Zoeken

Het logboek van Joeri Primakov, kosmonaut aan boord van het ruimtestation MIR (deel 6)

Dinsdag, 6 maart 2012   Ik ben tot het besluit gekomen om vanvond in die mini-capsule te kruipen, en het hier af te bollen. Deze drastische houding is het resultaat van de vele onaangenaamheden, waar ik de voorbije dagen mee te kampen had, en die me bijna mijn geestelijke gezond-heid hebben gekost.   Ziehier een kort overzicht ;   Het composttoilet (met afbeelding van Poetin) heeft zich, op werkelijk wonderbaarlijke wijze, van de andere badkamer-items losgerukt, en is (na een spectaculaire koerswijzi-ging!) tegen het raam van het ruimtestation gevlogen. Het is overbodig te vermelden dat de esthetische kwaliteiten van wat ik nu waarneem, lang niet kunnen tippen aan die van onze adembenemende aardbol. Uiteraard hebben alle raampjes meteen de volle laag gekregen én zijn er natuurlijk geen ruitenwissers, waardoor ik hier praktisch volledig in het donker(bruin) zit. Dit is duidelijk één van die zeldzame momenten, waarbij men zichzelf chronische constipatie-problemen toewenst, hetgeen niet evident is met die teringtabletten!   Daarnaast blijkt er, na intensief zoekwerk met het KGB-zaklampje, enkel nog Russische bloedworst met zuurkool in de provisiekast te liggen ... Een héél flauw grapje van kosmonaut Flimout wellicht, die ik als mens steeds minder begin te appreciëren. Positief is wel dat zijn (uitgebreide) collectie mini-flesjes met sterke drank hier nog staat; ongetwijfeld een vergetelheid, want die Belgen zijn net zo gierig als de Hollanders!   Alsof dat nog niet volstond, vond Proxirus het schijnbaar ook nodig om me per sms op de hoogte te stellen van het feit dat ik volgende maand geen telefoonnummer meer zal hebben, omdat mijn Pay in Space-kaart niet tijdig herladen werd! Het hoeft geen betoog, dat mijn mobieltje nu ook naar de asteroïdengordel op weg is.   Gezien het communicatie-toestel de laatste zes dagen geen enkel teken van leven gegeven heeft, de MIR door talloze vervaarlijke projectielen omsingeld wordt, en mijn laatste cola-blikje net gevuld is, lijkt een evacuatie me dan ook onafwendbaar. Ik besef maar al te goed, dat ik daardoor nooit meer voet zal kunnen zetten op mijn geboorte-grond, want die mini-capsule is wel zo handig ingesteld dat het zichzelf vermietigt bij een eventuele terugkeer naar aarde.    Ik mis Mariska en mijn moeder. De gedachte hen nooit meer te zien, omsluiert mijn hart met grote treurnis.   Moge God mij genadig zijn.   Joeri Primakov, kosmonaut  

Vince
0 0

Het logboek van Joeri Primakov, kosmonaut aan boord van het ruimtestation MIR (deel 4)

Zondag, 4 maart 2012   Ik ben vandaag verschrikkelijk slecht geluimd, want gisterennacht haalde de loeiende sirene van het impact-alarm me abrupt uit mijn slaap! Dit werd veroorzaakt door de botsing van de MIR met een Proxirussatelliet, en bracht ernstige schade toe aan de sanitaire voorzieningsruimte. Anders gezegd, er is geen sanitaire voorzieningsruimte meer. Ondanks verwoede pogingen, kreeg ik het KGB-gereedschapskistje maar niet geopend. Ik heb nooit begrepen, waarom ze die kistjes door de fabrikant van die befaamde milieu-box hebben laten maken! Uiteindelijk zag ik me genoodzaakt de badkamermodule hermetisch af te sluiten, om zo een onwelgekomen ruimtewandeling te vermijden. Toen ik daarna door het raampje keek, zag ik enkele items die nu waarschijnlijk op weg zijn de asteroïdengordel te gaan vervoegen, zijnde :   1 badscherm met afbeelding van Poetin 1 bidet met afbeelding van Poetin 1 buissiffon met afbeelding van Poetin 1 composttoilet met afbeelding van Poetin 1 douchecabine met afbeelding van Poetin 1 douchescherm met afbeelding van Poetin 1 douchestang met afbeelding van Poetin 1 driewegkraan met afbeelding van Poetin 1 handdoekradiator met afbeelding van Poetin (+ 2 handdoeken met het KGB-logo) 1 dubbele lavabo met afbeelding van Poetin 1 hydrometer met afbeelding van Poetin 1 stoombad met afbeelding van Poetin 1 sunshower met afbeelding van Poetin 1 toiletkast met afbeelding van Poetin 1 urinoir met afbeelding van Poetin 1 wastrog met afbeelding van Poetin en 1 porseleinen zeeppompje met afbeelding van Poetin.   Dat wordt dus plassen in lege colablikjes.   Moge God mij genadig zijn.   Joeri Primakov, kosmonaut  

Vince
0 0

Het logboek van Joeri Primakov, kosmonaut aan boord van het ruimtestation MIR (deel 3)

Zaterdag, 3 maart 2012   Mijn kameraden thuis schitteren nog steeds in afwezigheid en eigenlijk zou dit me niet mogen verbazen, want zij hebben immers ook allemaal gespiekt aan de kosmonauten-school van Minsk!   Ik heb vanmorgen nog maar eens bloedworst gegeten en daarna -dankzij een welgekomen ochtendmisselijkheid- drie uur lang (!) met een klein vangnetje achter brokjes staan hengelen! Indien men zich van een zenuwslopende bezigheid wil besparen, is het aan te raden absoluut niet over te geven wanneer men zich in een toestand van gewichtsloosheid bevindt. Ook ben ik tot de vaststelling gekomen, dat ik door mijn voorraad KGB-toiletpapier heen zit. Geen prettig vooruitzicht, me dunkt. Straks ga ik die Doerak eens van naderbij bekijken en uitzoeken wat de mogelijkheden zijn, met of zonder handleiding!   De amateuristische houding van de basis roept bij mij toch grote vraagtekens op. Per slot van rekening is dit hele zootje minstens enkele miljoenen waard, mezelf niet inbegrepen dan. Drie volle dagen zonder teken van leven; het is schandalig, écht schandalig! Eenzaamheid is de grootste vijand van een kosmonaut, dus rekende ik eigenlijk een beetje op het dagelijkse contact met de collega's thuis, al was het maar om de sportuitslagen mee te delen. Ik hoop trouwens dat Lokomotiv, die Belgische amateurs van Zoelte-Varegem eens goed op hun kloten hebben gegeven in de Champions League!   Helaas slaagt het voetbal er op dit moment niet in om mijn sombere gedachten te onderdrukken. Enkel de herinnering aan Mariska geeft me ergens nog wat levens-kracht, al is die even snel terug verdwenen wanneer ik weer eens aan mijn fluit getrokken heb. Toch moet ik opletten mijn dromen niet voor werkelijkheid te nemen, want het is meer dan 15 jaar geleden dat ik haar nog zag en we waren al bij al nauwelijks enkele weken samen. Binnen de ruimere context van de onverbiddelijke voortplantingsstrijd, zal er ongetwijfeld wel een ander species van dat smerig mannelijk mensenras haar sensuele schoonheid opgemerkt hebben!   Soms stel ik me de vraag, of het überhaupt nog zin heeft terug te keren.   Moge God mij genadig zijn.   Joeri Primakov, kosmonaut  

Vince
0 0

Het logboek van Joeri Primakov, kosmonaut aan boord van het ruimtestation MIR (deel 2)

