Zoeken

kattenstreken

Trippel, trappel, tik tik tik tik: ik hou van mijn kat. Wanneer ik hem hoor lebberen aan zijn met vers water gevulde bakje, overvalt me een warme gloed. Wanneer ik 's nachts een vechtpartij hoor, ben ik ongerust. En wanneer ik in de zetel lig, en hij zijn pootje om me heen slaat, als gaf hij een knuffel - ronkend, spinnend en soms een diepe zucht van geluk slakend - aai ik hem zachtjes over de kop. En hoewel dat kleine kopje het niet zal bevroeden, wurmde deze speelkameraad zich de laatste dagen in het brandpunt van mijn belangstelling.   Vrijdag zat hij met kwispelende staart voor de radiator, op zijn qui vive - de laatste keer dat ik hem zo zag was hij in de weer met een muisje - en ook nu, zo bleek, voor de tweede maal in zijn 4- of 5-jarig bestaan, was hij erin geslaagd zo'n exemplaar het huis binnen te loodsen. Voor ik het wist was ik in de weer met stokken en meetlatten om dat muisje uit zijn schuilplaats te krijgen. Wat doe ik hier? vroeg ik me af, nog net niet kwispelstaartend en miauwend. Is dit wel ethisch verantwoord? En een uur later overviel me nog een andere gedachte: dat het echt wel tijd is om te verhuizen. "Denk eraan: een goede beha is een beha die je de hele dag niet voelt" had ik zonet vertaald, en ik dacht: ik voel dit huis veel te veel. Herinneringen, als geesten in een fles. Ze zijn overal. En dan ook: die slechte akoestische isolatie - alwaar je op het ritme van de buren leeft. Om over de Vervaarlijk Spuwende Buurman nog te zwijgen. Die appelleerde eerst aan mijn kolerieke kant, maar opende ook mijn ogen: het is misschien tijd om van perspectief te veranderen - een nieuwe leefomgeving. Iets wat ik volgens een van mijn beste vrienden al heel lang had moeten doen. Maar ik wist: eerst de wonden likken. Misschien is dat nu wel gebeurd.   Een andere eye opener kwam er toen ik Treindromen van Denis Johnson las: de hoofdpersoon wordt verrast door een vraag omtrent zijn (vermeende) kluizenaarschap. En ook ik was als lezer verrast: die man leefde zijn leven, stond er niet bij stil dat hij misschien toch niet helemaal beantwoordde aan gangbare standaarden en levenswijzen. Dat is oké, zolang je je er zelf goed bij voelt: niemand kwaad doen en een beetje geluk puren uit het bestaan, is ook voor mij zowat de leidraad.Ik hoef geen vijf continenten te zien, bergen af te stormen en schouderklopjes te krijgen. Maar ik wil wel het gevoel krijgen zo toch te voldoen aan de eigen verwachtingen - en op dat vlak lijkt het me tijd nu stap voor stap, prikkel per prikkel wat meer actie te ondernemen. Verhuizen, ook al hoeft het niet vandaag, is één van die zaakjes. En wat dan met deze kat die een tuin gewoon is? Hoezeer komt hij in the equation? Zéér. En terwijl hij daar zo wat ligt te gapen, denk ik: je moest eens weten kleine jongen. Al die avonturen die ons nog te wachten staan.

Guy Bourgeois
39 0

Op het einde is het allemaal 0.00000000

Er was eens een man. Sirar...die zoveel gebeurtenissen meemaakte en van alles op zijn kerfstok had, dat het de moeite waard was om dit op schrift te stellen en er een boek aan te weiden, tenminste dat vond zijn broer. Toevallig had ik die dag  niets om handen en stelde voor om dit varkentje eens te wassen. Zo gezegd zo gedaan, dacht deze onnozele hals. Agatha Christie presteerde het zelfs om op 3 dagen tijd het boek ‘absent in the spring’ in elkaar te flansen dus, moest het mij toch kunnen lukken om op 1 maand tijd een levensrelaas neer te pennen. Onozele hals…inderdaad, nooit nagedacht over wat het schrijven van een boek inhoudt en dus kwam mijn naiviteit me weer eens goed van pas. Vooraleer ik besefte dat er heel wat meer tijd in ging kruipen, kon en wilde ik niet meer terugkrabbelen. Mijn idee, dat het een haalbaar plan zou zijn om dit klusje te klaren op één maand tijd, verdween al vlug als sneeuw voor de zon. Als ik uiteindelijk deze opdracht serieus neem en start met het boekenkarwei, kom ik na het lezen van het boek van Renate Dorrestein,” Het geheim van de schrijver”  al snel tot de conclusie dat ik een bepaald patroon dien te volgen om het boek in vorm te gieten. Deze goede raad krijg ik ook van mijn zee-vriendin Mathilda, een vrouw met wie ik regelmatig afspreek aan onze Belgische kust. Niet iedereen is een natuurtalent zoals Agatha Christie... Potverdorie! Had ik het maar gelaten bij mijn eerste idee om het intuïtief te schrijven, hop hop ... mijn gedachten proberen te volgen en zo snel mogelijk alles op mijn computerke neer te rammen. Dat plan om eens een boek in één maand  tijd neer te zetten bewaar ik dus voor een andere keer, dat zweer ik! Natuurtalent of niet. Het zal een uitdaging worden en misschien een heel klein boekje, maar laten we dat vel nog niet verkopen vooraleer deze beer in de boekhandel ligt. Aan deze ‘beer’ had ik al vele maanden werk gehad om alle interviews en gesprekken te plaatsen en te rangschikken maar ik kreeg er gewoonweg geen lijn in gebracht. Na het lezen van Renate’s boek, met heel goeie tips en raadgevingen realiseerde ik mij dat dit een klote-karwei ging worden. Toch had ik er nog steeds zin in om het boek te schrijven maar….het lukte me voor geen meter.  s’ Nachts echter kreeg ik een briljant idee, tenminste, dat leek me die ochtend toch en ik belde naar Mathilda om af te spreken voor een koffieklets in mijn appartement, dan kon ik meteen om haar goede raad vragen.

