Zoeken

Săptămâna trecută în ziare* of VORIGE WEEK IN DE KRANTEN EN OP TV

Ermierii belgieni trebuie decât să învețe muncitori străini români sau polonezi dacă angajează! Wat zegt U? U begrijpt niet wat ik jullie schrijf? Oké ik probeer het nog een keer. Belgijskie ale rolnicy mają się uczyć zagranicznych pracowników rumuńskich i polskich, jeżeli zatrudniają one!Ja zeg, nog steeds begrijpt U niet wat ik jullie vertel! Dan bent U waarschijnlijk niet één van die Belgische boeren die recentelijk een taalbad hebben moeten nemen. Soms zit ik zo verbijsterd naar de televisie te kijken dat ik het fragment eventjes helemaal opnieuw zou willen bekijken om te zien of ik het wel degelijk goed begrepen heb. Staat daar zo’n mannetje van het Vlaams Infocentrum land- en tuinbouw heel trots te verkondigen dat Vlaamse boeren nu een cursus Pools of Roemeens kunnen volgen als ze straks seizoensarbeiders voor de fruitpluk uit Polen of Roemenië willen aannemen. Onze boeren moeten Roemeens of Pools leren als ze vreemde werkkrachten van die landen in dienst nemen!Vindt U dit niet een beetje de wereld op zijn kop? Als U straks in Spanje in de horeca aan het werk wil, zou men het dan daar niet meer dan normaal vinden, dat U een woordje meer kan zeggen en verstaan dan „Dos cervezas por favor.” Zouden de Italianen genoegen nemen met het feit dat U, in hun land als restauranthulpje, alleen in het Italiaans op de romantische toer kon gaan? Ik veronderstel dat ze waarschijnlijk ook zouden verwachten dat U buiten pronto, prego, domani, puo bacio en ti amo, zich toch ook wat kooktermen zou eigen maken. Denkt U dat een Chinees wat Nederlands zou gaan leren, als U zich daar op de arbeidsmarkt gooit? Wat is dat toch met onze halfzachte watjesboerenbondregelaars? Zou het niet verstandiger zijn om aan die Roemeense en Poolse arbeidsmigratie duidelijk te maken dat juist zij de taal van hun werkgevers een beetje onder de knie moeten hebben. Het zou toch vanzelfsprekend moeten zijn dat juist zij een snelcursus landbouwtermen- en inburgeringsboerenbond Vlaams zouden moeten krijgen alvorens ze hun kop maar in één of andere serre zouden mogen steken! Klein examentje afleggen vooraleer ze bij ons ook maar een seizoensgebonden vruchtje mogen plukken?  Ik blijf het onthutsend vinden dat onze Vlaamse landbouwers les zouden moeten volgen, omdat vreemde werkkrachten hen zouden verstaan!  Nog zo iets absurd zijn de recente krantenkoppen over relatiebreuken of echtscheidingen van bekende Vlamingen. De schatten, eigenlijk zijn ze  grappig en simpel tegelijkertijd. Wie van de lezers ligt er nu werkelijk wakker van het feit dat een acteurtje plots na 8 jaar terug single is. Wie kan het schelen of een tv vedette en haar man scheiden omdat ze vinden dat na 10 het liefdesvuur geblust is of ze gemerkt hebben dat aan de overkant het gras groener groeit. Vinden wij het niet degoutant dat een juist in de steek gelaten BV-vrouw  s’ anderdaags in de gazet laat schrijven met wie ze de copulerende nacht doorbracht. En wie zit er nog te wachten op het nieuws van een zuurkous journaliste die verklaart dat zij en haar man na 40 jaar een eind aan hun huwelijk maken. Pluim voor die echtgenoot, ik zou veel sneller van die saaie programma makende heilige boon gaan lopen zijn. Miljoenen mensen lezen de papieren en internetkranten en de scheidende partijen vragen dan ook ineens bij het verschijnen van dit ‚hot item’ tussen de lijntjes door, om hun privacy te willen respecteren. Ondertussen blokletteren zij eventjes hun privéleven in de kranten. Als de splitsende echtelieden de vuile huwelijks was in de mand willen houden, dan moeten ze hun klep houden, hun problemen in hun persoonlijke levenssfeer oplossen zonder daar heel kranten lezend Vlaanderen mee lastig te vallen. Want zeker weten, eens de echtscheiding uitgesproken, gaan we weer met zijn allen in de roddelblaadjes kunnen mee genieten van de meest vulgaire uitleg. Waar ik wel van gesmuld heb, is het verhaal dat VTM stopt met het programma Royalty. U weet wel, dat programma over onze koningen, koninginnen, prinsen en prinsessen. De kijkcijfers zouden desastreus teruglopen omdat de jeugd niet meer geïnteresseerd zou zijn in die ruziemakende, door ons onderhouden Plopsalandfamilie. Hebt U er al eens over nagedacht waarom zo’n prinses of koningin, nadat ze het glazen muiltje aangestoken heeft, plots zo’n kaasbolachtige of vliegende schotelhoed gaat dragen of zich gaat behangen met goud, edelstenen en diamantenkroontjes ?  Zal U het straks spijtig vinden, eens het programma afgevoerd is, dat U de megadure haut-couturejurkjes, waar U aan meebetaald hebt, niet meer zal kunnen bewonderen? Lacht U ook nog een beetje meewarig als U dat prinselijk nakomertje allerlei onzin hoort uitkramen en telkens opnieuw zonder vergelding door de regering op de vingers getikt wordt? Ik ben er alleszins van overtuigd dat, als onze jongste prins-rebel voor televisie durft vertellen dat hij zoveel meer belastingen aan België betaald heeft, dan dat hij ooit aan dotatie ontvangen heeft, hij duidelijk zuurstofgebrek bij de geboorte gehad heeft. In Antwerpen zeggen wij dan al ginnegappend dat we denken dat er ergens een koninklijk hoekje af is, of voor de Nederlanders, dat hij niet helemaal spoort. Zulke toestanden, waarbij een psychotisch koninklijk kakelnestje om zich heen slaat, laten alleen maar zien dat deze familie niet anders is dan de onze. Alleen teert deze, niet door het volk verkozen blauw bloed monarchie,  mee op onze portemonnee.  Ik denk dat alleen de royaltywatchers, na het afvoeren van dit VTM programma  in zak en as zullen zitten. Nu komen ze straks niet telkens weer in beeld als ze langs de kant van de weg, met Belgische vlaggetjes wuivend, zich weer een tenniselleboog zwaaien als die koninklijke Disneyfigurenoptocht voorbij komt.Diezelfde landgenoten klagen vervolgens steen en been, staken te pas en te onpas omdat de regering teveel zou uitgeven en dat zij te weinig in het loonzakje vinden of als pensioen  uitbetaald zouden krijgen. Vinden deze, in sprookjes gelovende, landgenoten nog steeds dat wij met ons belastinggeld het rijkeluisleventje van het ‚blauwe bloedvolkje’ moeten blijven subsidiëren? Pikken zij het nog steeds dat zo’n bekakt gepensioneerd Efteling-gezin met een zeker misprijzen naar zijn burgers wijzen, omdat hun exuberante dotatie verminderd werd?  VTM heeft het duidelijk begrepen, wij stevenen af op een koningsdrama... Ach, terwijl de wereld rondom ons explodeert, mensen door de klimaatopwarming straks gaan verzuipen, aardbevingen onze aarde hertekenen, een massamigratie gelukzoekers op gang komt, wij een schuldgevoel opgedrongen krijgen en uitgemaakt worden voor racisten, houden wij ons ondertussen bezig met taalbaden, BV- nitwits en voorbij gestreefde poppenkastsprookjesfiguren.   *Vorige week in de kranten  