Vrijdag, 2 maart 2012   Het ruimtestation functioneert nog altijd niet naar behoren, en de basis blijft zich hardnekkig in stilzwijgen verhullen; niets nieuws onder de zon, dus. De goden hebben het kennelijk op mij gemunt, want nu blijkt ook de verlichting aan boord het volledig begeven te hebben. Het is verdomd moeilijk om het juiste astronautenvoedsel uit de provisiekast te halen als je geen steek voor ogen ziet, en die tabletten lijken allemaal zo op elkaar! Russische bloedworst met zuurkool is al niet mijn favoriete gerecht, zeker niet om zes uur 's morgens. Gelukkig baadt de MIR nog in het bevallige blauwe licht van onze planeet, zo wordt het zicht hier me toch niet helemaal ontnomen!   Daarnet zag ik trouwens een bloedrode wolk boven Rusland drijven. Hopelijk heeft die heetgebakerde Koreaan geen kernbommen op onze kop gegooid, of ik kan een terug-keer naar huis wel helemaal op mijn buikje schrijven. De handleiding van die Doerak is compleet nutteloos gebleken, want er is alleen een Nederlandse versie beschikbaar en laat dat nu net de enige taal zijn die ik niet beheers! Toen ik kosmonaut Flimout kwam vervangen, leerde hij me wel enkele woordjes zoals 'kontneuker' en 'hoerenpoeper', maar ik betwijfel of die kennis zal volstaan om die mini-capsule aan de praat te krijgen. Uiteindelijk komt de strenge discipline, die mij aan de militaire academie van Siberië opgelegd werd, me nog goed van pas. De huidige sfeer hier aan boord kan immers mak-kelijk met die van het opleidingskamp vergeleken worden; even koud, en we moesten er ook constant aan onze fluit trekken. Zonder mijn trouwe KGB-teddy was ik al lang ten onder gegaan aan deze mistroostigheid.   Ik vraag me af hoe mijn moeder het stelt. We hebben elkaar niet meer gesproken sinds mijn vertrek, ruim twee jaar geleden. Ze was heel trots dat ik voor deze missie gekozen werd en heeft ongetwijfeld de volledige lancering op televisie gevolgd, als het bejaardentehuis haar dat toeliet, tenminste. Haar in die instelling achterlaten was hartverscheurend, maar ik had geen andere keus. Ze scheet dan ook voortdurend in haar broek en ging op de koop toe iedereen die ook maar enigszins bij haar in de buurt kwam te lijf met het goedje. Zo weigerde de postbode, na een aantal 'mindere ervaringen', nog brieven te deponeren in onze bus. Naar het schijnt is de arme man daardoor méér dan drie maanden thuisge-bleven.   Ook de buren zijn als gevolg van haar gedrag verhuisd. Ze konden het niet meer aan om (minstens) tweemaal daags bekogeld te verworden en dit vanuit allerlei onverwachte hoeken (vanuit hun Buxus-eland bijvoorbeeld). Het dieptepunt van alle incidenten voltrok zich wellicht op die warme augustusdag, toen onze buren een pool party hielden ter gelegenheid van de vijfstige verjaardag van de vrouw van het koppel, én waartoe veel vooraanstaande gasten uitgenodigd waren. Ik meen enkele oliemagnaten en lokale politici gespot te hebben, allen met jong, aanstormend schoon aan de hand natuurlijk. Wat een leuk feestje had moeten zijn, eindigde helaas in een ware poel van verderf, waarbij mijn moeder iedereen viseerde die ze ook maar kon raken. Mensen begonnen te huilen en weg te lopen, al waren er ook héél wat die gewoon ter plekke moesten overgeven, zeker nadat het buffet in haar vizier gekomen was. Meer dan dertig gasten werden uiteindelijk met ernstige verwon-dingen opgenomen in het hospitaal en één iemand moest zelfs gereanimeerd worden nadat er paniek uitgebroken was in het zwembad. Het is me tot op heden nog altijd een raadsel hoe zij over zo'n 'uitgebreid (anaal) arsenaal' kon beschikken, maar dat ze gedu-rende geruime tijd opgespaard heeft, mag duidelijk heten. Het is nooit meer goedgeko-men tussen haar en de buren. Ze was dan misschien niet meer zo helder van geest, mikken kon ze blijkbaar nog als de beste.   Ik hoop uit het diepste van mijn hart nog een kans te krijgen om haar te bedanken voor het gezelschap en de genegenheid die ze me schonk. Het is vreemd dat een mens zovele kilometers van huis moet zijn, om dit naar waarde te schatten.   Moge God mij genadig zijn.   Joeri Primakov, kosmonaut  

Vince
0 0

Het logboek van Joeri Primakov, kosmonaut aan boord van het ruimtestation MIR (deel 1)

Donderdag, 1 maart 2012   Vandaag ben ik jarig; hiep, hiep, hoera!   Helaas wordt het ruimtestation op deze heuglijke dag door technische mankementen geteisterd, wat een serieuze domper op de feestvreugde zet. Het communicatietoestel weigert al de hele dag halsstarrig dienst te doen, en ook het besturingssysteem heeft er daarnet volledig de brui aan gegeven. Er bestaat zelfs een reële kans dat het station hulpeloos op drift slaat, met het risico op fatale botsingen uiteraard. Geen prettig vooruitzicht, me dunkt. Aangezien alle werkingsmiddelen tegenwoordig vanuit de basis gestuurd worden, zullen zij met een oplossing voor de dag moeten komen. In tegenstelling tot wat het grote publiek misschien denkt, ben ik absoluut geen hoogvlieger binnen het domein van de ruimtevaart, en ik vrees dan ook dat mijn schaamteloos spiekgedrag aan de kosmonautenschool van Minsk, nu wel eens zijn rekening zou kunnen komen veref-fenen.   Het enige vluchtmiddel aan boord is een primitieve mini-capsule met de belachelijke naam 'Doerak', maar ik sta niet echt te springen om daar het heelal mee in te vliegen, enerzijds omdat het een terugkeer naar huis onherroepelijk uitwist, anderzijds omdat de garantie op dat toestel al sinds 1997 verlopen is! Desalniettemin ga ik er straks toch eens goed de handleiding van bekijken, een voor-bereid man is er immers twee waard. Als echter zou blijken dat één of andere lolbroek op aarde me op die manier voor mijn verjaardag wil verrassen, sla ik hem/haar bij mijn thuiskomst zeker op zijn/haar smoel! Het is trouwens van groot belang dat ik snel uit mijn benarde situatie bevrijd wordt, want binnenkort moet ik als gastjurylid in de pre-selecties van Eurosong fungeren, en ik heb die twee hete meiden van Tattoe reeds mijn stem beloofd! Zonder mijn aanwezigheid, verliezen we dit jaar gegarandeerd weer het songfestival!   Met deze missie hoopte ik eigenlijk ook om mijn succesratio bij het andere geslacht wat op te krikken. Vele ex-kosmonauten wisten me immers te vertellen dat ze de vrouwen werkelijk van zich af moeten slaan, wat me natuurlijk als muziek in de (flap)oren klonk! Ik heb in mijn jonge leven nog maar één lief gehad. Ze heette Mariska, en ik ontmoette haar op het strand van Sochi. Het klikte vrijwel meteen, want we waren allebei hevige fans van Red Zeppelin. Ze had blond haar, groene ogen, en een klein karakteristiek sproetje boven haar lip. Het sensuele samenspel van haar slank lijfje met het strakke badpak brandde zich (ondanks de bescherming van een hele hippe Ray Ban-zonnebril!) genadeloos op mijn netvlies. Dit zeg ik zonder overdrijven, daar een Europees onderzoek van vorig jaar heeft aangetoond, dat Russische vrouwen (inzake visuele bevrediging) ongenaakbaar aan de top staan! Terwijl alle andere meisjes halfnaakt op een handdoek lagen te sudderen, verkocht Mariska ijspralines aan de badgasten. Die bruingebakken, kwebbelende lolita's lieten me helemaal koud, maar dat frêle meisje met haar sneeuwwitte vel, veroverde eensklaps mijn hart.   Het gemis aan intiem contact vervult elke vezel van mijn lichaam met erotisch verlangen en ik kan mezelf wel voor het hoofd slaan, de opblaasbare KGB-pop thuis vergeten te hebben! De basis had nochtans beloofd me regelmatig een vrouw te zenden, maar tot op heden kreeg ik enkel het bezoek van een stomme boysband, 'Get Freddy'. Ze zijn drie weken (!) gebleven en ze waren natuurlijk allemaal andersgeaard! De KGB-kuisheidsgordel heeft me toen trouwens zéér nuttige diensten geleverd. Tot mijn grote opluchting liet de vorige kosmonaut, ene Flimout, hier een oude Playboy liggen, en ik moet bekennen dat mijn eerste interstellaire masturbatie een hele beleve-nis was! Inmiddels heb ik reeds zoveel zaad de ruimte in geloosd, dat er bijna geen sprake meer kan zijn van 'donkere materie', maar dit terzijde.   Moge God mij genadig zijn.   Joeri Primakov, kosmonaut  

