Zoeken

Proloog

Met twee treden tegelijk vloog Emma Baines het trapje naar de voordeur op, zo’n haast had ze om uit de regen te raken. De deur zwaaide open en Marie stond klaar om haar te begroeten. ‘Hier is ons Emma!’ ‘Goeiemorgen, Marie. Wat is het nat vandaag!’ ‘Zeg dat wel. En wie gaat er weer alle goten moeten nazien?’ Emma vluchtte snel verder het gebouw in en de trap op, voor Marie de kans kreeg haar gebruikelijke litanie van onprettige taken af te ratelen. Achter haar hoorde ze Theresa binnenkomen en de fatale fout maken te stoppen tijdens het goeiemorgen zeggen – ach ja, Theresa was nog redelijk nieuw, ze zou het snel genoeg leren. Tim was vandaag eerst aangekomen en zat al achter zijn bureau. ‘Morgen, Emma. Ik dacht dat het eindelijk lente aan het worden was en nu is het weer zo vreselijk aan het regenen.’ ‘Ik weet het Tim, maar eigenlijk is dat wel normaal voor april.’ Emma zette haar computer aan, hing haar drijfnatte jas aan de kapstok en begon met sorteren van het verrassend grote aantal e-mails dat er sinds de vorige dag in haar inbox waren bijgekomen. ‘Olivia vraagt of je eerst naar deze brief kan kijken; ze zegt dat het dringend is.’ Tim gaf Emma een envelop en ging dan naar het personeelskeukentje om voor hen beide thee te zetten. Emma keek de brief snel door: niets bijzonders, maar gestuurd door een professor van een of andere Amerikaanse universiteit, waardoor Olivia het natuurlijk als een prioriteit zag. Dat het een ouderwetse, met de hand geschreven brief was, had haar zeker ook gecharmeerd. Terwijl ze voorzichtige slokjes hete groene thee dronk, zocht Emma in de database van de catalogus naar de juiste locatie van de documenten die ze nodig had. Haar kop halfvol achterlatend begon ze de tocht naar de kelderverdieping, ervan overtuigd dat ze terug zou zijn lang voor de rest van de thee koud was.   Eén minuutje – of drie trappen en een lange gang – later, stak Emma het licht van de archiefkamer aan, tikte ze de juiste code in op het slot van de deur en ging ze de grote ruimte binnen. Nog voor de flikkerende buislampen licht begonnen te geven was ze al naar rechts gedraaid; de doos die ze nodig had stond op een van de schabben uiterst rechts. Ze liet haar blik glijden langs de rij robuuste wielen om te zien waar de verrijdbare kasten open stonden – helemaal het andere einde van de kamer, natuurlijk. Zachtjes vloekend wandelde ze terug tot in het midden van de ruimte, greep een van de wielen vast en begon er uit alle macht aan te draaien: negen zware rijen kasten propvol beladen met dozen manuscripten en oude boeken begonnen krakend te bewegen en rolden naar opzij. Maar dan stopten ze. Dat leek veel te snel, dus Emma keek nog eens goed – ja hoor, er was nog altijd een redelijk grote opening te zien. Ze rukte weer ferm aan het wiel, het gat verminderde aanzienlijk, maar ze kon voelen dat er een obstructie zat. Een veel stevigere vloek ontsnapte uit haar mond – wie was zo idioot geweest om iets tussen de kasten te laten staan? De laatste keer dat dit gebeurd was hadden ze een ferme vermaning gekregen omdat een kleine trapladder was vernietigd. Het obstakel voelde echter niet hard genoeg voor iets zo stevig als een ladder. Er had toch zeker niemand een doos documenten op de grond laten staan? Jennifer ging woedend zijn! Emma rolde elke kast opzij terwijl ze er langsliep, boos draaiend aan elk wiel tot ze de juiste plaats bereikte. Zodra de metalen schabben trillend tot stilstand kwamen keek ze bezorgd in de opening en haar hele omgeving vervaagde; het enige dat ze nog zag was het bloed op de vloer. Zo veel bloed. Ze greep het koele ijzer van de kast vast als steun en probeerde weg te kijken van de rode smurrie op de grond. Met afstandelijke verbaasdheid stelde ze vast dat ze niet had gegild of was flauwgevallen. Langzaamaan overtuigde ze haar benen om te bewegen, eerst traag, dan sneller, die kamer uit, langs conservatie, de trap op, naar het licht toe. Haar stem haalde haar een paar seconden later in en de langverwachte gil galmde door het gebouw.  

LienMatlock
13 1

Pochemuchka

Mariska had altijd al voor de klas willen staan. Dus had ze op haar achttiende vol overtuiging gekozen voor een bachelor leraar lager onderwijs. Na drie jaar haar hersenpannen vol te zuigen met kennis, om die vervolgens tijdens haar stage voorzichtig te toetsen aan een kleine klasgroep, was ze op één september mogen starten als interim voor het tweede leerjaar in het gezellige dorpje waar ze woonde. Uiteraard waren ze begonnen met de obligate gouden weken; een korte periode waarin elk kind gezalfd werd wanneer het eens over de schreef ging. Gezalfd met de smeuïge in onschuld gedoopte crème die absolutie heette. Stapje voor stapje had ze de kleine groep kinderen leren kennen die achter de gretige ogen schuilgingen, en stapje voor stapje had ze hen ook deelgenoot gemaakt van de regels die voor haar belangrijk waren om te overleven tussen al dat jonge geweld. Begin oktober waren ze helemaal op elkaar afgestemd, en hadden de lessen een vaart genomen waar ze zelf stond van te kijken. Maar er was één iets waar ze niet op voorbereid was. Of beter: één iemand. Jantje… De piepkleine jongen met zijn hoogblonde piekhaar, scheef hangend ziekenfondsbrilletje, guitige sproetjes en de fijnste lippen die ze ooit had gezien. Maar het was niet zozeer zijn uiterlijk dat haar aandacht alsmaar naar hem afleidde. Het was wat er binnen in dat kleine hoofdje van hem omging. De kleine hersenen in dat kleine hoofd die hem zo leergierig maakten, dat hij wat dat betreft met kop en schouders boven de andere kinderen uitstak. Wanneer ze de klas probeerde onder te dompelen in een bad vol nieuwe leerstof, werd haar blik als een magneet elke keer weer aangetrokken door de meest oprecht geïnteresseerde ogen van het kind in het midden van de tweede rij. Ze moest alert blijven wist ze, want haar relaas werd door zijn priemende vinger minstens tien keer per dag onderbroken. Als hij zijn magere, bleke handen wegnam vanonder zijn kin, de handen waarmee hij de ballast van zijn kennis steunend op zijn ellebogen probeerde omhoog te houden, hield ze onwillekeurig elke keer haar adem in. Als Jantje niet wilde weten waarom ik nooit thee drink, dan wilde hij wel weten hoe het kwam dat zebrapaden uit een patroon van zwart en witte rechthoeken gemaakt werden. Als hij zich niet afvroeg of de juf hen misschien per vergissing een droom had verteld toen ze hen had ingewijd over Jezus en het lopen over de zee, dan vroeg de pientere jongen zich stellig af waarom iemand in ’s hemelsnaam in een toekomstige job nood zou kunnen hebben aan het kunnen maken van een koprol. In het begin was het vrij grappig geweest, die continue regen van vragen die door de klas spetterde. Na twee weken was ze er ongeveer aan gewend geraakt, en de andere kinderen van de klas ook. Maar tegen dat de herfstvakantie was aangebroken, was haar vatje vol en werd ze helemaal horendol van al dat bestoken. Ze had gedacht dat het alleen kleuters waren die om de haverklap de grote-waarom-vragen stellen, en had daarom bewust niet voor de bachelor kleuteronderwijs gekozen. Maar dit, dit had ze echt niet verwacht. Een kleine Pochemuchka…