Sim
0 0

OVER POKEMONJAGERS, ORANJEGEKTE EN DE RODE DUIVELSHYPE

Wanneer bedenk je ineens; ik word een Pokémonjager? Is dit een besef dat al een aantal dagen in je bovenkamer suddert, of plopt zo’n idee spontaan bij je binnen. En wanneer gebeurt zo’n openbaring dan? Lig je met je luie krent al meer dan enkele vakantieweken al zappend voor de televisie of verveel je jezelf zodanig te pletter voor je tablet alvorens je echt actie onderneemt? Word je door je ouders om de vijf minuten aangemaand om toch iets te gaan doen en je luie lijf uit je bed te hijsen of zie je zelfstandig het licht in de duisternis? Als je in een opwelling van ondernemingslust dan werkelijk tot inkeer komt en je snel uitdijende vakantiekont uit de sofa opricht,  gaat er dan plots een lichtje branden met de tekst; Pokémon, Pokémon?? Hoe begin je er dan aan? Zachtjes, solojacht, helemaal alleen, of  lijkt zo’n tandem duojacht je interessanter? Slenter je liever als een jagende Gaston en Leo, met zijn tweetjes door de straten? Of sluit je jezelf liever ineens aan bij het Pokémon- debielenclubje om met zijn duizenden tegelijk op jacht te gaan? Vind je jezelf ook niet ongewoon dwaas, als je jezelf in de winkelruiten weerspiegelt ziet? Zo’n opgeschoten tiener met een half neergeknakte hals en een tot een tenniselleboog geforceerde arm met daarin aan het einde een schermpje dat ergens ten velde virtuele cartoondiertjes signaleert. Zo’n fictieve figuurtjes, die jij, en met jou duizenden anderen, moet zien te vangen. Houden de winkeliers die de Pokémon-rage in hun straat bestelden er geen kater aan over? Een populatie van ongeveer drieduizend man, die door hun straat zwalpten, het verkeer volledig blokkeerden, terwijl ze alleen oog hadden voor hun smartphone, de virtuele fictieve wezentjes en zelfs geen blik in de winkeletalages wierpen? Je moet maar als grootouder juist die ene dag uitgekozen hebben om, tijdens de vakantie, met je kleinkinderen naar de Antwerpse dierentuin te gaan, terwijl er plots zo’n 15.000  tekenfilmfiguurjagers te horen kregen dat er Pokémons in de Zoo gesignaleerd waren… Hoe lang gaat het nog duren alvorens personen met slechte bedoelingen een groep jeugd naar één welbepaalde plaats gaan lokken en hun dan met een hele speciale en exceptionele Pokémon- boem gaan verwelkomen?  Een hele nieuwe generatie met artritisnekken en reumaduimen.. Wat een kleutertuinhype! Ach, er zijn al meer rages over ons heen gekomen die wij als zoete koek geslikt hebben..eens worden wij allemaal waarschijnlijk wel ooit volwassen zeker! Of niet? Het leven op onze aarde hangt aan elkaar met een hoop traditie en hypes. Een hoop hypes komen vanuit Amerika onze kant uitwaaien. Halloween is ook zo’n ‘transocean’- debielenfeestje, waarbij we met zijn allen als lugubere gekken, verkleed in skeletten, monsters of satanische moordenaars met uitgeholde pompoenkoppen bij elkaar op de stoep belletje- trek gaan doen en om snoep gaan bedelen. En wat dacht U van de ondertussen ingeburgerde traditie, om ondanks de fors uit de pan rijzende elektriciteitsprijzen, tijdens de kerstperiode onze voortuinen en gevels overmatig lichtgevend te versieren. Sinds we al jaren, in de aanloop van het kerstgebeuren, met suikerzoete Amerikaanse happy end versies van White Christmas- films overspoeld worden, hebben wij nu ook in België verschillende malloten die hun gans huis met hevig gekleurde flikkerlichtjes, glinsterende blauwe kerstsleeën, fonkelende groene en roze kerstbomen en schitterende Kerstmannen optuigen. Vanuit een ruimtecapsule kan men het energieverslindende straatje probleemloos in de donkere nacht zien oplichten. De volgende traditie zou ik eender onder de noemer carnavalsgekte willen catalogeren. De Nederlandse oranjegekte. Wie hiermee begonnen is mag Joost  weten, maar blijkbaar weet Joost dus ook niet alles. Bij alle mogelijke traditionele optochten, zoals de circusvertoning op Koning(inne)dag , tooit heel Nederland zich eensgezind in oranje. Heel der straten worden oranje geverfd en sinaasappelkleurige idioten zwaaien zichzelf een tenniselleboog als de Koninklijke poppenkast in een gouden koets voorbij komt rijden. Erger wordt nog de oranjegekte bij voetbalwedstrijden. Hier tooien ze zich met kaasbolhoeden, façon Beatrix, allerhande petten met Hollandse molentjes en hup, Holland hup bustehouders. De oranjemeute gaat, met de Hollandse driekleur op het aangezicht geschilderd, op het oorlogspad. Ze drinken zich het apelazarus, slopen vervolgens na de voetbalnederlaag, bloeddorstig, hele stadscentrums en laten een oranje vernielspoor achter zich. Mogelijk krijgt dit soort tradities stilaan ook voet aan wal in België, want toen de Rode Duivels weer als ‘de Belgische super glue’ opgevoerd werden, scandeerden, riepen, vochten en zopen, een heleboel als duiveltjes verklede en met de Belgische driekleur vol gekliederde Vlamingen en Walen, zich gebroederlijk onder tafel. Met driekleurige mutsen over hun buitenspiegels en wapperende Belgische vlaggentjes reden de supportersauto’s luid toeterend rond. Mannen dronken bier uit blikjes waarop de duiveltjes afgebeeld stonden, want mannen weten waarom. Kinderen verzamelden Rode Duivelsstickers en lazen meer in hun plakboeken dan in hun examenleerstof. We waren weer één voor allen en allen voor één België en morgen wordt er weer door het zelfde volk over de splitsing gediscussieerd. Ach elke rage loopt soms de spuigaten uit. Over de Franse autostrades staan er nu reeds borden met de vermelding: Rij veilig, hier vindt men geen Pokémons! En vandaag staat er in de krant dat de politie de Pokémon Go jagers, die zich niet aan de verkeersregels houden, gaat beboeten. Pokémon wordt dan Pakkeman!  

Sim
3 0

Ouroboros

Observaties bij een leeg glas.   De receptie op het makelaarskantoor was al even gaande en de serveersters wisten ondertussen welke kant ze het snelst moesten uitgaan met schaal en fles. Het werd in mijn hoek alsmaar moeilijker om wat te pakken te krijgen. De stemmen klonken luider en de verschillen tussen de aanwezigen werden groter. Ik kronkelde mij door een jungle van zwaaiende armen en posteerde mij in de te verwachten loopgang van de diensters. Op recepties draait het om strategie en perceptie! De gezette rijkaard die veel eet is een verfijnd gourmand. De arme sloeber die hetzelfde doet is een barbaarse slokop zonder klasse. En iedereen drinkt met een reden. Maar bij de een lijkt het al verdachter dan bij de ander.    Ik stond al een tijdje droog en als een zinsbegoocheling verscheen de associatie tussen het gezelschap en de lokale fauna. Alle slangen zijn carnivoor en ze leven van hapjes die ze in één keer efficiënt doorslikken. De meeste slangen zijn opportunistisch en pakken alles wat ze aankunnen en in hun bek past. Slangen zijn koudbloedig. Daarom leven de meeste onder hen in warmere streken.   Ik zette mijn glas op de vensterbank en vertrok richting werf.   Leeggoed   Die dag hadden de buitenlandse eigenaars van het historische pand in renovatie twaalf flesjes bier geteld in de mand met proviand van de Portugese vloerder. Het was 33° in de schaduw en de gastarbeider droeg voor een aalmoes grote pakken Turkse travertijntegels naar de tweede verdieping. Ze vroegen zich af of hij misschien een drankprobleem had. Ik zei dat we in een streek leefden waar zelfs de slangen dorst hadden. Op weg naar buiten zag ik door de kier van de salondeur op de tafel van de eigenaars een rijke verzameling ontkurkte wijnflessen staan maar kreeg niets aangeboden.   In Europa komen 38 soorten slangen voor. De gladde slangen zijn het ruimst vertegenwoordigd.   Kringloop   Enkele maanden later vernam ik dat de vloerder was overleden. Ergens op z’n eentje onderweg in Spanje. Het huis waar hij gewerkt heeft staat nu te koop bij de lokale makelaars. Dat zien ze graag, zo’n snelle roulatie van verteerders.   Slangen hebben vele vijanden, zoals de voornoemde gladde slang die een geduchte slangenjager is. Maar ook zoogdieren zoals primaten en varkens eten slangen.   Niets is voor eeuwig, zo lijkt het althans, want we bijten voortdurend in onze eigen staart.