Vince
0 0

Zeemeermin

De lucht is zachtblauw, niet helder, een beetje dof zelf. De zon voelt heerlijk, warm en zacht. Na weken heeft ze haar kracht verloren. Ze prikt niet meer, ze brandt niet meer. Alsof ze de bloemen en planten heeft horen huilen. Die zijn op sterven na dood. De helft van de bladeren hangt slap aan de plant, overlevend op hoop dat er weldra water zal vloeien. De andere helft heeft het opgegeven en ligt dor op de grond, alsof de herfst nog voor de zomer is gekomen. Mijn zoontje van vier had het gisteren ook al gemerkt en riep heel enthousiast “Mama, kijk de blaadjes, het is bijna Sinterklaas”. Maar dat is het niet, het is zomer en de temperatuur is eindelijk draaglijk genoeg om de hangmat in te kruipen. Hupla, beentjes in de lucht en ogen dicht. Mijn gezicht wordt warm. Zachtjes wieg ik heen en weer en bedenk dat ik niet in slaap mag vallen. “Ik mag niet in slaap vallen, ik mag niet....” De zon is weg, de hangmat hangt stil. Alles is stil. De lucht lijkt wel een schilderij. De wolken hebben alle tinten wit en grijs. Boven mijn blote voeten zijn ze verblindend wit als het hemellicht dat je zou zien als je doodgaat. En als ik mijn hoofd in mijn nek gooi zie ik een grote massa blauwzwarte wolken die mijn buik doen kriebelen. Wolken zijn ofwel spannend ofwel rustgevend en als je geluk hebt dan zijn ze het allebei, zoals vandaag. Boven mijn hoofd vermengen zich alle tinten grijs. Ik probeer hun spel niet te begrijpen, maar geniet van het gewriemel om het juiste plaatsje. Ik lig muisstil zodat ik het eerste drupje niet kan missen. Eén drupje, liefst eerst op mijn gezicht en dan ééntje op mijn tenen. Komaan wolkjes... Maar er komt niets. Waarop wacht ik eigenlijk, op enkele druppeltjes om van te genieten? Of wil ik een hele stortbui? De spanning giert door mijn lijf als ik eraan denk. Ik voel de eerste zachte druppeltjes, eerst traag, hier en daar op mijn blote lijf ééntje. Dan steeds sneller en harder, zo hard dat ze alle spanning uit mijn lijf persen en ik heel hard begin te lachen. Dat lachen lijkt al even lang geleden als de regen. Het water stroomt uit de hemel en de energie raast door mijn lijf. De hangmat begint hard te zwieren. Ik moet me op mijn buik draaien en me vastgrijpen aan de koorden. De wind blaast al mijn haren plat achteruit. Behalve mijn froefroe. Die heeft de kapster deze week verkeerd geknipt, waardoor de korte haartjes helemaal recht gaan staan. Ik gil van plezier, mijn benen gaan de lucht in. “Harder, harder!”, roep ik nog. Ik lach, ik leef! De wolken en ik, wij zijn de heersers hier op aarde. En dan wordt het plots muisstil. De hangmat hangt stil en ik hoor niets meer, geen wind, geen regen. Alles staat onder water, het huis, de tuin, de hangmat. De hele wereld staat onder. En het is eindelijk stil. Ik lig terug op mijn rug en bekijk de wereld, de onderwaterwereld. Het water staat ver boven het dak van het huis. De tuin lijkt tevreden, de meeuwen ook. Ze vliegen geluidloos door het water. En ik adem terug normaal, diep onder water. Ik slaak een zucht van geluk. Eindelijk heb ik het gevonden. Ik ben een zeemeermin.  

Fien SB
52 1

Vergif zoals het Westen dat maken kan

    Westen, ik klaag u aan gij hebt mij berekend betwetenduitgetekend gesmeten gemetengij wilt mij doen vergeten wij eten wij weten op de kap van wat het niet-blanke produceerde Blank, Jonk, Rijk en Vrouw de doorgewinterde dievegge misdadig, dom, schuldig, onderdanig dubbelspion bij uitstek onwetend weet ge gij blanke bange mens met uw fragiele ego gij moogtzoveel aanklagen als gij verachten kunt met uw neutrale logica uw heldere rationaliteit de juiste nationaliteit de onderdrukte kan zich niet permitteren heeft niet in haar bezit de luxe om de wisselwerking tussen inhoud en vorm de bron niet in vraag te stellen voelt ge voelt ge het verschil is macht man kracht de buur vriend voorbijganger collega moderator vader klant werkgever hulpverlener passagier dokter nonkel flik zij menen het goed de humanitair hij meent het goed schijnt de democratie nog is de liefdadigheid oprecht kan de schenker krijgen de ontvanger geven en weigeren steigeren gevangenissen verborgen want de solden schoolpoorten gesloten centra iedereen zot asielzoeker verstikt verloren stemmen smoren psychiatrie wie verblind de lotto het kind geschminkt slavernij aanwezig vluchteling vernederd mens zonder papieren ge-weren ontnomen want geschiedenis haalt ons in imperialisme ontkend kolonisatie pertinent verstedelijking slachthuizen van glas lachende koeien op uw verpakkingen schoon gras kunst vermarkt wolven schaapsverarmd zij blaten menswaardige rusthuizen diervriendelijk vlees de bijwerkingen van drugs die van de farma-industrie kanker zieker dan pesticiden malafide voort zullen we gaan nooit voldaan ballonnen, kermis, aspartaam kassa’s niet gevuld verslavingen gestild met het mes op de keel vogels mijdend schrijnend verpakkingen kosten meer dan de inhoud reclames, groener dan het product het planten van de eenzame schijnboom ter compensatie uw geweten zal het geweten hebben want schijnen doen we goed naar het schijnt iedereen hypocriet de ene al wat opmerkzamer dan de andere op een opportune manier met ethiek omgaan of van het opportunisme uw nieuwste principe maken absoluut, die waarheid de solipsist, postmodernist en nihilist zaten samen op café komt er een pragmaticus binnen van Syrië het kapitalisme zij doet goed ziet ge die verlichte illusies niet de straatversiering optisch optimistisch flikkeren licht voor de occasionele zwerver ziet u negeren zult ge rationeel zult ge genieten van overdaad schaad-t niet baat het niet de een zijn dood is de ander zijn voort zullen ze gaan het paternalisme zij is nodig want hiërarchie en dominantie loont alternatieven zijn er om tot complottheorieën gereduceerd te worden vertrappeldkrachtsverhoudingen zijn er om omvergeworpen te worden wacht maar idealen zijn er om verkracht te worden doe maarheb ik van horen zeggenonafgewerkt losse eindjes ontevredenheid is dat wat de toekomst voedt lang heb ik nagedacht over de toon van deze brief tergend heb ik overleefd geweerd gesleurd uitgeput gespeeld met dat wat er van mijn persoon verwacht werd bespeeld werd ik bewerkt het ultieme product conform aan de geïnstrumentaliseerde verandering die gij koos die uw belangen dient moordend laatst zag ik iemand lachen ik dacht bij mezelf yolo

Pseudoniem
0 0

Donker in de westhoek

We zitten in de wagen op weg naar de kust. Op de radio klinkt: "Paulo aime les moules frites, sans frites et sans mayo." Ik lach. "Dat is juist", zeg ik tegen de kinderen. Paulo hield zoveel van frieten dat hij eraan dood gegaan is,  zo dik was hij. De kinderen op de achterbank kennen het verhaal al en zingen uitbundig verder.  Ik kijk weemoedig door het raam en ga in gedachten 20 jaar terug in de tijd. Ik zit als achtjarige samen met mijn zus en marraine in de auto. We naderen Wormhout, een klein dorpje in de Franse westhoek. Of zoals Olga het in het Frans-Vlaams zegt "wormhoed". Olga is de nicht van marraine, mijn grootmoeder, en de schoonzus van Paulo. Mijn zus en ik gaan er samen met marraine het verlengd weekend doorbrengen. Zoals elk jaar voel ik me misselijk als ik de woning binnen kom. Het is er donker en ik hou niet van donker. Ik loop zo snel mogelijk door naar de keuken, daar ruikt het gezellig naar koekjes en Franse koffie en komt er licht door het raam dat uitgeeft op het atelier achter het huis. Olga zit op een stoel en biedt ons koekjes aan. Ze doet haar best om Frans-Vlaams te spreken. Haar haren zijn opgestoken in een knot en boven haar grauwe kleren draagt ze een keukenschort. Met haar grijsblauwe ogen en zachte stem heeft ze iets kwetsbaar. Haar huid voelt aan als het fijnste zijde. Naast de sterke vrouw die marraine is lijkt ze wel onzichtbaar. Olga is getrouwd met Lou. Een kleine pezige man met zwart haar, glanzend van de brillantine. Zijn ogen zijn hard blauw en aan zijn linkeroog hangt een steelwrat in de vorm van een bes. Lou maakt vaak grapjes, maar toch zijn we bang van hem. Achter die grapjes schuilt een zeer explosieve man. Dat weten we. Dat weet Olga ook. Daarom zegt Olga niet veel en zit ze meestal in de keuken. Als wij hier zijn zitten we meestal in de tuin of in het atelier. Het is een lange rommelige tuin. De weg door de wildernis is voor ons een heel avontuur. Helemaal achteraan in de tuin staat een klein groen hutje aan een beek. De beek met de ratten is voor ons verboden terrein. Lou zit heel vaak op een bistrostoeltje aan die beek naar de radio te luisteren. Als hij daar zit weten we dat we hem niet mogen storen. Op zijn voorhoofd staan dan twee diepe rimpels en hij trekt zenuwachtig aan zijn sigaret. Af en toe briest hij er iets uit waar we niets van begrijpen. Na afloop van de uitzending zijn er twee mogelijkheden: ofwel keert hij vrolijk en grappend terug ofwel staat hij op ontploffen. In het laatste geval krijg je van de spanning amper je middagmaal door je keelgat. We hopen dan stilletjes dat Olga niets fout zal doen of zeggen en dat we snel terug in het atelier kunnen gaan spelen. Het atelier heeft een dak uit plastic golfplaten en is daarom de enige ruimte waar rechtstreeks zonlicht binnen komt. De linkergevel staat vol oude vergeelde boeken en tijdschriften met daarvoor een lange werkbank. Rechts staat een oude wasmachine en een groen melkkrukje. Mijn zus en ik spelen altijd „boerderijtje” in dit atelier. De wasmachine is de koe die we zittend op het groene krukje melken. Uit de tuin halen we rode bessen die we tussen de werkbank pletten tot bessensap. Of we pletten de bessen tussen de vergeelde bladeren van de kranten en tijdschriften. Vol verwondering kijken we dan naar de schilderijtjes die de geplette bessen hebben gevormd. Maar vandaag loopt ons spel helemaal fout. We hebben op de knop van de wasmachine gedrukt en het water is beginnen stromen. We proberen het nog zelf op te lossen, maar voor we het beseffen staat de hele atelier onder water. We staan doodsangsten uit bij de gedachte dat we Lou moeten verwittigen. Lou ontploft zoals we hadden verwacht. Hij trekt zijn riem uit en stuurt mijn zus naar boven. Ik moet van Olga en marraine in de donkere living blijven. Ik ben doodsbang en bekijk de bezorgde gezichten van de twee oude dames bij mij in de living. Ik begrijp hen niet. Ze vinden Lou zo plezant dat ze zijn woede-uitbarstingen er zwijgend bijnemen. Wat later kruip ik bij mijn zus in het hoge bed in de donkere kamer. Ik verlang naar huis, naar licht. Ik wil weg van die muffe geur, van die akelige sfeer, weg uit die westhoek waar het donker verleden lijkt voort te bestaan. Lou zijn grapjes zullen me nooit meer aan het lachen brengen en Olga zal eeuwig zwijgend op het wit keukenstoeltje voor zich uitstaren, de koekjesdoos in haar hand als zoete troost. Ik neem voor altijd afscheid.