Tinkelbel
3 0

Katoennatie

De tweede job die haar werd aangeboden was die van orderpicker.Ella had hier nog nooit eerder van gehoord, maar de jongen van het uitzendkantoor had het erg leuk omschreven.“Als je graag actief bezig bent, de handen uit de mouwen kan steken en te vinden bent voor een beetje competitiegevoel, zal je t reuze naar je zin hebben” had ie gezegd.Met het gevriesdroogde gelatineverhaal nog glibberig koud navoelend in haar achterhoofd en nek, verheugde ze zich enorm.Om kwart na vijf s morgens moest ze aan het interimkantoor staan waar een speciaal busje voor mensen zonder vervoer haar en de anderen voor de ochtendshift op zou pikken. Van zes tot 14 zou ze dan in de hallen van katoennatie worden voorgesteld aan de wondere wereld van de orderpickingbussiness. De jongen had niet gelogen.. Actief was het zeker. Al leek hij er een heel andere smaak op na te houden wat betreft situaties die het je naar de zin moeten maken. Je hebt een hal van 200 op 300 meter, ingedeeld in gangen. Elke gang was voorzien van een gangnummer, binnen die gang had je rijen, 300 meter lange rijen, met vier op elkaar bevestigde rekken. Op elk rek was plaats voor drie dozen. Elk afzonderlijke plaats voor zo’n doos had een locatienaam, die bestond uit: het gangnummer, de rijnummer, de hoogte letter, en tot slot de romeins geformuleerde doosplaats.Bijvoorbeeld : 19-34-A-III Tot dusver de uitleg over wat een locatie is.Vervolgens kreeg je een sticker en een scanner in de handen geduwd en een kartonnen doos. Ella herinderde zich die eerste sticker nog goed, met een enthousiaste nieuwgierigheid, ging ze de gangen in , vond de juiste doos, haalde er het correct aantal op de sticker vermelde , platsicverpakt items uit. Scande de locatie, vervolgens de sticker. Stopte de items in de doos en liep trots terug naar de instructeur. “Heel goed” zei die. Hij gaf Ella een kar met daarop 8 lege dozen, draaide zich vervolgens om en gaf haar een bundel van 250 stickers. Hij wees naar een groot digitaal uithangbord waarop allerlei rode en groene nummers stonden te verspringen. Jou scannummer is 078. Zorg dat je groen blijft staan.Volle dozen zet je af aan de pakplaats, de stickers van de gescande items leg je er bovenin, nieuwe dozen haal je aan gang 1.Om de grap compleet te maken voegde hij daaraan toe, als je niet te veel tijd wilt verliezen met nieuwe stickers ophalen kan je best telkens een nieuw stapeltje meenemen als je voorbij het kantoortje komt…Ella had de man misbegrepen, wat haar als grapje overkwam bleek bittere ernst. Van zodra het ijna zes uur was, stond de ruimte tussen de gangen en de paktafels vol met orderpickers en hun karren, die vergelijkbaar met eens trijdvaardigheid van woeste vikingen, voorbereidingen stonden te treffen voor de aanval. In de voorlinie zag je de ervaren lieden rllen ductape over hun polsen wringen om deze steeds voorradig te hebben,aan de ijzeren bars werden kartonnen ophangingen geimproviseerd om scanners of pennen in kwijt te kunnen. En van hen vouwd zijn stikers zo dat deze in zigzagbeweging plaat konden houden in een gleuf van de kartonnen plaat die aand e voorzijde van zijn kar was gemonteerd met behulp van spanbandjes. Een vrouw van midveertig had een touw rond haar nek met daaraan een pen, alcoholstift en een cuttermes. Scanners werden overal voor gebruik ingesteld wat een druk gebliep-bliep door de hallen liet klinken. Wat Ella vrijwel onmiddellijk opviel was dat de duidelijk voelbare opbouowende spanning niet naar de gangen werd gericht , maar naar elkaar. Het werd haar duidelijk dat ze iets mistte. De enorme luidspreker maakte een hoorngeluid. Als ratten die op de vlucht sloegen voor een tsunami vlogend e karren de gangen in. Het digitale bord, dat dezelfde grootte had van schermen die vertrek- en aankomsttijden aangeven in vliegvelden, gaf een vijftigtal nummers weer.. Hoewel er nog geen minuut gewerkt was, stonden er toch al een stuk of tien nummers in het rood. Ella zou later leren dat de gemiddelde snelheid als noemer werd gebruikt, aardoor trager werken, voor een veel realistischer tempozou hebben gezorgd. Hoe sneller iedereen werkte, hoe hoger alsud het tempo dat moest worden behaald en behouden. Al gauw werd Ella duidelijk waar al die voorbereiding toe diende. Het zou fantastisch zijn geweest moesten de orders zo gerangschikt zijn dat ze op de weg van de gangen waren afgestemd, maar dat was niet het geval. Vermelde de eerste sticker 34-19a-II moest je voor het tweede order naar locatie 1-15b-III en terug naar 29-46a-II. Een tweede factor, die eigen haar uittrekkende frustratie veroorzaakte, was de totale onmogelijkheid om mekaar te kunnen kruisen.. De gangen waren namelijk net twaalf centimeter smaller dan twee karren naast elkaar, waardoor er dus telkens achetr- of vooruit moet worden gemanouevreerd door één van de twee karren, in gangen waar standaard vijf karren tegelijk in en uit reden. Het wasd niet anders te beschrijven of mee te vergelijken, apocalyptische chaos , waar de gangen en dozen werden aangevallen als waren het waterkonvooienin een gebied dat maandenlange extreme droogte had gekend;  EDlla sloeg alles gade met een ongeloof dat haar deed vergeten haar mond te sluiten, waardoor ze al gapendmet verstomming geslagen aan de kant sto nd me haar lege kar. Een man die er werkelijk uitzag alsof hij in maanden geen water had gezien, vloog met zijn kar Ella's neus voorbij, miste de afslag voorde gang die hij in moest, en belande door het te zware gewicht van zijn al volgeladen kar tegen te willen houden met zijn gezicht een van de betonnen constructie palen die het dak van de enorme hal ondersteunden. Rchtstrompelend met eenzelfde overschot aan resultaatmissende bewegigen als die van een op hol geslagen kat die van richting wil verwisselen op een zonet geboende vloer , kwam het individu recht, met een verwilderde blik die deed denken aan zombiefilms. In één vloeiende beweging snoot hij het bloed uit zijn neus op de grond, dij hij afveegde met zijn mouw terwijl hij met zijn andere hand een kokertje losdraaide dat hij voor het andere neusgat hield. De inhoud ervan osnuivend met eenzelfde dramatische hulpeloosheid als die van een atmapatient die net op tijd zijn terugvindt, herstelde de man van de paniek die hem eerder had bevangen en even plotseling als de man was gecraht , was hij terug uit Ella's gezichtsveld , op weg naar diens volgende order. De schim die zonet voorrang hadf gegeven aan het ophalen van zeventien decathlon riemen , boven het verzorgen van zijn gebroken neus, heete Danny. Maar zijn gedrag had hem de alliterernde bijnaam Danny Dyson opgeleverd. Ella dacht aanvankelijk dat dit lag aan de slecht geette tattoos in zijn gezicht, als verwijzing naar Mike Tyson, de bokser maar na een week legde de vrouw met het handige nekkoord haar uit dat het verwees naar Dyson, de stofzuiger die niets aan zuigkracht verliest. Een andere collega coegde daar nog aan toe " vaccumvolk... hooveren alles op in hun snuit" waarna voor Ella pas duidelijk wrd wat er in dat kokertje had gezeten. Hoe kon ze dat nu niet eerder gesnapt hebben. Het ge bruik van speed was helemaal niet zo ongewoon, zou later blijken. Wat aanvankelijk leek op een tot leven gekomen scene uit een film, verloor al snel die het eerst op Ella had gehad, na het om de iedere gang herhaald te zien. Niemand werd orderpicker uit overtuiging, of omdat dat deel uitmaakte van een oude kinderwens.  Het door consulent Hanz uitegelegde " competitiegevoel" dreef vele oudere pickers ot hun grenzen, maar de kokertjes sped hielpen hen er enkele meters over heen. Wat complete waanzin leek op Ellas eerste dag, bleek uiteindelijk kwestie van gewenning. Na drie weken lukte het haar om geen o ngewenste aandacht op de hals te halen door rood te staanen vloog ook zij als een hondsdole rat met groene score door de hallen me zeven katonnen dozen. Een vriendelijke jongen uit een andere hal had haar geholpen met de gouden tip om één van de onderste dozen te vullen met stenen. het gewicht ervan liet dan toe om op de kar te gaan staan en waardoorze, zichzelf afduwend zoals bij een step, al rijdens langere afstanden kon afleggen. Ze lerde ook dat als je een uur vroeger kwam, je het enorme voordeel had om je orders per gang te kunnen sorteren en ook zij liep nu met een schrijf- en snijdgereihangkoord rond haar nek. Wanneer je scannummer in een van de vijf bivenste van het scorebord verscheen, moest je gaan roken. Stiekem weliswaar maar de al langer werkendn hadden begrepen hoe het tempo werd bepaald voor de dag erop, en dit was de belangrijkste van vele tegenmaatregelen die door de werknemers het leven werden ingeroepen. Met een zelfde elegantie als die van ee n gemidddelde dokwerker , hoorde Ella zichzelfdoor de gangen " 75 Op rop" roepen, als melding aan orderpicker 75 , voor diens top 5 weergave tot ergens uit die gangen iemand "OWKEEEEJ3 TERUGBRULDE; Wat op het eerste gezicht een geniale zet leek , had in werkelijkheid een tegenovergesteld effect . nieuwelingen die nog niet gebrieft waren over de achterliggende reden , interpreteerden dit fenomeen als het bestaan van een wedtsridj die gretig werd aangegaan door de nietsvermoedende idioten, die het horen scanderen van hun scannummer als doel stelden en zich niet zomaar van hun troon wilde laten stoten; De enige twee die zich niet lieten opjagen en met het grootste plezier kwamen werken waren karim en Mamhud, de twee marokkaanse broertjes die zoals het ware zakenlui betaamt, opportuniteiten zien waar anderen problemen opmerken, en intussen een heel erg uitgebreid klantenbestand hadden opgeblouwd vopr hun handeltje in filmkokertjes vol speed.  Vooral hun briljante zet om om enkele van de aalverantwoordelijken tot hun "intieme vriendnkring  te rekenene, die logischerwijs aan vriendeprijs werden verder geholpen , maakte dat geen van beide zich moesten druk maken in scanscores. Beide hadden iedere dag opnieuw de pech een toestel te krijgen waarvan de resultaten niet op he bord verschenen. Its waar het duo, dat steevats samen ergens tegnaan leunend stond te lachen, vaak over graptentegen de al zwetend voorbijvliegende pickers. "Komaan ze Danny! zotten belg, ge sta bijna eerst" of " Als mijne scanner het nu eens zou doen he , ik ou u zo voorbijsteken" Waarop de andere dan antwoorde: " Nee Karim, ge moet den Danny niet onderschatten, dat is de slimste hier, he Danny? "  Hilariteit die iederen ontging , simpleweg omdat niemand de ijd had om met iets anders bezig te zijn dan met locaties , scanningen, items , replenish, items, tellen, sluiproutes bedenken, en bovenal score halen. Mdt elk mogelijk op te noemen, maffiafilm als voorbeeld en de inhoudelijke dialogen overnemend en uitstrooiend als bijbelse preken, was het de twee Am capones geluklt om al die opgedane hollywood wijsheden in de praktijk te den slagen;  Ze regeerden hun microwereldje als ware godfathers van de katoennatie. Als letterlijke verdelers en heersres , waren ze net zoals de untouchables, ongenaakbaar .Niets bracht hen van hun stuk . Althans Totaan matteo..

