedwingen wanneer ik me in de openbare ruimte bevind. Als ik op een publiekelijke plek vertoef en er loopt iets mis, iets kleins, iets groots, iets van middelbare grootte, het zoveelste iets, kortom iets dat niet mis had moeten lopen, dan klem ik telkens mijn tanden zo stevig mogelijk op elkaar in de hoop mijn opkomende woedetranen toch nog tegen te houden. Uiteraard lukt zoiets niet om zeer gefundeerde fysiologische redenen en zet de eerste traan al gauw zonder gêne zijn lange nederdaling in. Onder het motto ‘eentje is geentje’ volgt er een ontketening van losgerukte tranen.   Tranen die ik had moeten laten toen Rose ervoor koos om Jack niet op haar plankje te laten drijven, maar haar onmogelijke Titanicromance 3 uur en 15 minuten lang gretig met de rest van de wereld wil delen. Tranen die ik had moeten laten toen X!nk het Junior Eurovisiesongfestival niet won hoewel ik ervan overtuigd was dat de vriendschapsband het ultieme winnaarsnummer was. Tranen die ik had moeten laten toen ik thuiskwam van zeeklassen en niet meer omver werd gesprongen door mijn kwijlende vierpotige huisgenoot. Tranen die ik had moeten laten toen mijn ouders aankondigden dat ze gingen scheiden. Tranen die ik had moeten laten toen mijn leerkracht Lichamelijke opvoeding mij buisde omdat ik niet over de plint kon springen, wat meteen mijn allereerste onvoldoende was. Tranen die ik had moeten laten toen ik eindelijk over diezelfde plint kon springen, maar dat er ondertussen verwacht werd dat de leerlingen met een hazesprong over een plint konden springen, dus opnieuw gebuisd was. Tranen die ik had moeten laten toen ik ontdekte dat mijn biologische moeder mij helemaal niet wou en me heeft afgestaan. Tranen die ik had moeten laten toen ik niet goed genoeg was. Niet goed genoeg als dochter, als lief, als vriendin, als kandidaat voor het nieuwe seizoen van de Mol (fuck you Woestijnvis), als student, als sollicitant, als burger, als eender welke rol.   Toch wordt die onuitputtelijke zoutlozing telkens gestopt door een redder in nood. Een persoonlijke deus ex machina. Een mannelijke deus ex machina. Een mannelijke deus ex machina van middelbare leeftijd die me wil troosten met een ongemakkelijk schouderklopje nadat hij zijn zakken tevergeefs heeft afgetast, zoekend naar een onvindbare zakdoek. Een deus ex machina die vaak iets wil gaan drinken… om me te troosten. Vervolgens zijn gsm kwijt speelt waardoor ik hem niet moet troosten maar moet bellen. Een deus ex machina die zich niet langer aan zijn rol wil houden en een grotere rol opeist.   Ik ween nogal vaak op openbare plekken, ik weet nog steeds niet waarom, maar alstublieft lieve mannelijke medegebruikers van de openbare ruimte: negeer mijn tranen. Loop mij en mijn overstroomde zoutwaterkanalen voorbij. Stop met mijn deus ex machina te spelen, anders blijft mijn leven een persoonlijke tragedie on repeat. Ik dank u!