Fien SB
59 1

Vierentwintig keer regent het treurwilgblaadjes

Groen wordt geel, dan rood, dan bruin. Door de goudgekleurde stralen van een zon die amper aan de hemel rijst, schitteren dauwdruppels als diamanten op de roodbruine bladeren. Het is herfst! Vierentwintig jaar is het al, dat we achter hetzelfde raam, vol bewondering naar deze mooie transformatie in onze tuin staan te kijken.   Het begon ooit in een oud huis met een verfborstel in onze ene hand en twee kleine peuters in de andere hand. Een grote tuin met alleen maar gras. Een hoge brede treurwilg aan de ene kant, een  oude grillige appel- en pruimenboom aan de andere kant.   Het is herfst 1989. Massa's geel gekleurde blaadjes dwarrelen bij elk zuchtje wind naar beneden. Voor de eerste keer regent het treurwilgblaadjes in onze tuin.   Al vijf keer regent het treurwilgblaadjes in onze tuin. Tussen de bergen bouwafval groeit hier en daar een frisgroene grasspriet. Een riddertje speelt op de onderste takken van de appelboom. Hij rent onvermoeibaar in en uit de boom en zwaait vol overgave met zijn zwaard  naar de ingebeelde draak. Prinses Mikie wandelt van boom naar boom, met een cocktailjurk vol gekleurde pailletten aan, om haar hals een hoop klatergoud, aan haar voeten bijpassende schoentjes die op het stenen pad "klak, klak, klak" zeggen.   Tien keer regent het treurwilgblaadjes in onze tuin. Een jonge kat springt wulps tussen de vallende bladeren. De appelboom is gevallen en netjes opgeruimd. Er staat nu een schommel met glijbaan en klimtoren. Aan de rand van fris jong gras prijkt een dun twijgje met een groot label eraan.  Op het label  staat een foto van een grote kersenboom vol lekkere rijpe kersen. Voor de nieuwbouw garage, ten midden van kleurrijke heesters en struiken, klatert water uit een bamboe watervalletje  in een houten ton. Er zwemmen 2 goudvisjes in. Een springtouw en een poppenwagen liggen geduldig te wachten op het nieuwe terras. Net als de mountainbike en het skateboard. De school is nog niet uit.   Vijftien keer regent het treurwilgblaadjes in onze tuin. De pruimenboom stond helemaal dor en is netjes opgeruimd. De schommel oogt zielig eenzaam in een hoekje aan de rand van de tuin. Het watervalletje was niet zo'n succes. Het heeft plaatsgemaakt voor een heg die dwars over de hele tuin tot aan de treurwilg reikt. Er staan een rond zwembad en vier zonnestoelen achter. Uit de kamers van het riddertje en prinses Mikie klinkt "keifakke"  muziek.   Twintig keer regent het treurwilgblaadjes in onze tuin. De kersenboom is nu zo groot als op het labeltje stond. De schommel is netjes opgeruimd en heeft een tweede leven gevonden in een andere tuin. Het ronde zwembad is omgebouwd tot een stenen rechthoekig exemplaar mét zonneterras. Als ik door het raam zie, droom ik weg naar te warme dagen met stralend blauwe hemel en zie twee studenten genieten van "poolparties". Nog steeds mét hippe muziek!   Het is herfst. Voor de vierentwintigste keer zie ik door het raam naar onze tuin. Het regent geen treurwilgblaadjes meer. Hij is gevallen, onze hoge brede treurwilg, en met man en macht netjes opgeruimd.   Het riddertje kijkt nu vanuit zijn appartement naar een laan met vijf hoge platanen. Voor hem regent het grote rode bladeren. Door het raam van hun huis aanschouwt Prinses Mikie met de liefde van haar leven, een berg bouwafval met hier en daar een frisgroen grassprietje. Aan de ene kant prijkt een walnotenboom van middelbare leeftijd. In de weerkaatsing van het nieuwe venster zie je haar bolle buikje.   Vijfentwintig keer en het zal nooit nog treurwilgblaadjes regenen. Of we nog door het raam gaan kijken? Heel waarschijnlijk als paasbloemen gaan bloeien en vogels beginnen te fluiten, zal je ons vinden aan de nieuwe zandbak. De zandbak op het terras waar ooit een treurwilg stond. Waar een klein peutertje samen met oma en opa de mooiste zandkastelen zal bouwen!