lutlavki
0 0

De drinkfontein

Aan de overkant van het huis staat een publiek kraantje. Eigenlijk staan er drie kraantjes netjes naast elkaar. Eentje met water op normale temperatuur, een ander kraantje met gekoeld water en het laatste kraantje geeft heerlijk gekoeld bruisend kraantjeswater. Nergens staat aangeduid dat het water drinkbaar is maar onduidelijke pictogrammen met druppels en bubbels laten verstaan dat je hier je dorst kan lessen. Boven die enkele pictogrammen hangt het logo van de watermaatschappij. Sommige mensen vinden het vreemd, zo’n waterfontein in de stad, gratis en voor niks. Dat zijn meestal omhooggevallen individuen die alles en iedereen wat maar publiek is ontvluchten. Nochtans zie ik ze elke dag met dezelfde achterdocht als waren ze een bange zwarte kat rond de waterfontein draaien, de kraantjes betasten en er zijn zelfs mensen die nog beter gekleed gaan en die de kraantjes besnuffelen, niet eerst zonder rond te kijken of niemand hen ziet. Stel je voor zeg. Je zou maar iemand tegenkomen die je kent, een goede vriend of een collega van het bureau. Andere mensen geven minder show en komen routineus aangelopen met kleine lege flesjes. Het ene station uit, het andere waterstation in. Nog andere mensen verwarren al eens drinkfontein met badkamer en hoewel niemand uit de kleren gaat, blijft het zich wassen tot het verfrissen van het zweterige gelaat en stinkende oksels. Eén zeldzame keer heeft een vrouw er haar voeten gewassen.   http://erwinabbeloos.over-blog.com/

Erwin Abbeloos
0 0

Julian, mijn kleine muzikant

Een kind blijft voor altijd je baby...die je met stapjes loslaat om uit te groeien tot een grote volwassen sterke jongen. Zelfstandig en met respect voor alles en iedereen...ik hoop dat je die waarden toch met je meedraagt.  Je bent geboren en alles veranderde in een sneltempo. We beslisten thuis een zelfstandige zaak te beginnen toen je 3 maanden was. Ik besliste na een paar maanden volledig in te staan voor het gezin...ik had papa een goeie duw vooruit gegeven en alles liep op rolletjes. Ik kon nu ten volle van jou genieten en mijn opvoedingswaarden toepassen...ik moest je niet meer huilend afzetten bij de onthaalmoeder of creche. Je bent nu 2 jaar en 4 maanden en ten volle in je peuterpuberteit. Wel heftig die puberteit. Je weet heel goed wat je wilt en dat wil je ook voortdurend tonen door met dingen te gooien, je op de grond te gooien, te schreeuwen en te stampen als je ergens geen zin in hebt of juist wel zin in hebt. Je zou liefst een ganse dag koeken en vanilepudding eten, de cd opzetten waar jij zin in hebt, naar buiten gaan wanneer je zin hebt en een ganse dag entertainment hebben door je moeder of mensen die je ziet. Het lijkt dus ergens wel op de tienerpuberteit.  Ik ben vooral veel wijzer geworden sinds ik mama ben geworden en dankzij jou weet ik nu ook zelf heel goed wie ik wil zijn in het leven en wat belangrijk is...dus dankje wel hiervoor. Ik wil dingen doen waar ik zin in heb en waar ik mij goed bij voel!  Zelf heb ik geen makkelijke jeugd gehad. Oma heeft een persoonlijkheidsstoornis waar ik nog steeds de naam niet van ken en opa is sinds hij zijn nieuwe madam heeft enkel met zichzelf bezig en zijn dagelijks portie glaasjes bier of wijn. Ik kom niet echt uit een voorbeeldgezin zoals je dit zou noemen...maar het heeft me wel gemaakt tot wie ik nu ben vandaag. Ik stond op 17 jaar op mijn eigen benen en moest me weten te redden. Ik ben gevlucht uit de chaos thuis en was op zoek naar rust. Nu ben ik 36 en best tevreden met wat ik ben en heb...ik ben vooral gelukkig en dat is het belangrijkste. Ik hoop dat ik je de waarden kan meegeven die ik belangrijk vind, want zelf heb ik die ik nooit meegekregen in de rugzak van mijn thuis...ik doe alvast best. Straks ga je naar een ervaringsgerichte school hier in onze straat...terug loslaten...en een nieuw begin zowel voor jou als voor mij. Ik denk dat we er allebei deugd zullen van hebben om niet meer constant bij elkaar te zijn. Jij hebt nieuwe prikkels nodig en ik heb wat rust nodig. Ik start ook met mijn eigen zaak nadat jij goed bent gestart op school. Maar ik zal rustig beginnen en niets overhaast doen...zo ben ik dan ook. Ik ben heel erg benieuwd of je verdere ontplooiing in de richting zal blijven van muziek en alles wat met licht heeft te maken. Je hebt een sterke interesse voor alles met techniek en muziek. Dat probeer ik ook te stimuleren door muziek op schootsessies, muziekinstrumenten in huis te halen en cd's allerlei op te leggen. Ik ben terug begonnen met massagecursussen en yoga...eindelijk terug een stukje voor mezelf. De voorbije 3 jaar heb ik me in teken van jou en papa gezet, maar niet zonder resultaat. De zaak gaat goed en er heerst een zekere rust in huis, zo weinig mogelijk stress. Dat is wat ik je ook zeker wil meegeven. Ik kan niet vooruitkijken maar we leven in een stressy maatschappij toch wel. Ik hoop dan ook dat jij de goede beslissingen kan nemen die goed zijn voor jezelf. Zonder rondom jou te kijken maar gewoon diep in jezelf "wat wil ik?" waar voel ik mij goed bij?"  Respecteer het milieu zoals ik jou heb meegegeven. De natuur is ons zo dierbaar...het is onze zuurstof in een overprikkelende maatschappij. Geniet van muziek, maar ook van de stilte...pas dan komt de meeste creativiteit naar boven. En creativiteit...die zal je zeker nodig hebben. Ik sluit deze brief af met heel veel moederliefde en hoop nog zoveel te kunnen genieten van mooie momenten met elkaar dikke kus Beatrice

Beatrice
0 0

Wanneer komt mijn vader thuis?