Liessah
12 0

Lois Lane met een wit giletke

Later, als ik groot ben dan… word ik bakker, leerkracht, Lois Lane. Of misschien word ik wel gewoon de liefste mama van een nest kinderen – net zoals de mijne. Dat laatste weet ik zo goed niet meer. Het hoeft alleszins niet nu. Maar al die andere dingen. Why not?    Ik herinner het me nog, de tijd van het onbezorgd dromen over later. Hoe fantastisch alles eruit zou zien als ik op een dag groot zou zijn. Wat ik zou doen, eten, zeggen, kopen. En wat ik zo zonder meer zou schrappen. Gedaan met elke dag mijn bed opdekken. Nooit meer strijden met die biefstuk op mijn bord. Weg met lastige oefeningen op de vierkantswortel. En vooral, adieu prikkelende souspull met dat wit giletke erbij. Ach, wat voor zorgen had ik toen.     Nu ik dan eindelijk groot ben –of toch groter. Nu wil ik al te vaak terug naar die tijd van toen. Vroeger.Toen stempelen met aardappelen een ernstige aangelegenheid was. Toen mijn to do-list bestond uit bellen blazen en bloemenkransen maken. Toen de pot pudding uitlikken nog een voorrecht was. En toen zaterdag gelijkstond met langer opblijven – met op topdagen een zakske chips erbij. Alles was zo simpel. Alles was kinderspel met een snuifje liefde.   Zo loop ik verloren tussen vroeger en later. Op zoek naar verbinding met het hier en nu. Wie ben ik? Waar ben ik? Waarom? Met wie? Ik, vroeger nog de primus van de klas, ik weet het soms zo goed niet meer.   De tijd van verstoppertje spelen is voorbij, maar we spelen het nog vaak. Ik speel verstoppertje met mezelf, met jou. Jij speelt mee met mij. We verstoppen wie we zijn en wat we willen. We zoeken wel, maar vinden niet. Maar dat spreken we nooit hardop uit. We schreeuwen veel liever dat we zijn wie we zijn. Dat doet toch iedereen? We schermen met het woord authentiek. Ook ik noem mijn schrijfsels puur. Maar, zijn ze ook zo puur als die dromen van toen? Terug naar toen, maar dan nu – het vroegere later.   Bakker zijn, dat lijkt me fijn. Of beter, bakkersvrouw. ‘s Ochtends werken, verwarmd door een zoet aroma. Onder de mensen komen. Er voor mensen zijn. Alle soorten, alle vormen. Nu eens lachend, dan bezorgd. Opgewekt of uitgeblust. Monter en half slapend. Veel zien en horen. Veel weten, maar slechts spreken als het broodnodig is. Jammer alleen dat mijn tong rare kronkels maakt zodra er een suikerkorrel op belandt – een akkefietje en cours de route. Zonder dat had ik nu mijn bakkersmuts op.   Leerkracht dan? Leren, blijven leren, aanleren. Vormen, omvormen. Tof! Maar… wordt het té belerend, té strak, té voorgevormd, dan dreig ik af te haken. Ja, ook dat is bij mij onderweg veranderd. Waar ik me vroeger nog als een vis in het water voelde binnen strakke collegemuren, ondersteun ik nu vooral de creativiteit die vrijkomt binnen laissez faire-structuren. Niet dat colleges alle creativiteit ontmoedigen. En ok, elk gemis aan discpline is wellicht ook niet wenselijk. Wellicht, want wie ben ik om opvoedkundige raad te spuien. Ik mag me gelukkig beperken tot mijn rol als trotse suikertante. Alleszins, als leerkracht zou ik dus nog niet meteen mijn plekje kennen. Maar dat weerhoudt me natuurlijk niet om mijn bescheiden kennen en kunnen te delen. Dat doe ik met plezier. En eerlijk, ik doe het niet voor niets. Wat ik geef, ontvang ik dubbel terug. Zo blijft mijn voorraad inspirerende prikkels en mijn collectie ervaringen altijd aangevuld.   Daarin zit het voor mij. In die prikkels en die ervaringen. In het delen en het in contact treden met. Met wie ook, waar ook, waarom ook. Ja, zelfs zonder een duidelijke waarom. In het ont-moeten en het ont-dekken, met nadruk op het niets moet-gehalte. Nieuwsgierig en gedreven zoals Lois Lane. Zou haar job dan die van mijn droom benaderen?   Aan mij om het uit te zoeken. Op mijn pure wijze: verscheurd tussen mijn perfectionistische natuur en mijn drang naar ruimte, vrijheid, flexibiliteit. Zo stap ik voorzichtig voort. Als een Lois Lane met mijn wit giletke. Voorzichtig ja, zo ben ik. Maar daardoor marcheer ik niet minder voluit. Misschien val ik, misschien niet. Ik ga en probeer. Vol vertrouwen op mijn talenten. Talenten die ik investeer. Ik maak mijn dromen waar. Ik leef.