Ivan Seymus
8 0

De minuten van de kapper

In de winter van 2014 brachten we een recordoogst aan olijven naar de molen. Dat gebeurde volgens een Provençaalse planning.   De openingsuren van de olijfoliemolens zijn strikt en bij enkele moet je zelfs voorafgaandelijk een afspraak maken. Dat is begrijpelijk want vanaf begin november worden er tonnen olijven over zuiderse wegen vervoerd. In de laadruimte van witte Citroëns en Renaults staan dan allerhande plastic bakken, jutten zakken, emmers en biezen mandjes.   Zo gebeurde het dat ik met mijn kisten voor de gesloten poort van de molen stond naast een stokoud heertje. Ik schatte hem 92 jaar en 1m50 hoog. Zijn olijfboompjes kunnen niet bijster groot zijn, dacht ik nog. Zijn baretje stond op tien over zeven. In realiteit was het half drie. Het bord aan de gevel gaf nochtans aan dat de ontvangst van olijven vanaf 14u plaatsvond. Daarop kregen we samen een ander bordje in de gaten. Hierop stond in stift geschreven dat ze vijf minuten koffie drinken waren.   “Vijf minuten vanaf wanneer?”, vroeg ik aan het boertje langs mij die bij zijn schattig mandje olijven bleef staan. Hij snufte en lachtte zijn drie tanden bloot: “Sais pas, mais pas grave. Ce sont les minutes du coiffeur!” Even later ging de schuifpoort open en het heertje liet me voor hem passeren. Zichtbaar genietend van de hoeveelheid zwarte bolletjes die ik op de weegschaal uitstortte, hoorde ik een diep “hoho!” toen hij nieuwsgierig het hoofd in de koffer van onze jeep stak. 450kg konden we leveren!   Zijn woorden bleven hangen en gezien ik die dag geen Fransman van een recenter bouwjaar kon vinden om mij uit te leggen, zonder dat onverstaanbare Provençaalse accent, wat hij precies bedoelde, hoopte ik dat Google het mij kon verklaren. Blijkt dat kappers, vroeger dan, de neiging hadden om steeds maar te beloven dat ze je dadelijk gingen helpen. Maar de minuut werd gemakkelijk een kwartier, zelfs een half uur.   Wie van jullie mijn haardracht kent weet dat indien mij zoiets overkwam, ik zou lachen als een boer met kiespijn.

Ivan Seymus
0 0

Dear dagboek

17 november 2016 - De voorbije week was er onder mijn vrienden op Facebook enige opschudding ontstaan over een bericht dat zijn oorsprong vond op de website onzetaal.nl. Het volgende staat er in grote letters te lezen:   Nederlanders spreken (nog steeds) zeer goed Engels Uit het jaarlijkse onderzoek van onderwijsorganisatie Education First* blijkt opnieuw dat Nederlanders zeer goed Engels spreken.   Het stukje leidde tot zowel vermakelijke als enigszins zure reacties. Vooral de Walen moesten het ontgelden als de oorzaak van het magere resultaat van team Belgium (15de). Dit mag echter geen afbreuk doen aan de kunde van onze noorderburen. Hoe moeiteloos zij omspringen met het gebruik van Engelse woorden in alledaagse conversaties, mag met name blijken uit deze korte uit mijn dagboek ontleende passage. Van het steenkolen Engels is überhaupt geen sprake.   30 april 2013 - Het is de week van de inhuldiging van Willem-Alexander als koning der Nederlanden. Een Nederlandse hoogleraar aan een business school (in het Engels uitgesproken) en zijn vrouw zijn onze gasten. Hij vertelt dat hij op rust is gesteld en zich heeft toegelegd op fietsen. Niet zomaar recreatief peddelen, maar écht koersen. Criteriums rijden. De sprint aantrekken in de bochten en wat dies meer zij. Daarvoor heeft hij een fiets met een erg stijf frame (op z’n Engels uitspreken) tussen de benen. Niet die speciale versie waarvan er maar enkele 100 gemaakt zijn door BMC en ooit werd ontworpen door de beroemde Hincapie. Nee, een nog betere! Zijn eega is bescheidener, zij durft zelfs rechtsomkeert maken wanneer de fietstocht met meneer uit de hand dreigt te lopen. Ze lijkt ons thans over een meer dan behoorlijke conditie te beschikken. Ze schrijft cases (u heeft het ondertussen door) en geeft les aan dezelfde school als haar man. Ze waren na deze week bij ons erg relaxed (jawel) en hadden het zeer naar hun zin gehad ondanks de regenbuien aan het begin van de week.   Einde citaat.   Ik vond het vooral heerlijk hoe dit onbeduidend stukje uit mijn dagboek onverwacht een nieuwe context kreeg. Dit is waarom ik zo van schrijven hou. And no, I didn’t found it out!     * Onderzoek werd uitgevoerd door organisatie die taalcursussen verkoopt!