Esje Volter
28 1

Callcenters

Ella had het gehele weekend getobd over de succesvolle sollicitatie die ze tegen beter weten in,(sterker dan zichzelf) zo goed als ze kon had doorstaan en getwijfeld of ze er daadwerkelijk mee door zou gaan. Los van de noodzaak aan inkomen , walgde ze van het idee te werken voor HET bedrijf dat prestige aureerde bij andere callcenters, maar professionele zelfmoord inhield als het een te lange periode op prominente plek in nam op iemands cv.Niet dat ze hoop koesterde op veel betere functies.. Maar een onbereikbare droom niet nagaan, is iets anders dan de mogelijkheid aan gruzzelen slaan nog voor je eraan begint. Het was een medaille met twee keerzijden. Als een medaille die je verstopt voor vrienden en waar je enkel tegen een partner over begint nadat je hem laat beloven er nooit over te spreken..  Zoals tweede plaats majoretten in de caranavalstoet van Berchemse bradderij. Of die van winnaar hotdogeten op de benefiet ten voordele van de mentaal gehandicapten van st Alosianus. Het was een prestatie binnen een niche die an sich niets voorstelde. Maar gaf vooral ook blijk van een commitment dat niet op zen plaats was en nog minder moet worden toegejuicht. Wat callcenters zo vreselijk maakt is niet zozeer dat ze allemaal hetzelfde zijn, maar wel de reden waarom dat zo is. Callcenters zijn in veel opzichten vergelijkbaar met gevangenissen. Vooral door hoe de werknemers ervan onderling roteerden zoals veroordeelden dat ook doen. Er bestaat zo’n immens verloop onder het steeds wisselende personeel, dat een ontslag even zeker was als een contract. Na zes maanden kon men zich steeds opnieuw aanmelden omdat dan toch iedereen was ingewisseld, en tijdens die periode kon men altijd bij andere callcenters terecht, waar iedereen die bekend was met de job  steeds andere bekenden tegenkwam. Dat resulteerde dan in gesprekken die onmogelijk veel kunnen verschillen van twee gedetineerden, die bij hun weerzien bij elkaar polsen over vroegere cipiers en andere nog steeds ingezetenen en hun verdere overplaatsingen. Anekdotes die als broodje aap, van mond tot mond gaan alsof elke spreker erbij was, met details die even verzonnen waren als de personages die iedereen, maar eigenlijk niemand kende.  Een echte subcultuur, die enkel is voorbestemd voor het selecte groepje ongeschoolde figuren dat net niet de diploma’s had die de meeste tewerkstellingen minimum vereisten maar te verbaal was om aan de band te werken. Een soort van cult waarvan de leden, net zoals die van rivaliserende bendes , trouw zijn aan eigen soort, zolang het loont, maar wel allemaal eenzelfde eigen taal spreken. Net zoals de Cribbs en the bloods zich gingen verwoorden als zakenlui, ging ook het telefonsicheverkoopplebs plots gebruik maken van “vakjargon”. Een taalsoort even aanstekelijk als afschuwelijk, die daardoor aan succes won en schaamteloos mee verhuisde met elke afgedankte en elders aangenomen bel-seller. Wie zich wil specialiseren in psychologie en graag allerlei verschillende soorten mensen bij elkaar zou willen zien, hoeft niet lang te zoeken naar casestudy. Het eerste beste callcenter binnenlopen is voldoende.  Het maakt niet uit welk nutteloos product of enerverende dienst er telefonisch door de strot wordt geduwd, je vindt er telkens weer hetzelfde bont allegaartje stereotypes bij elkaar. De corpulente en thuis-onderdrukte-vrouwslaafjes die op het werk elke richtlijn bewaken alsof zij zelf eindverantwoordelijke zijn.  De oude topverkoper die niets meer verkoopt en “vrijwillig” een stap terug heeft gedaan uit de wereld van de harde sales, zogezegd om de jeugd een kans te geven. De kantoorslet die met valse tieten , valse wimpers, 5cm make up, luipaard motiefjes, doorkijkblouses en zwarte uitgroei zichzelf en iedereen anders wijsmaakt zich lekker zichzelf te voelen. De snotneus die twee Armani hemden bezit, net de fitness heeft ontdekt en geloofd vrouwen uit te kunnen kleden met een blik die in werkelijkheid enkel walging of medelijden opwekt. En tot slot een supervisor die er eigenlijk geen is, maar enkel als buffer werkt tussen de kudde en de baas. Dan heb je nog een select groepje die-harders die “de vasten” worden genoemd. In theorie werd iedereen na één jaar vast aangenomen, maar het vereiste een speciaal soort afgestomptheid om niet na één maand te vertrekken.  Zij die het een jaar volhouden, zouden niet meer weggaan, nooit. Voor zij die begonnen was er een duidelijk vast systeem dat op alle centers werd gehanteerd. De nieuwste nieuwelingen noemden men groen voer. Groen voer dat bleef plakken noemden ze mos. Vanaf twee maanden kreeg je een persoonlijke bijnaam die vaak op zich al reden gaf tot vertrek. Vertrok je niet, begaf je je op  een waar slagveld. Vergeet targets en cijfers, belminuten, orders, manuele afboekingen en leverdata, planningen en administratie. De ware strijd werd tussen de lijnen door gevoerd. Enkel zij die langer dan zes maanden onder de radar bleven zowel als schietschijf als met cijfers had de tijd om dit onzichtbaar geweven spelletje van pesterijen, tegenwerk, manipulaties, hiërarchisch geslijm, gifzure collegialiteit en eeuwige concurrentie te volgen.Als een partijtje schaak dat onder de tafel werd gespeeld, met enkel pionnen, die even plotseling verschenen of verdwenen als bij mens erger je niet.  Dit was op alle callcenters het geval.  Maar Sellpoint daarentegen stond  alom bekend voor zijn geheel eigen verzameling aan inzetbare figuren, truuken, vreemde voorwaarden en werkmethodiek. Ella voelde op een vreemde manier evenveel aantrekking als weerzin tegenover haar nieuwe job, en hield zichzelf voor dat kapitein eenoog in het land der blinden, meer gemeen had met de kapitein in het land der zienden, dan met de volgzame twee-ogigen die daar leefden. Ze hield zichzelf voor dat de overeenkomsten die ze deelden met de anciens, niet opwogen tegen de verschillen. Het zou haar heus niet hetzelfde vergaan. Dit kon perfect iets tijdelijks zijn. Een noodzakelijke stap naar iets beters… dat zich bevond op een andere trap. Sellpoint.   Een callcenter zoals elk ander maar door zijn immense grootte ingedeeld in verschillende floors, met op elke floor , floor medewerkers en een floormanager aan het hoofd.  In dit geval werd deze broedhaard van uilskuikens geleid door Raoul, de Florerende schreewlelijk. Een floor, of vloer, was een hal die zodanig was ingedeeld dat deze optimaal benut kon worden. Vergelijkbaar met een honingraam, waren de eilanden in bogen gesteld om per eiland zoveel mogelijk werkhokjes kwijt te kunnen. Deze hokjes werden cubicles genoemd. Een soort van omschermd kantoortje dat net genoeg ruimte gaf om de taken die je diende uit te voeren mogelijk te maken, zonder dat je zou kunnen worden afgeleid door collega’s die rondom rond de3mm dikke scheidingswand naast en voor jou hetzelfde deden.  Ella bevond zich op “Inquiry one”.  Een Inbound floor, waar in tegenstelling tot de outbound-vloeren, niet werd uitgebeld met het doel tot verkopen, maar werd binnengebeld met vragen.Klantendiensten van postorderbedrijven, inlichtingendiensten voor het opzoeken van bepaalde gegevens, antwoorddiensten voor bedrijven, advieslijnen voor  allerhande fast-moving-consumer-goods, (die meestal enkel gebeld werden door jongeren die na 3 joints plots een telefoonnummer opmerkten op de zak chips) antwoordlijnen voor kruiswoordpuzzelwedstrijden enzoverder. Inquiry one was zogezegd bedoeld om beginnelingen vertrouwd te maken, met de job. In werkelijkheid was het vooral het BSP- computerprogramma en het beltempo waaraan gewend moest worden gemaakt. Dit om er zeker van te zijn dat enthousiastelingen die het klaar speelden in  hun eerste week iets te verkopen, die verkoop niet zouden misslaan, door plots stemverlies omwille van het vele bellen. Een echt vakprobleem, waar elke doorwinterde callagent op was voorbereid. Net zoals marathonlopers nergens heen gaan zonder hun busje reflexspray en rehydrataiegels, vond je bij elke gemiddelde televerkoper steevast een doosje strepfen in de schuif. Dat en een flesje water, want enkel beginnelingen maken de fout om gebruik te maken van de koffie die steevast, als gemene grap, op alle telecenters gratis wordt aangeboden. Na drie tassen, is het niet meer mogelijk om voldoende speeksel aan te maken om een uur langer door te tateren, laat staan zes of zeven. Laat dat ook meteen de duidelijke reden zijn waarom de slechtste karakters die je op de floor terugvindt, iedereen die start op een eerste dag zo vriendelijk de weg naar het koffieapparaat wijzen. Nog erger dan een bon missen omwille van stemverlies is het onvoldoende kennen van het computersysteem. Dit wordt speciaal zo ontworpen opdat jazeggende correspondenten nadien niet in de mogelijkheid zouden verkeren om op later tijdstip terug te kunnen krabbelen. Vanzelfsprekend was dit het kleine stukje waar het bij bedrijven als sellpoint om ging, hierop werd hun winst gemaakt, en het hoeft geen verdere uitleg dat daar dus geen fouten op konden worden veroorloofd. Zo moest men na een ja, op de opnameknop klikken en een voorgekauwde tekst opzeggen die kort overliep wat er zonet was voorgesteld, en die zo geschreven was, dat de aanhoorder er bijna onvrijwillig niets anders dan ja op kon antwoorden. Kwam ook die tweede ja, diende je de opnameknop terug af te klikken, waardoor zo een audiobestand van het kortste verkoopsgesprek ooit ontstond: recordklik“ Wel meneer Peeters, ik dank u alvast voor uw interesse in wat ik u zonet heb voorgesteld. Ik overloop graag even kort opnieuw dat u bij het uitproberen van drie gratis edities van kruiswoordwinnaar, u geheel gratis 1 van de 50 parkerpennen ontvangt. Bent u nadien volledig overtuigd van onze puzzels, hoeft u helemaal niets te doen en geniet u een jaar lang van een eliteabonnement waarbij u aan 50 % korting iedere maand opnieuw de editie krijgt thuisbezorgd, met wedstrijden en tal van mooie prijzen die u daarmee kan winnen. Mag de pen met de post komen? “euh ja” Klik. Alles wat erna of ervoor kwam mocht klinkare onzin zijn, je mocht liegen wat je wou. Als je dat stukje maar in opname had, had je een sale. Niet zomaar één.. een ctP. je had drie soorten Ctp’s. de nieuwe klant, de oude teruggewonnen klant, of de tevreden klant. In die volgorde werden ook de waardering voor desbetreffende klant uitgedrukt. Nieuwe klanten waren nog vrij van slechte ervaringen nadien en dus een 1.0 waard. teruggewonnen klanten waren ooit al eerder weggelopen en dus kritischer: 0.5. tevreden klanten waren doorgaans oude klanten, aan oude voorwaarden die niet konden worden gewijzigd en dus waardeloos 0.25.  Bedoeling was wekelijks minimaal op 16.0 te komen. Maar dit was voor later. Net zoals Raoul, de schreeuwlelijk eerder al aangaf, was Sellpoint geen ordinair callcenter.  Eerdere ervaring elders was geen referentie die voor hen enige waarde inhield. Enkel sellpoint-opleidingen telden als voorbereiding op sellpointsales. Ongeacht diploma’s, cv, eerdere werkervaringen , of bewijs van behaalde resultaten, verkoop gerelateerd of anders.. iedereen die een job bij Sellpoint startte, begon die op inquiry one.