Aline
0 0

zeester

En hij kleedde mij uit tot Ik niet meer was dan een junk Voor eeuwig verslaafd aan het genotVan seks op het ritme van Daft PunkWat waren ze plots toch ver De beloftes die ik hem maakteIk lag op zijn matras als een zeesterDie een arm kwijtraakteIk kon niet meer bewegenKreeg niets meer gezegdIk heb mij daar dan, weinig verlegenEn zeer onelegant, bij neergelegd   Hallo. Ik ben Lieselot en ik begin mijn teksten altijd met ‘hallo’.Ik gebruik ook nooit moeilijke woorden.Dan zeg ik dat ‘dat mijn stijl is’ .En zo laat ik in het middenOf ik die woorden zelfs ken   Hallo, ik ben nog altijd Lieselot en ik ga zo meteen een tekst brengen die gericht is aan iemand die niet mijn lief is – en ik heb er een – iemand die biologisch gezien perfect mijn vader kan zijn en waarvan ik sinds kort hoop dat hij dat in de verste verte niet is.  Ik heb al zoveel geschrevenEn niks pas bij elkaarHet lijkt wat op mijn levenOp de knopen in mijn haar   Ik weet niet of ge het zietMaar: ik ben ‘t kwijtWat gij ziet zie ik nietEn, de laatste tijd   Ben ik vergeten hoe ik moet lopenHoe ik moet pratenAdemen en hopen   Wat ik was, wie ik benWat ik worden wilWaar ik van houd, wie ik kenMan. Da’s hier stil   Ik was toch van het geschreeuwDat ik zelfstandig wasNu het zielig welopverschot van de leeuwDat laatste, meest breekbare ras   Het lijkt alsof ik nog snelDrieeëntwintig jaren zonder stukkenMoest vullen met relEn kei veel ongelukken   Sadistisch van genotenEn nu soms nogAlsof ik hou van verklotenEn geil word van bedrog   Toeval is wat ik vraagAls alternatief voor de rampDie zegt dat ik gewoon graagAlles kapot stamp   Neem me meeStop me onder je jasBreek me in tweeZodat ik in je binnenzak pas   Draag me als een kind En draag me danAlsof elk zuchtje windMe breken kan   Pak mij vast zo ruw Tot witte plekken na het loslatenMe vertellen dat uwHanden daar zaten Kwil da ge me dingen leertFysica, chemie, veel seks en wat taalEn dat ge me zuigend markeertOngeacht hoe fucking puberaal Zorg dat ik alle hoeken vanUw kamer zo hard voeldeDat ik geen idee heb wat een manOoit met een cirkel bedoelde Dat elk risico dat bestaatOp besmetting door contactVerdubbeld wordt in ‘t kwadraatWegens allesbehalve mis – paktOntleed me als een dierZoals vroeger in de klasMaar dan voor het plezierIn 't midden van uw matras Geef mij overal rustBehalve in bedLaat mij daar gekustEn tegen de muur gezet   En kleed mij nietTot op de huidMaar nog net ietsVerder uit. Mijn hoofd is de chaos van een tijd geledenJarenlang geordend, en plots: tevreden. En dan gij. Gij schudt alles door elkaar. Godverdomse klootzak, schud nog eens? Ja, DAAR.