Ivan Seymus
0 0

Allemaal een beetje Hillary

Er bestond geen twijfel over: ze zou winnen. Ik ging dus met een gerust gemoed slapen op dinsdag acht november. Hillary Clinton zou samen met haar Bill weer naar het Witte Huis trekken. De ochtend nadien werd ik wakker in een andere wereld. Ik die dacht dat ik in het breeddenkende Westen leefde, werd ineens geconfronteerd met het feit dat mijn buurman daar wel eens anders over zou durven denken. Aan de reacties op Trumps overwinning op sociale media te zien, was ik niet de enige die een wake up call van jewelste kreeg. De in mij langzaam ingedommelde voor ruimdenkendheid strevende mens, schoot bruusk wakker. Eerlijk is eerlijk, als blanke hetero heb ik relatief weinig last van discriminatie. Wat ik dan wél weer ben, is een vrouw. Erger nog: ik ben een zelfstandige vrouw. Zo eentje die opkomt voor haarzelf. Grab me by the pussy and your balls will be just a good memory. Jawel dames en heren, ik behoor tot de feministen van mijn tijd. Een groep waar Trump en, helaas zo blijkt, heel wat andere mannen het nog steeds moeilijk mee hebben. Soms zijn ze er erg openlijk over, maar nog vaker zit hun seksisme onderhuids. Zo gebeurt het vaak dat een vrouw die zichzelf in eerste instantie niet als feministe beschouwde, er uiteindelijk toch één wordt. Ik ben best een kritische ziel. Als vrouw in deze maatschappij, is dat niet altijd een pluspunt. Begin jaren tachtig werd ik geboren. In die tijd leerde Madonna meisjes ‘to express yourself’. Madge was meteen mijn idool. De impact van de pracht en praal van tutu’s en schitterende oorbellen op de kleine Ans waren groot. Bijgevolg stond ik op als kind in een veel te groot onderhemdje met de paternoster van mijn tante nonneke van ‘Like a prayer’ te doen. De toon was gezet. In de jaren ’90 werd werd er nog een schep bovenop gedaan. De muziekwereld vuurde een fenomeen genaamd ‘The Spice Girls’ op ons meisjes af. Dit was ook meteen het startschot van de ‘Girlpower’. Na het rebelse feminisme dat ik al van Madonna had meegekregen, werd nu de boodschap van onafhankelijkheid voor de tweede keer door mijn puberale strot geramd. Slikken deed ik het maar al te graag. Ik kleurde mijn haar rood zoals Ginger Spice en liep rond in kledij waar Gwen Stefani alleen maar met een goedkeurende blik naar had gekeken mocht ze mij ooit in het echte leven zijn tegengekomen.Dat ik op mijn achttiende met een scriptie over ‘feminisme’ afstudeerde aan het middelbaar, is dan ook geen al te grote verrassing. Maar wat is dat nu net, dat feminisme? Wel eigenlijk is het heel simpel:  “Feminism is the radical notion that women are people” (red. Cheris Kramarae – Paula Treichler)Vrouwen zijn dus mensen, net zoals ook mannen dat zijn. Natuurlijk zijn er verschillen en heeft deze soort mens haar sterke en zwakke punten. Dat hoeft niet per se te betekenen dat het ene geslacht de meerdere is van het andere. En dan ben je een dertiger en staat de grootste staat ter wereld op het punt een vrouw aan het hoofd te krijgen. Eindelijk.Toch gebeurt het dan nét niet en word je wakker in een maatschappij waar het glazen plafond van gewapend glas blijkt te zijn. Het wordt je ineens duidelijk dat het niet voor iedereen normaal is dat Peter en Rik gaan trouwen. Je beseft dat Sumaya elke dag met de vraag worstelt of ze nu wel of niet een hoofddoek mag of in andere gevallen moet dragen. Je komt tot de constatatie dat niet iedereen denkt zoals jij denkt en dat die ‘iedereen’ dichter bij je staat dan dan je had gedacht.Laat ons dus alsjeblief niet op onze lauweren rusten en denken dat de strijd voor verdraagzaamheid reeds gestreden is. Het recht voor iedereen om gewoon te mogen ‘zijn’ moet je blijven verdedigen, elke dag opnieuw.

Ans DB
0 0

Gebaseerd op herkenbare feiten

‘Uw hand in de mijne.’ Het klinkt zo ongelooflijk onnozel normaal. Een evidentie, die zo evident is geworden dat de schoonheid ervan vaak vergeten wordt. De aanraking verloren en de essentie van ‘graag zien’ voorbij. Hij is vertrokken. Na al die maanden, eindelijk met heel zijn hebben en houden mijn hoofd uitgestapt. Ik zou moeten huilen maar ik voel niets.Of neen, ik voel niet niets, maar het voelt niet zoals ik dacht dat het zou voelen. Ik ga niet dood ofzo. Het is eerder een soort teleurstelling, maar dan zo eentje van de ergste soort. Misschien was dood wel minder erg geweest, want dan had ik effectief niets gevoeld. Nu is er enkel een zeurderige leegte. Eén die vreemd genoeg verschrikkelijk vol aanvoelt. Kent ge dat? Dat uw lichaam niets meer wil voelen, maar dat uw hoofd dat niet toelaat? Ge zoekt de uitknop van uw brein, maar die zijn ze bij fabricage vergeten aan te sluiten. Tot dan ineens toch alles donker wordt. En stil. En dan zijn ze daar ineens aan de horizon: die wolken. Het zijn geen kwade, grijze wolken. Neen, ze zijn zacht en roze. Er komt geen regen uit, wel fijne en warme zonnestralen die mijn ziel opwarmen.Een nieuw begin. Nog een beetje wankel op mijn benen, maar ik sta er wel. Er vliegen vogels om mijn hoofd in alle kleuren. In’t begin wilt ik ze wegjagen met al hun storend getjilp. Maar als ik dan begint te luisteren, dan hoor ik ineens dat ze een gevoelig liedje zingen. Een liedje alleen voor mij. Een liedje dat klinkt als het frisse jonge meisje dat ik ooit was. Ik zou zo graag nog eens echt verliefd zijn, in de positieve zin van het woord. Op wie maakt op zich niet uit. Gewoon dat gevoel hebben alsof ik voor de eerste keer de zon zie. Ik kijk er recht in en mijn ogen zijn verblind, maar ik kan er niet mee stoppen. Zo schoon is het. De mooiste verslaving der verslavingen. Mijn benen worden week en ik kan niet meer stappen, terwijl ik in mijn hoofd vlieg. Totaal verloren en toch de weg kennend. Intuïtief op het onbekende doel af.Iemand zijn hand vasthouden, gewoon omdat het kan. Omdat dat niet doen, een gemiste kans zou zijn. Een fout die ik mezelf nooit vergeef als ik er naast zou grijpen. Naast die hand. Ik vind het verschrikkelijk moeilijk om verliefd te zijn. Het is eigenlijk de grootste ramp die mij kan overkomen. Het neemt mijn hele ‘zijn’ over.Onzekerheid wordt een evidentie, zelfzekerheid slechts een vage herinnering.Als ik mezelf niet te dik vind, dan voel ik me zeker wel oninteressant. En als het de twee voorgaande zaken niet zijn, dan is er vast en zeker wel iets anders wat er mis is met mij. Niet goed genoeg, een tweede handsje. Een tweede Ansje. Het is de angst. Het maakt alles kapot en een leven vlak. Angst dat mijn langzaam net opgebouwde ego weer ineen zal stuiken als een kaartenhuis. Angst om op mijn bek te gaan. Mijn gezicht, maar ook mijn zicht te verliezen, verblind door liefde.Angst voor wat gaat komen, voor het onbekende. Xenofobie voor liefde zeg maar. Ze verteert alle positivisme die verliefdheid normaal met zich meebrengt. En dan staat gij daar, totaal overwacht. Onwetend, maar toch wetend. Drie dagen krijgt ge. Drie dagen moogt ge mijn hart vasthouden. Daarna moet ge het teruggeven. Meer dagen kan ik niet zonder, want zonder kan ik niet leven. Zonder kan ik niemand nog graag zien. En eerlijk, wat is een leven zonder graag zien? Wat is een mens zonder een hart om graag te zien?Drie dagen moogt ge er naar kijken en het koesteren.Tenzij ge er goed voor zorgt natuurlijk, dan moogt ge het misschien wat langer vasthouden. Mijn hart.Meer durf ik u voorlopig niet beloven.