  Zonder woorden sta ik naast het bed waar mijn vader ligt. Een slapende man verbonden aan zakjes, draadjes en piepende monitoren. Witte muren, een bed van gelakt staal dat dezelfde kleur benaderd als het gezicht van mijn vader. Nee je moet niet langskomen had hij gezegd. Kom maar als ik in het ziekenhuis lig daar kan ik niet weglopen. Een bulderlach zette de woorden kracht bij. Ja zo ken ik hem, alles weglachen en bevochtigen met een pilsje.   Voorzichtig raak ik zijn vingers aan, kruis de blik van de verpleegster die me goedkeurend toeknikt. Zachtjes knijp ik in zijn hand, zijn lichaam waar het leven langzaam verdwijnt in plastiek zakjes. Hij wordt gerecycleerd. Plasma in het zakje links naast het bed. Rode bloedlichaampjes in het zakje ernaast. Urine wordt aan de andere kant opgevangen. Tranen heb ik niet, nee waarom zou ik ook. Dit is gewoon een droom, ja een slechte geef ik toe, ik wordt straks gewoon wakker in mijn eigen bed. Wakker wordt mijn vader niet meer, al lijkt hij nu gewoon te slapen. Het stinkt hier naar ontsmettingsmiddel en leven dat vervliegt, belicht met het groenwitte licht dat uit het systeemplafond iedereen een ongezonde aanblik geeft. Ik sluit mijn ogen, voel de warmte van zijn hand, nog even. Papa niet weggaan, ik heb je nodig, niet weer weggaan.   Niet weggaan. Het kleine meisje zit op de grond naar Sesamstraat te kijken, kleurloos. Haar vader is naast haar komen staan met een kartonnen doos die hij tussen hen inzet. Een voor een selecteert hij de boeken, sommige zet hij meteen terug, andere belanden in de doos. Hij gaat zo op in zijn bezigheden dat hij zich niet bewust is van het meisje naast hem op de grond. Koekiemonster krijgt geen aandacht meer. ‘Papa, wat ben je aan het doen?’ ‘Ik ga ergens anders wonen’. Hij draait zich om en loopt met de volle doos naar buiten. Het meisje staat met lood in haar benen onbeweeglijk stil. ‘Papa niet weggaan, ik heb je nodig’. Maar er is niemand die het hoort.   PIEP PIEP PIEP, allerlei apparaten beginnen hysterisch te piepen. Klapdeuren zwaaien open gevolgd door vier personen in het groen waarvan enkel de ogen zichtbaar zijn. Net als mijn vader stop ik met ademen en zet een stap naar achteren. Het is begonnen, daar gaan we dan. Lakens worden naar achteren getrokken, het operatiehemd naar boven. De kaalgeschoren borst van mijn vader gaat niet meer op en neer. Twee man staan aan weerzijde van het bed waarvan de zijkanten met een klap naar beneden geschoven zijn. Iemand draait aan de knoppen van apparaten die aangeven dat mijn vader het opgeeft. ‘NU’ , zijn neus wordt dichtgeknepen en een rode mond bedekt de zijne. Hij moest eens weten, zo’n jong ding dat hem vol op de lippen,  Jezus zeg waar zit ik met mijn gedachten, mijn vader is aan het sterven. ‘NU’, mijn stiefmoeder zakt onderuit. In een reflex schuif ik een stoel onder het slapgeworden lichaam. Focus, alsof ik door zo’n spionnetje in een deur kijk zie ik enkel mijn vader en de rest is flu. De dokters in het groen kijken naar de klok, nog een keer, NU, met wanhoop op hun gezicht. ‘Laat maar mannen, dit is enkel nog show’, heb ik dat echt gezegd?   Negen uur, het uur van overlijden van mijn vader, slechts 54 jaar jong. We rijden naar huis, de ene huilt, een ander druk pratend, elk punt opnieuw overlopen, waarom? Ik kijk naar buiten, raar, ik voel niks. Geen verdriet, geen spijt, geen berouw, geen had ik maar. Enkel leegte.   Huilen dat is me afgeleerd. Huilen is iets voor hysterica,s en dat ben ik niet. Nee ik ben een flink meisje. ‘En?’ ‘Is de chagrijnige bui over?’ Met dikke ogen ga ik tegenover mijn vader aan tafel zitten. Hij kijkt me streng aan met die donkere ogen van hem. Ik draai mijn hoofd weg maar zeg niks. Ik had me laten gaan, gisteren, gehuild en gegild dat hij niet van me hield. Drama Queen, gaat wel over, meisjes van zestien zijn zooooooooooo, to much.   Er moet van alles geregeld worden. Hoe moet het kaartje eruit zien, en de muziek, wie nog koffie? Ik zorg, zoek, denk, loop, ren maar voelen doe ik nog steeds niet. ‘Jij hebt nog helemaal niet gehuild?’ Mijn schoonzus houdt haar hoofd een beetje scheef terwijl ze me onderzoekend aankijkt. Betrapt, krampachtig probeer ik wat tranen uit mij ooghoeken te persen. Ik begin me toch ook wat zorgen te maken over mijn gevoelloze staat van zijn. De zeven dagen vliegen voorbij. Teksten zijn geschreven, muziek uitgezocht, een mooie diareeks van allemaal lachende gezichten van haar vader. Het leven, een groot feest, dat is toch wat haar vader hier laat zien. Ik geloof het niet, ik geloof er helemaal niks van, dat feestelijk leven van hem. Mensen stromen naar buiten, naar de koffie en de broodjes en de verhalen die boven komen, lachen man. Ik schud handen, ontvang medeleven,mensen met tranen in de ogen kijken me vragend aan. Ik lach maar wat, zeg troostende woorden en sla mijn armen om schouders van mensen die ik nog nooit gezien heb en weet me totaal geen raad. Op een crematie wordt je geacht te huilen, overmand te zijn door emoties. Mensen willen graag troosten, dan wel, dat is gepast.   Waar zou hij nu zijn mijn vader. Als vanzelfsprekend zet het kleine meisje vier borden op tafel, vier messen en ook vier bekers. Mama negeert het vierde bord, weg is weg. Zou hij nu in een tentje hebben geslapen vannacht, dat oranje tentje van op zolder? Zouden er geen wilde beesten zijn in het bos, of is hij naar het park gegaan? Hij heeft zijn tandenborstel toch wel meegenomen? Misschien was hij wel bang vannacht. Ze kijkt naar het witte bord tegenover haar. Wit glanzend porselein zonder kruimels. Mama klinkt opgewekt, dus het is goed, het moet goed zijn. Papa, komt hij nog terug?   Warme soep verwarmt mijn koude handen. Langzaam laat ik het warme vocht door mijn keel glijden. Over naar de orde van de dag, het leven gaat onherroepelijk door. Weer naar huis, waar alles gewoon gebleven is hoe het was. Rare week. Wanneer komt mijn vader thuis.        (C) tekst en beeld Hanneke              

Miss Blue Sky.
0 1

De ikjes.