Lot
6 0

Stel, een stel (het is maar een stelling)

Hallo, ik ben Lieselot en ik begin al mijn teksten met hallo. Daarna vertel ik iets over een lief. Ik heb nog nooit een relatie gehad die - zoals het hoort - begon met een seksdate op Tinder, verder ging naar een date op een plaats waar seks geen legale optie was, evolueerde naar een nog meer seksloze date met de schoonouders en eindigde met twee kinderen en alimentatiegeld. Mijn nieuw lief leerde ik vijf jaar geleden kennen. Mijn zus stelde hem aan me voor met ‘Testelmans, dit is mijn zusje, daar blijft ge met uw poten vanaf’. Dat zei ze – zo bleek - omdat hij nooit ergens van af bleef.  Hij is met zijn poten van mij afgebleven en heeft dan zijn tong gebruikt. Vijf jaar geleden dacht ik dat hij mijn lief zou worden. Dat heb ik één week gedacht En daarna vijf jaar niet meer. Ik kon ook niet meer goed denken, want ik heb in die vijf jaar samengewoond met iemand die het huis vulde met cannabisrook. Verder heb ik hem ook gewoon niet meer gezien. Maar dat kan door de rook geweest zijn. Mijn ogen prikte op een gegeven moment te hard. Ik heb de cannabisjongen gedumpt. Ik wou zeggen ‘op straat gezet’, maar omdat het huis van hem was, wou hij liever binnen blijven.  Eens op straat, kwam ik de man van de tong tegen. Zijn tong was alleen. Dus we gingen op date. En toen op meerdere dates. "Ik heb gesolliciteerd voor een job in Spanje. Ik heb de job. Ik zou daar twee jaar mogen werken als animator. "  Zei de man van mijn dromen. Hallo, ik ben Lieselot en ik heb een tekst geschreven in die vijf dagen waarop ik dacht dat de liefde van mijn leven een seksloze LAT-relatie ging voorstellen.   Man. Wat wou ik Dat mijn hersenmassa niet bestond Dan maakte ik een valstrik Die ons voor altijd verbond   Dan stopte ik met de pil En beet ik op mijn lip Kortgerokt en verleidelijk stil Veel meer sluier dan tip   Van uw zorgeloos bestaan Waren de laatste uren geteld Ik liet u in de waan Tot aan het alimentatiegeld   Dan ontbrak ik alle hoeken Kzou gewoon, onbekwaam Vragen of ge mee wilt zoeken Naar een goede naam   Kzou hem 'Ongelukje' dopen Terwijl ik hem had gepland Samen met u kleertjes kopen U bellen om elke losse tand   Stel, stel, stel: gisterenavond Puur hypothetisch gesteld Dat de stem uit uw mond Minder rampen had verteld   Stel dat wij een akkoord konden bekomen Over elke dag op elkaars kap Stel, hypothetisch genomen Ik als uw overtreffende trap   Stel dat ge mij zou kunnen verdragen Elke ochtend in uw bed Stel dat ge u zonder zou afvragen Hoe het toch zou zijn mét   Stel dat de gedachte u zot Zou maken tot op een punt Dat ge tot door uw huid en op het bot Nooit meer zonder mij kunt   Stel dat ik in u al het leven Blies als een kind in een ballon Stel dat geen adem u kon geven Wat de mijne u geven kon   Stel dat ik het ritme in u wals Zoals iemand die hartfalen lijdt Met pleisters op uw borst en hals Aan mij verbonden zijt   Stel dat gij allergisch zou reageren Op elk ander lijf dan het mijn Stel dat ge het niet meer zou kunnen keren Van de jeuk, afkeer en de pijn   Stel dat ik als behandeling bestond Een wandelend doktersrecept En dat gij driemaal daags mijn mond Medisch gezien nodig hebt   Stel u voor Dat ik Bij u hoor  