Ans DB
0 0

Brief aan mezelf/Ik wou nog sorry zeggen

Ik wou nog sorry zeggen   Sorry voor Turks fruit. Sorry voor Anna Karenina. Sorry voor Oorlog en vrede. Max Havelaar. De avonden. 1984. Congo. Honderd jaar eenzaamheid. Misdaad en straf. Kaas.   Ik wou nog sorry zeggen dat ik van tientalle klassiekers nog nooit heb gehoord. Ik wou nog sorry zeggen dat ik sommige klassiekers niet heb doorgrond. Ik wou nog sorry zeggen dat mijn boekenkast vol staat met boeken die ik nooit heb gelezen. Ik wou nog sorry zeggen dat ik lang heb gedacht deze wel ooit te lezen. Sorry als je er nog steeds niet bij bent aanbeland   Ik wou nog sorry zeggen dat ik de Steinerschool heb verlaten. Als ik was gebleven had ik de klassiekers misschien wel gekend. Ik wou nog sorry zeggen dat ik dit niet had kunnen voorspellen. Ik wou nog sorry zeggen dat ik door van school te veranderen geen manden heb gevlochten geen potten heb gebakken geen sculpturen heb gemaakt niet heb geboetseerd   Ik wou nog sorry zeggen dat ik niet katholiek ben opgevoed. Hoewel dit niet mijn keuze was. Ik wou nog sorry zeggen voor als je hierdoor in vervelende situaties terecht bent gekomen. Ik wou nog sorry zeggen dat ik mezelf heb wijsgemaakt iets van godsdienst af te weten omdat ik het Onze Vader uit mijn hoofd ken. Ik wou nog sorry zeggen dat ik nooit in een kerk zal kunnen trouwen. Ik wou nog sorry zeggen dat ik hier enkel zou willen trouwen omdat ik de gekleurde glasramen zo mooi vind.   Ik wou nog sorry zeggen dat ik altijd veel verzameld heb. Ik wou nog sorry zeggen dat je daardoor nu met een te veel aan spullen zit. Schelpen. Theezakjes. Theaterscripts. Filmstills. Retro vakantiefoto’s. Foto’s in het algemeen. Jommekesstrips. Postzegels. Knutselmateriaal. Schoenen. Theatertickets. Filmtickets. Museumtickets. Treintickets. Zwemdiploma’s.   Ik wou nog sorry zeggen omdat ik hierdoor waarschijnlijk mijn keuzestress heb ontwikkeld. Ik wou nog sorry zeggen dat ik vaak doe alsof ik geen keuzestress heb, iets kies en vervolgens spijt heb. Ik wou nog sorry zeggen voor het trainen mezelf wijs te maken dat ik dingen soms anders zeg dan ik ze denk. En sorry zeggen dat ik te lang heb gewacht dit uit mijn systeem te halen. Ik wou nog sorry zeggen dat ik hierdoor sommige kansen heb laten schieten of personen heb weggeduwd. Sorry dat deze anders misschien wel in je leven waren gebleven. Sorry dat ik mijn lief heb gedumpt. Sorry dat ik haar de koffiemachine heb gegeven en nu zelf zonder zit. Sorry dat ik verslaafd ben geraakt aan het drinken van koffie. En aan sigaretten. Sorry dat ik mijn lichaam van binnenuit kapot maak. Sorry dat ik hierin overdrijf. En niet alleen hierin.   Ik wou nog sorry zeggen voor het vele geld dat ik heb uitgegeven. Sorry dat ik het weer over een andere boeg gooi. Dat ik geld te weinig had om mijn reis naar Ijsland te maken. Dat ik heb gedaan alsof ik dat niet erg vond. Dat ik mezelf opzij heb geschoven. Weeral. Opnieuw. Dat ik mezelf telkens heb beloofd dat het de laatste keer zal zijn en er toch weer in slaag. Dat ik dit op mijn karakter schuif.   Ik wou nog sorry zeggen dat ik mezelf denk te kennen maar dat eigenlijk niet doe. Ik wou nog sorry zeggen voor als je dat nu nog steeds niet weet. En sorry voor als je jezelf aanpraat dat je dat wel doet. Dat is oké.   Ik vind mezelf oké.   Ik wou geen sorry zeggen voor elk fietslampje dat ik uitknip als ik het zie branden. Geen sorry voor het opstaan in de bus voor oude mensen. Ik wou geen sorry zeggen voor mijn overbezorgdheid. Mijn vrijgevigheid. Mijn goedlachsheid.   Ik wou nog sorry zeggen uit naam van alle mensen die van bovenstaande dingen misbruik hebben gemaakt. En sorry dat ik dit doe om mezelf gerust te stellen. Ik wou dan nog sorry zeggen dat ik zo slecht kan relativeren. Dat ik tegen mezelf praat om hieraan te werken.   Want alle zorgen nachtmerries verlangens gemis spijt dromen hopeloze gedachten moeilijkheden waar mijn hoofd mee blijft zitten zijn vaak de moeite niet waard. Sorry dat ik dat soms vergeet. Sorry dat ik deze kopzorgen van mijn gehele lichaam bezit laat nemen.   Ik wou nog sorry zeggen voor de slechte bloedsomloop. De koude voeten. De gevoelloze vingers in de winter. De slechte tanden. De zwakke weerstand. Het permanente ijzertekort. De lichte scoliose. De naar binnen staande knieën. De scheefgegroeide tenen. De slechte houding. Het verslechterde zicht.   Ik wou nog sorry zeggen dat deze gehele tekst vol spijtbetuigingen staat. Ik wou nog sorry zeggen dat ik geen gepaste aanspreking vond. Ik wou nog sorry zeggen dat ik ook geen afsluiting zal vinden.