Esje Volter
23 1

Schrijversroes

Tussen de twee pijlers van al wat mij doet verlangen, en al wat mij doet walgen, is een wankele brug opgehangen met alles wat mij verscheurt. Maar zelfs met alle kennis in handen om een weloverwogen keuze te maken, ben ik nergens liever dan daar in het midden. Hopeloos inconsequent twijfelend tussen twee extreme uitersten. Daar ligt mijn thuis. Mijn plek, waar ik me in al mijn lelijkheid kan omwentelen in een zelf vergoelijkte vorm van medelijden en blinde hypocrisie. In het land der blinden is kapitein éénoog koning en zo ben ook ik heerser van mijn eigen hersenspinsels. Mijn troon bevindt zich in het midden van mijn eigen conflicterend kruispunt waar alle hersenkronkels zich verenigen en zich met elkaar verzoenen als ragdraden in de kern van een spinnenweb. En mijn zitvlak kan ik, net zoals de spin, nergens anders kwijt dan in het midden waar alle gesponnen tegenstrijdigheid niet plakt.  Gevangen in mijn eigen web van twijfels, perceptie, onwetendheid en overtuiging ben ik het slachtoffer van haaks op elkaar staande stellingen. Toch ben ik nergens liever dan daar. Hier trek ik me terug.Hier vind ik invalshoeken, behoud ik het strategische overzicht over al mijn personages en ontwikkel ik het verdere verloop van hun verhaal.Enkel daar vind ik voer voor mijn niets stillende honger naar doel voorbijstrevende gevechten die nooit worden beslecht, wilde taferelen die mijn schrijftafel nooit zullen verlaten en verhitte discussies die sniperscherp dialogerend in nederlaag eindigen en op mijn netvlies worden gebrand. Spektakels die ik in detail verwoord wil bewerkelijken in zinnen die nooit eerder zijn verzonnen. Het gaat hierbij niet zozeer om de overwinning, wel om de strijd. Men onthoudt ook nooit het orgasme maar wel de seks, en dus focus ook ik me niet op het boek, enkel op het schrijven. De slapeloze nachten waarin bloed, zweet en tranen de tijd doen verdrinken in inkt. De dansende letters op het blad die elk woord vormen behalve datgene ik zoek.. De helse poging om het innerlijke geschreeuw dat nooit gehoor krijgt vast te pennen, om dat roepend monster los te rukken uit mijn gedachten en het op te sluiten binnen de vier zijden van mijn blad papier. Maar zodra het krijsen gestopt is en ik achterblijf met de plotse oorverdovende stilte, word ik overvallen door angst, angst dat ik nu niets rijker, maar armer ben…  Ik kijk naar het blad voor me en besef plots wat het inhoudt.. Dat nare luide monstertje.. Nu stil, verstomd, naakt, hulpeloos, gevangen, letter per letter aards leven ingeblazen en zichtbaar voor iedereen die lezen kan.Om dan alles uit te willen gommen! Elke geschreven regel terug te willen nemen, om ze niet stuk voor stuk aan te voelen als een aanranding op het diepst van mijn ziel. Als een raam dat ik niet meer van binnenuit kan sluiten probeer ik alles letter per letter terug in mijn hoofd te steken, hopend op de terugkeer van het gekrijs dat ik eerst wou verstommen. Maar na het blad in vieren gescheurd te hebben stop ik, want ik sloop niet enkel de muren van deze denkbeeldige gevangenis, maar ook de inzittende.Van me afgeschreven.. heeft het zich van me afgekeerd. Ik heb een nieuw monster nodig…  Dus daal ik opnieuw af naar het midden van mijn wankele brug, waar hemelsmooie duivels me maar al te graag willen verleiden tot een partijtje schaak aan de rand van de afgrond. Waar lust en liefde zich in spiegelbeeld met elkaar vermengen. Een gelukzalige roes van vleselijk genot, onvergetelijke blikken, drugs- en drank overstijgende bedwelming, muziek die alle emoties inkleurt en omkadert en gesprekken die alle geloof bewijzen en tegelijk alle kennis op losse schroeven zet. Een ongekende ervaring, maar waar al gauw abrupt een einde aankomt wanneer die wordt verstoord door het nuchtere daglicht aan de andere kant. Het eerste ochtendlicht dat beginnende schrijvers wereldwijd het zwijgen oplegt. Het licht dat verlichte geesten tot de schaduw verdoemt, de gefantaseerde losbandigheid aan banden legt en hen pijnlijk herinnert aan bandwerk, bestellingen, deadlines en targets.Om dan als mensaap in de jungle van de stad, niet in juiste volgorde volgend, opgeslokt te worden door de stroom.  Als een slaaf van het licht vervoeg ik de horde ongeletterde zombies zonder ziel, die zich voortbewegen op roltrappen, met hun dode blik gefixeerd op hun gedigitaliseerde gadgets, en verstop ik me in een gelijkaardige houding tussen hen.  Maar in de kater van slaapschaarste en onafgewerkte teksten, dwaal ik in gedachten af naar de periode van Hemingway, Fitzgerald en Ts. Eliot, en mijn eigen geromantiseerd beeld van het 's nachts tot leven komend bestaan met koperen blaker, ganzenveren schrijfgerij, ellenlange perfect verwoordde brieven met in vettig rode gesmolten lak gedrukte zegelringen. Dromend in melancholie van tijden die ik nooit heb gekend en die wellicht nooit hebben plaatsgevonden en tegelijk walgend van de vernieuwing die automatisering heeft gebracht, beweeg ik me zo goed ik kan voort op deze goed geoliede machine, alsof ik hink-stap-spring van het ene tandwiel naar het andere, maar nooit op het juiste tempo. Verscheurd tussen wat ik wil en wat ik kan, blijf ik hangen in het verschil.  Fysiek aanwezig maar in gedachten vol heimwee naar mijn plekje op het midden van mijn brug. De met dromen en waan verweefde overspanning boven het ravijn, waar al het nodige voorhanden is, en ik al het overbodige overboord kan werpen. Waar woord en daad niet werkelijk samen hoeven komen, zolang het maar tot uitdrukking komt. Waar al het verzonnen zin krijgt, en dichterlijke vrijheid zijn grenzen verlegd, ver over alle taalbarrières heen, waar het ontsporen van de spreekwoordelijke train of thought vleugels geeft die verlangen vervangen met inzicht.  Ik wil geen geluk, ik wil geluk meten aan ongeluk, pijn om opluchting te voelen, verlies om te compenseren, verdriet om te verwerken, vrij zijn ruiten in te gooien, bruggen en schepen te verbranden, ladders af te dalen om dichter bij de bron te komen, ladders op te bouwen bij doodlopende dalen en een duik in het diepe te maken op stille eenzame toppen. Ik wil drama en tranen want enkel uit tristesse wordt troost geboren. Ver boven het plebs verheven, vlieg ik verder. Zonder het vermoeiende armzwierlijke opstijgen dat tergend traag op gang komt, vlieg ik zonder enige vereiste vorm van aandrijving hoger dan ik in mijn slapende dromen kan,en ik sla hen allen gade, de niet lezers, de bekrompen dagjesmensen, met hun zondagsmarkt, karakollen en nylonkousen, rechts-, links- en liberaal-denkende  beursvolgers met hun godgeklaag over belastingen, overuren en vijfde-hands opinies over de derde wereld, hun mond tot mond mening-overname, het riemgeroei op leven en dood om niet uit de boot te vallen. Maar ik zie ook mezelf, die ochtend, verrast door de tijd overijld beseffen dat er dagtaken wachten en nerveus als een betrapte heroïne junk, alle restanten van de wakkergebleven nacht opruim als bewijslast die dient te worden verborgen. Volgekribbelde stukjes geschrift die ik, ingehaald door de tijd, in haast beoordeel in twijfel over ze weg te gooien of bij te houden voor een volgende sessie.  Ik zie mezelf ontwaken uit mijn schrijversroes, en terwijl ik dagdroom over de acht mogelijke alternatieve manieren waarop ik dat beter had gekund, wordt mijn vlucht onderbroken en val ik figuurlijk te pletter door het geluid van duimdikke dossiers die door de kantoorverantwoordelijke op het desk van mijn cubicle worden gesmeten. "Als je klaar bent met het werk dat je vorige week in moest leveren, kan je misschien beginnen met deze hoop die gisteren binnen moest... Time is money!"Aan elf euro zeventig bruto per uur, bereken ik dat ze gelijk heeft. Ik ben op slag nuchter.