Bettybie
0 0

Over tijd

We hebben een serieuze haat-liefde-verhouding, tijd en ik. Altijd al gehad. 't Is een knipperlichtrelatie. Soms is het aan, soms uit. Soms zien we mekaar graag, op veel momenten kunnen we mekaar niet uitstaan. Enfin, ik moet hier voor mezelf spreken. In plaats van de tijd kan ik eigenlijk weinig zeggen. Ik ga er gemakkelijkheidshalve van uit dat wat voor mij geldt, ook voor tijd geldt. Freud zou er wel een term voor hebben. Maar dus: tijd. We kunnen niet zonder mekaar. Maar soms wil ik er gewoon liever van af zijn. Wilde ik dat hij niet bestond. Of dat hij gewoon eens wat vaker stilstond.Zo vaak gaat hij te vlug. Soms te traag. Het hangt van het moment af. Maar ook van de leeftijd. Waar tijd vroeger snel vooruit ging, lijkt hij nu uren te duren. Of dagen. Of eeuwen zelfs.  't Is iets complex, tijd en ik. Ik heb 'm lang proberen vast te pakken en te plooien naar mijn zin. Efficiënt in te vullen. Goed te plannen. Als ik dan dit doe en daarna dat, dan heb ik dàn en dàn tijd voor dat.  Zoiets ongeveer.  Ik probeerde zoveel mogelijk uit de dag halen. Waardoor ik het Moment aan me liet voorbij gaan. Dingen niet zag. Niet hoorde. Er niet voor open stond. Ah nee. Het moest efficiënt zijn. Gepland. Iets dat ertussen fietste, reed in de weg.  't Is nog steeds moeilijk, hoor, tijd niet-effeciënt gebruiken. Eens luieren. De tijd uit het oog verliezen. Een dag naar zee, zomaar, doelloos rondkuieren en van terrasje naar terrasje gaan zonder doel: nog steeds lastig. Ik wil een doel. Zodat ik tijd maximaal kan doen renderen. Ik sleur 'm mee, die tijd. Van stoel naar stoel. Kijkend op m'n horloge. Onrustige wiebelend. Wachtend op de volgende deadline. Niet gemakkelijk. Maar 'k leer bij. Twee terrasjes, zonder doel of deadline...'t lukt al beter. Drie is nog moeilijk. En waar het vroeger leek alsof de tijd stil bleef staan, flitst hij nu steeds vaker voorbij. 's Nachts bijvoorbeeld. Ik kan me niet herinneren dat de nachten in mijn kindertijd zo kort waren. Ze leken lichtjaren te duren. 't Zijn trouwens niet enkel de nachten die voorbijrazen. Ook de dagen en de weken gaan sneller. Veel sneller. Een keer knipperen met je ogen en ze zijn weg. 't Is vreemd. En 't wordt alleen maar erger. Echt. Ik las eens hoe dat kwam, in dit artikel. Of hoe dat zou kunnen komen. Er zijn veel mogelijke verklaringen. Eentje ervan is dat we, naarmate we ouder worden, steeds meer vastgeraken in een routine. Er zijn niet (meer) zoveel nieuwe dingen te ontdekken. We kennen onze wereld wel, min of meer. En wanneer er weinig nieuwe input is, is er ook minder te processen.  Voor kinderen is veel nieuw. Moet er veel verwerkt worden. En daardoor lijkt het alsof de tijd voor hen veel trager voorij gaat. Of zoiets. Wat snel ging, duurt nu te lang. Een internetverbinding hebben van 4G, da's nu snel - of is het intussen overal 5? 't Gaat zo vlug. 15 Jaar geleden was inbellen via Caen in Frankrijk de snelste manier om te kunnen surfen op het (nog net iets minder uitgebreide) WWW. Het geluidje hangt nog steeds in m'n hoofd. Het duurde soms minuten eer je verbonden was. Maar dàn ging het snel. Een pagina laadde in op een halve minuut. Warp-speed. Toen toch. Als een pagina nu langer dan 10 seconden nodig heeft om in te laden, ben ik al weg. Of heb ik al zeven keer op refresh gedrukt. Terwijl ik ongeduldig tokkel op m'n toetsenbord. Ik ken eigenlijk geen enkele website meer die moet laden. Tenzij er iets mis is.De vooruitgang. 't Is niet enkel de perceptie die de tijd vooruit stuwt. Een voorbeeld? Die laatste dagen zwangerschap - overtijd en ongeduldig. Die dagen duurden, eerlijk waar, langer dan de 40+ weken die eraan vooraf gegaan waren. Elk uur kroop voorbij. Om gek van te worden. 't Waren geen aardse dagen van 24 uur, maar 't leek er eerder eentje op Venus. Daar duurt een dag 116 dagen. Het lijkt iets slechts, dat tijd soms langer duurt dan vroeger. Maar soms is dat gewoon leuk ook. Om langer naar iets te kunnen uitkijken. Of toch dat idee te hebben. Om te slow-cooken of te slow-brewen (koffie dan, he). 't Moet allemaal zo snel niet gaan. Om te moeten wachten op iets. Om te moeten sparen voor iets. 't Is een trend, he. Ik snap 'm wel.Combineer die twee. Dan wordt het pas écht leuk: Rijden tussen het jachtige verkeer op de drukke E17 en intussen dit streamen door de luidsprekers van je autoradio. De wereld ziet er in één keer helemaal anders uit. Mindfuck. En vooral fun. Hilarisch vind ik het. Probeer het zelf maar eens. Je zit gegarandeerd glimlachend achter je stuur. Soms staat hij ook nog wel eens stil, hoor, de tijd. En ik ook.  Toen ik telefoon kreeg dat kleuterlief, in haar eerste schooljaartje, met haar hoofd tegen de muur gevallen was tijdens de speeltijd en de juf zei dat de wonde best genaaid moest worden. De rit naar school duurde ook echt een eeuwigheid. Wanneer je slecht nieuws krijgt. Of net heel fijn. Wanneer je iets fouts hebt gedaan. Of betrapt wordt. Ook dan matrixt de tijd. 't Is een supercool effect. Je hebt er geen grip op. Het gebeurt gewoon ineens. Stop. Freeze. En niet zelden gaat hij nadien ook supertraag weer verder. Da's tijd. Ongrijpbaar. Oncontroleerbaar. Weg voor je het weet. Voorbij en vergeten. Tenzij in herinneringen. Daar is tijdreizen mogelijk. Niet altijd realiteit. Maar zoals ze je ze ervaren hebt, die momenten. Netjes opgeslagen en bereikbaar - enfin, soms. Soms poppen ze op, die herinneringen, onverwacht en ongepast. Soms kan je ze even niet vinden. Tot iemand je erop wijst. Of je iets ruikt, ziet of hoort. Flashback naar 31 jaar geleden, naar die keer dat ik met m'n voetje tussen de spaken van het achterwiel zat. 18 jaar geleden, naar een mondeling examen dat ik nailde. 7 jaar geleden: dat ene geprek met m'n grootmoeder over een trouwkleed. Of naar het avondeten van gisteren. 'k Moet eens even nadenken...wat aten we nu weer?  

Gitane
0 0

My ass

Ik ben geen fan van openbare toiletten. Wie wel, eigenlijk? Iedereen probeert ze toch te vermijden. Ze zijn er enkel in geval van de Allerhoogste Nood. Want meestal niet zo fris. Niet proper. Om het schoon te zeggen. Ook de toiletten in tankstations waren te mijden. Ik vond ze vreselijk. Dronk uren op voorhand geen water meer wanneer ik een lange (bwah) rit moest maken. Stel je voor dat ik zo dringend moest dat stoppen in een tankstationtoilet de enige optie was. En het is niet zo dat ik smetvrees heb. Hoewel. Misschien een beetje. Maar geef toe, zo'n toiletten zijn vaak echt niet schoon en/of in goede staat. Da's deuren met de ellenboog openen, zo weinig mogelijk aanraken (ZEKER geen wc-onderdelen, ieuw. Ik trek door door met m'n voet op die drukknop te duwen. Niet vragen. Dat lukt. Meestal) en - na zeer uitvoerig en met zeep handenwassen - toch nog even desinfecteren met dat flesje alcoholoplossing uit m'n handtas. De laatste jaren waait er gelukkig een frisse wind door de toiletten in tankstations. Door ze te laten uitbaten door gespecialiseerde bedrijven, wordt snel-snel plassen nu bijna een wellnesservaring: propere wc's en vloeren, kleurige muren en een leuk muziekje. Ok, je moet er dan wel €0,50 voor betalen, maar die kan je recupereren in de vorm van een kortingsbonnetje. En dat kan dan weer ingewisseld worden bij de aankoop van een Lavazza-koffietje. Ja, ze gaan erop vooruit die stations en hun toiletten. Nu, het blijven natuurlijk publieke plekken. En wc-hokjes. Hoe leuk ze ook aangekleed zijn. Er komt veel volk samen. Mensenlevens die elkaar kruisen. En passant. Vluchtig. Niks anders te delen met elkaar dan een warme toiletbril en -papier. Enkel het doel voor ogen: verlossing. Maar soms loopt het toch anders. Blijft er toch iets hangen van zo'n snelle pipi-stop. En dan heb ik het niet over die halve rol papier onder je schoen. Dit gebeurde vorige week. 't Was een schoon toilet. Mooi ook wel. Met twee hokjes. Eentje was bezet. Ik koos dan maar het andere. 'k moest echt dringend. 't Zou stom zijn om te staan wachten tot dat ene hokje weer vrij was. Mensen zouden toch maar raar staan kijken. Misschien moet ik me daar minder van aantrekken. Anyway. 't Waren zo van die 'open' hokjes. Apart maar toghether: open van boven en beneden. Geluiden voor iedereen toegankelijk. Ik deed wat bijna iedereen in zo'n hokje doet: zo stil mogelijk plassen. Zwevend. Want smetvrees. Ook in een schoon toilet, ja. Je weet het nooit. 't Gaat trager zo zwevend fluisterplassen en ik pikte het gesprek op uit het hokje naast het mijne. Blijkbaar zaten er twee mensen in. En moeder en dochter, zo meende ik te kunnen afleiden. Of zoon. Want ik hoorde enkel de moeder praten. Bevelend. Kort. Instructietaal voor kinderen. Met véél herhaling. 'Ga zitten''. 'Plas door!'. 'Ben je klaar? Nu al? Dat kan nog niet!'. 'Plas helemaal uit. Nog, ja. Komaan. ' 'Ben je klaar? Zeker? Blijf toch nog maar even zitten.' 'Neem voldoende wc-papier. Niet zoals de vorige keer. Nee. Meer.' Zoiets was het. Ongeveer. Ik was intussen ook mijn eigen business aan het minden.Jeezes, mevrouw. Komaan. Geef dat kind even rust. Als je zo op zijn/haar kap zit, gaat dat écht niet lukken. Of sneller gaan. Of helemaal uitgeplast raken. Het verbaasde me dat dat kind geen weerwoord bood. Mocht ik onze kleuter zo afjagen en pushen, 't zou nogal een feest worden in dat hokje. En dat bedoel ik ironisch, he. Voor de zekerheid voeg ik dat er toch even aan toe. Nog net op tijd kon ik mezelf inhouden. Wilde mijn ongenoegen laten blijken. Door diep te zuchten of 'Komaan' ofzo te zeggen. Met m'n ogen had ik al een aantal keren gedraaid. Maar dat zagen ze natuurlijk niet. Ik was klaar. Zij ook. Iets sneller dan ik. Want toen ik met mijn voet doorgetrokken had en met mijn elleboog de deur opengekregen, zag ik hen nog net wegwandelen. Een mama en haar dochter, inderdaad. Maar de dochter was geen kleuter. 't Was een meisje met een zware meervoudige handicap. Ze leek me vooraan in de twintig. En had heel duidelijk de hulp nodig van haar mama. Om te stappen ook. Verdomme. Terwijl ik daar gezellig in mijn hokje stond te oordelen, was die moeder naast me gewoon aan het doen wat ze waarschijnlijk dag in, dag uit doet: voor haar dochter zorgen. Met veel geduld. En liefde. Bezorgd. Omdat ze misschien ziek kon worden wanneer ze niet uitplaste. Een blaasontsteking kon krijgen ofzo. Misschien erger. Iets wat ze konden missen. Iets wat veel impact zou kunnen hebben op haar, op hun leven. Fijn, zo. Dat had ik weer eens netjes gedaan. Ik mag trots zijn op mezelf. Zonder vooroordelen, my ass. Me gaan excuseren zou raar zijn geweest. Mijn oordeel bleef immers onzichtbaar voor hen. Maar maakte het niet minder aanwezig. Toch niet voor mij. Nu ik erover nadenk. Misschien was mijn oordeel niet zo onzichtbaar voor die mama als ik wel denk. Misschien voelde ze het wel. Ik kan me dat voorstellen. Dat je al zo vaak opmerkingen hebt gekregen, dat je al zo vaak de blikken hebt gevoeld, het gefluister wanneer je passeert, dat je er een zesde zintuig voor ontwikkelde. En een manier om ermee om te gaan. Om het te relativeren. Te negeren misschien. Te vergeven. Maar niet te vergeten. Kleine messteekjes in je hart. Al je hele mama-leven lang. 't Is gemakkelijk voor mij. Om het van me af te schrijven en te denken dat mijn www-excuses genoeg zijn om de pijn te verzachten. Ik kan het me niet voorstellen wat het is. Hoe het voelt. Ik probeer het. Ik wil me tóch excuseren.  Niet enkel voor dat ene wc-moment. Ook voor alle andere keren ogengedraai, gezucht en steelse blikken. Waarvan ik hoop dat dat er écht niet zoveel zijn. 'k Ga erop letten. Meer nog dan ik dacht dat ik al deed.