                                                                                                                  Ze waren er weer vandaag, de twee ikjes die vanop mijn schouder elke beweging evalueren. Sukkel, galmt het door mijn hoofd als ik voor de tweede keer struikel over een kabel, een tas of beter nog, mijn eigen voeten. Hoe graag ik ook in de belangstelling sta, wordt ik telkens een stukje kleiner als ik mijn collega,s hoor lachen. Niet gemeen, nee zij denken niet wat is dat kind toch onhandig en als ze het al denken is het met een vertederende lach op hun gezicht. Mijn bazin trakteert op lunch omdat ik en mijn collega als vrijwilligers medestrijders zijn om het theater te redden van de verdrinkingsnood. Leuk! Gezellig! We gaan aan de grote tafel zitten in een gezellige zaak gelegen achter het theater. Praat toch niet zoveel, jij weet ook echt elk gesprek naar jezelf te draaien, luister nu maar gewoon, wat jij te zeggen hebt daar zit niemand op te wachten, wie wil nou weten dat je zoon op sportklassen is.........Ik voel hoe mijn schouders langzaam naar voren hellen en me meteen tien centimeter kleiner maakt. Op de fiets naar huis voel ik hoe de tranen branden, inwendig huil ik, niemand die het zal zien.   Ik ben een mensen mens. Ja ik houdt van mensen, hoe ze denken, wat ze zeggen, hoe ze kijken, het lieftst kruip ik in hun hoofd. Maar die ikjes op mijn schouder zorgen ervoor dat ik nog liever tussen vier muren kruip, alleen. Natuurlijk is dat eenzaam, maar dan houden die trutten tenminste hun kop. Niemand die getuige is van mijn stommiteiten, niemand die me misschien pijn kan doen met een kwetsende blik. De ikjes maken me paranoia, een blik is hoe dan ook afkeurend, een lach bespottend en een gesprek zorgt voor uren evalueren. Wat zei ik? Mijn god heb ik dat echt gezegd, nu denkt hij vast......ik heb mezelf volslagen belachelijk gemaakt. En dan neem ik me voor om alleen nog te luisteren, als een vlieg op de muur, onzichtbaar. Maar dat is me nog niet één keer gelukt.   Ik ben een mensen mens, te enthousiast spring ik in de conversatie, maak grapjes die met veel hand gewapper niet enkel de lucht verschuift. Zo heb ik al eens een beker soep die mijn zoontje vasthad uit zijn handen gewappert. Soep niet enkel op hem maar ook over mijn gesprekspartner. Hahahaha, sukkel, lachen de ikjes. Nog geen week later wapper ik de bril van mijn dochtertje haar gezicht. Hilariteit allom vanop mijn schouder, demonisch gelach en de boodschap dat buitenkomen de mensheid enkel kan schaden.   Die ikjes zitten er al zo lang ik me kan heugen, elk op een schouder. Natuurlijk heb ik ze proberen te verjagen. Zo ben ik naar de psychiater gegaan, ‘ik denk dat ik toch een beetje gek ben’. Gek ben ik niet, hoogstens wat perfectionistisch. Jammer genoeg niet met pillen op te lossen die ikjes. Luisteren dan, wat willen jullie nu eigenlijk van me, zeg het maar ik luister....en dan zijn ze stil de lafaards. Mediteren, mindfulness, eenzame opsluiting, een slaappil mischien, ja dat helpt een paar uur. Die ikjes dat ben ik, zoveel wijzer ben ik ondertussen wel. Maar waarom heeft de natuur me zo gemaakt dat ik mezelf wil vernietigen? Dat ik zo streng ben voor ik, dat ik zo negatief ben over ik, dat ik mezelf niet kan uitstaan als ik s’ochtends die kop weer zie in de spiegel? Ja nu kan ik natuurlijk gaan wijzen, het zijn mijn ouders zij hebben naast bij ook die ikjes gecreeerd...lekker makkelijk. Kan ik tenminste blijven rollen in zelfmedelijde maar daarmee zijn ze niet weg, ik en ik. En waarom zijn ze met twee? Zodat ik in evenwicht blijf met op elke schouder een ikje? Soms neemt het ene ikje het voor me op, ach zo erg is dat toch niet, waarop de ander een aanloop neemt en de bal alsnog recht het doel inschopt. Hoopvol pols ik bij mijn lief of hij ook twee van die coaches op zijn schouders heeft. ‘Ja’ antwoorde hij glunderd, ‘fijn he, dat je zo aangemoedigd wordt’. Voorzichtig vraag ik of hij niet ontmoedigen bedoeld. Nee joh, ze zijn mijn grootste fan zegt hij terwijl hij zijn schouders recht. Zuchtend besef ik dat ik de grootste vijhand ben van ik. Het veeleisende ikje wil dat ik niet middelmatig ben, nee nee de top is nog niet hoog genoeg. Terwijl ik balanceer daar boven om toch maar zo goed mogenlijk te presteren probeert de andere me bij elke stap te voorzien van het niet nodige ontmoedigende commentaar. En ja het gebeurd dat iemand me zegt hoe geweldig ik iets gedaan heb, jihaaa gilt de veeleisende ik, well done. Maar dan donder ik met een pijnlijke vaart van de top naar beneden terwijl de ontmoedigende ik me giftige woorden in mijn oor fluisterd.   Moe, ontmoedigd moe wordt ik ervan. Bedankt ik en ik voor weer een opbouwende dag in het leven van IK.       (C) tekst en beeld hanneke

Miss Blue Sky.
13 0

Say No to 'Love Actually'