Lot
0 0

# MIETOE

Ach ik ben nog steeds een beetje verwonderd dat er nu plotsklaps een, nu al wat oudere, generatie actrices opstaat en luidkeels over seksuele intimidatie en verkrachting begint te roepen. Wat heeft hen belet om destijds de sexy kat de bel aan te binden? Het opstapje naar hun carrière? Was dit een goede rede om jaren te wachten en het potje ongewenste intimiteiten goed ‘gedekt’ te houden? Tot ze eindelijk een glansrol binnenpijpten of de eerste Oscar binnen was? Wat had dat jonge vrouwelijke aankomend talent nu verwacht als een befaamde regisseur hen in zijn suite uitnodigde..dat dit was, om een potje UNO te spelen? Als zo’n talentenscout, na een avondje stappen, zo’n jong op carrière belust ding mee naar zijn kamer uitnodigt, dan is dat meestal niet om een spelletje scrabbelen, maar om een rondje poesje grabbelen te doen. Alleen als je, als leuk naïef meisje, jaren onder een steen geleefd of ergens in een donker religieus gat gewoond hebt, dan kan ik begrijpen dat de alarmbellen niet afgaan. Maar bij alle andere vrouwen moeten toch , bij zo’n ‘kom-je-nog-een-koffie-drinken-in-mijn-kamer-invitatie’, de SOS tekens rond je oren vliegen! En als je dan toch in de val gelokt werd, moest je dan als toekomstige actrice dan niet alert genoeg zijn om op tijd tegen die smeerpoespiet te roepen MIETOE in plaats van jaren later #METOO! Natuurlijk is NEE een NEE. Er lopen inderdaad, in het ‘t is eender welke firma of organisatie, een aantal notoire naast de potpissers rond, die voor de kick hun Willie in het is eender welke vrouw willen rammen. Geef die schuinsmarcheerders dan onmiddellijk lik op (hun) stuk! Doe zoals een aantal Vlaamse actrices gedaan hebben, verwittig je collega’s en zorg dat je nooit met zo’n op seksbeluste vrouwenjager alleen bent, tenzij je van zijn avances gediend bent natuurlijk. Overal waar mannen en vrouwen samenwerken, hangt er een prettige gender verschillende sfeer. En geef nu eens eerlijk toe. Was het niet megastrelend als een roedel bouwvakkers je van op het dak nafloten. Was het niet een reuze opsteker als een collega zei: ‘Meidje, wat zie je er fantastisch uit vandaag.’Wil die man dan stante pede met je tussen de lakens rotzooien?  Misschien wel, maar dat heb je dan toch zelf in de hand.. Is dit seksuele intimidatie? Meestal waren het alleen de dames die nooit op ’t straat nagefloten werden, die nooit enige mannelijke aandacht kregen en die na elk firmafeestje met hun overspelvoorbereiding een blauwtje liepen, die dan ’s anderdaags met veel verontwaardiging verhalen van ongewenste seksuele intimiteiten over de mannen rondbazuinden. Diezelfde dames die steeds met jaloerse blikken naar hun collega’s bleven loeren, die wel nu en dan een complimentje of mannelijke aandacht kregen. Die hun nietsvermoedende vrouwelijke medewerksters roddelend met leugens de grond probeerden in te boren. Wat hadden die graag, na de eindejaarsfuif een paar graaihanden op hun achterste gevoeld. Ik spreek van ondervinding als ik schrijf, dat ook ik door een collega lastiggevallen werd. Toen ik op de zolderverdieping van de firma, waar de papierberg gestockeerd werd, een paar documenten ging uitzoeken, kwam een medewerker achter mij aan en grabbelde naar mijn borsten.  Ik heb toen heel hard geroepen dat ik niet gediend was van zulke onzin en dat hij zo dadelijk het knietje kon krijgen. Toen hij zei, dat hij dacht dat ik interesse in hem had,omdat ik altijd zo lief en vriendelijk lachte, kon ik alleen maar verbijsterd antwoorden, dat ik godverdomme tegen iedereen lief en vriendelijk lachte. Enfin, ik had misschien veel geluk dat de Romeo, zonder verder handtastelijk te worden, teleurgesteld afdroop. Vanaf die dag, kroop hij bijna onder de vaste vloerbekleding langs mijn zitplaats het bureel door…Veel bedreigender vind ik, dat er nu een nieuwe lading haantjes opstaat, die onze meisjes, met een kort rokje of een hotpants aan,  naroepen dat ze een hoer zijn…Zij durven zonder blikken of blozen die meisjes lastig te vallen en als de rest van hun rondhangende schorriemorrie er op staat te kijken, wiebelen zij zelfs met hun hand onder die rokjes …Cool hé! Dus aan alle vrouwen die soms ongewild in zulke situaties terecht komen, laat jullie niet vangen met de vraag om een laatste afzakkertje in zijn kamer. Het enige wat waarschijnlijk zal afzakken is zijn broek. Wees assertief, reageer onmiddellijk, nagel ze met hun kruis aan het kruis en vooral BENEN TOE EN HOU BOVEN ALLES  JE MIE TOE!   Sim,  Edegem  29 oktober 2017    