Gitane
0 0

Spil

Vandaag zou de dag worden waarop ik naar de Aldi fietste om een pot lavendel te kopen voor in de tuin. Die gebeurtenis zou de spil zijn waarrond de rest van mijn leven zich afspeelt. Rond de aankoop van deze pot lavendel tolt al het andere. Dat wat is geweest en dat wat nog zal komen. Mijn oude dag. Het negende verjaardagsfeestje van een klasgenootje waar ik niet bij aanwezig was omdat ik er thuis geen melding van had gemaakt uit angst er niet naartoe te zullen mogen. De trouwring die ik voor mezelf kocht. Het wachten op de bus na het tweewekelijkse zwemmen met de klas, terwijl we toekeken hoe Hildes natte vlechten steeds grotere vlekken maakten op haar jas. Het sterven van de vrienden, een voor een. De val van de trap die ik maakte. De boeken die ik zal wegdoen. Het stroeve schuiven van mijn eerste breiwerkje (een knalgele sjaal) over de klamme naalden, in een klaslokaal vol getik. De mensen die ik zal teleurstellen. De vlinder die op mijn vinger kwam zitten terwijl de tuinsproeiers rondom mij regenboogjes maakten. De soep van dennennaalden die ik maakte in een emmertje met een eend op. Mijn voorlaatste adem.   Ik fietste dus naar de Aldi, een beetje zwetend ook al was het nog ochtend, maar deze dagen is de wereld zwaar en zwoel. Soms ging de zon even weg, en dan werd ik blij. Ooit las ik dat mensen met straatvrees zich veiliger voelen onder wolken. Omdat de afstand naar boven dan verdwijnt. En wolken zacht zijn om onder te schuilen. Ik zag een rond bord met een rode rand eromheen en in het midden een acrobatisch plassende hond. Even later een karton tegen een omheining met daarop in zwarte stift: 'wie voedert mij toch steeds??' De ezel op de wei deed alsof hij van niets wist. Ik moest zomaar denken aan de man bij wie ik vorige week vijf pakken granola kocht en die beleefd was maar niet hartelijk, waardoor ik dacht: misschien vindt hij dat ik te veel granola koop en ziet hij op tegen het bijbestellen straks. En niet voor het eerst viel me op hoe hard hij op Samson lijkt, de tv-hond. Maar het kan natuurlijk ook best zijn dat hij gewoon niet hartelijk ìs. En dat zijn vrouw de bestellingen doet. Ondertussen fietste ik verder. Nu eens door zon, dan weer door schaduw. Een autobestuurder schrok toen ik mijn voorrang nam. Een kraai vloog laag over mijn hoofd. Ik kwam voorbij de foto van de dode schooljongen; hij wordt maar niet ouder. Onder de foto lag een nieuw knuffeldier, de hortensia's ernaast waren verdroogd. Ik naderde de spil van mijn leven: de donkergrijze parking van de Aldi. Bij het oprijden ervan flitsten de twee dichtregels van Jan Emmens, die me nu al een paar dagen bezighouden, door mijn hoofd. "het is de zee die zich beweegt / alsof hij niets is dan alleen maar water." Ik ontweek gezwind een wandelaar die verstrooid de parking overstak.   Ik heb er twee gekocht. Twee potten lavendel. Geheel impulsief. Voor elke fietstas één. Ik zie ze staan, van hieruit, op het terras. Ze draaien dieppurper rond de zon.  