Liefste lezers, met de kerstdagen die voor de deur (en wie weet, onder de maretak) staan, moeten de meesten onder jullie op zoek gaan naar activiteiten om de gaatjes op te vullen tussen de (al dan niet zwaar alcoholische) familiefeestjes, en bijbehorende maag-en darmklachten! Dus dacht ik, een blogberichtje om jullie volle magen te compenseren met volle gedachten! Je kent het vaste patroon van een kerstvakantie: ettelijke kerstmaaltijden, familiereünies, en als er een dagje geen familiebezoek op het menu staat, laten we onze darmen rusten voor een gezellige kerstfilm op tv. Liefste dames (en eigenlijk ook heren), als net je hart gebroken werd door een of andere hufter (sorry voor het taalgebruik maar ik HOU van dit woord! Het is zo heerlijk arrogant dat ik het elke dag zou kunnen zeggen: hufter, hufter, hufter, hufter,…), dan is je tv aanzetten het ALLERLAATSTE wat je moet doen! De media geilt er precies op dat er op elk moment van de dag minstens één zender een kerstromcom moet uitzenden, en laat dat net hetgene zijn dat we echt niet nodig hebben!Kerst is meestal een moment om te delen met familie en geliefden, en als dat laatste nu juist weggevallen is, maakt het Kerstmis en Nieuwjaar des te moeilijker. Ook voor mij is deze periode eerder een dal dan een piek (en geen piek op de kerstboom, maar een emotionele piek). En dan heb je écht geen zin om te kijken naar films over koppeltjes die op een (iets té) perfecte manier het geluk vinden! DUS!!! Een goede raad als je deze (hopefully-soon-to-be-over) eindejaarsdagen wil overleven heb ik voor jullie één gouden tip: kijk eens naar iets anders. Thriller, Horror, Oorlogsdrama, zelfs Mythbusters volstaat om je humeur op te vrolijken!Ik ben bijvoorbeeld op kerstavond met mijn vader naar de cinema gegaan. Mijn vader en ik zijn voor het eerst sinds 12 jaar alletwee single op Kerstmis, en dat moest gevierd worden!De film die we gekozen hebben was ‘Bridge of Spies’ met Tom Hanks a.k.a. die van Forrest Gump (zonder box of chocolates weliswaar, én dertig jaar later). De film ging over de koude oorlog, en hoe een ruil van gevangenen werd verwezenlijkt door een simpele advocaat (onze Tom dus) uit Manhattan. Helemaal niet romantisch dus, maar wel één van de beste films die ik ooit gezien heb.    Tom Hanks not being romantic! Om eerlijk te zijn, kon ik me geen betere kerstavond voorstellen dan deze. Dus als je je eenzaam voelt of je wil niet weer huilen voor de tv omdat de mensen uit die kutfilm er gelukkiger uitzien dan jij, haal nog eens die Saw-films uit de kast (of bekijk oude Hitchcock films en doe eens wat cultuur op), en zet die emotionele knop maar eens op ‘angst’ in plaats van ‘verdriet’, ik beloof je dat het helpt! Prettige feesten iedereen!

The bachelorette
0 0

Vitamientjes

"At least I'm dry on vitamins." Oscar & the Wolf. Ze kunnen het toch zo goed uiten. Altijd interessant gevonden, die link tussen hoe artiesten zich gedragen voor een camera en daarnaast. Of Jan Paternoster in De Slimste Mens: 'Ik weet niet of ik het moet zeggen (...), maar ik was mijn gat met mijn hand.' Of de vermelding van 'joints' in een ietwat intellectueel TV-programma. Ja. Die grote kloof tussen het leven van de lezers van Brusselmans, Helsen of Verhulst en dan, natuurlijk: zijzelf. Of het nu rockers of schrijvers zijn, ons tv-scherm is altijd weer die verwrongen weergave van een realiteit waarin we ons dagelijks omsingeld voelen door intense, verborgen, ja, bijna ontvlambare emoties. Want waarover schrijven we eigenlijk? Juist. Over die zaken waarover liever niet gepraat wordt. Die ene vibe die we maar al te graag uit de weg gaan.'Hij is een gevoelige ziel. Kan er moeilijk tegen als we bollen nemen in zijn bijzijn.' 'Wat een gelukzak. Geen enkele neiging whatsoever?' Eigenlijk ben ik best wel jaloers. Jij die zomaar je vitamientjes kan pakken als was het je dagelijkse portie suiker. Lichtjes depressief? Vitamine numero uno. Zin in een feestje? Vitamine numero due. Zorgen die je wilt vergeten? Er is tegenwoordig wel een vitamientje voor vanalles en nog wat. Mag ik even eerlijk zeggen: fuck you. Ja, ik ben jaloers. Want terwijl ik hier zit te zwanzen over mijn dagelijkse probleempjes die een dieper, ja pijnlijk dieper, niveau van existentialisme raken, kan jij gewoon alles wegspoelen met vloeibare. Maar hey, "at least I'm not on vitamins". Mijn geluk kan niet op.      