Esje Volter
50 2

Spankeltje Hoop / God's verdediging / Advocaat van God

Advocaat van GodWat is de hel?Is het werkelijk enkel een overdreven schrikbeeld van vlammen , verderf en miserie met vlammen en bokpotige heersers die met een drietand cipier spelen in Gods gevangenis voor de onvergeeflijken? Of is het veel doodser dan dat en veel reëler dan dat? Wat als deze wereld de hel was? een relatief jonge planeet , uitsluitend gecreëerd als dumpingplaats voor al die hopeloze reddeloze individuen?een plaats waar vaag iets gekend is over een opperwezen dat een paradijslijk leven voor ogen had voor zijn gecreëerde mens... maar waar bovenal complete wetteloosheid regeert als het aankomt op elementaire moraal.Waar liegen loont, de wet van de sterkste heerst en alles gedreven door de belofte aan beloning of de dreiging van straf, een volk zover heeft af doen drijven van zijn eigen aangeboren instinct van wat goed is en wat niet, dat het enkel nog handelt om beloond te worden, of straf te vermijden...Een plaats waar kanker, aids en oorlogen vrij spel krijgen , gerechtigheid een woordgrap is die niets met rechtvaardigheid te maken heeft, en waarvan het sarcasme zo ver gaat dat zelfs vrouwe justitie op alle beelden blind word weergegeven.Ik ben niet religieus aangelegd maar rekening houdend met opties die niet bewezen en dus ook niet weerlegd zijn, stel ik vast dat als er een Godachtig iets is... het deze plaats redden niet tot zijn bevoegdheid rekent.Dat is minder negatief dan het klinkt.. Als het leven op aarde niet meer is dan een quarantaine voor mensen die eerst tot inzicht moeten komen, betekent de dood niet meer dan een verlossing... Wat waarschijnlijk de enige reden is dat religie het hier op een of andere manier toch heeft overleefd.Zonder angst voor de duivel heeft niemand echt nood aan God, en ook zonder he kerkelijke stelsel kan men angst en hoop oproepen om mensen aan te zetten tot wreedheden of hen beletten er tegen in te gaan.. Het verlangen naar macht zal altijd veel groter zijn dan de angst voor de risico's die het nastreven ervan inhouden, met uitzondering dan van het enige risico dat onmogelijk valt te vermijden, en iedereen, ongeacht zijn keuzes te wachten staat. de dood.Het is een vreselijke gedachte dat er helemaal geen ontwerper en dus ook geen ontwerp of plan is achter het ontstaan van de mens.. een nog ergere gedachte is dat we inderdaad alleen zijn in de ruimte.. en er in al die oneindigheid .. echt niets anders is dan deze planeet.. waarvan de inwoners door de eeuwen heen inventiever werden in hun wreedheden, maar niet in het wreed zijn zelf.In dat opzicht zou al het leed dat Gods afwezigheid bewijst.. wel verklaren zonder zijn bestaan te moeten ontkennen..Kanker , aids, oorlog, zou dan gewoon een van vele collectief te incasseren straffen zijn die we op onszelf hebben afgeroepen door het dagelijks herhaalde pervers egocentrisch geleide gedrag waar we elkaar mee ruïneren.Zo mysterieus en ondoorgrondelijk zit dat niet ineen.. kom overeen of loop samen in jullie ongeluk. Sterker nog , misschien duurde ook dat te lang en zijn al die vreselijke ziektes net een versnellende maatregel om van dat aards volkje komaf te maken. Want ofschoon er nog steeds mensen heilig overtuigd blijven van god en diens goedheid.. wordt hij zo in geen enkele van de religies echt blijk gegeven van die superioriteit. Als er een iemand zo vaak genoemd en beschreven is voor zijn onwrikbare wraakzuchtigheid dan is het wel diezelfde god.het blijft allemaal zinloos speculeren, …en vragen stellen waar geen antwoord op komt zorgt dan ook voor het wegvallen van de bereidwilligheid om een probleem op te lossen. welke drijfveer zou ons die plotse ommekeer dan wel moeten laten maken?Het blijft een persoonlijke keuze om dat vraagteken in te vullen of niet.. maar bij mij staat daar als antwoord dat we gedoemd zijn om het te stellen met wat ons werd gelaten.. een compleet afgebakende plaats waar we zijn overgeleverd aan elkaar.. en dan is sterfelijkheid eigenlijk gewoon een vorm van genade.. en de dood een soort van checkpoint om te herstellen.. als een back-up om naar terug te keren en opnieuw op te starten .. reïncarnatie zou zo inderdaad een heel erg schrale blijk geven van Gods tevergeefs blijvende hoop op onze redding.Al doet dat beeld het hem niet echt eer aan als opperwezen , dat tot alles in staat is, maar geeft het eerder blijk van eenzelfde soort destructieve koppigheid in liefde (noem t zo) als die van zwaar mishandelde vrouwen die door een stockholmsyndroom niet in staat zijn weg te gaan van hun beul. Alsof ook God onbewust vatbaar is geworden voor het kapitalisme dat ons zo verziekt, en hij nog steeds het omslagpunt waarop hij zijn return on investment kan terugwinnen afwacht, voor hij de stekker uittrekt op iets dat hem maar liefst zes volledige dagen werk kostte om te creëren.Al is het qua tijdsspanne wellicht eerder de vier miljard jaar die erop volgde waar hij of zij lijdzaam gedwongen werd toe te moeten kijken naar hoe niets , maar dan ook echt niets ons van onze aard lijkt af te helpen, wat zijn oneindig licht vasthoudend vat deed overlopen....Als een sportteam dat je zelf hebt samengesteld , voorgesteld en naïef hebt gepromoot als een groot succes , om het dan vervolgens in een oneindig verlengd spel te moeten zien falen op alle vlakken zonder een punt te maken , ondanks de vele over het hoofd geziene spelfouten en extra kansen..wat een afgang.Zelfs voor hij die enig is in zijn soort en dus geen reputatie hoog te houden heeft voor andere partijen die hem op deze blunder kunnen beoordelen, moet de schaamte enorm zijn.. Mocht hij of zij bestaan vind ik dat medeleven op zijn plaats is, want ik heb zelf ook mijn eigen ervaring in het aangaan van , en veel te lang blijven behouden van relaties die enkel in mijn hoofd veelbelovend leken en anderen deed wegrennen.. IN Gods verdediging had hij niet dat klankbord, of die rode vlag signalen van zijn omgeving die hem op ander gedachten had moeten brengen.Bij mij was het een keuze die te ontkennen... God is ook maar een ...In plaats van hem te verwijten dat onze planeet niet veel weg heeft van dat vaag omschreven en door niemand ooit echt geziene paradijs, moeten we misschien eerst inzien wat onze relatie is met God.Want in mijn ogen is die niet meer dan die van een in impuls aangekochte asielhond, waar al gauw spijt van werd ondervonden, maar uit principieel "belofte maakt schuld" met de verdere minimale zorg werd doorgedaan.Het is dus niet zo dat we hem of haar niets kwalijk mogen nemen.. het is eerder dat het wellicht weinig tot niets kan schelen wat wij nu eigenlijk vinden van dat leven dat ons werd gedwongen te leven en waar we tenslotte niet om hebben gevraagd, geen verdere uitleg bij krijgen, ...Het is ook niet echt bewijs van ouderlijke capaciteiten of tot volwassen gekomen verantwoordelijkheidsgevoel om leven verder te brengen dat enkel gevraagd of geëist word om hem op onze knieën te aanbidden.. zonder iets van die vaderlijke affectie te mogen ontvangen of opmerken, als een vergeten schoolproject dat om het toch maar in te kunnen leveren als iets doordachts dat af is, de salespitch krijgt dat ons het grootste geschenk van de vrije wil werd gegeven.. en zo ook meteen de schuld van het resultaat niet bij de maker maar wel van diens eigenwillige producten legt..Het kan natuurlijk ook veel simpeler zijn. Misschien verveelde deze entiteit zich en zijn wij hier op aarde niet meer dan wat mieren voor ons waren in bokalen op te warme dagen waarop niets te doen was. Misschien is god een goddelijke vijfjarige die niet tot meer in staat is dan zijn mysterieus werken... dat laat ons even objectief zijn veel meer weg heeft van kinderachtig theatraal overdreven rancune. Of heelt tijd werkelijk alle wonden dat 2300 jaar na de feiten , het laten sterven van alle eerstgeboren kinderen per gezin plots een verstaanbaar kleintje is dat wel begrijpelijk is onder de omstandigheden?Misschien is het zelfs niet eens verstandelijke-leeftijd gerelateerd. Zijn wij immers niet naar zijn evenbeeld geschapen?Misschien moeten we het allemaal zo ernstig niet nemen, en net zoals bij andere sprookjes en vertellingen die verzonnen zijn afsluiten met een eind goed al goed uitgangspunt. Een waarin wij de spreekwoordelijke spiegel zijn die god wordt voorgehouden en hem wijst op zijn eigen tekortkomingen , door het slechte voorbeeld te geven , en waar wij blijk geven van meer inzicht dor af en toe te leren uit onze fouten en geen vier miljard jaar blijven ontkennen een fout gemaakt te hebben, tot op het punt dat zelfs Narcissus zelf zou stoppen met waarschuwen over hoe hem dat is afgegaan en zou adviseren aan God om ermee op te houden en er eigenhandig mee zou helpen hem of haar uit dat lijden te verlossen.Gods hoop op verandering houdt ons in leven , tot we sterven.Dat is niet veel maar het is iets, noem het een sprankeltje hoop.En ze leefden nog lang en gelukkig.