Matilde Quirynen
1 0

Het gesprek

De wind blies haar haar alle kanten op. Irritante wind! Stomme haren, storend in haar gezicht. Ze was zenuwachtig. Nog een uur en ze zou hem eindelijk terugzien. Eindelijk wilde hij weer praten, met haar en met niemand anders. Ze las om de tijd te doden. De woorden drongen niet meer echt tot haar door. Maar ze las toch verder. Het boek ging over ‘graag zien, hoe je uw relatie sterk houdt’. Misschien kon ze hier nog wat informatie uit opsteken die ze kon gebruiken straks bij het gesprek. Dus las ze verder.   Vijf voor. Snel nog even het wc passeren en naar de plaats van afspraak. Ze wilde zeker niet te laat zijn. Dat zou typisch zijn voor haar. Weeral te laat. Deze keer ging dat niet gebeuren. Stipt op tijd stond ze er. Ze was voorbereid. Haar gsm op vliegtuigstand, in de rugzak, rugzak in de fietszak. Ze was onbereikbaar vanaf nu. Anders dan normaal. Waar hij zich steeds aan stoorde, dat ze steeds bereikbaar was, voor iedereen. Nu dus niet. Nu even niet. Nu enkel hij en zij en niemand anders. Ohja, en de hond.   Hij was laat. Ze nam haar rugzak terug uit de fietszak, gsm uit de rugzak en zette haar gsm terug aan. Misschien had hij al gestuurd en had ze dat nu niet gekregen, misschien ging hij nog later zijn, misschien was er iets gebeurd, misschien had hij afgezegd, gevraagd om het te verplaatsen, misschien… Ah! Daar is hij! Ze moest lachen. Ze moest zich inhouden om niet te lachen. Een warm gevoel, ze ontdooide. Zo blij om hem te zien, zo vertrouwd hem te zien sukkelen met de fiets en de hondenbak erachteraan. “Mijn twee mannen”, dacht ze. Maar ze slikte haar tong in en haar lippen werden terug hard. Ze begroette de hond, uitvoerig. Lang geleden. Dan hem, ongemakkelijk. Gelukkig nam hij haar meteen in zijn armen. Hij wist wel wat te doen, of volgde zijn impulsen. De spanning steeg, in haar borst en haar schouders. Ze wilde zo graag ontspannen, ontdooien, plooien, helemaal terug knuffelen, maar ze hield zich stijf. Het was nog niet besproken, het kon nog niet. Nu nog even niet.   Of we nog ergens iets kunnen eten, vroeg hij. De spanning nam toe, ze voelde het in haar lijf. Zij had speciaal op voorhand gegeten. Ze had net gegeten. Ze had net gegeten, zodat ze meteen konden doorgaan naar de hondenwei, zodat ze niet eerst ongemakkelijk moesten neerzitten aan een tafeltje omringd door mensen en in elkaars ogen kijkend. Ongemakkelijk. “Oké” Honger is een akelig beestje, dus “oké, we zullen eerst nog even iets eten en drinken”. Ze gingen meteen zitten bij het eerste het beste dat ze zagen. Hij bestelde eten en drinken, zij enkel drinken. Ze wist niet goed wat te zeggen, maar ze haatte de stilte. Ze vroeg hoe zijn weekend was, hoe het met de hond was, hoe het eten was,… Ze vroeg dingen die niet relevant waren, aan de buitenkant speelde. Spanning liep op, weer voelde ze dit in haar lijf. De wc, de wc was haar uitweg. Altijd al geweest eigenlijk. Haar eigen plekje, waar niemand haar stoort. Hier kon ze even zijn. Ze liet de spanning los en de tranen volgden meteen. Zucht. Ogen afvegen en weer naar hem. De rest van zijn eten was om mee te nemen, ze konden vertrekken. De hond bood afleiding op de roltrappen. “Hoe voelt ge u?” Hij vertelde. Hij was boos geweest, had alles opgeschreven in een brief. Zeer ongewoon voor hem. Hij ging de brief niet afgeven, hij was gekalmeerd nu. Het was beter. Hij wilde haar verhaal horen. Zij vertelde. Ze moest wenen. Ze weende snel. Ze weende om de spanning te bevrijden, weg uit haar lichaam. Ze weende en vertelde en schaamde en voelde schuld. Ze deelde en hield zich dan weer in. Ze vond de woorden niet, aarzelde, probeerde te voelen. Hij begreep haar eerst niet. Dacht dat het enkel om de uitleg rond de zatte kus ging, niet over meer. Dacht dat alles anders was gelopen. En kon het abstracte niet volgen. Hij had nood aan concreetheid, aan 1 + 2 = 3. Zij kon hem dat niet bieden. Zij dacht veel en chaotisch en abstract. Dit viel niet te lijmen. Eerst leek het weer te blokkeren, te stagneren.   De hond in het water bracht ruimte en adem. Blote voeten want het gras was bezaaid met plassen regen. Elk liepen ze aan een kant van het water, het water dat tussen hen lag, de weg naar elkaar splitste. De hond liep ertussen heen en weer, door het water. Probeerde voor verbinding te zorgen. De verbinding die zij zochten, maar zo moeilijk konden vinden. Dat beeld hielp. Het werd concreter. Ze hield niet van die stiltes. Er waren dan te veel gedachten en na een tijdje kon ze die niet meer delen. Ze wist dan niet meer hoe. Ze wilde zijn hand vastnemen, hem licht aanraken met haar vingertoppen, de verbinding letterlijk voelen. Ze hield zich in. Misschien was dat niet zo’n goed idee om nu te doen. Hij deed het wel. Hij deed het in haar plaats. Hij trok haar tegen zich aan. “Meisje toch”. Heel even was het er weer. De verbinding, de connectie. Ze keken naar de hond die in het water plonsde en voor de allereerste keer zwom. Beiden met trots. Ze lachten. Het lachen bracht hen dichter bij elkaar. Samen. Het voelde alsof er niets aan de hand was, alsof alles nog was als daarvoor, alsof alles beter was dan ervoor, alsof alles was zoals het was ‘Oké’. Hij keek naar haar, ze durfde niet goed terug te kijken. Gelukkig was ze kleiner. Ze dook weg in zijn borstkas, begroef haar neus in zijn oksel. Hij tilde haar kin op. Nu moest ze wel kijken. Ze zag zijn gezicht, zo mooi en zacht. Hij kuste haar. Ze kusten. Zacht. Het was met een dubbel gevoel. Ze wist niet wat ze voelde. Ze dacht. “Denken is misschien geen goed teken”, dacht ze.   Zijn zus belde. Hij nam op. Haar gsm stond nog uit, zat in de rugzak, uit de fietszak op haar rug, zij was voorbereid. De spanning kwam terug. Ze voelde het in haar schouders. Ze kromp ineen. Hij was boos, lastig. Ze voelde zijn ambetant zijn in haar lichaam. Ze wilde zich onzichtbaar maken, zorgen dat hij niet nog meer zou ontploffen. Ze wist dat ze iets moest zeggen. Ze moest iets zeggen als ze het anders wou. Ze benoemde het. Die spanning, het ambetant worden van hem, de zwaarte. Hier ging het om, ze wisten het weer. Ze waren het alweer vergeten door de zachtheid, liefheid, humor en verbinding van de dag. Maar dit, deze spanning, die zwaarte, dat is wat hun relatie de laatste tijd was. Hier wilden ze allebei van weg. Hier liep het telkens mis. “Maken we elkaar wel echt gelukkig?” vroeg ze, maar beiden wisten ze het antwoord niet.   Ze willen ervoor gaan, maar hebben de energie niet meer om te vechten. Toch niet nu, niet nu onmiddellijk. Ze nemen terug afscheid. Weer ongemakkelijk. Het is beter nog wat te ademen, elk op zichzelf, even apart. Hij wilt haar meenemen, in hun bed leggen, naast elkaar leven. Zij wilt meegaan, de avond samen eindigen. Maar ze zijn nu slimmer dan alle keren hiervoor. Ze nemen afscheid. Elk hun eigen we. Ze zien het nog. Ze ademen nu eerst even. Dan zien ze nog. Ze zien het nog, we zien wel. Ze voelen het nog even na en gingen nu elk hun eigen weg.

Kristien
0 0

Ode aan mijn slaapzak.

Of hoe de koude ne mens kan doen hallucineren. Treinrit Servië - Bulgarije. 6 dagen lang heb ik je gedragen. 6 dagen lang heb ik je gehaat.   Wat zeg ik? Verafschuwd heb ik je. Walging, woede, degoût, you name it, álles heb ik voor je gevoeld. Lapje stof, hoopje vod, functieloos, onnuttig gezwel dat bleef groeien en nooit in z'n stulp bleef. Veel beloven, maar de daden bleven uit. Je sloeg m'n rug naar de kloten en was een blok aan m'n been. Wurgen wou ik je. Tevergeefs. Je wrong je tegen m'n wil m'n leven in en was er verdomme niet uit te krijgen.Je liet me anderen doen vallen en bande zowat al het noodzakelijke uit m'n leven énkel & alleen omdat jouw overheersende aanwezigheid zich moest en zou monopoliseren over mijn rugzak. Vuil stukske materie, KAPOT moest je, boeten, voor al wat je me had voorgelogen.Ingetogen, lag je daar, toen ik je vond, afgeleefd, onder het stof. Schreeuwend weergalmde jouw ter dood veroordeeld gefluister met afgeschilferde waarheden die steeds weer herleid kunnen worden tot grove leugens. Ik nam je mee. Alles heb ik geprobeerd. Verdrinkingsdood, verstikking, onderkoeling, vierendelen. Moest ik de kracht gehad hebben, ik zou je aan flarden gescheurd hebben, om je vervolgens traag maar gestaag in brand te steken. Reepje, per reepje. Niet omdat het praktischer zou zijn, God no! Omdat ik ervan zou genieten. Omdat sadisme heilig is en omdat het mijn lijden ietwat zou verlichten. Beograd-Sofia. De nacht dat alles anders was. De nacht die om 23 uur begon en om 8u eindigde. De nacht waar 5 paar sokken & 7 lagen truien niet meer voldoende was. De nacht waar de verwarming het besloot op te geven daar het niet opgewassen was tegen dergelijke temperaturen. De nacht dat de lichten op de trein uitmoesten om elektriciteit te sparen. De nacht dat het -26°C was en mogelijk nog kouder. De nacht waarop ik in de trein de eerste 'echte' (nuja; Montenegro) Serb ontmoette wiens VV (verdachte vriendelijkheid) me niet ontging. Och, call me a WP (wantrouwige pessimist) maar zijn overdadig ril & beefgedrag werkte aanstekelijk en hij was basically de reden waarom ik kou had. Vooral toen hij door de koude gebeten (see what I did there) rechtsprong, in een mum van tijd een muf deken fixte (hij 'kende' de conducteur), de zetels tot bedden omtoverde, - 18 uur op dergelijke treinen en dat nu pas ontdekken, way to go Alex- zich naast mij nestelde en mij begon in te stoppen.Nuja, instoppen. Een half uur heeft die man pogingen gedaan om mij in te stoppen/aan te raken. Toen hij éénmaal in slaap lag, had ik geen deken maar. Classic. Ieder voor zich, hebben we het ooit anders geweten? Ik was effectief op het randje van onderkoeling toen ik plots aan je dacht, jij. Een warm stukje hemel op de bodem van mijn trekzak, jij. Je hebt me gered. Mijn flesje water was een blok ijs geworden and so was I. Ik zal nooit vergeten hoe je rustig op me lag te wachten en de onbeschrijflijkheid van het gevoel dat een opgepropt stukje materie een mens kan geven. Met een sierlijke zwaai zal ik afscheid van je nemen & je zal wedereens in mijn gedachten zweven als de motten ten huize van Schoor zich tegoed doen aan jouw wezen. Want wraak is zoet en dat, mijn vriend, kan je me absoluut niet kwalijk nemen. Het ga je goed.