Mongoose
0 1

JE SUIS EDEGEM

Op de bus, vanuit Antwerpen richting Edegem, heerste een aangename drukte. De regen kletterde tegen de ramen en de ruitenwissers zwiepten op snel tempo heen en weer. Nu en dan rinkelde een telefoon. Verschillende mensen kwetterden in hun mobieltje. Ik had geen idee waarover er uren, al rijdend,  gepraat kon worden maar, tandpis, tijden veranderen. Anderen raadpleegden facebook of luisterden naar muziek. In ieder geval, de jongelui waren allemaal, stuk voor stuk, druk bezig met dat toestelletje in hun handen. Alle zitplaatsen waren bijna bezet en in de middengang was het drummen geblazen. Kinderen stapten, na een schooldag, luid babbelend en lachend op.  Een sompige regenwarmte deed de ramen aandampen en een school- zweetgeur zweefde over onze hoofden.  Op het middenpad stond een kinderwagen met een kraaiende baby, die met mij kiekeboe deed. Aan het station van Antwerpen kwamen er plots twee mannen de bus op. Geen van beiden betaalde een buskaartje. Dit wees erop dat de integratie in Vlaanderen praktisch helemaal geslaagd was. Alleen de brave, meestal oudere generatie burgers hielpen de omzet, van de Lijn, niet verder in het rood zakken. Dus ‘het zwartrijden’ was regel nummer één, die moeiteloos overgenomen werd door alle blanke en anders getinte Antwerpenaren. Een eerste man droeg een djellaba met daarover een colbert. Een jasje dat waarschijnlijk voordien reeds door drie generaties Vlamingen of Marokkanen afgedragen was. Op zijn hoofd een gehaakte pet zonder klep. Zijn kroezelige schaamhaarbaard wiegde van links naar rechts. De tweede dikke man zat diep in een donker trainingspak weggestoken, de kap volledig over zijn hoofd getrokken. Zijn baard stond alle kanten uit, alsof hij door de bliksem getroffen was. Twee indringende zwarte koologen bekeken alle medereizigers terwijl zijn groezelige handen de busstang omklemden.  Op hun rug hingen er twee identieke rugzakken. Het duo leek op een stelletje angstaanjagende figuren, het type dat op Borgerhoutse pleintjes rondhangt en hoopt naïeve, werkloze,  nieuwe Belgjes te radicaliseren.  Plots sloeg de sfeer in de autobus om. De gesprekken verstomden en reizigers probeerden oogcontact met elkaar de leggen. De beslagen ruiten kristalliseerden onmiddellijk de geur van 50 angstzwetende passagiers. De mensen schoven ongemakkelijk heen en weer op de klevende buszetels.  Ik bedacht dat de rugzakken wel wat klein waren om kalashnikovs te verbergen maar een terreurgordeltje kon ook best modieus onder een djellaba of een ruim trainingspak verstopt zitten.  De bus reed slopend traag van halte naar halte. Auto’s bumperden als slakken de stad uit en aan elk rood verkeerslicht moest er eindeloos gewacht worden.  Bij de eerstvolgende halte liep de bus al half leeg. De kinderwagen werd in alle haasten naar de uitgang gereden. Toeval of angstreactie, wie zal het zeggen. De beide mannen schoven door het gangpad richting achterkant van de bus.  Ik kon alleen maar denken, dat als die twee nu volledig in de ban van een zelfmoordideetje waren, aan een bommengordeltje dachten en aan een touwtje onder hun djellaba of trainingspak zouden trekken,  men wel van een heel slechte timing zou kunnen spreken. Manlief lag na een longoperatie in het ziekenhuis en verwachtte van deze Florence Nightingale elke dag een bezoekje en nog minstens een maand revaliderende thuisziekenzorg. Dus als die Islamietenhandjes nog maar richting heup of  rugzakje gingen, begonnen mijn voetzolen al te zweten. We hadden nog maar net, “Je suis Charlie” en “Je suis Paris” verteerd, dus “Je suis Edegem” stond nu niet direct op mijn verlanglijstje. Misschien wachtten ze wel met hun terreurvuurwerk totdat we met de bus door een drukke winkelstraat zouden rijden. Veel ongelovige vliegen in één klap. Doemscenario’s stuiterden tegen de gesloten busdeuren. Wat zou er gebeuren als straks dat tuig de lucht in ging?  Werd het een getorpedeerde, uitgebrande karkas van een lijnbus vol met verschroeide handen die hun mobiel omklemden? Zouden wij er uitzien als blokjes stoofvlees met klodders bloedworsthersens? Zouden die mannen onmiddellijk naar die 72 maagden gekatapulteerd worden? Zou men ons nog herkennen. Ik omklemde mijn schoudertas wat steviger. Men zou al met een koevoet mijn handtas, met identiteitskaart,  uit mijn nijpende hand moeten loswringen.  Het traject scheen eindeloos te duren. Antwerpen had weer, voor de zoveelste keer op een regenachtige dag, een volledig verkeersinfarct. Een paar schoolkinderen duwden met hun boekentassen tegen de rug van de twee mannen toen ze naar de uitgang ploeterden. De twee mannen draaiden zich geërgerd om. Man, man.. uitlokking..”Jezus”, hoorde ik een medepassagier zeggen. Ja, dit was nu, op dit moment, totaal niet de juiste man om in deze situatie aan te roepen. Normaal zitten er op dit bustraject steeds een aantal moslima’s. Nu waren er echter in einde en verre geen hoofddoekvrouwtjes te bekennen die zalvende onderhandelingen konden opstarten.  Een mobieltjes schetterde plots Arabische muziek door de bus. De twee mannen keken elkaar aan en overlegden in het Marokkaans of ze zouden opnemen. Dan drukte de dikke man op het knopje en wriemelde zijn mobiel zijn trainingskap in.. Griezelig stil werd het op de bus! 30 paar oren luistervinkten mee naar de mogelijke opdracht.  “Hallo, joa Mohamed”,”Joa zeg joeng, ik moest ierst wachtte totdat dien train van Brussel aankwam oem Mohammed af ‘t haole hé! Wai staan hier al een halfuur op die bus te geeloege hé. Da verkier zit potdicht in Antwaarpe. Ik zweer et gast, wai zen oep tijd vertrokke. En ja, wij emme dat kadoke veur die kleine bij! Joa joeng wai kome direct naar de kroamafdeling. We stoan in de file gelak iederien hé. Joa doar kunne wai toch niks aandoeng da gij der in de regen stoat , hé gast. Binne vijf minute zen we doar, tot sebiet.” De trainingsman lachte naar de froesbaard: “Jao Mo, da slimmeke staot daar in de gietende regen oep ons te wachtte, in pleuts van nor binne te goan!” Hun gezichten lichtten op ze grinnikten tegen elkaar.  De bus stopte aan het Middelheim Ziekenhuis en de djellabaman en zijn kompaan stapten af. De businhoud zuchtte, ademde terug normaal en het kakelen in de mobieltjes begon opnieuw. Mogelijke terreur doet wat met een normaal vredelievende mens.. “Je suis Edegem” was nog niet voor vandaag!   Sim, 8 december 2016