Esje Volter
41 1

Generationele grootheidswaanzin

Alarmfase donkerrood! De lust is zoek en de mens gaat dood! Als aanstaande vaderkandidaten de drang niet meer voelen om toekomstige moeders te bestijgen, om hen tegelijkertijd te doen zwijgen en hijgen, zullen ze nooit meer kinderkoters krijgen. Gedaan met de kakpampers en pisdoeken! Nooit meer die spetterende kotsbuien vervloeken! Weg met speelgoed en boekentas, zakgeld en poppenkast! Foetsie puisterige pubers en adolescenten zonder centen! Vaarwel volleerde afgestudeerden, verbouwde vrouwen en verwenste venten! Mensen gaan kinderloos door het leven en zullen hun gaven en genen aan niemand meer doorgeven. Het voltijdse vrijgezellenleven, zeven dagen op zeven. Maar dan, nipt op tijd om de bevolkingsteller op peil te houden, besliste vader te doen wat alle dwaze raadgevers al lange tijd wouden. In het holst van de nacht grabbelde hij in zijn zak en raapte hij zijn moed bij elkaar, en nog voor moeder “Onnozele drol, niet weer in mijn poepenhol!” kon krijsen, was het huzarenstukje reeds geklaard. Mooi, ‘t leven is mooi! Zolang de bok niet schiet in de aars van de geit. En zo was de conceptie een feit. De baarmoeder raakte tjokvol, haar hormonen sloegen op hol en de zakgrabbelaar werd stilaan hoorndol. Maar negen maanden, een kuub kots en een doorgescheurde scheur later, kregen ze dan eindelijk hun kili kili-kleintje. Een verfrommeld rozijntje met een schreiende snater. Het allermooiste mirakel, voorspeld door het heiligste orakel, veilig beschut door moeders omarmende tentakels. Héél de wereld ligt aan zijn babyvoetjes. Van Afrika tot in Amerika, vanop de Himalaya tot in de woestijn, zat men al jaren op uitgerekend dít kleine wonder te wachten. Alleszins, dat is toch wat de vertroetelende verwekkers van dat verwend wensje dachten.  “Wees welgekomen, onze allerbelangrijkste gast, op deze prachtige aardkorst! Waarschijnlijk heeft u na die lange reis vanuit Uterus City erg dorst. Geen paniek, we hangen u dadelijk wel aan een sappige melkborst. Wat een toeval zeg, dat u van álle mogelijke ballen en bollen in dit uitzichtloze en uitdijende universum net deze bobbelbal er heeft uitgekozen! Heeft u een voorspoedige reis gehad? Geen last van een jetlag? Hopelijk heeft u geen kougevat, zo in uw bloot gat. Kom hier, dat ik u even toedek. Wees gerust, u zal niks tekortkomen in het hotel van uw dromen! Over dromen gesproken, wat hoopt u zoal tijdens uw aards verblijf tegen te komen? Want hier gaat het leven áltijd over rozen! Rozengeur en maneschijn, mijn liefste vriend. Alles en iedereen is fijn en niks of niemand doet u pijn, want enkel dát heeft u verdiend! Ik ben er zeker van dat u het aangenaam vertoeven zal vinden in ons all inclusive, exclusief, halfgaar en ietwat raar resort. U zal smullen en genieten, al uw wensen vervullen en de hoofdvogel afschieten, tegen een oogverblindend mooi decor. Heeft u op dit moment al dringende vragen? Nee? Prima, kleine prins, dan zal ik nu uw bagage naar de bel-etage laten dragen. Aha, hier zijn ze dan, uw persoonlijke gastheer en -vrouw! Dankzij hen wordt u op uw wenken bediend en staat u nooit ofte nimmer in de kou. Als er iets of niets is, dat maakt in feite geen fluit uit, geef dan gerust een gil of een krijs, gebaar of wijs, en zij toveren het tevoorschijn. Wees gerust, ze zijn te vertrouwen. Er komen heus geen onverwachte apen uit hun ondergekwijlde mouwen. En ook voor liefde, drank en spijs moet u bij hen zijn. Het paar draait vaak afwisselende shiften en het enthousiasme druipt er misschien niet altijd van af, maar ze staan 24 op 24 voor u paraat, ook al zijn ze doodop en pompaf, om zich hen ervan te vergewissen dat het goed met u gaat. Maak u dus maar geen zorgen, want er wordt continu voor u gezorgd. Uw koningssuite is uitgerust met een op maat gemaakt park. De tralies werden aangebracht voor uw eigen veiligheid. Vanbuiten doet het misschien wat denken aan een gevangenis, maar eenmaal binnen wilt u dat geborgen gevoel nóóit meer kwijt. Ongetwijfeld heeft u uw nieuwe knuffelvrienden al opgemerkt: de honingbeer, de bananenaap en het langoorkonijn. Geen zorgen, ze zijn aangenaam tam gemaakt en zullen voor áltijd uw speelkameraadjes zijn!  Schoonste schepsel des Heeren, gelieve mij te excuseren, maar is alles nog steeds naar believen? Indien het u enigszins zou plezieren, kan ik u voor morgen een interessant adres bezorgen. Daar kan u op papieren leren over de manieren van mensen en andere dieren. U hoort er mooie sprookjes vertellen, leert er snottebellen tellen en zelfs de basis van woorden lezen en catechese zullen ze zachtjes tussen uw hersencellen knellen. Spelend leren over de wondere wereld waarin we leven. Als u moe geleerd bent, kan u wat rusten. Als u moe gerust bent, kan u weer wat leren. Vrees niet, de innerlijke mens wordt niet vergeten, want ook levende halfgoden moeten van tijd tot tijd drinken en eten. Daarom vindt u er een lopend buffet van brikpakjes chocomelk, gemolken uit de uiers van bruine chocokoeien die buiten in het groene gras staan te loeien, en fruitsap, vergezeld van koekjes en fruitpap, nic’jes en nac’jes, en gezonde groentedrab. Mocht u zich overdoen tijdens de noen en overwegen om een plasje of een kakje te plegen, wees dan niet verlegen. Mevrouw de juffrouw komt met alle plezier uw bescheten bolle billetjes afvegen. Maar wat zie ik nu, kostbaarste klomp uit de ’s werelds diepste goudmijn, wordt uw stoeltje te klein en voelt de bepampering minder fijn? Dan wordt het misschien de hoogste tijd om te verhuizen naar een groter speel- en leerdomein! Graag iets actiever zegt u? En minder voorgeknabbeld eten op het menu? Geen probleem hoor! Wij zoeken naar een oplossing, daar dienen wij nu eenmaal voor. Als uw gastvrouw u al wat meer durft los te laten, kan u vanaf morgen dagelijks autoloos en autonoom, met uw drie-min-één-wieler, op uw nieuwe bestemming geraken. Met een hippe en blitse boekentas over uw schouders en een overvolle boterhamdoos aan boord, zwaait u vanaf nu al fietsend iedere ochtend naar uw ouders en trapt u op eigen krachten tot aan een nieuwe schoolpoort. Dankzij die dagelijkse inspanningen in de gezonde buiten zal u kanjers van kuiten en gezonde longen krijgen. Uiteraard zullen ze u binnen deze muren nóg slimmer maken dan u al was. Met úw capaciteiten wordt u gegarandeerd de primus van de klas! Hier kan u nog meer leren over het mirakel des leven, over fauna en flora, fysica en logica. Over andere landen en streken, over de verzorging van onze tanden en hoe die gekke Fransen spreken. Boeken over lang en langer geleden, alles netjes gedocumenteerd met tekst en tekening, van toen tot op heden. Wist-je-datjes over spullen en prullen om uw harde schijf met enen en nullen op te vullen. De wijze onderwijzers zullen u het rechte pad wijzen en álle geheimen van deze wonderbaarlijke wereld onthullen! De tijd vliegt als u zich amuseert. Zeker als u ook nog eens wordt getrakteerd op pure verwennerij van eigen makelij. U heeft mogen genieten van tongstrelende culinaire creaties van uw persoonlijke chef-kok. U bent gereisd naar onvergetelijke exotische locaties, veilig vervoerd onder moeders rok. U likte aan waterijsjes en mooie meisjes, ging op dure schoolreisjes en stond bovenaan puberale verlanglijstjes. Dag in dag uit werd u beschermd voor de loerende gevaren van buitenaf. Nooit heeft u zich zorgen moeten maken, nooit kreeg u een onverdiende straf. Iedereen heeft altijd zijn uiterste best gedaan om u op uw wenken te bedienen, maar nu wordt het tijd om op uw eigen benen te staan... en uw kamersleutel in te dienen. Beste oppergast, er is een moment van komen en een moment van gaan. Dat tweede moment begint te naderen. U heeft van zowat alles genoten dat we te bieden hebben, er zijn geen brochures meer over om door te bladeren. Heeft u al eens nagedacht over hoe u uw verdere tijd, vanaf morgen tot altijd, zou willen doden? Het is voor een hele poos, maar de opties zijn ein-de-loos! Wat denkt u van achtbaantester, vrijheidsvechter of advocaat? Hoewel, dat klinkt ondermaats, neem toch maar oliemagnaat. Ik weet het! Restaurantrecensent, frontman in een rock’n’roll band of de hoofdrol in een kaskrakende Hollywoodprent! Of toch liever superatleet, vrouwenmagneet of de goeroe van een crashdieet? De gereïncarneerde Peter Pan, de leider van de Ku Klux Klan, de president van Iran of simpelweg een modale brave huisman? Want weet u, alles mag en alles kan! Raar maar waar, de toekomst is maakbaar, uw dromen zijn aaibaar. Álles wat onmogelijk lijkt, ligt in feite binnen handbereik. Als u er maar hard genoeg voor werkt en in gelooft, worden uw gebeden gehoord. Beloofd! Adieu, vaarwel, auf wiedersehen, goodbye! Veel succes, zwaai zwaai, doe het goed man, en tot in den draai!” Patat! De hoteldraaideur smakt keihard tegen zijn onvakkundig afgeveegd gat. De echte wereld staat klaar om verkend te worden, zonder beschermengelen die zich met zijn problemen mengelen, zonder ouderlijke handjes boven het hoofd die zijn veiligheid waarborgen. Ondertussen is hij een grote jongen, even verstandig als zelfstandig, en van een verkeerd wereldbeeld doordrongen. Naïef en bedorven, plots een vat vol zorgen en niet gewapend tegen de uitdagingen van morgen. Met heimwee zal hij terugdenken aan zijn onbezorgd vijfsterrenverblijf. Met weemoed zal hij ondervinden dat de echte wereld hem ziet als een inwisselbaar nummertje, want in werkelijkheid heeft hij weinig om het lijf. Toegegeven, er zijn meer onzekerheden dan waarheden in het leven, maar dát staat buiten kijf. Hotel Mama is permanent gesloten. Vanaf vandaag staat hij op zijn eigen manke poten en wordt hij door de harde realiteit onverbiddelijk teruggefloten. Hij mag werken, hopen en geloven hoe hard hij ook maar wil. Voor niets gaat de zon op en buitenshuis is het koud en kil. Fabeltjes worden ontkracht, de slaap wordt uit zijn oogjes geveegd. Papa en mama hadden de wijsheid helemaal niet in pacht en hebben gemakshalve schuldig verzuim gepleegd. Dat de Kerstman, Sinterklaas en de Paashaas niet bestaan, kwam indertijd – in zijn kindertijd – al keihard aan. Nu is het hoog tijd om te leren dat Fluffy, het schattig wit troetelkonijntje, nooit is verhuisd naar een mooie boerderij, maar dat hij het zelf al smikkend en smakkend heeft opgepeuzeld, met zwarte pruimen erbij. En moet ge nu eens iets níet weten? Mammie droeg haar grote zonnebrillen niet enkel tegen de stralende zon, maar ook om de tanende plekken te verbergen, aangezien jaloerse pappie weleens losse handjes krijgen kon. Eigenlijk boterde het al jaren niet meer tussen die twee uit elkaar gegroeide individuen, hoewel ze leugentjes om bestwil en de schone schijn nooit hebben lopen schuwen. Want o wee als zoonlief ooit door zou hebben gehad dat er iets niet pluis was, met zijn doorsnee kwab hersens zou beseffen dat hij niet het magnus opus van de Schepper was. Dat hij meer noch minder waard en gevraagd dan elk ander kind op aarde was. Dat hij eigenlijk niet eens gemist zou worden als hij er nooit geweest was... Grote jongens wenen niet, ook al hebben ze verdriet. Wie weet ligt er met een beetje geluk nog wat leuks in het verschiet. Nu is het tijd om zelf te zorgen voor vier muren en een dak boven zijn hoofd, die hem beschermen tegen de krachten van de natuur en het jatgedrag van zijn gebuur. Hij moet op zoek naar voedsel en zal dit op de koop toe zelf moeten koken en kanen, iedere dag en om de zoveel uur. Hij zal werk moeten zoeken en zwoegen voor zijn geld, smart en leed moeten trotseren. Niemand heeft hem dat ooit verteld, dus zal hij het op de harde manier moeten leren. De rozengeur en maneschijn moeten plaatsmaken voor dagelijkse sleur en hartpijn. De dieren zijn niet langer aangenaam tam, maar bijten. De kogels van échte speelgoedgeweren penetreren dodelijk onze weke lijven. Er lopen gewetenloze criminelen rond, zonder een greintje spijt van hun feiten, en rotzakken met hun broekzakken vol lekstokken, die met hun fikken niet van kinderen kunnen blijven. De fonkelende medaille heeft een minder fraaie keerzijde, en na jarenlange zonneschijn staat hij nu, zonder paraplu, in de regen, waar niemand hem op voorbereidde. Want alles gaat kapot en iedereen gaat dood. Alle schoonheid vervaagt en vergaat langzaamaan, op deze alsmaar doldraaiende aardkloot. Ondertussen heeft hij het wel door, werd hij met zijn snotneus plat op de feiten gedrukt. Natúúrlijk loopt evenaar noch nulmeridiaan door zijn stinkend gat. Was hij dan helemáál van de pot gerukt? Hij ís geen mirakel, het leven ís geen vermakelijk spektakel, en niemand kan de sloop van zijn zelfgebouwde luchtkastelen ook maar een sikkepit schelen. In zekere zin is hij bijzonder, zoals ze dat ook zeggen over andersvaliden of mensen met een IQ van 70 of daaronder, maar hij is allesbehalve een wereldwonder. Feitelijk is niemand echt onder de indruk van zo een onbeduidende opdonder. In de ogen van papa en mama was hij uiteraard het summum der menselijke makelij. Ze droegen hem op handen, beten vaak op hun tanden, beschermden hem met hand en tand, en hielden hem angstvallig blij. Goede bedoelingen op overschot, daar twijfelt niemand aan, maar als later het echte leven met hem spot, zal hij dan zijn mannetje kunnen staan? Want weet, de toekomst is niet maakbaar, dromen zijn niet aaibaar. Hopen, naar boven staren en om Gods hulp smeken is lui, en daarenboven sterk overroepen. Bidden is nutteloos, want niemand zal naar uw jammerklacht luisteren. Dat generaties gepamperde gastjes zich groots wanen, zult ge mij niet horen roepen. Ik zal het hooguit eens in hun oortjes fluisteren. Terwijl ik stiekem probeer hun kamersleutel af te snoepen.