Pseudoniem
18 0

Witter kan

22 uur. Ze kwamen kijken of je er nog geen eind aan had gemaakt. Routine. Je zag het meisje met de lange haren naar je staren vanuit je ooghoeken, en als je niet oplette, kwam deze dichterbij, nam ze je over. Gelukkig had je jezelf getraind, opgeleid. Gelukkig had je jezelf aangeleerd dat wat je psyche zelf produceert, je eveneens zelf kan vernietigen. Je wist dat je manipulatieve geest even lachwekkend als het meisje in kwestie was, maar je mondhoeken gingen niet altijd mee. De angst voelde aan gelijk een spin die zich snel uit de voeten treedt, als het web wordt vernield. De wirwar aan uiteenvallende emotiedruppels, alsof je hart vloeibaar wordt, het uiteenspatten van gevoel, en je lichaam dat zodanig één wordt met de ruimte, is net wat je wilt mijden. Complotvorming over zij die je gevangenhouden is onvermijdelijk. Wanneer je je vuisten niet meer kunt ballen, en de kracht wegvloeit, blijft het sponzige over, de nutteloze materie. De essentie, de moedige wilskracht, het kernachtige vuur is dan dat wat je overeind dient te houden. Zolang de vlam brandt, kan het sudderen zijn gang gaan. Als het donker wordt, kan je wild naar adem happen, daar waar de lucht je ontnomen wordt, of je wentelen in haar assen, en leren zwemmen zonder vinnen, vliegen zonder vleugels en sterven zonder pijn. Als de brandstof op is, en de winkels der logica gesloten, volg dan het maanlicht. Zij zal je naar de zon leiden, op je lijdensweg der ziellozen, opdat het doelloze weer zin kan krijgen. Brand, mijn kind, het zal je goed doen.

Pseudoniem
0 0

Relaas over de superioriteit van het Westen. In de depressiviteit.

Het leven is anders hier. Meer verantwoordelijkheden. Op de lange termijn. Je hebt minder het gevoel van groot nut te zijn omdat je minder snel je problemen overwint. Je krijgt minder vaak resultaten geboekt en je krijgt al even minder schouderklopjes op de weg er naartoe. Je kijkt mensen minder in de ogen en er is zo’n afstand die zelfs op fysiek vlak is waar te nemen, die fameuze beschermende bubbel van privacy, om elke mens. De lach-en op mensen hun gezicht zijn niet echt hier, het is een kopie, van iets wat ze op de televisie geleerd hebben. Ik voel me dom, als ik met hen in conversatie treedt, die mensen. Ik voel me dom, omdat ik niet meer met ratio alleen redeneer. En zelfs die wetenschap die broedt op kennis, feiten en objectiviteitstheorieën in de hiërarchie der dwazen is niet het enige wat scheelt. Er scheelt veel hier, in deze maatschappij, in deze superieure, Westerse, domme, inherent zieke en veeleer arrogante maatschappij. Ik ben zo boos dat ik het niet eerder zag. Ik neem me dat kwalijk. Ik draag een deel van dat arrogante in me, en ik wil het uit mijn lichaam krijgen. Wat wij eten, wat wij inademen, wat wij van stress met ons meedragen, hoe wij elkaar aanspreken, hoe wij eigenlijk geen zak om elkaar geven of hoe we er althans weinig aan doen om dat te veranderen: hoe we weinig als collectief om elkaar kunnen geven. Het is zoveel en in zoveel kleins, het zit in onze gezichtsuitdrukkingen, waarom tonen wij niet? Er is geen licht. Donker is het hier. De straten zijn anders. Grauw, blauw is echt verleden, leven er hier gelukkigen? Ik zie ze nooit, zij, zij die stralen, zij lopen niet op straat. Ze zijn er niet, of ze stralen op een ander. De straatlampen zijn stuk, de universiteiten, zij blinken, maar zij hebben geen karakter, zij schijnen niet. De zwervers op straat spreken zelfs in de wartaal der verloren kuddedieren, maar zij denken, zij zien de wereld voor wat het is, niet ingepakt in die versierde kerktoren met zo’n zilveren schotel die je in slaap sust en valse dromen doet najagen. Ik klaag je aan, Westen. Je hebt het helemaal mis.

Pseudoniem
0 1

Gewoon....te.... Liefde

GEWOON………………………………TE………………………LIEFDE    ik zie je                                                                                    ik vertel het je  herkende je bijna niet                                                             die ontmoeting  jij ziet mij                                                                                die ongemakkelijk was  Ik zwaai, uit gewoonte, waarom?                                            ik moet het vertellen    Ik zwaai, uit gewoonte, waarom?                                            ik moet het vertellen  je komt naar me toe                                                                hopelijk doet het geen   niet doen                                                                                 pijn, mijn pijn te zien  ik kan niet glimlachen                                                            vanwege iemand anders    ik kan niet glimlachen                                                            vanwege iemand anders  het doet pijn                                                                           tranen in mijn ogen  om wat je deed                                                                       je ziet het, beetje kwaad  nog steeds                                                                              vanwege hem of mij    nog steeds                                                                              vanwege hem of mij  sta je daar                                                                              "Hij is niet over je"   paar beleefde zinnen                                                              ik wel over hem  meer lukt niet                                                                         en toch die pijn    meer lukt niet                                                                         en toch die pijn  ongemak, zo veel ongemak                                                    maar ook geluk  jij voelt het ook                                                                      geluk vanwege jou  je gaat weg                                                                            die me steunt    je gaat weg                                                                            die me steunt  met datzelfde ongemak                                                        die me liefheeft  ik zie het, ik voel het                                                             die ik liefheb  Toch zwaai ik, uit gewoonte, waarom?                                  samen gelukkig                                                                                                  samen gelukkig                                                                                                ondanks af en toe                                                                                                een beetje pijn                                                                                                vertel ik het je   