Sim
0 0

Soulmates found each other in London

I could hold it in because I was too scared to realize that this could be real. I could stop myself from crying because I simply cannot imagine that we won't be living together anymore. It feels so unreal because it's so sudden. 3 hours ago we were partying our worries away in another crazy London club and now we are here, saying goodbye. I could hold my tears because I just refuse to believe that I won't be seeing your face every day. I guess the tears will come when you're not there to dance with me on a Friday night. Or when I arrive somewhere and someone decides to take a look at me instead of the ridiculously gorgeous girl standing next to me. I guess the tears will come when you're not there to make me laugh for hours until our tummies are aching and our flat mates want to kill us for being so loud. The tears will surprise me when I'm thinking out loud and you're not there to make a clever yet absurd comment that makes me put everything into perspective. The amount of songs that will make me think of the good times we had from now on is just crazy, so unfortunately I can't afford (both money-wise and cellulite-wise) to get myself a pot of Ben and Jerry's and a spoon every time I hear one. On the other hand, I personally consider that as a pretty legit excuse for eating ice-cream. My eyes will get wet when I hear someone talk with an 'Espanish' accent that reminds me of you (although I strongly doubt if I will ever meet someone with the same twisted accent, honestly I don't know how you come up with it sometimes, amazing). And still, both not being English girls, I think we managed quite well in having interesting and deep conversations about our lives and opinions about several things, some more sophisticated than others, but okey. It's an understatement to say that we never had a second of silence from the moment we met (the situation alone clearly announced the start of an epic friendship: ah tu parles Francais? Bon je dois te dire quelque chose un peu bizarre...). 4 months is a very short time, but only you and I can understand that living in a room as tiny as a toddlers toilet changes the non-existing rules of friendship quite a bit, if not completely. Usually you will have a sleepover with a new friend after a certain amount of time, for us the sleepover came first and the friendship followed a bit later. Sometimes you don't have to look far to find a true connection with a person, sometimes it's just right there, literally in the top bunk of your bed. And that's by far the most important thing: this connection we have. You might be in 'Ashia', Denmark or Honolulu, it doesn't matter, this connection, unlike the Wi-Fi sometimes, will never break. Just making sure you know that I don't think you are dead because I am obviously speaking as if a tragedy has happened. I know: it hasn't. But it's still an ending of a very special time and words can't even start to describe how much I am going to miss you. I guess the crying starts right now, as I finish writing this, because I know you're not here to comfort me, to hold me when I'm sad, to hug me when I'm lonely, to wipe away my tears and put that smile back on my face in no time.

Hans Desmet
12 0

VIETNAMESE ZELFMOORDPOGING

Manlief en ik hebben in de jaren dat wij samen rondreizen al verschillende zelfmoordpogingen ondernomen.  Zoals jullie kunnen lezen, zijn ze gelukkig, voor ons, allemaal mislukt. In een ver en onderontwikkeld vakantieland wil je spanning en avontuur en aan  eventuele desastreuze gevolgen wil je op dat moment helemaal niet denken. Er hangt een aura van onsterfelijkheid rond je en je bent jong en roekeloos.  Enfin wij waren ondertussen al niet meer zo piepjong maar we waren wel overmoedige nieuwsgierige waaghalzen. In Vietnam ondernamen wij gezamenlijk onze allereerste zelfmoordpoging. Ons hotel bevond zich langs de ene kant van de drukke verkeersader, alle bezienswaardigheden van Hanoi  zaten aan de overkant. We stonden beiden langs de kant van de straat en bekeken de aanhoudende stroom vrachtauto’s, auto’s, moto’s, brommertjes en fietsen die langs alle kanten zigzaggend voorbij scheurden. De fietsen waren zo hoog en breed beladen met koopwaar en kwamen met slingerbewegingen nauwelijks vooruit. Op een brommertje zat niet één, zaten geen twee maar soms vier mensen helmloos maar breed lachend met de nodige bagage op elkaar geplakt.  De meeste bestuurders droegen een mondlapje om de uitlaatgassen tegen te houden. Daartussen toeterden de toeristenbussen en het openbaar vervoer. Claxonnerend, bellend en roepend koersten ze allen kriskras door de straat, reden frontaal op elkaar af en draaiden op het laatste moment het stuur om. Zebrapad of verkeerslichten geen enkele gemotoriseerde Vietnamees verleende voorrang. De doorsnee spleetoog stapte gewoon met een zekere doodsverachting zonder rondkijken de straat op en de brommertjeszee spleet als de Rode zee uit elkaar. Manlief nam me bij de hand en dwong mij het voetpad af. Ik volgde hem aarzelend, met één voet nog op de stoep, de andere schoen al tussen het moordende verkeer. Ik hield mijn ogen stijf gesloten en met een heel groot ei in mijn broek, sleurde manlief mij naar de overkant van de drukke straat. Niet terugdeinzen, niet twijfelen gewoon zoals de Vietnamees, onbevreesd doorstappen.  De kamikazechauffeurs hadden ons wonder boven wonder volledig ontweken. Na enkele dagen werden wij zelfs verkeersovermoedig en ondernamen wij onze volgende suïcideactie. Wij huurden een ‘fiets toek- toek’ richting museum. Wij lieten ons in de stoeltjes van een overdekte stootkar zakken.  Zonder enige beveiliging vooraan werden wij door de fietsende eigenaar achteraan, als levende projectielen in het verkeer en het kabaal gestoten.  Ik had de camera in aanslag en het zou een uiterst spannend filmpje worden. De man trapte alsof zijn leven ervan af hing, hij fietste zich bijna letterlijk een ongeluk. Hij slalomde tussen de fietsers. Hij sprintte met zijn fietstaxi alle brommers voorbij. Het werd een helse rit, een Disneyland Space Mountain attractie waardig. Onze stuntman probeerde een auto in te halen, bleef op de tegenovergestelde richting voort peddelen en reed pal een autobus van het openbaar vervoer tegemoet. De bus kwam angstaanjagend toeterend dichterbij.  Wij gilden en sloegen wild met onze armen in de hoop dat onze fietsbestuurder onze gebaren en waarschuwingen boven het zeteltje zou zien. De schrik sloeg ons om het hart. Mijn fototoestel bengelde al lang werkloos rond mijn arm. De film met het rampscenario ‘the final collision’ zou nooit in België bekeken worden.  Onze horrorchauffeur leek stekeblind en doof. We hotsten en botsten. We zochten een uitweg maar de snelheid waarmee we trappend in de verkeerschaos voortgestuwd werden, hield ons bang in het karretje geklemd. Ofwel hadden de remmen van onze toek-toek fiets het begeven ofwel hield onze fietsheld van spannende thrillers. Juist op het allerlaatste moment, op 10 centimeter voor de luid claxonerende bus, draaide de snelheidsduivel het stuur om en vloog onze ‘taxi-velo’ langs de tegengestelde richting, de stoep op. Onder luid protest sprongen de voetgangers alle kanten op. Krijsende verkopers veerden op en liepen met gebalde vuisten achter onze kamikazeheld aan. Hij ontweek op een haar na de gehurkte ‘straat-restaurant-eters’.  Iets verder stopte onze James Dean en met een brede glimlach, zich totaal van geen kwaad bewust, wees hij op het museum en zei: ”Xin vui lòng, viện bảo tang” wat zoveel betekende als “Alstublieft, zie hier het museum”.  We scharrelden bibberend  onze rugzak en fotocamera bij elkaar, betaalden onze superman en strompelden totaal van de kaart uit het fietskarretje. Met een ‘big smile’ zei hij:” I wait for you, go back to hotel,  good price!” Wij bedankten beleefd en zagen af van het gunstig retourprijsje naar het hotel.  Aziatisch geel en groenig bleek liepen we met knikkende knietjes in het museum rond. Hoever de terugweg naar het hotel ook zou zijn, ons kregen ze nooit meer in een Vietnamese ‘fiets toek-toek’. Wij gingen nog liever te voet zigzaggend de Vietnamese pijp uit.  