Sim
71 2

Time Management

‘Vierentwintig uren in een dag vind ik toch écht te weinig. Ik kom er alleszins niet mee toe.’ Ze kijkt me aan alsof ik de minuten-fee ben die haar tekort aan tijd voorgoed uit de wereld kan helpen. Anastasia, ik ken ze al van toen ze nog Staasje was. ‘Dàt is lang geleden,’ kirde ze toen ik net de koffiebar binnenwandelde. De tijd waar zij steeds te weinig van heeft, heeft weinig vat op haar gehad, want ze is nog niets veranderd. ‘Waarmee ben jij tegenwoordig allemaal bezig?’ Staasje kijkt me oprecht geïnteresseerd aan met haar grote, zwart omlijnde ogen.‘Ik werk in de media en in mijn vrije tijd schrijf ik zo een beetje.’ zeg ik met enige fierheid.‘Wat leuk! Ik ben zelf ook echt een creatieve duizendpoot. Organiseren, filosoferen, acteren en creëren: ik combineer het het liefst allemaal.’ kraait ze net iets te luid.Normaal heb ik een hekel aan dit soort immer opgewekte mensen, maar om de één of andere reden intrigeert dit exemplaar me. Ik ben zelfs een beetje jaloers op haar tomeloze energie. Ze geeft me het vreemde gevoel dat het licht iets feller gaat schijnen wanneer ze praat. ‘Sinds drie jaar heb ik een blog,’ ratelt ze ongestoord verder. ‘Het loopt goed hoor! Al twijfel ik tegenwoordig of ik nog wel op het juiste spoor zit. Een blog is dat nu niet echt iets uit 2013? Misschien moet ik wel iets met tutorials gaan doen? Of vloggen? Maar ja, daar kruipt allemaal ook weer zo veel tijd in.’ Er valt een stilte, iets wat ongewoon is in haar aanwezigheid. Ze bijt op haar lip en begint nonchalant door het trendy magazine dat voor haar ligt te bladeren. ‘Ja, dat ga ik doen!’ zegt ze dan ineens beslist. ‘Ik start een vlog en dan interview ik elke week een inspirerend iemand. Dat is toch een goed idee?’Staasje verwacht geen antwoord op die laatste vraag. In haar hoofd maakt ze al een lijst van BV’s die ze wil strikken voor haar nieuwe plan. Ze tokkelt genadeloos met haar gelnagels tegen haar koffiemok en tuit haar lippen even. Ik zit haar gebiologeerd aan te staren, overweldigd door haar aanstekelijk enthousiasme. ‘Heb je al eens iets gelezen op mijn pagina?’ vraagt ze dan ineens. Helaas wacht ze deze keer wel op mijn antwoord.‘Nog niet, maar ik ben het zeker wel van plan.’‘Het is wel iets voor jou denk ik! Ik richt me vooral op jonge, hippe vogels die het graag op hun manier doen. Zoals ik in feite. Ik bewandel ook nooit de platgetreden paden. Een ordinair geschenk uit de winkel dat is bij mij uit den boze! Neen, ik geef altijd iets zelfgemaakt en origineel.’‘Klinkt leuk allemaal!’ glimlach ik schaapachtig. ‘Als ik straks thuis ben, ga ik zeker eens snuisteren op die blog van jou.’ Dat laatste lieg ik. Ik heb wel degelijk de intentie om haar blog te lezen, maar helaas zijn mijn dagen met hun vierentwintig uur soms ook gewoon te kort.