Junior
8 0

Courage

Langzaam valt de nacht. Iedere keer opnieuw. Dag na dag. Het uitzicht blijft gelijk. Windmolens, spoorwegen, silo’s en boten. Kranen bewegen zich dansant verder. Hun koppen, met verlichte ogen, als voorhistorische dieren. Traag maar statig spiedend naar prooi. Water klotst heen en weer in een door ruwe mannenhanden gehouwen kuip. In de met modder bedekte bedding zit troosteloos een visser op een krukje. Vislijn in het water, sigaret in de mond. Eindelijk rust, denkt de visser. Zelfs nu het donker is zit hij daar als een versteende pilaar, druppeltjes somberte parelen van zijn vissershoedje. Wanneer hij omkijkt dreigt de eeuwige stilstand. Het gevaar zit hem op de hielen. Ik kijk, zoals iedere avond, uit het raam. ‘Den Dries’ is stilgevallen. Geen verkeer onder de straatlantaarns. Hoogstens opwaaiend stof in de greppel. Een zwerfkat laat zichzelf uit. Daar schuift een boot door het gebeuren. Contouren van mensen bewegen zich vloeiend over het dek. Vuurrode aspuntjes lichten zo nu en dan op. Ze grijpen het leven waar iedereen machteloos toekijkt. Roken als daad van protest tegen de eenzame uren benedendeks. Verder zwaaien windmolens. Tientallen windmolens zwieren hun wieken flikflak heen en weer. Het lijkt een dans. Eenzame hyena’s die spoorslags verder wieken met het kapmes op vinkenslag. Zoevend gebrom. Dat gebrom lijkt een symfonie. De weeë geur van geronnen papier en verdorven gist vult de ruimte die er nu, meer dan ooit, uitziet als een zwart gat. Uiteindelijk blijft alleen het geluid nog over. Symfonie van geklak en geklok. Zo lang de nacht zijn deken spreidt deinen wij hier aan land ook mee op het ritme van onzekere wereldreizen van olietankers uit Panama en containers uit Canada. ‘Den Dries’, ik proef de woorden, ik proef de naam: ‘Mijn Dries’. Ik hou van deze plek. Ik hou van wie hier woont. We zijn paljassen, allemaal. We hebben niets. Wat fabrieken, meer niet. Daar werken we. In shiften. Allemaal. Sommigen hebben geprobeerd te ontsnappen. Sommigen zijn mislukt, maar we hebben ze allemaal in de armen gesloten. Keer op keer. Dat doen wij. Wij snappen de poging en respecteren die. Van vader op zoon, van moeder op dochter ook, je blijft hier. Er is geen ontsnappen aan. Uiteindelijk hebben we het allemaal minstens overwogen. Sommigen misschien maar een keer. We hebben allemaal gefantaseerd om het zeegat in te duiken en te kiezen voor eindeloos blauw en straatlengten eenzaamheid. Dat leek ons beter dan hier te blijven waar iedereen op je huid zit. Waar we als een soort koor ons leven in pertinente samenzang overleven.