Dana's plakboek
0 1

Diesel-tempo

Nieuwe school, avontuur - Ge wet wel - grote mond. Rondhangen me de vrienden, smore van lampbestuurde grond. Ontgrond, waar ik stond, met tanden van mijn mond, niet gedacht dat het bestond, nog voor dat alles echt begon.    Ik moest er nog mee starten, mee aan de slag, “Hallo - ik ben nieuw hier - ja - eerste dag”. Denkte echt dat da mijn woorden werden? Niks wereld-derde, elke dag die fucking Merde, Sorry dak ff hardop lach.   Vergelijk me met een beest als een tijger, een vechter, een krijger,  altijd eerst op startblokken, de steun van de steiger, Mensen vragen mijn mening, shit - really - ge moogt is raden waarom ik weiger.    “Hallo Mevrouw, goeiemorgen, ik zoek het toilet”, Ook zij had mij weer snel met de mond vol tanden gezet,  ik zeg ‘halloww.. da’s toch ni zo moeilijk he, zeg me gewoon de weg" Die vrouw bleek dus doof te zijn, en niemand da't da efkes zegt?!   Stunt nummer 1, en ik ben een man van vele, zou men stommiteit af en toe moeten kunnen verdelen, lokaal lokaliseren door te transporteren en te transformeren, zodat ik ’t me enkel moet verbeelden.    Dromen is erg maar vaak snel over, een soort manier waardoor ik mij naar een universe tover. Daar is het proper, rein en ongelogen, zonder te betogen, zonder ne moskee of synagoge.   Helemaal niet, waarom voelt gij u nu aangesproken? Ineens - ver uit het niks - komde gij hier aangekropen, ff kloppe, telefonneke, nee niks late wete, en dan nog verwachte da ge hier ’s avonds me ons mee kunt eten?!   Shit weg - die fucking vanzelfsprekendheid, Respect voor mekaar -neje- het volk van vandaag krijgt het schijt, in alle tegenstrijd, niemand is nog toegewijd, ge weet da gij de toekomst zijt, ge hebt zelfs nog geen beetje spijt.    Uw ouders - zo hard gewerkt om er voor u te zijn, centjes op de bank gezet voor uw succesje, groot of klein, Gij moet het wete, gij liever dan de mijn want - de mijn doe ik geen pijn, Gij zult het kruisje van het huisje zijn.   Sorry mama - ik lust da ni - ik wil alleen echte cola, meende gij da nu - men kind - shit verwende Lola. En Lola krijgt alweer haar zin,  dus tegen beter weten in,  klop ik vandaag weer op m’n kin omdat’k niet graag van m’n zusje win.   Ooit moeten we leren, doen we allemaal, en ’t is gewoon een feit, vandaag elk in ons eigen taal.  Fysiek of mentaal, introvert of asociaal. we moeten best massaal, organiseer nogmaals het laatste avondmaal.   Ma da's moeilijk want de tafel is te klein, of misschien hebbe we gewoon te weinig plek. Zijn weer maar eens verhuist, alles behalve fijn, weinig ander keus want den Immo ging op z'n bek.    Neenee, da's ni wa da'k zeg,  hoe wilde da'k het uitleg? Zo da gij mij verstaat, Immo en ik waren beginnen vechten op de straat.   

Flashlab
1 0

Hoe moeder stierf en dat dat eigenlijk mijn schuld was

  ‘Moeder, je zou me toch komen ophalen aan het station? Ik had gezegd om kwart voor twee. Half drie is het nu.’   ‘Moeder, het is drie uur. Waar blijf je? Bel je me?’   Maar moeder belde niet. En ook op de boerderij nam niemand op.     Om half vier kreeg ik de jongste broer aan de lijn. Ik zat op de rand van één van de grote bloembakken voor de stationsingang en keek verveeld rond. Na een weekend in Gent het dorp troostelozer dan ooit. Ik keek naar de bussen die af en aan kwam rijden. Naar de mensen die op en af stapten. De meesten beladen met zakken van de Aldi, er is een filiaal in de naburige gemeente. De Aldi is voor arme mensen, zei moeder altijd toen ik als kind vroeg waarom wij er nooit heen gingen. Arme mensen zonder auto.   De jongste broer ademde onregelmatig en probeerde zich goed te houden. ‘Ons moeder. Louiza, toch.’   Ik zocht tevergeefs houvast op de rand van de betonnen bloembak die, toen de jongste broer verderging, stroperig werd, als drijfzand. Ik dreigde weg te zinken. ‘Maarten. Met zijn tractor. En moeder, met de auto. Verblind door de zon, zeggen ze.’                                                                      *   In de keuken zaten de vier broers samen met vader aan tafel. Ze keken naar het tafelblad. Ze keken niet op toen ik ook ging zitten, maar bogen hun hoofd nog dieper. Hun neuzen raakten het tafelblad net niet. Wie niet beter wist, zou de aanblik komisch gevonden hebben.   De jongste broer richtte zich op. Hij keek me aan en ik dacht een veeg bloed op zijn T-shirt te zien. Dat hij er als eerste bij geweest was. Dat hij net het erf afgereden was, hij was de maaier komen halen, het gras op het stuk land aan de Wissel stond zo hoog. Daar, aan de Wissel, in de bocht… Moeders auto stak half in de gracht. De tractor van Maarten was er half over gegaan. Dat hij erbij was toen ze… Dat hij de deur eerst niet open kreeg. Hij had haar gordel losgemaakt, haar uit de auto gehaald. Ze had iets gezegd, maar hij begreep niet wat. Dat alles zo snel ging. Dat Maarten haar niet gezien had. Dat Maarten daar stond. Gewoon stond. Godverdomme, de klootzak.   Ik haastte me naar mijn kamer.                                                                   *   ‘Zusje, het is net zo druk nu. Kun je niet pas tegen de avond terugkeren? Ze komen materiaal leveren voor de nieuwe stal en vader is niet thuis. Ik ga me te erg moeten haasten. Kun je echt geen trein later nemen?’   ‘Nee, ma, dat kan ik niet. Ik vertrek nu naar het station. Ok?’                                                                        *     Maarten vraagt om langs te komen op de boerderij. Maar men wil Maarten niet zien. Men wijst hem met de vinger. Het is zijn schuld. De politie komt enkele keren langs en er passeert ook een verslaggever van de krant, maar niemand wil met hem praten behalve een loslippige buurvrouw.   In de krant heeft men het over een tragisch ongeval en over Maarten D. (39), een bekende van de familie, goed bevriend met de vier zonen van het slachtoffer. Dat hij mij om de twee weken de hersenen uit mijn kop neukt, heeft de verslaggever er niet bij vermeld.   Dat het niet de eerste keer is dat de jonge boer een ongeval veroorzaakt. Alleen niet eerder met zo’n tragische afloop. Het slachtoffer was een liefhebbende echtgenote en moeder van vier zonen en een dochter. Lid van de KVLV. Een hardwerkende boerin, die haar boerderij met trots bestierde.   Maar ik moet Maarten wel zien.   Ik klop op de achterdeur en vind zijn ouders in de keuken. Ze zitten aan tafel en veren op wanneer ik binnenkom. Een klamme hand, enkele woorden van medeleven en verder niets. Boeren zijn harde werkers, geen praatjesmakers. ‘Hij is bij de kalveren,’ zegt zijn vader ten slotte. Toonloos. Mijn tong plakt tegen mijn verhemelte. Ik trek de achterdeur geruisloos achter me dicht.   Hij staat werkloos naar de eerste kalverhut te staren, een emmer met melk in zijn rechterhand. Ik schuifel met mijn voeten in het stro, zodat hij wel moet omkijken. Hij ziet me, maar hij mijdt mijn blik. Hij zet de emmer neer en veegt zijn handen af aan zijn overall. ‘Louiza.’ Dan pakt hij de emmer weer op, gaat voor de tweede kalverhut staan en giet wat melk in het drinkbakje. Het kalfje begint meteen gulzig te drinken. ‘Ik heb haar niet zien komen,’ zegt hij. Hij gaat in de richting van de derde kalverhut. Het kalfje komt nieuwsgierig dichterbij, likt in afwachting aan de tralies. Ik sla mijn armen om zijn grote, logge bovenlijf. Hij houdt de emmer nog steeds in zijn hand. Zelfs wanneer zijn tranen in mijn hals beginnen te druppen.   Mannen huilen niet, wil ik zeggen.   De broers huilen niet. Vader ook niet.   Dus waar haal jij het recht?  

Valerie Tack
78 2