Katrin Van de Velde
40 0

SATELLIETTELEVISIE OP REIS

Het is niet omdat wij hier in Zuid Frankrijk in de zon liggen te braden, soms wandelen of nu al een paar dagen door de Tramontan wind van onze fiets geblazen worden, dat wij niet graag op de hoogte blijven wat er allemaal in de rest van de wereld en ons thuisland is gebeurd. Via de satelliet halen wij, in onze caravan, om zeven uur het Vlaamse VRT nieuws binnen. Ergernis troef! Zo zagen wij op het journaal de beelden, hoe de politie in Borgerocco weer door de lieverdjes uitgejouwd, geduwd, aangevallen en met eieren bekogeld werd. Ik kan me niet inbeelden hoe dat dan in zijn werk gaat. Ik veronderstel dat de Borgerhoutse hooligans niet constant met een vol rugzakje eieren rondlummelen tot er misschien eens een politieteam in hun Turnhoutsebaan- buurt komt patrouilleren. Bellen dan die Marokkaanse haantjes naar elkaar: ‘Kom vlug, de politie ‘onze’ vriend is in onze straat een arrestatie aan het verrichten, ’t is weer het moment om ons nog eens negatief in de Antwerpse kijker te zetten! Breng snel allemaal jullie bakje eieren mee, liefst bruine!’  Het ergste van al is het feit dat die kleine crimineeltjes, die een ganse gemeenschap in een slecht daglicht zetten, steeds bij het gerecht bekend zijn en zogezegd opgevolgd worden. Als dan de burgemeester van Antwerpen in een interview, na de terreuraanslagen in Barcelona, opmerkt dat er in Antwerpen in de omgeving van de Turnhoutsebaan ook zo’n duizend soort vriendelijke jongens rondhangen, waarvan men ook  niet, net zoals in Spanje, kan vermoeden dat deze lieve jongens in een mum van tijd geradicaliseerd zouden kunnen worden, dan zijn de linkse journalisten er als de kippen bij om deze uitspraak uit zijn context te rukken en er juist deze ene zin van te maken: “De Wever zegt: Op de Turnhoutsebaan lopen er duizend mogelijke terroristen rond!”  Wie het schoentje past, trekke het aan, maar het zullen heel grote schoenen moeten zijn, want deze probleembuurtmannetjes hebben daar heel lange tenen. In plaats dat deze gemeenschap hun crapuuljongeren bij de oren trekt, hun vertelt dat zulk gedrag in onze cultuur en in hun gemeenschap niet getolereerd wordt en zich voor hun gedrag verontschuldigt, organiseren ze samen met een rood groene linkse wollegeitesokkenachterban een mini-optochtje om aan te tonen hoe mooi en liefelijk het is om in de buurt van de Turnhoutsebaan te wonen. Ze laten geen enkel moment onbenut om regerende partijen pootjelap te zetten en aan te tonen hoe verkeerd de Antwerpse Burgemeester, van een in hun ogen verwerpelijke partij, wel weer geweest is. Met op kop Mita Van der Maat, in een vroeger tijdperk, een redelijke gekende toneelspeelster, die waarschijnlijk nog eens graag voor de camera’s stond, maar die daar in Borgerhout in feite niets te zoeken had, want ze woont zelf in een mooie bel-étage woning in een residentiële wijk in Edegem, waar er praktisch nog geen hoofddoekjesgezinnen wonen. Soit hun Antwerpse burgemeester- afbraakoptochtje heeft niets uitgehaald, want een week later had men hetzelfde eierenkegelende politie-interventie-scenario in deze toffe vreedzame buurt. Als De Wever insinueert dat er een paar duizend lieverdjes op de Turnhoutsebaan rondlopen, dan vergeet hij nog de andere probleembuurten te vermelden, die wij als echte Antwerpenaren jaar na jaar zagen verloederen. De mooie winkelstraten met bloeiende handelszaken, zoals de Antwerpse Kielse Abdijstraat, de Berchemse Drie Koningestraat, de Offerande- schoenwinkelstraat, de Merksemse Bredabaan, de Turnhoutsebaan, de straten rond het Sint Jansplein, Deurne, de Seefhoek en de Stuyvenbergpleinbuurt zag je volledig veranderen in Midden Oosten enclaves. Toen mijn moeder eind jaren tachtig op het Antwerpse Kiel ging wonen, riep daar al een tienjarig jongetje tegen haar: ‘Dat ze daar nogal zouden opkijken als ‘zij’ het later voor het zeggen zouden hebben’ en hij maakte daarbij met zijn duim over zijn keel een onthoofdinggebaar. Waar hoorde zo’n snotneus zulke uitspraken? En bij ons in Edegem, nadat men met de nieuwe sociale woningen ook de sjaaltjesvrouwen en bijbehorende satelliet antennes, gericht op TV Marocco binnenhaalde, riep een blijkbaar nog niet geheel geïntegreerd teenager moslimhaantje, een in korte rok fietsend elfjarig buurmeisje na, dat ze een hoer was! Dus met duizend eventuele probleemjongeren te vermelden, benoemt De Wever nog niet eens het topje van de ijsberg. De authentieke Antwerpenaar, die in den beginne al die vreemde culturen en mensen wilde omarmen, zag het gebeuren, keek ernaar en zweeg want anders kletste de nieuwkomers gesterkt door de linker achterban onmiddellijk met de woorden racist en racisme rond zijn oren.   En dan vandaag hebben wij opnieuw een terroristische islamaanval in de Londense metro via de satelliet binnengehaald. Gelukkig geen doden, maar toch weer een aantal mensen die door die religieuze islamterreur voor het leven getekend zijn. Verdriet, verontwaardiging en ongeloof troef!   Maar het is niet alleen ergernis via de satelliet tv. Soms is het ook heel erg lachen. Moesten jullie ook zo gieren om het toneelstukje van de socialistische Waalse politica Laurette Onckelinx, gekend voor haar viswijvengeroep in de Kamer, die heel emotioneel kwam verklaren dat ze de politiek vaarwel zegt. Spijtig voor ons nog niet onmiddellijk, maar dan toch binnen twee jaar. Er vloeiden nu al wat afscheidstraantjes. Ik moest vooral lachen om de passage, waarmee ze heel emotioneel verklaarde, dat ze zou stoppen voor haar kinderen en terwijl ze een biggelende krokodillentraan wegveegde, herhaalde zij het nog eens opnieuw, omdat het bij ons heel goed zou doordringen: ‘ Voor haar kinderen!’ Kom zeg, die comédienne is binnen 2 jaar een 60 jarige seniorendame..welke kinderen? Nu de PS door alle schandalen, fraude en graai-evenementen in het Waalse landsgedeelte zware klappen krijgt, wil deze diva misschien trachten voortijdig en in alle schoonheid het Franstalige socialistisch zinkende schip te verlaten en eventuele nog mogelijke beerputten met de bijbehorende rioolputgeurtjes gedekt houden. Misschien krijgt ze nog links of ‘zeker niet’ rechts ergens een goedbetaald rood baantje aangeboden. Ik had graag de reactie van, de beste stuurman die aan PS wal stond , Di Rupo willen zien. Kreeg die een hartverzakking toen hij over het nakende afscheid hoorde? Hij heeft, sinds hij eerste minister af en met zijn partij in de oppositie beland is, nog geen Franstalige bek meer opengetrokken. Hij liet gewoon Laurette mitraillet roepen en tieren. Je zag hem, maar je hoorde hem niet meer. Twee naast elkaar zittende vriendinnen, die good cop, bad cop speelden. Het zal heel stil worden tijdens de vergaderingen van de Federale regering. Als nu die groene Calvo er nog zijn onvolwassen kwek wil houden, dan kan er misschien voor de verandering nog eens echt geregeerd worden. De satelliet tv brengt dus in onze caravan, niet alleen ergernis, verdriet, verontwaardiging en ongeloof, soms mogen de lachspieren ook nog eens werken. Dag Laurette rettekentet.   Sim,  15 september Grau du Roi  

Sim
0 0

Shanti special

Dat ik ondanks alles nog steeds een grote dosis naïviteit in mij heb, werd vanavond alweer duidelijk. Ik dacht echt dat prenatale yoga massaal veel leuker zou zijn dan de gewone yoga waar ik mij de voorbije jaren af en toe aan heb gewaagd. Iets met gezellige massages, lekkere muziek en vooral veel stretches. Een soort chill theekransje in lycra waarin we elkaar allemaal zouden steunen en bewieroken, aanstaande moeders onder elkaar. Turns out: het is gewoon yoga. Met matjes, blote voeten, adem-instructies, een grote spiegelwand (LOVE those, immer flatterend) en met die godgeklaagde zonnegroet die ik nog nooit helemaal onder (achter? naast?) mijn stijve knie heb gekregen. Het enige verschil? Elke yogadocent heeft wel zo’n zinnetje om te zeggen “de losers die niet kunnen volgen, mogen hun arm ook gewoon laten hangen” en dit is de eerste keer dat ik de vrouw volledig geloofde. Ze leek oprecht en zonder stiekem superioriteitsgevoel bezorgd om ons fysiek welzijn. Met succes. We deden allemaal flink mee: ook de vrouwen die echt al een gigantische buik hadden gingen fluks op hun schouders staan met hun voeten recht in de lucht.   Zoals in ongeveer elke cursus die ik al heb gevolgd (en dat zijn er véél. Ik blijf koppig geloven dat ik mezelf kan heruitvinden in 6 lessen, om keer op keer gedesillusioneerd af te haken) had ik ook hier binnen de eerste 10 minuten al doemgedachten. Waarom ben ik hier? Ga ik dit echt volhouden? Zou ik straks al de volle pot moeten betalen of telt dit nog als proefles? Eigenlijk is het wel goed dat ik dit doe, voor mijn lichaam. Maar anderzijds moet ik toch niks tegen mijn zin doen? Dat is sowieso slecht voor de baby. Ik ben toch volwassen, zeker. Ik kan na het werk ook gewoon naar huis gaan, waar mijn stoere, onuitputtelijke man ons nieuwe huis kamer per kamer aan het verfraaien is. Maar ik doe al niks van sport, dus misschien moet ik het toch maar doen. En een quitter wil ik ook niet zijn, wat voor voorbeeld stel ik dan. Ow, ben ik nu weer aan het exhalen terwijl we eigenlijk moeten inhalen? En zei ze net dat we de “the skin of your buttocks” moesten ontspannen? Hoe precies? Bleh, ik ga yoga echt nooit superleuk vinden. Het stretchen en het liggen wel, maar al die andere dingen… Wow, die andere vrouw is veel ronder dan ik, maar ook veel leniger – hoe doet die dat? Ik heb nu al moeite om mijn veters te binden en ik heb nog maar een penske van niks. Zouden die ook niet allemaal veel protten moeten laten? Ik ga gewoon langs een kinesist, dat zal ook wel goed zijn. En misschien zelfs efficiënter. Uiteindelijk moeten we toch ook een beetje zuinig zijn, met al die kosten aan het huis. Ik moet trouwens nog iets vragen aan Simon over die offerte. Ah, toch iemand die één oefening aan zich laat voorbijgaan. Altijd leuk als niet iedereen flinker-dan-flink staat te wezen. Mijn borsten zijn echt serieus gegroeid. Mijn heupen misschien ook, of lijkt dat gewoon zo omdat ik een oude joggingbroek aan heb? Oei, kwam ik nu te dicht bij die naast mij? Die had anders ook haar kussen aan de andere kant van haar matje kunnen leggen, daar is nog keiveel plaats.      Alsof ze mijn innnerlijk gebrom tot vooraan kon horen, kondigde de docente naar het einde van de les toe aan dat we even tijd gingen maken voor positive thoughts. Die bestonden er vooral uit om onze buik aan te raken en tapas (ik verzin dit niet: http://yogashanti.com/focus/tapas-riding-the-heat/#.Wa8JDIpLe1s) naar onze baby te sturen.   Ik mocht gewoon 10 euro betalen voor de proefles en later beslissen of ik nog eens kom. Wat tapas precies is/zijn is me nog niet volledig duidelijk. Ik nam de metro naar huis en ging snel frietjes halen om de hoek voor mijn noeste arbeider. Shanti special, moet kunnen.