Thomas De Mulder
56 1
Tip

Zigeunerin

Ik zit alleen aan de ontbijttafel. Mama ligt in de hangmat met de ogen dicht. De zon maakt haar haren glanzend goud. Met haar vrolijke roze bloemenjurk lijkt ze wel een klein prinsesje die geniet van de zon. Maar dat doet ze niet. Als mama daar zo ligt zoekt ze haar tao. Ik hoorde haar daarover praten met een vriend en heb dat woord eens op google opgezocht. Tao is het Chinese woord voor “weg”. Ik dacht eerst dat ze de weg naar Brussel kwijt was, want ze heeft al de hele maand de trein niet genomen. Maar toen ik het aan de juf vroeg zei ze me dat die weg eigenlijk symbool is voor rust. Ze vergeleek het met het zenmoment in de klas wanneer we rustige muziek op zetten of elkaar masseren wanneer er teveel drukte was. Dat vind ik altijd heel fijn. In de klas is het soms zo lawaaierig dat mijn hoofd zou ontploffen. Soms word ik dan heel kwaad en dat vind ik zelf eigenlijk niet leuk. Mama zegt dat het leven te kort is en de wereld te mooi om onze tijd te verspillen met kwaad zijn. Zij wordt bijna nooit kwaad, zij zorgt voor zen bij ons thuis, en voor zonneschijn. Maar die zon is al een paar weken verdwenen. Misschien was het ook lawaaierig in mama's hoofd? De dokter zegt dat mama ziek is omdat ze teveel werkt en te weinig slaapt. Maar dat denk ik niet, want mama valt na het eten altijd in slaap voor tv. En ze is nooit kwaad als wij 's nachts wakker worden. Nee, ik denk dat het de schuld is van de vaatwasmachine. Door die stomme machine is mama haar tao kwijt en is de zen in huis verdwenen. En daarom ligt ze nu stil in de hangmat en laat ze mij alleen aan de ontbijttafel zitten. Mama had al wel 100 keren aan papa gezegd dat de vaatwas stuk was en de glazen en borden nooit meer proper waren. Papa zei dan dat mama er teveel vuile borden in stak. Dat begreep ik niet... een vaatwasser maakt de vuile borden toch proper? Elke keer opnieuw heeft mama de vaat dan maar met de hand opnieuw gedaan en zei papa dat hij de vaatwasser had gerepareerd. Maar na een week was hij steeds opnieuw stuk. Daarnet was het opnieuw zover. Mama was al lang wakker en zat met mijn broer voor tv toen ik opstond. Omdat ik niet alleen zou moeten ontbijten kwam ze in de keuken de vaatwasser leeg maken. Ze trok de vaatwasser open en haalde er één vuil kopje uit, bekeek het en zette het terug in de machine. Ze deed de deur weer dicht en ging naar buiten. Zonder iets te zeggen ging ze met gesloten ogen in de hangmat in de tuin liggen. Daarom zit ik nu alleen aan de ontbijttafel. Ik doe mijn ogen dicht net als mama in de hangmat en zoek mijn tao. Voor mij staat plots een blij meisje met lang zwart krullend haar en een lange wijde groene rok met roze bloemen. Ze lijkt op een zigeunermeisje. Maar aan haar groene ogen herken ik mijn mama, ogen die blinken als diamanten. Rond haar middel heeft ze een mooie zilveren ketting met kleine pareltjes en belletjes. En in haar oren dansen de grote fel gekleurde oorringen die ik voor haar gemaakt had. Ze loopt lachend naar de vaatwasser, zwiert de deur open en neemt er een bord uit. Ze begint met haar handen te draaien en het bord maakt sierlijke bewegingen door de lucht. Mijn hartje wordt helemaal warm van dat dansen en van de muziek. Muziek? Waar komt die muziek plots vandaan? De muizen die mama's bureaukast elke winter vol strontjes achterlaten staan in de hoek van de keuken. Ze hebben elk een instrument: een banjo, castanjetten en een accordeon. Mama had de muizen op verschillende manieren proberen verjagen, maar ze kwamen elke keer terug. Nu zijn ze haar gezelschap en vindt ze het niet erg om elke lente een grote schoonmaak te houden. Om mama te bedanken voor haar geduld spelen ze nu haar lievelingsmuziek. En de zigeunerin danst en danst. Plots trekt ze de keukendeur open en zwiert het dansend bord de tuin in. Ze gooit haar haren naar achteren en slaakt een juichende kreet van plezier, van opluchting. Dan neemt ze nog een bord, draait een rondje en gooit. En nog één, en nog één, steeds sneller. De muizen spelen steeds luider, de dans wordt steeds zwieriger, het aantal kapotte borden en kopjes in de tuin steeds groter. Ze dansen en maken muziek tot de vaatwasser leeg is. Dan gooit de mooie zigeunerin de deur van de vaatwasser dicht, geeft mij een hand en samen stappen we naar buiten. Daar staat mama's lievelingspaard met kar: een klein indianenpaard met bruine en witte vlekken. In de hangmat ligt de prinses die ik niet ken, een traan rolt over haar wangen. Naast mij in de kar zit mijn mama, de zigeunerin. Samen gaan we op weg, op zoek naar onze tao.

Fien SB
152 5

Nieuwe oude toestellen

We hebben gisteren samen met papa boodschappen gedaan. Dat vind ik meestal fijn. Aan de kassa kan ik papa altijd overhalen om bloemen mee te nemen voor mama. Maar gisteren was het extra leuk, want we hebben voor mama een nieuw toestel gekocht. Een oud toestel eigenlijk, want mama houdt van oude dingen. Het is een bruine houten bak waar je grote zwarte platen, een cd-tje en een cassette kan insteken. Wij hebben nog veel cassettes, die heeft mama allemaal bewaard. Sommige waren wel zo oud dat het lintje kapot brak toen mijn broer en ik er wilden naar luisteren. Aan de voorkant van die bruine bak staan er ook nog twee grote draaiknoppen waarmee we een radiopost kunnen kiezen. Het ziet er helemaal anders uit dan ons toestel die we vorige maand kapot gemaakt hebben. Dat toestel had felle lichtjes en een ingewikkelde afstandbediening waar mijn broer en ik volgens mama veel te veel op duwden. Platen had ik nog nooit gehoord, want mama haar platenspeler was al jaren stuk. Ik was best wel nieuwsgierig om te horen welke muziek uit die grote zwarte schijven kwam. Dus dit cadeau zou niet alleen mama, maar ook ons echt blij maken zei ik toen papa in de winkel nog twijfelde. En dat was ook zo. Mama had blinkertjes in haar ogen toen ze gisterenavond de doos open deed. Vandaag is ze dan ook extra vroeg opgestaan. Toen wij beneden kwamen was de tafel op het terras mooi gedekt. De zon scheen al heel fel en mama zat naast de platenspeler. Op de grond lagen verschillende platen. Mama koos een Spaanse plaat omdat de zon scheen. Marcel zijn ogen stonden wijd open toen mama het bruine deksel opende en de grote zwarte schijf neerlegde. En ook ik keek nieuwsgierig hoe ze voorzichtig de naald op de plaat zette. Eerst was er geen geluid, enkel een zacht geruis van het draaien van de plaat en een beetje gekraak van de naald. Maar dan werd de hele ruimte gevuld met Spaanse klanken en pakte mama mij vast om te dansen. Mijn hartje danste van geluk. Mama zegt dan dat ze gelukkig wordt als mijn ogen zo stralen. En dan stralen ze nog meer.  Mama kijkt er al naar uit om ons al haar oude plaatjes te leren kennen. En ook de radio vindt ze geweldig. Die radioknoppen doen haar denken aan de radio van marraine, die nu bijna 100 jaar is. Je hoeft maar aan die ene grote knop te draaien om de post te verzetten en je kan gemakkelijk zien hoever je moet draaien, want een plastic stokje verschuift langs een lijn met nummertjes zoals een meetlat die we in de klas hebben. Geen felle lichtjes of een afstandbediening met teveel kleine knopjes, maar gewoon één grote draaiknop. Mama houdt van simpele dingen en ze zegt dat we tijd moeten nemen om te luisteren en te kijken. Dat doen we te weinig zegt ze, gewoon kijken en luisteren. Het is zoals met haar oude walkie-talkie. Die vindt ze veel leuker dan een gsm. Bij een walkie-talkie kan er maar één persoon tegelijk spreken, de andere moet luisteren. Pas als de persoon die spreekt “over” zegt, krijgt de andere de kans om iets te zeggen. Dat vraagt soms heel veel geduld. En het duurt zo lang, maar het is wel spannend om te wachten tot het jouw beurt is. Met een gsm kan je elkaar continu onderbreken, je kan spreken wanneer je maar wil en het gaat allemaal sneller. Ik vind een gsm wel gemakkelijk, maar voor mama gaat een gesprek soms te snel, want als ze de telefoon neerlegt weet ze niet meer wat er gezegd is. Daarom telefoneert ze niet zoveel. Ik wel, ik praat graag. Papa vindt me een kwebbelkous. Maarzet me naast een oude platendraaier en je hoort me niet meer hoor. Dan word ik een mini-versie van mama en vloeit er soms een traantje van geluk.

Fien SB
13 3