Sim
16 0

VAN EEN MUG EEN OLIFANT MAKEN

We zetten onze tenten op in Les Saintes Maries- de- la- Mer, in het midden van de Rhone Delta. De Camargues, het land van de witte paarden, de stiertjes, de manades, de flamingo’s en de muggen.  De enige twee vliegen die wij van Barcelonette, tegen hun zin geïmporteerd hebben, verlaten zoemend onze auto en caravan. Volledig gefrustreerd verkennen zij hun nieuwe leefgebied op zoek naar hun eigen identiteit. Zij voelen zich hier helemaal niet thuis. Het is duidelijk onze fout dat zij tegen hun wil naar deze warmere oorden versast werden. Geen moment komt het in hun op, dat zij eigenlijk niets, maar dan ook totaal niets in onze auto en onze caravan te zoeken hadden. Onmiddellijk beginnen ze aan de indoctrinatie van de plaatselijke insectenbevolking. Het is de ultieme kweekbodem om muggen tegen de plaatselijke toerist op te zetten. Deze laatste luisteren ademloos naar de opruiende taal van de twee oproerkraaiers. Terreur, zij willen terreur, bloed willen ze zien, veel bloed! Vooral die twee chocoladebruine globetrotters zullen het moeten ontgelden. De onderontwikkelde muskieten willen wel samen met die twee radicalen een plan ten uitvoer brengen. Zonder dat je ze ziet, zonder dat je ze hoort zullen ze terreur zaaien. Onder het aanroepen van hun ‘muggenallah’ worden zelfmoordcommando’s bij valavond naar de kleine caravan gestuurd. Daar zitten de twee naar citronella en Deet geurende vakantiegangers met een glaasje wijn van de laatste avondzon te genieten. Niets kan de terreurmuggen echter tegenhouden. Ze zijn intussen immuun voor al die rare geurtjes. Het gekke is dat je die mini Camargues- muggentjes inderdaad niet ziet, noch hoort, noch voelt.  Echte Vlaamse muggen hoor je al op afstand in de slaapkamer komen aanzoemen en vervolgens begint de muggenachtervolging. Als je het licht aansteekt, verschuilen zij zich snel achter kasten en tussen spleten.  Eens de jacht gestaakt wordt en je de eerste slaapsnurk geproduceerd hebt, komen zij met een hoge zoemfrequentie opnieuw je nachtrust verstoren. Vervolgens wachten zij tot het moment wanneer jij werkelijk in dromenland bent en storten zich dan op al je niet bedekte lichaamsdelen. De volgende morgen kan je die, met je eigen bloed volgezogen vrouwtjesmuskieten, loom op je behang zien zitten uitrusten. Beng, mep, rode plekken op je maagdelijk witte behang en rode bulten op je lichaam. Maar wel met de voldoening dat je het terrorisme de muggenkop ingedrukt hebt. Dat is wat een echte muggen zouden moeten doen, maar deze imitatie terroristen vallen laf aan, zonder waarschuwing. Ze storten zich, als kamikazepiloten, op het malse toeristenvlees. De muskietenartillerie heeft twee nieuwe doelwitten aangewezen gekregen. Een bloedtankstation voor de voortzetting van de irritante insectenbende en voortplanten zullen ze. Massaal.  Het is een ongelijke strijd, je kan niet met een kanon op een mug schieten. Zelfs de antimuggen- spray en de verdampende antimuggen tabletten kunnen ’s nachts geen terreuraanslag verijdelen. De twee Barcelonette vliegen wrijven in hun pootjes als ze ’s morgens de twee slaapdronken zongebruinde vakantiegangers, volledig onder de beten uit de caravan zien strompelen. De twee vliegenimams zitten achter een struik en lachen in hun vuistje als ze zien hoe de jeuk de twee overvalt. De bulten zitten overal, op de enkels, onder de armen en op de kaken. ’s Morgens is er op je rug en billen een stip naar stiptekening ontstaan.  Gelieve de kleine rode bolletjes te volgen en je zal een tekening van een terreurvlag kunnen zien! Bij manlief hebben ze op zijn hoofd in zijn kleine kale plekje een rood opzwellende graancirkel gestoken. Hoe harder je krabt, hoe meer de muggenbeten groeien. Het lijken net jeukende kerstomaten. Aanstippen met een insectenbeet- pen, inwrijven met zalf voor na de beet of gewoon de bulten keer op keer openkrabben, niets helpt tegen de branderige, stekende jeuk. Er zit niets anders op dan bij de plaatselijke apotheek een nieuw antimuggen- middel te kopen, eentje dat nog wel werkt tegen die Camargues krengen. Wij willen niet muggenziften, maar genoeg is genoeg! De volgende namiddag ontstaat er door de hitte een gigantisch onweer. Uren plenst het water uit de bliksemde en grollende lucht. Terwijl we voor de caravan, op het grondzeil, met onze voeten tot aan onze enkels in het water staan, kan ik maar aan één ding denken: “Ik hoop dat de musquito- terroristen allemaal verzopen zijn!”   Sim,      Les Saintes Maries- de- la- Mer              13 juni 2015  

Sim
31 0