Ans DB
0 0

Vogelverhaal

Beduusd staren we met zijn twee naar het natgeregende terras.‘Zielig hé,’ zegt mijn vriendin. Ze laat haar vingers pathetisch langs het raam naar beneden glijden. Ik tuur meewarig naar de dode witte duif op de donkerblauwe tegels voor ons. Ze ligt er vredig bij, met haar oogjes dicht en haar beide pootjes in de lucht. ‘Hoe is ze daar terechtgekomen?’ vraag ik.Mijn vriendin trekt haar schouders op en loopt naar de bank waar ze neerploft.‘Tegen het raam gevlogen denk ik. Ze lag er al toen we vanmiddag van het boodschappen doen thuiskwamen.’‘Een tragische dood,’ zeg ik en duw mijn neus tegen het raam.‘Sht!’ sist mijn vriendin en wijst naar haar twee peuters die ongestoord op de mat aan het spelen zijn. ‘Ik heb hen verteld dat ze vast een vredesduif is, die moe is van al het vrede brengen in de wereld. Dat ze gewoon even een dutje doet en morgen wel weer vertrokken zal zijn om haar zware taak verder te zetten.’Ik kijk mijn vriendin met grote ogen aan. Fascinerend hoe ze steeds weer de meest van de pot gerukte verhalen aan haar kinderen wijsmaakt om hen het leed des levens te besparen. ‘Tegen morgenochtend moet ik dat ding dus op de één of andere manier weg zien te krijgen.’ fluistert ze samenzweerderig in mijn richting. ‘Zo lang het er ligt, mogen de kinderen niet buiten. Stel je voor dat ze het vieze ding zouden aaien, ik moet er niet aan denken.’Ik knik begrijpend. Wat doe je in godsnaam met een dode duif die je terras bezoedeld? ‘Misschien kan je ze in de tuin begraven?’ probeer ik.‘Ben je gek? Ik kom daar niet aan hoor! Dat beest zit vast vol met enge bacteriën.’Mijn vriendin zwijgt even en zegt dan beslist: ‘Ik weet wat ik ga doen! Ik ga ze met een schop over de haag gooien bij de buren, dan kunnen zij er maar een oplossing voor vinden.’‘Ga je daar geen last mee krijgen?’ frons ik mijn wenkbrauwen.Mijn vriendin grijnst. ‘De tuin van die marginalen hiernaast is sowieso een stort, een dode vogel meer of minder zal heus het verschil niet maken.’ Tevreden met haar plan staat mijn vriendin op en loopt naar het aanrecht.‘Koffie?’ vraagt ze vrolijk.‘Ja graag,’ knik ik. Ik denk even na over het net gesmede plan, mijn blik nog steeds op de dode vogel gericht. ‘Misschien is het nog zo geen gek idee,’ zeg ik dan en trek kort mijn schouders op. Ik draai me om en ga aan de keukentafel zitten, klaar voor mijn kop koffie. Mijn vriendin leunt glunderend tegen het aanrecht en zet tevreden haar handen in haar zij. ‘Vanavond, als het donker is, dan ga ik de tuin in en dan sodemieter ik dat dooie ding met een schop over de haag. Dan ben ik er vanaf en de kinderen kunnen weer buiten. Probleem opgelost!’‘Ideaal!’ beaam ik met een glimlach.‘Er is wel één probleem,’ zegt mijn vriendin dan ineens zacht, ‘we hebben geen schop.’