Sofie Rycken
34 0

Hoe van Brussel te houden

Er zijn van die dingen waar jij op mag spuwen, maar anderen niet. Dingen waarop je kankert tot het schuim je op de lippen staat, maar waarvan je moeilijk kan verdragen dat andere mensen er laatdunkend over doen. Leuven, waar ik opgroeide, is zoiets. Dirty Dancing is zoiets (behalve dat ik nooit zou spuwen noch kankeren op Dirty Dancing). En Brussel. Zeker Brussel. Mijn pleidooi voor een hellhole met weinig vrienden. Stap 1: Niet. U bent hiermee waarschijnlijk in de meerderheid. U haalt de vuile straten aan, het kamikaze-verkeer, de verloederde buurten, het “Is-dit-nog-wel-België-gevoel” (looking at you, Sally van Blind Getrouwd), de ingeslagen ruiten, de urinegeur in de trein- en metrostations, het dubbelparkeren, de dealers, het gebrekkige Nederlands (maar wel massa’s Arabisch), de onzinnige politieke spelletjes, de rottende tunnels en ga zo maar door. En op veel punten heeft u ronduit gelijk. Ik droom zelf ook van een hutje aan de zee.   Stap 2: Geef het tijd. Ik wist niet zeker of ik naar hier wou komen. Collega’s die hier woonden vertelden zonder verpinken gruwelijke anekdotes over hoe ze overvallen, beroofd en gevierendeeld waren maar zeiden in dezelfde adem “topstad, gewoon doen”. Heel verwarrend. Een beetje zoals jonge ouders je vertellen dat ze niet meer weten wat seks is, geen tijd hebben om met hun ogen te knipperen en twijfelen aan elke levenskeuze die ze ooit maakten maar afsluiten met “baby’s zijn 24 karaats goud met hersenkwabben van pure engel, gewoon doen”. Niet te snappen tot je het zelf probeert, vermoed ik.   Toen ik hier de eerste keer naartoe kwam, sprintte ik snel weer weg. Een beetje geclaxonneer en ik verschrompelde als een slak. (Anno 2017 zou ik zonder verpinken “gore fuckhond” roepen of komt die claxon gewoon van mij, omdat die onnozelaar daar niet moet oversteken).   Toen ik hier de tweede keer naartoe kwam en wel bleef, vertelde iemand mij “Er zijn twee scenario’s. Ofwel loop je na één jaar gillend weg en kijk je nooit meer om. Ofwel word je verliefd en hang je er voor tien jaar aan.” Puur op koppigheid hield ik na dat eerste jaar vol. Ik woonde niet meer samen met de jongen die mijn hand vasthield bij de verhuis naar Brussel. Over mijn lijk dat ik zonder zijn handje meteen weer zou afdruipen. Ik had verdorie in Toronto gewoond, wat zou het Brussels Gewest mij dan plots te veel worden?   Blijkt dat verhuizen binnen je eigen land best pittig kan zijn. Ik ging in Leuven naar de kapper, de tandarts en de oogarts. Ik ging er nog vaker naar mijn toenmalig lief. Ik miste zo weinig mogelijk, al voelde ik ook dat zo’n spreidstand niet te lang mag duren.   Met de jaren liet ik steeds meer de railing los en schuifelde ik stilaan naar het midden van de ijspiste. Een Brusselse kapper. Mijn 29ste verjaardag vieren in Brussel. Een ander lief, met een Brussels adres.   Ik keek verder dan het centrum en ontdekte, ik zeg maar iets, de hippodroom in Bosvoorde. Toen ik filmpjes maakte voor de Koningin Elisabethwedstrijd zoefde ik met de cameraploeg door de decadent dure wijken van Posh Bruxelles. Ik ging naar de film en belandde toevallig in de Grand Eldorado. Ik begon met Bruxelles A Font – een Instagramprojectje waarin ik letters, woorden en logo’s fotografeerde op straat. Ik nam een stratenplan en duidde met een roze fluostift alle straten aan waar ik ooit al had gewandeld, om mijn eigen blinde vlekken te kunnen localiseren. (Nee, het is nog niet vol, maar wel steeds rozer).   Stap 3: Wees eerlijk.   Er zijn massa’s mensen die niet houden van steden. En dat is helemaal ok. Er zijn naar het schijnt zelfs mensen die niet van Parijs houden. Maar Brussel afrekenen op shit die typisch is voor steden en net zo goed in Antwerpen gebeurt, vind ik niet kosjer.   Het is makkelijk om de hellhole-mythologie waarheid te laten worden – des te meer als je hier weinig tijd doorbrengt. Ik was in het begin een poster child van de Bange Buitenstaander Beweging. Ik hield mijn huissleutels klaar in mijn hand, ik durfde mijn iPod (ha! Ver Verleden) niet gebruiken. Ik zag zoveel mensen die er anders uitzagen dan ik (of zo weinig die er hetzelfde uitzagen), die luidkeels op straat dingen stonden te zeggen die ik niet verstond, en ook dat vond ik bedreigend. En opnieuw, dat mag. Ik laat die gevoelens bij mezelf gewoon toe, als ze er zijn. Ik heb niet zo lang geleden “ik haat Molenbeek” gesmst naar mijn lief, en al klinkt het nu knullig, ik meende het toen uit de grond van mijn hart (al weet ik niet meer concreet wat er aan de hand was). Ik stapte vorig jaar na de aanslagen met heel dubbele gevoelens de metro op en ik betrapte mezelf op tranen van woede, gericht op al die vreemde mensen om mij heen. Niets mis mee.   Maar niets houdt je tegen om af en toe bij jezelf af te checken wat je projecteert en wat er écht aan de hand is. Wat de ene percipieert als een louche en levensgevaarlijke straathoek/medepassagier/situatie, daar haalt een ander fluitend zijn schouders voor op. Je bepaalt voor een groot stuk je eigen comfort zone. (En als je écht gelooft dat al het Kwaad van de Wereld zich verzamelt op een paar vierkante kilometer rond de Zenne, dan heb ik slecht nieuws).   Stap 4: Luister, praat, kijk. Op de metro naar huis zat ik net naast een Italiaanse vrouw. Ze was aan het telefoneren en zei heel gemeend “Che bruto!”. Ging zeker over een fout vriendje. Zoiets vind ik leuk. De metro, zeker onder de Europese wijk, is altijd een beetje Babylon. (Een “Humans of Brussels”-fotoreeks zou er trouwens ogen te kort komen). Wat de kindjes van het Toekomstatelier allemaal vragen en zeggen, vind ik leuk. Dat er, toen ik laatst viel met de fiets omdat iemand zonder te kijken overstak en ik te bruusk moest remmen, twee zwarte meisjes vroegen of alles ok was, dat vind ik leuk. Dat mensen me vaak de weg vragen en dat ik hen meestal kan helpen, leuk. Dat de man die bedelt voor het wisselkantoor op de Gentsesteenweg en ik elke dag hallo tegen elkaar zeggen (en iets meer als we elkaar even niet gezien hebben), leuk. Het zero fucks-gehalte van Brussel is bijwijlen wraakroepend, maar het maakt tegelijkertijd dat mensen hier van weinig opkijken. De drempels zijn eigenlijk ontzettend laag.   Iedereen heeft bitchy resting face, ik in de eerste plaats. Niemand is Moeder Theresa, ik in de laatste plaats. Ik negeer heel veel mensen. Maar met je vizier op een kiertje ziet het landschap er al helemaal anders uit. We wonen in ons appartementsgebouw in Molenbeek onder één dak met Grieken, Turken, Congolezen, Marokkanen en van die Belgen – en we hebben met bijna iedereen een babbeltje (al vind ik die ene vrouw die alles over ons lijkt te weten en het zelfs merkt wanneer Simon een paar kilo is afgevallen wel stilaan een beetje akelig). Het is een petri-schaaltje. Soms gaat het stinken en schimmelen, maar soms is het ook geniaal. Of wist u niet dat dit allemaal één groot experiment was?   Stap 5: Relativeer. Het is hier Caracas niet. Ik ben één keer op mijn plaats gezet, toen ik aan het zagen was over het Brusselse verkeer, door iemand die net terugkwam van China. Dat kon ik niet zo waarderen (Mag ik mijn eigen levenspijn nog kiezen DANKUWEL), maar ze had natuurlijk een punt. In the larger scheme of things is Brussel, naast honderden mastodont-steden, een piepkuiken. Een piepkuiken met een rokershoestje en een scherpe R, maar desalniettemin een babydier – en daar doen we lief tegen.   Stap 6: Gewoon. Er wonen hier ongetwijfeld mensen die koekjes kakken, om even wat beeldspraak van mijn eindredacteur te lenen. En, aan het andere eind van het spectrum, is er sowieso ook een zeker quotiënt gore fuckhonden. Brussel is geen verre planeet. Het is gewoon een plek, met gebouwen en mensen, die meestal hun best doen, niet te vaak alleen willen zijn en wat geld willen verdienen. Een mindfuck van een mengelmoes, met mooie gevels. Bruut en oneindig zacht.

Sofie Rycken
71 1