Ans DB
0 0

Het logboek van Joeri Primakov, kosmonaut aan boord van het ruimtestation MIR (deel 15-einde)

Vrijdag, 23 maart 2012   Ik heb gemerkt dat mijn l.ptop (van Chinese makelij) het niet lang meer zal tr.kken, want tijdens het t.pen verdwijnen er soms l.tt.rtj.s. Hopelijk is dit een t..delijk probleem, en kan ik versl.gen blijven schrijv.n.   Mo.e .od mi. .enadi. z..n.   .oeri Prim.kov, kosmonau.   Zaterd.g, 24 maart 2012   Ik ben vanmorgen de atmosfeer van plan..t N°05 binnengedrongen en heb de Doerak (moeizaam maar veilig) op een tropisch strand geland. Toen ik daaropvolgend de streek verkende, botste ik vrijwel meteen op het Sirius Star Hotel, waar mij prompt de duurste kamer werd opgedrongen; in dat opzicht lijkt deze plaats alvast een beetje op de .arde. De zee is hier echter goudkleurig en kent geen golven of getijden, een beetje vergelijkbaar m.t een gigantische honingbrei! Ik ben van plan er straks een goeie duik in te nemen, want ik sta echt te p.pelen om mijn nieuwste KGB-zwembroekje eens uit te proberen!   In de verte, achter enkele reusachtige palmbomen, bekleden honderden witgekalkte huisjes een grillige rotswand. Dit bevreemdend geheel wor.t broederlijk beschenen door een duo van roze zonnen, waarbij de ene -haastig als een hitsige minnaar- de and.re onophoudelijk opjaagt. Uiteindelijk is het een aangename ver.assing om te constateren dat deze plek iets weg heeft van een exclusief vakantieoord, dat daarenboven enkel door jonge deernes bevolkt wor.t! Het is kennelijk mijn geluksdag, want het zijn alle-maal enorm g..le m..den en ze hebben drie ......!!! De drankpralines, die ik hen als welkomstgeschenk gaf, werden alvast enthousiast onthaald! Ze wisten me te vertellen dat de vier andere planeten door mannen bewoond worden, maar dat die zich nog op een primitief bes.havingsniveau bevinden. Ze zijn er tot op heden dan ook nog niet in geslaagd om een verbinding met deze vruchtbare vrouwenplaneet te realiseren.   Ik ben echt op een ongerept paradijs terecht gekomen, alleen is het hier niet goedkoop. Het Siriusspeenvarken en de Sirius Slash (een plaatselijke cocktail op basis van k.k.sn.t.n en rum) hebben me reeds een fortuin gekost, en zelfs voor de bijhorende borrelno.tjes moest betaald worden! Helaas leed ik daarnet ook nog zware verliezen in het casino, wat inhoudt dat mijn VISA-rekening al férm geslonken is; gelukkig is de coc.ïne hier wel gratis! Binnen een uurtje krijg ik trouwens een grondige gezichtsverzorging, want vana-vond ben ik als eregast op het jaarlijkse g.l.b.l uitgenodigd. Het is vandaag immers de feestdag van hun patroonheilige Sint-Sirius, een vleermuisa.htige figuur die in 1452 (na een bloedige veldslag tegen de katholieken), de onafhankelijkheid uitriep. Hopelijk ver-warren ze mij niet met hem, want ik vergat mijn Spock-or.n af te zetten toen ik landde!   Naar het schijnt heeft kosmonaut Flimout deze locatie ook bezocht, maar hebben ze hem verjaagd omdat hij tegen het standbeeld van Sint-Sirius stond te p.ssen. In tegenstelling tot hem, ben ik niet zinnens deze droomwereld onmid.el.ijk te verlaten; mijn Doerak is reeds voor een Siriusskoda 4X4 cabriolet ingeruild, en ik kreeg er nog een gratis Siriusswatch bovenop ook!   Zo'n service doet de geda.hte aan thuis natuurlijk zéér snel in het niets verdamp.n; eigenlijk kunnen ze daar allemaal eens f.rm mi.n .ak ..bl.z.n!   .od was mij genadig.   Joeri Prima..., .........     (vrij vertaald uit het Russisch door Vince, mei 2006)  

Vince
0 0